For this blog to translate into language of your choice? Select your language below.
2 prachtige pps-jes hierboven van Godelieve en ook Mama rechts heeft ze gemaakt Klik op de banner en bekijk nog veel meer moois op haar blog
Klik op de banner hier beneden en ga eens langs bij Lenie voor nog meer moois Alle Ave Maria pps-jes hierboven zijn van haar
Gastenboek
Druk oponderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek
Wonder
29-11-2010
Medjugorje, boodschap van 25 november 2010
Medjugorje, boodschap van 25 november 2010
Lieve kinderen.
Ik kijk naar u en ik zie in uw hart de dood zonder hoop,onrust en honger.
Er is geen gebed in, noch vertrouwen op God.
Het is daarom dat de Allerhoogste me toelaat u hoop te brengen en vreugde.
Opent u.
Opent uw harten voor de barmhartigheid van God en Hij zal u alles geven, wat ge nodig hebt.
Hij zal uw harten vullen met vrede, want Hij is vrede en uw hoop.
Dank dat ge aan mijn oproep gehoor gegeven hebt.
VERVOLG OPENBARINGEN VAN DE H. BRIGITTA VAN ZWEDEN.
AAN DEN KARDINAAL VAN ALBANO.
DERDE BOEK, KAP. 10.
Gods moeder sprak tot haars Zoons bruid: Vrees niet, dat de dingen, die gij nu hoort en ziet, van een boozen geest komen, want evenals twee dingen komen van de naderende zon, namelijk licht en warmte, die de donkere schaduw niet volgen, komen met het intreden van den Heiligen Geest in het hart van den mensch twee dingen: de wamte van de godvruchtige liefde en het volmaakte licht van het heilig geloof. Deze twee wordt gij nu gewaar, en deze twee volgen den duivel niet, die gelijk is aan de donkere schaduw.
Zend daarom aan hem, dien ik u noemde, mijn boodschap, en hoewel ik zijn hart ken, zijn antwoord en zijn spoedig einde, zoo moet gij hem toch mijne woorden zenden. De grondvesten van de Kerk zijn aan den rechterkant zoo treurig ondergraven, dat het bovenste gewelf veel barsten en scheuren heeft, waaruit gevaarlijke stukken vallen, zoodat velen, die binnen komen, daardoor het leven verliezen. En vele zuilen, die rechtop moesten staan, buigen zelfs neer tot op den grond, en de geheele vloer is zoo slecht, dat blinden, die binnen komen, gevaarlijk vallen en zelfs zij, die goed zien, af en toe met de blinden vallen in het gevaarlijk graf. Daarom is de toestand van de Kerk zeer gevaarlijk. Het bewijst, dat haar val nabij is, indien zij geen hulp krijgt. En haar val zal zoo groot zijn, dat die door de geheele christenheid gehoord zal worden.
En dit moet geestelijk opgevat worden. Ik ben de Maagd in wier lichaam Gods Zoon zich verwaardige te komen met zijn Godheid, door de werking van den Heiligen Geest, zonder eenige onreine lichamelijke begeerlijkheid. En dezelfde Zoon Gods werd geboren uit mijn gesloten schoot met Godheid en menschheid, door den Heiligen geest, tot mijn allergrootste vreugde en blijdschap, en zonder smart. Ik stond ook bij het kruis, toen Hij zegevierde en de hel overwon en door zijn hartebloed het hemelrijk opende. Voorwaar, ook was ik op den berg, toen diezelfde Zoon opsteeg naar het hemelrijk.
In waarheid ik ken geheel het heilig geloof, dat mijn Zoon predikte en leerde aan allen, die in het hemelrijk willen komen. Ik sta boven de aarde met mijn voortdurend gebed tot mijn dierbaarsten Zoon, als de regenboog boven de wolken staat en zich naar de aarde schijnt neer te buigen en die met de beide uiteinden schijnt te omvatten. Door dien boog versta en meen ik mij zelve, want ik buig mij naar hen, die op aarde vertoeven, boozen en goeden, beiden omvattend met mijn voortdurende gebeden. Ik buig mij naar de goeden, opdat zij standvastig in het goede mogen zijn, zooals de heilige Kerk gebiedt, en naar de boozen, opdat zij niet verder mogen gaan in hun boosheid en niet nog slechter worden.
Daarom verkondig hem, wien ik deze woorden zend, dat van zeker punt een donkere en vreeselijke wolk naar de klaarheid van den regenboog opstijgt. Hierdoor versta en meen ik hen, die een leven van ontucht leiden en hen, wier geldzucht even onmetelijk en bodemloos is als het water der zee, en die hun bezittingen kwistig verspillen uit wereldschen pronk en praal, zooals een stroom die met veel vertoon zijn water uitstort. En deze drie ondeugden bezitten nu vele leidslieden der Kerk, wier zonden ten hemel stijgen, afzichtelijk en donker voor Gods aanschijn, en bij mijn gebed afsteken als de donkerste wolk tegen de klaarheid van den regenboog. En zoo wekken zij, die samen met mij God gunstig stemmen moesten, de gramschap Gods tegen zich op.
En dezulken zouden niet verhoogd moeten worden in de heilige Kerk (maar vernederd). Want wie trachten wil de grondvesten der Kerk te verheffen, zoodat die vast liggen en verlangen den gezegenden wijngaard te bebouwen, dien mijn Zoon plantte en besproeide met zijn bloed, hem wil ik, koningin des hemelrijks, indien hij zich daartoe weinig in staat acht, te hulp komen met alle heirscharen des hemels, en uitrukken de met mos bedekte en kale stronken en onvruchtbare boomen en ze in het vuur werpen om te branden en vruchtbare twijgen in hun plaats planten. En door den wijngaard versta en meen ik Gods heilige Kerk, waarin twee dingen noodzakelijk vernieuwd moeten worden en wel, ootmoed en goddelijke liefde.
Wordt vervolgd.
"Hart van Jezus, verzoening voor onze zonden".
"Hart van Jezus, verzoening voor onze zonden".
Het Hart van Jezus is de bron van leven, want door Hem werd de overwinning behaald op de dood. Het is de bron van heiligheid, want in Hem werd de zonde overwonnen, die de vijand is van de heiligheid in het hart van de mens. Jezus die op de zondag van de verrijzenis binnenkwam in het Cenakel, terwijl de deuren gesloten waren, zei tot zijn Apostelen: "Ontvangt de H. Geest. Aan wie ge de zonden vergeeft zijn ze vergeven". Terwijl Hij hun dit zei, toonde Hij zijn handen en zijn zijde met de zichtbare tekenen van zijn kruisiging. Hij toonde zijn zijde - de plaats waar het Hart werd doorstoken door de lans van de honderdman.
Zo werden de Apostelen opgeroepen tot de herinnering aan het Hart, dat de verzoening is voor de zonden van de wereld. En met hen worden ook wij ertoe opgeroepen. De macht tot vergeving van zonden, de macht van de triomf over het kwaad dat woont in het hart van de mens, ligt in het Lijden en in de Dood van Christus, de Verlosser. Een bijzonder teken van die verlossende kracht is juist het Hart. Het Lijden van Christus en zijn Dood betroffen heel zijn lichaam. Ze hebben zich voltrokken doorheen alle wonden die Hem tijdens zijn Passie werden toegebracht. Maar het is vooral in het Hart dat de wonden hun effect hadden; want wanneer heel het lichaam sterft, sterft het hart. Het hart kwijnt weg door het lijden, veroorzaakt door alle andere wonden.
De liefde ontvlamt in de ontlediging van het hart. Een levende liefdevlam heeft het Hart van Jezus op het Kruis verteerd. Die liefde van het Hart was de zuiverende kracht voor de zonde. Ze heeft de overwinning behaald - een blijvende overwinning - op het kwaad dat opgesloten ligt in de zonde, een overwinning op de algehele verwijdering van God, op iedere rebellie van de vrije wil van de mens, op ieder verkeerd gebruik van de geschapen vrijheid, die zich opstelt tegen God en zijn heiligheid. De liefde die het Hart van Jezus heeft verteerd - de liefde die de dood van zijn Hart heeft veroorzaakt - was en blijft een onoverwinnelijke macht. De dood behaalde de overwinning op de zonde door de liefde van het goddelijk Hart. Die liefde is de bron geworden van leven en heiligheid.
Christus kende ten diepste dat verlossende mysterie van zijn Hart. Hij is er de onmiddellijke getuige van. Als Hij tot de Apostelen zegt: Ontvang de H. Geest tot vergeving van de zonde, dan getuigt Hij van zijn Hart dat de verzoening is voor de zonden van de wereld. Maria, gij die de toevlucht zijt van de zondaars, breng ons dichter bij het Hart van uw Zoon!
"Hart van Jezus, bron van leven en van heiligheid".
"Hart van Jezus, bron van leven en van heiligheid".
Bron! Wij herinneren ons hoe Jezus naar Sichar ging, een stadje in Samaria, waar zich nog een bron bevond uit de tijd van Aartsvader Jakob. Bij die bron ontmoette Hij een Samaritaanse die water kwam putten. Hij zij tot haar: "Geef Mij te drinken". De vrouw antwoordde: "Hoe kunt Gij als Jood nu te drinken vragen aan mij, een Samaritaanse?" Jezus antwoordde haar: "Als ge enig begrip hadt van de gave Gods en wist wie het is, die u zegt: Geef Mij te drinken, zoudt ge het aan Hem hebben gevraagd, en Hij zou u levend water hebben gegeven". En Hij ging verder: "Het water dat Ik zal geven...... zal een waterbron worden, opborrelend tot eeuwig leven". Bron! Bron van leven en van heiligheid!
Bij een andere gelegenheid, op de laatste dag van het Loofhuttenfeest te Jeruzalem, riep Jezus met luider stem - zo schrijft de evangelist Johannes: "Als iemand dorst heeft, hij kome tot Mij; wie in Mij gelooft, hij drinke! Zoals de Schrift zegt: stromen van levend water zullen uit zijn binnenste vloeien". De evangelist voegt eraan toe: "Hiermee doelde Hij op de Geest, die zij, die in Hem geloofden, zouden ontvangen". Wij willen allen naderen tot deze Bron van levend water. Wij willen allen drinken aan het goddelijk Hart, dat de bron is van leven en heiligheid. In Hem wordt ons de H. Geest gegeven, die zich voortdurend aanbiedt aan degenen die Christus, die zijn Hart in aanbidding en liefde naderen.
Naderen tot de bron betekent: aansluiten bij dit principe. Er bestaat in de geschapen wereld geen andere plaats waar heiligheid voor het leven van de mens kan ontspringen, dan in het Hart dat zozeer heeft liefgehad. In zo vele harten zijn reeds "stromen van levend water" ontsprongen.... en zullen er nog ontspringen! De heiligen van alle tijden getuigen daarvan.
Moeder van Christus, wij smeken u, wees onze Gids naar het Hart van uw Zoon. Wij smeken u, breng ons dichter bij Hem en leer ons leven in intimiteit met dat leven, dat bron is van leven en van heiligheid.
"Hart van Jezus, mild voor allen, die U aanroepen".
"Hart van Jezus, mild voor allen, die U aanroepen".
Wij mediteren over de gebeurtenis, o Moeder van Christus, die zich afspeelde op de bruiloft van Kanaän in Galilea. Het gebeurde bij het begin van de publieke Messiaanse zending. Jezus werd samen met u en zijn eerste leerlingen uitgenodigd op de bruiloft. En toen de wijn op raakte, zei u tot Jezus: "Ze hebben geen wijn meer". Gij kende zijn Hart. Gij wist dat Hij mild is voor allen die Hem aanroepen. Door uw smeekbede te Kanaän in Galilea hebt gij verkregen dat de oneindige goedheid in het Hart van Jezus zich openbaarde.
Zo mild is het Hart, want in Hem woont de volheid: in Christus, waarachtig mens, woont de goedheid in zijn volheid; en God is liefde. Hij is mild omdat Hij liefheeft - en beminnen betekent kwistig zijn, betekent geven. Beminnen betekent gave zijn. Het betekent: er zijn voor de anderen, er zijn voor allen, er zijn voor iedereen. Voor ieder die vraagt. Voor ieder die vraagt, vaak zelfs zonder woorden. Voor wie vraagt door als een totale bedelaar de waarheid over zichzelf te tonen - en staande in die waarheid roept hij de liefde over zich af! De waarheid bezit de kracht te schreeuwen om liefde. Allen die "arm van geest zijn", bezitten door de waarheid over zichzelf de kracht de liefde over zich af te smeken. Allen die "hongeren en dorsten naar gerechtigheid", allen die zelf barmhartig zijn. Al deze - en nog anderen - bezitten een wonderbare "macht" op de liefde van Jezus. Zij beminnen allen, opdat zijn liefde zich zou mededelen en schenken, en de mildheid van zijn Hart zich zo zou openbaren. Van al dezen zijt gij, o Maria, de eerste.
Hart van Jezus, mild voor allen die U aanroepen! Door die mildheid raakt de liefde niet uitgeput, maar groeit ze nog. Ze groeit voortdurend...... Dat behoort tot de mysterievolle natuur van de liefde. Zo is ook het mysterie van het Hart van Jezus, dat mild is jegens allen. Het opent zich voor allen en voor ieder. Het opent zichzelf geheel. En in die mildheid put Het zich niet uit. De mildheid van het Hart is het bewijs, dat die liefde niet onderworpen is aan de wetten van de dood maar aan de wetten van de verrijzenis en het leven. Het bewijst dat de liefde groeit door de liefde. Dat behoort tot haar natuur.
"Hart van Jezus, geduldig en groot in barmhartigheid".
"Hart van Jezus, geduldig en groot in barmhartigheid".
Samen met Maria, het Evangelie herlezen; eigenlijk herlezen wij het hele Evangelie in een keer. Want daar wordt het Hart van Jezus beschreven, dat geduldig is en groot in barmhartigheid. Of hoe zou het Hart anders kunnen zijn van degene die "weldoende rondging en allen genas" die onder de dwingelandij van de duivel stonden? Of van degene die maakte dat "blinden konden zien, lammen lopen en doden opstaan? Dat aan armen de Blijde Boodschap werd verkondigd"? Is zo niet het Hart van Jezus, die niets had om zijn hoofd op te laten rusten, terwijl de vossen hun holen hebben en de vogels uit de lucht hun nesten? Is zo niet het Hart van degene die genoemd werd: "Vriend van tollenaars en zondaars"?
Laten wij, samen met Maria, dat Hart innerlijk aanschouwen! Laten wij er heel het Evangelie in herlezen! Maar laten wij vooral dat Hart aanschouwen op het ogenblik van de kruisiging, toen het met een lans werd doorstoken. Toen het mysterie, dat in zijn Hart verborgen is, ten diepste werd geopenbaard. Zijn Hart is geduldig, want het staat open voor alle aspecten van het menselijk lijden. Zijn Hart is geduldig, want het is oneindig groot in barmhartigheid! Want wat betekent barmhartigheid, indien die buitengewone maat van liefde zich niet uitdrukt in lijden? Wat betekent barmhartigheid, indien die totale liefde niet afdaalt tot in het hart zelf van het kwaad, om het te overwinnen door het goede? Wat betekent het, indien de liefde niet zegeviert over de zonde van de wereld, door lijden en dood heen?
Hart van Jezus, geduldig en groot in barmhartigheid! Moeder, gij die in dat Hart hebt geschouwd, toen gij aan de voet van het kruis stond! Moeder, gij die door de wil van dat Hart van allen zijt geworden. Wie kent beter dan gij het mysterie van het Hart van Jezus, te Bethlehem, te Nazareth, op Calvarië? Wie weet beter dan gij dat Hij geduldig is en groot in barmhartigheid? Wie anders dan gij legt daar voortdurend getuigenis van af?
"Hart van Jezus, verlangen van de eeuwige heuvelen".
"Hart van Jezus, verlangen van de eeuwige heuvelen".
In vereniging met de Moeder van Jezus overwegen wij de Boodschap, die heel zeker de beslissende gebeurtenis was in haar leven. En in de kern van die gebeurtenis ontdekken wij het Hart. Het gaat om de liefde van Gods Zoon; op het ogenblik van de Menswording begon die liefde zich te ontwikkelen in het Hart van zijn Moeder, tegelijk met het menselijk Hart van haar Zoon.
Maar is dat Hart wel "het verlangen" van de wereld? Wanneer wij de zichtbare wereld om ons heen bekijken, dan moeten wij, evenals St. Jan, vaststellen dat hij onderworpen is aan het begeren van de lust en het begeren van de ogen en de hovaardij van het geld: en die "wereld" schijnt ver verwijderd van het verlangen naar het Hart van Jezus. De wereld deelt dat verlangen niet. Hij staat vreemd, ja, zeer dikwijls vijandig tegenover Hem. Dat is de "wereld" waarvan het Concilie zegt, dat hij "in de macht van de zonde is geraakt". Het Concilie is hiermee in overeenstemming met heel de Openbaring, met de heilige Schrift en met de Traditie (en laat ons daar maar aan toevoegen: met onze menselijke ervaring).
Ook vandaag wordt diezelfde "wereld" door de liefde van de Schepper geschapen en door die liefde in stand gehouden. Het gaat om de wereld in zijn geheel, met zichtbare en onzichtbare schepselen, en in het bijzonder om "de gehele mensenfamilie met het geheel van aardse dingen waarin zij leeft". Het is de wereld die, juist omwille van "de macht van de zonde", aan een zinloos bestaan onderworpen is - zoals St. Paulus leert - en lijdt en in barensweeën verkeert, terwijl hij vurig verlangt naar de openbaring van Gods kinderen. Want het is uitsluitend op die wijze dat hij werkelijk kan bevrijd worden, verlost van de slavernij van het zedelijk bederf, om te delen in de vrijheid en de glorie van de kinderen Gods.
Ondanks de zonde en de drievoudige begeerte wordt die wereld toch gericht naar de liefde die het menselijk Hart van de Zoon van Maria vervult. Terwijl wij ons met Maria verenigen, vragen wij dus: Hart van Jezus, verlangen van de eeuwige heuvelen, geef de harten, breng aan onze tijd die bevrijding, die vervat ligt in uw Evangelie, in uw Kruis en Verrijzenis: de bevrijding die komt van uw Hart!
Brief 137 van de heilige Theresia van het kind Jezus,
Brief 137van de heilige Theresia van het kind Jezus,Kerklerares, aan haar zus Celine. "Zacheüs, kom vlug naar beneden"
Jezus heeft ons samen tot zich aangetrokken, hoewel via verschillende wegen; samen heeft Hij ons boven alle kwetsbare dingen van de wereld,waarvan het aanzien voorbijgaat, opgeheven; Hij heeft om het zo te zeggen alle dingen onder onze voeten gelegd. Zoals Zacheüs zijn we in de boom geklommen om Jezus te zien. Dan kunnen we met Johannes van het Kruis zeggen: "Alles is van mij, alles is voor mij, de aarde is van mij, de hemelen zijn van mij, God is van mij en de Moeder van mijn God is van mij"...
Celine, wat een mysterie is de grootheid in Jezus. Dat is alles wat Jezus ons heeft getoond door ons in de symbolische boom te laten klimmen, waarvan ik je zonet sprak. En wat voor wetenschap gaat Hij ons nu onderrichten? Heeft Hij ons niet alles geleerd? Laten we luisteren naar wat Hij tegen ons zei: "Kom vlug naar beneden; want vandaag moet Ik in jouw huis verblijven". Jezus zei ons om naar beneden te komen. Waar moeten we naar beneden? Celine, jij weet het beter dan ik, maar laat mij het je toch zeggen waar we Jezus nu moeten volgen. Vroeger vroegen de Joden aan onze goddelijke Verlosser: "Meester waar verblijft U?" en Hij antwoordde hen: "De vossen hebben holen en de vogels hebben nesten, maar de Mensenzoon kan zijn hoofd nergens te ruste leggen" (Mt 8,20). Daar moeten we naar beneden gaan om Jezus tot woning te dienen. Zo arm zijn, dat we nergens ons hoofd neer kunnen leggen.
++++++++++++++++++++
LITANIE OM EEN GOEDE DOOD TE BEKOMEN.
LITANIE OM EEN GOEDE DOOD TE BEKOMEN
Heer Jezus, goedertieren God, barmhartige Vader, ik verschijn voor U met een ootmoedig, verslagen en gebroken hart. Ik beveel U mijn laatste uur, en al wat hierop zal volgen.
Wanneer mijn verstijfde voeten mij zullen te kennen geven dat mijn loopbaan op aarde op het punt is een einde te nemen, barmhartige Jezus, ontferm U dan over mij.
Wanneer mijn door de naderende dood verduisterde en gebroken ogen hun treurige en stervende blikken op U zullen vestigen; barmhartige Jezus, ontferm U dan over mij.
Wanneer uw aanbiddelijke Naam voor de laatste maal van mijn koude en bevende lippen zal vloeien;
barmhartige Jezus, ontferm U dan over mij.
Wanneer mijn verbleekt en loodkleurig gelaat hen die bij mijn sterven tegenwoordig zijn, met afschrik en medelijden zal vervullen, en mijn voorhoofd met dood zweet bedekt, hen mijn naderend einde zal aankondigen;
barmhartige Jezus, ontferm U dan over mij.
Wanneer mijn oren, reeds gesloten voor de taal van de wereld, nauwelijks de korte verzuchtingen zullen vernemen, welke men mij zal ingeven, ten einde mij met U te verenigen;
barmhartige Jezus, ontferm U dan over mij.
Wanneer mijn geest, verontrust door de aanblik van mijn ongerechtigheden en door de vrees voor uw rechtvaardigheid, zal strijden tegen de engel der duisternis, die zal trachten mij het vertrouwen op Uw oneindige barmhartigheid te ontnemen en mij tot wanhoop wil brengen;
barmhartige Jezus, ontferm U dan over mij.
Wanneer mijn zwak, door de smarten van de ziekte afgemat hart zal bevangen worden door de schrik van de dood, en uitgeput door de laatste strijd tegen de vijanden van mijn zaligheid;
barmhartige Jezus, ontferm U dan over mij.
Wanneer ik de laatste tranen zal plengen tot teken van mijn ontbinding, neem dezelfde tranen dan aan tot uitwisseling van mijn zonden, opdat ik als een ware boetvaardige sterf; en in dat verschrikkelijk ogenblik,
barmhartige Jezus, ontferm U dan over mij.
Wanneer mijn bloedverwanten en vrienden rondom mijn sterfbed vergaderen, door mijn toestand getroffen, U voor mij zullen aanroepen,
barmhartige Jezus, ontferm U dan over mij.
Wanneer ik het gebruik van mijn zintuigen zal verloren hebben, de ganse wereld voor mij zal verdwenen zijn, en ik de angst van de doodstrijd zal voelen;
barmhartige Jezus, ontferm U dan over mij.
Wanneer de laatste zuchten van mijn hart mijn ziel zullen doen scheiden van mijn lichaam, beschouw dan dezelfde zuchten, als verzuchtingen van een heilig verlangen om met U verenigd te worden; en Gij,
barmhartige Jezus, ontferm U dan over mij.
Wanneer zijn ziel, reeds op mijn lippen zwevende, voor altijd zal scheiden uit deze wereld, en mijn lichaam koud, verstijfd en levenloos zal achterlaten, neem dan de vernietiging van mijn aardse leven aan als een hulde, welke ik wil brengen aan Uw opperheerschappij en aan Uw onsterfelijkheid, en,
barmhartige Jezus, ontferm U dan over mij.
Ten laatste, wanneer mijn ziel voor U zal verschijnen, en over al haar verrichtingen door U zal geoordeeld worden, verstoot haar dan niet van uw aanschijn, maar barmhartige Jezus, ontferm U dan over mij.
Laat ons bidden,
O God, die ons tot de dood veroordeeld hebt, maar het uur en het ogenblik van dezelfde dood voor ons verborgen hebt gehouden, verleen mij de genade, al de dagen van mijn leven in gerechtigheid en heiligheid door te brengen, ten einde door Uw genade, in Uw vrede en in Uw liefde, deze wereld te verlaten.
Dit bid ik U door onze Heer Jezus Christus, die met U leeft en heerst in de eenheid van de Heilige Geest. Amen.
Kolossenzen 1:15-17.
Hij is het beeld van de onzichtbare God, de eerstgeborene der ganse schepping, want in
Hem zijn alle dingen geschapen, die in de hemelen en die op de aarde zijn, de zichtbare en
de onzichtbare, hetzij tronen, hetzij heerschappijen, hetzij overheden, hetzij machten; alle
dingen zijn door Hem en tot Hem geschapen; en Hij is vóór alles en alle dingen hebben hun
bestaan in Hem.
U, mijn Christus, bent het beeld van de onzichtbare God, de eerstgeborene van heel de
schepping. In U zijn alle dingen geschapen: wat in de hemel en op de aarde is, de zichtbare
en onzichtbare, hetzij tronen, hetzij heerschappijen, hetzij machthebbers of gezagsdragers;
alle dingen zijn door U en voor U geschapen. U bent voor alle dingen en alle dingen bestaan
in U.
Handelingen 17:24-28.
De God, die de wereld gemaakt heeft en al wat daarin is, die een Heer is van hemel en
aarde, woont niet in tempels met handen gemaakt, en laat Zich ook niet door mensenhanden
dienen, alsof Hij nog iets nodig had, daar Hij zelf aan allen leven en adem en alles geeft. Hij
heeft uit één enkele het gehele menselijke geslacht gemaakt om op de ganse oppervlakte
der aarde te wonen en Hij heeft de hun toegemeten tijden en de grenzen van hun
woonplaatsen bepaald, opdat zij God zouden zoeken, of zij Hem al tastende vinden
mochten, hoewel Hij niet ver is van een ieder van ons. Want in Hem leven wij, bewegen wij
ons en zijn wij, gelijk ook enige van uw dichters hebben gezegd: Want wij zijn ook van zijn
geslacht.
U, mijn God, hebt de wereld gemaakt en al wat daarin is. U bent de Heer van hemel en
aarde, en U woont niet in tempels die met handen zijn gemaakt. U laat Zich niet door
mensenhanden dienen, alsof U iets zou nodig hebben. U geeft immers het leven en adem
aan al wat leeft. Uit één mens hebt u de hele mensheid geschapen om op de aarde te
wonen. U hebt voor iedereen een bepaalde tijd bestemd en plaats om te leven met de
bedoeling dat ze U zouden zoeken en vinden. Want in U leven wij, bewegen wij en zijn wij.
1 Timoteüs 1:17.
De Koning der eeuwen, de onvergankelijke, de onzienlijke, de enige God, zij eer en
heerlijkheid in alle eeuwigheid! Amen.
U, de Koning van alle eeuwen, de onvergankelijke en onzienlijke, de enige God, zij eer en
heerlijkheid in alle eeuwigheid. Amen!
Jesaja 44 :6-8.
Zo zegt de Here
, de Koning en Verlosser van Israël, de HERE der heerscharen: Ik ben de
eerste en Ik ben de laatste en buiten Mij is er geen God. En wie is als Ik hij roepe het uit en
verkondige het en legge het Mij voor daar Ik toch het overoude volk in het aanzijn riep; en
hetgeen er in de toekomst gebeuren zal, mogen zij verkondigen. Weest niet verschrikt en
vreest niet. Heb Ik het u niet van oudsher doen horen en verkondigd? Gij zijt mijn getuigen: is
er een God buiten Mij? Er is geen andere Rots, Ik ken er geen.
Vader in de hemel, Ik weet dat U de Almachtige bent. U bent de Eerste en de Laatste, en
naast U is er geen God. Leer me om te getuigen dat er buiten U geen Rots is. Vult U mijn
hart met een diepe zekerheid wanneer ik zeg: Ik ken er geen.
24-11-2010
AAN ALLEN EEN GEZEGENDE WOENSDAG TOEGEWENST.
N. ( M ).
The Miracle of Damascus: Part 21.
Gebed tot de Heilige Geest.
Gebed tot de Heilige Geest
Heilige Geest, onze Trooster, voltooi in ons het werk waarmee Christus een aanvang heeft gemaakt; verleen kracht aan
het gebed, dat wij uit naam van de gehele wereld uitspreken en zet het voort. Maak dat wij allen spoediger tot een diep
innerlijk leven komen; geef bezieling aan ons apostolaat, dat alle mensen en volkeren wil bereiken, want zij zijn allen
verlost door het Bloed van Christus en vormen allen zijn erfgoed.
Beteugel in ons de aanmatiging van de natuur en breng ons tot de ware nederigheid, heilig ontzag voor God en
edelmoedigheid.
Moge geen enkele aardse band ons hinderen onze roeping eer aan te doen. Laat geen enkel eigenbelang ons de eisen
van de rechtvaardigheid uit het oog doen verliezen, en bevrijd ons van bekrompenheid en kleinzielig egoïsme. Moge alles
groot zijn in ons: het zoeken naar en het beoefenen van de waarheid, de bereidheid tot het offer tot aan het kruis en de
dood.
En tenslotte moge alles in overeenstemming zijn met wat in het laatste gebed van de Zoon tot de hemelse Vader
gevraagd wordt, dat de Vader en de Zoon U, Heilige Geest van liefde, mogen uitstorten over de Kerk en haar
instellingen, over ieder mens afzonderlijk en over alle volkeren. Amen. Alleluja.
(Paus Joannes XXIII, 1962)
VERVOLG OPENBARINGEN VAN DE H. BRIGITTA VAN ZWEDEN.
BIJ HET GRAF VAN BISSCHOP BRYNJOLF TE SKARA.
TWEEDE BOEK, KAP. 22.
De maagd Maria, moeder Gods, sprak tot haar Zoon en zeide: O mijn Zoon, geef uw nieuwe bruid, dat de wortels van uw heilig lichaam zich in haar hart vasthechten, opdat zij in u verandere en van uw liefde vervuld worde! Daarop zeide zij: Toen deze heilige man in de wereld leefde, was hij standvastig in het geloof als een berg. Geen (tegenstand boog hem, geen) ijdele begeerte hield hem van het geloof af. Hij voegde zich naar uw wil als de beweegbare lucht, waar uw geest hem voerde. Hij gloeide van liefde als vuur, dat de kouden warmt en de slechten verteert. En nu heeft zijn ziel deel aan uwe glorie, en toch ligt zijn stoffelijk overschot op een onwaardige plaats. Daarom, mijn zoon, geef ook zijn lichaam meer eer. Eer hem, die u eerde met al zijn kracht en en macht. Verhef hem, die u verhief met zijn werk, zooveel hij vermocht.
De Zoon antwoordde: Gezegend zijt gij, want gij verzuimt niets, wat mijne vrienden aangaat. Het is niet passend, moeder, zooals gij ziet om den wolven het beste voedsel te geven; evenmin is het noodig, dat de safier, die de gezoden bewaart en zieken sterkt, in de modder gelegd wordt, of dat licht ontstoken wordt voor de blinden. Voorwaar, evenals deze man standvastig was in het geloof en gloeide van liefde, was hij ook wat matigheid aangaat geheel volgens mijn wil.
Daarom smaakt hij mij als de beste spijs, sterk in geduld en in alle droefheid, zacht en goed in willen en wenchen, beter in verleiding en in voorspoed, het best en het heerlijkst in zijn lofwaardig einde en zucht naar volmaaktheid. Daarom is het niet noodig dat zulk een spijze opgedient, of toebereid zal worden voor wolven, wier gulzigheid geen maat kent en die verrot vleesch verkiezen boven welriekende kruiden en gevaarlijk zijn voor het schaap. Hij was als de safier in den gouden ring, zoo schitterend was zijn roem en zijn leven.
Daardoor bewees hij de bruidegom te zijn van zijn Kerk, de vriend zijns Heeren, iemand die het heilig geloof bewaarde en de wereld verloste. Daarom, o dierbare moeder, is het niet noodig, dat iemand, die zoo goed was in aanraking komt met zulke onreinen, of dat iemand die den ootmoed zoo nastreefde omgeven is door hen, die alleen de wereld lief hadden. Ten derde was hij als een lichtende kandelaar, doordat hij al mijn geboden nakwam en met zijn goede levenslessen de standvastigen bijstond, opdat zij niet vallen zouden, en de gevallenen wederom oprichtte. Ook verlichtte hij nog het pad van hen die na hem kwamen.
Die licht zijn zij onwaardig om te zien, die door eigenliefde verblind zijn geworden; dit licht kunnen zij niet zien die de staar des hoogmoeds hebben; dit licht zullen schurftige handen niet aanraken. Want dit licht is zeer gehaat door de gierigen en door hen, die hun eigen wil liefhebben en hun zondige lusten willen volgen. Daarom is het rechtvaardig dat alvorens hem meer eer bewezen wordt, zij die onrein zijn gereinigd worden en zij die blind zijn ziende worden.
Maar dat de man, van wien het volk des lands zegt dat hij heilig is, niet heilig is, wordt door drie dingen bewezen: Ten eerste omdat hij niet zulk een leven leidde als de heiligen leidden voor hun dood. Ten tweede omdat hij niet gezind was ter wille van God te sterven. Ten derde omdat zijn liefde niet vurig en wijs was, zooals die der heiligen is. De leugens van bedriegelijke menschen, die naar gunst streven, en de lichtgeloovigheid van onverstandige lieden zijn de oorzaak dat het volk als heiligen beschouwt die geen heiligen zijn. Maar of de ziel in de hel is, of in het vagevuur vertoeft, dat is den mensch niet veroorloofd te weten voor het oogenblick daartoe gekomen is.
Wordt vervolgd.
"Hart van Jezus, dat ons allen deelgenoot heeft gemaakt van uw oneindige rijkdom"
"Hart van Jezus, dat ons allen deelgenoot heeft gemaakt van uw oneindige rijkdom"
Verenigen wij ons met Maria op het ogenblik van de Boodschap, toen het Woord vlees werd en onder haar hart kwam wonen: het Hart van Maria. Wij verenigen ons dus met het Hart van de Moeder, die sinds de ontvangenis het menselijk Hart van haar goddelijke Zoon beter kent. "Van zijn volheid hebben wij allen ontvangen; genade op genade", schrijft de evangelist Johannes.
Wat houdt die volheid van hart in? Wanneer kunnen wij spreken van een hart dat vol is? Met wat is het Hart van Jezus vervuld? Het is vervuld van liefde. De liefde bepaalt die volheid van het Hart van Gods Zoon, tot wie wij ons biddend richten. Het is een Hart vervuld van liefde tot de Vader: vervuld en op goddelijke en op menselijke wijze! Want het Hart van Jezus is waarlijk het menselijk Hart van Gods Zoon. Het is dus vol van kinderlijke liefde: alles wat Hij op aarde gedaan en gezegd heeft, was een getuigenis van die liefde, als Zoon.
Die kinderlijke liefde in het Hart van Jezus heeft ook geopenbaard - en openbaart nog altijd aan de wereld - de liefde van de Vader. "Zozeer immers heeft God de wereld liefgehad, dat Hij zijn eniggeboren Zoon heeft gegeven" voor het heil van de wereld, voor het heil van de mens, opdat deze mens "niet verloren zal gaan maar eeuwig leven zal hebben". Het Hart van Jezus is dus vervuld van liefde voor de mens. Het is vervuld van liefde voor het schepsel, vervuld van liefde voor de wereld. En hoezeer is Het vervuld van liefde! Die volheid is onuitputtelijk.
Wanneer de mensheid put aan de stoffelijke bronnen van de aarde, het water, de lucht, dan verminderen die bronnen, ze raken uitgeput. De versnelde exploitatie van die bronnen op onze dagen is het voorwerp van veel discussie. Vandaar de waarschuwing: "Laten we ze niet nutteloos verbruiken". Maar zo is het niet met de liefde. Met de volheid van het Hart van Jezus is het anders. Van die volheid hebben wij allen ontvangen - genade op genade. Het probleem zit hem alleen hierin, dat ons hart moet verruimen; onze beschikbaarheid om te putten aan die overvloed van liefde moet groter worden. Juist daarom verenigen wij ons met het Hart van Maria.
Hart van Jezus, waarin de Vader zijn welbehagen heeft gesteld".
Hart van Jezus, waarin de Vader zijn welbehagen heeft gesteld".
Terwijl wij zo bidden beschouwen wij dit eeuwige welbehagen van de Vader jegens zijn Zoon: God uit God, Licht geboren uit het Licht. Dat welbehagen betekent Liefde: de Liefde, waarin al het bestaande haar oorsprong heeft. Niets bestaat zonder Hem, zonder de liefde, zonder het Woord. "Alles is door Hem geworden en zonder Hem is niets geworden van wat geworden is". Dat welbehagen van de Vader heeft zich geopenbaard in het scheppingswerk, in het bijzonder in dat van de mens, toen God "alles bezag wat Hij gemaakt had, en Hij zag dat het heel goed was". Is het Hart van Jezus dus niet het "punt" waarin de mens het onwankelbaar vertrouwen kan vinden ten opzichte van alles wat geschapen is? Hij ziet de waarden, hij bewondert de orde en de schoonheid van de wereld. Hij ontdekt de zin van het leven.
Hart van Jezus, waarin de Vader zijn welbehagen heeft gesteld. Laten we gaan naar de oevers van de Jordaan. Laten we opstijgen naar de berg Tabor. Zowel bij de ene als de andere gebeurtenis die door de evangelisten wordt beschreven, horen we de stem van de onzichtbare God, de stem van de Vader: "Dit is mijn Zoon, de Welbeminde, in wie Ik mijn behagen heb gesteld; luister naar Hem". Het eeuwige welbehagen van de Vader vergezelde zijn Zoon toen Hij mens werd, toen Hij zijn Messiaanse taak in de wereld op zich nam, toen Hij zegde dat het zijn voedsel was de wil van de Vader te doen. Uiteindelijk heeft Christus die wil volbracht door gehoorzaam te worden tot de kruisdood; zo is dat eeuwige welbehagen van de Vader in zijn Zoon, dat behoort tot het intiemste mysterie van de Drieëne God, gekomen om deel uit te maken van de geschiedenis van de mens.
De Zoon is immers mens geworden, en als dusdanig heeft Hij het hart van een mens gekregen, waarmee Hij bemind heeft en tevens zijn antwoord heeft gegeven aan de liefde. Allereerst aan de liefde van de Vader. Daarom is de welwillendheid van de Vader gericht op dat Hart, op het Hart van Jezus. Het is het heilzame welbehagen. Want door dat welbehagen omvat de Vader - in het Hart van zijn Zoon - allen voor wie de Zoon is mens geworden: allen voor wie Hij een hart heeft, allen voor wie Hij gestorven is en verrezen. In het Hart van Jezus vinden mens en wereld de welwillendheid van de Vader. Het is het Hart van onze Verlosser, het Hart van de Verlosser van de wereld.
Verenigen wij ons met Maria, verenigen wij ons met haar, in wie de Zoon van God een menselijk hart heeft aangenomen. Laten wij haar vragen dat zij ons dichter bij Hem brengt. Laten wij bidden, opdat zij, door het Hart van de Zoon, mens en wereld dichter bij het welbehagen van de Vader zou brengen, dichter bij de Liefde van de Vader, bij de barmhartigheid van God.
"Hart van Jezus, waarin de Godheid in alle volheid woont"
"Hart van Jezus, waarin de Godheid in alle volheid woont"
Tijdens de plechtige viering van de Kruisverheffing, is heel de Kerk gericht naar dit Hart, waarin "de Godheid in alle volheid woont". Het mysterie van Christus: de Godmens heeft een bijzondere plaats in onze beschouwing van het Kruis: Zie de Mens! Zie de Gekruisigde! Zie de Mens in zijn totale ontlediging! Zie de Mens, verbrijzeld "om onze zonden". Zie de Mens, "met smaad overladen"! Maar ook: Zie de Mens die God is! In Hem woont de Godheid in alle volheid. Één in wezen met de Vader! God uit God. Licht uit Licht! Geboren niet geschapen. Het Eeuwige Woord. Één in de Godheid, met de Vader en de H. Geest.
Toen de honderdman op Golgotha de Gekruisigde met een lans doorstak, vloeide er bloed en water uit zijn zijde. Dat is het teken van de dood. Het teken van de menselijke dood van de onsterfelijke God.
Aan de voet van het kruis staat ook zijn Moeder. De Moeder van Smarten. Op het feest van de Kruisverheffing denken wij ook aan haar. Op het ogenblik dat de zijde van Christus door de lans van honderdman werd door stoken, werd in haar de profetie van Simeon werkelijkheid: "En uw eigen ziel zal door een zwaard worden doorboord".
De woorden van de profeet zijn de aankondiging van de definitieve vereniging van de Harten: dat van de Zoon en van de Moeder; dat van de Moeder en van de Zoon. "Hart van Jezus, waarin de Godheid in alle volheid woont". Hart van Maria - Hart van de Maagd van Smarten - Hart van de Moeder van God.