For this blog to translate into language of your choice? Select your language below.
2 prachtige pps-jes hierboven van Godelieve en ook Mama rechts heeft ze gemaakt Klik op de banner en bekijk nog veel meer moois op haar blog
Klik op de banner hier beneden en ga eens langs bij Lenie voor nog meer moois Alle Ave Maria pps-jes hierboven zijn van haar
Gastenboek
Druk oponderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek
Wonder
07-06-2009
Openbaring van MARIAvrijdag 5 juni 2009. Totale toewijding â een nieuwe levensbenadering.
Zielen van Mijn Hart, elke ziel is door de Schepper voorzien van een ingebouwd verlangen naar God en Zijn Wet. Daarom wordt de ervaring van het ware geluk bepaald door de mate waarin de ziel God werkelijk in haar hart heeft gesloten en haar leven laat richten volgens de voorschriften van Gods Wet, die diep in het geweten gegrift staan, en waaraan de ziel dagelijks vele malen wordt herinnerd in elke influistering van de Heilige Geest.
Zie, de gouden Weg naar de ervaring van Gods nabijheid is deze van de totale toewijding aan Mij. De Goddelijke sleutel tot het ware geluk is de totale navolging van Christus. Deze sleutel moet dagelijks bijgeslepen worden, want de invloeden uit de wereld maken hem bot. Het Hemelse mes daartoe is de totale toewijding aan Mij, de Meesteres van alle zielen.
Open de deur tot jullie zieletempel door intens naar Mij te verlangen. Bid voortdurend tot Mij, deel alles met Mij, spreek in de stilte van jullie hart tot Mij in alle situaties van het dagelijks leven, winkel samen met Mij, richt al jullie gedachten op Mij, nodig Mij uit aan jullie tafel, overleg met Mij alle oplossingen voor al jullie moeilijkheden en vragen.
Hoe meer de ziel Mij bij haar dagelijks leven betrekt, des te meer kan Ik over haar hele leven heersen. Een leven onder de totale heerschappij van de Moeder van God is als een weg waarop voortdurend onkruid wordt gewied en wordt vervangen door bloemen. Elk bosje onkruid dat wordt gewied, woelt een nieuw stukje grond om. Het hart kan hieronder lijden, want de uitroeiïng van iets dat niet bij de ontwikkeling van de ziel naar het ware Licht past, kan voor een korte tijd pijnlijk zijn. Het is echter nodig om de zielebodem volkomen gezond te maken en hem te vervullen van Gods Tegenwoordigheid.
Zie, naarmate Ik intenser en totaler in de ziel heers, poets ik de vensters van het hart, zodat de ziel haar hele leefwereld steeds zuiverder kan bekijken en dwars doorheen alle schijn kan leren zien. Een ziel die haar leefwereld en haar levensweg bekijkt doorheen de bestofte ramen van werelds denken en voelen, ziet alles grauw en duister. De ziel die alles bekijkt vanuit Mijn Hart, ziet de zon die straalt boven alle duisternis, boven alle nevelen, boven alle dreigende wolken. Zij ziet hoe alles baadt in het stralende zonlicht uit Mijn Onbevlekt Hart. Zoals ook op een zwaarbewolkte dag in werkelijkheid de zon schijnt, doch deze aan jullie ogen wordt onttrokken, zo blijft ook gedurende jullie beproevingen Gods Licht alles beschijnen. Ik kan jullie dit ook laten zien, mits jullie Mijn heerschappij over jullie hart aanvaarden. Blijf herhalen: Maria, machtige Meesteres van alle zielen, laat Uw Hart in mij kloppen, en laat Mij alles zien door Uw ogen.
Geef Mij de kans om jullie het ware geluk te brengen, en Ik zal de bewijzen van Mijn macht over jullie levensweg laten neerregenen zoals Hemelse bloemen. Ik kan jullie geen weg zonder distels beloven, maar wel de zekerheid van een Hemelse hand die wiedt en Hemels zaad op jullie weg uitstrooit. Volg al Mijn woorden na, en op Gods tijd zullen jullie de rozen zien.
Een poosje later vervolgt Maria: Zie, elk woord dat Ik tot de zielen richt, is nieuw Hemels zaad dat Ik in hun bodem uitstrooi. Zij die dit zaad koesteren, zullen hun ziel telkens opnieuw verrijken met een bloem van Eeuwig Leven.
GEBED.
AAN DE VOETEN VAN CHRISTUS IN DE EUCHARISTIE.
O Jezus, Goddelijke Gevangene van Liefde,
wanneer ik over uw Liefde nadenk en overweeg
hoe Gij U hebt ontledigd voor mij, dan begeven
mijn zinnen het.
U verbergt uw onbegrijpelijke Majesteit en vernedeert
U voor mij, ellendige.
O Koning van heerlijkheid, ofschoon Gij uw schoonheid
verbergt, de ogen van mijn ziel zien door de sluier heen.
Ik zie de koren der engelen, die U zonder ophouden eren,
en al de Hemelse Machten, die U zonder ophouden prijzen
en zonder einde zingen : Heilig, Heilig, Heilig.
O wie kan uw Liefde en uw onmetelijke Barmhartigheid
jegens ons begrijpen !
O Gevangene van Liefde, ik sluit mijn arm hart op in dit
Tabernakel, opdat het U dag en nacht zonder ophouden
zou aanbidden.
Voor deze aanbidding kan niets mij tegenhouden ; en zelfs
al ben ik lichamelijk op afstand, mijn hart is altijd bij U.
Niets kan een einde maken aan mijn liefde voor U, er
bestaan voor mij geen hindernissen.
O Heilige Drieêenheid, Ene en ondeelbare God, moogt Gij
gezegend worden voor deze grote gave en dit testament
van barmhartigheid.
AMEN.
Ik aanbid U, Heer en Schepper, verborgen in het
Allerheiligste Sacrament.
Ik aanbid U om het werk van uw handen, dat mij
zoveel wijsheid goedheid en barmhartigheid onthult,
o Heer, Gij hebt zoveel schoonheid over de aarde
uitgespreid, en deze vetelt mij van uw Schoonheid,
hoewel deze mooie dingen slechts een zwakke
weerschijn zijn van uw onbegrijpelijke Schoonheid.
En ofschoon Gij Uzelf hebt verborgen en uw Schoonheid
hebt verhuld, bereiken mijn ogen, verlicht door het geloof,
U ; en mijn ziel herkent zijn Schepper, zijn hoogste goed,
en mijn hart is volkomen verslonden in gebed van aanbidding.
Mijn Heer en Schepper, uw Goedheid geeft mij moed om tot
U te spreken.
Uw Barmhartigheid overbrugt de kloof, die de Schepper van
het schepsel scheidt.
Met U spreken, o Heer, is het genoegen van mijn hart.
In U vind ik alles, wat mijn hart zou kunnen verlangen.
Heer, uw Licht verlicht mijn geest en maakt hem in staat
om U meer en dieper te kennen.
Hier vloeien stromen van genade uit over mijn hart,
hier ontvangt mijn ziel eeuwig leven.
O mijn Heer en Schepper, behalve al deze gaven
geeft U Uzelf aan mij en verenigt Gij U innig met
uw ellendig schepsel.
O Christus, laat het mijn grootste vreugde zijn U bemind
te zien, en dat uw lof en glorie worden verbreid,
bijzonder uw eer en Barmhartigheid.
O Christus, sta mij toe uw Goedheid en Barmhartigheid te
verheerlijken tot het laatste ogenblik van mijn leven, tot de
laatste druppel van mijn bloed, met elke klop van mijn hart.
Ik Ik zou wensen te worden omgevormd in een hymne ter
aanbidding van U.
Als ik mij op mijn strefbed bevind, moge dan de laatste
klop van mijn hart een hymne van liefde zijn, die uw
onmetelijke Barmhartigheid verheerlijkt.
AMEN.
( ZUSTER FAUSTINA ).
GEBED TOT DE GODDELIJKE BARMHARTIGHEID.
Ik vlucht naar uw Barmhartigheid, medelijdende
God, Die alleen goed zijt.
Ofschoon mijn ellende groot is en mijn vergrijpen
talrijk zijn, vertrouw ik op uw Barmhartigheid,
omdat U de God van Barmhartigheid zijt en het
nog nooit is gehoord in alle eeuwen, noch hemel
en aarde het zich kunnen herinneren, dat een ziel
die op uw Barmhartigheid vertrouwde, werd teleurgesteld.
O God van erbarming, U alleen kunt ons rechtvaardigen.
U zult mij nooit verwerpen, als ik berouwvol nader tot
uw barmhartig Hart, waar niemand ooit werd afgewezen,
zelfs al was hij de grootste zondaar.
Immers uw Zoon verzekerde mij ; "Eerder zullen hemel en
aarde vergaan, dan dat mijn Barmhartigheid zal nalaten een ziel,
die op Mij vertrouwt, te omhelzen". ( VI, 92,129 )
Jezus, vriend van een eenzaam hart, U bent mijn haven,
U bent mijn vrede, U bent mijn redding.
U bent mijn kalmte in ogenblikken van strijd en
temidden van een oceaan van twijfels, U bent de heldere
straal, die mijn levenspad verlicht, U bent alles voor een
eenzame ziel.
U begrijpt de ziel, ook als ze stil blijft.
U kent onze zwakheid, en als een goed geneesheer troost
en geneest U ons en bespaart ons pijn - deskundig als
Lezing uit het boek Deuteronomium 4,32-34.39-40. Psalmen 33(32),4-5.6.9.18-19.20.22. Lezing uit de brief van de apostel Paulus aan de Romeinen 8,14-17. Heilig Evangelie van Jezus Christus volgens Mattheus 28,16-20.
Lezing uit het boek Deuteronomium 4,32-34.39-40.
Ondervraag de oude tijden, die u vooraf zijn gegaan, sinds de dag, dat Jahweh den mens heeft geschapen op aarde; ondervraag het ene eind van de hemel tot het andere eind, of er ooit zo iets groots is geschied en ooit zo iets is gehoord; of ooit een volk de stem van een god heeft gehoord, die uit het vuur heeft gesproken, zoals gij hebt gehoord, en in leven bleef; of ooit een god het heeft beproefd, midden uit een ander volk zich een volk te komen halen door rampen, tekenen, wonderen en oorlogen, met sterke hand, gespierde arm en onder grote verschrikkingen, zoals Jahweh, uw God, voor uw eigen ogen met u heeft gedaan in Egypte. daarom moet gij heden erkennen en in uw hart prenten, dat Jahweh God is in de hemel daarboven en op aarde beneden, en anders geen. Onderhoudt zijn bepalingen en geboden, die ik u heden ga geven, opdat het u en uw zonen na u goed moge gaan, en gij lang het land moogt bewonen, dat Jahweh, uw God, u voor altijd gaat schenken.
Psalmen 33(32),4-5.6.9.18-19.20.22.
Want Jahwehs woord is waarachtig, Onveranderlijk al zijn daden. Gerechtigheid en recht heeft Hij lief; Van Jahwehs goedheid is de aarde vol. Door het woord van Jahweh zijn de hemelen gemaakt, Door de adem van zijn mond heel hun heir; Want Hij sprak: en het was; Hij gebood: en het stond. Maar het oog van Jahweh rust op hen, die Hem vrezen, En die op zijn goedheid vertrouwen: Om ze te redden van de dood, Ze in het leven te houden bij hongersnood. Onze ziel blijft opzien tot Jahweh: Hij is onze hulp en ons schild; Uw genade, o Jahweh, dale over ons neer, Naarmate wij op U blijven hopen!
Lezing uit de brief van de apostel Paulus aan de Romeinen 8,14-17.
Allen toch, die door Gods Geest worden geleid, zijn kinderen Gods. Want gij hebt geen geest van slavernij ontvangen, om terug te vallen in de vrees, maar de geest van kindschap, waardoor we roepen: "Abba, Vader!" De Geest zelf getuigt met onze geest, dat we kinderen zijn van God. Zijn we kinderen, dan zijn we erfgenamen tevens; erfgenamen van God, en medeërfgenamen van Christus, zo we met Hem lijden, om ook met Hem verheerlijkt te worden.
Heilig Evangelie van Jezus Christus volgens Mattheus 28,16-20.
De elf leerlingen gingen naar Galilea, naar de berg, die Jesus hun had aangewezen. En toen ze Hem zagen, aanbaden ze Hem, ofschoon ze eerst hadden getwijfeld. Jesus trad op hen toe, en sprak: Mij is alle macht gegeven in de hemel en op de aarde. Gaat dus heen; onderwijst alle volken, doopt ze in de naam van den Vader en van den Zoon en van den Heiligen Geest, en leert ze onderhouden al wat Ik u heb geboden. Ziet, Ik blijf altijd bij u, tot aan het einde der wereld.
Bron : Petrus Canisius bijbelvertaling
Avondgroet aan Maria.
Lieve Moeder Maria,
Mag ik deze nacht in Uw Moederschoot rusten.
Wil er mijn ziel wassen van alle smet die de voorbije dag haar heeft toegebracht.
Wil er mijn hart genezen van elke wonde die deze dag er heeft geslagen.
Wil er mijn geest bevrijden van elk trauma waarmee deze dag hem heeft verstoord.
Plant deze nacht in mijn hart de rozen van Uw Liefde en de lelies van Uw Zuiverheid, opdat zij morgen onder de ochtendzon kunnen ontluiken, onder de middagzon kunnen bloeien, en hun zoete en heilige geur onder de avondzon U moge eren.
O Moeder, wil mij deze nacht in Uw Moederschoot vormen en kneden zoals U er ooit Jezus hebt gevormd, en wil mij morgenochtend voor de wereld baren in een grotere gelijkvormigheid aan Hem en U dan ik vandaag heb bezeten. AMEN.
Ik vraag Maria om in Haar Moederschoot te mogen rusten tijdens de nacht. Dit is een symbool voor wedergeboorte uit Maria, om naar volkomen heiligheid te worden gebracht. Marias Moederschoot is de plaats waar ook Jezus werd gedragen in voorbereiding op Zijn geboorte als Mens. Zo wordt Maria ook een Tabernakel genoemd : de allerheiligste plaats waar God huist.
Lieve Moeder Maria, elke avond leg ik alles wat ik in de loop van de dag heb gedaan, gedacht, gezegd en gevoeld als bloempjes voor Uw voeten neer. Sommige zijn geurig, andere verwelkt. Maar U wekt ze allemaal tot leven en biedt ze als een veredelde tuil aan de Eeuwige Vader aan, want U hebt ze van Uw kind gekregen, en niets wat U in liefde wordt opgedragen zal ooit voor God verloren gaan.
Blaas de rook weg, o Jezus, opdat ik het Vuur moge zien.
Eerbetoon aan het Onbevlekt Hart van Maria.
Lieve Moeder Maria,
Terwijl voor mijn ogen de wereld zich sluit, voel ik mij opgenomen worden in Uw Onbevlekt Hart, waar het Bloed is ontsproten dat mij heeft verlost.
Het is het heiligdom van de Goddelijke Liefde, het toevluchtsoord voor mijn gekwelde mens-zijn.
In Uw Hart klopt de ziel van de Heilige Drievuldigheid, die U aan mij heeft gegeven als het Meesterwerk van Haar Liefde en Barmhartigheid.
Als een veelkleurig raam geeft Uw Onbevlekt Moederhart de stralen van Gods gaven aan mij door in tederheid, opdat mijn zo breekbare ziel ze zou verdragen. Ik begrijp nu dat U alles met mij wil delen, doch de opgaande Zon verblindt vooral de stoutste ogen.
Op Uw tedere uitnodiging betreed ik Uw heiligdom, dat Weefsel van Smart en Vurigheid dat slechts de Schepper Zelf doorgrondt.
Het ontsluit zich voor mijn geestelijke blik als een Goddelijk Mysterie, versluierd door een onstoffelijk gordijn van gouden stralen, waarachter de eeuwigheid mij in volmaakte stilte met vrede beademt.
Ik word er teder omhelsd door de Vleugels van de Geest, Uw Bruidegom, die mijn ogen opent in vervoering.
Ik vind er de Hemelse Akker waarop het Gouden Koren rijpt, dat wacht op de zielen die gesterkt Gods Rijk tegemoet willen treden.
Ik zie er een Tuin waarin de deugden bloeien als veelkleurige bloemen die geen mensogen ooit aanschouwden. De Heilige Geest verstuift hun zaad op de winden van mijn beproevingen.
Ik vind er alle Hemelse vreugde die opwelt uit de Bron en mij overspoelt in zoete golven van gelukzaligheid. O Vader, met welke steen heeft de erfzonde mijn ziel voor Uw Liefde toegedekt.
Ik vind er het bed waarop alle menselijke smarten tot rust komen. Zij worden er met Uw onbegrensde Liefde doorstraald en gemaakt tot een offergave tot mijn Verlossing.
Ik vind er de schatkamer der Goddelijke Genaden, hemels water van leven voor de rozen waarmee U zelf in mijn ziel een tuin hebt aangelegd.
Ik vind er de begraafplaats van al mijn zonden. Zij verteren er in de bodem van Gods Barmhartigheid, bestrooid met de bloemen van Uw Voorspraak en gezegend met Uw heilige tranen.
Ik vind er de wachtkamer van het Paradijs, en begrijp dat wie U liefheeft, nooit alleen zal zijn op zijn reis naar God.
O Onbevlekte Moeder, mag ik voor eeuwig rusten in Uw Hart, waar geen stormen woeden en de grote misleider mij niet kan raken.
Vergun mij, tot glorie van de Drieëne God, dat de uitingen van mijn zwakheid Uw volmaakte Liefde nooit beschamen. AMEN.
06-06-2009
MOOIE PLAATJES.
NIEUWE VIDEO MIRJANA 2 JUNI 2009. ( MEDJUGORJE ).
MARTHE ROBIN.
AAN ALLE LEZERS VAN DIT BLOG
DE GESCHIEDENIS VAN HET CHRISTENDOM.
Aan Sint- Yared, die leefde in de zesde eeuw, wordt de compositie en samenstelling van een enorm aantal hymnen en liederen toegeschreven voor gebruik op specifieke tijden van het jaar en ter ere van bepaalde heiligen, maar ook de uitvinding van het ethiopische systeem voor muzieknotatie. Dit ontwikkelde zich onafhankelijk van het Europese systeem, was veel ingewikkelder en bestond uit een conbinatie van letters uit het Ge' ez - alfabet ( dat er meer dan 250 heeft ) en een systeem van stipjes, streepjes en krulletjes. Het werd gebruikt om soortgelijke liederen op te schrijven als de gregoriaanse muziek in Europa ; gezongen zonder instrumentale begeleiding met vrije ritmes die meer door de tekst werden bepaald dan door een muzikaal ritme.
DE NUBISCHE KONINKRIJKEN.
Veel mensen in het Westen weten niet dat buurland Soedan van Ethiopié in de oudheid en de middeleeuwen ook een bloeiende christelijke beschaving had. In het Westen was hier praktisch niets over bekend, tot in de jaren zestig van de twintigste eeuw een reeks archeologische spoedopgravingen plaatsvond langs de vallei van de Boven - Nijl - het gebied zou een stuwmeer worden - die onthulden wat daar ooit was geweest. In de late oudheid waren in dit uitgestrekte gebied, dat vooral bekend staat als Nubié, diverse volken aan de macht geweest. Het meest recent was de Meroécultuur, een beschaving waarvan de macht werd gebroken door Ezana van Aksoem, die het in het midden van de vierde eeuw binnenviel. Op de riunes van het oude rijk verrezen nieuwe koninkrijken aan de Nijl. Het noordelijkste was Nobatié, in het zuiden van wat nu Egypte is, met de stad Faras. Ten zuiden hiervan lag Makurié, met de hoofdstad Dongola, en tot slot was er Aloda, waarvan Soba de hoofdstad was nabij het hedendaagse Khartoem. Het christendom kwam ergens in de late oudheid naar deze koninkrijken of voorganger Meroé, vermoedelijk via de Nijl vanuit Egypte. Handelingen 8 vers 27 vermeldt de doop van een belangrijke eunuch van het Meroitische hof door de apostel Filippus. Hij wordt 'Ethiopiér' genoemd, maar was waarschijnlijk een Nubiér ; veel schrijvers gebruikten toen de naam 'Ethiopié' , voor het gebied ten zuiden van Egypte. De grootschalige evangelisatie begon er pas rond 540, toen de Byzantijnse keizer Justinianus en zijn vrouw Theodora er rivaliserende missionarissen naartoe zonden. Justinianus zond aanhangers van Chalcedon en Theodora monofysieten, wat een afspiegeling was van hun pluralistische huishouden. Omdat Theodora's mensen er als eerste waren, werd het christendom in Nubié overwegend monofysitisch. Het christendom werd eerst populair aan de koninklijke hoven en verspreidde zich maar heel langzaam over de nabije omgeving. Waarschijnlijk bleef het christendom vooral een stedelijke religie van de adel in het christelijke Nubié. Zelfs nu is er weinig bekend over de vroege Nubische kerken. Dat komt natuurlijk voor een deel omdat ze uiteindelijk verdwenen. Verder zijn er maar weinig documenten uit die periode bewaard gebleven, mede omdat Nubié cultureel gezien zo ver verwijderd was van het Middellandse- Zeegebied. Wat we wel weten van het Nubische christendom weten we vooral door de archeologie en de bestudering van de verspreid in het landschap liggende kerkgebouwen. Uit de inscripties in die kerken weten we dat de taal van de Nubische christenen een mengeling was van Grieks en Oud- Nubisch, dat werd geschreven in Koptische letters. Hun kerken werden gebouwd van bakstenen in een soort plaatselijke variant op de Byzantijnse stijl, met als voornaamste kenmerk de 'scheve boog'. Hierbij werd een lang, smal dak gemaakt met een reeks bakstenen bogen, maar elke boog leunde letterlijk op die ervoor, alsof iemand ze als een rij dominostenen had omgeduwd.
DE KERK VAN HET OOSTEN.
Het Concillie van Chalcedon had het christendom in drieén gesplitst. In het midden waren degenen die Chalcedon accepteerden en de orthodoxe meerderheid werden in Byzantium. Aan de ene kant stonden de monofysieten, zoals we eerder zagen. Aan de andere kant lag de nestoriaanse kerk, die Chalcedon ( en Efeze daarvoor ) afwees vanwege de veroordeling van Nestorius. Het centrum van dit geloof lag buiten het christelijke Romeinse Rijk, in Perzié. We zagen in het eerste hoofdstuk hoe het christendom in de tijd van de Parthen naar Perzié kwam, langs de grote handelsroute naar het oosten die door Edessa liep.
Lezing uit het boek Tobit 12,1.5-15.20. Tobit 13,2.6-8. Heilig Evangelie van Jezus Christus volgens Marcus 12,38-44.
Lezing uit het boek Tobit 12,1.5-15.20.
EN Tobias riep zijn zoon Tobias en zeide tot hem: Ziet, zoon, dat gij de man, die met u gekomen is, het loon geeft, en bovendien moet hem nog iets toegelegd worden. Neem de helft van alles wat gij meegebracht hebt, En ga heen in vrede. Toen riep hij hen beiden heimelijk en zeide tot hen: Looft God, en dankt hem, en geeft hem heerlijkheid, en dankt hem voor het aanschijn aller levenden, vanwege de dingen die hij u gedaan heeft. Het is goed dat men God love en zijn naam verheffe, en de redenen der werken Gods eerbiedig aanwijze; daarom vertraagt niet hem te danken. Want het is goed dat men de verborgenheid eens konings bedekt houdt, maar het is heerlijk dat men de werken Gods openbaart. Doet goed, en het kwaad zal ulieden niet vinden. Het gebed met vasten, en aalmoezen, en gerechtigheid is een goede zaak. Weinig is beter met gerechtigheid, dan veel met ongerechtigheid. Het is beter aalmoezen te doen, dan goud tot een schat vergaderen. Want aalmoes verlost van de dood en zij zuivert alle zonde af. Die aalmoezen en gerechtigheid doen, zullen met het leven verzadigd worden. Maar die zondigen, zijn vijanden van hun eigen leven. Ik zal voor ulieden geen zaak verbergen; ik heb reeds gezegd, dat het goed is de verborgenheden eens konings bedekt te houden, maar dat het heerlijk is de werken Gods te openbaren. Wanneer gij dan nu badt, gij, en uw schoondochter Sara, zo bracht ik de gedachtenis van ulieder gebed voor het aangezicht des heiligen. En wanneer gij de doden begroeft, zo was ik insgelijks bij u; en als gij u niet bezwaardet op te staan, en uw middagmaal te verlaten, opdat gij heengingt en de doden met grafdoeken bewondt, zo was mij uw goeddoen niet onbekend, maar ik was bij u. En nu heeft mij God gezonden om u te genezen, en uw schoondochter Sara. Ik ben Rafaël, een van de zeven heilige engelen, die de gebeden der heiligen voor God brengen, en ingaan voor het aanschijn van de heerlijkheid des heiligen. En nu dankt God, want ik klim op tot degene, die mij gezonden heeft, en schrijf al wat geschied is in een boek.
Tobit 13,2.6-8.
Want hij kastijdt en ontfermt; hij legt neder in de hel, en brengt er weder uit, en daar is niemand die zijn hand zal ontvluchten. Ik nu zal in het land mijner gevangenis hem openlijk belijden, en zal zijn kracht en grote heerlijkheid het zondige volk vertonen. Keert weder gij zondaars, en doet gerechtigheid voor zijn aanschijn; wie weet het, of hij lust tot u kreeg, en u barmhartigheid bewees? Ik zal mijn God verheffen, en mijn ziel zal de Koning des hemels loven, en zijn grote heerlijkheid met vreugde zingen.
Heilig Evangelie van Jezus Christus volgens Marcus 12,38-44.
Nog sprak Hij bij zijn onderricht: Wacht u voor de schriftgeleerden, die er van houden, in lange gewaden rond te lopen, en op de markt te worden begroet; die de eerste zetels begeren in de synagogen, en de eerste plaatsen aan de gastmalen; die het goed der weduwen verslinden, en voor de schijn lange gebeden verrichten. Ze zullen des te strenger worden gevonnist. En daar Hij tegenover de offerkist zat, zag Hij, hoe de menigte geld in de offerkist stortte. Een aantal rijken wierpen er veel in: maar er kwam ook een arme weduwe, die er twee penningen, dat is een vierling, in deed. Hij riep zijn leerlingen, en sprak tot hen: Voorwaar, Ik zeg u: Deze arme weduwe heeft meer in de offerkist gestort dan alle anderen. Want allen hebben van hun overvloed geofferd, maar zij heeft van haar armoede alles gegeven, wat ze bezat, haar hele vermogen.
Bron : Petrus Canisius bijbelvertaling
TOEWIJDING VAN EEN PRIESTER AAN MARIA.
Lieve Moeder Maria, Koningin van de apostelen,
Uw Goddelijke Zoon Jezus Christus heeft het Goddelijk Licht voor alle zielen zichtbaar gemaakt in al Zijn Werken, Zijn Evangelie, de Sacramenten en de ene ware Kerk van God.
Opdat Zijn Werken van Licht voor alle tijden levend en werkzaam zouden blijven, heeft Hij apostelen gewijd tot priesters om zielen te openen voor de stromen der verlossende genade.
Als een eeuwigdurend antwoord op de duisternis heeft Jezus met Zijn priesters de bruiloft der eenwording met Hem gesloten, opdat zij Zijn wonderen in de zielen zouden verderzetten.
O Koningin der apostelen, Tabernakel van de Allerheiligste Drievuldigheid, Ark van het Nieuw Verbond, ik wijd U ......... (naam van priester) toe. Wil hem opnemen in Uw allerzuiverste Moederschoot, waar Jezus Zelf volgens Gods Wil Zijn reis als de God-Mens voorbereidde, opdat daar zijn roeping tot de bruiloft met Jezus Christus verzegeld moge worden met de kus van de Heilige Geest en gevoed moge worden met het Bloed van Christus, dat één is met U voor alle eeuwen der eeuwen.
Wil deze priester van Uw Zoon bekleden met Uw mantel van vlekkeloze heiligheid en zuiverheid, opdat hij in staat moge zijn, de Verlosser te baren in alle zielen die Gods Voorzienigheid aan hem heeft toevertrouwd en nog zal toevertrouwen.
Bekom hem een vlekkeloos rein hart en een uitstraling van Liefde die zielen wint voor Christus en voor U.
Maak hem tot een levend beeld van Uw volmaakte deugdzaamheid.
Maak hem sterk in de strijd voor de nalatenschap van Jezus Christus.
Wees in hem werkzaam in alle werken die hij voor Uw Zoon en in Zijn naam volbrengt.
Wees voor altijd zijn kleed van hemels liefdevuur, opdat hij beschermd moge zijn tegen alle aanvallen der duisternis, hij heil en zegen moge brengen in alles wat hij doet en zegt, en hij een levend Teken moge zijn voor de macht en de Liefde van God.
Wil hem volkomen rein bewaren, opdat hij voor velen een waardige gids naar de heiligheid moge zijn.
Wees zijn beschermende Moeder en de Meesteres van zijn hele wezen, opdat hij een onwankelbare steen moge zijn in de fundering van de ene ware Kerk van God. AMEN.
Open u, o Hemelpoort, en laat het Licht der Eeuwige Waarheid over de zielen stralen, opdat alle duisternis en alle nevelen der verwarring verbannen worden uit de tempels, die God alleen toebehoren
O Maria, onuitputtelijke stroom van heerlijkheden, laat mijn hart de golven van Uw heiligheid drinken tot verzadiging
AKTE VAN VERLANGEN AAN MARIA VOOR DE NACHT.
Lieve Moeder Maria, Koningin van de nacht,
Ik bied U de offerande van de voorbije dag met alles wat hij op mijn weg heeft gebracht, met al mijn innerlijke gesteldheden en met alles wat ik vandaag heb gedaan, gezegd, gedacht, gevoeld en verlangd.
Ik bied U ook de offerande van mijn hele wezen, en begraaf het in de hoogheilige grond van Uw allerzuiverste Hart.
Wil mij deze nacht kneden zoals deeg, tot ik de vorm van Uw welbehagen heb aangenomen, opdat ik morgen moge dienen als voedsel voor alle zielen die U op mijn pad zult brengen.
Wil deze nacht in mij leven en heersen, en het zaad van de eeuwige lente in mij uitstrooien, opdat ik morgen moge bloeien tot verrukking van God, en ik de geur van Uw heiligheid moge achterlaten op al mijn wegen.
Wees voor mij de volle maan in de duisternis van mijn ziel, de zachte bries van de rust in mijn geest, en de dauw van de vrede in mijn hart.
Wil mij deze nacht beschermen tegen alles wat onrustig maakt en alles wat niet Uw werken in mij dient, opdat de zon van Uw Liefde, het Licht van Uw geloof en de blauwe hemel van Uw hoop in mij de nieuwe dag mogen aankondigen.
Neem mij nu totaal in U op, opdat U morgen in mij kunt verder leven. AMEN.
05-06-2009
MARIA PROCESSIE.
LANG LEVE DE PAUS.
Openbaring van MARIA, woensdag 3 juni 2009 , De zielevijver.
Zielen van Mijn Hart, opdat jullie de diepten van jullie wezen zouden leren begrijpen, zal Ik de ziel vergelijken met een vijver. De zielevijver moet een oord van vruchtbaarheid en Leven voor Gods Rijk op aarde zijn.
De mate van bloeikracht en van Leven in de ziel wordt aangetoond door een wisselende verscheidenheid aan vissen in het water en van begroeiïng aan de oevers en in de bodem van de vijver. Ik heb vroeger reeds gewezen op de vis als symbool voor de vrijheid van de ziel. De ware vrijheid verwerft de ziel in haar heiliging. Naarmate de ziel groeit in heiligheid, wordt zij vrijer: zij maakt zich los van alles wat haar bindt gewoonten, zwakheden, verleidbaarheden, herinneringen, menselijke relaties.
De hoeveelheid en levenskracht van de vissen en de begroeiïng in de vijver en aan de oevers van de vijver worden bepaald door de kwaliteit van het water en zijn zuiverheid, zijn gehalte aan Goddelijk Leven, zijn gehalte aan zuurstof door Hemelse bezieling die door de ziel wordt aanvaard en in haar leven wordt nagevolgd.
De vijver wordt gevoed uit de onuitputtelijke Bron van de Heilige Geest waaruit onophoudelijk het water van Goddelijk Leven stroomt. God heeft Mij, de Meesteres van alle zielen, voorzien als Beek die het water van Goddelijk Leven uit het Hart van Gods Geest naar de zielevijvers voert.
Ook de ziel die Mij niet is toegewijd en die Mij geen bijzondere plaats in haar leven geeft, ontvangt het water van Goddelijk Leven uit dezelfde Goddelijke Bron via de Beek van Mijn ziel, omdat God Mij heeft voorzien als Middelares van alle Genaden en als Brug tussen de Godheid en de zielen. Wat is dan het verschil? Het verschil ligt in het debiet van de stroming. Het water van Goddelijk Leven bereikt de ziel vlotter en in grotere hoeveelheden naarmate zij zich aan Mij weggeeft, omdat God diegenen die met Hem in verbinding willen staan door Mij, Zijn Parel onder de geschapen zielen, bijzonder begunstigd: zij zijn het, die de volheid van Zijn Liefde erkennen, door Mijn rol en positie binnen het Heilsplan te erkennen als het grootste Teken van Gods Wil om de mensenziel te verheerlijken en volkomen te heiligen. Weliswaar had Hij het Teken der verheerlijking reeds gesteld in de Verrijzenis en Hemelvaart van de Verlosser, doch in Mij stelt Hij het op unieke wijze als een uitwerking der genade, daar Ik niet van nature Goddelijk ben. Om dit te erkennen, moet de ziel geloven in de volheid van Gods Liefde jegens het geschapene. Dit geloof werkt als een magneet op het water van Goddelijk Leven. De ziel die dit water wil betrekken doorheen de leiding van de Meesteres van de zielen, ontvangt niet slechts Gods Genaden door Haar handen, doch wordt eveneens door Haar naar de toppen van het Goddelijk Leven gevoerd.
Het water uit de Goddelijke Bron is beladen met de genaden van het ware Leven, de kracht der Verlossing en de krachten der heiliging, met andere woorden: alles wat de Allerheiligste Drievuldigheid volgens de Wetten van Zijn Wijsheid en Voorzienigheid op elk ogenblik aan een ziel wil laten toekomen.
Dankzij Mijn Onbevlekte Ontvangenis en de verdiensten van Mijn volkomen zondeloos leven is de bedding van Mijn Beek zo volmaakt en de begroeiïng langsheen Mijn oevers zo hemels, dat het water van Goddelijk Leven door Mij in absoluut volmaakte toestand de zielevijvers kan bereiken. Indien het water van Goddelijk Leven een zielevijver één dag lang niet zou bereiken, zou de levenskracht van het water in de vijver reeds merkbaar afnemen.
De zielevijver wordt verziekt door ontbinding van de planten in zijn bodem en aan zijn oevers. Deze ontbinding wordt veroorzaakt door elke zonde, door elke toegeving aan een bekoring, door het bedrijven van elke ondeugd.
De vissen in het water worden ziek en sterven naarmate de zuiverheid van het water in de vijver vermindert.
In de zielevijver verzamelen zich stenen, die afkomstig zijn van de oevers, doordat het water uit de vijver de oevers aanvreet. De oevers zijn opgebouwd uit alle wereldse invloeden die de ziel omgeven. Hoe meer de ziel bindingen onderhoudt met de wereld, hoe meer zij haar aandacht op wereldse gebeurtenissen vestigt, hoe meer zij vasthoudt aan wereldse gewoonten, en hoe meer zij terugkijkt naar haar eigen verleden, des te meer brokkelen de oevers af en laten steenslag in de vijver achter.
Kijk nu wat gebeurt terwijl het water van Goddelijk Leven in de vijver vloeit: de stenen in de vijver belemmeren de instroming van het water van Goddelijk Leven, en om deze stenen heen ontstaan turbulentie, draaikolken, werveling van het water: de ziel komt innerlijk in onrust, in onvrede, in strijd, door de botsing tussen het water van Goddelijk Leven en de steenslag van al het wereldse.
Ik nodig de zielen met klem uit om alle stenen, al het wereldse in hun leven en in hun hart en geest, aan Mij toe te wijden. Verwijder al het wereldse zo volkomen mogelijk uit jullie innerlijke beleving door het onvoorwaardelijk aan Mij te geven en daarna totaal los te laten. Het gevolg zal een zachte instroming van het water van Goddelijk Leven zijn, en dus een zielevijver zonder turbulentie: volkomen innerlijke vrede, bloeikracht, geen nieuwe aanvreting van de oevers, een vijver met water en oevers als in een paradijs.
Laten de zielen dit beeld beschouwen om de macht van diep beleefde totale toewijding aan Mij te begrijpen, en te zien hoezeer alle belangstelling voor het wereldse hun geluk in de weg staat. Elke belemmering van het Plan dat God met de ziel heeft, verhindert de ziel om de ware vrede van hart te vinden. God weet waartoe Hij Mij aan de zielen heeft gegeven. Het is Mijn diep verlangen dat ook de zielen dit weten, en naar deze kennis zouden handelen.
TWAALF AANROEPINGEN TOT VERDRIJVING VAN DE SATAN .
God van Liefde en Eeuwig Leven, ik bemin U, red mij.
Jezus Christus, mensgeworden Verlosser, ik bemin U, red mij.
Heilig Kruis van Verlossing, ik bemin U, red mij.
Heilig Bloed van Jezus, ik bemin U, red mij.
Heilige Wonden van Jezus, ik bemin U, red mij.
Heilige Geest, die alle deugden en Gaven van heiligheid schenkt, ik bemin U, red mij.
Onbevlekte Maagd Maria, Medeverlosseres van de mensheid, ik bemin U, red mij.
Onbevlekte Maagd Maria, maagdelijke Moeder van de Messias, ik bemin U, red mij.
Onbevlekte Maagd Maria, eeuwig vrij van alle zonde, ik bemin U, red mij.
Onbevlekte Maagd Maria, die alle bekoringen, listen en werken van de duivel hebt overwonnen, ik bemin U, red mij.
Heilige Aartsengel Michaël, die satan naar de hel heeft verbannen, ik bemin U, red mij.
Heilig Sacrament van het Altaar, Hemels Brood, ik bemin U, red mij.
(maak het kruisteken) Verheerlijkt zij Jezus Christus, het Licht der wereld, en de allerheiligste Maagd Maria, Overwinnares van de duivel.
Lezing uit het boek Tobit 11,5-17. Psalmen 146,2.7.8-9.10. Heilig Evangelie van Jezus Christus volgens Marcus 12,35-37.
Lezing uit het boek Tobit 11,5-17.
En zij trokken heen, en de hond kwam mede achter hen. En Anna zat en zag rondom naar haar zoon op de weg en zij werd hem gewaar toen hij kwam en zeide tot zijn vader: Zie uw zoon komt, en de man die met hem getrokken is; en Rafaël zeide: Ik weet dat uw vader zijn ogen zal opendoen. Strijk gij de gal in zijn ogen, en als het hem bijt zo zal hij ze wrijven, en de witte schellen uitwerpen, en hij zal u zien. En Anna liep toe en viel haar zoon aan de hals, en zeide tot hem: Kind, ik heb u gezien, thans wil ik wel sterven; en zij weenden beiden. En Tobias kwam uit naar de deur en stiet zich daaraan; doch zijn zoon liep hem tegen, en greep zijn vader; en streek de gal op de ogen zijns vaders, zeggende: Heb goede moed, vader; en als zij gebeten waren, wreef hij zijn ogen, en de witte schellen werden afgepeld van de hoeken zijner ogen. En ziende zijn zoon, viel hij aan zijn hals, en weende en zeide: Geloofd zijt gij, o God. En geloofd zij uw naam in der eeuwigheid. En geloofd zijn al uw heilige engelen; want gij hebt mij gekastijd, en hebt u mijner ontfermd. Ziet, ik zie mijn zoon Tobias. En zijn zoon verblijd zijnde ging in, En boodschapte zijn vader de grote dingen, die geschied waren in Medië.
Psalmen 146,2.7.8-9.10.
Zolang ik leef, wil ik Jahweh prijzen, Mijn God verheerlijken, zolang ik besta! De verdrukten verdedigt, Brood aan de hongerigen reikt, En de gevangenen bevrijdt! Jahweh opent de ogen der blinden, Jahweh richt de gebukten weer op; Jahweh heeft de rechtvaardigen lief, Jahweh draagt zorg voor de zwervers. Hij is een steun voor weduwen en wezen, Maar de bozen richt Hij te gronde: Jahweh is Koning voor eeuwig; Uw God, o Sion, van geslacht tot geslacht!
Heilig Evangelie van Jezus Christus volgens Marcus 12,35-37.
Nu nam Jesus het woord, en sprak bij zijn onderricht in de tempel: Hoe kunnen de schriftgeleerden zeggen, dat de Christus de zoon van David is? David zelf heeft in den Heiligen Geest gezegd: "De Heer heeft gesproken tot mijn Heer: Zet U aan mijn rechterhand, Totdat Ik uw vijanden leg Als een voetbank voor uw voeten." David zelf noemt Hem dus Heer; hoe is Hij dan zijn zoon? En de grote menigte luisterde graag naar Hem.
Bron : Petrus Canisius bijbelvertaling
DE GESCHIEDENIS VAN HET CHRISTENDOM.
Deze beschaving geloofde daadwerkelijk een nauwe band te hebben met de oude Israélieten. De Aksoemieten waren Joden en dachten dat Menelik de religie had meegebracht uit Israél. Velen geloofden zelfs dat het jodendom al in Ethiopié bestond voordat het Israél bereikte ; men zegt dat toen Mozes de Hebreeén uit Egypte leidde, sommigen naar het zuiden gingen in plaats van naar het oosten. Ethiopié was daarom een heilig land, het land van God zelf. Hoewel het jodendom van de farizeeén na de eerste eeuw de norm werd in Europa en het Midden - Oosten, bereikte dit nooit Ethiopié. De ethiopische joden baseerden hun religie dus alleen op de Thora en ontwikkelden geen rabbijnse wet. De nauwe band die er volgens hen bestond tussen hun religie en die van het oude Israél, kwam tot uitdrukking in de persoon van de koning die, zo geloofde men, zijn stamboom kon terugleiden tot koning Salomo. Verder was er de ark van het verbond, waarvan men dacht dat die door Salomo in bewaring was gegeven aan Menelik. Men geloofde dat de ark zich bevond op de oevers van het Tanameer, de bron van de Blauwe Nijl in het Ethiopisch Hoogland. Precies daar leed de jonge Syriér Frumentius in de vierde eeuw schipbreuk, samen met zijn broer Edesius. Beiden werden onthaald aan het hof van koing Ezana van Aksoem, en Frumentius werd aangesteld als regent voor de zoon van Ezana. Later vertok hij naar Egypte, waar hij pariarch Athanasius bezocht. Hij vond de Ethiopiérs, met hun sterke gevoel van joodse historie, ontvankelijk waren voor een christelijke boodschap en vroeg Athanasius om een bisschop voor hen aan te wijzen. Athanasius benoemde daarop Frumentius tot bisschop en zond hem terug naar Aksoem om tot de Ethiopiérs te spreken. De missie was zeer succesvol en Frumentius, in Ethiopié later vaak 'Kasata Berhan' of 'Brenger van het Licht' genoemd, wordt herdacht als de apostel van de regio. Ethiopié was al het eerste Afrikaanse land dat zijn eigen munten sloeg ; nu stond op deze munten zelfs het kruis. In de zesde eeuw was het christendom stevig verankerd in het land, hoewel het jodendom ook in veel gebieden sterk aanwezig was. Het Ethiopische christendom bleef ook altijd iets joods houden, door handhaving van gebruiken als besnijdenis en eerbiediging van de sabbat. De kerk bleef ook verbonden met Egypte, aangezien het hoofd van de Ethiopische Ker, de aboena, altijd door Alexandrié werd benoemd. Met de taal Ge' ez, die het Grieks verdrong als officiéle taal van Aksoem, ontwikkelde men echter snel een eigen identiteit. Dit proces ging door na de komst rond 500 van de 'negen heiligen' , mogelijk een grote groep monofysieten uit Syrié die vluchtten voor vervolging door de Byzantijnen. Deze groep predikte in heel het land en vertaalde de Bijbel in het Ge' ez. Misschien als gevolg hiervan kreeg het christendom in Ethiopié een monofysitisch karakter en werd het Conciellie van Chalcedon afgewezen. Er was echter sprake van een zeer gematigde vorm naar het voorbeeld van Severus van Antiochié, want de Ethiopische Kerk veroordeelde Eutyches en Nestorius. Mogelijk had Ethiopié mede hierdoor in die tijd een goede band met het Byzantijnse Rijk ; keizer Justinianus hoopte dat Ethiopié een nuttige handelsverbinding naar India zou zijn om zo de Perzen te omzeilen. Byzantijnse verslagen van het Ethiopische leven aan het hof vertellen ons dat de Ethiopische koning alleen een goedgeborduurde, linnen lendendoek droeg en een tulband, maar werd beschermd door een met gouden juwelen bedekte parasol, en hij reisde overal naartoe in een wagen die werd getrokken door vier olifanten, omringd door lijfwachten en muzikanten, vooral trommelslagers. De 'negen heiligen' en hun volgelingen gaven het Ethiopische christendom ook zijn sterke kloosterkarakter. Zij bouwden vele kloosters, waaronder het beroemde Debre Damos dat werd gebouwd op de plek van een oud heidens heiligdom. Zoals veel kloosters in het land, werd Debre Damos gebouwd op een bijna onbeklimbare bergtop, alleen toegankelijk met behulp van een koperen kabel. De kerk had al heel vroeg een ingewikkelde en rijke liturgische traditie.