Foto
Inhoud blog
  • Mirabathe
  • Satho iwa
  • Broers - kabokithinon
  • osun (gaan)
  • Goed / slecht - Sa / wakhaya
  • Adali
  • Alleen / enkel - Waya / ron
  • Satho iwa da hon! Ik wens jullie een gelukkig nieuwjaar!
  • 12.8 Enkele zinnen om iemand te begroeten
  • 12.7 Zinnen maken- hoofdzin en bijzin
    Zoeken in blog

    Beoordeel dit blog
      Zeer goed
      Goed
      Voldoende
      Nog wat bijwerken
      Nog veel werk aan
     
    Wei marikhotwâbo Arowaka Lokonon Dian khona
    Wij leren Arowaks
    10-11-2023
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.11. werkwoord+ re + pers. +a => opdracht of advies geven
     
     
     
    ww+ re + persoon + a   (a is een apart soort werkwoord, hier in combinatie met een persoonlijk voorvoegsel d- (ik), b- (jij), th- (zij), l- (hij), w- (wij), h-(jullie), n- (zij (mv) )
     
           
    actief ww marikhotwa-n   marikhotwa-re-b-a kwan! = blijf (jij) leren!                            11.1
      (leren)   marikhotwa-re-h-a kwan! = blijven jullie leren!                   
           
      sokoso-n   sokoso-re-b-a kwan bu-khabo-wa = blijf (jij) je handen wassen   11.2
      (iets wassen,  sokoso-re-h-a kwan hu-khabo-wa = blijven jullie je handen wassen 
       schoonmaken    
           
     
     
     
    toestandsww sa-n   sa-re-b-a kwan = blijf (jij) goed     11.3
      (goed zijn)   sa-re-h-a kwan = blijven jullie goed
           
          sa-re-b-a ...  = doe (jij) goed ...    
          sa-re-h-a ...  = doe jullie goed ...
           
     
     
           
    met bijwoorden:       
           
           
    bijwoord  sare-n ôsun sa-re-ba ôsu-n = ga goed!    11.4
    (naast een werkwoord (goed zijn) (gaan) sa-re-ha ôsu-n = gaan jullie goed!
     in ondergeschikte      sa-re h-a-li ôsu-n = jullie moeten goed gaan
     vorm)      
        donkon sa-re-b-a donko-n = Slaap (jij) goed          11.5
        (slapen) sa-re-h-a donko-n = slapen jullie goed!
           
        kanabun Sa-re h-a kanabu-n = luisteren jullie goed    11.6
     li => moeten   (luisteren, horen) Sa-re h-a-li kanabu-n = jullie moeten goed luisteren
     

           11.7
        sokoso-n sa-re-ba-li sokoso-n bu-khabo-wa! = je moet je handen goed wassen
        (iets wassen, schoonmaken) Of als gewone mededeling (geen bevel):      
          sa-re-d-a sokoso-n da-khabo-wa = ik was mijn handen goed
          sa-re-th-a sokoso-n thu-khabo-wa = zij wast haar handen goed
          sa-re-l-a sokoso-n lu-khabo-wa = hij wast zijn handen goed
     

         
      seme-n khoton seme-re-b-a khoto-n = eet lekker => eet (jij) lekker  11.8
      (lekker zijn) (eten) seme-re-h-a khoto-n = eet lekker => eten (jullie) lekker
     seme = bijwoord, ook toestandww


         
      bare-n takun bare-b-a taku-n to kodwan-nale  11.9
      (meteen) (dicht doen)  = doe de deur meteen dicht
           
        yakoson bare-ba yakoso-n to khalemehe     11.10
        (doven, uitdoen)  = doof het licht meteen
           
     
     
     
     
     
     

    10-11-2023 om 00:00 geschreven door Moro  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 1/5 - (1 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    26-05-2023
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.8.8 Toestandsww- afgeleide naamwoorden

     

    Van onderstaande zelfstandige naamwoorden zie je dat ze afgeleid zijn van een toestandswerkwoord 
    Het zijn vaak termen om mensen mee aan te duiden.

    kakun = levend zijn (leven)
    kaku-thi (mens/man)
    kaku-tho (vrouw, levend wezen)
    kaku-thi-non (Arowakse mensen, meervoud enkel mannelijk /meervoud enkel vrouwelijk/ meervoud m+v)
    kaku-tho-be (niet-Arowakse mensen, m/v/ m+v)
    kaku-be-tho =levende wezens

    korhelian = pasgeboren zijn
    korheliathi = pasgeborene (jongen)
    korheliatho = pasgeborene (meisje)
    meervoud = korhelianon

    ilon = kind zijn (vóór bereiken van puberteit)
    ilon-thi = kind (jongen)
    ilon-tho = kind (meisje)

    shokon = klein zijn van gestalte (voor mens)/ van kleine hoeveelheid zijn (voor dingen)
    skokothi = kleine jongen
    shokotho = klein meisje

    bikidolia = jongvolwassen zijn
    bikidolia-thi (jong volwassen man)
    bikidolia-tho (jong volwassen vrouw)
    bikidolia-thi-non (mv jongvolwassenen Arowakse mensen - meervoud enkel m; meervoud enkel vr. of mannen+vrouwen samen
    bikidolia-tho-be (niet-Arowakse mensen, m/v/ m+v)

    eikâlian / aikâlian (pas getrouwd zijn, hertrouwd zijn) => eikâlia-thi (pas getrouwde man)

    + eikâlia-tho (pas getrouwde vrouw)

     

    Vele naamwoorden voor familieleden eindigen ook op "thi" of "tho":
    dinthi (oom van moeders kant)
    dayâbwâtho (tante van moeders kant)
    eithi / aithi = zoon
    dareitho = mijn echtgenote
    dereithi / darethi = mijn echtgenoot

    dathulâtho = mijn oudere zus (van een vrouw)

    dôkitho = mijn jongere zus (van een vrouw)

    dayorodâtho = mijn oudere/jongere zus (van een man)

     

     

    Voorwerpen: (maar dan eindigen ze meestal op"tho"):


    balan (rond zijn) => balala-tho = bal
    belen (zacht/verlamd zijn) => bele-tho = zachte cassavebrood

    semen = lekker, zoet zijn, gesuikerd zijn
    semetho = iets zoets, snoep

    Opgelet= semethi of semethithi = medicijnman

    (heeft dus niets met suiker te maken maar wel met semethihi = geneeskunst van de sjamaan)

     

     

     

    26-05-2023 om 00:00 geschreven door Moro  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    15-05-2023
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.8.7 "thi" en "tho" (met toestandswerkwoorden) - een kenmerk van iets of iemand uitdrukken

    Het uitdrukken van een kenmerk van iets of iemand wordt gedaan door gebruik te maken van achtervoegsels "thi" of "tho";
    In het Lokonon Dian moeten we een achtervoegsel toevoegen aan de stam van een toestandswerkwoord om dat toestandswerkwoord te kunnen gebruiken als 
    een bijzin die iets zegt van een naamwoord waarbij het staat, met andere woorden om een betrekkelijke bijzin te maken.
    In het Nederlands kennen we deze woorden meestal als adjectieven.


    stam toestandswerkwoord + thi => is voor de "mannelijke" groep (= mannelijke Arowak / bepaalde dieren/ dingen)


    stam toestandswerkwoord + tho   => is voor alle anderen (mannelijk niet-Arowak/ vrouwelijk/dieren en zaken, enkelvoud en meervoud)

     

    thi en tho zijn achtervoegsels die verwijzen naar het onderwerp (betrekkelijke achtervoegsels)

    Voorbeeld:
    "Aba semetho awarha-itâsa"  of "Aba awarha-itâsa seme-tho => letterlijk betekent dit:  gestampte awarha die lekker is. Vrij vertaald is dit: een lekkere awarhasap.

    "die lekker is" = een betrekkelijke bijzin die iets zegt over de gestampte awarha.

     

     

    Aba seme-tho papâya-ura 
    Aba papâya-ura seme-tho
    => letterlijk: een papaja sap dat lekker is => vrije vertaling: een lekkere papaja sap
     
    to borha-tho kashiri 
    to kashiri borha-tho
    => letterlijk: de kashiri die zuur is => vrije vertaling: een zure kashiri
     
    to wakara-tho pero 
    to pero wakara-tho

    => lett: de hond die mager is - vrij vert: de magere hond

    to hishi-tho pêro 
    to pêro hishi-tho
     => de hond die stinkt

    tora halekhebe-tho hyaro 
    tora hyaro halekhebe-tho
     => de vrouw die tevreden/blij is

     

    Zoals je ziet kan de betrekkelijke bijzin zowel vóór als na het zelfstandig naamwoord komen te staan: beide zijn aanvaardbaar.
     
    Zie ook het hoofdstuk dat handelt over de betrekkelijke bijzinnen.

     

    15-05-2023 om 00:00 geschreven door Moro  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    26-02-2023
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Quiz - Ada iwi

    Hallo iedereen,

    vandaag heb ik een korte quiz gemaakt. Ik wou dat eens uitproberen.

    Zie de link hier: het gaat over vruchten die we allemaal wel kennen maar ken je de Arowakse naam ervan?
    Doe de quiz en test je kennis.





    Linda

    26-02-2023 om 00:53 geschreven door Moro  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    13-02-2023
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.8.6 Nog voorbeelden van zinnen met toestandswerkwoorden

    Nog zinnen met toestandswerkwoorden:
    firo = dik zijn
    firo de = ik was dik 
    firo_ka de = ik ben dik 
    minkho firo_n de = ik ben erg dik 
    dapêron minkho firo_n = mijn hond is erg dik 
     
    wakara = mager zijn
    wakara_ka de = ik ben mager 
    minkho wakara_n de = ik ben erg mager 
    lira minkho wakara_n = hij is erg mager
    to pêro minkho wakara_n = die hond is erg mager 
    861
     
    halokosha = dorst hebben
    halokosha de = ik had dorst
    halokosha_ka de = ik heb dorst 
    minkho halokosha_n de = ik heb erge dorst
    dasabe halokosha_ka = mijn kinderen hebben dorst
    dasabe minkho halokosha_n = mijn kinderen hebben erge dorst 
     
    fonasha = honger hebben
    fonasha de = ik had honger 
    fonasha_ka de = ik heb honger 
    minkho fonasha_n de = ik heb erge honger
    862
     
    makamodwa = verdrietig zijn
    wei makamodwâ_ka [makkammoedwaaka] = wij zijn verdrietig 
    wei minkho makamoedwa_n = wij zijn erg verdrietig
    narabe makamoedwâ_ka = zij zijn verdrietig 
    minkho na_makamodwa_n = zij zijn erg verdrietig 
    thu_makamoedwâ_ka = ze is verdrietig 
    minkho thu_makamoedwa_n = ze is erg verdrietig
    halekhebe = blij zijn, tevreden, gelukkig
    halekhebe_ka de = ik ben blij 
    minkho halekhebe_n de = ik ben heel blij 
    863
    mamari = missen
    mamari_ka de = ik mis 
    mamari_ka bi_bithiro de = ik mis je
    minkho mamari_n bi_bithiro de = ik mis je veel                                                                                                               864
     
    keika = slim zijn
    keika ka de = ik ben slim 
    minkho keika_n de = ik ben heel slim 
    lira minkho keikan = hij is heel slim
    keika ka i = hij is slim (keika ka li)
    tora minkho keikan = zij is heel slim
    keika ka no = zij is slim
    865

    13-02-2023 om 21:58 geschreven door Moro  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    28-01-2023
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.8.5 Mimin (koud) en Theren (heet)
     
    Laten we het hebben over de begrippen "koud" en "heet" => in het Loko Dian wordt dit weergegeven door werkwoorden die een toestand weergeven (toestandswerkwoorden)
     
    KOUD = MIMI 
     
    mimi-n = koud zijn
    mimi-n  => met "n" hebben we de ondergeschikte vorm van het werkwoord 
    (of de infinitief zoals de meesten dat kennen)
    mimi => dit is de stam (het basis deel van het werkwoord waaraan de uitgangen worden toegevoegd 
    of andere woorden van worden afgeleid)
     
    mimili-n; himili-n = fris zijn, maar betekent ook mistig zijn (vroeg in de ochtend)
    Himili-n (ondergeschikte vorm)
    Himili (stam)
    Voorbeeld dat veel wordt gebruikt:
    in de vroege ochtend groeten : "Himili-wabo" (letterlijk = "erg fris/erg mistig")
    antwoorden: "enhe, hadjake tha himili-n" (ja, het is erg fris )
     
     
     
    Zinnen met mimi-n (koud zijn)
    mimi ka de = ik heb het koud (letterlijk: ik ben koud geworden)
    "ka" verwijst naar een toestand die het resultaat is van een proces dat gedaan is
     
    Onderstaande zinnen bevatten persoonlijke voornaamwoorden: (        Dei /  bî /     tora   /  lira  /  wei  /   hî   /  nei, nara  ) 
    dei mimi ka = ik heb het koud  (gekregen) => resultaat van het proces van het koud krijgen
    lira mimi ka = hij heeft het koud
    wei mimi ka = wij hebben het koud
    tora mimi ka = zij heeft het koud
    nara mimi ka = zij hebben het koud
     
     
     
     
     
    Nog voorbeelden:
    mimi ka to oniabo = het water is koud (geworden)
    to oniabo mimi ka = het water is koud (beide zinnen zijn goed , 'to oniabo' staat standaard achter 'ka' maar kan je dus ook vooraan in de zin zetten)
     
    mimi ka to kadukura = de kadukura is koud (peperwater)
    to kadukura mimi ka = de kadukura is koud
     
    mimi ka to kadukura  hibin = de kadukura is al koud
    to kadukura mimi ka hibin = de kadukura is al koud
     
     
    Onderstaande zinnen zijn met persoons aanwijswoorden reeks B :        
    de  /  bo  / no /  i, li  / we  / he  / ne, ye  = ik    /  jij  /  zij, het  / hij    /  wij  /  jullie  /  zij
     
    mimi ka de = ik heb het koud
    mimi ka i  (mimi ka li) = hij heeft het koud
    mimi ka we = wij hebben het koud
    mimi ka no = zij heeft het koud
    mimi ka ye (mimi ka ne) = zij hebben het koud 
     
                              Opgelet: De persoons aanwijswoorden van reeks B staan altijd achter 'ka'. De volgorde van de woorden kan je dus NIET omdraaien.
     
     
    HEET = THERE
     
    there-n = heet zijn
    there ka to oniabo = het water is heet
    there ka to kadukura = de kadukura is heet
     
    to oniabo mimi ka = > mimi ka no (het water is koud => het is koud)
    to oniabo there ka => there ka no (het water is heet => het is heet)

    28-01-2023 om 00:00 geschreven door Moro  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    23-11-2022
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.8.4 Zinstructuur (met toestandswerkwoorden)
     
    Hier zijn enkele voorbeelden van zinnen met toestandswerkwoorden (tww):
     
    methe = uitgeput,moe zijn
    kari = ziek zijn
    fonasha = honger hebben
     
    1.a) stam toestandswerkwoord  + ka + naamwoord (persoon/ding/dier) => standaardstructuur alhoewel je het naamwoord ook vooraan in de zin mag plaatsen
       b) stam toestandswerkwoord  + ka  + PAW-B(persoonsaanwijswoord reeks B) => PAW-B mag je NIET vooraan in de zin plaatsen!!!
     
    2) Wanneer je min-kho (of mi-ka-kho) gebruikt in de zin dan moet je de ondergeschikte vorm van het werkwoord gebruiken (infinitief) => tww+n (uitgang "n")
    Minkho is eigenlijk ook een toestandswerkwoord(letterlijk betekent het min (weinig zijn) + kho (niet) => niet weinig zijn, veel
     

    (1.b) methe ka de ik ben uitgeput
    (2) minkho methe-n de / mi ka kho methen de ("de" altijd achteraan!) ik ben erg uitgeput
       
    (1.b) kari ka de ik ben ziek
    (2) minkho kari-n de ik ben erg ziek
       
    (1.a) kari ka dashi  (da + shi => dashi (mijn hoofd) ik heb hoofdpijn 
    (2) minkho kari-n dashi (letterlijk: mijn hoofd is erg ziek) ik heb erge hoofdpijn   Wakayâ_03
       
    (1.a) kari ka dateloko (of: dateloko kari ka )  ik heb buikpijn
    (2) minkho kari-n dateloko (of: dateloko minkho kari-n )
     

    ik heb erge buikpijn
       
    (1.b) fonasia ka no. zij heeft honger
    (2) minkho fonasia-n no zij heeft erge honger

    23-11-2022 om 00:00 geschreven door Moro  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    15-11-2022
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Overzicht persoonlijke voornaamwoorden en de persoons aanwijswoorden


    Personen aanwijzen gebeurt met :

     

     

     

    (1)       persoonlijke voornaamwoorden                                                                   Wanneer gebruiken:

    (Ze worden los geschreven en worden gebruikt als je de nadruk

     wilt leggen op die persoon waarover het gaat.)

             ik    /  jij  /  zij, het  / hij    /  wij  /  jullie  /  zij

    om iemand aan te duiden die de actie uitvoert (bij actieve werkwoorden) = onderwerp

            Dei /  bî /     tora   /  lira  /  wei  /      /  nei, nara 

     

    => uitspraak:  [deej - bie - torra - lierra - weej - hie - neej/narra]

    met nadruk op de persoon

     

     zijn ook bezittelijke voornaamwoorden

     

    (2)      persoons aanwijswoorden van de A-reeks

    (het zijn voorvoegsels dwz ze worden vast geschreven

    aan het woord dat volgt)

    om iemand aan te duiden die de actie uitvoert (bij actieve werkwoorden) = onderwerp

            da-, bu-, thu-, lu-, wa-, hu-, na- 

    => uitspraak:  [da, be ,the ,le , wa , he , na]

    zonder nadruk op die persoon te leggen

     

    zijn ook bezittelijke voornaamwoorden

     

     

     

     

    (3)      persoons aanwijswoorden van de B-reeks

    (ze komen NA het toestandswerkwoord en

    ze worden los geschreven ervan)

     om mens, dier of ding aan te duiden die de actie ondergaat bij actieve werkwoorden

        = lijdend voorwerp 

     

           de  /  bo  / no /  i, li  / we  / he  / ne, ye

    om mens, dier of ding aan te duiden die de toestand ondervindt bij

    toestandswerkwoorden = onderwerp

     

     

    zonder nadruk op die persoon te leggen

     

     

    bezittelijke voornaamwoorden => neen!

    Voorbeelden

     

     

    Dukhu-n = zien = actief werkwoord (drukt een handeling uit)

     Methe-n = moe zijn = toestandswerkwoord (drukt een toestand uit)

    dei dukha (1) = ik zie / ik heb gezien

     dei methe ka (1)  = ík ben moe

    dadukha (2) = ik zie

     methe ka de (3)  = ik ben moe

    dadukha no (2)+(3) = ik zie het ik zie haar

     minkho methen de (3) = ik ben heel moe

    tora dukha (1) = zij ziet

     lira methe ka (1) = hij is moe

    thudukha (2) = zij ziet

     methe ka i (3) = hij is moe

    tora dukha de (2)+(3) = zij ziet mij

     minkho methen li (3) = hij is heel moe


     


    15-11-2022 om 00:00 geschreven door Moro  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    02-02-2021
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.8.3 Toestandswerkwoorden - lijst - NL-ARW
     
    Dit is dezelfde lijst van toestandswerkwoorden in alfabetische volgorde vanuit het Nederlands.
    Nederlands - Arowaka
     
     
      aangenaam zijn, lekker k�yan  
      alert zijn koyan; kakoyan  
      bang zijn hamaron  
      beter sareken  
      bitter sifen  
      blauw zijn barow  
      blauw zijn (wanneer iets bederft) urhudaban  
      blauwe plek hebben, kneuzing hebben urhuduban  
      blind zijn mafan [maffang]  
      blinken, schitteren helon  
      blinken, schitteren, licht zijn kalemen  
      bloeden kathunan  
      bot (niet scherp) mamanan  
      bruin zijn, grijs zijn urhihin  
      brutaal, gek, krankzinnig malokon  
      buigzaam, plooibaar, flexibel durhudan  
      diarree hebben kasoren  
      dik zijn (dikke huid) hananan  
      dik, groot (zijn) firon  
      dom (zijn) meikan  
      donker zijn, (geen licht) orhirokon  
      donker zijn, bruin orhin  
      doof zijn maikadun  
      doof zijn meikan (meer scheldende betekenis)  
      doofstom zijn madian  
      dorstig zijn (dorst hebben) alokoshan  
      down zijn, depressief  nukamun  
      dronken zijn somolen  
      droog zijn wan  
      dun zijn oridan [oeridang]  
      duur zijn kayownan  
      eerlijk zijn mamorikan [mammoerikang]  
      eerst, op de eerste plaats atunwan  
      er niet meer zijn (gestorven zijn) kawan  
      flink (zijn), ambitieus, ijverig emekhon  
      geel (zijn), bleek hehen  
      gefermenteerd zijn, zuur borhan, borhanan  
      gekruld zijn kakarhin  
      gelijk zijn (even=gelijke delen) hurukun  
      gepijnigd zijn, gekweld hamaromaron, hamarothinan  
      gestorven zijn/ niets weten �don  
      getemd zijn makoyan  
      gewond zijn �korhin  
      gewond zijn kasekhon  
      gezond zijn makar�n  
      gierig hebzuchtig hikiahan  
      glad zijn, glibberig folifolin  
      glad zijn, glibberig thelethelen  
      goed zijn san  
      goedkoop zijn mayownan  
      gretig, hongerig zijn kamunashin  
      groen (nog niet rijp)  sobolen  
           
      groot zijn kayarakhonan [kajarakhonan]  
      hebben �mun; k�mun  
      heet zijn (van zon, vuur) theren  
      hobbelig tolatolan  
      hobbelig, met bulten kakorhon  
      hoekig zijn kainarokon  
      hongerig zijn (honger hebben) fonasian (fonashan)  
      hoog zijn ayomun  
      ijverig zijn thorheben  
      in moeilijkheden zijn, arm zijn kamonekan  
      in staat zijn, kunnen wadilin  
      jong zijn (in leeftijd) bikhidolian  
      kalm zijn muyamuyan  
      kalm zijn, (niet boos zijn) maiman  
      klein (kort van gestalte) besekhen  
     

    klein (zijn)

    kind zijn vóór de puberteit)

    shokon

    ilon

     
      kort (niet lang) mawadin  
      koud zijn  (damp =�) mimin   
      laag zijn onabon  
      lang zijn wadin  
      lekker zijn semen  
      lelijk zijn, slecht zijn wakhayan  
      licht (van gewicht) zijn thorhan  
      lui (zijn) oyehen  
      luid zijn (luidruchtig) kakanakun  
      mager zijn wakaran  
      modderig, troebel kopen  
      modderig, troebel roron  
      moe methen  
      moe zijn (geen kracht meer, verzwakt), zwak kholen  
      moeilijk zijn kamothinan  
      mooi, aangenaam, charmant, aantrekkelijk, verleidelijk zijn saban  
      nat zijn, vochtig yoyon  
      niet rijp zijn (nog groen zijn van fruit) makorhen  
      nieuw zijn hemelian / emelian  
      ondoorzichtig, troebel komukun  
      oneerlijk zijn kamorikan [kammoerikang]  
      op zijn, verbruikt harhan  
      opgezwollen kasarhan  
      oud (matuur) zijn adayan   
      oud (niet nieuw) w�don  
      rauw (van vlees) hiyan, iya  
      rijp (fruit) korhen  
      rond zijn balalan  
      rood (zijn), ook oranje korhen  
      scherp zijn kamanan  
      slaperig tabushan  
      slim (zijn) keikan  
      smakelijk zijn (van voedsel) k�yan  
      smal (niet breed), eng basaban  
      smal (niet breed), eng mabilokon  
      snel zijn k�lun, kalun   
      snel zijn meran, miran  
      spraakzaam k�kakolen  
      steelziek zijn, geneigd om te stelen kathikeben  
      sterk zijn dukhudan  
      sterk zijn tatan  
      stinken hishin  
      streng/boosaardig/slecht wakhayakho (wakhayan kho)  
      streng/boosaardig/slecht/agressief kaiman/ keiman  
      tam zijn (gewoon zijn aan menselijk contact) dishan  
      tevergeefs, doelloos zijn �suron  
      tevreden/ blij zijn halekheben  
      traag m�lun   
      traag zijn  (iets doen) m�lun   
      traag zijn  (iets doen) sabakan  
      veel (niet weinig) zijn (erg) min...kho, minka�kho, minthi�kho, min min kho  
      veel zijn (talrijk) yohon (= abarokho)  
      ver  tahan  
      verdrietig zijn (je treurt) makamun [makammong]  
      verhard kadaran  
      verkouden zijn thonolisian  
      verlegen zijn, beschaamd zijn haborin  
      verlengd zijn, in horizontale positie  burhên  
      verliefd zijn kaiwen  
      verloren zijn kashinan  
      verschenen zijn karayan  
      vlezig, mollig zijn hibiron  
      vlijtig/ijverig  zijn (zin voor werken hebben) kamoeranin  
      vol zijn, gevuld heben  
      voltooid zijn, af zijn hibin  
      volwassen zijn, matuur zijn thoyon  
      volwassen zijn, oud zijn heben  
      vriendelijk/lief sathiloan  
      vriendelijk/lief satholoan  
      vroeg zijn wabodin  
      vruchtbaar zijn (vruchten dragend) kiwin  
      vuil zijn (smerig, vies) balihin  
      vuil zijn (smerig, vies) ereben (seken; balihin)  
      vuil zijn (smerig, vies) seken  
      wankelend, onstabiel zijn lamalaman  
      warm zijn (lauw) wereben  
      weinig (in aantal) zijn mayohon  
      weinig zijn, minste min  
      wijd, breed zijn kabilokon  
      wit zijn harhiran  
      zacht zijn (van zand) fofon  
      zacht zijn / verlamd zijn bele-n   
      ziek zijn karîn  
      zoet-zuur tumuren  
      zwaar zijn; ernstig zijn kudun  
      zwart zijn kharemen  
           

    02-02-2021 om 00:00 geschreven door Moro  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 1/5 - (1 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    01-02-2021
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.8.2 Toestandswerkwoorden - lijst - ARW-NL
    Dit zijn toestandswerkwoorden in de ondergeschikte vorm (stam+n)
    Arowaka - Nederlands
     
      adayan  oud (matuur) zijn  
      alokoshan dorstig zijn (dorst hebben)  
      âmun; kâmun hebben  
      atunwan eerst, op de eerste plaats  
      ayomun hoog zijn  
      balalan rond zijn  
      balihin vuil zijn (smerig, vies)  
      barow blauw zijn  
      basaban smal (niet breed), eng  
      belen  zacht zijn / verlamd zijn  
      besekhen klein (kort van gestalte)  
      bikhidolian jong zijn (in leeftijd)  
      borhan, borhanan gefermenteerd zijn, zuur  
      burhên verlengd zijn, in horizontale positie   
      dishan tam zijn (gewoon zijn aan menselijk contact)  
      dukhuda-n sterk zijn  
      durhudan buigzaam, plooibaar, flexibel  
      emekhon flink (zijn), ambitieus, ijverig  
      ereben (seken; balihin) vuil zijn (smerig, vies)  
      firon dik, groot (zijn)  
      fofon zacht zijn (van zand)  
      folifolin glad zijn, glibberig  
      fonasian (fonashan) hongerig zijn (honger hebben)  
      haborin verlegen zijn, beschaamd zijn  
      halekheben tevreden/ blij zijn  
      hamaromaron, hamarothinan gepijnigd zijn, gekweld  
      hamaron bang zijn  
      hananan dik zijn (dikke huid)  
      harhan op zijn, verbruikt  
      harhiran wit zijn  
      heben vol zijn, gevuld  
      heben volwassen zijn, oud zijn  
      hehen geel (zijn), bleek  
      helon blinken, schitteren  
      hemelian / emelian nieuw zijn  
      hibin voltooid zijn, af zijn  
      hibiron vlezig, mollig zijn  
      hikiahan gierig hebzuchtig  
      hishin stinken  
      hiyan, iya rauw (van vlees)  
      hurukun gelijk zijn (even=gelijke delen)  
      îkorhin gewond zijn  
      ilon klein zijn (kind vóór de puberteit)  
      kabilokon wijd, breed zijn  
      kadaran verhard  
      kaiman/ keiman streng/boosaardig/slecht/agressief  
      kainarokon hoekig zijn  
      kaiwen verliefd zijn  
      kâkakolen spraakzaam  
      kakanakun luid zijn (luidruchtig)  
      kakarhin gekruld zijn  
      kakorhon hobbelig, met bulten  
      kalemen blinken, schitteren, licht zijn  
      kamanan scherp zijn  
      kamoeranin vlijtig/ijverig  zijn (zin voor werken hebben)  
      kamonekan in moeilijkheden zijn, arm zijn  
      kamorikan [kammoerikang] oneerlijk zijn  
      kamothinan moeilijk zijn  
      kamunashin gretig, hongerig zijn  
      karayan verschenen zijn  
      karîn ziek zijn  
      kasarhan opgezwollen  
      kasekhon gewond zijn  
      kashinan verloren zijn  
      kasoren diarree hebben  
      kathikeben steelziek zijn, geneigd om te stelen  
      kathunan bloeden  
      kawan er niet meer zijn (gestorven zijn)  
      kayarakhonan [kajarakhonan] groot zijn  
      kayownan duur zijn  
      keikan slim (zijn)  
      kharemen zwart zijn  
      kholen moe zijn (geen kracht meer, verzwakt), zwak  
      kiwin vruchtbaar zijn (vruchten dragend)  
      komukun ondoorzichtig, troebel  
      kopen modderig, troebel  
      korhen rijp (fruit)  
      korhen rood (zijn), ook oranje  
      koyan; kakoyan alert zijn  
      kudun zwaar zijn; ernstig zijn  
      kûlun, kalun [kaaling] snel zijn  
      kûyan aangenaam zijn, lekker  
      kûyan smakelijk zijn (van voedsel)  
      lamalaman wankelend, onstabiel zijn  
      mabilokon smal (niet breed), eng  
      madian doofstom zijn  
      mafan [maffang] blind zijn  
      maikadun doof zijn  
      maiman kalm zijn, (niet boos zijn)  
      makamun [makammong] verdrietig zijn (je treurt)  
      makarîn gezond zijn  
      makorhen niet rijp zijn (nog groen zijn van fruit)  
      makoyan getemd zijn  
      malokon brutaal, gek, krankzinnig  
      mamanan bot (niet scherp)  
      mamorikan [mammoerikang] eerlijk zijn  
      mawadin kort (niet lang)  
      mayohon weinig (in aantal) zijn  
      mayownan goedkoop zijn  
      meikan dom (zijn)  
      meikan (meer scheldende betekenis) doof zijn  
      meran, miran snel zijn  
      methen moe  
      mimin  koud zijn  (damp =�)  
      min weinig zijn, minste  
      min...kho, minka-kho, minthi-kho, mintho-kho veel (niet weinig) zijn (erg)  
      mûlun  traag  
      mûlun  traag zijn  (iets doen)  
      muyamuyan kalm zijn  
      nukamun down zijn, depressief   
      ôdon gestorven zijn/ niets weten  
      onabon laag zijn  
      orhin donker zijn, bruin  
      orhirokon donker zijn, (geen licht)  
      oridan [oeridang] dun zijn  
      ôsuron tevergeefs, doelloos zijn  
      oyehen lui (zijn)  
      roron modderig, troebel  
      sabakan traag zijn  (iets doen)  
      saban mooi, aangenaam, charmant, aantrekkelijk, verleidelijk zijn  
      san goed zijn  
      sareken beter  
      sathiloan vriendelijk/lief  
      satholoan vriendelijk/lief  
      seken vuil zijn (smerig, vies)  
      semen lekker zijn  
      shokon klein (zijn)  
      sifen bitter  
      sobolen groen (nog niet rijp)   
      somolen dronken zijn  
      tabushan slaperig  
      tahan ver   
      tata-n sterk zijn  
      thelethelen glad zijn, glibberig  
      theren heet zijn (van zon, vuur)  
      thonolisian verkouden zijn  
      thorhan licht (van gewicht) zijn  
      thorheben ijverig zijn  
      thoyon volwassen zijn, matuur zijn  
      tolatolan hobbelig  
      tumuren zoet-zuur  
      urhihin bruin zijn, grijs zijn  
      urhudaban blauw zijn (wanneer iets bederft)  
      urhuduban blauwe plek hebben, kneuzing hebben  
      wabodin vroeg zijn  
      wadilin in staat zijn, kunnen  
      wadin lang zijn  
      wâdon oud (niet nieuw)  
      wakaran mager zijn  
      wakhayakho (wakhayan kho) streng/boosaardig/slecht  
      wakhayan lelijk zijn, slecht zijn  
      wan droog zijn  
      wereben warm zijn (lauw)  
      yohon (= abarokho) veel zijn (talrijk)  
      yoyon nat zijn, vochtig  
           




     
     


           

    01-02-2021 om 00:00 geschreven door Moro  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 1/5 - (1 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    27-01-2021
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.8.1.Toestandswerkwoorden - definitie - stam - ondergeschikte vorm
    Naast de actieve werkwoorden heb je een grote groep toestandswerkwoorden.

    1. Definitie
    Toestandswerkwoorden zijn werkwoorden die een (karakter) eigenschap; toestand uitdrukken.
    Ze verwoorden nooit een beweging of activiteit.
    In het Nederlands kennen we ze als adjectieven maar in het Arowaka hebben zij eerder de kenmerken van werkwoorden.
     
    2. De stam 
     
    De STAM = het basisdeeltje van het werkwoord.
    Hieraan worden woorddeeltjes aan toegevoegd (voorvoegsels, klanken, achtervoegsels,) waardoor de zin vorm en betekenis krijgt.
    Ook kan men van de stam andere (nieuwe) zelfstandige naamwoorden maken.
    De woorddeeltjes (achtervoegsels ) die we zagen bij de actieve werkwoorden zien we ook bij deze toestandswerkwoorden: de betekenis
    die aldus verkregen wordt kan enigszins verschillen met die van de actieve werkwoorden.
     
    3. Ondergeschikte vorm  "stam + n"

    Als we de klank "n" toevoegen aan de stam dan bekom je het werkwoord in de ondergeschikte vorm ( infinitief)
    ayomu => ayomu-n  (hoog zijn)
    balala => balala-n  (rond zijn)
     
    Wanneer gebruik je de ondergeschikte vorm?
    Wanneer je ww niet in de hoofdzin zit dan gebruik je de ondergeschikte vorm. Maar ook bijvoorbeeld wanneer je een hoofdzin hebt met MIN (weinig) of MIN-KHO (veel) die iets zeggen van een toestands werkwoord. 
    Zo ook bv wanneer je een bijwoord in de zin hebt, zoals hadiake (veel, erg) of baren (meteen) dan gebruik je de ondergeschikte vorm.
     
    => min en min-kho zijn zelf toestandswerkwoorden
    ik heb weinig honger = min fonasha-n de
    ik heb erge honger = min-kho fonasha-n de
    ik heb weinig dorst = min alokosha-n de
    ik heb erge dorst = min-kho alokosha-n de

    het licht is te sterk = hadiake th-a tata-n to kalemehe
    ik ga meteen naar school = bare-da ôsu-n marikota-shikwanro

    Ook wanneer je negatieve zinnen maakt dan gebruik je de ondergeschikte vorm.
    Voorbeeld:
    "ik weet niet = m-eithin-d-a"  (ma+eithin+d+a = ma negatief prefix + eithi-n (weten) + d (ik) + a (leeg werkwoord "a")
    "hij heeft het niet weggegooid = ma borheidin-l-a da no "
    "zij gaat niet naar de stad = m-ôsun-th-a fortonro"



    27-01-2021 om 00:00 geschreven door Moro  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    19-08-2020
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Khondo of Khondi?
    Zeggen waar je woont: "khondo" of "khondi" gebruiken?
     
     
    khondo = bewoner
    khondi = bewoner, ook lichaam 
     
    Het gebruik hangt af van het geslacht van de spreker.

     


    Om uit te drukken waar haar huidige woonplaats is,
    gebruikt een vrouw "khondo"
     
     
     
    Dei to België khondo.
    of
    België khondo dei.
    Beide zinnen betekenen "Ik woon in België";
    "ik ben een bewoner van België"
     
     
    ook kan ze zeggen:
    België to dashikwabana = ik woon in België:
    letterlijk: België is mijn woonplaats
     
     
     
     
     
    Echter een mannelijke spreker zal "khondi"
    gebruiken in plaats van "khondo"
     
     
     
    Dei to Sorhinama khondi.
    of
    Sorhinama khondi dei.
    Beide zinnen betekenen "Ik woon in Suriname".
     
     
    ook kan hij zeggen: (idem als bij de vrouw)
    Sorhinama to dashikwabana = ik woon in Suriname;
    Suriname is mijn woonplaats
     
     





    Meervoud: 1 man+1vrouw samen gebruiken "khondi"
     

     
    Wei to Pwâka khondi = wij wonen op Powakka
    of
    Pwâka khondi wei 
    Beide zinnen betekenen "wij wonen op Powakka"
     
     
    ook kunnen ze zeggen:
    Pwâka to washikwabana = wij wonen op Powakka;
    Powakka is onze woonplaats
     
    alsook:
    Wei to Pwâka khonanon 
    of
    Pwâka khonanon wei
    = wij wonen op Powakka; lett: "wij zijn bewoners van Powakka"
     
     
     
    Om uit te drukken van welke plek haar afkomst/origine
     is zegt de vrouw:
     
    Sorhinama wâya_tho dei = ik ben afkomstig van Suriname  
     
    De man zegt:
     
    Koropa wâya_thi dei = ik ben afkomstig van Matta
     
    meervoud
     
    Pwâka wâya_thi wei = wij zijn afkomstig van Powakka
     
    Je kan ook zeggen waar je geboren bent:
     
    Pwâkan dadukha-koba to kasakaboho. = Ik ben geboren op Powakka.
    (lett. "Powakka (waar) ik de dag zag"
     
    idem
    Korhopan dadukha-koba to kasakaboho. = Ik ben geboren in Matta.
     
    idem
    Pwâkan wadukha-koba to kasakaboho = wij zijn geboren op Powakka



    voorbeelden:  
    Dei to Linda. Ik ben Linda.
    België wâya tho dei. Ik ben Belgische (ik ben van B. afkomst)
    Lî to darethi. Hij is mijn man.
    Lîri to Edson. Zijn naam is Edson.
    Sorhinama waya_thi lî. Hij is Surinamer (hij is van Surinaamse afkomst)
    Wei to Lokonon khen België khondi wei. Wij zijn Lokonon inheemsen en we wonen in België.
    België to washikwabana. Wij wonen in België.
       
    België wâya_tho dei, Brussel-nin dadukha-koba to kasakaboho. Ik ben van Belgische afkomst, ik ben geboren in Brussel. (vrouwelijke spreker)
    Sorhinama wâya_thi dei, Pwâkan dadukha-koba to kasakaboho.  Ik ben van Surinaamse afkomst, ik ben geboren op Powakka. (mannelijke spreker)


    19-08-2020 om 00:00 geschreven door Moro  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    04-07-2020
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Inzamelactie ten voordele van Inheemse dorpen in Suriname

    Geachte,
    Samen met mijn vriendin Carmelita heb ik een inzamelingsactie opgestart eind juni met de bedoeling de meest kwetsbare gezinnen van de Inheemse gemeenschap in Suriname te ondersteunene met een voedselpakket.
    In Suriname zijn de prijzen in de winkels namelijk erg gestegen sinds de lockdown begin juni.
    U kan ons helpen met te doneren op:
     


    Bekijk ook mijn filmpje op youtube

    Uw steun wordt enorm gewaardeerd!
    Linda





    04-07-2020 om 11:54 geschreven door Moro  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    15-06-2020
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Iemand voorstellen/Zeggen hoe iemand verwant aan je is

    1.Wanneer jij eerst iemand voorstelt aan iemand anders (voordat de andere ernaar vraagt):
    Een familielid voorstellen aan iemand: (je familielid staat erbij)
    Lihi to dathi. Dit is mijn vader.
    Lihi to dôkithi. Dit is mijn jongere broer. (mannelijke spreker)
    Toho to dato. Dit is mijn dochter.
    Toho to dayo. Dit is mijn moeder.
    Hier zeg je hoe iemand verwant aan je is (je familielid staat niet erbij)
    Lî to dathi. Lîri to Michel. Hij is mijn vader. Zijn naam is Michel.
    Lî to dabianthe. Hij is mijn echtgenoot. (dit is mijn echtgenoot)
    Lî to dathilikithi. Hij is mijn jongere broer.(de spreker is vrouwelijk)
    To to dareitho. Zij is mijn vrouw.
    To to dabianthe. Zij is mijn vrouw (echtgenote).
    To to dato. Zij is mijn dochter.
    To to dakuthu. To to dayo oyo. Zij is mijn oma (mijn moeders moeder).
    Na to dasabe. Zij zijn mijn kinderen.
    Na to dathoyoranon. Zij zijn mijn ouders.
    Na to dayo yonônthi. Zij zijn mijn grootouders (mijn moeders ouders).
    Na to dadokoti matho dakhuthu. Zij zijn mijn grootouders.
    Na to dathi yonônthi. Zij zijn mijn grootouders (mijn vaders ouders).
    Na to dalusuyôthi. Zij zijn mijn twee kleinkinderen.
    Na to dalusuyôthibe. Zij zijn mijn kleinkinderen (meer dan 2 ).
    of nog:
    Dei to bithi. Ik ben je vader.
    To to boyo. Zij is je moeder.
    Lî to bithi. Hij is je vader.
    Toho to boyo. Zij is je moeder.(de persoon naar wie je verwijst staat dichtbij de spreker)
    Lihi to bithi. Hij is je vader.(de persoon naar wie je verwijst staat dichtbij de spreker)
    Toraha to boyo. Zij is je moeder. (de persoon naar wie je verwijst staat wat verder af van de spreker)
    Liraha to bithi. Hij is je vader. (de persoon naar wie je verwijst staat wat verder af van de spreker)


    2. Wanneer iemand je vraagt wie iemand is. (zie ander hoofdstuk)


    15-06-2020 om 00:00 geschreven door Moro  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 1/5 - (1 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    23-01-2020
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Dâkâha abâli halikhan nin dei. Ik stel me voor aan iemand.
    Klik op de afbeelding om de link te volgen










    Ik stel me voor aan iemand. Dâkâha abâli halikhan nin dei. Halikhan nin dei 1
    Dei to Erwin. Ik ben Erwin
    Dei to Linda. Ik ben Linda 
    Dei îri to Erwin. Míjn naam is Erwin. 
    Deiri to Erwin.  M'n naam is Erwin.
    Het verschil tussen de twee zinnen is dat bij de eerste je de nadruk legt op "mijn".
    Dei îri to Linda. Míjn naam is Linda.
    Deiri to Linda.  M'n naam is Linda.
      deiri komt van da+îri (m'n + naam) da + îri => deiri (korte klinker "a" [a] naast de lange klinker "î" [ie]  wordt een tweeklank "ei" [eej]
    Halikhan nin dei 2
    voorbeelden:
    Dei to Michel. Oh, Michel wâbi? [waabie] Ik ben Michel. Oh, je bent Michel? Halikhan nin dei 3
    Dei to Michel. Oh, bî to mun Michel thâ? Ik ben Michel. Oh, je bent dus Michel waarover zij sprak. Halikhan nin dei 4
    ("zij" kan bijvoorbeeld zijn de moeder van Michel die vaak over haar zoon heeft gesproken)
    Dei îri to Michel. Oh, bî îri to Michel? Mijn voornaam is Michel. Oh, jouw naam is Michel? Halikhan nin dei 5
    Dei to Linda. Oh, Linda wâbi? [waabie] Ik ben Linda. Oh, jij bent Linda? Halikhan nin dei 6
    Dei to An. Oh, An wâ bî? Oh, bî to mun An thâ? Ik ben An. Oh, jij bent An? Oh, jij bent dus An waarover zij sprak. Halikhan nin dei 7
    ("zij" kan bijvoorbeeld zijn de moeder van An die vaak over haar dochter heeft gesproken)
    Dei to Linda. Oh, bî to mun Linda nâ?  Ik ben Linda. Oh, jij bent dus Linda waarover ze praten. Halikhan nin dei 8
      [deej to linda. Ooh, bie to mong linda naa?]
    Dakurukya to Biswane. Mijn familienaam is Biswane. (letterlijk: mijn stam is Biswane)
    Dakurukya to Cabolefodo. Mijn familienaam is Cabolefodo. (letterlijk: mijn stam is Cabolefodo)
    Wei to Biswanenon. Wij zijn van de familie Biswane. Halikhan nin dei 9
    Nâ to dayônonbe Biswanenon Poâkha khonanon. De Biswane mensen van Powakka zijn mijn familie.
    Oh, nâbe wâ to boyônon? Oh, zij zijn je familie? Halikhan nin dei 10
    Dei to An Biswane oto. Ik ben de dochter van An Biswane.
    Oh, bî wâto An Biswane oto? Oh, je bent de dochter van An Biswane?
    Enhe, dei to.  Ja dat ben ik.
    Enhe kia to. Ja, dat is het.
    Enhe toradi wabo. Ja dat is zo (dat is waar).
    Enhe ki din wabo. Ja dat is zo. Halikhan nin dei 11

    23-01-2020 om 00:00 geschreven door Moro  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (1 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    05-04-2019
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Wakayâ li ka thôsun boma… (wanneer het slecht gaat met je...) update
    Ik heb nog een paar zinnen toegevoegd in de tekst van 31/03/2019.



    05-04-2019 om 00:00 geschreven door Moro  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 3/5 - (4 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    31-03-2019
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Wakayâ li ka thôsun boma… (wanneer het slecht gaat met je...)
    Klik op de afbeelding om de link te volgen


















    Wakayâ_01


    We zagen eerder hoe je kan vragen hoe iemand het maakt. Bij het groeten zegt men dan "halika diako ba?" wat betekent "hoe gaat het met je?". 
    Vaak hoor je als antwoord: "damothenko da" (het gaat goed met me) of "damothenko da tokolokodi" (het gaat rustig, stilletjes):
    sâ li ka thôsun boma (als het goed gaat met je).
    Men zal het niet snel zeggen maar het kan natuurlijk ook zijn dat het niet goed gaat met de andere persoon.
    Dit zijn mogelijke situaties:


    Sâ kho thôsun dama…/Sâya kho thôsun dama… Het gaat niet goed met me…
    Sâ kho thôsun wama…/Sâya kho thôsun wama… Het gaat niet goed met ons…
    Sâ kho thôsun boma…. Het gaat niet goed met je…   Wakayâ_02
    metheka de ik ben uitgeput
    minkho methen de ik ben erg uitgeput
    karika de ik ben ziek
    minkho karin de ik ben erg ziek
    karika dashi ik heb hoofdpijn 
    minkho karin dashi ik heb erge hoofdpijn   Wakayâ_03
    karika dateloko ik heb buikpijn
    minkho karin dateloko ik heb erge buikpijn
    fonasiâka de. ik heb honger
    minkho fonasian de ik heb erge honger
    yôdâthithâ dashi ik ben duizelig (in mijn hoofd)
    yôdâthithâ dakoshi ik ben duizelig (in mijn ogen)  Wakayâ_04
    ôdâsiâka de ik heb koorts
    minkho ôdâsian de ik heb hoge koorts
    ûruka de ( = mawadilika dakian)  ik ben verstopt (harde buik, ik kan niet "naar de wc gaan")
    minkho ûrun de ik ben erg verstopt
    dasoreda ik heb diarree
    minkho dasoredin ik heb erge diarree
    soredin [sorree djieng] diarree hebben   Wakayâ_05


    En we gaan verder...


    karika dâri ik heb tandpijn
    karika dâbo / karika dâboroko ik heb pijn in mijn rug
    karika dakoro ik heb pijn in/aan mijn knie
    karika danôro ik heb pijn aan mijn nek
    karika dayore ik heb pijn aan de hals
    karika dayore-loko ik heb keelpijn    Wakayâ_06
    karika dakoyoko mijn (binnen)oor doet pijn
    koyoko binnenoor
    dike [djieké] oorschelp   Wakayâ_07
    karika daloa-loko ik heb pijn in mijn borst
    loa [lwa] borst
    kaku [kakke] hart       Wakayâ_08
    karika dayâna mijn hiel doet pijn
    karika dakothi-roko [koetsji rokko] mijn zool (van mijn voet) doet pijn
    karika dabara-toro mijn haar (wortel) doet pijn    Wakayâ_09
    yema ka de ik ben misselijk
    daweda ik heb overgegeven
    Bôsa kari-dukhârin bithiro? Ben je naar de dokter gegaan?
    Mankoan. Nog niet.
    Dôsoa ba bo [dooswa babbo] Ik zal je brengen.
    Dashikâha boma [da sjkaa ha bomma] Ik zal je brengen.
    boma met jou     Wakayâ_10

    31-03-2019 om 00:00 geschreven door Moro  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 3/5 - (4 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    22-02-2019
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Antwoord meerkeuzevraag
    Klik op de afbeelding om de link te volgen








    Het juiste antwoord was c.
     "Mishâkoba ôsun...khen bu-dukhuha aba balalatho waboroko, khen ôsareba koan" - Ga rechtdoor...en je zal een rotonde (lett.ronde weg) zien, en dan ga je rechtdoor (lett.blijven gaan).

    22-02-2019 om 23:53 geschreven door Moro  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    06-02-2019
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Kies het juiste antwoord.
    Klik op de afbeelding om de link te volgen











    Welke zin is het juiste antwoord?

    Een man vraagt de weg aan een vrouw.
    Kijk naar de foto en vervolledig de zin van de vrouw: "Mishâkoba ôsun...



    a. khen bu-dukhuha aba balalatho waboroko, khen bôsa beisa mâya

    b. khen bu-dukhuha aba waboroko khalemetonoan, khen mishâkoba ôsun

    c. khen bu-dukhuha aba balalatho waboroko, khen ôsareba koan

    06-02-2019 om 00:00 geschreven door Moro  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 1/5 - (2 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    03-02-2019
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Halika dankha adakoton waboroko? - Hoe kan ik de weg vragen? deel 3
    Klik op de afbeelding om de link te volgen
     
     
     
     
     
     
     
     
     
    Halika ôson yonro? Hoe ga je daar naartoe?
    Halika bâ kha ôson yonro? Hoe ga je daar eigenlijk naartoe?
    Halika kha ôson yonro? Hoe gaan jullie daar naartoe?
       
       
    Kothi khona suha. Ik zal te voet gaan.
    Kothi khona suha. Wij zullen te voet gaan.
    kothi [koetsji] voet
    Daridikoana loko dôsuha. Ik ga met de auto.
    Miyo loko dôsuha. Ik ga met de boot (grote boot,schip).
       
       
    Daridikoana loko wôsuha. Wij gaan met de auto.
    Trein loko wôsuha. Wij gaan met de trein.
    Koyara loko wôsuha. [koejarra lokko wooso ha] Wij gaan met de boot (kleine boot, korjaal).
     
     
     
     
    Halika dâ kha ôsun yonro? Hoe ga ik daar eigenlijk naartoe?
    Halika dankha ôsun yonro? Hoe kan ik daar naartoe gaan?
    Halika wankha ôsun yonro? Hoe kunnen wij daar naartoe gaan?
    Hôsâma koyara loko. Jullie kunnen met de boot gaan.
    Hôsâma daridikoana loko. Jullie kunnen met de auto gaan.
    Bôsâma trein loko. Je kan met de trein gaan.
    Bôsâma kothi khona. Je kan te voet gaan.
       

      Waboroko3.mp4  

     
       
     

    03-02-2019 om 00:00 geschreven door Moro  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
    >> Reageer (0)


    Archief per week
  • 05/01-11/01 2026
  • 29/12-04/01 2026
  • 06/10-12/10 2025
  • 22/09-28/09 2025
  • 18/08-24/08 2025
  • 21/07-27/07 2025
  • 14/07-20/07 2025
  • 30/12-05/01 2025
  • 16/12-22/12 2024
  • 15/07-21/07 2024
  • 26/02-03/03 2024
  • 06/11-12/11 2023
  • 22/05-28/05 2023
  • 15/05-21/05 2023
  • 20/02-26/02 2023
  • 13/02-19/02 2023
  • 23/01-29/01 2023
  • 21/11-27/11 2022
  • 14/11-20/11 2022
  • 01/02-07/02 2021
  • 25/01-31/01 2021
  • 17/08-23/08 2020
  • 29/06-05/07 2020
  • 15/06-21/06 2020
  • 20/01-26/01 2020
  • 01/04-07/04 2019
  • 25/03-31/03 2019
  • 18/02-24/02 2019
  • 04/02-10/02 2019
  • 28/01-03/02 2019
  • 17/12-23/12 2018
  • 12/03-18/03 2018
  • 26/02-04/03 2018
  • 19/02-25/02 2018
  • 06/11-12/11 2017
  • 24/07-30/07 2017
  • 10/07-16/07 2017
  • 26/06-02/07 2017
  • 19/06-25/06 2017
  • 31/10-06/11 2016
  • 03/10-09/10 2016
  • 16/05-22/05 2016
  • 28/03-03/04 2016
  • 22/02-28/02 2016
  • 25/01-31/01 2016
  • 07/12-13/12 2015
  • 23/11-29/11 2015
  • 31/08-06/09 2015
  • 11/05-17/05 2015
  • 04/05-10/05 2015
  • 27/04-03/05 2015
  • 23/03-29/03 2015
  • 16/03-22/03 2015
  • 23/02-01/03 2015
  • 26/01-01/02 2015
  • 08/12-14/12 2014
  • 24/11-30/11 2014
  • 08/09-14/09 2014
  • 01/09-07/09 2014
  • 26/05-01/06 2014
  • 21/04-27/04 2014
  • 27/01-02/02 2014
  • 20/01-26/01 2014
  • 09/12-15/12 2013
  • 11/11-17/11 2013
  • 28/10-03/11 2013
  • 21/10-27/10 2013
  • 14/10-20/10 2013

    E-mail mij

    Druk op onderstaande knop om mij te e-mailen.


    Gastenboek

    Druk op onderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek


    Blog als favoriet !

    andere interessante links
  • native languages of the Americas


  • Blog tegen de wet? Klik hier.
    Gratis blog op https://www.bloggen.be - Meer blogs