'Proficiat.' was het eerste wat inspecteur Tom Bonnen op een vroege morgen zegde. Hij richtte die gelukwensen aan Brigitte, de undercoveragente, die nu tijdelijk commissaris was benoemd omwille van de gedwongen afwezigheid van de hoofdcommissaris die er in sloeg om een verkeerd vliegtuigje te huren, nog wel één van een luchtvaartmaatschappij die iets te maken had met een Arabische verkoopsdirecteur die in de Waldorf en de Hilton in New York resideerde en rare chips aan het Amerikaanse leger verkocht.
Dit alles had Bontekoe tijdens zijn ongewenste en benarde vlucht ontdekt maar kon het niemand vertellen want hij lag daar halfdood in een kliniek ergens op een Russische legerbasis.
Hij zou dat zeker verteld hebben als zijn hersenen terug normaal werkten maar dat deden ze actueel niet want hij was duidelijk niet bij kennis. Dat vond de Russische legerdokter ook, die eigenlijk beenhouwer van beroep was, maar dat stak niet zo nauw in de krijgsmacht van Putin.
In de krijgsmacht van België zat de bevoegde minister volledig klem. Hij heette trouwens De Clem en dat kwam goed uit. Hij zat wat nerveus bij de premier en las voor uit de documenten die snel vertaald waren naar het Vlaams, het Duits en het Frans en in negen exemplaren, we bevinden ons immers in een drietalig land met acht regeringen.
Het negende exemplaar was voor de koning.
'Potverkoffie' zei de premier. 'Jandorie.' antwoordde de legerminister. Ze zijn immers toevallig beide katholieken en die vloeken alleen beleefd.
'Een exemplaar te kort, potvermillie, voor onszelf nogwel!' zeiden ze beiden in koor want ze denken en praten alletwee even snel, ze zijn immers van dezelfde partij.
'Na 15 maanden zouden we toch een akkoord over de staatshervorming moeten hebben, vind ik Yves!' gooit De Clem in de groep, ofschoon ze toen maar met twee waren.
'Waarom gooit gij altijd met alles?' wil de premier weten.
'Wilt gij indruk maken?'
'Ik ontken dit met klem!' giechelt De Clem.
Zo brengen die twee hun voormiddag door want ze zijn moedeloos na 18 maanden onderhandelen met onzichtbare franstaligen. Ze zijn ook aan de drank geraakt maar dat weet niemand.
'Clem, wat is dat met dat vliegtuigje waar een Belgische hoofdcommissaris inzat en waar de Russen ons nu mee lastig vallen?'
'Het gaat wel over een commissaris van ons, hé Term.'
'Och, we weten ondertussen dat de politie en het gerecht vol corruptie zit, Clem, maak je daar niet zo druk in!'
Met Term en Clem, zo spreken die twee mekaar aan van zodra ze aan een tweede fles beginnen.
'Moet het land niet geregeerd worden?' vraagt Clem met zijn halfzatte botten.
'Dat doen onze deelregeringen wel, Clem,' antwoord Term terwijl hij in P-magazine bladert.
Komt daar toch wel plots langs de achterdeur Caran Dash binnengefladderd. Zij is een persoonlijke lijfwacht van Bush en tevens CIA geheimagent en woont tijdelijk in bij de vermiste Bontekoe.
'Prime Minister, ik heb een persoonlijk telegram van onze president, hier.' en ze gooit het ding op het bureel van onze premier.
'Ge ziet, iedereen gooit dingen naar jou.' brengt De Clem in, terwijl hij de fles whisky probeert te verstoppen. Maar Caran is een opgeleide CIA agente en dus niet van gisteren.
'Are you drinking during your governing time?' wil ze weten, met strenge blik.
'Er is niet veel te 'governen.' durft de brutale De Clem lachend antwoorden.
'Onze deelregeringen doen dat voor ons, wij zijn een soort overbetaalde salonhelden geworden, die af en toe eens op TV en radio wat komen lullen en dan is de bevolking weer gerustgesteld, behalve enkele slimme Vlamingen die voor het Blok, pardon het Belang van Limburg stemmen, maar die kunnen de pot op.
'Ge mengt de dingen weer, Clem,' zegt Term, die de pienterste van de twee is.
'I will read it myself.' en de ranke slanke Caran Dash sleurt het telegram uit de handen van onze premier die, ofschoon moedeloos, juist zijn P-magazine had neergelegd en dit telegram van Bush wilde gaan lezen.
En ze declameert zoals alleen een zwarte CIA agente dat kan:
'De lelies liggen er verwaterd bij. De kikvors kwaakt in het ongewisse. Fonteinen zijn verboden. De sloot is bevuild en de inktvis spuit.'
Dan steekt ze het papiertje in haar krokohandtas, zegt: zie dat ge daar nog deze morgen op antwoordt als ge geen zware diplomatieke verwikkelingen wenst, en ze verdwijnt door diezelfde achterdeur waarlangs ze gekomen was en waarvan onze twee ministers zelfs het bestaan niet kenden.
'Wat weten wij toch weinig af van onze regeringsgebouwen, maat.' zegt De Clem.
'Ik ben wel uw premier, Clem, en niet uw maat.' antwoordt de eerste minister geambeteerd.
'Ambeteren? Is dat wel goede standaardtaal? komt Filip tussenbeide.
'Oei, Wat doet gij hier?' roept De Clem die uiteraard aan landsverdediging denkt.
'Die boodschap van Amerika, hebt ge daar iets van begrepen?' vraagt Filip.
De beide ministers zijn nu het noorden kwijt, maar ze beseffen het niet want ze zijn het al achtien maanden kwijt, sinds de laatste verkiezingen.
Wordt vervolgd....