Foto
TOESPRAAK VAN PATER PETAR
  • Deel 1
  • Deel 2
  • Deel 3
  • Deel 4
  • Deel 5
  • Deel 6
  • Deel 7
  • Deel 8
  • Deel 9
  • Foto
    Foto
    Het  logo  van  het  Bisdom  Gent  van  MG.  Van  Looy
     
    Origen
    Quantcast
    Met hulp en medewerking van John Pont is dit blog gemaakt
    HOUD UW LAMPEN BRANDEND.
         Image and video hosting by TinyPic
    For this blog to translate into language of your choice? Select your language below.
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
     2 prachtige pps-jes hierboven van Godelieve en ook Mama rechts heeft ze gemaakt
    Klik op de banner en bekijk nog veel meer moois op haar blog
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Klik op de banner hier beneden en ga eens langs bij Lenie voor nog meer moois
    Alle Ave Maria pps-jes hierboven zijn van haar
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Gastenboek

    Druk oponderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek

    Foto
    Wonder

    12-06-2009
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.DE GESCHIEDENIS VAN HET CHRISTENDOM.
     
    De  meeste  waren  boeddhistisch,  confucianistisch  of  taoistisch,  maar  een  aantal  droeg  de  naam  Jezussoetra's' ;  rollen  geschreven  door  leden  van  de  vroege  chinese  kerk.  Opvallend  is  dat  er  een  van  de  rollen  volgens  vermelding  is  geschreven  in  641  A.D. ,  waarmee  dit  een  van  de  eerste  keren  is  dat  een  kerk  deze  christelijke  jaartelling  gebruikte.  In  de  rollen  staan  doctrines  die  als  christelijk  herkenbaar  zijn  en  veel  vrij  vertaald  materiaal  uit  de  evangelién,  met  name  de  leer  van  'Ye  Su'  ( Jezus ).  De  tekst  is  beinvloed  door  het  taoisme  en  klinkt  vaak  nogal  eigenaardig  voor  oren  die  gewend  zijn  aan  westers  christendom.  De  Chinese  kerk  was  geen  succes.  In  de  negende  eeuw  volgde  de  genadeklap,  toen  de  christenen  onder  keizer  Wu  T' ang  werden  vervolgd.  Alle  monikken  van  buitenlandse  religies  kregen  de  opdracht  hun  normale  levensstijl  weer  op  te  pakken.  De  keizer  richtte  zich  vooral  op  boeddhistische  monikken,  die  waren  vrijgesteld  van  belastingen,  maar  het  christendom  was  ook  gedoemd  vanwege  associatie  met  de  oudere  religie.  Veel  kerkgebouwen  en  kloosters  werden  met  de  grond  gelijk  gemaakt  en  daarmee  ook  grotendeels  de  kerk  zelf.  Het  boeddhisme  kon  zich  nog  wel  herstellen. 
    DE  MONGOLEN  EN  DE  JUADYNASTIE.
    Meer  dan  twee  eeuwen  lang  verdween  het  christendom  uit  China.  In  de  elfde  eeuw  werden  de  nestoriaanse  missies  naar  het  land  hervat,  waarna  een  christelijke  gemeenschap  verrees  in  Guangzhou.  Deze  christenen  kwamen  niet  uit  het  Perziche  centrum  van  de  kerk,  maar  uit  Centraal - Aziatische  nestoriaanse  gemeenschappen,  die  nu  China  introkken.  Het  waren  Mongolen,  een  nomadengroep  van  Centraal - Aziatische  volken.  Zoals  veel  van  hun  voorgangers  uit  deze  regio,  waren  het  bekwame  krijgers  te  paard.  Ze  werden  verenigd  en  geleid  door  Temudijn,  beter  bekend  als  Djingiz  Chan,  die  in  1206  zijn  bereden  krijgers  uit  Mongolié  leidde  en  begon  met  het  veroveren  van  het  grootste  continentale  rijk  aller  tijden.  Zoals  we  in  8  zullen  zien,  trokken  de  Mongolen  beangstigend  snel  naar  het  westen  en  veroverden  ze  grote  delen  van  Rusland,  maar  Djingiz  Chan  was  meer  geinteresseerd  in  Noord - China.  In  1241  was  het  gehele  gebied  in  handen  gevallen  van  de  Mongolen.  De  Mongoolse  oorlogen  beschadigden  de  kerk  behoorlijk.  De  vernietiging  van  Merv,  zetel  van  een  nestoriaanse  metropoliet  en  centrum  van  het  islamitisch  onderwijs,  kostte  een  miljoen  mensn  het  leven  en  ook  Samarkand  werd  geplunderd.  nkele  mongolen  waren  zelf  tot  christen  bekeerd  tijdens  de  verbreiding  van  de  nestoriaanse  kerk  naar  Centraal - Azié  na  de  Arabische  veroveringen.  Ook  christelijke  stammen  hadden  zich  aangesloten  bij  de  Mongolen,  onder  wie  de  Keréit  die  leefden  bij  de  rivier  de  Orchon  en  die  tot  het  nestorianisme  waren  bekeerd  aan  het  begin  van  de  elfde  eeuw,  en  de  Oejgoeren  uit  wat  nu  Binnen - Mongolié  is.  Zij  konden  het  christendom  goed  combineren  met  de  traditionele,  Mongoolse  nomadenleefstijl,  met  verplaatsbare  tenten  als  kerken.  De  prins  van  de  Kereit  dronk  volgens  Mongools  gebruik  melk  van  zijn  merrie,  maar  hij  zegende  dit  eerst  met  een  kruis.  Na  de  verovering  van  Noord - China  in  de  dertiende  eeuw  werden  veel  van  deze  nestorianen  plaatselijke  bestuurdes.  In  1264  verplaatste  de  kleinzoon  van  Djingiz  Chan,  Koebilai  Chn,  de  hoofdstad  naar  Peking  en  niet  lang  daarna  noemde  hij  zich  Juan.  De  Mongoolse  chan  was  een  Chinese  keizer  geworden  en  de  Juandynastie  was  een  feit.  Koebilai  Chan  wilde  de  religieuze  discussie  in  zijn  grote  rijk  stimuleren  en  naast  de  al  aanwezige  nestorianen  werden  boeddhisten,  hindoes  en  ( zoals  we  later  zullen  zien )  katholieken  aangemoedigd  om  missionarissen  te  sturen.  Peking  en  Chang-an'  hadden  een  metropoliet  en  Datong  een  bisschop.  Toch  lijkt  het  erop  dat  bekeringen  onder  autochtone  Chinezen  nog  steeds  zelden  voorkwamen,  hoewel  er,  net  als  over  de  vroege  nestoriaanse  kerk  in  China,  heel  weinig  bekend  is  over  de  Mongoolse  christenen  daar.  Bovendien  zou  de  invloed  op  lange  termijn  minimaal  zijn.  In  1368  viel  de  Juandynastie  en  de  inheemse  Mingdynastie  die  het  jaar  daarna  aan  de  macht  kwam,  had  weinig  belangstelling  voor  het  christendom.  Waarschijnlijk  stortte  de  kerk  zonder  de  steun  van  Juan  in  en  vertrokken  alle  missionarissen  weer. 
    DE  KERK  VAN  MALABAR.
    De  kerk  van  het  Oosten  had  dichter  bij  huis,  in  India,  meer  succes.  De  apostel  Tomas  krijgt  de  eer  dat  hij  het  christendom  naar  Perzié  bracht;  rond  de  vierde  eeuw  geloofde  men  ook  dat  hij  het  in  India  had  geintroduceerd.  Er  is  geen  echt  bewijs  dat  Tomas  daadwerkelijk  in  India  was,  maar  het  is  mogeljk ;  ten  tijde  van  het  Romeinse  Rijk  en  zelfs  daarna  werd  er  handel  gedreven  tussen  Alexandrié  en  de  westkust  van  het  subcontinent.  Een  ondernemende  apostel  kon  gemakkelijk  met  een  koopman  naar  exotische  oorden  zijn  meegereisd  om  de  goede  tijding  te  brengen.

    WORDT  VERVOLGD.

     



    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.GODS WOORD VOOR VANDAAG. ( LOURDES ).
    Bisdom Den Bosch: Heilige Odulfus, priester (gedachtenis) ,   H. Adelheid van Schaarbeek (gedachtenis) ,   H. Cunera van Rhenen (gedachtenis) ,   H. Johannes van Sahagun (gedachtenis) ,   H. Onyphrius de Grote (gedachtenis)

    Lezing uit de 2e brief van de apostel Paulus aan de Corinthiërs 4,7-15.
    Psalmen 116(115),10-11.15-16.17-18.
    Heilig Evangelie van Jezus Christus volgens Mattheus 5,27-32.


    Lezing uit de 2e brief van de apostel Paulus aan de Corinthiërs 4,7-15.

    Maar we bezitten deze schat in lemen vaten; want de overvloed van kracht komt van God, en niet uit onszelf.
    Zo zijn we wel op allerlei wijze bestookt, maar niet benauwd; in twijfel, maar niet in vertwijfeling;
    vervolgd, maar niet verlaten; neergeworpen, maar niet te gronde gericht;
    ten allen tijde dragen we Jesus’ doodslijden in het lichaam rond, opdat ook Jesus. leven door ons lichaam wordt geopenbaard.
    Want tijdens ons leven worden we voortdurend ten dode overgeleverd om Jesus’ wil, opdat ook het leven van Jesus door ons sterflijk vlees wordt geopenbaard.
    Zó werkt de dood in ons, het leven in u.
    Maar in het bezit van dezelfde geest des geloofs, waarvan geschreven staat: "Ik heb geloofd, daarom heb ik gesproken," geloven ook wij en spreken het daarom ook uit;
    wetend, dat Hij, die den Heer Jesus heeft opgewekt, ook ons met Jesus zal opwekken, en tegelijk met u voor Zich zal doen staan.
    Want om u is dit alles geschied, opdat de genade, door zoveel middelen tot volheid gebracht, ook de dankzegging doet overvloeien, ter ere van God.


    Psalmen 116(115),10-11.15-16.17-18.

    Ik blijf dus vertrouwen, al roep ik ook uit: "Ik ben diep ongelukkig!"
    Al zou ik in mijn ellende ook zeggen: "Er is geen mens te vertrouwen!"
    Want te duur was in de ogen van Jahweh De dood zijner vromen.
    Ach Jahweh, ik ben maar uw knecht, de zoon van uw dienstmaagd, Toch hebt Gij mijn boeien verbroken:
    Ik breng U dan een offer van dank, En roep de Naam van Jahweh aan,



    Heilig Evangelie van Jezus Christus volgens Mattheus 5,27-32.

    Gij hebt gehoord, dat er gezegd is:Gij zult geen overspel doen.
    Maar Ik zeg u: Wie met begeerte naar een vrouw ziet, heeft reeds overspel met haar gepleegd in zijn hart.
    Als uw rechteroog u ergert, ruk het dan uit en werp het van u weg; want beter is het voor u, dat één uwer ledematen verloren gaat, dan dat heel uw lichaam in de hel wordt geworpen.
    En zo uw rechterhand u ergert, houw ze af, en werp ze van u weg; want beter is het voor u, dat één uwer ledematen verloren gaat, dan dat heel uw lichaam in de hel wordt geworpen.
    Er is gezegd: Wie zijn vrouw verstoot, moet haar een scheidingsbrief geven.
    Maar Ik zeg u: Wie zijn vrouw verstoot, behalve in geval van overspel, is oorzaak, dat ze overspel bedrijft; en wie een verstoten vrouw huwt, pleegt echtbreuk.

    Bron : Petrus Canisius bijbelvertaling



    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.GEBED TOT MARIA OM OPENING VAN DE HEMELPOORT.
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

     

    Lieve Moeder Maria, Poort van de Hemel,

    In Uw Schoot werd vóór alle tijden de Sleutel tot het Koninkrijk gelegd.

    De Hemelpoort opende zich een eerste maal toen de Heilige Geest U het Mysterie van de Menswording kwam toevertrouwen.

    Zij opende zich een tweede maal toen Jezus vóór Uw ogen aan het Kruis de geest gaf.

    Weldra zal zij zich opnieuw openen om op Uw machtige Voorspraak onze wereld te overspoelen met de heiligende wateren van Gods Liefde.

    O Koningin van de Hemel,

    Open de Hemelpoort, opdat de stralen der Goddelijke Liefde alle mensenharten kunnen veroveren.

    Open de Hemelpoort, opdat het Liefdevuur van de Heilige Geest alle zielen in vlam kan zetten.

    Open de Hemelpoort, opdat het Hemels Licht de eeuwige lente over de aarde moge brengen.

    Open de Hemelpoort, opdat de bron van Gods Genaden vrij over de zielen moge stromen.

    Open de Hemelpoort, opdat de bloemen der zaligmakende deugden onophoudelijk over de kinderen Gods mogen neerkomen.

    Open de Hemelpoort, opdat het Rijk der Hemelen over de hele wereld gevestigd moge worden.

    Open de Hemelpoort, opdat de aanblik van Gods Heerlijkheid alle verblinde zielen moge bekeren.

    Open de Hemelpoort, opdat de sluier der Goddelijke Mysteries gelicht moge worden tot overtuiging van de weifelende zielen.

    Open de Hemelpoort, opdat de onvergankelijke schoonheden van de Tuinen der Hemelen in de ogen van elke ziel geprent mogen worden.

    Open de Hemelpoort, opdat aller ogen weldra de Waarheid van de Hemelse Werkelijkheid mogen aanschouwen.

    Kom, o Moeder, verheerlijkte Sleutel van de Hemelpoort, door Uw onvergelijkbare heiligheid kon de Hemel zich een eerste maal openen. Door Uw macht bij Gods Gerechtigheid en Barmhartigheid zal hij zich ook weldra ontsluiten in alle zielen die verlangen, deel te hebben aan de erfenis van Gods Glorie.
    AMEN.


    Maria genoot het unieke voorrecht, de Hemel op aarde te brengen door Jezus voor de wereld te baren. Zij bezit ook de macht, de Hemel te openen voor de mens, en de Memelse stralen nogmaals over de wereld af te roepen voor de vestiging van Gods Rijk op aarde.


    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.TOEWIJDING VAN MIJN AARDSE REIS.
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

     

    O Eeuwige Vader, Bron van al het bestaande, Gever van de Weg en het Licht, les mijn dorst naar het oneindige en was mij los van alle banden die mijn ziel aan de aarde binden. Maak mij bewust van mijn Bestemming in het Land van het Eeuwig Heil.

    O Jezus, Zon die schittert in de ziel die het Kruis haar liefde heeft verklaard, verdrijf mijn kilte en bevrijd mij uit de doelloosheid die mij op dwaalwegen leidt. Wees mijn Weg naar het Eeuwig Heil.

    O Heilige Geest, Ster die zich slechts zichtbaar maakt in de beslotenheid van het hart dat zich aan God voorbehoudt, verdrijf mijn duisternis en genees mijn blindheid. Wees mijn Licht op de Weg naar het Eeuwig Heil.

    O Engelen van God, getuigen van de Bestemming en oasen van licht, vrede en beschutting langs de Weg, verdrijf de eenzaamheid en de krachteloosheid die mijn schreden onzeker maken. Wees mijn handen, voeten en ogen op de Weg naar het Eeuwig Heil.

    O Maria, Maan vervuld van het Licht dat de nacht beschaamt, Ingewijde in de Mysteries der Bestemming, door U werd de Weg op deze wereld gelegd. De handen, voeten en ogen zijn onder Uw heerschappij gesteld. Vreugde van mijn hart, stem van mijn geest en kracht van mijn ziel, wees mijn Gids op de Weg naar het Eeuwig Heil, opdat mijn aardse reis U volmaakt zou toebehoren.
    AMEN.


    U weet dat wij in duistere tijden leven. De duisternis in de zielen is nooit zo erg geweest. De eindstrijd tussen de Hemelse machten en de machten van het kwaad voltrekt zich om ons heen. Aan Maria is de macht gegeven om de duivel aan de ketting te leggen. Zij is de uitverkorene, die Jezus, het Licht der wereld, aan de mensen moest geven om de wortels te leggen van het Rijk van Christus op aarde. Maria is door God uitverkoren om de Satan te vernietigen (zoals de Bijbel zegt : Zij is de Vrouw die “de kop van de slang onder Haar voeten zal verpletteren”). Het ligt daarom voor de hand dat alle mensen zich in Maria’s dienst zouden stellen om dat Rijk van Christus vaste vorm te helpen geven en door Haar aan God te worden gegeven. U kunt dit doen door U aan Maria toe te wijden.

    Toewijding aan Maria betekent, Uzelf aan Haar geven opdat Zij U naar de eeuwige zaligheid zou kunnen leiden. U moet de bereidheid daartoe uitspreken, want God heeft de mens een vrije wil gegeven en grijpt daarin niet in, tenzij op onze uitdrukkelijke vraag en gebed.


    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Gebed tot Maria, Bruid van God.
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Lieve Moeder Maria,

    Uit de samenvloeiïng van de allerzuiverste bronnen der hemelse deugden werd Uw ziel geboren als een Bloem die nooit zou verwelken.

    De Vader voedde Uw ziel met ontelbare hemelse vruchten. U voedde Jezus met de vruchten der aarde.

    O begenadigde Moeder, nauw is de poort waardoor de mens Gods Rijk betreedt. Nauw was ook de poort door dewelke de Vleesgeworden God Zijn aardrijk betrad.

    Hoewel de mensheid de Liefde van de Bruidegom ontrouw was geweest, vroeg Hij in U de mensheid ten huwelijk. Zoals de Vader U Uw bloed gaf, zo werd U het waardig, de Zoon Zijn Bloed te geven.

    In U huwde God met Zijn schepping. In U werd het Zaad van de Geest gezaaid, en de altijdgroene Akker van Belofte bracht Gouden Koren voort.

    Uitverkorene van de Vader der onvergankelijke Liefde, als vrucht van Uw jawoord in de vreugde schonk de Geest U de Zoon. Als vrucht van Uw jawoord in de smart schonk de Zoon U de kinderen van de Vader, opdat hun vreugden en smarten geheiligd worden in Uw Moederliefde, en opdat zij in U naar de Vader kunnen terugkeren.

    Hoe zoet zijn de vruchten uit de Tuin van Haar die bij regen en ontij het zaad van de heilige toewijding in zich tot rijping liet brengen.

    Want aan U heeft God het huwelijk met de zielen van het Licht voltrokken, opdat hun eenwording met U de bloesems der eeuwige Lente voor de wereld zou aankondigen.

    In Gods genade heeft de schittering van Uw heiligheid mij de weg naar de Bruidskamer van Uw Onbevlekt Hart geopend.

    God zelf wijdde ze in met het Lichaam en de Ziel van Zijn Zoon. Hemel en aarde sloten er het onverwoestbaar Verbond dat door de Dood van Golgotha het eeuwig Leven baarde voor de zielen.

    Nu tekent mijn ziel er met het Bloed van de Zoon haar eeuwig verbond met de Vader, en laat zij zich in het Vuur van de Geest smelten om over te vloeien in de Bron der Heiligheid, waaruit U werd gemaakt.

    Zie, in Uw kind leeft de Moeder. Gaat het niet slechts de wegen waarop de Moeder het is voorgegaan ?

    U hebt mij ontvangen uit de Liefde van de Geest.

    U hebt mij gebaard uit het Bloed van de Zoon.

    U zult mij leiden langs de wegen van de Vader.

    Want in U, Bruid van mijn God, zijn mij oorsprong en doel van mijn aardse tocht geopenbaard.

    In de eenwording met U waartoe U mij hebt geroepen, heeft mijn ziel haar bruidsschat gevonden.

    In de Geest zal ik met U vruchtbaar zijn.

    In de Zoon zal ik met U lijden, sterven en verrijzen.

    In de Vader zal ik met U eeuwig leven.
    AMEN.


    11-06-2009
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.VASSULA HEALING SERVICE.
     

    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.DANK U !.
    Dank  U !
     
    Dankbaarheid  tegenover  God  is  een  eminente  weg  om  te  leren  
    leven  in  Gods  aanwezigheid.
    Wie  bij  Christus  in  de  school  gaat,  leert  noodzakelijk  danken.
    Jezus  zag  Gods  aanwezigheid  in  alles ;  gebeurtenissen,  
    ontmoetingen,  dingen.
    Hij  keek  verder,  dieper,  en  ontwaarde  op  de  bodem  van  alles  
    een  signaal  van  de  unieke,  mysterieuze  God,  met  wie  hij  zich  
    altijd  één  wist  en  die  hij  zijn  "Vader"  noemde.
    Dankbaarheid  was  de  grondhouding  van  zijn  hart.
    Zelfs  tegenover  ons :  "En  wie  een  van  deze  geringe  mensen  
    een  beker  koel  water  te  drinken  geeft,  Ik  verzeker  jullie : 
    die  zal  zeker  beloond  worden !"
    "Waarom  noem  je  mij  goed ?" ,  antwoordt  hij  aan  de  rijke  
    jongeman,  "niemand  is  goed,  behalve  God".
    Zijn  leerling  Jakobus  zal  later  schrijven ;  
    "Vergis  je  niet :  elke  goede  gave,  elk  volmaakt  geschenk  komt  
    van  boven,  van  de  Vader".
    En  die  andere  leerling,  de  geliefde  Johannes :  "Alle  liefde  komt
    van  God" ,  en  uit  de  "overvloed"  van  Jezus  "zijn  we  met  
    goedheid  overstelpt".
    1.  Ook  door  de  bemiddeling  van  mensen.
    Elke  welwillende  mens  is  een  kleine  'theofanie" ,  een  verschijning  
    van  God  in  ons  midden.
    Doorheen  het  goede  hart  van  de  mens  stroomt  de  goddelijke  bron.
    De  aandacht  van  een  liefdevol  medemens  voor  ons  is  een  bries  van
    Gods  Geest.
    In  de  diepte  van  de  goede  mens  en  in  de  manifestatie  van  zijn  
    goede  daden  is  het  gelaat  van  Christus  weerspiegeld.
    Hoe  dankbaar  moeten  we  voor  hem  daarvoor  zijn !
    Met  de  scherpe  blik  van  Jezus  zouden  ook  wij  de  gouddraad
    van  Gods  liefde  kunnen  bespeuren  die  doorheen  het  weefsel  van
    alle  menselijke  goedheid  loopt.
    In  ieder  'dankjewel'  tot  de  goede  medemens  kan  een  gebedsdraadje
    geweven  worden ;  'Dankjewel  Heer' .  
    Ons  dankwoord  aan  de  mens  kan  een  stereoklank  bevatten  die  God  
    graag  beluistert.  
    2.  Mensen  zijn  immers  voor  elkaar  een  godsgeschenk.
    We  lezen  in  het  boek  Genesis  hoe  God  man  en  vrouw  aan  
    elkaar  schonk.
    Man  en  vrouw  zijn  een  attentievolle  verrassing  van  de  Heer,
    een  zegen  voor  elkaar  en  een  noodzaak.
    Mensen  zijn  voortaan  verbonden,  kunnen  elkaar  gewoon  niet  
    missen,  hebben  elkaar  brood-nodig.
    Bedenk  maar  eens  hoeveel  mensen  in  actie  zijn  gekomen  
    vooraleer  het  brood  op  je  tafel  komt ;  van  de  zaaier  
    tot  de  bakker.
    Een  echtgenoot (e) ,  een  vader  of  moeder,  kinderen,  een  collega
    of  een  vriend :  we  mogen  hun  aanwezigheid  nooit  helemaal  
    vanzelfsprekend  vinden.
    Hun  goedheid  is  niet  louter  menselijk.
    Zij  is  draagster  van  Gods  liefde.
    Daarom  kan  elk  dankwoord  een  onderstroom  van  dankbaarheid 
    jegens  God  bevatten.
    Je  kan  dat  bewust  leren  beleven.
    Van  tijd  tot  tijd.  Of  altijd ?
    3.  Het  is  een  goede  gewoonte  om  elke  maaltijd,  privé  of 
    samen,  te  beginnen  met  een  klein  dankgebed.
    Zalig  de  gezinnen  en  groepen  waar  zulk  dankgebed  waardig 
    uitgesproken  wordt.
    Als  dit  in  je  eigen  huis  niet  samen  kan,  niets  belet  dat  je
    ongemerkt  een  ogenblik  in  je  hart  binnentreedt  en  de  Heer 
    dankt,  waar  je  ook  de  maaltijd  gebruikt,  zelfs  met  vrienden
    samen.
    Iemand  vertelt  dat  ze  dat  op  het  werk  altijd  doet  bij  de 
    collega's  aan  tafel,  terwijl  ze  peinzend  in  haar  bord 
    hete  soep  roert....
    4.  Van  de  ene  maaltijd  gaan  we  naar  de  andere.
    Van  de  huis -  of  restauranttafel  naar  de  tafel  des  Heren,
    de  eucharistie.
    De  evangelisten  zeggen  dat  Jezus,  terwijl  hij  op  het  laatste
    avondmaal  het  brood  in  zijn  handen  nam,  "het  dankgebed  uitsprak"
    ( Lc.  22, 19 ).
    De  eucharistie  is  zijn  dankgebed  naar  de  Vader  toe,  omwille 
    van  de  verlossende  liefde  die  hij  met  ons  mag  delen ; 
    "Neemt  en  eet :  dit  is  mijn  lichaam  dat  voor  u  gegeven  wordt,
    mijn  bloed  dat  voor  u  vergoten  wordt."
    Daar  kunnen  we  ons  intens  verenigen  met  Christus'  dankgebed
    en  ons  leven  neerleggen  in  de  hand  van  de  Vader,  die  voor  ons
    zorgt  en  ons  aan  elkander  toevertrouwt.
    5.  Als  we  een  poosje  innerlijk  in  aanwezigheid  van  Jezus  blijven,
    mogen  we  gerust  stilstaan  bij  zijn  onophoudend  dankgebed  tot 
    de  Vader,  in  onuitsprekelijke  eenheid.
    Eeuwig  ontvangt  de  Zoon  zichzelf  van  zijn  Vader  en  schenkt 
    hij  zich  terug  in  overstromende  dankbaarheid. 
    Onze  dankbaarheid  kan  er  in  bestaan  ons  te  laten 
    binnentrekken  in  Jezus'  grote  beweging  van  dankbaarheid.
    Wat  een  diepe  contemplatie  wacht  ons  daar !
    Nergens  kunnen  we  beter  de  dankbaarheid  leren  dan  aan
    het  hart  van  Christus.
    6.  Er  is  nog  een  ander  domein  waar  onze  dankbaarheid 
    tegenover  God  ontens  kan  opleven :  dat  is  onze  eigen  goedheid
    voor  de  anderen.
    Als  "alle  liefde  van  God  komt" ,  dan  ook  die  van  onze 
    eigen  goede  daden.
    Het  gebed  kan  daar  zelfs  twee  keer  in  zijn  plaats  krijgen.
    Ten  eerste,  vooraleer  we  een  dienst  bewijzen.
    Dat  is  niet  evident,  daarvoor  moet  je  jezelf  loslaten  en  we 
    plakken  zo  stevig  aan  onszelf.
    We  moeten  ons  een  beetje  geweld  aandoen ;  een  goed  moment
    dus  om  even  te  bidden en  aan  de  Geest  de  "goede  gave"  te 
    vragen  voor  die  ander,  de  milde  houding  van  het  hart,  het
    juiste  woord,  de  gepaste  handeling,  de  zachte  stilzwijgendheid,
    de  humor  die  vergeven  en  vergeten  kan.
    Veel  goede  daden  worden  nooit  gesteld,  gewoon  omdat  we  er 
    niet  de  kracht  en  de  wijsheid  voor  gevraagd  hebben  aan  God.
    En  ten  tweede  kunnen  we  na  de  goede  daad  de  Heer  danken
    dat  hij  ons  hielp.
    "Wat  heb  je  dat  je  niet  gekregen  hebt"  zegt  Paulus.
    7.  We  zeiden  dat  de  dankbaarheid  het  geheugen  is  van 
    het  hart.
    Geheugen  moet  geoefend  worden  dat  weten  we  nog  van  op 
    de  schoolbanken  en  dat  weten  we  opnieuw  als  we  een  dagje 
    ouder  worden.
    Ook  ons  geheugen  voor  God  moet  geoefend  worden.
    Anders  vergeet  je  hem  en  raak  je  de  gebedstaal  helemaal
    kwijt,  je  relatie  met  de  Heer  kwijnt,  raakt  in  ademnood,
    is  op  sterven  na  dood  of  is  al  dood.
    Welnu,  dankzeggen  om  de  vele  kleine  goede  dingen  van  het
    leven  en  van  de  medemens  is  een  prachtige  oefening  van 
    het  gebedsgeheugen !
    Naarmate  je  leert  danken  zal  je  indachtig  blijven  dat 
    God  liefde  is.
    Dat  zal  je  hele  geloof  tot  nieuw  leven  wekken  en  daarmee
    je  blik  op  de  mens.
    8.  Soms  kan  je  "in  de  put  zitten" ,  zoals  men  zegt.
    Je  kijkt  pessimistisch  tegen  de  nieuwe  dag  en  het 
    hele  leven  aan.
    Alles  is  donker,  stormachtig.
    Niets  lijkt  nog  positief.
    Je  zou  willen  razen  tegenover  iedereen.
    Ofwel  sluit  je  je  van  de  anderen  af,  in  barse,  stilzwijgendheid.
    Beeld  zonder  klank,  en  wat  een  beeld.......
    Dan  zal  het  nuttig  zijn  om  toch  maar  bewust  te  zoeken
    naar  de  goede  dingen  die  nog  altijd  overblijven,  waar  je 
    nu  geen  oog  voor  hebt  maar  die  je  toch  kan  terugvinden,
    zij  het  nu  met  enige  geestesinspanning.
    Probeer  dan  ook  voor  de  herontdekte  goede  dingen  tot 
    God  een  kort  dankgebed  richten.
    Als  een  litanie  van  de  goede  dingen  en  van  de  goede  naaste.
    Ik  dank  je  God,  dat  ik mag  leven.
    Ik  dank  je  dat  het  me  fysiek  niet  te  slecht  vergaat  en  dat 
    ik  nog  kan  bewegen.
    Ik  dank  je  dat  ik  wel  nog  wel  iemand  heb  met  wie  ik  wel 
    eens  zou  kunnen  praten.
    Ik  dank  je  dat  ik  vandaag  een  werk  heb  om  mee  bezig  te  zijn.
    Ach,  daar  zal  ik  nog  vrienden  ontmoeten  ook.......
    Ik  dank  je  dat  ons  gezin  te  eten  heeft,  terwijl  veel  mensen 
    van  honger  omkomen........
    Ik  dank  je  omdat  de  zon  weer  opgaat  en  omdat,  nu  ik 
    naar  buiten  kijk,  de  lente  weer  doorbreekt.
    Ik  dank  je,  God,  omdat  Christus  je  "onze  vader"
    heeft  genoemd  en  omdat  je  me  aanmoedigt  vertrouwen 
    te  hebben.
    Ik  dank  je  omdat  ik  nog  bekwaam  ben  om  te  danken....
    Een  beetje  moeizaam  ben  je  aan  het  bidden  geraakt.
    Je  beseft  dat  er  altijd  Iemand  is  bij  wie  je  je  uit 
    kan  spreken.
    Jezus  nodigt  je  daartoe  uit:  "Kom  naar  mij" ,  jullie  die 
    vermoeid  zijn  en  onder  lasten  gebukt  gaan.
    Dan  zullen  jullie  werkelijk  rust  vinden.
    De  Heer  heeft  een  luisterend  oor  en  een  meevoelend  hart.
    Hij  is  zelf  door  een  dal  van  lijden  gegaan  en,  uit  het  graf
    verrezen  wil  hij  je  halen  uit  de  diepe  put  waarin  je  nu  zit.
    9.  Zo  begrijpen  we  beter  waarom  het  eucharistisch  hooggebed
    dikwijls  begint  met  deze  woorden :  "Vader,  om  recht  te  doen
    aan  uw  heerlijkheid,  om  heil  en  genezing  te  vinden  zullen 
    wij  u  danken,  altijd  en  overal."
    Danken,  "altijd  en  overal" ! 
    Voor  het  gezin  en  de  vrienden.
    Voor  de  gezondheid  en  de  talenten.
    Voor  het  brood  en  de  wijn.
    Voor  Mozart  en  de  zon.
    Voor  Christus  en  de  liefde.
    Voor  het  geloof  en  het  gebed.
    Danken,  "altijd  en  overal".
     
     
     

     


    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.DE GESCHIEDENIS VAN HET CHRISTENDOM.
     
    De  zijderoute  naar  het  verre  China  liep  door  deze  streken.  Er  waren  al  christenen  over  de  zijderoute  gegaan,  maar  er  is  weinig  bekend  over  wat  zij  deden.  Wel  weten  we  dat  in  552  twee  avontuurlijke  Perziche  monniken  erin  slaagden  om  zijderuspen  uit  China  te  smokkelen,  waarmee  ze  zelf  zijde  hoopten  te  produceren.  Dit  leidde  tot  een  contract  met  de  Byzantijnse  keizer  Justinianus  en  de  oprichting  van  de  Romeinse  zijde - industrie  in  Constantinopel,  maar  niet  tot  de  verbreiding  van  het  christendom  in  China.  daarin  speelde  de  uitbreiding  van  de  Perzische  macht  richting  het  oosten  een  belangrijkere  rol.  In  de  zesde  eeuw  boekte  de  landbouw in  heel  Mesopotamië  grote  vooruitgang  en  de  Perzische  koningen  probeerden  mensen  in  de  nieuwe  vruchtbare  gebieden  te  vestigen  om  hun  macht  daar  te  consolideren.  Bij  aanvallen  op  het  Romeinse  Rijk  werden  christenen  gevangen  genomen  en  in  groten  getale  naar  de  nieuwe  woonoorden  overgebracht.  Het  ging  hen  daar  goed  en  er  verrrezen  meer  christelijke  nederzettingen,  steeds  oostelijker  tot  ver  in  Centraal - Azië.  In  549  vroegen  de  Hunnen  van  Bactrië  aan  de  nestoriaanse  patriarch  om  een  bisschop.  Merv,  een  oase  aan  de  zuidrand  van  de  Karakoemwoestijn  en  een  oostelijke  grensplaats  van  het  Perzische  rijk,  werd  een  soort  centrum  van  het  Centraal - Aziatische  christendom  met  zijn  eigen  metropoliet.  Een  van  deze  bisschoppen,  Elia,  gaf  opdracht  tot  missies  naar  Turkestan.   In  heel  het  gebied  dat  nu  Iran,  Afghanistan  en  Oezbekistan  is,  verschenen  christelijke  gemeenschappen.  De  stad  Samarkand,  afwisselend  bestuurd  door  Arabieren,  Turken  en  Mongolen,  had  zelfs  een  eigen  bisschop.  Er  is  niet  veel  bekend  over  de  Centraal - Aziatische  Kerk  in  die  tijd,  maar  het  christendom  lijkt  zich  snel  en  op  grote  schaal  te  hebben  verbreid.  Hoe  verder  oostwaarts  het  kwam,  hoe  meer  het  Syrisch  werd  vervangen  door  streektalen,  zoals  het  Sogdisch,  de  taal  van  Samarkand.  In  de  twintigste  eeuw  werden  veel  christelijke  manuscripten -  uit  diverse  periodes  en  plaatsen,  en  in  verschillende  talen - gevonden  in  het  voormalige  Turkestan,  met  bijzonder  veel  materiaal  uit  Xinjiang.  Daar  bevond  zich  een  looster  bij  de  oase  Turpan,  in  China,  want  de  nestoriaanse  kerk  verspreidde  zich  zelfs  tot  in  China. 
    DE  VROEGE  KERK.
    In  635  arriveerde  een  monnik  genaamd  Alopen  in  Si-an-foe  met  boeken  en  prenten.  De  keizer  stond  hem  toe  om  zijn  'lichtende  religie'  te  prediken  en  vond  een  klooster  voor  hem.  Ook  droeg  hij  hem  op  de  boeken  die  hij  had  meegebracht  in  het  Chinees  te  vertalen.  Of  hier  iets  van  terechtkwam  is  niet  bekend,  maar  in  638  werd  wel  een  Syrisch  klooster  gesticht  in  Chang'an ( nu  Xi'an ).  De  missie  breidde  zich  uit.  In  642  werden  de  eerste  christelijke  teksten  vertaald  in  het  Chinees  en  er  wordt  beweerd  dat  in  de  tweede  helft  van  de  zevende  eeuw  kloosters  werden  gebouwd  in  alle  hoofdsteden  van  de  prefecturen  van  het  rijk,  hoewel  het  onwaarschijnlijk  is  dat  er  daadwerkelijk  kloosters  waren  in  alle  ongeveer  360  prefecturen.  De  'Perziche  religie' ,  zoals  de  Chinezen  het  noemden,  groeide  vooral  in  het  noorden  van  China.  We  weten  niet  hoe  de  autoriteiten -  of  zelfs  wie  dan  ook -  hier  tegenaan  keken,  maar  alleen  al  het  gebrek  aan  bronnen  geeft  aan  dat  het  christendom  relatief  weinig  invloed  had  in  deze  periode.  Over  deze  vroege  Chinese  kerk  is  bar  weinig  bekend.  De  verbreiding  schijnt  grotendeels  door  buitenlanders  te  zijn  gedaan ;  in  het  klooster  in  Chang'an  woonden  bijvoorbeeld  alleen  Syrischsprekende  monikken.  Het  christendom  in  China  was  waarschijnlijk  eerder  een  importproduct  voor  buitenlanders,  dan  iets  waar  de  Chinezen  zelf  in  zouden  geloven.  De  kloosters  stonden  bekend  als  Ta-tsinkloosters,  naar  de  Chinese  naam  voor  Byzantium.  Kennelijk  maakten  de  Chinezen  geen  onderscheid  tussen  de  orthodoxe  en  de  nestoriaanse  kerken.  Toch  wijst  het  aantal  kerken  en  hun  ogenschijnlijke  succes  erop  dat  in  ieder  geval  enkele  Chinezen  moeten  zijn  bekeerd.  Kuo  Tzu-i,  een  belangrijke  generaal  aan  het  einde  van  de  achtste  eeuw,  gaf  grote  sommen  geld  voor  de  bouw  van  kerken,  dus  sommige  Chinezen  droegen  de  kerk  in  ieder  geval  een  warm  hart  toe.  Veel  van  wat  we  weten  over  deze  periode  is  afkomstig  van  een  stéle,  een  stenen  monument,  in  781  gemaakt  in  Chang'an  en  in  1625  ontdekt (  het  bestaan  van  de  Chinese  kerk  was  tot  die  tijd  totaal  vergeten ).  Dit  is  één  van  de  stéles  die  werden  gemaakt  voor  de  kerken  in  de  provinciale  hoofdsteden  en  hierop  staan  veel  priesters  en  bischoppen  vermeld ;  allemaal  buitenlanders.  Nog  opmerkelijker  dan  deze  stéle  was  in  1907  de  ontdekking  van  een  enorme  hoeveelheid  religieuze  documenten  in  een  grot  bij  Dunhuang. 

    Wordt  vervolgd.

     
     



    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.GODS WOORD VOOR VANDAAG. ( LOURDES ).
    Heilige Barnabas, apostel (gedachtenis) ,   Za. Jolanda van Polen (gedachtenis) ,   Sacramentsdag

    Lezing uit de Handelingen der apostelen 11,21-26.13,1-3.
    Psalmen 98(97),1-6.
    Heilig Evangelie van Jezus Christus volgens Mattheus 10,7-13.


    Lezing uit de Handelingen der apostelen 11,21-26.13,1-3.

    En de hand des Heren was met hen: een groot aantal werd gelovig, en bekeerde zich tot den Heer.
    Zodra het gerucht hiervan de kerk van Jerusalem ter ore kwam, vaardigde men Bárnabas naar Antiochië af.
    Toen hij daar aankwam, en hij Gods genade zag, was hij verheugd, en spoorde allen aan, den Heer trouw te blijven, door de goede gesteltenis van hun hart;
    want hij was een vroom man, vol van den Heiligen Geest en van geloof. En een grote schare werd voor den Heer gewonnen.
    Vervolgens vertrok hij naar Tarsus, om Saul op te zoeken; hij trof hem daar aan, en bracht hem naar Antiochië.
    Een vol jaar bleven ze in deze gemeente bij elkander, en gaven ze onderricht aan een talrijke schare. Te Antiochië werden de leerlingen voor het eerst christenen genoemd.
    Er waren nu in de Kerk te Antiochië de volgende profeten en leraars: Bárnabas; Simon, bijgenaamd Niger; Lúcius, de Cyreneër; Mánahen, de zoogbroeder van den viervorst Herodes, en Saul.
    Terwijl ze nu eens de dienst des Heren vierden en vastten, zeide de Heilige Geest: Zondert mij Saul en Bárnabas af voor het werk, waartoe Ik ze geroepen heb.
    Toen legde men hun, na vasten en bidden, de handen op, en zond hen uit.


    Psalmen 98(97),1-6.

    Zingt een nieuw lied ter ere van Jahweh, Want wonderen heeft Hij gewrocht; Zijn rechterhand heeft Hem geholpen, Zijn heilige arm Hem gesteund.
    Jahweh heeft zijn redding doen zien, Voor het oog der volken zijn goedheid getoond;
    Hij was zijn liefde voor Jakob indachtig, En zijn trouw aan Israëls huis. Ziet nu, alle grenzen der aarde, De redding, door God ons gebracht!
    Jubelt voor Jahweh, heel de aarde, Juicht, weest vrolijk en zingt;
    Speelt op de citer voor Jahweh, Op citer en harp,
    Op trompet en bazuin: Jubelt voor Jahweh, den Koning!


    Heilig Evangelie van Jezus Christus volgens Mattheus 10,7-13.

    Gaat, preekt hun, en zegt: Het rijk der hemelen is nabij!
    Geneest zieken, wekt doden op, reinigt melaatsen, drijft boze geesten uit. Om niet hebt gij ontvangen; geeft om niet.
    Goud-, zilver- noch kopergeld moogt gij in uw gordels dragen,
    geen tas, geen twee onderkleren, geen schoeisel, geen reisstaf meenemen; want de arbeider heeft recht op zijn onderhoud.
    In welke stad of dorp gij ook komt, onderzoekt, wie daar de waardigste is; en blijft bij hem, totdat gij weer afreist.
    Als gij dat huis binnentreedt, brengt het uw groet.
    En zo dat huis het waardig is, dan daalt uw vrede er over neer; zo niet, dan keert uw vrede terug op u.

    Bron : Petrus Canisius bijbelvertaling



    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.GEBED OM VERENIGING MET JEZUS CHRISTUS .

    O Jezus Christus, gezegende Messias van God,

    Leg in mij de kracht van de Christus die zieken genas, opdat ik verlichting en genezing kan brengen door de macht van de Liefde.

    Leg in mij de kracht van de Christus die Lazarus uit de doden opwekte, opdat ik vallende zielen de weg naar het Leven kan wijzen.

    Leg in mij de kracht van de Christus die duivels uitdreef, opdat ik mensen kan helpen bevrijden uit de greep van het kwaad.

    Leg in mij het Licht van de Christus die Gods Wijsheid openbaarde, opdat mijn woorden zielen op de weg naar bekering kunnen leiden.

    Leg in mij de Liefde van de Christus die voor alle zondaars aan het Kruis heeft willen sterven, opdat ik mijn dagelijks lijden met liefde kan aanvaarden tot redding van mijn medemens.
    AMEN.


     

    God had onze aarde bestemd om een paradijs te zijn. Door de erfzonde en de schuld door alle verdere zonden van de mensheid van alle tijden is onze wereld nu een offeraltaar geworden. Hoe meer liefde op dat altaar geofferd wordt, des te meer genaden worden over de mensheid uitgestort. Dat is de sleutel tot het geheim : de liefde. Daarom ook kunnen sommige zielen zo veel verkrijgen, omdat zij in hun hart de sleutel tot Gods Hart hebben gevonden : de liefde, die de schatkamers der genaden opent doordat zij veel schuld jegens Gods Gerechtigheid afbetaalt.



    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.SMEEKGEBED OM DE BLOEMEN VAN DE HEILIGE GEEST .
    (elke aanroeping wordt voorafgegaan door “Kom, Heilige Geest, ik smeek om Uw bloem van...”, en gevolgd door "Eer aan de Vader en de Zoon en de Heilige Geest, zoals het was in het begin, en nu en altijd, en in de eeuwen der eeuwen, amen") :

      1. het vermogen tot onderscheiding tussen goed en kwaad

      2. reinheid naar het lichaam

      3. zuiverheid van gedachten

      4. zuiverheid van gevoelens

      5. zuiverheid van verlangens

      6. zuiverheid van woorden

      7. geloof en vertrouwen in Gods Liefde en Voorzienigheid

      8. het vermogen tot volkomen overgave aan Gods Wil

      9. vurige devotie tot de Heilige Drievuldigheid en de Heilige Maagd Maria

    10. mildheid voor de fouten en tekortkomingen van mijn medemensen

    11. verdraagzaamheid jegens mijn medemensen

    12. grenzeloze en onvoorwaardelijke naastenliefde

    13. zelfverloochening voor het heil van mijn medemensen

    14. het vermogen om te lijden in liefde en overgave

    15. bevrijding van alle angst, vrees en onzekerheid

    16. geduld met anderen, met mijzelf en met situaties

    17. blijmoedigheid en vreugde in alle omstandigheden

    18. vrede van hart

    19. bewustzijn van Gods Aanwezigheid bij mij en van Zijn werking in mij

    20. zachtmoedigheid zoals Maria

    21. zelfbeheersing en gelijkmoedigheid

    22. matigheid in de bevrediging van alle materiële behoeften

    23. bereidheid tot verstervingen, offers en boetedoening

    24. vurige beleving van Eucharistie en gebed

    25. dorst naar redding van zielen

    26. kracht in lichaam, geest en gemoed

    27. weerstand tegen alle bekoringen

    28. het ontvluchten van alle zonde

    29. eerbied voor alle leven

    30. vriendelijkheid, tact en medeleven jegens mijn medemensen

    31. wijsheid, inzicht en doorzicht

    32. het vermogen om mijn medemensen te bemoedigen

    33. diepe liefde voor God en alle wezens in de Hemel en op aarde

    34. eerlijkheid en oprechtheid

    35. onzelfzuchtigheid en nederigheid

    36. kennis van de eeuwige Waarheid

    37. bevrijding van alle verwarring in mijn gedachten en gevoelens

    38. vredelievendheid, vergevingsgezindheid en drang tot verzoening

    39. totale toewijding aan de Heilige Maagd Maria

    40. volharding in alle deugden, ook bij tegenspoed


    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.AKTE VAN UITERSTE OVERGAVE AAN MARIA .

    Onderstaande akte is uitsluitend ingegeven voor hen die bereid zijn, de gelofte van een TOTALE toewijding aan Maria af te leggen. Deze akte heeft de kracht van een heilige eed. De naleving ervan vergt een absolute overgave van zichzelf aan Maria’s leiding, een totale en uiterste dienst aan Haar, als Haar apostel. Leg deze eed alleen af zodra U bereid bent tot een leven in absolute onderwerping aan de Moeder Gods, en bid vurig om de kracht van vergeestelijking om in woord en daad alleen Maria toe te behoren.


    Allerheiligste Maagd Maria, hoogverheven Koningin der Hemelen en mijn machtige Meesteres, wil de absolute gave van mijzelf aan U aanvaarden en mij sterken in de dienst die U van mij mag verlangen. Wil mijn vurig verlangen aanvaarden om slechts door, met en in U te leven.

    Ik smeek U, Maria, wees mijn Moeder. Ik lever mijzelf uit aan de wedergeboorte uit U als Uw geest en Uw vlees en bloed.

    Ik smeek U, Maria, wees mijn Beschermster. Ik geef mijzelf over aan Uw macht over alles wat mij bedreigt naar ziel, geest, hart en lichaam.

    Ik smeek U, Maria, wees mijn Bruid. Ik bind mijn hele wezen aan U in trouw en uiterste liefde.

    Ik smeek U, Maria, wees mijn Voorspreekster. Ik leg mijn lot in Uw handen, alle dagen van mijn leven en in het uur van mijn dood.

    Ik smeek U, Maria, wees mijn Meesteres. Ik leg mijn hele wezen als Uw slaaf aan Uw voeten.

    Ik smeek U, Maria, wees mijn Leidster. Ik erken Uw absolute macht over mij en beloof U eeuwige gehoorzaamheid.

    Ik smeek U, Maria, wees de Heerseres van mijn tempel. Leef en heers in mij elk uur van de dag en de nacht, en maak mij één met U in het heilig offer.

    Ik smeek U, Maria, wees mijn Koningin. Brand Uw wil en Uw wet in mijn ziel, in mijn geest en in mijn vlees, en leg mijn wil voorgoed aan banden.

    Ik smeek U, Maria, wees mijn Middelares van alle genaden. Ik wil alles wat ik krijg, slechts aan U alleen te danken hebben en totaal van U afhankelijk zijn.

    Ik smeek U, Maria, wees mijn Alles. Ik ben Uw bezit en eigendom, totaal, onvoorwaardelijk en voor eeuwig, in Gods Licht, want alles is aan Uw voeten gelegd.

    O mijn allerheiligste Meesteres, ik smeek U, door mijn dienst aan U de genade te mogen verdienen, in U te leven en in U te sterven. Zo moge de Heilige Geest mij bijstaan.
    AMEN.


    10-06-2009
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.AAN ALLE LEZERS VAN DIT BLOG.
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.MARY CATHERINE BAXTER.
     

    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.ZO WIL JE TOCH NIET EINDIGEN ?
     

    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.MORGENGEBED. .
    Klik op de afbeelding om de link te volgen
     

    Mijn God, neergeknield in uw heilige en aanbiddelijke
    tegenwoordigheid, aanbid ik uw oneindige Majesteit.
    Ik bemin uw onovertrefbare goedheid uit geheel mijn 
    hart, uit geheel mijn ziel, uit al mijn krachten en 
    boven alles.
    Dank U, omdat Gij mij deze nacht hebt bewaard.
    In vereniging met de verdiensten van Jezus Christus
    en door het Onbevlekt Hart van Maria, Haar ter ere 
    en volgens Haar inzichten, offer ik U al mijn gedachten,
    woorden, werken, vreugde en lijden van deze dag, al mijn
    inspanningen.
    Ik bevestig niets te willen doen, zelfs geen stap, 
    geen beweging, geen blik, geen zucht, wat ik niet 
    volledig en alleen wil wijden aan uw allerheiligste
    en zeer aanbiddelijke Liefde.
    Ik maak het voornemen al de aflaten te verdienen die
    de heilige Kerk ons ter beschikking stelt, en ze toe
    te passen op de zielen van het vagevuur, naar believen 
    van onze allerzoetste en zeer beminnelijke Moeder,
    de allerheiligste Maagd Maria.
    Al wat Uw allerheiligste Wil me zal voorbehouden, wil
    ik uitvoeren uit liefde tot U en om in uw liefde te 
    groeien.
    Mijn God, omwille van de liefde van Jezus 
    Christus, verlos me van al mijn zonden, nu en in 
    de toekomst.
    Zeer zachte Jezus, verleen me, door uw verdiensten, 
    de genade om intiem en heilig met U verenigd te blijven.
    Mijn lieve Moeder Maria, zegen me en neem me op onder
    uw moederlijke bescherming.
    Mijn heilige Engel Bewaarder en al mijn Beschermheiligen
    spreek bij God voor mijn ten beste.
    AMEN.
     



    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.DE GEEST VERANDERT ALLES.
    DE  GEEST  VERANDERT  ALLES.

    Als  de  heilige  Geest  in  je  leven  mag  binnenkomen,
    wordt  het  allemaal  anders.
    Het  verandert  niet  de  omstandigheden  waarin  je  leeft.
    Hij  laat  je  milieu,  je  land   of  je  stad  zijn  wat  ze  zijn,
    maar  Hij  verandert  je  hart.
    Hij  is  de  Geest  die  leven  geeft,  en  als  Hij  zijn  intrede 
    in  je  doet,  wordt  alles  wat  dood  was  levend.
    De  geloofswaarheden  die  je  misschien  al  jarenlang  van 
    buiten  kent  en  die  je  iedere  zondag  in  de  kerk  beleden
    hebt,  worden  vervult  van  licht,  leven  en  kracht  wanneer
    je  je  openstelt  voor  de  heilige  Geest.
    Wat  je  bewaarde  in  je  hoofd,  daalt  nu  neer  in  je  hart
    en  wordt  daar  laaiend  vuur.
    Een  christen  die  vervuld  is  van  de  heilige  Geest,  weet 
    dat  God  nooit  ver  weg  is.
    Zolang  je  de  heilige  Geest  niet  ontvangen  hebt,  kunnen
    de  woorden  van  Jezus  niet  levend  worden  in  jou.
    Maar  als  de  Geest  je  even  nabij  mag  komen  als  de 
    lucht  die  je  inademt,  wordt  ieder  woord  van  Jezus  een
    frisse  bron  waarvan  je  met  altijd  nieuwe  vreugde  kunt
    drinken,  zonder  er  ooit  genoeg  van  te  krijgen.
    Elke  dag  is  de  dag  van  God.
     



    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Paulus, Apostel na de Twaalf.

    Paulus, Apostel na de Twaalf.

    Conferentie door Dr. L. Kiebooms. 

          We hebben van Paulus’ brieven door E.H. Van de Kerckhove leren kennen, maar soms is het eens interessant om een totaalbeeld te krijgen van wie is Paulus en wat heeft hij gedaan. Als gids neem ik het boek van Anton Van Wilderode, een van de grote dichters, die een boek publiceerde: “Apostel na de Twaalf” (Davidsfonds/Leuven). Ge kent de twaalf apostelen, Judas valt af en Mattias komt in de plaats. En dan komt eigenlijk Paulus, Apostel na de Twaalf.

    Anton Van Wilderode, die een dichter is, schrijft in alexandrijnse verzen en ik vind dat eigenlijk wel mooi en hij beschrijft Paulus omdat hij op alle plaatsen is gaan bedevaarten waar Paulus gepredikt heeft. Hij volgt Paulus dus op al diens tochten totdat deze in Rome wordt onthoofd. (Omwille van het copyright zal telkens enkel de titel van de gedichten vermeld worden samen met de verwijzingen naar het Nieuwe Testament waar er worden vermeld in het boek).

          Dit hele boek hier lezen is onmogelijk, maar ik zal in stukken die weg volgen zoals Anton Van Wilderode ons meeneemt in zijn dichterlijke visie op Paulus, maar waar hij dan toch zeer getrouw de teksten volgt. Hij begint met Paulus voor te stellen en neemt daarvoor de episode in de Handelingen van de Apostelen waarin Paulus voor de tweede maal op bedevaart naar Jeruzalem gaat. Een eerste keer ging Paulus nadat hij in Arabië drie jaar in de woestijn doorbracht. Toen is hij er maar enkele weken geweest maar toen zegde men hem eigenlijk: “Stap het hier maar vlug af, want gij veroorzaakt hier zoveel oproer dat wij met u niets kunnen aanvangen.”, en hij werd zachtjes terug naar Tarsus afgevoerd.

          Er ontstaat dan een vrij grote christengemeente in Antiochië en Barnabas gaat hem halen in Tarsus waar hij, samen met Barnabas, verder evangeliseert in Antiochië. Het is tijdens die periode dat hij ook begint om rechtstreeks heidenen te dopen, zonder dat die besneden zijn. Omdat de Joodse gelovigen denken dat iedereen moet besneden worden, omdat zij als uitverkoren volk dit teken moesten aannemen, ontstaat dus die discussie. Op het eerste concilie in Jeruzalem valt dan de beslissing: “Neen, ze moeten niet besneden worden, maar ze moeten zich wel onthouden van het eten van verstikt vlees en van ontucht.” Dit wil zeggen: zij mogen niet deelnemen aan de offermaaltijden van diegenen die aan de afgoden offeren en zij mogen geen seksuele omgang hebben met andere vrouwen, bedoeld worden hier in de eerste plaats de tempelpriesteressen (tempelhoeren). Dat is alles. Paulus doet een aantal rondreizen en komt dan voor een derde keer terug in Jeruzalem met de giften van de gelovige gemeenschappen waar hij geweest is, brieven heeft naartoe gestuurd en bedeltochten heeft gehouden.

          Op het tempelplein wordt Paulus plots herkend door zijn vijanden en die veroorzaken een oproer waarbij hij bijna wordt gelyncht. De Romeinse soldaten ontzetten hem en op het punt dat hij de kazerne wordt binnengedragen richt hij zich tot de bevelhebber: “Mag ik u misschien iets zeggen?” En de bevelhebber antwoordde: “Kent gij Grieks? Gij zijt dus niet die Egyptenaar die een tijd geleden oproer verwekt heeft ….” Men neemt hem voor een ander.

         Ik, Paulus (pag. 13) – Hand. 22, 3, 4 en 6. En Paulus zegt: “Ik ben een Jood uit Tarsus in Cilicië, burger uit een niet onaanzienlijke stad en ik verzoek u: sta mij toe het woord tot het volk te richten.” En dan houdt Paulus een toespraak, maar in het Hebreeuws. Paulus vertelt daarin over zijn opleiding aan de voeten van Gamaliël en zijn wedervaren op zijn tocht naar Damascus om daar ook de christenen in de boeien te slaan. Wanneer Paulus dan over zijn optreden ten aanzien van Stefanus begint te praten, luisteren de toehoorders niet verder meer en ze willen hem weer lynchen. En terwijl ze zo krijsend hun mantels afwierpen en stof in de lucht gooiden, laat de bevelhebber Paulus de gevangenis binnen brengen om hem, onder het toedienen van geselslagen, een verhoor af te nemen. Maar Paulus zegt tot de dienstdoende honderdman: “Moogt gij een Romein geselen en dan nog wel zonder veroordeling?”, waarop die honderdman hem dan toch maar gerust laat omdat het niet kon dat een Romeins burger werd gegeseld.

         Stefanos 1+ 2+3+4+5+6+7  (pag. 26-32) – Hand. 6, 5-11 + 7. Van Wilderode gaat dan terug naar de plaats in Handelingen waar Paulus, als Saulus, voor de eerste keer zal vermeld worden. Dit gebeurt bij de steniging van Stefanus. Deze kreeg, door handoplegging door de apostelen de dienst van diaken toegewezen. Zijn optreden roept onmiddellijk weerstand op en Stefanus wordt ervan beschuldigd dat in zijn woorden een laster tegen God en tegen Mozes is te horen en hij wordt voor het Sanhedrin gesleept waar Stefanus zijn redevoering houdt en elke aantijging van de hand wijst. Zijn woorden en zijn uitstraling zijn van die aard dat niemand ook maar iets kan weerleggen van wat hij zegt. De toehoorders evenwel ontstaken in woede, gooiden zich als één man op hem, sleepten hem buiten de poort en stenigden hem. Het verschijnen van Saulus wordt aangegeven met de droge opmerking dat hij de kleren van diegenen die de stenen gooiden oppaste. Nu breekt er dus een vervolging uit waarin Paulus een leiding neemt over de uitvoering van die vervolging en in de brieven die hij hiertoe krijgt zijn er een aantal waarin hij de opdracht krijgt de christengemeente in Damascus te vervolgen en voor het Sanhedrin in Jeruzalem te brengen.

         Saulus op weg naar Damascus 1+2+3+4+6+7 (pag. 37-43) – Hand. 9 + 22, 7-11. Dan volgt, in alexandrijnen, het wedervaren van Paulus toen hij aldus op weg naar Damascus van zijn paard werd gebliksemd en de stem van Jezus hoort wanneer Hij vraagt: “Saul, Saul, waarom vervolgt gij Mij?” Waarop Paulus vroeg: “Wie zijt Gij, Heer?” “Ik ben Jezus die gij vervolgt. Maar sta op en ga de stad in; daar zal iemand u zeggen wat ge doen moet.” Paulus stond recht en al waren zijn ogen open, zag hij niets. Hij werd de stad binnengeleid tot bij Ananias, een wetgetrouw man, die te goeder naam en faam bekend staat bij alle Joodse ingezetenen.

         Damascus 1+2+3+4+5+6 (pag. 44-49) Hand. 9 Dat is dus het verhaal van de bekering van Paulus, bij Van Wilderode in dichtvorm, waarbij Paulus ook zijn zwakheid ervaart bij de hulp die Ananias, in opdracht van de Heer, hem geeft. Dit staat ook beschreven in de 2de brief aan de Korintiërs (11, 30-33) waar Paulus dat zelf vertelt en dan interpreteert hoe hij dus eigenlijk, louter door de genade Gods van zijn paard gegooid wordt, dat hij gedoopt wordt en dat hij dan de apostel wordt na de twaalf. Paulus zegt: “Als er toch geroemd moet worden, zal ik roemen op mijn zwakheid. God, de Vader van onze Heer Jezus – gezegend is Hij in eeuwigheid! – weet dat ik niet lieg. Toen ik in Damascus was liet de stadhouder van koning Arétas de stad bewaken om mij te vangen; en om aan zijn handen te ontsnappen, moest ik in een mand worden neergelaten door een venster in de stadsmuur.”

         Aan de Galaten 1+2 (pag. 52-53) Gal. 1, 15-17 18-24. Maar toen besloot God, die mij vanaf mijn geboorte had uitgekozen en mij riep door zijn genade, zijn Zoon aan mij te openbaren, opdat ik Hem onder de heidenvolken zou verkondigen. Daarna vertrok ik meteen naar Arabië, zonder een mens te raadplegen. Ik ben ook niet naar Jeruzalem gegaan, naar hen die eerder apostel waren. En van Arabië ben ik weer teruggekeerd naar Damascus. Pas drie jaar later ging ik naar Jeruzalem om met Kefas kennis te maken. … Zo belandt Paulus, na zijn omzwervingen, in Tarsus, zijn geboortestad en herneemt dan zijn oude taak van tentenmaker.

         De derde stad 2+3 (pag. 68-69) Hand. 11. Dan verschijnt op Handelingen 11 de episode in Antiochië dat een vrij ruime christengemeente kent want de zaak met Stefanus zorgde ervoor dat de christenen zich verspreidden over Fenicië, Cyprus en Antiochië. Daar predikten zij enkel tot de Joden. Maar er waren onder hen mannen uit Cyprus en Cyrene die na hun komst in Antiochië zich ook tot de Grieken richtten en hun de Heer Jezus verkondigden. De hand des Heren was met hen zodat een groot aantal het geloof aannamen. … Barnabas wordt daarom afgevaardigd vanuit Jeruzalem om naar Antiochië toe te gaan. Barnabas gaat dan naar Tarsus om aan Paulus te vragen met hem mee te gaan naar Antiochië om er te evangeliseren.

         Perge 3+4 (pag. 76-77) Hand. 13. Paulus gaat met Barnabas naar Perge, een van de grote Romeinse steden, en zij evangeliseren daar. Marcus, van wie wij het evangelie hebben, kwam daar ook bij hen. Marcus kon blijkbaar niet op tegen de missiereizen zoals Paulus ze deed en hij keerde naar Jeruzalem terug.  Hij zal niet meer met Paulus samen gaan, maar zal dan de tolk worden van Petrus. Zo krijgt ge dus Petrus-Marcus en Paulus-Lucas.

         Tocht door de Tauros (pag. 79)  Paulus trekt dan door de Taurus, het gebergte dat tot in de sneeuw loopt en dat moeilijk te overkomen is en zo komt hij dan in Antiochië in Pisidië aan. Daar evangeliseert hij in het tweede Antiochië want het andere ligt in Syrië.

         Antiochië in Pisidië 2 + Thekla (pag. 88-91) Hier wordt het verhaal van Thekla verteld dat wij eigenlijk niet kennen. Het is een van de apocriefe verhalen rond Paulus. Het gaat over een meisje dat hem volgt, dat gemarteld wordt en dan sterft in een grot.

         Lystra 6+7+8+9+10+11+12  (pag. 97-103)  Hand. 14, 8-10 11-12 12-14 15-18 19-20. Paulus gaat dan naar Lystra. Het verhaal dat zich daar afspeelt, staat op een prachtige wandtapijt in de kerk van Halle. Paulus komt Lystra binnen en ziet daar een lamme zitten. Paulus geneest die lamme en daarop zijn de inwoners van Lystra ervan overtuigd dat het de twee goden, Zeus en Hermes zijn, die de genezing hebben teweeg gebracht. Zij roepen de heidense priester die onmiddellijk met een stier aankomt voor een offer voor hen beiden waarop Paulus zegt: “Ik wil dat niet.” Hij kon nauwelijks verhinderen dat er voor hem en Barnabas die stier werd geofferd. Er kwamen echter Joden uit Antiochië en Ikonium die de bevolking van Lystra ompraatten. Daarop stenigden ze Paulus en ze sleepten hem buiten de stad in de mening dat hij dood was. Maar toen de leerlingen om hem heen waren gaan staan, richtte hij zich op en ging weer de stad binnen. De volgende dag vertrok hij met Barnabas naar Derbe.

         Jeruzalem + Aan de Galaten + Twistgesprek (pag. 104-107) Gal. 2, 1-2 7-9.  Paulus verliet dus Lystra en hij vertelt dan aan de Galaten over zijn terugkeer naar de stad Jeruzalem. Dus eerst drie jaar Damascus en dan terug naar Jeruzalem voor een korte episode, dan weer over Tarsus naar Antiochië en dan, na veertien jaar, de hier beschreven terugkeer naar Jeruzalem. Paulus legt zijn predicatie en de wijze waarop hij evangeliseert uit aan wat hij noemt “de steunpilaren in Jeruzalem”. In het boek van Anton Van Wilderode volgen dan de gedichten waarin Paulus wordt beschreven en waarvan het eerste begint als volgt:                “Ik zie je met de hulp van mijn verbeelding …” Als bron wordt hier vermeld “De handelingen van Paulus en Thekla.” – 2de eeuw.

         Eutychus 1+2+3 (pag. 119-121) Naar Hand. 20, 9-12. Paulus komt dan in Troas waar de episode met Eutychus zich afspeelt die in een vensterraam zit en naar beneden valt. Hij ligt voor dood op de grond, maar Paulus wekt hem terug op en geneest hem.

         Visioen in Troas (pag. 122) Hand. 16, 9-15. In Troas krijgt Paulus het visioen om over te steken en om zijn werk verder uit te breiden. Daarin krijgt hij te horen: “Gij moet niet in Klein-Azië blijven. Gij moet naar de overkant, Macedonië, gaan. Daar had Paulus ’s nachts een visioen: er stond een Macedoniër voor hem die hem smeekte: “Steek over naar Macedonië en kom ons te hulp.” Na zijn visioen zochten wij onmiddellijk een gelegenheid naar Macedonië te vertrekken, want we maakten er uit op dat God ons geroepen had om hun het Evangelie te verkondigen. Wij voeren dus af van Troas … en van daar naar Filippi, een stad in het eerste district van Macedonië en een kolonie.

         Lydia van Filippi (pag. 124-126) Hand. 16, 9-15. In Filippi ontmoet hij de bekende Lydia die hem onderdak geeft. Ook een zekere Lydia uit de stad Tyatira, die purperen stoffen verkocht – zij was een godvrezende –, hoorde toe en de Heer maakte haar hart ontvankelijk voor wat door Paulus gezegd werd. Nadat zij en haar huisgenoten gedoopt waren, nodigde ze ons uit en zei: “Als ge van oordeel zijt dat ik werkelijk in de Heer geloof, komt dan in mijn huis en neemt daar uw intrek.” En zij drong er bij ons sterk op aan.

         Gevangen in Filippi 1+2+3  (pag. 127-129 ) Hand. 16, 25-27 28-34. Paulus zit daarna in Filippi vast in de blokken. Hieraan ging vooraf, dat Paulus, die vergezeld was van Silas, reeds dagen lang werden achtervolgd door een slavin met een waarzeggende geest die haar meesters veel geld opbracht. Paulus werd dat moe en hij zegt tot die geest: “In de Naam van Jezus Christus gelast ik u uit haar weg te gaan.” Op hetzelfde ogenblik ging hij uit haar weg, maar de meesters van de vrouw waren nu een grote bron van inkomsten kwijt en zij legden klacht neer tegen Paulus. Hierop wordt deze, samen met Silas, met roeden geslagen, in de kerker gezet en daar ook nog eens in de blokken. Er gebeurt een aardbeving en de boeien van de gevangen springen stuk en alle deuren vliegen open. De bewaker van de gevangenis, die denkt dat alle gevangenen zijn ontsnapt, wil de hand aan zichzelf slaan, maar Paulus weerhoudt hem.

         Gelijk een moeder. Gelijk een vader.  (pag. 132-133) 1 Tess. 2, 7-9 10-13. Paulus vertrekt dan uit Filippi, waar hij slaag kreeg, en hij gaat dan van synagoge naar synagoge, via Tessalonica, naar Athene. Later zal hij over deze episode in een brief aan de Tessalonicenzen schrijven. Hij is dan in Athene en Korinthe. (Wij hebben geen eerbewijzen van mensen gezocht), ofschoon wij als apostelen van Christus ons hadden kunnen laten gelden. Wij zijn even zachtzinnig met u omgegaan als een verpleegster met haar babies. Wij waren u zo innig genegen dat wij u graag, met het Evangelie van God, ons eigen leven hadden geschonken; zo lief waart gij ons geworden. … Gij weet het, als een vader hebben wij ieder van u vermaand en aangemoedigd; wij hebben u bezworen een leven te leiden, God waardig, die u roept tot de heerlijkheid van Zijn koninkrijk.

         Op de Akropolis (pag. 136) Dan komt Paulus in Athene waar hij de Akropolis opgaat. Wie ooit in Athene was, weet dat de Akropolis daar nog altijd even prachtig ligt. Een geweldig platform moet dat geweest zijn in de Oudheid. Het is nu nog altijd buitengewoon. Dus daar vindt Paulus ‘de onbekende God’.                

          Paulus te Athene 1+2 (pag. 137-138) Hand. 17, 22-25 26-28. Wat zegt Paulus nu in Athene? Paulus ging midden op de Areópagus staan en nam het woord: “Mannen van Athene, ik zie aan alles hoeveel ontzag gij hebt voor hogere wezens. Want  toen ik rondliep en bekeek wat gij zoal vereert, ontdekte ik zelfs een altaar met het opschrift ‘Aan een onbekende god’. Welnu, wat gij vereert zonder het te kennen, dat kom ik u verkondigen. …” Uiteindelijk gaat hij in het verdere verhaal over naar de verrijzenis van Christus en dan krijgt hij als reactie: “Ja maar, ja maar, we zullen u morgen nog wel eens horen!” Want niemand gelooft hem behalve één, een van de Areopagieten, Dionysius, en zijn vrouw Dámaris en nog enkele anderen geloofden hem wel en zij bekeerden zich. Dat is de eeuwige tragiek van Paulus. Overal gooit men hem buiten, maar altijd heeft hij Lydia of hier Dionysius of één enkel iemand die zich bekeert en gelooft en bij wie hij dan terecht komt. Van Athene gaat Paulus dan naar Korinthe en van Korinthe naar Efeze.

          In Efese 1+2  (pag. 155-156) Hand. 18 en 19 en 1 Kor. 2, 3-8. Wij zijn nu Handelingen, hoofdstuk 18 en 19. Efeze is een grote stad waar de godin Artemis wordt vereerd en waar de handel in beeldjes hieromtrent zeer winstgevend is. Achteraf wordt hij daar door de heidenen vervolgd omdat hij concurrentie wordt van hun lucratieve handel, enz. Hij schrijft dan ook aan de Korintiërs wat hij verkondigt in Efese, want het is van daaruit dat hij zijn eerste brief aan de Korintiërs schreef.

          ‘Gij zijt van Christus, Christus is van God.’ + De wedloop 1+2  (pag. 157-161 ) (1 Kor. 3, 23 + 9, 24-27) Paulus verwijt in die brief de Korintiërs hun partijschappen en roept hen op te leven volgens de christelijke wijsheid. Ook vergelijkt hij de ijver voor God met de voorbereidingen van de atleten voor de Griekse wedstrijdspelen en spoort de christengemeente aan dat minstens even vurig te doen: zich voorbereiden op de zegekrans in het hiernamaals.         

          De Instelling (pag. 162) 1 Kor. 11, 23-26. Ook de instelling van de Heilige Eucharistie komt in deze brief aan de Korintiërs ter sprake. Het is het oudste geschrift over de H. Eucharistie dat we hebben. “Zelf heb ik immers van de Heer de overlevering ontvangen die ik u op mijn beurt heb doorgegeven, dat de Heer Jezus in de nacht waarin hij werd overgeleverd, brood nam en na gedankt te hebben het brak en zei: ‘Dit is Mijn Lichaam voor u. Doe dit tot Mijn gedachtenis.’ Zo ook na de maaltijd de beker, met de woorden: ‘Deze beker is het Nieuwe Verbond in Mijn Bloed. Doet dit, elke keer als gij hem drinkt, tot Mijn gedachtenis. Telkens als gij dit brood eet en de beker drinkt, verkondigt gij de dood des Heren, totdat Hij wederkomt.’”

          Hooglied van de Liefde (pag. 163-164 ) 1 Kor. 13, 1-13. “Al spreek ik met de tongen van engelen en mensen: als ik de liefde niet heb, ben ik een galmend bekken of een schelle cimbaal. Al heb ik de gave der profetie, al ken ik alle geheimen en alle wetenschap, al heb ik het volmaakte geloof dat bergen verzet: als ik de liefde niet heb, ben ik niets. … … Thans zien wij in een spiegel, onduidelijk, maar dan van aangezicht tot Aangezicht. Thans ken ik slechts ten dele, maar dan zal ik ten volle kennen zoals God mij kent. Nu echter blijven geloof, hoop en liefde de grote drie; maar de liefde is de grootste.

          De opstanding (pag. 165-166) 1 Kor. 15, 3-20. “In de eerste plaats dan heb ik u overgeleverd wat ik ook zelf als overlevering heb ontvangen, namelijk dat Christus gestorven is voor onze zonden, volgens de Schriften, en dat Hij begraven is, en dat Hij is opgestaan op de derde dag, volgens de Schriften, en dat Hij verschenen is aan Kefas en daarna aan de Twaalf. … … Indien wij enkel voor dit leven onze hoop op Christus hebben gevestigd, zijn wij de beklagenswaardigste van alle mensen. Maar zo is het niet! Christus is opgewekt uit de doden, als eersteling van hen die ontslapen zijn.”

          Gij zelf zijt onze brief 1+2  (pag. 167-168) 2 Kor. 3, 2-5 + 5, 6-9. In de 2de brief aan de Korintiërs zegt Paulus: “Gij zelf zijt onze aanbeveling, geschreven in ons hart, maar voor allen te zien en te lezen, een open brief van Christus, met onze hulp opgesteld, niet met inkt geschreven maar met de Geest van de levende God, niet op stenen tafelen maar in de harten van levende mensen. …” “Daarom houden wij altijd goed moed. Wij zijn ons bewust dat wij, zolang wij thuis zijn in het lichaam, ver zijn van de Heer. Wij leven in geloof, we zien Hem niet. Maar we houden moed en zouden liever uit het lichaam verhuizen om onze intrek te nemen bij de Heer.”

          Paulus Apostel (pag. 169) Naar 2 Kor. 6, 1b-10. + Aan de Kerk van Korinthe 1+2+3+4 (pag. 170-173) 2 Kor. 11, 26-28 + 2 Kor. 12.

    Paulus spreekt dan over zijn werk en lijden als apostel: “Als Gods medewerkers sporen wij u aan: zorg dat ge Zijn genade niet tevergeefs ontvangt. Hij (God) zegt immers: ‘Op de gunstige tijd heb Ik u verhoord, op de dag van het heil ben Ik u te hulp gekomen.’ Nu is er die gunstige tijd, vandaag is het de dag van het heil.” … “… Altijd op reis, gevaren van rivieren en gevaren van rovers, gevaren van de kant van mijn eigen volk en gevaren van heidenen, gevaren in steden en in de woestijn, gevaren op zee, gevaren te midden van valse broeders, met zwoegen en tobben, veel slapeloze nachten, honger en dorst, vaak zonder eten, in koude en naaktheid. …” “Moet er geroemd worden? Het dient wel nergens toe, maar dan kom ik nu tot visioenen en openbaringen van de Heer. …” … “Zou ik werkelijk willen roemen, dan was ik geen dwaas; ik zou immers de waarheid zeggen. …” “… Maar Hij antwoordde mij: ‘Je hebt genoeg aan Mijn genade. Kracht wordt juist in zwakheid volkomen.’ …”

          Testament 3 (pag. 238) Naar 2 Kor. 2, 4. Paulus’ dood + De lictor 1+2 (pag. 240-242) Het einde (pag. 244) Paulus gaat dan uiteindelijk naar Rome en wordt daar een eerste maal vrij gesproken. Tijdens deze eerste Romeinse gevangenschap schrijft Paulus de brief aan Filémon en daarna ook de brieven aan Titus en 1 en 2 aan Timotheüs die hij respectievelijk op Kreta en in Efeze achter liet. In prachtige gedichten beschrijft Anton van Wilderode dan het einde van Paulus’ leven. Beschouwingen over zijn apostolaat, zijn reisgezellen en medebroeders en de lange gesprekken, soms vermanend, die hij met hen voerde. Dan komt het schijnproces voor Nero waarbij Paulus ter dood wordt veroordeeld en de lictor, de Romeinse gerechtsdienaar voert het vonnis, onthoofding, uit. Paulus vindt zijn laatste rustplaats nabij de weg naar Ostia, ‘tussen oleanders en agaven’. 

             


    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.GODS WOORD VOOR VANDAAG. ( LOURDES ).
    H. Landricus van Parijs (gedachtenis) ,   H. Oliva van Palermo (gedachtenis)

    Lezing uit de 2e brief van de apostel Paulus aan de Corinthiërs 3,4-11.
    Psalmen 99,5.6.7.8.9.
    Heilig Evangelie van Jezus Christus volgens Mattheus 5,17-19.


    Lezing uit de 2e brief van de apostel Paulus aan de Corinthiërs 3,4-11.

    Door Christus hebben we dit zelfvertrouwen bij God.
    Want niet door onszelf, en als door eigen kracht zijn we in staat, iets te bedenken; maar onze geschiktheid is uit God,
    die ons bekwaam heeft gemaakt, om bedienaars te worden van een nieuw Verbond, niet van de letter, maar van den Geest. Want de letter doodt, maar de Geest maakt levend.
    Welnu, wanneer de bediening des doods, met letters op steen gegrift, in heerlijkheid is geweest, zodat de zonen Israëls het gelaat van Moses niet konden aanstaren om de voorbijgaande glans van zijn aanschijn,
    hoe veel te meer moet dan de bediening des Geestes in heerlijkheid zijn!
    En wanneer de bediening der verdoeming heerlijk was, hoeveel te meer moet de bediening der rechtvaardiging overvloeien van heerlijkheid!
    Ja, wat eens verheerlijkt was, is in vergelijking met deze allesovertreffende heerlijkheid toch eigenlijk nooit zó verheerlijkt geweest.
    Want indien het vergankelijke van heerlijkheid is omgeven, hoeveel te meer is dan het onvergankelijke in heerlijkheid!


    Psalmen 99,5.6.7.8.9.

    Prijst dan Jahweh, onzen God, En werpt u neer voor zijn voetbank: Want heilig is Jahweh, onze God!
    Een Moses en Aäron waren onder zijn priesters, Een Samuël onder de belijders van zijn Naam: Ze riepen tot Jahweh, en Hij heeft ze verhoord,
    En in een wolkkolom tot hen gesproken. Ze hadden zijn geboden volbracht, De wet, die Hij hun had gegeven:
    Daarom hebt Gij, Jahweh, onze God, hen verhoord; Gij waart hun een God, die vergiffenis schonk, En hun daden niet strafte.
    Prijst dan Jahweh, onzen God, En werpt u neer voor zijn heilige berg: Want heilig is Jahweh, onze God!


    Heilig Evangelie van Jezus Christus volgens Mattheus 5,17-19.

    Meent niet, dat Ik gekomen ben, om de Wet of de Profeten op te heffen. Ik ben niet komen opheffen, maar volmaken.
    Voorwaar, Ik zeg u: Eer hemel en aarde vergaan, zal er geen jota of stip van de Wet vergaan, totdat alles is volbracht.
    Wie dus een van die kleinste geboden opheft en dit aan de mensen leert, zal de minste worden genoemd in het rijk der hemelen; maar wie ze onderhoudt en ze leert, hij zal groot worden genoemd in het rijk der hemelen.

    Bron : Petrus Canisius bijbelvertaling


    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.TOEWIJDING VAN DE BEDROEFDE ZIEL AAN JEZUS.
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    O Jezus,

    Hoe bedroefd is toch mijn ziel. Mijn God, waarom hebt Gij mij verlaten ?

    Mijn Verlosser, U die alles weet, U weet dat ik U bemin.

    Hoe eenzaam is toch mijn hart, doch naar wie anders zou ik gaan dan naar U, U hebt woorden van Eeuwig Leven. U bent de Christus, de Zoon van de levende God.

    O laat mij toch niet in de steek, want nog is niet alles volbracht. Hoe lang is de weg van het leven, en hoe licht brengt de last van het kruis mij tot dwaling.

    O Lam Gods dat wegneemt de zonden der wereld, vergeef mij, in mijn blindheid heb ik niet gezien dat deze kelk niet aan mij voorbij mag gaan, want ik moet volmaakt zijn zoals mijn Vader in de Hemel volmaakt is.

    O Jezus, zeg ook tot mij dat ik met U in het Paradijs zal zijn, en het Licht zal ook in mijn duisternis schijnen.

    In Uw handen beveel ik nu reeds mijn geest, want ik weet dat U mijn tempel zult herbouwen in het Eeuwig Rijk.
    AMEN.

     




    Foto

    Getuigenissen van de jongeren van Cenacolo
  • Deel 1
  • Deel 2
  • Deel 3
  • Deel 4
  • Deel 5
  • Deel 6
  • Deel 7

  • Foto

    Foto

    Foto

    Godelieve heeft voor mij
    deze prachtige pps gemaakt
    waarvoor mijn dank





    Foto

    Schrijft u wat in mijn gastenboek
    klik dan op het boek boven




    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Klik op het plaatje en krijg een prachtige rondleiding door het Vaticaan
    Ieder nummertje is weer iets moois
    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Image and video hosting by TinyPic
    Image and video hosting by TinyPic
    Image and video hosting by TinyPic
    Foto

    Een interessant adres?


    Blog tegen de wet? Klik hier.
    Gratis blog op https://www.bloggen.be - Meer blogs