|
Onverwachts en ondoordacht was het daar. Ik werd gewoon geslagen met verliefdheid. Eigenheden, individuen, identiteiten, Sterke mensen naast elkaar met schitterende ogen. Een ideaal. Ik haat het. Ik wil je hier bij mij, nu en voor altijd Ik wil elke seconde van jouw leven leiden Ik wil jou in mij laten groeien Je mag me opeten als je dat echt wil Maar het liefst van al wil ik tot jou versmelten En zo een symbiose van liefde vormen Een eenheid met kracht als een stomende trein. Een doel, een richting, Een zetel, een patat. Tot ademen niet meer kan Tot vanzelfsprekendheden dat niet meer zijn En ellende en terreur van ons een evolutieloos gezwel maakt. Dat we elkaar vervloeken en verdoemen Dat het plafond is bereikt. Dat we elkaar haten om elkanders zijn. Dat we elkaar kleineren, saboteren en krenken. Dat we de ruimte niet kunnen delen en het licht in de ogen niet meer gunnen. Als we dan kunnen Dan kunnen we zijwaarts stappen Als we dan beslissen Dan beslissen we samen te zijn Als we dan kiezen Dan kiezen we voor elkaar Mochten we elkaar nieuwe kansen blijven geven Dan zou ik dat liefde noemen Liefde tussen 2 sterke mensen, naast elkaar, met schitterende ogen. Ze stralen, twinkelen en doven uit. Ze fonkelen, glanzen en verstikken Ze glinsteren, lichten op en blijven verder gaan.
|