For this blog to translate into language of your choice? Select your language below.
2 prachtige pps-jes hierboven van Godelieve en ook Mama rechts heeft ze gemaakt Klik op de banner en bekijk nog veel meer moois op haar blog
Klik op de banner hier beneden en ga eens langs bij Lenie voor nog meer moois Alle Ave Maria pps-jes hierboven zijn van haar
Gastenboek
Druk oponderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek
Wonder
05-04-2012
DE DROEFHEID VAN CHRISTUS TOT AAN ZIJN GEVANGENNEMING.
DE DROEFHEID VAN CHRISTUS TOT AAN ZIJN GEVANGENNEMING.
Conferentie door Dr. Luc Kiebooms.
GEBED OM TROOST
O, Heer, schenk mij de genade om in al mijn angst en doodsnood,
mijn toevlucht te nemen tot die angst en doodsnood die Gij, mijn goede Verlosser,
in de Hof van Olijven hebt gehad voordat Uw zo bittere lijden begon; en om, uit het overwegen daarvan, geestelijke kracht te putten en troost die heilzaam is voor mijn ziel.
Thomas More:
OVER DE DROEFHEID, DE MOEHEID, DE ANGST EN HET GEBED VAN CHRISTUS, VOORDAT HIJ GEVANGEN GENOMEN WERD.
De laatste geschriften van Thomas More, eenzaam in de Tower van Londen opgesloten in afwachting van zijn schertsproces, ter dood veroordeling en onthoofding. Hij had geen Bijbel meer en citeert dus uit het hoofd de teksten die hij bespreekt, vandaar dat er onnauwkeurigheden zijn in de aanhalingen.
Deze teksten zijn geschreven in het aanschijn van de dood, vandaar dat hij meevoelt hoe Jezus in de Olijfhof, Getsemani, Zich gevoeld heeft.
Gebed en onthechting. De gewoonte om te bidden.
Toen Jezus dit gezegd had en de lofzang was gezongen, gingen zij naar de Olijfberg. [Mat. 26,30; Marc. 14,26; Luc. 22,39; Joh. 28,1]
Toen Christus wilde heengaan, sloot Hij de talrijke vrome gesprekken die Hij, onder de maaltijd, met Zijn apostelen gevoerd had, met een lofzang af. Wat een verschil tussen ons en Christus, wiens Naam wij dragen! Wij zeggen aan tafel niet alleen nutteloze en overtollige woorden (waarover wij, naar Christus' vermaning, eens ook rekenschap moeten geven) maar wij voeren er dikwijls zelfs verderfelijke gesprekken. En tenslotte gaan we dan onverschillig en ondankbaar weg, "van spijs en drank vervuld", zonder God, de milde Gever van onze maaltijden, te bedanken.
Zes psalmen:
Burgensis, een wijs en vroom man (bisschop Paulus van Burgos ) en uitstekend theoloog, veronderstelt op goede gronden dat de hymne die Christus toen met zijn apostelen zong, uit de zes psalmen bestond die tezamen door de Hebreeën het 'Grote Alleluja' worden genoemd, namelijk: psalm 112 met de vijf daaropvolgende psalmen.
Halleluja. Psalm 113
Jullie, dienaren van de HEER, prijs de naam* van de HEER. Geprezen is de naam van de HEER van nu tot in eeuwigheid,
vanaf het rijzen* van de zon tot aan haar dalen* moet de naam van de HEER geprezen zijn.
De HEER staat hoog boven alle volken zelfs boven de hemel staat zijn glorie.
Wie is als de Heer, onze God? Hij troont in de hemel daar boven,
Hij zorgt voor de aarde beneden. Wie is als Hij in hemel en op aarde?
Hij tilt de arme uit het stof, Hij trekt hem omhoog uit het vuil
en geeft hem een troon bij mensen van aanzien, mensen van aanzien uit zijn volk.
Zelfs wie gehuwd en onvruchtbaar is zet Hij hoog op een troon
als een gelukkige moeder van kinderen.
Psalm 115: Maar Israël vertrouwt op de HEER, Hij is hun helper en schild;
wees gezegend door de HEER, Hij heeft hemel en aarde gemaakt.
De hemel is de hemel van de HEER; aan de mensen schonk Hij de aarde.
Niet de doden prijzen de HEER, niet zij die afgedaald zijn tot de stilte*, maar wij, wij zingen de lof van de HEER van nu tot in eeuwigheid.
[1]
De HEER heb ik lief, hij hoort mijn stem, mijn smeken,
[2]
hij luistert naar mij, ik roep hem aan, mijn leven lang.
[3]
Banden van de dood omknelden mij, angsten van het dodenrijk grepen mij aan, ik voelde angst en pijn.
[4]
Toen riep ik de naam van de HEER: HEER, red toch mijn leven!
[5]
De HEER is genadig en rechtvaardig, onze God is een God van ontferming,
[6]
de HEER beschermt de eenvoudigen, machteloos was ik en hij heeft mij bevrijd.
7]
Kom weer tot rust, mijn ziel, de HEER ben je te hulp gekomen.
[8]
Ja, U hebt mijn leven ontrukt aan de dood, mijn ogen gedroogd van tranen, mijn voeten voor struikelen behoed.
[16]
Ach, HEER, ik ben uw dienaar,
uw dienaar ben ik, de zoon van uw dienares:
U hebt mijn boeien verbroken.
De Hebreeën hadden immers van oudsher de gewoonte om deze zes psalmen, onder de naam van 'Groot Alleluja' op Pasen en op enkele andere bijzondere feestdagen als dankgebeden te bidden. Diezelfde hymne bidden zij zelfs nu nog op die feesten. Maar bij ons is dat allemaal in onbruik geraakt. Vroeger kozen wij altijd, zowel bij de dankzegging als bij de zegening van de spijzen, naar gelang van de tijd, telkens andere hymnen, ieder naar eigen voorkeur. Maar tegenwoordig gaan wij met drie slordig en binnensmonds gemompelde woorden van tafel.
Zij gingen naar de Olijfberg. [Mat. 26,30]
Niet naar bed. De profeet zegt: "Te middernacht stond ik op om U te loven. (Ps. 119) (118,62.) Midden in de nacht sta ik op om U [voor uw rechtvaardige voorschriften] te danken. Maar Christus ging zelfs niet eens naar bed. Konden wij maar oprecht zeggen: "Ik dacht aan U op mijn legerstede:" (Ps. 63 (62)7. Nog op mijn legerstede moet ik aan U denken. (En in mijn nachtwaken over U peinzen.) Het was nog geen zomer toen Jezus, na het avondmaal, naar de berg ging. Trouwens, de lente was nog maar net begonnen en dat het koud was, blijkt wel uit het feit dat de gerechtsdienaars zich warmden aan een open vuur in de voorhof van de hogepriester. [Joh. 18,18]. Dat Christus dit toen niet voor de eerste keer deed, getuigt de evangelist duidelijk door te zeggen: "Naar gewoonte [Luc. 22,39] besteeg Hij de berg om er te bidden." Hierdoor geeft Hij te kennen dat wij onze geest uit het menselijk gedoe naar de beschouwing van het hemelse moeten verheffen, wanneer wij willen gaan bidden.
De Olijfberg, beplant met olijfbomen, is niet zonder mysterie. Liturgisch immers was de olijftak het symbool van de vrede, die Christus was komen stichten tussen God en de van Hem reeds lang gescheiden mens. Bovendien betekent de olie, de vrucht van de olijf, de zalving van de Heilige Geest die Christus over Zijn leerlingen zou doen neerdalen zodra Hij tot Zijn Vader was teruggekeerd. Zo zou die zalving hen korte tijd later datgene leren, wat zij nog niet hadden kunnen dragen, als het hun vroeger was geopenbaard [Joh 16,12-24].
Over de Cedronbeek naar een landgoed genaamd Getsemani. [Joh 18, 1; Mc 14, 32]
De stortbeek Cedron ligt tussen de stad Jeruzalem en de Olijfberg. Het woord 'Cedron' betekent 'droefheid'. De naam 'Getsemani' betekent in het Hebreeuws 'het zeer vette dal' of 'het dal der olijven'.
Het is dus niet toevallig dat de evangelisten de namen van die plaatsen zo zorgvuldig noemden. Ze zouden het zeker voldoende hebben gevonden eenvoudig te vertellen dat Hij naar de Olijfberg ging, als God niet sommige mysteries onder die plaatsnamen verborgen had.
Want, als Cedron 'droefheid' betekent én bovendien 'donkerheid', dan is dat woord niet alleen de naam van de stortbeek die de evangelisten vermelden, maar dan duidt het ook het dal aan waardoor de stortbeek stroomt en dat gelegen is tussen de stad en het landgoed Getsemani [1Kor. 14,13 en 2Kor. 23,4]. Deze namen herinneren ons eraan (tenzij de slaap ons het nadenken belet) dat wij, zolang wij in dit lichaam wonen, zoals de apostel Paulus zegt, van God gescheiden ronddolen [2Kor. 5,6]. Wij moeten eerst dwars door het dal en door de stortbeek van de Cedron heen, een dal van tranen en een stortbeek van droefheid die, ons omspoelend, de donkerte en de vlekken van onze zonden kan afwissen. Slechts langs die weg kunnen wij de vruchtbare berg en het aangename landgoed Getsemani bereiken, een landgoed dat er goed onderhouden en mooi uitziet en dat rijkelijk is voorzien van allerlei genoegens.
Maar als wij het lijden en het verdriet beu worden en ten onrechte proberen de wereld, deze plaats van zorgen en lasten, voor ons tot rustoord, tot pretpark en tot hemel om te scheppen en ons daardoor voor eeuwig van het ware geluk dreigen uit te sluiten, dan worden we, als het te laat is, in vruchteloze schaamte en ondraaglijke, oneindige ellende gedompeld. Zo bevatten die toepasselijke plaatsnamen voor ons dus een heilzame les.
Maar de woorden van de Heilige Boeken zijn niet tot één betekenis beperkt, want er liggen meer mysteries in verborgen. Deze plaatsnamen stemmen ook zo prachtig overeen met het verhaal van Christus' lijden. Het is alsof de eeuwige Voorzienigheid van God er destijds voor heeft gezorgd dat bepaalde plaatsen met dié namen genoemd werden, die enkele eeuwen later, tijdens Christus' leven, zouden blijken voorbeschikte getuigen te zijn van zijn aller-bitterste lijden. Want, als Cedron 'verdonkerd' betekent, roept deze benaming dan niet het profetenwoord op dat gesproken werd over Christus, die naar Zijn verheerlijking opgaat na een onterende doodstraf te hebben ondergaan, misvormd door kneuzingen, spuwsel en vuil? Hij heeft noch voorkomen noch schoonheid."(Jesaja 52,3 ev.). En dat de stortvloed die Hij doorwaadde, niet zonder zin 'droevig' betekent, getuigde Hijzelf, toen Hij sprak:
"Mijn ziel is dodelijk bedroefd." [Mat. 26,38].
"En zijn leerlingen volgden Hem." [Luc 22,39].
De elf namelijk, die gebleven waren, volgden Hem. Maar de twaalfde at zich, bij het eten van het stuk brood, de Satan en werd door hem naar buiten gevoerd. En hij die zijn Meester niet volgde als leerling, vervolgde Hem als verrader. Het woord van Christus werd op hem wel zéér toepasselijk: "Wie niet vóór Mij is, is tegen Mij." [Mat. 12,30]. Hij was immers tegen Christus, Die hij het ergst belaagde op het ogenblik, dat de overige leerlingen hun Meester volgden om samen met Hem te bidden.
Laten wij Christus volgen en tot de Vader bidden, samen met Hem. Laten wij niet Judas navolgen door van Christus weg te gaan - overstelpt met Zijn weldaden en nadat wij samen met Hem een overvloedige maaltijd hebben genuttigd - opdat niet aan ons het profetenwoord vervuld wordt: "Als gij de dief ziet, loopt gij hem na en gij heult met de hoeren." [Ps. 50,18].
Ook Judas, die Hem verraadde, kende de plaats, omdat Jezus daar dikwijls met Zijn leerlingen was samengekomen. [Joh 18,2-4]
Bij het noemen van de verrader, prenten de evangelisten ons nogmaals in en bevelen ons ook aan: de heilzame gewoonte van Christus om samen met zijn leerlingen naar die bepaalde plaats te gaan om er te bidden. Want als Hij alleen maar 'soms' en niet 'dikwijls' daar 's nachts met hen samenkwam, dan zou de verrader er niet zo stellig van overtuigd zijn geweest, dat hij de Heer daar vond, zodat hij de knechten van de hogepriester en het Romeinse cohort erheen durfde te leiden als naar een voorbereide zaak. Als zij namelijk de indruk hadden gekregen dat de overval niet was voorbereid, zouden zij gedacht hebben dat hij hen voor de gek hield en ze zouden hem niet straffeloos hebben laten weggaan.
Onze Redder, Christus, had tot gewoonte hele nachten wakend in gebed door te brengen! ... Onze luiheid laat niet toe dat wij het schitterende voorbeeld van onze Redder volgen. Maar wij zouden ons tenminste Christus' nachtwaken voor de geest kunnen roepen, wanneer we ons in ons bed op onze andere zij draaien om meteen weer in te slapen. Al wilden wij Hem maar even, tot de slaap terugkomt, bedanken, onze luiheid overwinnen en om méér genade bidden. Echt, als we ons alleen al déze gewoonte eigen wilden maken, zou God ons, naar mijn vaste overtuiging, spoedig een grote vermeerdering van deugd schenken [Mat. 13,23].
Ook Christus kende angst.
En Hij sprak: "Blijft hier zitten terwijl Ik ginds ga bidden, maar Hij nam Petrus en de twee zonen van Zebedeüs met zich mee. Hij begon bedroefd en angstig te worden. Toen sprak Hij tot hen: 'Mijn ziel is dodelijk bedroefd. Blijft hier en waakt met Mij.'" [Mat. 26,36-38].
De acht overigen gaf Hij opdracht wat achter te blijven. Maar Petrus, Johannes en diens broer Jakobus nam Hij verder met zich mee, zoals Hij hen al vaker boven de andere apostelen had gesteld. Bovendien had Hij deze drie vroeger al tot de kennis en de aanschouwing van Zijn verheerlijkte Lichaam toegelaten [Mat. 17,1-9]. Het was redelijk dat Hij hen, die Hij naar zo'n groots schouwspel had meegenomen en die Hij door de tijdelijke afstraling van de eeuwige klaarheid had versterkt, dat Hij vooral hen, die dus sterker behoorden te zijn dan de anderen, als naaste wachters bij zich opstelde in de strijd die Zijn lijden vooraf zou gaan. En een eind verder gegaan, voelde Hij plotseling de droefheid en de angst zó scherp en zó bitter in zich opwellen dat Hij die angstkreet, teken van zijn bedrukt gemoed, slaakte: "Mijn ziel is tot stervens toe bedroefd [Mat. 26,38].
Want een onmetelijke smartenlast drukt op het tengere, tedere lichaam van onze Allerheiligste Verlosser. Hij voelt hoe ze ieder uur dreigend dichterbij komen, al zijn ze er nu nog niet: de laaghartige verrader, de boze vijanden, de boeien, de beledigingen, de godslasteringen, de geselslagen, de doornen, de nagels, het kruis en de wrede, urenlang gerekte doodstraf. Bovendien benauwde Hem de angst van Zijn apostelen, het ten onder gaan van de Joden, ja, ook de ondergang van de trouweloze verrader zelf, en tenslotte de onuitsprekelijke smart van Zijn geliefde moeder. Deze orkaan van alle onheil stortte zich op Zijn Allerheiligst Hart en overstroomde het, als een oceaan die zijn dijken doorbrak.
Misschien vraagt men zich verwonderd af, hoe het mogelijk was dat Christus, onze Verlosser, aangezien Hij toch werkelijk God was, de gelijke van de Almachtige Vader, bedroefd kón worden, kón treuren en neerslachtig kón zijn. Dat zou Hij beslist niet gekund hebben, als Hij alleen de goddelijke natuur had en niet tevens de menselijke natuur. Daar Hij echter even waarachtig mens als God was, was het, denk ik, evenmin verwonderlijk dat Hij als mens de algemeen bekende gemoedstoestanden van de mensen bezat, althans die welke onschuldig zijn, als dat Hij grootse wonderen verrichtte omdat Hij God was.
Wanneer het ons immers zou verwonderen dat Christus, hoewel Hij God was, bang werd en dat Hij moe en bedroefd was, dan zouden wij ook verbaasd moeten staan als Hij honger of dorst had of sliep. Want toen Hij dat alles deed, was Hij niettemin: God. Maar u zult misschien opwerpen: ik wil me er niet langer over verwonderen dat Hij het kón doen, maar ik kan niet nalaten verwonderd te zijn dat Hij het wilde doen. Want hoe valt het te rijmen dat Hij, die aan Zijn apostelen leerde niet bang te zijn voor wie alleen maar het lichaam kunnen doden [Mat. 10,28], nu juist die mensen begint te vrezen? En dat, terwijl ze bovendien tegen Zijn lichaam niets kunnen doen, tenzij Hij het zou toelaten?
Aangezien het bovendien vaststaat dat Zijn martelaren zich met blijdschap naar de dood haastten, lijkt het dan niet merkwaardig dat Christus zelf, Die toch de voorman en de leider van alle martelaren is, bij de dreigende marteling bang werd en zo bedroefd en geschokt? Moest Hij, die alles al dééd voor Hij het leerde [Hand. 1,2], vooral in deze kwestie, hen niet door Zijn voorbeeld voorgaan, zodat de anderen van Hem zouden leren omwille van de waarheid, opgewekt de dood in gaan? Zouden anders niet zij die later aarzelend en bevend de dood voor het geloof zouden sterven, denken dat hun kleinmoedigheid gerechtvaardigd is, omdat ze immers Christus, hun stichter, navolgden?
Wie dergelijke bezwaren opperen, houden niet alle aspecten van deze kwestie in het oog en ook schenken zij niet voldoende aandacht aan de raadgeving, waarmee Christus de zijnen aanspoorde de dood niet te vrezen. Hij verlangde immers niet dat zij helemaal geen angst voor de dood zouden hebben, maar wel: dat ze niet zó zouden schrikken en vluchten voor de tijdelijke dood dat ze door hun geloof te verliezen, de eeuwige dood op zich zouden laden. Want Hij wilde wél dat zijn strijders dapper en voorzichtig zouden zijn, maar niet dom en roekeloos. De dappere doorstaat de smart, de domme ondergaat ze, onbewust. De roekeloze kent geen vrees voor verwondingen, de wijze echter is door geen foltering van zijn heilig doel af te schrikken; hij weet dat hij, door de zachtere foltering van de hand te wijzen, zichzelf in veel bitterder smarten zou storten Onze Redder Christus spoort ons aan, liever de dood te verdragen, als die toch niet vermeden kan worden, dan uit angst van Hem afvallig te worden [Mat. 10,22] (we worden van Hem afvallig wanneer wij, door onze blik te richten op de wereld, onze trouw aan Hem verloochenen). Maar toch is er geen sprake van dat Hij ons opdraagt de natuur zodanig te verwringen, dat wij helemaal geen angst voor de dood meer hebben. Hij laat ons namelijk vrij om de marteling te ontvluchten, als dit kan zonder de goede zaak schade te berokkenen. "Als ze u in de ene stad vervolgen," zegt Hij, "vlucht dan naar een andere." [Mat. 10,23]. Als gevolg van deze milde raad van de voorzichtige Meester, heeft menig apostel en, in latere eeuwen, menig roemrijk martelaar zich vaak het leven gered. Pas op het ogenblik dat Gods ondoorgrondelijke Voorzienigheid het het beste achtte, offerden zij Hem hun leven, samen met de talrijke vruchten die zijzelf en anderen hadden geoogst.
Vertrouwen op Gods Wijsheid.
Wanneer degenen die God voor het martelaarschap roept, er zonder aarzelen heengaan en blijven gaan: zij zullen heersen. Hij houdt tijden, invloeden en oorzaken van de dingen goed verborgen en als het zover is, haalt Hij alles te voorschijn uit de geheime kast van Zijn Wijsheid, Die alles krachtig doordringt en alles heerlijk schikt [Wijsh. 8,1]. Wie dus voor de keuze geplaatst wordt: de doodstraf te doorstaan ofwel God te verloochenen, moet er niet aan twijfelen dat hij door de wil van God in deze moeilijkheden werd gebracht. Hij heeft dus redenen te over om goede hoop te koesteren. Want, óf God zal hem weer uit die toestand bevrijden, óf Hij zal hem in zijn strijd bijstaan en hem doen zegevieren om hem als overwinnaar te kunnen bekransen.
God is immers trouw. Hij zal niet dulden (zegt de apostel Paulus) dat gij boven uw krachten bekoord wordt [1 Kor. 10,13] maar met de bekoring zal Hij ook de kracht geven om ze te kunnen doorstaan. Als er dus gestreden wordt, als er tegen de duivel, de meester van deze wereld, en zijn wrede handlangers in een gevecht van man tegen man gestreden moet worden en als dan, zonder "Zijn zaak" te onteren, wijken niet meer mogelijk is, dan zou ik denken dat de angst moet worden afgeschud en ik zou die persoon aansporen volledig, in hoop en vertrouwen, te berusten. "Want" zegt de Heilige Schrift "hij die niet vaststaat in trouw, hem zal kracht ontbreken op de dag van nood." [Spr. 24,10].
Angst vóór het treffen is niet verkeerd, als men er maar tegen blijft vechten. Deze strijd is geen misdaad en ook geen vergrijp, maar wel een zeer rijke bron van verdiensten. Denkt u soms dat die heilige martelaren, omdat zij hun bloed voor het geloof vergoten, nooit bang geweest zijn voor dood en terechtstelling? Ik zal hier al hun namen niet opsommen. Voor mij is Paulus er één geweest, die er duizend waard was. Meer nog, want als David voor tienduizend telde in de strijd tegen de Filistijnen, dan mag Paulus zonder twijfel voor tienduizend gerekend worden in de strijd voor het geloof tegen de ongelovige vervolgers. Paulus dus, de sterkste van de strijders, die door de hoop op en de liefde tot Christus zó in vervoering gebracht was, dat hij niet twijfelde aan de hemelse beloning, die zei: "De goede strijd heb ik gestreden, de wedloop heb ik volbracht, het geloof heb ik bewaard, voor het overige is voor mij de krans der gerechtigheid weggelegd." [2 Tim 4,7-8]. Door het verlangen hiernaar werd hij zodanig ontvlamd dat hij zei: "Leven is voor mij Christus, en sterven is winst." [Fil 1,21] en "Ik verlang ernaar ontbonden te worden en met Christus te zijn." [Fil 1,23]. Diezelfde Paulus zorgde ervoor, op kundige wijze trouwens, dat hij door tussenkomst van de hoofdman "uit de hinderlagen van de Joden werd bevrijd, en hij redde zichzelf uit de kerker door te zeggen, dat hij een Romeins burger" was. En nogmaals ontsnapte hij aan "de wreedheid van de Joden, door een beroep te doen op Caesar", en hij ontvluchtte de heiligschennende handen van koning Aretas "in een mand die langs de muur naar beneden werd gelaten." Hijzelf verklaarde immers dat zijn heldhaftig apostelhart angst kende, toen hij hierover aan de Korintiërs schreef: "Toen we in Macedonië aankwamen, had ons vlees rust noch duur, maar allerlei ellendes hebben wij geleden: strijd van buiten, vrees van binnen." [2 Kor. 7,5]. En op een andere plaats schrijft hij nog: "Ik was in uw midden in zwakheid, vrees en grote angst." [l Kor. 2,3]. En ook: "Want, broeders, wij willen u niet onkundig laten omtrent de wederwaardigheden, die ons in Azië overkwamen; hoe zwaar wij het te verduren hadden boven onze krachten, zodat we als het ware moe werden te leven." [2 Kor. 1,8].
Christus leed voor ons.
De angst voor dood en folteringen is dus niet verkeerd, maar eerder een leed, en Christus is gekomen om ook dit leed te dragen, niet om het te ontvluchten. De angst voor, ja de afschuw van folteringen, is dan ook niet zomaar als laf te beoordelen, dus ook niet waar het toegestaan is voorzichtig de gevaren te vermijden. Van de andere kant is vluchten uit angst voor pijn en dood, op het ogenblik dat er gestreden moet worden of zich, na alle hoop op zege te hebben laten varen, aan de vijand overgeven, een zeer groot kwaad tegen de krijgstucht. Daarentegen hoeft de soldaat, hoezeer hij ook door angst wordt gekweld, als hij niettemin, omdat de aanvoerder het beveelt, vooruittrekt, oprukt, vecht en de vijand verslaat, niet bang te zijn dat zijn angst zijn beloning ook maar enigszins zal verminderen. Integendeel, hij moet dan nog zoveel te meer geprezen worden, omdat hij tezelfdertijd de vijand overwon en tegelijkertijd zijn eigen angst, die soms moeilijker te overwinnen is dan de vijand zelf.
Kort daarna is uit de feiten gebleken hoe droefheid, angst en afkeer onze Redder, Christus, niet weerhouden hebben het bevel van Zijn Vader te gehoorzamen en dapper alles te doorstaan wat Hij, terecht en wijselijk, vroeger had ontweken. Maar intussen was er meer dan één reden waarom Hij vreesachtig, bedroefd, afkerig en neerslachtig wilde zijn [Jes. 53,12]. Wilde, zeg ik, en niet: "Hij zou gedwongen geweest zijn." [Joh 10,18], want wie zou God kunnen dwingen? Ja, dank zij Zijn eigen wonderbaar beleid is het gebeurd, dat Zijn goddelijkheid gaandeweg zodanig haar invloed op Zijn mensheid verminderde dat Hij die aandoeningen van menselijke broosheid in zulke hevige mate kon toelaten en ondergaan (verwijzing naar Mijn God, Mijn God, waarom hebt Gij Mij verlaten?). De bewonderenswaardige goedheid van Christus heeft dit, zoals ik al zei, om verschillende redenen gewild.
Allereerst om de taak te volbrengen waarvoor Hij op aarde was gekomen: Hij kwam immers om voor de Waarheid getuigenis af te leggen. (TM citeert uit Joh 19, maar daar staat die het gezien heeft getuigt en zijn getuigenis is waar, opdat gij zoudt geloven: "Ze zullen opzien naar Hem die ze hebben doorstoken!")
Hij was werkelijk mens én werkelijk God. En toch waren er mensen die, toen zij de werkelijkheid van Zijn menselijke natuur: honger, dorst, slaap, vermoeidheid en andere dergelijke dingen zagen, ervan overtuigd waren dat Hij niet werkelijk God was. Deze mensen behoorden niet tot de Joden en de heidenen die Hem bestreden, maar héél wat later, tot degenen die Zijn Naam en Zijn geloof beleden, zoals Arius (256-336) en de ketters die tot zijn sekte behoorden, zij die, door te ontkennen dat Christus van dezelfde substantie was als de Vader, jarenlang de Kerk in verwarring brachten. Maar tegenover dergelijke plagen heeft Hij een tegengif geplaatst: een onnoemelijk aantal grote wonderen. Overigens is het gevaar vanuit een andere hoek opnieuw opgedoken
Want er waren ook velen die zo onder de indruk waren van Zijn wonderen en van Zijn macht dat zij, verblind en begoocheld door deze grote schittering, ontkenden dat Hij werkelijk mens was. En ook dezen waren voortdurend bezig de heilige eenheid (toespeling op Hendrik VIII) van de Katholieke Kerk oproerig en ergernisgevend te verbrokkelen door zich van de Stichter af te scheuren. (Luther met de "sola fides" leer). Met hun verkeerde overtuiging, die verderfelijk en gemeen is, trachten ze het hele mysterie van de verlossing te ontzenuwen en teniet te doen (voor zover dat in hun macht ligt). Zo probeert men de dood en het lijden van de Redder (waaruit als uit een bron, de stroom van ons heil gevloeid is) helemaal af te zonderen en uit te hollen. Om deze dodelijke ziekte te genezen heeft de beste en liefderijkste Geneesheer zich met de meest waarachtige kentekenen van de menselijke zwakheid willen tooien, namelijk droefheid, afkeer en angst.
Ook is Hij op aarde gekomen om ons, door Zijn lijden, vreugde te verschaffen. En omdat die vreugde voor ons lichaam en ook voor onze ziel was bestemd, heeft Hij niet alleen in Zijn lichaam de pijn van de marteling gevoeld, maar ook in Zijn ziel de bitterste droefheid, vrees en afkeer willen ervaren. Hij deed dat omdat Hij ons meer aan zich hechtte, naarmate Hij meer voor ons geleden had.
Hij deed dat ook om ons te vermanen dat wij - naar Hem verwijzend die zo talrijke onnoemelijke smarten spontaan voor ons verdroeg - van onze kant het lijden niet mogen weigeren of met tegenzin de straf dragen die wij voor onze zonden verschuldigd zijn. Vooral niet wanneer wij zien dat onze heilige Redder, nu eens naar het lichaam dan weer naar de ziel, zoveel en zulke bittere folteringen helemaal uit eigen beweging heeft doorstaan. Folteringen, door geen misdaad verdiend en die toch verdragen werden, alleen om onze zonden uit te wissen [2 Kor. 5,15: "Hij is voor allen gestorven, opdat zij die leven, niet meer voor zichzelf zouden leven, maar voor Hem die ter wille van hen is gestorven en verrezen!"].
Tenslotte heeft Hij voorzien, omdat er niets aan Zijn eeuwige voorkennis ontging, dat er in de Kerk, Zijn Mystiek Lichaam, verschillende lotsbestemmingen voor zijn ledematen weggelegd zouden zijn [Ef. 4,7-16]. En hoewel de natuur, zonder genade, de marteling niet kan doorstaan [Joh. 14,6], aangezien niemand - zoals de apostel Paulus zegt - kan zeggen: "Heer Jezus" dan door de Heilige Geest [1 Kor. 12,31), schenkt God toch op zo'n wijze genade aan de mensen dat Hij noch de functies van de natuur noch de persoonlijke taken wegneemt, maar beide voor de ingestorte genade dienstig laat zijn. Zo kan de goede daad gemakkelijker tot stand komen. Zelfs wanneer de natuur zodanig ontredderd zou zijn dat ze zich zou verzetten (TM denkt aan zijn persoonlijke problemen en hoe daarmee om te gaan): nadat ze door de genade overwonnen en onderworpen werd, beloont God haar toch vanwege de inspanning waarmee ze de daad heeft gesteld. Hij voorzag dat er velen zouden zijn, die tengevolge van hun zwakkere lichaam héél wat angst zouden doorstaan voor elk gevaar van foltering. En opdat zij niet, door zich met de moed van de sterkste martelaren te vergelijken, ineen zouden storten en zich niet, uit vrees door het geweld overwonnen te worden, zouden overgeven, wilde Christus hun ziel troosten door het voorbeeld van Zijn leed, Zijn droefheid, Zijn afkeer en Zijn onvergelijkelijke angst.
Ook wilde Hij hem, die in een dergelijke toestand zou raken, als het ware met de levendige stem van Zijn daad zeggen: "Wees sterk, gij die zwak zijt, en wanhoop niet. Gij vreest, gij zijt bedroefd, gij wordt geschokt door de afkeer en de wreedheid van de dreigend naderende foltering. Heb vertrouwen: Ik heb de wereld overwonnen [Joh 16,33], Ik die méér dan bovenmate de wereld heb gevreesd, bedroefd ben geweest, met afkeer werd vervuld en de aanblik van het, zo wrede, naderende lijden heb verafschuwd."
Laat de Sterke door Zijn duizend dappere martelaren vreugdevol navolgen, maar gij, schuchter onnozel schaapje, wees tevreden met Mij alléén als herder en volg Mij als Ik u leid. Wantrouw uzelf en hoop op Mij. Zie, Ik ga u voor op deze zo huiveringwekkende weg. Neem de zoom van Mijn kleed, ge zult voelen hoe een kracht van Mij uitgaat [vgl. Mc. 5,25-34], die op heilzame wijze dat bloed van uw gemoed zal stelpen, dat in nutteloze angsten vervloeit. Die kracht zal uw ziel verkwikken, vooral als gij bedenkt dat gij in het voetspoor treedt van Mij, die getrouw ben en niet zal dulden dat gij boven uw krachten wordt beproefd. Bij de beproeving zal Ik het middel geven om ze te kunnen doorstaan [vgl. 1 Kor 10,13] en deze tijdelijke lichte verdrukking baart u tevens een onmetelijke roem [vgl. 2 Kor. 4,17]. Want het leed van deze tijd heeft niets te betekenen in vergelijking met de toekomstige glorie, die in u geopenbaard zal worden. Wees dan getroost, als ge dit bij u zelf overdenkt en verjaag, door het teken van mijn Kruis, die zinloze schaduwbeelden van droefheid, angst en afkeer.
Ga op heilzame wijze vooruit, en ruk op tegen alles in, vol vertrouwen gelovend dat gij zult overwinnen, omdat Ik uw Voorvechter ben, en dat gij door Mij, als Beloner, omkranst zult worden met de lauweren der zegepraal. Dit was dus één van de redenen en een niet onbelangrijke, waarom onze Redder Zich gewaardigd heeft Zich met deze gevoelens van menselijke zwakheid te bekleden. Hij zou voor de zieken ziek worden, om door Zijn ziekte andere zieken te genezen. Speciaal voor hen zorgde Hij ervoor, dat het verloop van Zijn strijd duidelijk zou dienen als strijdmethode voor de angstige soldaat die spoedig naar de pijnbank gesleept zal worden. Zo zou deze leren hoe hij zich in het gevecht moet gedragen. Hij wilde dat zij, wie de vrees voor een dreigend gevaar bekruipen, de voortdurende gebeden van anderen moeten vragen en zich toch alleen aan God moeten toevertrouwen. Tenslotte ging Hij alléén, zonder metgezel, de bittere wijnpers, de kruisweg [Jes. 63,2-5]. Daarom beval Hij die drie zelfde apostelen die Hij bijna tot aan de voet van de berg met zich had meegenomen, daar te blijven en met Hem te blijven waken, en zonderde Hij zich, een steenworp ver, van hen af.
Concentratie bij het bidden.
En even verder viel Hij met het gelaat ter aarde en bad dat, indien het mogelijk was, het uur Hem voorbij zou gaan. Hij sprak: "Abba, Vader, alles is mogelijk voor U. Laat deze kelk voorbijgaan. Maar niet Mijn, maar Uw Wil geschiede. Mijn Vader, dat, indien mogelijk, deze kelk van Mij wegga, nochtans niet zoals ik, maar zoals Gij het wilt.": [Mat. 26,39]
De Aanvoerder, Christus, leert door Zijn voorbeeld vooral hoe Zijn soldaat moet beginnen met de nederigheid, die als het ware een basis is waarvandaan men veilig naar hogere sferen opstijgt. Hoewel Hij gelijk is aan God de Vader en evenals de Vader God is, werpt Hij zich plat ter aarde vóór God de Vader neer, smekend als mens, omdat Hij tevens mens is [Fil 2].
Laat ons hier een ogenblik stilstaan en onze Aanvoerder, Die als smekeling ter aarde ligt, eerbiedig beschouwen. Zo eerbiedig is ons bidden trouwens niet, het is eerder zo, dat we Hem lui en slaperig toespreken. En daarom vrees ik dat wij Hem in plaats van ons met Hem te verzoenen en Hem gunstig te stemmen, eerder verdrietig en boos maken.
Wij moesten er een gewoonte van maken om dadelijk na het gebed, het hele verloop van de tijd die wij biddend doorbrachten, in gedachte nogmaals na te gaan. Hoeveel flauwekul en onzin zouden we erin zien! .. Terwijl onze mond de getijden en door het gebruik afgesleten gebeden zorgeloos afbrabbelt.
Moeten wij ons niet schamen dat wij op een zó beslissend ogenblik met zulk een dwaze geestesgesteldheid en met zo'n lichaamshouding God smeken, Hem vergiffenis vragen voor onze vele grote zonden en de eeuwige folteringen door gebeden proberen af te wenden? Als we tevoren nooit hadden gezondigd, zou het feit van zo onachtzaam tot Gods Majesteit te naderen wel tienmaal de eeuwige pijniging verdienen. Stelt u zich eens voor dat u tegenover één van die sterfelijke vorsten in wiens hand uw leven ligt, een misdaad van majesteitsschennis hebt bedreven, maar dat hij zó meedogend is dat hij, omdat u berouw hebt en zijn verontwaardiging door gebeden wilt afwenden, bereid is uw doodstraf in een geldboete om te zetten of deze vanwege uw uiting van diepe schaamte en leed, volledig kwijt te schelden. Spreek die vorst, wanneer u voor hem bent gebracht, onbezonnen en achteloos toe en wandel intussen op en neer, nu hier, dan daar uw smeekbeden opzeggend, terwijl hij blijft zitten luisteren. Als u dan genoeg rondgedrenteld hebt, ga dan in een stoel zitten, of wanneer u uit beleefdheid blijkbaar op uw knieën moet vallen, wees dan zo vrij eerst iemand erbij te halen om een kussen onder uw knieën te leggen en laat hem een bank brengen, ook met een kussen, om er uw ellebogen in te planten. Gaap dan, rek u uit, nies, spuw achteloos en risp de walmen van uw overdaad op. Gedraag u tenslotte op zulke wijze door uw mimiek, uw stem, uw gebaren en door de hele houding van uw lichaam, dat hij duidelijk merkt dat u, terwijl u hem aanspreekt, in de geest met andere dingen bezig bent. Nu, welk gunstig gevolg verwacht u van een dergelijke smeekbede?
Wij zouden onszelf voor dwazen houden, als we een doodvonnis op die manier zouden behandelen bij een sterfelijke vorst. Niettemin zou deze, na het lichaam gedood te hebben, niets meer kunnen doden.
Tot besluit:
Ook Paus Benedictus heeft in zijn boek Jezus van Nazareth deze passages over Jezus in doodsangst uitvoerig toegelicht: ik citeer 1 passage die sterk overeenkomt met wat Thomas More in het aanschijn van de dood heeft neergeschreven: (pg. 144): Juist omdat Hij de Zoon (van God) is, ziet Hij zeer helder die smerige stroom van het kwaad, al die macht van de leugen en de hoogmoed, al die geraffineerdheid en de verschrikkelijkheid van het kwaad, dat zich met het masker van het leven tooit en telkens weer leidt tot de vernietiging van het bestaan, de schending en de vernietiging van het leven. Juist omdat Hij de Zoon is, ervaart Hij ten diepste de gruwel, alle vuil en het gemene dat Hij moet drinken uit de "kelk" die voor Hem bestemd is: de hele nacht van de zonde en de dood. Dat alles moet Hij in zich opnemen zodat het in Hem zijn macht verliest en overwonnen kan worden. De twee delen van het gebed verschijnen als en antithese, een spanning tussen twee soorten wil: er is de natuurlijke wil van Jezus, die zich tegen het gruwelijke, vernietigende van het gebeuren verzet en zou willen vragen dat de kelk voorbijgaat, en er is de Wil van de Zoon, Die zich helemaal aan de Wil van de Vader overgeeft. In Johannes, hst. 12, staat dat Hij net omwille van dat uur gekomen is, doet Hem naast de smeekbede: "Vader, red Mij uit dit uur." de tweede smeekbede uitspreken; het verzoek dat God Zijn Naam verheerlijkt. Juist het kruis, de aanvaarding van het verschrikkelijke, het op zich nemen van de smaad van de vernietiging van de eigen waardigheid, de smaad van de schandelijke dood, wordt de verheerlijking van Gods Naam. Want net zo wordt God zichtbaar als Wie Hij is: de God Die in de afgrond van Zijn Liefde, in de gave van Zichzelf, de ware macht van het goede tegenover alle machten van het kwade stelt. Zo heeft de tegenstrijdigheid in het hart van het menselijk bestaan Jezus tot een eenheid gebracht
Zo is het gebed: "Laat niet Mijn Wil maar Die van U gebeuren.", werkelijk het gebed van de Zoon aan de Vader, bij Wie de menselijke natuurlijke wil helemaal is opgenomen in het Ik van de Zoon, Wiens Wezen net het niet Ik, maar U van God de Vader uitvoert. Dat Ik heeft het verzet van het mens-zijn in Zich opgenomen en omgevormd, zodat wij allen aanwezig zijn in de gehoorzaamheid van de Zoon, zodat we dus allen in het zoonschap betrokken worden.
- 14.30 u conferentie door E.H. P. van de Kerckhove.
"De geschiedenis van de Heilige Communieritus."
- 16.00 u koffiepauze
- 16.30 u mogelijkheid tot vragen stellen
- 16.45 u slotgebed
AANDACHT
De vergadering van volgende maand is op
26 mei 2012.
Verantwoordelijke uitgever: A. Spaas
Luikersteenweg 281, 3500 HASSELT (011/2714
Penningmeester: L. Vos S.G.A.G.
Visésteenweg 159, 3770 RIEMST (012/453764)
Rekening: BE68.1032.2438.6734
BIC: NICABBEBB
(Voor wie ons wil steunen).
Afgiftekantoor
3770 RIEMST
P2A8750
S.G.A.G.
Studiegroep Actueel Geloofsleven
Schaapsdries 28 B 3600 GENK
Afdeling Thomas Moregenootschap Limburg
Maandblad: Verschijnt niet in JULI en AUGUSTUS.
Nummer 273 april 2012.
"Ik ben geheel de Uwe."
Boodschappen Vassula.
De Kruisiging.
9 november 1986
Vrede zij met je. Ik ben hier; Ik ben Jezus Christus. Ik ben vóór je; Ik ben je Leermeester en Ik bemin je. Ik heb het kwaad overwonnen door Mijzelf te offeren. Slaap niet, want Ik ben weldra met je; Ik ben de Openbaring; Ik heb nieuws waarover gesproken zal worden. Praat met Mij over Mijn Kruisiging, Vassula.
Wat moet ik zeggen? Moet ik de gebeurtenissen van vóór of tijdens Uw Kruisiging overwegen?
Ervoor.
Jezus gaf mij een beeld van de geseling.
Nadat ze Mij gegeseld hadden, bespuwden ze Mij en gaven Mij verschillende harde slagen op Mijn Hoofd, zodat Ik duizelde. Ze schopten Mij in Mijn maag, waardoor Ik buiten adem op de grond viel en kreunde van pijn. Ze maakten er een sport van Mij om de beurt te trappen. Ik was onherkenbaar; Mijn Lichaam was gebroken en ook Mijn Hart. Mijn vlees, dat overal van Mijn Lichaam was losgerukt, hing er aan flarden bij. Een van de soldaten trok Mij omhoog en sleurde Mij mee, omdat Mijn benen Mij niet langer wilden dragen. Daarna bekleedden ze Mij met een van hun gewaden, sleepten Mij naar voren en herhaalden hun slagen, ook in Mijn Gezicht, ze braken Mijn neusbeen en martelden Mij. Ik luisterde naar hun beledigingen, dochter. Er klonk zoveel haat en spot in hun stemmen, dat Mijn Kelk tot de rand gevuld werd. Ik hoorde hen zeggen: "Waar zijn nu je aangemonsterde vrienden, terwijl hun koning bij ons is? Zijn alle Joden zo vals als dezen? Ziet hun koning!" En ze kroonden Mij met een gevlochten doornenkroon, dochter. "Waar zijn je Joden om je toe te juichen? Je BENT toch koning, nietwaar? Kun je er een nabootsen? LACH! Huil niet! Ben je koning of niet? Gedraag je dan ook als een koning!"
Ze bonden Mijn Voeten met touwen vast en gaven Mij bevel naar de plaats te gaan waar zich Mijn Kruis bevond. Dochter, Ik kon niet lopen, omdat ze Mijn Voeten hadden vastgebonden. Dus wierpen ze Mij op de grond en sleurden Mij aan Mijn haren naar Mijn Kruis. Mijn pijn was ondraaglijk; stukjes vlees, die sinds de geseling loshingen, werden afgerukt. Ze maakten de touwen van Mijn Voeten los en schopten Mij, opdat Ik zou opstaan om Mijn Last op Mijn Schouders te nemen. Ik kon niet zien waar Mijn Kruis was, want Mijn Ogen waren gevuld met bloed dat over Mijn Gelaat stroomde tengevolge van de doornen die in Mijn Hoofd waren gedrongen. Dus tilden ze Mijn Kruis op, legden het op Mijn Schouders en dreven Mij voor zich uit naar de poorten.
Dochter, o wat was Mijn Kruis dat Ik dragen moest zwaar! Ik zocht Mij tastend een weg naar de poort, voortgedreven door de zweep achter Mij; Ik probeerde Mijn weg te zien door het bloed heen, dat in Mijn Ogen brandde. Toen voelde Ik dat iemand Mijn gezicht afwiste. Vrouwen die doodsbang naar voren kwamen om Mijn gezwollen Gezicht af te vegen; Ik hoorde hen schreien en weeklagen; Ik voelde ze en zei: "Weest gezegend, Mijn Bloed zal alle zonden van de mensheid uitwissen; zie, dochter, de tijd van je redding is gekomen". Ik heb Mij opgericht; de menigte werd wild; Ik kon geen enkele vriend om Mij heen onderscheiden, er was niemand om Mij te troosten; Mijn doodsstrijd scheen toe te nemen en Ik viel op de grond. Omdat de soldaten bang waren dat Ik vóór de Kruisiging zou sterven, bevalen ze een zekere Simon om Mijn Kruis te dragen. Dochter, het was geen gebaar van goedheid of medelijden; het was om Mij in leven te houden voor de Kruisiging.
Na aankomst op de berg Calvarië wierpen ze Mij op de grond, rukten Mijn kleren af en lieten Mij naakt tegenover alle aanwezigen; Mijn Wonden gingen weer open en Mijn Bloed vloeide op de grond. De soldaten gaven Mij wijn te drinken, vermengd met gal. Ik weigerde het, want diep in Mij had Ik reeds de bitterheid die Mijn vijanden Mij hadden gegeven. Eerst spijkerden ze snel Mijn polsgewrichten vast, en nadat de nagels vast in het Kruis zaten rekten ze Mijn gebroken Lichaam uit en doorboorden met geweld Mijn Voeten.
Dochter, o dochter, wat een pijn, wat een doodsangst, wat een kwelling voor Mijn Ziel! Verlaten door Mijn geliefden, verloochend door Petrus op wie Ik Mijn Kerk zou bouwen, verloochend door de rest van Mijn vrienden, alleen gelaten, overgeleverd aan Mijn vijanden heb Ik geschreid, want Mijn Ziel was vervuld van smarten.
De soldaten richtten Mijn Kruis op en plaatsten het in de kuil. Vanaf het Kruis waaraan Ik hing keek Ik neer op de menigte, maar Ik zag nauwelijks iets vanwege Mijn gezwollen Ogen. Ik keek naar de wereld; Ik zag geen vriend tussen degenen die Mij bespotten en uitlachten; er was niemand om Mij te troosten. "Mijn God! Mijn God! Waarom hebt U Mij verlaten?" Ik was verlaten door allen die Mij beminden.
Mijn starende blik viel op Mijn Moeder; Ik keek op Haar neer, en Onze Harten spraken:
Jezus wil zeggen dat ze elkaar zonder woorden begrepen.
"Ik geef u Mijn geliefde kinderen, opdat ze ook uw kinderen zullen zijn. U moet hun Moeder zijn". Alles liep ten einde, de Verlossing was nabij; Ik zag de Hemelen open en alle engelen daar staan, rechtop en zwijgend. "Mijn Vader, in Uw Handen beveel Ik Mijn Geest; nu ben Ik met U".
Ik, Jezus Christus, heb je Mijn doodsstrijd gedicteerd. Draag Mijn Kruis, Vassula, draag het voor Mij. Mijn Kruis smeekt om Vrede en Liefde. Ik zal je de Weg wijzen, want Ik bemin je, dochter.
BOODSCHAP. Laat hen tot Mij bidden om onderscheidingsvermogen.
Laat hen tot Mij bidden om onderscheidingsvermogen.
Maandag 2 april 2012 15.30u
Mijn liefste beminde dochter, jij moet nu tot rust komen want de aanvallen, door diegenen die Mijn waarachtig woord niet kunnen aanvaarden, houden aan.
Het is je niet toegestaan om Mijn woord te verdedigen. Maar nu draag Ik je op om je niet bezig te houden met diegenen die twijfelen aan Mijn woord want dat is niet jouw verantwoordelijkheid.
Mijn dochter, hoe verleidelijk het ook is om de echtheid te bewijzen van Mijn allerheiligste woord voor de mensheid in deze tijd, je mag dit niet doen.
Ik reageerde nooit op Mijn beulen tijdens Mijn kruisiging. Jij moet niet proberen om te reageren op diegenen die Mij door Mijn boodschappen willen vervolgen.
Het is niet op jou dat zij boos zijn, Mijn dochter, maar op Mij !
Ik kan de wereld alleen maar vertellen hoe zich voor te bereiden op Mijn Tweede Komst, Ik kan hen niet dwingen.
Negeer dergelijke beschimpingen ! Vele komen van oprechte zielen die de behoefte voelen om vragen te stellen. Maar het is je niet toegestaan om daaraan te voldoen. Laat hen tot Mij bidden om onderscheidingsvermogen. Enkel Ik heb de verantwoordelijkheid voor hun ziel. Zelfs al bied jij lijden aan om de zielen te redden, is het nog steeds niet jouw verantwoordelijkheid.
Dus ga en zeg aan diegenen die in twijfel verkeren dat Ik het was die hem, Mijn apostel Thomas, aankeek terwijl Ik voor hem stond. Maar het was pas toen hij Mijn wonden aanraakte dat hij ten volle geloofde.
Jammer genoeg wordt aan veel zielen in de wereld deze luxe niet geboden.
Zij moeten weten dat er weinig tijd is om hun ziel voor te bereiden. Het is hun eigen, vrije keuze of zij al dan niet gehoor geven aan Mijn boodschap.
Jullie Jezus.
03-04-2012
PATER Guy Borreman Genk 25 maart. ( Namens P. Guy Borreman s.j. Zr Lucienne.
Genk 25 maart 2012.
Jesaja 53.
1. We horen deze dagen langs vele kanten de vraag stellen: waar is God ?
2. Het busdrama in Zwitserland; de man die zijn vriendin met zwavelzuur besproeide; de Algerijn die 7 mensen doodschoot; de vele slachtoffers van het terrorisme; de tsunamis, de aardbevingen, de overstromingen, de hongersnood, de droogte, de oorlogen, de misdaden.
Het roep allemaal waar is God daarin
Ook het beruchte toneelspel van Castelluci in Antwerpen bespeelde hetzelfde thema. De regisseur loste de vraag op met Jezus te laten bekogelen en stenigen. Is God dan verantwoordelijk voor het kwaad in de wereld ? Is het een straf van God ? Is het God die al die rampen veroorzaakt om ons wakker te schudden.
3. Neen, het kwaad komt niet van God. Het komt misschien van de onaffe schepping, misschien van de door de erfzonde gebroken wereld, ook van de duivel en tenslotte van de zonde van de mens.
4. Het kwaad op God steken is een godslastering en een grove onrechtvaardigheid. Want dan vergeet men dat zijn Zoon voor ons op het kruis gestorven is Hij heeft al het kwaad van de wereld op zich genomen om het voor ons uit te boeten.
5. Castelluci had niet het gelaat van een beate glimlachende Christus mogen kiezen maar de lijdende Christus op het kruis. En op de lijdende Christus moet men geen stenen gooien, maar hem dankbaar zijn voor zijn solidariteit met de lijdende mensheid. Laten we toch op de gekruisigde Christus niet nog meer stenen gooien dan zijn tijdgenoten op Hem gegooid hebben. Hij is bekommerd om de wereld en Hij lijdt mee met de lijdende mensheid. Hij hoopt wel dat de rampen die niet van Hem afkomstig zijn ons tot bezinning en bekering zullen brengen.
6. Het antwoord op de vraag waar is God luidt : God hangt aan het kruis.
7. Pater Cantalamessa zei in zijn tweede vastenpredikatie dat met de filosoof Descartes de Triniteit vervangen is geworden door een godheid, een opper- wezen, en tegenwoordig spreekt men van een goddelijke energie, een goddelijke kracht. Zulk een godheid heeft geen gelaat meer, geen relatie meer, kent geen liefde noch medelijden. Vanaf toen is men God de schuld gaan geven van het kwaad omdat Hij geen gezicht meer had.
8. Het antwoord op het onnoemelijk kwaad is de onnoemelijke liefde.
9. Zoals Jezus het lijden heeft omgevormd in verlossing kunnen ook wij ons lijden en ons gebed verenigen met dat van Jezus door het met overgave te dragen en aan God op te dragen voor de verlossing van de wereld en voor de verlossing van de zielen in het vagevuur.
10. Als we deze namiddag om genezing vragen dan is dat heel terecht. Wij willen plukken aan de vruchten van het kruis om ons leed wat lichter te maken. O het zijn geen definitieve oplossingen maar voortekens van onze uiteindelijke verrijzenis.
11. Wij willen drinken aan de open wonden van handen, voeten en zijde van Christus op het kruis. Hij verlangt ons te laven, te troosten en te bevrijden in ons lijden.
11.Wij moeten hem niet dicteren wat hij aan ons moet doen, maar hem onze problemen voorleggen en hem de vrijheid geven ons te verhoren zoals hij wil en op zijn tijd.
12. In de verdere aanbidding :
De gekruisigde Christus is ook hier aanwezig in de eucharistie die wij aanbidden.In elke H. Mis biedt Jezus al het kwaad, al het lijden, al de zonde van de wereld aan de Vader aan en de H. Geest omvormt het tot zijn lichaam en bloed, tot een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, tot het mystieke lichaam van Christus. Wij kunnen bij de offerande al dat kwaad op de pateen leggen om het met Jezus te laten omvormen. Zo werken wij mee aan de verlossing van de wereld. Sommigen vragen: waarom is de verlossing dan niet af bij de kruisdood. Omdat wij ja moeten zeggen op de verlossing. Telkens als wij zondigen vertragen wij de verlossing. Het grootste wapen om de wereld te vernieuwen is de Eucharistieviering. Jezus gebruikt heel de tijd van de Kerk tot aan zijn wederkomst om de wereld te verlossen. Dat het zo traag gaat ligt aan onze zondigheid.
Om een beeld te gebruiken van Benedictus XVI: op het deksel van de Ark van het Verbond werd het bloed van de dieren gesprenkeld. Het deksel was de plaats waar God neerdaalde. In het Nieuwe Testament is die hete plaat het hart van Christus. Al het vuil van de wereld dat op die plaat valt wordt ogenblikkelijk verpulverd. Maar wij moeten het in zijn hart neerleggen.
Namens P. Guy Borreman s.j.
Zr Lucienne
DRINGEND GEBED NODIG voor de intrekking van de executie van Pastor Yousef in Iran.
DRINGEND GEBED NODIG voor de intrekking van de executie van Pastor Yousef in Iran.
Deze gebedsketen roept ALLE Christenen op om NU actie te ondernemen in naam van deze Iraanse pastor die een executie tegemoet ziet.
Pastor Yousef Nadarkhani is nooit een praktiserende moslim geweest en bekeerde zich als 19-jarige tot het Christendom en werd later pastor. Maar de rechtbank zegt dat, omdat zijn vader en moeder praktiserende moslims zijn, hij zijn Christelijk geloof moet afzweren of sterven. Tot nu toe heeft hij tijdens 3 rechtszaken dit geweigerd MET HET RISICO VAN EEN EXECUTIE OP ELK MOMENT. Het Iraans Hooggerechtshof handelt snel in het toedienen van de doodstraf.
Wanneer door de rechters gevraagd werd om zich te bekeren, heeft volgens een rapport Yousef geantwoord : Bekeren, naar wat zou ik moeten terugkeren ? Naar de godslastering vooraleer ik in Christus geloofde ?
De rechters antwoordden : Naar de godsdienst van je voorouders de Islam. Waarop Yousef antwoordde : Dat kan ik niet.
Het is tijd dat het lichaam van Christus handelt, bid, smeekt tot Christus om het leven van onze broeder opdat Zijn dienaar hiervan gespaard mag blijven.
Dit is wat jullie gevraagd wordt te doen. Zodra jullie deze email ontvangen, bid onmiddellijk. Stuur het verder naar jullie Kerk zodat de leden ervan ook allemaal kunnen bidden. Stuur het vervolgens ook verder naar elke Christen die jullie kennen zodat ook zij kunnen bidden. De Bijbel zegt : Als God voor ons is, wie kan dan tegen ons zijn.
DE KRUISIGING, DIE VERSCHRIKKELIJKE VRIJDAG.
DE KRUISIGING.
DIE VERSCHRIKKELIJKE VRIJDAG.
Een minutieuze reconstructie van het lijden van Jezus Christus door prof.dr.B.Smalhout (anesthesioloog te Utrecht en tevens groot bijbelken¬ner) in de Telegraaf van 30 maart 1985.
De Romeinse soldaten die op vrijdagmorgen 3 april van het jaar 33 op de heuvel Golgotha 20 cm lange spijkers door de polsen en voeten van een drietal veroordeelden sloegen, hebben zich niet gerealiseerd dat zij meewerkten aan een drama dat het aanschijn van de wereld zou ver¬anderen. Ze wisten zelfs niet dat het 3 april was, want onze tijdrekening bestond toen nog niet. Officieel was het de '14de van de maand Nisan van het Joodse kalender jaar 3793.
HET VERSLAG IN DE BIJBEL
Het drama is nauwkeurig te boek gesteld door de vier evangelisten Mattheüs, Marcus, Lucas en Johannes. Zij noteerden de namen van alle be¬trokkenen, de tijden waarop het allemaal gebeurde en de discussies die er gevoerd zijn, zowel in het Sanhedrin, de Joodse Raad, als in het Pre¬torium, het hoofdkwartier van de Romeinse gouverneur Pontius Pilatus. Alleen over de kruisiging zelf zijn de evangelisten, die toch al geen woord te veel schreven, zeer weinig mededeelzaam. Er staat alleen: "Pilatus oordeelde het geraden de menigte haar zin te geven... en gaf Jezus, na Hem gegeseld te hebben, over om gekruisigd te worden... En zij krui¬sigden Hem..." (Marcus. 15, 15-25). En hoewel deze geschiedenis over de gehele wereld bekend is, weet vrijwel niemand wat de dood aan het kruis inhield en waaraan Christus gestorven is.
WAT IS KRUISIGEN?
Er is betrekkelijk weinig literatuur over de medische kant van het lijdensverhaal en miljoenen christenen die op de een of andere wijze als ui¬ting van hun geloof een crucifix of kruisje dragen, weten niet dat hun sieraad een hels instrument is. De evangelisten schreven er verder niets over, omdat dit in hun tijd gewoon niet nodig was. Kruisiging was toen de meest toegepaste vorm van doodstraf en iedereen in het Ro¬meinse Rijk wist hoe dat ging en wat dat betekende. Vandaar ook dat het kruis als symbool van het christendom pas heel geleidelijk in gebruik is gekomen, lang nadat kruisiging als methode van terechtstellen in het jaar 337 door Constantijn de Grote was afgeschaft. De kruisdood was namelijk zó verschrikkelijk, dat tot 400 na Christus niemand op de idee kwam om het kruis als symbool te gaan gebruiken, net zo min als de he¬dendaagse mens het in zijn hoofd zal halen een zilveren elektrisch stoeltje of een gouden gas kamertje als object van devotie om de hals te dragen. Het kruisigen was geen Romeinse uitvinding, doch de Romeinen hebben het in Carthago leren kennen bij de Phoeniciërs. Ze hebben het over¬genomen en geperfectioneerd tot een bijna wetenschappelijk uitgedachte methode om een maximale pijn te veroorzaken en om de duur van de doodstrijd zo lang mogelijk te rekken. De terechtstelling met behulp van een kruis is bijna 1000 jaar in gebruik geweest. De Romeinen gebruikten het als straf voor slaven en krijgs¬gevangenen, en bij ernstige misdaden zoals desertie, hoogverraad en moord. Er waren diverse modellen, zoals bijvoorbeeld het X-vormig St. Andrieskruis dat nog in het wapen van Amsterdam voorkomt. Er waren ook kruisen in de vorm van een omgekeerde L, waaraan de veroordeelde met slechts een been werd opgehangen. Doch het meest gebruikte was een T-¬vormig kruis, het crux commissa. Het bestond uit twee delen: een verticale paal, de zgn. "stipes" die meestal permanent in de grond was ver¬ankerd, en een losse dwarsbalk, het patibulum paste met een eenvoudige pen-en-gat verbinding boven op de stipes. Het was gebruikelijk dat de veroordeelden geheel naakt deze dwarsbalk zelf naar de plaats van executie droegen. Dat was een extra pijniging, want meestal was het slachtoffer al met beide armen uitgestrekt aan die balk vastgebonden, zodat het gewicht in feite rustte op de uitsteeksels van de bovenste rugwervels en de onderste nekwervels. Mocht de veroordeelde onderweg struikelen, dan werd hij meestal ernstig gewond, want hij viel voorover plat op zijn gezicht, met het gewicht van de balk in zijn nek. Hij kon zijn gezicht niet beschermen, daar zijn handen wijd uitgestrekt aan het stuk hout vastgesnoerd waren. Het is niet juist dat Jezus het gehele kruis heeft gedragen. Hij droeg alleen de dwarsbalk, het patibulum. Deze was van cypreshout en zal ongeveer tussen de 30 en 50 kg gewogen hebben. Het gewicht dus van een zak cement. Het gehele kruis woog tussen de 100 en 150 kg en was niet door een persoon te tillen geweest. Eenmaal op de executie plaats
aangekomen, waren er 2 mogelijkheden. De veroordeelde kon met touwen en riemen aan het kruis worden be¬vestigd, of met behulp van spijkers.
HET SPIJKEREN
In het eerste geval tilden 2 tot 4 soldaten de dwarsbalk met de daaraan gebonden veroordeelde ongeveer 50 cm op en plaatsten hem op de top van de verticale stipes. Daarna werden de knieën van het slachtoffer enigszins gebogen en de voeten werden eveneens met touwen aan de verticale paal bevestigd. Meestal werd echter gebruik gemaakt van spijkers. Deze waren 15 tot 20 cm lang, vierkant in doorsnede, spits be¬ginnend en met een maximale dikte van 8 à 9 mm. Aan de bovenzijde eindigde de spijker in een bolronde kop.
Het vastnagelen van het slachtoffer ging als volgt in zijn werk. De dwarsbalk of patibulum werd op de grond gelegd. De veroordeelde moest eveneens op de grond gaan liggen en wel met de schouders op de balk. Zijn hoofd hing dan achterover en de armen werden wijduit gespreid. Terwijl een of twee soldaten een arm vasthielden aan hand en elleboog, zette een andere soldaat een spijker met de punt in de pols, precies waar de onderarm overgaat in de hand, onder de duimmuis en exact in het midden. Met een forse hamerslag werd de spijker door de pols ge¬boord en met nog een aantal slagen zat het geheel onwrikbaar vast aan het hout. Daarna werd de andere pols bevestigd. Dit duurde slechts enkele minuten. Het is niet juist dat de spijkers door de palm van de handen werden geslagen. Het is bewezen dat op die plaats het lichaamsgewicht niet kon worden gedragen. De handen scheurden dan gewoon in de lengterichting door. De spijker werd precies in de door de Franse ana¬toom Destot beschreven spleet tussen de zgn. handwortelbeentjes geplaatst. Deze werden hierdoor als het ware ontwricht en verplaatst doch niet verbrijzeld. Eenieder die ooit de pols heeft ontwricht, verstuikt of gebroken, heeft enig idee hoe dat aanvoelt. Doch dat was nog niet alles. Door de pols loopt onder meer een belangrijke zenuw, de zgn. nervus medianus. Deze zenuw heeft een dubbele functie. Hij dient zowel voor de beweging van onder meer de duim als wel voor het gevoel in een deel van de hand. Deze nervus medianus werd door de spijker bijna altijd geraakt. Het aanraken en beschadigen van een zenuw veroorzaakt één van de meest heftige pijnen die er mo¬gelijk zijn. De zenuw werd over de scherpe kanten van de spijker gespannen als een snaar over de kam van een strijkinstrument. Bovendien werd door dezelfde zenuwprikkeling de duim in een krampachtige toestand kromgebogen, zodat de duimnagel in de handpalm drukte. Nadat beide polsen aan het dwarshout waren bevestigd, werd dit door de soldaten opgetild. De veroordeelde moest eerst gaan zitten, daarna overeind komen en met de rug tegen de paal, de stipes, gaan staan. Aan beide uiteinden werd het patibulum, met de veroordeelde eraan, opge¬tild en op de stipes geplaatst. Het is duidelijk dat de stipes meestal niet zo hoog was. Gewoonlijk niet meer dan twee meter.
Meer was niet nodig, anders werd het erg onhandig voor de soldaten. Zulk een betrekkelijk laag kruis in T -vorm heette dan ook een "crux hu¬milis", letterlijk een laag kruis. In bijzondere gevallen kon een hoog kruis worden gebruikt een "crux sublimis". Doch dit was een uitzondering, ook al omdat het lastig was de veroordeelde er via ladders aan op te hangen.
Op Golgotha stonden lage kruisen. Ze stonden er al vele jaren en voor de Romeinse legioensoldaten was de kruisiging op Vrijdag 3 April van het jaar 33 dan ook een routinekarwei. Christus werd aan een laag T-vormig kruis gehangen en niet aan een vierarmig kruis, zoals dit in alle kerken te zien is. Zulk een kruis bestond ook wel en het heette "crux capitata" doch het was onpraktisch en werd zelden gebruikt.
Als de veroordeelde eenmaal aan het dwarshout hing, werden zijn knieën door de soldaten gebogen, totdat één van de voeten plat tegen de sti¬pes gedrukt kon worden. Dan werd een 20 cm lange spijker dwars door de wreef van die voet geslagen, juist tussen het tweede en derde middenvoetsbeentje. Als de spijker er aan de voetzool weer uitkwam, werd het andere been zo gebogen dat de spijker ook door de tweede voet
kon worden geslagen tot in het hout van de stipes. Zo hing dan de veroordeelde aan drie spijkers. Het bloedverlies was zeer gering, doch de pijn ondraaglijk en de doodsstrijd begon.
WAT GEBEURDE MET DE GEKRUISIGDE?
De dood trad echter niet snel in. Afhankelijk van de conditie van de veroordeelde en de techniek van het kruisigen, duurde het sterven vele uren en vaak tot de volgende dag. Er zijn gevallen beschreven dat een gekruisigde ruim 2 dagen in leven bleef. Waaraan stierf uiteindelijk het beklagenswaardige slachtoffer? En wat was medisch gesproken de doodsoorzaak?
Dat is met zeer gro¬te zekerheid te reconstrueren. De wonden in polsen en voeten waren niet levensgevaarlijk, evenmin als het geringe bloedverlies. Neen, de dood trad in door een heel ander mechanisme. Als men iemand aan de polsen ophangt, zakt het lichaam door de zwaartekracht naar beneden. Hierdoor komt er een grote
spanning te staan op de spieren van de armen, de schouders en de borst. De ribben worden naar boven getrokken en op die wijze komt de borstkas in maximale inademingstand te staan. Het is dan erg moeilijk om uit te ademen en de veroordeelde begint het na circa 10 minuten zeer benauwd te krijgen. Hij is dan enigszins te vergelijken met een longpatiënt die een ernstige astma-aanval heeft. De zwaar¬belaste arm-, schouder- en borstspieren geraken in een uiterst pijnlijke, kramptoestand. De spierstofwisseling wordt verhoogd, terwijl er door een belemmerde bloedcirculatie onvoldoende zuurstof voor beschikbaar is. Het resultaat is onder meer de productie van grote hoeveelheden melkzuur, waardoor er tenslotte in" het gehele lichaam een verzuringsproces optreedt, dat in de medische wereld bekend staat als een "metabole acidose" (een door de stofwisseling veroorzaakte verzuring). Deze toe¬stand is niet onbekend bij sportlieden die zichzelf tot totale uitputting hebben overbelast en die kramp krijgen. De situatie wordt verergerd doordat de veroordeelde niet goed kan uitademen en daardoor het, door zijn lichaam geproduceerde koolzuurgas, niet volledig meer kwijt kan. De hierdoor ontstane zgn. "respiratoire acidose" (verzuring door onvoldoende ventilatie) versterkt de eerder genoemde metabole acidose. Het slachtoffer begint extreem te transpireren, waardoor letterlijk het doodszweet met stromen langs zijn lichaam loopt. De lippen worden vaalblauw, terwijl langzaam maar zeker alle spieren, ook die van de romp en benen in een continue helse kramp geraken. Tenslotte sterft het slachtoffer aan verstikking. Dit kan reeds binnen het half uur geschieden. De Duitsers pasten deze dodelijke marteling on¬der meer toe in het concentratiekamp te Dachau.
DE DOODSSTRIJD
Evenwel was zulk een betrekkelijke snelle dood niet de bedoeling van de Romeinen. Daarom werden ook de voeten vastgespijkerd. De veroor¬deelde kon dan de dreigende verstikking tijdelijk onderbreken of uitstellen door zich op de voetspijker af te zetten, de benen te strekken, het li¬chaam omhoog te drukken en zodoende de arm- en borstspieren wat te ontlasten. Dan kon hij weer korte tijd redelijk goed ademhalen. De ver¬zuring van het lichaam werd minder en de vale gelaatskleur verdween. Doch het staan met het volle lichaamsgewicht op een vierkante spijker die dwars tussen de middenvoetsbeenderen is geslagen, veroorzaakt een onhoudbare pijn. De veroordeelde buigt dan weer spoedig de knieën en zakt naar beneden, totdat hij weer aan de spijkers in de polsen hangt. De zenuw in de pols, de nervus medianus, wordt weer over de spijker gespannen, de vlammende pijn jaagt door de beide armen terwijl de verstikking en de krampen weer beginnen. Zo rekt de gekruisigde het arm¬zalige leven. Steeds weer zal hij zich daarna gedwongen door de pijn laten zakken. Op en neer. Tien maal, honderd maal, totdat uitputting hem dat verder onmogelijk maakt en hij aan verstikking sterft.
VERLENGING VAN DE MARTELING
De marteling kon verlengd worden door touwen in plaats van spijkers te gebruiken. Touwen doen namelijk niet zo'n pijn als spijkers. Ook kon men aan de stipes, de verticale paal dus, een soort uitsteeksel bevestigen, juist tussen de benen van de veroordeelde. Hier kon hij een beetje op zitten en zo zijn voeten en armen een weinig ontlasten. Zulk een zitje heette een "sedile". De Romeinen, ordelijk als ze waren, hadden voor alles een naam. Met zulk een sedile of sedulum kon de marteling wel twee of drie dagen duren. Meestal werd geen sedile gebruikt, ook al omdat de veroordeelde bewaakt werd door soldaten die het vermoedelijk niet prettig vonden, zo lang op wacht te moeten staan.
VERKORTING VAN HET LIJDEN
Omgekeerd kon de dood ook versneld worden door het de veroordeelde onmogelijk maken zijn lichaam op te drukken en de armen te ontlas¬ten. Dit deed men door beide onderbenen even onder de knie met een ijzeren staaf te verbrijzelen. Ook dit instrument had een naam: "crurifra¬gium", letterlijk de benenbreker. Meestal stierf het slachtoffer dan binnen een kwartier. Alle klassieke schrijvers, zoals Cicero en Seneca waren het er over eens dat kruisiging de meest gruwelijke vorm van terechtstelling was.
NA DE DOOD
Nadat de dood was ingetreden bleven de lichamen der veroordeelden vaak aan het kruis hangen tot ze door roofdieren of door vogels werden verslonden of door ontbinding er vanaf vielen. Golgotha betekent niet voor niets "schedelplaats". Evenwel kon de familie van de terechtge¬stelde het dode lichaam opvragen aan de Romeinse autoriteiten om het te begraven. Dit werd vaak toegestaan zonder dat daarvoor extra kos¬ten in rekening werden gebracht. Alleen moest dan de dood officieel zeker gesteld worden met behulp van een lanssteek dwars door het hart.
EEN MEDISCH-HISTORISCHE RECONSTRUCTIE
Voor ons als mensen uit de twintigste eeuw klinkt dit als een enigszins ijzingwekkend doch medisch-historisch
belangwekkende medede¬ling. Doch voor de inwoners van het Romeinse Rijk anno 33 waren dit zeer
actuele feiten. In het licht van deze gegevens is de Passie van Pasen, de lijdensgeschiedenis van Jezus de Nazarener, thans beter te reconstrueren. De feite¬lijke passie begon op Donderdag 2 April, de dertiende Nisan van de Joodse kalender. Nadat Jezus om ongeveer 9 uur 's avonds met zijn 12 discipelen de maaltijd had beëindigd, dat als Laatste Avondmaal gekend is, verliet hij het oude Jeruzalem via een zuidoostelijke stadspoort. Hij was toen nog maar in gezelschap van 11 volgelingen. Judas, de man uit Kariot, had al tijdens de maaltijd de eetzaal verlaten om zijn leermeester te verraden. Na het in noordoostelijke richting volgen van de vallei van de beek Kidron, kwam de groep na ongeveer 2 kilometer lopen in een tuin genaamd Gethsemane aan de voet van de Olijfberg, van waaruit men de gehele stad kon overzien. De grote tempel van Salo¬mo en de burcht Antonia, waar de Romeinse procurator Pilatus zetelde, waren zelfs in het duister nog waarneembaar. In de fraai gelegen tuin overviel Jezus, die wist wat hem te wachten stond, een wurgende angst. Zijn discipelen, verzadigd van de maaltijd, vielen de een na de ander in slaap. Beroofd van iedere menselijke steun werd hij, zoals de medicus-discipel Lucas schrijft, ... dodelijk beangst. En zijn zweet werd als bloeddruppels, die op de aarde vielen". (Lucas 22:44).
Het zweten van bloed, medisch bekend onder de naam "haemat-hydrosis", is uiterst zeldzaam en schijnt te kunnen voorkomen bij extreme emoties. Om middernacht vond de arrestatie plaats. Judas heeft Jezus met een kus verraden. De discipelen vluchtten, één ervan zelfs praktisch naakt met achterlating van zijn kleding. Via de weg die Jezus gekomen was, werd hij ook weer teruggevoerd. Men bracht hem naar het huis van de hogepriester Caiaphas, vlak bij de zaal van het Laatste Avondmaal.
De eerste ondervraging, ten overstaan van de Joodse Raad, vond plaats door de oudste hogepriester Annas. Deze was meer dan 80 jaar oud, een man van grote politieke invloed en schoonvader van de jongere hogepriester Caiaphas. Annas vroeg Jezus wat voor leer hij eigenlijk ver¬kondigde. "Vraag het aan degenen die gehoord hebben wat ik heb gesproken", was het antwoord.
Dat werd als een brutaliteit beschouwd en de dienaren van de hogepriester sloegen er op los en spuwden de gevangene in het gezicht. Tegen het ochtendgloren werd hij geboeid naar Caiaphas gebracht, de tweede hogepriester. Deze hield zitting met de grote Joodse Raad, het Sanhe¬drin dat, als het voltallig was, uit 72 personen bestond. De taak van dit hoogste rechtscollege was het bewaken en het op de juiste wijze toe¬passen van de duizend jaar oude joodse wetten, die al stamden uit de tijd van Mozes en die uitgelegd waren in de Talmud. Deze wetten be¬hoorden tot de beste die er tot die tijd waren geweest en vele ervan zijn ook nog heden volmaakt actueel. Als zodanig was het Sanhedrin een voorbeeldig en eeuwenoud juridisch instituut. De leden van het Sanhedrin moesten dan ook aan hoge intellectuele en sociale eisen voldoen.
Paastijd 2012
Uit "De Telegraaf" van 30 Maart 1985
Lay-out herwerkt door Jules en Suzy.
GEBED TOT DE PASSIE EN DE WONDEN VAN JEZUS.
GEBED TOT DE PASSIE EN DE WONDEN VAN JEZUS.
O grote Passie! O diepe Wonden! O Bloed in overvloed vergoten!
O zachtmoedigheid! O God van zachtmoedigheid,
O wrede dood,
ontferm U over mij en verhoor mijn verzoek als het mijn redding kan betekenen.
Beloften van Onze Heer
"Ik zal alles verlenen wat aan Mij gevraagd wordt door het inroepen
van mijn Heilige Wonden."
"Door mijn Wonden en mijn Goddelijk Hart kunt u alles verkrijgen."
Heer Uw belofte indachtig, verleen mij
de genade en de gunst van .
Eeuwige Vader, ik offer U de Wonden van onze Heer Jezus Christus
teneinde de wonden van mijn ziel te genezen. "
"Mijn Jezus, vergiffenis en barmhartigheid, door de verdiensten
van Uw Heilige Wonden."
NOVEEN TOT DE GODDELIJKE BARMHARTIGHEID.
NOVEEN TOT DE GODDELIJKE BARMHARTIGHEID
Goede Vrijdag tot Beloken Pasen
"De Heer zei me (Heilige Faustina) ook het Kroontje te bidden op de negen dagen voor het Feest van Zijn barmhartigheid, te beginnen op Goede Vrijdag.
Hij beloofde mij: "Tijdens deze Noveen zal Ik aan de zielen vele genaden geven."
Hoe wordt de Rozenkrans of het Kroontje van de Goddelijke Barmhartigheid gebeden?
Onze Vader, Wees gegroet...en de Twaalf Artikelen van het Geloof.
Op de kralen van het Onze Vader bidt men de volgende woorden:
"Eeuwige Vader, ik offer U op het Lichaam en Bloed, de Ziel en de Godheid van uw Welbeminde Zoon, Onze Heer Jezus Christus, tot vergeving van onze zonden en die van de hele wereld".
Op de kralen van het Wees Gegroet bidt men:
"Omwille van Zijn smartelijk Lijden, wees barmhartig voor ons en voor de hele wereld".
ofwel
"Door het smartelijk lijden van uw Zoon, heb medelijden met ons en met heel de wereld".
Op het einde bidt men driemaal de volgende woorden:
"Heilige God, Heilige Almachtige God, Heilige Eeuwige God, ontferm U over ons en over de hele wereld".
ofwel
"Heilige God, Almachtige God, Eeuwige God, door het smartelijk lijden van uw Zoon, heb medelijden met ons en met heel de wereld".
LITANIE TER ERE VAN DE GODDELIJKE BARMHARTIGHEID.
LITANIE TER ERE VAN DE GODDELIJKE BARMHARTIGHEID.
Heer, ontferm U over ons. Christus, ontferm U over ons.
Heer, ontferm U over ons, Christus, hoor ons. Christus, verhoor ons.
God, Hemelse Vader, wij vertrouwen op U.
God, Zoon Verlosser van de wereld, ontferm U over ons
God Heilige Geest, ontferm U over ons
Allerheiligste Drieënige God, ontferm U over ons
Goddelijke Barmhartigheid, hoogste volmaaktheid van de Schepper, wij vertrouwen op U.
Goddelijke Barmhartigheid, grootste volmaaktheid van de verlosser,
Goddelijke Barmhartigheid, oneindige liefde van de Geest, die ons heiligt,
Goddelijke Barmhartigheid, onbegrijpelijk geheim van de heilige Drieëenheid,
Goddelijke Barmhartigheid, bewijs van de grootste goddelijke Macht,
Goddelijke Barmhartigheid, die geheel de wereld omvat,
Goddelijke Barmhartigheid, die ons het eeuwig leven schenkt,
Goddelijke Barmhartigheid, die ons behoedt voor de straffen die wij verdienen,
Goddelijke Barmhartigheid, die ons bevrijdt van de ellenden van de zonde,
Goddelijke Barmhartigheid, die ons door het Vleesgeworden Woord, de verlossing schenkt,
Goddelijke Barmhartigheid, die voor ons ontspringt aan Christus Wonden,
Goddelijke Barmhartigheid, die ons toevloeit uit het H. Hart van Jezus,
Goddelijke Barmhartigheid, die ons de Maria geschonken hebt als de Moeder van Barmhartigheid,
Goddelijke Barmhartigheid, die zich openbaart door de goddelijke geheimen,
Goddelijke Barmhartigheid, zichtbaar geworden in de stichting van de H. Kerk,
Goddelijke Barmhartigheid, die ons in de sacramenten, stromen van genade opent,
Goddelijke Barmhartigheid, bijzonder werkzaam in de Sacramenten van Doopsel en Boetvaardigheid,
Goddelijke Barmhartigheid tegenwoordig in de Heilige Eucharistie en het Priesterschap,
Goddelijke Barmhartigheid, die ons roept tot het heilig Geloof,
Goddelijke Barmhartigheid, die de zondaars bekeert,
Goddelijke Barmhartigheid, die de rechtvaardigen heiligt,
Goddelijke Barmhartigheid, die de heiligen tot volmaaktheid voert,
Goddelijke Barmhartigheid, verfrissende bron voor zieken en bedroefden,
Goddelijke Barmhartigheid, troost en rust voor ons hart,
Goddelijke Barmhartigheid, hoop van de hopelozen,
Goddelijke Barmhartigheid, die ons bestendig begeleidt,
Goddelijke Barmhartigheid, die ons overlaadt met genaden,
Goddelijke Barmhartigheid, vrede voor de stervenden,
Goddelijke Barmhartigheid, hemelse vreugde van de uitverkorenen,
Goddelijke Barmhartigheid, verkwikking en licht van de zielen en het vagevuur,
Goddelijke Barmhartigheid, kroon van alle heiligen,
Goddelijke Barmhartigheid, onuitputtelijke bron van wonderen,
Lam Gods, wiens oneindige Barmhartigheid de wereld redde op het kruis, vergeef ons.
Lam Gods, dat zich voor ons opoffert in elk sacrament, verhoor ons.
Lam Gods, dat in Uw onuitputtelijke Barmhartigheid, de zonden van de wereld wegneemt, heb medelijden met ons.
De Barmhartigheid van God gaat al Zijn werken te boven. Daarom willen wij eeuwig Gods barmhartigheid bezingen. Laat ons Bidden.
God, U Barmhartigheid heeft geen grenzen en Uw medelijden is onuitputtelijk: zie goedgunstig op ons neer en vermeerder in ons de werken van Uw Barmhartigheid opdat wij niet tot wanhoop vervallen, zelfs niet te midden van de grootste beproevingen en de ergste wisselvalligheden, maar dat wij ons altijd en in volle vertrouwen onderwerpen aan Uw Heilige Wil, die de Barmhartigheid zelf is. Door onze Heer Jezus Christus, de Koning van de Barmhartigheid die met U en de H. Geest Zijn Barmhartigheid toont in de eeuwen der eeuwen. Amen.
Een spiritueel roosje uit mijn doosje,
Een spiritueel roosje uit mijn doosje,
"Sint Jozef zij vandaag de eer:
hij die ons allen zeer verblijdt,
werd door zijn Schepper rijk beloond
met vreugdevolle zaligheid" (Hymne, getijdenboek, 1265).
Eén stap met Jezus, één stap met Maria, één stap met Jozef.
Zo sta ik te midden in de warme geborgenheid van de heilige Familie.
Een Familie waar Jozef, nederig maar gezagvol de vaderzorg draagt.
Verenigd met Maria, zijn zuivere bruid, voelde hij zich ten volle bemind.
Door haar deugdzaamheid was Maria, de mooiste vrouw die er ooit is geweest.
Hij zag haar als Gods lieveling, verkozen om Moeder te zijn, van zijn enige Zoon.
Hoe dikwijls heeft hij dit Kind, waarvan hij wist dat het Gods Zoon was, gekoesterd.
Hij was de eerste na Maria, om de Zuigeling te knuffelen en aan zijn hart te drukken.
Welke zoete gevoelens ontwaakten er in hem terwijl hij het Kindje op de arm droeg.
Wanneer hij de kleine Jezus streelde en zijn strelingen met zoveel liefde terug kreeg.
Jozef plukte Zijn eerste vreugdevolle glimlach, maar deelde ook in lijden en verdriet.
Hierin zie ik de tedere beschermende blik van Sint Jozef die op ons allen rust.
Weet dat ge in de hemel geen grotere beschermer hebt dan hij, bescheiden en oprecht.
Waakzaam beschermt hij voortdurend de kwetsbaarheid van onze ziel.
Zonder zich te beroepen op eretitels werkt hij in stilte en met duurzame kracht.
Er is geen enkel gezin dat hem ontglipt, om het te beschermen tegen alle gevaar.
Als een zorgzame vader ontfermt hij zich over allen die hem liefhebben.
Zoals hij op aarde zijn Gezin beschermde, omhult hij ons met zijn vrome bescherming
Door zijn innige verbondenheid, met Jezus en Maria, bezit hij hiervoor alle macht.
De namen van Jezus, Maria en Jozef moeten zijn gezegend,
Van nu af tot in de eeuwigheid.
Verenigd in de Krans van Rozen, de Moederlijke zegen van Maria,
Lea.
Maart 2012.
28-03-2012
Kruistocht van gebed (41) Gebed voor de zielen van de niet-gelovigen.
Kruistocht van gebed (41) Gebed voor de zielen van de niet-gelovigen.
Zondag 25 maart 2012 15.30u
Ik verzoek jullie dringend om voor deze zielen te bidden door dit kruistochtgebed (41) : Gebed voor de zielen van de niet-gelovigen.
O mijn Jezus, help Uw arme kinderen
die blind zijn voor Uw belofte van redding.
Ik smeek U om, met de hulp van mijn gebeden en lijden,
de ogen van de niet-gelovigen te openen
zodat zij Uw tedere liefde kunnen zien
en zich om bescherming in Uw heilige armen storten.
Help hen de waarheid in te zien
en om vergeving te zoeken voor al hun zonden
zodat zij gered kunnen worden
en als eerste de poorten van het Nieuwe Paradijs kunnen binnengaan.
Ik bid voor deze arme zielen waaronder mannen, vrouwen en kinderen
en verzoek u dringend om hen te ontslaan van hun zonden.
Amen.
Kruistocht van gebed (40) Gebed voor de geestelijken om de zielen voor te bereiden op de Tweede Komst.
Kruistocht van gebed (40) Gebed voor de geestelijken om de zielen voor te bereiden op de Tweede Komst.
Zaterdag 24 maart 2012 11.45u
Vertrouw op mij om leiding door dit kruistochtgebed (40). Gebed voor de geestelijken om de zielen voor te bereiden op de Tweede Komst.
O mijn Jezus,
Ik ben maar een nederige dienaar en heb U nodig om Mij te leiden
zodat ik de zielen kan voorbereiden op Uw glorieuze Tweede Komst.
Help mij om de zielen te bekeren en hen voor te bereiden overeenkomstig Uw Heilige Wil
zodat zij geschikt worden om de Nieuwe Hemel en Aarde, die U door Uw kruisdood aan geheel de mensheid beloofde, te betreden.
Geef mij de genaden die ik nodig heb
zodat ik Uw woord kan meedelen aan dorstige zielen
en zodat ik nooit verzaak aan mijn dienst voor U, lieve Jezus,
aan wie ik mijn trouw beloofde door mijn Heilige geloften.
Amen.
BOODSCHAP. Zelfs de Waarschuwing zal niet alle niet-gelovigen bekeren.
Zelfs de Waarschuwing zal niet alle niet-gelovigen bekeren.
Zondag 25 maart 2012 15.30u
Mijn zeer geliefde dochter, vandaag verzoek Ik al Mijn volgelingen dringend om hun tijd te besteden aan het bidden voor diegenen die niet in Mij, Jezus Christus, of in de eeuwige redding geloven.
Deze zielen liggen Mij nauw aan het hart en zijn diegenen die bekeerd moeten worden opdat zij, in de eerste plaats, gered kunnen worden.
Diegenen die blind zijn, kunnen niet zien dat hun leven niet eindigt op de aarde.
Velen aanvaarden niet dat zij in eeuwigheid zullen bestaan.
Deze zielen verwonden Mij diep en Ik voel verschrikking als Ik zie hoe zij, in dit leven op aarde, het leven in hun ziel vernietigen.
Zelfs de Waarschuwing zal velen onder hen, die zich uitroepen als atheïsten, niet bekeren.
De gebeden en het lijden van slachtofferzielen zijn hun enige redding.
Ik verzoek jullie dringend om voor deze zielen te bidden door dit kruistochtgebed (41) : Gebed voor de zielen van de niet-gelovigen.
O mijn Jezus, help Uw arme kinderen
die blind zijn voor Uw belofte van redding.
Ik smeek U om, met de hulp van mijn gebeden en lijden,
de ogen van de niet-gelovigen te openen
zodat zij Uw tedere liefde kunnen zien
en zich om bescherming in Uw heilige armen storten.
Help hen de waarheid in te zien
en om vergeving te zoeken voor al hun zonden
zodat zij gered kunnen worden
en als eerste de poorten van het Nieuwe Paradijs kunnen binnengaan.
Ik bid voor deze arme zielen waaronder mannen, vrouwen en kinderen
en verzoek u dringend om hen te ontslaan van hun zonden.
Amen.
Ga nu, Mijn dierbare strijdmacht, en focus jullie op Mijn arme, verdwaalde kinderen. Help Mij, jullie Jezus, om hun ziel te redden.
Jullie geliefde Redder
Jezus Christus.
BOODSCHAP. Jullie hebben niet veel tijd meer voordat Ik kom om te oordelen.
Jullie hebben niet veel tijd meer voordat Ik kom om te oordelen.
Zaterdag 24 maart 2012 11.45u
Ik kom vandaag naar jou, Mijn zeer geliefde dochter, om de wereld op de hoogte te brengen van Mijn grootse barmhartigheid.
Ik wens de wereld ook te informeren over Mijn gerechtigheid.
Kinderen, jullie hebben niet veel tijd meer voordat Ik kom om te oordelen.
Het is de periode tussen nu en Mijn Dag des Oordeels, die zal plaatsvinden bij Mijn Tweede Komst, waarvan jullie verstandig gebruik moeten maken om jullie ziel voor te bereiden.
Als jullie goddelijke Redder is het Mijn taak om jullie te leiden, jullie te onderrichten en manieren te onthullen waardoor jullie ervoor kunnen zorgen dat jullie geschikt zijn om Mijn Paradijs te betreden.
Wijs Mijn profeten niet af ! Ik wend Mij in het bijzonder tot Mijn gewijde dienaren.
Jullie moeten Mij nederig en met zuiverheid van ziel vragen om jullie te bekleden met de Heilige Geest om onderscheidingsvermogen.
Als jullie dit doen, zal Ik jullie de waarheid over Mijn allerheiligste woord, dat jullie nu door deze profeet gegeven wordt, openbaren.
Daarna zal het jullie plicht zijn om ervoor te zorgen dat al die zielen, die op jullie rekenen voor richtlijnen, geholpen worden om hun ziel voor te bereiden op Mijn Tweede Komst.
Wees nooit bang om het gezegde De Tweede Komst van Christus uit te spreken want een groot aantal van Mijn kudde weten niet eens wat dit betekent.
Zo weinigen van hen hebben geleerd over deze grootse en glorieuze gebeurtenis of over het belang hun ziel voor te bereiden zodat zij zich in staat van genade bevinden.
Wees nooit bang om te prediken over het bestaan van het vagevuur of de hel. Het is jullie verantwoordelijkheid om Mijn volk de waarheid te vertellen.
Vertrouw op mij om leiding door dit kruistochtgebed (40). Gebed voor de geestelijken om de zielen voor te bereiden op de Tweede Komst.
O mijn Jezus,
Ik ben maar een nederige dienaar en heb U nodig om Mij te leiden
zodat ik de zielen kan voorbereiden op Uw glorieuze Tweede Komst.
Help mij om de zielen te bekeren en hen voor te bereiden overeenkomstig Uw Heilige Wil
zodat zij geschikt worden om de Nieuwe Hemel en Aarde, die U door Uw kruisdood aan geheel de mensheid beloofde, te betreden.
Geef mij de genaden die ik nodig heb
zodat ik Uw woord kan meedelen aan dorstige zielen
en zodat ik nooit verzaak aan mijn dienst voor U, lieve Jezus,
aan wie ik mijn trouw beloofde door mijn Heilige geloften.
Amen.
Ga nu, Mijn gewijde dienaar, en aanvaard de taak waarvoor je uitverkoren werd.
De uitdaging, om de zielen voor te bereiden op Mijn Tweede Komst, is de grootste ooit in jullie ambt en jullie moeten dit met liefde en vreugde in jullie hart aanvaarden.
Aanvaard ook het geschenk als gewijde dienaar uitverkoren te zijn in deze tijd, de eindtijd, waarin de Nieuwe Hemel en Aarde als Mijn Nieuw Paradijs te voorschijn komt.
Jullie zijn gezegend om in deze tijd te leven.
Maar jullie zullen, wanneer jullie helpen om Mijn zielen op aarde te redden, door de Bedrieger en door al diegenen die hij verleidt om jullie hart afkerig te maken van Mij, jullie goddelijke Redder, gekweld worden en belemmerd in elk gedeelte van jullie tocht.
Geef nooit op in jullie heilige missie en weet dat Ik, jullie Jezus, bij elke stap op de weg met jullie zal meelopen.
Jullie geliefde Jezus.
BOODSCHAP. Het verzet tegen Mijn Tweede Komst zal heftig zijn.
Het verzet tegen Mijn Tweede Komst zal heftig zijn.
Donderdag 22 maart 2012 23.00u
Mijn zeer geliefde dochter, Mijn pijn is nu de jouwe geworden, volledig in vereniging met Mij. Hoewel dit voor jou zeer zwaar zal zijn, zal het jou ook veel vreugde en veel nieuwe genaden bezorgen.
Ik verleen je nu de gave om de zielen te kunnen doorgronden. Ik laat jou dit bijzondere geschenk na om twee redenen. De eerste is om je de bescherming te bieden die je nodig hebt wanneer je je tussen een aantal van Mijn volgelingen zal gaan begeven.
De tweede is om die versteende harten te bekeren die tegenover jou zullen staan als zij Mijn allerheiligste woord betwisten.
Jij moet dit nieuw lijden dat je ervaart, aanvaarden en je moet weten dat het intenser wordt vanwege de toegenomen verdorvenheid in de wereld.
Jij, Mijn dochter, en veel van Mijn andere uitverkoren zielen, ervaren nu allen tegelijkertijd zowel fysiek als innerlijk lijden.
Dit is te wijten aan het lijden dat ook Mijn Allerheiligste Plaatsvervanger in deze dagen ervaart waarbij hij zijn grootste beproeving tegemoet zal treden.
Aanvaard Mijn kelk, Mijn dochter, en voor wie Mijn heilig woord door deze boodschappen aanvaardt: weet dat jullie edelmoedigheid van geest elke dag miljoenen zielen redt.
Niet één minuut van jullie lijden gaat verloren.
Mijn kinderen, Ik besef dat, wanneer jullie Mijn kruis opnemen en Mij navolgen, jullie als gevolg daarvan zullen lijden.
Maar weet dat, door dit te doen, jullie Mij helpen om het grootste deel van de mensheid te redden. Jullie zullen Mij bovendien bijstaan in Mijn Rijk op aarde zodra de Bedrieger verbannen is en Mijn Nieuw Paradijs op aarde tevoorschijn komt.
Weet ook dat jullie die met Mij lijden, door Mijn weg naar het Paradijs te volgen, precies dezelfde weg naar Calvarië op jullie zullen nemen als toen Ik voor de eerste keer kwam.
Tegenwoordig geloven de Christenen misschien dat als Ik opnieuw zou komen, een tweede keer, Ik nooit meer met een dergelijke wreedheid behandeld zou worden. Welnu, zij hebben het mis.
Het verzet tegen Mijn Tweede Komst zal heftig zijn.
Mijn heilig woord zal, en dit gebeurt nu reeds, belachelijk gemaakt en in twijfel getrokken worden.
Mijn kinderen, vooral diegenen met een strikt en standvastig geloof, kunnen niet begrijpen dat Mij profeten klaarblijkelijk net als indertijd door de meerderheid verworpen zullen worden.
Mijn woord, ditmaal aan jou gegeven, wordt reeds in veel kringen van de Kerk genegeerd en het wordt verworpen, net zoals de Farizeeën dit deden tijdens Mijn tijd op aarde.
De waarheid van Mijn Leer, die nooit veranderd is, zal als een leugen beschouwd worden.
Hoe komt dat ? Ik zeg jullie dat dit komt doordat zovelen de waarheid van Mijn Leer zodanig verdraaid hebben dat zij niet langer in de doodzonde geloven.
Zovelen kiezen ervoor om de waarheid, vervat in de Heilige Bijbel, te negeren.
Waarom ontkennen jullie bijvoorbeeld het bestaan van de 1000 jaren van de Nieuwe Hemel en Aarde ?
Deze openbaring is zeer specifiek en is voor iedereen zichtbaar.
Toch wordt Mijn heilig woord betwist.
Het Boek der Openbaring, evenals de profetieën vervat in het Boek van Daniël, hebben jullie slechts gedeeltelijk gekregen. Velen onder jullie zijn verward.
Dit komt enkel doordat de inhoud, geopenbaard aan deze beide profeten, gesloten en verborgen werd tot het einde der tijden.
Alleen Ik, Jezus Christus, het Lam Gods, heb het gezag om de inhoud aan de mensheid te openbaren.
Hoe kunnen jullie beweren dat jullie alles weten over Mijn Tweede Komst terwijl jullie slechts gedeelten kennen ? Wanneer deze nog niet geopenbaard zijn ?
Jullie moeten naar Mijn heilig woord luisteren want het wordt jullie gegeven om jullie ziel te redden.
Als jullie Mijn woord zouden blijven ontkennen nadat de Waarschuwing plaatsvindt want deze boodschappen, Mijn boodschappen, aan de wereld zullen zich blijven ontvouwen zullen jullie schuldig zijn aan het afwijzen van Mijn hand van barmhartigheid.
Hoezeer jullie ook in Mij geloven, of beweren Mij te kennen, jullie zullen dan de zonde begaan Mij te verloochenen. Als zodanig zullen jullie voor Mij verloren zijn en zullen jullie niet geschikt zijn om de poorten van het Paradijs binnen te gaan.
Het is Mijn taak, uit pure liefde en mededogen voor jullie, dat Ik nu probeer om jullie voor te bereiden op de eindtijd.
Wijs Mij deze tweede keer niet af a.u.b. aangezien Ik kom om de mensheid te behoeden voor de eeuwige verdoemenis en om jullie de sleutels voor de eeuwige redding aan te bieden.
Omdat Ik van jullie houd, moet Ik vastberaden zijn en jullie naar de waarheid leiden.
Wacht niet op Mijn Dag des Oordeels om de waarheid te ontdekken !
Vergezel Mij nu en help Mij om de zielen van de hele mensheid te bewaren.
Jullie Leraar en Verlosser
Jezus Christus.
ROMA EN PASEN
ROMA EN PASEN
Het bus ongeval in Zwitserland op 13 maart heeft veel mensen stil gemaakt. Meer dan 20 kinderen en hun begeleiders verloren daarbij het leven. Niemand kan onverschillig blijven bij zo een drama. Wanneer er iets met onze kinderen gebeurt, dan worden we geraakt tot in het diepste van ons wezen. Het brengt ons ook bij onze broosheid. Zo net op de helft van de jaarlijkse veertigdagentijd, op weg naar Pasen, gebeurde dat ongeval. Het Paasgeloof is het enige wat ons troost kan geven wanneer een ongeluk als dat in Zwitserland gebeurt.
Voor mij had dit drama ook een persoonlijk gezicht. Een van de slachtoffertjes, Roma, was in Bergeijk 4 jaar misdienaar bij mij. Bijna wekelijks, stond ze, samen met haar zusjes Irla en Finja, trouw en nauwgezet aan mijn zijde. Met een warme glimlach op het gezicht luisterde ze naar het Woord van de Heer, de kaars in de hand toen het evangelie werd voorgelezen. Met grote eerbied bracht ze de gaven van brood en wijn aan die Lichaam en Bloed van de Heer zouden worden. O ja, ze zaten ook wel eens te klieren voor de Mis in de sacristie. Ik kreeg ze dan wel stil met de dreiging dat ik hun staarten aan elkaar zou binden
Op 6 mei zou Roma het Vormsel ontvangen. In haar vormselmap las ik iets van het diepe geloof van de kleine Roma. Ze schreef daar dat geloven wél iets is voor jongeren van deze tijd. Op de vraag wie Jezus voor haar was, schreef ze: "Hij is in mijn hart, Jezus is bij ons tot de wereld er niet meer is." Met dat geloof was er ook het afscheid, in mijn uitvaartpreek heb ik dat als boodschap uitgeschreven. Ook al is haar leven hier voorbij, in Gods Licht gaat het verder. We vieren binnenkort Pasen. Jezus is aan het Kruis gestorven en verrezen, Hij heeft de dood overwonnen. Dat heeft ook met ons te maken. Pasen vieren is uitspreken dat de dood niet meer het laatste woord zal hebben, dat ons leven niet eindigt in het donkere gat van de dood maar bij Hem in het Eeuwige Leven. Mooie theorie maar wanneer de dood van een geliefde ons treft, dan komt het er op aan dat je het praktijk laat worden en dat je het echt kunt geloven. Klein en jong als Roma was, bespeurde ik haar diepe geloof in die vormselmap. Bij de vraag "Denk je dat Jezus ook met jou kan mee-lijden ?"schreef ze "Ja, want Hij weet wat pijn is, zo kan je met anderen meelijden." Haar jaren van misdienaar zijn hadden haar geleerd dat christen-zijn meer dan "ergens bijhoren" is, meer dan zomaar een naam. Kiezen voor Jezus is eeuwig leven hebben. Roma schreef zelf over haar vormsel: "Ik ben op weg naar het vormsel, ik wil Jezus volgen. God zal ons niet vergeten. God wil iedereen gelukkig maken". Bij de vraag wat ze aan Jezus zou willen vragen schreef ze: "Eeuwig Leven, vrede, nergens meer ruzie". Ik geloof oprecht dat Jezus haar nu Eeuwig Leven en vrede zal geven. Over de grens van dit leven blijven we met elkaar verbonden. Iemand zei me deze week: "Mijnheer Pastoor, Roma zal nu altijd dicht bij u in de Mis zijn als misdienaar uit de Hemel". Dat is ook mijn diepste geloof. Dat is de kern van ons
Als gelovigen blijven we met elkaar verbonden. Dat is Pasen concreet voor ons. Roma stuurde haar ouders een kaartje vanuit Zwitserland. Daarop schreef ze: "Hopelijk zie ik jullie gauw". Ons Paasgeloof zegt dat het inderdaad niet eindigt hier maar dat we elkaar eens gaan terug zien. Waar die kleine Roma, samen met die anderen, nu is heengegaan, daar wacht ze ons op, daar zijn we allen naar op weg. Dat is Pasen, concreet voor ons leven. Gods Zegen, uw priester en pastoor Penne. www.priesterpenne.be
EMMANUEL GEBEDSGROEP
EMMANUEL GEBEDSGROEP
25 maart OLV Boodschap,
gebedsnamiddag Emmanuel muzikale gebedsgroep in de priester Poppekapel te MOERZEKE.
Op deze zondag maken wij het uitzonderlijk mooi voor Maria en brengen Medjugorje tot bij ons in muziek en gebed.
Eerwaarde pater Matteo brengt een bezoek aan het graf van Zalige Priester Poppe
POGRAMMA :
14 :00 uur Muzikaal voorprogramma met Jo Landers.1
14 :30 uur Bidden wij, het Kroontje van het Kindje Jezus
15 :00 uur Heilige Mis
Aanbidding, zoals in Medjugorje.
Er is biechtgelegenheid en na de plechtige Dienst zullen de Priesters de handen opleggen aan allen die hier nood aan voelen. U wordt van harte uitgenodigd op het samenzijn met koffie, thee, soep etc. in de zaal van de Broeders van Liefde op het Domein van de Kapel zelf.
Er is mogelijkheid in een privé ruimte pater Matteo te spreken, dit alleen voor mensen die hier speciaal nood aan hebben. Lieve gebedsvrienden, dit wordt een uitzonderlijk mooie dag,.
Maria vraagt ons telkens opnieuw.... BID, BID, BID
Emmanuel gebedsgroep Tabitha Schelfhout
geestelijke leiding pater Alfons Smet cp
TE ONTHOUDEN DATA TE ONTHOUDEN DATA .
TE ONTHOUDEN DATA (Sommige data zijn reeds verspreid per E-Mail)
GEBEDSGROEP "KONINGIN VAN DE VREDE"
Enkele belangrijke data. ( 2012 ).
Zaterdag 24 maart is de Medjugorje-dag in het heiligdom van Banneux met Pater Mateo uit Split (Kroatië ) die Medjugorje heel goed kent.
Start om 10:00 uur,
Heilige Mis om 15:00 uur Het einde is voorzien om 17: 30 uur.
************
Pinkstermaandag 28 mei komt broeder Eli uit Italië weer om met ons Pinksteren te vieren in de Kerk van St. Eventius op de Noordlaan in Winterslag. Aanvang 15:00 uur met rozenhoedje, toespraak van Broeder Eli daarna de Heilige Mis opgedragen door Z. E .H. Celis gevolgd door handoplegging.
************
Zondag 17 juni vieren we het 25 jarig bestaan van de gebedsgroep in de Kerk van St. Albertus te Genk-Zwartberg. Pater Petar komt met de ziener Yvan Dragecevic uit Medjugorje, waarvoor we Onze Lieve Vrouw heel dankbaar zijn.
12:30 uur Aanvang met rozenhoedje gevolgd door getuigenissen van ex-drugverslaafden die speciaal voor ons vanuit Medjugorje komen.
13:30 uur : Toespraak van pater Petar, gevolgd door een pauze.
15 uur 45 : Eucharistieviering opgedragen door Z. E. H. Hermans, deken van Genk.
16 uur 30 : Aanbidding.
17 uur 15 : Toespraak door om Yvan Dragecevic.
Na de toespraak bidden wij het laatste rozenhoedje.
19: uur Einde
************
Zaterdag 23 juni gaan we bij inschrijvingen met een bus naar de LANXESS arena te Keulen, Duitsland ( zoals in 2010 ). Hier zal dan weer de gebedsdag van de Vrouwe van alle Volkeren gevierd worden. Er zal aanbidding zijn, biechtgelegenheid, getuigenissen en voordrachten. Een pontificale Hoogmis om 16: uur, waarbij de hoofdcelebrant de aartsbisschop van Keulen Kardinaal Meisner zal zijn, samen met de bisschop van Haarlem-Amsterdam Mgr. Punt en ter afsluiting de toewijding aan het Onbevlekte Hart van Maria. We vertrekken aan de kerk van de gebedsgroep in de Hengelhoefstraat om 7uur 15.
Maandag 8 oktober tot en met vrijdag 12 oktober hopen we met veel mensen de retraite van zuster Margaritha te kunnen meemaken in Helvoirt ( Ned. ) We vertrekken op 8 oktober met een bus aan de kerk van de gebedsgroep in de Hengelhoefstraat. De tijd van vertrek op 8 oktober staat nog niet vast. De prijs van deze vijfdaagse retraite met inbegrip van de reis bedraagt 240 euro.
Het zijn mooie en genadevolle dagen die ons geboden worden, probeer aan de oproep van Onze Lieve Vrouw te beantwoorden: "Bid, bid, bid!"
MARIA KONINGIN VAN DE VREDE BID VOOR ONS.
p/a Hengelhoefstraat 177
Tel. 089-355100- of 089-385077 Email mia.stassen@telenet.be
AANTAL ECHTSCHEIDINGEN IN VLAANDEREN SINDS 1970 MEER DAN VERVIJFVOUDIGD.
AANTAL ECHTSCHEIDINGEN IN VLAANDEREN
SINDS 1970 MEER DAN VERVIJFVOUDIGD
BRUSSEL 14/03 (BELGA) In de periode 1970-2010 is het aantal Vlamingen dat in het huwelijk treedt met 41 procent verminderd. Tegelijk is het aantal echtscheidingen in die periode meer dan vervijfvoudigd. Dat blijkt uit cijfers van de Studiedienst van de Vlaamse regering. De studiedienst concludeert: "Het huwelijk is geen onaantasbaar instituut meer in Vlaanderen". In 1970 stapten in Vlaanderen nog 42.335 koppels in het huwelijksbootje. In 2010 waren dat nog maar 24.926 koppels, of een daling van 41 procent. In dezelfde periode is het aantal echtscheidingen vervijfvoudigd, met name van 2.490 in 1970 tot 13.711 in 2010. In 2001 lag het aantal echtscheidingen zelfs nog net iets hoger (15.165). Dat er de laatste 10 jaar sprake is van een daling, heeft gewoon te maken met het feit dat het aantal huwelijken sterk is gedaald, waardoor er gewoon ook minder gehuwden zijn die het risico lopen op een echtscheiding. Uit de cijfers blijkt ook dat de Vlaming op steeds latere leeftijd in het huwelijksbootje stapt. Een voorbeeld: wie in de jaren '50 werd geboren, trouwde doorgaans voor
zijn dertigste (80 procent). Maar van de mensen die in de jaren '70 zijn geboren, trouwt er maart 40 procent voor de leeftijd van 30 jaar. Begin 2011 had 7 procent van alle volwassen Vlamingen al twee of meer huwelijken achter de rug. En in absolute getallen hebben bijna 30.000 Vlamingen drie of meer huwelijken gehad. Wie een echtscheiding achter de rug heeft, is wel duidelijk minder snel geneigd opnieuw te trouwen. Zij kiezen vaker voor ongehuwd samenwonen. De studiedienst van de Vlaamse regering leidt uit de cijfers af dat de huwelijken in Vlaanderen steeds minder stabiel worden. Zo lijkt Zo lijkt het huwelijk voor steeds meer Vlamingen een "tijdelijk contract voor ongeveer 10 jaar" geworden. Het huwelijk is in Vlaanderen geen "onaantastbaar instituut" meer, besluit de studiedienst. Het huwelijk is voor steeds meer Vlamingen een "tijdelijk contract voor ongeveer 10 jaar" geworden. Het huwelijk is in Vlaanderen geen "onaantastbaar instituut" meer, besluit de studiedienst.