For this blog to translate into language of your choice? Select your language below.
2 prachtige pps-jes hierboven van Godelieve en ook Mama rechts heeft ze gemaakt Klik op de banner en bekijk nog veel meer moois op haar blog
Klik op de banner hier beneden en ga eens langs bij Lenie voor nog meer moois Alle Ave Maria pps-jes hierboven zijn van haar
Gastenboek
Druk oponderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek
Wonder
24-06-2009
Smeekgebed tot Maria voor de Wereldvrede.
Lieve Moeder Maria, Koningin van de Vrede,
vol vertrouwen in Uw macht smeek ik om Uw Tussenkomst voor de vrijwaring en het herstel van de wereldvrede.
Roep het Kostbaar Bloed van Jezus af over alle zielen, tot uitbanning van elke geest van onvrede en tot verbreking van elke macht die ingaat tegen Gods Heilsplan en die het Eeuwig Licht wil doven.
Stort Uw heilige Tranen uit over alle harten, opdat zij reingewassen worden van elke geest van misleiding, bekoring en onrust en van elke invloed die het Kruis van Christus uit de zielen wil bannen.
Roep de uitstorting van de Heilige Geest af over alle zielen, opdat de geest van ware liefde en eenheid in alle harten moge heersen en alle zielen de Weg van de Waarheid en de Vrede van Christus mogen vinden.
Zend Gods engelen over de wereld tot uitroeiïng van elke geest van haat, jaloersheid en materialisme, en tot bescherming tegen elke handeling die duistere krachten richten tegen zielen, geesten, harten en lichamen.
O Allerheiligste Maagd Maria, Medeverlosseres en Schrik der duivelen, ik draag U alle gebeden, lijden en offers van de hele wereld op, voor de definitieve overwinning van het Kruis van Christus in ALLE harten en de Triomf van Uw Onbevlekt Hart, opdat Gods Rijk van Hemelse Vrede NU over de hele wereld gevestigd moge worden.
3 x "O Maria, Koningin van de Vrede, genees alle zielen van haat en verblinding. Bevrijd onze wereld van alle oorlog".
Dit gebed is op 19 september 2001 (enkele dagen na de ramp aan de WTC-toren te New York) door de Heilige Maagd Maria ingegeven met een dringende oproep tot gebed voor de vrede in de wereld.
Verspreid en bid dit gebed zo veel mogelijk !
Alle onvrede, alle oorlog, alle onenigheid op grote zowel als op kleinere schaal geeft uiting aan de werkzaamheden van het kwaad. God is vrede en liefde. Alles wat daarvan afwijkt, moet met en door liefde bestreden worden. Het is van het grootste belang dat elk mensenhart zich opent voor de ware vrede. Elke mens die onvrede of haat in het hart draagt en vasthoudt aan waarden die hem aan het wereldse vastkluisteren, hindert en vertraagt de vestiging van Gods Rijk op aarde.
23-06-2009
AAN AL MIJN BESTE VRIENDEN.
Voortaan doe ik alles op mijn gemak de Dokter wil het zo voor mijn gezondheid die mij parten speelt, maar ik doe mijn uiterste best voor jullie, en ook voor Onze Heer en Onze Lieve Vrouw, dat is beloofd.
Nelly.
HET ONZE VADER GEZONGEN DOOR P. J. P.
INGESTUURD DOOR EEN GOEDE VRIEND VAN MIJ.
LITURGICAL BRUSSELS.
Mass in Brussels Church of Our Lady of Perpetual Succour.
Een krachtig gebed.
Meditatie
Een krachtig gebed
Een krachtig gebed van de rechtvaardige vermag veel.
(Jacobus 5:16b)
De algemene zendbrief van de apostel Jacobus staat bekend als een brief die vooral ook
de praktijk van het christen-zijn op het oog heeft. Heel sterk legt de schrijver in het
geheel van zijn brief er de nadruk op dat het geloof zonder de werken dood is. Als er
geen vruchten van het nieuwe leven dat door God is gewerkt in ons gezien worden, dan
is het maar de vraag of er dan wel leven in ons te vinden is. Aan de vruchten kennen we
immers de boom? Vandaar dat de schrijver ook wel genoemd wordt Jacobus, de practicus.
En gekomen aan het einde van deze brief, die hij geschreven heeft aan verstrooide Joden
die het Evangelie en de leer van de zaligheid in Christus alleen hebben aangenomen, komt
de apostel nog tot een aantal laatste raadgevingen en vermaningen.
In de verzen die staan voor de tekst die onze aandacht vraagt, heeft de apostel geschreven
over het nut van het met lijdzaamheid betrachten van de ( moeilijke ) dingen in het leven,
door een christen. En dan volgen er in de verzen 13-18 nog een paar laatste
raadgevingen, die allemaal te maken hebben met het gebed. Heel indringend spoort de
apostel de verstrooide Joden, maar ook ons aan om te bidden. Vers 13 begint er al mee: Is
iemand onder u in lijden, dat hij bidde! Is er iemand ziek, dat hij de ouderlingen van de
gemeente laat roepen, en dat zij over hem bidden, hem daarbij zalvend met olie in de
Naam des HEEREN. Het zijn allemaal oproepen van de apostel die de noodzaak van het
gebed willen benadrukken.
Ze lopen uit op de hoofdgedachte van de apostel in dit gedeelte en die te vinden is in
Jacobus 4:16b.
Een krachtig gebed van de rechtvaardige vermag veel. En in het kader
van dit gedeelte moeten we bij een krachtig gebed vooral denken aan de voorbede. De
voorbede die geschiedt in het midden van de gemeente, of bij de zieken en de bedroefden
en beproefden thuis, maar ook de persoonlijke voorbede. We worden immers opgeroepen
om voor elkaar te bidden!
Deze oproep geldt de ambtsdragers. Zij dienen mannen van het gebed te zijn. In de
voorbede voor Gods aangezicht bezig met de zielen die aan hun zorgen zijn
toevertrouwd. Het is echter niet alleen een oproep voor de ambtsdragers, maar de
oproep geldt een ieder die bidden heeft geleerd. Ieder die mag staan in het ambt aller
gelovigen. Wij denken vaak zo gering van de kracht van het gebed. We kunnen daarin ook
zo verflauwen. En is het goed dat we elkaar de vraag stellen: Bidden wij nog? Worstelen
wij nog in de gebeden om de doorwerking van Gods Geest in ons midden. Zijn wij vurig
van Geest? Is het ons gebed dat de Heere vrucht op de prediking zal geven? Bidden wij
voor die broeder of die zuster van wie wij weten dat hij of zij zich in lichamelijke of
geestelijke nood bevindt?
Want de apostel wijst ons op de grote noodzaak, maar bovenal op de grote kracht van het
gebed. Hij schrijft ons dit om ons de energie van het gebed voor ogen te stellen. Want zo
staat het in de grondtekst. Een krachtig gebed kan worden weergegeven als
een gebed,
dat met energie geladen wordt; dat krachtig gemaakt wordt.
Zo'n gebed vermag veel. En die woorden moeten we niet opvatten in de zin van: zo'n gebed
kan veel bereiken, maar niet alles. Nee, zo niet. Dat wil de apostel niet zeggen. Maar in de
tekst ligt op dat vele juist de volle nadruk. Een krachtig gebed vermag
veel. Juist daar waar
gebeden wordt, ontwikkelt zich de grootste kracht in het leven van een mens en daar
gebeuren ook ongedachte en wonderlijke dingen. Een kracht niet in de bidder zelf, maar
die in het gebed door Gods Geest geschonken en ervaren wordt.
En dan haalt Jacobus in de volgende verzen het voorbeeld van Elia aan, die alleen al
door het gebed maandenlang het weer beheerste. Wind en wolken, zon en regen ze
luisterden middellijk gezien, maandenlang naar het bidden van Elia. Zowel in het ontstaan
van de droogte, alsook in het roepen van de regen. Hij bad een gebed, dat het niet zou
regenen, en het regende niet. En hij bad wederom, en de hemel gaf regen, en de aarde
bracht haar vrucht voort. Zoveel vermag dus de voorbede van één mens. Van een mens die
van gelijke beweging is als wij.
Grootse dingen zijn er al geschied door het wapen van het gebed. Iemand heeft eens
gezegd: God regeert deze wereld door het gebed van Zijn kinderen. Daar legt de apostel
hier ook de nadruk op: de grote, nooit gedachte daden, die alleen op het gebed geschieden.
Het
gebed van de rechtvaardige.
Deze laatste woorden zeggen, dat een beslissende factor in ons bidden is,
hoe er gebeden
wordt. Want het gebed moet krachtig zijn en dat kan pas bij de 'rechtvaardige'. We
moeten dan niet denken aan een bijzondere klasse van mensen. Een soort categorie van
heiligen of extra vrome mensen, die meer invloed zouden hebben in hun bidden op de
Heere dan gewone mensen. Nee, want van Elia staat, dat hij een mens was van gelijke
bewegingen als wij. Wat bij Elia kon, dat kan dus ook bij ons. Hij was niet perse
bijzonderder dan dat wij zijn. De verhoring van het gebed hangt immers niet aan de
voortreffelijkheid of de vroomheid of heiligheid van de bidder. En daarom is er ook bij
ons een net zo'n krachtig gebed mogelijk, zoals bij Elia, dat gebed dat zorgde voor droogte
en voor regen.
Alleen, de bidder moet wel een rechtvaardige zijn. Dat is: iemand die in de rechte
verhouding tot God staat. Of zoals de Kanttekening zegt: het moet een vroom, gelovig mens
zijn. In ons bidden moet er dus de voorwaarde zijn van geloof. Want als wij tot God gaan,
dan moeten wij geloven dat Hij is, en dat Hij is een Beloner van degenen die Hem
zoeken! Een van de redenen waarom onze gebeden vaak zo krachteloos zijn, is hierin
gelegen dat het zo ontbreekt aan het besef dat God een levende werkelijkheid is en dat
Hij het gebed hoort. En dat het gebed veel vermag. Want het krachtige, het vurige en
aanhoudende, het van energie geladen gebed van een rechtvaardige vermag dus veel.
Dat is dus het gebed van iemand die weet, dat hij door het geloof in Christus, in de
rechte verhouding tot God staat. Van iemand die weet wat het is om aan Gods
genadetroon te verkeren, die in het bidden iets van de kracht van dit bidden voor
zichzelf en anderen ervaren heeft. En zo'n krachtig gebed, aanhoudend en pleitend, dat
moet dus gevonden worden in het leven van alle gelovigen.
Daarom een vraag: Bidt u nog? Hebben wij nog tijden van Godsontmoeting waarin we
persoonlijk tot de HEERE gaan, maar ook met alle noden en zorgen van kerk en wereld,
huwelijk en gezin, van land en volk? Bidden wij aanhoudend om het werk van Gods Geest
onder ons? Want een krachtig gebed van de rechtvaardige vermag veel. En bij hen zal, als
het recht ligt, dit gebed ook gevonden worden. Een gebed, zoals er staat, met kracht, met
energie geladen!
En die kracht die er is in het gebed, die ligt nu niet in de gelovige zelf. Maar in zijn bidden
grijpt de gelovige steeds naar het levende en krachtige Woord van God en naar Zijn
beloften. Het grijpt ten diepste God Zelf en Zijn Kracht aan. De kracht, de energie die er is
in het gebed is dan ook kracht van God. Daarnaar grijpen we, daarop pleiten we. Het is
het gebed waarin de Heere gehouden wordt aan Zijn eigen woord en beloften, waaraan Hij
Zich voor eeuwig heeft verbonden. En zo grijpt de gelovige in zijn bidden, de kracht van
God aan en die kracht van God maakt ons gebed weer krachtig en het stelt het alzo tot de
grootste kracht in de wereld. En in die worsteling wordt ervaren dat zo'n gebed veel
vermag. Want er is geen groter kracht, dan het krachtige gebed van een rechtvaardige.
Nergens elders op deze wereld komt er meer kracht openbaar, dan daar waar een
rechtvaardige zijn knieën buigt en tot zijn God bidt. Zoals ook het aanhoudende bidden van
moeder Monica voor haar zoon Augustinus middellijk de weg tot zijn bekering was.
Daarom laten wij ons allen verootmoedigen voor de HEERE en Hem om Zijn zegen over ons
persoonlijk leven, ons gezin, over kerk en wereld afbidden. Want een krachtig gebed van
een rechtvaardige
vermag veel. En de Heere, Hij doet nog altijd op het gebed grote
wonderen. Ook in onze tijd! Gelooft u dat?
DE GESCHIEDENIS VAN HET CHRISTENDOM.
In ieder geval waren er twee in Dongola en één in Qars el - Wizz. Deze kloosters waren niet groot in vergelijking met de kloosters in Byzantium en Europa in die tijd. Twintig tot vijftig monniken woonden in een aantal gebouwen met daaromheen een muur. Mogelijk boden de kloosters onderdak aan anderen, volgens de Byzantijnse traditie van het gastenverblijf voor reizigers en zieken. Kleine slaapkamers en kapellen voor dit doel zijn in enkele Nubische kloosters ontdekt. De culturele en militaire invloed van Nubië overschreed de grenzen. De patriarch van Alexandrië werd nog steeds beschouwd als de geestelijke leider van alle Nubische christenen en werd beschermd door de Nubische koning. Georgios I, die regeerde van 860 tot 920, was dus niet alleen de koning van Makurië, maar ook de geestelijk protector van alle christenen in Nubië en Egypte. In het zuiden floreerde het Nubische koninkrijk Alwah en diens vorsten hadden nauwe familiebanden met de vorsten van Makurië, hoewel er naast de hoofdstad Soba geen andere steden van enige omvang bekend zijn. Makurië was veel groter, met de hoofdstad Dongola en de op één na grootste stad Faras. Naar het schijnt was het leven helemaal niet slecht in het middeleeuwse Nubië. De mensen waren redelijk gezond en werden behoorlijk oud volgens de normen van die tijd ; we weten dat Petros, bisschop van Faras, zelfs 93 werd. Misschien veroorzaakten ze het grootste gezondheidsprobleem wel zelf. Net als de Ethiopiërs behielden de Nubiërs veel eigenschappen van het jodendom in hun christendom, waaronder besnijdenis, ook voor vrouwen. Maar ook de wijn vloeide rijkelijk in Dongola, waar veel tavernes waren die qua bouw vaak beter waren dan de huizen en waar de mensen naar hartelust zongen. De geheelonthoudende moslims zijn de bron van deze informatie, dus wellicht hebben ze de uitbundigheid van hun drinkende buren wat overdreven. Het bleef echter niet goed gaan. in de late middeleeuwen kregen de Egyptenaren de overhand en Makurië verloor terrein. De soennitische Ajjoebidendynastie die in de twaalfde eeuw de macht greep in Egypte, toonde weinig belangstelling voor de historische baqt. Scheepsladingen graan kwamen niet meer aan. In 1272 voerde David, koning van Makurië, een ongelooflijk onverstandige aanval uit op de stad Aidhab aan de Rode Zee. Een Egyptische tegenaanval was onvermijdelijk en veroorzaakte een economische en politieke vrije val. Makurië overleefde ternauwernood als een politieke entiteit, maar vanaf 1316 was het officieel islamitisch. In de loop van die eeuw werd Egypte getroffen door plagen, waarbij enorme aantallen mensen omkwamen. Ook Nubië werd niet gespaard. De doodstrijd van het koninkrijk duurde twee eeuwen, waarin het politieke gezag over het platteland bezweek en de kerkelijke organisatie instortte. De infrastructuur van het land raakte in verval en de mensen veranderden hun stedelijke, op landbouw gebaseerde manier van leven in een nomadenbestaan op het platteland. Hoewel de kerk mahtig was geweest en nauw verbonden met de staat, lijkt het erop dat deze onvodoende was geworteld in de mensen. Het was een stedelijke, hoofse religie gebleven die niet was doorgedrongen tot het platteland. De genadeklap voor het Nubische christendom kwam in de zestiende eeuw, toen de Funj, die in het zuiden leefden, zich tot de islam bekeerden en binnenvielen. Alwah viel, gevolgd door wat nog restte van Makurië. Tegelijkertijd veroverden de Osmanen Egypte en rukten zij op naar het zuiden. Gevangenen tussen deze islamitische legermachten, verdwenen de laatste restanten van het Nubische christendom en de Nubische politieke onafhankelijkheid.
ETHIOPIË IN HET ISLAMITISCHE TIJDPERK.
De Ethiopiërs vochten vele jaren tegen de moslims, vooral op de Rode Zee. In eerste instantie wonnen ze. Ethiopische zeerovers plunderden de Arabische kustlijn en sommige moslims vreesden zelfs dat de christenen Mekka zouden innemen. Maar aan het begin van de achtste eeuw hadden de moslims de macht weer in handen. Ze verdreven de christelijke schepen uit de Rode Zee en Ethiopische kustplaatsen werden ingenomen of verwoest. De volken ten oosten en ten zuiden van Ethiopië werden allemaal bekeerd tot de islam, maar gelukkig voor de Ethiopiërs waren zij onderling zeer verdeeld. De belangrijkste hiervan waren Ifat, in de heuvels tussen Ethiopië en de Rode Zee, en het meer oostelijke Adal. De Ethiopiërs verlieten hun oude hoofdstad Aksoem met de haven Adulis, en trokken naar het uitgestrekte bergachtige plateau. hun kloosters dienden als fort en toevluchtsoord en daar werden de kostbaarste voorwerpen van de Ethiopische beschaving verborgen.
Lezing uit het boek Genesis 13,2.5-18. Psalmen 15,2.3-4.5. Heilig Evangelie van Jezus Christus volgens Mattheus 7,6.12-14.
Lezing uit het boek Genesis 13,2.5-18.
Abram was zeer rijk aan vee, aan zilver en goud. Ook Lot, die met Abram was meegetrokken, bezat schapen, runderen en tenten. De landstreek echter liet niet toe, dat zij bij elkaar bleven wonen; want hun bezittingen waren zo groot, dat zij onmogelijk bij elkaar konden blijven. Telkens rees er twist tussen de veeherders van Abram en de veeherders van Lot; bovendien woonden ook de Kanaänieten en de Perizzieten nog in die streek. Daarom zei Abram tot Lot: Laat er toch geen onenigheid zijn tussen mij en u, tussen mijn en uw herders; want we zijn toch broers van elkaar. Ligt niet het hele land voor u open? Trek dus liever van mij weg; gaat gij links, dan ga ik rechts; gaat gij rechts, dan ga ik links. Lot sloeg zijn ogen op en zag, dat de hele Jordaanstreek overvloed van water had; voordat Jahweh Sodoma en Gomorra had verdelgd, was ze, tot Sóar toe, als de tuin van Jahweh, als het land van Egypte. Daarom koos Lot de hele Jordaanstreek voor zich, en trok op naar het oosten. Zo gingen ze uiteen. Abram bleef in het land Kanaän wonen, maar Lot vestigde zich in de steden van de Jordaanstreek, en sloeg zijn tenten op tot Sodoma toe, ofschoon de mannen van Sodoma zeer slecht waren en zwaar zondigden tegen Jahweh. Jahweh sprak tot Abram, nadat Lot zich van hem gescheiden had: Sla uw ogen op, en blik van de plaats, waar ge staat Naar het noorden en zuiden, het oosten en westen. Al het land, dat ge ziet, zal Ik geven aan u En uw kroost voor altijd. Ik zal uw nageslacht talrijk maken Als het stof der aarde. Als iemand het stof der aarde kan tellen, Dan zal hij ook uw geslacht kunnen tellen. Sta op, doorkruis het land in zijn lengte en breedte, Want aan u zal Ik het geven! Toen brak Abram zijn tenten op, en ging te Hebron wonen bij de eik van Mamre, en bouwde daar een altaar voor Jahweh.
Psalmen 15,2.3-4.5.
Die onberispelijk is van wandel, En van rechtschapen gedrag; Die in zijn hart de waarheid spreekt, En met zijn tong niet lastert. Die zijn naaste geen kwaad doet, Geen smaad op zijn evenmens werpt; In wiens oog een vervloekte verachtelijk is, Maar die eert, wie Jahweh vreest. Die zijn naaste een eed heeft gezworen, En hem niet breekt; Die zijn geld niet uitleent met woeker, Geen steekpenning neemt, om de onschuld te schaden. Wie zó doet, Wankelt in eeuwigheid niet!
Heilig Evangelie van Jezus Christus volgens Mattheus 7,6.12-14.
Geeft het heilige niet aan de honden, en werpt uw paarlen niet voor de zwijnen, opdat zij ze niet met de poten vertrappen, zich omkeren, en u gaan verscheuren. Al wat gij dus wilt, dat de mensen u doen, doet het ook hun; want dat is de Wet en de Profeten. Gaat binnen door de enge poort; want wijd is de poort en breed is de weg, die ten verderve leidt; en velen zijn er, die daardoor naar binnen gaan. Hoe eng is de poort en hoe smal is de weg, die ten leven voert; en weinigen zijn er, die hem vinden.
Bron : Petrus Canisius bijbelvertaling
SMEEKGEBED TOT JEZUS, GODDELIJKE BRON DER WONDEREN.
Lieve Jezus, Messias van God, heb medelijden met mijn zwakke ziel.
U die noch de woestijn noch de vallei der doden hebt geschuwd, wil mij toch bezoeken in de duistere grot van mijn armzaligheid.
Bestrijk toch mijn blinde ogen, opdat ik alle wonderen van Gods Licht moge zien.
Open toch mijn dove oren, opdat ik het bezielende gefluister van de Heilige Geest moge horen.
Wil toch al mijn zonden en fouten vergeven, opdat ik moge genezen van de verlamming die mij verhindert om Gods wegen te gaan.
Wil toch uit mij elke onreine geest verdrijven, opdat ik niet langer werken van duisternis zou betrachten.
Wil mij toch genezen van mijn stomheid, opdat ik Gods Liefde moge verkondigen.
Spreek toch in mij Uw bevrijdende woord Ik wil, word rein, opdat mijn ziel moge genezen van haar melaatsheid.
O spreek toch in mij Uw woord Mijn vrede zij met u, opdat ik moge genezen van de koorts en de onrust van de ziel die U door haar overtredingen heeft gekruisigd.
O Jezus, wil mij nu opwekken uit de dreigende dood van mijn ziel, opdat ik in andere stervenden het zaad van de Liefde moge uitstrooien als getuige van Gods Wonderwerken. AMEN.
FFERANDE VAN DE DUISTERNIS DER ZIELEN , AAN MARIA .
Maria, machtige Meesteres van de zielen,
Ik breng U de offerande van alle zwakheden, tekortkomingen, nalatigheden, onheilzame gewoonten, gehechtheden en neigingen tot ondeugd van alle zielen.
Moge op Uw machtige voorspraak en tussenkomst het Licht van de Heilige Geest de duisternis der zielen doorstralen, opdat zij gereinigd en genezen worden, en zij, vervuld van Goddelijk Licht, mogen worden tot vruchtbare grond waarop het Rijk Gods op aarde gevestigd kan worden. AMEN.
Lieve Moeder Maria, wil Uzelf totaal in mijn hart uitstorten en het daarna verzegelen, opdat nooit meer iets anders in mij zou leven dan U
AANROEPING bij bekoring
Mijn Meesteres, ik sterf liever dan U te bedroeven door toe te geven aan deze zwakheid. Vermeerder mijn liefde tot U, opdat ik mijzelf kan overwinnen, en verlicht mij, opdat ik elke bekoring tijdig moge herkennen
AANROEPING bij het begin van alle gebeden
Maria, machtige Meesteres van de zielen, wil al mijn gebeden bekleden met Uw zegel en Uw intenties, tot verwezenlijking van Gods Plan van Heil voor de zielen
22-06-2009
AAN AL MIJN BESTE VRIENDEN.
HARTELIJK DANK VOOR DE LIEVE MAILTJES,
DIE JULLIE MIJ STUURDEN VOOR HET BIDDEN
VOOR MIJ, VOOR EEN GOEDE AFLOOP VOOR STRAKS
IN HET ZIEKENHUIS, DAN IS HET NOG TWEE WEKEN
WACHTEN OP HET RESULTAAT.
IK DANK U ALLEN.
NELLY.
HEILIG UUR, FATIMA.
Openbaring van MARIA, zaterdag 20 juni 2009 , (Feest Onbevlekt Hart van Maria)
Wegen naar het Licht
Bloempjes van Mijn Onbevlekt Hart, Mijn Goddelijke Zoon Jezus Christus heeft Zijn Allerheiligst Hart, de Schatkamer van de volmaakte, onvoorwaardelijke en eeuwigdurende Goddelijke Liefde, aan het Kruis van Golgotha voor alle zielen laten doorsteken opdat de Bron van het Goddelijk Leven zich over hen zou uitstorten.
Waar het Goddelijk Leven stroomt, verdrinkt alle duisternis, alle ellende, alle ongeluk. Sedert de dagen van Jezus op aarde heeft de prins der duisternis ontelbare nieuwe middelen ingezet om in de zielen de beekjes van het Goddelijk Leven te laten opdrogen onder het vuur van onophoudelijke bekoringen. De duivel heeft zich opgeworpen tot moordenaar van de God-Mens, en hij is door de eeuwen heen moordenaar van zielen gebleven. Hij vermoordt het geweten, doch verbergt zijn misdaad door de zielen in nevels te hullen, zodat zij noch het Licht uit Gods Hart noch hun eigen innerlijke gesteldheden zien.
Jezus kent alle strategieën van de satan, en Hij kent alle zwakheden van de menselijke natuur. Daarom bestond één van de laatste genadedruppels uit Zijn liefhebbend Hart uit het geschenk van Zijn Moeder aan jullie. Hij heeft Mij aan jullie geschonken als de gouden sleutel tot jullie bevrijding uit de kerker waarin de wereld jullie gevangen heeft gezet.
Zie toch de strategie van de moordenaar van alle Liefde: hij verblindt jullie voor zijn eigen wandaden en voor de werkingen van zijn sluipend gif, dooft het licht in jullie tempel en ketent jullie vast aan jullie eigen zwakheden en verleidbaarheden. Hij verziekt jullie hart zo lang, tot jullie ervan overtuigd zijn dat het leven niets dan duisternis te bieden heeft en dat God dood is.
Kijk Mij aan. Ik ben de Draagster van het Licht van de opgaande zon. God heeft de hele schepping getoond dat Ik de ochtendzon draag. Ik ben de Dageraad van een nieuw leven, het ware Goddelijk Leven. Eerst stortte God Zich zo volkomen in Mij uit, dat Mijn ziel vervuld was van een Licht dat geen ziel ooit in zich had gedragen. In deze bedding voltrok Zijn Geest aan Mij de volmaakte Hemelse Bruiloft, om als Vrucht de Middagzon te baren: de Christus, het Licht der Verlossing.
Nu wil de Middagzon dit Mysterie in elke individuele ziel herhalen en voltooien. De ziel die haar vrije wil overlevert aan de voltrekking van Gods Wet en de uitvoering van Zijn Plannen, en dagelijks herhaalt: O Drieëne God, ik wil, maak mij rein en bevrijd mij uit mijn kerker. Laat in mij Uw Licht opgaan, opdat mijn kerker van duisternis opnieuw een tempel van Uw Licht moge zijn, zal sterven aan alles wat haar bedreigt. Verlang naar Mij. Ik ben de Dageraad van het ware Leven. Ik bezit de macht om de Middagzon van de Christus in jullie te baren.
Zie, Ik draag het Licht van de ware hoop. Jullie verlangen naar het Licht is het geloof. Waar hoop en geloof bruiloft vieren, wordt de Liefde geboren. De Liefde is de Middagzon, het teken van de zomer in de ziel. Ik kom in elke ziel het vuur van de bekoringen doven met de dauw van de Heilige Geest, en een nieuw Vuur baren, dat niet doodt doch het ware Leven geeft: de Zon die nooit ondergaat.
Zielen, verlang naar het Licht zoals een drenkeling naar de reddingsboei. Geef Mij jullie hart onverdeeld. Ik moet erover kunnen heersen om het grote wonder te voltrekken. Laat jullie niet langer tot gevangenen van alle wereldse invloeden maken. Hoe dieper allerlei wereldse invloeden, maar ook herinneringen uit jullie eigen verleden, op jullie inwerken, des te zwaarder worden jullie geest en hart. Deze indrukken zijn het, die jullie van de kracht beroven om jullie ketenen te verbreken. Voed jullie geest met Hemels voedsel. Voed jullie hart met Mijn woorden van hoop, bemoediging en Liefde. Hoe minder macht jullie de wereld schenken om jullie denken en voelen richting te geven, des te vrijer zullen jullie innerlijk worden. Vestig jullie innerlijke blik op niets anders dan op het blijde vooruitzicht, Mij totaal toe te behoren, en wees overtuigd van de waarheid dat elke beproeving, elk dagelijks kruis, in werkelijkheid zaad van Goddelijk Leven is, mits jullie het zonder protest aanvaarden. Dit alles geeft jullie de sleutel om de poort van jullie tempel van binnen uit voor Mij te openen. Zodra Ik werkelijk Meesteres van al jullie denken en voelen kan zijn, kan Ik jullie tempel doordringen van het parfum van Mijn macht, en kan Ik jullie ramen wijd openen voor het Licht van de Heilige Geest. De bloei van de nieuwe, eeuwige lente ligt reeds in het zaad van jullie beproevingen besloten. Laat Mij over jullie bodem lopen, en Ik zal het zaad tot bloei brengen.
Mijn Hart is onbevlekt omdat al Mijn innerlijke gesteldheden voor eeuwig vrij zijn van duisternis. Ik kan ook jullie hart bevrijden van duisternis, ontmoediging, ontevredenheid, ongeloof en alle andere negatieve gevoelens die jullie verlammen en verzieken. Ik vraag van jullie deze dagelijkse inspanning:
1. Beschouw elke beproeving reeds als overwonnen. Dat is zij ook, zodra de ziel dit vast gelooft, want dit geloof maakt haar licht, schenkt haar de blijheid terug, en begint de eerste duisternis in het hart op te ruimen;
2. Verminder in jullie hart het belang van elke wereldse invloed en van elke negatieve herinnering. Vergeet nooit dat alles voorbij gaat. Slechts de eeuwige gelukzaligheid is blijvend voor de ziel die echt kind van het Licht wil zijn. Vele zielen zijn niet meer in staat, de invloeden van werelds denken en voelen, en van negatieve herinneringen, in zichzelf onwerkzaam te maken. Van hen vraag Ik dat zij hun verlangen naar bevrijding volledig aan Mij toevertrouwen, en vast geloven dat zij bevrijd zullen worden in de mate waarin zij zich op positieve gedachten, gevoelens en beelden richten en hierdoor de wegen van het negatieve denken en voelen in zich onbegaanbaar helpen maken;
3. Wees elk ogenblik overtuigd van de overwinning van het Licht op de duisternis. Daartoe is Jezus voor jullie aan het Kruis gestorven, heeft Hij de Heilige Geest doen neerdalen, en ben Ik voor jullie verheven tot Meesteres van alle zielen.
Ik draag de ochtendzon, het Licht van de ware hoop. De ware hoop is het vermogen om te leven in de overtuiging dat het Goddelijk Licht de duisternis nu reeds overwonnen heeft, ook in het eigen leven. De eindoverwinning ligt reeds in Gods Hart en in Mijn Hart besloten. Zij is er reeds, alleen zien jullie haar nog niet. Daarin ligt precies jullie kracht en jullie bevrijding. Bedenk dat geen engel iets wezenlijks kan toevoegen aan de staat van genade van de schepping, want geen engel bezit het zaad van beproevingen, wereldse indrukken of negatieve herinneringen dat hij door hoop en geloof tot bloei kan brengen. De mensenziel bezit deze schatten wèl. De mate waarin zij dit zaad tot bloei weet te brengen door het aan Mij toe te vertrouwen en zich inwendig volledig op het Licht te richten, maakt de verdiensten van haar leven uit. Het zijn deze verdiensten die Licht scheppen waar voorheen duisternis was.
De wereld zal de bevrijding uit alle duisternis pas zien zodra een voldoende aantal zielen door de ware hoop de hemelpoort hebben geopend. In Mijn Onbevlekt Hart ligt de gouden sleutel. Hij is gesmeed in het liefdevuur van het Lijdende Hart van Jezus, en aan Mijn hoede toevertrouwd. Ik toon jullie de weg naar het sleutelgat.
DE GESCHIEDNIS VAN HET CHRISTENDOM.
In de dertiende eeuw veranderde de situatie door de opkomst van de soms al christelijke Mongolen in het oosten. Hun heersers hielden zich niet echt bezig met religie en binnen hun domein tolereerden zij christenen en aanhangers van andere geloven. Sommige christenen hadden zeer veel invloed binnen het nieuwe Mongoolse Rijk. Möngke, die in 1250 opperste Chan werd, liet liet zijn broer Hoelagoe de veldtochten in het Midden - Oosten leiden ; Hoelagoe had groot ontzag voor zijn vrouw, Dotuz Khatun, die christen was en naar verluidt hoopte op een bekering van de Mongolen. De Mongolen kregen veel Arabisch grondgebied in het Midden - Oosten in handen, waaronder Bagdad, Nisibis en Edessa. Velen zagen de mongolen als bevrijders, die de kerk redden uit handen van de islamitische overheersers. De nestoriaanse katholikos kon zelfs zijn intrek nemen in het nu lege paleis van de kalief in Bagdad. Maar de Mongolen vergaloppeerden zich. In 1260 werden ze verslagen door de Mamelukken uit Egypte, die Syrië heroverden en veel minder welwillend waren tegenover de christenen. Maar het ergste moest nog komen, wederom vanuit Centraal - Azië. Aan het einde van de veertiende eeuw verscheen een nieuwe krijgsheer, Timoer Lenk ( Timoer de kreupele ) , vooral bekend als Tamerlan. Deze Turkse Mongool en moslim riep zich uit tot chan en begon vanuit Samerkand weer een groot rijk te veroveren. Het grootste deel van Centraal - Azië en Mesopotamië viel in slechts een paar jaar tijd. Tamelan kende geen genade voor degenen die tegen hem in opstand kwamen, militair als wat betreft geloof. de kerk van het Oosten werd een chaos en stierf vrijwel uit in het nieuwe rijk. Tamerlans imperium en de 'donkere tijden' voor de Kerk van het Oosten duurden een eeuw, voordat zijn erfgenamen verder vertokken om in India een Mongools rijk te stichten. De kracht van de Ker van het Oosten was gebroken en de kerk bleef slechts bestaan als kleine, verstrooide gemeenschappen.
NUBIË IN DE TIJD VAN DE ISLAM.
De Nubische koninkrijken bleven eeuwenlang bestaan door een combinatie van culturele kracht, militaire vastberandenheid, vaardige doplomatie en dom geluk. In 641 vielen de Arabieren, vlak na hun verovering van Egypte, de twee noordelijkste Nubische koninkrijken aan : Nobatië en Makurië. De Nubiërs vroegen om vrede en de moslims trokken zich terug. Zij vonden dit land het bezetten niet waard, in ieder geval niet vergeleken met Egypte. Een wankel evenwicht was het resultaat. Vervolgen verenigden Nobatië en Makurië zich tot één koninkrijk rondom de stad Dongola. Hierdoor waren de Nubiërs zowel religieus als politiek eensgezinder. Makurië was in 745 zelfs machtig genoeg om Egypte binnen te vallen en de patriarch van Alexandrië te bevrijden die daar gevangen zat. Toch waren de relaties tussen de christelijke Nubische koninkrijken en de moslims in het noorden in deze periode gebaseerd op de baqt ( letterlijk : pact ) , een basisovereenkomst die het bestaansrecht van de andere partij erkende. Egypte was de baas in dit pact, want Makurië moest hen regelmatig van slaven voorzien en ook moest het de moskee in Dongola onderhouden en beschermen. Alwah lijkt buiten de condities van de baqt te zijn gehouden, maar die staat had relatief weinig te vrezen van Egypte, aangezien Makurië tussenin lag. In 836, toen hij nog slechts medeheerser was met zijn vader, bracht Georgios I van Makurië een bezoek aan Bagdad, zetel van de kalief van de Abbasiden, en herbevestigde de baqt ook met hem. Af en toe waren er kleine oorlogen tussen Makurië en Egypte. Onder de baqt werd Makurië opmerkelijk machtig en ontstond een nauwe band tussen kerk en staat, waarbij Byzantium tot op zekere hoogte als voorbeeld diende. De koningen waren zelfs traditionele priesters, zodat een soort 'cesaropapisme' werd gecreëerd, dat technisch gezien nog extremer was dan dat van Byzantium. De grote christelijke, Romeinse keizers stonden model ; Merkurios, die heerser was aan het begin van de achtste eeuw, werd 'de nieuwe Constantijn' genoemd en liet veel paleizen en kerken bouwen. In Faras bouwde hij een grote kathedraal in Nubische stijl, waarvan de resten ook nu nog indrukwekkend zijn. De muren zijn nog altijd versierd met grote, mooie Fresco's, een kenmerk van Nubische kerken en kathedralen. Kloosters schijnen een belangrijke rol te hebben gespeeld binnen het Nubische christendom.
Wordt vervolgd.
LITANIE VAN HET VOLMAAKTE BEROUW.
Heer ontferm U over ons. Christus, ontferm U over ons. Heer ontferm U over ons. God de Vader, uit de hemelen, waar Gij zijt nedergezeten, ontferm U over ons. God de Zoon, Verlosser van de wereld, ontferm U over ons. God de H. Geest, Heiligmaker van de zielen, ontferm U over ons. H. Drievuldigheid, één God, ontferm U over ons.
Gij, die de dood van de zondaar niet wilt, maar dat hij zich bekeert en leeft, ontferm U over ons. Gij, die met geduld op de bekering van de zondaar wacht, Gij, die de boetvaardige zondaar zo genadig ontvangt, Gij, die U verheugt in de bekering van de zondaar, Gij, die de volmaakste geneesheer van onze zielen zijt, Gij, die de goede Herder zijt,
Dat ik gezondigd heb, het is mij leed uit geheel mijn hart, o mijn God. Dat ik zo lang, zo dikwijls en zo zwaar heb gezondigd, Dat ik gezondigd heb door gedachten, woorden en werken, Dat ik gezondigd heb door al de zintuigen van mijn lichaam, Dat ik gezondigd heb door al de krachten van mijn ziel, Dat ik gezondigd heb met vrije wil en volle kennis van mijn boosheid, Dat ik U heb verloochend om mij aan de ijdelheid te hechten, Dat ik Uw oneidige volmaaktheden heb versmaad, Dat ik Uw gaven en weldaden heb misbruikt, Dat ik het lijden van Jezus Christus heb vernieuwd, Dat ik Uw gunst en vriendschap heb verstoten, O mijn God, het is mij leed uit geheel mijn hart, en maar alleen om U. Het is mij leed uit geheel mijn hart, o mijn God. Omdat ik U heb mishaagd, Omdat ik U heb vergramd, Niet door de vrees voor straf, Niet door de hoop op enig loon, Maar uit liefde tot U, Uit eerbied voor uw opperste Majesteit, Omdat Gij oneindig heilig, oneindig beminnelijk zijt, en de zonde U boven alles mishaagt, Ik beween mijn zonden, Heer, met dezelfde droefheid, welke de heiligen erover gevoeld hebben, Omdat ik U bemin, o mijn God, wil ik mij beteren met Uw genade, U van heden nooit meer vergrammen, Al de gelegenheden tot zonde vluchten, Mijn kwade driften steeds bestrijden, Weerstaan aan alle bekoringen, Alle zondige gedachten verdrijven, Liever al wat ik bezit verliezen, dan U opnieuw te vergrammen, Liever alles lijden, en zelfs sterven, dan U voortaan nog te vergrammen,
Laat ons bidden, O God, die in Uw oneindige goedheid altijd bereid zijt om de zondaar in genade te ontvangen, aanschouw de menigvuldigheid en de grootheid van mijn boosheden niet, maar wel Uw oneindige barmhartigheid. O, verstoot toch niet een vernederd en vermorzeld hart! Met de hulp van Uw genade wil ik mijn leven beteren, de gevaren en de gelegenheden tot zonde vluchten. Liever zou ik sterven dan U nog door één enkele zonde te vergrammen. Kastijd mij gelijk het U behaagt; geen straf is te groot voor mij, die U, o mijn God, zo dikwijls en zo zwaar beledigd heb. Alleen deze genade smeek ik U af, door uw lieve Zoon, die voor de zondaars gestorven is: verleen mij, dat ik in dit leven nog boetvaardigheid moge doen, opdat ik eenmaal, met al de heiligen van de Hemel, Uw oneindige barmhartigheid zal kunnen loven. Amen.
Lezing uit het boek Genesis 12,1-9. Psalmen 33(32),12-13.18-19.20.22. Heilig Evangelie van Jezus Christus volgens Mattheus 7,1-5.
Lezing uit het boek Genesis 12,1-9.
Jahweh sprak tot Abram: Trek weg uit uw land, Uit uw stam en uit het huis uws vaders Naar het land, dat Ik u tonen zal. Ik zal een groot volk van u maken, U zegenen en uw naam beroemd maken, Zodat hij ten zegen zal zijn. Ik zal zegenen, die u zegent, Vervloeken, die u vervloekt. En in u zullen alle geslachten der aarde worden gezegend. Toen vertrok Abram, zoals Jahweh hem bevolen had, en Lot ging met hem mee; Abram was vijf en zeventig jaar oud, toen hij uit Charan wegtrok. Abram nam Sarai, zijn vrouw, en zijn neef Lot met zich mee, met heel hun bezit, en al de slaven, die zij in Charan hadden verworven; ze gingen op weg naar het land Kanaän, en kwamen daar aan. Abram trok het land door tot de plaats Sikem, en de eik van More. De Kanaänieten woonden toen nog in het land. Nu verscheen Jahweh aan Abram, en sprak: Dit land zal Ik aan uw nageslacht geven. Toen bouwde hij daar een altaar ter ere van Jahweh, die hem verschenen was. Vandaar reisde hij verder naar het bergland ten oosten van Betel, en sloeg zijn tent op tussen Betel ten westen en Ai ten oosten; daar bouwde hij een altaar voor Jahweh, en riep de naam van Jahweh aan. Daarna trok Abram steeds verder naar het zuiden.
Psalmen 33(32),12-13.18-19.20.22.
Gelukkig de natie, die Jahweh tot God heeft, Het volk, dat Hij Zich tot erfdeel verkoos! Jahweh ziet neer uit de hemel, Richt zijn blik op alle kinderen der mensen. Maar het oog van Jahweh rust op hen, die Hem vrezen, En die op zijn goedheid vertrouwen: Om ze te redden van de dood, Ze in het leven te houden bij hongersnood. Onze ziel blijft opzien tot Jahweh: Hij is onze hulp en ons schild; Uw genade, o Jahweh, dale over ons neer, Naarmate wij op U blijven hopen!
Heilig Evangelie van Jezus Christus volgens Mattheus 7,1-5.
Oordeelt niet, opdat gij niet geoordeeld wordt. Want met het oordeel, dat gij velt, zult gij geoordeeld worden; en met de maat, waarmee gij meet, zal men ook meten voor u. Waarom ziet ge de splinter in het oog van uw broeder, en de balk in uw eigen oog ziet ge niet? Of waarom zegt ge tot uw broeder: laat mij de splinter uit uw oog trekken; en zie, de balk zit in uw eigen oog? Huichelaar, trek eerst de balk uit uw eigen oog; dan zult ge zien, hoe ge de splinter uit het oog van uw broeder moet trekken.
Bron : Petrus Canisius bijbelvertaling
GEBED OM DE GEEST VAN STERKTE.
O Heilige Geest,
In diepe rouwmoedigheid open ik mijn hart voor Uw bezielende kracht.
Heb toch medelijden met mijn zwakheid.
Hoe groot is mijn verlangen om mijn ziel te tooien met de bloemen der ware heiligheid.
Ik smeek U, vervul mij met stromen van Leven uit de Bron van Gods heiligheid, opdat ik een grote weerstand moge verwerven tegen elke neiging die mij kan laten afdwalen van de paden naar Gods Tuin van eeuwige zaligheid.
In U, o Heilige Geest, worden al mijn zwakheden tot bouwstenen voor een tempel van licht die de duisternis beschaamt.
Zie mijn arme ziel, zij heeft zich neergelegd aan de voeten van Maria, haar Meesteres en Uw allerzuiverste Bruid.
Moge Haar allermachtigste voorspraak mij de instorting bekomen van Gods kracht om mijn zwakheden te overwinnen, opdat mijn heiligheid Marias voeten moge sieren als een kroon van Hemelse bloemen, en ik Uw lof moge bezingen tot in de eeuwigheid. AMEN.
DAGELIJKSE BELIJDENIS VAN DE CHRISTEN.
Ik wil U toebehoren, o Eeuwige Vader. Vervul mijn ziel met Uw heiligmakende Genaden, opdat zij een lichtpunt in Uw schepping wordt.
Ik wil U toebehoren, o Jezus. Zalf mijn lichaam, opdat het een instrument voor de redding van zielen wordt.
Ik wil U toebehoren, o Heilige Geest. Doorstraal mijn geest met de Goddelijke Wijsheid, opdat in mij slechts Hemels Licht zou wonen.
Ik wil U toebehoren, o Hemelse Koningin Maria. Beheers mijn hart, opdat in mij slechts bloemen van liefde en zuiverheid bloeien en ik alle zonde kan vluchten. AMEN.
Nederland is een opvallende voorganger rijker: een voor alle religies. Joan Elkerbout begint deze zomer een nieuw kerkgenootschap de eerste kerk voor het ietsisme.
Ik ben niet opgeleid in één religie, maar in alle, zegt Joan Elkerbout (39) uit Sint-Oedenrode. Morgen rondt ze, samen met 87 medestudenten, haar studie in New York af en wordt ze ingezegend als interfaith minister: een voorganger voor alle godsdiensten.
In september begint Elkerbout een eigen kerk in Nederland. Die legt een relatie met spirit, de natuur, God of Iets en zo wordt de kerk die nu nog een beweging heet, de eerste officiële tempel voor het ietsisme.
Voor haar opleiding stapte de domineesdochter elke maand een andere religie binnen. Ik onderging de bijpassende gebeden en rituelen zelf.
Met de inzegening van Elkerbout in de Verenigde Staten is Nederland een pionier in interreligieus voorgaan rijker. Eenmaal in Nederland begint ze niet alleen het eerste interreligieuze kerkgenootschap, maar in de toekomst mogelijk ook een interreligieus seminarie.
Haar opvoeding in de pastorie de vader van Elkerbout is emeritus PKN-dominee heeft ervoor gezorgd dat mijn spirituele kant gevoed en ontwikkeld werd. Het leverde ook een worsteling op: het christelijke kader was haar te smal. Nu voelt ze zich meer thuis in de interspirituele benadering, die op verschillende wijsheidstradities stoelt uit zowel wereldreligies als filosofie en psychologie.
Elkerbout deed een opleiding maatschappelijk werk en was medeoprichter van het bedrijf Vogelvrij, dat onder andere weerbaarheidstrainingen aanbiedt voor mensen die worden gepest. Na jaren werken werd ze onrustig. Het moment om te kiezen voor een sabbatical, een time off om uit te zoeken wat er in mij speelde. Wat er riep. Haar partner wees Elkerbout op haar nieuwe levensdoel. Ze zei: Ik denk dat jij zelf dominee moet worden. Voorganger, net als haar vader, maar dan anders. Elkerbout voelt zich namelijk verbonden met alles van wicca (hekserij - red.) tot islam, humanisme en new age.
Na een zoektocht vond ze in Amerika wat ze zocht: de One Spirit Learning Alliance in New York. Die leidt sinds zeven jaar interreligieuze voorgangers op.
Na afronding van deze opleiding is het mogelijk om een huwelijksceremonie van een hindoe en een christen voor beide partijen betekenisvol in te zegenen, zegt Elkerbout. Daarnaast beleggen afgestudeerden maandelijks interreligieuze vieringen en gebedsdiensten.
Er zit wel een grens aan, zegt Elkerbout. Voor sacrament-achtige zaken, zoals de eerste communie, moet ik uit respect voor de religie toch echt samenwerken met een erkende religieuze autoriteit.
Na de zomer wil ze, onder de naam RenaisSenseMovement, een interreligieus kerkgenootschap oprichten, waarschijnlijk in haar thuisdorp Sint-Oedenroden.
Kerkgenootschap klinkt misschien christelijk, maar dat is het dus niet, zegt ze. In Nederland is de term overigens niet gereserveerd voor christenen. Zo is er bijvoorbeeld ook het Nederlands Israëlitisch Kerkgenootschap.
Het is in de westerse wereld vaak moeilijk te begrijpen, maar we gaan vanuit allerlei wijsheidstradities stilstaan bij gebeurtenissen, vieringen houden en bidden. De focus ligt dus niet op één religie, het is een benadering zonder dogma.
Elkerbout ontleent haar inspiratie aan de Amerikaanse Interfaith Church, die een kwarteeuw bestaat. In Londen, waar in 1996 al een interreligieus seminarie is opgezet, is de kerk een succes, zegt Elkerbout.
De meeste afgestudeerden uit New York sluiten zich aan bij een interreligieuze kerk in Amerika of brengen het geleerde in praktijk via hun baan, bijvoorbeeld in het welzijnswerk of als therapeut.
Maar is er in Nederland wel behoefte aan een interreligieuze kerk? Ari van Buuren, voorzitter van de Nederlandse tak van het United Religions Initiative, werkt voor de dienst voor levensoriëntatie en geestelijke verzorging in het Universitair Medisch Centrum Utrecht. Hij vindt Elkerbouts plannen niet vernieuwend. De soefis gebruiken in hun vieringen al heel lang diverse heilige boeken. Van Buuren citeert de dalai lama: Religie is een medicijn. Geen enkel medicijn helpt tegen alle kwalen. Religies vullen elkaar dus aan en een interreligieuze kerk zou daar bij kunnen passen.
De voorzitter noemt de interreligieuze dialoog stimulerend. Het levert veel positieve energie op. Toch is hij sceptisch over Elkerbouts idee. Het kan leiden tot syncretisme: tot één pot nat. Zelf vindt hij het vruchtbaarder om bij elkaar op bezoek te gaan in plaats van alles te combineren in één geloof.
Rien Ipenburg, een van de samenstellers van het boek Wegwijs in religieus en levensbeschouwelijk Nederland, moet als de plannen van Elkerbout doorgaan na de zomer dus een nieuw kerkgenootschap toevoegen aan zijn standaardwerk. Ook hij is sceptisch over de RenaisSenseMovement.
Zelf een kerk oprichten, wat zijn de regels?
Rosenkranz zum Heiligen Geist Teil 5.
LITANIE VAN HET VOLMAAKTE BEROUW.
Heer ontferm U over ons. Christus, ontferm U over ons. Heer ontferm U over ons. God de Vader, uit de hemelen, waar Gij zijt nedergezeten, ontferm U over ons. God de Zoon, Verlosser van de wereld, ontferm U over ons. God de H. Geest, Heiligmaker van de zielen, ontferm U over ons. H. Drievuldigheid, één God, ontferm U over ons.
Gij, die de dood van de zondaar niet wilt, maar dat hij zich bekeert en leeft, ontferm U over ons. Gij, die met geduld op de bekering van de zondaar wacht, Gij, die de boetvaardige zondaar zo genadig ontvangt, Gij, die U verheugt in de bekering van de zondaar, Gij, die de volmaakste geneesheer van onze zielen zijt, Gij, die de goede Herder zijt,
Dat ik gezondigd heb, het is mij leed uit geheel mijn hart, o mijn God. Dat ik zo lang, zo dikwijls en zo zwaar heb gezondigd, Dat ik gezondigd heb door gedachten, woorden en werken, Dat ik gezondigd heb door al de zintuigen van mijn lichaam, Dat ik gezondigd heb door al de krachten van mijn ziel, Dat ik gezondigd heb met vrije wil en volle kennis van mijn boosheid, Dat ik U heb verloochend om mij aan de ijdelheid te hechten, Dat ik Uw oneidige volmaaktheden heb versmaad, Dat ik Uw gaven en weldaden heb misbruikt, Dat ik het lijden van Jezus Christus heb vernieuwd, Dat ik Uw gunst en vriendschap heb verstoten, O mijn God, het is mij leed uit geheel mijn hart, en maar alleen om U. Het is mij leed uit geheel mijn hart, o mijn God. Omdat ik U heb mishaagd, Omdat ik U heb vergramd, Niet door de vrees voor straf, Niet door de hoop op enig loon, Maar uit liefde tot U, Uit eerbied voor uw opperste Majesteit, Omdat Gij oneindig heilig, oneindig beminnelijk zijt, en de zonde U boven alles mishaagt, Ik beween mijn zonden, Heer, met dezelfde droefheid, welke de heiligen erover gevoeld hebben, Omdat ik U bemin, o mijn God, wil ik mij beteren met Uw genade, U van heden nooit meer vergrammen, Al de gelegenheden tot zonde vluchten, Mijn kwade driften steeds bestrijden, Weerstaan aan alle bekoringen, Alle zondige gedachten verdrijven, Liever al wat ik bezit verliezen, dan U opnieuw te vergrammen, Liever alles lijden, en zelfs sterven, dan U voortaan nog te vergrammen,
Laat ons bidden, O God, die in Uw oneindige goedheid altijd bereid zijt om de zondaar in genade te ontvangen, aanschouw de menigvuldigheid en de grootheid van mijn boosheden niet, maar wel Uw oneindige barmhartigheid. O, verstoot toch niet een vernederd en vermorzeld hart! Met de hulp van Uw genade wil ik mijn leven beteren, de gevaren en de gelegenheden tot zonde vluchten. Liever zou ik sterven dan U nog door één enkele zonde te vergrammen. Kastijd mij gelijk het U behaagt; geen straf is te groot voor mij, die U, o mijn God, zo dikwijls en zo zwaar beledigd heb. Alleen deze genade smeek ik U af, door uw lieve Zoon, die voor de zondaars gestorven is: verleen mij, dat ik in dit leven nog boetvaardigheid moge doen, opdat ik eenmaal, met al de heiligen van de Hemel, Uw oneindige barmhartigheid zal kunnen loven. Amen.