For this blog to translate into language of your choice? Select your language below.
2 prachtige pps-jes hierboven van Godelieve en ook Mama rechts heeft ze gemaakt Klik op de banner en bekijk nog veel meer moois op haar blog
Klik op de banner hier beneden en ga eens langs bij Lenie voor nog meer moois Alle Ave Maria pps-jes hierboven zijn van haar
Gastenboek
Druk oponderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek
Wonder
17-02-2009
DE GESCHIEDENIS VAN HET CHRISTENDOM.
Sommige joden gingen nog verder ; zij hoopten niet allen op een politiek wonder, maar op de komst van het 'koninkrijk van God' , een beslissende en ultieme tussenkomst van God. Het aardse gezag zou worden weggevaagd en God zou rechtstreeks heersen over de wereld. Waarschijnlijk geloofden de meeste joden dat dit ooit zou geschiedenin, maar sommigen hoopten vurig dat het snel zou gebeuren. Hieraan verwant was het 'messianisme' , de hoop dat God een of andere grote leider zou doen opstaan om het koninkrijk in te luiden. Het woord 'messias' betekent 'gezalfde' en komt relatief weinig voor in het Oude Testament ; het verwijst naar deze specikieke leider. In sommige geschriften komen andere figuren voor in verband met de komst van het koninkrijk ; een daarvan is de mysterieuze 'mensenzoon' in het boek Daniél. Diverse groepen dachten anders over deze leiders van het einde ter tijden. Sommige verwachten een 'mensenzoon' en andere de 'messias' ; hij werd gezien als een priester, een strijder of een koning. De Dode Zeerollen spreken van twee messiassen, een priester en een koning die de komst van het koninkrijk van God begeleiden. Verder waren er verschillende groeperingen binnen het jodendom. We hebben al gezien wat de rol van de priesters was in Jeruzalem en elders ; zij waren de 'officiéle' leiders van het jodendom en traden op als lelaren en deskundigen. Hun rivalen waren de Farizeeén, die overwegend leek waren. Net als de priesters ( een paar Farizeeén waren ook priester ) waren zij gespecialiseerd in het in het bestuderen van de Wet en de toepassing hiervan op het dagelijks leven. Ter ondersteuning ontwikkelden zij een groot aantal tradities. Volgens de Wet was het bijvoorbeeld verboden om te werken op de sabbat, de zevende dag van de week. De Farizeeén verduidelijkten deze regel, door te beschrijven wat zij 'werk' vonden. Verschillende Farizeese richtingen streden met elkaar over hoe streng of liberaal de interpretaties moesten zijn. De verklaringen werden voor eigen gebruik ontwikkeld en het was niet de bedoeling dat ze blindend waren voor iedereen, aangezien de Farizeeén geen formeel gezag hadden over anderen. De Farizeeén waren echter heel populair, aangezien de meeste mensen ontzag hadden voor het feit dat zij probeerden de Wet te overdenken en deze toe te passen op het dagelijks leven.
Wordt vervolgd.
16-02-2009
AAN ALLEN.
ZEGELIED VAN MOZES. ( Ex. 15,1-18 ).
Uw gunst heeft uw vrijgekocht volk begeleid, uw macht het gevoerd naar uw heilige woonplaats. De Heer bezing ik, de overwinnaar, paarden en ruiters dreef Hij in zee. De Heer is mijn kracht, Hem dank Ik mijn redding. De Heer is mijn God, voor Hem is mijn lied. De God van mijn vaderen, Hem zal Ik prijzen, een machtig strijder, zijn naam is de Heer. Farao's wagens, zijn legers verdronken, de Rietzee verzwolg de keur van zijn volk. De golven zijn over hen heen geslagen, zij zijn als een steen in de diepte gestort. Uw hand, Heer, die machtiger is dan de mensen, uw hand heeft de vijand ten val gebracht. Uw majesteit heeft uw bestrijders vernietigd, zij zijn door uw gramschap als stro verbrand. Uw snuiven van toorn deed de golven verstijven, het water bleef staan als een dam in de zee. De vijanden schreeuwden ; komt mee, achtervolgt hen, wij halen ze in en verdelen de buit ; Wij nemen van alles zoveel we maar willen ; het zwaard uit de schede, slaat iedereen neer ! Toen hebt Gij uw adem weer uitgestoten, de zee overviel hen, zij werden bedolven als lood in de kolkende vloed. Wie is U gelijk, Heer, onder de goden, wie is zo schrikbarend, zo heilig als Gij, geducht om uw wonderbaar werken ? Gij strekte uw hand uit : de aarde verslond hen ; uw gunst heeft uw vrijgekocht volk begeleid, uw macht het gevoerd naar uw heilige woonplaats. De volkeren sidderden bij het gerucht, beklemming verlamde de Filistijnen ; De vorsten van Edom waren ontsteld, door vrees bevangen de heersers van Moab ; verwarring greep Kanaàns inwoners aan, zij werden met schrik en ontzetting gelagen, versteenden van angst voor de kracht van uw arm ; zolang als uw volk daar voorbij trok, Heer, zolang als de stoet van uw dienaars daar langs ging. Gij hebt hen gebracht naar uw eigen bezit, geplant op de berg waar Gij zelf wilde wonen ; de heilige plaats, Heer, die Gij had gemaakt ; de Heer zal daar heersen voor altijd en eeuwig.
DE GESCHIEDENIS VAN HET CHRISTENDOM.
In de Pentateuch staan offers en andere rituelen genoemd, die alleen maar mochten worden uitgevoerd. Men geloofde dat God zelf in het belangrijkste gedeelte woonde, het Heilige der Heiligen, en alleen de hogepriester mocht dit eens per jaar betreden. In de tempel werkte een grote groep priesters en alle joden moesten een speciale belasting betalen om dit alles in bedrijf te houden. Er liepen enorme geldstromen van en naar de tempel, sommige mensen gebruikten de tempel zelfs als een soort spaarbank. De tempelwachters beschermden zowel deze rijkdommen als de stad Jeruzalem. De tempel was daarom niet alleen het middelpunt van de joodse religie, maar ook het centrum van het politieke, economische en maatschappelijke leven. Ook de viering van de jaarlijkse feesten vond er plaats. Tijden Pesach dromden tienduizenden mensen samen in Jeruzalem en moest de perfect vanuit Caesarea overkomen en troepen uit Syrié lenen om de openbare orde te handhaven. In de rest van Palestina werd de tempel vertegenwoordigd door priesters, die een deel van het jaar in Jeruzalem werkten en de rest van de tijd als het ware leiding gaven aan hun eigen streek in de functie van onderwijzer of rechter. Deze priesters kwamen uit bepaalde priesterfamilies, wat hen zowel een bepaalde sociale religieuze status gaf. Er woonden ook joden buiten Palestina. In feite woonden er ten tijde van Jezus meer joden buiten Palestina dan in het land zelf. De mensen van deze diaspora waren duidelijk verder verwijderd van de tempel - hoewel ze nog steeds de tempelbelasting moesten betalen - en dus ontwikkelden zij een alternatief instituut ; de synagoge. Een synagoge was geen plek voor eredienst of offers, maar voor studie. Er werd gelezen in de Pentateuch en les gegeven, maar er werd ook gezamenlijk gebeden en gegeten. Waarschijnlijk gingen er ook veel niet - joden naar de synagoge, hoewel zij natuurlijk geen volwaardig lid van de geloofsgemeenschap waren. Deze mensen waren het jodendom goedgezind en wilden er graag meer over weten. Veel niet joden in het Romeinse Rijk hadden respect voor de joodse religie, vanwege het sterke monothéisme en de indrukwekkende zedenleer. In de eerste eeuw n. C. verschenen ook in Palestina synagogen, als een soort aanvulling op de tempelcultus. Het jodendom was echter een monotheistische godsdienst die niet overal gelijk was. Zelfs binnen Palestina bestonden er veel variaties op hetzelfde thema en de religie maakte in de eerste eeuw n. C. een enorme ontwikkeling door. We moeten niet denken dat het christendom iets was dat als het ware losweekte van een statisch jodendom, maar eerder dat het jodendom zich in de eerste eeuw radicaal opnieuw definieerde, waardoor ( onder andere ) het christendom ontstond. In wisselende mate hoopten veel joden op een grote goddelijke interventie. Hoewel ze niet rechtstreeks door Rome werden bestuurd, vonden ze nog steeds dat ze leefden onder het bewind van een buitenlandse, niet joodse macht. Daarom hoopten velen dat god hen zou verlossen van deze buitenlanders, net zoals Hij, zo geloofden zij, al vele malen eerder in de geschiedenis had ingegrepen om zijn volk te verlossen.
WORDT VERVOLGD.
SMEEKGEBED VAN EEN OUDER TOT MARIA OM DRAAGKRACHT.
Lieve Moeder Maria, als een roos van genade heeft God
mijn kind toevertrouwd aan de tuin van mijn leven.
O Moeder des moeders, tot U smeek ik om de kracht
om haar te koesteren als een schat der engelen, want in
haar schuilen de stralen van de middagzon en de maan
van de nacht.
Sterk mij toch tegen de winden der dagen, opdat ik mij
kan verheugen over de geur der zuiverheid die mij uit de
ziel van mijn roos wordt toegewaaid.
Sterk mij tegen de regens der nacht, opdat mijn tranen mogen
worden tot een dauw van leven wanneer de zon der liefde mij
bij dageraad de ware schoonheid van mijn roos openbaart.
O Moeder, leef in mij, opdat ik in mijn roos moge blijven
zien wat slechts hemelse ogen herkennen.
Laat Uw Hart in het mijne kloppen, opdat het vuur van Uw
Liefde mij opwekt wanneer de winter alle leven in mijn
tuin bedreigt.
O draag mij over de doornen, opdat de blaadjes steeds mijn
glimlach zien.
Ruk uit mij het onkruid van ontmoediging en vertwijfeling,
opdat mijn roos kan bloeien op de rijke bodem van mijn overgave.
Zie, ik geef U het sap van mijn tranen.
Bestraal het met Uw Hemels Licht, opdat de grond van mijn
levenstuin in zich de kracht moge dragen om mijn roos te voeden
met de Eeuwige Liefde die alles geneest, alles overwint, en alle
bloemen bewaart voor het leven in Gods Tuin, die voor hen is gemaakt.
AMEN.
Dit gebed is door de Heilige Maagd Maria speciaal ingegeven
ten bate van ouders met een bijzonder hulpbehoevend kind.
Bid het in stille bezinning, dan zult U merken dat onze Hemelse
Moeder een sluier oplicht over de speciale en uiterst genadevolle
roeping waarmee zowel Uzelf als Uw kind in dit leven zijn toegerust.
Doorheen dit gebed zal Maria U draagkracht geven en U iets laten
voelen van de bijzondere liefde die Zij voor U koestert.
De jeugd van vandaag vormt het fundament voor de wereld van morgen.
Het is opmerkelijk in welke hoge mate de chaos en ontsporingen in de
wereld tot uiting komen via de jeugd.
Daarom is het hard nodig dat de jeugd opgevoed wordt volgens de
aloude christelijke waarden, en dat ouders bidden om kracht en leiding
om alle moeilijkheden met hun kinderen te overwinnen.
Indien de nieuwe generatie ontspoort, zal de daaropvolgende generatie
nog slechter worden, want haar fundamenten zullen dan nog verder
van Gods ideaal afwijken dan vandaag reeds het geval is.
Ouders moeten daarom nu hun verantwoordelijkheid opnemen en in alles
naar God terugkeren.
AAN ALLE LEZERS VAN DIT BLOG.
Dit blog zal worden verdergezet vanavond of morgen wegens plotse familieomstandigheden.
Nelly.
15-02-2009
STORMKLOKGEBED TOT MARIA VOOR BESTRIJDING VAN ALLE ONRECHT IN DE WERELD.
Maria, machtige Koningin van Hemel en aarde,
gouden Stem van de Heilige Geest.
Temidden der stormen van zonde en ongerechtigheid
In dit tranendal, heeft mijn hart Uw Klok gehoord,
die mij roept tot de verdediging van Gods Rijk.
Hoe is de wereld ten prooi aan onrecht, want de zielen
beminnen Gods Werken niet meer, en verafgoden nu hun
vergankelijke, materiéle belangen.
O Meesteres van alle zielen door Goddelijke volmacht,
ik smeek U om het vuur van de ware Liefde in alle zielen,
opdat alle wereldse afgoden verbrand mogen worden.
Ik smeek U om het zaad van het ware geloof in Gods Werken
en in het Eeuwig Leven, opdat de woestijn van de goddeloosheid
moge veranderen in een paradijs van bloemen van heiligheid.
Ik smeek U om het doopsel van alle zielen in het water van
Goddelijk Leven, opdat alle onrecht op de wereld moge verdrinken.
Daartoe, O Draagster van Goddelijk Licht, geef ik U mijn hele wezen,
mijn hele leven, al mijn lijden en offers, en alle beproevingen en lijden
van de hele mensheid.
Wil dit alles bekleden met de volmaakte verlossende macht van het
Lijden van Jezus Christus, van Uw Smarten, van alle Heilige Missen
die ooit op aarde zijn opgedragen, en van het Heilig Kruis als Teken
van de eindoverwinning van de ene ware God over alle duisternis.
Moge ook deze alomvattende offerande en de oneindige macht van
Uw voorspraak, deze wereld totaal herschapen worden.
Moge de God der volmaakte Liefde dit gebed bekleden met het
Goddelijk Zegel, opdat het de geboorte van Zijn Geest in alle
zielen moge helpen bespoedigen.
AMEN.
DE GESCHIEDENIS VAN HET CHRISTEDOM.
De kern van de joodse cultuur was de joodse religie, waarvan de fundamentele overtuiging misschien het best wordt samengevat met de woorden die de boeren uitspraken als ze hun eerste oogst aan God opdroegen, beschreven in Deuteronomium 26,5-9;
( ) Mijn vader was een zwevende Arameeér. Hij trok naar Egypte en woonde daar als vreemdeling met een handvol mensen, maar ze groeiden uit tot een zeer groot en machtig volk. De Egyptenaren begonnen ons slecht te behandelen ; ze onderdrukten ons en dwongen ons tot slavenarbeid. Toen klaagden we tot de HEER, de God van onze voorouders, onze nood. Hij hoorde ons hulpgeroep en zag ons ellendig slavenbestaan. En de HEER bevrijdde ons uit Egypte, met sterke hand en opgegeven arm, op angstaanjagende wijze, met tekenen en wonderen. Hij bracht ons hierheen en gaf ons dit land , dat overvloeit van melk en honing.
Deuteronomium is het laatste boek van de Pentateuch , de vijf boeken die gezamenlijk ook wel de Thora worden genoemd. Waarschijnlijk werden ze rond de tijd van de Babylonische ballingschap geschreven, in de zesde eeuw v.C. , en ze vertellen het volgende verhaal. De zwervende Arameeér Abraham verliet de Soemerische stad Ur ( in het huidige Irak ) en trok naar het land van de rivier de Jordaan. God sloot een verbond met hem, waarin Hij beloofde dat Abrahams afstammelingen een groot volk zouden worden en dit land zouden bewonen. Zijn familie verhuisde echter naar Egypte, waar ze inderdaad veel nakomelingen kregen en Israél werden, oftewel de Joden. Ze werden tot slaaf gemaakt, maar God redde hen met de exodus, beschreven in het gelijknamige tweede boek. Hij leidde hen niet alleen uit Egypte naar het beloofde land Palestina, maar gij gaf ze ook de Wet, een reeks voorschriften over hoe de enige God moest worden vereerd en hoe men met elkaar moest omgaan. De Wet werd samengevat in de tien geboden die God rechtstreeks op stenen platen schreef en aan Mozes gaf. De joden geloven dat Mozes alle vijf de boeken heeft geschreven, hoewel zijn dood wordt beschreven aan het einde van Deuteronomium. Andere boeken beschrijven de verdere geschiedenis van de Joden ; hoe ze onder diverse koningen trouw bleven aan de Wet en de verering van de enige God, of deze getrouwheid juist verloren. Daarom zond God een reeks profeten die Israél moesten terugleiden naar de ware religie. Deze boeken vormen de basis op de Joodse Heilige Schrift, hoewel er ten tijde van Jezus geen officiele opvatting was over welke boeken gezaghebbend waren en welke niet. Enkele hiervan zouden later deel gaan uitmaken van wat christenen het Oude Testament noemen. Dit is wat de Joden destijds geloofden over hun geschiedenis, een historie die nauw verbonden was met God. Ze geloofden dat hun volk door God was uitverkoren. Hij sprak niet alleen met hen via de Wet en de Profeten, maar trad op cruciale momenten ook in hun belang op, zoals bij de exodus. Nare gebeurtenissen, zoals de Babylonische ballingschap, werden geïnterpreteerd als afkeuring van God, mogelijk omdat het volk hem ontrouw was. Ze geloofden dat God een eeuwig verbond met hen had, waardoor het land Palestina van hen was. Bij wijze van tegenprestatie moesten zij zich aan de Wet houden. Als teken van verbond werden Joden besneden ; dit belangrijke kenmerk onderscheidde hen van anderen. In het Nieuwe Testament vinden we de termen besneden en onbesneden als verwijzing naar respectievelijke Joden en niet -Joden. God gaf de afstammelingen van Abraham niet alleen het land Palestina, maar ook de heilige hoofdstad Jeruzalem. Daar stond in de oudheid de tempel, een van de opmerkelijkste gebouwen - die eeuwen eerder was gebouwd door koning Salomo en in de eerste eeuw v.C. door Herodes de Grote werd herbouwd en in ere hersteld ; dit was het centrum van de joodse religie.
WORDT VERVOLGD.
HET WENS WONDERKINDJE.
Jeanne-Blandine werd op 17 oktober geboren, helemaal alleen, gewoon als een grote. Vandaag is zij zes weken en komt ze thuis. Wij kunnen ons het leven zonder haar niet meer voorstellen; nochtans was haar aankomst in ons gezinnetje hoogst onwaarschijnlijk. Twee maanden lang groeide ze comfortabel bij mama, maar dan vindt de eerste ramp plaats: ik geloof dat ik een miskraam krijg. Maar de spoed-echo toont ons een kleine baby in volle vorm. Ik verlaag mijn dagdagelijks ritme van activiteiten en wacht met ongeduld op de volgende controle-echo. De bloedingen zijn opgehouden, maar een enorme bloedklonter heeft zich gevormd. Ondertussen groeit de baby. Met vier maanden een nieuwe ramp: het amnionvlies verdraagt de door de bloedklonter veroorzaakte irritatie niet langer. De vruchtzak breekt en de baby bevindt zich in een nagenoeg droge omgeving. De gynaecologen voorspellen haar spoedig overlijden. En ze stellen voor om dit te vervroegen. Zij wijzen nadrukkelijk op het risico voor de longen van de baby en de risicos op infecties die deze gebroken vruchtzak met zich meebrengt. Besmettingen die de baby zouden kunnen laten sterven, maar die ook schade bij de mama kan veroorzaken.
Ik word enkele dagen opgenomen, mag dan naar huis en hervat in afwachting mijn normale activiteiten. Maar in afwachting waarvan? Een wonder? Of het einde van deze eindeloze miskraam? In deze tijd van zoeken is er één zekerheid: wij willen dit leven niet inkorten. Wij bevragen ons over de begrafenis van vroegtijdig geboren babys: burgerlijke stand, begrafenisondernemer De volgende echoscopie is echter nogmaals goed: wel geen vermeerdering van vruchtwater, maar een kind dat beweegt en groeit. Wij besluiten dan tot het volgende: ik blijf zo strikt als mogelijk liggen en er wordt een zeer nauwgezet toezicht op tekenen van infectie ingesteld, evenals een verscherpt toezicht op de groei van de baby. De weken gaan voorbij, de baby blijft groeien. Op zes maanden bewijst een grondigere echoscopie hetgeen men vreesde: de longen ontwikkelen zich slecht en het hart lijdt eronder. Voor der rest blijft de groei perfect.
Veertien dagen later doet een nieuwe bloeding ons naar het ziekenhuis terugkeren. Men besluit tot overbrenging naar een universitair ziekenhuis. Daar verfijnt een magnetische resonantie scan de diagnose: de afwezigheid van vruchtwater heeft tot een ernstige longhypoplasie geleid. Volgens de gynaecologen is er geen hoop meer voor de baby; volgens de kinderartsen neonatologen zijn de overlevingskansen, met of zonder blijvende letsels, ongeveer 50% als de geboorte in optimale omstandigheden verloopt: geplande keizersnede in aanwezigheid van intensieve pediatrische zorg. De gynaecologen antwoorden dat een keizersnede in dit stadium een te groot risico voor de moeder inhoudt in verhouding tot de reële vooruitzichten voor de baby. Wij besluiten eenvoudigweg te wachten en hopen dat de baby zich nog een maand lang braaf zal houden. Maar na een week, besluit de baby om geboren te worden. Alles gebeurt zeer snel. De gynaecologen en de kinderartsen worden door onze juffrouw op snelheid gepakt. Zij wordt langs de normale weg geboren in de zetel en verrast iedereen door te schreeuwen en door haar verwoede pogingen om te ademen. Aangezien niets voorbereid is, is het de vroedvrouw die de eerste zorgen toedient. Het team van neonatologie komt enkele minuten later aan en Jeanne-Blandine krijgt hoogtechnologlische intensieve zorgen toegediend. Na enkele dagen bereikt zij een begin van ademhalingsautonomie. Beetje bij beetje, vermindert men de bijstand.
.
14-02-2009
AANVAL OP DE PAUS.
Sedert enkelen dagen is Onze Heilige Vader, de Paus, en via hem de ganse Kerk, het voorwerp van zeer hevige aanvallen vanuit alle windstreken en soms zelfs vanuit de schoot van de Kerk zelf. Hoe zouden wij, bij het zien daarvan niet kunnen denken aan Onze Heer die geleid voor het sanhedrin als eerste verwijten, laster en slagen moest verdragen vanwege zijn vervolgers. Maar Hij zweeg en antwoordde niets zegt ons de evangelist Sint Marcus. En waarom dan? Omdat Hij bad en alles aanbood voor ons heil en dat van de wereld.
Onze Heilige Vader die bij zijn verkiezing tot de Stoel van Peturs de woorden hernam van Onze Heer: Ik stuur u als een lam te midden van de wolven, was zich goed bewust van de harde taak en het enorme lijden dat hem wachtten door deze last te aanvaarden. Dan deed hij beroep op onze gebeden om niet in zijn taak te falen. Vandaag meer dan ooit, heeft hij die gebeden nodig om het roer van het schip van Petrus stevig te houden in de storm en tegenover de vijanden die proberen het te laten vergaan. De Heilige Don Bosco wijst in zijn beroemde droom ons de twee kolommen waaraan het schip Petrus moet aanmeren om niet in de storm ten onder te gaan: de Eucharistie en de Heilige Maagd Maria.
Teneinde het verzoek van Onze Heilige Vader te beantwoorden en ons inspirerend op de droom van Don Bosco, stellen wij u voor om zaterdag 14 februari een noveen aan Onze Lieve Vrouw te beginnen tot zondag 22 februari, feest van de leerstoel van Sint Petrus. Diezelfde zondag kunnen wij onze communie speciaal aanbieden voor de intenties van Onze Heilige Vader en van de gehele Kerk.
Hoe talrijker en vuriger wij zullen zijn, hoe krachtiger de adem van de genades zich zal laten voelen om Onze Heilige Vader en de Kerk te steunen.
Stuur deze mail dus in vele richtingen verder. Onderaan deze mail vindt u het noveengebed aan Onze Lieve Vrouw en het verhaal van de droom van Don Bosco.
Als u aan dit gebedsinitiatief beslist deel te nemen kan u een lege mail sturen naar volgend adres: neuvainepourlepape@googlemail.com, me in de onderwerplijn enkel de tekst Ik neem deel aan de noveen voor de Paus.
Vraag en gij zult verkrijgen.
In Christo
Vanwege gelovigen die zoals u de Kerk en de Paus liefhebben.
Noveen tot Onze Lieve Vrouw
Onze Vader
3x Wees gegroet
Glorie zij de Vader
Vervolgens dit gebed:
Zeer Heilige Moeder van God, door Onze Heer uitverkozen om Moeder en beschermster te worden van de Universele Kerk, het is met het grootst mogelijke vertrouwen dat wij Uw zeer machtige hulp inroepen voor deze zelfde Kerk die strijdt op aarde.
Bescherm, zo smeken wij, met een bijzondere zorg en met deze moederlijke liefde waarvan U brandt, Onze Zeer Heilige Vader Paus Benedictus XVI, de bisschoppen en de priesters die verenigd zijn met de Heilige Stoel van Petrus. Wees de beschermster van al diegenen die ijveren om de zielen te redden te midden van de angsten en de tegenspoed van deze wereld. Amen.
Mater Ecclesiae, ora pro nobis
Sancte Petre, ora pro nobis
Een droom van Don Bosco
De droom van de twee zuilen
Jongens ik wil jullie vanavond een droom vertellen. Het is waar, iemand die droomt weet niet wat hij doet. Maar aan jullie zou ik bijna mijn zonden durven vertellen, als ik niet bang was u allen aan de haal te zien gaan en het huis te zien instorten.
Dus vertel ik deze droom voor uw geestelijk voordeel. Wat ik ga zeggen heb ik een paar dagen geleden gedroomd.
Denkt u eens even in, dat ge net aan de rand van de zee staat, of liever op een eenzame rots en dat ge nergens land ziet dan het klein stukje waar ge opstaat. Op die onmetelijke watervlakte ziet ge een ontelbare menigte schepen in slagorde geschaard. Hun voorsteven loopt uit op een ijzeren punt, een soort lans, zodat hij alles doorboort waar hij tegenaan stoot.
Deze schepen zijn bewapend met kanonnen en vol met geweren en andere wapens; bovendien zijn ze geladen met brandbare stoffen en ook met boeken. Zij trekken op tegen een schip dat veel groter en hoger is dan de anderen. Dit trachten ze lek te stoten met hun punt, zij willen het in brand steken of op een andere manier schade berokkenen, zoveel zij kunnen. Het grote schip is volledig uitgerust en omgeven door kleinere schepen. Deze ontvangen van het grote schip commando seinen en voeren verschillende bewegingen uit om zich te verdedigen tegen de vijandelijke vloten. De wind is tegen hen en de woelige zee schijnt eerder in het voordeel van de vijanden.
Midden op het uitgestrekte watervlak rijzen twee stevige zuilen omhoog niet ver van elkaar. Op de ene staat een beeld van de H.Maagd, de Onbevlekte en aan haar voeten een bord met het opschrift: Auxilium Christianorum; op de andere, die veel hoger reikt en breder is een Hostie in grootte evenredig aan de zuil. Ook hier hangt een bord en het opschrift is Salus credentium.
De opperbevelhebber op het grote schip is de Paus van Rome. Wanneer deze de woede van de vijanden ziet en de ongunstige conditie waarin zijn getrouwen verkeren,denkt hij erover, de stuurlieden van de kleine schepen bij zich te roepen en te beraadslagen wat er gedaan moet worden. Die stuurlui komen en houden krijgsraad met de Paus.
Wanneer het beraadslagen enige tijd geduurd heeft en de wind en de zee steeds woester worden, zendt de Paus heb terug om het bestuur over hun eigen schepen weer op zich te nemen.
Dan bedaart de storm enigszins en de Paus roept opnieuw de stuurlui bij zich, terwijl het admiraalschip zijn koers vervolgt.
Maar de orkaan steekt weer op, angstwekkend. De Paus staat aan het roer en spant al zijn krachten in om het schip te sturen tussen de twee zuilen. Aan deze zuilen hangen ankers en zware haken aan stevige kettingen.
De vijandelijke schepen richten al hun aanvallen op het pausschip en doen wanhopige pogingen om het tegen te houden en tot zinken te brengen. Sommige met geschriften, met boeken, met brandbare stoffen, waarmee ze volgeladen zijn en die ze aanboord van het pausschip trachten te gooien. Anderen doen het met kanonnen,met geweren en scherpe pieken. De strijd neemt in hevigheid toe. Wel stooten de schepen hun voorsteven tegen het grote schip, - met volle kracht komen de stoten aan,- maar het is vergeefse moeite: de aanvallers bereiken niets.
Opnieuw doen ze een poging: nutteloze pogingen en verspilling van kracht en munitie. Het grote schip zet rustig en onvervaard zijn weg voort. Wel gebeurt het dat een hevige stoot een scheur of een gat doet ontstaan in de zijwand, maar telkens als zon averij is opgelopen, waait er een bries van de twee zuilen en ogenblikkelijk is de schade hersteld en het gat gestopt.
Intussen springen bij de vijand kanonnen uit elkaar, geweren barsten en de andere wapen en scherpe pieken breken doormidden.
Een aantal schepen botsen tegen elkaar en zinken. De vijanden worden razend van woede, zij worden handgemeen en beginnen te vechten met de blanke wapens, met handen en vuisten, onder vloeken en verwensingen. Daar valt de Paus, zwaar gewond. De mannen die om heen staan, schieten toe en helpen hem overeind. Weer wordt de Paus getroffen, hij valt en sterft.
Bij de vijanden gaat een overwinningsgeschreeuw op; een onbeschrijfelijke jubel trilt over hun schepen. Zij vergissen zich: zodra de Paus gestorven is komt een nieuwe Opperpriester in zijn plaats. Zo vlug hebben de stuurlui hem gekozen, dat het doodsbericht van de ene Paus gelijk aankomt met de tijding van de keuze van zijn Opvolger. Nu vermindert zichtbaar de moed van de tegenstanders.
De nieuwe Paus overwint alle hindernissen en bereikt met zijn schip de beide zuilen. Midden tussen de twee kolommen aangekomen maakt hij met een ketting die aan de voorsteven hangt, het schip vast aan een anker van de zuil met de Hostie.; met de andere ketting meert hij de achtersteven aan een anker, dat vastzit aan de kolom met het beeld van de Onbevlekte Maagd.
Nu ontstaat er een geweldige beweging. Alle schepen , die tot dan toe het schip van de Paus hadden bestookt, slaan op de vlucht in een verschrikkelijke verwarring. Zij botsen tegen elkaar en brengen elkaar tot zinken. De zinkende schepen trachten de andere mee te sleuren in de diepte. Enkele scheepjes, die dapper met de Paus gestreden hebben, komen zich het eerst vastleggen aan de beide zuilen.
Andere schepen, en deze zijn talrijker, hebben zich uit vrees ver van het strijdgewoel teruggetrokken. Zij liggen nu ver weg, en wachten voorzichtig af. Wanneer ze dan zien, dat de laatste wrakstukken van de vernietigde schepen in de diepte verdwenen zijn, varen ook zij vlug naar de twee zuilen en leggen zich vast aan de haken die daar van afhangen. Dan blijven ze stilliggen in veilige rust , samen met het grote schip, waarop de Paus verblijft. Nu heerst er grote kalmte op zee.
Toen Don Bosco zover gevorderd was met zijn droomverhaal, vroeg hij aan Don Rua: Wat denk je van deze geschiedenis?
Don Rua antwoordde: ik zou zeggen; Het schip van de Paus is de Kerk waarvan hij het opperhoofd is: de schepen zijn de mensen; de zee is de wereld. Degene die het grote schip verdedigen zijn de mensen die goedgezind zijn en die gehecht zijn aan de H.Stoel. De anderen zijn de vijanden die de Kerk met alle middelen trachten te vernietigen. De twee reddingbrengende zuilen zijn de devotie tot de H.Maagd en tot het Allerheiligst Sacrament der Eucharistie. Don Rua zie niets van de gevallen Paus en ook Don Bosco zweeg erover. Allen voegde hij erbij: Je hebt het goed gezien. Maar één uitdrukking moet je verbeteren; de schepen van de vijanden zijn de vervolgingen. Er staan de Kerk vreselijke beproevingen te wachten. Wat tot nu toe gebeurd is heeft niets te betekenen in vergelijking met hetgeen nog komen moet. Haar vijanden worden aangeduid door de schepen, die trachten, als het mogelijk was, het grote schip te doen zinken.
Twee middelen zijn er om redding te vinden in deze algemene ondergang: godsvrucht tot de Allerheiligste Maagd Maria, veelvuldige H.Kommunie. Zelf moeten we alle moeite doen om deze twee dingen te beoefenen en ze overal door iedereen te doen beoefenen.
Bron: Don Bosco kring St Thomas van Aquino instituut december 1959 onder leiding E.H.Baert.
STRIJD TEGEN DE HONGER IN DE WERELD.
Een groot gedeelte van de mensen in deze wereld lijdt dagelijks honger. Dit is niet alleen in de Derde Wereld het geval, doch zelfs in ons midden. Honger is geen natuurlijke toestand, het is een onrecht. Dit betekent dat het de vrucht is van een ontregeling in de wijze waarop mensen hun samenleving organiseren. God heeft Zijn Schepping zo gemaakt dat zij steeds voldoende voedsel zou dragen voor ALLE levende wezens. Dit heeft Hij zo beschikt omdat levende wezens voedsel nodig hebben om datgene te volbrengen waartoe zij door God Zelf geroepen zijn, namelijk hun specifieke rol te vervullen tot verwezenlijking van Gods Plan van Heil. Zolang Gods Wet de schepping beheerst, zal geen levend wezen tekort hebben aan voedsel voor het lichaam. Welke factoren liggen dan aan de basisi van het ontstaan van honger in de wereld ? De twee voornaamste zijn ; 1. De natuurlijke eigenschappen van woongebieden van de mens. Vele mensen leven in gebieden waarvan de bodem van nature een geringe vruchtbaarheid bezit ; 2. De economische, politieke en sociale organisatie van samenlevingen. Waar weinigen rekening mee houden, is het verband tussen deze beide factoren enerzijds, en de beleving van de spiritualiteit door de mens anderzijds. Gebieden worden niet slechts onvruchtbaar door louter natuurlijke invloeden. Maria wijst erop dat ontregelingen in de natuur, in de bodem, in de weersverschijnselen enzovoort, in hoge mate veroorzaakt kunnen worden doordat het gedrag van de mens op grote schaal niet meer in overeenstemming is met Gods Wet. Bovendien wordt de honger in de wereld in hoge mate veroorzaakt en in stand gehouden door de organisatie van de wereldeconomie, die volledig wordt gedreven door het materialisme, winstbejag, eerzucht, concurrentie, politieke belangen, de neiging van vele zielen tot discriminatie in vele vormen..... Dit alles laat zich herleiden tot één grote oorzaak : God is in vele harten van Zijn troon gestoten. De gevolgen zijn : - goddeloosheid, of ten allerminste een schrijnend gebrek aan echt geloof in het Goddelijke ; - verheerlijking van al het wereldse, dat niet als vergankelijk doch als doel op zich wordt beschouwd ; - groot gebrek aan liefde tot God, tot de schepping, en tot de naaste. Het is de plicht van elke christen, Jezus te volgen in Zijn oproepen tot het beminnen van God boven alles, en van de naaste zoals zichzelf. Wanneer Gods Werken ontwricht worden in Zijn Schepping en in de belemmering voor talloze zielen om op een waardige wijze te functioneren binnen Gods Plan, wordt van ons een akte van oprechte liefde jegens God verwacht, door samen dit onrecht te bestrijden met de wapens van het leger van Jezus en Maria. Het is een goede zaak wanneer mensen de honger in de wereld helpen bestrijden door financiele hulp, door de inzet van hun arbeidskracht, of door enige andere vorm van ontwikkelingshulp. De hulp waaraan God echter het meest nood heeft, is deze waarbij de mens zijn spiritueel kapitaal toewijdt aan Maria met als intentie dat het onrecht in de wereld en in de harten uitgeroeid mag worden. Het spiritueel kapitaal van elke ziel bestaat uit ; - het lichaam met zijn vermogen om te lijden, offers en verstervingen te brengen ; - het hart met zijn vermogen om vurige liefde over de schepping te laten uitstromen ; - de tijd ; de ziel kan elk ogenblik van de dag in hart en geest richten op Gods Werken , Zijn belangen, en de inzet voor onze medeschepselen. Laten wij al ons lijden, vermoeidheden, beproevingen, tegenslagen, verdriet, alle lasten van het leven, alle gebeden en al onze tijd, opdragen aan Maria met het vurig verlangen dat Zij dit alles - Haar geschonken door alle zielen van onze ketting van Licht - in Haar volmaakte Liefde samenbrengt en voltooit, om daarmee een stortvloed van Goddelijke Genade over de schepping uit de storten, opdat de honger in de wereld uitgeroeid moge kunnen worden door een omkering van de oorzaken ervan, die schuilen in het materialisme, het gebrek aan ware liefde, en het gebrek aan waar geloof in God en Zijn Werken. Laten wij samen deze Vastentijd maken tot een nooit geziene bron van heil voor de hele schepping, en van vreugde voor God. Wie helpt zorgen dat zijn medemens geen honger meer lijdt in het lichaam, wordt zelf door God voor eeuwig verzadigd in de ziel.
AAN ALLE LEZERS.
BINNENKORT OP DE SITE TE LEZEN, HET FACINERENDE GETUIGENIS VAN MEVROUW Dra. GLORIA POLO.
DE GESCHIEDENIS VAN HET CHRISTENDOM.
PALESTINA. 1
De Joden woonden al vele eeuwen in Palestina, aan de oostkant van de Middellandse Zee, maar ze waren al heel lang niet echt onafhankelijk. In de zesde eeuw v. C. waren ze door de Babyloniérs verslagen en weggevoerd en leefden ze vijtig jaar in de traumatische Babylonische ballingschap. Daarna volgde overheersing door de Perzen ( die een machtige rijk in het oosten opbouwden ) en vervolgens door de Seleuciden, een dynastie die volgde op het bewind van de Macedonische generaal Alexander de Grote. In de tweede eeuw v. C. kwamen ze in opstand tegen de Seleuciden, maar in de eerste eeuw werden ze verslagen door de Romeinse generaal Pompejus. Vanaf dat moment maakte Palestina deel uit van het Romeinse Rijk. Ondanks het hete en droge klimaat bestond het land voornamelijk uit landbouwgrond. Galilea, in het noorden, had een natter en zachter klimaat. Daar stroomde de Jordaan in en uit het Meer van Galilea, waar op grote schaal werd gevist. De meeste mensen werkten op het land, op eigen, kleine boerderijen of als pachters op het land van grootgrondbezitters. Na de dynastie van de Makkabieeén kwam die van Herodes aan de macht. Palestina werd niet letterkijk bezet door de Romeinen. Ze lieten het bestuur van het koninkrijk over aan de koning, als een soort afhankelijkheid vorst. De Romeinen wilden niet echter over Palestina heersen of het torenhoge belastingen opleggen. Sterker nog, het land leverde hen verlies op. Het ging erom een stabiel en vriendschappelijk gebied te bezitten nabij de grens met het vijandige Prezié om zo het belangrijkere Egypte en Syrié te beschermen. Deze situatie moest zo min mogelijk inspanningen gehandhaafd worden en dus werden de meeste lokale aangelegenheden overgelaten aan de koning. Vanaf 37 tot 4 v.C. was dit koning Herodes de Grote, een autoritaire persoon die kapitalen uitgaf aan de bouw van grote gebouwen en nieuwe steden. Als ondergeschikte van Rome moest Herodes eer bewijzen aan de keizer en diens buitenlandbeleid respecteren, maar verder had hij grotendeels de vrije hand. Na de dood van Herodes verdeelde Casear Augustus Palestina onder de zoons van de koning, die daarna als onderkoningen op ongeveer dezelfde wijze regeerden als hun vader. De zoon die heerste over Judea ( de zuidelijke regio van Palestina met daarin Jeruzalem ) bleek incompetent. In 6 n.C. werd hij afgezet en een Romeinse prefect ging dit deel van Palestina rechtstreeks regeren. Het was een nogal ondankbare taak om prefect van Judea te zijn. De Romeinen beschouwden dit land als een vreselijke uithoek die werd bewoond door krankzinnige barbaren met een vreemde religie en ze verbleven er niet graag. Bovendien had de prefect slechts een paar duizend manschappen, wat bijlange na niet genoeg was om behoorlijk toezicht uit te oefenen in het gebied. Daarom besteedde hij de meeste tijd aan Caesarea, een Romeinse plaats aan de kust, en liet de dagelijkse leiding van Judea en Jeruzalem over aan de joodse hogepriester die zon beetje als premier fungeerde ; hij bepaalde de belasting, handhaafde de orde, enzovoorts.
Wordt vervolgd.
.
CHRISTUS VERHOOGD ALS DE SLANG IN DE WOESTIJN.
Christus verhoogd als de slang in de woestijn
(n.a.v. Johannes 3:14)
In de tijd dat Jezus te Jeruzalem verbleef om met Zijn leerlingen deel te nemen aan de feestelijkheden rond het Pascha, kwamen velen tot geloof in Zijn Naam (Joh. 2:23). Tijdens de feestweek in Jeruzalem wordt Jezus s nachts bezocht door Nicodemus. In Joh. 3:2 blijkt deze Farizeeër diep onder de indruk als hij zegt: niemand kan deze tekenen doen, die Gij doet, zo God met hem niet is.
Jezus, de van God gekomen Leraar, heeft een hemelse boodschap voor Nicodemus. Jezus zegt: Voorwaar, voorwaar, zeg Ik u: Tenzij dat iemand wederom geboren wordt, hij kan het Koninkrijk Gods niet zien. (vs. 3). Een totale vernieuwing van de mens is nodig. Een hartgrondige verandering. Je kunt niet blijven die je bent. Er zal wat met een mens moeten gebeuren tussen wieg en graf, en héél wat ook. Wil iemand het aangekondigde Koninkrijk van God binnengaan, dan moet hem dat vanuit de hemel gegeven worden. Om het komende Rijk te mogen meemaken, moet men van bovenaf verwekt worden. Geboren joden zijn niet automatisch burgers van Gods Koninkrijk; evenmin geboren christenen. Er is een geboorte uit de Geest nodig. Deze geboorte is een ondoorgrondelijk gebeuren, waarvan de Schriften meer dan eens getuigen.
Een schriftgeleerde van formaat, zoals Nicodemus, zou toch op de hoogte moeten zijn van het eenstemmige getuigenis van de profeten (Jer. 31:31-34; Ezech. 36:22-32; Zach. 12:10). Van bovenaf zou een geestelijke vernieuwing in Israël werkelijkheid worden. Dit gebeurde op de Pinksterdag en daarna.
Met een nieuwe profetie uit de hemel sluit Jezus Zijn antwoord af (vs. 11,12). Tegenover het wij weten van Nicodemus plaatst Jezus een ánder gezamenlijk weten. Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Wij spreken, wat Wij weten, en getuigen, wat Wij gezien hebben; en gijlieden neemt Onze getuigenis niet aan. Indien Ik ulieden de aardse dingen gezegd heb, en gij niet gelooft, hoe zult gij geloven, indien Ik ulieden de hemelse zou zeggen? Zo verwoordt Jezus op aarde het gezamenlijke getuigenis van Vader en Zoon. Zij spreken met grote kennis van hemelse zaken.
Zullen deze dingen geloofd worden? Als de aardse dingen in de kring van Nicodemus zo weinig geloof vinden, hoe zullen zij dan ooit geloof hechten aan wat Jezus te vertellen heeft over de hemelse dingen? Nooit is iemand werkelijk in de hemel geweest. Alleen de grote Zoon van Adam vormt een uitzondering op die regel. Jezus is de Enige ter wereld die hemelse dingen kan verkondigen. Daarvoor moet men immers in de hemel zijn geweest. Zo behoort Hij dus aan de hemel toe, waar Hij van eeuwigheid was en keert Hij daarheen terug. Maar die terugkeer zal geschieden op een bijzondere wijze. Ze zal juist zó geschieden als de verhoging van de slang in de woestijn.
Christus neemt in gedachten Nicodemus mee naar de woestijn. En dan maar niet zomaar een woestijn, maar die heel bepaalde woestijn van Numeri 21. Nicodemus was als schriftgeleerde heel goed met die geschiedenis bekend. Wat was er aan de hand? Het volk van Israël was gelegerd aan de grens van het beloofde land Kanaän. Zou het nú dan eindelijk zover zijn dat ze het land mochten binnentrekken, veroveren en daarna rustig bewonen? Maar dan is er een teleurstelling. Ze mogen niet door het land van het broedervolk Edom trekken. Dat betekent dat ze een grote omweg zullen moeten maken. Opnieuw uitstel dus, opnieuw wordt een beroep gedaan op het geduld en uithoudingsvermogen van het volk. En dan gaat er een zondige ondankbaarheid gisten bij deze mensen. Ze gaan murmureren tegen Mozes en vooral tegen God. Ze zijn zo verbitterd door de tegenslag dat ze Gods zegeningen niet meer opmerken. Ze beledigen God door Hem niet te erkennen voor Zijn trouwe zorg. Ze durven zelfs zó ver te gaan dat ze zeggen: dat manna, dat brood uit de hemel? O, daar walgen we van. Dan blijkt dat God niet met Zich laat spotten. Er waren in dat woestijngebied gevaarlijke, giftige slangen. God laat die slangen als straf met opzet los. Het krioelt van de giftige slangen. Velen worden gebeten en sterven. Het lijden van de vele stervenden, wier ellende nog door brandende dorst wordt verzwaard, brengt het volk tot bezinning. Ze roepen: wij hebben gezondigd en vragen om Mozes voorbede. Dat geschiedt en op Gods bevel maakt Mozes dan een koperen afbeelding van de gifslang en plaatst die op een staak. Ieder die op de opgeheven slang het oog richt, wordt genezen van zijn dodelijke vergiftiging.
Gelijk Mozes de slang in de woestijn verhoogd heeft, alzo moet de Zoon des mensen verhoogd worden. Daarnaar wordt verwezen. En de vergelijking ligt in dat verhogen. Evenals bij het gebeuren in de woestijn is hier de achtergrond een Goddelijke beschikking. Een reactie op boze werken - namelijk moedwillige ongehoorzaamheid jegens God! Christus is aan het kruis verhoogd. Letterlijk is dat een verhoging want aan het kruishout van Golgotha hangt Christus zichtbaar tot in de wijde omtrek. In feite is dat een vernedering, want de kruisdood is een schandelijke dood. Tóch is dat voor Christus tegelijkertijd verhoging, want zo wordt Hij verheerlijkt als de gehoorzame Knecht des Vaders. Zo gaat het voor hem door lijden tot heerlijkheid, via het kruis naar de kroon.
Waarom als de slang verhoogd? Wel, Christus komt om van de zonde te verlossen. Maar dan wordt Hij Zelf aan het kruis tot zonde gemaakt. Hij komt om de vloek weg te nemen. Maar als een gevloekte hangt Hij aan het hout. Hij komt om de slang satan de kop te vermorzelen. De grote Vernieler van de slang wordt tentoongesteld alsof Hij Zélf de slang was! Maar Hij bleef als Lam Gods in Zichzelf rein en volkomen, hoewel Hij tot zonde is gemaakt. Zo kan deze vlekkeloze Christus volkomen reinigen die door Hem tot God gaan. Als de slang verhoogd. Terecht spreken uitleggers van drieërlei verhoging. Verhoging aan het kruis. Verhoging aan Gods rechterhand in heerlijkheid, maar dan niet meer als een Gevloekte. En verhoging in de prediking. Preken is niet anders dan Christus omhoog heffen in de woestijn van de verlorenheid als het enige medicijn.
Om behouden te worden is zowel voor Jood en christen nodig gelovig op te zien naar het kruis van Golgotha. In het gesprek met Israël dient duidelijk gemaakt te worden dat Jezus met respect naar Mozes verwees. Mozes heeft immers Gods bevel uitgevoerd. Gezegd mag en moet worden, dat Jezus eerbied heeft voor de woorden Gods. Menigmaal citeert Hij het Oude Testament met instemming. Wat ook geldt, is dat Hij laat zien dat Mozes van Hem heeft getuigd. Het vermelden van Mozes met wie de Schriftgeleerden en Farizeeën zo hoog wegliepen, was bij uitstek geschikt om de aandacht van Nicodemus te boeien! Zelfs Mozes - zo wilde Jezus zeggen - heeft door het verheffen van de slang aan de staak van Mijn kruisiging een typische voorstelling gegeven! Hij getuigde door de Geest van Christus. Dit schrijft Petrus in zijn eerste brief (1 Petr. 1:11): Onderzoekende, op welken of hoedanigen tijd de Geest van Christus, Die in hen was, beduidde en te voren getuigde, het lijden dat op Christus komen zou, en de heerlijkheid daarna volgende.
13-02-2009
OFFERANDE VAN DE LIJDENDE JEZUS DOOR DE HANDEN VAN MARIA.
Lieve Moeder Maria, Medeverlosseres van de mensheid,
Door U gaf de Eeuwige Vader Zijn Zoon Jezus aan de wereld, om door het offer van Zijn Lijden en Zijn Bloed de mensheid te verlossen uit het rijk der duisternis.
Ik, Uw dienaar, werp mij voor Uw voeten neer opdat U met de offerande van mijn liefhebbend hart het verlossende Lijden van Uw Goddelijke Zoon aan de Vader zou opdragen tot redding van de wereld.
God van liefde,
Aanvaard uit de handen van mijn Hemelse Moeder het Lijden van Jezus' Hart in de Hof van Gethsemani.
Aanvaard uit de handen van mijn Hemelse Moeder het verscheurde Hart van Jezus bij het verraad en de gevangenneming.
Aanvaard uit de handen van mijn Hemelse Moeder de pijnen van het door slagen getekende Aanschijn van Jezus.
Aanvaard uit de handen van mijn Hemelse Moeder de talloze wonden van Jezus' Lichaam bij de geseling.
Aanvaard uit de handen van mijn Hemelse Moeder de pijnen van het met doornen gekroond Hoofd van Jezus.
Aanvaard uit de handen van mijn Hemelse Moeder de diepe schouderwonde van de kruisdragende Jezus.
Aanvaard uit de handen van mijn Hemelse Moeder de pijnen van de doorwonde voeten van Jezus tijdens de martelgang naar Kalvarie.
Aanvaard uit de handen van mijn Hemelse Moeder de pijnen van Jezus' handen en knieën bij Zijn herhaalde vallen onder het Kruis.
Aanvaard uit de handen van mijn Hemelse Moeder de bloedende spijkerwonden in Jezus' handen en voeten aan het Kruis.
Aanvaard uit de handen van mijn Hemelse Moeder de pijn van de vernederingen en bespottingen van Jezus vanaf Zijn gevangenneming tot aan Zijn kruisdood.
Aanvaard uit de handen van mijn Hemelse Moeder de uitputting, honger en dorst van Jezus vanaf Zijn gevangenneming tot aan Zijn kruisdood.
Aanvaard uit de handen van mijn Hemelse Moeder alle pijnen en folteringen van Jezus' Lichaam in doodsstrijd aan het Kruis.
O bitter wenende Moeder, Medeverlosseres aan de voet van het Kruis, de Liefde liet Jezus uit Uw schoot geboren worden, de haat heeft Hem in het doopsel van Zijn eigen Bloed in Uw schoot teruggelegd.
Toon Uw bloedend en stervend Kind aan de ogen van mijn hart, opdat het van liefde moge breken.
O Maria, machtige Voorspreekster, ik smeek U, al Zijn Lijden samen met mijn liefde, dank en berouw door Uw heilige handen aan de Eeuwige Vader te willen aanbieden als zoenoffer tot redding van de wereld, en in het bijzonder tot bekering en redding van de zielen die ik U uit mijn hart toevertrouw. Wil hen wassen in het Allerheiligste Bloed van Christus, opdat de duisternis van hun dwalingen gekruisigd worde. AMEN.
VERHEERLIJKING VAN DE ONBEVLEKTE ONRTVANGENIS VAN MARIA.
Lieve Moeder Maria,
Reeds bij Uw Onbevlekte Ontvangenis werd Uw ziel gedrenkt in het Bloed van de Verlossing.
Reeds bij het betreden van onze wereld was zij met de vrucht van het rijk der hemelen gekroond.
Geen genade uit Gods Heilige Bron, of ze werd overvloedig over U uitgestort.
Geen straal uit het Eeuwige Licht van de Scheppende God, of U werd ervan doordrongen.
Geen bloem uit Gods Tuin der volmaakte deugden, of U werd ermee gekroond.
Geen vlam uit het oneindige vuur van Gods Liefde, of Uw Hart nam haar in zich op.
Geen voedsel van eeuwig leven, of Uw bloed werd ermee verzadigd.
Geen water uit de sprankelende Fontein van Gods Zuiverheid, of Uw ziel werd ermee gewassen.
Geen lieflijke geur uit Gods Tuin van heiligheid, of Uw hele wezen heeft hem geademd.
Geen mysterie uit het Heilsplan van de Goddelijke Drieëenheid, of Uw geest mocht het bewaren.
Geen Woord gesproken door Hem die was, is, en zal zijn, of het werd in Uw Hart gegrift.
Geen weg van de aarde naar de hemel, of hij werd in Uw ziel uitgetekend.
Geen list van de meester der duisternis, of zij werd door U overwonnen.
Geen zonde die de ziel verwondt, of zij werd onder Uw voeten gelegd.
Geen schaduw van bederf, of hij werd uit Uw besloten Tuin geweerd.
Geen schoonheid uit de schatkamer van Gods Liefde, of Uw wezen werd ermee bekleed.
Geen parel uit Gods handen, of hij werd in Uw Tempel tot rijping gebracht.
O Onbevlekte Moeder, in dit tranendal is mijn ziel tot de bedelstaf veroordeeld. Mag ik ooit delen in de rijkdommen waarmee Uw ziel bij haar ontvangenis werd bekleed, opdat ook ik een troonplaats voor het Paradijs moge worden. AMEN.
DE GESCHIEDENIS VAN HET CHRISTENDOM.
Hoodstuk 1.
Hoe begon het christendom ? Sommigen beweren dat het zo oud is als de tijd zelf, omdat het christendom de waarheden van God onderwijst. Anderen zeggen dat het christendom, zoals wij dat kennen, een uitvinding was van keizer Constantijn ( + - 274-337 n. C. ) en weinig vandoen had met Jezus zelf. Volgens de meeste historici vindt het christendom echter zijn oorsprong in de beweging die werd begonnen door de volgelingen van Jezus van Nazaret, een joodse prediker uit Galilea die in ongeveer 30 n. C. door de Romeinen werd geéxecuteerd.
DE ACHTERGROND.
Het Romeinse Rijk.
Jezus werd geboren tijdens de opkomst van het Romeinse Rijk. Vooral latere christenen vonden dit een opvallend feit. De stad Rome, die zijn macht geleidelijk aan op het Italiaanse schiereiland en daarbuiten had uitgebreid, was tot voor kort een republiek geweest. Aan het begin van de eerste eeuw n. C. had Rome zijn rivalen, Carthago en de Griekse staten, verslagen en had het min of meer de gehele kustlijn van de Middelandse Zee in handen, maar ook Gallié, dat was ingelijfd door de briljante maar wrede Julius Caesar. De eerste Romeinse keizer was Caesars neef, Octavianus, een man die minstens zo opmerkelijk was als zijn beroemde oom. Na de moord op Caesar in 44 v. C. won Octavianus de ontstane burgeroorlog. Hij versloeg Marcus Antonius en diens geliefde, Cleopatra, en voegde zo Egypte toe aan het Romeinse grondgebied. Hij veranderde zijn naam in Caesar Augustus, weigerde een andere titel te gebruiken dan princeps ( eerste ) en creéerde in wezen de bestuurlijke structuur van het Romeinse Rijk. Hij handhaafde het systeem van de oude republiek en de senaat behield zogezegd het bestuur van het rijk. Verkiezingen voor de senaat werden echter door Augustus gemanipuleerd, zodat nieuwe leden vooral zijn belangen behartigden. Hoewel de senaat bleef bestaan, was het de keizer die regeerde. Vooral onder Augustus meer buitensporige opvolgers was het niet ongevaarlijk om senator te zijn. Augustus reoganiseerde de ambtenarij, vaardigde nieuwe wetten uit, liet nieuwe kunstwerken maken, bekrachtigde de traditionele religie van Rome en gaf de voormalige republiek een stevige keizerlijke basis. Onder Caesar Augustus werden het hedendaagse Spanje, Frankrijk, Noord Afrika en de Balkan veroverd. De keizer was veel meer dan alleen de eerste onder gelijken. In 12 v. C. trad Augustus in de voetsporen van Julius Caesar door pontifex maximus te worden, de hoogste priester binnen de traditionele Romeinse religie. Zo ontstond een officiéle verbinding tussen godsdienst en staat, die beide werden verpersoonlijkt door één man ; de keizer. Augustus bekrachtigde ook de cultus van Julius Caesar, waarbij laatstgenoemde als een god werd gezien. Augustus zelf werd na zijn dood in 14 n.C. formeel tot god verklaard. Vanaf dat moment waren alle keizers officieel goden, zelfs tijdens hun leven. Wat dat precies inhield, is onduidelijk ; waarschijnlijk geloofden sommige mensen daadwerkelijk dat hun keizer goddelijk was, terwijl andere het zagen als een patriottisch idee zonder enige echte betekenis. Soms geloofden men dat de keizer onder invloed stond van een goddelijke geest die zijn acties stuurde ; dan werd de geest van Caesar vereerd.
BOODSCHAP .( 3 Februari 2009 ).
Gods Schepping is als een tuin. Elke ziel is een bloem. God is overal aanwezig: Hij is de zon boven de tuin, Hij laat genaden neerregenen, en Hij is aanwezig in het levensprincipe dat in de bodem de bloei van de bloemen bestuurt. Ik ben de bundel stralen uit de Goddelijke Zon: de Brug tussen de zon en de bodem, tussen God en Zijn Schepping. Ook thans ben Ik gezonden als een zonnestraal van hoop, van Licht, van bemoediging, van geluk, van bezieling.
Vele zielebloemen worden reeds bij hun eerste bloei tijdens hun jeugd van het Goddelijk Leven afgesneden doordat hun voedingsbodem vergiftigd wordt door verkeerde voorstellingen van God en van het leven. Vele jonge zielen worden door hun ouders en door andere zielen aan wie zij voor hun opvoeding zijn toevertrouwd, onwerkzaam en onvruchtbaar gemaakt voor de Werken van verlossing en heiliging die God in hen wil voltrekken, doordat hen een negatief beeld wordt voorgehouden over God, over zichzelf, over het geluk, over de ware Liefde, over het leven, over de toekomst. Deze zielen worden van hun vertrouwen en hun levenslust beroofd. Zij groeien op zonder hoop, omdat zij het leven slechts hebben leren beschouwen als een last, een aaneenschakeling van ongerechtigheden zonder uitzicht. Zij groeien op zonder geloof, omdat zij niet hebben geleerd, voorbij de oppervlakkige schijn der wereldse dingen te kijken. Zij groeien op zonder liefde, omdat zij de ware geborgenheid en het ware begrip niet hebben ervaren, en alles als vijandig of als minderwaardig hebben leren zien.
Zielen van Mijn Hart, velen onder jullie zijn als bloemen met geknakte stengels of verwelkte blaadjes. Zij nemen nauwelijks het voedsel op dat God in hun bodem heeft verzameld. Zij lijken geen baat te hebben bij het zonlicht van liefde en bewustmaking. De regen der genade de beproevingen als telkens nieuwe wegen via dewelke God de ziel kansen geeft om tot Hem te naderen is voor hen eerder een kwelling, een bedreiging, een bevestiging voor de duisternis van hun wereldbeeld, want zij voelen in deze Bron van Leven niets anders dan kilte, troosteloosheid, ontmoediging, en een schijnbare bevestiging van het feit dat niets hen liefheeft, ook God niet. Het is alsof deze zielebloemen een leven lang elke dag stilletjes sterven, en niet in staat zijn om waarlijk te leven.
Bloempjes van God, Ik, Maria, ben de Meesteres van de zielen, de Koningin van de Bloemen en de Moeder van Liefde. Ik ben naar jullie gezonden om jullie onder Mijn hoede te nemen. Ik kan jullie nieuwe ogen geven, ogen die de Waarheid van Licht en hoop schouwen die onder de troosteloze oppervlakte van de wereldse dingen en de gebeurtenissen van het leven schuil gaat. Ik kan jullie een nieuw hart geven, een hart dat in staat is om te voelen dat alles, ook het schijnbaar negatieve, door God wordt toegelaten omdat Zijn Liefde voor jullie grenzeloos is. Precies onder de moeilijkst begaanbare wegen heeft God Zijn grootste schatten voor het Eeuwig Leven begraven.
Hen die als jonge bloem ontmoedigd zijn en niet meer in zichzelf geloven, noch in de Liefde van God, druk Ik op het hart dat zij slechts ongelukkig en onwerkzaam zijn omdat zij alles in hun leven slechts volgens de oppervlakkige schijn hebben leren beoordelen. Achter alles, achter elke beproeving, achter elke onvolkomenheid, achter elke pijn, ligt een onoverzienbaar grote werkelijkheid van Liefde. Achter de donkerste wolken schijnt de zon. Ook gedurende de nacht houdt de zon niet op te schijnen. De les is deze: het Licht is altijd aanwezig, maar wordt vaak niet gezien. De werkelijkheid is dus heel anders dan de zielen deze op een gegeven ogenblik waarnemen. Zo is het ook met de dingen van de ziel, met de stand van jullie leven en met de ontwikkelingen op jullie levensweg. De grootste poel van ellende, de meest eindeloos schijnende reeks beproevingen en tegenslagen, een uitzichtloze staat van het gemoed: dit alles is een deklaagje, dat een immense werkelijkheid van Licht en Goddelijke Liefde verbergt, want alles, ook het negatieve, het ontmoedigende, het terneerdrukkende, het pijnlijke, het verlammende, is een poort naar het geluk, die slechts wacht om geopend te worden. De sleutel tot deze poort ligt in de vrije wil van de zielen.
Wanneer jullie je vrije wil aan Mijn voeten neerleggen, neem Ik de heerschappij over jullie hele wezen en leven in de hand, en vestig Ik in jullie stap voor stap het Rijk van het Goddelijk Licht. Ik laat jullie uit Mij opnieuw geboren worden, Ik laat jullie leven op Mijn harteklop. Ik laat jullie kijken door Mijn ogen, die zien wat werkelijk IS: het Goddelijk Plan van Liefde achter alles wat jullie nu nog verplettert omdat jullie slechts de duisternis van de zwarte wolk zien, en niet de oceaan van vlekkeloos Licht boven deze wolk.
Zielen, Mij is macht gegeven om jullie te bevrijden door jullie te leiden naar de volheid van het Licht van Liefde en bewustwording. Geef jullie daarom aan Mij, totaal, onvoorwaardelijk en voor eeuwig. Ik ben verrukt over elke bloem die zich door Mij laat oprichten, want ook de geringste onder jullie maakt voor God een groot verschil. Hoe prachtig is het vergeet-mij-nietje wanneer het bloeit in volle levenskracht. De mens kan erover heen kijken, God niet: Hij ziet de immense wereld die in dit bloempje verscholen zit. Deze immense wereld, en nog veel méér, draagt ieder van jullie in zich: hij heet de kiem der heiligheid, de kiem van het Goddelijk Leven. Hij draagt de Goddelijke Liefde, de essentie van de ware levenskracht. Ondanks de aanwezigheid van dit zaad van heiligheid van deze getuige van Gods Werken in de kern van de ziel, dringen zich gevoelens van falen, van onvermogen, van ontmoediging op, omdat jullie wijze van kijken verwrongen is. Het is alsof de kiem der heiligheid in jullie ziel bedolven ligt onder een dikke laag slijk, zodat zij niet meer ademt en het licht en de warmte van de zon niet meer kan voelen omdat Gods kracht daadwerkelijk niet meer tot jullie doordringt. De eerste stap naar een wedergeboorte is daarom de oprechte toewijding van jullie hele wezen aan Mij, opdat Ik jullie in de diepte kan veranderen, zelfs tot en met jullie wijze van denken, voelen en zien. De tweede stap is het geloof in het feit dat de dingen, ook jullie met duisternis beladen herinneringen, NIET zijn zoals jullie deze totnogtoe hebben gezien. Zodra deze beide voorwaarden vervuld zijn en de ziel deze toewijding en dit geloof werkelijk beleeft, kan Ik in haar de wonderwerken voltrekken die haar echte verlossing, die Jezus voor haar heeft afgekocht, zullen voltooien.
Ieder van jullie draagt een diamant in zich. Geef Mij de kans, deze voor jullie zichtbaar te maken, opdat jullie jezelf, God, de hele schepping en het leven leren zien met de ogen der Waarheid. Geef jullie totaal aan Mij, en ervaar het Licht en de geborgenheid van het ware geluk, ondanks de duistere wolken en de donkere nacht, want jullie zullen de zon binnen in jullie zien opg
12-02-2009
DE GESCHIEDENIS VAN HET CHRISTENDOM.
INLEIDING.
Palestina rond 30 n. C. ; een onbekende joodse prediker, de laatste van een reeks charimatische religieuze figuren, wordt door de Romeinse autoriteiten geéxcuteerd. Zijn volgelingen verspreiden zich. De rest van de wereld besteedt hier geen enkele aandacht aan. Aanvang eenentwintigste eeuw ; naar schatting een derde van de wereldbevolking - zo'n twee miljard mensen - is volgeling van deze prediker. Als je zijn naam intypt in de populairste zoekmachine van internet, verschijnen er 100 miljoen hits. Er zijn meer boeken over hem geschreven dan over wie dan ook. Hoe kon een groep bange boeren in een uithoek van het Romeinse Rijk , volgelingen van een geéxecuteerde misdadiger, uitgroeien tot de grootste religie ter wereld ? Het verhaal van het christendom, hoe het veranderde van een illegale sekte in een religie van keizers, koningen en presidenten en hoe het zich verspreidde over de aarde, is bijzonder facinerend. Dit boek biedt een overzicht van deze opmerkelijke tweeduizend jaar. Het is toegankelijk voor lezers zonder enige achtergrondkennis, maar biedt ook veel interressants voor hen die al een groot deel van het verhaal kennen. Dit boek vertelt niet alleen hoe het christendom de wereld veranderde, maar ook hoe de wereld het christendom veranderde. We ontmoeten vervolgende pacifisten, monniken met zwaarden. Arabische hovelingen, gladde Amerikaanse televisiedominees, feodale Japanse krijgsheren, middeleeuwse Afrikaanse koningen, Europese verlichtingsfilosofen, nomaden van de Mongoolse steppen en vele anderen ; allemaal christenen. Het christendom heeft zich verspreid onder vrijwel alle culturen op aarde en al die mensen hebben de christelijke boodschap verstaan of op hun eigen manier geherinterpreteerd. Daarom vertellen we niet alleen wat christenen deden en waar ze naartoe gingen, maar ook hoe het christendom zich aanpaste aan deze volken en culturen ; hoe christenen probeerden trouw te blijven aan dezelfde boodschap van Jezus, hoe verschillend ze die ook opvatten. Geen enkel boek kan recht doen aan de enorme reikwijdte en complexiteit van de geschiedenis van het christendom. Daarom is dit boek een soort overzicht van de belangrijkste contouren. Het is opgedeeld in zeventien hoofdstukken, die elk een andere periode van de christelijke geschiedenis beschrijven. Belangrijke figuren en thema's worden apart belicht. De eerste dertien hoofdstukken zijn voornamelijk cronologisch, zodat er één verhaal ontstaat vanaf de tijd dat Jezus tot nu, hoewel ter verheldering soms een thematische ordening is gehanteerd. de laatste vier hoofdstukken geven allemaal een beschrijving van de geschiedenis van de kerk in de afgelopen honderd jaar in verschillende delen van de wereld. De geschiedenis van het christendom in Europa is het hoofdthema in het grootste deel van dit boek, hoewel het ontstond in het Midden - Oosten en in de afgelopen decennia vooral groeide in Afrika. In de tussenliggende periode ontwikkelde het zich echter spectaculair in Europa en juist deze stroming werd vastberaden en effectief verspreid, meer dan de versies van het christendom die zich elders ontwikkelden. Hierdoor zagen Europeanen en Amerikanen de niet - Europese vormen van het christendom in het verleden bijna geheel over het hoofd en werden Azié en Afrika eerder gezien als passieve ontvangers van een religie van Europese en Amerikaanse missionarissen en zendelingen, dan als bakermat van oude bloeiende en onafhankelijke christelijke tradities. In dit boek hebben we geprobeerd het belang van deze niet - Europese tradities weer te geven plus de rol die de Europeanen speelden in de verspreiding van het christendom in latere eeuwen, maar ook hoe niet- Europeanen de boodschap die zij hoorden op creatieve wijze interpreteerden. Voor dit boek is geen kennis van de christelijke geschiedenis of theologie nodig.
Morgen hoofdstuk 1 , Het begin van het Christendom.
PROFETEN.
Profetie betekent in de toekomst schouwen en verkondigen wat men ziet. Er zijn verschillende bronnen voor profetién ; de interpretatie van ongewone gebeurtenissen en natuurlijke fenomenen ( zoals de ingewanden van vogels ), dromen en trances, het zesde zintuig en goddelijke inspiraties. De oudtestamentische profeten werden door God geinspireerd. Hij liet ze in de toekomst kijken en droeg hun op te verkondigen wat zou gaan komen. Hiermee was onverbrekelijk verbonden het aan de kaak stellen van het kwaad in het heden. De door de profeten voorspelde toekomst was nagenoeg altijd somber, omdat de Israelieten altijd tot zonde vervielen en het door God geéiste monotheisme opgaven. Het aan de kaak stellen van de zonden van het volk vormde een aanzienlijk deel van de boodschap van de profeten. Deze zonden waren deels religieus, deels moreel en siciaal. De profeten waren de belangrijkste bewakers van het monotheisme in Israél. Dat monotheisme hield aanvankelijk in dat de Israelieten geen andere god dan hun eigen mochten aanbidden, en later dat andere goden dan de Ene geen echte goden waren. De meer grimmige profeten gaven weinig hoop voor de toekomst. Anderen verkondigden Gods erbaren voor hen die berouw hadden. Tegelijkertijd oefenden de profeten ook kritiek uit op de maatschappij en stelden machtsmisbruik en onrechtvaardigheid aan de kaak. Ze veroordeelden het materialisme van hooggeplaatsen en machthebbers en boden vertroosting aan de armen en onderdrukten. Politiek gezien waren ze conservatieve hervormers, wier verlangen naar de vroegere levenswijze tot uiting kwam in felle en radicale kritiek op het verval van de zeden in het heden. De eerste profeten waren mensen met een bijzondere gave, ze werden zeer gewaardeerd door de koningen, bijvoorbeeld wanneer ze voor een veldslag de uitslag konden voorspellen. Ze maakten deel uit van de in de maatschappij stevig verankerde groep van zieners, die zo talrijk waren dat zich onder hen ook veel charlatans bevonden. Hoewel er maar weinig namen bekend zijn, waren de profeten een erkende beroepsgroep, en beslist niet de exentrieke eenlingen die de door toeval bewaard gebleven, schriftelijke overleveringen van hen gemaakt hebben. Naast het adviseren van koningen, konden ze ook een actieve rol spelen bij het afzetten van de ene en het propageren van de andere heerser. Voorbeelden daarvan zijn Samuel , Nathan , Elia , en Elisa , die het koninkrijk Israél tot stand brachten. Omdat zij vasthielden aan de eenheid van de twaalf stammen en aan de uniciteit van de God van Israél, schiepen zij de voorwaarden voor de karakteridtieke invloed van Israél op de wereld om hen heen. Het optreden van de profeten is weergegeven in de serie geschiedkuindige boeken 1 en 2 Samuel en 1 en 2 koningen. Later gaven hun opvolgers, te beginnen bij Amos , de godsdienst van Israél een morele dimensie. Hierdoor werd het puur rituele karakter van de Israélitische godsdient, dat de profeten te beperkt vonden, overstegen. Drie van hen, nl. Jasaja , Jeremia , en Ezechiél, werden later de 'grote' profeten genoemd. Zij en de twaalf andere Schriftprofeten van het Oude Testament vormen de vijftien profeten uit 'de Wet en de Profeten' , die voor de Joden het richtsnoer zijn voor een deugdzaam leven. De drie grote profeten leefden in de 8ste ( Jesaja ), 7de ( Jeremia ) en 6de ( Ezechiél ) eeuw v. Chr. Andere belangrijke vertegenwoordigers van de vroege tijd waren behalve Amos , ook Hosea, en Micha . Deutero - Jesaja ! - Jesaja ) , in vele opzichten de meest inspirerende profeet, was een tijdgenoot van Ezechiél. De latere profeten werden allemaal zeer sterk beinvloed door de Babylonische ballingschap. Het bracht bij hen een bekrompen, wraakzuchtige nationalisme teweeg, zoals zich dat bij onder andere Haggai , Zacharia en Obadja manifisteerde. Veel van de overgeleverdere boeken der profeten zijn een verzameling van uitspraken van verschillende personen uit verschillende periodes. Ze kregen hun uiteindelijke vorm rond de 2de eeuw v. Chr. Hun betekenis. De profeten uit het Oude Testament waren buitengewone mensen. De besten onder hen waren grote en verheven denkers, uitzonderlijk sterk begiftigd met een brede visie, moed en een sterk karakter. Hun hoge morele eisen transformeerden het geloof van de Israélieten, en hun politieke invloed stelde het voortbestaan van het kleine volk veilig, door de maalstroom van de geschiedenis heen. Hun gemeenschappelijke kenmerk was de dringende boodschap dat de samenleving, waartoe ze zelf behoorden en tot welke ze zich richtten, in verval was geraakt. In hun kritiek maakten ze geen onderscheid tussen arm en rijk. Het verval dat ze overal zagen, kwam volgens hen zonder twijfel doordat men God vergat. Ze preekten zowel rituele als morele verniewing. Hoewel er tussen religie en moraal geen logisch verband bestaat, en dit ook nergens in de oude religies van het Nabije Oosten aanwezig was, brachten de profeten deze verbinding tot stand. Zij ontwikkelden het beeld van een God die zowel almachtig was, als voor het goede stond ; één van de grootste spirituele en intellectuele gebeurtenissen in de geschiedenis van de mensheid. Paradoxaal genoeg hadden de minst sympathieke en minst ethisch gerichte profeten niet minder invloed dan de anderen, zij het op een andere manier. Door de traumatische ervaring van de Babylonische ballingschap, gevolgd door de terugkeer naar Jeruzalem, ontstonden twee verschillende verwachtingspatronen onder de mensen. In het ene was de terugkeer het begin voor het herstel van het koninkrijk Juda dat spoedig wereldomvattend zou worden en onder leiding zou staan van de enige God en het uitverkoren volk. In het andere waren de gevolgen veel beperkter ; de Israélieten zouden alleen kunnen overleven als ze alles wat hen van andere volken onderscheidde, angstvallig zouden vasthouden. Deze houding leidt juist tot geen gebiedsuitbreiding. geen expansie. Hoewel de profeten van deze tweede stroming een onaangename bitterheid aan de dag legden, zou zonder hen het volk van Israél wellicht haar identiteit verloren hebben en verdwenen zijn.
PUBLIUS. Voorname persoon op Malta, met 'de Eerste' , als titel, wiens vader, door Paulus werd genezen, toen deze na een schipbreuk op het eiland verbleef ( volgens recentere inzichten : verbleven zou hebben ). ( Hand. 28 ).
PUL. In het Oude Testament de naam van de Assyriche koning Tiglath - Pileser III ( 747 - 739 v. Chr. ). In de korte tijd dat hij regeerde, gaf hij het Assyrische rijk zijn grootste uitbreiding. Het sterkte zich uit van de Perziche Golf en de Rode Zee in het zuiden tot aan de Kaspische Zee en de Zwarte Zee in het noorden. Het omvatte delen van Egypte, van ( het huidige ) Turkije en van Perzié, evenals het Tweestromenland en de landen van de Armeniérs, Israélieten en Feniciérs. Hij overwon de als usurpators aan de macht gekomen koningen Menahem en Pekahia van Israél, en dwong koning Ahaz van Juda schatting te betalen en naar Damascus te komen. Zijn opvolgers waren Salmanassar V, Sargon II en Sanherib. Assyrié. ( 2 Kon. 15-16, 2 Kron. 28 ).