Advent 2011 Deel 2.
Gebedsgroep
"HET CENAKEL"
Waregem
ADVENTS - EN KERSTTIJD 2011
In de Leer bij de Heiligen
Auteur : Abbé Max Huot de Longchamp, Centre St. Jean de la Croix, F-36230 Mers-sur-Indre
Oorspronkelijke Titel : LAvent et le temps de Noël 2011, à lécole des saints.
"Bereid de weg van de Heer. De weg van de Heer, broeders, waarvan ons gevraagd wordt dat we hem zouden voorbereiden, bereidt zich al gaande voor en men gaat er op in de mate dat men hem voorbereidt. Zelfs als ge op deze weg al een heel eind gevorderd zijt, toch blijft er u steeds hem voor te bereiden opdat, van het punt af waar ge zijt aangekomen, ge steeds verder zoudt vorderen. Zo is het dat de Heer, bij elke stap, die ge zet om zijn weg voor te bereiden, Hijzelf u voorgaat, steeds nieuw, steeds groter. Daarom zal de wijze en de vastbesloten reiziger er aan zal denken te beginnen op het moment dat hij aangekomen is. Hij zal dan vergeten wat er achter hem ligt om elke dag bij zichzelf te herhalen : "Nu, begin ik".
Guerric dIgny (1080-1157) Adventspreek.
2
Gebruiksaanwijzing.
De zes weken tussen de eerste zondag van de Advent en de Openbaring van de Heer funderen het Christelijk jaar op het mysterie van de Menswording : In de Kerstnacht zullen we verkondigen dat God mens geworden is en bij ons is komen wonen.
Deze zes weken zullen ons toelaten opnieuw volledig bewust te worden van deze fundering en daarom zullen we in de leer gaan "in de school van de heiligen". Onze lezers, die dit reeds gewoon zijn, zullen dit jaar merken dat er een kleine verandering is tegenover vorige jaren. De heiligen, aan wie we de dagelijkse teksten zullen ontlenen, zullen ons een ganse week vergezellen in onze opgang naar Kerstmis en de Openbaring van de Heer :
De eerste week : In vertrouwen verwachten, met Franciscus van Sales.
De tweede week : Zich bekeren met de H. Augustinus
De derde week : Bezinnen met Jean Rigoleux
De vierde week : Jezus in ons laten geboren worden met Jan Tauler
De Kerstweek : Binnen gaan in de stilte van Maria met Guillaume Gibieuf
De week van Openbaring van de Heer (Driekoningen) :
Het jaar goed beginnen, met Jean Nicolas Grou.
We hopen dat door het geven van meerdere teksten van dezelfde auteur, we onze lezers de gelegenheid zullen bieden deze beter te leren kennen en hen de smaak te geven om verder te gaan met hun werken te lezen en van hen zo metgezellen te maken in het Christelijk leven.
Dit zijn korte teksten. Ze zijn bedoeld om traag gelezen te worden, zachtjes overwogen en concreet toegepast. Zo zal men na elke tekst een aanzet vinden om deze meditatie te beginnen en ook een voorstel om dit mysterie te beleven.
3de Week van de Advent :
Zich bezinnen met
Jean Rigoleuc.
Jean Rigoleuc, geboren nabij St-Brieux in 1596, werd gevormd te Ren¬nes en treedt aan 22 jaar in bij de Jezuïeten te Rouen. Daar heeft hij als geestelijke leider de bekende Louis Lallemant, die een generatie mystieke en missionaire Jezuïeten zal vormen : De generatie van de martelaren van Canada, van de zalige Julien Maunoir, van Pater Surin. De loopbaan van Rigoleuc was zeer klassiek voor zijn tijd : Hij wordt ingezet in het middelbaar onderwijs en in het prediken van volksmissies in het centrum van Frankrijk en in Bretagne. Hij overlijdt in Vannes in 1658. Zijn grote verdienste was het verzamelen en op orde stellen van de onderrichtingen van zijn meester. Deze werden in 1694 gepubliceerd door een andere Jezuïet, Pater Champion, onder de titel : "Doctrine spirituelle du Père Lallemant" (Geestelijke leer van Pater Lallemant). Het is een verzameling van raadgevingen, die met een cartesiaanse duidelijkheid en zonder veel lyriek een duidelijk beeld geven van de ziel van de Jezuïeten in de Franse XVIIe eeuw. Pater Champion geeft ons ook een biografie van Rigoleuc, waarin we deze zien als een teruggetrokken kloosterling, voortdurend verbonden met God in zijn apostolisch werk. Hiervan getuigen ook zijn briefwisseling en zijn geestelijke verhandelingen, die we deze week zullen ontdekken.
3
ZONDAG, 11 december 2011. 3de De zondag van de Advent.
"Bid zonder ophouden".
Het gebed vormt ons om in Jezus.
Op bovennatuurlijk vlak is de eerste werking van Jezus-Christus de ziel een zachte en aangename wonde toe te brengen, die haar ziek maakt en als het ware naar liefde doet smachten. En zoals zieken de eetlust verliezen en de smaak naar vlees, naar kleur en verzadiging, zo verliest de ziel, die door deze goddelijke wonde verwond werd, de lust en de gehechtheid aan schepsels. Ze krijgt een andere inwendige gesteltenis. Haar begeerten en verlangens gaan niet meer naar de zaken van de wereld en ze hebben nog als enige beweging bij Jezus-Christus hun middelpunt en rust te zoeken. Men heeft enkel nog steun en troost in het enige voorwerp dat men bemint.
De tweede werking van Onze Heer op bovennatuurlijk vlak bestaat er in dat de ziel, die gekwetst werd, zoals we zojuist beschreven hebben, voelt dat haar wonde van langsom dieper wordt en de inprentingen van liefde vermeerderen zo erg dat ze niets anders meer kan doen dan voortdurend haar God zoeken. Ze is daar ten allen tijde en overal mee bezig. Haar gedachten, haar gevoelens, haar woorden, al haar daden zijn doordrenkt van deze liefde. Of men werkt of rust, of men waakt of slaapt, of men eet of zich ontspant, men denkt voortdurend enkel nog aan het voorwerp van zijn liefde en men draagt er alleen zorg voor hem te behagen en te beminnen. Alle andere zorgen gaan op in deze enige zorg.
Lexercice damour (de oefeing van liefde), III
OVERWEGEN.
De H. Paulus nodigt ons deze zondag uit om "voortdurend te bidden", "steeds vreugdevol te zijn" en "in alle omstandigheden dank te zeggen". Alleen Jezus kan dat in ons en het is daarom dat de H. Paulus dit voortdurend gebed verbindt met de komst van Jezus in ons : "Voor de komst van Onze Heer Jezus-Christus".
Deze komst van Jezus in ons wordt ervaren als een "zachte en aangename wonde", wat niet iets spectaculairs betekent, maar die zich vertaalt door een heimwee naar Hem, die maakt dat men zich niet echt kan "hechten aan de zaken van de wereld".
En het gevolg zal een verdiepen zijn van deze zachte wonde, die, zo zegt de H. Paulus, "onze geest, onze ziel en ons lichaam" steeds meer zal overweldigen, die ons, met andere woorden, zal omvormen in Jezus-Christus zelf.
IN PRAKTIJK BRENGEN.
Ik maak een klein bilan op van mijn gebedsleven : Hoeveel tijd besteed ik dagelijks werkelijk (niet idealiter) aan het gebed ? Met hoeveel ijver ?
MAANDAG, 12 december 2011. H. Damasius
Weten wat men wil.
We moeten onze daden beschouwen als zovele stappen om naar God te gaan en als treden om ons te verhogen in de genade en de glorie, als wegen langs waar God in ons komt, als een vermeerdering van zijn rijk in ons, langs waar Hij opnieuw bezit neemt van ons wezen, van onze krachten, van onze bezigheden en zich een nieuw gebied verwerft, een nieuwe eer, die men
4
Hem weigert als men Hem zijn daden niet toevertrouwt. Eén enkele goede daad, één heilige gedachte, één akte van aanbidding brengt al deze goede dingen voort voor een eeuwigheid.
Het geluk van dit leven bestaat uit drie punten : 1° Zich vestigen in de zuiverheid van hart en een volmaakte bevrijding van de zonde, van haar beginselen, haar gevolgen en haar lasten. 2° De wil van God kennen met de vaste bedoeling deze te aanvaarden en een onoverwinnelijke kracht om deze wil uit te voeren. 3° Steeds in de aanwezigheid van God verblijven met een werkelijke afhankelijkheid van Hem in al onze daden, waarvan het welslagen juist afhangt van deze afhankelijkheid en die, als het ware, de vrucht van zijn van deze afhankelijkheid.
In onze plannen en ondernemingen, is het beter de Wil van God te willen doen, dan de eer van God na te streven. Door de wil van God te doen, bewerken we immers onfeilbaar zijn eer. Door als motief voor onze daden de eer van God te nemen, kunnen we ons soms toch vergissen en eerder onze wil doen onder het voorwendsel de eer van God te doen.
Pieux sentiments (Vrome gevoelens) XXI,XXII,XXV.
OVERWEGEN.
Vele christenen zouden niet kunnen zeggen waarom ze christen zijn. Laten we in deze Adventstijd opnieuw de eerste vraag van de Catechismus ontdekken : "Waarom heeft God ons op de wereld geplaatst ? Om Hem te kennen en om Hem te beminnen". Hiervan uitgaande kunnen we meten wat onze daden waard zijn.
Concreet veronderstelt ons geluk dus vooreerst werkelijk de wil van God te willen doen en dan in elke omstandigheid te zoeken wat deze wil is, om voortdurend onze gedachten en onze daden te spiegelen aan Hem, die ons het leven geeft om ons te laten delen in zijn leven.
God is niet de vennoot van ons Christelijk leven, het is zijn leven zelf dat wij leven als we ons aan Hem geven in het geloof. Het Christelijk leven is bijgevolg niet zozeer de zaken doen "voor" God, maar ze doen "in" God, ze doen in een levende gemeenschap met Hem.
IN PRAKTIJK BRENGEN.
Ik neem de Catechismus van de Katholieke Kerk en herlees het voorwoord op nr.1. Heb ik er nog geen ? Dan koop ik hem morgen !
DINSDAG, 13 december 2011. H. Lucia.
Zijn oor bij God te luisteren leggen.
Ziehier de gedragsregels, die ik zou willen voorschrijven aan de zielen, die zich volledig aan God willen geven.
I. Dat ze verzaken aan hun eigen geest en zich niet meer zouden bedienen van wat ze hebben aan bestaan, aan leven en handelen noch door, noch voor zichzelf. Alsof ze een zuiver niets zouden zijn.
II. Dat ze zich enkel zouden verlaten op de leiding van de Geest van God, die in hen woont, in de overtuiging dat Hij hen veel beter zal gebruiken dan zij zelf zouden doen. In deze zekerheid, zullen ze trachten te leven in een zuivere onthechting aan allerhande plannen, verlangens, gevoelens en eigen bewegingen, in een eenvoudige en naakte afhankelijkheid van God, in een passieve houding tegenover God, onverschillig voor alles en tot alles bereid, steeds wachtend op het initiatief van God voor het uitvoeren van zijn plannen en zijn werken en mee te werken aan deze plannen voor dat deel, dat God behaagt aan hen toe te vertrouwen.
III. Dat ze zouden beseffen dat, moesten ze enkel uit zichzelf willen handelen, zonder de leiding van de Geest van God, ze dezelfde fout zouden maken als een leerling, die op zijn
5
eentje wil schrijven, hoewel de hand van de meester de zijne vasthoudt om haar te leiden en hem te helpen de letters te vormen.
IV. Dat ze een voortdurende aandacht zouden hebben voor Gods aanwezigheid en zijn werking, zonder echter hun geest te blinddoeken door een te geweldige ijver.
Abrégé de conduite spirituelle (Korte handleiding voor geestelijke leiding) V.
OVERWEGEN.
Eens men goed het doel van het Christelijk leven heeft opgespoord, zal het voortaan God zijn die het in handen zal nemen en zullen wij onze voorkeuren, onze indrukken onze wensen en andere plannen niet meer moeten doen gelden. Deze blijven natuurlijk bestaan. Ze zullen echter niet meer de beweegreden zijn van onze beslissingen.
Gans onze inspanning zal er voortaan in bestaan te luisteren naar wat God ons zegt om enkel nog te willen wat Hij wil en dus enkel nog te doen wat Hij met ons zal doen.
Daarvoor zal het middelpunt van ons leven de aandacht zijn voor Gods aanwezigheid, en dus de bezinning. Dat zal er ons heel vlug toe leiden het inwendig gebed een plaats te geven in ons leven van elke dag. Daarnaar zal Rigoleuc ons van morgen af helpen.
IN PRAKTIJK BRENGEN.
Wat waren in de loop van de dag van gisteren, de daden, waarvan ik kan zeggen dat ik ze verricht heb, omdat ik wist dat God ze van mij vroeg ? Wat zal ik vandaag doen, wat ik niet zou doen, moest God ze me niet vragen ?
WOENSDAG, 14 december 2011. H. Johannes van het Kruis.
Wat is inwendig gebed ?
I. Inwendig gebed is een gave van God, die veel meer afhangt van de genade dan van onze inspanning en ons werk. De Heilige Geest is er de auteur van en de Meester. Het is Hij die er ons toe oproept en het is van Hem dat we er het succes moeten van verwachten. Van onze kant kunnen we er ons echter voor openstellen door de zuiverheid van hart, door inkeer, door het beoefenen van de deugden, wat de zielen in staat stelt om met God te communiceren. De gewoonte en de ervaring helpen veel om deze heilige oefening te vergemakkelijken en de leiding van een wijze geestelijke leider is noodzakelijk om de illusies van de duivel te vermijden, die in deze zaken zo gewoon zijn en zo gevaarlijk.
II. Omdat het de bedoeling is en het doel van het Inwendig Gebed ons met God te verenigen door het inzetten van begrip en wil is het des te volmaakter naargelang het ons meer met God verenigt en door het meedelen van zijn Geest geeft het ons meer kracht om het goede te doen.
III. Van alle verschillende manieren waarop wij Inwendig Gebed kunnen verrichten, is, naar onze mening, de beste, dat gebed dat ons het meeste aantrekt, dat ons best lukt en waar we het meeste voordeel uit halen. Welke soort Inwendig Gebed het ook moge zijn.
IV. Alles wat de ziel bezoedeld, zoals zonden, passies, ongeregelde zinnelijkheid, of alles wat haar hindert, zoals overwerk, gejaagdheid, scrupules, geestelijke onrust, beletten het slagen van het Inwendig Gebed.
LHomme doraison (De mens van Inwendig Gebed), I
6
OVERWEGEN.
We beschouwen het Inwendig Gebed dikwijls als een geestelijke discipline, die er op gericht is om onze gedachten en onze daden te beheersen en die vooral een goede methode vraagt om te kunnen slagen. Nee ! Het is een gave van God en de goede methode bestaat er in goed te doen wat Rigoleuc ons gisteren en eergisteren reeds gezegd heeft. Namelijk Gods liefde in het hart van ons leven plaatsen.
Voor ieder van ons komt God ons op een andere weg tegemoet. Dat bepaalt onze eigen roeping. We zullen de onze gevonden hebben als we het geluk zullen voelen en begrijpen om een gemeenschappelijk leven te leiden met Christus. Als het de liefde van God is, die we echt willen beleven, zal onze roeping zich vlug en goed tonen.
Er is maar één hindernis in het Christelijk leven : De zonde. Ja, het op orde stellen, waartoe we reeds drie dagen worden uitgenodigd, is wel degelijk dringend.
IN PRAKTIJK BRENGEN.
Tot Kerstmis, reserveer ik dagelijks twintig minuten voor het Inwendig Gebed. Is dat teveel, is dat onmogelijk, is dat ondoenbaar ? Zelfs de krasselaars in de school van de heiligen kunnen die twintig minuten vinden. En als ze in die tijdspanne niets doen, zullen ze het belangrijkste gedaan hebben : Die twintig minuten zullen voor God geweest zijn. En, van morgen af, zal Rigoleuc hen tonen hoe ze die twintig minuten moeten organiseren.
DONDERDAG, 15 december 2011. Van de Feria.
Binnentreden in het Inwendig Gebed.
V. Ga naar het Inwendig Gebed met de zuivere bedoeling om er enkel God te zoeken en met een nederige overgave aan zijn wil om er alles te doen en te lijden, wat Hij wil.
VI. Bij de aanvang van het Gebed, voor ge u bezig houdt met wat ge hebt voorbereid, blijf een tijdje stil, zonder enige vorm van handeling. Dat dient om de rusteloosheid te kalmeren van de zinnen, van de verbeelding en van de appetijt, om de geest te laten rusten en de ziel te brengen in een toestand van inwendige vrede, die haar geschikt maakt om de werking van God te ontvangen.
VII. Plaats u dan in Gods aanwezigheid door een akte van geloof, die men van tijd tot tijd eens moet herhalen tijdens het Inwendig Gebed.
VIII. Hou, zoveel mogelijk, uw lichaam onbeweeglijk en zonder gejaagdheid. Dat helpt heel veel voor de rust van de ziel.
IX. Hou u maar matig bezig met het voorwerp van uw gebed en met de uitingen van uw verstand en uw wil, zonder teveel uw geest aan banden te leggen, noch met uw hart of uw hoofd inspanningen te doen.
X. Hou geen rekening met de uitwassen van uw verbeelding en wees niet ongerust over de pijn, die ze u veroorzaakt. Belet enkel dat uw geest uw verbeelding volgt in haar afdwalingen, en als hij toch verstrooid geraakt, breng hem dan zachtjes terug naar zijn onderwerp, zonder verder in te gaan op de verstrooidheden.
LHomme doraison. (De mens van Inwendig Gebed), I
7
OVERWEGEN.
Vermits het de bedoeling is van het Inwendig Gebed, naar God te luisteren, laat ons dan, zoveel mogelijk, het zwijgen opleggen aan alles, wat in onze gedachten, niet van God is. Alles wat onze inkeer bevordert is welgekomen : De goede plaats vinden, het goede moment, de goede houding, zodat we ons daar niet meer hoeven om te bekommeren.
God is daar. We weten het, maar dikwijls doen we alsof we het niet weten. Laten we in het Inwendig Gebed steeds tot deze eenvoudige zekerheid terugkeren, die, in feite, volstaat om van het Inwendig Gebed te maken, wat het moet zijn : Een moment van intimiteit tussen God en ons.
Een "Onderwerp van gebed" (zoals, bij voorbeeld, een tekst uit de Bijbel, die we traag lezen en overwegen) zal ons helpen, vooral in het begin, om alles, wat verder onze geest bezig houdt, te oriënteren naar God, die in stilte aanwezig is. Het is echter enkel een hulp die niet steeds nodig is. Vooral moeten we niet "onze geest aan banden leggen" alsof we aan het studeren waren.
IN PRAKTIJK BRENGEN.
Ik blijf trouw aan mijn besluit van gisteren en laat me helpen door de overweging van vandaag.
VRIJDAG, 16 december 2011. Van de Feria.
De kleine moeilijkheden van het Inwendig Gebed.
XI. Wees er van overtuigd dat, moest ge gedurende gans de tijd van het Inwendig Gebed, niets anders doen dan u sterk te houden in de strijd met de ongelegen gedachten die ge hebt, zonder er aan toe te geven en de pijn , de verveling en de tegenzin te verdragen, die ge ondervindt, zonder u echter te laten ontmoedigen, dit een heel goed Inwendig Gebed zou zijn.
XII. Als uw geest zo dor zou zijn, dat ge niet kunt mediteren, noch gevoelens opwekken, verdraag dan deze dorheid met geduld, en blijf zachtjes in de tegenwoordigheid van God.
XIII. Blijf des te meer stilstaan waar ge meer devotie of smaak ondervindt en tracht steeds meer aandacht te schenken aan de wil dan aan het verstand en wees meer geneigd naar gevoelens dan naar beschouwingen.
XIV. Tenslotte, herinner u dat, vermits het beste Inwendig Gebed niet dat gebed is waarin men het meest smaak heeft, meest troost vindt en het gemakkelijkst is, maar wel dat gebed, waarin men het meest trouw is, het meest standvastig en het meest onderworpen aan Gods Wil, het beste middel om in het Inwendig Gebed te slagen dan ook de trouw is, de standvastigheid, de onderwerping aan de wil van God, om het gewicht te dragen van onze zorgen en onze miseries, zonder ooit ontmoedigd te worden. Laten we, van onze kant, alles doen wat er in onze macht ligt en laten we er van verzekerd zijn dat, welk onze gesteltenis ook zij bij het gebed, als we trouw zijn in het lijden, zal God het laten slagen tot zijn meerdere eer en voor ons grootste goed.
LHomme doraison. (De mens van Inwendig Gebed), I
OVERWEGEN.
De verleider, die deze intimiteit tussen ons en God verafschuwt, profiteert al heel vlug van al onze zwakheden. Hij zal in onze geest verstrooidheden doen opkomen, afkeer, verveling, dorheid, enz
Best is ons daar niet over te verwonderen en zonder krampachtigheid te volharden in onze fundamentele bedoeling daar te zijn voor God en naar Hem te luisteren.
8
"Tracht steeds meer aandacht te schenken aan de wil dan aan het verstand en wees meer geneigd naar gevoelens dan naar beschouwingen" : "Gebed bestaat er niet in veel te denken, maar in veel te beminnen" zei de H. Teresa van Avila. Een overweging is een onderzoek van de reden om te beminnen, terwijl een gevoelen de liefde zelf is, die in onze wil tot beweging komt. Men begrijpt dat het naar deze beweging van de wil is, die zich zal vertalen in concrete daden, dat het Inwendig Gebed ons leidt en dat het daarnaar is dat wij moeten streven.
Wat ook de moeilijkheden mogen zijn, die we in het Inwendig Gebed tegen komen, het eenvoudige feit dat we er trouw aan zijn, waarborgt er de waarde van want deze trouw bevestigt ons in onze intentie het leven met God te delen. De rest hangt van Hem af, de rest is bovennatuurlijk en het bovennatuurlijke voelt of ziet men niet.
IN PRAKTIJK BRENGEN.
Zoals gisteren.
ZATERDAG, 17 december 2011. Van de Feria.
Een van langsom meer doorzichtig geloof.
Verbeeld u niet dat ge niets doet in het Inwendig Gebed als men er toe aangetrokken is als naar een eenvoudig moment van stille inkeer. Men stemt in met het werken van God, men geniet van God, men smaakt de vrucht van zijn werk en de zielen, die op deze weg geleid worden, moeten er goed voor opletten deze weg niet te verlaten om terug te keren naar de gewone weg van de meditatie. Vermits de Heer hen de gunst heeft bewezen hen uit te nodigen om te rusten aan zijn hart, zoals dierbare bruiden, zouden ze onbeleefd en onbezonnen zijn als ze de liefkozingen van hun Bruidegom zouden weigeren.
Het is niet zo dat ik de meditatie misprijs. Ze is excellent en de zielen aan wie God niets anders geeft moeten er tevreden mee zijn als ze het gevaar niet willen lopen om verloren te gaan. Zij echter, die God aantrekt naar het Inwendig Gebed van de eenvoudige vereniging, schaden zich zeer erg als ze deze aantrekking weerstaan door met geweld hun geest te beperken tot een menigte beschouwingen, gevoelens en bestudeerde besluiten. Zonder al deze inspanningen heeft God, in de eenvoudige weg, waartoe Hij hen roept, wonderbare ingevingen om hen de waarheden te doen kennen, die Hij verlangt dat ze zouden kennen, Hij laat ze hen horen in zulke duidelijke woorden en Hij prent ze in hun ziel op zulke doeltreffende manier, dat ze er onvergelijkelijk beter ontwikkeld uit te voorschijn komen, dan wanneer ze zouden gevormd zijn door vele klassieke meditaties.
Brief XI, aan een Zuster Ursuline
OVERWEGEN.
Het bovennatuurlijke voelt en ziet men niet, schreven we gisteren. Bijgevolg, hoe intenser de relatie met God wordt, des te meer zal ze de neiging hebben om on-voelbaar te worden, zonder deze echos van zijn aanwezigheid in onze gevoelens en in onze gedachten, die wij in het begin misschien zeer bemoedigend vonden. De echo verstoort heel vlug het concert en er trekt zich tussen God en ons een scherm op, van zodra we de eenvoudige aanwezigheid van God willen "voelen".
9
Zo wordt de tijd van Inwendig Gebed heel dikwijls ervaren als een tijd van volheid, onverklaarbaar, maar die ons heel intens bezig houdt, zoals men bij een vriend verblijft, en als een tijd van leegheid, omdat wat er gebeurt ons te boven gaat. God, die zich in ons bevindt, boven onze ideeën, onze beelden en onze indrukken
De verleiding zou hier bestaan het Inwendig Gebed weer ter hand te willen nemen, "beschouwingen en gevoelens" te willen fabrikeren". Nee, laten we God doen, laten we Hem in ons bidden.
IN PRAKTIJK BRENGEN.
Zoals gisteren en eergisteren. Van nu af zullen we dit niet meer herhalen. Laten we echter aan dit besluit trouw blijven tot met Kerstmis ... en verder
4de Week van de Advent.
Jezus in ons laten geboren worden
met Johannes Tauler.
Johannes Tauler is rond 1300 geboren in een burgerlijke familie van Straatsburg. Toen hij ongeveer 15 jaar was, trad hij in in het klooster van de Dominicanen van de stad. Op dat moment telde deze 10.000 inwoners en kende een sterke godsdienstige en intellectuele vitaliteit, onder meer te danken aan de bedelorden, die door de bisschop van de stad eerder slecht gezien waren. Dat zal de gelegenheid geven aan meerdere conflicten, die, onder andere, leidden tot de veroordeling van Meester Eckhart, zinnebeeldige figuur van de Dominicanen in de Rijnvallei. Tauler kreeg bij hen een stevige basisvorming, waarna hij, naar alle waarschijnlijkheid, naar Keulen gezonden werd om er de onderrichtingen van de Meester te volgen. Twintig jaar later keert hij terug en het is vooral in Straatsburg dat hij zijn activiteiten zal ontplooien van predikant en geestelijk leider, vooral bij de zeer talrijke vrouwelijke kloostergemeenschappen van de stad. Er waren niet minder dan zeven kloosters van Dominicanessen en 85 begijnhoven ! Het is in Straatsburg dat hij zijn dagen zal eindigen in 1361.
De 84 sermoenen van Tauler, door zijn toehoorders opgeschreven, verraden de invloed van Meester Eckhart, echter zonder de provocerende bewoordingen, die deze laatste heel wat moeilijkheden bezorgden. Steeds verenigt Tauler praktische raadgevingen en eenvoud van uitdrukkingen met een zeer diepe mystiek. In de XVe eeuw werden verschillende van zijn werken, onder zijn naam, verzameld door de H. Petrus Canisius, vervolgens vertaald in het Latijn, waarna ze zich over Europa verspreidden. Het gaat over de "Institutiones", waarvan de invloed aanzienlijk geweest is, onder meer op Teresa van Avila in Spanje.
10
ZONDAG, 18 december 2011. 4de Zondag van de Advent.
Maria-Boodschap.
Uw Wil geschiede !
Veel meer dan we zouden kunnen zeggen of doen, vraagt en verlangt God niets zo sterk dan deze wens te horen in het diepste van ons hart : "Heer, moge uw allerheiligste Wil geschieden". Toen de engel Gabriël aan de Moedermaagd de boodschap bracht van de eerbiedwaardige Drie-Eenheid, bracht al wat hij zei niet veel bij opdat ze de Moeder Gods zou worden. Maar toen ze afstand deed van haar eigen wil om deze aan God te offeren, werd ze, op datzelfde moment, de echte moeder van het eeuwige Woord van God. Door de Zoon van God te ontvangen, verdiende ze werkelijk zijn moeder te zijn en zo bekend te worden.
Zoek niets anders dat de mens werkelijk zou kunnen in veiligheid brengen en hem rechtvaardigen, zolang hij niet heeft verzaakt aan zijn eigen wil. Zo lang, daar mag hij zeker van zijn, zal zijn vooruitgang op het gebied van de volmaaktheid, voor God geen waarde hebben, zelfs als het voor hem mogelijk is te kiezen wat hem bevalt en in staat van genade te blijven omdat hij zozeer God boven alles plaatst. Als hij echter zover gevorderd is om volledig aan zichzelf te verzaken en zich zonder beperking aan God te offeren, bereid om alles te ondergaan, alles voor Hem te lijden, zowel van binnen als van buiten, dan alléén en niet eerder, begint hij zich op de goede weg te begeven. Dan bevindt hij zich, in zekere zin, in veiligheid in alle omstandigheden, zoals God zelf. Hij wordt van alles meester, veel meer dan hij ooit is geweest en in al deze dingen, geniet hij van een zaligheid, die geenenkel mens waard is te genieten zonder dit verzaken aan zijn eigen wil.
Institutions, 18.
OVERWEGEN.
Op enkele dagen van Kerstmis leert de H. Maagd ons de houding, die we moeten aannemen, die God zal toelaten om in ons mens te worden, zich te incarneren : uit de grond van ons hart willen wat Gd wil en wat zowel voor ons als voor Hem het geluk is.
Het Christelijk leven is nooit "doen" maar steeds "zich laten doen", omdat het bovennatuurlijk is. Maar als God alles doet, dan doet Hij niets zonder onze toestemming. Het hing van Maria af of het plan van God zou slagen of mislukken. Het hangt van ons af of we al dan niet kind van God worden.
De Christelijke volmaaktheid bestaat in het vergeten van onszelf ten bate van een eenvoudige en liefdevolle aandacht voor God, deze van Maria op de dag van de Boodschap.
IN PRAKTIJK BRENGEN.
Ik voorzie in de loop van de dag iets waar ik geen zin in heb, maar dat God me vraagt. En in plaats van te zoeken hoe het te omzeilen, of in plaats van het met tegenzin te doen, zal ik er me voor inzetten uit liefde voor God, die het me vraagt.
11
MAANDAG, 19 december 2011. Van de feria.
Zijn voertuig beheersen.
Wie zonder ophouden het Woord Gods in zich wil zien groeien, zoals het in alle eeuwigheid door de Vader is verwekt, moet zich aan de volgende voorbereiding wijden :
Hij zal met zorg en een voortdurende bezorgdheid waken over de inwendige en over de uitwendige mens. Vooreerst, wat de uitwendige mens aangaat, zal het nodig zijn dat hij hem onderwerpt, hem doet plooien, hem vernedert, hem onderwerpt in al zijn uitwendige zinnen, in al zijn lichamelijke krachten, in al zijn vermakelijkheden, die zijn natuur overal zoekt. In het voedsel, in de drank, in de slaap, zowel gezeten als liggend, in het sensueel genoegen, in het gezelschap van mensen, wie dat ook mogen zijn, van het moment dat het niet noodzakelijk is om ze te ontmoeten, zelfs al waren het broers, zusters of andere verwanten.
Wat de inwendige mens betreft : hij zal zich houden als het ware voor de voeten van God ter aarde geworpen, zijn blikken alleen en zuiver naar Hem richtend, zonder zich in te laten met zijn gaven, noch met alles wat er uit kan voorkomen. Boven alles op God gericht. Zo sterk dat, moest het de Heer behagen hem met al zijn gunsten te overladen, hij verder zou gaan met enkel zijn zuivere nietigheid te zien en te zeggen : "O Heer, mijn God, ik zoek in het geheel niets voor mezelf, ik wil enkel U, uw behagen en uw eer".
Institutions. XXXIII
OVERWEGEN.
De uitwendige mens, dat is dat deel in ons, dat naar de schepselen gericht is om in de wereld te handelen, te bewegen, zich te voeden, te rusten, enz
De inwendige mens is dat deel in ons dat naar de Schepper gekeerd is, om met Hem in gemeenschap te leven, Hem te beminnen en te dienen. Het geestelijk evenwicht bestaat in de harmonie tussen deze twee, niet enkel opdat de ene de andere niet zou hinderen, maar opdat de uitwendige mens ten dienste zou staan van de inwendige, zoals het was in het aards paradijs voor de zondeval.
De inwendige mens staat in rechtstreeks contact met God, die "mij meer intiem is dan ik mezelf ben" (St Augustinus) : Het is Hij, die wil, die weet, die begrijpt. Hij geleidt het geestelijk leven, zoals een chauffeur een wagen bestuurt. De uitwendige mens is in rechtstreeks contact met de wereld. Hij volgt de weg, die God voor hem uitgestippeld heeft, zoals de wagen de chauffeur vervoert.
De inwendige mens houdt zijn ogen op God gericht, terwijl de uitwendige mens op elk moment en nauwkeurig zijn snelheid en zijn richting aanpast op de weg, die hij berijdt.
IN PRAKTIJK BRENGEN.
Zonder twijfel gebeurt het me vaak dat ik de uitwendige mens, zijn verlangens, zijn angsten, zijn slechte gewoonten, de inwendige mens laat overheersen. Om deze in zijn rechten te herstellen, ga ik na welke in mijn leven mijn slechte gewoonten zijn en vandaag, ik beloof het, zal ik er niet aan toegeven !
DINSDAG, 20 december 2011. Van de feria.
Zijn snelheid beheersen.
Als we uitwendig werken zal ons inwendig oog van ons hart liefdevol moeten gehecht blijven aan, en steeds open naar God toe, zodat er in het diepste van onszelf geen andere intentie, geen andere betrachting is dan voor Hem. En als onze sensualiteit ons, bij toeval, ergens anders wil naartoe voeren, iets anders wil zoeken en voelen, moet men ze daar onmiddellijk van terughalen
12
tot ze weer in de lijn loopt en geremd wordt door haar inwendige pedagoog, namelijk de rede. Bij elk werk, bij elk woord en in elke oefening is het inderdaad van belang, zo vlug mogelijk terug te keren naar zijn inwendige en, in dit licht, te zien of dit werk, dit woord of deze oefening moeten gedaan worden of niet. Daarna zal men handelen nadat men, inwendig, hiervoor de toelating gekregen heeft. Alléén zo kan men er zeker van zijn aan God te behagen.
Gelijk wie, die deze manier van leven zal aannemen, zal, als hij dit echt verlangt en het verlangt met zijn hart, niet mankeren om God in zich te voelen geboren worden. Er worden hem, in het bijzonder, vijf gaven gegeven :
De eerste zal zijn : de minachting van de uitwendige en bederfelijke mens, het weinig belang dat men hecht aan ons lichamelijk welzijn, aan onze zinnen en alle genoegens, die ons door bederfbare dingen gegeven worden en we zullen, met de Apostel zeggen : "Ik houd alles voor vuilnis, als het er om gaat Hem te winnen". (Fil.2.8)
Institutions, XXXIII (vervolg morgen)
OVERWEGEN.
Het geheim om het evenwicht te vinden dat Tauler ons gisteren voorstelde, bestaat er in een absolute voorrang te geven aan de aanwezigheid van God in ons leven : "Het inwendig oog van ons hart zal steeds liefdevol moeten gehecht blijven aan en steeds open voor God".
Dan zal God zich aan ons volop meedelen en ons in Hem omvormen. Tauler zal ons nu de effecten tonen van deze omvorming.
Het eerste effect is het herstel van de juiste hiërarchie tussen God en wat niet God is in ons leven. Zeker, de gezondheid, het welzijn en de voorspoed moeten niet verwaarloosd worden, vermits dit alles door de Schepper gegeven is, we hechten er echter minder belang aan tegenover het enige definitieve en absolute Goed dat Christus is.
IN PRAKTIJK BRENGEN.
Vandaag zal ik een juiste hiërarchie beleven tussen God en de rest. Vooreerst zal ik een tijd nemen om te bidden, om goed te bidden. Dan zal ik me vormen als Christen door een tijd de H. Schrift te lezen of de onderrichtingen van de Kerk. Tenslotte zal ik Christus dienen in mijn armste broeders door een zieke te bezoeken, een behoeftige te helpen, enz
"Stop ! Dat is teveel ! De dag zal tekort zijn ! Ik ben geen monnik !" - Ziet ge nu dat ge u moet bekeren !
WOENSDAG, 21 december 2011. Van de Feria.
Vrede met zichzelf.
(vervolg van gisteren) De tweede gave zal er in bestaan van langsom meer God te voelen doordringen in onze geest. Elk moment zal Hij bij onze ziel aanwezig zijn, meer dan onze zinnen en de uiterlijke realiteiten het kunnen zijn. En wijzelf zullen zonder ophouden bereid zijn, telkens we zullen ademen, om ons te offeren aan God en ons te verheffen tot Hem om Hem te smaken en Hem te voelen.
De derde is dat we de echte vrede zullen krijgen, reeds in deze wereld en dat we een soort voorsmaak zullen hebben van deze eeuwige vrede, waar we op een dag zullen van genieten. Ja, we zullen er al zo goed de bezitters van zijn, dat niemand ze ons nog zal kunnen roven. Moest alles omver geworpen worden en verdwijnen, bij leven als voor de dood, zullen we wezenlijk
13
steeds kalm blijven. Waarom ? Omdat we inwendig ons voortdurend met alle schepselen in de goddelijke Wil onderdompelen. En vermits er niets is dat ons zozeer behaagt dan deze Wil, is het gevolg dat we in alles vrede zullen hebben.
De vierde gave is een volmaakte onderscheiding in alles wat ons noodzakelijk is, zowel van binnen als van buiten. We zullen zulk een licht krijgen dat we klaar zullen weten van waar onze impulsen komen, de beweegredenen of de inwendige of uitwendige neigingen. Of ze van de Geest komen of van de natuur. Nog veel andere verborgen waarheden, die binnen of buiten ons zullen tevoorschijn komen, zullen ons eveneens geopenbaard worden.
Institutions. XXXIII (Vervolg morgen)
OVERWEGEN.
Over het algemeen begint God met ons vrees aan te jagen. Of eerder, wetend wat hij gaat verliezen, prent de Verleider ons de vrees voor God in, van zodra we ernstig willen beginnen aan het Christelijk leven : "We zullen daartoe niet de nodige kracht hebben, het zal triestig zijn, enz
" Maar stilaan, naargelang ons oog zich begint aan te passen aan het schemerdonker, zullen we een geluk ervaren, dat van een heel andere kwaliteit is dan de pleziertjes, die we achterwege gelaten hebben.
We ervaren dan een geheime vrede, deze van de terug gevonden vrijheid. We verliezen onze tijd niet meer door met onszelf te onderhandelen, met onze kleine verlangens, onze kleine plannen, onze angsten
En dan klaart alles op in ons leven, alles krijgt zin, en wat vroeger enkel diende om onze tijd te doden, wordt een voortdurende en liefdevolle dialoog met God, die ons laat leven en aan Wie we ons leven geven. We worden geboren tot het eeuwig leven : Het is Jezus, die in ons geboren wordt.
IN PRAKTIJK BRENGEN.
Mijn leven wordt gehinderd door een aantal zaken, die de moeite niet waard zijn. Ik eet teveel, ik drink teveel, ik vermaak me teveel, ik werk teveel, enz
Dus, ik zoek mijn zondetje en op 3 dagen van Kerstmis, maak ik plaats voor Jezus door vandaag de juiste maat in acht te nemen.
DONDERDAG, 22 december 2011. Van de Feria.
Dan kan Jezus geboren worden.
Tenslotte, en dit is de vijfde gave, zal God, de eeuwige Vader in ons, onophoudelijk, zijn eeuwig verwekken bewerken. Ja, zeg ik u, het verwekken van dit Woord, dat Hij in zijn eeuwigheid voortbrengt, dat zal Hij hier beneden bewerken, zoals Hij het daarboven doet, noch min noch meer. In dit verwekken zal onze geest omgevormd worden, verheven, verheerlijkt en ze zal iets smaken van deze rust en deze aanwezigheid van de eeuwigheid, terwijl al het rumoer van de schepselen zal verstomd zijn en alles stil zal geworden zijn. Inderdaad, alles wat niet uit deze geboorte zal voortgekomen zijn of en niet naar terugkeert, zal enkel een voorwerp zijn van misprijzen. In de geest, die zo met God verbonden is, zal alles zich omvormen naar het voorbeeld van dit eeuwig verwekken en alle menigvuldigheid zal tot de Ene herleid worden.
Waarlijk, elke ziel, die zich zo boven de tijd verheft, die afgestorven is aan elk genot, die uit zichzelf getreden is om zich enkel ontvlamd te weten door de liefde voor haar Schepper, deze ziel, ik zeg het, die zover gevorderd is, gelijkt op de Serafijnen. Ze is opgenomen in hun gezelschap, met hen geniet ze van het goddelijk licht. Ze verheugt zich in een onvergelijkelijke liefde van
14
goddelijke natuur. Elk ogenblik vervloeit ze, als het ware, in deze liefde van de godheid en verdwijnt in deze bodemloze afgrond.
Moge de Eeuwige Vader, de Koning der koningen en Heer der heren, aan ons allen deze genade geven. Amen.
Institutions. XXXIII
OVERWEGEN.
God wordt in ons geboren, door ons in Hem om te vormen. We zien Hem niet als een andere, alsof Hij voor ons of naast ons zou staan, we ervaren echter het goddelijk leven : De Christen ziet God niet, hij begrijpt God niet, hij voelt God niet, maar hij ziet, begrijpt en voelt wat God ziet, verstaat en voelt, omdat hij leeft van het leven zelf van God.
Het is in deze geboorte dat ons levensdoel zich verwezenlijkt : Naar het beeld van God geschapen, worden we volledig aan Hem gelijkend als we, terwijl we ons aan Hem geven, Hem toelaten in ons vlees te worden en tegelijk ons vergoddelijken in Hem.
Daarvoor is het nodig en voldoende het "ja" aan Jezus van ons Doopsel te beleven. Dat wil zeggen : ons te werpen in de bodemloze afgrond van zijn liefde.
IN PRAKTIJK BRENGEN.
Zoals gisteren.
VRIJDAG, 23 december 2011. Van de feria.
Het inwendig gebed, de komst van Jezus in mijn ziel.
De Heer zei : "Gaat gij maar naar het feest. Ik ga nog niet naar dat feest, want voor Mij is de tijd nog niet rijp". (Joh.7, 8)
Welk is dan dat feest, waarnaar de Heer zegt dat we moeten gaan en waarvoor de tijd rijp is ? Het hoogste feest en het meest echte, het opperste feest, is het feest van het eeuwig leven, te weten, de eeuwige gelukzaligheid, waarbij we echt tegenover God zullen staan. Dat kunnen we hier op aarde niet hebben. Het feest dat we echter wel kunnen hebben, is een voorsmaak er van, een ervaring van Gods aanwezigheid in de geest door een inwendig genot dat ons gegeven wordt door een intiem gevoel. De tijd, die nog steeds de onze is, is deze van het zoeken naar God en het gevoel na te streven van zijn aanwezigheid in al onze werken, ons leven, ons willen en onze liefde. Het is zo dat we ons boven onszelf moeten verheffen en boven alles wat niet God is, terwijl we enkel Hem willen en Hem beminnen, in volledige zuiverheid, en niets anders. Deze tijd is van alle momenten.
God is steeds daar, aanwezig, en zelfs als we Hem niet voelen, is Hij toch in het geheim aanwezig voor het feest. Waar God is, daar is het waarlijk feest. Hij kan niet ontbreken, noch zich onthouden van daar te zijn, waar Hij geroepen wordt door een eerlijke intentie en waar men enkel Hem zoekt. Hij moet daar noodzakelijk zijn. Hij is er misschien op een verborgen manier, maar Hij is er.
Preek XII
15
OVERWEGEN.
Zich in de stilte aan het inwendig gebed begeven, is reeds de eeuwigheid beleven en de onmetelijkheid van de liefde. Het is vooruit lopen op het moment dat "God alles in allen" zal zijn als het werk van Christus zijn historische volheid zal bereikt hebben.
Het inwendig gebed is een feest, het feest van het weerzien met God. De voorbereiding van het feest is al een feest en alles wat ons naar inwendig gebed brengt, deze wens van God, deze vreugde Hem geheimzinnig aanwezig te voelen, bevestigt, zoals Jezus ons heeft beloofd, dat we reeds verrezen zijn, reeds van de dood overgegaan naar het leven.
Het is een beproeving voor de liefde diegene nog niet te zien, die men reeds bemint. Deze beproeving is echter niet nutteloos. Ze laat de verdieping toe van deze liefde, haar versterking, haar uitbreiding tot in de verste uithoekjes van ons hart. Dat is de betekenis van de luttele jaren, die God ons op de aarde doet doorbrengen.
IN PRAKTIJK BRENGEN.
Zoals gisteren en eergisteren.
ZATERDAG, 24 december 2011. Van de Feria.
De groei van Jezus in ons.
Als de mens aan het begin staat van het geestelijk leven, neemt hij zich eerst goede uitwendige praktijken voor, zoals gebeden, verstervingen, vasten en andere bijzondere vormen van devotie. Dan wordt er hem een inwendige oefening opgelegd, vertrouwelijk, waarin de mens al zijn ijver zet op het zoeken naar God in het diepste van zichzelf. Het is immers daar dat het Rijk Gods zich bevindt.
Mijn kinderen, deze manier van leven is even verschillend van de eerste als lopen verschillend is van zitten. Moest men er in slagen dat het uitwendig leven geen hinderpaal zou zijn voor het inwendige, dan zou dit dubbel leven beter zijn dan een enkelvoudig. Maar als u gewaar wordt dat het uitwendig devotieleven een hindernis is voor het inwendig leven, laat het dan stoutmoedig achterwege, want het is het inwendig gebed dat een genotsvol goddelijk leven is.
Daarom, stel uzelf voor te mediteren over wat er u het meest lijkt aan te zetten tot liefde, namelijk, het leven, de passie of de liefdeswonden van Christus, het wezen zelf van God, de H. Drievuldigheid, de macht, de wijsheid of de goedheid van God, het goede dat Hij voor u gedaan heeft. Welke gedachte ook, die uw vurigheid aanwakkert, ga er op in, vol erkentelijkheid, in de diepte, en wacht daar op God. Deze oefening, met liefde verricht, brengt ons in de gesteltenis om God te ontvangen, veel meer dan de uitwendige praktijken. Wat het meest innerlijk is, is steeds het beste. Het is vanuit het innerlijke dat het uiterlijke zijn kracht haalt.
Sermoen XXXIX
OVERWEGEN.
Vooraleer te handelen, denkt de mens na en vooraleer na te denken gaat hij de situatie na, waarin hij zal handelen. Hij doet wat hij wil, maar hij wil wat hij begrijpt en hij begrijpt wat hij waarneemt. Gans ons leven speelt zich in deze orde af en over deze drie vlakken.
16
In onze bewuste relatie met God, namelijk, in ons inwendig gebed vinden we deze drie vlakken terug. We beginnen met ons meest uiterlijk leven naar God te richten. Dat is de tijd van een goed gestructureerd en georganiseerd gebed. We gaan verder met een steeds duidelijker smaak voor de Goddelijke intimiteit. Dat is de tijd van een steeds diepere bezinning, zelfs als daarbij ons werkloos brein met verstrooidheden belast wordt. Tenslotte gaat ons gebed volledig op in de simpele aanwezigheid van God. Dat is de tijd van omvorming in Hem.
Dit verplaatsen van het zwaartepunt van ons geestelijk leven naar het inwendige, gaat gepaard met de ontwikkeling van ons gebed. Het komt overeen met de komst, de geboorte, en vervolgens de groei van Jezus in onze ziel. Het is niets anders dan het mysterie van Kerstmis dat zich vandaag in ons afspeelt.
IN PRAKTIJK BRENGEN.
Ik bereid me voor, op deze vooravond van Kerstmis, op mijn inwendige ontmoeting met Jezus door Hem tenminste een half uur inwendig gebed aan te bieden.
MET DANK AAN DE de Heer dr. Claes,