ONGEBOREN LEVEN BEDREIGD.
Dr. L. Kiebooms.
Wat "Panorama" toont op 12 januari 2012 in zijn uitzending is een aangrijpend staaltje TV: "Als het geen leven wordt."
Kort samengevat, Penninckx volgt 13 koppels die een late zwangerschapsafbreking ondergingen in de universitaire centra, KU Leuven, U Antwerpen, Gent en VUB voor congenitale afwijking.
Kort inhoudelijk: deze gezinnen worden geconfronteerd met een kind dat belangrijke aangeboren afwijkingen heeft, en dit leidt tot de beslissing het kind het leven niet te gunnen. Er wordt getoond hoe de geneesheren dat doen, door de buik van de moeder tot in het hart van het kind met een naald te doorboren, dan een dodelijke stof inspuiten en dan dit laten afkomen langs natuurlijke weg. De makers hebben me verzekerd dat van de 13 koppels die ze gezien hebben er twaalf waren die de beslissing binnen de week hebben genomen en dat één koppel zeven weken is rondgegaan, van centrum naar centrum, om uiteindelijk ook tot beëindiging te besluiten. Een belangrijk aantal zijn de bekende afwijkingen: syndroom van Down, open ruggetje met begeleidende hersenafwijkingen, hazenlip (schisis) maar ook een met kleurenblindheid.Verder gaf het programma de discussie tussen de verschillende centra weer: volgens de wet op abortus (strafwet artikel 350 ev. 1990) kan in ons land "zwangerschap slechts worden afgebroken, indien het voltooien van de zwangerschap een ernstig gevaar inhoudt voor de gezondheid van de vrouw of indien vaststaat dat het kind dat geboren zal worden, zal lijden aan een uiterst zware kwaal die als ongeneeslijk wordt erkend op het ogenblik van de diagnose. In dat geval moet de geneesheer tot wie de vrouw zich heeft gewend de medewerking vragen van een tweede geneesheer, wiens advies bij het dossier moet worden gevoegd.
Wat blijkt, meestal wordt de "ethische commissie" geraadpleegd. Het programma maakt geen melding, of ten zeerste onvolledig, van de invulling van de voorwaarden van de wet. De appreciatie is soms tegengesteld, bv. de kleurenblindheid, het geboren laten worden nadat het in de baarmoeder gedood werd is één methode, maar VUB "laat het kindje sterven" na de geboorte. Dit is bij wet "kindermoord".
Dit alles kadert in een andere context: de rechtbank veroordeelde eind vorig jaar de VUB tot een schadevergoeding van één miljoen euro voor een kind dat met een aangeboren afwijking werd geboren. Er was een vergissing door toelevering van bepaalde stoffen in het labo voor genetische opsporing. En een andere veroordeling was voor Gent omwille van een gemiste diagnose, die wel laat werd ontdekt, maar waarbij de Universiteit Gent (De Temmerman, senator SP) oordeelde dat aangezien de termijn van 24 weken (zie Nederland) overschreden was, het niet meer redelijk was te aborteren. De geneesheer werd veroordeeld tot 150.000 schadevergoeding voor een kind met open ruggetje. Het is ook dat kind en de vader en grootvader die zijn opgetreden in het programma.
Reeds gedurende een vol jaar werd binnen het RIZIV op de Technische Geneeskundige Raad (TGR) in diverse werkgroepen en in plenaire zitting dit thema van opsporing en zwangerschapsafbreking van congenitale afwijkingen besproken. De discussie toont aan dat aan feitelijke opsporing van aangeboren afwijkingen, vooral Down, zo een 15 miljoen per jaar wordt besteed. Dit is exclusief alles rond het afbreken van zwangerschap en de consultaties informed consent, dit is geïnformeerde toestemming, (zie patiëntenrechtenwet) door de genetische centra zelf. Dus per opgespoord syndroom van Down 50.000 . Deze testen zijn niet sluitend. Dit betekent ook dat vals positieven, dus het risico van de opsporing van normale kinderen als afwijkend, met abortus tot gevolg, de echte problemen nog meer vertroebelen. Er zullen volgens prof. Schaaps (Luik) 25 tot 50 miskramen bijkomend worden veroorzaakt door de vlokkentest om één trisomie (Down) extra op te sporen, die dan met een late abortus wordt vernietigd.
Kiezen voor het leven of kiezen voor de dood!
Het fundament van de discussie, zoals ze steeds wordt voorgesteld, steunt op de vrije keuze van de ouders na "informed consent". In de uitzending wordt wel de emotionele kant van de vrije keuze belicht en ook de emotionele, latere gevolgen van de beslissingen. Zelfs deze die blijvend worstelen en voortdurend hun beslissing als verantwoord verwoorden, tonen in alle duidelijkheid dat zij er geen vrede mee kunnen nemen en voortdurend deze verantwoording van hun eigen beslissing moeten oproepen om zich emotioneel te kunnen handhaven. De enige die hun rouwproces konden voltooien waren diegene die konden aanvaarden dat de natuur haar werk had gedaan, hetzij leven hetzij dood. Degene die het proces van het openruggetje gewonnen heeft, omdat het niet werd geaborteerd, zou nu niet meer zonder zijn dochter kunnen!!
De gegeven informatie aan de moeder is in wezen over de perceptie van het genetisch centrum, wat het genetisch centrum zelf denkt, hoe ernstig de afwijking (eventueel) kan zijn, zonder zich dikwijls echt toe te spitsen op de mogelijke behandelingen, de bijkomende hulp om de uitkomst te verbeteren, de draagkracht door solidariteit bv. patiëntengroepen van Down enz.. Niets van dat alles. Wanneer zelfs kleurenblindheid als "ondragelijk" wordt voorgesteld en wordt aanvaard dan doet dit toch de wenkbrauwen fronsen omtrent wat "inhoudelijk informatie" in dat informed consent inhoudt.
Voor ouders, vooral en uiteindelijk exclusief de moeder, dikwijls onder druk, gaat het om hùn kind en om het nù beslissen! Zij worden gedreven naar de beslissing van afbreken; zoveel is duidelijk.
Ook gebeurt hetzelfde voor de publieke opinie door het voor te stellen alsof elke beslissing gelijkwaardig is. Zo gaat men verder op dat spoor van tolereren van het in koelen bloede ombrengen van levensvatbare kinderen in de moeder, in utero of daarbuiten.
De abortuswet is nochtans duidelijk: artikel 350 1° b
een voorlichtingsdienst is verbonden die de zwangere vrouw opvangt en haar omstandig inlicht, inzonderheid over de rechten, de bijstand en de voordelen, bij wet en decreet gewaarborgd aan de gezinnen, aan de al dan niet gehuwde moeders en hun kinderen, alsook over de mogelijkheden om het kind dat geboren zal worden te laten adopteren; en die, op verzoek van de geneesheer of van de vrouw, haar hulp en raad geeft over de middelen waarop zij een beroep zal kunnen doen voor de oplossing van de psychologische en maatschappelijke problemen welke door haar toestand zijn ontstaan.
Dit heb ik dus niet kunnen waarnemen in die uitzending. De makers hebben als volgt geantwoord:
"Hartelijk dank voor uw uitgebreide objectieve reactie. Ik weerhoud uw opmerking i.v.m. de kwaliteit van "informed consent" en dat dit absoluut nader onderzoek verdient.
In de 4 universitaire centra, die in de uitzending aan bod kwamen, heb ik vastgesteld dat de patiënt voor informatie over de aard en de ernst van de afwijking, terecht kan bij de geneticus, en/of de gynaecoloog en dat er in die 4 centra een vroedvrouw of sociaal verpleegkundige fulltime beschikbaar is om dat proces te begeleiden. Of hun informatie volledig en neutraal is en dus beide opties evenwichtig aan bod komen kan ik op basis van mijn beperkte contacten met deze zorgverleners moeilijk beoordelen. Ik kan dus niet beamen, noch ontkennen, dat zij zoals u stelt hun patiënten "naar een afbreking drijven". Ben overigens benieuwd te vernemen waar u zich op baseert om dat zo affirmatief te poneren.
Dat belet niet dat de vraag i.v.m. de neutraliteit van de informatie zeer pertinent is, maar om er een antwoord op te geven heb je eigenlijk grondig onderzoek nodig, waarbij een grotere groep patiënten en/of artsen wordt bevraagd.
Hoe dan ook: als je artsen wilt beschuldigen van manipulatie (of hen daarvan wilt vrijpleiten) dan moet je dat hard kunnen maken en ik had geen solide grond om wat dan ook te stellen. Daarom heb ik besloten om er in de uitzending niet verder op in te gaan.
In feite had ik alleen de fragmentaire ervaringen van 13 koppels (waarvan 11 een zwangerschap afbraken na prenatale diagnose), die ik ter voorbereiding van deze uitzending heb gesproken. Deze groep (waarvan slechts enkelen wilden gefilmd worden) is uiteraard niet representatief en het is bovendien moeilijk een lijn te trekken i.v.m. hun besluitvorming om voor een afbreking te kiezen. Voor wat het waard is (en dus met het nodige voorbehoud) zet ik mijn uiteenlopende en per definitie oppervlakkige bevindingen, voor u even op een rijtje:
Patiënten die in een algemeen ziekenhuis werden behandeld, baseerden zich alleen op de informatie die hun gynaecoloog over de aandoening gaf. Alleen de patiënten die in een universitair centrum terechtkwamen, kregen ook informatie van de geneticus (als het om een genetische afwijking ging) en werden begeleid door een gespecialiseerde vroedvrouw en/of sociaal verpleegkundige. Patiënten bij wie een afwijking werd vastgesteld, vertelden allemaal dat ze informatie kregen over beide scenarios: doorgaan of afbreken. Wanneer het echter over een zeer duidelijke en zeer ernstige diagnose ging (bv. een hooggelegen spina bifida aperta, met hersencomplicaties) dan gaf de arts wel duidelijk aan dat de verwachte levenskwaliteit zeer laag zou zijn. Deze mededeling had een doorslaggevende invloed op de beslissing van de patiënt.
Opvallend was wel dat enkele koppels à priori (op voorhand dus) hadden beslist dat ze zouden afbreken,
Bij koppels die wel voor een afbreking kozen, maar niet à priori een standpunt hadden ingenomen, hoorde je dat ze - ondanks de informatie die ze kregen - moeite hadden om een zicht te krijgen op het totale plaatje. De genetici zegden hen dat niet alle casussen "clear cut" zijn en dat er een grijze zone bestaat, met een wisselende mate van (on)voorspelbaarheid, zowel over de ernst en de consequenties (gevolgen) van de aandoening als over een al dan niet succesvolle behandeling na de eventuele geboorte van het gehandicapte kind. Daarnaast is er ook de onvoorspelbaarheid en twijfel en mogelijk ook gebrek aan zelfvertrouwen i.v.m. de draagkracht van een koppel en van het gezin, om met een ernstig gehandicapt kind om te gaan. En bovenal is er de onzekerheid en angst i.v.m. het leed dat men het gehandicapte kind zelf zou kunnen aandoen (de beperkingen die de handicap meebrengt, de talloze operaties, de pijn
).
De slotsom van deze koppels is dus dat ze onmogelijk alle elementen in handen konden krijgen en dat dit de afweging zo moeilijk maakt.
De meeste koppels namen zelden langer dan een week na de diagnose een beslissing en na de wettelijk voorziene bedenktijd van een week, werd er een afbreking uitgevoerd. Die snelheid heeft voor een stuk ook te maken met het voor de hand liggende probleem dat hoe langer je aarzelt hoe verder je in de zwangerschap gevorderd bent, hoe moeilijker het wordt om af te breken. Artsen staan nl. niet te springen om (zeer) late afbrekingen uit te voeren en voor de patiënte wordt het op emotioneel vlak ook moeilijker naarmate ze langer zwanger is.
Slechts één van de 13 koppels, waar ik informeel mee sprak, is na de diagnose (in casu: spina bifida) echt extreem grondig en wanhopig op zoek gegaan naar informatie over zowel de gevolgen van afbreken, als over de aandoening zelf, wat dit voor hun kind en henzelf zou inhouden. Niet minder dan 7 weken lang zijn zij langsgegaan bij medische specialisten, zelfhulpgroepen van ouders met spina bifida kinderen, hulpverleners in de gehandicaptensector, psychologen
Hun conclusie was dat het ondanks hun niet aflatende inspanningen verschrikkelijk moeilijk en complex was om zich een juist beeld te vormen van de handicap, het leed dat dit voor hun zoon zou meebrengen en van hun eigen draagkracht om daar mee om te gaan. Uiteindelijk zijn ze op basis van informatie, die noodzakelijkerwijze fragmentair zal blijven, moeizaam tot een conclusie gekomen: afbreken. Hun lange zoektocht had wel als gevolg dat de vrouw intussen 32 weken zwanger was, wat de zaak er allerminst op vergemakkelijkte. Ze heeft haar afbreking wel gekregen. Ik had dit koppel zeer graag in de uitzending gewild,
maar ze wilden hun verhaal niet voor de camera vertellen."
Daarop heb ik geantwoord:
"Met dank voor uw uitgebreid antwoord op mijn bekommernis. Ik ben blij dat u mijn opmerking ernstig neemt en vindt dat mijn opmerking i.v.m. informed consent en non-judgement counseling nader onderzoek vergt.
Om mijn antwoord te nuanceren valt het uiteen in twee delen, de uitlokkende factoren aan de oorsprong van de pro-abortushouding van de artsen waarin deze van de laatcasussen waarover de uitzending gaat de meest tragische zijn. Maar daarnaast staat de praktijk van de ambulante abortuscentra in Vlaanderen, allen onder de eenheidsstructuur Sensoa, naast de ziekenhuizen. Daarin nemen de ambulante centra het grote aandeel van abortussen op zich (80%).
In uw uitzending worden de vonnissen niet kritisch ontleed. Vandaar mijn verwijzing naar professor Montero die dat wel doet. Dergelijk vonnis heeft zeer zware gevolgen voor het gedrag van gynaecologen, met name de quasi verplichting (onmiddellijk) te aborteren bij het minste verdachte iets dat zich zou voordoen. Dat dit aanleiding kan geven tot overinterpretatie en wat vals positieven genoemd wordt, zal u zeker niet ontgaan. Daarom dat inderdaad "neutraal" "informed consent" zoals u het stelt absoluut aandacht moet krijgen.
Tijdens de besprekingen kwam tot uiting dat gynaecologen die het gros van de consultatie en abortus voor hun rekening nemen, bijzonder weinig tijd namen om hun patiënten in te lichten en dat dit kwalitatief volkomen ondermaats was en zeker niet voldeed aan de wettelijke beschikking, die extensief en expliciet stelt dat "(de geneesheer of voorlichtingsdienst) de vrouw haar hulp en raad geeft over de middelen waarop zij een beroep zou kunnen doen voor de oplossingen
(Strafwet Art. 350 1°b)."
Pluralistische visie in overeenstemming met artikel 350 van de strafwet!
Artikel 350 1° (
) de passende hulp en raad kan geven over de middelen waarop de vrouw een beroep zou kunnen doen voor de maatschappelijke en psychologische problemen welke door haar toestand zijn ontstaan (...)
Artikel 350 2° a) de vrouw inlichten over de onmiddellijke of toekomstige medische risico's waaraan zij zich blootstelt door het afbreken van de zwangerschap;
Een pluralistische visie dient volledig in overeenstemming te zijn met de geest en de letter van artikel 350 van de strafwet zoals tot uiting is gekomen in het parlementair debat in de senaat (1988), met name volgens het concept van senatoren Lucienne Herman-Michielsens (liberaal) en Roger Lallemand (socialist).
Het parlementair debat (Herman-Michielsens / Lallemand)
De indieners van de wet, de senatoren Herman-Michielsens en Lallemand hebben tijdens de senaatsdebatten een aantal belangrijke uitspraken gedaan (verslag van de senaat 1988). Samengevat (behalve uitspraak 4 komen alle uitspraken van de indieners van het wetsvoorstel zelf):
1. De wet gaat niet om abortus op aanvraag en wil de mogelijke baatzucht van artsen de pas afsnijden (p. 40).
2. Er moeten alternatieve oplossingen worden aangeboden, morele en materiële steun worden verleend (p. 13).
3. De vrouw moet nadenken en met zichzelf in het reine komen. Voorlichting is belangrijk (ook over het feit dat de foetus menselijk leven in wording is) (p.37 142).
4. Het drama (trauma) van abortus moet met alle mogelijke middelen worden voorkomen (p. 20).
5. Passende opvang zal een positieve invloed hebben op heel wat abortusverzoeken en in bijna 90% zal het kind gered worden. Het wetsvoorstel zal het aantal abortussen doen afnemen (p. 97 116 128 138).
Eveneens onderstreept de parlementaire commissie in haar verslag (2009):
5 b) De vrouw moet steeds vrij kunnen beslissen of zij haar zwangerschap al dan niet wil afbreken. Er moet voor gezorgd worden dat vrouwen kunnen weerstaan aan de sociale druk van personen die hen willen aanzetten tot abortus of dit net willen verhinderen. Ook financiële motieven mogen de keuze van de vrouw niet bepalen. (p. 70)
In het verslag van 2006 werd bovendien ook expliciet het volgende voorstel opgenomen:
Ook financiële motieven mogen de keuze van de vrouw niet bepalen.
Een betere onthaalaccommodatie voor de vrouwen en zeer jonge kinderen zou er bovendien toe bijdragen om deze keuzevrijheid te waarborgen. (p.78 )
Maar de abortuscentra (Sensoa):
"Destijds verklaarden ook voorstanders van een wetswijziging dat ze feitelijk tegen abortus waren, maar dat ze het als een niet uit te roeien realiteit beschouwden. Ze wilden het onder bepaalde voorwaarden uit de strafwet halen. Persoonlijk heb ik me bij die benadering nooit goed gevoeld. Ethisch noch moreel had en heb ik een probleem met abortus. Ik beschouw het als een mensenrecht." (Van Crombrugge in Weliswaar nr. 68 p.35)
Is een organisatie neutraal die openlijk en bij herhaling door haar coördinator laat zeggen dat ze geen ethisch probleem heeft met abortus, terwijl het een recht is van vrouwen in hun ethisch bewustzijn gerespecteerd te worden?
"Op zon kwetsbaar moment in je leven te horen krijgen van de gynaecoloog: Zie eens wat je wegdoet, het hartje klopt al! Of:Je zult er de rest van je leven aan blijven denken! Dit laat bij kwetsbare mensen sporen na. Gelukkig respecteert de meerderheid van de doorverwijzers op een begrijpende manier de vraag van een cliënte." (p.37)
"In ons centrum zijn er nagesprekken mogelijk, maar we stellen vast dat weinig vrouwen er een beroep op doen." (p.37)
Non-judgement counseling (raad krijgen zonder geoordeeld te worden). (Wet op de patiëntenrechten).
Zowel de wetgever als de parlementaire evaluatiecommissie stellen dat non-judgement counseling moet worden geboden. De vrouw heeft recht op ALLE elementen, wat in overeenstemming is met de wet op de patiëntenrechten. Herman-Michielsens en Lallemand stellen vast dat de visie van de vrouwen nooit ethisch neutraal kan en zal zijn en dat ondermeer informatie over het leven van de foetus objectief moet worden meegedeeld.
"Verantwoordelijkheidsbesef bijbrengen wil dus zeggen: de zwangere vrouw in alle objectiviteit helpen haar toestand duidelijk onder ogen te zien, waarbij men niet mag vervallen in een vorm van neo-obscurantisme (een nieuwe vorm van onduidelijkheid ingegeven door fundamentalistische geloofsovertuigingen: redactie) door te verzwijgen dat de foetus een menselijk leven in wording is." (verslag Senaatscommissie 1988 p.142)
Het is aan de vrouw om hierover te beslissen. Zoals hierboven reeds geciteerd: "De vrouw moet steeds vrij kunnen beslissen of zij haar zwangerschap al dan niet wil afbreken. Er moet voor gezorgd worden dat vrouwen kunnen weerstaan aan de sociale druk van personen die hen willen aanzetten tot abortus
"
Zij moet dus wel degelijk kunnen leven bv. met de bovenvermelde uitspraak van een gynaecoloog, en niet zoals Van Crombrugge stelt. De vrouw moet voor zichzelf de gewetensproblematiek uitklaren. Deze mag niet door de hulpverleners worden verzwegen of geminimaliseerd, zoals Van Crombrugge doet. Zo is het duidelijk dat de ambulante abortuscentra een selectief pluralisme, in feite geen pluralisme, hanteren in de werkelijke zin en betekenis van het woord.
Een bekend argument van de abortuscentra, dat opdook in uw programma en door de rechtbank is overgenomen, is die van tijdsdruk. In wezen kan abortus tot 12 weken na bevruchting (3 maanden). Wanneer een vrouw binnen die tijd en na een week bedenktijd, nadat alle argumenten nog eens op een rijtje werden gezet, niet kan beslissen, dan betekent dit dat zij een zeer groot gevaar loopt in het gevreesde postabortussyndroom terecht te komen.
De abortuscentra bieden geen neutrale hulpverlening in de zin die de wet en de wetgever, cfr. Herman-Michielsen en Lallemand, voorstaat.
Daarenboven wijzen deze senatoren er ook op dat de financiële vergoeding voor het uitvoeren van een abortus mee de oorzaak kan zijn van het pro-abortusgedrag van centra. Zoals hierboven aangegeven, zijn de honoraria voor het uitvoeren van een abortus van die aard, dat deze optie veeleer voor de hand ligt, dan een moeizame hulpverlening voor het behoud van het kind. Dit geldt zeker zo wanneer de verwekker voor diverse redenen mee aan de oorsprong ligt van de abortusvraag. De stelling van Vrancken is tekenend:
"Maar tegen een vrouw die blijft uitstellen omdat ze niet kan kiezen, gaan we toch zeggen: als je het kind wil houden, is het belangrijk er ook echt voor te kiezen. Kinderen hebben daar recht op. Je wilt toch niet geboren worden omdat je mama niet kon kiezen?" (Vrancken in Weliswaar nr. 77 p.13).
In tegenstelling tot de vaststelling van Van Crombrugge ondervinden heel wat geneesheren dat er een grote nood is om vrouwen op te vangen, die aanvankelijk door een banaliserende hulpverlening tot abortus werden aangezet, maar die achteraf de psychische weerslag ervan niet kunnen dragen. Dikwijls gaat het hier om vrouwen die onder een sociale druk stonden of directe druk van de partner. Deze worden in de abortuscentra blijkbaar niet verder opgevolgd of wensen inderdaad niet langer herinnerd te worden aan de ingreep, aangezien hun gevoelens daar toch maar geminimaliseerd worden.
Kosten voor de opsporing van Down en andere afwijkingen en late abortus in uw programma.
Voor mij blijft het opsporen van syndroom van Down, aan een 15 miljoen euro kost voor 300 gevallen, waarbij er dan een aantal hoe dan ook ontsnappen, toch verbijsterend. Quasi allen (ook in uw programma) zonder onderscheid worden geaborteerd.
Dat wat Down kenmerkt is, enerzijds hun uiterlijk, anderzijds dat zij in de intelligentieschaal zich inderdaad bevinden in de laagste helft. Volgens prof. Goffin (Neurochirurg te Leuven) kan men zich uiteraard de vraag stellen of allen die in de laagste helft van de intelligentieschaal zitten, niet op dezelfde wijze moeten behandeld worden. Er is dus geen enkele mogelijkheid om in het individuele geval een duidelijk vooruitzicht te stellen van wat de uitkomst zal zijn.
Dit geldt trouwens voor heel wat pathologie, zowel na ongevallen (volwassenen of kinderen), bepaalde ziektes, zodat het inroepen van kwaliteit van leven in de overgrote meerderheid van de gevallen herleid wordt tot de subjectieve inschatting van diegenen die optimaal gezond zijn en die plots geconfronteerd worden, dat zij een belangrijk deel van hun tijd en energie zullen moeten besteden aan zorg. Kwaliteit van leven is altijd louter subjectief, en iedereen leeft met beperkingen op een of andere manier.
De maatschappij moet ondubbelzinnig en zonder discriminatie ook in tijd en ruimte budgettair voorzien voor haar zwaksten in de maatschappij. De ouders zelf zijn meestal wel gemotiveerd genoeg als hun reële hulp wordt aangeboden en zij zich niet verlaten voelen. Maar uiteraard, als de medische hulpverlening eerder uitnodigende is naar de gemakkelijke weg van beëindiging, en dit wordt meer en meer als vanzelfsprekend getoond, dan gebeurt dit ook. Het gaat om een maatschappelijke aanvaarding van beëindigen in plaats van maatschappelijke aanvaarding van hulp bieden om lijden mee te dragen en zorg te bieden. Het programma toont dat slechts één op 11 gedurende weken moeite heeft gehad, is tekenend voor de raad die gegeven wordt. Dat gaat hier over late abortus!! Waarbij dan nog het geval van diegenen die wel voor de rechtbank gelijk hebben gekregen en schadevergoeding omdat er geen abortus werd uitgevoerd, nu hun kind niet zouden willen afstaan!!!
Wat betreft de informatie zelf: hierover heb ik trouwens, naar aanleiding van een andere uitzending waarin ouders getoond werden die wél hun Downsyndroomkinderen verzorgd hebben, en na mijn contacten met de patiëntenorganisatie, ernstige bedenkingen. Ernstige informatie kan niet worden verduidelijkt binnen de tijdspanne van de reguliere consultatie gynaecologie. Trouwens de gynaecologen zelf worden nergens en nooit ten gronde opgeleid om met dit soort gesprekken op een genuanceerde non-judgement counseling manier om te gaan.
Alleen Professor Lejeune, vriend van Johannes Paulus II, heeft de nodige research gedaan, niet alleen om Trisomie (Down) te ontdekken, maar als basis om een therapie te kunnen aanbieden. Hijzelf was formeel en uitgesproken tegenstander van abortus, omdat hij heeft voorzien tot welke toestand dit ging leiden, waarvan de uitzending in Panorama de getuige is.
Besluit.
Ik meen genoegzaam te hebben aangetoond, dat de vorm van pluralisme die deze centra voorhouden slechts één enkele bepaalde mening weergeeft. Ze gaat uit van kwaliteit van leven, niet van recht op leven van elke mens. Voor ons geeft God het leven, en Hij roept ons terug naar Zijn eeuwig geluk. Er moet een recht op zorg zijn voor de zwaksten waarbij een menswaardige maatschappij de ouders, die diep getroffen zijn, moet bijstand verlenen. Geneeskunde die deze menselijke waardigheid met de voeten treedt, kan men niet indijken met wetgeving, hoe goed bedoeld ook. De hautaine minachting voor de wet die juristen en deze geneesheren voor de camera hebben tentoongespreid en het tolereren ervan, maakt dat dit soort wetgeving over het begin en levenseinde zeer snel herleid wordt tot louter subjectiviteit. Er is altijd een reden om iets ondraaglijk te noemen, maar misschien kan het toch worden gedragen, wanneer er voldoende schouders zijn om het verder te ondersteunen en onderbouwen. Organisaties zoals Downsyndroom Vlaanderen en andere geven daartoe een aanzet, maar krijgen, om terug voor Down te spreken, het niet gedaan dat de elementaire zorg op geïndividualiseerde basis voor elk kind wordt voorzien, terwijl men toch elk jaar 15 miljoen euro uitgeeft voor hun vernietiging en daarbij ook nog een aantal volledig normalen doodt. Dit betekent 50 000 die zouden kunnen besteed worden voor bijkomende zorg per kind met het syndroom van Down. Daarenboven was het tot heden niet mogelijk voor één maal de prijs van diezelfde 50.000 een informatieve DVD te maken die aan alle zwangeren kon worden meegegeven. Deze DVD kon zorgvuldig de non-judgement counseling bevatten, vooraleer zwangeren in de fuik te laten zwemmen van de genetische testing waarbij dan de moeder voor een onmogelijke keuze, die geen keuze meer is, wordt geplaatst.
Het leven van de mens behoort God toe, niemand heeft daar een recht op. Niemand kan zijn definitie van kwaliteit van leven als norm gebruiken om over leven of dood te beslissen!
++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++