Foto
TOESPRAAK VAN PATER PETAR
  • Deel 1
  • Deel 2
  • Deel 3
  • Deel 4
  • Deel 5
  • Deel 6
  • Deel 7
  • Deel 8
  • Deel 9
  • Foto
    Foto
    Het  logo  van  het  Bisdom  Gent  van  MG.  Van  Looy
     
    Origen
    Quantcast
    Met hulp en medewerking van John Pont is dit blog gemaakt
    HOUD UW LAMPEN BRANDEND.
         Image and video hosting by TinyPic
    For this blog to translate into language of your choice? Select your language below.
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
     2 prachtige pps-jes hierboven van Godelieve en ook Mama rechts heeft ze gemaakt
    Klik op de banner en bekijk nog veel meer moois op haar blog
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Klik op de banner hier beneden en ga eens langs bij Lenie voor nog meer moois
    Alle Ave Maria pps-jes hierboven zijn van haar
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Gastenboek

    Druk oponderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek

    Foto
    Wonder

    17-02-2009
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.DE GESCHIEDENIS VAN HET CHRISTENDOM.
    Sommige  joden  gingen  nog  verder ;  zij  hoopten  niet  allen  op  een  politiek 
    wonder,  maar  op  de  komst  van  het  'koninkrijk  van  God' ,  een  beslissende 
    en  ultieme  tussenkomst  van  God.  Het  aardse  gezag  zou  worden  weggevaagd
    en  God  zou  rechtstreeks  heersen  over  de  wereld.  Waarschijnlijk  geloofden  de
    meeste  joden  dat  dit  ooit  zou  geschiedenin,  maar  sommigen  hoopten  vurig  dat 
    het  snel  zou  gebeuren.  Hieraan  verwant  was  het  'messianisme' ,  de  hoop  dat  God
    een  of  andere  grote  leider  zou  doen  opstaan  om  het  koninkrijk  in  te  luiden.  Het 
    woord  'messias'  betekent  'gezalfde'  en  komt  relatief  weinig  voor  in  het  Oude 
    Testament ;  het  verwijst  naar  deze  specikieke  leider.  In  sommige  geschriften  komen 
    andere  figuren  voor  in  verband  met  de  komst  van  het  koninkrijk ;  een  daarvan 
    is  de  mysterieuze  'mensenzoon'  in  het  boek  Daniél.  Diverse  groepen  dachten  anders 
    over  deze  leiders  van  het  einde  ter  tijden.  Sommige  verwachten  een  'mensenzoon'  en
    andere  de  'messias' ;  hij  werd  gezien  als  een  priester,  een  strijder  of  een  koning.
    De  Dode  Zeerollen  spreken  van  twee  messiassen,  een  priester  en  een  koning  die  de 
    komst  van  het  koninkrijk  van  God  begeleiden.  Verder  waren  er  verschillende  groeperingen 
    binnen  het  jodendom.  We  hebben  al  gezien  wat  de  rol  van  de  priesters  was  in  Jeruzalem
    en  elders ;  zij  waren  de  'officiéle'  leiders  van  het  jodendom  en  traden  op  als  lelaren  en
    deskundigen.  Hun  rivalen  waren  de  Farizeeén,  die  overwegend  leek  waren.  Net  als  de 
    priesters  (  een  paar  Farizeeén  waren  ook  priester )  waren  zij  gespecialiseerd  in  het  in 
    het  bestuderen  van  de  Wet  en  de  toepassing  hiervan  op  het  dagelijks  leven.
    Ter  ondersteuning  ontwikkelden  zij  een  groot  aantal  tradities.  Volgens  de  Wet  was  het
    bijvoorbeeld  verboden  om  te  werken  op  de  sabbat,  de zevende  dag  van  de  week.
    De  Farizeeén  verduidelijkten  deze  regel,  door  te  beschrijven  wat  zij  'werk'  vonden.
    Verschillende  Farizeese  richtingen  streden  met  elkaar  over  hoe  streng  of  liberaal  de
    interpretaties  moesten  zijn.  De  verklaringen  werden  voor  eigen  gebruik  ontwikkeld  en
    het  was  niet  de  bedoeling  dat  ze  blindend  waren  voor  iedereen,  aangezien  de  Farizeeén
    geen  formeel  gezag  hadden  over  anderen.  De  Farizeeén  waren  echter  heel  populair, 
    aangezien  de  meeste  mensen  ontzag  hadden  voor  het  feit  dat  zij  probeerden  de  Wet
    te  overdenken  en  deze  toe  te passen  op  het  dagelijks  leven. 

    Wordt  vervolgd.

    16-02-2009
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.AAN ALLEN.





    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.ZEGELIED VAN MOZES. ( Ex. 15,1-18 ).
    Uw  gunst  heeft  uw  vrijgekocht  volk  begeleid,
    uw  macht  het  gevoerd  naar  uw  heilige  woonplaats.
    De  Heer  bezing  ik,  de  overwinnaar,
    paarden  en  ruiters  dreef  Hij  in  zee.
    De  Heer  is  mijn  kracht,  Hem  dank  Ik  mijn  redding.
    De  Heer  is  mijn  God,  voor  Hem  is  mijn  lied.
    De  God  van  mijn  vaderen,  Hem  zal  Ik  prijzen,
    een  machtig  strijder,  zijn  naam  is  de  Heer.
    Farao's  wagens,  zijn  legers  verdronken,
    de  Rietzee  verzwolg  de  keur  van  zijn  volk.
    De  golven  zijn  over  hen  heen  geslagen,
    zij  zijn  als  een  steen  in  de diepte  gestort.
    Uw  hand,  Heer,  die  machtiger  is  dan  de  mensen,
    uw  hand  heeft  de  vijand  ten  val  gebracht.
    Uw  majesteit  heeft  uw  bestrijders  vernietigd,
    zij  zijn  door  uw  gramschap  als  stro  verbrand.
    Uw snuiven  van  toorn  deed  de  golven  verstijven,
    het  water  bleef  staan  als  een  dam  in  de  zee.
    De  vijanden  schreeuwden ;  komt  mee,  achtervolgt  hen,
    wij  halen  ze  in  en  verdelen  de  buit ;
    Wij  nemen  van  alles  zoveel  we  maar  willen ;
    het  zwaard  uit  de  schede,  slaat  iedereen  neer !
    Toen  hebt  Gij  uw  adem  weer  uitgestoten,
    de  zee  overviel  hen,  zij  werden  bedolven
    als  lood  in  de  kolkende  vloed.
    Wie  is  U  gelijk,  Heer,  onder  de  goden,
    wie  is  zo  schrikbarend,  zo  heilig  als  Gij,
    geducht  om  uw  wonderbaar  werken ?
    Gij  strekte  uw  hand  uit :  de  aarde  verslond  hen ;
    uw  gunst  heeft  uw  vrijgekocht  volk  begeleid,
    uw  macht  het  gevoerd  naar  uw  heilige  woonplaats.
    De  volkeren  sidderden  bij  het  gerucht,
    beklemming  verlamde  de  Filistijnen ;
    De  vorsten  van  Edom  waren  ontsteld,
    door  vrees  bevangen  de  heersers  van  Moab ;
    verwarring  greep  Kanaàns  inwoners  aan,
    zij  werden  met  schrik  en  ontzetting  gelagen,
    versteenden  van  angst  voor  de kracht  van  uw  arm ;
    zolang  als  uw  volk  daar  voorbij  trok,  Heer, 
    zolang  als  de  stoet  van  uw  dienaars  daar  langs  ging.
    Gij  hebt  hen  gebracht  naar  uw  eigen  bezit,
    geplant  op  de  berg  waar  Gij  zelf  wilde  wonen ;
    de  heilige  plaats,  Heer,  die  Gij  had  gemaakt ;
    de  Heer  zal  daar  heersen  voor  altijd  en  eeuwig.



    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.DE GESCHIEDENIS VAN HET CHRISTENDOM.

    In de Pentateuch staan offers en andere rituelen genoemd, die alleen maar mochten worden uitgevoerd. Men geloofde dat God zelf in het belangrijkste gedeelte woonde, het Heilige der Heiligen, en alleen de hogepriester mocht dit eens per jaar betreden. In de tempel werkte een grote groep priesters en alle joden moesten een speciale belasting betalen om dit alles in bedrijf te houden. Er liepen enorme geldstromen van en naar de tempel, sommige mensen gebruikten de tempel zelfs als een soort spaarbank. De tempelwachters beschermden zowel deze rijkdommen als de stad Jeruzalem. De tempel was daarom niet alleen het middelpunt van de joodse religie, maar ook het centrum van het politieke, economische en maatschappelijke leven. Ook de viering van de jaarlijkse feesten vond er plaats. Tijden Pesach dromden tienduizenden mensen samen in Jeruzalem en moest de perfect vanuit Caesarea overkomen en troepen uit Syrié lenen om de openbare orde te handhaven. In de rest van Palestina werd de tempel vertegenwoordigd door priesters, die een deel van het jaar in Jeruzalem werkten en de rest van de tijd als het ware leiding gaven aan hun eigen streek in de functie van onderwijzer of rechter. Deze priesters kwamen uit bepaalde priesterfamilies, wat hen zowel een bepaalde sociale religieuze status gaf. Er woonden ook joden buiten Palestina. In feite woonden er ten tijde van Jezus meer joden buiten Palestina dan in het land zelf. De mensen van deze ‘diaspora’ waren duidelijk verder verwijderd van de tempel - hoewel ze nog steeds de tempelbelasting moesten betalen - en dus ontwikkelden zij een alternatief instituut ; de synagoge. Een synagoge was geen plek voor eredienst of offers, maar voor studie. Er werd gelezen in de Pentateuch en les gegeven, maar er werd ook gezamenlijk gebeden en gegeten. Waarschijnlijk gingen er ook veel niet - joden naar de synagoge, hoewel zij natuurlijk geen volwaardig lid van de geloofsgemeenschap waren. Deze mensen waren het jodendom goedgezind en wilden er graag meer over weten. Veel niet – joden in het Romeinse Rijk hadden respect voor de joodse religie, vanwege het sterke monothéisme en de indrukwekkende zedenleer. In de eerste eeuw n. C. verschenen ook in Palestina synagogen, als een soort aanvulling op de tempelcultus. Het jodendom was echter een monotheistische godsdienst die niet overal gelijk was. Zelfs binnen Palestina bestonden er veel variaties op hetzelfde thema en de religie maakte in de eerste eeuw n. C. een enorme ontwikkeling door. We moeten niet denken dat het christendom iets was dat als het ware losweekte van een statisch jodendom, maar eerder dat het jodendom zich in de eerste eeuw radicaal opnieuw definieerde, waardoor ( onder andere ) het christendom ontstond. In wisselende mate hoopten veel joden op een grote goddelijke interventie. Hoewel ze niet rechtstreeks door Rome werden bestuurd, vonden ze nog steeds dat ze leefden onder het bewind van een buitenlandse, niet – joodse macht. Daarom hoopten velen dat god hen zou verlossen van deze buitenlanders, net zoals Hij, zo geloofden zij, al vele malen eerder in de geschiedenis had ingegrepen om zijn volk te verlossen.

    WORDT VERVOLGD.


    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.SMEEKGEBED VAN EEN OUDER TOT MARIA OM DRAAGKRACHT.

    Lieve Moeder Maria, als een roos van genade heeft God

    mijn kind toevertrouwd aan de tuin van mijn leven.

    O Moeder des moeders, tot U smeek ik om de kracht

    om haar te koesteren als een schat der engelen, want in

    haar schuilen de stralen van de middagzon en de maan

    van de nacht.

    Sterk mij toch tegen de winden der dagen, opdat ik mij

    kan verheugen over de geur der zuiverheid die mij uit de

    ziel van mijn roos wordt toegewaaid.

    Sterk mij tegen de regens der nacht, opdat mijn tranen mogen

    worden tot een dauw van leven wanneer de zon der liefde mij

    bij dageraad de ware schoonheid van mijn roos openbaart.

    O Moeder, leef in mij, opdat ik in mijn roos moge blijven

    zien wat slechts hemelse ogen herkennen.

    Laat Uw Hart in het mijne kloppen, opdat het vuur van Uw

    Liefde mij opwekt wanneer de winter alle leven in mijn

    tuin bedreigt.

    O draag mij over de doornen, opdat de blaadjes steeds mijn

    glimlach zien.

    Ruk uit mij het onkruid van ontmoediging en vertwijfeling,

    opdat mijn roos kan bloeien op de rijke bodem van mijn overgave.

    Zie, ik geef U het sap van mijn tranen.

    Bestraal het met Uw Hemels Licht, opdat de grond van mijn

    levenstuin in zich de kracht moge dragen om mijn roos te voeden

    met de Eeuwige Liefde die alles geneest, alles overwint, en alle

    bloemen bewaart voor het leven in Gods Tuin, die voor hen is gemaakt.

    AMEN.



    Dit gebed is door de Heilige Maagd Maria speciaal ingegeven

    ten bate van ouders met een bijzonder hulpbehoevend kind.

    Bid het in stille bezinning, dan zult U merken dat onze Hemelse

    Moeder een sluier oplicht over de speciale en uiterst genadevolle

    roeping waarmee zowel Uzelf als Uw kind in dit leven zijn toegerust.

    Doorheen dit gebed zal Maria U draagkracht geven en U iets laten

    voelen van de bijzondere liefde die Zij voor U koestert.



    De jeugd van vandaag vormt het fundament voor de wereld van morgen.

    Het is opmerkelijk in welke hoge mate de chaos en ontsporingen in de

    wereld tot uiting komen via de jeugd.

    Daarom is het hard nodig dat de jeugd opgevoed wordt volgens de

    aloude christelijke waarden, en dat ouders bidden om kracht en leiding

    om alle moeilijkheden met hun kinderen te overwinnen.

    Indien de nieuwe generatie ontspoort, zal de daaropvolgende generatie

    nog slechter worden, want haar fundamenten zullen dan nog verder

    van Gods ideaal afwijken dan vandaag reeds het geval is.

    Ouders moeten daarom nu hun verantwoordelijkheid opnemen en in alles

    naar God terugkeren.


    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.AAN ALLE LEZERS VAN DIT BLOG.
    Dit  blog  zal  worden  verdergezet  vanavond  of  morgen 
    wegens  plotse  familieomstandigheden.

    Nelly.

    15-02-2009
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.STORMKLOKGEBED TOT MARIA VOOR BESTRIJDING VAN ALLE ONRECHT IN DE WERELD.

    Maria, machtige Koningin van Hemel en aarde,

    gouden Stem van de Heilige Geest.

    Temidden der stormen van zonde en ongerechtigheid

    In dit tranendal, heeft mijn hart Uw Klok gehoord,

    die mij roept tot de verdediging van Gods Rijk.

    Hoe is de wereld ten prooi aan onrecht, want de zielen

    beminnen Gods Werken niet meer, en verafgoden nu hun

    vergankelijke, materiéle belangen.

    O Meesteres van alle zielen door Goddelijke volmacht,

    ik smeek U om het vuur van de ware Liefde in alle zielen,

    opdat alle wereldse afgoden verbrand mogen worden.

    Ik smeek U om het zaad van het ware geloof in Gods Werken

    en in het Eeuwig Leven, opdat de woestijn van de goddeloosheid

    moge veranderen in een paradijs van bloemen van heiligheid.

    Ik smeek U om het doopsel van alle zielen in het water van

    Goddelijk Leven, opdat alle onrecht op de wereld moge verdrinken.

    Daartoe, O Draagster van Goddelijk Licht, geef ik U mijn hele wezen,

    mijn hele leven, al mijn lijden en offers, en alle beproevingen en lijden

    van de hele mensheid.

    Wil dit alles bekleden met de volmaakte verlossende macht van het

    Lijden van Jezus Christus, van Uw Smarten, van alle Heilige Missen

    die ooit op aarde zijn opgedragen, en van het Heilig Kruis als Teken

    van de eindoverwinning van de ene ware God over alle duisternis.

    Moge ook deze alomvattende offerande en de oneindige macht van

    Uw voorspraak, deze wereld totaal herschapen worden.

    Moge de God der volmaakte Liefde dit gebed bekleden met het

    Goddelijk Zegel, opdat het de geboorte van Zijn Geest in alle

    zielen moge helpen bespoedigen.

    AMEN.


    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.DE GESCHIEDENIS VAN HET CHRISTEDOM.

    De kern van de joodse cultuur was de joodse religie, waarvan de fundamentele overtuiging misschien het best wordt samengevat met de woorden die de boeren uitspraken als ze hun eerste oogst aan God opdroegen, beschreven in Deuteronomium 26,5-9;

    (…) Mijn vader was een zwevende Arameeér. Hij trok naar Egypte en woonde daar als vreemdeling met een handvol mensen, maar ze groeiden uit tot een zeer groot en machtig volk. De Egyptenaren begonnen ons slecht te behandelen ; ze onderdrukten ons en dwongen ons tot slavenarbeid. Toen klaagden we tot de HEER, de God van onze voorouders, onze nood. Hij hoorde ons hulpgeroep en zag ons ellendig slavenbestaan. En de HEER bevrijdde ons uit Egypte, met sterke hand en opgegeven arm, op angstaanjagende wijze, met tekenen en wonderen. Hij bracht ons hierheen en gaf ons dit land , dat overvloeit van melk en honing.

    Deuteronomium is het laatste boek van de Pentateuch , de vijf boeken die gezamenlijk ook wel de ‘Thora worden genoemd. Waarschijnlijk werden ze rond de tijd van de Babylonische ballingschap geschreven, in de zesde eeuw v.C. , en ze vertellen het volgende verhaal. De ‘zwervende Arameeér’ Abraham verliet de Soemerische stad Ur ( in het huidige Irak ) en trok naar het land van de rivier de Jordaan. God sloot een verbond met hem, waarin Hij beloofde dat Abrahams afstammelingen een groot volk zouden worden en dit land zouden bewonen. Zijn familie verhuisde echter naar Egypte, waar ze inderdaad veel nakomelingen kregen en ‘Israél’ werden, oftewel de Joden. Ze werden tot slaaf gemaakt, maar God redde hen met de exodus, beschreven in het gelijknamige tweede boek. Hij leidde hen niet alleen uit Egypte naar het beloofde land Palestina, maar gij gaf ze ook de Wet, een reeks voorschriften over hoe de enige God moest worden vereerd en hoe men met elkaar moest omgaan. De Wet werd samengevat in de tien geboden die God rechtstreeks op stenen platen schreef en aan Mozes gaf. De joden geloven dat Mozes alle vijf de boeken heeft geschreven, hoewel zijn dood wordt beschreven aan het einde van Deuteronomium. Andere boeken beschrijven de verdere geschiedenis van de Joden ; hoe ze onder diverse koningen trouw bleven aan de Wet en de verering van de enige God, of deze getrouwheid juist verloren. Daarom zond God een reeks profeten die Israél moesten terugleiden naar de ware religie. Deze boeken vormen de basis op de Joodse Heilige Schrift, hoewel er ten tijde van Jezus geen ‘officiele’ opvatting was over welke boeken gezaghebbend waren en welke niet. Enkele hiervan zouden later deel gaan uitmaken van wat christenen ‘het Oude Testament’ noemen. Dit is wat de Joden destijds geloofden over hun geschiedenis, een historie die nauw verbonden was met God. Ze geloofden dat hun volk door God was uitverkoren. Hij sprak niet alleen met hen via de Wet en de Profeten, maar trad op cruciale momenten ook in hun belang op, zoals bij de exodus. Nare gebeurtenissen, zoals de Babylonische ballingschap, werden geïnterpreteerd als afkeuring van God, mogelijk omdat het volk hem ontrouw was. Ze geloofden dat God een eeuwig verbond met hen had, waardoor het land Palestina van hen was. Bij wijze van tegenprestatie moesten zij zich aan de Wet houden. Als teken van verbond werden Joden besneden ; dit belangrijke kenmerk onderscheidde hen van anderen. In het Nieuwe Testament vinden we de termen ‘besneden’ en ‘onbesneden’ als verwijzing naar respectievelijke Joden en niet -Joden. God gaf de afstammelingen van Abraham niet alleen het land Palestina, maar ook de heilige hoofdstad Jeruzalem. Daar stond in de oudheid de tempel, een van de opmerkelijkste gebouwen - die eeuwen eerder was gebouwd door koning Salomo en in de eerste eeuw v.C. door Herodes de Grote werd herbouwd en in ere hersteld ; dit was het centrum van de joodse religie.

    WORDT VERVOLGD.


    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.HET WENS WONDERKINDJE.

    Jeanne-Blandine werd op 17 oktober geboren, helemaal alleen, gewoon als een “grote”. Vandaag is zij zes weken en komt ze thuis. Wij kunnen ons het leven zonder haar niet meer voorstellen; nochtans was haar aankomst in ons gezinnetje hoogst onwaarschijnlijk. Twee maanden lang groeide ze comfortabel bij mama, maar dan vindt de eerste ramp plaats: ik geloof dat ik een miskraam krijg. Maar de spoed-echo toont ons een kleine baby in volle vorm. Ik verlaag mijn dagdagelijks ritme van activiteiten en wacht met ongeduld op de volgende controle-echo. De bloedingen zijn opgehouden, maar een enorme bloedklonter heeft zich gevormd. Ondertussen groeit de baby. Met vier maanden een nieuwe ramp: het amnionvlies verdraagt de door de bloedklonter veroorzaakte irritatie niet langer. De vruchtzak breekt en de baby bevindt zich in een nagenoeg droge omgeving. De gynaecologen voorspellen haar spoedig overlijden. En ze stellen voor om dit te vervroegen. Zij wijzen nadrukkelijk op het risico voor de longen van de baby en de risico’s op infecties die deze gebroken vruchtzak met zich meebrengt. Besmettingen die de baby zouden kunnen laten sterven, maar die ook schade bij de mama kan veroorzaken.

    Ik word enkele dagen opgenomen, mag dan naar huis en hervat in afwachting mijn normale activiteiten. Maar in afwachting waarvan? Een wonder? Of het einde van deze eindeloze miskraam? In deze tijd van zoeken is er één zekerheid: wij willen dit leven niet inkorten. Wij bevragen ons over de begrafenis van vroegtijdig geboren baby’s: burgerlijke stand, begrafenisondernemer… De volgende echoscopie is echter nogmaals goed: wel geen vermeerdering van vruchtwater, maar een kind dat beweegt en groeit. Wij besluiten dan tot het volgende: ik blijf zo strikt als mogelijk liggen en er wordt een zeer nauwgezet toezicht op tekenen van infectie ingesteld, evenals een verscherpt toezicht op de groei van de baby. De weken gaan voorbij, de baby blijft groeien. Op zes maanden bewijst een grondigere echoscopie hetgeen men vreesde: de longen ontwikkelen zich slecht en het hart lijdt eronder. Voor der rest blijft de groei perfect.

    Veertien dagen later doet een nieuwe bloeding ons naar het ziekenhuis terugkeren. Men besluit tot overbrenging naar een universitair ziekenhuis. Daar verfijnt een magnetische resonantie scan de diagnose: de afwezigheid van vruchtwater heeft tot een ernstige longhypoplasie geleid. Volgens de gynaecologen is er geen hoop meer voor de baby; volgens de kinderartsen neonatologen zijn de overlevingskansen, met of zonder blijvende letsels, ongeveer 50% als de geboorte in optimale omstandigheden verloopt: geplande keizersnede in aanwezigheid van intensieve pediatrische zorg. De gynaecologen antwoorden dat een keizersnede in dit stadium een te groot risico voor de moeder inhoudt in verhouding tot de reële vooruitzichten voor de baby. Wij besluiten eenvoudigweg te wachten en hopen dat de baby zich nog een maand lang braaf zal houden. Maar na een week, besluit de baby om geboren te worden. Alles gebeurt zeer snel. De gynaecologen en de kinderartsen worden door onze juffrouw op snelheid gepakt. Zij wordt langs de normale weg geboren in de zetel en verrast iedereen door te schreeuwen en door haar verwoede pogingen om te ademen. Aangezien niets voorbereid is, is het de vroedvrouw die de eerste zorgen toedient. Het team van neonatologie komt enkele minuten later aan en Jeanne-Blandine krijgt hoogtechnologlische intensieve zorgen toegediend. Na enkele dagen bereikt zij een begin van ademhalingsautonomie. Beetje bij beetje, vermindert men de bijstand.

    .


    14-02-2009
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.AANVAL OP DE PAUS.

    Sedert enkelen dagen is Onze Heilige Vader, de Paus, en via hem de ganse Kerk, het voorwerp van zeer hevige aanvallen vanuit alle windstreken en soms zelfs vanuit de schoot van de Kerk zelf. Hoe zouden wij, bij het zien daarvan niet kunnen denken aan Onze Heer die geleid voor het sanhedrin als eerste verwijten, laster en slagen moest verdragen vanwege zijn vervolgers. “Maar Hij zweeg en antwoordde niets” zegt ons de evangelist Sint Marcus. En waarom dan? Omdat Hij bad en alles aanbood voor ons heil en dat van de wereld.

    Onze Heilige Vader die bij zijn verkiezing tot de Stoel van Peturs de woorden hernam van Onze Heer: “Ik stuur u als een lam te midden van de wolven”, was zich goed bewust van de harde taak en het enorme lijden dat hem wachtten door deze last te aanvaarden. Dan deed hij beroep op onze gebeden om niet in zijn taak te falen. Vandaag meer dan ooit, heeft hij die gebeden nodig om het roer van het schip van Petrus stevig te houden in de storm en tegenover de vijanden die proberen het te laten vergaan. De Heilige Don Bosco wijst in zijn beroemde droom ons de twee kolommen waaraan het schip Petrus moet aanmeren om niet in de storm ten onder te gaan: de Eucharistie en de Heilige Maagd Maria.

    Teneinde het verzoek van Onze Heilige Vader te beantwoorden en ons inspirerend op de droom van Don Bosco, stellen wij u voor om zaterdag 14 februari een noveen aan Onze Lieve Vrouw te beginnen tot zondag 22 februari, feest van de leerstoel van Sint Petrus. Diezelfde zondag kunnen wij onze communie speciaal aanbieden voor de intenties van Onze Heilige Vader en van de gehele Kerk.

    Hoe talrijker en vuriger wij zullen zijn, hoe krachtiger de adem van de genades zich zal laten voelen om Onze Heilige Vader en de Kerk te steunen.

    Stuur deze mail dus in vele richtingen verder. Onderaan deze mail vindt u het noveengebed aan Onze Lieve Vrouw en het verhaal van de droom van Don Bosco.

    Als u aan dit gebedsinitiatief beslist deel te nemen kan u een lege mail sturen naar volgend adres: neuvainepourlepape@googlemail.com, me in de onderwerplijn enkel de tekst “Ik neem deel aan de noveen voor de Paus”.

    “Vraag en gij zult verkrijgen”.

    In Christo

    Vanwege gelovigen die zoals u de Kerk en de Paus liefhebben.


    Noveen tot Onze Lieve Vrouw

    Onze Vader

    3x Wees gegroet

    Glorie zij de Vader

    Vervolgens dit gebed:

    Zeer Heilige Moeder van God, door Onze Heer uitverkozen om Moeder en beschermster te worden van de Universele Kerk, het is met het grootst mogelijke vertrouwen dat wij Uw zeer machtige hulp inroepen voor deze zelfde Kerk die strijdt op aarde.

    Bescherm, zo smeken wij, met een bijzondere zorg en met deze moederlijke liefde waarvan U brandt, Onze Zeer Heilige Vader Paus Benedictus XVI, de bisschoppen en de priesters die verenigd zijn met de Heilige Stoel van Petrus. Wees de beschermster van al diegenen die ijveren om de zielen te redden te midden van de angsten en de tegenspoed van deze wereld. Amen.

    Mater Ecclesiae, ora pro nobis

    Sancte Petre, ora pro nobis


    Een droom van Don Bosco

    De droom van de twee zuilen

    Jongens ik wil jullie vanavond een droom vertellen. Het is waar, iemand die droomt weet niet wat hij doet. Maar aan jullie zou ik bijna mijn zonden durven vertellen, als ik niet bang was u allen aan de haal te zien gaan en het huis te zien instorten.

    Dus vertel ik deze droom voor uw geestelijk voordeel. Wat ik ga zeggen heb ik een paar dagen geleden gedroomd.

    Denkt u eens even in, dat ge net aan de rand van de zee staat, of liever op een eenzame rots en dat ge nergens land ziet dan het klein stukje waar ge opstaat. Op die onmetelijke watervlakte ziet ge een ontelbare menigte schepen in slagorde geschaard. Hun voorsteven loopt uit op een ijzeren punt, een soort lans, zodat hij alles doorboort waar hij tegenaan stoot.

    Deze schepen zijn bewapend met kanonnen en vol met geweren en andere wapens; bovendien zijn ze geladen met brandbare stoffen en ook met boeken. Zij trekken op tegen een schip dat veel groter en hoger is dan de anderen. Dit trachten ze lek te stoten met hun punt, zij willen het in brand steken of op een andere manier schade berokkenen, zoveel zij kunnen. Het grote schip is volledig uitgerust en omgeven door kleinere schepen. Deze ontvangen van het grote schip commando seinen en voeren verschillende bewegingen uit om zich te verdedigen tegen de vijandelijke vloten. De wind is tegen hen en de woelige zee schijnt eerder in het voordeel van de vijanden.

    Midden op het uitgestrekte watervlak rijzen twee stevige zuilen omhoog niet ver van elkaar. Op de ene staat een beeld van de H.Maagd, de Onbevlekte en aan haar voeten een bord met het opschrift:” Auxilium Christianorum”; op de andere, die veel hoger reikt en breder is een Hostie in grootte evenredig aan de zuil. Ook hier hangt een bord en het opschrift is “ Salus credentium”.

    De opperbevelhebber op het grote schip is de Paus van Rome. Wanneer deze de woede van de vijanden ziet en de ongunstige conditie waarin zijn getrouwen verkeren,denkt hij erover, de stuurlieden van de kleine schepen bij zich te roepen en te beraadslagen wat er gedaan moet worden. Die stuurlui komen en houden krijgsraad met de Paus.

    Wanneer het beraadslagen enige tijd geduurd heeft en de wind en de zee steeds woester worden, zendt de Paus heb terug om het bestuur over hun eigen schepen weer op zich te nemen.

    Dan bedaart de storm enigszins en de Paus roept opnieuw de stuurlui bij zich, terwijl het admiraalschip zijn koers vervolgt.

    Maar de orkaan steekt weer op, angstwekkend. De Paus staat aan het roer en spant al zijn krachten in om het schip te sturen tussen de twee zuilen. Aan deze zuilen hangen ankers en zware haken aan stevige kettingen.

    De vijandelijke schepen richten al hun aanvallen op het pausschip en doen wanhopige pogingen om het tegen te houden en tot zinken te brengen. Sommige met geschriften, met boeken, met brandbare stoffen, waarmee ze volgeladen zijn en die ze aanboord van het pausschip trachten te gooien. Anderen doen het met kanonnen,met geweren en scherpe pieken. De strijd neemt in hevigheid toe. Wel stooten de schepen hun voorsteven tegen het grote schip, - met volle kracht komen de stoten aan,- maar het is vergeefse moeite: de aanvallers bereiken niets.

    Opnieuw doen ze een poging: nutteloze pogingen en verspilling van kracht en munitie. Het grote schip zet rustig en onvervaard zijn weg voort. Wel gebeurt het dat een hevige stoot een scheur of een gat doet ontstaan in de zijwand, maar telkens als zo’n averij is opgelopen, waait er een bries van de twee zuilen en ogenblikkelijk is de schade hersteld en het gat gestopt.

    Intussen springen bij de vijand kanonnen uit elkaar, geweren barsten en de andere wapen en scherpe pieken breken doormidden.

    Een aantal schepen botsen tegen elkaar en zinken. De vijanden worden razend van woede, zij worden handgemeen en beginnen te vechten met de blanke wapens, met handen en vuisten, onder vloeken en verwensingen. Daar valt de Paus, zwaar gewond. De mannen die om heen staan, schieten toe en helpen hem overeind. Weer wordt de Paus getroffen, hij valt en sterft.

    Bij de vijanden gaat een overwinningsgeschreeuw op; een onbeschrijfelijke jubel trilt over hun schepen. Zij vergissen zich: zodra de Paus gestorven is komt een nieuwe Opperpriester in zijn plaats. Zo vlug hebben de stuurlui hem gekozen, dat het doodsbericht van de ene Paus gelijk aankomt met de tijding van de keuze van zijn Opvolger. Nu vermindert zichtbaar de moed van de tegenstanders.

    De nieuwe Paus overwint alle hindernissen en bereikt met zijn schip de beide zuilen. Midden tussen de twee kolommen aangekomen maakt hij met een ketting die aan de voorsteven hangt, het schip vast aan een anker van de zuil met de Hostie.; met de andere ketting meert hij de achtersteven aan een anker, dat vastzit aan de kolom met het beeld van de Onbevlekte Maagd.

    Nu ontstaat er een geweldige beweging. Alle schepen , die tot dan toe het schip van de Paus hadden bestookt, slaan op de vlucht in een verschrikkelijke verwarring. Zij botsen tegen elkaar en brengen elkaar tot zinken. De zinkende schepen trachten de andere mee te sleuren in de diepte. Enkele scheepjes, die dapper met de Paus gestreden hebben, komen zich het eerst vastleggen aan de beide zuilen.

    Andere schepen, en deze zijn talrijker, hebben zich uit vrees ver van het strijdgewoel teruggetrokken. Zij liggen nu ver weg, en wachten voorzichtig af. Wanneer ze dan zien, dat de laatste wrakstukken van de vernietigde schepen in de diepte verdwenen zijn, varen ook zij vlug naar de twee zuilen en leggen zich vast aan de haken die daar van afhangen. Dan blijven ze stilliggen in veilige rust , samen met het grote schip, waarop de Paus verblijft. Nu heerst er grote kalmte op zee.

    Toen Don Bosco zover gevorderd was met zijn droomverhaal, vroeg hij aan Don Rua:” Wat denk je van deze geschiedenis”?

    Don Rua antwoordde:” ik zou zeggen; Het schip van de Paus is de Kerk waarvan hij het opperhoofd is: de schepen zijn de mensen; de zee is de wereld. Degene die het grote schip verdedigen zijn de mensen die goedgezind zijn en die gehecht zijn aan de H.Stoel. De anderen zijn de vijanden die de Kerk met alle middelen trachten te vernietigen. De twee reddingbrengende zuilen zijn de devotie tot de H.Maagd en tot het Allerheiligst Sacrament der Eucharistie.” Don Rua zie niets van de gevallen Paus en ook Don Bosco zweeg erover. Allen voegde hij erbij: “Je hebt het goed gezien. Maar één uitdrukking moet je verbeteren; de schepen van de vijanden zijn de vervolgingen. Er staan de Kerk vreselijke beproevingen te wachten. Wat tot nu toe gebeurd is heeft niets te betekenen in vergelijking met hetgeen nog komen moet. Haar vijanden worden aangeduid door de schepen, die trachten, als het mogelijk was, het grote schip te doen zinken.

    Twee middelen zijn er om redding te vinden in deze algemene ondergang: godsvrucht tot de Allerheiligste Maagd Maria, veelvuldige H.Kommunie. Zelf moeten we alle moeite doen om deze twee dingen te beoefenen en ze overal door iedereen te doen beoefenen.

    Bron: Don Bosco kring St Thomas van Aquino instituut december 1959 onder leiding E.H.Baert.


    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.STRIJD TEGEN DE HONGER IN DE WERELD.
    Een  groot  gedeelte  van  de  mensen  in  deze  wereld   lijdt  dagelijks  honger.
    Dit  is  niet  alleen  in  de  Derde  Wereld  het  geval,  doch  zelfs  in  ons  midden.
    Honger  is  geen  natuurlijke  toestand,  het  is  een  onrecht.
    Dit  betekent  dat  het  de  vrucht  is  van  een  ontregeling  in  de  wijze  waarop 
    mensen  hun  samenleving  organiseren.
    God  heeft  Zijn  Schepping  zo  gemaakt  dat  zij  steeds  voldoende  voedsel  zou 
    dragen  voor  ALLE  levende  wezens.
    Dit  heeft  Hij  zo  beschikt  omdat  levende  wezens  voedsel  nodig  hebben  om 
    datgene  te  volbrengen  waartoe  zij  door  God  Zelf  geroepen  zijn,  namelijk  hun
    specifieke  rol  te  vervullen  tot  verwezenlijking  van Gods  Plan  van  Heil.
    Zolang  Gods  Wet  de  schepping  beheerst,  zal  geen  levend  wezen  tekort  hebben
    aan  voedsel  voor  het  lichaam.
    Welke  factoren  liggen  dan  aan  de  basisi  van  het  ontstaan  van  honger  in  de  wereld ?
    De  twee  voornaamste  zijn ;
    1.  De  natuurlijke  eigenschappen  van  woongebieden  van  de  mens.  Vele  mensen  leven 
    in  gebieden  waarvan  de  bodem  van  nature  een  geringe  vruchtbaarheid  bezit ; 
    2.  De  economische,  politieke  en  sociale  organisatie  van  samenlevingen.
    Waar  weinigen  rekening  mee  houden,  is  het  verband  tussen  deze  beide  factoren 
    enerzijds,  en  de  beleving  van  de  spiritualiteit  door  de  mens  anderzijds.
    Gebieden  worden  niet  slechts  onvruchtbaar  door  louter  natuurlijke  invloeden.
    Maria  wijst  erop  dat  ontregelingen  in  de  natuur,  in  de bodem,  in  de 
    weersverschijnselen  enzovoort,  in  hoge  mate  veroorzaakt  kunnen  worden 
    doordat  het  gedrag  van  de  mens  op  grote  schaal  niet  meer  in  overeenstemming
    is  met  Gods  Wet.
    Bovendien  wordt  de  honger  in  de wereld  in  hoge  mate  veroorzaakt  en  in 
    stand  gehouden  door  de  organisatie  van  de  wereldeconomie,  die  volledig  wordt
    gedreven  door  het  materialisme,  winstbejag,  eerzucht,  concurrentie,  politieke  belangen,
    de  neiging  van  vele  zielen  tot  discriminatie  in  vele  vormen.....
    Dit  alles  laat  zich  herleiden  tot  één  grote  oorzaak  :  God  is  in  vele  harten  van 
    Zijn  troon  gestoten
    .  De  gevolgen  zijn  :
    -  goddeloosheid,  of  ten  allerminste  een  schrijnend  gebrek  aan  echt  geloof  in  het  Goddelijke ;
    -  verheerlijking  van  al  het  wereldse,  dat  niet  als  vergankelijk  doch  als  doel  op  zich  wordt 
    beschouwd ;
    -  groot  gebrek  aan  liefde  tot  God,  tot  de  schepping,  en  tot  de  naaste.
    Het  is  de  plicht  van  elke  christen,  Jezus  te  volgen  in  Zijn  oproepen  tot  het  beminnen 
    van  God  boven  alles,  en  van  de  naaste  zoals  zichzelf.
    Wanneer  Gods  Werken  ontwricht  worden  in  Zijn  Schepping  en  in  de  belemmering  voor 
    talloze  zielen  om  op  een  waardige  wijze  te  functioneren  binnen  Gods  Plan,  wordt  van  ons 
    een  akte  van  oprechte  liefde  jegens  God  verwacht,  door  samen  dit  onrecht  te  bestrijden 
    met  de  wapens  van  het  leger  van  Jezus  en  Maria.
    Het  is  een  goede  zaak  wanneer  mensen  de  honger  in  de  wereld  helpen  bestrijden  door
    financiele  hulp,  door  de  inzet  van  hun  arbeidskracht,  of  door  enige  andere  vorm  van 
    ontwikkelingshulp.
    De  hulp  waaraan  God  echter  het  meest  nood  heeft,  is  deze  waarbij  de  mens  zijn  spiritueel
    kapitaal  toewijdt  aan  Maria
      met  als  intentie  dat  het  onrecht  in  de  wereld  en  in  de  harten
    uitgeroeid  mag  worden.
    Het  spiritueel  kapitaal  van  elke  ziel  bestaat  uit ;
    -  het  lichaam  met  zijn  vermogen  om  te  lijden,  offers  en  verstervingen  te  brengen ;
    -  het  hart  met  zijn  vermogen  om  vurige  liefde  over  de  schepping  te  laten  uitstromen ;
    -  de  tijd ;  de  ziel  kan  elk  ogenblik  van  de  dag  in  hart  en  geest  richten  op  Gods 
    Werken ,  Zijn  belangen,  en  de  inzet  voor  onze  medeschepselen.
    Laten  wij  al  ons  lijden,  vermoeidheden,  beproevingen,  tegenslagen,  verdriet,  alle  lasten 
    van  het  leven,  alle  gebeden  en  al  onze  tijd,  opdragen  aan  Maria  met  het  vurig  verlangen
    dat  Zij  dit  alles  -  Haar  geschonken  door  alle  zielen  van  onze  ketting  van  Licht  -  in
    Haar  volmaakte  Liefde  samenbrengt  en  voltooit,  om  daarmee  een  stortvloed  van 
    Goddelijke  Genade  over  de  schepping  uit  de  storten,  opdat  de  honger  in  de  wereld 
    uitgeroeid  moge  kunnen  worden  door  een  omkering  van  de  oorzaken  ervan,
    die  schuilen  in  het  materialisme,  het  gebrek  aan  ware  liefde,  en  het  gebrek  aan  waar 
    geloof  in  God  en  Zijn  Werken.
    Laten  wij  samen  deze  Vastentijd  maken  tot  een  nooit  geziene  bron  van  heil
    voor  de  hele  schepping,  en  van  vreugde  voor  God.
    Wie  helpt  zorgen  dat  zijn  medemens  geen  honger  meer  lijdt  in  het  lichaam, 
    wordt  zelf  door  God  voor  eeuwig  verzadigd  in  de  ziel.

    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.AAN ALLE LEZERS.
    Klik op de afbeelding om de link te volgen BINNENKORT  OP  DE  SITE  TE  LEZEN,
    HET  FACINERENDE  GETUIGENIS  VAN 
    MEVROUW  Dra.  GLORIA  POLO.

    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.DE GESCHIEDENIS VAN HET CHRISTENDOM.

    PALESTINA. 1

    De Joden woonden al vele eeuwen in Palestina, aan de oostkant van de Middellandse Zee, maar ze waren al heel lang niet echt onafhankelijk. In de zesde eeuw v. C. waren ze door de Babyloniérs verslagen en weggevoerd en leefden ze vijtig jaar in de traumatische Babylonische ballingschap. Daarna volgde overheersing door de Perzen ( die een machtige rijk in het oosten opbouwden ) en vervolgens door de Seleuciden, een dynastie die volgde op het bewind van de Macedonische generaal Alexander de Grote. In de tweede eeuw v. C. kwamen ze in opstand tegen de Seleuciden, maar in de eerste eeuw werden ze verslagen door de Romeinse generaal Pompejus. Vanaf dat moment maakte Palestina deel uit van het Romeinse Rijk. Ondanks het hete en droge klimaat bestond het land voornamelijk uit landbouwgrond. Galilea, in het noorden, had een natter en zachter klimaat. Daar stroomde de Jordaan in en uit het Meer van Galilea, waar op grote schaal werd gevist. De meeste mensen werkten op het land, op eigen, kleine boerderijen of als pachters op het land van grootgrondbezitters. Na de dynastie van de Makkabieeén kwam die van Herodes aan de macht. Palestina werd niet letterkijk ‘bezet’ door de Romeinen. Ze lieten het bestuur van het koninkrijk over aan de koning, als een soort afhankelijkheid vorst. De Romeinen wilden niet echter over Palestina heersen of het torenhoge belastingen opleggen. Sterker nog, het land leverde hen verlies op. Het ging erom een stabiel en vriendschappelijk gebied te bezitten nabij de grens met het vijandige Prezié om zo het belangrijkere Egypte en Syrié te beschermen. Deze situatie moest zo min mogelijk inspanningen gehandhaafd worden en dus werden de meeste lokale aangelegenheden overgelaten aan de koning. Vanaf 37 tot 4 v.C. was dit koning Herodes de Grote, een autoritaire persoon die kapitalen uitgaf aan de bouw van grote gebouwen en nieuwe steden. Als ondergeschikte van Rome moest Herodes eer bewijzen aan de keizer en diens buitenlandbeleid respecteren, maar verder had hij grotendeels de vrije hand. Na de dood van Herodes verdeelde Casear Augustus Palestina onder de zoons van de koning, die daarna als onderkoningen op ongeveer dezelfde wijze regeerden als hun vader. De zoon die heerste over Judea ( de zuidelijke regio van Palestina met daarin Jeruzalem ) bleek incompetent. In 6 n.C. werd hij afgezet en een Romeinse prefect ging dit deel van Palestina rechtstreeks regeren. Het was een nogal ondankbare taak om prefect van Judea te zijn. De Romeinen beschouwden dit land als een vreselijke uithoek die werd bewoond door krankzinnige barbaren met een vreemde religie en ze verbleven er niet graag. Bovendien had de prefect slechts een paar duizend manschappen, wat bijlange na niet genoeg was om behoorlijk toezicht uit te oefenen in het gebied. Daarom besteedde hij de meeste tijd aan Caesarea, een Romeinse plaats aan de kust, en liet de dagelijkse leiding van Judea en Jeruzalem over aan de joodse hogepriester die zo’n beetje als premier fungeerde ; hij bepaalde de belasting, handhaafde de orde, enzovoorts.

    Wordt vervolgd.

    .


    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.CHRISTUS VERHOOGD ALS DE SLANG IN DE WOESTIJN.

    ‘Christus verhoogd als de slang in de woestijn’

    (n.a.v. Johannes 3:14)

    In de tijd dat Jezus te Jeruzalem verbleef om met Zijn leerlingen deel te nemen aan de feestelijkheden rond het Pascha, kwamen velen tot geloof in Zijn Naam (Joh. 2:23). Tijdens de feestweek in Jeruzalem wordt Jezus ’s nachts bezocht door Nicodemus. In Joh. 3:2 blijkt deze Farizeeër diep onder de indruk als hij zegt: ‘niemand kan deze tekenen doen, die Gij doet, zo God met hem niet is.’

    Jezus, de van God gekomen Leraar, heeft een hemelse boodschap voor Nicodemus. Jezus zegt: ‘Voorwaar, voorwaar, zeg Ik u: Tenzij dat iemand wederom geboren wordt, hij kan het Koninkrijk Gods niet zien.’ (vs. 3). Een totale vernieuwing van de mens is nodig. Een hartgrondige verandering. Je kunt niet blijven die je bent. Er zal wat met een mens moeten gebeuren tussen wieg en graf, en héél wat ook. Wil iemand het aangekondigde Koninkrijk van God binnengaan, dan moet hem dat vanuit de hemel gegeven worden. Om het komende Rijk te mogen meemaken, moet men ‘van bovenaf verwekt worden’. Geboren joden zijn niet automatisch burgers van Gods Koninkrijk; evenmin geboren christenen. Er is een geboorte uit de Geest nodig. Deze geboorte is een ondoorgrondelijk gebeuren, waarvan de Schriften meer dan eens getuigen.

    Een schriftgeleerde van formaat, zoals Nicodemus, zou toch op de hoogte moeten zijn van het eenstemmige getuigenis van de profeten (Jer. 31:31-34; Ezech. 36:22-32; Zach. 12:10). Van bovenaf zou een geestelijke vernieuwing in Israël werkelijkheid worden. Dit gebeurde op de Pinksterdag en daarna.

    Met een nieuwe profetie uit de hemel sluit Jezus Zijn antwoord af (vs. 11,12). Tegenover het ‘wij weten’ van Nicodemus plaatst Jezus een ánder gezamenlijk weten. ‘Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Wij spreken, wat Wij weten, en getuigen, wat Wij gezien hebben; en gijlieden neemt Onze getuigenis niet aan. Indien Ik ulieden de aardse dingen gezegd heb, en gij niet gelooft, hoe zult gij geloven, indien Ik ulieden de hemelse zou zeggen?’ Zo verwoordt Jezus op aarde het gezamenlijke getuigenis van Vader en Zoon. Zij spreken met grote kennis van hemelse zaken.

    Zullen deze dingen geloofd worden? Als de ‘aardse dingen’ in de kring van Nicodemus zo weinig geloof vinden, hoe zullen zij dan ooit geloof hechten aan wat Jezus te vertellen heeft over de ‘hemelse dingen’? Nooit is iemand werkelijk in de hemel geweest. Alleen de grote Zoon van Adam vormt een uitzondering op die regel. Jezus is de Enige ter wereld die hemelse dingen kan verkondigen. Daarvoor moet men immers in de hemel zijn geweest. Zo behoort Hij dus aan de hemel toe, waar Hij van eeuwigheid was en keert Hij daarheen terug. Maar die terugkeer zal geschieden op een bijzondere wijze. Ze zal juist zó geschieden als de verhoging van de slang in de woestijn.

    Christus neemt in gedachten Nicodemus mee naar de woestijn. En dan maar niet zomaar een woestijn, maar die heel bepaalde woestijn van Numeri 21. Nicodemus was als schriftgeleerde heel goed met die geschiedenis bekend. Wat was er aan de hand? Het volk van Israël was gelegerd aan de grens van het beloofde land Kanaän. Zou het nú dan eindelijk zover zijn dat ze het land mochten binnentrekken, veroveren en daarna rustig bewonen? Maar dan is er een teleurstelling. Ze mogen niet door het land van het broedervolk Edom trekken. Dat betekent dat ze een grote omweg zullen moeten maken. Opnieuw uitstel dus, opnieuw wordt een beroep gedaan op het geduld en uithoudingsvermogen van het volk. En dan gaat er een zondige ondankbaarheid gisten bij deze mensen. Ze gaan murmureren tegen Mozes en vooral tegen God. Ze zijn zo verbitterd door de tegenslag dat ze Gods zegeningen niet meer opmerken. Ze beledigen God door Hem niet te erkennen voor Zijn trouwe zorg. Ze durven zelfs zó ver te gaan dat ze zeggen: dat manna, dat brood uit de hemel? O, daar walgen we van. Dan blijkt dat God niet met Zich laat spotten. Er waren in dat woestijngebied gevaarlijke, giftige slangen. God laat die slangen als straf met opzet los. Het krioelt van de giftige slangen. Velen worden gebeten en sterven. Het lijden van de vele stervenden, wier ellende nog door brandende dorst wordt verzwaard, brengt het volk tot bezinning. Ze roepen: wij hebben gezondigd en vragen om Mozes’ voorbede. Dat geschiedt en op Gods bevel maakt Mozes dan een koperen afbeelding van de gifslang en plaatst die op een staak. Ieder die op de opgeheven slang het oog richt, wordt genezen van zijn dodelijke vergiftiging.

    ‘Gelijk Mozes de slang in de woestijn verhoogd heeft, alzo moet de Zoon des mensen verhoogd worden.’ Daarnaar wordt verwezen. En de vergelijking ligt in dat ‘verhogen’. Evenals bij het gebeuren in de woestijn is hier de achtergrond een Goddelijke beschikking. Een reactie op boze werken - namelijk moedwillige ongehoorzaamheid jegens God! Christus is aan het kruis verhoogd. Letterlijk is dat een ‘verhoging’ want aan het kruishout van Golgotha hangt Christus zichtbaar tot in de wijde omtrek. In feite is dat een ‘vernedering’, want de kruisdood is een schandelijke dood. Tóch is dat voor Christus tegelijkertijd ‘verhoging’, want zo wordt Hij ‘verheerlijkt’ als de gehoorzame Knecht des Vaders. Zo gaat het voor hem door lijden tot heerlijkheid, via het kruis naar de kroon.

    Waarom als de slang verhoogd? Wel, Christus komt om van de zonde te verlossen. Maar dan wordt Hij Zelf aan het kruis tot zonde gemaakt. Hij komt om de vloek weg te nemen. Maar als een gevloekte hangt Hij aan het hout. Hij komt om de slang satan de kop te vermorzelen. De grote Vernieler van de slang wordt tentoongesteld alsof Hij Zélf de slang was! Maar Hij bleef als Lam Gods in Zichzelf rein en volkomen, hoewel Hij tot zonde is gemaakt. Zo kan deze vlekkeloze Christus volkomen reinigen die door Hem tot God gaan. Als de slang verhoogd. Terecht spreken uitleggers van ‘drieërlei verhoging’. Verhoging aan het kruis. Verhoging aan Gods rechterhand in heerlijkheid, maar dan niet meer als een Gevloekte. En verhoging in de prediking. Preken is niet anders dan Christus omhoog heffen in de woestijn van de verlorenheid als het enige medicijn.

    Om behouden te worden is zowel voor Jood en christen nodig gelovig op te zien naar het kruis van Golgotha. In het gesprek met Israël dient duidelijk gemaakt te worden dat Jezus met respect naar Mozes verwees. Mozes heeft immers Gods bevel uitgevoerd. Gezegd mag en moet worden, dat Jezus eerbied heeft voor de woorden Gods. Menigmaal citeert Hij het Oude Testament met instemming. Wat ook geldt, is dat Hij laat zien dat Mozes van Hem heeft getuigd. Het vermelden van Mozes met wie de Schriftgeleerden en Farizeeën zo hoog wegliepen, was bij uitstek geschikt om de aandacht van Nicodemus te boeien! Zelfs Mozes - zo wilde Jezus zeggen - heeft door het verheffen van de slang aan de staak van Mijn kruisiging een typische voorstelling gegeven! Hij getuigde door de Geest van Christus. Dit schrijft Petrus in zijn eerste brief (1 Petr. 1:11): ‘Onderzoekende, op welken of hoedanigen tijd de Geest van Christus, Die in hen was, beduidde en te voren getuigde, het lijden dat op Christus komen zou, en de heerlijkheid daarna volgende.’

     


    13-02-2009
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.OFFERANDE VAN DE LIJDENDE JEZUS DOOR DE HANDEN VAN MARIA.

    Lieve Moeder Maria, Medeverlosseres van de mensheid,

    Door U gaf de Eeuwige Vader Zijn Zoon Jezus aan de wereld, om door het offer van Zijn Lijden en Zijn Bloed de mensheid te verlossen uit het rijk der duisternis.

    Ik, Uw dienaar, werp mij voor Uw voeten neer opdat U met de offerande van mijn liefhebbend hart het verlossende Lijden van Uw Goddelijke Zoon aan de Vader zou opdragen tot redding van de wereld.

    God van liefde,

    Aanvaard uit de handen van mijn Hemelse Moeder het Lijden van Jezus' Hart in de Hof van Gethsemani.

    Aanvaard uit de handen van mijn Hemelse Moeder het verscheurde Hart van Jezus bij het verraad en de gevangenneming.

    Aanvaard uit de handen van mijn Hemelse Moeder de pijnen van het door slagen getekende Aanschijn van Jezus.

    Aanvaard uit de handen van mijn Hemelse Moeder de talloze wonden van Jezus' Lichaam bij de geseling.

    Aanvaard uit de handen van mijn Hemelse Moeder de pijnen van het met doornen gekroond Hoofd van Jezus.

    Aanvaard uit de handen van mijn Hemelse Moeder de diepe schouderwonde van de kruisdragende Jezus.

    Aanvaard uit de handen van mijn Hemelse Moeder de pijnen van de doorwonde voeten van Jezus tijdens de martelgang naar Kalvarie.

    Aanvaard uit de handen van mijn Hemelse Moeder de pijnen van Jezus' handen en knieën bij Zijn herhaalde vallen onder het Kruis.

    Aanvaard uit de handen van mijn Hemelse Moeder de bloedende spijkerwonden in Jezus' handen en voeten aan het Kruis.

    Aanvaard uit de handen van mijn Hemelse Moeder de pijn van de vernederingen en bespottingen van Jezus vanaf Zijn gevangenneming tot aan Zijn kruisdood.

    Aanvaard uit de handen van mijn Hemelse Moeder de uitputting, honger en dorst van Jezus vanaf Zijn gevangenneming tot aan Zijn kruisdood.

    Aanvaard uit de handen van mijn Hemelse Moeder alle pijnen en folteringen van Jezus' Lichaam in doodsstrijd aan het Kruis.

    O bitter wenende Moeder, Medeverlosseres aan de voet van het Kruis, de Liefde liet Jezus uit Uw schoot geboren worden, de haat heeft Hem in het doopsel van Zijn eigen Bloed in Uw schoot teruggelegd.

    Toon Uw bloedend en stervend Kind aan de ogen van mijn hart, opdat het van liefde moge breken.

    O Maria, machtige Voorspreekster, ik smeek U, al Zijn Lijden samen met mijn liefde, dank en berouw door Uw heilige handen aan de Eeuwige Vader te willen aanbieden als zoenoffer tot redding van de wereld, en in het bijzonder tot bekering en redding van de zielen die ik U uit mijn hart toevertrouw. Wil hen wassen in het Allerheiligste Bloed van Christus, opdat de duisternis van hun dwalingen gekruisigd worde.
    AMEN.


    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.VERHEERLIJKING VAN DE ONBEVLEKTE ONRTVANGENIS VAN MARIA.

    Lieve Moeder Maria,

    Reeds bij Uw Onbevlekte Ontvangenis werd Uw ziel gedrenkt in het Bloed van de Verlossing.

    Reeds bij het betreden van onze wereld was zij met de vrucht van het rijk der hemelen gekroond.

    Geen genade uit Gods Heilige Bron, of ze werd overvloedig over U uitgestort.

    Geen straal uit het Eeuwige Licht van de Scheppende God, of U werd ervan doordrongen.

    Geen bloem uit Gods Tuin der volmaakte deugden, of U werd ermee gekroond.

    Geen vlam uit het oneindige vuur van Gods Liefde, of Uw Hart nam haar in zich op.

    Geen voedsel van eeuwig leven, of Uw bloed werd ermee verzadigd.

    Geen water uit de sprankelende Fontein van Gods Zuiverheid, of Uw ziel werd ermee gewassen.

    Geen lieflijke geur uit Gods Tuin van heiligheid, of Uw hele wezen heeft hem geademd.

    Geen mysterie uit het Heilsplan van de Goddelijke Drieëenheid, of Uw geest mocht het bewaren.

    Geen Woord gesproken door Hem die was, is, en zal zijn, of het werd in Uw Hart gegrift.

    Geen weg van de aarde naar de hemel, of hij werd in Uw ziel uitgetekend.

    Geen list van de meester der duisternis, of zij werd door U overwonnen.

    Geen zonde die de ziel verwondt, of zij werd onder Uw voeten gelegd.

    Geen schaduw van bederf, of hij werd uit Uw besloten Tuin geweerd.

    Geen schoonheid uit de schatkamer van Gods Liefde, of Uw wezen werd ermee bekleed.

    Geen parel uit Gods handen, of hij werd in Uw Tempel tot rijping gebracht.

    O Onbevlekte Moeder, in dit tranendal is mijn ziel tot de bedelstaf veroordeeld. Mag ik ooit delen in de rijkdommen waarmee Uw ziel bij haar ontvangenis werd bekleed, opdat ook ik een troonplaats voor het Paradijs moge worden.
    AMEN.


    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.DE GESCHIEDENIS VAN HET CHRISTENDOM.

     

    Hoodstuk 1.

    Hoe begon het christendom ? Sommigen beweren dat het zo oud is als de tijd zelf, omdat het christendom de waarheden van God onderwijst. Anderen zeggen dat het christendom, zoals wij dat kennen, een uitvinding was van keizer Constantijn ( + - 274-337 n. C. ) en weinig vandoen had met Jezus zelf. Volgens de meeste historici vindt het christendom echter zijn oorsprong in de beweging die werd begonnen door de volgelingen van Jezus van Nazaret, een joodse prediker uit Galilea die in ongeveer 30 n. C. door de Romeinen werd geéxecuteerd.

    DE ACHTERGROND.

    Het Romeinse Rijk.

    Jezus werd geboren tijdens de opkomst van het Romeinse Rijk. Vooral latere christenen vonden dit een opvallend feit. De stad Rome, die zijn macht geleidelijk aan op het Italiaanse schiereiland en daarbuiten had uitgebreid, was tot voor kort een republiek geweest. Aan het begin van de eerste eeuw n. C. had Rome zijn rivalen, Carthago en de Griekse staten, verslagen en had het min of meer de gehele kustlijn van de Middelandse Zee in handen, maar ook Gallié, dat was ingelijfd door de briljante maar wrede Julius Caesar. De eerste Romeinse keizer was Caesars neef, Octavianus, een man die minstens zo opmerkelijk was als zijn beroemde oom. Na de moord op Caesar in 44 v. C. won Octavianus de ontstane burgeroorlog. Hij versloeg Marcus Antonius en diens geliefde, Cleopatra, en voegde zo Egypte toe aan het Romeinse grondgebied. Hij veranderde zijn naam in Caesar Augustus, weigerde een andere titel te gebruiken dan princeps ( ‘eerste’ ) en creéerde in wezen de bestuurlijke structuur van het Romeinse Rijk. Hij handhaafde het systeem van de oude republiek en de senaat behield zogezegd het bestuur van het rijk. Verkiezingen voor de senaat werden echter door Augustus gemanipuleerd, zodat nieuwe leden vooral zijn belangen behartigden. Hoewel de senaat bleef bestaan, was het de keizer die regeerde. Vooral onder Augustus’ meer buitensporige opvolgers was het niet ongevaarlijk om senator te zijn. Augustus reoganiseerde de ambtenarij, vaardigde nieuwe wetten uit, liet nieuwe kunstwerken maken, bekrachtigde de traditionele religie van Rome en gaf de voormalige republiek een stevige keizerlijke basis. Onder Caesar Augustus werden het hedendaagse Spanje, Frankrijk, Noord – Afrika en de Balkan veroverd. De keizer was veel meer dan alleen de ‘eerste’ onder gelijken. In 12 v. C. trad Augustus in de voetsporen van Julius Caesar door pontifex maximus te worden, de hoogste priester binnen de traditionele Romeinse religie. Zo ontstond een officiéle verbinding tussen godsdienst en staat, die beide werden verpersoonlijkt door één man ; de keizer. Augustus bekrachtigde ook de cultus van Julius Caesar, waarbij laatstgenoemde als een god werd gezien. Augustus zelf werd na zijn dood in 14 n.C. formeel tot god verklaard. Vanaf dat moment waren alle keizers officieel goden, zelfs tijdens hun leven. Wat dat precies inhield, is onduidelijk ; waarschijnlijk geloofden sommige mensen daadwerkelijk dat hun keizer goddelijk was, terwijl andere het zagen als een patriottisch idee zonder enige echte betekenis. Soms geloofden men dat de keizer onder invloed stond van een goddelijke geest die zijn acties stuurde ; dan werd ‘de geest van Caesar’ vereerd.


    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.BOODSCHAP .( 3 Februari 2009 ).

    Gods Schepping is als een tuin. Elke ziel is een bloem. God is overal aanwezig: Hij is de zon boven de tuin, Hij laat genaden neerregenen, en Hij is aanwezig in het levensprincipe dat in de bodem de bloei van de bloemen bestuurt. Ik ben de bundel stralen uit de Goddelijke Zon: de Brug tussen de zon en de bodem, tussen God en Zijn Schepping. Ook thans ben Ik gezonden als een zonnestraal van hoop, van Licht, van bemoediging, van geluk, van bezieling.

    Vele zielebloemen worden reeds bij hun eerste bloei – tijdens hun jeugd – van het Goddelijk Leven afgesneden doordat hun voedingsbodem vergiftigd wordt door verkeerde voorstellingen van God en van het leven. Vele jonge zielen worden door hun ouders en door andere zielen aan wie zij voor hun opvoeding zijn toevertrouwd, onwerkzaam en onvruchtbaar gemaakt voor de Werken van verlossing en heiliging die God in hen wil voltrekken, doordat hen een negatief beeld wordt voorgehouden over God, over zichzelf, over het geluk, over de ware Liefde, over het leven, over de toekomst. Deze zielen worden van hun vertrouwen en hun levenslust beroofd. Zij groeien op zonder hoop, omdat zij het leven slechts hebben leren beschouwen als een last, een aaneenschakeling van ongerechtigheden zonder uitzicht. Zij groeien op zonder geloof, omdat zij niet hebben geleerd, voorbij de oppervlakkige schijn der wereldse dingen te kijken. Zij groeien op zonder liefde, omdat zij de ware geborgenheid en het ware begrip niet hebben ervaren, en alles als vijandig of als minderwaardig hebben leren zien.

    Zielen van Mijn Hart, velen onder jullie zijn als bloemen met geknakte stengels of verwelkte blaadjes. Zij nemen nauwelijks het voedsel op dat God in hun bodem heeft verzameld. Zij lijken geen baat te hebben bij het zonlicht van liefde en bewustmaking. De regen der genade – de beproevingen als telkens nieuwe wegen via dewelke God de ziel kansen geeft om tot Hem te naderen – is voor hen eerder een kwelling, een bedreiging, een bevestiging voor de duisternis van hun wereldbeeld, want zij voelen in deze Bron van Leven niets anders dan kilte, troosteloosheid, ontmoediging, en een schijnbare bevestiging van het feit dat niets hen liefheeft, ook God niet. Het is alsof deze zielebloemen een leven lang elke dag stilletjes sterven, en niet in staat zijn om waarlijk te leven.

    Bloempjes van God, Ik, Maria, ben de Meesteres van de zielen, de Koningin van de Bloemen en de Moeder van Liefde. Ik ben naar jullie gezonden om jullie onder Mijn hoede te nemen. Ik kan jullie nieuwe ogen geven, ogen die de Waarheid van Licht en hoop schouwen die onder de troosteloze oppervlakte van de wereldse dingen en de gebeurtenissen van het leven schuil gaat. Ik kan jullie een nieuw hart geven, een hart dat in staat is om te voelen dat alles, ook het schijnbaar negatieve, door God wordt toegelaten omdat Zijn Liefde voor jullie grenzeloos is. Precies onder de moeilijkst begaanbare wegen heeft God Zijn grootste schatten voor het Eeuwig Leven begraven.

    Hen die als jonge bloem ontmoedigd zijn en niet meer in zichzelf geloven, noch in de Liefde van God, druk Ik op het hart dat zij slechts ongelukkig en onwerkzaam zijn omdat zij alles in hun leven slechts volgens de oppervlakkige schijn hebben leren beoordelen. Achter alles, achter elke beproeving, achter elke onvolkomenheid, achter elke pijn, ligt een onoverzienbaar grote werkelijkheid van Liefde. Achter de donkerste wolken schijnt de zon. Ook gedurende de nacht houdt de zon niet op te schijnen. De les is deze: het Licht is altijd aanwezig, maar wordt vaak niet gezien. De werkelijkheid is dus heel anders dan de zielen deze op een gegeven ogenblik waarnemen. Zo is het ook met de dingen van de ziel, met de stand van jullie leven en met de ontwikkelingen op jullie levensweg. De grootste poel van ellende, de meest eindeloos schijnende reeks beproevingen en tegenslagen, een uitzichtloze staat van het gemoed: dit alles is een deklaagje, dat een immense werkelijkheid van Licht en Goddelijke Liefde verbergt, want alles, ook het negatieve, het ontmoedigende, het terneerdrukkende, het pijnlijke, het verlammende, is een poort naar het geluk, die slechts wacht om geopend te worden. De sleutel tot deze poort ligt in de vrije wil van de zielen.

    Wanneer jullie je vrije wil aan Mijn voeten neerleggen, neem Ik de heerschappij over jullie hele wezen en leven in de hand, en vestig Ik in jullie stap voor stap het Rijk van het Goddelijk Licht. Ik laat jullie uit Mij opnieuw geboren worden, Ik laat jullie leven op Mijn harteklop. Ik laat jullie kijken door Mijn ogen, die zien wat werkelijk IS: het Goddelijk Plan van Liefde achter alles wat jullie nu nog verplettert omdat jullie slechts de duisternis van de zwarte wolk zien, en niet de oceaan van vlekkeloos Licht boven deze wolk.

    Zielen, Mij is macht gegeven om jullie te bevrijden door jullie te leiden naar de volheid van het Licht van Liefde en bewustwording. Geef jullie daarom aan Mij, totaal, onvoorwaardelijk en voor eeuwig. Ik ben verrukt over elke bloem die zich door Mij laat oprichten, want ook de geringste onder jullie maakt voor God een groot verschil. Hoe prachtig is het vergeet-mij-nietje wanneer het bloeit in volle levenskracht. De mens kan erover heen kijken, God niet: Hij ziet de immense wereld die in dit bloempje verscholen zit. Deze immense wereld, en nog veel méér, draagt ieder van jullie in zich: hij heet ‘de kiem der heiligheid’, ‘de kiem van het Goddelijk Leven’. Hij draagt de Goddelijke Liefde, de essentie van de ware levenskracht. Ondanks de aanwezigheid van dit zaad van heiligheid – van deze getuige van Gods Werken – in de kern van de ziel, dringen zich gevoelens van falen, van onvermogen, van ontmoediging op, omdat jullie wijze van kijken verwrongen is. Het is alsof de kiem der heiligheid in jullie ziel bedolven ligt onder een dikke laag slijk, zodat zij niet meer ademt en het licht en de warmte van de zon niet meer kan voelen omdat Gods kracht daadwerkelijk niet meer tot jullie doordringt. De eerste stap naar een wedergeboorte is daarom de oprechte toewijding van jullie hele wezen aan Mij, opdat Ik jullie in de diepte kan veranderen, zelfs tot en met jullie wijze van denken, voelen en zien. De tweede stap is het geloof in het feit dat de dingen, ook jullie met duisternis beladen herinneringen, NIET zijn zoals jullie deze totnogtoe hebben gezien. Zodra deze beide voorwaarden vervuld zijn en de ziel deze toewijding en dit geloof werkelijk beleeft, kan Ik in haar de wonderwerken voltrekken die haar echte verlossing, die Jezus voor haar heeft afgekocht, zullen voltooien.

    Ieder van jullie draagt een diamant in zich. Geef Mij de kans, deze voor jullie zichtbaar te maken, opdat jullie jezelf, God, de hele schepping en het leven leren zien met de ogen der Waarheid. Geef jullie totaal aan Mij, en ervaar het Licht en de geborgenheid van het ware geluk, ondanks de duistere wolken en de donkere nacht, want jullie zullen de zon binnen in jullie zien opg

    12-02-2009
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.DE GESCHIEDENIS VAN HET CHRISTENDOM.
    INLEIDING.

    Palestina  rond  30  n. C. ;  een  onbekende  joodse  prediker,  de  laatste  van  een  reeks 
    charimatische  religieuze  figuren,  wordt  door  de  Romeinse  autoriteiten  geéxcuteerd. 
    Zijn  volgelingen  verspreiden  zich.  De  rest  van  de  wereld  besteedt  hier  geen  enkele
    aandacht  aan.  Aanvang  eenentwintigste  eeuw ;  naar  schatting  een  derde  van  de  wereldbevolking -
    zo'n  twee  miljard  mensen -  is  volgeling  van  deze  prediker.  Als  je  zijn  naam  intypt  in  de  populairste
    zoekmachine  van  internet,  verschijnen  er  100  miljoen  hits.  Er  zijn  meer  boeken  over  hem  geschreven
    dan  over  wie  dan  ook.  Hoe  kon  een  groep  bange  boeren  in  een  uithoek  van  het  Romeinse  Rijk ,
    volgelingen  van  een  geéxecuteerde  misdadiger,  uitgroeien  tot  de  grootste  religie  ter  wereld ?
    Het  verhaal  van  het  christendom,  hoe  het  veranderde  van  een  illegale  sekte  in  een  religie  van  keizers,
    koningen  en  presidenten  en  hoe  het  zich  verspreidde  over  de  aarde,  is  bijzonder  facinerend.  Dit
    boek  biedt  een  overzicht  van  deze  opmerkelijke  tweeduizend  jaar.  Het  is  toegankelijk  voor  lezers 
    zonder  enige  achtergrondkennis,  maar  biedt  ook  veel  interressants  voor  hen  die  al  een  groot  deel 
    van  het  verhaal  kennen.  Dit  boek  vertelt  niet  alleen  hoe  het  christendom  de  wereld  veranderde,
    maar  ook  hoe  de  wereld  het  christendom  veranderde.  We  ontmoeten  vervolgende  pacifisten, 
    monniken  met  zwaarden.  Arabische  hovelingen,  gladde  Amerikaanse  televisiedominees,  feodale  Japanse 
    krijgsheren,  middeleeuwse  Afrikaanse  koningen,  Europese  verlichtingsfilosofen,  nomaden  van  de  Mongoolse
    steppen  en  vele  anderen ;  allemaal  christenen.  Het  christendom  heeft  zich  verspreid  onder  vrijwel  alle
    culturen  op  aarde  en  al  die  mensen  hebben  de  christelijke  boodschap  verstaan  of  op  hun  eigen 
    manier  geherinterpreteerd.  Daarom  vertellen  we  niet  alleen  wat  christenen  deden  en  waar  ze  naartoe
    gingen,  maar  ook  hoe  het  christendom  zich  aanpaste  aan  deze  volken  en  culturen ;  hoe  christenen 
    probeerden  trouw  te  blijven  aan  dezelfde  boodschap  van  Jezus,  hoe  verschillend  ze  die  ook  opvatten.
    Geen  enkel  boek  kan  recht  doen  aan  de  enorme  reikwijdte  en  complexiteit  van  de  geschiedenis  van
    het  christendom.  Daarom  is  dit  boek  een  soort  overzicht  van  de  belangrijkste  contouren.  Het  is  opgedeeld 
    in  zeventien  hoofdstukken,  die  elk  een  andere  periode  van  de  christelijke  geschiedenis  beschrijven. 
    Belangrijke  figuren  en  thema's  worden  apart  belicht.  De  eerste  dertien  hoofdstukken  zijn  voornamelijk 
    cronologisch,  zodat  er  één  verhaal  ontstaat  vanaf  de  tijd  dat  Jezus  tot  nu,  hoewel  ter  verheldering  soms 
    een  thematische  ordening  is  gehanteerd.  de  laatste  vier  hoofdstukken  geven  allemaal  een  beschrijving  van 
    de  geschiedenis  van  de  kerk  in  de  afgelopen  honderd  jaar  in  verschillende  delen  van  de  wereld.
    De  geschiedenis  van  het  christendom  in  Europa  is  het  hoofdthema  in  het  grootste  deel  van  dit  boek, 
    hoewel  het  ontstond  in  het  Midden - Oosten  en  in  de  afgelopen  decennia  vooral  groeide  in  Afrika.
    In  de  tussenliggende  periode  ontwikkelde  het  zich  echter  spectaculair  in  Europa  en  juist  deze  stroming 
    werd  vastberaden  en  effectief  verspreid,  meer  dan  de  versies  van het  christendom  die  zich  elders 
    ontwikkelden.  Hierdoor  zagen  Europeanen  en  Amerikanen  de  niet - Europese  vormen  van  het  christendom 
    in  het  verleden  bijna  geheel  over  het  hoofd  en  werden  Azié  en  Afrika  eerder  gezien  als  passieve 
    ontvangers  van  een  religie  van  Europese  en  Amerikaanse  missionarissen  en  zendelingen,  dan  als 
    bakermat  van  oude  bloeiende  en  onafhankelijke  christelijke  tradities.  In  dit  boek  hebben  we  geprobeerd 
    het  belang  van  deze  niet - Europese  tradities  weer  te  geven  plus  de  rol  die  de  Europeanen  speelden
    in  de  verspreiding  van  het  christendom  in  latere  eeuwen,  maar  ook  hoe  niet- Europeanen  de 
    boodschap  die  zij  hoorden  op  creatieve  wijze  interpreteerden.  Voor  dit  boek  is  geen  kennis  van  de 
    christelijke  geschiedenis  of  theologie  nodig. 

    Morgen  hoofdstuk  1 ,
    Het  begin  van  het  Christendom.


    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.PROFETEN.
    Profetie  betekent  in  de  toekomst  schouwen  en  verkondigen  wat  men  ziet.
    Er  zijn  verschillende  bronnen  voor  profetién ;  de  interpretatie  van  ongewone
    gebeurtenissen  en  natuurlijke  fenomenen  (  zoals  de  ingewanden  van  vogels ), 
    dromen  en  trances,  het  zesde  zintuig  en  goddelijke  inspiraties.  De  oudtestamentische
    profeten  werden  door  God  geinspireerd.  Hij  liet  ze  in  de  toekomst  kijken  en  droeg
    hun  op  te  verkondigen  wat  zou  gaan  komen.  Hiermee  was  onverbrekelijk  verbonden
    het  aan  de  kaak  stellen  van  het  kwaad  in  het  heden.  De  door  de  profeten  voorspelde 
    toekomst  was  nagenoeg  altijd  somber,  omdat  de  Israelieten  altijd  tot  zonde  vervielen 
    en  het  door  God  geéiste  monotheisme  opgaven.  Het  aan  de  kaak  stellen  van  de  zonden
    van  het  volk  vormde  een  aanzienlijk  deel  van  de  boodschap  van  de  profeten.
    Deze  zonden  waren  deels  religieus,  deels  moreel  en  siciaal.  De  profeten  waren  de 
    belangrijkste  bewakers  van  het  monotheisme  in  Israél.  Dat  monotheisme  hield  aanvankelijk
    in  dat  de  Israelieten  geen  andere  god  dan  hun  eigen  mochten  aanbidden,  en  later  dat  andere 
    goden  dan  de  Ene  geen  echte  goden  waren.  De  meer  grimmige  profeten  gaven  weinig  hoop 
    voor  de  toekomst.  Anderen  verkondigden  Gods  erbaren  voor  hen  die  berouw  hadden.
    Tegelijkertijd  oefenden  de  profeten  ook  kritiek  uit  op  de  maatschappij  en  stelden
    machtsmisbruik  en  onrechtvaardigheid  aan  de  kaak.  Ze  veroordeelden  het  materialisme
    van  hooggeplaatsen  en  machthebbers  en  boden  vertroosting  aan  de  armen  en  onderdrukten.
    Politiek  gezien  waren  ze  conservatieve  hervormers,  wier  verlangen  naar  de  vroegere 
    levenswijze  tot  uiting  kwam  in  felle  en  radicale  kritiek  op  het  verval  van  de  zeden 
    in  het  heden.  De  eerste  profeten  waren  mensen  met  een  bijzondere  gave,  ze  werden 
    zeer  gewaardeerd  door  de  koningen,  bijvoorbeeld   wanneer  ze  voor  een  veldslag  de
    uitslag  konden  voorspellen.  Ze  maakten  deel  uit  van  de  in  de  maatschappij  stevig 
    verankerde  groep  van  zieners,  die  zo  talrijk  waren  dat  zich  onder  hen  ook  veel 
    charlatans  bevonden.  Hoewel  er  maar  weinig  namen  bekend  zijn,  waren  de  profeten
    een  erkende  beroepsgroep,  en  beslist  niet  de  exentrieke  eenlingen  die  de  door  toeval
    bewaard  gebleven,  schriftelijke  overleveringen  van  hen  gemaakt  hebben.  Naast  het 
    adviseren  van  koningen,  konden  ze  ook  een  actieve  rol  spelen  bij  het  afzetten
    van  de  ene  en  het  propageren  van  de  andere  heerser.  Voorbeelden  daarvan  zijn 
    Samuel ,  Nathan ,  Elia ,  en  Elisa ,  die  het  koninkrijk  Israél  tot  stand  brachten. 
    Omdat  zij  vasthielden  aan  de  eenheid  van  de  twaalf  stammen  en  aan  de  uniciteit
    van  de  God  van  Israél,  schiepen  zij  de  voorwaarden  voor  de  karakteridtieke 
    invloed  van  Israél  op  de  wereld  om  hen  heen.  Het  optreden  van  de  profeten  is 
    weergegeven  in  de  serie  geschiedkuindige  boeken  1  en  2  Samuel  en  1  en  2  koningen. 
    Later  gaven  hun  opvolgers,  te beginnen  bij  Amos  ,  de  godsdienst  van  Israél  een  morele 
    dimensie.  Hierdoor  werd  het  puur  rituele  karakter  van  de  Israélitische  godsdient,  dat
    de  profeten  te  beperkt  vonden,  overstegen.  Drie  van  hen,  nl.  Jasaja ,  Jeremia ,  en
    Ezechiél,  werden  later  de  'grote'  profeten  genoemd.  Zij  en  de  twaalf  andere  Schriftprofeten
    van  het  Oude  Testament  vormen  de  vijftien  profeten  uit  'de  Wet  en  de  Profeten' ,  die  voor 
    de  Joden  het  richtsnoer  zijn  voor  een  deugdzaam  leven.  De  drie  grote  profeten  leefden  in
    de  8ste ( Jesaja ),  7de  ( Jeremia )  en  6de  ( Ezechiél )  eeuw  v. Chr.  Andere  belangrijke 
    vertegenwoordigers  van  de  vroege  tijd  waren  behalve  Amos  ,  ook  Hosea,  en  Micha . 
    Deutero - Jesaja  ! - Jesaja ) ,  in  vele  opzichten  de  meest  inspirerende  profeet,  was  een 
    tijdgenoot  van  Ezechiél.  De  latere  profeten  werden  allemaal  zeer  sterk  beinvloed  door  de 
    Babylonische  ballingschap.  Het  bracht  bij  hen  een  bekrompen,  wraakzuchtige  nationalisme
    teweeg,  zoals  zich  dat  bij  onder  andere  Haggai ,  Zacharia  en  Obadja  manifisteerde.
    Veel  van  de  overgeleverdere  boeken  der  profeten  zijn  een  verzameling  van  uitspraken  van 
    verschillende  personen  uit  verschillende  periodes.  Ze  kregen  hun  uiteindelijke  vorm  rond  de
    2de  eeuw  v. Chr.  Hun  betekenis.  De  profeten  uit  het  Oude  Testament  waren  buitengewone
    mensen.  De  besten  onder  hen  waren  grote  en  verheven  denkers,  uitzonderlijk  sterk 
    begiftigd  met  een  brede  visie,  moed  en  een  sterk  karakter.  Hun  hoge  morele  eisen 
    transformeerden  het  geloof  van  de Israélieten,  en  hun  politieke  invloed  stelde  het  voortbestaan
    van  het  kleine  volk  veilig,  door  de  maalstroom  van  de  geschiedenis  heen.  Hun 
    gemeenschappelijke  kenmerk  was  de  dringende  boodschap  dat  de  samenleving,  waartoe 
    ze  zelf  behoorden  en  tot  welke  ze  zich  richtten,  in  verval  was  geraakt.  In  hun  kritiek
    maakten  ze  geen  onderscheid  tussen  arm  en  rijk.  Het  verval  dat  ze  overal  zagen,  kwam 
    volgens  hen  zonder  twijfel  doordat  men  God  vergat.  Ze  preekten  zowel  rituele  als  morele
    verniewing.  Hoewel  er  tussen  religie  en  moraal  geen  logisch  verband  bestaat,  en  dit  ook 
    nergens  in  de  oude  religies  van  het  Nabije  Oosten  aanwezig  was,  brachten  de  profeten 
    deze  verbinding  tot  stand.  Zij  ontwikkelden  het  beeld  van  een  God  die  zowel  almachtig
    was,  als  voor  het  goede  stond ;  één  van  de  grootste  spirituele  en  intellectuele 
    gebeurtenissen  in  de  geschiedenis  van  de  mensheid.  Paradoxaal  genoeg  hadden  de 
    minst  sympathieke  en  minst  ethisch  gerichte  profeten  niet  minder  invloed  dan  de 
    anderen,  zij  het  op  een  andere  manier.  Door  de  traumatische  ervaring  van  de 
    Babylonische  ballingschap,  gevolgd  door  de  terugkeer  naar  Jeruzalem,  ontstonden  twee 
    verschillende  verwachtingspatronen  onder  de  mensen.  In  het  ene  was  de  terugkeer  het 
    begin  voor  het  herstel  van  het  koninkrijk  Juda  dat  spoedig  wereldomvattend  zou 
    worden  en  onder  leiding  zou  staan  van  de  enige  God  en  het  uitverkoren  volk.
    In  het  andere  waren  de  gevolgen  veel  beperkter ;  de  Israélieten  zouden  alleen  kunnen
    overleven  als  ze  alles  wat  hen  van  andere  volken  onderscheidde,  angstvallig  zouden 
    vasthouden.  Deze  houding  leidt  juist  tot  geen  gebiedsuitbreiding.  geen  expansie.
    Hoewel  de  profeten  van  deze  tweede  stroming  een  onaangename  bitterheid  aan  de 
    dag  legden,  zou  zonder  hen  het  volk  van  Israél  wellicht  haar  identiteit  verloren
    hebben  en  verdwenen  zijn. 

    PUBLIUS.
    Voorname  persoon  op  Malta,  met  'de  Eerste' ,  als  titel,  wiens  vader,  door  Paulus
    werd  genezen,  toen  deze  na  een  schipbreuk  op  het  eiland  verbleef  ( volgens  recentere
    inzichten :  verbleven  zou  hebben ).  ( Hand. 28 ).

    PUL.
    In  het  Oude  Testament  de  naam  van  de  Assyriche  koning  Tiglath - Pileser  III
    ( 747 - 739  v. Chr. ).   In  de  korte  tijd  dat  hij  regeerde,  gaf  hij  het  Assyrische
    rijk  zijn  grootste  uitbreiding.  Het  sterkte  zich  uit  van  de  Perziche  Golf  en  de 
    Rode  Zee  in  het  zuiden  tot  aan  de  Kaspische  Zee  en  de  Zwarte  Zee  in  het
    noorden.  Het  omvatte  delen  van  Egypte,  van  ( het  huidige )  Turkije  en  van
    Perzié,  evenals  het  Tweestromenland  en  de  landen  van  de  Armeniérs,  Israélieten
    en  Feniciérs.  Hij  overwon  de  als  usurpators  aan  de  macht  gekomen  koningen
    Menahem  en  Pekahia  van  Israél,  en  dwong  koning  Ahaz  van  Juda  schatting 
    te  betalen  en  naar  Damascus  te  komen.  Zijn  opvolgers  waren  Salmanassar  V, 
    Sargon  II  en  Sanherib.  Assyrié.  (  2 Kon. 15-16, 2 Kron. 28 ).





    Foto

    Getuigenissen van de jongeren van Cenacolo
  • Deel 1
  • Deel 2
  • Deel 3
  • Deel 4
  • Deel 5
  • Deel 6
  • Deel 7

  • Foto

    Foto

    Foto

    Godelieve heeft voor mij
    deze prachtige pps gemaakt
    waarvoor mijn dank





    Foto

    Schrijft u wat in mijn gastenboek
    klik dan op het boek boven




    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Klik op het plaatje en krijg een prachtige rondleiding door het Vaticaan
    Ieder nummertje is weer iets moois
    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Image and video hosting by TinyPic
    Image and video hosting by TinyPic
    Image and video hosting by TinyPic
    Foto

    Een interessant adres?


    Blog tegen de wet? Klik hier.
    Gratis blog op https://www.bloggen.be - Meer blogs