For this blog to translate into language of your choice? Select your language below.
2 prachtige pps-jes hierboven van Godelieve en ook Mama rechts heeft ze gemaakt Klik op de banner en bekijk nog veel meer moois op haar blog
Klik op de banner hier beneden en ga eens langs bij Lenie voor nog meer moois Alle Ave Maria pps-jes hierboven zijn van haar
Gastenboek
Druk oponderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek
Wonder
01-07-2009
NIEUWE BOODSCHAP HILLE KOK.
Woesdag 1 Juli 2009, om half 11, 21 Juni 2009.
"MIJN DROEVIG LOT" " IS U BEGAAN".
Nieuw -Volendam Hille Kok.
O Wee
Die niet willen luisteren
Naar De Vader
Hij Zal Spoedig
Zijn Toorn laten Gelden
Onverwachts
Velen zullen Hét moeten Ondergaan
Het zal U Overkomen
Een Zware Tijd Vol Pijn
En Verdriet
Door de Ongehoor - zaamheid
De - Gerechtigheid
Zal Uw Knieën Buigen
Voor de Grootheid
Van God de Vader
Die de Wereld Wil Redden
Maar Ze Luisteren Niet
Nu Zal Alles Gezuiverd Worden
Al Het Kwaad Weg Gevaagd
Dat Hier op Aarde
Wordt Begaan
Hoe Ramp - zalig
Zal Het Lot U Spoedig Treffen
Niemand zal dan Nog Zeggen
Hoe Groot Ze Zijn
De Gerechtigheid
Zal Zijn Straffen laten Voelen
Voor Degenen die Hem
Hebben Gehoond en Bespot
Het Kwaad Heeft de Aarde
Over - Meesterd In Zijn Verdorvenheid
De Chaos IS GROOT
Kom en Redt Uw Ziel
De Tijd IS Kort
Gewaar - schuwd Zijn Velen
Kwaad aardige Mensen
Zijn Vele Geworden
Als Duivels Gelijk
Geen Gegroet geen Liefde
Alleen Hun Eigen IK
Zo Zijn ze Nu Geworden
Rovers Dieven Verkrachters
Klein Zal de Vader Hun Maken
Door Al degene die Ze Vernederd Hebben
Zijn Hart IS Gebroken
Door Alles wat Het Kwaad
De Mensen Heeft Aan - gedaan
Wat een Chaotische en Verwilderde
Wereld van Sex Drugs
En de Menselijke Slavernij
Gelijk als Dieren
Zoveel Leed Richt Gij
De Rovers de Mensen Aan
Denk Na Uw Straf
Zal Spoedig Komen
Of Gij Zult voor Eeuwig
In de Val van Satan Zijn
Uw Lot IS dan Bezegeld
En de Liefde voor Altijd Kwijt
Door Alles wat U Heeft aan - Gericht
Hier In deze Wereld
Vol Haat en Nijd
Ach Mensen Hoeveel Liefde
Had de Vader
U Allen Gegeven
Maar U Heeft de Valse Liefde
Na - Gedaan
Dat zal Dan Uw Einde Zijn
Voor Altijd en Eeuwig
Bij de Verdoemde
In de Hel
Gij Mensen die de Vader
Trouw Zijn Gebleven
Wees Niet Bang
Over U Allen Wordt Gewaakt
Door Vele Engelen
In Opdracht van de Vader
Dan Wordt Gij Gebracht
Naar de Rust Plaats van Vrede
Die de Vader voor U had Bewaard
Tot dat de Aarde Gezuiverd Zal Zijn
Van Al Het Kwaad
Die In de Vuur - Ovens
Worden Verbrand
Het Kaf zal van
Het Koren Worden Gescheiden
Zondig Mens
Vraag Om Vergeving
In Het Heilig Sacrament
Van de Biecht
BLIJF UW VADER TROUW
ZIJN LIEFDE IS GROOT
"Amen" Hille Kok.
Livebeeld vanaf het buitenaltaar.
Livebeeld vanaf het buitenaltaar
Eigen bericht - Met ingang van 1 juli schakelt de Multimediapagina van Bedevaart.net over op een nagelnieuwe buitencamera in Medjugorje.
Voortaan zult u het Rozenkransgebed, de H. Mis en de Aanbidding van het H. Sacrament vanop het buitenaltaar eveneens live kunnen volgen!
DE GESCHIEDENIS VAN HET CHRISTENDOM.
Zo ontstond het begrip dat God zeer aanwezig was in het kerkgebouw zelf. Een gemeentelid werd niet alleen geïmponeerd door de gouden mozaiëken, maar had zelfs het gevoel dat de aanwezige lucht schoonheid en heiligheid overbracht, met een dichte mist van wierook in heel de kerk. Het gebouw was een weerspiegeling van de hemel. De zevende - eeuwse theoloog Maximus Confessor beweerde dat het gebouw heel de schepping symboliseerde, zoals heel de schepping er was om God te loven ; Gods heilige kerk is zelf het symbool van de waarneembare wereld, aangezien deze het goddelijke sanctuarium heeft als hemel en de schoonheid van het schip als aarde. Evenzo is de wereld een kerk, want deze heeft een hemel als sanctuarium en de decoratie van de aarde is het schip. Ook de muziek bezong de schoonheid van de hemel. Deze werd gezongen door de priesters en mensen samen, zonder begeleiding, zoals de gregoriaanse kerkgezangen. De liturgie was over het algemeen een ingewikkeld geheel van onderdelen die voornamelijk waren overgenomen uit de Bijbel. Een zeer populair element in latere jaren was bijvoorbeeld de 'canon' , in de achtste eeuw uitgevonden door Andreas van Kreta. Een 'canon' was een cyclus van negen liederen, gebaseerd op de negen liederen uit het Oude Testament. Andreas' Grote Canon was eingenlijk een op een bepaalde manier geordende mengelmoes van Bijbelse teksten op het themaberouw. Orthodoxe kerken zingen deze canon nog steeds twwe maal in de vastentijd, waarmee het een van de vaakst gereciteerde lange gedichten ooit is. Binnen de dienst, en ook daarbuiten, bestonden bepaalde plekken waar hemel en aarde het dichtst bij elkaar kwamen. De sacramenten - of 'mysteries' , zoals ze in het Oosten werden genoemd - waren hier voorbeelden van. In tegenstelling tot de tijd van Constantijn werd in de Byzantijnse tijd iedereen als baby gedoopt en kreeg men tegelijkertijd het vormsel toegediend ( bekend als chrismatie, want de baby werd gezalfd met chrisma, oftewel ; olie ). De eucharistie was het belangrijkste mysterie van de liturgie, het ontmoetingspunt van het menselijke en het goddelijke. De icoon, ontwikkeld in de zesde en zevende eeuw, was ook zoiets. Iconen waren zeer gestileerde afbeeldingen van Christus of heiligen, bedoeld om de geest van de kijker te concentreren op het onderwerp van de afbeelding en de imitatie van hun deugden aan te moedigen. Veel mensen geloofden dat iconen niet alleen dienden als herinnering aan Christus of de heiligen, maar dat ze een uitbreiding waren van hun wezen, zodat het kijken naar een icoon in zekere zin inhield dat men keek naar waar deze voor stond. Het waren letterlijk ramen naar de hemel. Sommigen geloofden dat iconen wonderen konden verrichten. Het schilderen van een icoon was een zeer spirituele taak en de kunstennaars vastte en bereidde zich spiritueel voor voordat hij eraan begon. De waarde als mooi kunstwerk was ook belangrijk, aangezien de icoon net als de liturgie de gedachte weergaf die het oosterse christendom had overgenomen van het platonisme ; dat God de opperste schoonheid is en daarom gekend wordt door de overdenking van schoonheid.
Lezing uit het boek Genesis 21,5.8-20. Psalmen 34(33),7-8.10-11.12-13. Heilig Evangelie van Jezus Christus volgens Mattheus 8,28-34.
Lezing uit het boek Genesis 21,5.8-20.
Abraham was bij de geboorte van zijn zoon Isaäk honderd jaar oud. Het kind groeide op, en werd aan de borst ontwend; en toen Isaäk van de borst werd afgenomen, richtte Abraham een groot feestmaal aan. Maar toen Sara den zoon, dien Hagar de Egyptische aan Abraham geschonken had, haar eigen zoon Isaäk zag uitlachen, sprak ze tot Abraham: Jaag die slavin met haar zoon weg; want de zoon van die slavin mag geen erfgenaam worden met mijn zoon Isaäk. Dit woord verdroot Abraham om zijn zoon. Maar God sprak: Wees niet verdrietig om den knaap en om uw slavin. Willig alles in, wat Sara u zegt; want alleen wat van Isaäk afstamt, zal uw nakomelingschap worden genoemd. Toch zal Ik ook van den zoon der slavin een volk maken, omdat hij uw kind is. Daarom nam Abraham de volgende morgen brood en een zak water, gaf ze aan Hagar, zette het kind op haar schouder, en zond haar weg. Zij ging heen, maar verdwaalde in de woestijn van Beër-Sjéba. Toen het water uit de zak op was, legde zij den jongen onder een der struiken neer. Zelf ging zij op een boogschot afstand daar tegenover zitten; want ze zei: Ik kan het kind niet zien sterven. En terwijl ze zo tegenover hem zat, begon ze hardop te snikken. God hoorde ook den knaap schreien; en de engel van God riep uit de hemel tot Hagar, en zeide tot haar: Wat is er toch Hagar? Wees maar niet bang; want God heeft het schreien van den jongen gehoord; dat betekent immers zijn naam. Sta op, neem den knaap op, en houd hem goed vast; want Ik zal een groot volk van hem maken. Toen opende God haar ogen, zodat zij een waterput zag; zij ging de zak met water vullen, en gaf den jongen te drinken. En God was met den knaap. Toen hij groot was geworden, vestigde hij zich in de woestijn, en werd een boogschutter.
Psalmen 34(33),7-8.10-11.12-13.
Hier is een rampzalige, die om hulp heeft geroepen: Jahweh heeft hem gehoord, en van al zijn ellende verlost. De engel van Jahweh slaat zijn legerplaats op Rond die Hem vrezen, om ze te redden! Vreest Jahweh, zijn vromen, Want die Hem duchten, ontbreekt het aan niets; Rijken kunnen verarmen en hongeren, Die Jahweh zoekt, komt niets te kort. Komt nu, kinderen, en luistert naar mij! Ik leer u, hoe men Jahweh moet vrezen, En wie het is, die van het leven geniet, Lengte van dagen zich wenst, om het goede te zien:
Heilig Evangelie van Jezus Christus volgens Mattheus 8,28-34.
Toen Hij aan de overzijde van het meer was gekomen, in het land der Gerasenen, liepen twee bezetenen uit de grafspelonken Hem tegemoet, die zo woest waren, dat niemand langs die weg kon gaan. En zie, ze schreeuwden: Wat hebt Gij met ons te maken, Jesus, zoon van God? Zijt Gij hier gekomen, om ons te kwellen vóór de tijd? Heel in de verte was een grote troep zwijnen aan het grazen. De duivels vroegen Hem: Als Gij ons hier uitwerpt, zend ons dan in de troep zwijnen. Hij zeide hun: Gaat. Ze gingen, en wierpen zich op de zwijnen; en zie, de hele troep plofte van de steilte in het meer, en kwam om in de golven. Toen vluchtten de drijvers heen, en in de stad gekomen, verhaalden ze alles, ook van hen, die bezeten waren geweest. En zie, de hele stad liep uit, Jesus tegemoet; maar zodra ze Hem zagen, verzochten ze Hem, heen te gaan uit hun gebied.
Bron : Petrus Canisius bijbelvertaling
GEBED VOOR AANBIDDING.
Mijn Drieëne God, in Uw Tegenwoordigheid leg ik mijzelf in de handen van Maria, de Parel van Uw Schepping, die mij tijdens de voltrekking van het grote Verlossingsmysterie tot Moeder is gegeven.
Moge Zij mij onderdompelen in de Bron der Genaden, en Haar Mantel om mijn ziel heen slaan, opdat deze in zuiverheid met U alleen kan zijn.
Mijn God, wat kan ik zeggen. Welke woorden doen geen afbreuk aan de heilige gloed die mijn hart bezielt ?
Kom, o Lam Gods, ik weet dat U hier bent, dichter dan ik durf dromen. Wie kan de zalige geur van Uw Tegenwoordigheid voor mij verborgen houden ?
In mijn hart welt de wierook van de lofprijzing op uit het vuur van de liefde.
Voor mijn ogen wijkt het gordijn van de onwetendheid op de vleugels van Uw Geest, die mij bestraalt met het Licht van het geloof.
In mijn oren weerklinkt de zang van de hoop op Uw zachte stem die mijn hele wezen omhelst, en mij op al mijn wegen zal leiden en bemoedigen.
U hebt mij geschapen, U hebt mij eindeloze heerlijkheden bereid,
U hebt mij een leven op aarde gegeven om de hemel te verdienen, U hebt de kruisdood aanvaard om mij in Uw Rijk te verwelkomen, nu stort U Uw Geest over mij uit opdat ik waarlijk een kind van het Licht moge zijn.
O Drieëne God van Liefde, wil hier en nu mijn verlangen naar vereniging met U aanvaarden als een bede van verzoening tot redding van zielen uit de greep van de duisternis.
Maak mij tot een heilig tabernakel dat Uw Tegenwoordigheid in zich kan bergen, opdat wij één blijven.
Druk Uw Aanschijn onuitwisbaar in mijn hart, opdat ik de zin van mijn aardse leven moge begrijpen en mijn ware roeping binnen Uw Heilsplan voor de eeuwigheid mij geopenbaard moge worden, vandaag en tot in het uur van mijn terugkeer naar U.
Dank U, mijn God, ik mag U aanbidden, omdat mijn ziel door U is gemaakt.
Ik kan U aanbidden, omdat Maria mij voor de ontmoeting met U in de Tuin der Hemelse Bloemen voorbereidt.
Ik wil U aanbidden, omdat mijn hart niet anders kan dan U beminnen.
Wees geprezen, o Vader, in Uw scheppende Liefde die mij tot zaad in het hart is gestort.
Wees geprezen, o Jezus, in Uw verlossend Kruis dat mij het eeuwig geluk zal geven.
Wees geprezen, o Heilige Geest, in de Wijsheid en het Licht die mijn ziel besturen, en in Maria, Uw Bruid die de Tuin van Haar heerlijkheden voor mij heeft ontsloten, opdat ik U, mijn God, voor eeuwig moge toebehoren. AMEN.
TOEWIJDING AAN MARIA, KONINGIN VAN DE DEUGDEN.
Lieve Moeder Maria, Troon van Hemelse Glorie,
In U heeft alles waarmee de mens is geschapen, de volmaaktheid bereikt. Daarom lever ik in volkomen overgave mijn ziel aan U uit.
Wil ze in Uw zachte handen kneden en zegenen, opdat zij moge schitteren als een spiegel van UW ziel, in gelijkvormigheid aan God.
Bevrucht mij met al Uw deugden die de lamp van mijn ziel brandend zullen houden wanneer de Vader haar betreedt.
O beeld van nederigheid, maak mij kleiner en kleiner, opdat God mij moge vinden als een zaadje dat door Uw hand is toevertrouwd aan Zijn akker, die door het onkruid van de hoogmoed wordt overwoekerd.
O rots van geloof, schenk mij Uw volmaakt Godsbewustzijn, opdat ik anderen door mijn voorbeeld kan genezen van de twijfels waarmee zij God en U beledigen, en de hemel zielen ontroven.
O Koningin van de vurige liefde, bezegel het Heilig Verbond waartoe U mij geroepen hebt. Voltooi het huwelijk tussen onze beide liefhebbende harten, opdat ik God voor eeuwig welgevallig moge zijn.
O Moeder van de engelachtige zachtmoedigheid, verleen mij Uw innig liefhebbend Hart en Uw tedere blik, spiegel van een heilige ziel, anker voor mijn zusters en broeders die dreigen te vergaan in de woelige wateren van hun verblind werelds gemoed.
O mijn leermeesteres in het voortdurend gebed, maak mij bewust dat mijn hele leven één gesprek met God is. Leer mij, niet alleen smarten maar ook vreugden en ogenblikken van stille bezinning met U te delen.
O voorbeeld van algehele versterving, geef mij de kracht, mijzelf totaal voor U, God en mijn naaste weg te cijferen. Pas wanneer ikzelf niet meer besta en in U ben opgegaan, kan ik U volmaakt toebehoren.
O Troon van hemelse wijsheid, open mijn hart en geest voor de Waarheid en de Eeuwige Kennis, opdat ik in alle omstandigheden moge begrijpen wat U van mij verlangt.
O wonder van goddelijke zuiverheid, sterk mij in de strijd tegen alle invloeden die mij ten prooi geven aan het bederf naar hart, ziel, geest en lichaam. Maak mij tot een bron van helder water van leven voor mijn noodlijdende naaste die dorst naar God.
O Moeder van de heilige voorzichtigheid, laat mij de wereld waarnemen door Uw ogen, opdat ik altijd en overal goed van kwaad kan onderscheiden en het goede kan doen, ter verheerlijking van God en U en tot loutering van mijn ziel.
O Beschermster van de rechtvaardigheid, verleen dat ik onbaatzuchtig alles doe en zeg wat God mij door U ingeeft, opdat ik in volkomen eerlijkheid slechts geluk en harmonie zou zaaien bij mijn medemensen.
O sieraad van blinde gehoorzaamheid, geef mij de kracht en de moed, in oprechte zelfverloochening en volmaakte trouw Uw stem te volgen, waar, wanneer en waarvoor U mij ook roept. Leer mij blind vertrouwen op Uw wijsheid en goedheid, vooral wanneer de eenzaamheid op de weg van de deugd mij beklemt.
O vriendin van de matigheid, doordrenk mij van de relativiteit van mijn wereldse behoeften. Leid mij bij de hand opdat ik nooit zou toegeven aan enig verlangen dat U niet welgevallig is.
O Moeder van het eindeloze geduld, doop mij in Uw hemelse rust en vrede van het hart, opdat ik in stille berusting moge weten dat Gods woord steeds overwint, doch dat Hij zich pas openbaart in het uur dat de Voorzienigheid in haar eeuwige wijsheid beschikt.
Lieve Moeder Maria, Koningin van alle deugden, bevrijd mijn hart en ziel van alle onkruid, en breng er alles tot bloei dat vruchten voor God en mijn medemens kan dragen, opdat ik U moge volgen in heiligheid. AMEN.
TOEWIJDING VAN EEN HUWELIJK AAN MARIA.
Liefste Moeder Maria,
Vandaag ... jaar geleden zijn wij, ... (namen), in Gods Kerk getrouwd om elkaar onze liefde en trouwe dienstbaarheid voor het leven te beloven.
Hier, in Uw Aanwezigheid, wijden wij U de voorbije ... jaren en alle komende jaren en dagen van ons samenzijn toe.
Wij bieden U onze pijnen, vreugden, ziekten en gezondheid, onze liefde en vriendschap, onze angsten, teleurstellingen en hoop, evenals onze groei naar U toe als een offer aan Uw Onbevlekt Moederhart, om aldus al deze gevoelens, gedachten en handelingen bewust tot instrumenten in Uw handen te maken.
Wij danken U voor de warmte waarmee Uw Liefde en Goedheid ons de voorbije jaren hebben omhuld, en de vastberadenheid waarmee U ons als een opvoedende Moeder naar de enige juiste Weg toe hebt geleid.
Wij danken U en God voor het geschenk dat wij allebei hebben gekregen, in elkaar een wederzijdse aanvulling te mogen vinden, een stimulans om eendrachtig samen deze grote Weg naar God te gaan.
Liefste Moeder, wil hier en nu deze heilige band van ons huwelijk zegenen, opdat wij alle verdere dagen van ons leven in elkaar de inspirerende heiligheid mogen ontdekken en bevorderen, die ook U, Jezus en Jozef op aarde vele jaren tot het meest volmaakte en liefdevolle gezin heeft gemaakt. AMEN.
30-06-2009
GELD WORDT WAARDELOOS.
Ondertiteling
De Federale reserve is niet van Amerika, maar is in handen van particuliere banken. Deze hebben de macht om dollars te drukken. Elke dollar komt van die Federale reserve. Deze Federale reserve leent ook aan banken en aan de regering met rente. Daar ligt het probleem. De leners kunnen de FED nooit terug betalen .omdat de nieuwe dollars ook weer van de FED moeten komen.
Vanuit de historie zijn er twee krachten inherent aan het centrale bank principe. De beheersing van de rente en de geldproductie. De centrale bank geeft niet zomaar geld aan een land. Het leent het hen tegen rente. Door de aanmaak van het geld te reguleren, bepaald de FED / centrale bank de waarde van het uitgebrachte geld. Het is essentieel om te begrijpen dat dit hele systeem, uiteindelijk leidt tot een ding, schulden. Het vergt nu niet zo veel om deze oplichterij door te hebben. Elke munt, geproduceerd door de centrale bank, wordt uitgeleend tegen rente. Dat betekent dat iedere gemaakte munt, feitelijk die munt is
EUCHARISTISCH WONDER.
EUCHARISTISCH WONDER.
Het Eucharistisch Wonder in de provincië van FLORENCE ( Italië ) vond plaats te Ostina op 23 mei om 15u. op het ogenblik dat de priester de monstrans met de H. Hostie uit het tabernakel nam voor de eucharistische aanbidding, " ...opdat iedereen zou weten hoe kostbaar hij is voor God. En om nog dichterbij en zichtbaarder te zijn voor zijn zonen, heeft Hij zichzelf ontledigd door op zichtbare wijze voor allen Zijn Goddelijk Bloed te vergieten".Bij wetenschappelijk onderzoek werd vastgesteld dat de miraculeuze Hostie dezelfde bloedgroep (AB ) heeft als die het H. Bloed op de H. Lijkwade van Turijn, van het H. Bloed van het Eucharistische Wonder van 1976 te Betania ( Venezuela ), weefsel van de hartspier ) en het H. Bloed van het Eucharistische Wonder van Lanciano ( Italië, VIII Eeuw ), nog steeds bewaard na 1200 jaar !
TE MANDURIA ( Z. Italië ), waar Onze Lieve Vrouw van de Eucharistie sinds 1992 elke 23 ste van de maand verschijnt aan de gestigmatiseerde DEBORA, ( het bloed komt uit haar onzichtbare wonden, "zonder dat de mens het kan verklaren" ) , zegt Jezus ; De Eucharistie is het inwendige vuur waarin heel Mijn Wezen eeuwig leeft en zonder einde Mijn Heiligmakende Geest brandt. Zij vergezelt de Barmhartigheid en de Kracht van die onmetelijke Zon die Ik op de zonden doe schijnen en die het berouw doet opwellen." "Troost Mij, aanbid Mij, doe eerherstel en bemin Mij, aanschouw Mij, word levend in Mij...Nader Mij met een hart, dat door de biecht van alle smet gezuiverd is, in een intiem gebed om Mijn Zoenoffer voor de genezing van de zielen op te offeren, door Mij geknield, rechtsreeks in de mond te ontvangen van de handen van Mijn minister, met alle eerbewijzen die Mij verschuldigd zijn, en geef Mij een waardig ontvangst in je hart... Ik ben de Mensgeworden God, en niet een vergoddelijkt mens." ( 27 en 28 -11-95 )
De Maagd Maria ; "DE HEER zal die ontheiligingen niet meer dulden. Zoveel onwaardige Communies zullen grote smarten voor de mens veroorzaken !" ( 8 - 12 - 97 - Manduria ).
Aan Zijn dienares JNSR in Frankrijk ( met Imprimatur van Mgr. Const. Guirma ) zegt Jezus ; "Mijn heilige Eucharistie is ontheiligd. Weten jullie niet dat uw God levend en waarachtig tegenwoordig is in elk van zijn deeltjes ? Wanneer Mijn Lichaam, Mijn Bloed, Mijn Ziel en Mijn Goddelijkheid door ongewijde handen aangeraakt worden, kwetsen jullie Mij ! Ik zeg het jullie, en dat iedereen het onhoudt ; God heeft zich en niemand mag Mij nemen. Priesters, doe de grootsheid en de waarheid van Mijn Goddelijke Sacrament niet verdwijnen. De Kerk sterft uit. Enkel de priesters van Mijn heilige Kerk hebben het Goddelijke Sacrament van het priesterschap ontvangen, en bij elke Heilige Mis worden ze een andere IK. Geen enkele hand, behalve die van de priesters, kan dit gezegende gebaar doen ; door hun hand ben IK het, die Mij geef. Mijn trouwe kinderen ontvangen Mij in hun hart op de knieën, door hun mond die niet ophoudt Mij te loven. Dat is de ware Aanbidding. De Levende God wordt op de knieën aanbeden. In de allerheiligste Eucharistie ben IK het die jullie kom bezoeken. Ik ben dààr." ( 25 aug. 2003 - 'Het geheim van Maria'.)
Aan JUSTINE KLOTZ +1984, Duistl., met Instemming van de Bisschop van München ) zegt Jezus ; "Neen, kniel neer, kniel neer ! Niemand moet rechtop
blijven staan. Blijf het goede voorbeeld geven ! Jullie weten niet meer wat jullie doen. De meeste althans ! Alleen IK kan weten waartoe dit leidt ! geen enkele Engel zou Mij zo ontvangen. Reik Mij je hart aan telkens als je het Lichaam van Christus ontvangt. Neem Mij niet in de hand. Ik ben voedsel voor de ziel, geen natuurlijk voedsel. Ik zeg ; Raak Mij niet aan ! Dat geldt voor alle tijden ! Ik heb geleefd volgens de Wil van de Vader, en Mijn menselijke natuur was zo groot ! Ik zeg je ; niemand kan de Weg vinden, als hij Mij door zijn eigen wil onderdrukt. De NEDERIGHEID verdwijnt allemaal. Buig je hoofd en kniel neer om de Vader te vinden.... Hoe kan men God uitdagen door zo'n belediging ! Alle leven sterft uit. Steun de Heilige Vader door boete en gebed, zodat hij deze schaamteloosheid doet ophouden ; hij is de Herder in gelijk welke tijd. Ik waarschuw de Bisschoppen ; geen jota mag daaraan veranderd worden !" "Vouw jullie handen om de Communie te ontvangen ! De HEER is deze aanbidding waardig. Maar het moet met Liefde gebeuren. Er worden veel Hosties platgetrapt op de grond en met de schoenen meegedragen ! Het is geen Bloed van een dood man, maar een Bron die Liefde geeft."
Op 7 Juni 1979 zegt Jezus aan MARGUERITE ( met Imprimatur van de Bisschop van Luik ) ; "Door die praktijk van de Communie op de hand word IK diep beledigd. Zij moet zo spoedig mogelijk afgeschaft worden. Spreek... Ik ben het, die je zend."
In KENIA zegt Jezus aan ZUSTER ANNA ALI ( met Instemming van de plaatselijke Bisschop ) ; "Bid, bid voor hen die Mij bespotten, Mij misbruiken, Mij veroordelen en Mij vertrappen, teneinde Mijn Tegenwoordugheid in het Liefdessacrament te vernietigen " ( 5 - 12 - 87 ).
In VENEZUELA zegt de Onbevlekte Maagd aan JOSE - LOUIS MATHEUS en JUAN ANTONIO - GIL ; "Mijn kleintjes, een belangrijke stroming, afkomstig uit de duisternis, ontkent de werkelijke aanwezigheid van Mijn Zoon in de Eucharistie. Twijfel geen enkel ogenblik aan Zijn waarachtige aanwezigheid, in tegendeel, mijn kinderen, word de verdedigers van de Eucharistie". "Velen onder jullie begrijpen de belangrijkheid niet van dit Heilige ogenblik, wanneer Mijn Zoon zich verenigt met elk van jullie... Ik ben bij de priester op het ogenblik dat hij de Heilige Communie uitdeelt en aanbid er Mijn Goddelijke Zoon in het Allerheiligste Sacrament. " "Mijn kinderen, Ik vraag jullie het Lichaam van Mijn Goddelijke Zoon rechtstreeks in de mond te ontvangen, en, indien mogelijk, op de knieën..." "Ik zeg dat jullie allen de Biecht nodig hebben, die een geschenk is van de Barmhartigheid van God. Het subtiele werk van de vijand leidt tot de afstomping van het geweten, door jullie de zonde te laten aannemen als een natuurlijke levensvoorwaarde van de mens in de huidige maatschappij".
Aan AGNES RITTER ( Oostenrijk ) zegt Onze Lieve Vrouw van alle Naties ; "Elke waardige Communie, rechtstreeks in de mond ontvangen, leg IK op één van de wonden die jullie Mijn Zoon elke dag toebrengen. Een waardige Communie, geknield en op de tong ontvangen, is een eerherstel voor de hele wereld." ( Stella Maris 375 van November 2001 ).
Ook aan Mamma Rosa ( San Damiano, It ), aan Renato Baron ( Schio, It ) , aan de gestigmatiseerde Luz Amparo ( Escorial, Spanje ) , aan Maria Simma ( Sonntag, Oostenrijk ) e. a. .., vroeg Onze Lieve Vrouw dat wij de communie geknield en rechtstreeks in de mond zouden ontvangen uit de handen van de priester.
TIJDENS EEN INTERVIEW STELDE DE aMERIKAANSE PRIESTER GEORGE RUTTLE AAN ZALIGE MOEDER TERESA VAN CALCUTTA DE VRAAG ; "Moeder Teresa, welk is volgens U het grootste probleem in de wereld van vandaag ?" "Haar spontane antwoord was ; "Wat mij het meeste verdriet doet in de wereld overal waar ik ga, is te zien dat de mensen de Communie in de hand ontvangen."
DE KATHOLIEKE LEER
Het 2 de Vaticaanse Concilie verwierp de invoering van de handcommunie met een grote meerderheid van 1233 Concilievaders tegen 567 en 315 onder voorbehoud. Niettemin werd in onze landen de handcommunie opgedrongen. Vele bisschoppen hebben het in hun bisdom nooit toegelaten. PAUS JOHANNES PAULUS II herhaalt het ; "Het gaat niet over voedsel als beeldspraak ; 'Mijn Vlees is echt voedsel en Mijn Bloed is echte drank' ( joh. 6 ) " ( Encycliek 'de Eucharistie' - 2003, 16 ) "Het is bijzonder nodig het besef te verlevendigen van de werkelijke tegenwoordigheid van Christus in de Eucharistie door zorgvuldig ervan te getuigen in stemgeluid, in gebaren en bewegingen, en in heel het gedrag... Laten we eerherstel brengen voor de verwaarlozing en de veronachtaming tot heiligschennis toe, die onze Heiland (..) te verduren heeft".
( Pauselijke Brief 'Mane nobiscum, Domine', 2004, 18 ) Het document 'Redemptionis Sacramentum, goedgekeurd door de Paus in 2004, benadrukt ; - Het belang van de biecht (80 ), ook verplicht voor de 1 ste Communie van de kinderen. ( 87 ). - Het gebruik van de communiepateen, om te voorkomen dat de H. Hostie valt. ( 93 ). - Als de gelovigen staande communiceren, doen ze eerst een eerbetuiging ( kniebuiging ) " ( 90 ) . - Het is de gelovigen niet toegestaan zelf de H. Hostie in de kelk dopen, of in de hand de H. Hostie ontvangen die door de bedienaar in het H. Bloed ingedoopt is. ( 104 ). Ze mogen ook niet zelf de H. Hostie of de Kelk nemen en nog minder deze van hand tot hand doorgeven of elkaar de H. Communie geven. ( 94 ). - Enkel de priester, de diaken of om ernstige reden, de buitengewone bedienaar door de bisschop aangesteld ( 133, 155- 159 ) , mag tjdens de Mis de Communie uitdelen of Ze naar de zieken brengen. - Men mag de Mis niet vieren op een gewone tafel, zich niet aan tafel zetten tijdens de Mis ( 77 ) en er geen ongeconsacreerde hosties uitdelen ( 96 ) - De aanbidding van het Allerheiligste Sacrament ( 134 ), met bemediteerde H. Rozenkrans, ( 137 ) alsook de sacramentsprocessies, moeten in eer hersteld worden. ( 142 - 144 ) - Misbruiken verduisteren het echte geloof en de katholieke leer en verhinderen dat de gelovigen Hem ervaren zoals de leerlingen van Emmaüs ; 'Hun ogen gingen open en zij herkenden Hem.' ( 6 ).
"O MIJN SCHAPEN. VERWIJDER U NIET VAN HEM DIE U ZO BEMINT." ( JEZUS TE MANDURIA )
Gelieve deze tekst volledig te verspreiden.
DE GESCHIEDENIS VAN HET CHRISTENDOM.
De burgers waren soms ook gewelddadig, wat vaak te maken had met 'demes''. Deze organisaties, waarvoor niet echt een hedendaags equivalent bestaat, waren een soort kruising tussen groepen voetbalsupporters, politieke partijen en straatbendes. De twee belangrijkste waren de 'Blauwen' en de 'Groenen' , naast de minder machtige 'Roden' en 'Witten' ( allemaal genoemd naar de kleuren van de strijdwagenteams die zij steunden ). Hun basis was het hippodroom, het belangrijkste sportterrein en het centrum van het sociale leven in Constantinopel. De demes konden relletjes doen ontstaan tussen de vier groepen, of gezamelijk acties ontketenen tegen impopulaire keizers en hun beleid. In 532 duurde zo'n opstand bij het hippodroom een week en werden veel gebouwen verwoest. Keizer Justinianus wilde de stad ontvluchten, maar zijn vrouw, Theodora haalde hem over te blijven. Tot dat moment hadden Justinianus en Theodora de Blauwen gesteund, maar de relschoppers werden nu wreed verslagen. Ongeveer 30.000 mensen kwamen om. Voor Justinianus waren de vernielingen die waren aangericht de aanleiding voor een nieuw bouwprogamma. Hij was al verslingerd aan de bouw van schitterende openbare monumenten, zoals het geweldige Grote Paleis met zijn Bronzen Poort. Zijn allerberoemdste monument is echter de kerk Yaa Sophia ( de Heilige Wijsheid ) in de hoofdstad. De kerk van het type basillica was in 360 door Constantius gebouwd, in 415 verbouwd en tijdens de rellen van 532 verwoest. Justinianus was vastbesloten iets te bouwen wat veel groter en ambitieuzer was, volgens een compleet nieuw ontwerp. Hij huurde de tweede beste architecten uit die tijd in - Anthemius van Tralles en Isodorus van Milete - en vertelde hen dat geld geen rol speelde. Ze stelden hem niet teleur. Een team van 10.000 werklieden werkte vijf jaar aan de enorme vierkante kerk, die werd voorzien van de grootste koepel die men ooit had gezien. Na de voltooiing schijnt Justinianus te hebben gezegd ; 'Salomo, ik heb u overtroffen !' Het ontwerp was gebaseerd op de baptisteria en martyri, die voor het eerst weden gemaakt in de vierde eeuw volgens de basisplattegrond van heidense tempels. De koepel als kenmerk van kerkelijk ontwerp was pas kort daarvoor uitgevonden en dus was een koepel van deze omvang - 31 meter in doorsnee, 50 meter hoog en gesteund door een innovatief susteem van bogen en gewelven - een radicale stap voorwaarts. Het ontwerp van deze kerk, en dan vooral de koepel, zou nog eeuwenlang worden gekopieerd in de kenmerkende Byzantijnse architectuur. Vanbinnen werd de kathedraal afgewerkt met enorme hoeveelheden goud, marmer en kostbare stenen, geïmporteerd uit de verste streken van de bekende wereld. Verder was er een 15 meter hoge, massief zilveren iconostase - het scherm voor het altaar - vol met goud en juwelen. Dit alles was niet alleen voor de schow. Het was bedoeld om de glorie van God en de schoonheid van zijn verering tot uiting te brengen. In 555 schreef geschiedenischrijver Procopius in zijn Over de gebouwen : ( De Aya Sophia ) is opvallend vol licht en zonneschijn. Het lijkt of de ruimte niet van buiten wordt verlicht door de zon, maar dat de straen binnen worden gemaakt, zo veel licht is er in deze kerk (...) Als je dit gebouw betreedt om er te bidden, dan voel je dat dit niet het werk van de mens is (...) De ziel, zichzelf verheffend tot de hemel, realiseert zich dat God hier nabij is en dat hij geniet van het huis dat hij heeft uitgekozen. Voor de Byzantijnen was de kerk op aarde een afspiegeling van de kerk in de hemel : via een kathedraal als de Aya Sophia kwam men dichter tot God. Volgens de Byzantijnse geest konden hemel en aarde elkaar ontmoeten op duidelijk afgebakende plaatsen. Een kerkdienst in de Aya Sophia, mogelijk met een processie van priesters onder leiding van de keizer, was zo'n duidelijke plaats. In de vroege jaren van het rijk waren de grote diensten in heel Constantinopel gehouden. De processie liep dan met de keizer voorop door de stad en onderweg werden op speciale locaties diensten gehouden. Na de zesde eeuw werden alle processies in de kerk zelf gehouden.
Lezing uit het boek Genesis 19,15-29. Psalmen 26(25),2-3.9-10.11-12. Heilig Evangelie van Jezus Christus volgens Mattheus 8,23-27.
Lezing uit het boek Genesis 19,15-29.
Maar toen de dageraad aanbrak, drongen de engelen bij Lot aan, en zeiden: Vlug; neem uw vrouw en uw beide dochters mee, die bij u in huis zijn; anders komt ge nog om bij de bestraffing van de stad. En toen hij nog talmde, namen de mannen hem, zijn vrouw en zijn twee dochters bij de hand, en brachten hem in veiligheid buiten de stad, omdat Jahweh hem wilde sparen. En toen zij hen buiten hadden gebracht, zeiden zij: Vlucht, want het gaat om uw leven; kijk niet om, blijf nergens in de buurt staan, maar vlucht naar de bergen, als ge niet mee wilt omkomen. Maar Lot zeide tot hen: Och neen, Heer. Zie, uw dienaar heeft genade gevonden in uw ogen, en gij hebt me reeds grote barmhartigheid bewezen, door mijn leven te redden; het is mij onmogelijk, het gebergte nog te bereiken, eer het onheil mij achterhaalt, en ik sterf. Zie, het gindse stadje is genoeg dichtbij, om daarheen te vluchten. Het is toch zo klein. Laat me nu daarheen vluchten, en mijn leven behouden. Ach, het is toch zo klein! Hij sprak tot hem: Ook deze bede van u heb ik verhoord; het stadje, dat ge bedoelt, zal ik niet verwoesten. Vlucht er nu haastig heen; want ik kan niets beginnen, eer ge daar zijt aangekomen. Daarom wordt die stad Sóar genoemd. Toen de zon over de aarde was opgegaan, en Lot te Sóar was aangekomen, liet Jahweh zwavel en vuur van Jahweh uit de hemel regenen over Sodoma en Gomorra. Hij vernietigde die steden en de hele streek tot de grond toe, met al de bewoners van die steden en al wat op de akkers stond. De vrouw van Lot, die achter hem aanliep, keek om, en werd in een zoutklomp veranderd. Vroeg in de morgen begaf Abraham zich naar de plaats, waar hij voor het aanschijn van Jahweh had gestaan. Toen hij in de richting van Sodoma en Gomorra en het hele land in de omtrek keek, zag hij een walm van de aarde opstijgen als de rook van een smeltoven. Zo was God Abraham indachtig, toen Hij de steden van die streek verwoestte, en liet Hij ook Lot aan de verdelging ontkomen, waarmede Hij de steden trof, waarin Lot had gewoond.
Psalmen 26(25),2-3.9-10.11-12.
Beproef mij, en toets mij, o Jahweh; Doorgrond mijn nieren en hart. Want uw liefde houd ik voor ogen, En in uw waarheid heb ik geleefd; Werp mij niet weg met de zondaars, Mijn leven niet met moordenaars, Aan wier handen misdaad kleeft, Wier rechterhand is omgekocht. Neen, ik wandel in onschuld; Red mij dus, Jahweh, en wees mij genadig! Mijn voet staat in de gerechtigheid vast; Ik zal U loven, o Jahweh, in de volle gemeente!
Heilig Evangelie van Jezus Christus volgens Mattheus 8,23-27.
Toen Hij nu de boot in ging, volgden Hem zijn leerlingen. En zie, een hevige storm brak los op het meer, zodat de golven over de boot heensloegen; Hij echter sliep. Zijn leerlingen liepen naar Hem toe, wekten Hem, en zeiden: Heer, red ons, wij vergaan. Jesus sprak tot hen: Wat zijt gij bevreesd, kleingelovigen? Toen stond Hij op, gebood de winden en het meer, en er ontstond een grote kalmte. De mensen waren verbaasd en zeiden: Wie is Hij toch, dat zelfs de winden en het meer Hem gehoorzamen?
Bron : Petrus Canisius bijbelvertaling
GEBED VOOR GEESTELIJK DOOPSEL.
Allerheiligste Drievuldigheid, Vader, Zoon en Heilige Geest, in Tegenwoordigheid van de Allerheiligste Maagd Maria smeek ik U, ..... (naam)te vervullen met de kracht van een geestelijk Doopsel.
Wil hem/haar dopen met het Eeuwig Licht van de Vader, opdat hij/zij de heiligheid moge bezitten die voor hem/haar is voorzien, en het Rijk der Hemelen zijn/haar deel moge worden.
Wil hem/haar dopen met het Kostbaar Bloed van Christus, opdat zijn/haar ziel bevrijd moge worden van alle zonden en de verwoestende gevolgen ervan, en ontvankelijk moge blijven voor de stroom der genaden die aan het Kruis der Verlossing voor haar is ontsloten.
Wil hem/haar dopen met het Vuur van de Heilige Geest, opdat Gods Liefde in hem/haar moge branden en het ware Licht van Christus uit hem/haar moge stralen tot in het uur van zijn/haar dood voor de wereld.
Wil hem/haar dopen met de Tranen van Maria, gestort vanaf de Passie van Jezus tot aan Zijn Verrijzenis, opdat elk spoor van dwaling en ongeloof en elke kiem van zondige gedachten en handelingen uit hem/haar weggewassen moge worden.
Aan deze Hemelse Bron van Licht, Bloed, Vuur en Tranen vertrouw ik de ziel, de geest, het hart en het lichaam van ..... (naam) toe, opdat zijn/haar hele wezen geheiligd worde door het Doopsel van Verlossing in de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest, en in de naam van de Onbevlekte Maagd Maria, Medeverlosseres, Middelares en Voorspreekster van alle zielen. AMEN.
Dit gebed kan gebeden worden om speciale ontferming of kracht over iemand (ook over zichzelf) af te smeken, of om voor een niet-gedoopt kind het Sacrament van het Doopsel voor te bereiden.
Het Doopsel kan worden beschouwd als de bekrachtiging als christen. Door het Doopsel wordt de Heilige Geest over de ziel afgeroepen, tot compensatie van de erfzonde. Een geestelijk doopsel in de zin van bovenstaand gebed is het afsmeken van speciale Hemelse gaven voor de ziel op grond van de kracht van het Bloed van Jezus, de Tranen van Maria, het Vuur van de Heilige Geest. U moet U ervan bewust zijn dat de dingen die U afsmeekt, ook effectief krachten in werking stellen.
Testament van de Apostelen van het Nieuw Verbond.
Lieve Moeder Maria,
De Vader heeft mij het Leven gegeven.
De Heilige Geest heeft de ogen van mijn ziel geopend voor het Licht der Waarheid.
Jezus heeft mij de Weg getekend en mij het Kruis tot wegwijzer nagelaten.
O Moeder van het Lam Gods, U hebt Uw naam met Hemels vuur in mijn hart geschreven. Zonder enig voorbehoud heb ik U mijn hart gegeven, opdat mijn oude ik in het vuur van Uw tedere Moederliefde zou kunnen sterven, en ik moge herleven op de echo van de Eeuwige Liefde die weerklinkt uit het Hart van Smarten dat op Kalvarie de hele mensheid heeft geërfd.
Zoals Jezus' Lichaam van Gods Liefde kwam getuigen op het Kruis, zo kust mijn hart het Verbond tussen Hemel en aarde, dat op het Kruis met Zijn Bloed werd ondertekend.
Smartvolle Moeder, nu roept Uw Hart mij tot de getuigenis voor de Liefde van het Nieuw Verbond.
In Uw handen, die mij Jezus hebben gegeven, leg ik mijn testament van liefde en totale overgave.
Door U geef ik Jezus mijn geest. Moge Hij hem vervullen met het volle Licht der Waarheid, opdat ik het Kruis van het Heil moge huwen in de altijddurende omhelzing van de ziel die aan de wereld heeft verzaakt.
Door U geef ik Jezus mijn hart. Moge Hij het doorsteken met de lans van Gods Barmhartigheid tot wassing van zielen waarin de onzuiverheid het Licht begint te doven.
Door U geef ik Jezus mijn lichaam. Moge Hij de tekens van het Verlossingsmysterie eraan voltrekken, want de God van het Nieuw Verbond vertrouwt Zijn Liefde niet toe aan stenen tafelen.
Door U geef ik Jezus mijn geloof in de verlossende kracht van Zijn Kruis en in het heil van mijn lijden.
Door U geef ik Jezus mijn hoop op de verrijzenis der godvrezenden en op de komst van Zijn Rijk op aarde.
Door U geef ik Jezus mijn liefde, want in de liefde straalt het Eeuwig Licht, in de liefde wordt ieder kruis tot zegen, met het Bloed der Liefde is het Nieuw Verbond geschreven en schrijf ik mijn testament voor Hem die Liefde is. AMEN.
29-06-2009
Mandy Smith.
Mandy Smith, ex-wife of Rolling Stone Bill Wyman says her faith began in Medjugorje
"In spare time not spent with Max, she immerses herself in charity work. She has never been happier and is able to view her past with a stringent new clarity.
In the past I was spoilt, she admits. Ive had nice houses, cars and jewellery. But it doesnt make you happier and money has never been my god.
I have enough to live on and dont want to be part of the celebrity world any more. I have worked hard to feel good about myself. I feel I have a real purpose.
There is a further, rather extraordinary, explanation for her peace of mind: Mandy has become a practising Roman Catholic.
She takes her son to church every Sunday, attends mass twice a week and prays every day.
She says her faith began in 2005, when she joined a group of friends in Medjugorje, the Croatian shrine that has drawn Catholic pilgrims in their millions since 1981, when a group of local children claimed to have had visions of the Virgin Mary.
Something clicked, says Mandy. Things kept happening that I cant explain. We were having dinner when an image of Mary appeared on a white tablecloth 10ft away. We all saw it everyone in the room.
I was brought up a Catholic but my mum was too ill to take us to church. I knew I had to get back on that path. Mandy Smith and Bill Wyman
Rock 'n' roll royalty: Mandy was 18 when she married Bill in Bayswater
My faith has definitely helped me. I treat God as the one I have to ask for guidance. I chat to him every day and he is actually like the man in my life. I was always scared, but Im not as fearful any more.
She is surprisingly forgiving towards the rock star ex-husband who could have ruined her life, saying: People arent as protective of celebrities nowadays and if this had happened recently I think Bill would have ended up in prison.
'I cant think of it as child abuse. If I did I wouldnt have been able to move on. But Im reminded of it on a regular basis.
'Things I hear on TV about young girls, different scenarios with older men, rape... But he fell in love with me so I cant look at it as sordid or wrong."
Slachtoffer folteringen getuigt op proces Rode Khmer.
Slachtoffer folteringen getuigt op proces Rode Khmer
29 juni 2009
Op het proces tegen de hoofdbeul van het Rode Khmer-regime in Cambodja heeft maandag voor de eerste keer een van de weinige overlevenden van de foltergevangenis Toul Sleng getuigd. De 63-jarige Vann Nath (63) overleefde de hel waarin meer dan 12.000 mensen om het leven kwamen, omdat hij goed het portret van Rode Khmer-leider Pol Pot kon tekenen. Hij brak in de gerechtszaal in tranen uit toen hij de gruwelijke foltermethodes, die voor zijn ogen plaatsvonden, omschreef.Kaing Guek Eav (66), alias Duch, was voor de gevangenis en zijn vernietigingsmachine verantwoordelijk. Hij is wegens misdaden tegen de menselijkheid aangeklaagd. Hij heeft zijn schuld toegegeven en berouw getoond. Vier andere voormalige bestuursleden van het regime, dat tussen 1975 en 1979 door moord, folteringen, dwangarbeid en hongersnood meer dan twee miljoen mensen uitroeide, zijn eveneens aangeklaagd. Zij ontkennen echter elke verantwoordelijkheid. (VKB)
bron: Belga
'Botten gevonden in tombe van Paulus'.
'Botten gevonden in tombe van Paulus'
MA 29 jun 2009 | 08.25 In de tombe van de apostel Paulus in de Italiaanse hoofdstad Rome zijn botfragmenten uit de eerste of tweede eeuw na Christus gevonden. Dat heeft paus Benedictus XVI zondag gezegd.
"De vondst lijkt te bevestigen dat het graf het stoffelijk overschot van de apostel Paulus bevat'', concludeerde de kerkvorst. "De ontdekking raakt ons diep.''
Onderzoekers hadden een klein gat gemaakt in de wand van het vermoedelijke graf van de apostel. Via het gat werd een kleine sonde ingebracht. Die vond niet alleen de botresten, maar ook blauw en paars textiel.
Paulus was een van de eerste volgelingen van Jezus Christus. Rond het jaar 60 na Christus zou hij door de Romeinen zijn onthoofd. Volgens de overlevering werd hij buiten Rome begraven, op de plaats waar later de basiliek Sint-Paulus buiten de Muren werd gebouwd. Pas drie jaar geleden werd in de basiliek het mogelijke graf van de apostel teruggevonden.
Bron: ANP
BIJNA DOODERVARING.
Onderrichting van de Allerheiligste Maagd Maria .
HET VUUR DES HEMELS
De Tien Geboden van de Ware Liefde
Onderrichting van de Allerheiligste Maagd Maria
over de Bestanddelen van de Ware Liefde
Het begin van al het geschapene is God. De ware scheppende kracht is de Liefde. Het is door de Liefde dat God alles schept, en waardoor Hij het meest bevoorrechte van Zijn Werken, de mensenziel, verlost en heiligt. De Liefde is het Vuur uit Gods Hart, het Vuur dat Licht en warmte verspreidt en de hele schepping loutert. De Liefde is de essentie, de grondstof en brandstof van het Leven. Hoe groter en sterker de Liefde, des te meer bloeit het ware Leven, en benadert het de volmaaktheid van het Goddelijk Leven, dat uit niets anders is opgebouwd dan uit Liefde. Wanneer de Liefde wordt verzwakt, begint het levende het Leven te verliezen, stroomt alle Licht, warmte en zuiverheid eruit weg, en vervalt het in duisternis, kilte en onreinheid.
Dit proces kan het beste worden geobserveerd in het meest bevoorrechte Werk van God, de mensenziel. De ziel waarin de ware Liefde bloeit, verspreidt Licht, warmte en reinheid om zich heen. Naarmate de ziel de ware Liefde verliest, vervalt zij steeds dieper in duisternis, kilte, onreinheid en onvruchtbaarheid: de zieleakker wordt winters, hij verliest de bloeikracht van de eeuwige lente.
Elke toegeving aan een bekoring komt erop neer, dat de ziel niet kiest voor de ware Liefde, want het toegeven aan een bekoring is het bewandelen van een brug die de ziel naar het land van de zonde leidt. Een handeling, woord, gedachte, gevoel of verlangen zijn zondig wanneer zij de ziel afscheiden van Gods Hart, met andere woorden: wanneer de ziel daardoor een werk doet dat niet past binnen de Werken die God via de zielen wil volbrengen. In de zonde vaart de ziel een koers die niet door God is gepland. Aangezien alle Werken van God door niets anders gedreven worden dan door de ware, volmaakte Liefde, is elke zonde dus een overtreding tegen de Liefde. Precies zo moeten wij het begrijpen dat de ziel door elke zonde een deeltje van het ware Leven verliest, en dat de ziel door regelmatig zondigen geleidelijk sterft. De dood van de ziel is de toestand waarin de ziel zo ver van God gescheiden raakt dat zij niet meer in staat is om haar wil en haar werken in dienst van Gods Werken en Plannen te stellen, doordat zij de ware Liefde, de drijvende kracht van het Goddelijk Leven, uit zich heeft laten wegvloeien. Wij moeten het ons zo voorstellen, dat elke overtreding tegen Gods Wet, elke ondeugd en elke zonde, een lek slaat in de ziel. Hoe meer de ziel zondigt, des te sneller lopen in haar de voorraden der genade leeg en des te minder is zij nog in staat om nieuwe genaden vast te houden. De ziel houdt aldus het voedsel dat God haar aanreikt om te leven en te functioneren, niet meer vast, en kwijnt weg. Zij wordt hierdoor volledig onwerkzaam binnen Gods Plannen en Werken.
De ziel waarin de ware Liefde sterft, verandert inwendig stap voor stap in het aanvoelen van zichzelf en haar omgeving, in haar benadering van het leven en in haar relatie tot God en tot de schepselen. Doordat deze ziel van God wegdrijft, wordt zij steeds minder gevoed door de gesteldheden die eigen zijn aan Gods Tegenwoordigheid: Liefde, hoop, geloof, moed, vertrouwen, geborgenheid, blijheid, zuiverheid, verdraagzaamheid... Integendeel zal zij geleidelijk aan ten prooi vallen aan angst, onzekerheid, onverdraagzaamheid, twijfel en andere gesteldheden die door de duisternis worden geïnspireerd als bronnen van gif voor het vermogen om God nabij te weten.
Doordat de ware Liefde de kracht van God Zelf is, en al Zijn Werken kenmerkt, kunnen wij de volgende stelling voor ogen houden: Breng de schepselen de ware Liefde, en je zult hen bevrijden; beroof hen van het vermogen om waarlijk lief te hebben, en je levert hen over aan innerlijke duisternis die stap voor stap het ware Leven uit hen laat wegvloeien. Elke ziel is geroepen om Gods Werken op aarde te doen. Ware verlossing en heiliging zijn het deel van de ziel die aan deze roeping beantwoordt. Op elke mensenziel rust de verplichting, Gods Tegenwoordigheid en Zijn Werken te vertegenwoordigen naar al haar medeschepselen toe (mens en dier, en zelfs de plantenwereld). De ziel kan dit slechts op één wijze: door de verspreiding van de ware Liefde.
Wat is de ware Liefde? De Koningin van Hemel en aarde en Meesteres van alle zielen toont ons de ware Liefde als een vuur dat wordt gevormd uit een aantal vlammen. Zij roept de zielen er nu toe op, deze vlammen in zichzelf tot volle ontwikkeling te brengen, opdat de zielen worden tot draagsters van Hemels vuur dat de schepping het ware Leven, Licht, warmte en loutering moet brengen. Deze oproep is dringend, omdat de hele schepping op nooit eerder geziene schaal ten prooi is aan werken van duisternis. De ware Liefde stroomt uit Gods Hart in de eerste plaats naar de mensenzielen toe, en deze laatsten dragen de verantwoordelijkheid om deze Liefde in te bouwen in hun werken, woorden, gedachten, gevoelens en verlangens. In steeds meer zielen gaat de stroming van de ware Liefde verloren, zodat deze over steeds minder zielen en dieren wordt verspreid. Het gevolg is, dat Gods Tegenwoordigheid in de schepping steeds minder duidelijk merkbaar wordt. Ontelbare mensenzielen en dieren zijn slachtoffers van de talloze onderbrekingen in de stroming van de ware Liefde doordat zovele mensenzielen niet meer in staat zijn om deze door te geven, of hun vrije wil niet in dienst van Gods Wil stellen en hun leven daardoor niet meer in dienst van het grote Heilsplan staat. De schepping kan slechts hersteld worden, en alle ellende kan slechts van de aardbodem verdwijnen, naarmate méér mensenzielen het vuur van de ware Liefde naar méér medeschepselen mens en dier brengen.
Hoe vervult de mensenziel haar roeping als draagster van Gods Liefde? De ziel draagt in zich een aantal vermogens, die ieder op zich kunnen oplaaien als vlammen. In de mate waarin deze vlammen oplaaien en in de vrije wil van de ziel met elkaar versmelten, ontwikkelt zich een vuur dat de ziel in staat stelt, een afstraling van God te worden. Inderdaad, in de vrije wil, want of de ziel de ware Liefde om zich heen verspreidt of niet, wordt bepaald door de mate waarin zij haar vrije wil opoffert aan de Werken die God door haar heen wil volbrengen. In de ziel die haar vrije wil in de vuuroven van Gods Wil werpt om uitsluitend Zijn Werken te doen, volgens de Wil van God, kan God Zijn genaden volledig en onbeperkt ontplooien. Deze ziel kan zelf worden tot een vuuroven van Goddelijke Liefde. Ziehier de vlammen die elke ziel in zichzelf moet aanwakkeren:
De bestanddelen van de ware Liefde: Alle componenten van de Liefde vormen samen de ware bouwstenen van de ziel. Om deze reden verwondt elke afwijking van de Liefde in de eerste plaats onze eigen ziel. Wanneer de ziel het vuur van de ware Liefde in zich laat kwijnen, lijdt zij zelf als eerste onder de koude en duisternis. De ware Liefde is de kracht die het ware Leven doorgeeft en in stand houdt. Door een medemens of een dier ware Liefde te schenken, kunt U in dit medeschepsel de levenskracht verhogen. Dat komt doordat U door ware Liefde in Uw medeschepsel het contact met God Zelf versterkt. U vertegenwoordigt dan de kracht van God Zelf naar dit schepsel. Ziehier de leidraad die de Meesteres van alle zielen de kinderen Gods geeft voor een heropleving van hun eigen levenskracht en deze in elk medeschepsel, mens en dier. Zij nodigt de zielen ertoe uit, onder Haar begeleiding de volgende tien bestanddelen van de ware Liefde in zich tot bloei te brengen. Maria noemt de desbetreffende regels de Tien Geboden van de Ware Liefde:
1. Vergevingsgezindheid. Het vergt een oprechte liefde, alles te vergeven wat een medeschepsel ons heeft aangedaan. Het vermogen om te vergeven kan slechts waarlijk bloeien in een nederig hart, dat eigen leed minder belangrijk acht dan dat een medeschepsel bezwaard zou blijven onder de schuld van een begane fout. Vergeving werkt buitengewoon louterend in de eigen ziel, doordat zij in Gods Hart genaden vrijmaakt voor de ziel die vergeeft. Door onze medemens te vergeven voor zijn fouten jegens ons, sporen wij God ertoe aan, ons te vergeven voor fouten die wijzelf hebben begaan. Door deze zuivering verhoogt de levenskracht van de ziel, en wordt zij beter in staat om Gods Liefde in zich op te nemen.
Naarmate de ziel meer vervuld wordt van de ware Liefde, kan zij deze ook beter op andere schepselen overdragen. De ziel die weet te vergeven aan een ziel die jegens haar een schuld draagt, wordt in bepaalde gevallen tot een levensredder, want een ziel die niet vergeven wordt, kan soms jarenlang in al haar werken verlamd of geremd worden, en kan het moeilijk krijgen om nog aansluiting te vinden met Gods Hart. Indien elke ziel van harte zou vergeven aan ieder die ooit jegens haar heeft misdaan, zou de wereld van een onvoorstelbare last aan schulden bevrijd en de duisternis van een buitengewoon machtig wapen beroofd worden: door zielen ertoe aan te sporen, wrok te blijven koesteren, houdt de satan zowel de schuldige als het slachtoffer vaak jarenlang in zijn greep. Niets snijdt de harten zo snel en zo grondig af van God, als een gebrek aan vergeving onder zielen.
Maria roept elke ziel ertoe op, vandaag een begin te maken met oprechte en totale vergeving aan elk medeschepsel dat een schuld heeft jegens haar. Indien dit door omstandigheden moeilijk of niet mogelijk is in een open gesprek, geldt ook de vergeving in het hart. Vergeving schenken, heeft ook waarde over de grenzen van de dood heen: vergeef nu nog van harte aan overledenen die eventueel gestorven zijn in staat van onmin met U. Deze vergeving wordt nu nog ingepast in het tijdeloze Heilsplan van God.
2. Hulpvaardigheid. Elk wezen mens of dier heeft zijn eigen onvermogens en zwakke punten. Al het geschapene leeft in een stoffelijk lichaam dat behoeften heeft, dat begrensd is qua krachten, en dat gevoelig is voor ziekte, ongemak, pijn, vermoeidheid en moreel leed. Het behoort tot de voornaamste levenstaken voor elke ziel, haar medeschepsel (mens en dier) te hulp te komen in deze noden. Hoe groot is het in Gods ogen wanneer een ziel een andere ziel behulpzaam is, zelfs in kleine dingen.
Door behulpzaamheid stelt U een medeschepsel in staat, zijn eigen taken binnen Gods Heilsplan beter of vlotter te volbrengen. De verplichting tot behulpzaamheid strekt zich ook uit tot hulp en zorg jegens dieren. Elk dier vervult een eigen opdracht binnen het grote Plan van God. Door een dier te verzorgen, het met liefde te omringen, het voedsel of een onderkomen te verschaffen, draagt U bij tot het scheppen van een nieuw evenwicht binnen de zwaar verstoorde schepping, door de ware Liefde vlotter te laten doorstromen. Maria wijst er met klem op, dat elke mensenziel de verplichting draagt, Gods Liefde te vertegenwoordigen, niet slechts naar haar medemensen, doch ook naar de dieren toe.
Zij roept elke ziel ertoe op, vanaf vandaag de hulpvaardigheid jegens elke medemens en jegens elk dier dat op haar levenspad komt, een vaste plaats te geven in de werkzaamheden van elke dag. Een aanvullende stap is deze: dat men belangstelling koestert voor de behoeften van elk medeschepsel. Wanneer U Uw medeschepsel mens of dier op een gezonde wijze observeert (dit wil zeggen: vrij van ziekelijke nieuwsgierigheid voor wereldse dingen) kunt U leren zien hoe zijn gedrag op bepaalde noden wijst, waaraan U dan kunt trachten tegemoet te komen. Belangstelling hebben voor de behoeften van een medeschepsel, betekent eveneens: vooruitlopen op een behoefte. Bijvoorbeeld: er rekening mee houden dan een gehandicapt mens misschien niet zelf een deur kan openmaken; er rekening mee houden dat een zieke niet zelf boodschappen kan doen; in de winter buiten voedsel voorzien voor dieren...
3. Begrip. Elk schepsel heeft er nood aan, begrepen te worden. Door begrip te tonen voor de gesteldheden en handelingen van een medemens, toont U aan God dat U de werkingen van Zijn Voorzienigheid aanvaardt, die Uw medemens zo heeft gemaakt, met al zijn eigenheden. Begrip hebben voor Uw medemens, betekent niet dat U ook zondige handelingen moet goedkeuren. In het negende gebod van de ware Liefde zien wij dat het deel uitmaakt van onze levenstaak tot verspreiding van de ware Liefde, dat wij onze medemens onderrichten in de echte Waarheid.
Begrip hebben voor de medemens, betekent echter dat men de medemens niet oordeelt, niet veroordeelt, en zich niet laat verleiden tot onenigheid over de waarde (of waardeloosheid) van de standpunten en levenswijze van de ander. Op deze wijze stelt U Uw medemens in staat om de rol te spelen die God voor hem heeft voorzien, binnen de tijd die Gods Voorzienigheid daartoe beschikt. Dit betekent, dat U hem met liefde mag wijzen op vergissingen, fouten of verkeerde voorstellingen, hem daarbij mag onderrichten in de echte Waarheid, doch verder geen inbreuk mag plegen op zijn vrije wil. Wij moeten er steeds rekening mee houden dat een ziel haar redenen heeft om op een welbepaalde manier te leven en te handelen. Het is de taak van elke ziel, dit te respecteren, en elke eventueel gewenste verandering hierin in gebed aan Gods Voorzienigheid toe te vertrouwen.
Elk gebrek aan begrip voor de medemens en voor de eigenheid van een dier blokkeert de stroming van de Liefde tussen schepselen, en geeft uitdrukking aan een vorm van protest tegen Gods Wijsheid die toestaat dat dit medeschepsel permanent of tijdelijk zo is. Gebed of offers om iets te veranderen indien dit binnen Gods Plannen en Werken past, is het enige gezonde alternatief, omdat men hierdoor een akte van vereniging met Gods Wil stelt en via deze weg nieuwe uitstortingen van Liefde over de betreffende medemens mogelijk maakt.
Onze medeschepselen begrijpen, kunnen wij slechts in de mate waarin ons inlevingsvermogen zich ontwikkelt. De ziel die zich in een medemens of dier kan inleven, leert als het ware doorheen de ogen van dit medeschepsel naar de leefwereld te kijken, en begrijpt zo veel beter waarom dit schepsel zich op een bepaalde manier gedraagt. Inleving wordt mogelijk gemaakt door een hoge mate aan bezieling door Gods Geest. Dit vermogen zou men kunnen beschouwen als de drie benen van een driehoek: de drie punten zijn God, Uzelf en het medeschepsel; de drie benen van de driehoek worden gevormd door het inlevingsvermogen, dat God, Uzelf en het andere schepsel in de drie richtingen met elkaar verbindt. Inleving schept dus een grote mate van eenheid met het medeschepsel terwijl men het hart op dit medeschepsel richt, en deze eenheid wordt rechtsreeks vanuit Gods Hart gevoed.
4. Zelfverloochening. Geen groter Liefde kan iemand hebben, dan dat hij zijn leven geeft voor zijn vrienden. zo sprak reeds Jezus. Zijn leven geven is een begrip dat veel verder reikt dan het gewone taalgebruik laat vermoeden. U kunt Uw leven geven door letterlijk te sterven, maar U kunt het ook geven door aan Uzelf te sterven. Dit kan door offers te brengen of door boete te doen, en de vruchten van deze offers en boete aan Maria af te staan ten behoeve van zielen of, in het algemeen, van medeschepselen (ook voor dieren kan men offers brengen, die in Gods ogen heel verdienstelijk zijn).
Zelfverloochening is het terzijde schuiven van eigen noden, behoeften en verlangens met de bedoeling dat onze medeschepselen het daardoor beter krijgen. Dat kan op rechtstreekse wijze, door in eenzelfde situatie ons medeschepsel op onszelf voor te trekken. Het kan echter ook op onrechtstreekse wijze, door in het verborgene offers te brengen waarbij wij van God/Maria afsmeken dat Uw medeschepsel het op grond daarvan beter moge hebben.
De grootste en breedste vorm van zelfverloochening is de totale toewijding aan Maria: echte toewijding is een beleving van alle situaties van Uw leven in dienst van Maria opdat Zij alles wat in U omgaat, bij elkaar zou brengen in een groot verzamelbekken waaruit God Zijn genaden schept. In dit bekken zitten de onmetelijke vruchten van Jezus Lijden en Kruisdood, de oneindige vruchten van de Smarten en van het vlekkeloos heilige leven van Maria, de vruchten van alle Heilige Misoffers, de vruchten van alle toegewijd lijden van alle zielen van alle tijden, en ook de vruchten van elk leven dat volledig aan Maria of Jezus is toegewijd. Door de totale toewijding geeft de ziel in feite haar leven voor haar medeschepselen, want zij offert haar vrije wil op aan Gods Heilsplan, zodat zij niet meer zelf over de invulling van haar leven beschikt. Maria wordt tot Heerseres over elk detail van het leven en het hele wezen van Haar toegewijden.
Door de ware zelfverloochening is het alsof de ziel tot God zegt: Verdeelt U Uw genaden alsof ikzelf er niet meer was, zodat anderen mijn deel krijgen. In werkelijkheid slaat God U dan niet over, doch bereidt Hij anderen en Uzelf een extra portie genaden, doordat U hem door de vrijwillige verloochening van Uw eigen behoeften en verlangens zoveel Liefde ter beschikking hebt gesteld dat Hijzelf de voorziene portie aan genaden vermenigvuldigt. De onschatbare macht van de zelfverloochening ligt hierin, dat de ziel hierdoor boven haar menselijke zwakheden uitstijgt en op een veel hoger niveau begint te leven: zelfverloochening is slechts mogelijk wanneer de ziel zichzelf niet meer meetelt, haar medeschepselen veel belangrijker vindt dan zichzelf, en bovendien een buitengewoon vertrouwen op God kan opbrengen, want de ziel die in haar menselijkheid blijft vastzitten, is niet in staat om afstand te doen van de zekerheid dat God haar blijft dragen. Inderdaad: wat zou zij doen indien God haar offer letterlijk zou nemen, en werkelijk zou doen alsof zij niet meer bestond? Slechts de ziel die echt gelooft in de onmetelijke, onvoorwaardelijke Liefde van God en in de oneindige waarde van elk vrijwillig gebracht offer, kan zichzelf voor Gods ogen tot niets maken en intussen weten dat dit voor haarzelf niet de dood of het niets brengt, doch het ware Goddelijk Leven en de voleinding van haar bestaan als ziel.
5. Verdediging van de waardigheid van elk medeschepsel. Het is een grote uiting van ware Liefde tot God en tot Uw medeschepselen, U steeds voor ogen te houden dat elk medeschepsel mens of dier de handtekening van God in zich draagt. Alles is van God uitgegaan. Elk schepsel is een wonderwerk van Zijn Liefde. Geen enkel schepsel kan als levend wezen op aarde komen zonder eerst door de brandstof van het Leven (de Liefde van God) te zijn bevrucht. Het behoort tot de bevoorrechte strategieën van de duisternis, de zielen minachting, gebrek aan respect, liefdeloosheid of onverschilligheid jegens hun medeschepselen in te fluisteren. Dat is wat op grote schaal gebeurt in oorlogen en onder godvijandige politieke regimes. Wij moeten er ons steeds van bewust blijven dat een dergelijke benadering van een medeschepsel neerkomt op minachting, gebrek aan respect, liefdeloosheid of onverschilligheid voor een werk van Gods Liefde, dus op een verwonding die men toebrengt aan Gods Hart. Dit betekent dat miskenning van de waardigheid van een medeschepsel mens of dier de Bron van de Liefde en het Leven zelf minacht en verwondt.
Bedenk ook steeds dat elk schepsel in wezen Gods eigendom blijft. Onze kinderen behoren God toe, wijzelf zijn slechts hun hoeders. Onze huisdieren behoren God toe, wijzelf zijn slechts hun hoeders. Precies daarom is de zorg voor een medeschepsel mens of dier in werkelijkheid een dienst aan God. Omdat elk schepsel Gods eigendom is, is een behandeling met respect en liefde in wezen een groot eerbetoon aan God. De waardigheid van een medeschepsel erkennen, betekent erkennen dat dit schepsel een bouwwerk van God is. De waardigheid van een medeschepsel verdedigen, betekent Gods Liefde verdedigen tegen alle oneerbiedigheid. De ware Liefde is de pure essentie uit Gods Hart. Zij moet daarom als heilig worden beschouwd.
Volgens deze zelfde beschouwing bevat derhalve elk bouwwerk van God een element van heiligheid, dat geëerbiedigd moet worden. Elke handeling, elk woord, en zelfs elke gedachte, elk gevoel en elk verlangen waardoor afbreuk wordt gedaan aan de waardigheid van een medeschepsel, onderbreekt de stroming van de ware Liefde en bevordert de werken der duisternis: vergeten wij nooit dat alle werken van de satan er precies op gericht zijn, Gods Werken van hun waardigheid te beroven, met andere woorden: deze zodanig te misvormen dat zij hun Goddelijke handtekening lijken te verliezen.
Het is de opgave van elke ziel, zich bewust te worden en te blijven van de Goddelijke oorsprong van alle leven, en elk schepsel mens en dier te behandelen als wat het in werkelijkheid is: Gods werk en eigendom. Door de waardigheid van een schepsel te verdedigen, verheerlijkt men zijn Schepper, van wie het zijn eigenheid heeft ontvangen. Het opzet van de duisternis, Gods Werken te ondermijnen en de schepselen in de meest uiteenlopende ellende onder te dompelen, zou op grote schaal ontkracht worden indien elke ziel al haar medeschepselen dieren zowel als medemensen zou behandelen met respect, en geen van hen ooit nog zou vernederen, noch in persoonlijk contact noch in het publiek. Het erkennen en verdedigen van de waardigheid van een medeschepsel, betekent: zo handelen, dat voor alle schepselen, en voor God Zelf, zichtbaar is dat men dit medeschepsel beschouwt als iets waardevols, en dat men de tegenwoordigheid ervan op de eigen levensweg (hetzij kortstondig hetzij langdurig, al naargelang de beschikkingen der Voorzienigheid) waardeert.
Deze opgave behelst eveneens de verplichting, af te stappen van elke vooringenomenheid en vooroordeel. Alle racisme, alle discriminatie en elke opvatting over onwaardigheid van schepselen, berust op een gebrek aan liefde voor Gods Voorzienigheid die elk schepsel op een welbepaalde wijze en met welbepaalde eigenschappen en kenmerken maakt, omdat dit schepsel precies met die kenmerken en eigenschappen zijn specifieke taak binnen het grote Heilsplan moet vervullen.
Een heel grote bron van ontwaardiging van de medemens vormen achterklap en laster. Elke ziel behoort als gulden regel toe te passen: indien ik over een medemens niets positiefs te zeggen heb, zwijg ik liever. Dit is navolging van Maria, zoals Zij dit ook leert in Wedergeboorte van het Aards Paradijs: Zij zocht in elke ziel naar goede eigenschappen, en trachtte deze te bevorderen. In verband met negatieve kenmerken van een ziel, is het goed, ons er steeds van bewust te zijn dat deze ziel zelf reeds het eerste slachtoffer van die kenmerken is, en dat wij haar ontwikkeling dus beter niet nog méér bemoeilijken door haar in de ogen van anderen op een negatieve wijze voor te stellen.
De waardigheid van een medeschepsel mens of dier kan eveneens worden geschonden door dit medeschepsel het gevoel te geven dat het nauwelijks iets goeds kan doen. Door veelvuldig kritiek op een medeschepsel te uiten, of het voortdurend in alles te willen verbeteren, kan men dit medeschepsel met gevoelens van minderwaarde beladen, waardoor het in zijn spontaan gedrag geremd kan worden en op lange termijn een volledige ontwrichting van zijn persoonlijke eigenheid kan ondergaan. Hierdoor kan men dit medeschepsel wegduwen van de weg die Gods Voorzienigheid voor hem had voorzien.
6. Zachtheid. De zachtheid is het vermogen om Uw medeschepselen in woorden en handelingen zodanig te benaderen dat deze zich hierdoor in het hart gezalfd voelen. Maria noemde ooit de zachtheid en de blijheid de beide grote uitingen van Gods zon in een ziel: de blijheid is het Licht, de zachtheid de warmte. Een schepsel mens of dier dat met zachtheid wordt omringd, opent zich voor de ware Liefde omdat het in deze atmosfeer (meestal onbewust) Gods nabijheid merkt. U zou het zo kunnen zien, dat U door de zachtheid behoedzaam en teder omgaat met de Goddelijke Tegenwoordigheid in Uw medeschepsel, terwijl U door gebrek aan zachtheid dit Goddelijk element schade toebrengt. Het Goddelijke Zelf kan niet beschadigd worden, doch wanneer het niet met zachtheid wordt behandeld, kan het hart van het wezen dat dit Goddelijk element draagt, wel verwond worden. Dit komt doordat het Goddelijke zich aan het geschapene hecht via de Liefde.
De ware Liefde draagt de effecten van de almacht van God: zij kan een schepsel herscheppen, het steeds ontvankelijker maken voor de werkingen van Gods Tegenwoordigheid, maar zij kan, indien zij wordt gewond, het schepsel ook diepe wonden toebrengen omdat elk schepsel (in het bijzonder de mens en de hogere diersoorten) een ingebouwd systeem bezit dat de Aanwezigheid en werkingen van de Godheid onbewust kan opmerken en daarom ook kan vaststellen wanneer deze niet op een passende wijze worden benaderd. De wonde bestaat namelijk uit de pijn om de misbruikte Liefdestroom: de Liefde (levenskracht) in het schepsel kreunt onder de ervaring van de brutaal opgeworpen muur tegen de Bron van de Liefde (Gods Hart). Wie zijn medeschepsel mens of dier behandelt met zachtheid en tederheid, kleedt dit schepsel in wol. Wie zijn medeschepsel behandelt met gevoelloosheid en ruwheid, drijft een spijker in het hart van dit medeschepsel, een andere in het Hart van God, en een derde in zijn eigen hart, want wat men een medeschepsel aandoet (goed zowel als slecht), doet men God aan, en (doordat de Schepper en alle schepselen onderling met elkaar verbonden zijn), uiteindelijk ook zichzelf. Maak het daarom tot een levenstaak, elk medeschepsel mens of dier te behandelen als een tere bloem, niet als een dikke boom die zelfs een slag met een bijl zonder hinder overleeft.
7. Tact. Alles wat leeft, is gevoelig voor de ontwikkelingen in zijn omgeving en de wijze waarop de omgeving op het eigen wezen en het eigen gedrag reageert. Vooral de mensenziel en de hogere diersoorten beschikken over een gevoelssysteem dat kan functioneren zoals een deur naar de diepe kern van het wezen: indrukken die als positief worden ervaren, openen de deur; indrukken die als negatief worden ervaren, sluiten haar. Wanneer het schepsel veelvuldig bloot staat aan negatieve indrukken, kan deze deur zelfs langdurig vergrendeld worden. In dit laatste geval ontstaat het risico dat het wezen zich uit angst voor verwondingen steeds dieper in zichzelf terugtrekt, en zich zelfs ook voor de ware Liefde begint af te sluiten, en hierdoor het ware Leven uit zich laat wegvloeien. Het is dan niet meer in staat om datgene te doen waartoe God het heeft bestemd. Voor de mensenziel komt dit neer op een niet-navolging van de roeping. Voor het dier komt dit neer op een ontwrichte rol binnen het grote Heilsplan.
Wanneer wij rekening houden met de emoties en de innerlijke beleving van een medeschepsel, is er sprake van tact. Tact is een uiting van ware Liefde omdat de beoefening van de tact neerkomt op een bekommernis om het innerlijk evenwicht van het medeschepsel, en dus diens vermogen om voluit te functioneren zoals God van hem verwacht. Gebrek aan tact kan een medeschepsel ontwrichten doordat hierdoor het gevoelsleven van het medeschepsel gebruuskeerd wordt: handelingen of woorden die negatieve of pijnlijke emoties kunnen opwekken, worden ongeremd over het medeschepsel uitgestort, zodat dit zich plots van de Liefde afgesneden voelt. Het is heel belangrijk, elk medeschepsel op elk ogenblik te benaderen met voorzichtigheid, en jegens hem te handelen en te spreken terwijl wij ons in zijn innerlijke gesteldheden trachten in te leven teneinde op geen enkele wijze kwetsend of gevoelloos over te komen. Onze opgave bestaat hierin, ons steeds bewust te zijn van het feit dat elke ziel en elk dier van een hogere soort op elk ogenblik in een bepaalde fase van haar of zijn ontwikkeling verkeert (die in vele golfbewegingen verloopt en dus zeer complex is), en emotioneel heel fijngevoelig kan zijn. Laten wij erover waken dat wij de emotionele ontwikkeling van elk medeschepsel steeds met ware Liefde voeden, opdat het in staat moge worden gesteld om te evolueren volgens de verwachtingen en Plannen van God.
8. Bekommernis dat elk medeschepsel zich goed zou voelen. De kunst van een leven naar Gods Hart bestaat hierin, dat men steeds een zon is voor zijn medeschepselen mensenzielen en dieren. Elke ziel wordt in de wereld gezonden als een schakel in een zeer lange ketting. Zij heeft specifieke opdrachten die allemaal samen door Gods Wijsheid afgestemd zijn op de verwezenlijking van het Goddelijk Heilsplan. Elke ziel die niet ten volle datgene doet wat God van haar vraagt, is een zwakke schakel in de ketting en zorgt voor haperingen in het hele systeem van de schepping. Deze ziel laat haar kapitaal aan ware Liefde, aan ware levenskracht, niet volkomen renderen. God verlangt van ieder van ons dat wij onze medeschepselen zo behandelen dat deze zich in alle omstandigheden goed kunnen voelen. Zo draagt elke ziel de dubbele taak, tegelijkertijd haar eigen spirituele ontwikkeling (haar tocht naar God) te bevorderen, en alle medeschepselen te helpen opdat ook zij op hun beurt hun tocht naar God vruchtbaar kunnen maken.
Een basisvereiste om onze medeschepselen ononderbroken tot steun te zijn bij de voltooiïng van hun levensopdrachten, is de blijmoedigheid. Een ziel die blijheid uitstraalt, is een zon voor haar medeschepselen en laat de liefdevolle Tegenwoordigheid en ononderbroken werking van God in hun leven voor hun ogen stralen.
Wij kunnen de levensweg van onze medeschepselen op een bijzondere wijze begaanbaar helpen maken door hen in alle omstandigheden hoop en moed te geven. Talloze kruisen worden afgeworpen omdat de ziel oververmoeid of ontmoedigd raakt door een snelle opeenvolging van negatieve ervaringen. Doordat de ziel gewoonlijk niet ziet welke genaden tegenover de beproevingen staan, kan zij er gemakkelijk toe neigen om op te geven en haar roeping dus geen verdere invulling te geven, en wel des te méér naarmate zij minder wordt gevoed door ware Liefde vanuit haar omgeving. Hoop en moed geven, zou men een Goddelijke handeling kunnen noemen, omdat hij die hoop en moed geeft, heel vaak de schijn der ontwikkelingen tegen heeft, en daarom eerst zelf vast moet geloven dat uiteindelijk het goede altijd overwint. De ziel kan pas op overtuigende wijze hoop en moed geven in de mate waarin zij zelf in staat is om Gods Licht onbelemmerd door te geven.
Elke handeling, elke nalatigheid of elk woord waardoor een medeschepsel de innerlijke vrede of rust verliest, maakt dit medeschepsel tijdelijk (soms blijvend) onwerkzaam voor Gods Plannen. Het is heel belangrijk, in elk contact met een medemens of dier in alle omstandigheden een atmosfeer van rust, vrede en oprechtheid uit te stralen. Vrede en rust liggen steeds ingebed in Licht en Liefde. Dit betekent dat een ziel die een medeschepsel met oprechte Liefde en zonder enige negatieve bedoeling benadert, in dit medeschepsel een gesteldheid van rust, vrede en geborgenheid zal wekken, terwijl een toenadering in een gesteldheid van onvrede, onrust, onoprechtheid of negatieve bedoelingen, door het medeschepsel onrust, angst of onzekerheid kan verwekken. Men voelt zich niet goed of niet op zijn gemak bij een ziel wier bedoelingen niet helemaal duidelijk zijn of die onvrede of onrust met zich meedraagt.
Alles wat van het Licht uitgaat, is open, niet versluierd, omdat het Gods Liefde doorgeeft. Alles wat in een sfeer van geheimzinnigheid wordt gedaan en gezegd, maakt onzeker omdat het elementen van geslotenheid, duisternis, in zich draagt. De ware Liefde kan slechts door U heen naar Uw medeschepselen stromen in de mate waarin de ware Liefde in U een onbelemmerde doorgang vindt. Slechts dan zullen Uw medeschepselen zich bij U goed voelen.
9. Onderrichting in de Waarheid. Een heel belangrijk element in de ware Liefde is de zorg dat onze medemens kennis verwerft over zijn eigen ziel, over de wetten van het spirituele leven, over de weg naar God, over zonde en verdienste, over Gods Plannen en Werken, en over de wijze waarop de ziel deze Plannen kan helpen uitvoeren en deze Werken kan helpen voltooien. Dit alles ligt besloten in de Leer van Christus, die nader wordt toegelicht en ontvouwd in de Wetenschap van het Goddelijk Leven zoals de Meesteres van alle zielen deze in deze Laatste Tijden onderricht. Onze medemens voeden met kennis over het Goddelijk Licht, alles wat daaruit voortvloeit en alles wat er naartoe leidt, betekent: hem bevrijden uit de duisternis, die hem uitlevert aan de talloze valstrikken van het werelds denken en voelen, die uiteindelijk de ziel beroven van het ware Leven.
Een medemens onderrichten in Gods Waarheid en Zijn Mysteries, is een akte van Liefde die de medemens helpt bevrijden in zijn gevoelens ten aanzien van een wereld die niets anders dan vragen opwerpt en verwarring zaait, en daardoor de ziel onrustig maakt. Het is echter eveneens een akte van Liefde doordat het de medemens de weg naar het Eeuwig Licht en de Eeuwige Liefde wijst. Ware Liefde voor de medemens gaat immers verder dan de bekommernis om diens welzijn op aarde: zij wil ook het welzijn van de zielen in het Eeuwig Leven verzekeren. Opdat een ziel het ware geluk zou vinden, moet zij de wegen van het Licht en naar het Licht kennen. Wie haar deze wegen leert kennen, toont haar meteen de door God verlangde wijze om haar deuren te openen: deze ziel kan dan tot ware ontplooiïng komen, zich als een roos voor God en het Goddelijk Leven ontvouwen. Dit in een medemens mogelijk te maken, is een groot geschenk van Liefde.
Wij hebben de opdracht, onze medemens volop te laten delen in de kennis van de Waarheid, zoals wij deze leren in de traditionele (niet door modernisme aangetaste) Christelijke Leer en in de uitdiepingen zoals de Meesteres van alle zielen deze zonder ophouden in ons ontvouwt.
10. Vertrouwen inboezemen. Dit element ligt heel dicht bij het achtste gebod van de ware Liefde. Een medeschepsel vertrouwen inboezemen, betekent: een medemens of dier op een zodanige wijze benaderen dat hij/het zich bij ons geborgen en veilig voelt, en weet dat hij/het van ons niets te vrezen heeft, met andere woorden: dat wij op dit medeschepsel overkomen als een vriend of toeverlaat, niet als een vijand die het schade zou kunnen toebrengen. Een medeschepsel vertrouwen inboezemen, is als het ware in de diepe wezenskern ervan een beeld oproepen dat dit schepsel aan God herinnert: een bron van welzijn, een kracht die slechts met dit schepsel meewerkt om het tot ontwikkeling te helpen komen en het te dragen telkens het in een moeilijke of bedreigende situatie komt.
Elk wezen, mens of dier, bevindt zich soms in een situatie die als beklemmend wordt ervaren. Wanneer het wezen deze situatie zo inschat, dat deze zijn krachten te boven kan gaan en het hem dus moeilijk kan maken om zijn levensweg met vrucht verder te zetten, kan het bevrijdend werken wanneer plots een ander wezen deze geestelijke of emotionele onzekerheid komt verlichten door een ondersteunende tegenwoordigheid. Dit is wat men noemt: vertrouwen inboezemen. Een onzekerheid, vrees of angst wordt verlicht of weggenomen. Het lijdende wezen weet dat het van dit medeschepsel niets te vrezen heeft of dat dit hem zelfs kan ondersteunen. Angst kan niet bestaan waar ware Liefde heerst.
Een medeschepsel gerust stellen, betekent uiteindelijk, dit schepsel (opnieuw) openen voor de ware Liefde. Een schepsel dat zich onveilig, ongerust of angstig voelt, sluit zijn wezenskern af bij wijze van zelfbescherming. Dit slot kan slechts worden geopend door de kracht van oprechte Liefde. Heel vatbaar voor onrust zijn de zwakkere schepselen, zoals de dieren. Om hun vertrouwen te winnen, moet van ons oprechte Liefde uitgaan. De mens kan onrust of angst in bepaalde gevallen onder woorden brengen. Wanneer hij zijn zorgen of kwellingen aan een medemens toevertrouwt, doet hij dit omdat hij diep van binnen nog steeds hoopt op bevrijding. Indien een dergelijke noodkreet niet wordt beantwoord, kan deze ziel in een crisis terecht komen die in feite een geloofscrisis is: de ziel gelooft plots niet meer dat er een God van Liefde is, die via Zijn Voorzienigheid doorheen zielen werkt.
Soms komt het voor, dat zielen, die voldoende moreel besef bezitten, van oordeel zijn dat zij nooit de Hemel zullen zien. Zij baseren deze vrees op het feit dat zij geen duidelijke kijk meer hebben op hun gecompliceerde leven en hun eigen zondige aandeel in al hun moeilijkheden. Een dergelijke innerlijke verwarring kan een ziel totaal onwerkzaam maken. God verwacht van elke ziel dat zij een medemens uit dergelijke gesteldheden zou helpen bevrijden door in hem het vooruitzicht op de eeuwige gelukzaligheid opnieuw tot leven te wekken. Hier is voor elke ziel de taak van boodschapster van de hoop weggelegd. In een ziel waarin het vertrouwen wordt hersteld, bloeien alle levensfuncties opnieuw op.
Slotbeschouwing
Met deze onderrichting wil Maria, de Meesteres van alle zielen, de zielen de Tien Geboden van de Ware Liefde openbaren. Deze onderrichting is bedoeld als een uiterst belangrijke oproep aan alle zielen om zich te vervolmaken in de beleving van de ware Liefde. Hoe groter een ziel wordt in de ware Liefde, des te heiliger wordt zij, want de heiligheid wordt in de eerste plaats bepaald door de graad van ontwikkeling in de Liefde in al haar elementen. Hoe meer zielen groeien in de heiligheid, des te groter kan de staat van genade van de hele mensheid worden, en des te sneller kunnen de werken der duisternis op deze wereld ontkracht worden. De Meesteres van de zielen beklemtoont, dat de ware Liefde niet alleen jegens onze medemens beoefent moet worden, doch eveneens jegens de dieren.
Elke handeling, woord, gedachte of gevoel van oprechte Liefde jegens een medeschepsel mens of dier versterkt de stroming van Gods Liefde doorheen de schepping, en verzwakt de duisternis. Houden wij steeds voor ogen dat elke dag vele miljarden contacten plaats vinden tussen mensen onderling, en tussen mensen en dieren. Bedenken wij dan welk verschil het voor de hele schepping kan geven wanneer al deze contacten in een sfeer van oprechte Liefde verlopen, in plaats van dat miljarden ervan doordrongen zijn van zelfzucht, egoïsme, haat, onvrede, mishandeling, minachting, vernedering, ontwaardiging, ruwheid, gevoelloosheid, onverschilligheid, achterklap en andere, en dit dag na dag...
Ziehier daarom de opdracht voor elke ziel in het volgende schema:
de Tien Geboden van de Ware Liefde
1. Vergevingsgezindheid
2. Hulpvaardigheid
3. Begrip
4. Zelfverloochening
5. Verdediging van de waardigheid van elk medeschepsel
6. Zachtheid
7. Tact
8. Bekommernis dat elk medeschepsel zich goed zou voelen
9. Onderrichting in de Waarheid
10. Vertrouwen inboezemen
Moge het Pinkstervuur van de Heilige Geest deze tien vlammen doen oplaaien in elke ziel, opdat in haar het Liefdevuur van de ware heiligheid moge branden.
In diepe Liefde tot God, tot Maria en tot alle schepselen,
Juni 2009
AKTE VAN VERLANGEN NAAR GODS RIJK OP AARDE.
Beminde Eeuwige Vader,
Op voorspraak van Maria, Moeder van Uw Zoon en Middelares van alle Genaden, smeek ik U om de verhoring van de verlangens die ik nu neerleg in Uw Goddelijke handen die mij hebben gemaakt, tot bespoediging van de vestiging van Uw Rijk op aarde.
Ik smeek U om de uitstorting van alle Gaven van de Heilige Geest in mijn ziel, opdat ik geheiligd moge worden.
Ik smeek U om mijn volkomen eenwording met Maria in doen en laten, in gedachten, in woorden en in gevoelens, opdat ik moge leven in de heiligheid van Haar Liefde, Haar zuiverheid, Haar wijsheid en al Haar deugden.
Ik smeek U om mijn totale navolging van Jezus in het dragen van mijn dagelijkse kruisen, opdat mijn lijden vrucht moge dragen voor de zielen.
Ik smeek U om vrijwaring van alle zonden en een grote weerstand tegen alle bekoring, opdat het Licht van Jezus Christus uit mij moge stralen.
Ik smeek U om de bekering van al mijn vijanden en de zaligmaking van al mijn dierbaren, opdat de duivel zijn greep op de zielen moge verliezen.
Ik smeek U om de uitroeiïng van alle kwaad in de wereld, opdat het Licht waarlijk in de duisternis moge schijnen.
Ik smeek U om de spoedige Wederkomst van Jezus op aarde, opdat Uw Rijk van Liefde onder ons gevestigd moge worden. AMEN.
S. Messa in rito tridentino celebrata nell'800° anniversario .
S. Messa in rito tridentino celebrata nell'800° anniversario dell'approvazione della Protoregola Francescana (1209), presso l'Arcibasilica Papale di S. Giovanni in Laterano - Roma, il 16 aprile 2009. Celebrante: P. Stefano M. Manelli, Ministro Generale dei Frati Francescani dell'Immacolata.