Het aantal kerken groeide weer in de derde eeuw, toen koning Sapor I het Romeinse Rijk binnenviel en tijdelijke grote gebieden veroverde ( hij nam zelfs de Romeinse keizer Valerianus gevangen, die de rest van zijn leven opgesloten bleef ). Duizenden christenen werden tot slaaf gemaakt en meegenomen naar Perzié. In de eeuwen die volgden was het leven voor deze oosterse christenen vanwege de oorlogen niet altijd gemakkelijk. Een van de grootste steden in die streek was Nisibis, een belangrijk centrum van christelijke activiteiten en onderwijs. Tot 363 was Nisibis in Romeinse handen, als een grensstad, maar in dat jaar werden de Romeinen gedwongen het terug te geven aan Perzié. In plaats van zich te onderwerpen aan de Perzische overheersing, vluchtten veel christenen naar het westen. Onder hen was Ephrem de Syriér, een zeer belangrijke christelijke schrijver van liederen en gedichten, die zich vestigde in Edessa en later zou worden beschouwd als een van de vaders van de Syrische kerk. Zij die onder Romeins bestuur bleven, hielden er een andere hiérarchische structuur op na dan de westerlingen. Papa, de bisschop van Ctesiphon, de Perzische hoofdstad, hield vast aan zijn eigen suprematie over heel de regio. Hoe hij dat deed is niet duidelijk, maar hij wordt wel gezien als de eerste katholikos of het hoofd van de Kerk van het Oosten, hoewel hij zichzelf in die tijd waarschijnlijk alleen beschouwde als metropoliet. Theologisch was de kerk van Papa iets anders dan de kerk van het Romeinse Rijk. De Perzische Kerk kreeg bijvoorbeeld nooit te maken met het arianisme en dus ook niet met de enorme beroering die dit in de vierde eeuw veroorzaakte. Helaas kreeg men in die tijd wel met een eigen crisis te maken. In de derde eeuw was het rijk van de Parthen overgenomen door de Sassaniden, die een soort neo - Perzisch rijk stichtten. De Parthen hadden de christenen getolereerd en de eerste Sassaniden volgden die gedragslijn. Onder koning Sapor II, die wel zeventig jaar regeerde van 309 tot 379, vonden er echter met tussenpozen zeer wrede vervolgingen plaats. Sapor wilde religieuze eenheid binnen het zoroastrisme en had geen zin in een religie die nu was onderschreven door Constantijn, de keizer van zijn gehate vijand, het Romeinse Rijk. Vele duizenden christenen werden gedood. De namen van 16.000 van hen zijn nog steeds bekend in de Kerk van het Oosten en daar wordt nog steeds zeven keer per dag voor hen gebeden. Hierna verbeterde de situatie enigszins voor de kerk. Sapor opvolgers wilden een betere relatie met Rome. De vervolgingen stopten en soms werden zelfs christelijke bisschoppen meegenomen op diplomatieke reizen naar het Westen. Er waren nauwe banden met de Romeinse christenen, die werden goedgekeurd tijdens een groot concilie in Ctesiphon in 410, gehouden onder metropoliet Isaak. Dit concilie accepteerde officieel het geloof van het Concilie van Nicea en ging er ook mee akkoord de kalender van de kerk van Rome aan te houden.
Lezing uit de 2e brief van de apostel Paulus aan de Corinthiërs 1,1-7. Psalmen 34(33),2-3.4-5.6-7.8-9. Heilig Evangelie van Jezus Christus volgens Mattheus 5,1-12.
Lezing uit de 2e brief van de apostel Paulus aan de Corinthiërs 1,1-7.
Paulus, door Gods wil apostel van Christus Jesus, en broeder Timóteus, aan de Kerk Gods in en aan alle heiligen in gans Achaja: Genade en vrede zij u van God, onzen Vader, en van den Heer Jesus Christus. Geloofd zij de God en Vader van onzen Heer Jesus Christus, de Vader der ontferming en de God van alle vertroosting, die ons troost bij al onze wederwaardigheden, opdat wij hen, die op een of andere wijze in druk verkeren, zouden kunnen opbeuren met de troost, waarmee wijzelf door God worden verkwikt. Want zoals in volle mate Christus lijden ons is toegemeten, zo ook door Christus in volle mate onze vertroosting. Welnu, worden wij door lijden gekweld, het geschiedt tot uw troost en uw heil; worden wij vertroost, het geschiedt tot uw vertroosting, daar deze u geschonken wordt door het verdragen van hetzelfde lijden, dat ook wij doorstaan. Zó koesteren wij goede hoop met betrekking tot u, in de overtuiging, dat gij deel zult hebben aan de vertroosting, zoals gij deel hebt aan het lijden.
Psalmen 34(33),2-3.4-5.6-7.8-9.
Altijd wil ik Jahweh prijzen, Steeds trilt zijn lofzang in mijn mond. Mijn ziel zal roemen in Jahweh; Bedrukten zullen het horen, en juichen. Verheerlijkt Jahweh met mij, Laat ons te zamen zijn Naam verheffen: Ik heb Jahweh gesmeekt; Hij heeft mij verhoord, En mij van al mijn angsten bevrijd. Ziet naar Hem op, dan straalt gij van vreugde, En uw gelaat zal niet blozen van schaamte. Hier is een rampzalige, die om hulp heeft geroepen: Jahweh heeft hem gehoord, en van al zijn ellende verlost. De engel van Jahweh slaat zijn legerplaats op Rond die Hem vrezen, om ze te redden! Smaakt en beseft dan de goedheid van Jahweh; Gelukkig de man, die zijn hoop op Hem stelt.
Heilig Evangelie van Jezus Christus volgens Mattheus 5,1-12.
Toen Jesus de menigte zag, besteeg Hij de berg; en nadat Hij Zich had neergezet, naderden zijn leerlingen tot Hem. En Hij opende de mond, om hen te onderrichten, en sprak: Zalig de armen van geest; want hun behoort het rijk der hemelen. Zalig de zachtmoedigen; want ze zullen het Land bezitten. Zalig, die wenen; want ze zullen worden getroost. Zalig, die hongeren en dorsten naar de gerechtigheid; want ze zullen worden verzadigd. Zalig de barmhartigen; want ze zullen barmhartigheid ondervinden. Zalig de zuiveren van hart; want ze zullen God zien. Zalig de vreedzamen; want ze zullen kinderen Gods worden genoemd. Zalig, die vervolging lijden om de gerechtigheid; want hun behoort het rijk der hemelen. Zalig zijt gij, als men u om Mijnentwil beschimpt en vervolgt, en vals beschuldigt van allerlei kwaad. Verheugt en verblijdt u, want groot is uw loon in de hemel; zo toch heeft men de profeten vervolgd, die vóór u zijn geweest.
Bron : Petrus Canisius bijbelvertaling
UITBOETINGSKROONTJE TOT DE HEILIGE DRIEVULDIGHEID.
Elke aanroeping wordt gevolgd door :
Vader, vergeef het hen, want ze weten niet wat ze doen.
Jezus, verdrink alle kwaad in Uw Bloed.
Heilige Geest, stort Licht in de zielen.
1. Zonden tegen de Godheid en de Heiligheid
Onze Vader, die in de Hemelen zijt...
1. Ik vraag vergiffenis voor alle godslasteringen.
2. Ik vraag vergiffenis voor alle vloeken.
3. Ik vraag vergiffenis voor alle ontwijdingen van heilige voorwerpen.
4. Ik vraag vergiffenis voor alle heiligschennissen tegen het Kruis.
5. Ik vraag vergiffenis voor alle heiligschennissen tegen de Heilige Maagd Maria.
6. Ik vraag vergiffenis voor alle antichristelijk gedrag en antichristelijke uitspraken
7. Ik vraag vergiffenis voor elke uiting van duivelsverering.
8. Ik vraag vergiffenis voor alle vervolging van christenen.
9. Ik vraag vergiffenis voor elke poging om het christendom te vernietigen.
10. Ik vraag vergiffenis voor alle uitingen van materialisme.
2. Zonden tegen de Schepping en tegen het Leven
Onze Vader, die in de Hemelen zijt...
1. Ik vraag vergiffenis voor alle moorden.
2. Ik vraag vergiffenis voor alle zelfmoorden.
3. Ik vraag vergiffenis voor alle abortussen.
4. Ik vraag vergiffenis voor alle gevallen van euthanasie.
5. Ik vraag vergiffenis voor elke verwoesting van milieu en natuur.
6. Ik vraag vergiffenis voor alle misbruik van dieren.
7. Ik vraag vergiffenis voor alle uitingen van anticonceptie.
8. Ik vraag vergiffenis voor alle misbruik van medicijnen.
9. Ik vraag vergiffenis voor alle misbruiken in de geneeskunde
10. Ik vraag vergiffenis voor alle drugs en andere verslavingen.
3. Zonden tegen de Liefde
Onze Vader, die in de Hemelen zijt...
1. Ik vraag vergiffenis voor alle oorlog.
2. Ik vraag vergiffenis voor alle haat.
3. Ik vraag vergiffenis voor alle ruzies en onenigheden.
4. Ik vraag vergiffenis voor alle onverdraagzaamheid.
5. Ik vraag vergiffenis voor alle jaloersheid.
6. Ik vraag vergiffenis voor alle agressie en mishandeling.
7. Ik vraag vergiffenis voor alle spot en kwetsende woorden.
8. Ik vraag vergiffenis voor alle racisme en volkerenmoord.
9. Ik vraag vergiffenis voor alle diefstal.
10. Ik vraag vergiffenis voor alle kinderverwaarlozing.
4. Zonden tegen de Zuiverheid
Onze Vader, die in de Hemelen zijt...
1. Ik vraag vergiffenis voor alle verkrachtingen.
2. Ik vraag vergiffenis voor alle vormen van pornografie.
3. Ik vraag vergiffenis voor alle prostitutie.
4. Ik vraag vergiffenis voor alle aanstootgevend gedrag.
5. Ik vraag vergiffenis voor alle seksuele misbruiken.
6. Ik vraag vergiffenis voor alle onzuivere woorden.
7. Ik vraag vergiffenis voor alle onzuivere gedachten.
8. Ik vraag vergiffenis voor alle onzuivere gevoelens.
9. Ik vraag vergiffenis voor alle onzuivere verlangens.
10. Ik vraag vergiffenis voor alle onzuiverheden in de media.
5. Zonden tegen de Eredienst en de Sacramenten
Onze Vader, die in de Hemelen zijt...
1. Ik vraag vergiffenis voor alle heiligschennende Communies.
2. Ik vraag vergiffenis voor alle uitingen van modernisme in de Kerk.
3. Ik vraag vergiffenis voor alle vervormingen van Bijbel en liturgie.
4. Ik vraag vergiffenis voor alle Missen opgedragen in staat van ongenade.
5. Ik vraag vergiffenis voor alle lauwheid in gebeden.
6. Ik vraag vergiffenis voor alle onverschilligheid tegenover het Misoffer.
7. Ik vraag vergiffenis voor alle oneerbiedigheden op gewijde plaatsen.
8. Ik vraag vergiffenis voor alle ongehoorzaamheid tegenover de Paus.
9. Ik vraag vergiffenis voor alle onverschilligheid tegenover de Biecht.
10. Ik vraag vergiffenis voor alle ongeloof jegens alle Sacramenten.
O Maria, neem mij, hoelang reeds heb ik de wereld in mij gekruisigd. Laat mijn hart in het Uwe wegsmelten, hoelang reeds brandt het vuur van Uw Liefde met ongekende hevigheid in mij. Bedaar nu de laatste bries in mijn geest. Hoelang reeds is het koren op de akker van mijn ziel uitgeleverd aan de heiligende winden uit Uw geest. Doof nu de laatste vonk van mijn wil, hoelang reeds schrijft het vuur van Uw wil de wet op de muren van mijn tempel. Wanneer toch zal mijn ziel het Land van de onvergankelijke lelies erven, hoelang reeds voert U mij met U mee naar de Tuin der eeuwige bloemen. O Maria, beheers elke klop van mijn hart, want sedert de dageraad van Uw eerste kus verteert het zichzelf in de verzuchting naar het avondrood waaronder het voorgoed in U zal overgaan onder de ogen der engelen
GEBED TOT HET HEILIG HART VAN JEZUS.
Heilig Hart van Jezus, onuitputtelijke Graanschuur tussen winters kale velden, op U hoopt elke ziel die de leegheid van de wereld heeft ervaren.
Heilig Hart van Jezus, veilige Schaapsstal in een land van wolven, op U hoopt elke ziel die door de tanden der wereld is verwond.
Heilig Hart van Jezus, Vat dat het Bloed der Verlossing uitstort over een wereld in slavernij, op U hoopt elke ziel die kwijnt in kettingen van klatergoud.
Heilig Hart van Jezus, Boomgaard van Leven die oprees aan het eind van de weg naar de dood, op U hoopt elke ziel die door de vruchten der wereld is verziekt.
Heilig Hart van Jezus, Bed van bloemen in een steppe van troosteloosheid, op U hoopt elke ziel die niet langer vreugde in de wereld vindt.
Heilig Hart van Jezus, Baken van Licht tussen harten in duisternis, op U hoopt elke ziel voor wie de zon in de wereld voorgoed is ondergegaan.
Heilig Hart van Jezus, Boom van Liefde, geplant in het rijk van de haat, op U hoopt elke ziel die door de wereld slechts met de judaskus is bemind.
O Heilig Hart van Jezus, in U sluit ik elke ziel die dwaalt op de wegen der wereld, want in U komt elk schepsel thuis. AMEN.
Het Heilig Hart van Jezus geeft uitdrukking aan de onbegrensde goedheid en vrijgevigheid van God, zoals op symbolische wijze is getoond in de volledige uitstorting van Bloed en water uit het Hart toen het na de Kruisdood door de lans werd doorboord. Jezus Hart is ook een toevluchtsoord tegen alle kwaad.
Mijn lieve Moeder, dit aardse leven is een reis langs een onbekende route vol gevaren en pijnen. Niettemin zal het de mooiste reis zijn die ik ooit heb gemaakt, omdat ik elke etappe samen met U heb mogen afleggen. De aardse wegen hebben mijn voeten verwond, doch sedert U mij in de ogen kijkt, loop ik op wolken
Lieve Moeder, als de dauw op het veld wil ik aan Uw Hart rusten, klaar om onder de stralen van de Eeuwige Zon ten hemel op te stijgen.
07-06-2009
RED JE LEVEN DOOR STANDVASTIGHEID.
THE LAZARUS PHENOMENON - DR. RICHARD KENT.
Openbaring van MARIAvrijdag 5 juni 2009. Totale toewijding â een nieuwe levensbenadering.
Zielen van Mijn Hart, elke ziel is door de Schepper voorzien van een ingebouwd verlangen naar God en Zijn Wet. Daarom wordt de ervaring van het ware geluk bepaald door de mate waarin de ziel God werkelijk in haar hart heeft gesloten en haar leven laat richten volgens de voorschriften van Gods Wet, die diep in het geweten gegrift staan, en waaraan de ziel dagelijks vele malen wordt herinnerd in elke influistering van de Heilige Geest.
Zie, de gouden Weg naar de ervaring van Gods nabijheid is deze van de totale toewijding aan Mij. De Goddelijke sleutel tot het ware geluk is de totale navolging van Christus. Deze sleutel moet dagelijks bijgeslepen worden, want de invloeden uit de wereld maken hem bot. Het Hemelse mes daartoe is de totale toewijding aan Mij, de Meesteres van alle zielen.
Open de deur tot jullie zieletempel door intens naar Mij te verlangen. Bid voortdurend tot Mij, deel alles met Mij, spreek in de stilte van jullie hart tot Mij in alle situaties van het dagelijks leven, winkel samen met Mij, richt al jullie gedachten op Mij, nodig Mij uit aan jullie tafel, overleg met Mij alle oplossingen voor al jullie moeilijkheden en vragen.
Hoe meer de ziel Mij bij haar dagelijks leven betrekt, des te meer kan Ik over haar hele leven heersen. Een leven onder de totale heerschappij van de Moeder van God is als een weg waarop voortdurend onkruid wordt gewied en wordt vervangen door bloemen. Elk bosje onkruid dat wordt gewied, woelt een nieuw stukje grond om. Het hart kan hieronder lijden, want de uitroeiïng van iets dat niet bij de ontwikkeling van de ziel naar het ware Licht past, kan voor een korte tijd pijnlijk zijn. Het is echter nodig om de zielebodem volkomen gezond te maken en hem te vervullen van Gods Tegenwoordigheid.
Zie, naarmate Ik intenser en totaler in de ziel heers, poets ik de vensters van het hart, zodat de ziel haar hele leefwereld steeds zuiverder kan bekijken en dwars doorheen alle schijn kan leren zien. Een ziel die haar leefwereld en haar levensweg bekijkt doorheen de bestofte ramen van werelds denken en voelen, ziet alles grauw en duister. De ziel die alles bekijkt vanuit Mijn Hart, ziet de zon die straalt boven alle duisternis, boven alle nevelen, boven alle dreigende wolken. Zij ziet hoe alles baadt in het stralende zonlicht uit Mijn Onbevlekt Hart. Zoals ook op een zwaarbewolkte dag in werkelijkheid de zon schijnt, doch deze aan jullie ogen wordt onttrokken, zo blijft ook gedurende jullie beproevingen Gods Licht alles beschijnen. Ik kan jullie dit ook laten zien, mits jullie Mijn heerschappij over jullie hart aanvaarden. Blijf herhalen: Maria, machtige Meesteres van alle zielen, laat Uw Hart in mij kloppen, en laat Mij alles zien door Uw ogen.
Geef Mij de kans om jullie het ware geluk te brengen, en Ik zal de bewijzen van Mijn macht over jullie levensweg laten neerregenen zoals Hemelse bloemen. Ik kan jullie geen weg zonder distels beloven, maar wel de zekerheid van een Hemelse hand die wiedt en Hemels zaad op jullie weg uitstrooit. Volg al Mijn woorden na, en op Gods tijd zullen jullie de rozen zien.
Een poosje later vervolgt Maria: Zie, elk woord dat Ik tot de zielen richt, is nieuw Hemels zaad dat Ik in hun bodem uitstrooi. Zij die dit zaad koesteren, zullen hun ziel telkens opnieuw verrijken met een bloem van Eeuwig Leven.
GEBED.
AAN DE VOETEN VAN CHRISTUS IN DE EUCHARISTIE.
O Jezus, Goddelijke Gevangene van Liefde,
wanneer ik over uw Liefde nadenk en overweeg
hoe Gij U hebt ontledigd voor mij, dan begeven
mijn zinnen het.
U verbergt uw onbegrijpelijke Majesteit en vernedeert
U voor mij, ellendige.
O Koning van heerlijkheid, ofschoon Gij uw schoonheid
verbergt, de ogen van mijn ziel zien door de sluier heen.
Ik zie de koren der engelen, die U zonder ophouden eren,
en al de Hemelse Machten, die U zonder ophouden prijzen
en zonder einde zingen : Heilig, Heilig, Heilig.
O wie kan uw Liefde en uw onmetelijke Barmhartigheid
jegens ons begrijpen !
O Gevangene van Liefde, ik sluit mijn arm hart op in dit
Tabernakel, opdat het U dag en nacht zonder ophouden
zou aanbidden.
Voor deze aanbidding kan niets mij tegenhouden ; en zelfs
al ben ik lichamelijk op afstand, mijn hart is altijd bij U.
Niets kan een einde maken aan mijn liefde voor U, er
bestaan voor mij geen hindernissen.
O Heilige Drieêenheid, Ene en ondeelbare God, moogt Gij
gezegend worden voor deze grote gave en dit testament
van barmhartigheid.
AMEN.
Ik aanbid U, Heer en Schepper, verborgen in het
Allerheiligste Sacrament.
Ik aanbid U om het werk van uw handen, dat mij
zoveel wijsheid goedheid en barmhartigheid onthult,
o Heer, Gij hebt zoveel schoonheid over de aarde
uitgespreid, en deze vetelt mij van uw Schoonheid,
hoewel deze mooie dingen slechts een zwakke
weerschijn zijn van uw onbegrijpelijke Schoonheid.
En ofschoon Gij Uzelf hebt verborgen en uw Schoonheid
hebt verhuld, bereiken mijn ogen, verlicht door het geloof,
U ; en mijn ziel herkent zijn Schepper, zijn hoogste goed,
en mijn hart is volkomen verslonden in gebed van aanbidding.
Mijn Heer en Schepper, uw Goedheid geeft mij moed om tot
U te spreken.
Uw Barmhartigheid overbrugt de kloof, die de Schepper van
het schepsel scheidt.
Met U spreken, o Heer, is het genoegen van mijn hart.
In U vind ik alles, wat mijn hart zou kunnen verlangen.
Heer, uw Licht verlicht mijn geest en maakt hem in staat
om U meer en dieper te kennen.
Hier vloeien stromen van genade uit over mijn hart,
hier ontvangt mijn ziel eeuwig leven.
O mijn Heer en Schepper, behalve al deze gaven
geeft U Uzelf aan mij en verenigt Gij U innig met
uw ellendig schepsel.
O Christus, laat het mijn grootste vreugde zijn U bemind
te zien, en dat uw lof en glorie worden verbreid,
bijzonder uw eer en Barmhartigheid.
O Christus, sta mij toe uw Goedheid en Barmhartigheid te
verheerlijken tot het laatste ogenblik van mijn leven, tot de
laatste druppel van mijn bloed, met elke klop van mijn hart.
Ik Ik zou wensen te worden omgevormd in een hymne ter
aanbidding van U.
Als ik mij op mijn strefbed bevind, moge dan de laatste
klop van mijn hart een hymne van liefde zijn, die uw
onmetelijke Barmhartigheid verheerlijkt.
AMEN.
( ZUSTER FAUSTINA ).
GEBED TOT DE GODDELIJKE BARMHARTIGHEID.
Ik vlucht naar uw Barmhartigheid, medelijdende
God, Die alleen goed zijt.
Ofschoon mijn ellende groot is en mijn vergrijpen
talrijk zijn, vertrouw ik op uw Barmhartigheid,
omdat U de God van Barmhartigheid zijt en het
nog nooit is gehoord in alle eeuwen, noch hemel
en aarde het zich kunnen herinneren, dat een ziel
die op uw Barmhartigheid vertrouwde, werd teleurgesteld.
O God van erbarming, U alleen kunt ons rechtvaardigen.
U zult mij nooit verwerpen, als ik berouwvol nader tot
uw barmhartig Hart, waar niemand ooit werd afgewezen,
zelfs al was hij de grootste zondaar.
Immers uw Zoon verzekerde mij ; "Eerder zullen hemel en
aarde vergaan, dan dat mijn Barmhartigheid zal nalaten een ziel,
die op Mij vertrouwt, te omhelzen". ( VI, 92,129 )
Jezus, vriend van een eenzaam hart, U bent mijn haven,
U bent mijn vrede, U bent mijn redding.
U bent mijn kalmte in ogenblikken van strijd en
temidden van een oceaan van twijfels, U bent de heldere
straal, die mijn levenspad verlicht, U bent alles voor een
eenzame ziel.
U begrijpt de ziel, ook als ze stil blijft.
U kent onze zwakheid, en als een goed geneesheer troost
en geneest U ons en bespaart ons pijn - deskundig als
Lezing uit het boek Deuteronomium 4,32-34.39-40. Psalmen 33(32),4-5.6.9.18-19.20.22. Lezing uit de brief van de apostel Paulus aan de Romeinen 8,14-17. Heilig Evangelie van Jezus Christus volgens Mattheus 28,16-20.
Lezing uit het boek Deuteronomium 4,32-34.39-40.
Ondervraag de oude tijden, die u vooraf zijn gegaan, sinds de dag, dat Jahweh den mens heeft geschapen op aarde; ondervraag het ene eind van de hemel tot het andere eind, of er ooit zo iets groots is geschied en ooit zo iets is gehoord; of ooit een volk de stem van een god heeft gehoord, die uit het vuur heeft gesproken, zoals gij hebt gehoord, en in leven bleef; of ooit een god het heeft beproefd, midden uit een ander volk zich een volk te komen halen door rampen, tekenen, wonderen en oorlogen, met sterke hand, gespierde arm en onder grote verschrikkingen, zoals Jahweh, uw God, voor uw eigen ogen met u heeft gedaan in Egypte. daarom moet gij heden erkennen en in uw hart prenten, dat Jahweh God is in de hemel daarboven en op aarde beneden, en anders geen. Onderhoudt zijn bepalingen en geboden, die ik u heden ga geven, opdat het u en uw zonen na u goed moge gaan, en gij lang het land moogt bewonen, dat Jahweh, uw God, u voor altijd gaat schenken.
Psalmen 33(32),4-5.6.9.18-19.20.22.
Want Jahwehs woord is waarachtig, Onveranderlijk al zijn daden. Gerechtigheid en recht heeft Hij lief; Van Jahwehs goedheid is de aarde vol. Door het woord van Jahweh zijn de hemelen gemaakt, Door de adem van zijn mond heel hun heir; Want Hij sprak: en het was; Hij gebood: en het stond. Maar het oog van Jahweh rust op hen, die Hem vrezen, En die op zijn goedheid vertrouwen: Om ze te redden van de dood, Ze in het leven te houden bij hongersnood. Onze ziel blijft opzien tot Jahweh: Hij is onze hulp en ons schild; Uw genade, o Jahweh, dale over ons neer, Naarmate wij op U blijven hopen!
Lezing uit de brief van de apostel Paulus aan de Romeinen 8,14-17.
Allen toch, die door Gods Geest worden geleid, zijn kinderen Gods. Want gij hebt geen geest van slavernij ontvangen, om terug te vallen in de vrees, maar de geest van kindschap, waardoor we roepen: "Abba, Vader!" De Geest zelf getuigt met onze geest, dat we kinderen zijn van God. Zijn we kinderen, dan zijn we erfgenamen tevens; erfgenamen van God, en medeërfgenamen van Christus, zo we met Hem lijden, om ook met Hem verheerlijkt te worden.
Heilig Evangelie van Jezus Christus volgens Mattheus 28,16-20.
De elf leerlingen gingen naar Galilea, naar de berg, die Jesus hun had aangewezen. En toen ze Hem zagen, aanbaden ze Hem, ofschoon ze eerst hadden getwijfeld. Jesus trad op hen toe, en sprak: Mij is alle macht gegeven in de hemel en op de aarde. Gaat dus heen; onderwijst alle volken, doopt ze in de naam van den Vader en van den Zoon en van den Heiligen Geest, en leert ze onderhouden al wat Ik u heb geboden. Ziet, Ik blijf altijd bij u, tot aan het einde der wereld.
Bron : Petrus Canisius bijbelvertaling
Avondgroet aan Maria.
Lieve Moeder Maria,
Mag ik deze nacht in Uw Moederschoot rusten.
Wil er mijn ziel wassen van alle smet die de voorbije dag haar heeft toegebracht.
Wil er mijn hart genezen van elke wonde die deze dag er heeft geslagen.
Wil er mijn geest bevrijden van elk trauma waarmee deze dag hem heeft verstoord.
Plant deze nacht in mijn hart de rozen van Uw Liefde en de lelies van Uw Zuiverheid, opdat zij morgen onder de ochtendzon kunnen ontluiken, onder de middagzon kunnen bloeien, en hun zoete en heilige geur onder de avondzon U moge eren.
O Moeder, wil mij deze nacht in Uw Moederschoot vormen en kneden zoals U er ooit Jezus hebt gevormd, en wil mij morgenochtend voor de wereld baren in een grotere gelijkvormigheid aan Hem en U dan ik vandaag heb bezeten. AMEN.
Ik vraag Maria om in Haar Moederschoot te mogen rusten tijdens de nacht. Dit is een symbool voor wedergeboorte uit Maria, om naar volkomen heiligheid te worden gebracht. Marias Moederschoot is de plaats waar ook Jezus werd gedragen in voorbereiding op Zijn geboorte als Mens. Zo wordt Maria ook een Tabernakel genoemd : de allerheiligste plaats waar God huist.
Lieve Moeder Maria, elke avond leg ik alles wat ik in de loop van de dag heb gedaan, gedacht, gezegd en gevoeld als bloempjes voor Uw voeten neer. Sommige zijn geurig, andere verwelkt. Maar U wekt ze allemaal tot leven en biedt ze als een veredelde tuil aan de Eeuwige Vader aan, want U hebt ze van Uw kind gekregen, en niets wat U in liefde wordt opgedragen zal ooit voor God verloren gaan.
Blaas de rook weg, o Jezus, opdat ik het Vuur moge zien.
Eerbetoon aan het Onbevlekt Hart van Maria.
Lieve Moeder Maria,
Terwijl voor mijn ogen de wereld zich sluit, voel ik mij opgenomen worden in Uw Onbevlekt Hart, waar het Bloed is ontsproten dat mij heeft verlost.
Het is het heiligdom van de Goddelijke Liefde, het toevluchtsoord voor mijn gekwelde mens-zijn.
In Uw Hart klopt de ziel van de Heilige Drievuldigheid, die U aan mij heeft gegeven als het Meesterwerk van Haar Liefde en Barmhartigheid.
Als een veelkleurig raam geeft Uw Onbevlekt Moederhart de stralen van Gods gaven aan mij door in tederheid, opdat mijn zo breekbare ziel ze zou verdragen. Ik begrijp nu dat U alles met mij wil delen, doch de opgaande Zon verblindt vooral de stoutste ogen.
Op Uw tedere uitnodiging betreed ik Uw heiligdom, dat Weefsel van Smart en Vurigheid dat slechts de Schepper Zelf doorgrondt.
Het ontsluit zich voor mijn geestelijke blik als een Goddelijk Mysterie, versluierd door een onstoffelijk gordijn van gouden stralen, waarachter de eeuwigheid mij in volmaakte stilte met vrede beademt.
Ik word er teder omhelsd door de Vleugels van de Geest, Uw Bruidegom, die mijn ogen opent in vervoering.
Ik vind er de Hemelse Akker waarop het Gouden Koren rijpt, dat wacht op de zielen die gesterkt Gods Rijk tegemoet willen treden.
Ik zie er een Tuin waarin de deugden bloeien als veelkleurige bloemen die geen mensogen ooit aanschouwden. De Heilige Geest verstuift hun zaad op de winden van mijn beproevingen.
Ik vind er alle Hemelse vreugde die opwelt uit de Bron en mij overspoelt in zoete golven van gelukzaligheid. O Vader, met welke steen heeft de erfzonde mijn ziel voor Uw Liefde toegedekt.
Ik vind er het bed waarop alle menselijke smarten tot rust komen. Zij worden er met Uw onbegrensde Liefde doorstraald en gemaakt tot een offergave tot mijn Verlossing.
Ik vind er de schatkamer der Goddelijke Genaden, hemels water van leven voor de rozen waarmee U zelf in mijn ziel een tuin hebt aangelegd.
Ik vind er de begraafplaats van al mijn zonden. Zij verteren er in de bodem van Gods Barmhartigheid, bestrooid met de bloemen van Uw Voorspraak en gezegend met Uw heilige tranen.
Ik vind er de wachtkamer van het Paradijs, en begrijp dat wie U liefheeft, nooit alleen zal zijn op zijn reis naar God.
O Onbevlekte Moeder, mag ik voor eeuwig rusten in Uw Hart, waar geen stormen woeden en de grote misleider mij niet kan raken.
Vergun mij, tot glorie van de Drieëne God, dat de uitingen van mijn zwakheid Uw volmaakte Liefde nooit beschamen. AMEN.
06-06-2009
MOOIE PLAATJES.
NIEUWE VIDEO MIRJANA 2 JUNI 2009. ( MEDJUGORJE ).
MARTHE ROBIN.
AAN ALLE LEZERS VAN DIT BLOG
DE GESCHIEDENIS VAN HET CHRISTENDOM.
Aan Sint- Yared, die leefde in de zesde eeuw, wordt de compositie en samenstelling van een enorm aantal hymnen en liederen toegeschreven voor gebruik op specifieke tijden van het jaar en ter ere van bepaalde heiligen, maar ook de uitvinding van het ethiopische systeem voor muzieknotatie. Dit ontwikkelde zich onafhankelijk van het Europese systeem, was veel ingewikkelder en bestond uit een conbinatie van letters uit het Ge' ez - alfabet ( dat er meer dan 250 heeft ) en een systeem van stipjes, streepjes en krulletjes. Het werd gebruikt om soortgelijke liederen op te schrijven als de gregoriaanse muziek in Europa ; gezongen zonder instrumentale begeleiding met vrije ritmes die meer door de tekst werden bepaald dan door een muzikaal ritme.
DE NUBISCHE KONINKRIJKEN.
Veel mensen in het Westen weten niet dat buurland Soedan van Ethiopié in de oudheid en de middeleeuwen ook een bloeiende christelijke beschaving had. In het Westen was hier praktisch niets over bekend, tot in de jaren zestig van de twintigste eeuw een reeks archeologische spoedopgravingen plaatsvond langs de vallei van de Boven - Nijl - het gebied zou een stuwmeer worden - die onthulden wat daar ooit was geweest. In de late oudheid waren in dit uitgestrekte gebied, dat vooral bekend staat als Nubié, diverse volken aan de macht geweest. Het meest recent was de Meroécultuur, een beschaving waarvan de macht werd gebroken door Ezana van Aksoem, die het in het midden van de vierde eeuw binnenviel. Op de riunes van het oude rijk verrezen nieuwe koninkrijken aan de Nijl. Het noordelijkste was Nobatié, in het zuiden van wat nu Egypte is, met de stad Faras. Ten zuiden hiervan lag Makurié, met de hoofdstad Dongola, en tot slot was er Aloda, waarvan Soba de hoofdstad was nabij het hedendaagse Khartoem. Het christendom kwam ergens in de late oudheid naar deze koninkrijken of voorganger Meroé, vermoedelijk via de Nijl vanuit Egypte. Handelingen 8 vers 27 vermeldt de doop van een belangrijke eunuch van het Meroitische hof door de apostel Filippus. Hij wordt 'Ethiopiér' genoemd, maar was waarschijnlijk een Nubiér ; veel schrijvers gebruikten toen de naam 'Ethiopié' , voor het gebied ten zuiden van Egypte. De grootschalige evangelisatie begon er pas rond 540, toen de Byzantijnse keizer Justinianus en zijn vrouw Theodora er rivaliserende missionarissen naartoe zonden. Justinianus zond aanhangers van Chalcedon en Theodora monofysieten, wat een afspiegeling was van hun pluralistische huishouden. Omdat Theodora's mensen er als eerste waren, werd het christendom in Nubié overwegend monofysitisch. Het christendom werd eerst populair aan de koninklijke hoven en verspreidde zich maar heel langzaam over de nabije omgeving. Waarschijnlijk bleef het christendom vooral een stedelijke religie van de adel in het christelijke Nubié. Zelfs nu is er weinig bekend over de vroege Nubische kerken. Dat komt natuurlijk voor een deel omdat ze uiteindelijk verdwenen. Verder zijn er maar weinig documenten uit die periode bewaard gebleven, mede omdat Nubié cultureel gezien zo ver verwijderd was van het Middellandse- Zeegebied. Wat we wel weten van het Nubische christendom weten we vooral door de archeologie en de bestudering van de verspreid in het landschap liggende kerkgebouwen. Uit de inscripties in die kerken weten we dat de taal van de Nubische christenen een mengeling was van Grieks en Oud- Nubisch, dat werd geschreven in Koptische letters. Hun kerken werden gebouwd van bakstenen in een soort plaatselijke variant op de Byzantijnse stijl, met als voornaamste kenmerk de 'scheve boog'. Hierbij werd een lang, smal dak gemaakt met een reeks bakstenen bogen, maar elke boog leunde letterlijk op die ervoor, alsof iemand ze als een rij dominostenen had omgeduwd.
DE KERK VAN HET OOSTEN.
Het Concillie van Chalcedon had het christendom in drieén gesplitst. In het midden waren degenen die Chalcedon accepteerden en de orthodoxe meerderheid werden in Byzantium. Aan de ene kant stonden de monofysieten, zoals we eerder zagen. Aan de andere kant lag de nestoriaanse kerk, die Chalcedon ( en Efeze daarvoor ) afwees vanwege de veroordeling van Nestorius. Het centrum van dit geloof lag buiten het christelijke Romeinse Rijk, in Perzié. We zagen in het eerste hoofdstuk hoe het christendom in de tijd van de Parthen naar Perzié kwam, langs de grote handelsroute naar het oosten die door Edessa liep.
Lezing uit het boek Tobit 12,1.5-15.20. Tobit 13,2.6-8. Heilig Evangelie van Jezus Christus volgens Marcus 12,38-44.
Lezing uit het boek Tobit 12,1.5-15.20.
EN Tobias riep zijn zoon Tobias en zeide tot hem: Ziet, zoon, dat gij de man, die met u gekomen is, het loon geeft, en bovendien moet hem nog iets toegelegd worden. Neem de helft van alles wat gij meegebracht hebt, En ga heen in vrede. Toen riep hij hen beiden heimelijk en zeide tot hen: Looft God, en dankt hem, en geeft hem heerlijkheid, en dankt hem voor het aanschijn aller levenden, vanwege de dingen die hij u gedaan heeft. Het is goed dat men God love en zijn naam verheffe, en de redenen der werken Gods eerbiedig aanwijze; daarom vertraagt niet hem te danken. Want het is goed dat men de verborgenheid eens konings bedekt houdt, maar het is heerlijk dat men de werken Gods openbaart. Doet goed, en het kwaad zal ulieden niet vinden. Het gebed met vasten, en aalmoezen, en gerechtigheid is een goede zaak. Weinig is beter met gerechtigheid, dan veel met ongerechtigheid. Het is beter aalmoezen te doen, dan goud tot een schat vergaderen. Want aalmoes verlost van de dood en zij zuivert alle zonde af. Die aalmoezen en gerechtigheid doen, zullen met het leven verzadigd worden. Maar die zondigen, zijn vijanden van hun eigen leven. Ik zal voor ulieden geen zaak verbergen; ik heb reeds gezegd, dat het goed is de verborgenheden eens konings bedekt te houden, maar dat het heerlijk is de werken Gods te openbaren. Wanneer gij dan nu badt, gij, en uw schoondochter Sara, zo bracht ik de gedachtenis van ulieder gebed voor het aangezicht des heiligen. En wanneer gij de doden begroeft, zo was ik insgelijks bij u; en als gij u niet bezwaardet op te staan, en uw middagmaal te verlaten, opdat gij heengingt en de doden met grafdoeken bewondt, zo was mij uw goeddoen niet onbekend, maar ik was bij u. En nu heeft mij God gezonden om u te genezen, en uw schoondochter Sara. Ik ben Rafaël, een van de zeven heilige engelen, die de gebeden der heiligen voor God brengen, en ingaan voor het aanschijn van de heerlijkheid des heiligen. En nu dankt God, want ik klim op tot degene, die mij gezonden heeft, en schrijf al wat geschied is in een boek.
Tobit 13,2.6-8.
Want hij kastijdt en ontfermt; hij legt neder in de hel, en brengt er weder uit, en daar is niemand die zijn hand zal ontvluchten. Ik nu zal in het land mijner gevangenis hem openlijk belijden, en zal zijn kracht en grote heerlijkheid het zondige volk vertonen. Keert weder gij zondaars, en doet gerechtigheid voor zijn aanschijn; wie weet het, of hij lust tot u kreeg, en u barmhartigheid bewees? Ik zal mijn God verheffen, en mijn ziel zal de Koning des hemels loven, en zijn grote heerlijkheid met vreugde zingen.
Heilig Evangelie van Jezus Christus volgens Marcus 12,38-44.
Nog sprak Hij bij zijn onderricht: Wacht u voor de schriftgeleerden, die er van houden, in lange gewaden rond te lopen, en op de markt te worden begroet; die de eerste zetels begeren in de synagogen, en de eerste plaatsen aan de gastmalen; die het goed der weduwen verslinden, en voor de schijn lange gebeden verrichten. Ze zullen des te strenger worden gevonnist. En daar Hij tegenover de offerkist zat, zag Hij, hoe de menigte geld in de offerkist stortte. Een aantal rijken wierpen er veel in: maar er kwam ook een arme weduwe, die er twee penningen, dat is een vierling, in deed. Hij riep zijn leerlingen, en sprak tot hen: Voorwaar, Ik zeg u: Deze arme weduwe heeft meer in de offerkist gestort dan alle anderen. Want allen hebben van hun overvloed geofferd, maar zij heeft van haar armoede alles gegeven, wat ze bezat, haar hele vermogen.