For this blog to translate into language of your choice? Select your language below.
2 prachtige pps-jes hierboven van Godelieve en ook Mama rechts heeft ze gemaakt Klik op de banner en bekijk nog veel meer moois op haar blog
Klik op de banner hier beneden en ga eens langs bij Lenie voor nog meer moois Alle Ave Maria pps-jes hierboven zijn van haar
Gastenboek
Druk oponderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek
Wonder
10-06-2009
AAN ALLE LEZERS VAN DIT BLOG.
MARY CATHERINE BAXTER.
ZO WIL JE TOCH NIET EINDIGEN ?
MORGENGEBED. .
Mijn God, neergeknield in uw heilige en aanbiddelijke
tegenwoordigheid, aanbid ik uw oneindige Majesteit.
Ik bemin uw onovertrefbare goedheid uit geheel mijn
hart, uit geheel mijn ziel, uit al mijn krachten en
boven alles.
Dank U, omdat Gij mij deze nacht hebt bewaard.
In vereniging met de verdiensten van Jezus Christus
en door het Onbevlekt Hart van Maria, Haar ter ere
en volgens Haar inzichten, offer ik U al mijn gedachten,
woorden, werken, vreugde en lijden van deze dag, al mijn
inspanningen.
Ik bevestig niets te willen doen, zelfs geen stap,
geen beweging, geen blik, geen zucht, wat ik niet
volledig en alleen wil wijden aan uw allerheiligste
en zeer aanbiddelijke Liefde.
Ik maak het voornemen al de aflaten te verdienen die
de heilige Kerk ons ter beschikking stelt, en ze toe
te passen op de zielen van het vagevuur, naar believen
van onze allerzoetste en zeer beminnelijke Moeder,
de allerheiligste Maagd Maria.
Al wat Uw allerheiligste Wil me zal voorbehouden, wil
ik uitvoeren uit liefde tot U en om in uw liefde te
groeien.
Mijn God, omwille van de liefde van Jezus
Christus, verlos me van al mijn zonden, nu en in
de toekomst.
Zeer zachte Jezus, verleen me, door uw verdiensten,
de genade om intiem en heilig met U verenigd te blijven.
Mijn lieve Moeder Maria, zegen me en neem me op onder
uw moederlijke bescherming.
Mijn heilige Engel Bewaarder en al mijn Beschermheiligen
spreek bij God voor mijn ten beste.
AMEN.
DE GEEST VERANDERT ALLES.
DE GEEST VERANDERT ALLES.
Als de heilige Geest in je leven mag binnenkomen,
wordt het allemaal anders.
Het verandert niet de omstandigheden waarin je leeft.
Hij laat je milieu, je land of je stad zijn wat ze zijn,
maar Hij verandert je hart.
Hij is de Geest die leven geeft, en als Hij zijn intrede
in je doet, wordt alles wat dood was levend.
De geloofswaarheden die je misschien al jarenlang van
buiten kent en die je iedere zondag in de kerk beleden
hebt, worden vervult van licht, leven en kracht wanneer
je je openstelt voor de heilige Geest.
Wat je bewaarde in je hoofd, daalt nu neer in je hart
en wordt daar laaiend vuur.
Een christen die vervuld is van de heilige Geest, weet
dat God nooit ver weg is.
Zolang je de heilige Geest niet ontvangen hebt, kunnen
de woorden van Jezus niet levend worden in jou.
Maar als de Geest je even nabij mag komen als de
lucht die je inademt, wordt ieder woord van Jezus een
frisse bron waarvan je met altijd nieuwe vreugde kunt
drinken, zonder er ooit genoeg van te krijgen.
Elke dag is de dag van God.
Paulus, Apostel na de Twaalf.
Paulus, Apostel na de Twaalf.
Conferentie door Dr. L. Kiebooms.
We hebben van Paulus brieven door E.H. Van de Kerckhove leren kennen, maar soms is het eens interessant om een totaalbeeld te krijgen van wie is Paulus en wat heeft hij gedaan. Als gids neem ik het boek van Anton Van Wilderode, een van de grote dichters, die een boek publiceerde: Apostel na de Twaalf (Davidsfonds/Leuven). Ge kent de twaalf apostelen, Judas valt af en Mattias komt in de plaats. En dan komt eigenlijk Paulus, Apostel na de Twaalf.
Anton Van Wilderode, die een dichter is, schrijft in alexandrijnse verzen en ik vind dat eigenlijk wel mooi en hij beschrijft Paulus omdat hij op alle plaatsen is gaan bedevaarten waar Paulus gepredikt heeft. Hij volgt Paulus dus op al diens tochten totdat deze in Rome wordt onthoofd. (Omwille van het copyright zal telkens enkel de titel van de gedichten vermeld worden samen met de verwijzingen naar het Nieuwe Testament waar er worden vermeld in het boek).
Dit hele boek hier lezen is onmogelijk, maar ik zal in stukken die weg volgen zoals Anton Van Wilderode ons meeneemt in zijn dichterlijke visie op Paulus, maar waar hij dan toch zeer getrouw de teksten volgt. Hij begint met Paulus voor te stellen en neemt daarvoor de episode in de Handelingen van de Apostelen waarin Paulus voor de tweede maal op bedevaart naar Jeruzalem gaat. Een eerste keer ging Paulus nadat hij in Arabië drie jaar in de woestijn doorbracht. Toen is hij er maar enkele weken geweest maar toen zegde men hem eigenlijk: Stap het hier maar vlug af, want gij veroorzaakt hier zoveel oproer dat wij met u niets kunnen aanvangen., en hij werd zachtjes terug naar Tarsus afgevoerd.
Er ontstaat dan een vrij grote christengemeente in Antiochië en Barnabas gaat hem halen in Tarsus waar hij, samen met Barnabas, verder evangeliseert in Antiochië. Het is tijdens die periode dat hij ook begint om rechtstreeks heidenen te dopen, zonder dat die besneden zijn. Omdat de Joodse gelovigen denken dat iedereen moet besneden worden, omdat zij als uitverkoren volk dit teken moesten aannemen, ontstaat dus die discussie. Op het eerste concilie in Jeruzalem valt dan de beslissing: Neen, ze moeten niet besneden worden, maar ze moeten zich wel onthouden van het eten van verstikt vlees en van ontucht. Dit wil zeggen: zij mogen niet deelnemen aan de offermaaltijden van diegenen die aan de afgoden offeren en zij mogen geen seksuele omgang hebben met andere vrouwen, bedoeld worden hier in de eerste plaats de tempelpriesteressen (tempelhoeren). Dat is alles. Paulus doet een aantal rondreizen en komt dan voor een derde keer terug in Jeruzalem met de giften van de gelovige gemeenschappen waar hij geweest is, brieven heeft naartoe gestuurd en bedeltochten heeft gehouden.
Op het tempelplein wordt Paulus plots herkend door zijn vijanden en die veroorzaken een oproer waarbij hij bijna wordt gelyncht. De Romeinse soldaten ontzetten hem en op het punt dat hij de kazerne wordt binnengedragen richt hij zich tot de bevelhebber: Mag ik u misschien iets zeggen? En de bevelhebber antwoordde: Kent gij Grieks? Gij zijt dus niet die Egyptenaar die een tijd geleden oproer verwekt heeft . Men neemt hem voor een ander.
Ik, Paulus (pag. 13) Hand. 22, 3, 4 en 6. En Paulus zegt: Ik ben een Jood uit Tarsus in Cilicië, burger uit een niet onaanzienlijke stad en ik verzoek u: sta mij toe het woord tot het volk te richten. En dan houdt Paulus een toespraak, maar in het Hebreeuws. Paulus vertelt daarin over zijn opleiding aan de voeten van Gamaliël en zijn wedervaren op zijn tocht naar Damascus om daar ook de christenen in de boeien te slaan. Wanneer Paulus dan over zijn optreden ten aanzien van Stefanus begint te praten, luisteren de toehoorders niet verder meer en ze willen hem weer lynchen. En terwijl ze zo krijsend hun mantels afwierpen en stof in de lucht gooiden, laat de bevelhebber Paulus de gevangenis binnen brengen om hem, onder het toedienen van geselslagen, een verhoor af te nemen. Maar Paulus zegt tot de dienstdoende honderdman: Moogt gij een Romein geselen en dan nog wel zonder veroordeling?, waarop die honderdman hem dan toch maar gerust laat omdat het niet kon dat een Romeins burger werd gegeseld.
Stefanos 1+ 2+3+4+5+6+7 (pag. 26-32) Hand. 6, 5-11 + 7. Van Wilderode gaat dan terug naar de plaats in Handelingen waar Paulus, als Saulus, voor de eerste keer zal vermeld worden. Dit gebeurt bij de steniging van Stefanus. Deze kreeg, door handoplegging door de apostelen de dienst van diaken toegewezen. Zijn optreden roept onmiddellijk weerstand op en Stefanus wordt ervan beschuldigd dat in zijn woorden een laster tegen God en tegen Mozes is te horen en hij wordt voor het Sanhedrin gesleept waar Stefanus zijn redevoering houdt en elke aantijging van de hand wijst. Zijn woorden en zijn uitstraling zijn van die aard dat niemand ook maar iets kan weerleggen van wat hij zegt. De toehoorders evenwel ontstaken in woede, gooiden zich als één man op hem, sleepten hem buiten de poort en stenigden hem. Het verschijnen van Saulus wordt aangegeven met de droge opmerking dat hij de kleren van diegenen die de stenen gooiden oppaste. Nu breekt er dus een vervolging uit waarin Paulus een leiding neemt over de uitvoering van die vervolging en in de brieven die hij hiertoe krijgt zijn er een aantal waarin hij de opdracht krijgt de christengemeente in Damascus te vervolgen en voor het Sanhedrin in Jeruzalem te brengen.
Saulus op weg naar Damascus 1+2+3+4+6+7 (pag. 37-43) Hand. 9 + 22, 7-11. Dan volgt, in alexandrijnen, het wedervaren van Paulus toen hij aldus op weg naar Damascus van zijn paard werd gebliksemd en de stem van Jezus hoort wanneer Hij vraagt: Saul, Saul, waarom vervolgt gij Mij? Waarop Paulus vroeg: Wie zijt Gij, Heer? Ik ben Jezus die gij vervolgt. Maar sta op en ga de stad in; daar zal iemand u zeggen wat ge doen moet. Paulus stond recht en al waren zijn ogen open, zag hij niets. Hij werd de stad binnengeleid tot bij Ananias, een wetgetrouw man, die te goeder naam en faam bekend staat bij alle Joodse ingezetenen.
Damascus 1+2+3+4+5+6 (pag. 44-49) Hand. 9 Dat is dus het verhaal van de bekering van Paulus, bij Van Wilderode in dichtvorm, waarbij Paulus ook zijn zwakheid ervaart bij de hulp die Ananias, in opdracht van de Heer, hem geeft.Dit staat ook beschreven in de 2de brief aan de Korintiërs (11, 30-33) waar Paulus dat zelf vertelt en dan interpreteert hoe hij dus eigenlijk, louter door de genade Gods van zijn paard gegooid wordt, dat hij gedoopt wordt en dat hij dan de apostel wordt na de twaalf. Paulus zegt: Als er toch geroemd moet worden, zal ik roemen op mijn zwakheid. God, de Vader van onze Heer Jezus gezegend is Hij in eeuwigheid! weet dat ik niet lieg. Toen ik in Damascus was liet de stadhouder van koning Arétas de stad bewaken om mij te vangen; en om aan zijn handen te ontsnappen, moest ik in een mand worden neergelaten door een venster in de stadsmuur.
Aan de Galaten 1+2 (pag. 52-53) Gal. 1, 15-17 18-24. Maar toen besloot God, die mij vanaf mijn geboorte had uitgekozen en mij riep door zijn genade, zijn Zoon aan mij te openbaren, opdat ik Hem onder de heidenvolken zou verkondigen. Daarna vertrok ik meteen naar Arabië, zonder een mens te raadplegen. Ik ben ook niet naar Jeruzalem gegaan, naar hen die eerder apostel waren. En van Arabië ben ik weer teruggekeerd naar Damascus. Pas drie jaar later ging ik naar Jeruzalem om met Kefas kennis te maken. Zo belandt Paulus, na zijn omzwervingen, in Tarsus, zijn geboortestad en herneemt dan zijn oude taak van tentenmaker.
De derde stad 2+3 (pag. 68-69) Hand. 11.Dan verschijnt op Handelingen 11 de episode in Antiochië dat een vrij ruime christengemeente kent want de zaak met Stefanus zorgde ervoor dat de christenen zich verspreidden over Fenicië, Cyprus en Antiochië. Daar predikten zij enkel tot de Joden. Maar er waren onder hen mannen uit Cyprus en Cyrene die na hun komst in Antiochië zich ook tot de Grieken richtten en hun de Heer Jezus verkondigden. De hand des Heren was met hen zodat een groot aantal het geloof aannamen. Barnabas wordt daarom afgevaardigd vanuit Jeruzalem om naar Antiochië toe te gaan. Barnabas gaat dan naar Tarsus om aan Paulus te vragen met hem mee te gaan naar Antiochië om er te evangeliseren.
Perge 3+4 (pag. 76-77) Hand. 13.Paulus gaat met Barnabas naar Perge, een van de grote Romeinse steden, en zij evangeliseren daar. Marcus, van wie wij het evangelie hebben, kwam daar ook bij hen. Marcus kon blijkbaar niet op tegen de missiereizen zoals Paulus ze deed en hij keerde naar Jeruzalem terug. Hij zal niet meer met Paulus samen gaan, maar zal dan de tolk worden van Petrus. Zo krijgt ge dus Petrus-Marcus en Paulus-Lucas.
Tocht door de Tauros (pag. 79) Paulus trekt dan door de Taurus, het gebergte dat tot in de sneeuw loopt en dat moeilijk te overkomen is en zo komt hij dan in Antiochië in Pisidië aan. Daar evangeliseert hij in het tweede Antiochië want het andere ligt in Syrië.
Antiochië in Pisidië 2 + Thekla (pag. 88-91) Hier wordt het verhaal van Thekla verteld dat wij eigenlijk niet kennen. Het is een van de apocriefe verhalen rond Paulus. Het gaat over een meisje dat hem volgt, dat gemarteld wordt en dan sterft in een grot.
Lystra 6+7+8+9+10+11+12 (pag. 97-103) Hand. 14, 8-10 11-12 12-14 15-18 19-20.Paulus gaat dan naar Lystra. Het verhaal dat zich daar afspeelt, staat op een prachtige wandtapijt in de kerk van Halle. Paulus komt Lystra binnen en ziet daar een lamme zitten. Paulus geneest die lamme en daarop zijn de inwoners van Lystra ervan overtuigd dat het de twee goden, Zeus en Hermes zijn, die de genezing hebben teweeg gebracht. Zij roepen de heidense priester die onmiddellijk met een stier aankomt voor een offer voor hen beiden waarop Paulus zegt: Ik wil dat niet. Hij kon nauwelijks verhinderen dat er voor hem en Barnabas die stier werd geofferd. Er kwamen echter Joden uit Antiochië en Ikonium die de bevolking van Lystra ompraatten. Daarop stenigden ze Paulus en ze sleepten hem buiten de stad in de mening dat hij dood was. Maar toen de leerlingen om hem heen waren gaan staan, richtte hij zich op en ging weer de stad binnen. De volgende dag vertrok hij met Barnabas naar Derbe.
Jeruzalem + Aan de Galaten + Twistgesprek (pag. 104-107) Gal. 2, 1-2 7-9.Paulus verliet dus Lystra en hij vertelt dan aan de Galaten over zijn terugkeer naar de stad Jeruzalem. Dus eerst drie jaar Damascus en dan terug naar Jeruzalem voor een korte episode, dan weer over Tarsus naar Antiochië en dan, na veertien jaar, de hier beschreven terugkeer naar Jeruzalem. Paulus legt zijn predicatie en de wijze waarop hij evangeliseert uit aan wat hij noemt de steunpilaren in Jeruzalem. In het boek van Anton Van Wilderode volgen dan de gedichten waarin Paulus wordt beschreven en waarvan het eerste begint als volgt: Ik zie je met de hulp van mijn verbeelding Als bron wordt hier vermeld De handelingen van Paulus en Thekla. 2de eeuw.
Eutychus 1+2+3 (pag. 119-121) Naar Hand. 20, 9-12. Paulus komt dan in Troas waar de episode met Eutychus zich afspeelt die in een vensterraam zit en naar beneden valt. Hij ligt voor dood op de grond, maar Paulus wekt hem terug op en geneest hem.
Visioen in Troas (pag. 122) Hand. 16, 9-15. In Troas krijgt Paulus het visioen om over te steken en om zijn werk verder uit te breiden. Daarin krijgt hij te horen: Gij moet niet in Klein-Azië blijven. Gij moet naar de overkant, Macedonië, gaan. Daar had Paulus s nachts een visioen: er stond een Macedoniër voor hem die hem smeekte: Steek over naar Macedonië en kom ons te hulp. Na zijn visioen zochten wij onmiddellijk een gelegenheid naar Macedonië te vertrekken, want we maakten er uit op dat God ons geroepen had om hun het Evangelie te verkondigen. Wij voeren dus af van Troas en van daar naar Filippi, een stad in het eerste district van Macedonië en een kolonie.
Lydia van Filippi (pag. 124-126) Hand. 16, 9-15. In Filippi ontmoet hij de bekende Lydia die hem onderdak geeft. Ook een zekere Lydia uit de stad Tyatira, die purperen stoffen verkocht zij was een godvrezende , hoorde toe en de Heer maakte haar hart ontvankelijk voor wat door Paulus gezegd werd. Nadat zij en haar huisgenoten gedoopt waren, nodigde ze ons uit en zei: Als ge van oordeel zijt dat ik werkelijk in de Heer geloof, komt dan in mijn huis en neemt daar uw intrek. En zij drong er bij ons sterk op aan.
Gevangen in Filippi 1+2+3 (pag. 127-129 ) Hand. 16, 25-27 28-34. Paulus zit daarna in Filippi vast in de blokken. Hieraan ging vooraf, dat Paulus, die vergezeld was van Silas, reeds dagen lang werden achtervolgd door een slavin met een waarzeggende geest die haar meesters veel geld opbracht. Paulus werd dat moe en hij zegt tot die geest: In de Naam van Jezus Christus gelast ik u uit haar weg te gaan. Op hetzelfde ogenblik ging hij uit haar weg, maar de meesters van de vrouw waren nu een grote bron van inkomsten kwijt en zij legden klacht neer tegen Paulus. Hierop wordt deze, samen met Silas, met roeden geslagen, in de kerker gezet en daar ook nog eens in de blokken. Er gebeurt een aardbeving en de boeien van de gevangen springen stuk en alle deuren vliegen open. De bewaker van de gevangenis, die denkt dat alle gevangenen zijn ontsnapt, wil de hand aan zichzelf slaan, maar Paulus weerhoudt hem.
Gelijk een moeder. Gelijk een vader. (pag. 132-133) 1 Tess. 2, 7-9 10-13. Paulus vertrekt dan uit Filippi, waar hij slaag kreeg, en hij gaat dan van synagoge naar synagoge, via Tessalonica, naar Athene. Later zal hij over deze episode in een brief aan de Tessalonicenzen schrijven. Hij is dan in Athene en Korinthe. (Wij hebben geen eerbewijzen van mensen gezocht), ofschoon wij als apostelen van Christus ons hadden kunnen laten gelden. Wij zijn even zachtzinnig met u omgegaan als een verpleegster met haar babies. Wij waren u zo innig genegen dat wij u graag, met het Evangelie van God, ons eigen leven hadden geschonken; zo lief waart gij ons geworden. Gij weet het, als een vader hebben wij ieder van u vermaand en aangemoedigd; wij hebben u bezworen een leven te leiden, God waardig, die u roept tot de heerlijkheid van Zijn koninkrijk.
Op de Akropolis (pag. 136) Dan komt Paulus in Athene waar hij de Akropolis opgaat. Wie ooit in Athene was, weet dat de Akropolis daar nog altijd even prachtig ligt. Een geweldig platform moet dat geweest zijn in de Oudheid. Het is nu nog altijd buitengewoon. Dus daar vindt Paulus de onbekende God.
Paulus te Athene 1+2 (pag. 137-138) Hand. 17, 22-25 26-28.Wat zegt Paulus nu in Athene? Paulus ging midden op de Areópagus staan en nam het woord: Mannen van Athene, ik zie aan alles hoeveel ontzag gij hebt voor hogere wezens. Want toen ik rondliep en bekeek wat gij zoal vereert, ontdekte ik zelfs een altaar met het opschrift Aan een onbekende god. Welnu, wat gij vereert zonder het te kennen, dat kom ik u verkondigen. Uiteindelijk gaat hij in het verdere verhaal over naar de verrijzenis van Christus en dan krijgt hij als reactie: Ja maar, ja maar, we zullen u morgen nog wel eens horen! Want niemand gelooft hem behalve één, een van de Areopagieten, Dionysius, en zijn vrouw Dámaris en nog enkele anderen geloofden hem wel en zij bekeerden zich. Dat is de eeuwige tragiek van Paulus. Overal gooit men hem buiten, maar altijd heeft hij Lydia of hier Dionysius of één enkel iemand die zich bekeert en gelooft en bij wie hij dan terecht komt. Van Athene gaat Paulus dan naar Korinthe en van Korinthe naar Efeze.
In Efese 1+2 (pag. 155-156) Hand. 18 en 19 en 1 Kor. 2, 3-8. Wij zijn nu Handelingen, hoofdstuk 18 en 19. Efeze is een grote stad waar de godin Artemis wordt vereerd en waar de handel in beeldjes hieromtrent zeer winstgevend is. Achteraf wordt hij daar door de heidenen vervolgd omdat hij concurrentie wordt van hun lucratieve handel, enz. Hij schrijft dan ook aan de Korintiërs wat hij verkondigt in Efese, want het is van daaruit dat hij zijn eerste brief aan de Korintiërs schreef.
Gij zijt van Christus, Christus is van God. + De wedloop 1+2 (pag. 157-161 ) (1 Kor. 3, 23 + 9, 24-27) Paulus verwijt in die brief de Korintiërs hun partijschappen en roept hen op te leven volgens de christelijke wijsheid. Ook vergelijkt hij de ijver voor God met de voorbereidingen van de atleten voor de Griekse wedstrijdspelen en spoort de christengemeente aan dat minstens even vurig te doen: zich voorbereiden op de zegekrans in het hiernamaals.
De Instelling (pag. 162) 1 Kor. 11, 23-26. Ook de instelling van de Heilige Eucharistie komt in deze brief aan de Korintiërs ter sprake. Het is het oudste geschrift over de H. Eucharistie dat we hebben. Zelf heb ik immers van de Heer de overlevering ontvangen die ik u op mijn beurt heb doorgegeven, dat de Heer Jezus in de nacht waarin hij werd overgeleverd, brood nam en na gedankt te hebben het brak en zei: Dit is Mijn Lichaam voor u. Doe dit tot Mijn gedachtenis. Zo ook na de maaltijd de beker, met de woorden: Deze beker is het Nieuwe Verbond in Mijn Bloed. Doet dit, elke keer als gij hem drinkt, tot Mijn gedachtenis. Telkens als gij dit brood eet en de beker drinkt, verkondigt gij de dood des Heren, totdat Hij wederkomt.
Hooglied van de Liefde (pag. 163-164 ) 1 Kor. 13, 1-13. Al spreek ik met de tongen van engelen en mensen: als ik de liefde niet heb, ben ik een galmend bekken of een schelle cimbaal. Al heb ik de gave der profetie, al ken ik alle geheimen en alle wetenschap, al heb ik het volmaakte geloof dat bergen verzet: als ik de liefde niet heb, ben ik niets. Thans zien wij in een spiegel, onduidelijk, maar dan van aangezicht tot Aangezicht. Thans ken ik slechts ten dele, maar dan zal ik ten volle kennen zoals God mij kent. Nu echter blijven geloof, hoop en liefde de grote drie; maar de liefde is de grootste.
De opstanding (pag. 165-166) 1 Kor. 15, 3-20. In de eerste plaats dan heb ik u overgeleverd wat ik ook zelf als overlevering heb ontvangen, namelijk dat Christus gestorven is voor onze zonden, volgens de Schriften, en dat Hij begraven is, en dat Hij is opgestaan op de derde dag, volgens de Schriften, en dat Hij verschenen is aan Kefas en daarna aan de Twaalf. Indien wij enkel voor dit leven onze hoop op Christus hebben gevestigd, zijn wij de beklagenswaardigste van alle mensen. Maar zo is het niet! Christus is opgewekt uit de doden, als eersteling van hen die ontslapen zijn.
Gij zelf zijt onze brief 1+2 (pag. 167-168) 2 Kor. 3, 2-5 + 5, 6-9. In de 2de brief aan de Korintiërs zegt Paulus: Gij zelf zijt onze aanbeveling, geschreven in ons hart, maar voor allen te zien en te lezen, een open brief van Christus, met onze hulp opgesteld, niet met inkt geschreven maar met de Geest van de levende God, niet op stenen tafelen maar in de harten van levende mensen. Daarom houden wij altijd goed moed. Wij zijn ons bewust dat wij, zolang wij thuis zijn in het lichaam, ver zijn van de Heer. Wij leven in geloof, we zien Hem niet. Maar we houden moed en zouden liever uit het lichaam verhuizen om onze intrek te nemen bij de Heer.
Paulus Apostel (pag. 169) Naar 2 Kor. 6, 1b-10. + Aan de Kerk van Korinthe 1+2+3+4 (pag. 170-173) 2 Kor. 11, 26-28 + 2 Kor. 12.
Paulus spreekt dan over zijn werk en lijden als apostel: Als Gods medewerkers sporen wij u aan: zorg dat ge Zijn genade niet tevergeefs ontvangt. Hij (God) zegt immers: Op de gunstige tijd heb Ik u verhoord, op de dag van het heil ben Ik u te hulp gekomen. Nu is er die gunstige tijd, vandaag is het de dag van het heil. Altijd op reis, gevaren van rivieren en gevaren van rovers, gevaren van de kant van mijn eigen volk en gevaren van heidenen, gevaren in steden en in de woestijn, gevaren op zee, gevaren te midden van valse broeders, met zwoegen en tobben, veel slapeloze nachten, honger en dorst, vaak zonder eten, in koude en naaktheid. Moet er geroemd worden? Het dient wel nergens toe, maar dan kom ik nu tot visioenen en openbaringen van de Heer. Zou ik werkelijk willen roemen, dan was ik geen dwaas; ik zou immers de waarheid zeggen. Maar Hij antwoordde mij: Je hebt genoeg aan Mijn genade. Kracht wordt juist in zwakheid volkomen.
Testament 3 (pag. 238) Naar 2 Kor. 2, 4. Paulus dood + De lictor 1+2 (pag. 240-242) Het einde (pag. 244)Paulus gaat dan uiteindelijk naar Rome en wordt daar een eerste maal vrij gesproken. Tijdens deze eerste Romeinse gevangenschap schrijft Paulus de brief aan Filémon en daarna ook de brieven aan Titus en 1 en 2 aan Timotheüs die hij respectievelijk op Kreta en in Efeze achter liet. In prachtige gedichten beschrijft Anton van Wilderode dan het einde van Paulus leven. Beschouwingen over zijn apostolaat, zijn reisgezellen en medebroeders en de lange gesprekken, soms vermanend, die hij met hen voerde. Dan komt het schijnproces voor Nero waarbij Paulus ter dood wordt veroordeeld en de lictor, de Romeinse gerechtsdienaar voert het vonnis, onthoofding, uit. Paulus vindt zijn laatste rustplaats nabij de weg naar Ostia, tussen oleanders en agaven.
Lezing uit de 2e brief van de apostel Paulus aan de Corinthiërs 3,4-11. Psalmen 99,5.6.7.8.9. Heilig Evangelie van Jezus Christus volgens Mattheus 5,17-19.
Lezing uit de 2e brief van de apostel Paulus aan de Corinthiërs 3,4-11.
Door Christus hebben we dit zelfvertrouwen bij God. Want niet door onszelf, en als door eigen kracht zijn we in staat, iets te bedenken; maar onze geschiktheid is uit God, die ons bekwaam heeft gemaakt, om bedienaars te worden van een nieuw Verbond, niet van de letter, maar van den Geest. Want de letter doodt, maar de Geest maakt levend. Welnu, wanneer de bediening des doods, met letters op steen gegrift, in heerlijkheid is geweest, zodat de zonen Israëls het gelaat van Moses niet konden aanstaren om de voorbijgaande glans van zijn aanschijn, hoe veel te meer moet dan de bediening des Geestes in heerlijkheid zijn! En wanneer de bediening der verdoeming heerlijk was, hoeveel te meer moet de bediening der rechtvaardiging overvloeien van heerlijkheid! Ja, wat eens verheerlijkt was, is in vergelijking met deze allesovertreffende heerlijkheid toch eigenlijk nooit zó verheerlijkt geweest. Want indien het vergankelijke van heerlijkheid is omgeven, hoeveel te meer is dan het onvergankelijke in heerlijkheid!
Psalmen 99,5.6.7.8.9.
Prijst dan Jahweh, onzen God, En werpt u neer voor zijn voetbank: Want heilig is Jahweh, onze God! Een Moses en Aäron waren onder zijn priesters, Een Samuël onder de belijders van zijn Naam: Ze riepen tot Jahweh, en Hij heeft ze verhoord, En in een wolkkolom tot hen gesproken. Ze hadden zijn geboden volbracht, De wet, die Hij hun had gegeven: Daarom hebt Gij, Jahweh, onze God, hen verhoord; Gij waart hun een God, die vergiffenis schonk, En hun daden niet strafte. Prijst dan Jahweh, onzen God, En werpt u neer voor zijn heilige berg: Want heilig is Jahweh, onze God!
Heilig Evangelie van Jezus Christus volgens Mattheus 5,17-19.
Meent niet, dat Ik gekomen ben, om de Wet of de Profeten op te heffen. Ik ben niet komen opheffen, maar volmaken. Voorwaar, Ik zeg u: Eer hemel en aarde vergaan, zal er geen jota of stip van de Wet vergaan, totdat alles is volbracht. Wie dus een van die kleinste geboden opheft en dit aan de mensen leert, zal de minste worden genoemd in het rijk der hemelen; maar wie ze onderhoudt en ze leert, hij zal groot worden genoemd in het rijk der hemelen.
Mijn Verlosser, U die alles weet, U weet dat ik U bemin.
Hoe eenzaam is toch mijn hart, doch naar wie anders zou ik gaan dan naar U, U hebt woorden van Eeuwig Leven. U bent de Christus, de Zoon van de levende God.
O laat mij toch niet in de steek, want nog is niet alles volbracht. Hoe lang is de weg van het leven, en hoe licht brengt de last van het kruis mij tot dwaling.
O Lam Gods dat wegneemt de zonden der wereld, vergeef mij, in mijn blindheid heb ik niet gezien dat deze kelk niet aan mij voorbij mag gaan, want ik moet volmaakt zijn zoals mijn Vader in de Hemel volmaakt is.
O Jezus, zeg ook tot mij dat ik met U in het Paradijs zal zijn, en het Licht zal ook in mijn duisternis schijnen.
In Uw handen beveel ik nu reeds mijn geest, want ik weet dat U mijn tempel zult herbouwen in het Eeuwig Rijk. AMEN.
GEBED VOOR GEESTELIJK DOOPSEL.
Allerheiligste Drievuldigheid, Vader, Zoon en Heilige Geest, in Tegenwoordigheid van de Allerheiligste Maagd Maria smeek ik U, ..... (naam)te vervullen met de kracht van een geestelijk Doopsel.
Wil hem/haar dopen met het Eeuwig Licht van de Vader, opdat hij/zij de heiligheid moge bezitten die voor hem/haar is voorzien, en het Rijk der Hemelen zijn/haar deel moge worden.
Wil hem/haar dopen met het Kostbaar Bloed van Christus, opdat zijn/haar ziel bevrijd moge worden van alle zonden en de verwoestende gevolgen ervan, en ontvankelijk moge blijven voor de stroom der genaden die aan het Kruis der Verlossing voor haar is ontsloten.
Wil hem/haar dopen met het Vuur van de Heilige Geest, opdat Gods Liefde in hem/haar moge branden en het ware Licht van Christus uit hem/haar moge stralen tot in het uur van zijn/haar dood voor de wereld.
Wil hem/haar dopen met de Tranen van Maria, gestort vanaf de Passie van Jezus tot aan Zijn Verrijzenis, opdat elk spoor van dwaling en ongeloof en elke kiem van zondige gedachten en handelingen uit hem/haar weggewassen moge worden.
Aan deze Hemelse Bron van Licht, Bloed, Vuur en Tranen vertrouw ik de ziel, de geest, het hart en het lichaam van ..... (naam) toe, opdat zijn/haar hele wezen geheiligd worde door het Doopsel van Verlossing in de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest, en in de naam van de Onbevlekte Maagd Maria, Medeverlosseres, Middelares en Voorspreekster van alle zielen. AMEN.
Dit gebed kan gebeden worden om speciale ontferming of kracht over iemand (ook over zichzelf) af te smeken, of om voor een niet-gedoopt kind het Sacrament van het Doopsel voor te bereiden.
Het Doopsel kan worden beschouwd als de bekrachtiging als christen. Door het Doopsel wordt de Heilige Geest over de ziel afgeroepen, tot compensatie van de erfzonde. Een geestelijk doopsel in de zin van bovenstaand gebed is het afsmeken van speciale Hemelse gaven voor de ziel op grond van de kracht van het Bloed van Jezus, de Tranen van Maria, het Vuur van de Heilige Geest. U moet U ervan bewust zijn dat de dingen die U afsmeekt, ook effectief krachten in werking stellen.
DE GESCHIEDENIS VAN HET CHRISTENDOM.
Maar is het wel logisch om Narsai een 'nestoriaan' te noemen ? Net als voor de meeste Perzische theologen, was Theodorus van Mopsuestia zijn belangrijkste autoriteit en niet Nestorius. En hoewel Narsai de twee naturen van Christus benadrukte, wees hij ook op de eenheid van Christus. Als een nestoriaan Christus in twee personen splitse, dan was Narsai geen nestoriaan ; maar dan was Nestorius dat eigenlijk ook niet. In ieder geval werden hij en zijn kerk door mensen buiten Perzié als 'nestoriaans' bestempeld. De Perzische Kerk heeft zich altijd tegen dit stempel verzet ; tegenwoordig noemt men het de 'Kerk van het Oosten' . Toch is de ongunstige benaming blijven hangen, vooral na een paar synoden in de jaren tachtig van de vijfde eeuw. De eerste, in Beth Lapat, lijkt de werken van Theodorus van Mopsuestia te hebben bekrachtigd. een tweede belangrijkere bijeenkomst, in Ctesiphon, kwam met een nieuw christologisch credo over de volkomenheid en de voornaamheid van de twee naturen in Christus. De Perzische autoriteiten steunden deze richting ; ze wilden de Perzische Kerk best beschermen zo lang deze overhoop lag met de Byzantijnen. Ooit beheerst door vluchtelingen en slaven, werd de Perzische Kerk nu een belangrijk en gerespecteerd instituut. Veel christenen waren rijk of belangrijk ; veel van de lucratieve parelvisserij in de Perzische Golf was bijvoorbeeld in handen van christenen. Een van de beroemdste christenen uit de vroege zevende eeuw was Yazdin van Kirkoek, een minister aan het hof van koning Chosroes II, die ging over belastingen en alles wat was buitgemaakt in de oorlog met Byzantium. Hij had het 'ware kruis' in bezit genomen toen het uit Jeruzalem werd meegenomen. Yazdin stond bekend als 'verdediger van de kerk zoals Constantijn en Theodosius'. Maar anders dan bij sommige prominente christenen, was zijn geloof geen reden om voor zijn leven te vrezen ; de favoriete vrouw van Chosroes was ook nestoriaans. De dreiging van vervolging was echter altijd nabij. Door oorlogen tussen Byzantium en Perzié rond 540 waren er weer aanvallen op christenen. De kerk werd in deze zware tijd bij elkaar gehouden door katholikos Mar Aba I. Deze briljante man was ooit een prominente aanhanger van het zoroastrisme, maar hij had zich bekeerd tot het christendom. Hij had niet alleen in nisibis gestudeerd, maar ook elders in het Romeinse Rijk tijdens diverse lange reizen. In Ctesiphon stichtte hij zijn eigen school en hij bewerkstelligde een aantal hervormingen in de kerk. Zijn genialiteit was echter ook zijn ondergang ; zijn vroegere collega's binnen het zoroastrisme grepen rond 540 de oorlog aan om hem te laten afzetten, waarna hij werd verbannen. Aan het einde van de zesde eeuw was de Perzische Kerk stevig verankerd, met een bloeiende theologische traditie en een sterke kerkelijke organisatie. De katholikos van Ctesiphon werd nu erkend als de vijfde patriarch, naast die van Rome, Alexandrié. Constantinopel en Antiochié ( de Perzen erkenden die van Jeruzalem niet, omdat die was benoemd tijdens het onacceptabele Concilie van Chalcedon ). Meer theologische scholen openden hun deuren aan het begin van de zevende eeuw. De Kerk van het Oosten was sterk genoeg om missionarissen over de Perzische grenzen te sturen.
MISSIES NAAR HET OOSTEN.
De beroemde school in Nisibis leidde vooral missionarissen op. Het was de bedoeling om van de studenten goede predikers te maken en daarin schijnt men buitengewoon goed te zijn geweest. Sinds de tijd dat Edessa zo'n belangrijke rol speelde, had de Kerk van het Oosten missionarissen naar het oosten gezonden, voor de evangelisatie van de Perzen. Tegen de zevende eeuw was dit proces echter bijna afgerond en de missionarissen kerken verder oostwaarts. De grote zijderoute zorgde voor een directe weg ; de macht van China breidde zich uit naar het westen en de handel met zowel Perzié als Byzantium nam toe. Halverwege de zesde eeuw maakten Perzische diplomaten geregeld de zes maanden lange reis naar de westelijke hoofdstad Si - an - foe ( het hedendaagse Xi'an ).
CENTRAAL - AZIE.
Centraal - Azié werd in die tijd voornamelijk bevolkt door ( semi ) nomadenstammen. Dit was het vaderland van de Hunnen die in de vijfde eeuw naar Europa waren gemigreerd. Hier lag ook de oorsprong van de Avaren, Petsjenegen, Magyaren en andere volken die hen in latere eeuwen zouden volgen ; allemaal geduchte krijgers te paard.
Wordt vervolgd.
09-06-2009
Driemaal wee aan Amerika.
Driemaal wee aan Amerika
ART09051009 -- PS121 -- Mei 2009
Driemaal wee aan Amerika
Recente Profetica -- Kleinste Dienaar
Bereidt u voor op het oordeel
Kleinste Dienaar, VSA, 22 april 2009
1.Visioen van Onze Lieve Vrouw van Alle Volkeren: « Ik zag een steen in de vorm van de Verenigde Staten, en plotseling viel die in vele brokstukken uiteen. Toen zag ik beeld na beeld van verwoesting. Ik zag aardbevingen, vulkanische uitbarstingen, en tsunami's, die overal in Amerika huis hielden. Ik zag beelden van opstanden en revolutie, en ik zag dat de mensen in grote aantallen de grote steden verlieten. (1) »
2. « Toen sprak Onze Lieve Vrouw en vertelde mij, dat de gerechtigheid van de Vader zal neerkomen op Amerika, omwille van de talloze, vreselijke en afschuwelijke, misdaden, die er voortdurend en zonder ophouden worden bedreven. Wij moeten bidden, bidden, vooral het Rozenhoedje en de barmhartigheidsgebeden. »
Wee, wee, driemaal wee aan Amerika
Kleinste Dienaar, VSA, 23 maart 2009
3.Het Visioen: « ... De Engel sprak tot mij, en vertelde, dat hij een Engel was, die de gerechtigheid van de Vader moet uitvoeren. Weldra zou zijn zwaard op Amerika neerkomen, en de beelden, die ik heb gezien, zouden werkelijkheid worden. De zonden van Amerika waren zó groot, dat zij de hemelen vulden, en zodoende de toorn van de Vader opriepen. Toen sprak de Engel: »
4. «Wee aan Amerika, dat de kostbare kleintjes van de Vader (in de moederschoot) afslacht.
Wee aan Amerika, dat heeft bevorderd, dat een man ligt bij een man, en een vrouw bij een vrouw; deze afschuwelijke zonden roepen naar de hemel om wraak.
Wee aan Amerika, dat geworden is als de hoer van Babylon, omdat men het geld aanbidt, en de handel en het zakendoen, en alles wat materialistisch is; waarbij men de noodzaak de ene, ware God in de Allerheiligste Drieëenheid te aanbidden in het geheel niet wil zien, ja, ontkent; doch heilig, heilig, heilig is Zijn Naam.
Wee aan Amerika, want het zwaard der gerechtigheid zal slaan, en slaan, en nogmaals slaan, tot het land van alle afschuwelijke zonden en boosheid is gezuiverd.
Wee aan Amerika, welk land een bordeel is geworden, waar elke soort zonde en afschuwelijkheid plaatsgrijpt.
Amerika, de betaling aan de hemel voor deze grove beledigingen van God vervalt heden !
Amerika, bereidt u voor op de Toorn van de Vader. »
1. In de grote steden was geen voedsel meer, en men hoopte op het platteland iets eetbaars te vinden.
ALAN AMES.
ALAN AMES.
ALAN AMES.
ALAN AMES.
ALAN AMES - HEALING.
GEBED OM NAVOLGING VAN MARIA IN DE VURIGHEID.
Hemelse Moeder Maria, Meesteres van mijn ziel,
Uw vurigheid kende geen grenzen, en doordrong al Uw werken. In U brandde het vuur van Gods Geest tot bezieling van het Goddelijk Leven dat in U de volheid had bereikt. Ik smeek U,
Wil mij zodanig vervullen met Uzelf dat ik mij met hart en ziel moge inzetten voor alle taken die ik op mijn levensweg vind.
Bevrijd mij van alle lauwheid in mijn werken voor God, voor U en voor de zielen. Beziel mij, opdat ik in alles het beste van mijzelf moge geven.
Bevrijd mij van alle onverschilligheid. Laat mij werkelijk begrijpen dat elke handeling, elk woord, elke gedachte en elk gevoel een verschil kan maken voor de verwezenlijking van Gods Plan met de zielen.
Wek in mij het vuur voor een diep doorleefde, totale en vurige toewijding aan U, opdat ik mijzelf op elk ogenblik van mijn leven zonder aarzelen volledig aan U moge geven.
Wil mij bevrijden van elke neiging om mijn gebed en mijn contacten met God en met U te verrichten zonder gevoel, vanuit een dor en onbezield hart.
Wek in mij de koorts van de ziel die geen rust kent eer zij God en haar Meesteres in alles heeft behaagd, gedreven door het ware vuur dat in eeuwigheid niet meer dooft.
Wil al mijn handelingen, al mijn woorden, al mijn gevoelens en bestrevingen ontsteken aan het allerzuiverste vuur van Uw Hart, opdat zij al mijn tekortkomingen en zwakheden mogen verbranden, en het vuur van Gods Geest naar de aarde toe mogen trekken. AMEN.
Gebed TOT MARIA OM ZUIVERING VAN EEN HUIS.
Lieve Moeder Maria, Koningin van al het geschapene,
Ik wijd dit huis aan U toe, opdat U erover zou heersen en het zou vervullen met het Goddelijk Licht.
O Meesteres over alles uit Gods hand, wil elke duistere kracht verlammen die dit huis bewoont, en deze onderwerpen aan de oneindige macht van Uw wil en Uw Liefde, opdat dit huis gezuiverd moge worden en vervuld moge blijven van de vrede van Uw tegenwoordigheid en Uw heerschappij.
Wil innerlijke vrede schenken aan alle wezens die in dit huis leven of het betreden, en wil het maken tot een oord van vreugde en rust.
Maria, wees de enige en ware Meesteres van dit huis en van de grond waarop het gebouwd is, tot in de eeuwigheid. AMEN.
SCHULDBELIJDENIS AAN MARIAWEGENS VERLOREN TIJD.
Allerheiligste Maagd Maria, Gids op mijn aardse reis,
Aan U vertrouw ik al mijn dagen en nachten toe.
Hoe heilig zijn Uw wegen op deze aarde geweest, want onder Uw voeten zijn alle doornen op Uw levenspad veranderd in Hemelse bloemen voor de zielen van alle tijden.
In mijn vurig verlangen om U na te volgen, belijd ik voor U mijn berouw over elk verloren ogenblik van mijn leven.
Hoe vaak toch schermt zwakheid de ziel af voor Gods Licht. Hoevele genaden, door Uw almacht op Gods Hart voor mij vrijgemaakt, heb ik onbenut gelaten.
Aan Uw voeten smeek ik om vergeving voor Uw geschenken die ik niet heb gezien, voor Uw kussen die ik niet heb gevoeld, voor Uw Liefde die ik heb beantwoord met onverschilligheid.
Daarom wil ik U alleen toebehoren. Laat mij niet meer los, want het hart dat in Uw macht is, bemint slechts wat God Zelf bemint. De ziel die door U wordt beheerst, ziet haar zwakheden in de spiegel van Gods Waarheid. Wie zijn hartstochten door U laat temmen, krijgt de kracht tot volharding op de wegen van het eeuwig heil. Wees daarom Meesteres over mijn hele wezen, opdat mijn leven slechts van U vervuld zou zijn, en elk ogenblik vrucht moge dragen voor de eeuwigheid. AMEN.
Lezing uit de 2e brief van de apostel Paulus aan de Corinthiërs 1,18-22. Psalmen 119,129.130.131.132.133.135. Heilig Evangelie van Jezus Christus volgens Mattheus 5,13-16.
Lezing uit de 2e brief van de apostel Paulus aan de Corinthiërs 1,18-22.
Bij Gods trouw: ons woord aan u is niet "Ja" en "Neen" tegelijk. Want Gods Zoon, Christus Jesus, die door ons onder u is gepreekt, door mij, Silvanus en Timóteus, Hij is niet "Ja" en "Neen" geweest, maar bij Hem was het slechts "Ja". In Hem toch zijn alle beloften Gods: "Ja"; en daarom is ook door Hem ons "Amen", God ter ere. Welnu, God, die ons en u onwankelbaar aan Christus bindt en ons heeft gezalfd, Hij heeft ook zijn zegel op ons gedrukt, en de waarborg van den Geest in onze harten gelegd.
Psalmen 119,129.130.131.132.133.135.
Uw vermaningen zijn wondervol, Mijn ziel neemt ze daarom in acht; De openbaring van uw woord straalt licht van zich uit, En geeft wijsheid aan de eenvoudigen; En smachtend open ik mijn mond, Want ik hunker naar uw geboden. Keer U tot mij, en wees mij genadig, Naar uw beschikking voor hen, die uw Naam beminnen; Richt mijn schreden naar uw bestel, En laat geen onheil mij treffen. Laat uw aangezicht stralen over uw dienstknecht, En leer mij uw inzettingen kennen.
Heilig Evangelie van Jezus Christus volgens Mattheus 5,13-16.
Gij zijt het zout der aarde. Maar als het zout smakeloos wordt, waarmee zal men het zouten? Het is nergens meer goed voor, dan om weggegooid te worden, en door de mensen te worden vertrapt. Gij zijt het licht der wereld. Een stad, die boven op de berg is gelegen, kan niet verborgen blijven. Ook steekt men geen licht aan, om het onder de korenmaat te zetten; maar op de kandelaar, om het te laten schijnen voor allen, die in huis zijn. Zo moet ook uw licht voor de mensen schijnen, opdat ze uw goede werken mogen zien, en uw Vader verheerlijken, die in de hemel is.