Daan en Oom Hans waren de hal aan het schilderen. De emmer verf viel van de ladder. Heel de grond zag wit. Toen gingen ze slapen.
Daan werd wakker, hij had iets gehoord. Hij ging naar de hal. Daan zag witte voetsporen. Het was iemand onzichtbaar. Daan kroop terug in zijn slaapzak. De volgende dag was Daan al vroeg wakker. Samen met oom Hans ging hij naar de supermarkt. Toen zei Oom Hans: "Over drie dagen houden we hier een stoomfeest en dan zetten we een stoomlocomotief."
Dan deden ze verder met boodschappen in de supermarkt. De baas van de supermarkt zei tegen Daan: "Ben je niet bang van Struwen Bart?"
Ze hadden heel de dag gewerkt om de plas verf op te kuisen.
's Avonds vertelde Oom Hans het verhaal van het spook. Daan ging slapen, hij werd weer wakker. Hij had het spook weer gezien. De volgende ochtend moest Oom Hans naar een vergadering. Daan was aan het wachten op Oom Hans. Maar toen zag hij een schaduw. Hij maakte er foto's van, voor Oom Hans. Dan kan hij die aan Oom Hans laten zien. En toen die nacht hielden ze de wacht. Toen gingen ze naar de hal en zagen een spook. Daan wou niet meer naar bed. De volgende dag begon de organisatie van het stoomfeest.
Als de trein er stond en iedereen weg was, mocht Daan als eerste gaan kijken. Hij werd wakker en toen was het spook buiten. De Rosa trein was weg. Wanneer hij alles tegen iedereen gezegd had kwamen alle mensen kijken en de trein was nooit meer terug gekomen.
Ik heb het boek gekozen omdat het me een leuk en een spannend verhaal leek.
Stan Dieltjens