For this blog to translate into language of your choice? Select your language below.
2 prachtige pps-jes hierboven van Godelieve en ook Mama rechts heeft ze gemaakt Klik op de banner en bekijk nog veel meer moois op haar blog
Klik op de banner hier beneden en ga eens langs bij Lenie voor nog meer moois Alle Ave Maria pps-jes hierboven zijn van haar
Gastenboek
Druk oponderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek
Wonder
08-11-2010
Bezinning .
Het nieuwe in het christendom bestaat in een soort 'volmaaktheid' die niets te maken heeft met het streng onderhouden van een massa wetten en voorschriften, maar alles met mildheid en vergeving, met leren beminnen van vijanden en met het luisteren naar het woord van iemand, die als een vader en een moeder van je houdt en die spreekt in je hart. Christendom is geen dwangbuis. Het zit fout als je jezelf in de hoek gedrumd zou voelen door regels. In het christendom is er slechts één wet: die van de liefde. Die maakt vrij en geeft ieder christen een persoionlijke vrede, door zijn relatie met God zelf die liefde is. Je hoeft dus in het christendom niet perfect te zijn, niet de beste en de eerste; je hoeft geen supermens te zijn.
God, onze Vader,
God, onze Vader, U hebt ons tot leven geroepen, Maar niemand van ons leeft voor zichzelf alleen. We zijn hier op uw aarde met velen En U vraagt ons om uw zorg voor Die velen met U te delen. Uw Zoon Jezus heeft ons voorgedaan hoe dat kan, Nee, hoe dat moet; Want als we leren delen Is er op den duur helemaal geen wereld meer. Daarom heeft Hij brood genomen En het uitgedeeld aan velen. Zo wordt Hij herkend als degene Die oog heeft voor de mens die honger heeft. We danken U voor zijn voorbeeld, Waarin we iets van Uw overvloed hebben mogen proeven. Moge deze eenvoudige maaltijd Die wij nu samen aanvangen, ons de ogen openen Voor allen die onze zorg behoeven, En laat ons dankbaar zijn Dat we in uw Naam anderen mogen helpen, Gij God van eeuwigheid tot eeuwigheid. Amen
Joh 14, 15-21 en 22-29 Ik laat jullie niet verweesd achter.
Uit het testament van Jezus halen wij niet enkel de lezing van vandaag over de Geest van waarheid. We voegen er een stuk een toe waarbij Judas Barsabas Jezus de vraag stelt waarom Hij zijn leer uitlegt aan een kleine groep volgelingen en niet aan heel de wereld die toch naar redding snakt. De uitleg kan ons ook vandaag de weg wijzen in een kerk waarin we nog slechts kleine gelovige gemeenschappen vormen temidden een kerkvreemde buitenwereld.
Als jullie Mij liefhebben, zul je ter harte nemen wat Ik jullie opdraag. En Ik zal de Vader vragen jullie een andere helper te geven, die voor altijd met jullie zal zijn, de Geest van de waarheid. De wereld kan Hem niet ontvangen, omdat ze Hem niet ziet en ook niet kent; jullie kennen Hem wel, want Hij blijft bij jullie en zal in jullie zijn. Ik laat jullie dus niet verweesd achter: Ik kom bij jullie terug. Want nog maar een korte tijd en de wereld ziet Mij niet meer, terwijl jullie Mij wel zullen zien, want evenals Ikzelf zullen ook jullie leven. Op die dag zul je inzien dat Ik in mijn Vader ben, en dat jullie in Mij zijn zoals Ik in jullie ben. Wie zich aan mijn opdracht gebonden weet en haar ter harte neemt, die is het die Mij liefheeft, en wie Mij liefheeft zal ondervinden hoe de Vader hém liefheeft, en ook Ik zal hem liefhebben en Mij aan hem openbaren.' Judas - niet Judas Iskariot - vroeg: `Heer, hoe komt het dat U zich wel aan ons, maar niet aan de wereld gaat openbaren?' Jezus gaf hem ten antwoord: `Als iemand Mij liefheeft, zal Hij mijn woord ter harte nemen; dan zal mijn Vader hem liefhebben en zullen We bij hem ons verblijf gaan houden. Wie Mij niet liefheeft, neemt mijn woorden niet ter harte. Het woord dat jullie horen, is echter niet mijn woord, maar dat van de vader die Mij gezonden heeft. Dat is het wat Ik jullie te zeggen had, nu Ik nog bij jullie ben. De helper die de Vader jullie in mijn naam zal zenden, zijn heilige Geest, zal jullie verder in alles onderrichten: Hij zal jullie alles laten begrijpen wat Ik jullie gezegd heb. Vrede laat Ik jullie na, mijn eigen vrede geef Ik jullie, een andere dan de wereld te bieden heeft. Je moet je dus niet zo laten verontrusten en de moed niet verliezen. Je hebt gehoord wat Ik zei: niet alleen dat Ik heenga, maar ook dat Ik bij jullie terugkom. Als jullie Mij liefhadden, zou het jullie met vreugde vervullen dat Ik heenga naar de Vader, want de Vader is groter dan Ik. Ik zeg het jullie dus nu al, voordat het zover is, dan zul je, als het zover is, geloven.
Handelingen 15, 1-2,22-29:
Bij het begin van de kerkgeschiedenis stelde het toetreden van niet-Joden de kerk voor problemen. Er ontstond een conflict over de besnijdenis van niet-Joden. Om de essentie van het geloof te doen zegevieren werd zelfs een bijeenkomst in Jeruzalem georganiseerd.
Toen kwamen er enkele mensen uit Judea die de broeders voorhielden: `Als u zich niet naar de zede van Mozes laat besnijden, kunt u niet gered worden.' Omdat er opschudding ontstond en Paulus en Barnabas in heftig dispuut met hen raakten, gaf men Paulus en Barnabas en enkele anderen uit hun midden de opdracht met deze strijdvraag naar de apostelen en oudsten in Jeruzalem te gaan. Daarop besloten de apostelen en de oudsten in overleg met heel de gemeente enkele afgevaardigden met Paulus en Barnabas naar Antiochië te sturen: Judas, ook Barsabbas geheten, en Silas, twee leidende figuren uit de gemeente. Men gaf hun deze brief mee: `De apostelen en oudsten groeten als broeders de broeders uit de heidenen in Antiochië, Syrië en Cilicië. Wij hebben vernomen dat enkelen, uit onze kring afkomstig, maar zonder opdracht van ons, met hun woorden verwarring en onrust onder u hebben gezaaid. Daarop hebben wij eenstemmig besloten om een paar mannen uit te kiezen en die mee te sturen met onze vrienden Barnabas en Paulus, die zich met hart en ziel inzetten voor de naam van onze Heer Jezus Christus. Wij hebben Judas en Silas dus afgevaardigd; zij zullen u dezelfde boodschap ook mondeling overbrengen. De heilige Geest en wij hebben besloten u geen enkele last op te leggen dan alleen wat strikt noodzakelijk is: u moet zich onthouden van afgodenvlees, bloed, verstikt vlees en ontucht. Als u daarvan afblijft, is het in orde. Het ga u goed.'
Heer, onze God,
Heer, onze God, Gij hebt onder ons een mens laten leven, Jezus van Nazareth. Hij geloofde dat onmogelijke mogelijk wordt: een wereld waarin gerechtigheid en vrede heersen. Help ons om Zijn woord te verstaan: uw belofte die toekomst schept waar geen toekomst zichtbaar is. Herschep ons van dag tot dag zodat wij tot echte vrede komen in onszelf en met anderen, door Jezus onze Heer. Amen
God van liefde en onvergetelijke trouw,
God van liefde en onvergetelijke trouw, in onze ogen bent Gij fantastisch. Uw onophoudelijke geschenken van levenskracht die wij elke dag mogen ondervinden geven ons zoveel prachtige kansen. Ga met ons mee op de weg waarop we zelf een beetje geschenk zijn voor onze medemensen, waar we kansen bieden waaraan zwakken zich kunnen optrekken en maak ons sterk in onze inzet door het besef dat wij een gemeenschap van broers en zussen zijn waarin Gij Vader en moeder zijt, kracht en bescherming, hoop en warmte. Dat vragen wij U in naam van Jezus uw Zoon. Amen
Bezinning .
Hebt gij Hem gezien in die bange ogen van een kind? Hebt gij Hem gezien in die vrouw die moedig afscheid nam van haar zoon? Hebt gij Hem gezien in die zieke die de pijn verbeet? Hebt gij Hem gezien in die eenzame vreemdeling die niet durfde kloppen aan jouw deur? Wees niet bevreesd als je het even waart vergeten. Hij staat alweer klaar om met je mee op weg te trekken
God van liefde,
God van liefde, zoals in uw huis vele woningen zijn, zo willen ook wij elkaar ruimte geven. Help ons uw wegen van liefde te gaan in onze geloofsgemeenschap, dit huis van broers en zussen, dat wij samen vormen met elkaar, één band, één parochie, één gemeenschap in Jezus' naam. Met respect willen wij luisteren naar elkaar, en leren hoe anderen geloven . Wij willen elkaar niet verketteren maar waarderen. Want uiteindelijk bent U de bron waar wij allemaal naar terug komen, steeds opnieuw. U staat klaar aan de rand van de weg met brood en vis, voedsel voor onderweg. Uw liefde krijgen wij mee in onze rugzak. Hoe meer wij van elkaar weten dat U en niemand anders voor ieder van ons de kracht en de hoop bent, des te meer zullen wij ons sterk voelen door Uw Geest. Dan zullen wij werken aan een nieuwe wereld, een wereld vol van uw liefde, omdat wij sterk worden door Uw aanwezigheid bij ons. U hebt ons Jezus gegeven, Hij vertelde ons over Uw liefde. Door Hem weten wij dat wij hoopvol mogen zijn, dat wij onze angsten mogen laten varen, dat alles goed terechtkomt zelfs als wij het zelf niet meer op goede sporen krijgen. Schenk ons door Uw Geest liefde en wijsheid en de kracht om van deze liefde gebruik te maken voor van het geluk van allen. Dat vragen wij U voor ieder en allen vandaag en morgen en al de dagen van ons leven. Amen
Handelingen 5,27-32.40-41
Toen de apostelen kort na hun gevangenschap weer bij de tempel onderricht gaven namen tempelwachters hen mee en brachten hen voor het Sanhedrin. De hogepriester vroeg hun: "Hebben we u niet ten strengste verboden onderricht te geven met beroep te doen op de naam Jezus?! Toch is heel Jeruzalem door uw toedoen vol van uw leer; u wilt zeker dat het volk het bloed van die man op ons verhaalt?" Daarop gaf Petrus namens de apostelen ten antwoord: "God moet men meer gehoorzamen dan de mensen. De God van onze vaderen heeft Jezus tot leven gewekt, die u vermoord had door Hem aan een kruis te hangen. Hem heeft God op die manier een plaats gegeven aan zijn rechterhand als onze leidsman en redder, om Israël te bekeren en het zijn zonden te vergeven. Wij zijn daarvan de getuigen, samen met de heilige Geest, die God gegeven heeft aan wie Hem gehoorzamen." De apostelen werden gegeseld. En opnieuw verboden zij het hun om onderricht te geven met een beroep op de naam van Jezus, en ze lieten hen vrij. De apostelen verlieten het Sanhedrin, en ze waren blij omdat ze het waard bevonden waren om omwille van de naam van Jezus smadelijk behandeld te worden.
Eeuwige God,
Eeuwige God, U kennen wij als de beschermer van leven. Gij zijt de wijsheid zelf, kenner van goede en kwade dagen van mensen. Van verborgen diepten heeft U weet. Als Schepper van al wat er leeft kunnen wij ons aan U toevertrouwen. U bent onze God en wij zijn uw volk. De woestijnverhalen van onze voorouders vertellen ons over Uw teleurstelling als mensen zich van U afkeerden. Zo sprak U: 'Het hart van dit volk is verdwaald. Zij willen niets van Mij weten. Waar Ik woon komt geen van hen!' Verzameld in gebed hebben zij zich weer tot U gewend U kwam opnieuw naar hen toe. Wil ook ons horen nu wij in gebed bijeen zijn. Wij weten ons verbonden met Jezus de Messias. Hem gedenken wij in dit geheiligde brood. Mogen wij die zijn tafelgenoten zijn leven naar uw Woord. Vandaag en alle dagen. Amen.
God onze Vader,
God onze Vader, mooier is het graan dat gewonnen wordt door eerlijkheid, vrede en gerechtigheid. Krachtiger is de wijn die ontstaat bij mensen die elkaar vreugde brengen, die haat tegengaan. Zegen ook onze inzet voor elkaar. Wij tonen ons werk en ons samenleven in het brood en de beker op deze tafel. Zegen al wat wij ondernemen in naam van de liefde van Jezus onze Heer. Amen.
Matteüs 18,15-20: Wijs geduldig de weg.
Als je broeder je iets misdaan heeft, moet je hem dat onder vier ogen zeggen. Als hij naar je luistert, heb je je broeder gewonnen. Maar als hij niet naar je luistert, neem dan nog een of twee getuigen mee, opdat elke verklaring door twee of drie getuigen wordt bevestigd. Maar als hij naar hen niet luistert, zeg het dan tegen de gemeente. Als hij zelfs naar de gemeente niet luistert, beschouw hem dan als een heiden en een tollenaar. Ik verzeker jullie, wat jullie op aarde binden, zal ook in de hemel gebonden zijn, en wat jullie op aarde ontbinden, zal ook in de hemel ontbonden zijn. Ook verzeker Ik jullie: als er twee van jullie eensgezind iets vragen hier op aarde, om het even wat, dan zullen ze het krijgen van mijn Vader in de hemel.
Heer Onze God,
Heer Onze God, liefde voor andere mensen vraagt dat wij ook de mensen nemen zoals ze zijn, met hun fouten en gebreken. Dan zullen wij wijs omgaan met mensen en dingen, mensen kunnen wijzen op hun gebreken maar tegelijk hen waarderen en recht doen volgens de liefde die Jezus ons voordeed. Help ons meer naar zijn voorbeeld te leven als profeten, vastberaden mensen in deze tijd. Amen.
GEZANG. ( Uit de Bijbel ).
1 Uit angst en nood stijgt mijn gebed. O Heer, wil naar mij horen! Wanneer Gij op ons falen let, zijn wij, o God verloren. Maar in uw eindeloos geduld delgt Gij de menselijke schuld en zegent die U vrezen. 2 Ik hoop op God de Heer en wacht het woord dat Hij zal spreken. Al loopt het naar de middernacht, ik volg zijn heilig teken. Mijn hart is in d donkerheid een wachter die het licht verbeidt, een wachter op de morgen. 3 Hoop, Israël, op God de Heer die rijk is aan genade. Want Hij verlaat u nimmermeer, al kiest gij ook ten kwade. Hij leidt u door de woestenij en maakt gans Israël eens vrij van ongerechtigheden.
GEZANG. ( Uit de Bijbel ).
De Heer is mijn Herder! 'k Heb al wat mij lust; Hij zal mij geleiden naar grazige weiden. Hij voert mij al zachtkens aan waat'ren der rust. 2 De Heer is mijn Herder! Hij waakt voor mijn ziel, Hij brengt mij op wegen van goedheid en zegen, Hij schraagt me als ik wankel, Hij draagt me als ik viel. 3 De Heer is mijn Herder! Al dreigt ook het graf, geen kwaad zal ik vrezen, Gij zult bij mij wezen; o Heer, mij vertroosten uw stok en uw staf! 4 De Heer is mijn Herder! In 't hart der woestijn verkwikken en laven zijn hemelse gaven; Hij wil mij versterken met brood en met wijn. 5 De Heer is mijn Herder! Hem blijf ik gewijd! 'k zal immer verkeren in 't huis mijnes Heren: zo kroont met haar zegen zijn liefde me altijd.
GEZANG. ( Uit de Bijbel ).
1 D' Almachtige is mijn Herder en Geleide, wat is er dat me schort? Hij weidt mij als zijn schaap, in vette weide waar gras noch groen verdort. Hij drenkt mijn ziel in koele bronne en beke. Indien mijn geest verstrooi' en afdwaal' van de kudde en rechte streke, Hij brengt ze weer te kooi. 2 Hij brengt mij op de heerbaan van zijn wetten en 't goddelijke recht, om zijnen naam en eer in top te zetten door 't lof van zijn knecht. Al zworf ik om in nare en donk're dalen, beschaduwd van de dood, nog vreest mijn hart geen ongeluk, noch kwalen: Hij staat me bij in de nood! 3 Ik mag me vast op zijnen straf verlaten en trouwe herdersstok. Hij dekt voor mij, ten schimp van die mij haten met onverzoenb're wrok, een volle dis, gelaafd met lekkernijen. Hij zalft mijn haar en hoofd met oliegeur, om 't aanschijn te verblijen door glans die druk verdooft. 4 Wat wordt aan mij een schone kelk gegeven vol wijns! God stort zijn hart genadig uit, ten beste van mijn leven, ten troost van alle smart. Ik zal Gods huis en zegenrijke tempel bewonen dag en nacht, en nimmermeer verlaten Arons drempel, maar sterven op mijn wacht!
GEZANG. ( Uit de Bijbel ).
1 Laat ons nu vrolijk zingen! Komt, heft uw lied'ren aan voor Hem, wie alle dingen altijd ten dienste staan. Ik wil de Heer daarboven lofprijzen hier op aard, ja, Hem van harte loven, die veilig mij bewaart. 2 Hoe goed is 't hun die bouwen op Isrels vaste rots, hun die zich toevertrouwen de trouwe handen Gods. Zij hebben 't heil verkregen, de allerschoonste schat; God leidt hen op zijn wegen, hun voet wordt moe noch mat. 3 Hij is de Heer, de sterke, in Hem is alle macht. Dat zeggen ons zijn werken, dat zeggen dag en nacht, de aarde en de hemel, de mensen en het vee, en alles wat er wemelt in 't water van de zee. 4 Hij is de Heer, de trouwe, die niemand onrecht doet. Wie maar aan Hem zich houden, die geeft Hij alle goed. Moet iemand onrecht lijden, de Heer staat aan zijn kant. Hij doet te allen tijde aan elk zijn woord gestand. 5 Op duizenderlei wijze redt Hij ons van de dood. Hij geeft ons drank en spijze in schaarste en in nood. En als wij zijn gevangen, te middernacht zendt Hij ons liederen en gezangen en maakt ons eind'lijk vrij. 6 Hij is het licht der blinden, der zwakken steun en staf. Die zich in rouw bevinden, neemt Hij de droefheid af. Maar allen die Hem haten, hun wegen maakt Hij krom; wat zij in trots bezaten, keert Hij in gramschap om. 7 Ik arme en geringe, hoe zou ik voor uw troon U lof en dank toezingen? Gij zijt zo groot, zo schoon. Maar omdat Gij mijn leven duldt voor uw aangezicht, mag ik, o Heer, U geven de weerglans van het licht.
Psalm 148.
1 Gij, hemelse creaturen, Looft God fijn tot deze uren; Gij, inwoners des hemels rein, Zingt Zijn eer lieflijk in 't gemein. Gij, engelen, looft Zijnen Name; Gij, Zijn heirkracht, looft Hem te zamen; Gij, zon en mane, looft Hem fijn; Gij, sterren, prijst den Name Zijn.
2 Gij hemel hoog looft Hem eenpaar, Doet zulks wolken en water klaar; Dat alle hemelse dingen Den lof Zijnes Naams voortbringen; Want door Zijn woord sterk ende krachtig Werd alle ding gemaakt eendrachtig. Hij heeft alles alzo besteld, Dat het vast blijft door Zijn geweld.
3 Zij hebben een bevel ontvaan, Daarover durven zij niet gaan. Gij walvissen en afgronden, Wilt nu Zijnen lof verkonden. Vuur, hagel, sneeuw en ijs zeer koude. Wind en tempeest niet om weerhouden, Die den wille Gods volbrengt goed, Looft Hem in alles wat gij doet.
4 Prijst Hem, bergen en heuvels al, Vruchtbaar' bomen, 't ganse getal Der ceed'ren en des vees meteen, Wilde dieren groot ende kleen; Vliegende vogels groot van waarde, Dieren kruipende langs de aarde; Gij koningen en volken rijk, Vorsten en rechters al gelijk.
5 Gij jongens, dochters, jong en oud, Zingt Zijn lof om best in eenvoud; Want hoger is Zijnes Naams eer, Als hemel en aard' immermeer. Den hoorn Zijns volks heeft Hij verheven Tot Zijne eer; zulks is gegeven Israël, Zijn volk zeer gewis, 't Welk Zijn bemind eigendom is.
Het gebed des Heeren.
1 Onze Vader in 't hemelrijk, Die ons heet kinders al gelijk, En wilt dat wij U roepen aan, Als wij met node zijn bevaân; Geef dat niet bidd' alleen de mond, Maar dat het ga van 's harten grond.
2 Geheiligd Uwe Name zij, Uw woord ongevalst blijft ons bij: Dat wij ook leven heiliglijk Naar Uwen Name waardiglijk; Behoed ons Heer, voor valse leer, Dat arm vervoerde volk bekeer.
3 Uw Koninkrijk koom', o Heer goed! Hier en hierna. Den Trooster zoet Geef ons. Dien Christus ons toezei, Met Zijn gaven menigerlei. Breek Satans toorn en groot gewalt, Voor zijn ergheid, Uw Kerk erhalt.
4 Uw wil geschied', o Heer, gelijk Op aarde als in 't hemelrijk. Geef ons geduld in lijdens pijn Gehoorzaam alleszins te zijn; Neem van ons weg vlees ende bloed, Dat tegen Uwen willen doet.
5 Geef ons heden ons daag'lijks brood En onz' behoefte tot lijfs nood. Behoed ons Heer, voor twist en strijd, Voor pest en ook voor duren tijd. Dat wij in goeden vrede staan; Doe zorgvuldigheid van ons gaan.
6 Onze schulden vergeef ons, Heer! Dat zij ons niet bedroeven meer; Zo wij ook die ons schuldig zijn, Haar schuld vergeven dit termijn. Tot haren dienst maak ons bereid, In rechte liefd' en enigheid.
7 Leid ons Heer, in bekoring niet, Als ons de boze geest strijd biedt Ter rechter- of ter linkerhand; Help ons te doen fijn wederstand, In recht betrouwen onbevreesd, Door den Trooster, den Heil'gen Geest.
8 Van alle kwaad verlos ons meer, In deze kwade tijden, Heer; Vrijdt ons van den eeuwigen dood, En troost ons in den laatsten nood; Doe ons altijd goed onderstand, Neem onze zielen in Uw hand.
9 Want U, o Vader, is dat Rijk En de kracht overal gelijk; U is ook alle heerlijkheid, Van nu tot in der eeuwigheid, Met Christus, Uwen Zoon alleen, En den Heiligen Geest gemeen.
10 Amen! dat is: het worde waar: Sterk ons gelove, wankelbaar; Opdat wij niet twijf'len daaraan, Wij zullen dit alles ontvaan, Naar Uwen wil om Christus Naam, Door Welken onz' beed' is gedaan.