For this blog to translate into language of your choice? Select your language below.
2 prachtige pps-jes hierboven van Godelieve en ook Mama rechts heeft ze gemaakt Klik op de banner en bekijk nog veel meer moois op haar blog
Klik op de banner hier beneden en ga eens langs bij Lenie voor nog meer moois Alle Ave Maria pps-jes hierboven zijn van haar
Gastenboek
Druk oponderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek
Wonder
06-10-2011
Feest van Heilige Bruno, pr.
AVE MARIA
Abbaye Saint-Joseph de Clairval 21150 Flavigny sur Ozerain France
AVE MARIA
Abbaye Saint-Joseph de Clairval
21150 Flavigny sur Ozerain
France
email : abdij@clairval.com
Brief van 6 oktober 2011,
feest van Heilige Bruno, pr.
Dierbare Vrienden,
Op een zomerse dag in 1955 meldt zich een studente aan de faculteit Geneeskunde van Milaan voor een moeilijk examen ter afsluiting van het tweede jaar. Onverwacht moet ze een mondeling examen afleggen. Eerst reageert ze niet, vervolgens bloost ze en legt verlegen uit: «Professor, ik ben in behandeling voor een zenuwziekte, ik hoor niets... Ik hoop dat ik zal genezen... Heeft u alstublieft geduld... Kunt u me de vragen schriftelijk stellen?» De aanwezige studenten in de zaal beginnen te lachen. De professor die denkt dat het een slechte grap is schreeuwt: ««Geduld, geduld!» Kijk eens aan! Wie heeft er ooit een dove arts gezien?» En hij gooit het studieboekje tegen de muur terwijl het meisje, van haar stuk gebracht en vernederd, fluistert: «ik wilde u niet beledigen.» De professor is onvermurwbaar. De studente is gezakt, verlaat de zaal en zegt tegen een huilende vriendin die alles heeft gezien: «Het is niet erg; luister, zeg nog niets tegen mama; ik zal het haar morgen vertellen» en zij zelf zal haar professor bij haar moeder proberen te verontschuldigen. Dit meisje heeft haar artsendiploma nooit gehaald, maar vanuit de hoge hemel leert ze talloze «patiënten» de kunst hoe goed te lijden.
Benedetta (Benedicte) Bianchi Porro werd op 8 augustus 1936 geboren in Dovadola, een dorp in de provincie Forlì in Romagna (Noord-Italië). Haar moeder heeft een diep geloof en zal proberen dit aan haar zes kinderen door te geven. Wanneer ze nog maar een paar maanden is, krijgt Benedetta poliomyelitis; de ziekte wordt tegengehouden, maar haar rechterbeen zal altijd korter blijven dan het andere. Op een dag, tijdens een spel op de speelplaats, roept een jongen voor wie het meisje in de weg zat tegen haar: «Hé! Mankepoot!» Haar broer Gabriele neemt het niet, met als gevolg dat de jongens met elkaar op de vuist gaan. De moeders snellen toe om hen uit elkaar te halen. Maar Benedetta is niet boos: «Hij heeft me «mankepoot» genoemd; wat is daar verkeerd aan? Het is de waarheid!» Door deze woorden verzoenen de jongens zich weer met elkaar en hervatten hun spel.
De grote verlangens van een tiener
In 1942 vestigt de familie Bianchi zich in Sirmione, aan de oever van het Gardameer. Vanaf 1946 vertrouwt Benedetta haar gedachten toe aan een dagboek waarin het kind vaak aandacht schenkt aan haar gebreken: «Mama zegt dat ik onuitstaanbaar ben... Ik ben onopgevoed en boosaardig.» In 1949 moet ze een corset aan om te voorkomen dat ze een bochel krijgt. Diezelfde dag schrijft ze: «Ik heb gehuild; het corset knelt zo onder mijn armen! Voorheen was ik onbezorgd en ik dacht bijna net als de anderen te zijn. Maar wat een diepe kloof gaapt er nu tussen hen en mij! Maar in het leven wil ik zijn zoals zij, misschien zelfs een beetje meer. Ik zou willen dat ik iemand kon worden.» Op school bereikt het meisje uitstekende resultaten. In 1953 schrijft ze: «Vandaag is het Pasen; wat zou ik graag herrijzen uit mijn zonden en nog alleen van God leven!... Vandaag hebben Gabriele en ik een beetje gefilosofeerd over God en de onsterfelijkheid van de ziel. Wat zijn de mensen toch dwaas dat ze zich schamen over zulke belangrijke dingen te praten!»
In een preek op 15 april 2010 voor leden van de pauselijke Bijbelcommissie, merkte Paus Benedictus XVI op: «Tegenwoordig zijn we vaak een beetje bang om over het eeuwig leven te spreken. We spreken over dingen die nuttig zijn voor de wereld, we laten zien dat het christendom eveneens bijdraagt tot verbetering van de wereld, maar we durven niet te zeggen dat het doel dat ons voor ogen staat het eeuwig leven is en dat uit dit doel vervolgens de criteria voor het leven voortkomen... We moeten opnieuw erkennen dat het christendom slechts vanuit het perspectief van het eeuwig leven zijn volledige zin te zien geeft... Het eeuwig leven bestaat, het is het ware leven, en uit dit ware leven komt het licht voort dat ook deze wereld verlicht.»
Op 15 februari 1953 wordt Benedetta mondeling overhoord tijdens de les Latijn, maar het lukt haar niet de vragen van de leraar te horen. Deze gehoorstoornissen doen zich meerdere malen voor. In haar dagboek zegt ze hierover: «Hoe moet ik er op zulke momenten wel niet uitzien? Maar wat maakt het uit? Op een dag zal ik misschien niets meer begrijpen van wat de anderen zeggen, maar zal ik altijd de stem horen van mijn ziel en dat is de ware gids die ik moet volgen.» Door hard te werken haalt ze in oktober het maturiteitsexamen (baccalaureaat) met een uitstekend cijfer. Daarna schrijft ze zich in aan de faculteit Geneeskunde van Milaan; haar doel is «Leven, strijden en me opofferen voor alle mensen.»
Door de dreiging van doofheid maakt Benedetta echter een periode van ontmoediging door. Ze ervaart hoe duizelingwekkend nietig iemand zich kan voelen. Aan haar vriendin die haar op dat moment het naast is schrijft ze: «Weet je, Anna, het lijkt of ik in een eindeloos en eentonig moeras zit, en dat ik langzaam wegzink, pijnloos en zonder spijt, zonder besef van en onverschillig tegenover hetgeen komen gaat, zelfs wanneer het laatste streepje hemel weg is en de modder boven mij alles weer afsluit»... «Ik ben heel vaak vervuld van twijfels en verzink in de diepste scepsis.» Het grootste gevaar dat het meisje bedreigde was niet de ziekte, maar de verraderlijke verleiding zich te verliezen in nihilisme en wanhoop. Maar juist op dat moment begint ze te beseffen wat een rijkdom het innerlijk leven is dat een wereld omvat die veel groter is dan die van de zinnen. En er ontglipt haar een kreet die een voorteken is van hoe haar toekomstig leven eruit zal zien: «Wat zou ik graag alleen voor God leven!» Haar persoonlijke ontmoeting met God zal echter pas later plaats vinden.
Met een stoïcijnse volharding strijdt Benedetta tegen haar handicap en vervolgt met goed gevolg haar studie. Ze heeft leren liplezen. Op mondelinge examens heeft ze terstond een antwoord op alle vragen en is er niets van doofheid te bespeuren. In november 1955 mag ze het mondeling examen van de voorgaande zomer overdoen; deze keer worden de vragen haar schriftelijk gesteld en haalt ze een uitmuntend cijfer; maar diezelfde avond krijgt ze een aanval van migraine en plotseling vernauwt haar gezichtsveld zich. Haar bekruipt onmiddellijk een voorgevoel: «Nee, mijn God! Nee, niet de ogen!» Op een avond in 1956 laat de studente een vriendin een geneeskundige verhandeling zien: «Dat is mijn ziekte»; en ze laat haar een foto zien van een patiënt die is aangetast door «diffuse neurofibromatose», ook wel de «ziekte van Recklinghausen» genoemd: deze zeer zeldzame, maar onverbiddellijke pathologie verwoest geleidelijk aan de zenuwcentra door de vorming van kleine tumoren. De gehoorzenuw wordt als eerste aangetast en vervolgens de oogzenuw en de andere zintuigen; tot slot geleidelijke verlamming. Na de nodige onderzoeken geven de artsen tot hun ontsteltenis toe dat de diagnose van Benedetta juist is. Dan begint er een lange reeks van ziekenhuisopnamen en chirurgische ingrepen die het verschrikkelijk proces moet vertragen.
«Een gedwee lam in zijn handen»
Op 27 juni 1957 wordt Benedetta aan haar hoofd geopereerd. Ze ziet de dood onder de ogen en vertrouwt haar moeder toe: «Wat ben ik blij, mama, dat ik naar de zuivere, van de doodzonde gevrijwaarde Heer mag.» De woorden van H. Franciscus waar ze zo van hield komen haar weer in herinnering: «Geprezen moet Gij zijn, mijn Heer, voor onze zuster, de Lichamelijke Dood, aan wie geen levend wezen kan ontkomen. Wee degenen die sterven in een toestand van doodzonde; gelukkig zij die de dood vinden in overeenstemming met uw heilige wil, want de tweede dood zal hen niet deren» (Heilige Franciscus van Assisië, Loflied over de schepping). Terwijl men haar de haren afscheert voelt ze zich vernederd, maar neemt haar toevlucht tot het gebed: «Terwijl men mij knipte voelde ik me als een lam dat wordt geschoren. Ik heb de Heer gevraagd dat ik een gedwee lam in zijn handen mag worden.» Nauwelijks is ze uit de verdoving of ze betast haar gezicht: «Ze hebben mijn aangezichtszenuw doorgesneden»; nu is de linkerhelft van haar gezicht verlamd. De chirurg weet niet hoe hij haar om vergeving moet vragen voor deze professionele fout; zij zegt eenvoudig tegen hem: «U heeft gedaan wat u kon; geeft u mij de hand en wees in vrede! Dat is iets dat kan gebeuren: u bent de eeuwige Vader niet!»
De zeer grote morele kracht waarvan Benedetta blijk geeft is echter niet voldoende om haar toestand te doorstaan. Haar beste vriendin, Maria Grazia, schrijft ze op een dag, vanuit haar Milanese woning op de zevende verdieping: «Van tijd tot tijd krijg ik bijna zin me door het raam te gooien.» Ze geeft zich echter niet gewonnen aan de ziekte; verwoed werkt ze door en sluit met succes in juni 1959 haar vijfde jaar geneeskunde af. Ze is nog maar een jaar af van het eindexamen! Maar weldra blijkt een operatie, die was bestemd om de voortschrijdende verlamming van de onderste ledematen een halt toe te roepen, uiteindelijk mislukt te zijn: ze kan helemaal niet meer lopen. In 1960 ziet ze zich gedwongen volledig van haar studie af te zien: een zware beproeving voor een meisje dat zo begaafd is en zo graag de handen uit de mouwen wil steken. Maar terwijl haar naaste medewerkers machteloos toezien bij haar voortschrijdende lichamelijke aftakeling, zijn deze ook de stomverbaasde getuigen van haar geestelijke bloei. Afgezonderd in haar slaapkamer, vertoont ze geen enkel teken van bedroefdheid noch van ontmoediging: «Ik leid het leven van alledag, maar wat lijkt het nog gevuld! Het leven op zich lijkt al een wonder, en ik zou een lofzang willen aanheffen tot Hem die het me heeft gegeven.» En haar moeder die haar een vogel in een kooitje geeft met de opmerking: «Die is zoals jij», geeft ze ten antwoord: «Nee, mama, ik ben nog nooit zo vrij geweest sinds ik hier het bed moet houden.» Tegen Maria Grazia zal ze, met de oprechtheid die haar tekent, kunnen zeggen: «Voor wat de geest aangaat ben ik volledig gerust en zelfs meer dan dat: ik ben gelukkig; denk niet dat ik overdrijf.» Tegelijkertijd wordt ze nederig wanneer ze beseft hoe onvolmaakt ze is, een «zondares» in de ogen van God en ze vreest die innerlijke vreugde te verliezen omdat ze het gevoel heeft haar niet waardig te zijn.
Niet alles loopt echter op rolletjes. Op de vredigheid volgen momenten van innerlijke strijd met de dood. In 1960 schrijft Benedetta een nieuwe vriendin, Nicoletta, die reeds ervaren is op het gebied van het geestelijk leven: «Ik maak momenteel een periode door van grote dorheid. Ik voel me alleen, moe, enigszins vernederd en niet erg geduldig... Het smartelijkste is dat ik niet in vrede ben. Bid voor mij, bid voor mij... Waarom overkomt mij dit? Waarom staat God dit toe?» Haar vriendin antwoordt: «Forceer je niet om het gevoel te krijgen dat je gelooft, noch om te begrijpen waarom het juist zou zijn dat je zoveel lijdt. Maak je niet ongerust wanneer je het gevoel hebt dat je in opstand komt: in Gods ogen is het van geen belang. Hij kent de waarheid... Tegenover dit onmetelijk groot geheim verlangt Hij van ons slechts dat we «ja» zeggen en het is niet erg als we het verkeerd zeggen.» Benedetta luistert, spreekt haar «ja» uit en geleidelijk aan ervaart ze de aanwezigheid van de in haar levende Jezus Christus. Nicoletta zal ze nog schrijven: «Wees gezegend om de vreugde die je me hebt gebracht, een vreugde die te groot is voor mij, onwaardige. Ik word overstroomd door vreugde, alsof alle oceanen hun water in een notendop loosden.»
Vanaf dat moment ervaart Benedetta het lijden minder als een heldhaftig te dragen last, maar meer als het teken van een goddelijke voorkeursbehandeling. Jezus nodigt me uit zijn kruis met Hem te delen met de bedoeling zich met Hem te vereenzelvigen. Ze geeft zich over en vindt hiervoor de kracht in het Evangelie dat ze iedere dag leest, in H. Paulus en in de psalmen.
In zijn encycliek over de hoop, zegt Benedictus XVI hoe juist deze houding is: «Wil het gebed deze reinigende kracht ontplooien, dan moet het enerzijds heel persoonlijk zijn, een confrontatie van mijn 'ik' met God, de levende God. Anderzijds moet het steeds weer worden geleid en verlicht door de grote gebedswoorden van de Kerk en van de heiligen, door het liturgisch gebed, waarin de Heer ons steeds weer leert goed te bidden» (Encycliek Spe salvi, 30 november 2007, n.34).
«Zeg het tegen de Madonna!»
In mei 1962 vertrekt Benedetta naar Lourdes in een trein met medische verzorging. In het ziekenhuis ligt in het bed naast het hare een meisje van 22 jaar, Maria, dat is verlamd zoals zij. In een situatie die naar materiële en menselijke maatstaven geoordeeld hopeloos is te noemen, is Maria naar Lourdes gekomen om aan de Onbevlekte Ontvangenis een wonder te vragen; ze bidt voortdurend, maar er gebeurt niets. Op de dag voor ze weer vertrekken bevinden de twee zieken zich zij aan zij voor de grot; Maria snikt. Benedetta neemt dan haar hand en houdt die dan zo stevig vast alsof ze in haar plaats moest bidden: «Maria, de Madonna is daar, ze kijkt naar je! Zeg het tegen de Madonna!» En plotseling staat Maria van haar brancard op. Langzaam maakt ze een paar stappen, nog enigszins ongelovig. En dan, loopt ze, dol van vreugde verder tussen de rolstoelen, huilend van ontroering en dankbaarheid. Benedetta is gelukkig om dit wonder, maar is ook even melancholiek gestemd wanneer ze bedenkt dat een ander dan zij er de begunstigde van is. Daarna neemt ze er vrede mee en geeft zich over in de handen van Maria. Een jaar later zal ze naar Lourdes terugkeren en van daaruit schrijven: «Ik voel hoe zoet de berusting is. Dat is voor mij dit jaar het wonder van Lourdes... De Madonna heeft alles teruggegeven wat ik was verloren. Alles wat me was afgenomen heeft ze me vergoed, want ik bezit nu de rijkdom van de Heilige Geest.» Op 20 augustus 1963 treft een verpleegster de zieke aan terwijl ze in extase is. Benedetta zal haar toevertrouwen dat ze de Heilige Maagd heeft gezien: «Wat is ze mooi, de Madonna!»
Intussen heeft ze de ene na de andere operatie aan het hoofd ondergaan. Voor de laatste operatie (27 februari 1963) vertrouwt Benedetta haar angst toe aan Maria Grazia die haar dan herinnert aan de passage uit het «Dagboek van een plattelandspastoor», een roman van Georges Bernanos: «Als ik bang ben zal ik onbeschaamd zeggen: «ik ben bang», en de Heer zal me kracht geven.» Benedetta herhaalt zachtjes en langdurig deze zin; en gaandeweg keert de rust in haar weer. Ze bedankt haar vriendin uitbundig. Daags na de operatie kondigt ze aan dat ze nu blind is, maar ze vraagt of men het niet tegen de chirurg wil zeggen, om deze niet te bedroeven. Ze heeft dit kruis van blindheid, dat haar in 1955 nog zo veel angst aanjoeg, aanvaard, en haar ziel is in vrede: «We moeten gewoon met gesloten ogen op God vertrouwen. Ik ben bezig te ervaren wat eenvoud is, dat wil zeggen de ziel die zich van al het overbodige ontdoet«.wat is dat mooi! Je wordt er zo licht en vrij van!»
Benedictus XVI laat zijn licht schijnen op deze grote beproevingen die ons menselijk gezien als ondraaglijk voorkomen, op het geheim dat Benedetta heeft ontdekt: «Het is belangrijk om te weten: ik mag altijd nog hopen, ook als ik voor mijn leven... ogenschijnlijk niets meer te verwachten heb. Ondanks alle mislukkingen, mijn eigen leven en de geschiedenis in het algemeen , geborgen in een onverwoestbare macht van de liefde en door die liefde zin en betekenis hebben, kan alleen de grote zekerheid van de hoop dan toch de moed geven om te werken en te volharden» (Spe salvi, n.35).
Voortaan, en dat bijna een jaar lang, is Benedetta als een slot, ontoegankelijk, zonder poorten noch vensters. Er blijven echter twee kleine «schietgaten» over die de opening zijn naar de buitenwereld: een heel ijl stemmetje om zich hoorbaar te maken en haar linkerhand waarin het gevoel «wonderbaarlijk» behouden is gebleven; met de vingers van deze valide hand vormen haar naasten op haar gezicht de letters van het geluidloze alfabet dat ze niet ziet, maar wel kan voelen (de «b» wordt bij voorbeeld gevormd door de wijsvinger en de middelvinger naast elkaar op haar wang te drukken)... Op die manier kan ze toch communiceren! In haar slaapkamer stromen de bezoekers toe die haar komen bemoedigen, maar ook haar hulp komen vragen. Benedetta bezit de gave vreugde om zich heen te verspreiden; ze geeft raad en wijst allen de «nauwe weg» die naar God voert. Tegen haar beste vriendin die het niet kan verdragen haar zo lichamelijk te zien lijden zegt ze: «We moeten het mysterie aanvaarden, Maria Grazia; door ons af te vragen «waarom?» worden we juist bang... De Heer geeft ons zoveel lijden als we kunnen dragen; niet meer en niet minder.» En haar vriendin zal ervan getuigen: «Ik heb toen gemerkt dat er onverhoeds iets in haar was veranderd sinds ze blind was geworden. Een diepe vrede scheen bezit van haar te hebben genomen, alsof ze zich helemaal bevrijd scheen te voelen van de angst en de vrees.» Don Gabriele, een priester die haar vaak de heilige Communie komt brengen krijgt de volgende confidentie te horen: «Als de bekoringen een ogenblik de kop op steken roep ik Hem aan en, zelfs nog bleek van schrik, voel ik onmiddellijk de aanwezigheid van de Heer die mij vertroost.»
Benedetta stelt in iedereen belang, vooral in de mensen die ver van God zijn. In mei 1963 leest haar moeder haar via de «taal van de handen» de brief van een jongeman voor die in een weekblad is gepubliceerd. Natalino heeft een ernstige ziekte; ontredderd en zonder hoop roept hij om hulp. Zij schrijft hem: «Ik ben doof en blind, daarom zijn de dingen ingewikkeld geworden voor mij... Op mijn lijdensweg ben ik echter niet wanhopig geworden; ik weet dat Jezus aan het eind van de weg op mij wacht. Allereerst in mijn stoel en nu in mijn bed dat voortaan mijn verblijf is heb ik een grotere wijsheid gevonden dan die je bij de mensen aantreft; ik heb ontdekt dat God bestaat, dat Hij liefde is, trouw, vreugde, zekerheid, tot aan het einde der tijden... Mijn dagen zijn niet gemakkelijk; ze zijn zwaar, maar ook zoet omdat Jezus bij me is, met mijn lijden, en omdat Hij mij zijn liefde geeft in de eenzaamheid en licht in de duisternis... Hij lacht me toe en aanvaardt dat ik met Hem samenwerk. Vaarwel, Natalino: het leven is kort, het gaat snel voorbij; een heel korte loopbrug, gevaarlijk voor degene die gulzig wil genieten, maar veilig voor degene die met Hem samenwerkt om het Vaderland binnen te gaan.»
Op 21 januari 1964 voelt Benedetta dat het moment nabij is waarop ze Jezus, haar Echtgenoot, uiteindelijk zal ontmoeten. Ze biecht en ontvangt de communie. In de nacht van 22 januari vraagt ze de verpleegster bij haar te blijven want ze wordt door Satan bekoord: «Emilia, morgen zal ik sterven. Ik voel me erg ziek.» 's Ochtends merkt haar moeder een witte roos op die in de tuin is ontloken... een bloeiende roos, in januari! Ze vertelt Benedetta wat ze heeft ontdekt en die antwoordt: «Dat is het teken waar ik op wachtte!» Ze herinnert haar dan aan een droom die ze het voorgaande Allerheiligenfeest heeft gehad: ze liep de familiegrafkelder binnen en zag dat die versierd was met een witte roos in stralend licht. Even later krijgt ze een hersenbloeding en overlijdt op zeventwintigjarige leeftijd terwijl ze fluistert: «Dank.»
«Ik zal niet meer alleen zijn met de vrees»
De uitstraling van Benedetta Bianchi Porro is na haar dood alleen maar groter geworden. Talloze mensen die met lijden worden geconfronteerd putten kracht en moed uit het lezen van haar levensverhaal en haar brieven. Zoals Maria Grazia kunnen zij haar zeggen: «Ik zal niet meer alleen zijn met de vrees omdat jij me hebt geleerd wat bidden waard is.» Op 23 december 1993 heeft Paus Johannes Paulus II het decreet goedgekeurd dat de heldhaftigheid van haar deugden officieel bevestigt; nu is het wachten op de erkenning van een op haar voorspraak verkregen wonder en de eerbiedwaardige Benedetta kan «Zalig» verklaard worden.
In zijn apostolische exhortatie Salvifici doloris (11 februari 1984), heeft de zalige Johannes Paulus II deze regels geschreven die precies van toepassing zijn op de geestelijke weg die door Benedetta is afgelegd: «Toch kan men er zeker van zijn dat bijna iedere mens het lijden binnengaat met een verweer dat heel menselijk is en met de vraag «Waarom?» Iedereen vraagt zich af wat de zin is van het lijden en zoekt op menselijk vlak een antwoord op deze vraag... Christus antwoordt noch rechtstreeks noch abstract op deze menselijke vraagstelling over de zin van het lijden. De mens verneemt zijn verlossend antwoord geleidelijk aan terwijl hij deelneemt aan het lijden van Christus... Dit antwoord is meer dan een oproep. Het is een roeping. Christus verklaart de redenen van het lijden niet op een abstracte manier, maar Hij zegt bovenal: «Volg Mij! Kom! Neem door uw lijden deel aan het werk van de verlossing der wereld, dat wordt voltrokken door mijn eigen lijden, door mijn Kruis!» Naarmate de mens zijn kruis opneemt en zich geestelijk verenigt met het Kruis van Christus, zal de verlossende zin van het lijden hem steeds duidelijker worden... Dan vindt de mens in zijn lijden innerlijke vrede en zelfs geestelijke vreugde» ( n.26).
Op 24 mei 1963 vertrouwde Benedetta iemand toe: «Ik zou tegen hen die lijden, tegen de zieken willen zeggen dat wanneer we nederig en gewillig zijn, de Heer in ons grote dingen zal voltrekken.» Laten we in navolging van haar aan Jezus vragen van ieder van ons «een gewillig lam in zijn handen» te maken.
Weiger je te laten overweldigen door de omstandigheden en situaties waarin je terecht komt en door moet. Behoud je rust en blijf kalm, want Ik breng je ook door deze periode met grote zekerheid. Weet dat je in staat bent om datgene te bereiken dat je verlangt zelfs als twijfelt aan je capaciteiten. Stel je vertrouwen op Mij, zegt de Heer. Ik kan doen wat je zelf niet kunt.
04-10-2011
TOEWIJDING VAN DE ZIEKEN. PPS.
Gebed tot bekering geschonken door de hemel aan een blinde offerziel in Duitsland.
Gebed tot bekering geschonken door de hemel aan een blinde offerziel in Duitsland.
De Moeder Gods zegt:
Ik schenk jullie een gebed opdat de harten, de verkilde, eenzame, verblinde harten mogen omkeren zolang het nog mogelijk is, want de voeten van Mijn Zoon zijn op de aarde en de mantel van Mijn Zoon is uitgespreid over de aarde, over de mensen, opdat de zoom der liefde (de zoom is vol bloed!) de mensenharten tot bekering moge brengen. Ik smeek al Mijn kinderen, bidt, bidt, bidt! De tijd is nabij! De poort staat open! De mantel bedekt de aarde. De zoom van de mantel ligt op het hart der mensen. Wie zijn hart opent, zal beroerd worden door de liefde van Mijn Zoon, bevrijd en getroost worden!
Bid lieve kinderen:
Wij bidden U, o allerhoogste God,
De Drievoudige, barmhartige Liefde, kome alle mensen ten goede.
Weesgegroet
Wij bidden U, o allerhoogste God,
De Drievoudige, brandende Liefde, kome alle mensen ten goede.
Weesgegroet
Wij bidden U, o allerhoogste God,
De Drievoudige, bloeiende Liefde, kome alle mensen ten goede.
Weesgegroet
Glorie zij de Vader, Amen.
Lieve kinderen, met dit gebed kan Ik veel, veel, vele zielen uit de muil van de satan trekken, ook degenen die reeds verkoold in zijn muil liggen. Want de brandende, barmhartige, bloeiende Liefde van de H.Drievuldigheid is tegenwoordig, waar ze ook maar aanroepen wordt! Op het ogenblik van de aanroeping moet de satan zijn muil openen en Mij, de Onbevlekte Ontvangenis, de zielen geven!
Hij schuimbekt van woede en Ik vloei over van liefde! (Bij iedere aanroeping wordt een bloedtraan van de Moeder Gods veranderd in goud en valt als zuiver water neer voor de troon van God.)
Lieve kinderen, 3 x 33 arme zielen mag Ik door de barmhartigheid Gods, tot eer van de 33 jaar van Mijn Zoon op aarde, uit de muil van de satan trekken. Zo waardevol is dit gebed tot eer van de H.Drievuldigheid. Ik dank U, lieve kinderen! Ik dank alle kinderen die dit gebed als een kostare schat in hun hart dragen.
30.09.2011 (deel 1) katholieke kapel van het Onbevlekte Hart van M aria. Place of Apparition of the Plaats van Verschijning van de ...
01/10/2011 04:11:03: Beste broeders en zusters! Look what priests of traditional churches of Ukraine (greek-catholic and roman-catholic), who are the same orthodox, have made with the Chapel, which you saw, through authorities, whom they serve and from whom they depend. Kijk wat priesters van traditionele kerken van Oekraïne (grieks-katholieke en rooms-katholiek), die dezelfde orthodoxe, hebben gemaakt met de kapel, die je zag, door de autoriteiten, die zij dienen en van wie zij afhankelijk zijn.What persecuted Holy Сatholic Church is! Wat vervolgde Heilige Сatholic kerk is!We ask for your help and support! Wij vragen uw hulp en steun!
Catholic Chapel of the Immaculate Heart of Mary.Katholieke kapel van het Onbevlekte Hart van Maria.Place of Apparition of the Holy Virgin Mary 13th of June 2003.Plaats van Verschijning van de Heilige Maagd Maria, 13 juni 2003.city Ternopil.stad Ternopil.Ukraine.Oekraïne.30.09.2011 (Part 1)30.09.2011 (deel 1)
30.09.2011 (deel 2) katholieke kapel van het Onbevlekte Hart van Maria. Place of Apparition of the Plaats van Verschijning van de ...
01/10/2011 04:34:12: Beste broeders en zusters! Look what priests of traditional churches of Ukraine (greek-catholic and roman-catholic), who are the same orthodox, have made with the Chapel, which you saw, through authorities, whom they serve and from whom they depend. Kijk wat priesters van traditionele kerken van Oekraïne (grieks-katholieke en rooms-katholiek), die dezelfde orthodoxe, hebben gemaakt met de kapel, die je zag, door de autoriteiten, die zij dienen en van wie zij afhankelijk zijn.What persecuted Holy Сatholic Church is! Wat vervolgde Heilige Сatholic kerk is!We ask for your help and support! Wij vragen uw hulp en steun!
Catholic Chapel of the Immaculate Heart of Mary.Katholieke kapel van het Onbevlekte Hart van Maria.Place of Apparition of the Holy Virgin Mary 13th of June 2003.Plaats van Verschijning van de Heilige Maagd Maria, 13 juni 2003.city Ternopil.stad Ternopil.Ukraine.Oekraïne.30.09.2011 (Part 2)30.09.2011 (deel 2)
De H. Clara van Assis - 800 jaar de regel der Clarissen.
Het Jaargetijde van Eerwaarde Heer Armand Ory zal doorgaan op dinsdag 15 NOVEMBER in de kerk van Hendrieken Voort (Borgloon) te 18 uur.
Jubeljaar van de heilige Clara van Assisi. Haar regel.
Dr. L. Kiebooms.
Op Palmzondag, 17 april 2011, zijn de zusters Clarissen wereldwijd de voorbereiding op de verjaardag van de stichting van de orde begonnen. In 1212 is dit precies achthonderd jaar geleden. Reden genoeg dus om te feesten. Maar een christelijk feest is nooit zomaar een feest. Het begint met een gedachtenis. Even stilstaan dus. Maar een christelijke gedachtenis biedt ook steeds een gelegenheid om en roept op te herbronnen.
Deze feestviering is een bijzondere gelegenheid om de heilige Clara extra in het licht te stellen en om haar doopnaam alle eer aan te doen: Clara, de lichtende, de heldere, de zuivere. Wat maakte haar zo helder en lichtend? We trachten in wat volgt te schetsen wat Clara tot die unieke en profetische figuur gemaakt heeft. We willen nagaan waarom zij na acht eeuwen nog zo actueel is in de orde die ze gesticht heeft en ook een uitdaging in de hele samenleving.
Clara, van adellijke afkomst, was een vrouw met een christelijke opvoeding en een hoge begaafdheid. Ze leefde in een moeilijke en harde tijd. Niet voor niets de tijd die ook de heilige Franciscus voortbracht. In tijden van ballingschap staan profeten op! Als jonge rijke vrouw bracht ze haar dagen door in een tijdsgewricht dat gekenmerkt werd door feodale heerszucht, rivaliserende steden, die mekaar bestreden, macht- en geldzucht ... Dat alles zou uiteindelijk geen vat op haar hebben. Integendeel, Clara zocht en vond mensen die het evangelie authentiek beleefden. Zij werd door Christus gegrepen, zoals de Samaritaanse bij de bron. Zij dorstte niet naar luxe en aanzien, maar naar het levend water dat alleen Christus haar kan geven en Die in haar een waterbron wordt, opborrelend ten eeuwigen leven (Joh. 4,14).
Zo ontmoette ze de pas bekeerde Franciscus, die zich totaal had afgekeerd van zijn werelds leven en zich helemaal liet inspireren door de Blijde Boodschap. Hij werd een nieuw soort minnezanger, iemand die al zijn liederen opdroeg aan de Schepper. Hij werd de nieuwe profeet voor de nieuwe tijd die toen aanbrak. Alles herinnerde Franciscus aan zijn Heer en Schepper. Later, gelouterd en gerijpt, zou hij met ontroering het Zonnelied dichten, de samenvatting van zijn spiritualiteit. Daarna zou Franciscus wenend door de straten van Assisi trekken met de bede "De Liefde wordt niet bemind". Hij voelde intens aan dat Christus, die Hij had leren kennen in de kus aan een melaatse, niet de plaats kreeg die Hem toekwam. Het lijkt wel of de geschiedenis zich vandaag herhaalt. Een nieuwe Franciscus zou terug door de straten moeten trekken ...
Door Franciscus begrijpen we Clara ook beter. Ook zij wordt aangestoken door het radicale van Franciscus, door een immense liefdesdrang voor Jezus bezield, door Hem in bezit genomen als Zijn bruid.(Apocalyps 19,7 uit het avondgebed op zondag) Claras roeping betekende een radicale keuze voor God alleen. De jonge Clara vond steun bij Gods troubadour om afstand te doen van de wereld en Christus totaal na te volgen. Samen gaven zij beiden een nieuw gezicht aan de Kerk. Hun betekenis voor de hernieuwing van Kerk en wereld kan nauwelijks onderschat worden. Hun radicale keuze voor de beleving van de armoede als aanvulling op de regel van Benedictus, die de grondslag is van het contemplatieve leven, is het originele. Clara bekwam als enige het voorrecht van giften te mogen weigeren als deze de armoede ondergraven!
Als jonge vrouw stichtte Clara de arme vrouwen van San Damiano, die later Clarissen werden genoemd. Navolgers van Christus naar het model van Clara. Thans leiden over heel de wereld ongeveer 1800 Clarissen, verspreid over circa 800 monasteria een leven van beschouwing, gebed en handenarbeid. Ze leven allemaal volgens de regel die ze heeft geschreven.
Clara was de eerste vrouw die een regel schreef die door de Paus van Rome werd aanvaard. Uit die regel blijken de sterke krachtlijnen voor het leven als Claris, voor iemand die zich laat opnemen in de Kerk als godgewijde vrouw. Ze brengt haar leven door in beslotenheid, vroeger zelfs letterlijk achter de kloostertralies. Ze bevestigt het verbond met God door de geloften van algehele armoede, ze geeft zich over aan God door gehoorzaamheid en maagdelijkheid door een algehele liefde voor Christus. Zo zijn als "deze die het Lam volgen waarheen het ook gaat" (Apocalyps 14,4). Dat beschouwend leven wordt tot op de dag van vandaag gesteund door de afzondering. Een doelgericht leven dat verborgen is met Christus. Het is een echo van de opdracht van de Heer om in het verborgene te bidden en te vasten.(Mattheus 6, 1-34). Om het bidden op volgehouden wijze mogelijk te maken, hebben ze zich gespiegeld aan het koorgebed zoals Sint Benedictus het zijn leerlingen leerde. Daarin paste ook de totale armoede. Clarissen voelen zich zoals de rijke jongeling uit het Marcus evangelie, (misschien Marcus zelf), die zich door Jezus liefdevol aangekeken voelde. In tegenstelling tot de rijke jongeling die diep bedroefd heengaat omdat hij dat offer niet kon brengen, verzaken de volgelingen van Clara en Franciscus radicaal aan het aardse met vreugde en blijdschap terwijl ze Gods lof zingen. Hij alleen doet grote dingen in hen.
In haar Regel en in haar Testament - dat zij eveneens achterliet als leidraad voor het Clarissenleven - liet zij zich helemaal leiden door één gedachte: dat dit contemplatief leven vruchtbaar zou worden voor Kerk en wereld.
Herhaaldelijk legt Clara in die twee documenten de nadruk op de navolging van Christus. Hij is ons tot weg geworden. Ze stippelt het traject uit van de kribbe tot het kruis en vervolgens van Stille Zaterdag tot Paaszondag. Het gaat om Hem die voor ons mens geworden is en arm neerlag in de kribbe. Het is die arme Jezus die Clara aan haar volgelingen voorhoudt.
Leven in gemeenschap, zoals Franciscus en Clara dit bedoeld hebben, is alleen maar mogelijk als Claris, die door God geroepen, door Christus zelf bewoond is. Elke zuster draagt in de gemeenschap daarbij haar verantwoordelijkheid en zij dient in blijheid en vrede, die verwijzen naar een gelukkig godgewijd leven. Dit willen we doorgeven, wij kunnen niet anders dan Christus als de Verrezen Heer in ons hart heiligen en wij zijn altijd bereid om getuigenis af te leggen van de hoop die in ons leeft.(1 Petr. 3,15)
De regel is heel evenwichtig vastgelegd, op meerdere plaatsen zoals het kapittel, keuze van abdis en raadgevers voor de abdis aan wie zij verplicht raad moet vragen, zijn een echo van Sint Benedictus hoe een gesloten kloostergemeenschap realistisch God kan blijven dienen. Niets menselijk wordt uit de weg gegaan. De heiligheid is een smal pad waarbij tussen beleving en toch niet meer echt beleven dikwijls ongemerkte overgangen bestaan. Het kapittel en het gezamenlijk ondervragen van: of de gemeenschap wel op het juiste pad blijft zoals Clara dat heeft uitgestippeld is daarvoor noodzakelijk. In verantwoordelijke functies, waar abdis en raadgevers zich, via een keuze door de gemeenschap, gedragen weten, is een wijs besluit van Sint Benedictus. Ook het toelaten van een nieuwe zuster via een keuze door de gemeenschap is een waarborg dat iemand echt opgenomen wordt om samen met de medezusters de lange weg met Christus te gaan.
Moge de Heilige Franciscus en Clara hun volgelingen beschermen, deze die andere wegen volgen terugbrengen naar de groenende weiden, moge wij allen bidden opdat dit 800 jaar inspiratie nieuwe roepingen kan opwekken. Dat zij die door de Heer liefdevol worden aangekeken om alles te verlaten, dat ook met een blij hart doen en in de gemeenschap hartelijk worden opgenomen in de vreugde van het dagelijks koorgebed van de Kerk. Dan wordt de afzondering en de totale armoede een rijke zegen voor onze Kerk.
PREEK VAN DE HEILIGE VADER PAUS JOHANNES PAULUS II IN DE SS. NOME DI MARIA, een Romeinse Parochiekerk op 1 maart 1989.
Voorafgaandelijke uitleg.
Op 21 november 1990 schreef een dame uit 2000 Antwerpen, Mej. Jeanne PRASATYA, een brief naar Mgr. J.P.C. Van Lierde in Vaticaanstad. Zij was in het bezit gekomen van de tekst van de hierna vermelde preek en wenste de authenticiteit ervan bevestigd te zien.
Met zijn brief van 15 januari 1991 antwoordde Mgr. Van Lierde als volgt:
Zeer geachte Mejuffrouw,
Uw brief van 21 november 1990, heb ik ontvangen, en ik kan U, ondanks mijn omvangrijke en verscheidene taken, mijn antwoord sturen:
De toespraak van de H. Vader is authentiek.
Veel geluk en vooral Gods Zegen in 1991,
In Christus,
(get.) + Petrus Canesius Van Lierde.
De tekst van de preek.
"De morele orde, die in God zijn oorzaak vindt, moet in ons hele leven heersen. Zijn Wil Zijn allerheiligste Wil moet in alles prevaleren. Daarin ligt de innerlijke eenheid van het leven. Zoals Jezus leert, kan de mens niet twee heren dienen, niet God dienen en de Mammon."
"De mens leeft tegenwoordig alsof er geen God zou zijn, alsof God niet de Schepper van de wereld en de Heerser over het heelal, en ook de Bezitter van alle rijkdommen en schatten in de hemel en op aarde zou zijn. De mensen geloven dat alles hun werk is en dat zij recht hebben op deze dingen; ze zijn zelfs trots op de talenten die God de Heer hun toch gegeven heeft, anders hadden zij ze helemaal niet."
"Wanneer de mens aan andere goden en afgoden de voorkeur geeft, dan zal hij God verachten, ja zelfs haten, en daarvoor in de hel komen. Wat is nu de reden dat de mens zo gemakkelijk afdwaalt, de weg kwijt raakt en verloren gaat? Het is het afnemen van de eerbied; want daardoor wordt hij vermetel en trots en vertrouwt ofwel geheel op zichzelf, of hij rekent vermetel op Gods Barmhartigheid. De weg naar de Barmhartigheid gaat slechts via het overwinnen van het eigen ik, via de Genade van Nederigheid, die de Heer alleen aan de Zijnen schenkt wanneer zij Hem daarom vragen. De Zijnen echter, die de Heer liefheeft, tuchtigt Hij. Wie God vreest, met andere woorden: eerbied voor Hem heeft omdat Hij de Schepper van het heelal en de wereld is, die zal Hem ook de eer betuigen die wij Hem verschuldigd zijn, en hij zal straffen en tuchtigingen graag aannemen."
"Wij moeten nu spoedig op een nieuwe tuchtiging rekenen, die alle straffen van God die er tot dusver geweest zijn, veruit zal overtreffen. Niemand zal aan deze tuchtiging ontkomen; ofwel zal hij ze graag over zich heen laten komen en dan meteen verlost worden zoals de goede moordenaar aan het kruis, of hij zal voor altijd verloren gaan wanneer hij in opstand komt, zoals de lasterende moordenaar in zijn gekrenkte trots."
"Het ergste zijn wel de lasteringen over Gods liefdevolle woorden, die Hij ook nu voortdurend door Zijn Moeder en Zijn Zoon naar de arme aarde zendt! Uiterlijke vormen van eerbied zijn daarom noodzakelijk, opdat wij niet vergeten, Wie wij tegenover ons hebben. Zelfs op menselijk vlak kennen wij bepaalde beleefdheidsvormen en tegenover God willen wij deze achterwege laten? Daarom waarschuw ik nogmaals voor alle vormen van oneerbiedigheid, zoals bijv. de hier in mijn diocees verboden handcommunie, en ook het staan tijdens de vele Heilige gedeelten van de Heilige Mis, omdat men niet meer weet, wat men hier met elkaar viert. Het is niets minder dan de dood van onze Heer en Heiland, Die wij alle dank verschuldigd zijn. Wij houden rekening met het menselijk opzicht, zijn bang dat wij uitgelachen zullen worden, en vrezen nadelen van de kant van de mensen God echter vrezen wij niet? Ik heb niet herroepen wat één van mijn Voorgangers daarover gezegd heeft: het gebeurt op uw verantwoording, waarde Bisschoppen van de buitenlandse diocesen, en ik bid voor U, opdat U nog tijdig zult inzien, hoe verkeerd uw weg is!"
"Dit zeg ik U, als uw Bisschop!"
Vergadering S.G.A.G.
Vergadering S.G.A.G.
Zaterdag 29 oktober 2011.
Cultureel Centrum Hasselt
Detmoldzaal gelijkvloers.
Programma:
- 14.00 u rozenhoedje
- 14.30 u conferentie door E.H. P. van de Kerckhove.
"De essentie van het authentiek, christelijke gebed."
- 16.00 u koffiepauze
- 16.30 u mogelijkheid tot vragen stellen
- 16.45 u slotgebed
AANDACHT
De vergadering van volgende maand is op
26 november 2011.
Verantwoordelijke uitgever: A. Spaas
Luikersteenweg 281, 3500 HASSELT (011/271445)
Penningmeester: L. Vos S.G.A.G.
Visésteenweg 159, 3770 RIEMST (012/453764)
Rekening: 103-2243867-34
(Voor wie ons wil steunen).
Afgiftekantoor
3770 RIEMST
P2A8750
S.G.A.G.
Studiegroep Actueel Geloofsleven
Schaapsdries 28 B 3600 GENK
Afdeling Thomas Moregenootschap Limburg
Maandblad: Verschijnt niet in JULI en AUGUSTUS.
Nummer 267 oktober 2011.
"Ik ben geheel de Uwe."
30-09-2011
MOEDER IN DE HEMEL. PPS.
HET MIRACULEUZE BEELDJE VAN GAVERLAND.
HET MIRACULEUZE BEELDJE VAN GAVERLAND.
In 1511 vond de godvruchtige familie Van den Bosch, terugkerend van het werk op de akker, een Mariabeeldje onder een lindeboom, op het gehucht Schaarbeek, (Gaverland). In een oud boekje ("Geschiedenis van het Vermaard Miraculeus Beeld van Onze Lieve Vrouw van t Gaverland" uitgegeven door Drukkerij Daelschaert-Praet van Sint-Niklaas in het jaar 1886) vinden we volgend verhaal:
"Het blijkt, uit oude overleveringen, dat dit miraculeus beeld gevonden is omtrent het jaar 1511 door een zeer godvruchtige familie met de naam Van den Bosch. Deze deugdzame landbouwers begaven zich gezamenlijk naar de Beverse polder om hun vruchten te wieden. Bij hun terugkomst, s avonds, ontdekten zij, onder een oude lindeboom een beeldje van de Heilige Maagd. Het is zeer klein en zwartkleurig: 39 centimeter hoog. Het is geheel in hout gesneden, en de Maagd draagt het kindje Jezus op de linken arm. Zonder nadenken namen zij het beeldje mee, om het een rechtmatige plaats te bezorgen. Zij lieten het achter aan de muur van de parochiekerk van Melsele, met de idee dat het s morgens zou ontdekt worden zijn door de heer pastoor, die het wel in de kerk zou plaatsen. Maar groot was hun verwondering toen zij s morgens vroeg, opnieuw over het
Gaverland naar het veld gingen ... het beeldje bevond zich net op dezelfde plaats onder de lindeboom, waar zij het s avonds voordien hadden gevonden. De pastoor plaatste nadien het beeldje in de kerk, maar tot grote verwondering van iedereen vond men de volgende dag het beeldje opnieuw onder de lindeboom. Dit gebeurde tot driemaal toe. Het gerucht van dit wonder werd in de ganse parochie en in de omliggende gemeenten verspreid. De mensen kwamen in menigte de Heilige Maagd vereren, in de veronderstelling dat Zij deze plaats gekozen had, om de mensen met weldaden te vervullen. Zij werden geenszins in hun hoop bedrogen. Want men verzekert dat verscheidene gehandicapten het gebruik van ledematen terugvonden, anderen werden van slepende en ongeneesbare kwellingen genezen. Met andere woorden, niemand die aldaar Maria met vertrouwen aanriep, ging ongetroost heen. Daardoor groeide de godsvruchtig tot Onze Lieve Vrouw van t Gaverland zodanig aan, dat men in korte tijd in staat was, met de giften van parochianen en vreemde pelgrims, een kapel te bouwen."
DE OUDE LINDE VAN GAVERLAND
De boom waaronder het beeldje werd gevonden werd zou er nog steeds staan. Het is de linde achter de kapel. Deze boom zou dus meer dan 500 jaar oud zijn.
In het hoger vermeld boekje "De geschiedenis van het vermaard Miraculeus beeld van Onze Lieve Vrouw van t Gaverland" schrijft de auteur dat de boom, waaronder het beeldje van Onze Lieve Vrouw gevonden werd, deel uitmaakte van een aantal lindebomen die zich in een driehoek ingesloten tussen drie wegen bevonden. Toen uiteindelijk na de Franse Revolutie slechts die ene linde overbleef, bleek deze boom in de weg te staan voor de bouw van een nieuwe kapel. Het bleek nodig om de linde een viertal meter te verplaatsen. De drie eeuwen oude linde werd toen inderdaad verplaatst en (...)"tot overmaat van voldoening en verwondering van eenieder groeide de oude linde beter dan voordien" .
Volgens Gabriël Van Bortel, hoofd van de gemeentelijke beplantingsdienst, ziet de boom er in elk geval geen 500 jaar uit. Eén en ander zou wel eens uit de lucht gegrepen kunnen zijn. Mogelijk gaat het hier om een ent van de "miraculeuze" voorganger. Hoe dan ook hier geldt weer het alom gekende gezegde si non è vero, è ben trovato, ((Als het niet waar is, is het toch goed gevonden.))
BOUWGESCHIEDENIS VAN DE KAPEL
(volgens het boekje geschreven door pastoor Livinus Marquenie, onderpastoor en later pastoor te Melsele)
Eerste kapel
Bij graafwerken in het voorjaar van 1868 die nodig waren om de toenmalige kapel te vergroten stootte men op de grondvesten van de eerste kapel uit de 16de eeuw. Het was een relatief klein gebouw. De funderingen waren drie meter op zes meter en gemetseld in kareelsteen[3]. Het was in deze kapel dat Alexander Farnese kwam bidden tot O.-L.-Vrouw om de overwinning bij de belegering van Antwerpen af te smeken in het jaar 1585.
Tweede kapel
Pastoor Antonius Wuytens bouwde in 1665 ter vervanging van de veel te klein geworden eerste kapel een nieuwe bidplaats in de vorm van een dom. De benaming "dom" verwijst naar de koepel die deze kapel sierde. (Fr. dôme). De pastoor bouwde de kapel onder de oude linde waar het beeldje was gevonden. Tegelijkertijd bouwde hij ook een gebedsweg van 15 stenen staties met schilderijen van de rozenkrans mysteries. Twee van deze staties waren opmerkelijk groter dan de andere en dienden als rustplaats voor het Heilig Sacrament tijdens de processies die er regelmatig plaatsvonden. Tijdens de Franse Revolutie werden, op bevel van commissaris J.B. De Kever, in het jaar 1799 de kapel en de gebedsweg verwoest. Het miraculeuze beeldje van Onze Lieve Vrouw werd tijdig in veiligheid gebracht in de kerk van Melsele.
Derde kapel
Op 9 november 1799 kwam Napoleon aan de macht en er volgde een concordaat met de kerk. De toeloop naar Gaverland was vuriger dan ooit en in allerijl werd een houten kapel gebouwd. Volledigheidshalve moet gemeld worden, dat gedurende de Franse Revolutie verschillende strooien bouwsels werden opgericht die keer op keer verwoest werden op bevel van J.B. De Kever. Deze houten noodkapel zal tot 1840 dienst doen voor een steeds groter wordende menigte bedevaarders.
Vierde kapel
Het verwoesten van de kapel van voor de Franse Revolutie had de inwoners van Melsele en omliggende tot in het diepste van de ziel getroffen. Zij vonden dat de houten kapel te min was er werd besloten een nieuwe kapel te bouwen. Zij werd met Rupelmondse steen gemetseld en was vier meter breed en zeven meter lang. In het jaar
1846 schonk een adellijke dame enige aren grond, waarop een huis gebouwd werd voor de bewaarster van de bidplaats. Maar ook deze kapel bleek veel te klein en in het jaar 1852 men met de funderingswerken voor een veel grotere en nieuwe kapel.
Vijfde kapel
De aannemer van de nieuwe kapel was Francis Van Esbeke, metselaar en timmerman, die meerdere eerste prijzen behaald had in de Koninklijke Tekenschool van Sint-Niklaas.
De kapel werd op 2 mei 1864 ingewijd door de Gentse bisschop Delebecque. Het was klimatologisch een rotdag. Het was koud en het hield niet op met regenen zodat de processie waar men maanden aan gewerkt had niet kon uitgaan. Er werd ter vervanging een plechtigheid gehouden in de kerk van Melsele maar de grote feestelijkheden werden een week verdaagd. Een week later was het prachtig weer en verliep alles zoals men het de week voordien gehoopt had. De bisschop kwam per trein naar Melsele waar hij aan het station per koets werd afgehaald. De toeloop naar Gaverland bleek onstuitbaar. De nieuwe kapel voldeed niet aan de verwachtingen: ze was te klein. Vergroten kon niet omdat een oude graanmolen in de weg stond. De molen brandde echter af en zo ontstond er ruimte om de kapel te verbouwen. Ook het nieuw kapelhuis werd in 1869 op de vrijgekomen ruimte gebouwd. Omdat de verbouwing bijna het dubbele was van de vroegere oppervlakte diende de kapel opnieuw te worden gewijd. Dit gebeurde op 29 juni 1871 door de Zijne Hoogwaardigheid H.F. Bracq, bisschop van Gent. Er waren naar schatting meer dan 30.000 aanwezigen.
DE KLEDIJ VAN HET MIRACULEUZE BEELDJE
Het beeldje beschikt als het ware over een heuse garderobe met een rijk assortiment zilveren kronen. Het was de gewoonte dat elk jaar in de meimaand het beeldje opnieuw gekleed werd.
DE MIRAKELS door bemiddeling VAN ONZE LIEVE VROUW VAN GAVERLAND
° Alexander Farnese wint de slag tegen Antwerpen
Had Onze Lieve Vrouw hiermee iets te maken? Hoe dan ook, de gebeden van Alexander Farnese werden verhoord en de overgave van Antwerpen werd ondertekend in het jaar 1585 in het hoofdkwartier van Farnese dat zich in Beveren bevond in het kasteel van Singelberg.
° Ter dood veroordeelde ontsnapt aan de strop
Postrijder Brijs, die de dienst tussen Antwerpen en Gent verzekerde, verloor in 1792 zijn brieventas waarin zeer belangrijke documenten en waardepapieren zaten. Hij stond hiervoor borg met zijn leven. Volgens de wet werd hij veroordeeld tot de strop. De nacht voor zijn terechtstelling bracht hij in gebed door en beloofde aan Onze Lieve Vrouw van Gaverland om alle dagen van het octaaf van Onze Lieve Vrouw Hemelvaart naar de kapel te gaan, zolang hij leven zou. s Anderendaags bij zonsopgang, juist voor de terechtstelling werd de tas met onaangeroerde inhoud teruggevonden op de trappen van het landhuis van Sint-Niklaas. Brijs werd in vrijheid gesteld en hield zijn belofte tot zijn dood in 1802.
° Been dat diende geamputeerd te worden is plots genezen
Carolus Franssens, een zevenjarig jongetje, viel uit een kar waardoor zijn been vermorzeld werd. Dokter Joos uit Kallo en dokter Verdickt uit Sint-Niklaas oordeelden dat het been moest afgezet worden. Vol vertrouwen wendden de ouders zich tot Onze Lieve Vrouw van Gaverland en gingen op bedevaart. Gedurende deze bedevaart genas het been van hun zoon en bij hun terugkomst kwam de knaap hen al tegengelopen.
° Blinde kan zien
Joanna Deckers woonde te Kallo. Ze was blind sedert haar vierde levensjaar. Nadat alle middelen van de geneeskunde gefaald hadden namen de ouders hun toevlucht tot Onze Lieve Vrouw van Gaverland en deden een noveen. Reeds op de tweede dag van de noveen, wanneer zij aan de kapel kwamen, kon het kind plots terug zien. Dit gebeurde in 1843.
Dit zijn enkele van de vele wonderen die opgetekend werden. Ook de vele ex votos die vroeger achter het altaar hingen in de kapel van Gaverland, en die je in vele bedevaartsoorden nog ziet hangen, wijzen op genezingen of bekomen gunsten.
BEDEVAARTEN NAAR GAVERLAND
Het aantal bedevaarders, zowel individueel als in groepsverband is sterk afgenomen. Vandaag zijn er slechts enkele van deze vele bedevaarten overgebleven. Processies, waarbij men te voet, naar Gaverland trok, zijn
schier verdwenen. De bedevaarders komen vandaag per fiets of per auto en groepen worden met een luxueuze
autocar tot aan de kapeldeur gebracht. Maar toch leeft de traditie voort en komen jaarlijks bedevaarders naar Gaverland om de aloude gebruiken in stand te houden.
PAUSELIJKE KRONING IN 1912
Ter gelegenheid van de 400ste verjaardag van het vinden van het beeldje deze verjaardag op een bijzondere wijze herdacht. Op zondag 4 augustus 1912 vond, in naam van Paus Pius X, de eigenlijke kroning plaats die gebeurde volgens het ceremonieel dat door de Heilige Congregatie der Riten was voorgeschreven. Om de 25 jaar vonden vieringen plaats om de kroning te herdenken. Het jaar 2012 wordt dan ook een echt jubeljaar. Het is te hopen dat vele nieuwe bedevaarders dit Mariaoord opnieuw zullen ontdekken. Dit jaar werd het 500 jarig jubileum gevierd van de ontdekking en vinding van het miraculeuze beeldje.
IN DEZE NIEUWSBRIEF IS EEN GEILLUSTREERD PROGRAMMA
VAN HET JUBILEUMJAAR GAVERLAND - BIJGEVOEGD
BEVEREN-WAAS - Tijdens het jubeljaar zijn er heel wat activiteiten gepland.
Die vinden plaats in de kapel, (Gaverland) tenzij anders vermeld.
Eucharistievieringen: Elke maandag om 08.30 uur,
Elke donderdag om 19.00 uur
Elke zondag om 0 8.45 uur en 17.30 uur.
KALENDER
2011
7 oktober 19.00 uur: O.L.V. van de Rozenkrans
21 oktober 20.30 uur: Concert van het orgelcomité in de kerk van Melsele
21 november 08.30 uur: Opdracht van Maria in de tempel
8 december 19.00 uur: Maria Onbevlekte Ontvangenis, Eucharistie gevolgd door concert Mater Dei
25 december 08.45 uur: Kerstviering
2012
2 februari 19.00 uur: Maria Lichtmis. Eucharistie gevolgd door kinderzegen.
11 februari 19.00 uur: Onze Lieve Vrouw van Lourdes kaarsenprocessie.
25 maart 16.00 uur: Conferentie met schrijver Manu Verhulst.
30 april 24.00 uur: Middernacht: Start meimaand met fakkeltocht.
1 mei 15.00 uur: Grote ACW-bedevaart op de bedevaartweide.
12 mei Start tentoonstelling over de kapel in CC Boerenpoort. Tot en met 27mei.
27 mei 15.00 uur: Pinksteren: Grote jubileumviering met bisschop Van Looy op de bedevaartweide.
31 mei 14.30 uur: Bezoek Maria aan Elisabeth. Viering Ziekenzorg.
19.00 uur: Parochiale bedevaart.
Wereldwijd Eucharistisch Heilig Kinderuur op 7 oktober 2011.
Wereldwijd Eucharistisch Heilig Kinderuur op 7 oktober 2011,
Feest van ONZE LIEVE Vrouw van de Rozenkrans
Een initiatief voor "een nieuwe lente", die met het kind begint
Scholen, parochies en ouders worden aangemoedigd om kinderen bijeen te brengen voor dit Heilig Uur, om voor het uitgestelde H. Sacrament te bidden voor vrede in het eigen gezin en in de gezinnen over de wereld, en voor de priesters. Het gaat om een initiatief van de afdeling van het Wereldapostolaat van Fatima, in het aartsbisdom St. Paul en Minneapolis. Het Heilig Uur nam een aanvang in 2003, om het Jaar van de Rozenkrans, dat afgekondigd was door Paus Johannes Paulus II, in de verf te zetten.
Sindsdien is dit gebeuren internationaal geworden, dank zij het Wereldapostolaat van Fatima en de Pauselijke Vereniging voor een Heilige Jeugd.
In 2011, in het negende jaar, zal dit gebeuren plaatshebben op 7 oktober (eerste vrijdag van de maand) en tevens het feest van Onze Lieve Vrouw van de Rozenkrans.
Sinds 2006 is de nationale basiliek van de Onbevlekte Ontvangenis te Washington D.C. het Eucharistisch epicentrum van dit gebeuren. Om geestelijk over heel de wereld met elkaar verbonden te zijn, worden scholen, parochies en gezinnen uitgenodigd deze vier devoties in hun Heilig Uur in te sluiten :
° de kinderen vóór het Allerheiligste Sacrament verzamelen
° de gebeden van eerherstel die de Engel van Vrede in Fatima gegeven heeft
° gebed van toewijding aan het Onbevlekt Hart van Maria
° rozenkrans voor de missionering van de wereld ter intentie van de gezinnen en de priesters.
voor meer informatie : www.ChildrenoftheEucharist.org
LEGIOEN der KLEINE ZIELEN.
LEGIOEN der KLEINE ZIELEN.
Gebedssamenkomst IEDERE DERDE DINSDAG DER MAAND.
In de Minderbroederskerk van H A S S E L T
14:30 uur Rozenhoedje 15:00 uur Heilige Mis
15:45 uur Gezellig samenzijn 16:30 uur Afsluiting
Iedereen is hartelijk welkom.
DE ZIENERS ZIJN OVERTUIGD.....
DE ZIENERS ZIJN OVERTUIGD VAN DE
TOEKOMSTIGE ERKENNING van MEDJUGORJE
Bedevaartnet 13 september 2011
De Verschijningen in Medjugorje zullen erkend worden door de Katholieke Kerk, zo zeggen drie zieners uit Medjugorje. Ivan is van oordeel dat de medisch-wetenschappelijke onderzoeken op de zieners "van grote invloed zullen zijn in de besluitvorming en het uiteindelijke oordeel van de Kerk". Ook Mirjana ziet een verband tussen de goedkeuring en het vergaarde bewijsmateriaal. De Katholieke Kerk zal in staat zijn om de Verschijningen van de Maagd Maria in Medjugorje te bewijzen. De officiële goedkeuring zal er echter pas komen wanneer wij, zieners, niet meer in leven zijn, zo stellen Mirjana Dragicevic-Soldo, Ivan Dragicevic en Marija Pavlovic-Lunetti. In Kresimir Segos nieuwe boek "A Conversation with the Visionaries" vertelt Ivan hoe hij eerst aarzelend stond tegenover de wetenschappelijke onderzoeken die men wilde uitvoeren. Hij legt uit hoe de Heilige Maagd hem wist te overtuigen om mee te werken aan diverse tests: "Ja, wij hebben hierover gepraat. Ik vroeg Haar of ik moest doorgaan met de onderzoeken of niet. We vonden samen van wel, omdat de Kerk dit wilt. Alle onderzoeksresultaten worden thans grondig bestudeerd door de Onderzoekscommissie die het Vaticaan in 2010 instelde onder leiding van Kardinaal Ruini. Ik geloof dat deze onderzoeksresultaten van grote invloed zullen zijn in de besluitvorming en het uiteindelijke oordeel van de Kerk. Onze-Lieve-Vrouw heeft ons gezegd deze onderzoeken te accepteren, en dat we later zullen begrijpen waarom ze zo belangrijk zijn." Ivan vertelt verder aan Kresimir Sego: "Ik heb dit alles ondergaan, hoewel ik het lastig vond, temeer daar sommige tests wel vier keer herhaald werden. Niettemin gingen we ermee akkoord dat de onderzoeken zouden uitgevoerd worden, omdat Onze-Lieve-Vrouw ons dat nu eenmaal aanbevolen had." "De Kerk zal Medjugorje erkennen, maar pas wanneer de zieners niet meer in leven zijn", zo heeft Marija Pavlovic-Lunetti verklaard aan het Kroatische dagblad Slobodna Dalmacija. "De oprichting van de Commissie was erg positief. De Kerk is vaak niet geïnteresseerd in sensatie. Zij neemt haar eigen standpunt in en doet dat zonder haast. Het duurde tientallen jaren vooraleer de heiligdommen Lourdes en Fatima hun officiële erkenning kregen. Zo is het ook met Medjugorje. Ik ben ervan overtuigd dat het Vaticaan de authenticiteit van de verschijningen zal erkennen, maar pas wanneer ze beëindigd zijn en nadat de zieners gestorven zijn", zo zegt Marija. Ook zienster Mirjana Dragicevic-Soldo heeft alle vertrouwen in het uiteindelijke oordeel van de Kerk. Tijdens een interview in 2007, drie jaar voor de oprichting van de Commissie, zegde Mirjana dat de Kerk zal kunnen bewijzen wat zij ziet. "Ik ben blij dat de Kerk zo voorzichtig is, want er worden zoveel verschijningen gerapporteerd uit gans de wereld, en na verloop van tijd blijken zij niet authentiek te zijn. Ik heb me nooit zorgen gemaakt over het feit dat de Kerk afwachtend en onderzoekend is, want ik weet wat ik zie. Wanneer de Kerk op proef stelt wat ik zie, zal ze ook goedkeuren wat ik zie." In juni dit jaar verscheen Ivanka Ivankovic-Elez als eerste voor de Onderzoekscommissie van het Vaticaan. Zowel Vicka Ivankovic-Mijatovic als Mirjana Dragicevic-Soldo hebben reeds aangegeven dat zij weldra zullen opgeroepen worden door de Commissie.
29-09-2011
UIT HET HEILIG EVANGELIE VOLGENS JOHANNES.
Jezus zag dat Natanaël naar Hem toe kwam en zei over hem: 'Daar heb je een echte Israëliet, in wie geen oneerlijkheid is.' 'Waar kent U mij van?' vroeg Natanaël. Jezus gaf hem ten antwoord: 'Nog voordat Filippus je kwam roepen, toen je onder de vijgeboom zat, had Ik je al gezien. 'Rabbi, 'zei Natanaël, 'U bent de Zoon van God, U bent de koning van Israël!' Waarop Jezus zei; 'Je gelooft dus omdat Ik zei dat Ik je gezien heb onder de vijgeboom? Je zult nog grotere dingen zien!' En Hij voegde eraan toe: 'Waarachtig, Ik verzeker jullie: je zult zien hoe de hemel geopend is en Gods Engelen opstijgen en neerdalen boven de Mensenzoon.'
GEBED. ENGEL RAFAEL.
God, onze Vader, wij hebben de engel Rafaël als patroon en beschermer van onze instelling gekozen. In hem zien wij Uw zorgende liefde voor ons allen. Bewaar ons allen in Uw liefde en geef ons de kracht om altijd voor elkaar troost en bescherming te zijn. We vragen het U door Christus, onze Heer. Amen.
27-09-2011
HEMELSE MOEDER. PPS.
Met een blik op God gericht.
Met een blik op God gericht.
Groeien in geloof en liefde.
Het moderne snelverkeer over land, over zee en in de lucht; de media en communicaties zo ontelbaar en gevarieerd - het is ondoenbaar ze allen te vermelden - hebben onze leefwereld sedert enkele decennia compleet veranderd. Niet meer weg te denken zijn de radio, de televisie, - het grote kijkvenster naar onze wereld vandaag - , computers, staande of meegedragen; de schetterende lichtreclames, de mode - en livestyle - reclamebladen, de jacht op allerhande genotsartikelen, de fitnes - en bodycultus, de sport - en vedettewereld in al zijn facetten; de rockfestivals en andere amusementstempels; het jachtige leven uitgebeeld of uitgezongen op het reuze grote witte scherm met passie en ander geweld ... En dan heb ik nog niet vermeld de schattenjagers, de speculanten en zakenlui; de ondernemers en de menigte zelfstandigen, die dag en nacht in de weer zijn om hun bedrijven te doen renderen. Er komt effenaf geen einde aan het opbod om met eigenbelang de anderen te overvleugelen. Daardoor verliezen een ontelbare menigte mensen hun belangrijkste levensdoel uit het oog! Het leven is daardoor erg lichtzinnig en oppervlakkig geworden met een schromelijk tekort aan innerlijke diepte. De harde strijd voor het dagelijks bestaan, een opgefokte weeldezucht, die van alles en iedereen zoekt te profiteren, is er de bedroevende oorzaak van dat onnoemelijk veel kinderen Gods - want dat zijn wij allen - hun Schepper en Vader vergeten en achter stellen voor wat tijdelijk en vergankelijk levensgenot. Het is daarom dringend nodig dat wij ons weer bewust worden van de "diepste zin van ons leven" om te midden van de algemene ontkerstening, de materialisering en de vlucht naar uiterlijkheden ons klaar en scherp ons levensdoel voor ogen stellen: 'Eergeven aan God in de Hoge en vrede brengen onder de mensen die van goede wil zijn en daar ook willen aan meewerken. Op de vraag "WAAROM ZIJN WIJ OP AARDE?" geeft de Kleine Catechismus een kort en krachtig aantwoord; "WIJ ZIJN OP AARDE OM GOD TE DIENEN EN DAARDOOR IN DE HEMEL TE KOMEN!" Een doelstelling die in de eenvoud in haar formulering beslag legt op geheel ons leven. Om daartoe te komen wordt van ons geëist een ogenblik van bezinning, d.w.z. dat wij onze geestesvermogens, onze gedachten en onze aandacht een ogenblik terugtrekken van het uiterlijke, dat ons al te zeer bezighoudt en afhoudt van ons eerste levensopdracht nl. God hulde brengen en danken voor ons leven en voor al de gekregen talenten om goed te zijn en goed te doen! In één woord; "OM TE GROEIEN IN GELOOF EN LIEFDE!" In deze teruggetrokkenheid zullen wij ook iets meer gaan begrijpen van die echte levenswijsheid, die vanzelfsprekend altijd van een zekere stilte en ingetogenheid omweven is. Over de ernst van ons leven. De waarschuwing waarmee Jezus zijn prediking te Kafarnaüm begint, is een vermaning voor allen. "De tijd is vervuld. Het Rijk Gods is nabij. Doet boete. Gelooft in het Evangelie". Nagenoeg met dezelfde woorden, waarmee Johannes de Doper zijn zending begon, opent Jezus Zijn prediking te Kafarnaüm. Hij wijst op de ernst van de tijd. In Hem, Jezus van Nazareth, "is de tijd vervuld", door God in het aartsparadijs aangekondigd; aan de aartsvaders beloofd; door de profeten voorspeld. De Redder van de wereld is gekomen. De belofte is in Jezus vervuld. Met Hem is het Rijk van God nabij. Hij gaat de hemel openen, die door de eerste zonde door mensen bedreven, gesloten werd. Hij komt om God, Zijn Vader, met de zondige mensheid te verzoenen en de zielen van alle mensen voor Zijn Rijk te winnen. De voorwaarden zijn: "DOET BOETE" EN GELOOFT IN HET EVANGELIE". Gelooft dat in Hem, Jezus van Nazareth, de belofte aan de vaders is vervuld. Gelooft Zijn woord. Gelooft in het verlossingswerk, dat Hem door de Vader is opgedragen om de zielen te redden. Het openingswoord van Jezus prediking te Kafarnüm heeft na twintig eeuwen nog niets van zijn kracht verloren. Het wijst ook op de ernst van het leven. "Vervuld is de tijd" waarop God in Jezus Christus zijn Belofte van een Wereldredder heeft waar gemaakt. De tijd blijft vervuld tot het einde der tijden. "Het Godsrijk is ons even nabij" als was het op de dag dat Jezus het kwam stichten. Het oefent zijn invloed uit met dezelfde kracht als in de eerste tijden waarin het zich in korte tijd over heel de aarde verspreidde. Het gaat er nu om tot dat Rijk te behoren en de voorwaarden te vervullen, die Christus stelt, nl. boeten en geloven; aan God in vereniging met Jezus voldoening geven voor onze schuld en met een werkzaam geloof naar Jezus Evangeliegebod leven; "WIE GELOOFT, WORDT ZALIG; WIE NIET GELOOOFT, GAAT VERLOREN". Dit woord van Jezus moet ons tot diepe ernst stemmen. Dit leven beslist over onze toekomst, over onze eeuwigheid. Zoals ik leef, zo zal ook mijn dood zijn. Zoals mijn sterven gekeerd naar God: MET DE BLIK NAAR GOD GERICHT zo wordt mijn oordeel, zo mijn plaats in de eeuwigheid! Vragen wij de Heer zelf om ons diep te doordringen van de ernst van het leven en er alles aan te doen om Godgetrouw te leven. Laten wij intiem met Hem verbonden blijven om eens het Liefderijk van de Heilige Drie eenheid te delen! We moeten er ons goed bewust van blijven: aan het leven grenst de dood, aan de tijd de eeuwigheid! De gelukzalige of de ongelukkige eeuwigheid, zeg maar hemel of hel. Een van beiden wordt ons deel. Er is geen andere keuze. Geloof en boete = liefde dus bepaalt de uitslag. Het is een bijzondere beschikking van de goddelijke Voorzienigheid dat wij er reeds in leven. Maar we kunnen nog altijd groeien groeien in geloof en liefde, tot onze laatste zucht. Het komt er dus op aan voluit in de liefde te blijven, dat de beslissende stap over de grens ons brengt in het Rijk van Christus. Dat is de eerste en voornaamste zorg van het leven. En we moeten zoals Maria van Betanië eerst aandacht geven aan het Woord van de Heer, en nadien onze plichten van staat volbrengen zoals Martha. Ieder ogenblik van de tijd die ons geschonken wordt, heeft invloed op de plaats die ons onveranderlijk in het Liefderijk van God zal toegewezen worden. Elke bovennatuurlijke goede daad zal de vreugde van onze zaligheid vermeerderen. Elke zondige daad vermindert of vernietigt haar. Een grote misstap die niet door boete wordt teruggezet, kan een stap zijn in de eeuwige afgrond. Beseffen we toch de volle ernst van ons leven. Denken wij er aan; "er is maar één stap tussen mij en de dood!" En vergeten wij niet dat alle middelen ter zaligheid ons overvloedig ter beschikking gesteld zijn; vragen wij aan de Heer zelf, en wij zullen alles krijgen om ons doel te bereiken.
Verklaring van de Nederlandse bisschoppen over euthanasie en uitvaart.
Verklaring van de Nederlandse bisschoppen
over euthanasie en uitvaart
(vrijdag 2 september 2011) Euthanasie en pastoraal handelen
Als gelovigen leggen we ons leven in Gods hand. Het is een christelijke opdracht zieke mensen bij te staan op alle mogelijke manieren. Maar als het gaat om leven en dood, daar moet een mens pas op de plaats maken en dit overlaten aan God, want het leven is heilig. Door het leven in eigen hand te willen nemen, overschrijden we een grens. De Kerk dient daar stelling te nemen voor het leven. Daar waar iemand verkiest het leven te beëindigen middels euthanasie, daar dient de kerk zich terug te trekken. Immers bij het toedienen van sacramenten en bij een kerkelijke uitvaart staat centraal dat we een mensenleven toevertrouwen aan God. Het is de Schepper die het leven geeft; we hebben het leven niet aan onszelf te danken. En het is God die neemt. Het staat de kerk niet vrij medewerking te verlenen aan het doelbewust beëindigen van een mensenleven, en zodoende mee te werken aan wat de kerk als kwaad en zondig beschouwt. De Kerk gelooft dat geen mens het beschikkingsrecht heeft over eigen of andermans leven. Daarom wijst de Kerk euthanasie af. De Kerk ziet het als haar fundamentele plicht elk menselijk leven te beschermen vanaf het prilste begin tot haar meest breekbare levensfase. Pastoor v.d. Sluis heeft daarom juist geoordeeld en gehandeld.
Tevens gelooft de Kerk dat niemand een lange, pijnlijke dood hoeft te ondergaan en dat zieken moeten worden behandeld en de stervenden getroost. Mensen die op sterven liggen en ernstige pijnen lijden als gevolg van ziekte of verwonding, kunnen en moeten pijnstillende medicatie toegediend krijgen, ook als hierdoor het overlijden wordt bespoedigd. Het is dus toegestaan iemand morfine te geven. De Kerk beschouwt het als een christelijke plicht lijden te verlichten. De dosis dient evenwel niet groter te zijn dan voor de pijnbestrijding vereist is.
Palliatieve sedatie (of: terminale sedatie) is het toedienen van slaapmedicatie tijdens de stervensfase. Hierbij wordt de onderliggende ziekte niet meer behandeld en overlijdt de patiënt uiteindelijk aan zijn ziekte. Een natuurlijke doodsoorzaak derhalve. Er is een belangrijk onderscheid met euthanasie, waarin actief het leven wordt beëindigd door middel van toedienen van dodelijke medicatie. Hier overlijdt de patiënt ten gevolge van het toedienen van medicatie; een niet-natuurlijke doodsoorzaak derhalve.
Weliswaar dient iedere normale proportionele en menselijke behandeling altijd voortgezet te worden, maar staat de Kerk het eindeloos rekken van het leven niet voor. Het onthouden van medicijnen of het staken van behandelingen die de dood tot gevolg kunnen hebben, maar waarbij de dood niet het doel of de directe reden is, acht de Kerk niet immoreel. Het stopzetten van medische behandelingen die belastend zijn, gevaarlijk, buitengewoon of die niet in verhouding tot de verwachte resultaten staan, kan geoorloofd zijn. Men wil zo niet de dood bewerken, maar aanvaardt dat men hem niet kan verhinderen.
Het pastoraal handelen is gericht op de overgave aan Gods liefdevolle barmhartigheid. Wanneer men bewust en in volle vrijheid kiest voor euthanasie, dan wil men de regie over het leven in eigen hand nemen en sluit men zich af voor Gods barmhartigheid. Om die reden kan de Kerk hieraan geen medewerking verlenen, omdat pastoraal handelen erop gericht is mensen open te stellen voor Gods liefde. Euthanasie in combinatie met de toediening van het Sacrament van de Zieken suggereert instemming met euthanasie; vandaar dat hier geen medewerking aan verleend kan worden. Dan zal gezocht moeten worden naar mogelijkheden de stervende nabij te zijn met gebed. Wat betreft de kerkelijke uitvaart (eucharistieviering, gebedsviering of absoute) geldt hetzelfde, gezien het publieke karakter van de kerkelijke uitvaart. Dit zou wederom een goedkeuring impliceren. Uiteraard kan men altijd bidden voor het zielenheil van overledenen.
Het kan evenwel zo zijn dat iemand, door pijn, angst en lijden overmand, in wanhoop vraagt zijn leven te beëindigen. Er kunnen ook situaties voorkomen waarin keuzes en gevoelens van wanhoop zich met elkaar vermengen. Het lijden aan een ernstige, ongeneeslijke, lichamelijke ziekte kan invloed hebben op de psyche. Wanneer er aanwijzingen zijn dat de keuze voor euthanasie niet volledig in vrijheid is gedaan, kan men op basis van een prudente afweging van alle factoren een kerkelijke uitvaart toestaan. Alle omstandigheden in achtgenomen kan het derhalve gerechtvaardigd zijn dat deken Blom de uitvaart heeft gedaan. Het is wel onjuist dat hij vooraf geen contact heeft opgenomen met zijn collega in Liempde. Een kerkelijke uitvaart zal ook niet geweigerd worden als betrokkene vóór diens dood enig teken van berouw heeft getoond.
Tot slot. De Kerk beoordeelt het moreel handelen. Dat is haar plicht. Zij beoordeelt dit in overeenstemming met
de Bijbel. De Kerk veroordeelt nimmer de persoon. Dat laat zij te allen tijden over aan Gods barmhartigheid. Elk pastoraal handelen is gericht op het zielenheil. Daarom is het de taak van de Kerk te wijzen op Gods liefde, opdat de mens zich zou toevertrouwen aan Gods liefde. Het zou liefdeloos zijn als de Kerk zou meewerken aan wegen die mensen niet leiden naar God.
+R. Mutsaerts 02/09/2011
De tranen van bloed in de Pouilles (Puglia) van Alberollo (Italië)
De tranen van bloed in de
Pouilles (Puglia) van Alberollo (Italië)
Het onderzoek van het DNA heeft buitengewone resultaten gegeven, De beelden van de Heilige Maagd en van Jezus storten bloed en de geleerden vinden het verschijnsel buitengewoon en onthutsend.
Van tijd tot tijd leest men nieuws over ergens een beeld van de Heilige Maagd dat tranen stort. Dikwijls zijn het tranen van bloed en is het nieuws meer indrukwekkend. De sceptici glimlachen meestal en de geestelijke overheden gaan, niet zonder reden, uitzonderlijk voorzichtig te werk en vermijden een definitief oordeel uit te spreken; de wetenschap moeit er zich niet mee, behalve dan enkele amateurs. Dan verstrijkt de tijd, het feit raakt uit de belangstelling en wordt vergeten. De beelden van de Heilige Maagd en van Jezus storten bloed en de geleerden vinden het verschijnsel buitengewoon en onthutsend.
Het is alleen in enkele zeldzame gevallen, dat het feit voldoende belangstelling krijgt om de juiste erkenning te bekomen van de ernst en de bovennatuurlijke waarde. Dit is bijvoorbeeld wat gebeurd is met de "Madonna van de Tranen van Syracuse".
Nu willen wij u een gelijkaardig feit vertellen dat nu nog onbekend is, maar dat er ophefmakend uitziet, omdat het eerste oordeel uitgegeven is door de Wetenschap van hoog niveau, en het opent een perspectief van onthutsende vooruitzichten.
Het betreft een zaak van twee gewijde Iconen, die tranen van bloed hebben gestort bij twee verschillende gelegenheden. Deze twee Iconen behoren toe aan Pietro Maria Chiriatti, 59 jaar oud, sinds 1990 priester, stichter van een kleine Congregatie: "Missionarissen van Onze Lieve Vrouw van de Cava (steengroeve)". Hij woont in een bescheiden huisje te Alberobello, in de Pouilles.
Pater Pietro vertelt:
De 3de mei 2003, rond 18.00 uur was ik alleen in mijn kamer om medicijnen in te nemen en ik zag dat de Icoon met Onze Lieve Vrouw met Kind, dat boven mijn bidstoel hangt, vlekken vertoonde op het aangezicht. Omdat ik niet zo goed kan zien, heb ik het beeld aangeraakt en ik voelde dat het nat was. Ik heb mijn medepaters geroepen en wij hebben vastgesteld dat het tranen stortte. Het fenomeen duurde een dertigtal minuten. Het werd nog door verschillende andere personen gezien, die pater Pietro er onverwijld had bijgeroepen en het werd eveneens gefilmd met een videocamera. Pater Pietro ving het bloed op met een zakdoek en verzond dit naar een laboratorium voor onderzoek.
Ongeveer een jaar later, op 27 mei 2004, heeft het verschijnsel zich herhaald op een andere Icoon van pater Pietro, Icoon dat het gelaat voorstelt van Jezus, gelijk Hij te zien is op de lijkwade van Turijn. Deze maal was het behalve tranen ook een zweten van Bloed. Het gezicht van Jezus werd doorlopen met 7 sporen van Bloed, vertrekkende vanaf het voorhoofd, langs de wangen, over de baard en zelfs over de rand van het kader. De verschrikte Padre Pietro riep terstond de andere personen die zich in het huis bevonden. Hij telefoneerde naar de politie, de pastoor en de dokter. Het fenomeen duurde anderhalf uur en werd gezien door een vijftigtal personen. Ook ditmaal heeft pater Pietro het bloed opgevangen en een staal opgestuurd naar hetzelfde labo waar hij reeds het bloed had gezonden, dat gevonden werd op het Aangezicht van de Heilige Maagd. Het is in dit wetenschappelijk laboratorium dat het buitengewoon karakter werd gevonden van het opgestuurde bloed.
Het betreft het "Genetisch Laboratorium van de Universiteit van Bologna" dat uitgerust is met de meest gesofistikeerde toestellen en van een ploeg onderzoekers, dokters, biologen en professoren van de universiteit. Dit labo is gespecialiseerd in alles wat betref DNA en het werkt samen met de geheime diensten en de politie van verschillende landen. Het is ook in contact met de gelijkaardige labo's in andere landen. Het betreft dus een wetenschappelijke autoriteit, en aldus is een uitspraak van deze dienst van onbetwistbare waarde.
Nadat al de analyses waren gedaan werd door de vorsers van het labo een officieel document gezonden dat verklaart: "het onderzocht bloed is menselijk bloed, van groep AB, mannelijk en het is identiek in de twee stalen, t.t.z. het bloed van de tranen van het Gelaat van de Heilige Maagd en dit van het Gelaat van Jezus". Maar er is meer: " de evaluaties die gedaan werden vertonen iets ongelooflijks. De genetische trekken in het chromosoom Y komen nergens voor in de configuraties van de gegevens banken van de gehele wereld. Daarin zijn verzamelingen opgenomen van de gegevens van 22.000 mannelijke personen, gekozen uit 187 verschillende volkeren"
Nog verder leest men: "Het bloed is zo zeldzaam, dat men het kan beschouwen als nagenoeg enig.
Door de berekening van de statistische waarschijnlijkheid, in de loop der eeuwen, een typologie zonder gelijke, met een waarschijnlijkheid van 1 op 200 miljard mogelijke gevallen."
Wat betekent dit alles? In eerste instantie kan men op de meest stellige wijze alle gevallen van bedrog, verwisseling of manipulatie uitsluiten: niemand ter wereld is in staat bloed voort te brengen met gelijkaardige karakteristieken. Anderzijds tonen de gegevens, vermits het om een enig bloed gaat, dat het toebehoort aan één enkel Persoon en aan niemand anders in de ganse geschiedenis der mensheid. Aldus een man die geen voorouder of nakomeling heeft gehad. Het is duidelijk dat onze gedachten naar de Evangelies gaan, die Jezus beschrijven als de Enige Man, met zijn eigen karakteristieken. Het is ook veelbetekenend in dit verband, dat het bloed van de tranen die verschenen op het Beeld van de Heilige Maagd, identiek is aan het bloed verschenen op het Gelaat van Jezus.
Met de bekomen resultaten kan men zeggen dat men voor de eerste maal beschikt over wetenschappelijke gegevens over de fysieke Persoon van Jezus: het DNA van Jezus, de God, ingevat in een Lichaam dat Enig is. Het is nog te vroeg om definitieve conclusies te trekken, maar de uitspraak van de wetenschap is in elk geval nauwkeurig, openbaar en zonder dubbelzinnigheid. De wetenschappers hebben gebruik gemaakt van een koude, mathematische maar zeer klare taal. Zij hebben expliciet bevestigd voor een enig geval te staan. En het zijn zij, die gewoon aan de wetenschappelijke strengheid, hun grote verbazing hebben getoond bij het buitengewoon karakter van deze resultaten. In een privé brief, gericht aan Padre Pietro heeft een der vorsers geschreven:
"het zijn resultaten om zelfs een standbeeld te doen schrikken." En nog: "voor de uitslag van deze voor mij ongehoorde analyses was ik niet in staat mijn tranen te verbergen."
Een andere heeft hem gezegd: "het is werkelijk menselijk bloed, maar het schijnt van een andere wereld te komen." De geestelijke overheid is natuurlijk op de hoogte van de feiten en is bezig met onderzoek en evaluatie. Hun voorzichtigheid zal bijzonder groot zijn, niet zonder reden, en het is goed dat het zo gedaan wordt. Maar de wetenschappelijke resultaten doen ons denken dat wij wellicht te maken hebben met een Teken van buitengewone bovennatuurlijke aard. Dit document is gekopieerd op de Internet site medjugorie bolzano.it. Het is gedateerd op 13 november 2004 en getekend door Renzo Allegri.