For this blog to translate into language of your choice? Select your language below.
2 prachtige pps-jes hierboven van Godelieve en ook Mama rechts heeft ze gemaakt Klik op de banner en bekijk nog veel meer moois op haar blog
Klik op de banner hier beneden en ga eens langs bij Lenie voor nog meer moois Alle Ave Maria pps-jes hierboven zijn van haar
Gastenboek
Druk oponderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek
Wonder
18-07-2009
HET GLORIERIJKE KRUIS. (Schriften van Madeleine).
TWEEDE VERSCHIJNING
Woensdag, 8 november 1972 om 4.35 uur
Madeleine bidt bij haar venster met haar armen kruisvormig uitgestrekt.
Het "Lichtend Kruis" wonderschoon, van een helderheid en klaarheid waarmee geen enkel licht hier beneden te vergelijken valt, vormt zich opnieuw, maar het wordt niet zoals bij de eerste keer, voorafgegaan door een schitterend licht.
En zij hoort heel dichtbig een stem, zachtjes en zeer bedroefd zeggen :
"Boete, boete, nu is de tijd om al die zondaars te redden, die niet van Jezus
houden..."
En zij ontvangt een geheim over een nabije bedreiging voor de mensheid.
Zij schrijft :
"Door de toenemende vooruitgang is de wereld zo uit balans geraakt dat men geen oog meer heeft voor de Schepper... Toch zal Jezus door het Kruis de wereld gaan redden en het leed verdrijven. Het vele lijden en ellende zullen een eind nemen. Dan zal het einde komen, de vrede... Ja, hoe heerlijk zal het zijn het hemels licht te ontdekken dat geen avond kent. Maar om al die wonderen te verkrijgen, ons door God aangekondigd, is een rein hart nodig, het is tijd om zich te bekeren, om boete te doen..."
Madeleine is terneergeslagen en kan er niets aan doen dat zij huilt. Bij het einde van de mis, is de priester naar haar toegegaan, iets wat hij normaal nooit doet, en vraagt haar :
"Waarom bent u zo verdrietig ?"
Waarop Madeleine hem in goed vertrouwen de reden prijsgeeft.
WORDT VERVOLGD.
AANROEPING TOT REDDING VAN DE MENSHEID.
(door Myriam van Nazareth)
33 x uit te spreken :
Heilige Maagd Maria, Medeverlosseres, ik geef U alle lasten, pijnen, offers, gebeden en heilige Missen van mijn hele leven, tot verwezenlijking van Gods Plan met de zielen, en tot vestiging van Zijn Rijk op aarde.
De ziel als geschenk van liefde
Een leven in deugdzaamheid is een liefdesgeschenk aan God : de mens krijgt van God een ziel, en die ziel geeft hij op het einde van zijn aardse leven als het ware aan God terug. Indien hij een deugdzaam leven heeft geleid, kan hij God een ziel teruggeven die rein is. Indien hij echter een overmaat aan zonde heeft bedreven, en deze niet door biecht, berouw en boete heeft weggewassen, geeft hij God een verontreinigde ziel terug. De mens die God waarlijk liefheeft, streeft ernaar, zijn ziel (geschenk van God !) zo rein en mooi mogelijk te houden, want hij kent dag noch uur waarop God zijn ziel bij Zich terug zal roepen. Zalig hij die op het ogenblik van zijn dood in staat van genade en heiligheid wordt aangetroffen, want zijn ziel zal God verheugen en voor Hem een bewijs van liefde vormen. De ziel in staat van ongenade daarentegen, is als een belediging aan God, of ten minste een uiting van gebrek aan liefde voor God en voor de medemens : de ziel waarin de deugden (de bouwstenen voor de heiligheid !) een hoge graad van ontwikkeling hebben bereikt, leeft veel meer op Gods golflengte en kan daardoor veel meer genaden verwerven, die, zoals God het heeft beschikt, in de eerste plaats de medemens ten goede komen. Zo kunnen wij zeggen dat een ziel veel meer vruchten voortbrengt voor de wereld, de medemensen en Gods Plan van Heil, naarmate zij meer in staat van genade (dus in staat van heiligheid) leeft. Een heilige ziel is dus een geschenk van liefde jegens God, en ook ten opzichte van haar medemens, in wie God woont.
SMEEKGEBED TOT MARIA OM BEVRIJDING VAN DE SATAN .
(door Myriam van Nazareth)
Allerheiligste Maagd Maria, onbevlekte Moeder van God,
Aan Uw allerreinste voeten smeek ik om bevrijding van de aanvallen van de duivel.
Brand in mijn hart het verlossende Kruis van Jezus Christus als een onuitwisbaar Teken tegen de satan die mij bedreigt.
Omhul mijn geest met Uw Hemelse mantel, opdat geen verleiding, misleiding, bekoring, twijfel of angst in mijn gedachten kan leven.
Leg mijn gekwelde en zondige ziel onder Uw voeten, opdat elk spoor van het gif van de duivel onder Uw macht verstikt zou worden.
O Meesteres der Hemelse machten, beveel toch elke boze macht, zich voorgoed van mij te verwijderen, opdat ik vrij moge zijn en met Gods engelen Uw heerlijkheid kan prijzen.
O Medeverlosseres in wie de erfzonde teniet is gedaan, U in wie de overwinning van Jezus Christus over alle machten van het kwaad tot voltooiïng is gekomen, bind nu in mij en om mij heen alle duivelen, en vernietig al hun daden en plannen in de onoverwinnelijke macht, U voor eeuwig gegeven door de Drieëne God, Vader, Zoon en Heilige Geest.
Het Woord is Vlees geworden, en Het heeft onder ons gewoond
WAAROM IS JEZUS MENS GEWORDEN ?
(door Myriam van Nazareth)
God had de mens volkomen heilig geschapen. Reeds de eerste mensen (Adam en Eva) in het Aards Paradijs bezondigden zich echter aan hoogmoed en ongehoorzaamheid jegens hun Schepper. Hierdoor werd de zonde geboren. Dit wordt de zondeval genoemd : de mensenziel verloor haar volmaakte heiligheid, en deze vlek werd als een besmetting van geslacht op geslacht overgedragen. Daarom spreken wij van de erfzonde. Hierdoor werd de mens de toegang tot de Hemel (het Eeuwig Leven in gelukzaligheid van de ziel die heengaat in staat van genade) ontzegd.
Via de profeten van het Oud Testament beloofde God aan de mensheid de Verlossing : een onvoorstelbare daad van uitboeting waardoor God zich opnieuw met de mensheid zou kunnen verzoenen, en de Hemel opnieuw geopend zou worden. Als groot symbool voor deze verzoening tussen God en de mens zond God Zijn eigen Goddelijke Zoon, Jezus Christus, in de wereld. Jezus moest echter de Verlossing niet als God voltrekken, doch als mens, omdat de verzoening slechts mogelijk was door een vergoedend menselijk lijden in een menselijk lichaam. Wij moeten dit zien als een compensatie voor het grote onrecht dat Gods goedheid en Liefde hebben moeten lijden door de ontelbare en onvoorstelbare zonden. Lijden is onaangenaam op het wereldse vlak, maar is een bron van zeer grote verdiensten op het bovennatuurlijke vlak.
God had Zijn Zoon onmiddellijk als volwassen mens kunnen laten verschijnen, doch om het offer volkomen te maken, liet Hij Hem alle fasen van het mens-zijn doorlopen : Jezus moest geboren worden als hulpeloos kind, uit een vrouw. Geen enkele vrouw zou echter waardig geweest zijn om Gods Zoon te dragen, want elke mens droeg de erfzonde... behalve MARIA, die als enige door God bevoorrecht was met een volmaakt heilige ziel, zonder de erfzonde. Dit wordt de Onbevlekte Ontvangenis genoemd. Door de Onbevlekte Ontvangenis van Maria had God de verzoening met de mensheid door de komst van Zijn Zoon in de wereld ingeluid : Maria werd als eerste bevrijd van de smet van de erfzonde. Zij was de volmaakt heilige, de mens zoals God deze had bedoeld : volkomen zuiver, en vrij van elke zondige neiging.
Vóór de zondeval was er geen lijden, geen ziekte, geen pijn. Door de erfzonde werd het menselijk lichaam tot instrument van uitboeting voor de zonden van het hele mensdom. In Gods ogen vormen alle mensen van alle tijden één geheel. Precies daardoor is het mogelijk dat een mens door eigen lijden in lichaam, geest of gevoelens de zonden van andere mensen uitboet. Hierin schuilt de verklaring waarom Jezus de Verlossing van de hele mensheid op zich kon nemen.
Reeds aan de profeten van het Oud Testament werd de komst van de Messias aangekondigd. De Messias, ook de Christus genaamd, was de Gezalfde van God, die de mensheid het eeuwig Heil zou brengen. De Messias was Gods eigen Zoon. De belofte van de komst van de Messias op aarde werd gedaan aan Gods uitverkoren volk, de joden van Israël. De joden wisten dus dat de Christus uit hun eigen volk zou opstaan. De Messias kwam inderdaad : Jezus Christus, geboren uit een zeer heilige tak van het geslacht van koning David. Doch zeer velen herkenden Hem niet als de lang verwachte Verlosser. Zij zagen in Jezus van Nazareth een nieuwe profeet, maar niets méér. Sommige verlichte zielen herkenden Jezus wèl als de Messias, en zo werd Israël verdeeld tussen twee partijen : enerzijds zij die Jezus herkenden als de Christus, de Messias (zij werden de eerste christenen), en anderzijds zij die weigerden, Hem als de Messias te herkennen. Deze laatsten bleven joden. Ook heden ten dage zijn de joden nog steeds in afwachting van de Messias, want zij nemen niet aan dat de ene ware Messias, de enige Christus, reeds gekomen is met Jezus van Nazareth.
De verstarde joden die in Jezus niet de Messias wilden zien, zagen in Hem een bedreiging : voor hen was Hij iemand die het jodendom, de oude overlevering van God Zelf aan het uitverkoren volk, kwam verstoren. De meest hardnekkigen onder hen, de Farizeeën en de schriftgeleerden, waren van oordeel dat Jezus, de profeet uit Nazareth, uit de weg geruimd moest worden. In hun ogen was Hij een godslasteraar, die zo verwaand was dat Hij Gods Wet durfde vernieuwen, en die zichzelf op godslasterlijke wijze de Christus, de Messias, de Zoon van God noemde. De vervolging begon, en nam steeds ergere vormen aan, tot Jezus uiteindelijk gevangen genomen werd. De profeten van het Oud Testament hadden aangekondigd dat de Messias zou lijden en sterven tot heil en verlossing van Zijn volk. Deze profetie is in vervulling gegaan : Jezus werd op de avond van Witte Donderdag, na een vreselijk lijden in hart en ziel, in de Hof van Gethsemani gevangen genomen en stierf op Goede Vrijdag op Golgotha (de Kalvarieberg) op het Kruis, na een onvoorstelbaar lijden. Onder het Kruis stond Zijn Moeder Maria, in een onmetelijk lijden van hart en ziel. Zij werd hier onze Medeverlosseres. Tijdens die uren vanaf Gethsemani tot Kalvarie boette Jezus door onbeschrijflijke pijnen en totale uitputting de zonden uit van elke mensenziel die gelooft dat Hij de Verlosser is en die werkelijk in het eeuwig Heil, het eeuwig Leven, gelooft en ernaar verlangt. Jezus heeft de Hemel geopend. Om werkelijk de Hemel binnen te gaan, moet de mens slechts liefde en dankbaarheid betonen aan Jezus, de Verlosser, en aan Maria, de Medeverlosseres, en moet hij zich bereid tonen om zijn eigen lijden te aanvaarden om de uitboeting van de zonden, die door Jezus is begonnen, voort te zetten tot heil van de hele mensheid.
Naast de schepping zelf, is de Menswording van Jezus het grootste geschenk van Liefde dat God de mensheid ooit heeft bereid. Als antwoord op de eerste menselijke zonde, deze van de hoogmoed, kwam Gods Zoon Zichzelf op aarde vernederen door een leven te leiden als mens, ten prooi aan de zwaarste ontberingen, liefdeloosheid, lijden en een verschrikkelijke dood, als losprijs voor de mensenzielen van alle eeuwen. Hij trok de Goddelijke Gerechtigheid over Zich om de eeuwige zaligheid in het vooruitzicht te stellen aan elke ziel die gelooft dat Hij mens is geworden om haar te verlossen uit de slavernij van het kwaad dat haar voor eeuwig van de volmaakte Hemelse Liefde wil verwijderen.
Lof zij Jezus Christus - Smartvol en Onbevlekt Hart van Maria,
wees mijn Heil, ik behoor U geheel en voor altijd toe !
Lezing uit het boek Exodus 12,37-42. Psalmen 136,1.23-24.10-12.13-15. Heilig Evangelie van Jezus Christus volgens Mattheus 12,14-21.
Lezing uit het boek Exodus 12,37-42.
Nu braken de Israëlieten van Raämses op, in de richting van Soekkot; ongeveer zeshonderd duizend man te voet, de kinderen niet meegerekend; maar ook een menigte vreemden trok met hen mee, behalve nog de talloze kudden schapen en runderen. Van het deeg, dat zij uit Egypte hadden meegenomen, moesten zij ongedesemde broden bakken; want ze hadden geen gedesemd deeg, daar de Egyptenaren hen hadden verjaagd, zonder hun de tijd te laten, om voedsel voor de reis te bereiden. Het verblijf van de Israëlieten in Egypte had vier honderd dertig jaren geduurd. Er waren op de dag af vierhonderd dertig jaren verlopen, toen al de legerscharen van Jahweh uit het land van Egypte trokken. Het was een nacht van waken voor Jahweh, toen Hij hen uit Egypte deed trekken; dit is de nacht van Jahweh, de nacht van waken voor alle kinderen Israëls van geslacht tot geslacht.
Psalmen 136,1.23-24.10-12.13-15.
Halleluja! Looft Jahweh, want Hij is goed: Zijn genade duurt eeuwig! Die in onze vernedering ons gedacht: Zijn genade duurt eeuwig! En ons van onzen vijand verloste: Zijn genade duurt eeuwig! Die Egypte in zijn eerstgeborenen sloeg: Zijn genade duurt eeuwig! En Israël uit zijn midden voerde: Zijn genade duurt eeuwig! Met sterke hand, en vaste arm: Zijn genade duurt eeuwig! Die de Rode Zee in tweeën kliefde: Zijn genade duurt eeuwig! Israël erdoor deed gaan: Zijn genade duurt eeuwig! Maar Farao in de Rode Zee heeft gestort met zijn heir: Zijn genade duurt eeuwig!
Heilig Evangelie van Jezus Christus volgens Mattheus 12,14-21.
Nu gingen de farizeën heen, en spanden tegen Hem samen, hoe ze Hem in het verderf zouden storten. Maar Jesus kreeg er kennis van, en verwijderde Zich van daar; velen volgden Hem, en Hij genas ze allen. Maar Hij verbood hun, Hem bekend te maken, opdat vervuld zou worden, wat door den profeet Isaias voorzegd was: Zie mijn Dienaar, dien Ik heb uitverkoren, Mijn Welbeminde, in wien mijn ziel behagen schept. Ik zal mijn Geest op Hem doen rusten, En Hij zal aan de volkeren het recht verkonden. Hij zal twisten noch roepen, En niemand zal zijn stem op de straten horen. Hij zal het geknakte riet niet breken, De kwijnende vlaspit niet doven, Totdat Hij het recht ter zegepraal voert. Op zijn naam zullen de volkeren hopen!
Bron : Petrus Canisius bijbelvertaling
Gebed tot de Maagd der Armen .
Maagd der Armen, leid ons naar Jezus, bron van genade. Maagd der Armen, red de naties. Maagd der Armen, sterk de zieken. Maagd der Armen, verlicht het lijden. Maagd der Armen, bid voor ieder van ons. Maagd der Armen, wij geloven in u. Maagd der Armen, geloof in ons. Maagd der Armen, wij zullen veel bidden. Maagd der Armen, zegen ons. Maagd der Armen, Moeder van de Verlosser, Moeder van God, wij danken u.
VOOR DE PAUS.
Heer Jezus, neem onze heilige vader de Paus onder de hoede van uw heilig Hart: wees zijn licht, zijn kracht en zijn troost.
Amen
Heilige Aartsengel Michaël.
Heilige Aartsengel Michaël, verdedig ons in de strijd; wees onze bescherming tegen de boosheid en de listen van de duivel. Wij smeken ootmoedig dat God hem zijn macht doe gevoelen. En gij, vorst van de hemelse legerscharen, drijf Satan en de andere boze geesten die tot verderf van de zielen over de wereld rondgaan, door de goddelijke kracht in de hel terug.
Amen.
HEILIGE ENGELBEWAARDERS.
Getrouwe metgezel, aan wiens zorg ik door God werd toevertrouwd, mijn beschermer en verdediger die nooit van mij wijkt, ik dank u voor uw trouwe liefde en voor de ontelbare weldaden die u mij bewezen hebt. Wanneer ik slaap, waakt u aan mijn zijde, in droefheid vertroost u mij, in neerslachtigheid beurt u mij op. U houdt mij af van het kwaad, u spoort mij aan tot het goede, en wanneer ik gezondigd heb, vermaant u mij tot boete om mij met God te verzoenen. Daarom smeek ik u, bewaar en bescherm mij in gevaren en help mij in bekoringen opdat ik nooit mag bezwijken. Draag mijn gebeden en goede werken aan God op en maak, dat ik in Gods liefde sterf om Hem voor eeuwig met u te danken.
Amen.
HIJ KOMT.
Matthéüs 24:32 Leert dan van de vijgeboom deze les: wanneer zijn hout reeds week wordt en de bladeren doet uitspruiten, weet gij daaraan, dat de zomer nabij is.
Israël is de vijgeboom. De les van de vijgeboom is dat het fysieke herstel van Israël sinds 1948 in gang is gezet. Sinds die datum heeft de wereld de geboorte mogen meemaken van de staat Israël in het oude land van hun vaderen. Geen enkele vorige generatie heeft dit teken mogen zien en dat geeft aan hoe laat het is op Gods tijdklok. Zoals de voorzegde rampspoed over de kinderen van Israël is gekomen, zo zal ook de zegen over hen worden uitgestort. De Bijbelse profeten vertellen dat het herstel van Israël, en geen andere gebeurtenis, het teken zou zijn dat het aftellen is begonnen. Het herstel van Israël is een waar mirakel, het is een Gods wonder! Het is wonderbaar dat wij vandaag in een tijd leven waarin wij mogen zien dat alles voor de grote dag van de wederkomst van de Here Jezus in gereedheid wordt gebracht. Israël is terug in het land dat God onder ede aan hen heeft beloofd.
Maar Israël is niet gewenst in deze wereld. Die weerzin wordt al beschreven in Psalm 83:5Komt laten wij hen als volk verdelgen, zodat aan de naam van Israël niet meer wordt gedacht.
Men is druk bezig Gods volk op allerlei gebied te kleineren en te isoleren. Vandaag vecht het volk van Israël voor haar voortbestaan en leeft het in angst voor totale vernietiging.Maar allen die de steen Jeruzalem heffen, zullen zich deerlijk verwonden (Zacharia 12:3). God zegt niet, dat Hij de naties die zich tegen Israël keren zal straffen! Nee, Hij zegt:,, Ik zal hen zoeken te verdelgen De Here zal zoeken te verdelgen wie zich verzet tegen de volvoering van Zijn plan met Israël. En dit plan is de oprichting van Zijn Koningsheerschappij op aarde, vanuit Jeruzalem.
17-07-2009
Paus in ziekenhuis opgenomen .
Paus in ziekenhuis opgenomen
Vaticaanstad - Benedictus XVI is opgenomen in het ziekenhuis. Een woordvoerder van het Vaticaan bevestigde dat zojuist.
Benedictus XVI
De 82-jarige Benedictus XVI kwam tijdens zijn vakantie in de Alpen ten val. Hij is "licht geblesseerd", aldus de zegsman.
NIEUWE BOODSCHAP HILLE KOK.
HILLE KOK.
Ontvangen op 8 juli 2009,
's nachts om 00. 10 uur.
"ZIE DE MENS" IN ZIJN WANHOOP"
Radeloos zijn vele mensen!
Wanhopig ze weten het niet meer!
Wat ze moeten doen!
De Boosdoeners doen er alles aan!
Door de Mensen Ongelukkig te maken!
Te Onder drukken als slaven.
Wat Zal de Vader Hun Treffen!
Niets Zullen ze Behouden.
Alles Neemt Hij van Hun Af!
Zo IS de Gerechtigheid Nu Bezig.
Alles Wordt Nu Zichtbaar!
De Vader Wil U Helpen!
Door Zijn Liefdes Kruisjes te Laten dragen!
Zijn Goddelijk Licht.
Zal U Beschermen!
Tegen Al Het Kwaad!
Dat U Wil Belagen!
Luister Naar de Vader!
Hij Wil U Allen beschermen!
Zijn Liefde in Uw Hart laten Branden!
Neem aan Zijn Goddelijk Geschenk!
In Deze Verdorven Wereld!
U Heeft dan de Vader Nodig!
Draag Het Liefdes Kruisje.
Het IS Uw Bescherming!
De Wereld IS Boosaardig!
De Liefde In Het Heilig Kruisje!
Zal de Satan Voelen.
En Gaat bij U Weg!
Velen Spotten er mee!
Maar O Wee!
Dwaze U Zal Het moeten!
Onder gaan en mee Maken!
Want de Tijd IS Nabij!
Dat IS nog maar Het Begin!
Wat Triest dat Gij Niet!
Wil Luisteren naar de Vader!
Door Het H. Kruisje te Dragen!
Dan IS de Vader Uw Schild!
Tegen Al Het Kwaad!
Niemand zal de Liefde Raken!
Gij Zult Het Voelen!
Van Wie Het IS!
Gij Zult er Stil van Worden!
Enkele worden Bang!
De Duivel Zal er Bang van Zijn!
De Goede Voelen de Liefde!
Die In Het H. Kruisje.
Verborgen IS!
Zo Zijt Gij Beschermd!
Door de Allerhoogste God!
De Vader In de Hemel!
Hij Huilt om Het Noodlot!
In de Wereld en de droevenis!
Ook door de Vele Tranen.
Die de Vader Ziet!
Omarmen Wil Hij Allen!
Maar Gij Wilt Het Niet!
Zoek Toch de Stilte!
Ga In Gebed!
Vraag de Vader om Raad!
Hij die Luistert naar iedere Vraag!
Hij Zal U Brengen!
Op de Juiste Weg!
Van Het H. Sacrament!
Voor Kracht en Liefde!
Reinig U van Uw Zonden!
Dan Zal Uw Last Lichter Zijn!
De Vader Zal Het U Vergeven!
In Het H. Sacrament.
Van de Biecht!
Ach wat 'n Wereld!
De Zuivering zal Vreselijk Zijn!
Voor diegenen die Niet!
Naar de Vader Willen Luisteren!
En Zijn Geschenk!
Niet Aan Willen Nemen!
Het Teken van de Allerhoogste!
De Liefde van de Vader!
Stormen Regens Ongekend.
Zullen de Aarde Teisteren!
Angstig Zal Het Worden!
Niemand Laat Hij Ongestraft!
Voor de Daden die Velen.
Hebben Begaan!
Vreemde Tekenen Zullen!
Aan de Hemel Verschijnen
Dit Alles Zijn Voor Tekenen!
Van de Komende Rampen!
Die gaan Komen!
Die Gij Allen Zal Ondergaan!
Het Weer Zal Niemand!
Meer Kunnen Voor Spellen!
Alles Regelt de Vader!
Onverwachts laat Hij.
Alles Gebeuren!
En laat Weten!
Wie Hij IS!
De Gerechtigheid
"Amen" Hille Kok.
HET GLORIERIJKE KRUIS. (Schriften van Madeleine)
HET GLORIERIJKE KRUIS
"het Teken van de Mensenzoon "
Aan iedereen om de wereld te redden : Geschiedenis van het Verschijnen
(Schriften van Madeleine)
EERSTE VERSCHIJNING
De Goede Week, dinsdag 28 maart 1972 om 4.35 uur
Na het raam van haar slaapkamer geopend te hebben, maakt Madeleine zich klaar om, zoals iedere ochtend, het gebed tot de Heilige Drieëenheid te bidden als haar man zich om half vijf naar de fabriek begeeft.
Toen bespeurde zij, enigszins naar rechts, een schitterende glans aan de hemel. Verschrikt gaat ze weer op bed liggen, en denkt dat het misschien een "vliegende schotel" is, want sommigen beweren die te zien.
Acht tot tien minuten later keert zij terug naar het raam : niets meer. Daarna, ineens, op dezelfde plaats, vormt zich aan de hemel een ontzaglijk groot lichtend Kruis dat zich langzaamaan tegelijkertijd vanuit de uiteinden vormt : vanuit de basis, de armen en de top, om elkaar in het midden van het Kruis te raken.
De armen en het bovenstuk zijn even lang, het is een immens Kruis, recht omhoog, indrukwekkend, wonderbaar, schitterend, maar zacht om naar te kijken en de hele horizon verlichtend : "Een beetje groter dan het Kalvariëkruis van Dozulé als ik het van dichtbij bekijk", maakt zij duidelijk.
Maar Madeleine weet en zegt dat woorden te kort schieten om weer te geven wat zij ziet.
Een paar seconden later hoort zij, uitgesproken met een krachtige, ernstige en voorname stem :
"ECCE CRUCEM DOMINI !"
Die weergalmen als in een kerk, waarop zij een Kruisteken maakt.
Daarna, zachtjes en heel rustig, een andere stem als van opzij :
"U zult dit Kruis doen kennen en u zult het dragen."
Nog enkele seconden en "plotseling" is alles weg. Zij heeft een klein stukje papier genomen om deze drie woorden neer te schrijven, waarvan zij de betekenis niet kent.
Bijna twee uur lang huilt zij, want :
- "Hoe dit Kruis te doen kennen ?"...
- "Hoe dit aan de mensen te zeggen ?"...
- "Hoe te overtuigen dat Jezus daar is en dat zijn Kruis hoog boven de wereld verheven staat ?"
Wat zijn gebod betreft :
"Niemand zal mij geloven..."
Zij voegt toe :
"Ik dacht dat alleen heiligen verschijningen hadden... Ik ben slechts een armzalig schepsel, een arme zondares met berouw..."
Diezelfde morgen, na de mis, besluit Madeleine aan de eerwaarde lHorset (pastoor van de parochie), naar de betekenis van deze drie Latijnse woorden te vragen : hij is verbaasd, vraagt waar ze vandaan komen, te vergeefs, en geeft haar de vertaling :
"Zie het KRUIS van de HEER !"
Madeleine is erg bedroefd geworden : zij voelt geen enkele geestelijke Aanwezigheid meer tijdens de mis, denkt dat zij dit wonderbare Kruis nooit meer zal zien. Zij voelt zich verlaten maar blijft heel kalm en in een zeer grote vrede. Dat blijft zo gedurende bijna vijftien dagen.
Daarna overstroomt een uiterste innerlijke vreugde haar geest. Zij begrijpt de reden : indien Jezus haar zijn Kruis heeft getoond, is dat niet om haar in de steek te laten en het is evenmin een Boodschap voor haar alleen.
Maar hierop voelt Madeleine zich verscheurd. Haar van nature wel zeer bedeesde instelling en het gebod van Jezus om het Kruis te doen kennen, zijn moeilijk verenigbaar. Sterven zou haast een oplossing zijn; natuurlijk was dit maar een vluchtige opwelling.
Nu beleefde Madeleine een periode van lange, diepe en vruchtbare overpeinzingen : dit Kruis staat hoog verheven boven de wereld, maar men heeft er geen flauw idee van, òf men weet het niet, òf men is het weer vergeten. En toch is Dit hun enige hoop. Het is er om ons te redden en in herinnering te brengen dat Jezus zoveel geleden heeft om ons vrij te kopen.
Toch zijn de verbazing en verbijstering die dit visioen bij Madeleine heeft veroorzaakt, anders, en overtreffen niet de geestelijke Vreugde die zij sinds april 1970 ondervindt. Zij schrijft dan ook :
"Het ware geluk bestaat uit de geestelijke vreugde, uit het verenigen van zijn geest met die van Jezus, uit het zich laten leiden door de Heilige Geest zoals een kind door zijn moeder".
Zij voegt in haar gebeden tot God welwillend toe :
"Doe allen die U in de Heilige Communie ontvangen, de geestelijke Vreugde genieten die U mij gegeven heeft; dat zij, evenals ik, bij iedere communie mogen putten uit de echte Vreugden van uw Aanwezigheid".
Op Witte donderdag, 30 maart 1972, vertelt Madeleine "in de biecht" het verhaal van haar visioen van het Kruis, aan de priester die enigszins had aan gedrongen om daar achter te komen.
"Het is soms moeilijk om een dergelijk geheim te bewaren", een geheim dat zelfs niet wordt toevertrouwd aan haar oude moeder van drie en tachtig, of eigen man, schrijft zij.
WORDT VERVOLGD.
NA HET ZEVEN. (DAVID WILKERSON ).
Toen Petrus gezeefd werd faalde hij volledig maar niet in Zijn geloof. U zult misschien denken Hoe kan dat? Deze man ontkende tot drie maal toe dat hij de Heere Jezus kent.
Maar weet u, als Petrus dat had nagelaten, dan had Jezus gebed geen waarde gehad. Ik weet dat het geloof van Petrus niet viel omdat toen hij zweerde Jezus niet te kennen het leek alsof de Heer een vriend verloor en een gezalfde discipel. Petrus keek in de ogen van de Heere Jezus en smolt. Hij herinnerde dat de Heer hem gezegd had U zult mij drie keer verloochenen en hij ging naar buiten en weende bitter (Lucas 22:61-62). Weende bitter betekent in het Grieks in feite een gewelddadig huilen. Ik stel me zo voor dat Petrus richting de bergen van Judea liep, en op zijn gezicht viel met zn handen uitgestrekt, en het uithuilde O Vader, hij had gelijk. Ik heb niet willen luisteren, hij waarschuwde mij er al voor dat satan zal proberen om mijn geloof te vernietigen. Ik ben er nog niet klaar voor! Sterven voor Jezus? Waarom, ik kan het niet eens opnemen voor een kamermeisje. Vergeef me Heer ik hou van hem, naar wie moet ik mij anders wenden?.
Ik stel me zo voor dat Petrus in de geest op stond terwijl de Geest van God door hem heen stroomt, zijn handen opgericht naar de hemelen, terwijl hij het uitroept Satan, verdwijn! Ik heb hem teleurgesteld, maar ik hou nog steeds van hem. Hij heeft beloofd, sterker nog, hij heeft geprofeteerd dat ik zal terug keren en een steun zal zijn voor anderen, een rots. Ik ga terug naar mijn broeders en zusters!. En inderdaad, Petrus was de eerste discipel die bij de graftombe aankwam toen de Heere Jezus was opgestaan. En was samen met de andere discipelen aanwezig toen de Heere Jezus later terugkwam in hun midden. Hij was aan het aanbidden toen de Heere Jezus werd verheerlijkt. En het was Petrus die gebruikt werd als spreekbuis van God op de dag van Pinksteren en wat een fantastische preek predikte hij daar!
Er keren vandaag de dag een vloed van nieuwe bekeerlingen zich tot de Heer, joden en heidenen, en ook veel mensen die terugkeren na teruggevallen te zijn. Waar zullen zij kracht vinden voor de komende dagen? Van de terugkerende, gezeefde heiligen, die met volle authoriteit kunnen zeggen Vertrouw niet op jezelf, pas op wanneer je denkt te staan, opdat je niet zult vallen (zie 1 Korintiërs 10:12).
Bemerkt u een verleidelijke aantrekkingskracht in uw leven? Brouwen er diepe problemen en zorgen in uw hart? Hoor dan de woorden van de Heere Jezus en realiseer uezelf dat satan misschien wel toestemming heeft ontvangen om u te zeven. Neem het niet te licht op. U hoeft niet te falen zoals Petrus deed, sterker nog, we dienen zijn getuigenis te lezen en erdoor gewaarschuwd te worden. Maar zelfs als u dan gefaald heeft, kunt u naar de Heere Jezus kijken zoals Petrus deed en u herinneren dat Jezus voor u bidt. Bekeer uzelf, keer terug en deel vervolgens uw ervaringen met anderen die gezeefd worden.
Het Woord is Vlees geworden, en Het heeft onder ons gewoond
WAAROM IS JEZUS MENS GEWORDEN ?
(door Myriam van Nazareth)
God had de mens volkomen heilig geschapen. Reeds de eerste mensen (Adam en Eva) in het Aards Paradijs bezondigden zich echter aan hoogmoed en ongehoorzaamheid jegens hun Schepper. Hierdoor werd de zonde geboren. Dit wordt de zondeval genoemd : de mensenziel verloor haar volmaakte heiligheid, en deze vlek werd als een besmetting van geslacht op geslacht overgedragen. Daarom spreken wij van de erfzonde. Hierdoor werd de mens de toegang tot de Hemel (het Eeuwig Leven in gelukzaligheid van de ziel die heengaat in staat van genade) ontzegd.
Via de profeten van het Oud Testament beloofde God aan de mensheid de Verlossing : een onvoorstelbare daad van uitboeting waardoor God zich opnieuw met de mensheid zou kunnen verzoenen, en de Hemel opnieuw geopend zou worden. Als groot symbool voor deze verzoening tussen God en de mens zond God Zijn eigen Goddelijke Zoon, Jezus Christus, in de wereld. Jezus moest echter de Verlossing niet als God voltrekken, doch als mens, omdat de verzoening slechts mogelijk was door een vergoedend menselijk lijden in een menselijk lichaam. Wij moeten dit zien als een compensatie voor het grote onrecht dat Gods goedheid en Liefde hebben moeten lijden door de ontelbare en onvoorstelbare zonden. Lijden is onaangenaam op het wereldse vlak, maar is een bron van zeer grote verdiensten op het bovennatuurlijke vlak.
God had Zijn Zoon onmiddellijk als volwassen mens kunnen laten verschijnen, doch om het offer volkomen te maken, liet Hij Hem alle fasen van het mens-zijn doorlopen : Jezus moest geboren worden als hulpeloos kind, uit een vrouw. Geen enkele vrouw zou echter waardig geweest zijn om Gods Zoon te dragen, want elke mens droeg de erfzonde... behalve MARIA, die als enige door God bevoorrecht was met een volmaakt heilige ziel, zonder de erfzonde. Dit wordt de Onbevlekte Ontvangenis genoemd. Door de Onbevlekte Ontvangenis van Maria had God de verzoening met de mensheid door de komst van Zijn Zoon in de wereld ingeluid : Maria werd als eerste bevrijd van de smet van de erfzonde. Zij was de volmaakt heilige, de mens zoals God deze had bedoeld : volkomen zuiver, en vrij van elke zondige neiging.
Vóór de zondeval was er geen lijden, geen ziekte, geen pijn. Door de erfzonde werd het menselijk lichaam tot instrument van uitboeting voor de zonden van het hele mensdom. In Gods ogen vormen alle mensen van alle tijden één geheel. Precies daardoor is het mogelijk dat een mens door eigen lijden in lichaam, geest of gevoelens de zonden van andere mensen uitboet. Hierin schuilt de verklaring waarom Jezus de Verlossing van de hele mensheid op zich kon nemen.
Reeds aan de profeten van het Oud Testament werd de komst van de Messias aangekondigd. De Messias, ook de Christus genaamd, was de Gezalfde van God, die de mensheid het eeuwig Heil zou brengen. De Messias was Gods eigen Zoon. De belofte van de komst van de Messias op aarde werd gedaan aan Gods uitverkoren volk, de joden van Israël. De joden wisten dus dat de Christus uit hun eigen volk zou opstaan. De Messias kwam inderdaad : Jezus Christus, geboren uit een zeer heilige tak van het geslacht van koning David. Doch zeer velen herkenden Hem niet als de lang verwachte Verlosser. Zij zagen in Jezus van Nazareth een nieuwe profeet, maar niets méér. Sommige verlichte zielen herkenden Jezus wèl als de Messias, en zo werd Israël verdeeld tussen twee partijen : enerzijds zij die Jezus herkenden als de Christus, de Messias (zij werden de eerste christenen), en anderzijds zij die weigerden, Hem als de Messias te herkennen. Deze laatsten bleven joden. Ook heden ten dage zijn de joden nog steeds in afwachting van de Messias, want zij nemen niet aan dat de ene ware Messias, de enige Christus, reeds gekomen is met Jezus van Nazareth.
De verstarde joden die in Jezus niet de Messias wilden zien, zagen in Hem een bedreiging : voor hen was Hij iemand die het jodendom, de oude overlevering van God Zelf aan het uitverkoren volk, kwam verstoren. De meest hardnekkigen onder hen, de Farizeeën en de schriftgeleerden, waren van oordeel dat Jezus, de profeet uit Nazareth, uit de weg geruimd moest worden. In hun ogen was Hij een godslasteraar, die zo verwaand was dat Hij Gods Wet durfde vernieuwen, en die zichzelf op godslasterlijke wijze de Christus, de Messias, de Zoon van God noemde. De vervolging begon, en nam steeds ergere vormen aan, tot Jezus uiteindelijk gevangen genomen werd. De profeten van het Oud Testament hadden aangekondigd dat de Messias zou lijden en sterven tot heil en verlossing van Zijn volk. Deze profetie is in vervulling gegaan : Jezus werd op de avond van Witte Donderdag, na een vreselijk lijden in hart en ziel, in de Hof van Gethsemani gevangen genomen en stierf op Goede Vrijdag op Golgotha (de Kalvarieberg) op het Kruis, na een onvoorstelbaar lijden. Onder het Kruis stond Zijn Moeder Maria, in een onmetelijk lijden van hart en ziel. Zij werd hier onze Medeverlosseres. Tijdens die uren vanaf Gethsemani tot Kalvarie boette Jezus door onbeschrijflijke pijnen en totale uitputting de zonden uit van elke mensenziel die gelooft dat Hij de Verlosser is en die werkelijk in het eeuwig Heil, het eeuwig Leven, gelooft en ernaar verlangt. Jezus heeft de Hemel geopend. Om werkelijk de Hemel binnen te gaan, moet de mens slechts liefde en dankbaarheid betonen aan Jezus, de Verlosser, en aan Maria, de Medeverlosseres, en moet hij zich bereid tonen om zijn eigen lijden te aanvaarden om de uitboeting van de zonden, die door Jezus is begonnen, voort te zetten tot heil van de hele mensheid.
Naast de schepping zelf, is de Menswording van Jezus het grootste geschenk van Liefde dat God de mensheid ooit heeft bereid. Als antwoord op de eerste menselijke zonde, deze van de hoogmoed, kwam Gods Zoon Zichzelf op aarde vernederen door een leven te leiden als mens, ten prooi aan de zwaarste ontberingen, liefdeloosheid, lijden en een verschrikkelijke dood, als losprijs voor de mensenzielen van alle eeuwen. Hij trok de Goddelijke Gerechtigheid over Zich om de eeuwige zaligheid in het vooruitzicht te stellen aan elke ziel die gelooft dat Hij mens is geworden om haar te verlossen uit de slavernij van het kwaad dat haar voor eeuwig van de volmaakte Hemelse Liefde wil verwijderen.
Lof zij Jezus Christus - Smartvol en Onbevlekt Hart van Maria,
wees mijn Heil, ik behoor U geheel en voor altijd toe !
COMMUNIEGEBED TOT DE VERLOSSER.
(door Myriam van Nazareth)
Lieve Jezus, mijn Verlosser,
Ik smeek U, prent in mijn hart de gesteldheid van Uw Hart en van het Smartvol Hart van Maria op Golgotha, opdat de diepten van het Mysterie van de Goddelijke Liefde voor mij ontsloten worden.
Brand de beleving van Uw Verlossingsmysterie in mijn hart, opdat het daar voor eeuwig een brandmerk van Uw Liefde moge achterlaten.
AANROEPING TOT MARIA, GENEESMIDDEL TEGEN ALLE BEKORING .
(door Myriam van Nazareth)
Lieve Moeder Maria, allerzuiverste Bloem der Hemelen,
Aan Uw voeten betreur ik mijn zwakheid.
Wil mij behoeden voor alle valstrikken van het kwaad, dat mijn zwakheid uitbuit om mij in dwaling te brengen.
Hoezeer verlang ik toch naar U, o allermooiste der zielen, vrij van alle zonde en almachtig tegen alle bekoring, verleiding en misleiding.
Slechts om één bloem uit Uw Hart smeek ik U, o verheven Koningin der reinheid, en ik zal gezond worden.
Moge het licht uit Uw ogen mijn gids zijn, en mogen Uw tranen om mijn zonden mij wassen van al mijn ondeugden, die het Kruis van Jezus verzwaren.
Gebed over de gaven.
Heer, brood en wijn zijn uiterlijke tekenen van menselijke verbondenheid, zoals de graankorrels en de druiven, door de arbeid van vele mensen geworden zijn tot brood en wijn. Zo worden wij, door de liefde van Jezus, de Heer, één gemeenschap. Geef dat wij, vanuit dit samenzijn, groeien in wederzijdse aandacht en fijngevoeligheid. Neem onze gaven aan en breek met ons uw brood op onze levensweg, vandaag en alle dagen in ons leven, tot in eeuwigheid. Amen