For this blog to translate into language of your choice? Select your language below.
2 prachtige pps-jes hierboven van Godelieve en ook Mama rechts heeft ze gemaakt Klik op de banner en bekijk nog veel meer moois op haar blog
Klik op de banner hier beneden en ga eens langs bij Lenie voor nog meer moois Alle Ave Maria pps-jes hierboven zijn van haar
Gastenboek
Druk oponderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek
Wonder
18-06-2009
HIJ HEEFT ME AANGEKEKEN EN IK WERD VERLEID".
"HIJ HEEFT ME AANGEKEKEN EN IK WERD VERLEID".
We danken Kardinaal Danneels die ons toestond het persoonlijk
getuigenis weer te geven dat hij vorig jaar uitsprak te Beauraing.
We danken eveneens de redactie van Sanctifer die in oktober voor
het eerst dit getuigenis publiceerde dat we hier enigzins ingekort hebben.
Getuigen over mezelf is iets dat ik zelden doe, maar vandaag wil ik toch een
kleine uitzondering maken.
Hoe ik Jezus ontmoet heb ?
Hem ontmoeten als kind, of als priester, is een beetje verschillend.
Hij is mij overkomen, Hij was daar !
Een beetje zoals met Maria gebeurd is : zij verwachtte er zich niet aan een engel
te zien, maar ......hij was daar !
U vraagt me hoe ik mijn roeping gekregen heb.
Ik weet het echt niet.
Inneens was Christus daar, als een onmetelijk geschenk ; ik weet niet waarom,
maar Hij was daar.
Ik geloof dat mijn hart verwond was ; iedere keer dat ik een zin uit het evangelie
hoorde, raakte me dat ; ik zat met die zachte kwetsuur in mijn hart waarvan
men nooit geneest.
Jezus "heeft me aangekeken en ik was verleid" !
Al zijn woorden, zijn daden, zijn dood en zijn verrijzenis raakten me.
Iedere Goede vrijdag bijvoorbeeld leed ik.
Ik zag in mijn kleine dorp de boeren, de handelaars, doen alsof er niets
gaande was en ik dacht bij mezelf : "Jezus, je zal opnieuw helemaal
alleen sterven !"
En tegelijk voelde ik een voorkeursliefde voor de armsten, de meest
gekwetsten, de zieken.
Iedere keer als ik in de kerk binnenkwam voor de eucharistieviering,
was er in mijn hart een warmte ; niets miraculeus, maar iets heel eenvoudigs.
Als ik misdienaar was, keek ik naar het brood en de wijn en ik werd
erdoor geraakt.
Later waren het vooral de uren van eucharistische aanbidding die deze
warmte veroorzaakten, zelfs in volle winter was die warmte daar.
Ik voelde ook een geheim verlangen om leven te geven ; ik had echt het
gevoel van vaderschap.
Ik voelde mij geen profeet of professor, maar vader.
Ik leidde een leven van "vader" tot de dag waarop ik de passage las
waar Sint - Paulus zegt ; "Ik heb u tot leven gewekt in Jezus Christus".
Dat woord heeft me nooit meer verlaten.
Naast dat verlangen om leven te geven, voelde ik ook een hartstocht
voor de Kerk.
Wie van het hoofd houdt, moet ook van de ledematen houden.
Ik hou van de Kerk.
Ik kan lijden aan haar omdat zij haar zwakheden heeft en haar
compromissen, maar in al die miserie draagt zij Christus, is zij
tempel van de heilige Geest.
Hoe ouder ik word, hoe meer ik van haar hou.
Dat wil niet zeggen dat ik haar gebreken niet zie - en soms overkomt
het mij ook om ze uit te spreken - maar twee minuten later herken ik
dat ze mijn moeder is.
Ik zou het recht niet hebben om u hier vanavond toe te spreken indien
ik van haar daartoe de zending niet had ontvangen.
Zij is het die mij krediet verleent.
Verder ervaar ik hoe me een innerlijke vreugde bewoont, vooral als
ik het voorrecht heb om in de stilte te zijn.
Het gebed is de bron die mij voedt.
Als ik na een drukke dag onderdompel in het gebed, vindt mijn hart
zijn normale ritme terug, in eenklank met het hart van Christus, en
daar smaak ik de Vrede.
En dat vooral nog als ik de psalmen bid.
De Kerk nodigt me uit om op verschillende ogenblikken van de dag
de psalmen te bidden ; morgengetijden, avondgebed........
Het kunnen psalmen zijn die niet overeenkomen met mijn actuele
innerlijke gesteltenis.
Indien ik zelf de psalmen zou uitkiezen, denk ik dat me op een gegeven
ogenblik bepaalde vitamines zouden ontbreken die ik nodig heb voor
mijn innerlijk leven.
Als ik bijv. een psalm moet bidden die over vreugde spreekt terwijl ik
me juist bedroefd voel, denk ik aan de miljoenen mensen die in vreugde
verkeren en ik bid voor hen.
Het is een grote vreugde de psalmen te bidden zoals de Kerk mij
die voorstelt.
Dat verruimt mijn hart.
Ik leef in grote innerlijke vrijheid.
Jezus heeft gezegd ; "Wie broers, zusters, vader, moeder, verlaat om
mijnentwil, die zal het honderdvoudige ontvangen en eeuwig leven.
"Er ligt een zekere vreugde in het kunnen verzaken aan goede dingen.
In deze tijd waar men zich hecht aan zoveel dingen, maakt de
onthechting mij gelukkig.
Met vreugde lees ik in het evangelie wat Jezus heeft gezegd ;
"Maak je geen zorgen. Kijk eens naar de vogels in de lucht en
naar de bloemen op het veld....Ze hebben alles ; ze zijn beter
gekleed dan wie ook !"
Dat is de Christus die ik ken.
Slecht bij mij dood zal ik volledig kunnen antwoorden op de vraag ;
"Wie is Christus voor u ?"
Maar ik zal heel mijn leven gezocht hebben om hem te kennen.
Voor mij is Jezus ook een uitstekende pedagoog.
Hij is dat geweest op de wegen van Palestina.
Hij sprak er zonder grote woorden, met voorbeelden die de
armen begrepen.
Zijn woord was krachtig.
En Jezus zegt me : "Je denkt dat ik maar dat ben, een goede
professor.......
Ik ben veel meer dan de dingen die ik gezegd heb, daarvoor is
een andere taal nodig dan die van een professor.
"En het is waar dat de beelden zonder inspanning uit Jezus'
mond vloeiden.
En alles begrepen, de heel kleinen.... en de groten, tenminste
degenen die wilden begrijpen.
Andere dagen zie ik Jezus als een grote voorspreker.
Hij leest de kaart van mijn innerlijk leven.
hij heeft zijn leerlingen leren bidden.
Zelf heeft hij de verschillende soort van gebed beleefd ; de
psalmen, de bedevaart.......
Zijn gebed was helemaal gericht op God, maar altijd droeg hij
de mensen in zijn hart.
Hij bad tot God voor de mensen.
Als Jezus bad heeft hij nooit "Onze Vader" gezegd.
Hij heeft wel aan ons gezegd dat we zo zouden bidden, maar zelf
heeft hij altijd "Mijn Vader" gezegd.
Want hij was de Zoon op een unieke manier, als énige.
Hij beleefde een unieke relatie met zijn Vader, een zo nauwe
band dat hij de Vader nooit op afstand voelde.
Voor ons is God dikwijls veraf.
Jezus was een heel innerlijke bidder.
Jezus is ook erg franciscaans.
Hij vraagt me mij geen zorgen te maken.
Hij bewonderde alles wat de Vader gegeven had ; de lammeren,
de zon, de wijngaard......
Jezus heeft de weelde, de overvloed van de schepping bezongen.
En zelfs daarin is hij anders dan we zouden denken.
Men stelt zich hem voor als een fransciscaan die huppelt van vreugde
in het gras dat nog bedekt is met de morgendauw.
Maar hij zegt ; "Verzaak aan de rijkdom, aan de macht, aan alles wat
jullie omringt, want geen enkele van deze mooie dingen van de schepping
is God.
Maar van de schepselen geen Schepper.
"Men moet kunnen verzaken aan bezitten, want alle geschapen dingen
zijn God niet : men moet ze erkennen als gaven, en naar de Gever
kijken die groter is.
Jezus is anders dan wat men denkt of waar men zich aan verwacht.
Aan zijn leerlingen vroeg hij, zoals hij het vandaag aan ons vraagt ;
"Wie ben ik voor u ?"
Persoonlijk heb ik afgeleerd om daar een antwoord op te geven ....
Wel weet ik één ding ; dat hij mij bemint, maar ik weet niet wat
dit allemaal zal inhouden.
Ik had me voorbereid op een leven als professor, universiteitsprofessor,
als theoloog, en ik heb dat gedurende achttien jaar gedaan.
Maar dan heeft men me bisschop van Antwerpen gemaakt ; je bent
daar helemaal niet op voorbereid.
En twee jaar later zegt hij me ; "Verhuis naar Mechelen" , waar ik nog
minder dingen kende.
Ik weet dat hij me bemint, maar ik weet niet wat hij me nog allemaal
kan vragen.
Hij is ook de bevrijder.
De bevrijdingstheologie heeft hem een grote bevrijder gemaakt ; hij stond
op alle T-shirts, hij droeg zelfs wapens, hele continenten hebben kracht
gevonden bij hem om mensen vrij te maken.
Maar hij is toch een 'eigenaardige' bevrijder.
Als men hem komt arresteren in de Olijfhof, verbiedt hij aan Petrus om
zijn zwaard te gebruiken, "Zelf levert hij zich over" , zoals de evangelist
Johannes zegt.
Voorbijgangers zeiden hem ; "Je hebt anderen bevrijd, bevrijd nu jezelf."
Maar hij heeft het nooit gedaan.
Nog meer onthutsend is zijn lijden.
De Zoon van God is mens geworden, werd genageld op een kruis,
is gestorven..............
Er bestaat tussen christus en het hout een vreemde verstandhouding.
Hij was overigens timmerman ?
Twee keer heeft hij op het hout gelegen ; bij zijn geboorte in de kribbe
van Betleem en op het kruis.
Soms heb je lust om hem te zeggen : "Jezus, je had dat niet mogen
doen, sterven op een kruis..."
De apostelen waren ook die mening toegedaan, en ze hebben hem
dat gezegd.
Maar zijn lijden gaat verder op onze dagen.
Hij ligt nog op het kruis wanneer de Kerk lijdt, en zij lijdt veel.
Wij voelen dan wat de apostelen hebben gevoeld op Goede vrijdag ;
het is gedaan.
Wij staan voor dat kruis waarvan Paulus zei dat het "een schande was
voor de Joden en waanzin voor de heidenen".
Het meest verassende is dat hij verrijst !
Dat is helemaal ongelooflijk.
Ik ben altijd verwonderd met welk gemak wij in het Credo zeggen ;
"De derde dag is hij verrezen."
Wat ik voel als ik naar Jezus kijk, dat is die onweerstaanbare kracht ;
hij heeft de dood overwonnen.
Kijk, dat is Jezus voor mij.
Hij bemint mij en zijn liefde is sterker dan de dood.
En als ook ik eens zal moeten sterven, zal hij daar zijn.
Wat zal hij me zeggen ; "Zie je wel, ik heb het je gezegd
dat ik je bemin !"
Dat volstaat voor mij !
Kardinaal Godfried Danneels.
DE GESCHIEDENIS VAN HET CHRISTENDOM
Het kan zijn dat enkele joodse christenen zich, na verstoting door de heersende kerk in het Romeinse Rijk, terugtrokken in Arabié en daar nooit de doctrines ontwikkelden van Jezus' goddelijkheid of de Drie -eenheid. Een gebruikelijke naam voor Mohammed zelf was 'het zegel der profeten' , een benaming die hij ook zelf schijnt te hebben gebruikt. Deze frase werd echter eerder in christelijk verband genoemd : de beschrijving van Christus door Tertullianus. Ongeacht de mogelijke verbanden tussen het vroege christendom en de vroege islam, waren de moslims relatief torelant tegenover de in hun streken wonende joden en christenen. Eigenlijk moesten alle niet - moslims de islam aanvaarden, maar de joden en christenen werden erkend als dhimmi, 'mensen van het Boek' , die voldoende dicht bij de islam stonden om hun eigen religie te mogen praktiseren. Voor dit privilege moest wel een speciale belasting worden betaald, de jizuyah. Zodra Mohammed de Arabieren had herenigd, begonnen zij in razend tempo aan een onvoorstelbare reeks oorlogen. Dit gebeurde onder leiding van de schoonvader van de profeet, Aboe Bakr , de eerste kalief ( of 'opvolger' van Mohammed ). Onder hem en de tweede kalief, Oemar ibn al - Chattaab, vielen de moslims Perzisch grondgebied binnen. In 639 kregen ze Egypte en Armenié in handen, waarna Perzié zelf werd aangevallen. Uitgeput door de recente oorlogen met Heraclius waren de Perzen nauwelijks in staat een verdediging op te stellen tegen de briljante cavalerie van de moslims en hun oude rijk werd snel onder de voet gelopen. De Byzantijnen, die de dreiging waarschijnlijk niet goed inschatten, zonden in 635 een leger om de Arabieren aan te vallen. Verblind door een zandstorm werd dit compleet weggevaagd. Damascus werd ingenomen en in 638 viel Jeruzalem. Het 'ware kruis' , nog maar net gered uit de zoroastrische handen, kwam nu bij de moslims terecht. Het verhaal van de machtige Heraclius was verworden tot een tragedie. De inmiddels oude en ziekelijke man werd steeds meer paranoide en raakte ervan overtuigd dat de goddelijke gunst hem en zijn volk had verlaten en was overgegaan op de volgelingen van Mohammed. Gedesillusioneerd stierf hij in 641, met de pauselijke veroordeling van zijn Ekthesis als doodsteek. De moslims trokken an zegevierend door de rest van het Midden - Oosten en Noord - Afrika. Er ontstond enige verdeeldheid binnen de islam, met name over de legitimiteit van de vroege kaliefs ( bekend als de Oemajjadendynastie ). De groep die geloofde dat een andere lijn aan de macht had moeten komen, werden bekend als de sjiieten ; de meerderheid, die de Oemajjaden accepteerden, werd bekend als de soennieten. Deze verdeling bestaat nog steeds.
DE KERK VAN HET OOTEN ONDER DE ISLAM.
De eerste christelijke kerk die onder heerschappij kwam van de profeet, was de 'nestoriaanse' Kerk van het Oosten, voornamelijk gevestigd in Perzié. Veel van het oostelijke deel van deze kerk, in Centraal - Azié, ging ook tot Arabisch grondgebied behoren. Merv, een van de belangrijkste oostelijke christelijke steden, werd in 646 door de moslims ingenomen en werd de uitvalsbasis voor verdere veroveringen. Onder de moslims ging het goed met de Kerk van het Oosten ; in zekere zin beter dan onder het zoroastrisme. Ondanks de overwinning van de moslims, waren de christenen veel talrijker in Perzié. De eerste paar eeuwen na de overwinningen bleef de islam vooral beperkt tot steden als Damascus en Basra ( in het zuiden van het huidige Irak ) , alwaar de veroveraars schitterende moskeeén bouwden. Buiten deze steden waren de moslims zeer in de minderheid. Het plaatselijke bestuur bleef veelal in handen van christenen, ook in Damascus : theoloog Johannes Damascenus kwam hier uit een familie van christelijke belastinginners. Er waren tientallen miljoenen christenen in Perzié in meer dan tweehonderd bisdommen. Dit was geen klein schismatiek 'restant' , maar een grote kerk op zich, zelfs zonder de dochterkerken in China en Malabar. In de zevende eeuw werden veel nieuwe kloosters gesticht, waaronder het beroemde klooster van Mar Mari in Ctesiphon. Volgens een reeks verdragen met de Arabische overheersers ( vermoedelijk bestaand sinds een overeenkomst tussen de bisschop van Narjan en Mohammed zelf ) hoefden monniken waarschijnlijk geen jizya te betalen. De theologische school van Nisibis groeide onder het goede bestuur van katholikos Ishoyahb III en werd ook een belangrijk centrum voor andere wetenschappen, waaronder filosifie, recht, geneeskunde en muziek. Bovendien werden in deze periode enorm veel bestaande manuscripten gekopieerd en nieuwe geschreven.
Lezing uit de 2e brief van de apostel Paulus aan de Corinthiërs 11,1-11. Psalmen 111(110),1-2.3-4.7-8. Heilig Evangelie van Jezus Christus volgens Mattheus 6,7-15.
Lezing uit de 2e brief van de apostel Paulus aan de Corinthiërs 11,1-11.
Och, verdraagt van mij eens wat onverstand! Zeker, dat verdraagt gij wel van mij. Want ik ben naijverig op u met goddelijke ijverzucht. Want aan één man heb ik u verloofd, om u als reine maagd aan Christus zijde te stellen; en nu bekruipt mij de vrees, dat zoals de slang met haar arglist Eva bedroog, ook úw gezindheid verleid wordt en afgeleid van de oprechte trouw (en de reinheid) tot Christus. Want als er iemand optreedt, om u een anderen Jesus te preken dan wij u hebben verkondigd, of als gij een anderen Geest gaat krijgen dan gij ontvangen hebt, of een ander Evangelie dan gij hebt aangenomen, dan verdraagt gij dit al heel gemakkelijk. Toch meen ik in geen enkel opzicht te moeten onderdoen voor dergelijke buitengewoon uitmuntende apostelen. Ook al zou ik een leek zijn in het spreken, op het stuk van kennis ben ik het niet; want die hebben we u ten allen tijde en op alle punten wel heel duidelijk meegedeeld. Of heb ik er verkeerd aan gedaan, met u om niet Gods Evangelie te verkondigen, mijzelf vernederend om u te verheffen? Andere gemeenten heb ik ontriefd door vergoeding aan te nemen voor het dienen van u. En toen ik bij mijn verblijf onder u nog te kort kwam, ben ik toch niemand lastig gevallen. Want de broeders, die uit Macedónië kwamen, hebben mijn tekort aangevuld, en ik heb mij er wèl voor gewacht, u op een of andere wijze tot last te zijn; en ik zal dit ook blijven doen. Zo zeker als de waarheid van Christus in mij is: in de streken van Achaja laat ik me die roem niet verkleinen. Waarom? Omdat ik u niet liefheb? Dat weet God.
Psalmen 111(110),1-2.3-4.7-8.
Halleluja! Ik wil Jahweh loven met heel mijn hart In de kring en de gemeente der vromen: Groot zijn de werken van Jahweh, En door allen gezocht, die hun vreugd erin vinden. Zijn daden stralen van glorie en luister, En zijn gerechtigheid houdt eeuwig stand. Door zijn wonderen heeft Hij het in de herinnering gegrift: "Genadig en barmhartig is Jahweh!" Waarheid en recht zijn het werk zijner handen, Onveranderlijk al zijn geboden: Onwrikbaar voor altijd en eeuwig, Gedragen door trouw en door recht.
Heilig Evangelie van Jezus Christus volgens Mattheus 6,7-15.
Als gij bidt, gebruikt dan geen stortvloed van woorden, zoals de heidenen dit doen; want ze menen, dat ze om hun vele woorden worden verhoord. Doet niet zoals zij; want uw Vader weet, wat gij nodig hebt, vóórdat gij er Hem om vraagt. Zó zult gij dus bidden: Onze Vader, die in de hemel zijt: Uw naam worde geheiligd. Uw rijk kome. Uw wil geschiede op aarde, zoals in de hemel. Geef ons heden ons dagelijks brood. En vergeef ons onze schuld, zoals ook wij aan anderen hun schuld vergeven. En leid ons niet in bekoring, maar verlos ons van het kwade. Want zo gij aan de mensen hun fouten vergeeft, zal uw hemelse Vader ook u vergeven. Maar vergeeft gij aan de mensen niet, dan zal uw Vader ook uw fouten niet vergeven.
Bron : Petrus Canisius bijbelvertaling
GEBED TOT MARIA, WONDER VAN DE GODDELIJKE LIEFDE.
Lieve Moeder Maria, Wonder van de Goddelijke Liefde,
Lever mij uit aan het vuur van Uw Hart, opdat ik verbrand moge worden door de Liefde voor het Kruis.
Laat mij smelten onder Uw aanraking, o brandende Roos der Hemelen, want Uw handen hebben de Eeuwige Liefde gedragen.
Naar U verzucht mijn armoede, want de schatten der volmaakte heiliging zijn U in bewaring gegeven.
Hoezeer verlangt toch mijn hart naar U, o Wonderwerk der Hemelse schoonheid, in mij smacht alles naar Uw kus van bevrijding.
Hoezeer heeft het verschroeiende vuur der wereld in mij de dorst gewekt naar Uw eeuwigdurende nabijheid. Wil nu voorgoed mijn hart beheersen, o Wonderwerk van Gods Liefde, opdat de doornen der wereld in mijn ziel verbrand worden, en de offerande van mijzelf aan Uw Hart als wierook moge opstijgen naar het heiligste der Hemelen. AMEN.
Wie zich totaal en zonder enige terughoudendheid overgeeft aan Maria, ervaart de Liefde in een oneindig ruimere dimensie dan vóór zijn totale toewijding. Dat komt omdat Maria slechts ongeremd in een hart kan werken dat zich helemaal aan Haar heeft weggegeven, en Zij dan als eerste handeling het zaad van de ware Liefde in dat hart zaait om het klaar te maken voor zijn ware roeping binnen Gods Plan. Maria kan slechts werken doorheen een hart dat in staat is om de ware Liefde te laten stromen.
AANROEPING TOT DE HEILIGE GEEST, HEILIGEND VUUR VAN GOD.
Beminde Heilige Geest, heiligend Vuur van God,
Laat mij zien : het Licht van de Eeuwige Waarheid, de Weg naar het Rijk der Hemelen, en de afgrond van de zonde.
Laat mij horen : Uw verzuchtingen van Wijsheid in mijn hart, en Uw heilige woorden om mijn mond te voeden, elk ogenblik van mijn leven.
Laat mij voelen : de allerheiligste gevoelens uit de Harten van Jezus en Maria, het liefdevuur van Hun gelukzaligheid en het verlossend vuur van Hun smarten.
O Heilige Geest, verwijder de sluier die mijn zintuigen en mijn hart bedekt, onthul mij de Mysteries die God voorbehoudt aan Zijn heiligen. AMEN.
17-06-2009
Zelfgetuigenis van Jezus, de tweede Persoon van de H.Drie-eenheid:
Mt. 5:17 (Ik ben gekomen om de Wet te volmaken)
Mt. 9:13 (Ik ben gekomen om de zondaars te roepen)
Mt. 10:34 (Ik ben gekomen om het zwaard te brengen)
Mt. 10:35 (Ik ben gekomen om verdeeldheid te brengen)
Luk. 12:49 (Ik ben gekomen om vuur op de aarde te brengen)
Luk. 22:27 (Ik ben onder u als de dienaar)
Joh. 6:38 (Ik ben uit de hemel neergedaald om de wil te doen van Hem, die Mij gezonden heeft)
Joh. 6:51 (Ik ben het levend brood, dat uit de hemel is neergedaald)
Joh. 8:12 (Ik ben niet van deze wereld)
Joh. 10:7 (Ik ben de deur der schapen)
Joh. 10:11 (Ik ben de goede herder)
Joh. 11:25 (Ik ben de verrijzenis en het leven) Joh. 15:1 (Ik ben de ware wijnstok)
Toewijding van het huisgezin aan het Heilig Hart van Jezus .
Jezus, onze beminnenswaardige Verlosser, Gij zijt uit de hemel gezonden om de wereld de leer en voorbeeld te verlichten. Daartoe hebt Gij het grootste gedeelte van uw sterfelijk leven in onderdanigheid aan Maria en Jozef in het nederig huisje van Nazareth willen doorbrengen. Gij hebt dat huisgezin geheiligd, opdat het aan alle christelijke huisgezinnen tot voorbeeld zou strekken. Neem ons huisgezin, dat zich thans geheel aan U toewijdt, genadig aan. Bescherm en bewaar het en bevestig daarin, met de vrede en de eenheid van de christelijke liefde, de heilige vreze voor U. Zo moge ons huisgezin gelijkvormig worden aan het goddelijk toonbeeld van uw huisgezin, zodat allen, die er toe behoren, zonder uitzondering de eeuwige zaligheid verwerven. Maria, liefdevolle Moeder, verkrijg in uw mededogen en uw goedertierenheid, dat Jezus onze toewijding welwillend aanvaardt en zijn weldaden en zegeningen over ons uitstort. Jozef, heilige bewaarder van Jezus en Maria, ondersteun ons door uw voorbede in al onze node naar ziel en lichaam, opdat wij met u en met de heilige Maagd Maria onze goddelijke Verlosser Jezus Christus eeuwige lof en dank mogen brengen.
Amen.
Gebed om de gaven van de Heilige Geest .
Heer Jezus, eniggeboren Zoon van God, die om onzentwil mens geworden, aan het Kruis gestorven en in heerlijkheid verrezen zijt, door uw bemiddeling bidden wij uw goedertieren Vader, ons uit de schoot van zijn rijkdom de Geest van de zeven gaven te zenden, die over U in alle volheid is neergedaald: de gave van wijsheid, die ons gelukkig maakt in het genieten van U; de gave van verstand, die onze begrippen verheldert; de gave van raad, die ons in uw voetspoor de rechte weg doet volgen; de gave van sterkte, waarmee wij de vijand die ons bestookt, kunnen ontmoedigen; de gave van wetenschap, die ons met het heldere licht van uw leer doorstraalt om goed en kwaad te kunnen onderscheiden; de gave van zachtheid, die ons barmhartig maakt; de gave van vrees, die ons van alle kwaad terug doet wijken en rust doet vinden in het eerbiedig opzien naar uw majesteit. Gij wilt immers dat wij om dit alles vragen in het heiligste gebed dat U ons hebt geleerd. Nu vragen wij het dan, om de verdiensten van uw kruisdood, tot verheerlijking van uw allerheiligste Naam, aan wie met Vader en de Heilige Geest alle eer zij en heerlijkheid, alle dank, alle luister en alle heerschappij in de eindeloze eeuwen der eeuwen.
Amen.
Toon ons uw Barmhartigheid .
Laat ons bidden tot Hem die ieder mens verlicht en laat ons vol vertrouwen zeggen: Heer, toon ons uw barmhartigheid. Heer, Jezus, priester in eeuwigheid, Gij maakt ons tot Gods eigen volk, help ons datgene te doen wat de Vader welgevallig is. Heer, toon ons uw barmhartigheid. Schenk ons de gaven van de Geest: goedheid, zachtmoedigheid en geduld. Heer, toon ons uw barmhartigheid. Laat het Geloof ons voorlichten en leiden op de weg van de echte naastenliefde. Heer, toon ons uw barmhartigheid. Leer ons oog te hebben voor de noden van anderen en mee te werken aan hun geluk. Heer, toon ons uw barmhartigheid.
Amen
BIJNA DOOD ERVARING. (1 ).
GEBED VOOR HET VADERLAND.
GEBED VOOR HET VADERLAND.
Allerbarmhartigste Jezus, ik smeek U op voorspraak van
uw heiligen en bijzonder op voorspraak van uw dierbare
Moeder, die voor U zorgde vanaf uw kindsheid ; zegen
mijn geboorteland, dat vraag ik U Jezus.
Let niet op onze zonden, maar sla acht op de tranen van
de kleine kinderen, op de honger en kou die zij te lijden
hebben.
Jezus, omwille van deze onschuldigen, schenk mij de gunst
die ik U vraag voor mijn land.
AMEN.
DE DEVOTIE TOT DE GODDELJKE BARMHARTIGHEID HEEFT ALS DOEL DE WERELD VOOR TE BEREIDEN OP DE WEDERKOMST VAN DE HEER.
DE DEVOTIE TOT DE GODDELJKE BARMHARTIGHEID HEEFT ALS DOEL
DE WERELD VOOR TE BEREIDEN OP DE WEDERKOMST VAN DE HEER.
Ook al beschouwen sommige mensen de gedachte aan de 'eindtijd' wellicht
als onplezierig of misplaatst, men kan toch niet ontkomen aan het feit, dat
Jezus de wereld oproept om zich met godsvrucht te wenden tot zijn
Goddelijke Barmhartigheid als voorbereiding op zijn wederkomst in heerlijkheid.
Op 26 december 1936, toen zuster Faustina bezig was de Rozenkrans van de
Goddelijke Barmhartigheid te bidden - haar opgelegd als penitentie na de biecht
door haar geestelijke leidsman - hoorde zij een stem zeggen ;
Schrijf deze woorden op, mijn dochter.
Spreek de wereld over mijn Barmhartigheid ; laat heel de wereld mijn onmetelijke
Barmhartigheid kennen.
Dit is een teken voor de laatste tijden ; daarna zal de dag der gerechtigheid komen.
Zolang het nog tijd is, laten zij hun toevlucht nemen tot de bron van mijn
Barmhartigheid ; laten zij profijt trekken uit het Bloed en het Water die voor hen
stroomden. ( II, 229, 230 ).
Aan deze woorden voegde zuster Faustina toe ; "O mensenzielen, waar zult gij u
verbergen op de dag van Gods toorn ?
O wat een grote menigte zielen zie ik !
Zij aanbidden de Goddelijke Barmhartigheid en zullen voor eeuwig de hymne
van lofprijzing zingen". ( II, 230 ).
Later gaf de Heer nog meer plechtige verzekeringen aan de secretaresse en
apostel van zijn Barmhartigheid.
Tussen 3 en 10 februari 1938 schreef zij eenvoudig en zonder omhaal ;
Vandaag hoorde ik deze woorden :
In het Oude Verbond zond IK profeten zwaaiend met bliksems naar mijn volk.
Vandaag zend IK jou met mijn Barmhartigheid naar heel de mensheid.
IK verlang er niet naar om de gekwelde mens te straffen, maar IK wil hem
genezen door hem aan mijn Barmhartig Hart te drukken.
Straf geef IK alleen als men MIJ daartoe dwingt ; mijn hand verzet er zich
tegen, om het zwaard der gerechtigheid te hanteren.
Vooraf aan de Dag der Gerechtigheid zend ik de Dag der Barmhartigheid. ( I,155).
De Heer bemoedigt het in zonde weggezonken mensdom ten zeerste.
De devotie tot zijn Barmhartigheid zal ons met vertrouwen doen uitzien naar
zijn wederkomst ;
Mijn secretaresse schrijf op, dat IK edelmoediger ben voor zondaars dan
voor rechtvaardigen.
Omwille van hén ben IK uit de hemel neergedaald, omwille van hén heb
IK mijn Bloed vergoten.
Laten zij niet bang zijn om MIJ te naderen : zij hebben mijn Barmhartigheid
het hardste nodig....
Ik kan zelfs de grootste zondaar niet straffen, als hij zijn toevlucht neemt
tot mijn medelijden.
Integendeel, IK zal hem in mijn onmetelijke en mysterievolle Barmhartigheid
rechtvaardigen.
Hij die weigert om door de deur van mijn Barmhartigheid te gaan, zal door
de deur van mijn Gerechtigheid moeten. (IV, 30 ; III, 39 ).
GEBED OM NAVOLGING VAN MARIA IN DE VURIGHEID.
Hemelse Moeder Maria, Meesteres van mijn ziel,
Uw vurigheid kende geen grenzen, en doordrong al Uw werken. In U brandde het vuur van Gods Geest tot bezieling van het Goddelijk Leven dat in U de volheid had bereikt. Ik smeek U,
Wil mij zodanig vervullen met Uzelf dat ik mij met hart en ziel moge inzetten voor alle taken die ik op mijn levensweg vind.
Bevrijd mij van alle lauwheid in mijn werken voor God, voor U en voor de zielen. Beziel mij, opdat ik in alles het beste van mijzelf moge geven.
Bevrijd mij van alle onverschilligheid. Laat mij werkelijk begrijpen dat elke handeling, elk woord, elke gedachte en elk gevoel een verschil kan maken voor de verwezenlijking van Gods Plan met de zielen.
Wek in mij het vuur voor een diep doorleefde, totale en vurige toewijding aan U, opdat ik mijzelf op elk ogenblik van mijn leven zonder aarzelen volledig aan U moge geven.
Wil mij bevrijden van elke neiging om mijn gebed en mijn contacten met God en met U te verrichten zonder gevoel, vanuit een dor en onbezield hart.
Wek in mij de koorts van de ziel die geen rust kent eer zij God en haar Meesteres in alles heeft behaagd, gedreven door het ware vuur dat in eeuwigheid niet meer dooft.
Wil al mijn handelingen, al mijn woorden, al mijn gevoelens en bestrevingen ontsteken aan het allerzuiverste vuur van Uw Hart, opdat zij al mijn tekortkomingen en zwakheden mogen verbranden, en het vuur van Gods Geest naar de aarde toe mogen trekken. AMEN.
DE GESCHIEDENIS VAN HET CHRISTENDOM.
De aartsdiadeken bestuurde via een synode genaamd de ijogam, bestaande uit zowel geestelijken als lekenvertegenwoordigers van de Indiase kerk. Op plaatselijk niveau werd de ijogam vertegenwoordigd door palliijogams, kleine versies van de synode die plaatselijke parochieaangelegenheden behandelden.
NESTORIANEN IN INDONESIE.
Er is bewijs dat nestoriaanse christenen nog verder reisden dan India en onderweg kerken stichtten. Een zevende - eeuwse, Perziche beschrijving van Zuidoost - Azié spreekt van kerken langs de westkust van Sumatra, in het huidige Indonesié. Enkele hiervan waren gewijd aan de maagd Maria. Er is vrijwel niets bekend over deze kerken of de gemeenschappen die ze bouwden. Waarschijnlijk werden ze, net als de vroege kerken in China en India, gebouwd voor Perzische handelaren en kooplieden die in gemeenschappen behoorlijk lang bestaan. Halverwege de veertiende eeuw ontmoette een Italiaanse reiziger nestorianen op Java en we weten ook dat in 1502 een nestoriaanse bisschop werd gewijd in Palembang op Oost - Sumatra. Toch waren deze, vermoedelijk her en der verspreide, gemeenschappen van nestorianen rond de zeventiende eeuw zo ongeveer verdwenen.
DE KOMST VAN DE ISLAM.
Terwijl het christendom groeide tot in China en India, veranderde in het Midden - Oosten de gevestigde politieke en religieuze orde. De opkomst van de islam was een van de opmerkelijkste en meest onverwachte gebeurtenissen in de geschiedenis, met grote gevolgen voor het christendom. Het was iets wat niemand verwachtte op het Arabische Schiereiland. Het gebied, merendeels woestijn, werd bewoond door een aantal nomadenstammen. De meeste hingen lokale polytheistische culten aan, maar sommige waren joods of christelijk, vooral door missies van de Perzische Kerk, hoewel er waarschijnlijk ook monofystische stammen waren, zoals de Ghassaniden. Arabié was voor Byzantium en Perzié alleen interressant omdat er wierook werd geproduceerd ; een belangrijk attribuut in christelijke rituelen. Er waren geen frote nederzettingen in Arabié, behalve een paar langs de Rode Zee, met op de eerste plaats Mekka. Daar staat een groot heiligdom genaamd de Ka'ba, een zwart boewwerk waarin een mysterieuze meteoriet, die sinds de oudheid werd aanbeden. Veel Arabieren die joodse of christelijke legenden kenden, geloofden dat de Ka'ba was gebouwd door Adam, de eerste mens, en later herbouwd door Abraham, de eerste Jood. Rond 610 ontving een koopman met de naam Mohammed hier zijn roeping van God om een nieuwe boodschap te verkondigen. Hij predikte een onwrikbaar monotheisme, stelde het polytheisme aan de kaak en kreeg een groep volgelingen. Toen hij gedwongen werd om Mekka te verlaten, ging hij in 622 naar Medina ( de startdatum van de islamitische kalender ) , een stad waar hij eendracht bracht, waarna hij met een groot leger naar Mekka trok en dit zonder slag of stoot innam. De islamitische oorlogen waren begonnen. Mohammeds nieuwe religie werd islam genoemd, dat 'onderwerping' betekent ; de noodzaak om zich aan God te onderwerpen. Een 'moslim' is iemand die zich onderwerpt. Toen Mohammed in 632 overleed, was heel het Arabisch Schiereiland verenigd onder de islam. Mohammed zelf werd daarna geéerd als 'de profeet' , de laatste en grootste in een lange lijn boodschappers in de geschiedenis die volgens de moslims waren gezonden door God. Na het jodendom en het christendom was de islam de derde grote monotheistische godsdienst en er was sprake van verwantschap. De joden stamden via zijn zoon Isaak af van Abraham en de moslims geloofden dat zij afstamden van zijn andere zoon, Ismaél. Bovendien eerden zij Jezus als een profeet, maar geen goddelijke. Ook konden zij de christelijke doctrine van de Drie- eenheid niet accepteren, die naar hun gevoel inging tegen strikt monotheisme. Toch lijkt Mohammed te zijn béinvloed door het christendom van het Arabische Schiereiland. Volgens een overlevering had hij een monofysitische leraar ; Bahira - Sergios. Bovendien zijn er overeenkomsten tussen de vroege islam en het vroege joodse christendom.
Lezing uit de 2e brief van de apostel Paulus aan de Corinthiërs 9,6-11. Psalmen 112(111),1-2.3-4.9. Heilig Evangelie van Jezus Christus volgens Mattheus 6,1-6.16-18.
Lezing uit de 2e brief van de apostel Paulus aan de Corinthiërs 9,6-11.
Bedenkt het wel: wie spaarzaam zaait, zal spaarzaam maaien; en wie onbekrompen zaait, zal onbekrompen maaien. Ieder geve, zoals hij het in zijn hart zich heeft voorgenomen, maar niet met tegenzin of noodgedwongen. Want God heeft een blijmoedigen gever lief; en God is bij machte, om u een overvloed te schenken van allerlei gunsten; zodat gij onder alle opzichten en ten allen tijde ruimschoots het nodige zult bezitten, en nog zult overhouden voor ieder goed werk; zoals geschreven staat: "Milddadig deelt hij aan de armen uit: Zijn gerechtigheid houdt in eeuwigheid stand." Hij toch, die den zaaier zaad verschaft en brood tot spijze, Hij zal ook u het zaad verlenen, het doen gedijen, en de vruchten uwer gerechtigheid doen wassen. En wanneer we steeds rijkelijk geven bij iedere vorm van weldadigheid, dan wordt deze door ons toedoen de oorzaak van dankzegging aan God.
Psalmen 112(111),1-2.3-4.9.
Halleluja! Heil den man, die Jahweh vreest, En zijn geboden van harte bemint: Zijn kroost zal machtig op aarde zijn, Het geslacht der vromen zal worden gezegend. Welvaart en rijkdom bewonen zijn huis, En zijn gerechtigheid houdt in eeuwigheid stand; De vromen gaat een licht in de duisternis op, Hem, die genadig, barmhartig en rechtvaardig zal zijn. Milddadig deelt hij aan de armen uit: Zijn gerechtigheid houdt in eeuwigheid stand, En zijn hoorn verheft zich in ere.
Heilig Evangelie van Jezus Christus volgens Mattheus 6,1-6.16-18.
Zorgt er voor, dat gij uw gerechtigheid niet beoefent voor het oog van de mensen, om door hen gezien te worden; anders zult gij geen loon ontvangen bij uw Vader, die in de hemel is. Wanneer ge dus een aalmoes geeft, laat het dan niet voor u uitbazuinen, zoals de huichelaars dit doen in de synagogen en op de straten, om geëerd te worden door de mensen; voorwaar, Ik zeg u: Ze hebben hun loon reeds ontvangen. Maar als gij een aalmoes geeft, laat dan uw linkerhand niet weten wat uw rechterhand doet, opdat uw aalmoes verborgen blijft; en uw Vader, die in het verborgen ziet, zal het u vergelden. En als gij bidt, doet dan niet als de schijnheiligen, die er van houden, in de synagogen en op de hoeken der straten te staan bidden, om door de mensen gezien te worden; voorwaar, Ik zeg u: Ze hebben hun loon ontvangen. Maar als gij bidt, ga dan uw binnenkamer in, sluit de deur, en bid uw Vader in het verborgen; en uw Vader, die in het verborgen ziet, zal het u vergelden. Wanneer gij vast, trekt dan geen somber gezicht zoals de huichelaars; want ze verwringen hun gelaat, opdat de mensen hun vasten zouden zien. Voorwaar, Ik zeg u: Ze hebben hun loon al ontvangen. Maar als gij vast, zalf dan uw hoofd en was uw gezicht, opdat de mensen uw vasten niet merken, maar uw Vader, die in het verborgen is; en uw Vader, die in het verborgen ziet, zal het u vergelden.
Bron : Petrus Canisius bijbelvertaling
DAGELIJKSE AANROEPING IN TIJDEN VAN VERVOLGING.
Allerheiligste Maagd Maria, Moeder van Jezus en Schrik der duivelen,
In deze moeilijke uren kom ik tot U in vertrouwen op de oneindige macht die U door God is geschonken.
U is de zuivering van de wereld en de heiliging van zielen in handen gelegd.
Tot U vlucht ik als mijn laatste hoop op bevrijding uit de strikken van het kwaad dat mij bedreigt.
Kom mij toch te hulp, o Schild der vervolgden, want de duisternis heeft haar web om de wereld gespannen.
Wil toch Gods engelen zenden om alle zielen te redden die Gods Liefde zoeken, en alle zielen te bekeren die door de satan worden misbruikt om zijn belangen te dienen.
Ik smeek U, o Maria, wil nu de wereld bevrijden uit de greep der duivelen, opdat Gods Rijk spoedig op aarde moge komen. AMEN
O Jezus, moge de verlossende kracht van Uw Lichaam en Bloed mijn ziel openen voor de heiliging door Uw Geest.
ZELFOFFERANDE ALS EEN BLOEM AAN MARIA.
Lieve Moeder Maria,
Zoals vlammen die elkaar raken, zijn onze harten één geworden.
In U is mijn overgave zo totaal als deze van een bloem, die zich zonder enige weerstand te bieden, door U uit de wereld laat wegplukken om opnieuw te worden geplant in de Hemelse Tuin van Uw Onbevlekt Hart, er te worden besproeid met het water van Uw Wijsheid, er te worden beschenen met de zon van Uw Liefde uit een hemel die zich van dag tot dag meer opent, er zachtjes te wiegen op de zoete bries van Uw Woord, en er via de adem van de Heilige Geest de kiemen te leggen van tal van andere bloempjes, om er tegen de avond van haar aardse leven het parfum van Uw heiligheid te beginnen verspreiden en aldus door God te worden opgemerkt en tot Zich te worden genomen, terwijl haar wegkwijnende stoffelijkheid voor eeuwig één wordt met Uw grond, die haar een leven lang heeft gevoed. AMEN.
Gebed is spreken met God. Door het gebed zeggen wij aan God dat wij Hem uit onze vrije wil vragen om zich tóch "met onze wereld te bemoeien". Alle gebeden die op deze wereld met liefde worden uitgesproken, voeden samen de enorme stroom van genaden die reeds werd gevormd door het Lijden van Jezus en ook dat van mensen (denk aan de heilige martelaren !). Uit die Bron van Genaden wordt geput om de zielen te zuiveren en de wereld te redden. Daarbij geldt nog, dat hoe heiliger de ziel die een gebed verricht, hoe meer kracht dit gebed heeft (het is dan zuiverder, een mooiere bloem). Zorg ook dààrom dat U steeds in staat van genade verkeert (door regelmatige, diepgaande biecht met oprecht berouw, en door een heilig leven). Uw zuiverheid en liefdevol gebed kan een verschil maken voor vele zielen ! Bedenk heel goed dat het aan het gebed van vrome zielen doorheen alle tijden te danken is dat onze wereld niet reeds eeuwen geleden helemaal verloren is gegaan ! Zonder hen zou God ervan uit gegaan zijn dat de mensheid Zijn tussenkomst niet wenste.
16-06-2009
MOOIE PLAATJES.
VANWEGE NELLY.
DE EERSTE DIE NU NOG MIJN MAILADRES BLOKKEERD KRIJGT DE REKENING THUIS TOEGESTUURD, EN DAT MEEN IK, WEES GEWAARSCHUWD NU, IK KAN HIER NIET OM LACHEN, DE KOSTEN ZIJN DAN VOOR DE PERSOON DIE ME DIT GELAPT HEEFT, HET GELD GROEIT NIET OP MIJN RUG. IK BEN DAAR ZEER ZIEK VAN GEWEEST, EN NU NOG.
NELLY.
HANDLEIDING VOOR DE GROEI NAAR DE WARE HEILIGHEID
HANDLEIDING VOOR DE GROEI NAAR DE WARE HEILIGHEID
deel 2
(uittreksels uit Wedergeboorte van het Aards Paradijs)
RICHTLIJNEN EN BESCHOUWINGEN OM DE EEUWIGE LENTE VAN MARIAS ZIEL IN ONZE EIGEN ZIEL TOT BLOEI TE BRENGEN
In Wedergeboorte van het Aards Paradijs inspireert de Allerheiligste Maagd bij elk van de 31 Wandelingen doorheen de Onbevlekte Tuin van Maria geconcentreerde richtlijnen en beschouwingen via dewelke de ziel het zaad van de grote eigenschappen van Maria in zich tot bloei kan brengen voor een ware navolging van Maria, de heiligste ziel ooit geschapen. In dit document worden deze bij elkaar gebracht als een handleiding voor heiliging.
1. Zuiverheid
Maria geeft ons, erfgenamen van het Eeuwig Rijk, de volgende onderrichting om Haar eigen lente in zich te helpen voorbereiden:
1. Stel Maria als de Meesteres van de zielen aan tot de Tuinierster van Uw ziel, met andere woorden: wijd U totaal, onvoorwaardelijk en voor eeuwig toe aan Maria;
2. Stel Uw grond beschikbaar om omgeploegd te worden, met andere woorden: aanvaard met liefde en vertrouwen, en zonder enig verzet, alle lijden en beproevingen die Uw levenspad kruisen;
3. Wees bereid om Uw plantengroei volgens Haar wil en welbehagen en op Haar tijd te laten snoeien, met andere woorden: bid om volledig gereinigd te worden in woorden, handelingen, gedachten, gevoelens en verlangens;
4. Laat de inrichting van Uw tuin volkomen aan Haar over, met andere woorden: wees bereid om alle gewoonten, inzichten, herinneringen, relaties, banden en gehechtheden die Uw groei kunnen hinderen, prijs te geven om louter en alleen op Haar te gelijken;
5. Laat Haar heersen over alle weersomstandigheden die Uw tuin elk ogenblik nodig heeft, met andere woorden: vertrouw blind op Haar Liefde en macht om U volgens Haar inzichten te voorzien van de zon en de regen van het leven, en geloof vast in het eindresultaat zolang U bereid bent om onder Haar voeten te liggen.
2. Nederigheid
Hoe kan de ziel het zaad van de volkomen nederigheid in zich tot volle bloei brengen?
1. Door zichzelf te leren relativeren. Bekijk Uzelf eens vanuit de Hemel: wat U ziet, is een onvoorstelbaar nietig stipje op een grote wereldbol, tussen vele miljarden andere schepselen (mensen, dieren, planten).
2. Door zich bewust te maken van de beperkingen van de mens. Bestaat er een mens die nieuw leven kan scheppen? (een kind verwekken, valt hier niet onder, want een kind is het resultaat van de versmelting van een zaadcel van een man met een eicel van een vrouw, doch het levensprincipe (de ziel) wordt uitsluitend gemaakt en geleverd door God). Bestaat er een mens die ALLES kan en weet, of die de VOLHEID van de Wijsheid bezit? En bestaat er een mens die de lichamelijke dood voor altijd kan tegenhouden?
3. Door zich bewust te maken van haar persoonlijke beperkingen. Bekijk even Uzelf: een samenstelling van talenten, gaven, vermogens, en... zwakheden en behoeften. Deze beide laatste eigenschappen maken U onvolkomen, en afhankelijk van een hogere macht. Bestaat er een ziel die de absolute volmaaktheid in alle deugden kan bereiken, die volkomen op haar eigen krachten en vermogens kan leven, of die zelf alles kan scheppen dat haar in staat stelt om in leven te blijven?
4. Door zich even te bezinnen over alles wat zij om zich heen ziet. Maak een wandeling in de wijde natuur. Bekijk een boom, een bloem of een dier, en ga in op zo veel mogelijk details (uitwendig en inwendig): vormen, kleuren, aantal onderdelen, het geniale systeem volgens hetwelk deze onderdelen samenwerken, de vele stoffen die elke plant inwendig maakt tijdens haar stofwisseling (en die voor elke plantensoort verschillend zijn, zodat de natuur in haar geheel in staat is om miljarden verschillende stoffen te produceren). Bedenk nu even: Wie of wat heeft dit alles bedacht, ontworpen, gemaakt, en kan het feilloos besturen? God alleen. Kunt U Hem dit nadoen, zelfs voor één enkele bloem, plant, boom of dier?
5. Door uit dit alles de algemene conclusie te trekken door deze ene vraag te beantwoorden: hoeveel miljarden handelingen zijn eigenlijk mogelijk, die God kan stellen (en dagelijks stelt), maar ik NOOIT zou kunnen stellen? Hoe ziet dus mijn waarde eruit wanneer ik mijzelf vergelijk met God?
3. Stilte
Hoe kan de ziel de rijping van het zaad van de stilte in zich bespoedigen? Ziehier de aanbevelingen van haar Meesteres:
1. Beschouw Uw ziel als een bloem. Een bloem heeft nood aan tedere invloeden. Zij schuwt schokkende ervaringen, sluit zich bij storm en harde regen, en stopt doorgaans haar bloei bij koude. Zelf schept zij ook geen stormen: zij groeit en bloeit geruisloos, en opent zich gretig onder de stralen van een zachte zon. Evenzo wordt Uw ziel in haar groei en bloei gehinderd door lawaai en allerlei onstuimige invloeden uit Uw omgeving. Zodra U zich zo veel mogelijk begint af te sluiten voor deze indrukken, zult U ervaren dat U gemakkelijker het contact vindt met Uw diepere ik, de plaats waar God en Maria in U leven, werken, zaaien en oogsten. Hetzelfde zal gebeuren naarmate U ook zelf stiller van aard wordt: God zal de stilte beginnen te vullen met indrukken en gewaarwordingen van een veel hoger niveau dan deze welke Uw zintuigen U kunnen bieden.
2. Maak Uw hart klaar om op elk ogenblik God te ontvangen. Houd U voor ogen dat Uw medemens met U geen zinnig gesprek kan voeren wanneer U in een luidruchtige omgeving verkeert. Bedenk op gelijke wijze dat God U elk ogenblik van de dag en de nacht wil verheffen naar steeds hogere trappen van spirituele beleving, doch dat Hij daarvoor de kans moet krijgen om in U te spreken. Het gesprek van God (of Maria) tot het hart voltrekt zich gewoonlijk niet in woorden die hoorbaar zijn voor Uw lichamelijke oren, wel in woorden die in Uw hart weerklinken in de taal van de ziel. Dit kan veelvuldig gebeuren in een mystieke roeping, doch komt ook daarbuiten wel voor: bovennatuurlijke kennis of ingevingen worden in Uw inwendig wezen gedrukt als wegwijzers voor de volgende meters van Uw levensweg. Tenzij in een ziel die geoefend is in het mystiek contact, kunnen deze Hemelse richtlijnen niet ontvangen worden. Zo komt het dat een ziel die hoofdzakelijk leeft in een rumoerige omgeving en niet regelmatig de stilte zoekt, gemakkelijk het gevoel krijgt dat God Zich in haar nooit bemerkbaar maakt. Leer de stilte te waarderen en te koesteren als een schat, want zij trekt God en Maria naar U toe. Zodra Zij merken dat U de stilte waarlijk bemint, zullen Zij Hun troon in Uw hart vestigen en het vervullen met Zichzelf.
4. Zachtheid
Hoe kan de bodem van een ziel voorbereid worden op de zaaitijd voor zachtmoedigheid? Laat de Meesteres van alle deugden en van alle zaad uit Gods Hart U onderrichten:
1. Zorg ervoor, met Uzelf in het reine te komen. Zolang een ziel haar verleden met zich meedraagt, er geregeld naar terugkijkt en zich laat beïnvloeden door herinneringen, kan zij gehinderd worden om in het heden haar levenstaken uit te voeren met een vrij hart. Zij verspilt een groot gedeelte van haar energie, haar levenskracht, aan gepieker, bitterheid, gevoelens van wrok, wrevel of teleurstelling, negatieve gevoelens over andere zielen en vaak ook over zichzelf: Waarom is dat ooit gebeurd? Waarom heeft die dat gedaan? Hoe anders zou alles geweest zijn indien dit of dat niet of anders was gebeurd! Kon ik dat maar opnieuw doen!. Vele zielen blokkeren zichzelf grotendeels door denken, piekeren, overwegen, twistgesprekken in gedachten, zelfverwijten... Zij worden bitter en ontevreden, en emotioneel oververmoeid. De eerste deugd die hieraan opgeofferd wordt, is de zachtmoedigheid: deze zielen worden gemakkelijk opvliegend, lichtgeraakt, onvriendelijk, nors, kortaf, zelfs de aanblik van hun gelaat wordt harder, alsof zij helemaal onder spanning staan en niet meer loskomen. Zij moeten het ventiel openstellen en de inwendige spanning loslaten, niet in de eerste plaats tegenover een medemens, maar tegenover Maria, in een akte van totale toewijding, en in een sacramentele Biecht bij een begripvolle en fijngevoelige priester. Naarmate de ziel van al deze ballast geledigd raakt, zal zij inwendig ontspannen, rust en vrede vinden in zichzelf, en zachter worden naar buiten toe.
2. Zorg voor voldoende rust in geest en lichaam. Niet elke ziel kan even goed overweg met overbelasting en oververmoeidheid. Maria bewaarde ook in de talloze lasten van Haar aardse leven Haar zelfbeheersing en Haar vermogen om Haar eigen noden en Haar eigen gevoelens zo totaal terzijde te schuiven voor Haar medemens, dat Zij Haar zachtheid volmaakt bewaarde. De ziel die volop gevormd wordt in haar spirituele ontwikkeling, kan moeilijkheden ondervinden in deze constante strijd met zichzelf en haar inwendige druk. Daarom is het belangrijk dat de ziel in haar eigen leven een gulden middenweg zoekt om haar roeping optimaal na te volgen doch eveneens tijdig inwendig tot rust te komen. Het evenwicht tussen het werk in dienst van God enerzijds, en de rust anderzijds, zal bij ieder op een verschillend punt liggen, en kan verschuiven naargelang de ziel ontwikkelt in het loskomen van het wereldse element van haar innerlijk leven. Bid veelvuldig tot Maria: Hemelse Meesteres, schenk mij het vermogen om Uw rust in mij te bewaren. Laat mijn hart Uw vrede ervaren. Schenk mij kracht in lichaam en ziel.
3. Leef in het volle besef van het komend Eeuwig Leven. De ziel die zich gedurende al haar levensuren volkomen bewust is van het feit dat zij niet voor de wereldse dingen leeft doch voor de gelukzaligheid die erna kan komen indien zij haar leven volkomen leidt volgens Gods Wetten, laat zich voeden uit een Hemelse krachtbron: zij kan hierdoor een geleidelijk groeiende bovenwereldse hoop ervaren die haar inwendig steeds dieper zal vervullen met gevoelens van ware vrede, rust, geborgenheid, moed en vreugde, en een diepe bevrijding doordat de ziel zich steeds minder de gevangene van haar wereldse invloeden en gedachten voelt. Zij begint steeds méér te leven alsof zij niet echt meer in de wereld hoort, en niet echt meer door het wereldse geraakt kan worden. Deze ervaring brengt een groeiende zachtheid in de ziel: zij laat zich zachtjes in het Hart van God wegglijden en leeft nog slechts om het goede te doen zolang zij dit nog kan, met andere woorden: zolang haar aardse leven nog duurt (dit kan nog jaren zijn, doch ook nog slechts één dag).
5. Blijmoedigheid
Laat de Meesteres van de zielen U onderrichten over de wijze waarop U het zaad van de blijmoedigheid in Uw eigen ziel tot vrucht kunt brengen:
1. Leer anders te kijken naar de beproevingen en lasten op Uw levensweg. Blijf Uzelf ervan overtuigen dat elke beproeving en last een bloem plant in de tuin van Uw ziel, en dat U telkens U een beproeving of last niet aanvaardt, ertegen protesteert of God kwalijk neemt dat U deze ervaring moet doorstaan, onkruid laat opschieten in de tuin van Uw ziel.
2. Oefen U erin, niet lang stil te staan bij negatieve ervaringen. Zo leert U alle gebeurtenissen van Uw aardse leven relativeren, begrijpen dat zij vergankelijk zijn en geen belang hebben voor de eeuwigheid die na dit leven komt. U zult uit deze ingesteldheid een gevoel van bevrijding halen, dat U in staat zal stellen om blijmoediger te worden: waarom Uw leven laten vergallen door gebeurtenissen die niet eens belangrijk zijn voor de nooit eindigende eeuwigheid die komt na de korte tijd die U op aarde doorbrengt?
3. Leer het zo te zien dat niet Uw leven U beheerst, maar dat U Uw leven beheerst. Talloze zielen zien zichzelf als slachtoffer of speelbal van alles wat in hun leven gebeurt. Dit geeft hen een gevoel van gevangenschap, en maakt hen star en gespannen, ontevreden en zelfs angstig of wantrouwend. Zodra de ziel zich TOTAAL weggeeft aan Maria, HAAR laat beslissen welke wending hun leven elke dag neemt, en met die volmaakte Hemelse beslissing akkoord gaat, kan zij zich vrij beginnen voelen. Een VRIJE ziel is een BLIJE ziel.
4. Bedenk steeds: blijmoedigheid is een ononderbroken verheerlijking aan God. Elke dag die volledig in blijmoedigheid wordt doorgebracht, is als een rozentuin waaruit voortdurend lofzangen ten hemel opstijgen, want blijmoedigheid is slechts mogelijk wanneer de ziel Gods beschikkingen in haar leven aanvaardt. Deze aanvaarding is een akte van liefde tot God en van vertrouwen in Zijn Wijsheid. Daarom is in Gods ogen geen gebed groter dan een dag van blijmoedigheid. Wanneer blijmoedigheid een heersende ingesteldheid van hart wordt, verandert de ziel in een bron van rozen die omgezet worden in stortvloeden van Genaden voor de hele mensheid. Elke christen is geroepen om een dergelijke bron te worden. Door blijmoedigheid helpt U Uw medemens, zijn dagelijks kruis te dragen. Dàt is de eerste levenstaak van elke ziel, want in Uw lijdende medemens helpt U het Kruis van Jezus Zelf dragen.
6. Gehoorzaamheid
1. Bedenk: elk gebrek aan gehoorzaamheid, aan aanvaarding van Gods beschikkingen, staat Uw eigen geluk in de weg, want protest tegen Gods Werken en Plannen, of nalatigheid in de uitvoering ervan op Uw levensweg, brengt chaos in Uw leven: door elk protest maakt U het God moeilijk om Uw leven in goede banen te leiden. Bedenk daarom dat Uw geluk op aarde in belangrijke mate afhangt van Uw aanvaarding van alles wat op Uw levensweg komt, ook het schijnbaar minder aangename. Nog veel belangrijker echter, is de overweging dat elk protest tegen de gebeurtenissen en omstandigheden die Gods Voorzienigheid op Uw levensweg brengt, Uw eeuwige gelukzaligheid uitstelt of, in het ergste geval, onmogelijk maakt. Ongehoorzaamheid stelt de poort open naar vele ondeugden en zonden.
2. Smeek Uw Hemelse Meesteres dat Zij Uw hart moge veranderen indien en in zoverre dit nodig is, opdat U niet meer zo gemakkelijk in opstand of protest zou komen tegen vele dingen in Uw leven. Niet de gebeurtenissen en omstandigheden zelf maken Uw leven moeilijk, doch hoofdzakelijk Uw eigen reactie ertegen. Elke gebeurtenis en omstandigheid van Uw leven is een kans om tot verlossing en heiliging te komen. Uw geluk, Uw vrede van hart en de verlossing van vele zielen, liggen grotendeels in Uw eigen handen.
3. Bid veelvuldig om standvastigheid opdat de beproevingen van het leven U niet kunnen bekoren tot innerlijke wrevel, en van daaruit tot onvrede en opstandigheid tegen Uw levenslot en de wendingen van Uw levensweg.
4. Laat U motiveren door de bedenking dat niets U méér op de engelen laat lijken dan een volkomen gehoorzaamheid. De engelen beschouwen de dienst aan God en aan Maria als de enige zin van hun bestaan. Hoeveel groter dan de verdienste der engelen is Uw verdienste als mens wanneer U, die lichamelijke behoeften hebt en onder de lasten van een leven op aarde gebukt kunt gaan, Uw hele leven opoffert aan de verlangens van Uw Schepper en van Uw Meesteres. Volkomen gehoorzaamheid, is een praktische uitdrukking van ware liefde. Onthoud dat de liefde de gouden sleutel tot de poort des Hemels is.
5. Tracht Uzelf te bevrijden van de dwang en de schijnverplichtingen van het werelds leven. Wie zich gevangen voelt in de noodzaak om het in het werelds leven steeds volledig naar zijn eigen zin te hebben, zal geneigd zijn tot opstandigheid en ongehoorzaamheid telkens het gehoorzamen hem kan beletten om datgene te doen wat hijzelf zou willen doen. De mens kan zichzelf ongewild regels opleggen door zich dingen voor te nemen en dan geen rust meer te kennen vooraleer deze dingen gedaan zijn. Wie dit alles weet los te laten, wordt vrijer, leeft meer volgens de loop der omstandigheden dan volgens de zichzelf opgelegde regels, en zal de gehoorzaamheid aan een macht buiten hem niet meer zo strikt beschouwen als strijdig met zijn eigen verlangens. Om deze gesteldheid te ontwikkelen, is een hoge mate van overgave en van nederigheid nodig.
7. Zelfverloochening en offerbereidheid
1. Betracht een ware liefdesrelatie tot Maria en Jezus. Ieder die ooit verliefd is geweest, weet dat men bereid is om voor de geliefde ALLES te doen. Wanneer het vuur van de liefde het hart werkelijk heeft veroverd, bezielt het alle doen en laten, alle gedachten en emoties, alle woorden en verlangens. Kijk uit hoe Uw leven zou veranderen zodra Uw liefde tot Maria (Jezus) zo diep wordt dat U Uzelf tot alles kunt motiveren door U zelfs nog maar voor te stellen dat Zij/Hij dit of dat van U verlangt, of dat het Haar/ Hem veel vreugde zou bereiden indien U dit of dat zou doen of juist NIET zou doen.
2. Breng deze liefdesrelatie over op Uw medemens. Houd U voor ogen dat elke ziel iets van God in zich draagt. Zo kunt U Jezus en Maria in elke medemens leren vinden. U zult hieruit een groter vermogen halen om Uzelf te verloochenen voor Uw medemens. Deze gesteldheid heeft nog een andere positieve bijwerking: U leert hierdoor, steeds gemakkelijker op een bovenwerelds niveau te leven, want U wordt dan niet meer afgeleid naar het menselijke in de dagelijkse handelingen, doch leert in alles met Maria en Jezus verbonden te leven.
3. Onthoud dat Uw aardse behoeften vergankelijk zijn, doch dat de bevrediging van de behoeften van de ZIEL haar staat van leven in de eeuwigheid bepaalt. Stel U geregeld de vraag, of de bevrediging van een stoffelijke behoefte werkelijk opweegt tegen de onschatbare waarde van een offer voor de staat van genade van Uw ziel bij haar oordeel voor God. Deze overwegingen zullen U in staat stellen om Uzelf en Uw behoeften in steeds hogere mate te verloochenen en deze van Uw medemens voorrang te geven, VOORAL wanneer de verloochening van Uzelf ten opzichte van Uw medemens U echt een offer kost.
4. Beschouw elke daad van zelfverloochening of elk offer als een bloeiende roos die U aan Maria (Jezus) geeft, en streef ernaar dat de rozentuil zo spoedig mogelijk zo groot mogelijk zou worden. Dit beeld zal U leren, een steeds diepere vreugde te ervaren in een leven van offers.
8. Totale overgave en toewijding
1. Leer Maria te beschouwen als Uw enige toevlucht in alle situaties van Uw leven: Zij kan ALLES voor U zijn, zodra U bereid bent om alles voor Haar te zijn en te doen. Zij heeft de macht om U het ware geluk te laten vinden, en daarna de eeuwige gelukzaligheid van de Hemel. Zij kan de tuin van Uw ziel herscheppen tot een paradijs, met Uw vrijwillige en volle medewerking.
2. Begraaf Uw verleden met al zijn herinneringen in Marias Hart. Laat U niet langer afleiden door gedachten over een tijd die definitief voorbij is. De verlossing van Uw ziel en het daaruit voortvloeiende ware geluk wordt bereid in het HEDEN, niet in het verleden.
3. Verminder zo veel mogelijk alle wereldse invloeden in Uw dagelijks leven. Weliswaar kunt U niet vermijden om in de wereld te leven, maar U kunt zich wel oefenen in het afschermen van Uw waarneming van alles om U heen. Ga in Uw geest en hart zo weinig mogelijk in op de onvermijdbare zintuiglijke prikkels (beelden, geluiden, geuren). Gebruik Uw vrije wil op de juiste wijze, door Uzelf voor te houden dat U zoveel mogelijk in Uzelf gekeerd moet blijven en Uw aandacht zo weinig mogelijk naar Uw omgeving mag laten gaan. Vermijd bijvoorbeeld de massamedia (televisie, radio, kranten, weekbladen, inhoudloze teksten, reklamebeelden, niet-stichtende sites op het Internet...). Laat U ook niet afleiden door allerlei gebeurtenissen op straat enz.
4. Onthecht U geleidelijk van stoffelijke behoeften. Uw lichamelijk leven, en ook Uw gevoels- en intellectueel leven, hebben behoeften. Om Maria en Jezus daadwerkelijk te kunnen volgen in alle bijzonderheden van Uw leven, is het noodzakelijk om Uw gewoonten en levenspatronen geleidelijk te veranderen. Het moderne leven schept voortdurend nieuwe (schijn)behoeften. Tracht deze zoveel mogelijk uit Uw leven te bannen. Streef ernaar, Uw behoeften niet ver meer boven het levensnoodzakelijke te laten uitstijgen. Dit is bij uitstek de weg naar algehele bevrijding van ziel, hart en geest, en leidt U naar de juiste basis, een sterke fundering, voor totale toewijding. U kunt niet tegelijk Uw behoeften en Maria dienen. Maak de eersten tot Uw dienaren, de tweede tot Uw Meesteres.
5. Verdiep U in alle deugden en in de wegen naar de heiliging, teneinde Uw zwakheden te overwinnen. Ik verwijs U naar de omvangrijke richtlijnen die Maria in de loop der jaren reeds via Haar heeft gegeven, in het bijzonder in de volgende boeken en teksten:
* De Hemelse Bruiloft
* Lentebloesems aan de Levensboom
* De Tempel van Maria
* Kruistocht naar de Ziel
* De Sleutels tot Ontsluiting van de Heiligheid in de Ziel (korte tekst)
6. Verdiep U in de betekenis en het belang van Gods Heilsplan. De kennis hiervan zal U motiveren in de dagelijks beleving van de totale overgave en toewijding, want de ziel die de zin van Gods Heilsplan begrijpt, weet waarvoor zij strijdt. Ook in dit verband verwijs ik U naar de omvangrijke onderrichtingen die Maria in de loop der jaren reeds via Haar heeft gegeven, in het bijzonder in de volgende boeken en teksten:
* Testament van het Verbond
* Stormschriften
* Openbaringen van Maria, Meesteres van de Zielen
* Het Heilig Verbond van Liefde (korte tekst)
7. Oefen U in de navolging van Maria. Maria is het Tabernakel van de volmaakte heiligheid. Haar navolgen, betekent automatisch een leven van totale toewijding leiden. De Hemelse Koningin heeft Zichzelf reeds in vele openbaringen kenbaar gemaakt. De grootste diepgang van deze openbaringen wordt bereikt in het boek dat vóór U ligt: Wedergeboorte van het Aards Paradijs. Maria laat Zichzelf in deze bladzijden helemaal tot leven komen voor elke ziel die Haar werkelijk wil kennen zoals Zij reeds als mens op aarde was.
9. Boetvaardigheid
1. Beschouw de wereld met al zijn ellende, verwarring, verblinding, wantoestanden, oorlogen en ondeugden, en laat diep in U doordringen dat dit alles gevolgen zijn van de verschrikkelijk zware zondenschuld die de hele mensheid doorheen alle eeuwen op zich heeft geladen en waardoor de schepping heel zwaar verstoord is geraakt en de satan het toppunt van zijn macht heeft bereikt.
2. Beschouw daarna de ellende in de ziel: laat diep tot U doordringen hoezeer alle zonden, fouten, tekortkomingen, nalatigheden, zwakheden, ondeugden, dwalingen, misleidingen en verblindingen elke ziel in de loop van haar leven tot onvrede en vage gevoelens van ontevredenheid brengen, en in het hart bitterheid, teleurstelling, wrok en negatieve gevoelens over zichzelf, over medemensen, over de wereld, over het leven en over God kunnen opwekken, zodat de ziel uiteindelijk komt tot gevoelens van een grote leegte, een gemis, mislukking, falen en ongelukkig-zijn.
3. Bedenk vervolgens dat dit alles (de situaties uit punten 1 en 2) veroorzaakt wordt doordat de mensheid meer invloed en macht verleent aan de duisternis dan aan het Licht, zowel in de wereld als in het individueel leven.
4. Als volgende overweging bedenkt U welke vrede en gelukzaligheid in de wereld, in Uw eigen leven en in de diepste kern van Uw hart zou kunnen komen zodra de zwaar gewonde Goddelijke Gerechtigheid bevredigd zou zijn door een intense vergoeding van de zonden door veelvuldige akten van deugdzaamheid, doorleefde toewijding en opgeofferd lijden.
5. Laat de overwegingen 1 tot en met 4 U inspireren en motiveren tot de gelofte jegens Maria om voortaan een leven te leiden van verstervingen, offers en boetedoening, en vorm samen met gelijkgezinde zielen een ketting van licht om meer Licht en Liefde over de mensheid af te smeken.
10. Geestdrift
1. Bezin U over de zin van het leven. Telkens U de neiging hebt om U vragen te stellen naar de zin of het nut van schijnbaar banale of zinloze gebeurtenissen of toestanden, moet U Uzelf voor ogen houden dat ALLES wat op Uw levenspad komt, geen DOEL op zich is, doch een ononderbroken aaneenschakeling van MIDDELEN om het enige, hogere doel te verwezenlijken: de volbrenging van datgene wat God van U verwacht om Zijn Plannen en Werken te voltooien. Elke ziel is een onderdeeltje in het geheel van de Schepping. Bedenk even hoe totaal onzinnig het zou zijn indien Uw leven niets anders, niets méér, niets hogers te bieden had dan eten werken ontspannen slapen, enzovoort, soms vele jaren na elkaar. Zou God in Zijn oneindige Wijsheid OM DEZE REDENEN en MET DIT DOEL een ziel scheppen, laat staan miljarden zielen? Bedenk steeds dat de enige bestaansreden voor de hele Schepping deze is: Gods Plan van totale verlossing en heiliging van de mensheid te voltooien. Kan dit gebeuren door miljarden zielen te scheppen met als enige levensdoel een jarenlange ketting van eten werken ontspannen slapen, enzovoort?
2. Bezin U over Uw ware levensroeping. Elke ziel heeft in dit leven een welbepaalde roeping, een levensopdracht die zij moet vervullen om haar aandeel in het volbrengen van Gods Plan te verwezenlijken. Deze levensroeping heeft niets te maken met het beroep dat de ziel hier op aarde uitoefent voor haar financieel onderhoud. De roeping is de specifieke taak waartoe de ziel (door God) geroepen wordt, de opdracht die God haar meegeeft om binnen de haar op aarde toegemeten levensduur te volbrengen. De ziel vindt deze roeping pas in de mate waarin zij haar hart helemaal opent voor het bovennatuurlijke, het Goddelijke, de dingen die niet met het vergankelijke (materiële, stoffelijke) te maken hebben, doch met de behoeften van de ZIEL voor het Eeuwig Leven en voor het eeuwig heil van alle zielen als geheel. Het zijn de inspiraties van de Heilige Geest die de ziel via de gebeurtenissen en ontwikkelingen op haar levensweg en via het geweten informeren over wat God werkelijk van haar verwacht. Uw ware levensroeping met zekerheid ontdekken, kunt U slechts door:
- Uw aandacht niet strak op de stoffelijke kant van Uw leven te richten, doch voortdurend oog te hebben voor de diepere dingen van het leven, de achtergronden die dieper liggen dan het oppervlakkige van al Uw gevoelens, handelingen, gebeurtenissen, enzovoort;
- Uw eigen reacties en gevoelens ten aanzien van de gebeurtenissen en omstandigheden in Uw leven te observeren: waarom heb ik een grote voorkeur of afkeur voor dit of dat, welke dingen laten mij een grote vreugde ervaren, of stoten mij eerder af? Bedenk wel dat vreugde ervaren in iets, niet mag worden verward met de opwinding die opgewekt kan worden door een zwakheid in de deugd, bijvoorbeeld: bepaalde zielen ervaren het toppunt van opwinding telkens zij een medemens kunnen verleiden via erotische handelingen of signalen. Deze opwinding is geen teken van God voor het ontdekken van een ware roeping, doch de kortstondige bevrediging van een vergankelijke (lichamelijke en/of emotionele) behoefte die is ontaard tot een zwakheid. De vreugde die kan wijzen op het ontdekken van de ware levensroeping, is een vreugde van de ZIEL, die blijvend is en die een diepe vrede in het hart brengt; opwinding is daarentegen een vreugde in het lichaam, die vergankelijk is en innerlijke onrust en gevoelens van gevangenschap brengt;
- het communicatiekanaal tussen Uw hart en God open te houden. Uw roeping kan een leven lang voor U verborgen blijven wanneer U slechts vanuit de GEEST leeft (denken, analyseren, piekeren, redeneren, plannen, vergelijken, trachten alles met het verstand te begrijpen...). Wanneer U God en de dingen der eeuwigheid uit Uw leven bant, zult U evenmin Uw werkelijke roeping vinden, want dan gunt U Uw ziel niet het ware Leven. Een stervende of kwijnende ziel kan geen ware geestdrift ervaren, want zij snijdt zich af van de Bron van alle bezieling: God.
3. Leef in de rotsvaste overtuiging dat het ware leven pas na dit aardse leven begint. Dit bewustzijn kan de ziel zodanig buiten zichzelf helpen groeien dat zij vooruitgebrand wordt op elke meter van haar levensweg. Zij leert dan alles relativeren (niets dat van de wereld is, opblazen; het wereldse geen belang of betekenis toemeten die het helemaal niet heeft). Zij leert als het ware naar zichzelf en haar levensweg kijken vanuit de Hemel, zo ongeveer zoals God ernaar zou kijken. Hierin schuilt de extra motivatie dat de ziel zichzelf leert te doordringen van de waarheid dat aan alles een einde komt, en dat zij later, na haar heengaan uit deze wereld, zeer vele dingen die zij nu buitengewoon belangrijk acht, als totaal onbenullig zal beschouwen. Deze ingesteldheid maakt vele dingen tijdens dit leven veel lichter om te dragen. Het kijken naar het eigen leven van bovenaf geeft de ziel een zeker gevoel van vrijheid of bevrijding: zij voelt zich op één of andere vreemde wijze niet langer de gevangene van haar eigen leven.
4. Houd U steeds voor ogen dat AL Uw doen en laten, ELK woord en ELK gevoel in de loop van Uw aardse leven, van groot belang kan zijn voor het eeuwig heil van Uw ziel en van vele andere zielen, en Gods Plan dichter bij zijn verwezenlijking kan brengen. Deze zingeving aan elke schijnbare banaliteit in Uw leven kan de geestdrift in al Uw handelingen aanwakkeren. Onderschat niet de waarde (in Gods ogen) van een eenvoudige oprechte glimlach, een toegestoken hand, een bemoedigend woord, enzovoort.
5. Wapen U tegen alle ontmoediging door U steeds voor ogen te houden wat in het leven werkelijk van belang is om de eeuwige gelukzaligheid te verwerven en bij te dragen tot de volbrenging van Gods Werken. U zult merken dat onverwacht vele dingen die de wereld en werelds gezinde mensen U willen voorspiegelen als essentieel, in werkelijkheid van geen enkel belang zijn, bijvoorbeeld: leven volgens een strak schema dat men zichzelf oplegt, een lichamelijk ongemak (weet dat God met alles een bedoeling heeft, met het oog op Uw eeuwig welzijn) enzovoort.
11. Dankbaarheid
1. Volg Maria na, die bij elke minder aangename situatie in Haar leven tot God zei: Dank, Mijn God, want Ik weet dat dit Mij en andere zielen een stap dichter bij onze eeuwige bestemming brengt. U zult merken dat U het minder aangename spoedig anders zult bekijken. Dat komt doordat Uw geest en hart door deze dankzegging geherprogrammeerd worden om volkomen over te vloeien in Gods Wil en in Zijn Werken en Plannen, en ook doordat dankzegging God aanspoort om U op een bijzondere wijze te begeleiden en te beschermen.
2. Prent Uzelf voortdurend in het hart dat U slechts op de wereld bent gekomen als een onderdeeltje van het systeem dat Schepping heet, en dat de enige zin en bedoeling van Uw leven ligt in de volbrenging van Uw persoonlijk aandeel in Gods Heilsplan. Zo zult U leren beseffen dat ALLES zin heeft, en dat ALLES in Uw leven Gods aandeel vormt in het uitbouwen van een afgerond geheel: de vervulling van Uw levensopdracht, die U de verdiensten moet brengen waarmee U de eeuwige gelukzaligheid in de Hemel betaalt. U zult dan begrijpen dat alle leed, beproevingen en lasten in Uw leven slechts enkele stenen in dit bouwwerk vormen, maar dat God vrijwel alle muren plus het dak voor Zijn eigen rekening neemt. Een dagelijks Dank U, mijn Schepper, Verlosser en Heiligmaker is een heel kleine prijs voor dit eeuwig geschenk.
3. Vergeet geen ogenblik dat God met Uw leven slechts één ding beoogt: Hij verlangt, U na dit leven in Zijn eeuwig Paradijs te kunnen huisvesten. Hij vraagt daartoe de inspanning van een levenslang offer op vele wijzen, maar Hij geeft U twee onbetaalbare dingen in de plaats:
- gaven, talenten, vermogens, genaden en tussenkomst