For this blog to translate into language of your choice? Select your language below.
2 prachtige pps-jes hierboven van Godelieve en ook Mama rechts heeft ze gemaakt Klik op de banner en bekijk nog veel meer moois op haar blog
Klik op de banner hier beneden en ga eens langs bij Lenie voor nog meer moois Alle Ave Maria pps-jes hierboven zijn van haar
Gastenboek
Druk oponderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek
Wonder
12-06-2009
DE GESCHIEDENIS VAN HET CHRISTENDOM.
De meeste waren boeddhistisch, confucianistisch of taoistisch, maar een aantal droeg de naam Jezussoetra's' ; rollen geschreven door leden van de vroege chinese kerk. Opvallend is dat er een van de rollen volgens vermelding is geschreven in 641 A.D. , waarmee dit een van de eerste keren is dat een kerk deze christelijke jaartelling gebruikte. In de rollen staan doctrines die als christelijk herkenbaar zijn en veel vrij vertaald materiaal uit de evangelién, met name de leer van 'Ye Su' ( Jezus ). De tekst is beinvloed door het taoisme en klinkt vaak nogal eigenaardig voor oren die gewend zijn aan westers christendom. De Chinese kerk was geen succes. In de negende eeuw volgde de genadeklap, toen de christenen onder keizer Wu T' ang werden vervolgd. Alle monikken van buitenlandse religies kregen de opdracht hun normale levensstijl weer op te pakken. De keizer richtte zich vooral op boeddhistische monikken, die waren vrijgesteld van belastingen, maar het christendom was ook gedoemd vanwege associatie met de oudere religie. Veel kerkgebouwen en kloosters werden met de grond gelijk gemaakt en daarmee ook grotendeels de kerk zelf. Het boeddhisme kon zich nog wel herstellen.
DE MONGOLEN EN DE JUADYNASTIE.
Meer dan twee eeuwen lang verdween het christendom uit China. In de elfde eeuw werden de nestoriaanse missies naar het land hervat, waarna een christelijke gemeenschap verrees in Guangzhou. Deze christenen kwamen niet uit het Perziche centrum van de kerk, maar uit Centraal - Aziatische nestoriaanse gemeenschappen, die nu China introkken. Het waren Mongolen, een nomadengroep van Centraal - Aziatische volken. Zoals veel van hun voorgangers uit deze regio, waren het bekwame krijgers te paard. Ze werden verenigd en geleid door Temudijn, beter bekend als Djingiz Chan, die in 1206 zijn bereden krijgers uit Mongolié leidde en begon met het veroveren van het grootste continentale rijk aller tijden. Zoals we in 8 zullen zien, trokken de Mongolen beangstigend snel naar het westen en veroverden ze grote delen van Rusland, maar Djingiz Chan was meer geinteresseerd in Noord - China. In 1241 was het gehele gebied in handen gevallen van de Mongolen. De Mongoolse oorlogen beschadigden de kerk behoorlijk. De vernietiging van Merv, zetel van een nestoriaanse metropoliet en centrum van het islamitisch onderwijs, kostte een miljoen mensn het leven en ook Samarkand werd geplunderd. nkele mongolen waren zelf tot christen bekeerd tijdens de verbreiding van de nestoriaanse kerk naar Centraal - Azié na de Arabische veroveringen. Ook christelijke stammen hadden zich aangesloten bij de Mongolen, onder wie de Keréit die leefden bij de rivier de Orchon en die tot het nestorianisme waren bekeerd aan het begin van de elfde eeuw, en de Oejgoeren uit wat nu Binnen - Mongolié is. Zij konden het christendom goed combineren met de traditionele, Mongoolse nomadenleefstijl, met verplaatsbare tenten als kerken. De prins van de Kereit dronk volgens Mongools gebruik melk van zijn merrie, maar hij zegende dit eerst met een kruis. Na de verovering van Noord - China in de dertiende eeuw werden veel van deze nestorianen plaatselijke bestuurdes. In 1264 verplaatste de kleinzoon van Djingiz Chan, Koebilai Chn, de hoofdstad naar Peking en niet lang daarna noemde hij zich Juan. De Mongoolse chan was een Chinese keizer geworden en de Juandynastie was een feit. Koebilai Chan wilde de religieuze discussie in zijn grote rijk stimuleren en naast de al aanwezige nestorianen werden boeddhisten, hindoes en ( zoals we later zullen zien ) katholieken aangemoedigd om missionarissen te sturen. Peking en Chang-an' hadden een metropoliet en Datong een bisschop. Toch lijkt het erop dat bekeringen onder autochtone Chinezen nog steeds zelden voorkwamen, hoewel er, net als over de vroege nestoriaanse kerk in China, heel weinig bekend is over de Mongoolse christenen daar. Bovendien zou de invloed op lange termijn minimaal zijn. In 1368 viel de Juandynastie en de inheemse Mingdynastie die het jaar daarna aan de macht kwam, had weinig belangstelling voor het christendom. Waarschijnlijk stortte de kerk zonder de steun van Juan in en vertrokken alle missionarissen weer.
DE KERK VAN MALABAR.
De kerk van het Oosten had dichter bij huis, in India, meer succes. De apostel Tomas krijgt de eer dat hij het christendom naar Perzié bracht; rond de vierde eeuw geloofde men ook dat hij het in India had geintroduceerd. Er is geen echt bewijs dat Tomas daadwerkelijk in India was, maar het is mogeljk ; ten tijde van het Romeinse Rijk en zelfs daarna werd er handel gedreven tussen Alexandrié en de westkust van het subcontinent. Een ondernemende apostel kon gemakkelijk met een koopman naar exotische oorden zijn meegereisd om de goede tijding te brengen.
Lezing uit de 2e brief van de apostel Paulus aan de Corinthiërs 4,7-15. Psalmen 116(115),10-11.15-16.17-18. Heilig Evangelie van Jezus Christus volgens Mattheus 5,27-32.
Lezing uit de 2e brief van de apostel Paulus aan de Corinthiërs 4,7-15.
Maar we bezitten deze schat in lemen vaten; want de overvloed van kracht komt van God, en niet uit onszelf. Zo zijn we wel op allerlei wijze bestookt, maar niet benauwd; in twijfel, maar niet in vertwijfeling; vervolgd, maar niet verlaten; neergeworpen, maar niet te gronde gericht; ten allen tijde dragen we Jesus doodslijden in het lichaam rond, opdat ook Jesus. leven door ons lichaam wordt geopenbaard. Want tijdens ons leven worden we voortdurend ten dode overgeleverd om Jesus wil, opdat ook het leven van Jesus door ons sterflijk vlees wordt geopenbaard. Zó werkt de dood in ons, het leven in u. Maar in het bezit van dezelfde geest des geloofs, waarvan geschreven staat: "Ik heb geloofd, daarom heb ik gesproken," geloven ook wij en spreken het daarom ook uit; wetend, dat Hij, die den Heer Jesus heeft opgewekt, ook ons met Jesus zal opwekken, en tegelijk met u voor Zich zal doen staan. Want om u is dit alles geschied, opdat de genade, door zoveel middelen tot volheid gebracht, ook de dankzegging doet overvloeien, ter ere van God.
Psalmen 116(115),10-11.15-16.17-18.
Ik blijf dus vertrouwen, al roep ik ook uit: "Ik ben diep ongelukkig!" Al zou ik in mijn ellende ook zeggen: "Er is geen mens te vertrouwen!" Want te duur was in de ogen van Jahweh De dood zijner vromen. Ach Jahweh, ik ben maar uw knecht, de zoon van uw dienstmaagd, Toch hebt Gij mijn boeien verbroken: Ik breng U dan een offer van dank, En roep de Naam van Jahweh aan,
Heilig Evangelie van Jezus Christus volgens Mattheus 5,27-32.
Gij hebt gehoord, dat er gezegd is:Gij zult geen overspel doen. Maar Ik zeg u: Wie met begeerte naar een vrouw ziet, heeft reeds overspel met haar gepleegd in zijn hart. Als uw rechteroog u ergert, ruk het dan uit en werp het van u weg; want beter is het voor u, dat één uwer ledematen verloren gaat, dan dat heel uw lichaam in de hel wordt geworpen. En zo uw rechterhand u ergert, houw ze af, en werp ze van u weg; want beter is het voor u, dat één uwer ledematen verloren gaat, dan dat heel uw lichaam in de hel wordt geworpen. Er is gezegd: Wie zijn vrouw verstoot, moet haar een scheidingsbrief geven. Maar Ik zeg u: Wie zijn vrouw verstoot, behalve in geval van overspel, is oorzaak, dat ze overspel bedrijft; en wie een verstoten vrouw huwt, pleegt echtbreuk.
Bron : Petrus Canisius bijbelvertaling
GEBED TOT MARIA OM OPENING VAN DE HEMELPOORT.
Lieve Moeder Maria, Poort van de Hemel,
In Uw Schoot werd vóór alle tijden de Sleutel tot het Koninkrijk gelegd.
De Hemelpoort opende zich een eerste maal toen de Heilige Geest U het Mysterie van de Menswording kwam toevertrouwen.
Zij opende zich een tweede maal toen Jezus vóór Uw ogen aan het Kruis de geest gaf.
Weldra zal zij zich opnieuw openen om op Uw machtige Voorspraak onze wereld te overspoelen met de heiligende wateren van Gods Liefde.
O Koningin van de Hemel,
Open de Hemelpoort, opdat de stralen der Goddelijke Liefde alle mensenharten kunnen veroveren.
Open de Hemelpoort, opdat het Liefdevuur van de Heilige Geest alle zielen in vlam kan zetten.
Open de Hemelpoort, opdat het Hemels Licht de eeuwige lente over de aarde moge brengen.
Open de Hemelpoort, opdat de bron van Gods Genaden vrij over de zielen moge stromen.
Open de Hemelpoort, opdat de bloemen der zaligmakende deugden onophoudelijk over de kinderen Gods mogen neerkomen.
Open de Hemelpoort, opdat het Rijk der Hemelen over de hele wereld gevestigd moge worden.
Open de Hemelpoort, opdat de aanblik van Gods Heerlijkheid alle verblinde zielen moge bekeren.
Open de Hemelpoort, opdat de sluier der Goddelijke Mysteries gelicht moge worden tot overtuiging van de weifelende zielen.
Open de Hemelpoort, opdat de onvergankelijke schoonheden van de Tuinen der Hemelen in de ogen van elke ziel geprent mogen worden.
Open de Hemelpoort, opdat aller ogen weldra de Waarheid van de Hemelse Werkelijkheid mogen aanschouwen.
Kom, o Moeder, verheerlijkte Sleutel van de Hemelpoort, door Uw onvergelijkbare heiligheid kon de Hemel zich een eerste maal openen. Door Uw macht bij Gods Gerechtigheid en Barmhartigheid zal hij zich ook weldra ontsluiten in alle zielen die verlangen, deel te hebben aan de erfenis van Gods Glorie. AMEN.
Maria genoot het unieke voorrecht, de Hemel op aarde te brengen door Jezus voor de wereld te baren. Zij bezit ook de macht, de Hemel te openen voor de mens, en de Memelse stralen nogmaals over de wereld af te roepen voor de vestiging van Gods Rijk op aarde.
TOEWIJDING VAN MIJN AARDSE REIS.
O Eeuwige Vader, Bron van al het bestaande, Gever van de Weg en het Licht, les mijn dorst naar het oneindige en was mij los van alle banden die mijn ziel aan de aarde binden. Maak mij bewust van mijn Bestemming in het Land van het Eeuwig Heil.
O Jezus, Zon die schittert in de ziel die het Kruis haar liefde heeft verklaard, verdrijf mijn kilte en bevrijd mij uit de doelloosheid die mij op dwaalwegen leidt. Wees mijn Weg naar het Eeuwig Heil.
O Heilige Geest, Ster die zich slechts zichtbaar maakt in de beslotenheid van het hart dat zich aan God voorbehoudt, verdrijf mijn duisternis en genees mijn blindheid. Wees mijn Licht op de Weg naar het Eeuwig Heil.
O Engelen van God, getuigen van de Bestemming en oasen van licht, vrede en beschutting langs de Weg, verdrijf de eenzaamheid en de krachteloosheid die mijn schreden onzeker maken. Wees mijn handen, voeten en ogen op de Weg naar het Eeuwig Heil.
O Maria, Maan vervuld van het Licht dat de nacht beschaamt, Ingewijde in de Mysteries der Bestemming, door U werd de Weg op deze wereld gelegd. De handen, voeten en ogen zijn onder Uw heerschappij gesteld. Vreugde van mijn hart, stem van mijn geest en kracht van mijn ziel, wees mijn Gids op de Weg naar het Eeuwig Heil, opdat mijn aardse reis U volmaakt zou toebehoren. AMEN.
U weet dat wij in duistere tijden leven. De duisternis in de zielen is nooit zo erg geweest. De eindstrijd tussen de Hemelse machten en de machten van het kwaad voltrekt zich om ons heen. Aan Maria is de macht gegeven om de duivel aan de ketting te leggen. Zij is de uitverkorene, die Jezus, het Licht der wereld, aan de mensen moest geven om de wortels te leggen van het Rijk van Christus op aarde. Maria is door God uitverkoren om de Satan te vernietigen (zoals de Bijbel zegt : Zij is de Vrouw die de kop van de slang onder Haar voeten zal verpletteren). Het ligt daarom voor de hand dat alle mensen zich in Marias dienst zouden stellen om dat Rijk van Christus vaste vorm te helpen geven en door Haar aan God te worden gegeven. U kunt dit doen door U aan Maria toe te wijden.
Toewijding aan Maria betekent, Uzelf aan Haar geven opdat Zij U naar de eeuwige zaligheid zou kunnen leiden. U moet de bereidheid daartoe uitspreken, want God heeft de mens een vrije wil gegeven en grijpt daarin niet in, tenzij op onze uitdrukkelijke vraag en gebed.
Gebed tot Maria, Bruid van God.
Lieve Moeder Maria,
Uit de samenvloeiïng van de allerzuiverste bronnen der hemelse deugden werd Uw ziel geboren als een Bloem die nooit zou verwelken.
De Vader voedde Uw ziel met ontelbare hemelse vruchten. U voedde Jezus met de vruchten der aarde.
O begenadigde Moeder, nauw is de poort waardoor de mens Gods Rijk betreedt. Nauw was ook de poort door dewelke de Vleesgeworden God Zijn aardrijk betrad.
Hoewel de mensheid de Liefde van de Bruidegom ontrouw was geweest, vroeg Hij in U de mensheid ten huwelijk. Zoals de Vader U Uw bloed gaf, zo werd U het waardig, de Zoon Zijn Bloed te geven.
In U huwde God met Zijn schepping. In U werd het Zaad van de Geest gezaaid, en de altijdgroene Akker van Belofte bracht Gouden Koren voort.
Uitverkorene van de Vader der onvergankelijke Liefde, als vrucht van Uw jawoord in de vreugde schonk de Geest U de Zoon. Als vrucht van Uw jawoord in de smart schonk de Zoon U de kinderen van de Vader, opdat hun vreugden en smarten geheiligd worden in Uw Moederliefde, en opdat zij in U naar de Vader kunnen terugkeren.
Hoe zoet zijn de vruchten uit de Tuin van Haar die bij regen en ontij het zaad van de heilige toewijding in zich tot rijping liet brengen.
Want aan U heeft God het huwelijk met de zielen van het Licht voltrokken, opdat hun eenwording met U de bloesems der eeuwige Lente voor de wereld zou aankondigen.
In Gods genade heeft de schittering van Uw heiligheid mij de weg naar de Bruidskamer van Uw Onbevlekt Hart geopend.
God zelf wijdde ze in met het Lichaam en de Ziel van Zijn Zoon. Hemel en aarde sloten er het onverwoestbaar Verbond dat door de Dood van Golgotha het eeuwig Leven baarde voor de zielen.
Nu tekent mijn ziel er met het Bloed van de Zoon haar eeuwig verbond met de Vader, en laat zij zich in het Vuur van de Geest smelten om over te vloeien in de Bron der Heiligheid, waaruit U werd gemaakt.
Zie, in Uw kind leeft de Moeder. Gaat het niet slechts de wegen waarop de Moeder het is voorgegaan ?
U hebt mij ontvangen uit de Liefde van de Geest.
U hebt mij gebaard uit het Bloed van de Zoon.
U zult mij leiden langs de wegen van de Vader.
Want in U, Bruid van mijn God, zijn mij oorsprong en doel van mijn aardse tocht geopenbaard.
In de eenwording met U waartoe U mij hebt geroepen, heeft mijn ziel haar bruidsschat gevonden.
In de Geest zal ik met U vruchtbaar zijn.
In de Zoon zal ik met U lijden, sterven en verrijzen.
In de Vader zal ik met U eeuwig leven. AMEN.
11-06-2009
VASSULA HEALING SERVICE.
DANK U !.
Dank U !
Dankbaarheid tegenover God is een eminente weg om te leren
leven in Gods aanwezigheid.
Wie bij Christus in de school gaat, leert noodzakelijk danken.
Jezus zag Gods aanwezigheid in alles ; gebeurtenissen,
ontmoetingen, dingen.
Hij keek verder, dieper, en ontwaarde op de bodem van alles
een signaal van de unieke, mysterieuze God, met wie hij zich
altijd één wist en die hij zijn "Vader" noemde.
Dankbaarheid was de grondhouding van zijn hart.
Zelfs tegenover ons : "En wie een van deze geringe mensen
een beker koel water te drinken geeft, Ik verzeker jullie :
die zal zeker beloond worden !"
"Waarom noem je mij goed ?" , antwoordt hij aan de rijke
jongeman, "niemand is goed, behalve God".
Zijn leerling Jakobus zal later schrijven ;
"Vergis je niet : elke goede gave, elk volmaakt geschenk komt
van boven, van de Vader".
En die andere leerling, de geliefde Johannes : "Alle liefde komt
van God" , en uit de "overvloed" van Jezus "zijn we met
goedheid overstelpt".
1. Ook door de bemiddeling van mensen.
Elke welwillende mens is een kleine 'theofanie" , een verschijning
van God in ons midden.
Doorheen het goede hart van de mens stroomt de goddelijke bron.
De aandacht van een liefdevol medemens voor ons is een bries van
Gods Geest.
In de diepte van de goede mens en in de manifestatie van zijn
goede daden is het gelaat van Christus weerspiegeld.
Hoe dankbaar moeten we voor hem daarvoor zijn !
Met de scherpe blik van Jezus zouden ook wij de gouddraad
van Gods liefde kunnen bespeuren die doorheen het weefsel van
alle menselijke goedheid loopt.
In ieder 'dankjewel' tot de goede medemens kan een gebedsdraadje
geweven worden ; 'Dankjewel Heer' .
Ons dankwoord aan de mens kan een stereoklank bevatten die God
graag beluistert.
2. Mensen zijn immers voor elkaar een godsgeschenk.
We lezen in het boek Genesis hoe God man en vrouw aan
elkaar schonk.
Man en vrouw zijn een attentievolle verrassing van de Heer,
een zegen voor elkaar en een noodzaak.
Mensen zijn voortaan verbonden, kunnen elkaar gewoon niet
missen, hebben elkaar brood-nodig.
Bedenk maar eens hoeveel mensen in actie zijn gekomen
vooraleer het brood op je tafel komt ; van de zaaier
tot de bakker.
Een echtgenoot (e) , een vader of moeder, kinderen, een collega
of een vriend : we mogen hun aanwezigheid nooit helemaal
vanzelfsprekend vinden.
Hun goedheid is niet louter menselijk.
Zij is draagster van Gods liefde.
Daarom kan elk dankwoord een onderstroom van dankbaarheid
jegens God bevatten.
Je kan dat bewust leren beleven.
Van tijd tot tijd. Of altijd ?
3. Het is een goede gewoonte om elke maaltijd, privé of
samen, te beginnen met een klein dankgebed.
Zalig de gezinnen en groepen waar zulk dankgebed waardig
uitgesproken wordt.
Als dit in je eigen huis niet samen kan, niets belet dat je
ongemerkt een ogenblik in je hart binnentreedt en de Heer
dankt, waar je ook de maaltijd gebruikt, zelfs met vrienden
samen.
Iemand vertelt dat ze dat op het werk altijd doet bij de
collega's aan tafel, terwijl ze peinzend in haar bord
hete soep roert....
4. Van de ene maaltijd gaan we naar de andere.
Van de huis - of restauranttafel naar de tafel des Heren,
de eucharistie.
De evangelisten zeggen dat Jezus, terwijl hij op het laatste
avondmaal het brood in zijn handen nam, "het dankgebed uitsprak"
( Lc. 22, 19 ).
De eucharistie is zijn dankgebed naar de Vader toe, omwille
van de verlossende liefde die hij met ons mag delen ;
"Neemt en eet : dit is mijn lichaam dat voor u gegeven wordt,
mijn bloed dat voor u vergoten wordt."
Daar kunnen we ons intens verenigen met Christus' dankgebed
en ons leven neerleggen in de hand van de Vader, die voor ons
zorgt en ons aan elkander toevertrouwt.
5. Als we een poosje innerlijk in aanwezigheid van Jezus blijven,
mogen we gerust stilstaan bij zijn onophoudend dankgebed tot
de Vader, in onuitsprekelijke eenheid.
Eeuwig ontvangt de Zoon zichzelf van zijn Vader en schenkt
hij zich terug in overstromende dankbaarheid.
Onze dankbaarheid kan er in bestaan ons te laten
binnentrekken in Jezus' grote beweging van dankbaarheid.
Wat een diepe contemplatie wacht ons daar !
Nergens kunnen we beter de dankbaarheid leren dan aan
het hart van Christus.
6. Er is nog een ander domein waar onze dankbaarheid
tegenover God ontens kan opleven : dat is onze eigen goedheid
voor de anderen.
Als "alle liefde van God komt" , dan ook die van onze
eigen goede daden.
Het gebed kan daar zelfs twee keer in zijn plaats krijgen.
Ten eerste, vooraleer we een dienst bewijzen.
Dat is niet evident, daarvoor moet je jezelf loslaten en we
plakken zo stevig aan onszelf.
We moeten ons een beetje geweld aandoen ; een goed moment
dus om even te bidden en aan de Geest de "goede gave" te
vragen voor die ander, de milde houding van het hart, het
juiste woord, de gepaste handeling, de zachte stilzwijgendheid,
de humor die vergeven en vergeten kan.
Veel goede daden worden nooit gesteld, gewoon omdat we er
niet de kracht en de wijsheid voor gevraagd hebben aan God.
En ten tweede kunnen we na de goede daad de Heer danken
dat hij ons hielp.
"Wat heb je dat je niet gekregen hebt" zegt Paulus.
7. We zeiden dat de dankbaarheid het geheugen is van
het hart.
Geheugen moet geoefend worden dat weten we nog van op
de schoolbanken en dat weten we opnieuw als we een dagje
ouder worden.
Ook ons geheugen voor God moet geoefend worden.
Anders vergeet je hem en raak je de gebedstaal helemaal
kwijt, je relatie met de Heer kwijnt, raakt in ademnood,
is op sterven na dood of is al dood.
Welnu, dankzeggen om de vele kleine goede dingen van het
leven en van de medemens is een prachtige oefening van
het gebedsgeheugen !
Naarmate je leert danken zal je indachtig blijven dat
God liefde is.
Dat zal je hele geloof tot nieuw leven wekken en daarmee
je blik op de mens.
8. Soms kan je "in de put zitten" , zoals men zegt.
Je kijkt pessimistisch tegen de nieuwe dag en het
hele leven aan.
Alles is donker, stormachtig.
Niets lijkt nog positief.
Je zou willen razen tegenover iedereen.
Ofwel sluit je je van de anderen af, in barse, stilzwijgendheid.
Beeld zonder klank, en wat een beeld.......
Dan zal het nuttig zijn om toch maar bewust te zoeken
naar de goede dingen die nog altijd overblijven, waar je
nu geen oog voor hebt maar die je toch kan terugvinden,
zij het nu met enige geestesinspanning.
Probeer dan ook voor de herontdekte goede dingen tot
God een kort dankgebed richten.
Als een litanie van de goede dingen en van de goede naaste.
Ik dank je God, dat ik mag leven.
Ik dank je dat het me fysiek niet te slecht vergaat en dat
ik nog kan bewegen.
Ik dank je dat ik wel nog wel iemand heb met wie ik wel
eens zou kunnen praten.
Ik dank je dat ik vandaag een werk heb om mee bezig te zijn.
Ach, daar zal ik nog vrienden ontmoeten ook.......
Ik dank je dat ons gezin te eten heeft, terwijl veel mensen
van honger omkomen........
Ik dank je omdat de zon weer opgaat en omdat, nu ik
naar buiten kijk, de lente weer doorbreekt.
Ik dank je, God, omdat Christus je "onze vader"
heeft genoemd en omdat je me aanmoedigt vertrouwen
te hebben.
Ik dank je omdat ik nog bekwaam ben om te danken....
Een beetje moeizaam ben je aan het bidden geraakt.
Je beseft dat er altijd Iemand is bij wie je je uit
kan spreken.
Jezus nodigt je daartoe uit: "Kom naar mij" , jullie die
vermoeid zijn en onder lasten gebukt gaan.
Dan zullen jullie werkelijk rust vinden.
De Heer heeft een luisterend oor en een meevoelend hart.
Hij is zelf door een dal van lijden gegaan en, uit het graf
verrezen wil hij je halen uit de diepe put waarin je nu zit.
9. Zo begrijpen we beter waarom het eucharistisch hooggebed
dikwijls begint met deze woorden : "Vader, om recht te doen
aan uw heerlijkheid, om heil en genezing te vinden zullen
wij u danken, altijd en overal."
Danken, "altijd en overal" !
Voor het gezin en de vrienden.
Voor de gezondheid en de talenten.
Voor het brood en de wijn.
Voor Mozart en de zon.
Voor Christus en de liefde.
Voor het geloof en het gebed.
Danken, "altijd en overal".
DE GESCHIEDENIS VAN HET CHRISTENDOM.
De zijderoute naar het verre China liep door deze streken. Er waren al christenen over de zijderoute gegaan, maar er is weinig bekend over wat zij deden. Wel weten we dat in 552 twee avontuurlijke Perziche monniken erin slaagden om zijderuspen uit China te smokkelen, waarmee ze zelf zijde hoopten te produceren. Dit leidde tot een contract met de Byzantijnse keizer Justinianus en de oprichting van de Romeinse zijde - industrie in Constantinopel, maar niet tot de verbreiding van het christendom in China. daarin speelde de uitbreiding van de Perzische macht richting het oosten een belangrijkere rol. In de zesde eeuw boekte de landbouw in heel Mesopotamië grote vooruitgang en de Perzische koningen probeerden mensen in de nieuwe vruchtbare gebieden te vestigen om hun macht daar te consolideren. Bij aanvallen op het Romeinse Rijk werden christenen gevangen genomen en in groten getale naar de nieuwe woonoorden overgebracht. Het ging hen daar goed en er verrrezen meer christelijke nederzettingen, steeds oostelijker tot ver in Centraal - Azië. In 549 vroegen de Hunnen van Bactrië aan de nestoriaanse patriarch om een bisschop. Merv, een oase aan de zuidrand van de Karakoemwoestijn en een oostelijke grensplaats van het Perzische rijk, werd een soort centrum van het Centraal - Aziatische christendom met zijn eigen metropoliet. Een van deze bisschoppen, Elia, gaf opdracht tot missies naar Turkestan. In heel het gebied dat nu Iran, Afghanistan en Oezbekistan is, verschenen christelijke gemeenschappen. De stad Samarkand, afwisselend bestuurd door Arabieren, Turken en Mongolen, had zelfs een eigen bisschop. Er is niet veel bekend over de Centraal - Aziatische Kerk in die tijd, maar het christendom lijkt zich snel en op grote schaal te hebben verbreid. Hoe verder oostwaarts het kwam, hoe meer het Syrisch werd vervangen door streektalen, zoals het Sogdisch, de taal van Samarkand. In de twintigste eeuw werden veel christelijke manuscripten - uit diverse periodes en plaatsen, en in verschillende talen - gevonden in het voormalige Turkestan, met bijzonder veel materiaal uit Xinjiang. Daar bevond zich een looster bij de oase Turpan, in China, want de nestoriaanse kerk verspreidde zich zelfs tot in China.
DE VROEGE KERK.
In 635 arriveerde een monnik genaamd Alopen in Si-an-foe met boeken en prenten. De keizer stond hem toe om zijn 'lichtende religie' te prediken en vond een klooster voor hem. Ook droeg hij hem op de boeken die hij had meegebracht in het Chinees te vertalen. Of hier iets van terechtkwam is niet bekend, maar in 638 werd wel een Syrisch klooster gesticht in Chang'an ( nu Xi'an ). De missie breidde zich uit. In 642 werden de eerste christelijke teksten vertaald in het Chinees en er wordt beweerd dat in de tweede helft van de zevende eeuw kloosters werden gebouwd in alle hoofdsteden van de prefecturen van het rijk, hoewel het onwaarschijnlijk is dat er daadwerkelijk kloosters waren in alle ongeveer 360 prefecturen. De 'Perziche religie' , zoals de Chinezen het noemden, groeide vooral in het noorden van China. We weten niet hoe de autoriteiten - of zelfs wie dan ook - hier tegenaan keken, maar alleen al het gebrek aan bronnen geeft aan dat het christendom relatief weinig invloed had in deze periode. Over deze vroege Chinese kerk is bar weinig bekend. De verbreiding schijnt grotendeels door buitenlanders te zijn gedaan ; in het klooster in Chang'an woonden bijvoorbeeld alleen Syrischsprekende monikken. Het christendom in China was waarschijnlijk eerder een importproduct voor buitenlanders, dan iets waar de Chinezen zelf in zouden geloven. De kloosters stonden bekend als Ta-tsinkloosters, naar de Chinese naam voor Byzantium. Kennelijk maakten de Chinezen geen onderscheid tussen de orthodoxe en de nestoriaanse kerken. Toch wijst het aantal kerken en hun ogenschijnlijke succes erop dat in ieder geval enkele Chinezen moeten zijn bekeerd. Kuo Tzu-i, een belangrijke generaal aan het einde van de achtste eeuw, gaf grote sommen geld voor de bouw van kerken, dus sommige Chinezen droegen de kerk in ieder geval een warm hart toe. Veel van wat we weten over deze periode is afkomstig van een stéle, een stenen monument, in 781 gemaakt in Chang'an en in 1625 ontdekt ( het bestaan van de Chinese kerk was tot die tijd totaal vergeten ). Dit is één van de stéles die werden gemaakt voor de kerken in de provinciale hoofdsteden en hierop staan veel priesters en bischoppen vermeld ; allemaal buitenlanders. Nog opmerkelijker dan deze stéle was in 1907 de ontdekking van een enorme hoeveelheid religieuze documenten in een grot bij Dunhuang.
Lezing uit de Handelingen der apostelen 11,21-26.13,1-3. Psalmen 98(97),1-6. Heilig Evangelie van Jezus Christus volgens Mattheus 10,7-13.
Lezing uit de Handelingen der apostelen 11,21-26.13,1-3.
En de hand des Heren was met hen: een groot aantal werd gelovig, en bekeerde zich tot den Heer. Zodra het gerucht hiervan de kerk van Jerusalem ter ore kwam, vaardigde men Bárnabas naar Antiochië af. Toen hij daar aankwam, en hij Gods genade zag, was hij verheugd, en spoorde allen aan, den Heer trouw te blijven, door de goede gesteltenis van hun hart; want hij was een vroom man, vol van den Heiligen Geest en van geloof. En een grote schare werd voor den Heer gewonnen. Vervolgens vertrok hij naar Tarsus, om Saul op te zoeken; hij trof hem daar aan, en bracht hem naar Antiochië. Een vol jaar bleven ze in deze gemeente bij elkander, en gaven ze onderricht aan een talrijke schare. Te Antiochië werden de leerlingen voor het eerst christenen genoemd. Er waren nu in de Kerk te Antiochië de volgende profeten en leraars: Bárnabas; Simon, bijgenaamd Niger; Lúcius, de Cyreneër; Mánahen, de zoogbroeder van den viervorst Herodes, en Saul. Terwijl ze nu eens de dienst des Heren vierden en vastten, zeide de Heilige Geest: Zondert mij Saul en Bárnabas af voor het werk, waartoe Ik ze geroepen heb. Toen legde men hun, na vasten en bidden, de handen op, en zond hen uit.
Psalmen 98(97),1-6.
Zingt een nieuw lied ter ere van Jahweh, Want wonderen heeft Hij gewrocht; Zijn rechterhand heeft Hem geholpen, Zijn heilige arm Hem gesteund. Jahweh heeft zijn redding doen zien, Voor het oog der volken zijn goedheid getoond; Hij was zijn liefde voor Jakob indachtig, En zijn trouw aan Israëls huis. Ziet nu, alle grenzen der aarde, De redding, door God ons gebracht! Jubelt voor Jahweh, heel de aarde, Juicht, weest vrolijk en zingt; Speelt op de citer voor Jahweh, Op citer en harp, Op trompet en bazuin: Jubelt voor Jahweh, den Koning!
Heilig Evangelie van Jezus Christus volgens Mattheus 10,7-13.
Gaat, preekt hun, en zegt: Het rijk der hemelen is nabij! Geneest zieken, wekt doden op, reinigt melaatsen, drijft boze geesten uit. Om niet hebt gij ontvangen; geeft om niet. Goud-, zilver- noch kopergeld moogt gij in uw gordels dragen, geen tas, geen twee onderkleren, geen schoeisel, geen reisstaf meenemen; want de arbeider heeft recht op zijn onderhoud. In welke stad of dorp gij ook komt, onderzoekt, wie daar de waardigste is; en blijft bij hem, totdat gij weer afreist. Als gij dat huis binnentreedt, brengt het uw groet. En zo dat huis het waardig is, dan daalt uw vrede er over neer; zo niet, dan keert uw vrede terug op u.
Bron : Petrus Canisius bijbelvertaling
GEBED OM VERENIGING MET JEZUS CHRISTUS .
O Jezus Christus, gezegende Messias van God,
Leg in mij de kracht van de Christus die zieken genas, opdat ik verlichting en genezing kan brengen door de macht van de Liefde.
Leg in mij de kracht van de Christus die Lazarus uit de doden opwekte, opdat ik vallende zielen de weg naar het Leven kan wijzen.
Leg in mij de kracht van de Christus die duivels uitdreef, opdat ik mensen kan helpen bevrijden uit de greep van het kwaad.
Leg in mij het Licht van de Christus die Gods Wijsheid openbaarde, opdat mijn woorden zielen op de weg naar bekering kunnen leiden.
Leg in mij de Liefde van de Christus die voor alle zondaars aan het Kruis heeft willen sterven, opdat ik mijn dagelijks lijden met liefde kan aanvaarden tot redding van mijn medemens. AMEN.
God had onze aarde bestemd om een paradijs te zijn. Door de erfzonde en de schuld door alle verdere zonden van de mensheid van alle tijden is onze wereld nu een offeraltaar geworden. Hoe meer liefde op dat altaar geofferd wordt, des te meer genaden worden over de mensheid uitgestort. Dat is de sleutel tot het geheim : de liefde. Daarom ook kunnen sommige zielen zo veel verkrijgen, omdat zij in hun hart de sleutel tot Gods Hart hebben gevonden : de liefde, die de schatkamers der genaden opent doordat zij veel schuld jegens Gods Gerechtigheid afbetaalt.
SMEEKGEBED OM DE BLOEMEN VAN DE HEILIGE GEEST .
(elke aanroeping wordt voorafgegaan door Kom, Heilige Geest, ik smeek om Uw bloem van..., en gevolgd door "Eer aan de Vader en de Zoon en de Heilige Geest, zoals het was in het begin, en nu en altijd, en in de eeuwen der eeuwen, amen") :
1. het vermogen tot onderscheiding tussen goed en kwaad
2. reinheid naar het lichaam
3. zuiverheid van gedachten
4. zuiverheid van gevoelens
5. zuiverheid van verlangens
6. zuiverheid van woorden
7. geloof en vertrouwen in Gods Liefde en Voorzienigheid
8. het vermogen tot volkomen overgave aan Gods Wil
9. vurige devotie tot de Heilige Drievuldigheid en de Heilige Maagd Maria
10. mildheid voor de fouten en tekortkomingen van mijn medemensen
11. verdraagzaamheid jegens mijn medemensen
12. grenzeloze en onvoorwaardelijke naastenliefde
13. zelfverloochening voor het heil van mijn medemensen
14. het vermogen om te lijden in liefde en overgave
15. bevrijding van alle angst, vrees en onzekerheid
16. geduld met anderen, met mijzelf en met situaties
17. blijmoedigheid en vreugde in alle omstandigheden
18. vrede van hart
19. bewustzijn van Gods Aanwezigheid bij mij en van Zijn werking in mij
20. zachtmoedigheid zoals Maria
21. zelfbeheersing en gelijkmoedigheid
22. matigheid in de bevrediging van alle materiële behoeften
23. bereidheid tot verstervingen, offers en boetedoening
24. vurige beleving van Eucharistie en gebed
25. dorst naar redding van zielen
26. kracht in lichaam, geest en gemoed
27. weerstand tegen alle bekoringen
28. het ontvluchten van alle zonde
29. eerbied voor alle leven
30. vriendelijkheid, tact en medeleven jegens mijn medemensen
31. wijsheid, inzicht en doorzicht
32. het vermogen om mijn medemensen te bemoedigen
33. diepe liefde voor God en alle wezens in de Hemel en op aarde
34. eerlijkheid en oprechtheid
35. onzelfzuchtigheid en nederigheid
36. kennis van de eeuwige Waarheid
37. bevrijding van alle verwarring in mijn gedachten en gevoelens
38. vredelievendheid, vergevingsgezindheid en drang tot verzoening
39. totale toewijding aan de Heilige Maagd Maria
40. volharding in alle deugden, ook bij tegenspoed
AKTE VAN UITERSTE OVERGAVE AAN MARIA .
Onderstaande akte is uitsluitend ingegeven voor hen die bereid zijn, de gelofte van een TOTALE toewijding aan Maria af te leggen. Deze akte heeft de kracht van een heilige eed. De naleving ervan vergt een absolute overgave van zichzelf aan Marias leiding, een totale en uiterste dienst aan Haar, als Haar apostel. Leg deze eed alleen af zodra U bereid bent tot een leven in absolute onderwerping aan de Moeder Gods, en bid vurig om de kracht van vergeestelijking om in woord en daad alleen Maria toe te behoren.
Allerheiligste Maagd Maria, hoogverheven Koningin der Hemelen en mijn machtige Meesteres, wil de absolute gave van mijzelf aan U aanvaarden en mij sterken in de dienst die U van mij mag verlangen. Wil mijn vurig verlangen aanvaarden om slechts door, met en in U te leven.
Ik smeek U, Maria, wees mijn Moeder. Ik lever mijzelf uit aan de wedergeboorte uit U als Uw geest en Uw vlees en bloed.
Ik smeek U, Maria, wees mijn Beschermster. Ik geef mijzelf over aan Uw macht over alles wat mij bedreigt naar ziel, geest, hart en lichaam.
Ik smeek U, Maria, wees mijn Bruid. Ik bind mijn hele wezen aan U in trouw en uiterste liefde.
Ik smeek U, Maria, wees mijn Voorspreekster. Ik leg mijn lot in Uw handen, alle dagen van mijn leven en in het uur van mijn dood.
Ik smeek U, Maria, wees mijn Meesteres. Ik leg mijn hele wezen als Uw slaaf aan Uw voeten.
Ik smeek U, Maria, wees mijn Leidster. Ik erken Uw absolute macht over mij en beloof U eeuwige gehoorzaamheid.
Ik smeek U, Maria, wees de Heerseres van mijn tempel. Leef en heers in mij elk uur van de dag en de nacht, en maak mij één met U in het heilig offer.
Ik smeek U, Maria, wees mijn Koningin. Brand Uw wil en Uw wet in mijn ziel, in mijn geest en in mijn vlees, en leg mijn wil voorgoed aan banden.
Ik smeek U, Maria, wees mijn Middelares van alle genaden. Ik wil alles wat ik krijg, slechts aan U alleen te danken hebben en totaal van U afhankelijk zijn.
Ik smeek U, Maria, wees mijn Alles. Ik ben Uw bezit en eigendom, totaal, onvoorwaardelijk en voor eeuwig, in Gods Licht, want alles is aan Uw voeten gelegd.
O mijn allerheiligste Meesteres, ik smeek U, door mijn dienst aan U de genade te mogen verdienen, in U te leven en in U te sterven. Zo moge de Heilige Geest mij bijstaan. AMEN.
10-06-2009
AAN ALLE LEZERS VAN DIT BLOG.
MARY CATHERINE BAXTER.
ZO WIL JE TOCH NIET EINDIGEN ?
MORGENGEBED. .
Mijn God, neergeknield in uw heilige en aanbiddelijke
tegenwoordigheid, aanbid ik uw oneindige Majesteit.
Ik bemin uw onovertrefbare goedheid uit geheel mijn
hart, uit geheel mijn ziel, uit al mijn krachten en
boven alles.
Dank U, omdat Gij mij deze nacht hebt bewaard.
In vereniging met de verdiensten van Jezus Christus
en door het Onbevlekt Hart van Maria, Haar ter ere
en volgens Haar inzichten, offer ik U al mijn gedachten,
woorden, werken, vreugde en lijden van deze dag, al mijn
inspanningen.
Ik bevestig niets te willen doen, zelfs geen stap,
geen beweging, geen blik, geen zucht, wat ik niet
volledig en alleen wil wijden aan uw allerheiligste
en zeer aanbiddelijke Liefde.
Ik maak het voornemen al de aflaten te verdienen die
de heilige Kerk ons ter beschikking stelt, en ze toe
te passen op de zielen van het vagevuur, naar believen
van onze allerzoetste en zeer beminnelijke Moeder,
de allerheiligste Maagd Maria.
Al wat Uw allerheiligste Wil me zal voorbehouden, wil
ik uitvoeren uit liefde tot U en om in uw liefde te
groeien.
Mijn God, omwille van de liefde van Jezus
Christus, verlos me van al mijn zonden, nu en in
de toekomst.
Zeer zachte Jezus, verleen me, door uw verdiensten,
de genade om intiem en heilig met U verenigd te blijven.
Mijn lieve Moeder Maria, zegen me en neem me op onder
uw moederlijke bescherming.
Mijn heilige Engel Bewaarder en al mijn Beschermheiligen
spreek bij God voor mijn ten beste.
AMEN.
DE GEEST VERANDERT ALLES.
DE GEEST VERANDERT ALLES.
Als de heilige Geest in je leven mag binnenkomen,
wordt het allemaal anders.
Het verandert niet de omstandigheden waarin je leeft.
Hij laat je milieu, je land of je stad zijn wat ze zijn,
maar Hij verandert je hart.
Hij is de Geest die leven geeft, en als Hij zijn intrede
in je doet, wordt alles wat dood was levend.
De geloofswaarheden die je misschien al jarenlang van
buiten kent en die je iedere zondag in de kerk beleden
hebt, worden vervult van licht, leven en kracht wanneer
je je openstelt voor de heilige Geest.
Wat je bewaarde in je hoofd, daalt nu neer in je hart
en wordt daar laaiend vuur.
Een christen die vervuld is van de heilige Geest, weet
dat God nooit ver weg is.
Zolang je de heilige Geest niet ontvangen hebt, kunnen
de woorden van Jezus niet levend worden in jou.
Maar als de Geest je even nabij mag komen als de
lucht die je inademt, wordt ieder woord van Jezus een
frisse bron waarvan je met altijd nieuwe vreugde kunt
drinken, zonder er ooit genoeg van te krijgen.
Elke dag is de dag van God.
Paulus, Apostel na de Twaalf.
Paulus, Apostel na de Twaalf.
Conferentie door Dr. L. Kiebooms.
We hebben van Paulus brieven door E.H. Van de Kerckhove leren kennen, maar soms is het eens interessant om een totaalbeeld te krijgen van wie is Paulus en wat heeft hij gedaan. Als gids neem ik het boek van Anton Van Wilderode, een van de grote dichters, die een boek publiceerde: Apostel na de Twaalf (Davidsfonds/Leuven). Ge kent de twaalf apostelen, Judas valt af en Mattias komt in de plaats. En dan komt eigenlijk Paulus, Apostel na de Twaalf.
Anton Van Wilderode, die een dichter is, schrijft in alexandrijnse verzen en ik vind dat eigenlijk wel mooi en hij beschrijft Paulus omdat hij op alle plaatsen is gaan bedevaarten waar Paulus gepredikt heeft. Hij volgt Paulus dus op al diens tochten totdat deze in Rome wordt onthoofd. (Omwille van het copyright zal telkens enkel de titel van de gedichten vermeld worden samen met de verwijzingen naar het Nieuwe Testament waar er worden vermeld in het boek).
Dit hele boek hier lezen is onmogelijk, maar ik zal in stukken die weg volgen zoals Anton Van Wilderode ons meeneemt in zijn dichterlijke visie op Paulus, maar waar hij dan toch zeer getrouw de teksten volgt. Hij begint met Paulus voor te stellen en neemt daarvoor de episode in de Handelingen van de Apostelen waarin Paulus voor de tweede maal op bedevaart naar Jeruzalem gaat. Een eerste keer ging Paulus nadat hij in Arabië drie jaar in de woestijn doorbracht. Toen is hij er maar enkele weken geweest maar toen zegde men hem eigenlijk: Stap het hier maar vlug af, want gij veroorzaakt hier zoveel oproer dat wij met u niets kunnen aanvangen., en hij werd zachtjes terug naar Tarsus afgevoerd.
Er ontstaat dan een vrij grote christengemeente in Antiochië en Barnabas gaat hem halen in Tarsus waar hij, samen met Barnabas, verder evangeliseert in Antiochië. Het is tijdens die periode dat hij ook begint om rechtstreeks heidenen te dopen, zonder dat die besneden zijn. Omdat de Joodse gelovigen denken dat iedereen moet besneden worden, omdat zij als uitverkoren volk dit teken moesten aannemen, ontstaat dus die discussie. Op het eerste concilie in Jeruzalem valt dan de beslissing: Neen, ze moeten niet besneden worden, maar ze moeten zich wel onthouden van het eten van verstikt vlees en van ontucht. Dit wil zeggen: zij mogen niet deelnemen aan de offermaaltijden van diegenen die aan de afgoden offeren en zij mogen geen seksuele omgang hebben met andere vrouwen, bedoeld worden hier in de eerste plaats de tempelpriesteressen (tempelhoeren). Dat is alles. Paulus doet een aantal rondreizen en komt dan voor een derde keer terug in Jeruzalem met de giften van de gelovige gemeenschappen waar hij geweest is, brieven heeft naartoe gestuurd en bedeltochten heeft gehouden.
Op het tempelplein wordt Paulus plots herkend door zijn vijanden en die veroorzaken een oproer waarbij hij bijna wordt gelyncht. De Romeinse soldaten ontzetten hem en op het punt dat hij de kazerne wordt binnengedragen richt hij zich tot de bevelhebber: Mag ik u misschien iets zeggen? En de bevelhebber antwoordde: Kent gij Grieks? Gij zijt dus niet die Egyptenaar die een tijd geleden oproer verwekt heeft . Men neemt hem voor een ander.
Ik, Paulus (pag. 13) Hand. 22, 3, 4 en 6. En Paulus zegt: Ik ben een Jood uit Tarsus in Cilicië, burger uit een niet onaanzienlijke stad en ik verzoek u: sta mij toe het woord tot het volk te richten. En dan houdt Paulus een toespraak, maar in het Hebreeuws. Paulus vertelt daarin over zijn opleiding aan de voeten van Gamaliël en zijn wedervaren op zijn tocht naar Damascus om daar ook de christenen in de boeien te slaan. Wanneer Paulus dan over zijn optreden ten aanzien van Stefanus begint te praten, luisteren de toehoorders niet verder meer en ze willen hem weer lynchen. En terwijl ze zo krijsend hun mantels afwierpen en stof in de lucht gooiden, laat de bevelhebber Paulus de gevangenis binnen brengen om hem, onder het toedienen van geselslagen, een verhoor af te nemen. Maar Paulus zegt tot de dienstdoende honderdman: Moogt gij een Romein geselen en dan nog wel zonder veroordeling?, waarop die honderdman hem dan toch maar gerust laat omdat het niet kon dat een Romeins burger werd gegeseld.
Stefanos 1+ 2+3+4+5+6+7 (pag. 26-32) Hand. 6, 5-11 + 7. Van Wilderode gaat dan terug naar de plaats in Handelingen waar Paulus, als Saulus, voor de eerste keer zal vermeld worden. Dit gebeurt bij de steniging van Stefanus. Deze kreeg, door handoplegging door de apostelen de dienst van diaken toegewezen. Zijn optreden roept onmiddellijk weerstand op en Stefanus wordt ervan beschuldigd dat in zijn woorden een laster tegen God en tegen Mozes is te horen en hij wordt voor het Sanhedrin gesleept waar Stefanus zijn redevoering houdt en elke aantijging van de hand wijst. Zijn woorden en zijn uitstraling zijn van die aard dat niemand ook maar iets kan weerleggen van wat hij zegt. De toehoorders evenwel ontstaken in woede, gooiden zich als één man op hem, sleepten hem buiten de poort en stenigden hem. Het verschijnen van Saulus wordt aangegeven met de droge opmerking dat hij de kleren van diegenen die de stenen gooiden oppaste. Nu breekt er dus een vervolging uit waarin Paulus een leiding neemt over de uitvoering van die vervolging en in de brieven die hij hiertoe krijgt zijn er een aantal waarin hij de opdracht krijgt de christengemeente in Damascus te vervolgen en voor het Sanhedrin in Jeruzalem te brengen.
Saulus op weg naar Damascus 1+2+3+4+6+7 (pag. 37-43) Hand. 9 + 22, 7-11. Dan volgt, in alexandrijnen, het wedervaren van Paulus toen hij aldus op weg naar Damascus van zijn paard werd gebliksemd en de stem van Jezus hoort wanneer Hij vraagt: Saul, Saul, waarom vervolgt gij Mij? Waarop Paulus vroeg: Wie zijt Gij, Heer? Ik ben Jezus die gij vervolgt. Maar sta op en ga de stad in; daar zal iemand u zeggen wat ge doen moet. Paulus stond recht en al waren zijn ogen open, zag hij niets. Hij werd de stad binnengeleid tot bij Ananias, een wetgetrouw man, die te goeder naam en faam bekend staat bij alle Joodse ingezetenen.
Damascus 1+2+3+4+5+6 (pag. 44-49) Hand. 9 Dat is dus het verhaal van de bekering van Paulus, bij Van Wilderode in dichtvorm, waarbij Paulus ook zijn zwakheid ervaart bij de hulp die Ananias, in opdracht van de Heer, hem geeft.Dit staat ook beschreven in de 2de brief aan de Korintiërs (11, 30-33) waar Paulus dat zelf vertelt en dan interpreteert hoe hij dus eigenlijk, louter door de genade Gods van zijn paard gegooid wordt, dat hij gedoopt wordt en dat hij dan de apostel wordt na de twaalf. Paulus zegt: Als er toch geroemd moet worden, zal ik roemen op mijn zwakheid. God, de Vader van onze Heer Jezus gezegend is Hij in eeuwigheid! weet dat ik niet lieg. Toen ik in Damascus was liet de stadhouder van koning Arétas de stad bewaken om mij te vangen; en om aan zijn handen te ontsnappen, moest ik in een mand worden neergelaten door een venster in de stadsmuur.
Aan de Galaten 1+2 (pag. 52-53) Gal. 1, 15-17 18-24. Maar toen besloot God, die mij vanaf mijn geboorte had uitgekozen en mij riep door zijn genade, zijn Zoon aan mij te openbaren, opdat ik Hem onder de heidenvolken zou verkondigen. Daarna vertrok ik meteen naar Arabië, zonder een mens te raadplegen. Ik ben ook niet naar Jeruzalem gegaan, naar hen die eerder apostel waren. En van Arabië ben ik weer teruggekeerd naar Damascus. Pas drie jaar later ging ik naar Jeruzalem om met Kefas kennis te maken. Zo belandt Paulus, na zijn omzwervingen, in Tarsus, zijn geboortestad en herneemt dan zijn oude taak van tentenmaker.
De derde stad 2+3 (pag. 68-69) Hand. 11.Dan verschijnt op Handelingen 11 de episode in Antiochië dat een vrij ruime christengemeente kent want de zaak met Stefanus zorgde ervoor dat de christenen zich verspreidden over Fenicië, Cyprus en Antiochië. Daar predikten zij enkel tot de Joden. Maar er waren onder hen mannen uit Cyprus en Cyrene die na hun komst in Antiochië zich ook tot de Grieken richtten en hun de Heer Jezus verkondigden. De hand des Heren was met hen zodat een groot aantal het geloof aannamen. Barnabas wordt daarom afgevaardigd vanuit Jeruzalem om naar Antiochië toe te gaan. Barnabas gaat dan naar Tarsus om aan Paulus te vragen met hem mee te gaan naar Antiochië om er te evangeliseren.
Perge 3+4 (pag. 76-77) Hand. 13.Paulus gaat met Barnabas naar Perge, een van de grote Romeinse steden, en zij evangeliseren daar. Marcus, van wie wij het evangelie hebben, kwam daar ook bij hen. Marcus kon blijkbaar niet op tegen de missiereizen zoals Paulus ze deed en hij keerde naar Jeruzalem terug. Hij zal niet meer met Paulus samen gaan, maar zal dan de tolk worden van Petrus. Zo krijgt ge dus Petrus-Marcus en Paulus-Lucas.
Tocht door de Tauros (pag. 79) Paulus trekt dan door de Taurus, het gebergte dat tot in de sneeuw loopt en dat moeilijk te overkomen is en zo komt hij dan in Antiochië in Pisidië aan. Daar evangeliseert hij in het tweede Antiochië want het andere ligt in Syrië.
Antiochië in Pisidië 2 + Thekla (pag. 88-91) Hier wordt het verhaal van Thekla verteld dat wij eigenlijk niet kennen. Het is een van de apocriefe verhalen rond Paulus. Het gaat over een meisje dat hem volgt, dat gemarteld wordt en dan sterft in een grot.
Lystra 6+7+8+9+10+11+12 (pag. 97-103) Hand. 14, 8-10 11-12 12-14 15-18 19-20.Paulus gaat dan naar Lystra. Het verhaal dat zich daar afspeelt, staat op een prachtige wandtapijt in de kerk van Halle. Paulus komt Lystra binnen en ziet daar een lamme zitten. Paulus geneest die lamme en daarop zijn de inwoners van Lystra ervan overtuigd dat het de twee goden, Zeus en Hermes zijn, die de genezing hebben teweeg gebracht. Zij roepen de heidense priester die onmiddellijk met een stier aankomt voor een offer voor hen beiden waarop Paulus zegt: Ik wil dat niet. Hij kon nauwelijks verhinderen dat er voor hem en Barnabas die stier werd geofferd. Er kwamen echter Joden uit Antiochië en Ikonium die de bevolking van Lystra ompraatten. Daarop stenigden ze Paulus en ze sleepten hem buiten de stad in de mening dat hij dood was. Maar toen de leerlingen om hem heen waren gaan staan, richtte hij zich op en ging weer de stad binnen. De volgende dag vertrok hij met Barnabas naar Derbe.
Jeruzalem + Aan de Galaten + Twistgesprek (pag. 104-107) Gal. 2, 1-2 7-9.Paulus verliet dus Lystra en hij vertelt dan aan de Galaten over zijn terugkeer naar de stad Jeruzalem. Dus eerst drie jaar Damascus en dan terug naar Jeruzalem voor een korte episode, dan weer over Tarsus naar Antiochië en dan, na veertien jaar, de hier beschreven terugkeer naar Jeruzalem. Paulus legt zijn predicatie en de wijze waarop hij evangeliseert uit aan wat hij noemt de steunpilaren in Jeruzalem. In het boek van Anton Van Wilderode volgen dan de gedichten waarin Paulus wordt beschreven en waarvan het eerste begint als volgt: Ik zie je met de hulp van mijn verbeelding Als bron wordt hier vermeld De handelingen van Paulus en Thekla. 2de eeuw.
Eutychus 1+2+3 (pag. 119-121) Naar Hand. 20, 9-12. Paulus komt dan in Troas waar de episode met Eutychus zich afspeelt die in een vensterraam zit en naar beneden valt. Hij ligt voor dood op de grond, maar Paulus wekt hem terug op en geneest hem.
Visioen in Troas (pag. 122) Hand. 16, 9-15. In Troas krijgt Paulus het visioen om over te steken en om zijn werk verder uit te breiden. Daarin krijgt hij te horen: Gij moet niet in Klein-Azië blijven. Gij moet naar de overkant, Macedonië, gaan. Daar had Paulus s nachts een visioen: er stond een Macedoniër voor hem die hem smeekte: Steek over naar Macedonië en kom ons te hulp. Na zijn visioen zochten wij onmiddellijk een gelegenheid naar Macedonië te vertrekken, want we maakten er uit op dat God ons geroepen had om hun het Evangelie te verkondigen. Wij voeren dus af van Troas en van daar naar Filippi, een stad in het eerste district van Macedonië en een kolonie.
Lydia van Filippi (pag. 124-126) Hand. 16, 9-15. In Filippi ontmoet hij de bekende Lydia die hem onderdak geeft. Ook een zekere Lydia uit de stad Tyatira, die purperen stoffen verkocht zij was een godvrezende , hoorde toe en de Heer maakte haar hart ontvankelijk voor wat door Paulus gezegd werd. Nadat zij en haar huisgenoten gedoopt waren, nodigde ze ons uit en zei: Als ge van oordeel zijt dat ik werkelijk in de Heer geloof, komt dan in mijn huis en neemt daar uw intrek. En zij drong er bij ons sterk op aan.
Gevangen in Filippi 1+2+3 (pag. 127-129 ) Hand. 16, 25-27 28-34. Paulus zit daarna in Filippi vast in de blokken. Hieraan ging vooraf, dat Paulus, die vergezeld was van Silas, reeds dagen lang werden achtervolgd door een slavin met een waarzeggende geest die haar meesters veel geld opbracht. Paulus werd dat moe en hij zegt tot die geest: In de Naam van Jezus Christus gelast ik u uit haar weg te gaan. Op hetzelfde ogenblik ging hij uit haar weg, maar de meesters van de vrouw waren nu een grote bron van inkomsten kwijt en zij legden klacht neer tegen Paulus. Hierop wordt deze, samen met Silas, met roeden geslagen, in de kerker gezet en daar ook nog eens in de blokken. Er gebeurt een aardbeving en de boeien van de gevangen springen stuk en alle deuren vliegen open. De bewaker van de gevangenis, die denkt dat alle gevangenen zijn ontsnapt, wil de hand aan zichzelf slaan, maar Paulus weerhoudt hem.
Gelijk een moeder. Gelijk een vader. (pag. 132-133) 1 Tess. 2, 7-9 10-13. Paulus vertrekt dan uit Filippi, waar hij slaag kreeg, en hij gaat dan van synagoge naar synagoge, via Tessalonica, naar Athene. Later zal hij over deze episode in een brief aan de Tessalonicenzen schrijven. Hij is dan in Athene en Korinthe. (Wij hebben geen eerbewijzen van mensen gezocht), ofschoon wij als apostelen van Christus ons hadden kunnen laten gelden. Wij zijn even zachtzinnig met u omgegaan als een verpleegster met haar babies. Wij waren u zo innig genegen dat wij u graag, met het Evangelie van God, ons eigen leven hadden geschonken; zo lief waart gij ons geworden. Gij weet het, als een vader hebben wij ieder van u vermaand en aangemoedigd; wij hebben u bezworen een leven te leiden, God waardig, die u roept tot de heerlijkheid van Zijn koninkrijk.
Op de Akropolis (pag. 136) Dan komt Paulus in Athene waar hij de Akropolis opgaat. Wie ooit in Athene was, weet dat de Akropolis daar nog altijd even prachtig ligt. Een geweldig platform moet dat geweest zijn in de Oudheid. Het is nu nog altijd buitengewoon. Dus daar vindt Paulus de onbekende God.
Paulus te Athene 1+2 (pag. 137-138) Hand. 17, 22-25 26-28.Wat zegt Paulus nu in Athene? Paulus ging midden op de Areópagus staan en nam het woord: Mannen van Athene, ik zie aan alles hoeveel ontzag gij hebt voor hogere wezens. Want toen ik rondliep en bekeek wat gij zoal vereert, ontdekte ik zelfs een altaar met het opschrift Aan een onbekende god. Welnu, wat gij vereert zonder het te kennen, dat kom ik u verkondigen. Uiteindelijk gaat hij in het verdere verhaal over naar de verrijzenis van Christus en dan krijgt hij als reactie: Ja maar, ja maar, we zullen u morgen nog wel eens horen! Want niemand gelooft hem behalve één, een van de Areopagieten, Dionysius, en zijn vrouw Dámaris en nog enkele anderen geloofden hem wel en zij bekeerden zich. Dat is de eeuwige tragiek van Paulus. Overal gooit men hem buiten, maar altijd heeft hij Lydia of hier Dionysius of één enkel iemand die zich bekeert en gelooft en bij wie hij dan terecht komt. Van Athene gaat Paulus dan naar Korinthe en van Korinthe naar Efeze.
In Efese 1+2 (pag. 155-156) Hand. 18 en 19 en 1 Kor. 2, 3-8. Wij zijn nu Handelingen, hoofdstuk 18 en 19. Efeze is een grote stad waar de godin Artemis wordt vereerd en waar de handel in beeldjes hieromtrent zeer winstgevend is. Achteraf wordt hij daar door de heidenen vervolgd omdat hij concurrentie wordt van hun lucratieve handel, enz. Hij schrijft dan ook aan de Korintiërs wat hij verkondigt in Efese, want het is van daaruit dat hij zijn eerste brief aan de Korintiërs schreef.
Gij zijt van Christus, Christus is van God. + De wedloop 1+2 (pag. 157-161 ) (1 Kor. 3, 23 + 9, 24-27) Paulus verwijt in die brief de Korintiërs hun partijschappen en roept hen op te leven volgens de christelijke wijsheid. Ook vergelijkt hij de ijver voor God met de voorbereidingen van de atleten voor de Griekse wedstrijdspelen en spoort de christengemeente aan dat minstens even vurig te doen: zich voorbereiden op de zegekrans in het hiernamaals.
De Instelling (pag. 162) 1 Kor. 11, 23-26. Ook de instelling van de Heilige Eucharistie komt in deze brief aan de Korintiërs ter sprake. Het is het oudste geschrift over de H. Eucharistie dat we hebben. Zelf heb ik immers van de Heer de overlevering ontvangen die ik u op mijn beurt heb doorgegeven, dat de Heer Jezus in de nacht waarin hij werd overgeleverd, brood nam en na gedankt te hebben het brak en zei: Dit is Mijn Lichaam voor u. Doe dit tot Mijn gedachtenis. Zo ook na de maaltijd de beker, met de woorden: Deze beker is het Nieuwe Verbond in Mijn Bloed. Doet dit, elke keer als gij hem drinkt, tot Mijn gedachtenis. Telkens als gij dit brood eet en de beker drinkt, verkondigt gij de dood des Heren, totdat Hij wederkomt.
Hooglied van de Liefde (pag. 163-164 ) 1 Kor. 13, 1-13. Al spreek ik met de tongen van engelen en mensen: als ik de liefde niet heb, ben ik een galmend bekken of een schelle cimbaal. Al heb ik de gave der profetie, al ken ik alle geheimen en alle wetenschap, al heb ik het volmaakte geloof dat bergen verzet: als ik de liefde niet heb, ben ik niets. Thans zien wij in een spiegel, onduidelijk, maar dan van aangezicht tot Aangezicht. Thans ken ik slechts ten dele, maar dan zal ik ten volle kennen zoals God mij kent. Nu echter blijven geloof, hoop en liefde de grote drie; maar de liefde is de grootste.
De opstanding (pag. 165-166) 1 Kor. 15, 3-20. In de eerste plaats dan heb ik u overgeleverd wat ik ook zelf als overlevering heb ontvangen, namelijk dat Christus gestorven is voor onze zonden, volgens de Schriften, en dat Hij begraven is, en dat Hij is opgestaan op de derde dag, volgens de Schriften, en dat Hij verschenen is aan Kefas en daarna aan de Twaalf. Indien wij enkel voor dit leven onze hoop op Christus hebben gevestigd, zijn wij de beklagenswaardigste van alle mensen. Maar zo is het niet! Christus is opgewekt uit de doden, als eersteling van hen die ontslapen zijn.
Gij zelf zijt onze brief 1+2 (pag. 167-168) 2 Kor. 3, 2-5 + 5, 6-9. In de 2de brief aan de Korintiërs zegt Paulus: Gij zelf zijt onze aanbeveling, geschreven in ons hart, maar voor allen te zien en te lezen, een open brief van Christus, met onze hulp opgesteld, niet met inkt geschreven maar met de Geest van de levende God, niet op stenen tafelen maar in de harten van levende mensen. Daarom houden wij altijd goed moed. Wij zijn ons bewust dat wij, zolang wij thuis zijn in het lichaam, ver zijn van de Heer. Wij leven in geloof, we zien Hem niet. Maar we houden moed en zouden liever uit het lichaam verhuizen om onze intrek te nemen bij de Heer.
Paulus Apostel (pag. 169) Naar 2 Kor. 6, 1b-10. + Aan de Kerk van Korinthe 1+2+3+4 (pag. 170-173) 2 Kor. 11, 26-28 + 2 Kor. 12.
Paulus spreekt dan over zijn werk en lijden als apostel: Als Gods medewerkers sporen wij u aan: zorg dat ge Zijn genade niet tevergeefs ontvangt. Hij (God) zegt immers: Op de gunstige tijd heb Ik u verhoord, op de dag van het heil ben Ik u te hulp gekomen. Nu is er die gunstige tijd, vandaag is het de dag van het heil. Altijd op reis, gevaren van rivieren en gevaren van rovers, gevaren van de kant van mijn eigen volk en gevaren van heidenen, gevaren in steden en in de woestijn, gevaren op zee, gevaren te midden van valse broeders, met zwoegen en tobben, veel slapeloze nachten, honger en dorst, vaak zonder eten, in koude en naaktheid. Moet er geroemd worden? Het dient wel nergens toe, maar dan kom ik nu tot visioenen en openbaringen van de Heer. Zou ik werkelijk willen roemen, dan was ik geen dwaas; ik zou immers de waarheid zeggen. Maar Hij antwoordde mij: Je hebt genoeg aan Mijn genade. Kracht wordt juist in zwakheid volkomen.
Testament 3 (pag. 238) Naar 2 Kor. 2, 4. Paulus dood + De lictor 1+2 (pag. 240-242) Het einde (pag. 244)Paulus gaat dan uiteindelijk naar Rome en wordt daar een eerste maal vrij gesproken. Tijdens deze eerste Romeinse gevangenschap schrijft Paulus de brief aan Filémon en daarna ook de brieven aan Titus en 1 en 2 aan Timotheüs die hij respectievelijk op Kreta en in Efeze achter liet. In prachtige gedichten beschrijft Anton van Wilderode dan het einde van Paulus leven. Beschouwingen over zijn apostolaat, zijn reisgezellen en medebroeders en de lange gesprekken, soms vermanend, die hij met hen voerde. Dan komt het schijnproces voor Nero waarbij Paulus ter dood wordt veroordeeld en de lictor, de Romeinse gerechtsdienaar voert het vonnis, onthoofding, uit. Paulus vindt zijn laatste rustplaats nabij de weg naar Ostia, tussen oleanders en agaven.
Lezing uit de 2e brief van de apostel Paulus aan de Corinthiërs 3,4-11. Psalmen 99,5.6.7.8.9. Heilig Evangelie van Jezus Christus volgens Mattheus 5,17-19.
Lezing uit de 2e brief van de apostel Paulus aan de Corinthiërs 3,4-11.
Door Christus hebben we dit zelfvertrouwen bij God. Want niet door onszelf, en als door eigen kracht zijn we in staat, iets te bedenken; maar onze geschiktheid is uit God, die ons bekwaam heeft gemaakt, om bedienaars te worden van een nieuw Verbond, niet van de letter, maar van den Geest. Want de letter doodt, maar de Geest maakt levend. Welnu, wanneer de bediening des doods, met letters op steen gegrift, in heerlijkheid is geweest, zodat de zonen Israëls het gelaat van Moses niet konden aanstaren om de voorbijgaande glans van zijn aanschijn, hoe veel te meer moet dan de bediening des Geestes in heerlijkheid zijn! En wanneer de bediening der verdoeming heerlijk was, hoeveel te meer moet de bediening der rechtvaardiging overvloeien van heerlijkheid! Ja, wat eens verheerlijkt was, is in vergelijking met deze allesovertreffende heerlijkheid toch eigenlijk nooit zó verheerlijkt geweest. Want indien het vergankelijke van heerlijkheid is omgeven, hoeveel te meer is dan het onvergankelijke in heerlijkheid!
Psalmen 99,5.6.7.8.9.
Prijst dan Jahweh, onzen God, En werpt u neer voor zijn voetbank: Want heilig is Jahweh, onze God! Een Moses en Aäron waren onder zijn priesters, Een Samuël onder de belijders van zijn Naam: Ze riepen tot Jahweh, en Hij heeft ze verhoord, En in een wolkkolom tot hen gesproken. Ze hadden zijn geboden volbracht, De wet, die Hij hun had gegeven: Daarom hebt Gij, Jahweh, onze God, hen verhoord; Gij waart hun een God, die vergiffenis schonk, En hun daden niet strafte. Prijst dan Jahweh, onzen God, En werpt u neer voor zijn heilige berg: Want heilig is Jahweh, onze God!
Heilig Evangelie van Jezus Christus volgens Mattheus 5,17-19.
Meent niet, dat Ik gekomen ben, om de Wet of de Profeten op te heffen. Ik ben niet komen opheffen, maar volmaken. Voorwaar, Ik zeg u: Eer hemel en aarde vergaan, zal er geen jota of stip van de Wet vergaan, totdat alles is volbracht. Wie dus een van die kleinste geboden opheft en dit aan de mensen leert, zal de minste worden genoemd in het rijk der hemelen; maar wie ze onderhoudt en ze leert, hij zal groot worden genoemd in het rijk der hemelen.
Mijn Verlosser, U die alles weet, U weet dat ik U bemin.
Hoe eenzaam is toch mijn hart, doch naar wie anders zou ik gaan dan naar U, U hebt woorden van Eeuwig Leven. U bent de Christus, de Zoon van de levende God.
O laat mij toch niet in de steek, want nog is niet alles volbracht. Hoe lang is de weg van het leven, en hoe licht brengt de last van het kruis mij tot dwaling.
O Lam Gods dat wegneemt de zonden der wereld, vergeef mij, in mijn blindheid heb ik niet gezien dat deze kelk niet aan mij voorbij mag gaan, want ik moet volmaakt zijn zoals mijn Vader in de Hemel volmaakt is.
O Jezus, zeg ook tot mij dat ik met U in het Paradijs zal zijn, en het Licht zal ook in mijn duisternis schijnen.
In Uw handen beveel ik nu reeds mijn geest, want ik weet dat U mijn tempel zult herbouwen in het Eeuwig Rijk. AMEN.