For this blog to translate into language of your choice? Select your language below.
2 prachtige pps-jes hierboven van Godelieve en ook Mama rechts heeft ze gemaakt Klik op de banner en bekijk nog veel meer moois op haar blog
Klik op de banner hier beneden en ga eens langs bij Lenie voor nog meer moois Alle Ave Maria pps-jes hierboven zijn van haar
Gastenboek
Druk oponderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek
Wonder
30-11-2010
"Hart van Jezus, met een lans doorstoken".
"Hart van Jezus, met een lans doorstoken".
In de loop der eeuwen hebben slechts weinige bladzijden in het Evangelie zoveel de aandacht van mystiekers, geestelijke schrijvers en theologen getrokken als het verhaal van Johannes, dat vertelt over de glorierijke dood van Christus en de lansstoot in zijn zijde. In het doorstoken Hart beschouwen wij de kinderlijke gehoorzaamheid van Jezus aan zijn Vader; door die gehoorzaamheid heeft Hij zijn zending volbracht, alsook zijn broederlijke liefde jegens de mensen, die Hij "beminde tot het uiterste toe", namelijk tot het totale offer van zichzelf. Het doorboorde Hart van Jezus is het bewijs van die liefde in verticale én horizontale richting, zoals zijn armen op het kruis het tonen.
Het doorboorde Hart is ook het symbool van het nieuwe leven, aan de mensen gegeven door de H. Geest en de sacramenten. Terstond nadat de soldaat de lansstoot heeft gegeven, de wonde van Jezus heeft veroorzaakt, "kwam er bloed en water uit". De lansstoot bevestigde de realiteit van Christus's dood. Hij is werkelijk gestorven, zoals Hij ook werkelijk geboren is, zoals Hij herboren is in zijn eigen vlees. Tegen elke oude en moderne verleiding van het docetisme, van de leer van het "schijnlichaam", plaatst de evangelist de pure zekerheid van de realiteit. Maar tegelijk wil hij de betekenis van die heilvolle gebeurtenis uitdiepen en ze verklaren door een symbool. In die lansstoot ziet hij een diepe betekenis: zoals er een bron ontsprong toen Mozes in de woestijn op de rots had geslagen, zo ontsprong er een waterstroom uit de met de lans geopende zijde van Christus, om de dorst te lessen van het nieuwe volk van God. Die stroom is de gave van H. Geest, die het goddelijk leven in ons voedt.
Uit het doorboorde Hart van Jezus wordt ook de Kerk geboren. Zoals uit de zijde van de slapende Adam Eva, zijn vrouw, werd geboren, zo wordt - volgens een traditie van de Vaders die terug tot de eerste eeuwen - ook de Kerk, Jezus's bruid, geboren uit de geopende zijde van de Verlosser, die in de dood op het kruis was ingeslapen; zij ontstaat uit het water en het bloed - Doopsel en Eucharistie - die ontspringen uit het doorboorde Hart. Daarom bevestigt de conciliaire constitutie over de liturgie: "Want het is uit de zijde van de ingeslapen Christus op het kruis dat het bewonderenswaardige sacrament, de gehele Kerk, is voortgekomen".
De evangelist merkt op, dat de Moeder van Jezus naast het kruis staat. Zij ziet het geopende Hart waaruit bloed en water stromen - bloed uit haar bloed - en zij begrijpt dat het bloed van haar Zoon voor ons heil werd vergoten. Dan begrijpt zij ook de volle betekenis van de woorden die haar Zoon haar heeft gezegd: "Vrouw, ziedaar uw zoon",: de Kerk, die geboren werd uit het doorboorde Hart, werd aan haar moederlijk Hart toevertrouwd. Laten wij Maria vragen, dat zij ons leide, opdat wij steeds overvloediger zouden putten aan de bronnen van genade, die stromen uit het doorboorde Hart van Jezus.
"Hart van Jezus, gehoorzaam geworden tot de dood".
"Hart van Jezus, gehoorzaam geworden tot de dood".
Deze aanroeping van het H. Hart nodigt ons uit tot de beschouwing van het Hart van de gehoorzame Jezus. Gans het leven van Jezus staat onder de volmaakte gehoorzaamheid aan de wil van de Vader, opperste en eeuwige bron van zijn bestaan: hun macht en hun heerlijkheid zijn één, hun wijsheid is één, hun wederzijdse oneindige liefde is één. Door die gemeenschap van leven en liefde is Hij in volledige eenstemmigheid met het plan van de Vader, die het heil van de mens door de mens wil: in de "volheid van de tijd" is Hij geboren uit de Maagd Maria, met een gehoorzaam Hart, om het kwaad te herstellen dat het menselijk geslacht werd aangedaan door het ongehoorzame hart van onze stamouders. Daarom zei Christus toen Hij in de wereld kwam: "Hier ben Ik...... Ik ben gekomen, o God, om uw wil te doen". "Gehoorzaamheid" is de nieuwe naam van de "liefde"!
De evangelies tonen ons Jezus die in zijn leven immer de wil van de Vader zoekt te doen. Toen Hij twaalf jaar oud was, antwoordde Hij Maria en Jozef, die in grote onrust drie dagen naar Hem hadden gezocht: "Wat hebt ge toch naar Mij gezocht? Wist ge dan niet, dat Ik in het huis van mijn Vader moest zijn?". Heel zijn leven wordt beheerst door dit "ik moet", dat zijn keuze bepaalt en zijn activiteiten leidt. Op zekere dag zegt Hij tot zijn leerlingen: "Mijn spijs is, de wil te doen van Hem die Mij gezonden heeft en zijn werk te volbrengen"; Hij leert hen bidden als volgt: "Onze Vader..... uw wil geschiede op aarde zoals in de hemel".
Jezus gehoorzaamt tot de dood, hoewel niets in zulk een radicaal kontrast staat met Hem dan de dood, daar Hij de bron zelf is van het leven. Tijdens die tragische uren kent Hij droefheid en angst, ontsteltenis en vrees, bloedig zweet en tranen. Daarna, op het kruis, de pijnlijke marteling van zijn genageld lichaam. Zijn Hart kent de bitterheid van afwijzing, verraad en ondankbaarheid. Maar boven dat alles heerst de vrede van het gehoorzamen. "Niet mijn wil, maar uw wil geschiede". Tenslotte verzamelt Jezus zijn laatste krachten om met het allerlaatste woord heel zijn leven samen te vatten: :Het is volbracht".
Bij het begin, in het verloop en op het einde van zijn leven klopt in Jezus's Hart slechts één verlangen: de wil te doen van de Vader. Door het beschouwen van dit leven, dat in kinderlijke gehoorzaamheid verenigd is met de Vader, begrijpen wij het woord van de Apostel: "En zoals door de ongehoorzaamheid van één mens allen zondaars werden, zo zullen door de gehoorzaamheid van Een allen worden gerechtvaardigd"; en ook dat andere mysterievolle en diepe woord in de Brief aan de Hebreeën: "Hoewel Hij Gods Zoon was, heeft Hij in de school van het lijden gehoorzaamheid geleerd; en toen Hij het einde had bereikt, is Hij voor allen die Hem gehoorzamen oorzaak geworden van eeuwig heil". Dat de allerheiligste Maagd, de Maagd van het vastberaden en genereuze "Fiat", ook ons die fundamentele les helpt begrijpen.
"Hart van Jezus, om onze misdaden gebroken".
"Hart van Jezus, om onze misdaden gebroken".
Jezus van Nazareth zei tijdens het laatste avondmaal: "Dit is mijn lichaam, dat voor u geofferd wordt..... dit is de beker van mijn bloed, dat voor u wordt vergoten". - Jezus: de getrouwe priester, die dank zij zijn eigen bloed het eeuwige tabernakel binnenging; - Jezus, de priester naar de Orde van Melchisédek, laat ons zijn offer na: doe dit! Hart van Jezus! Hart van Jezus in Gethsémané, "tot stervens toe bedroefd", draagt het vreselijk "gewicht". Hij zegt: "Voor U is alles mogelijk; laat deze beker Mij voorbijgaan!". Maar tegelijk kent Hij ook de wil van de Vader en verlangt Hij niets anders dan de wil te volbrengen: de beker te ledigen tot op de bodem. Hart van Jezus - gebroken door het eeuwige oordeel: zozeer heeft God de wereld bemind, dat Hij zijn enige Zoon heeft gegeven.....
Eeuwen tevoren had Jesaja gezegd: "Waarlijk, het waren onze ziekten die hij op zich nam, en onze smarten, die hij heeft gedragen; wij echter beschouwden hem als een geslagene, door God gekastijd en vernederd". Hij werd gedood omwille van onze misdaden. Riepen ze op Golgotha niet: "Als Gij de Zoon van God zijt, kom dan van dat kruis af"? En toch had de profeet eeuwen voordien gezegd: "Hij werd doorstoken om onze weerspannigheid, om onze zonden gebroken..... Wij waren als schapen verloren gelopen, en ieder van ons was zijn eigen wegen gegaan. Maar op hem heeft Jahwe laten neerkomen de schuld van ons allen..... Toch is hij uit het land van de levenden weggerukt, geslagen om de weerspannigheid van mijn volk".
Om onze zonden gebroken! Hart van Jezus - om onze misdaden gebroken...... Het lijden van de doodsstrijd maakte zich langzaam meester van heel het lichaam van de Gekruisigde. Langzaam bereikte de dood het hart. Jezus zei: "Alles is volbracht!" en "Vader, in uw handen beveel Ik mijn geest". Hoe zouden de Schriften anders kunnen vervuld worden? Hoe zouden de woorden van de profeet anders in vervulling kunnen gaan? Er staat geschreven: "Mijn rechtvaardige dienstknecht zal velen rechtvaardig maken, doordat hij hun zonden draagt. Immers wat Jahwe behaagt heeft zijn hand volvoerd". De wil van de Vader. Niet mijn wil.
Moeder van Christus: met u die hebt deelgenomen aan zijn lijden..... Gij lijdt ons naar het Hart van uw Zoon die sterft op het kruis; door zich totaal te ontledigen heeft Hij zich geopenbaard tot het uiterste, als Liefde. Gij die in zijn smarten hebt gedeeld, laat ons toe steeds dieper door te dringen in de kern van dat mysterie. Moeder van de Verlosser! Laat ons naderen tot het Hart van uw Zoon!
"Hart van Jezus, van versmadingen verzadigd".
"Hart van Jezus, van versmadingen verzadigd".
Die uitdrukking van het H. Hart helpt ons om het Evangelie van het Lijden van Christus opnieuw te lezen. Laten we met de ogen van onze ziel terugblikken op de gebeurtenissen na de arrestatie in Gethsémané: bij de ondervraging van Annas en Kajafas, tijdens de nachtelijke opsluiting, bij de veroordeling voor het Sanhedrin in de vroege morgen, bij de ondervraging door de romeinse landvoogd, toen Hij voor de Galileeër Herodes werd gebracht, bij de geseling, toen Hij met doornen werd gekroond, toen Hij werd veroordeeld tot de kruisdood, terwijl Hij zijn kruis droeg op de weg naar Calvarië, gedurende zijn doodstrijd op het mensonwaardige kruishout, tot aan de laatste zucht: "Alles is volbracht". Hart van Jezus, van versmadingen verzadigd.
Hart van Jezus - het menselijk Hart van Gods Zoon - hoezeer waart Gij U bewust van de waardigheid van iedere mens, hoezeer waart Gij U bewust van uw waardigheid als Godmens. Hart van de Zoon, de Eerstgeborene van heel de schepping: - hoezeer waart Gij U bewust van de bijzondere waarde van de ziel en het lichaam van de mens, - hoe gevoelig zijt Gij voor alles wat die waardigheid bedreigt: "van versmadingen verzadigd".
Luister naar de woorden van de profeet Jesaja: "Zie mijn dienstknecht die ik ondersteun, mijn uitverkorene die Mij welgevallig is. Ik heb mijn geest op hem gelegd, en Hij maakt de volkeren het recht openbaar. Hij roept niet en schreeuwt niet..... Het gekwetste riet zal hij niet breken en de kwijnende vlaspit blaast hij niet uit". "Er was een tijd dat velen ontzet over u stonden - zijn verschijning was onmenselijk geschonden en zijn uiterlijk had niets meer van een mensenkind". "..... man van smarten, met ziekte vertrouwd, een mens die zijn gezicht voor ons verbergt, geminacht en als niet de moeite waard beschouwd". Hart van Jezus, van versmadingen verzadigd! Hart van Jezus, van versmadingen verzadigd! Teken van tegenspraak..... En gij Maria, "uw eigen ziel zal door een zwaard worden doorboord".
Psalm 5. ( David ).
1 Verhoor, o God, mijn woorden klachtig,
Laat Uw oren op zijn gedaan;
En wil toch d' oorzake verstaan
Mijns klagens en zuchtens eendrachtig,
O Heer almachtig!
2 Hebt acht op mijn zuchten gestadig,
Mijn God en Koning groot geacht,
Dewijl ik tot U met aandacht
Mijn smeken doe, o Heer genadig
Ende weldadig.
3 Des morgens vroeg, vóór den daag'rade
Zult Gij mij verhoren eenpaar.
Want zeer vroeg zal ik U voorwaar
Bidden, wachtende vroeg en spade
Op Uw genade.
4 Gij zijt een God, die de boosheden,
Niet en bemint, maar wederstaat.
Bij U zijn de boosdaders kwaad,
Met haren doen en boze zeden,
Gans niet geleden.
5 De dwazen, die naar U niet vragen,
Zullen voor U verschijnen niet.
Want Gij die hatet, zo men ziet.
Die boosheid doen zonder versagen,
Ja met behagen.
6 Gij zult Uwe gramschap bewijzen
Over de leugenaars gemeen.
Doodslagers, bedriegers meteen,
Zijn voor God (Dien elk mens moet prijzen)
Een groot afgrijzen.
7 Maar door Uw goedheid hoog geprezen,
Die Gij mij bewijst, zal ik gaan
Om U, o Heer! te roepen aan
In Uw huis, daar zal ik mits dezen
Godvruchtig wezen.
8 Geleid mij Heer en laat toch blijken
Aan mij Uw goedheid; dat mij niet
Mijn haters brengen in 't verdriet.
Leid mij op Uw pad desgelijken,
Zonder afwijken.
9 Daar is geen waarheid in haar monden,
Haar hart is vals, arglistig, straf;
Haar keel is als een open graf;
Haar tong is vol smekens bevonden
Tot allen stonden.
10 Verderf z' en doe te niet haar namen.
Breek haar raadslagen en haar doen,
Verstrooi z' om haar boosheid zeer koen;
Want Heer! zij zoeken al te zamen
U te beschamen.
11 Maar verheug hen 't gemoed en zinnen,
Die op U betrouwen altijd.
Dat z' in U, Heer! werden verblijd,
Die Uwen Naam in 't harte binnen
Trouw'lijk beminnen.
12 Want Gij zijt mild en overvloedig,
Den vromen man; Heer goedertier!
Met Uwen gunst dekt Gij hem, schier,
Als met een schild. Gij zijt zo goedig
En zeer lankmoedig.
Psalm 4. ( David ).
1 Als ik U bid, open Uw oren,
O Heer, mijne gerechtigheid!
Laat mijn hart bang Uwen troost horen,
En U stedes komen te voren
Mijn gebed, naar Uw goedigheid.
Hoe lang zult gij zoeken, gij heren,
Mijn eer te schenden met hoogmoed?
En u tot ijdelheid bekeren?
De leugen ook, t' uwer onere,
Zo liefhebben als gij nu doet?
2 Bekent dat God mij in dit leven,
Boven de and're mensen al,
Tot enen koning heeft verheven,
Die mijn zuchten ende mijn beven
Van den hemel verhoren zal.
Zo gij gram werdt, wacht u van zonden,
Misdoet niet tegen Zijnen wil.
Op uwen leger wilt doorgronden
Dit werk. Laat af tot dezen stonde,
Mij te kwellen met dit geschil.
3 Offert dan een oprecht off'rande,
Met verslagen hart en gemoed.
Betert u van deez' zond' en schande,
En stelt op God zeer goederhande,
Geheel al uw vertrouwen goed!
Veel spreken: Hoe kan hij ons leren
Dat goed is en God aangenaam?
Naar Uw goedheid wil, Heer der heren!
Uw lieflijk aanschijn toch eens keren
Tot mij en al de mijnen t' zaam.
4 Want meer blijdschap is mij gegeven
Door Uw aanschijn, Heer goedertier,
Dan hen is, die hier zijn verheven,
Die met veel wijns en korens leven,
Hebbende haren wellust hier.
Dies zal ik mij in goeden vrede
Nederleggen en slapen wel.
Want Uw goedheid beschikt dit mede,
Die mij doet hopen hier beneden,
En in 't rijk doet hebben bevel.
Psalm 3. ( David ).
1 Hoe veel is des volks, Heer,
Dat mij benijdt zo zeer?
Hoe veel mensen mij kwellen?
Hoe veel vijanden mijn
Nu sterk te velde zijn,
Die hen tegen mij stellen?
Ik zie daar veel voorwaar,
Die tot mij spreken klaar:
Vergaan zijn al mijn krachten;
Zijn God Die helpt hem niet
In dit kruis en verdriet.
Maar 't zijn ijdel gedachten.
2 Want Gij zijt Heer! mijn schild,
Die mij beschermen wilt
En mij ere wilt geven.
Gij doet, dat ik voortaan
Mag vrij openlijk gaan,
Met den hoofd opgeheven.
Ik heb in mijn ellend'
Mijn stem tot God gewend
En geklaagd in dit wezen.
Hij heeft ook naar Zijn woord,
Mijn klacht altijd verhoord
Van Zijnen berg geprezen.
3 Dies zal ik rust ontvaân
En zeker slapen gaan,
Bewaard voor alle schade.
Ik zal des morgens klaar
Ontwaken zonder vaar;
Want God wil mij slaan gade.
Honderdduizend bijeen
Deden mij vreze geen,
Wanneer zij zulks aanvingen
En mij wilden met haast,
Om te maken verbaasd,
Verstrikken en omringen.
4 Kom Heer! toon dat Gij zijt
Met mij tot allen tijd;
En dat Gij mijn vijanden
Op 't kinnebakken slaat.
En hen breekt met der daad
In stukken hare tanden.
Van U is 't, o Heer, goed!
Dat men verwachten moet
Hulp en troost vroeg en spade.
Want over Uw volk hier,
Stort Gij, Heer, goedertier
Zeer rijk'lijk Uw genade.
Psalm 2. ( David ).
1 Waarom raast dat volk met zulken hoogmoed?
Waarom komen de heidenen te zamen?
Wat is 't dat hen vergeefs zo woeden doet,
En raadslaan van dingen die niet betamen?
De koningen hen te zamen verbinden,
De voornaamst' al zijn ook daartoe bedacht;
God te bestrijden zij hen onderwinden,
En Zijnen Gezalfde met grote macht.
2 Zij spreken t' zaam: Laat ons breken met een
Haar banden al waarmeed' zij ons verstrikken;
En 't jok dat z'ons hard opleggen gemeen,
Laat ons verwerpen en breken in stikken!
Maar God, Die den hemel bewoont geprezen,
Zal ze belachen; want haar doen Hij ziet.
Haar opstel zal van Hem bespottet wezen;
Want het is ijdel en God acht het niet.
3 Hij zal z' aanspreken elk bij zijnen naam,
In zijn gramschap, die grootlijks is te vruchten.
Hij zal ze verbaasd maken al te zaam
In Zijn toornigheid, die zeer is te duchten;
En zal spreken: Gij koningen wilt horen!
Van waar komt u dezen raadslag zo erg?
Ik heb Mijn Koning gezalfd en verkoren
Over Sion, Mijnen heiligen berg.
4 En Ik, Zijn Koning, van Hem toebereid,
Zal Gods oordeel spreken voor ieders oren,
't Welk is, dat Hij Mij klaarlijk heeft gezeid:
Gij zijt mijn Zoon, heden van Mij geboren;
Begeer van Mij, Ik zal U t' eender erven,
Veel volkeren haast maken onderdaan.
Een al zulk rijk zult Gij van Mij verwerven,
Dat tot den einde des aardrijks zal gaan.
5 Gij zult dragen enen ijzeren staf,
Om die al te dwingen dat z' U doen ere.
Gij zult z' in den wind verstrooien als kaf,
En morzelen als een aarden vat tere.
Dies gij koningen en vorsten der aarde,
Wilt Mijn onderwijs met harten ontvaan.
En gij richters, wilt met ootmoed aanvaarden
't Goed vermaan dat U van Mij werd gedaan.
6 Dient God met kinderlijke vreze goed,
Vreest Zijn gramschap en zoekt Hem te behagen.
Verblijdt U en beeft voor Hem met ootmoed.
Ziet dat gij Hem geen oorzaak geeft te klagen.
Kusset den Zoon, Dien Hij u heeft gezonden,
Dat Hij niet gram zij over uwe daad;
Opdat gij haast te zaam niet wordt verslonden,
En in uwen weg niet schrikk'lijk vergaat.
7 Want Zijn gramschap ontsteekt zeer haast en brandt
Gelijk een vuur, als men daarop niet achtet
Och, hoe zalig is hij in zulken stand,
Die Hem vertrouwt en op Zijn goedheid wachtet.
PSALM 1. ( David ).
1 Die niet en gaat in der godlozen raad,
Die op den weg der zondaars niet en staat,
En niet en zit bij de spotters onreine;
Maar dag en nacht heeft in Gods wet alleine
Al zijnen lust, ja spreekt daarvan eenpaar;
Die mens is welgelukzalig voorwaar.
2 Hij zal gelijk zijn enen schonen boom,
Geplant bij enen klaren waterstroom,
Die zijn vruchten geeft in bekwame tijden,
Van welken geen droge blad valt bezijden.
Zo zal die mense zalig zijn bekend,
Met al zijn doen, tot welken hij hem wendt.
3 Maar zo en is 't met de godlozen niet,
Die als kaf verstrooid werden daar men 't ziet;
't Welk van den wind hier en daar werd gedreven;
Zo zullen zij in Gods gerichte beven
En niet bestaan; maar haast vergaan beschaamd
Met den vromen werden zij niet genaamd.
4 God kent den weg en der vromen gemoed,
Hij draagt zorge voor hen en voor haar goed.
Dies zullen zij welgelukzalig wezen,
Maar nademaal dat onze God geprezen,
Op der godd'lozen wegen niet en acht,
Zij en haar doen werden tot niet gebracht.
De Heilige Geest, Persoon, werk en plaats.
Wordt maar vol van uw bijbel, dan zal God er wel voor zorgen dat u vol van zijn Geest wordt. Het
wijze pastorale advies van de oudere predikant toen een jongere met de brandende vraag kwam:
hoe word ik vol van de Heilige Geest? De bijbel het beste handboek voor jonge christenen die
willen weten wie de Geest is, hoe hij werkt e.d., persoonlijk en gezamenlijk.
De genade van de Heilige Geest is waarlijk nodig om over de Geest te handelen; niet om hem in
ons spreken recht te doen (want dat is onmogelijk) maar om te zeggen wat de goddelijke schriften
bevatten en zo zonder gevaren door ons onderwerp heen te komen. Cyrillus van Jeruzalem,
Catechese XV1, 1
Drie kerngedeelten uit de schriften. Lukas 11:1-13, Ha 1 en Ha 2, Rom 8, bestudeer, bidt er
over, luister er naar, berg ze op in je hart, houdt ze open leef er mee.
De Heilige Geest heeft alles te maken met discipelschap. Navolgelingschap van Jezus Christus.
Hij leert je om in de sporen van je Heiland te wandelen, niet enkel theorie, maar juist ook de
praktijk. Daarom ook de praktijk van het dagelijkse gebed om de Geest. Wie de Geest voor zijn
eigen karretje wil spannen, die komt bedrogen uit!
De Heilige Geest heeft alles te maken met getuige zijn. De Geest is de grote dynamo achter elke
zending dichtbij en ver weg. Je hebt een dubbele roeping nodig om thuis te blijven, het gebod is
Ga! De Geest brengt je in beweging, Hij is de grote zender. Zending is geen hobby van een paar
enthousiastelingen, nee zij vormt het hart van God, zij is de puls van de Geest,
De Heilige Geest heeft alles te maken met lijden, vervolging. Zoek het niet op, maar je gaat het
tegen komen Soms heel subtiel, soms ook heel openlijk. Religieuze vervolging, haat, getreiter. Jij
ook altijd met je Jezus. De wapenrusting, leer je basislessen goed, wees standvastig!
De Heilige Geest heeft alles met team-building te maken.Hij leert je in alles in wij te denken,
te handelen, te beslissen. Solisme is zonde. Koinonia, Vader, Zoon en Geest doen niet het zonder
elkaar, hoe zouden wij het wagen het in ons eentje te doen? Daarin tonen we de wereld wie God
is. Niet meer zonder elkaar willen, maar ook niet meer zonder elkaar kunnen!
De Heilige Geest heeft alles te maken met verbrokenheid, levensheiliging, transparantie te maken.
De blijvende leerschool van de levende wandel met God, dat Hij het goud van zijn Zoon in je
tevoorschijn wil krijgen. Niet kijk mij eens, maar zie op Hem! Hij legt je heel wat keren weer op
zijn draaischijf.
De Heilige Geest heeft alles te maken met volharding, Hij wil in jou de finish halen, Hij geeft
niet op, hij vernieuwt je, hij verkwikt je, hij bemoedigt je op het moment dat je het nodig hebt. Hij
houdt je bijbel open, ook al heb je hem niet bij de hand.
De plaats van voorbede en zegening, niet om de kick, maar om de toerusting. Heer ik wil de weg
gaan die u mij wijst, laat uw Heilige Geest daarin samen met uw woord mijn Gids zijn. Ga dan in
zijn kracht! Verkondig Jezus Naam. Gewone mensen die buitengewoon zijn voor God!
Wat God doet dat is eeuwig. Hij zoekt naar de blijvende vrucht, naar dat wat Zijn Zoon
uiteindelijk groot maakt, laat je daarom niet teveel door het moment inpakken. God heeft een
lange adem. De Geest van God doorzoekt de diepten Gods. Niet alles hoef je te doorzien en toch
doorkrijgen dat de hand van God er in betrokken is. Als jij het mogelijke doet, doet God het
onmogelijke!
29-11-2010
AAN ALLE LEZERS VAN DIT BLOG EEN GEZEGENDE MAANDAG.
Nelly. ( M ).
Ik heb een vraag .
Ik heb een vraag .
The Miracle of Damascus: Part 22.
Medjugorje, boodschap van 25 november 2010
Medjugorje, boodschap van 25 november 2010
Lieve kinderen.
Ik kijk naar u en ik zie in uw hart de dood zonder hoop,onrust en honger.
Er is geen gebed in, noch vertrouwen op God.
Het is daarom dat de Allerhoogste me toelaat u hoop te brengen en vreugde.
Opent u.
Opent uw harten voor de barmhartigheid van God en Hij zal u alles geven, wat ge nodig hebt.
Hij zal uw harten vullen met vrede, want Hij is vrede en uw hoop.
Dank dat ge aan mijn oproep gehoor gegeven hebt.
VERVOLG OPENBARINGEN VAN DE H. BRIGITTA VAN ZWEDEN.
AAN DEN KARDINAAL VAN ALBANO.
DERDE BOEK, KAP. 10.
Gods moeder sprak tot haars Zoons bruid: Vrees niet, dat de dingen, die gij nu hoort en ziet, van een boozen geest komen, want evenals twee dingen komen van de naderende zon, namelijk licht en warmte, die de donkere schaduw niet volgen, komen met het intreden van den Heiligen Geest in het hart van den mensch twee dingen: de wamte van de godvruchtige liefde en het volmaakte licht van het heilig geloof. Deze twee wordt gij nu gewaar, en deze twee volgen den duivel niet, die gelijk is aan de donkere schaduw.
Zend daarom aan hem, dien ik u noemde, mijn boodschap, en hoewel ik zijn hart ken, zijn antwoord en zijn spoedig einde, zoo moet gij hem toch mijne woorden zenden. De grondvesten van de Kerk zijn aan den rechterkant zoo treurig ondergraven, dat het bovenste gewelf veel barsten en scheuren heeft, waaruit gevaarlijke stukken vallen, zoodat velen, die binnen komen, daardoor het leven verliezen. En vele zuilen, die rechtop moesten staan, buigen zelfs neer tot op den grond, en de geheele vloer is zoo slecht, dat blinden, die binnen komen, gevaarlijk vallen en zelfs zij, die goed zien, af en toe met de blinden vallen in het gevaarlijk graf. Daarom is de toestand van de Kerk zeer gevaarlijk. Het bewijst, dat haar val nabij is, indien zij geen hulp krijgt. En haar val zal zoo groot zijn, dat die door de geheele christenheid gehoord zal worden.
En dit moet geestelijk opgevat worden. Ik ben de Maagd in wier lichaam Gods Zoon zich verwaardige te komen met zijn Godheid, door de werking van den Heiligen Geest, zonder eenige onreine lichamelijke begeerlijkheid. En dezelfde Zoon Gods werd geboren uit mijn gesloten schoot met Godheid en menschheid, door den Heiligen geest, tot mijn allergrootste vreugde en blijdschap, en zonder smart. Ik stond ook bij het kruis, toen Hij zegevierde en de hel overwon en door zijn hartebloed het hemelrijk opende. Voorwaar, ook was ik op den berg, toen diezelfde Zoon opsteeg naar het hemelrijk.
In waarheid ik ken geheel het heilig geloof, dat mijn Zoon predikte en leerde aan allen, die in het hemelrijk willen komen. Ik sta boven de aarde met mijn voortdurend gebed tot mijn dierbaarsten Zoon, als de regenboog boven de wolken staat en zich naar de aarde schijnt neer te buigen en die met de beide uiteinden schijnt te omvatten. Door dien boog versta en meen ik mij zelve, want ik buig mij naar hen, die op aarde vertoeven, boozen en goeden, beiden omvattend met mijn voortdurende gebeden. Ik buig mij naar de goeden, opdat zij standvastig in het goede mogen zijn, zooals de heilige Kerk gebiedt, en naar de boozen, opdat zij niet verder mogen gaan in hun boosheid en niet nog slechter worden.
Daarom verkondig hem, wien ik deze woorden zend, dat van zeker punt een donkere en vreeselijke wolk naar de klaarheid van den regenboog opstijgt. Hierdoor versta en meen ik hen, die een leven van ontucht leiden en hen, wier geldzucht even onmetelijk en bodemloos is als het water der zee, en die hun bezittingen kwistig verspillen uit wereldschen pronk en praal, zooals een stroom die met veel vertoon zijn water uitstort. En deze drie ondeugden bezitten nu vele leidslieden der Kerk, wier zonden ten hemel stijgen, afzichtelijk en donker voor Gods aanschijn, en bij mijn gebed afsteken als de donkerste wolk tegen de klaarheid van den regenboog. En zoo wekken zij, die samen met mij God gunstig stemmen moesten, de gramschap Gods tegen zich op.
En dezulken zouden niet verhoogd moeten worden in de heilige Kerk (maar vernederd). Want wie trachten wil de grondvesten der Kerk te verheffen, zoodat die vast liggen en verlangen den gezegenden wijngaard te bebouwen, dien mijn Zoon plantte en besproeide met zijn bloed, hem wil ik, koningin des hemelrijks, indien hij zich daartoe weinig in staat acht, te hulp komen met alle heirscharen des hemels, en uitrukken de met mos bedekte en kale stronken en onvruchtbare boomen en ze in het vuur werpen om te branden en vruchtbare twijgen in hun plaats planten. En door den wijngaard versta en meen ik Gods heilige Kerk, waarin twee dingen noodzakelijk vernieuwd moeten worden en wel, ootmoed en goddelijke liefde.
Wordt vervolgd.
"Hart van Jezus, verzoening voor onze zonden".
"Hart van Jezus, verzoening voor onze zonden".
Het Hart van Jezus is de bron van leven, want door Hem werd de overwinning behaald op de dood. Het is de bron van heiligheid, want in Hem werd de zonde overwonnen, die de vijand is van de heiligheid in het hart van de mens. Jezus die op de zondag van de verrijzenis binnenkwam in het Cenakel, terwijl de deuren gesloten waren, zei tot zijn Apostelen: "Ontvangt de H. Geest. Aan wie ge de zonden vergeeft zijn ze vergeven". Terwijl Hij hun dit zei, toonde Hij zijn handen en zijn zijde met de zichtbare tekenen van zijn kruisiging. Hij toonde zijn zijde - de plaats waar het Hart werd doorstoken door de lans van de honderdman.
Zo werden de Apostelen opgeroepen tot de herinnering aan het Hart, dat de verzoening is voor de zonden van de wereld. En met hen worden ook wij ertoe opgeroepen. De macht tot vergeving van zonden, de macht van de triomf over het kwaad dat woont in het hart van de mens, ligt in het Lijden en in de Dood van Christus, de Verlosser. Een bijzonder teken van die verlossende kracht is juist het Hart. Het Lijden van Christus en zijn Dood betroffen heel zijn lichaam. Ze hebben zich voltrokken doorheen alle wonden die Hem tijdens zijn Passie werden toegebracht. Maar het is vooral in het Hart dat de wonden hun effect hadden; want wanneer heel het lichaam sterft, sterft het hart. Het hart kwijnt weg door het lijden, veroorzaakt door alle andere wonden.
De liefde ontvlamt in de ontlediging van het hart. Een levende liefdevlam heeft het Hart van Jezus op het Kruis verteerd. Die liefde van het Hart was de zuiverende kracht voor de zonde. Ze heeft de overwinning behaald - een blijvende overwinning - op het kwaad dat opgesloten ligt in de zonde, een overwinning op de algehele verwijdering van God, op iedere rebellie van de vrije wil van de mens, op ieder verkeerd gebruik van de geschapen vrijheid, die zich opstelt tegen God en zijn heiligheid. De liefde die het Hart van Jezus heeft verteerd - de liefde die de dood van zijn Hart heeft veroorzaakt - was en blijft een onoverwinnelijke macht. De dood behaalde de overwinning op de zonde door de liefde van het goddelijk Hart. Die liefde is de bron geworden van leven en heiligheid.
Christus kende ten diepste dat verlossende mysterie van zijn Hart. Hij is er de onmiddellijke getuige van. Als Hij tot de Apostelen zegt: Ontvang de H. Geest tot vergeving van de zonde, dan getuigt Hij van zijn Hart dat de verzoening is voor de zonden van de wereld. Maria, gij die de toevlucht zijt van de zondaars, breng ons dichter bij het Hart van uw Zoon!
"Hart van Jezus, bron van leven en van heiligheid".
"Hart van Jezus, bron van leven en van heiligheid".
Bron! Wij herinneren ons hoe Jezus naar Sichar ging, een stadje in Samaria, waar zich nog een bron bevond uit de tijd van Aartsvader Jakob. Bij die bron ontmoette Hij een Samaritaanse die water kwam putten. Hij zij tot haar: "Geef Mij te drinken". De vrouw antwoordde: "Hoe kunt Gij als Jood nu te drinken vragen aan mij, een Samaritaanse?" Jezus antwoordde haar: "Als ge enig begrip hadt van de gave Gods en wist wie het is, die u zegt: Geef Mij te drinken, zoudt ge het aan Hem hebben gevraagd, en Hij zou u levend water hebben gegeven". En Hij ging verder: "Het water dat Ik zal geven...... zal een waterbron worden, opborrelend tot eeuwig leven". Bron! Bron van leven en van heiligheid!
Bij een andere gelegenheid, op de laatste dag van het Loofhuttenfeest te Jeruzalem, riep Jezus met luider stem - zo schrijft de evangelist Johannes: "Als iemand dorst heeft, hij kome tot Mij; wie in Mij gelooft, hij drinke! Zoals de Schrift zegt: stromen van levend water zullen uit zijn binnenste vloeien". De evangelist voegt eraan toe: "Hiermee doelde Hij op de Geest, die zij, die in Hem geloofden, zouden ontvangen". Wij willen allen naderen tot deze Bron van levend water. Wij willen allen drinken aan het goddelijk Hart, dat de bron is van leven en heiligheid. In Hem wordt ons de H. Geest gegeven, die zich voortdurend aanbiedt aan degenen die Christus, die zijn Hart in aanbidding en liefde naderen.
Naderen tot de bron betekent: aansluiten bij dit principe. Er bestaat in de geschapen wereld geen andere plaats waar heiligheid voor het leven van de mens kan ontspringen, dan in het Hart dat zozeer heeft liefgehad. In zo vele harten zijn reeds "stromen van levend water" ontsprongen.... en zullen er nog ontspringen! De heiligen van alle tijden getuigen daarvan.
Moeder van Christus, wij smeken u, wees onze Gids naar het Hart van uw Zoon. Wij smeken u, breng ons dichter bij Hem en leer ons leven in intimiteit met dat leven, dat bron is van leven en van heiligheid.
"Hart van Jezus, mild voor allen, die U aanroepen".
"Hart van Jezus, mild voor allen, die U aanroepen".
Wij mediteren over de gebeurtenis, o Moeder van Christus, die zich afspeelde op de bruiloft van Kanaän in Galilea. Het gebeurde bij het begin van de publieke Messiaanse zending. Jezus werd samen met u en zijn eerste leerlingen uitgenodigd op de bruiloft. En toen de wijn op raakte, zei u tot Jezus: "Ze hebben geen wijn meer". Gij kende zijn Hart. Gij wist dat Hij mild is voor allen die Hem aanroepen. Door uw smeekbede te Kanaän in Galilea hebt gij verkregen dat de oneindige goedheid in het Hart van Jezus zich openbaarde.
Zo mild is het Hart, want in Hem woont de volheid: in Christus, waarachtig mens, woont de goedheid in zijn volheid; en God is liefde. Hij is mild omdat Hij liefheeft - en beminnen betekent kwistig zijn, betekent geven. Beminnen betekent gave zijn. Het betekent: er zijn voor de anderen, er zijn voor allen, er zijn voor iedereen. Voor ieder die vraagt. Voor ieder die vraagt, vaak zelfs zonder woorden. Voor wie vraagt door als een totale bedelaar de waarheid over zichzelf te tonen - en staande in die waarheid roept hij de liefde over zich af! De waarheid bezit de kracht te schreeuwen om liefde. Allen die "arm van geest zijn", bezitten door de waarheid over zichzelf de kracht de liefde over zich af te smeken. Allen die "hongeren en dorsten naar gerechtigheid", allen die zelf barmhartig zijn. Al deze - en nog anderen - bezitten een wonderbare "macht" op de liefde van Jezus. Zij beminnen allen, opdat zijn liefde zich zou mededelen en schenken, en de mildheid van zijn Hart zich zo zou openbaren. Van al dezen zijt gij, o Maria, de eerste.
Hart van Jezus, mild voor allen die U aanroepen! Door die mildheid raakt de liefde niet uitgeput, maar groeit ze nog. Ze groeit voortdurend...... Dat behoort tot de mysterievolle natuur van de liefde. Zo is ook het mysterie van het Hart van Jezus, dat mild is jegens allen. Het opent zich voor allen en voor ieder. Het opent zichzelf geheel. En in die mildheid put Het zich niet uit. De mildheid van het Hart is het bewijs, dat die liefde niet onderworpen is aan de wetten van de dood maar aan de wetten van de verrijzenis en het leven. Het bewijst dat de liefde groeit door de liefde. Dat behoort tot haar natuur.
"Hart van Jezus, geduldig en groot in barmhartigheid".
"Hart van Jezus, geduldig en groot in barmhartigheid".
Samen met Maria, het Evangelie herlezen; eigenlijk herlezen wij het hele Evangelie in een keer. Want daar wordt het Hart van Jezus beschreven, dat geduldig is en groot in barmhartigheid. Of hoe zou het Hart anders kunnen zijn van degene die "weldoende rondging en allen genas" die onder de dwingelandij van de duivel stonden? Of van degene die maakte dat "blinden konden zien, lammen lopen en doden opstaan? Dat aan armen de Blijde Boodschap werd verkondigd"? Is zo niet het Hart van Jezus, die niets had om zijn hoofd op te laten rusten, terwijl de vossen hun holen hebben en de vogels uit de lucht hun nesten? Is zo niet het Hart van degene die genoemd werd: "Vriend van tollenaars en zondaars"?
Laten wij, samen met Maria, dat Hart innerlijk aanschouwen! Laten wij er heel het Evangelie in herlezen! Maar laten wij vooral dat Hart aanschouwen op het ogenblik van de kruisiging, toen het met een lans werd doorstoken. Toen het mysterie, dat in zijn Hart verborgen is, ten diepste werd geopenbaard. Zijn Hart is geduldig, want het staat open voor alle aspecten van het menselijk lijden. Zijn Hart is geduldig, want het is oneindig groot in barmhartigheid! Want wat betekent barmhartigheid, indien die buitengewone maat van liefde zich niet uitdrukt in lijden? Wat betekent barmhartigheid, indien die totale liefde niet afdaalt tot in het hart zelf van het kwaad, om het te overwinnen door het goede? Wat betekent het, indien de liefde niet zegeviert over de zonde van de wereld, door lijden en dood heen?
Hart van Jezus, geduldig en groot in barmhartigheid! Moeder, gij die in dat Hart hebt geschouwd, toen gij aan de voet van het kruis stond! Moeder, gij die door de wil van dat Hart van allen zijt geworden. Wie kent beter dan gij het mysterie van het Hart van Jezus, te Bethlehem, te Nazareth, op Calvarië? Wie weet beter dan gij dat Hij geduldig is en groot in barmhartigheid? Wie anders dan gij legt daar voortdurend getuigenis van af?
"Hart van Jezus, verlangen van de eeuwige heuvelen".
"Hart van Jezus, verlangen van de eeuwige heuvelen".
In vereniging met de Moeder van Jezus overwegen wij de Boodschap, die heel zeker de beslissende gebeurtenis was in haar leven. En in de kern van die gebeurtenis ontdekken wij het Hart. Het gaat om de liefde van Gods Zoon; op het ogenblik van de Menswording begon die liefde zich te ontwikkelen in het Hart van zijn Moeder, tegelijk met het menselijk Hart van haar Zoon.
Maar is dat Hart wel "het verlangen" van de wereld? Wanneer wij de zichtbare wereld om ons heen bekijken, dan moeten wij, evenals St. Jan, vaststellen dat hij onderworpen is aan het begeren van de lust en het begeren van de ogen en de hovaardij van het geld: en die "wereld" schijnt ver verwijderd van het verlangen naar het Hart van Jezus. De wereld deelt dat verlangen niet. Hij staat vreemd, ja, zeer dikwijls vijandig tegenover Hem. Dat is de "wereld" waarvan het Concilie zegt, dat hij "in de macht van de zonde is geraakt". Het Concilie is hiermee in overeenstemming met heel de Openbaring, met de heilige Schrift en met de Traditie (en laat ons daar maar aan toevoegen: met onze menselijke ervaring).
Ook vandaag wordt diezelfde "wereld" door de liefde van de Schepper geschapen en door die liefde in stand gehouden. Het gaat om de wereld in zijn geheel, met zichtbare en onzichtbare schepselen, en in het bijzonder om "de gehele mensenfamilie met het geheel van aardse dingen waarin zij leeft". Het is de wereld die, juist omwille van "de macht van de zonde", aan een zinloos bestaan onderworpen is - zoals St. Paulus leert - en lijdt en in barensweeën verkeert, terwijl hij vurig verlangt naar de openbaring van Gods kinderen. Want het is uitsluitend op die wijze dat hij werkelijk kan bevrijd worden, verlost van de slavernij van het zedelijk bederf, om te delen in de vrijheid en de glorie van de kinderen Gods.
Ondanks de zonde en de drievoudige begeerte wordt die wereld toch gericht naar de liefde die het menselijk Hart van de Zoon van Maria vervult. Terwijl wij ons met Maria verenigen, vragen wij dus: Hart van Jezus, verlangen van de eeuwige heuvelen, geef de harten, breng aan onze tijd die bevrijding, die vervat ligt in uw Evangelie, in uw Kruis en Verrijzenis: de bevrijding die komt van uw Hart!