Imagine a place: snow-capped mountains behind you, the Beagle Channel in front of you and as close to Antarctica as you can get on a backpackers budget. This is where we ended up after a 36 hour busride through the most desolate and boring landscape you cn think of. A short taxi ride from the bus station was our hostel Torre al Sur, the nicest, cleanest and most adorable place we have stayed at so far. And very cheap compared to any of the others! Day one we used to explore our options for the coming days and to check out the atmosphere in town. We decided to skip the rather expensive boat trips to penguin and sealion colonies and limit ourselves to the nearby national park and the Martial glacier, both promising to provide a nice full-day trek. That same evening we got to know some other travellers in the hostel, went out for a few drinks and woke up later than we actually planned the next morning, or rather, noon. By 13.00 pm we arrived at the park and headed out to the beaver colony at the outer edge of the park from where we would hike all the way back to the entrance. The trails were well-marked and there was too much to see along the way to list it all. Kingfishers, a zillion species of ducks and geese, old abandoned beaver colonies, an incredibly beautiful coastline and thick natural forests. Ah, and the best pie we had so far! In the evening we ran into Dave and Jenny again. The Irish/English couple we met in Puerto Madryn was apparently already staying in the same hostel since the previous day, but we somehow had managed to avoid each other. Over a bottle of wine we decided to hike up to the Martial glacier the next day. The way up was pretty steep, muddy but a beautiful alternative to the paved roads. After a hot coffee and a couple of hostel-made sandwiches, we hiked the last 100 meters up to the glacier. When we arrived at the first fields of snow, Dave had the brilliant idea to let out the inner child in us and use our coats to sleigh dow the hills. Big fun, hilarious and a perfect passtime for an hour or two until it was time to head back down. The morning we had to take the bus to Puerto Natales (leaving at 5.30 am), it was really hard to get up, but there were at least 8 other people of the hostel who had to get up as well, so we all gave each other moral support. All of us walking to the bus station while the sun was coming up over idyllic Ushuaia was a fitting end to our adventures at the end of the world.
Als er een paar dieren zijn die tot onze verbeelding spreken en waar we op voorhand van hadden gezegd: die moeten we zien, dan zijn het walvissen en dolfijnen. Peninsula Valdez is daar de uitgelezen plats voor. Alweer rond de 20 uur op de bus - het had er eentje moeten zijn om op te slapen, maar in Zuid Amerika moet je alles checken, double checken en dan tripple checken om er achter te komen dat het NOG niet juist is - maar dat hebben we er graag voor over. In Puerto Madryn aangekomen hebben we eerst even gewacht in de busterminal om direct al onze busrit naar Ushuaia te regelen, want dat is en nogal druk bezochte bestemming en je kan er best op voorhand voor reserveren. Het hostal bleek zeer OK te zijn. Goei douches alweer en een zeer grote keuken die we bijna alleen konden gebruiken. De andere gasten leken eerder geneigd om uit te gaan eten of hielden er een heel ander ritme op na. Wel 1 avond met een Frans koppel gebabbeld en toch ook hier een paar nuttige tips uit gehaald. Ongelooflijk hoe vaak en snel informatie tussen reizigers wordt uitgewisseld. Eigenlijk kan je perfect zonder reisgids vertrekken, want de beste tips krijg je onderweg. Geweldig die openheid en bereidwilligheid om elkaar te helpen. En dan de vriendelijke Argentijnen daar nog bij ... Maar we gingen hier walvissen en dolfijnen zien. Daar hadden we twee tours voor gereserveerd (het budget protesteerde wel een beetje, maar offers zijn nodig ...). Eentje naar Peninsula Valdes zelf en eentje naar Punto Tomba, de grootste pinguinkolonie buiten Antarctica zelf. Met een buske tourden we de eerste dag rond tot aan Puerto Piramide waar de boten op het strand op ons lagen te wachten. Kleine boten. Genoeg om een twintigtal walvis-spotters in op te bergen, maar klein genoeg om door een walvis van 15 meter als speelgoed beschouwd te worden. De zee stond vrij wild. Even werd er zelfs gezegd dat uitvaren niet meer zou lukken, maar die vrees bleek ongegrond. De boten hier vertrekken niet vanop zee, maar vanop land. Ze staan op een soort van stellage en worden dan door traktoren het water ingereden. Een belevenis op zich. Dat de zee wild was mochten we de volgende minuten aan den lijve ondervinden. Gehots en geklots alom. Maar zelfs temidden van al die golven en schuim was het voor onze gidsen blijkbaar een peulschil om er de walvissen tussenuit te halen. Na een 15 minuten varen kwamen we de eerste al tegen. Regelmatig stak er een walvis zijn staart boven het water. De "ooh"s en de "aah"s werden niet gespaard. We waren ook zelf enorm onder de indruk zelfs al gaat het hier dan nog om een kleine walvissoort; de naam onstnapt ons even ... Deze massief grote zoogdieren komen naar hier omdat de baaien en wateren rond het eiland ideaal geschikt zijn om er hun jongen ter wereld te brengen. Het spotten van walvissen is dan ook ideaal hier omdat ze na het werpen van de jongen nog een tijd blijven hangen tot de kleintjes sterk genoeg zijn om mee verder te trekken naar warmere oorden. Een moederwalvis met jong is dan ook heel gewoon hier. Na een uur en een half met onze walvisvrienden te hebben rondgedobberd was het tijd om terug naar de kust te varen en aan deel twee van de tour te beginnen. We zouden nog een zeeolifantenkolonie zien, een kleine pinguinkolonie, mara´s (een soort kruising van een konijn met een hert), guanaco´s en ñandu's (de plaatselijke versie van wat wij een struisvogel noemen). Die vogels kweken gelijk konijnen volgens ons want we hebben er ene gezien die zijn gezin meetroonde: 22 zonen en dochters. Doe dat maar eens ne keer na. Voldaan en nog steeds erg onder de indruk van de walvissen - die toch wel de climax van de dag vormden - zijn we daarna naar Puerto Madryn terug gereden. De volgende dag zou ons dolfijnen brengen. En Pinguins. Heel veel pinguins. Rond een uur of 8 was de bus er alweer. Deze keer een paar andere gezichten op de tourbus. 1 koppel zouden we later nog wat beter leren kennen en op het moment dat we dit schrijven trekken we nog altijd samen op. We stellen ze later (zie Ushuaia) wel meer in detail voor. Na een uur of twee kwamen we aan bij de haven waar we zouden inschepen. Kleine verrassing alweer: 60 pesos die volgens de personen in Buenos Aires al inbegrepen waren in de prijs die we betaalden, waren natuurlijk niet inbegrepen. Ach ja, de dolfijnen die een half uurtje later in de golven van onze boot begonnen te spelen maakten dat snel goed. Het is wel verschrikkelijk moeilijk om die zwart/grijs gevlekte snelheidsduivels - toninos genaamd - fatoenlijk op film en / of foto te krijgen, maar we denken dat het al bij al nogal zal meevallen. Over fotos gesproken, de eerste reeks is in Mol bij de ouders van Frank aangekomen; dus nog een goei week en ze zouden online moeten staan op Heymansland. Na de boottocht gingen we nog snel een hapje te eten kopen en en daarna ging het richting Punta Tombo en de pinguins. Ze hadden ons al gezegd dat het er veel gingen zijn, maar het waren er heel veel. En dan ook nog eens vlakbij. Je wandelde op 40 / 50 cm van broedende pinguis voorbij. Sommige hadden al kleintjes, andere alleen eieren en nog anderen van allebei 1 stuk. Blijkbaar leggen deze pinguins 2 eieren met een tussenpoos van ongeveer 1 week a 10 dagen. Vandaar dat sommige zowel een kuiken als een ei onder hun hoede hadden. Superschattig om die kleine kuikentjes daar te zien liggen. Je zal vanaf nu op de fotos ook zien dat we ze schattig vonden, want we hebben er ene meegesmokkeld. Ne naam hebben we hem of haar nog niet gegeven, maar het is ne superlieve pinguin en zal mee met ons de wereld rondreizen als mascotte. Voorstellen voor ne naam zijn welkom. Dat was het zo´n beetje voor Puerto Madryn. We zijn die namiddag nog naar een nederzetting geweest gesticht door kolonisten uit Wales, maar dat was eerder tijdvulling en niet bijster interessant. Het volgende is nu een 36 uur durende busrit naar Ushuaia. Niet echt iets om naar uit te kijken maar we zijn er zeker van dat Ushuaia alle busleed zal verzachten.
Tot binnenkort alweer, dan vanuit het meest zuidelijk gelegen stadje ter wereld.
Na al het beton en asfalt van de steden Buenos Aires en Rosario werd het stilaan tijd om terug rustigere en groenere oorden op te zoeken. Niks beters om even te chillen dan zon, zee en strand dachten we, en wij dus naar Mar Del Plata. De meest gekende badstad van Argentinië. Vanuit Buenos Aires maar een 6 a 7 uur op de bus, een peulschil dus. We hadden een hostal uitgekozen en gereserveerd vanuit Buenos Aires waar ze ook surflessen deden. Ook al zouden we er maar 1 overnachting doen, een eerste kennismaking met het surfen zou meegenomen zijn. Het hostal bleek echt op een boogscheut van het strand te liggen en de sfeer was er aangenaam. Het was er wel zeer rustig want het vakantieseizoen is nog niet begonnen en wij waren er zelf ook nog eens midden in de week. Maar na al de stedelijke drukte kon de rust ons wel bekoren. Het viel ons al direct op dat Mar Del Plata geen gewone badstad is zoals wij bvb Blankenberge of Oostende kennen. De huizen hier hebben verzorgde tuintjes, veel bloemen en gras, het zijn vaak grote villas en bij de meeste staan twee autos voor de deur. Blijkt dat heel veel Porteños hier een tweede verblijf hebben. Porteños zijn bewoners van Buenos Aires. Een stad vol rijk volk dus en dat was er aan te zien. ´s anderendaags na een verkwikkende slaap was het voor Frank dan tijd om eindelijk eens een poging te doen om op een surfbord te gaan staan en een golfje of twee mee te pikken. De instructeur was een Argentijns kampioen en er was maar 1 andere kandidaat. Prive les op het hoogste niveau dus. De zon liet het spijtig genoeg afweten. Maar gelukkig was de regen zeer enthousiast van de partij. Het goot ... Na het zeer moeizaam aantrekken van een wetsuit en wat broodnodige opwarming kon de fun beginnen. Laten we een lang verhaal kort maken en zeggen dat het Frank net niet gelukt is om echt een volledige golf lang te blijven rechtstaan, maar dat had volgens de instructeur meer te maken met de slechte (te zwakke) golven. De volgende keer lukt het zeker. Misschien in Ecuador of Honduras. Verder is er over Mar Del Plata weinig te vertellen. We waren er ook maar even en in het weekend zou er naar het schijnt veel meer leven zijn. Maar de tocht gaat verder: volgende halte nog meer groen en beestjes. Als alles goed gaat, hebben we binnen drie dagen voor het eerst in ons leven walvissen gezien! En daar moeten we oor naar Puerto Madryn en het natuurpark van Peninsula Valdez.
Over Rosario valt weinig te vertellen, enkel dat dit de geboortestad van Che Guevara is, ook al merk je er niets van. We hebben er wel de ergste hagelstorm uit ons leven meegemaakt. In nog geen 30 min. veranderde het weer van strandgeschikt tot een hel van hagel, hevige regenbuien en windstoten tot 150 km per uur. We hadden nog nooit hagelbollen gezien of gehoord ter grootte van tennisballen. Op het moment dat de eerste bommen vielen, zaten we veilig op een bus (we kwamen net van het strand aan de rivier Parana). Door de immense impact van de ijsklonters op het dak van de bus, onstond er wel een lichte paniek; mensen zochten beschutting naast de banken op het gangpad uit schrik dat de ruiten zouden barsten. Misschien niet onterecht, want toen we uiteindelijk de bus, die uit veiligheidsoverwegingen toch maar was gestopt, konden verlaten, aanschouwden we de ravage: in geen tijd stonden de straten blank, waren electriciteitskabels losgerukt, auto's beschadigd, ramen gebarsten en daken doorzeefd. ' s Anderendaags lazen we bovendien dat er ook nog eens 5 dodelijke slachtoffers waren gevallen. Een kleine ramp voor de stad en de streek, een grote ramp voor de mensen. Met gemengde gevoelens zouden we de volgende dag naar hopelijk minder stormachtige oorden vertrekken: Buenos Aires.
Water, water, water... moet er nog water zijn? Dit beschermd stukje natuur doet je heel klein voelen: wij Belgen kennen de watervallen van Coo als Belgisch grootste waterwonder, maar de watervallen van Iguazu verwerken op 1 dag waarschijnlijk meer water dan de watervallen van Coo sinds hun bestaan... Over de lengte van een paar kilometers, storten kolkende watermassa's zich een 80-tal meter naar beneden. De Braziliaanse kant van de watervallen is echt mooi, maar toen we de Argentjnse kant zagen, waren we helemaal verbluft. Het was wel spijtig dat we niet genoeg tijd hadden om meer van Iguazu National Park te zien; er was nl. nog een jungle pad, het Macuco trail, waar we waarschijnlijk nog meer dieren hadden gezien dan de wasberen, paradijsvogels, hagedissen, iguanen, gieren en kleurrijke vlinders die we zijn tegengekomen. Een jaguar was bv. leuk geweest, na de poema's van de Pantanal. De bewijzen in de vorm van foto's zijn onderstussen opgestuurd en hopelijk gauw op de web. Ook onze eerste kennismaking met de Argentijnen was een zeer aangename ervaring: zeer vriendelijk, spontaan en behulpzaam, maar af en toe ook een beetje moeizaam. Daar komt nog eens bij dat het leven hier (voor ons, Europeanen) heel goedkoop is en het eten overheerlijk. Thank God for cows! Grilled cows! (sorry voor de vegetariers onder jullie) Met zoveel goeds dat hier te beleven valt (en te proeven), konden we ook niet anders dan te beslissen om wat langer in dit land te blijven. Dat is echter niet het enige dat is veranderd: Chili is grotendeels weggevallen en vervangen door Bolivia: nog zo'n goedkope bestemming waar we al veel goeds over hebben gehoord. In plaats van op Lima en Cuzco te vliegen, zullen we via het Titicaca meer en Puno over de grond naar Cuzco (Peru) reizen. Maar zover zijn we nog niet, eerst de rest van Argentinie nog!
Hoog tijd om wat blogschade in te halen want we zitten al bijna halfweg Argentinie. Goed, Bonito. Het hostal waar we verbleven was goed, de service vriendelijk en met ne smile: Het zwembad na een paar dagen zweten in de Pantanalwas gewoon heerlijk. Maar de enige reden waarom we naar Bonito zijn afgezakt was om te snorkelen tussen de vissen in de rivieren van Bonito. We weten nu ook waarom het water daar zo proper en helder is: het snorkelen gebeurt in de eerste honderden meters van de rivier, je ziet het water echt uit de bronnen naar boven komen terwijl je rondzwemt en de samenstelling van de grond is er zo dat je totaal geen verkleuring of vervuiling hebt. De rivier is er wel nog zeer ondiep. Je mag niet op de grond staan (om te vermijden dat er zand opstuift), je mag enkel met je armen bewegen om te zwemmen en er zwemt altijd iemand mee van de milieubescherming om te zorgen dat je die regels ook naleeft. Maar zelfs met die beperkingen was het een unieke ervaring om zo tussen de vissen te zwemmen, alsof je zelf een van hen bent. Natacha heeft de grootste gezien: de katvis. Die kan wel tot 2 meter lang worden, maar gelukkig had ie net gegeten.
Phil en Ally (het Australisch/Engels koppel van de Pantanal) waren hier ook en verbleven in hetzelfde hostal, waardoor we elkaar heel wat beter hebben leren kennen. Een zeer sympathiek stel. Phil, een ex-brandweerman en Ally een ingenieur van opleiding en door beroepsmisvorming nog steeds geobsedeerd door electriciteitspalen. Die carrieres willen ze echter voorgoed achter zich laten om in de Franse Alpen hun eigen snowboard-walhalla te openen in de vorm van een herberg. Zelf allebei bezeten snowboarders zien ze dit als hun ultieme droom. Zodra hun herberg open is laten ze t ons weten, en omdat wij beloofd hebben veel reclame te maken, mogen wij alvast op een paar daagjes gratis onderdak rekenen in Australie bij de, naar t schijnt, zeer lieve ouders van Ally en hun hond.
Bonito is dus helemaal goedgekeurd (op een kleine fietsfiasco na, zonder verdere commentaar).
We zijn goed aangekomen na een (luxueuze) busrit van 20u. We hebben Rio met al zijn tegenstrijdigheden en veelzijdigheden achter ons gelaten.. Het zeer arme Noorden met zijn 6milj. favela (of sloppenwijk) inwoners staat in schril contrast met het rijke Zuiden waar je de Copacabana en Ipanema stranden vindt en waar de huizen afgeschermd zijn met tralies om ongewenste gasten buiten te houden. Het viel ons op hoe creatief de mensen wel niet zijn om een centje bij te verdienen, van cocosmelk tot zelfgemaakte handtassen van gerecycleerde blikken verkopen ze. Het 38m hoge Christus beeld dat vroeger de schepen met open armen ontving ruilen we voor het bosrijk en dierenrijk van de Pantanal ten Westen van Rio. We zijn hier al enorm goed ontvangen geweest en hebben meteen een 3 daagse jungle-tour vastgelegd in de hoop een anacondas, gordeldieren, pirahnas, of kaaimannen te zien. Om te zien wat wij gaan zien, kijk even op www.pantanaltrekking.com .
Het volgende bericht zal een tijdje op zich laten wachten, want adsl in de jungle is moeilijker te vinden.
Eindelijk een nieuw berichtje, en enkel goed nieuws te melden. We zijn goed aangekomen in Rio, en nu zelfs al bijna klaar om weer te vertrekken. De eerste dagen hebben we enkel geslapen, geslapen, en nog eens geslapen ... Tegen zondagmiddag waren we eindelijk uitgerust en toen zijn we ineens de grote Christo op den berg gaan bezoeken. Da´s zowat de Rio versie van den Eiffeltoren in Parijs. Een goei 700 meter boven de stad heb je ook een geweldig zicht op de stad. Fotos volgen nog. Diezelfde dag hebben we ook nader kennis gemaakt met twee Brazilianen die ons hun hele levensverhaal hebben verteld. De ene was de taxi chauffeur die ons naar de Christo had gebracht, den andere een gast in hetzelfde hostal waar wij zitten. De laatste heeft zich van 12-jarige (natuurvervuilende) goudzoeker door zelfstudie van Engels en Spaans opgewerkt tot eco-tour operator in Manaus. Zeer indrukwekkend verhaal. Verder zitten er nog Denen en vooral veel Zwitsers in ons hostalleke. Neutraal gebied dus Toen we met de eerste Zwitsers kennismaakten zaterdagochtend bleek al direct dat een wereldreis niet echt uniek is. De twee meisjes Esther en Karin doen exact hetzelfde als wij, tot de route toe en waren net twee weken onderweg. Van toeval gesproken. Direct e-mail adressen uitgewisseld en de kans is groot dat we elkaar nog wel eens ergens anders tegen het lijf lopen. Zondagavond na de Christo iets gaan zoeken om te eten. Een bordje 'Braseiro' trok onze aandacht en jongens hebben we daar zitten schransen. De eerste mega steak was een feit voor Frank. Leve Rio! En de koe! Deze namiddag gaan we nog even aan het strand liggen braden ( het is hier al zo'n 26 graden) en gewoon even zaaalig niets doen! Vanavond pakken we dan de rugzak weer in en morgen gaat het met de bus richting Campo Grande voor onze eerste kennismaking met de jungle en al haar inwoners. Een kort busritje van 20 uur.
Om af te sluiten: Onze allereerste indruk van Rio was niet positief. Grijs, triest, sloppenwijken en wilde verhalen over hoe gevaarlijk het er wel is, maar dat valt wel mee als je wat gezond verstand gebruikt. En na een dagje Copacabana en Ipanema beach, begint het positieve toch stilaan te overheersen. Spijtig dat we maar een jaar hebben
Nog 5 weken te gaan en eindelijk staat onze blog online. Hier zullen we proberen om een soort dagboek bij te houden van onze wereldreis en onze foto's te plaatsen. (Bedankt voor de disk space Wouter!)
Deze blog een "Dagboek"' noemen is misschien wat ambitieus aangezien we zeker niet elke dag een post zullen doen. Maar we zullen ons best doen om het thuisfront op de hoogte houden van onze avonturen en zo vaak de omstandigheden en de goesting het toelaten even een berichtje te plaatsen. Alvast excuses bij voorbaat voor de soms waarschijnlijk vreemde manier van vormgeven aan de tekst op deze pagina's. De editor die Bloggen.be ter beschikking stelt heeft heel wat mogelijkheden, maar het vraagt nogal wat HTML gecodeer om alles op de juiste plaats in de juiste paragraaf te krijgen. Foto's toevoegen in de tekst zal al helemaal moeilijk worden, want ik heb de indruk dat je de plaats van de foto's op de pagina niet zelf kan bepalen. Tja, 't is gratis, dus we mogen niet te veeleisend zijn. Alle foto's die we nemen zullen - zonder tekst en uitleg weliswaar - echter wel beschikbaar gemaakt worden op www.heymansland.be. De link ernaartoe vind je ook in de linkermenu van deze blog en we zullen natuurlijk ook in onze berichten regelmatig links leggen naar relevante foto's.
Laten we het dan eens over de reis zelf hebben. Het plan is om in het komende jaar de volgende route te volgen:
Vertrek: 27 oktober 2006. We hebben voor deze rugzakreis 1 jaar uitgetrokken dus rond eind october volgend jaar zijn we terug. Een kaartje met onze precieze route en eventueel ook nog data wanneer we op de verschillende plaatsen zullen aankomen/vertrekken, volgt later nog.
Zo, dat was het voor deze eerste kennismaking met het fenomeen "Bloggen". het zal wel even duren nu voor het volgende bericht geplaatst wordt. In elk geval, wees welkom op deze blog en contacteer ons als je vragen hebt of eventueel zelf aan het reizen bent en ergens op een subtropisch wit bounty strand een feestje wil bouwen. hehe.
Neen, uw blog moet niet dagelijks worden bijgewerkt. Het is gewoon zoals je het zélf wenst. Indien je geen tijd hebt om dit dagelijks te doen, maar bvb. enkele keren per week, is dit ook goed. Het is op jouw eigen tempo, met andere woorden: vele keren per dag mag dus ook zeker en vast, 1 keer per week ook.
Er hangt geen echte verplichting aan de regelmaat. Enkel is het zo hoe regelmatiger je het blog bijwerkt, hoe meer je bezoekers zullen terugkomen en hoe meer bezoekers je krijgt uiteraard.
Het maken van een blog en het onderhouden is eenvoudig. Hier wordt uitgelegd hoe u dit dient te doen.
Als eerste dient u een blog aan te maken- dit kan sinds 2023 niet meer.
Op die pagina dient u enkele gegevens in te geven. Dit duurt nog geen minuut om dit in te geven. Druk vervolgens op "Volgende pagina".
Nu is uw blog bijna aangemaakt. Ga nu naar uw e-mail en wacht totdat u van Bloggen.be een e-mailtje heeft ontvangen. In dat e-mailtje dient u op het unieke internetadres te klikken.