Een tijdje geleden kwam er een jongeman binnen in mijn
parfumerie met een levering van wat huiden, hij werkte bij leerlooier Grimal. Naast
de levering sprak hij me aan over zijn passie en talent omtrent geuren herkennen
en herinneren, en dat hij hier heel graag zou werken. Hij hoefde zich voor mij
niet te verantwoorden, ik zag al dat hij zich er goed voelde vanaf het moment
dat hij binnenkwam. Ik heb hem aangenomen. Gaandeweg leer ik hem de kneepjes
van het vak, en hij neemt alles op als een spons. Hij is een perfecte leerling.
Hij ruikt met zijn jonge neus elk detail, en hij ontwikkelt alleen perfecte
parfums. Ik begin te merken dat meer en meer mensen mijn parfums willen
kopen, maar dat ik een werknemer in dienst heb hou ik liever voor mijzelf. Ik vind
het wel leuk om zo veel complimenten te krijgen, en ik wil hem niet kwijt. Mijn
zaak heeft nog nooit zo goed gedraaid en het heeft er nog nooit zo goed
geroken. Misschien moet hij mij binnenkort wel lesgeven in geuren mengen, dat
zo de omgekeerde wereld zijn. Een leerling die zijn leraar lesgeeft . Nee, dat
mag niet gebeuren. Het is nog steeds mijn winkel.
Ik ben altijd een buitenbeentje geweest, en heb daar ook
altijd vrede mee gehad. Maar de laatste tijd heb ik het gevoel dat ik nergens
vandaan kom, nergens ben en ook nergens naartoe ga. Ik heb eigenlijk nooit
geweten of ik me nu wel of niet thuis voel bij mezelf. Ik heb het me ook nooit
afgevraagd, maar gisteren kwam ik erachter dat ik iets miste in mijn leven. Voor
het eerst had ik die gedachte. Dit is wat er nog miste. Ik hou van geuren;
zoete geuren, frisse geuren, zure geuren, dode geuren, Ze kunnen me allemaal
boeien. Maar een geur die ik gisteren rook, dat was een geur die me aan het
denken zette. Die geur, die was onbeschrijfbaar. Ik heb nog nooit een geur zo
graag opnieuw willen ruiken, willen hebben, willen omarmen, willen zoenen,
willen willen. Ik rook een meisje, maar ze rook helemaal niet zoals andere
meisjes. Ze rook als liefde, als oneindigheid, als aantrekking; als alle
abstracte begrippen die ik me kan bedenken. Ik rook alles van de tippen van
haar tenen tot aan haar kruin, haar prachtige rode haren, die allemaal één voor
één naast elkaar, boven en onder elkaar, door elkaar van de top van haar hoofd,
helemaal naar beneden, langs haar oren en haar achterhoofd, tot over haar schouders glansden.