For this blog to translate into language of your choice? Select your language below.
2 prachtige pps-jes hierboven van Godelieve en ook Mama rechts heeft ze gemaakt Klik op de banner en bekijk nog veel meer moois op haar blog
Klik op de banner hier beneden en ga eens langs bij Lenie voor nog meer moois Alle Ave Maria pps-jes hierboven zijn van haar
Gastenboek
Druk oponderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek
Wonder
16-09-2011
Als in de dagen van Noach.
De Heer Jezus Christus zei, in Mattheüs 24:37-40:
"Zoals de dagen van Noach waren, zo zal ook de komst van de Zoon des mensen zijn. Want zoals ze bezig waren in de dagen voor de zondvloed met eten, drinken, trouwen en ten huwelijk geven, tot aan de dag waarop Noach de ark binnenging, en het niet merkten, totdat de zondvloed kwam en hen allen wegnam, zo zal ook de komst van de Zoon des mensen zijn".
U kent de Bijbel? U weet wat er vooraf ging aan de desastreuze zondvloed? Zo zal het beslist ook gaan net vóór de parousia, de (weder)komst van de Zoon des mensen.
Het is dus belangrijk om enig inzicht te hebben in de historische context waarin Noach leefde. Hoe was het in de dagen van Noach? Genesis 6 vertelt:
Genesis 6:5: "En de HEERE zag dat de mens op de aarde door en door slecht was; en al de overleggingen van zijn hart waren te allen tijde alleen maar slecht"
Het kon niet uitblijven dat God hiertegen zou optreden:
Genesis 6:7: "En de HEERE zei: Ik zal de mens, die Ik geschapen heb, van de aardbodem uitroeien, zowel de mens als het vee en de kruipende dieren en de vogels in de lucht; want het berouwt Mij dat Ik hen gemaakt heb".
Als we eens rustig kijken naar Mattheüs omschrijving van de dagen van Noach, dan lijkt het op het eerste gezicht nogal mee te vallen met de moraal van die mensen. Zij eten en drinken, zij huwden en gaven ten huwelijk - wat is hier tegen in te brengen? Eten, drinken en huwen - het leven ging zijn gewone gangetje - is er dan een probleem? Zeer zeker wel, maar het probleem dat door Mattheüs wordt aangesneden, heeft niets te maken met de activiteiten van de mensen. Het probleem - zeg maar de zonde - zit in de mens zélf. Paulus schreef:
1 Korinthiërs 10:31: "Of u dan eet of drinkt of iets anders doet, doe alles tot eer van God".
Doe alles tot eer van God. Hier gaat het om. Dat gold in de dagen van Noach. Dat geldt ook voor de dagen van de parousia, de wederkomst van de Zoon des mensen.
Eten en drinken en daarvoor God danken? Geen sprake van! Wij hebben er zelf voor gewerkt!
Een huwelijk aangaan en in stand houden tot eer van de Levende? Wij bekijken het wel en leven samen zolang het ons goed past. Daarna nemen we een ander.
Kinderen ontvangen uit de hand van de Schepper? Belachelijk! Die maak je toch zelf! En als er een ongelukje gebeurt, dan aborteren we dat wel.
Het door God ingestelde rollenpatroon en de eigenheid van man en vrouw? Ieder is gelijk en ieder is vrij om te doen naar eigen inzicht en verlangen, ook op seksueel gebied. Iedereen moet verdraagzaam zijn en niemand mag gediscrimineerd worden.
Absolute waarden? Die zijn er niet. Wat is waarheid? Ieder denkt het zijne en dat moeten we respecteren.
Andere godsdiensten zijn vals? Ach man, als we elkaar als gelijken behandelen, verdraagzaam zijn, niemand discrimineren en iedereen respecteren, dan dienen wij toch allemaal dezelfde goede boodschap.
Aldus de dictatuur van de tolerantie in onze tijd!
De bijbelse God past niet meer in het alledaagse plaatje van onze samenleving. We hebben Hem weggeruimd. Opgeruimd. God is goed - geen is beter. Zonder God gaat het ons beter dan ooit! Mijn boterham smaakt er echt niet minder om, sinds ik God uit mijn leven heb weggebannen, en ik drink er ook geen slok minder om.
Anderen echter hebben God een andere gedaante gegeven, zodat Hij mooi past bij hun eigen wensen. Een god op maat. Als de Bijbel al wordt gelezen, dan gebeurt dit met de bril van het verlangen. Een mens wil enkel verstaan wat hijzelf wíl verstaan. Maar dit is onzuiver. Het heeft niets met God te maken, maar alles met het grote IK. Wij boetseren toch zo graag onze eigen god.
In de historie van de mens was en blijft altijd de grote vraag: in welke geestelijke gestalte leven en bewegen wij ons? Met of zonder God? Met de ware God of met onze eigen-gemaakte god? Tot Zijn eer of tot meerdere eer en glorie van onszelf? Nee, niet al te goddeloos, maar intussen volop God-loos. Leven los van God. Leven-loos ...
"... zo zal ook de komst van de Zoon des mensen zijn".
"... en zij het niet merkten, totdat de zondvloed kwam en hen allen wegnam, zo zal ook de komst van de Zoon des mensen zijn".
U en ik kunnen zo van ons gelijk overtuigd zijn dat we niet eens in de gaten hebben wat God denkt over ons reilen en zeilen. Niet leven tot Gods eer. De Heer niet betrekken in alle facetten van ons leven. Dit is een van de hoofdkenmerken van de maatschappij die ten onder zal gaan bij en door de komst van Christus. En Hij zal voorwaar komen!
"Maar zal de Zoon des mensen, als Hij komt, wel het geloof op de aarde vinden?" (Lukas 18:8).
Strijdt om in te gaan door de nauwe poort!
Strijdt om in te gaan door de nauwe poort!
Evangelie naar Lukas - hoofdstuk 13 vers 24.
Toen de Heer Jezus op weg was naar Jeruzalem, was er iemand die Hem vroeg of er maar weinig mensen waren die gered zouden worden.
Hij antwoordde hem met bovenstaande woorden:
STRIJDT OM IN TE GAAN
Is het dan werkelijk zo moeilijk om gered te worden?
V a nG o d sk a n tn i e t!!
Maar van de kant van de mens zijn er hindernissen die hem er van afhouden om met zijn zonden naar de Heer Jezus te komen.
Deze hindernissen moeten overwonnen worden en dat kost strijd.
Allereerst is er vaak de gedachte dat men door lidmaatschap van een kerk, door goede werken, door te leven als christen, of door de doop behouden kan worden.
Maar dat zijn verkeerde gedachten, die niet overeenstemmen met wat de Bijbel (en dat is Gods Woord) zegt.
Geen van deze dingen draagt iets bij aan ons eeuwig behoud en men wordt er niet opnieuw door geboren.
Het nieuwe leven, en dat is echt redding, wordt alleen verkregen door de werking van de Heilige Geest op grond van het Woord van God.
Als een mens naar Gods Woord luistert, berouw heeft, zijn zonden belijdt en zo naar God terugkeert, dan bewerkt God nieuw leven, Goddelijk leven, in hem of haar.
Om gered te worden, moeten echter eerstgenoemde en mogelijk andere onbijbelse gedachten over boord gezet worden.
Er is ook een probleem in ons zelf.
Dit probleem wordt veroorzaakt door onze trots.
Wij willen vaak gewoon niet toegeven en belijden dat ons natuurlijk leven tekortschiet in Gods ogen en daarom zondig en onbruikbaar is voor Hem.
Ons mensen valt het erg moeilijk om ons bankroet voor God te erkennen en om ons om te keren naar Hem.
Maar er is geen andere weg tot eeuwig heil.
Daarom zegt de Heere:
STRIJDT OM IN TE GAAN DOOR DE NAUWE POORT !
Zie, de Mens!
Een enorme mensenmenigte had zich verzameld. Voor hen stond een man gehuld in een schijnbaar koninklijke purperen mantel. Zijn rug bloedde en op Zijn hoofd was duidelijk een doornenkroon te herkennen. De ongelovige spottende soldaten hadden alles gedaan om Hem te ontmoedigen terwijl zij Hem in het gelaat spuwden en sloegen. Zij spraken: Wees gegroet gij koning der joden!! Pilatus, de Romeinse stadhouder, had Hem ondervraagd en was tot de overtuiging gekomen dat Hij onschuldig was. Maar al zijn pogingen om Hem vrij te laten waren mislukt. Nu kon hij Hem alleen nog maar aan de mensen voorstellen met de woorden: ZIE DE MENS (Joh.19:5). De reactie van de bloeddorstige menigte was echter: KRUISIGEN... KRUISIGEN.
De joden in die tijd zagen in Hem alleen maar een mens, niets meer. Heden ten dage is het allemaal precies hetzelfde. Het merendeel der mensen ziet slechts de man Jezus, zonder zich daarbij te vergewissen dat Hij de Zoon van God, de Heer der heerlijkheid, de Schepper van hemel en aarde is ‑ GOD geopenbaard in het vlees. De Heere Jezus zelf stelde eens zijn apostelen de vraag: Wie zeggen de mensen dat Ik, de Zoon des mensen, ben? (Matth. 16:13). Ze antwoordden Hem: Sommigen zeggen, gij zijt Johannes de doper, anderen, gij zijt Elia, weer anderen, gij zijt Jeremia of één der profeten. Doch Petrus kon door de goddelijke inspiratie het antwoord geven: Gij zijt de Christus, de Zoon van de levende God. Eerst wanneer deze uitspraak ook onze persoonlijke overtuiging wordt, kan Christus ons leven veranderen. Pilatus moest tot driemaal toe de onschuld van Jezus verklaren: Ik vind geen schuld in deze mens. De dienaars van de Farizeeërs en Hogepriesters betuigden: Nooit heeft een mens zó gesproken als deze mens spreekt!! (Joh. 7:46). Doch velen gingen ledig heen, terwijl Hij de melaatsen reinigde, de blinden ziende maakte en de doven de oren opende zodat de doofstommen spraken. Zelfs de demonen van de hel sidderden voor Hem en smeekten: Ik bezweer U bij God dat Gij mij niet pijnigt (Mark. 5:7). Deze Man bezat niets, Hij had geen plaats waarop Hij Zijn hoofd kon neerleggen (Matth. 8:20). Maar Hij deed de storm bedaren met woorden vol goddelijke volmacht: ZWIJG, WEES STIL (Mark. 4:39). En bij een andere gelegenheid schreed Hij zonder vrees over de golven van het stormachtige meer.
ZIE DE MENS;
hoe Hij toenadering zoekt tot de ergste zondaren en al dezen, die in het geloof tot Hem komen, leven en genezing aanbiedt. De Samaritaanse vrouw aan de bron, de tollenaar Zacheüs, de stervende moordenaar aan het kruis en een menigte andere uitgestoten en hulpeloze mensen betuigen van Zijn brandende liefde en medeleven. Zijn macht was zelfs zo groot dat de doden opstonden. Lazarus, die reeds 4 dagen in het graf gelegen had, kwam op Zijn bevel vanuit de duisternis in het heldere zonlicht. Hier was een Man die enkele broden en vissen nemen kon om daarmee duizenden te eten te geven. Zijn vijanden bracht Hij in verwarring door Zijn wijsheid waarmede Hij hun spitsvondige vragen beantwoordde. En ondanks dat trachtten zij Hem vol jaloersheid te doden, zonder ernstig de Heilige Schriften na te vorsen die toch zo duidelijk van Hem spreken.
ZIE DE MENS;
hoe zij Hem Golgothas heuvel opvoeren, zie de nagels waarmee zij wreed Zijn genezende handen doorboren. Hoor Zijn liefdevolle woorden van vergeving, die Hij vanaf het kruis in grote doodsnood uitroept: VADER, VERGEEF HET HUN, WANT ZIJ WETEN NIET WAT ZIJ DOEN (Luk. 23:24).
Ook de mensen in onze tijd weten niet wat zij doen, wanneer zij dit aan het kruis verworven heil eenvoudig afwijzen. Doch de Heere Jezus wist precies wat op Hem afkwam. Daarom kon Hij zeggen: De Zoon des mensen moet verhoogd worden (Joh 3:14). En wanneer gij de Zoon des mensen verhoogd hebt, zult gij inzien, dat IK het ben (Joh 8:28) en wanneer Ik verhoogd ben van deze aarde, zal Ik allen tot mij trekken (Joh. 12:32).
Toen na Zijn dood het evangelie zijn overwinningstocht over de gehele wereld begon, werden deze woorden van de Heere Jezus meer en meer werkelijkheid. Duizenden en duizenden werden door de boodschap van de apostelen gegrepen en tot de verhoogde Heer gevoerd. Zij erkenden Hem als de Zoon van God die voor hen op het kruis zonde en schuld op zich genomen had. En de Heere voegde dagelijks toe aan de kring die behouden werden. Ook in onze wereld van zonde, ziekte en lijden moet de Heere Jezus Christus verhoogd worden, NIET om Hem opnieuw te kruisigen, MAAR opdat mogelijk daarmee velen Hem als hun Verlosser zullen erkennen.
ZIE DE MENS;
gij zondaar, zieken en lijdenden, gekwelden en... ongelovigen ‑ deze Mens, ja meer dan een mens, de Zoon van God is het enige antwoord voor de nood van onze tijd. Wat heeft U beste lezer met deze Jezus gedaan? Is Hij reeds Uw Heer en Heiland geworden of.. gaat U nog altijd onverschillig en misschien spottend aan Hem voorbij, zonder Hem als Zoon van God te erkennen? De Bijbel betuigt van HEM: Deze echter is, na één offer voor de zonden te hebben gebracht, voor altijd gezeten aan de rechterhand van God (Hebr. 10:12). Thans treedt hij als Hogepriester voor God, voor al diegenen die Hem als hun Verlosser hebben aangenomen. Eens zullen wij Hem weer zien, want... de Heere zelf zal op een teken, bij het roepen van een aartsengel en, bij het geklank van de bazuin van God, neerdalen van de Hemel en zij die in Christus gestorven zijn, zullen eerst opstaan; daarna zullen wij de levenden, die achterblijven, samen met hen in wolken in een oogwenk weggevoerd worden, de Heere tegemoet in de lucht en zo zullen wij altijd met de Heere wezen (1 Thess. 4:16‑17). Alleen zij die Christus reeds hier in het geloof aangenomen hebben, zullen bij dit heerlijke weerzien aanwezig zijn. Maar ook al diegenen die zich nu nog zelfverzekerd van Hem afzijdig houden en Hem niet als hun Heer aannemen willen, moeten Hem eenmaal zien: Zie, Hij komt met de wolken en aller oog zal Hem zien, ook zij, die Hem doorstoken hebben. En alle geslachten der aarde zullen over Hem weeklagen (Openb. 1:7), Welk een verschrikkelijk ontwaken en berouwen zal dat eens zijn. Ieder van U, beste lezer, moest zich nu twee uiterst belangrijke vragen stellen. 1e Wat betekent de Heer Jezus voor mij? 2e Ben ik bereid om deze Heer te ontmoeten? Eens zal zijn bruidsgemeente Hem zien gelijk Hij is (1 Joh. 3:2). Zonder zonde en fouten de EEUWIGE ZOON VAN GOD, ONZE HEER EN HEILAND. (naar het Duits).
De Eerste Opstanding.
De Eerste Opstanding.
Zij Regeerden Met Christus Duizend Jaren
Een Bespreking van Openbaring 20:1-10
1 En ik zag een engel nederdalen uit de hemel met de sleutel des afgronds en een grote keten in zijn hand; 2 en hij greep de draak, de oude slang, dat is de duivel en de satan, en hij bond hem duizend jaren, 3 en hij wierp hem in de afgrond en sloot en verzegelde die boven hem, opdat hij de volkeren niet meer zou verleiden, voordat de duizend jaren voleindigd waren; daarna moest hij voor een korte tijd worden losgelaten.
4 En ik zag tronen, en zij zetten zich daarop, en het oordeel werd hun gegeven; en [ik zag] de zielen van hen, die onthoofd waren om het getuigenis van Jezus en om het woord van God, en die noch het beest noch zijn beeld hadden aangebeden en die het merkteken niet op hun voorhoofd en op hun hand ontvangen hadden; en zij werden weder levend en heersten als koningen met Christus, duizend jaren lang. 5 De overige doden werden niet weder levend, voordat de duizend jaren voleindigd waren.
Dit is de eerste opstanding. 6 Zalig en heilig is hij, die deel heeft aan de eerste opstanding: over hen heeft de tweede dood geen macht, maar zij zullen priesters van God en van Christus zijn en zij zullen met Hem als koningen heersen, [die] duizend jaren.
7 En wanneer de duizend jaren voleindigd zijn, zal de satan uit zijn gevangenis worden losgelaten, 8 en hij zal uitgaan om de volkeren aan de vier hoeken der aarde te verleiden, Gog en Magog, om hen tot de oorlog te verzamelen, en hun getal is als het zand der zee. 9 En zij kwamen op over de breedte der aarde en omsingelden de legerplaats der heiligen en de geliefde stad; en vuur daalde neder uit de hemel en verslond hen, 10 en de duivel, die hen verleidde, werd geworpen in de poel van vuur en zwavel, waar ook het beest en de valse profeet zijn, en zij zullen dag en nacht gepijnigd worden in alle eeuwigheden.
Waarschuwing.
Aan het slot van het boek Openbaring staat een ernstige waarschuwing: "Ik betuig aan een ieder, die de woorden der profetie van dit boek hoort: Indien iemand hieraan toevoegt, God zal hem toevoegen de plagen, die in dit boek beschreven zijn; en indien iemand afneemt van de woorden van het boek dezer profetie, God zal zijn deel afnemen van het geboomte des levens en van de heilige stad, welke in dit boek beschreven zijn" (Openbaring 22:18,19).
Omdat het boek Openbaring rijk is aan beeldspraak, is het voor velen moeilijk te verstaan. Beeldspraak kan allicht verkeerd begrepen of uitgelegd worden. Vooral valse leraars houden zich graag met Openbaring bezig. Duidelijke teksten kunnen zij moeilijk verdraaien. Maar boeken zoals Openbaring, Daniël, Jesaja en Ezekiël kunnen gemakkelijk door een valse leraar aangewend worden om een of andere theorie te staven. Door 'inlegkunde' (waar men de tekst ideeën inlegt, die in feite niet aanwezig zijn) kan men de symbolen allerlei fantastische betekenissen geven die door God nooit bedoeld werden. Voor dergelijk schriftmisbruik moeten wij oppassen.
Ook Petrus geeft een waarschuwing i.v.m. moeilijke teksten: "Daarom, geliefden, beijvert u in deze verwachting, onbevlekt en onberispelijk te blijken voor Hem in vrede, en houdt de lankmoedigheid van onze Here voor zaligheid, zoals ook onze geliefde broeder Paulus naar de hem gegeven wijsheid u geschreven heeft, evenals in alle brieven, wanneer hij over deze dingen spreekt. Daarin is een en ander moeilijk te verstaan, wat de onkundige en onstandvastige lieden tot hun eigen verderf verdraaien, evenals trouwens de overige schriften" (2 Petrus 3:14-16).
Bij een bespreking van Openbaring 20:1-10 moeten wij alle eigenmachtige uitleggingen (2 Petrus 1:20,21) vermijden. Wij mogen niets toevoegen en ook niets weglaten.
Duidelijke teksten moeten onduidelijke verklaren.
Minder duidelijke bijbelteksten moeten steeds begrepen worden in het licht van duidelijke teksten over hetzelfde onderwerp.
Er is veel verschil van mening over Openbaring 20:1-10. De beeldspraak van dit schriftgedeelte wordt op verschillende manieren opgevat. De aangesneden onderwerpen worden echter ook in duidelijke teksten besproken. Bij deze behandeling zal ik naar duidelijke teksten verwijzen, opdat wij deze moeilijke tekst kunnen begrijpen en foutieve opvattingen kunnen vermijden.
Het Koninkrijk van Christus.
Aangezien er sprake is van bepaalde zielen die voor duizend jaar met Christus heersen, moeten wij de leer van duidelijke teksten over het rijk van Christus kennen. De volgende waarheden i.v.m. Gods koninkrijk helpen ons Openbaring 20 te verstaan.
Ten tijde van de eerste christenen was het Koninkrijk van Christus al opgericht. Paulus schreef aan de Kolossenzen: "Hij heeft ons verlost uit de macht der duisternis en overgebracht in het Koninkrijk van de zoon zijner liefde, in wie wij de verlossing hebben, de vergeving der zonden" (Kolossenzen 1:13). In zijn loflied aan Christus zegt Johannes in Openbaring 1:6 "en hij heeft ons tot een koninkrijk, tot priesters voor zijn God en vader gemaakt".
Het Koninkrijk van Christus is een eeuwig koninkrijk. Dit werd door Daniël voorspeld: "Maar in de dagen van die koningen zal de God des hemels een koninkrijk oprichten, dat in eeuwigheid niet zal te gronde gaan, en waarvan de heerschappij op geen ander volk meer zal overgaan: het zal al die koninkrijken verbrijzelen en daaraan een einde maken, maar zelf zal het bestaan in eeuwigheid" (Daniël 2:44). De engel Gabriël zei aan Maria: "Deze zal groot zijn en zoon des Allerhoogsten genoemd worden, en de Here God zal Hem de troon van zijn vader David geven. en Hij zal als koning over het huis van Jakob heersen tot in eeuwigheid, en zijn koningschap zal geen einde nemen" (Lucas 1:32,33). Zie ook Jesaja 9:6; Hebreeën 1:8 en Openbaring 11:15.
In 1 Korintiërs 15:24 lezen wij dat Christus, na de laatste overwinning, het koningschap aan God de Vader zal overdragen. Dit betekent echter niet dat Christus ophoudt met Koning te zijn, want in Openbaring 5:13 wordt verduidelijkt dat Christus (het Lam) dan, samen met de vader, de kracht in alle eeuwigheden zal hebben. Zie ook Openbaring 12:10.
Het Koninkrijk van Christus is niet van deze wereld. Aan Pilatus zei Jezus:
"Mijn Koninkrijk is niet van deze wereld; indien mijn Koninkrijk van deze wereld geweest was, zouden mijn dienaars gestreden hebben, opdat Ik niet aan de Joden zou worden overgeleverd; nu echter is mijn Koninkrijk niet van hier" (Johannes 18:36). Hoewel wij tot een Koninkrijk zijn gemaakt (Openbaring 1:6) en hoewel wij in het Koninkrijk Gods zijn (Kolossenzen 1:13), zijn wij op aarde nog vreemdelingen die een hemels vaderland zoeken (Hebr. 11:9-16). "Want onze burgerschap is in de hemelen, waaruit wij ook de Here Jezus Christus als verlosser verwachten, die ons vernederd lichaam veranderen zal, zodat het aan zijn verheerlijkt lichaam gelijkvormig wordt, naar de kracht, waarmede hij ook alle dingen zich kan onderwerpen" (Filippenzen 3:20,21). Aangezien het Koninkrijk niet van deze wereld is, lezen wij ook in 1 Korintiërs 15:50 "Vlees en bloed kunnen het Koninkrijk Gods niet beërven en het vergankelijke beërft de onvergankelijkheid niet". Gods rijk is een hemels rijk, niet een rijk op aarde. Wij kunnen nu al burgers van dat Rijk zijn (Filippenzen 3:20) maar slechts indien wij volharden tot het einde zullen wij het vaderland zelf ingaan (2 Petrus 1:11). Zie ook Hebreeën 12:18-29.
Wat vernemen wij uit deze duidelijke teksten? (1) Het Koninkrijk van Christus bestond al in de eerste eeuw. (2) Het is een eeuwig koninkrijk. (3) Het is niet van deze wereld. Bij een studie van Openbaring 20:1-10 is het uiterst belangrijk dat wij deze waarheden voor ogen houden.
Beschrijft Openbaring 20:1-10 toestanden of gebeurtenissen vóór of na de wederkomst van Christus?
Sommigen beweren dat het nederdalen van de engel in vers één een beschrijving is van de wederkomst van Christus. Dit is echter een eigenmachtige interpretatie, want niets in de Schrift doet vermoeden dat deze engel, Christus zou zijn. Wij mogen niet verder gaan dan wat geschreven is (1 Korintiërs 4:6).
Soms maakt men de volgende beredenering: De eerste opstanding van Openbaring 20 is de lichamelijke opstanding van de rechtvaardigen. Meerdere teksten leren dat de lichamelijke opstanding der rechtvaardigen bij de wederkomst van Christus zal plaatsvinden (b.v. 1 Tessalonicenzen 4:15-17; Johannes 14:3). Daarom moet de wederkomst van Christus aan deze eerste opstanding voorafgaan.
De vraag is echter of deze eerste opstanding wel degelijk overeenkomt met de lichamelijke opstanding van de rechtvaardigen. Er zijn meerdere bezwaren tegen deze opvatting. De eerste opstanding wordt niet eigenlijk zodanig beschreven dat men met zekerheid kan zeggen dat het over een lichamelijke opstanding gaat. Die zou evengoed een geestelijke of een figuurlijke opstanding kunnen zijn.
In verband met de lichamelijke opstanding zegt Jezus duidelijk dat zowel rechtvaardigen als onrechtvaardigen dezelfde uur zullen opstaan: "Verwondert u hierover niet, want de ure komt, dat allen, die in de graven zijn, naar zijn stem zullen horen, en zij zullen uitgaan, wie het goede gedaan hebben, tot de opstanding ten leven, wie het kwade bedreven hebben, tot de opstanding ten oordeel" (Johannes 5:28,29). Deze tekst spreekt zeker over de lichamelijke opstanding: zij die in de graven zijn, zullen uitgaan. Bij de lichamelijke opstanding zullen zowel goeden als slechten dezelfde uur opstaan. De 'eerste opstanding' van Openbaring 20 is slechts voor rechtvaardigen en gaat de opstanding van de onrechtvaardigen 'duizend jaar' vooraf. De eerste opstanding kan dan onmogelijk de lichamelijke opstanding zijn.
De opstandingsdag van de rechtvaardigen zal de laatste dag zijn (Johannes 6:39). Dit bewijst ook dat de eerste opstanding niet de lichamelijke opstanding kan zijn. Anders heeft men nog 365.250 dagen (duizend jaar) na de laatste dag!
Niet alleen de rechtvaardigen, ook de onrechtvaardigen zullen opstaan bij de komst van Christus.
Bij zijn komst zal iedere oog Christus zien, ook zij die Hem doorstoken hebben (Openbaring 1:7). Hoe kunnen de onrechtvaardigen Hem zien indien zij pas duizend jaar later opstaan?
Bij zijn komst zullen al de volken vóór Christus verzameld worden (Matteüs 25:31). Hij zal de bokken van de schapen scheiden.
Bij zijn komst zal de Zoon des mensen een ieder vergelden naar zijn daden (Matteüs 16:27). Hoe kan Hij de onrechtvaardigen vergelden indien ze pas duizend jaar later opstaan?
Bij zijn komst worden de heiligen verkwikt en de goddelozen gestraft: "Indien het inderdaad recht is bij God, aan uw verdrukkers verdrukking te vergelden, en aan u, die verdrukt wordt, verkwikking tezamen met ons, bij de openbaring van de Here Jezus van de hemel met de engelen zijner kracht, in vlammend vuur, als Hij straf oefent over hen, die God niet kennen en het evangelie van onze Here Jezus niet gehoorzamen. Dezen zullen boeten met een eeuwig verderf, ver van het aangezicht des Heren en van de heerlijkheid zijner sterkte, wanneer Hij komt om op die dag verheerlijkt te worden in zijn heiligen en met verbazing aanschouwd te worden in allen, die tot geloof gekomen zijn" (2 Tessalonicenzen 1:6-10). Op de dag van Christus' komst, wanneer de heiligen verkwikt worden, worden ook de goddelozen gestraft.
Deze teksten maken duidelijk dat de eerste opstanding van Openbaring 20:1-10 onmogelijk de lichamelijke opstanding der rechtvaardigen kan zijn.
Sommigen proberen aan deze waarheid te ontsnappen door te beweren dat er twee aparte wederkomsten zijn. Eén bij de 'eerste opstanding' om de rechtvaardigen te halen en een tweede, duizend jaar later, om de onrechtvaardigen te oordelen. Dit is eigenmachtige interpretatie. Nergens in de Schrift is er sprake van twee verschillende wederkomsten. Deze theorie is in strijd met meerdere teksten, o.a. met Johannes 5:28,29 waar we vernomen hebben dat zowel rechtvaardigen als onrechtvaardigen dezelfde uur opstaan, met Johannes 6:39 waar we vernonen hebben dat de rechtvaardigen op de laatste dag opstaan en met 2 Tessalonicenzen 1:6-10 waar we vernomen hebben dat de goddelozen gestraft worden bij de verkwikking der heiligen.
Dit betekent dat de duizend jaren van Openbaring 20 aan de wederkomst van Christus vooraf moeten gaan. Nog andere teksten leren hetzelfde.
Christus moest in de hemel opgenomen worden tot de tijden van de wederoprichting aller dingen (Handelingen 3:21). In Openbaring is het pas in hoofdstuk 21 dat wij over de wederoprichting aller dingen lezen (21:5). Dat alle dingen al tijdens de duizend jaren weder opgericht zijn, is zeker niet het geval. Die periode moet dus aan zijn wederkomst voorafgaan.
Volgens 1 Tessalonicenzen 4:13-18 zullen de rechtvaardigen bij de wederkomst van Christus opgewekt worden. Sommigen beweren dat deze tekst de 'eerste opstanding' beschrijft. Wanneer men echter doorleest, ontdekt men in 1 Tessalonicenzen 5:1-8 dat ook op die dag een plotseling verderf over de kinderen der duisternis komt. Nogmaals lezen wij dat de straf van de goddelozen op dezelfde dag plaatsneemt als de opstanding der rechtvaardigen.
De goddelozen worden gestraft op de dag waarop de zoon des mensen wordt geopenbaard (Lucas 17:29,30; 1 Tessalonicenzen 1:3-10). De rechtvaardigen zien uit met hoop en verlangen naar diezelfde dag van zijn openbaring (1 Korintiërs 1:7,5; 1 Johannes 2:28; 3:1-3).
Wanneer Petrus over 'de belofte van Zijn komst' schrijft (2 Petrus 3:4), zegt hij dat op die dag "de hemelen met gedruis zullen voorbijgaan" en "de elementen in vuur zullen wegsmelten" (2 Petrus 3:10-12). Aangezien Openbaring 20:1-10 betrekking heeft op een periode waarin deze aarde nog bestaat (Openbaring 20:9), moeten de duizend jaren aan de komst van Christus voorafgaan.
Uit boven aangehaalde duidelijke teksten over de wederkomst van Christus blijkt dat de duizend jaren van Openbaring 20:1-10 betrekking hebben op een periode vóór de wederkomst van Christus. Dit komt ook overeen met het verband zelf, want pas in Openbaring 20:11-15 -- dus na de duizend jaren -- lezen wij iets over de algemene opstanding waar "de zee gaf de doden, die in haar waren, en de dood en het dodenrijk gaven de doden, die in hen waren, en zij werden geoordeeld, een ieder naar zijn werken".
De duizend jaren van Openbaring 20 gaan aan de wederkomst van Christus vooraf en de eerste opstanding is niet de lichamelijke opstanding.
Wat is de eerste opstanding?
Sommigen hebben gemeend dat Christus zelf de eerste opstanding is, aan de hand van Johannes 11:25 'Ik ben de opstanding'. Zij verstaan dan 'deelhebben aan de eerste opstanding' als 'deelhebben aan Christus'. In ieder geval is deze eerste opstanding uitsluitend door Christus mogelijk.
Sommigen beschouwen de eerste opstanding als de geestelijke opstanding bij de doop.
"Wij zijn dan met Hem begraven door de doop in de dood, opdat, gelijk Christus uit de doden opgewekt is door de majesteit des Vaders, zo ook wij in nieuwheid des levens zouden wandelen. Want indien wij samengegroeid zijn met hetgeen gelijk is aan zijn dood, zullen wij het ook zijn [met hetgeen gelijk is] aan zijn opstanding; dit weten wij immers, dat onze oude mens medegekruisigd is, opdat aan het lichaam der zonde zijn kracht zou ontnomen worden en wij niet langer slaven der zonde zouden zijn; want wie gestorven is, is rechtens vrij van de zonde. Indien wij dan met Christus gestorven zijn, geloven wij, dat wij ook met Hem zullen leven, daar wij weten, dat Christus, nu Hij uit de doden is opgewekt, niet meer sterft: de dood voert geen heerschappij meer over Hem. Want wat zijn dood betreft, is Hij voor de zonde eens voor altijd gestorven; wat zijn leven betreft, leeft Hij voor God. Zo moet het ook voor u vaststaan, dat gij wel dood zijt voor de zonde, maar levend voor God in Christus Jezus. Laat dan de zonde niet langer als koning heersen in uw sterfelijk lichaam, zodat gij aan zijn begeerten zoudt gehoorzamen, en stelt uw leden niet langer als wapenen der ongerechtigheid ten dienste van de zonde, maar stelt u ten dienste van God, als mensen, die dood zijn geweest, maar thans leven, en stelt uw leden als wapenen der gerechtigheid ten dienste van God" (Romeinen 6:4-13).
"Indien gij dan met Christus opgewekt zijt, zoekt de dingen, die boven zijn, waar Christus is, gezeten aan de rechterhand Gods. Bedenkt de dingen, die boven zijn, niet die op de aarde zijn. Want gij zijt gestorven en uw leven is verborgen met Christus in God. Wanneer Christus verschijnt, die ons leven is, zult ook gij met Hem verschijnen in heerlijkheid" (Kolossenzen 3:1-3).
Omdat de eerste opstanding iets voor overleden gelovigen schijnt te zijn, beschouwen sommigen de eerste opstanding als de geestelijke opstanding bij de doop gewaarborgd door volharding tot de dood: "Het woord is betrouwbaar: immers, indien wij met Hem gestorven zijn, zullen wij ook met Hem leven; indien wij volharden, zullen wij ook met Hem als koningen heersen" (2 Timoteüs 2:11,12); "Wees niet bevreesd voor hetgeen gij lijden zult. Zie, de duivel zal sommigen uwer in de gevangenis werpen, opdat gij verzocht wordt, en gij zult een verdrukking hebben van tien dagen. Wees getrouw tot de dood en Ik zal u geven de kroon des levens" (Openbaring 2:10,11).
Dan zouden de duizend jaren de periode voorstellen waarin overleden heiligen met Christus zijn (Filippenzen 1:23) terwijl zij wachten op de dag des oordeels (Openbaring 6:9-11). Nadien heersen zij met Christus in eeuwigheid (Openbaring 22:5).
Jezus zei aan de gemeente te Sardes: "Doch gij hebt enkele personen te Sardes, die hun klederen niet hebben bezoedeld, en zij zullen met Mij in witte klederen wandelen, omdat zij het waardig zijn. Wie overwint, zal aldus bekleed worden met witte klederen; en Ik zal zijn naam geenszins uitwissen uit het boek des levens, maar Ik zal zijn naam belijden voor mijn Vader en voor zijn engelen" (Openbaring 3:4,5).
Wat zal dat heerlijk zijn om, na dit leven, met Christus in witte klederen te mogen wandelen!
Aan de lauwe gemeente te Laodicea zei Jezus: "Raad Ik u aan van Mij te kopen goud, dat in het vuur gelouterd is, opdat gij rijk moogt worden, en witte klederen, opdat gij die aandoet en de schande uwer naaktheid niet zichtbaar worde; en ogenzalf om uw oogleden te bestrijken, opdat gij zien moogt" (Openbaring 3:18).
Wat wil dat zeggen, in witte klederen wandelen, en hoe kunnen wij die klederen 'kopen'?
Witte klederen stellen reinheid en heerlijkheid voor. Jezus verschijnt in witte klederen bij Zijn verheerlijking op de berg: "En het geschiedde, terwijl Hij in het gebed was, dat het aanzien van zijn gelaat anders werd, en zijn kleding werd stralend wit" (Lucas 9:29); "En zijn gedaante veranderde voor hun ogen en zijn gelaat straalde gelijk de zon en zijn klederen werden wit als het licht" (Mattheüs 17:2); "En zijn klederen werden schitterend, hel wit, zoals geen voller op aarde ze kan maken" (Marcus 9:3).
Engelen zijn in wit gekleed. "En de heerscharen, die in de hemel zijn, volgden Hem op witte paarden, gehuld in wit en smetteloos fijn linnen" (Openbaring 19:14). Van de engel die de steen van het graf van Jezus wegwentelde, lezen wij: "Zijn uiterlijk was als een bliksem en zijn kleding wit als sneeuw" (Mattheüs 28:3). Nadien keek Maria in het graf, "En zij zag twee engelen zitten, in witte klederen, een aan het hoofdeinde en een aan het voeteneinde, waar het lichaam van Jezus gelegen had" (Johannes 20:12). Na de hemelvaart van Christus, lezen wij: "En toen zij naar de hemel staarden, terwijl Hij henenvoer, zie, twee mannen in witte klederen stonden bij hen" (Handelingen 1:10).
Christus en zijn engelen zijn in wit gekleed, tonende hun reinheid en heerlijkheid.
Maar hoe kunnen wij, zondige mensen, met Christus in wit wandelen? Dit is alleen mogelijk met Gods hulp.
De priesters onder het oude verbond waren in wit gekleed (2 Kronieken 5:11,12). Alleen door genade konden zij voor God in wit staan. In een gezicht van Zacharia lezen wij: "Vervolgens deed Hij mij de hogepriester Jozua zien, staande vóór de Engel des HEREN, terwijl de satan aan zijn rechterhand stond om hem aan te klagen. ... Jozua nu was met vuile klederen bekleed, terwijl hij voor de Engel stond. Toen nam deze het woord en zeide tot hen die vóór Hem stonden: Doet hem de vuile klederen uit. Hij zeide tot hem: Zie, Ik neem uw ongerechtigheid van u weg, Ik trek u feestklederen aan. Ik nu zeide: Laat ze een reine tulband op zijn hoofd zetten. Toen zetten zij een reine tulband op zijn hoofd en trokken hem een staatsiegewaad aan, terwijl de Engel des HEREN erbij stond" (Zacharia 3:1,3 t/m 5).
Nadat David zich van vreselijke zonden bekeerd had, bad hij tot God: "Ontzondig mij met hysop, dan ben ik rein, was mij, dan ben ik witter dan sneeuw" (Psalm 51:9).
God schenkt een reinigingsmiddel voor wie Hem liefheeft en zich van zijn zonden bekeert. Hij vermaande zijn volk: "Wast u, reinigt u, doet uw boze daden uit mijn ogen weg; houdt op kwaad te doen; leert goed te doen, tracht naar recht, houdt de geweldenaar in toom, doet recht aan de wees, verdedigt de rechtszaak der weduwe. Komt toch en laat ons tezamen richten, zegt de HERE; al waren uw zonden als scharlaken, zij zullen wit worden als sneeuw; al waren zij rood als karmozijn, zij zullen worden als witte wol" (Jesaja 1:16 t/m 18).
Nu zijn wij onder het Nieuwe Verbond. Jezus kan ons heiligen. "Want als [reeds] het bloed van bokken en stieren en de besprenging met de as der vaars hen, die verontreinigd zijn, heiligt, zodat zij naar het vlees gereinigd worden, hoeveel te meer zal het bloed van Christus, die door de eeuwige Geest Zichzelf als een smetteloos offer aan God gebracht heeft, ons bewustzijn reinigen van dode werken, om de levende God te dienen?" (Hebreeën 9:13,14).
Wie door het bloed van Christus wordt gereinigd, en tot de dood trouw blijft, zal met Hem in witte klederen mogen wandelen. "Wie overwint, zal aldus bekleed worden met witte klederen" (Openbaring 3:5). Overwinnen betekent trouw blijven tot de dood (Openbaring 2:10,11). Aan de martelaren onder het altaar "werd een wit gewaad gegeven" (Openbaring 6:11).
Johannes ziet een prachtig visioen van de heiligen in Gods tempel. "Daarna zag ik, en zie, een grote schare, die niemand tellen kon, uit alle volk en stammen en natien en talen stonden voor de troon en voor het Lam, bekleed met witte gewaden en met palmtakken in hun handen. En zij riepen met luider stem en zeiden: De zaligheid is van onze God, die op de troon gezeten is, en van het Lam!" (Openbaring 7:9,10). "En een van de oudsten antwoordde en zeide tot mij: Wie zijn dezen, die bekleed zijn met de witte gewaden, en vanwaar zijn zij gekomen? En ik sprak tot hem: Mijn heer, gij weet het. En hij zeide tot mij: Dezen zijn het, die komen uit de grote verdrukking; en zij hebben hun gewaden gewassen en die wit gemaakt in het bloed des Lams. Daarom zijn zij voor de troon van God en zij vereren Hem dag en nacht in zijn tempel; en Hij, die op de troon gezeten is, zal zijn tent over hen uitspreiden. Zij zullen niet meer hongeren en niet meer dorsten, ook zal de zon niet op hen vallen, noch enige hitte, want het Lam, dat in het midden van de troon is, zal hen weiden en hen voeren naar waterbronnen des levens; en God zal alle tranen van hun ogen afwissen" (Openbaring 7:13 t/m 17).
Verlangt u met Christus in wit te wandelen? Dat kan. Indien u gelooft dat Jezus de Christus is, de Zoon van God (Johannes 3:16; Handelingen 8:37,37), indien u berouw hebt voor uw zonden en zich tot God bekeert (Lucas 13:5), indien u uw geloof in Jezus belijdt (Romeinen 10:10), en indien u zich laat dopen tot vergeving van uw zonden (Handelingen 2:38), worden zij door het bloed van Christus afgewassen (Handelingen 22:16), en zult u uit de wateren van de doop opstaan in nieuwheid des levens (Romeinen 6:4). Dan indien u Christus blijft dienen trouw tot de dood, zult u met Hem in wit wandelen. Welk een heerlijk uitzicht voor de volgelingen van Christus.
http://www.oldpaths.com/Archive/Davison/Roy/Allen/1940/duizend.html
Roy Davison
13-09-2011
MARIAGEBED. PPS.
De Weegschaal.
Wat mijn grootmoeder ons uit de Bijbel vertelde, toonde ze ons in het dagelijkse leven. Ze was stil, zonnig, altijd vriendelijk en was een trouwe bidster. Heel haar leven was één beminnen en verdragen van onmetelijk lijden. Zij deelde het leven met een man, die precies het tegenovergestelde was: hard, ondankbaar, egoïstisch, een vloeker die nooit tevreden was. Had hij zijn 'slechte' dag, dan moesten wij vlug het huis verlaten. Reeds aan de deur lichtte ze ons liefdevol in en zei: "Kindjes, ga vlug weg want de noordenwind waait! Bid voor opa want anders gaat hij verloren!"
Dikwijls begrepen wij ons grootmoedertje niet meer en zeiden: "Wanneer hij zo is, dan heeft hij het toch ook niet anders verdiend!" Toen ik eens tot haar zei: "Oma, geef toch uw bidden op voor opa, het heeft geen zin, hij wordt steeds slechter tegen je", nam ze mij bij de hand en bracht mij naar de keuken. Daar zette ze een keukenweegschaal op de tafel en gaf mij de volgende uitleg: "Deze weegschaal heeft twee schalen. Stel je nu eens voor dat God voor ons zo'n weegschaal heeft staan. Daar wordt alles wat wij doen gewogen. Stel je nu voor dat in een schaal de zware, zondige, hardvochtige grootvader zit. Hij heeft met zijn stenen hart een tamelijk serieus gewicht. In de andere schaal liggen de zwakke gebeden van je grootmoeder en die van jullie, de kinderen.
Vergelijk je nu zo'n gebed met het gewicht van een kalenderblaadje, dan is dit vergeleken met de zware grootvader, helemaal niets! Neem je een kalender met 365 blaadjes in de hand, dan is het reeds een beetje zwaarder. Stel je nu voor, 50 kalenders! Die zijn reeds behoorlijk zwaar! Zo lang reeds bid ik voor opa. Ik ben overtuigd dat het niet meer lang duurt eer onze gebeden meer wegen dan grootvader en ze zullen hem naar de hemel trekken. Zou het niet spijtig zijn wanneer we nu moe worden in ons gebed? Wanneer je dagelijks trouw meebidt, zal God ons verhoren."
En zo bad ik nog zeven jaar met oma mee om de redding van grootvader. Nadat zij 57 jaar in gebed voor haar arme man volgehouden had, nam de Heer Jezus haar tot zich. Ze stierf zonder de vreugde te beleven over de bekering van opa. Eerst aan de doodskist van oma stortte de hardvochtige grootvader in en gaf zijn leven over aan de Heiland met ongelofelijke tranen van berouw. Juist ik, die zeven jaar geleden oma nog de raad gaf om niet meer te bidden, mocht met de 83-jarige grijsaard neerknielen en zo zijn ommekeer beleven.
De ooit zo gevreesde tiran werd een zachte, liefdevolle, trouw biddende grootvader, die ieder van zijn bezoekers aanraadde zijn leven te geven aan de Heer. Het gewicht van de gebedsweegschalen had dus toch nog de oude grootvader naar boven getrokken. Grootmoeder mag nu in de hemel daarvoor danken. Gebeden worden volgens gewicht en niet naar de lengte gemeten!
C.H.Spurgeon
God is altijd 'on-line'
God is altijd 'on-line'
'God is altijd online op het wereldwijde web, bij Hem is nooit een storing en Zijn server is nooit bezet. Met God chatten is altijd mogelijk, het contact is levensecht, de verbinding is gelukkig draadloos, ook zonder computer kun je altijd bij Hem terecht. Hackers kunnen niet storen, Gods firewall werkt altijd correct, je zult hem wel zelf moeten installeren, dan is jouw verbinding perfect. Gods computer zoekt heel het net af om te verbinden, we mogen gratis downloaden en virussen zijn er niet bij. De beste programma's kun je bij Hem krijgen, dan loopt je computer als een trein en mocht je harde schijf toch craschen, dan is God voor jou altijd online. Hij heeft geen wachttijd en geeft goede adviezen. Hij heeft zelfs een Handleiding gemaakt. Als je die gebruikt als leidraad voor je leven, dan wordt jouw levenscomputer nooit meer gekraakt'.
HET SCAPULIER DAT TWEE LEVENS REDDE.
HET SCAPULIER DAT TWEE LEVENS REDDE.
Mijn bataljon was een lid van de Irene Brigade. We waren vlak voor onze opmars. Nadat we Eindhoven hadden gepasseerd voeren onze trucks en tanks door Uden. Die avond sloegen wij ons kamp op in een oude boerderij dicht bij Nijmegen. Achter het huis bevond zich een oude houten pomp omgeven door bakstenen. Dit bood een goede gelegenheid voor een soldaat om zich het stof en zweet van uren vechten af te wassen. Je kunt wel begrijpen dat we daar graag gebruik van maakten. Ik was een van de groep en dus gooide ik mijn jas op de grond en hing mijn scapulier over de pomp terwijl ik me waste.
Afschuwelijk nieuws
Een uur later kregen we de opdracht om anderhalve mijl verder een loopgraaf te bezetten. We verheugden ons erop dat we in de gelegenheid waren om een rustige nacht in de loopgraven te slapen. Ik wilde net gaan liggen en was bezig om mijn boordje los te knopen toen ik er achter kwam dat ik niet meer in het bezit was van mijn scapulier. Het was een cadeau van mijn moeder. Ik had het tijdens de oorlog de hele tijd bij me gehad en nu we aan de leeuwen werden overgeleverd, nu zou ik zonder zijn? Om het nu te gaan halen, zou ondenkbaar zijn, dus probeerde ik om er niet aan te denken en te gaan slapen. Ik gooide me van de linker zij op de rechter zij, maar ik kon de slaap niet vatten. Mijn maatjes rondom mij lagen allemaal te slapen ondanks dat er van tijd tot tijd heel dichtbij harde knallen te horen waren. Uiteindelijk overviel me het verlangen om mijn scapulier terug te krijgen. Ik kroop tussen mijn slapende kameraden uit. Het was niet zo gemakkelijk om langs de wacht te komen, maar het lukte en ik rende langs de weg die we waren gekomen, terug. Het was stikdonker, maar ik had veel geluk, in een korte tijd was ik weer terug op de boerderij en bij de pomp. Mijn handen gleden zoekend over de pomp, maar het scapulier was weg. Ik wilde juist een lucifer aansteken toen het geluid van een enorme explosie weerklonk. Wat moest ik doen? Was dit het teken van een aanvallende vijand? Zo snel als ik kon, rende ik terug naar onze loopgraaf. Misschien kon ik iets voor mijn makkers doen.
Een roep van héél dichtbij
In de buurt van de loopgraaf zag ik dat de technici druk bezig waren om snel hopen puin en prikkeldraad te verwijderen. Op dezelfde plek waar mijn maatjes hadden geslapen, gaapte nu een gigantisch granaat gat. Voordat zij zich uit de loopgraaf hadden kunnen terugtrekken, had de vijand er een tijdbom in geplaatst. En deze was ontploft in de tijd dat ik afwezig was. Niemand had de explosie overleefd. Als ik niet was weggeslopen om mijn scapulier te halen dan was ik ook onder dit puin begraven.
Ik dacht dat je daarbij was
De volgende morgen ging ik naar de veldkeuken en ontmoette daar een kameraad van me. Hij keek me heel verbaasd aan. Ik dacht dat jij in die loopgraaf was! En ik dacht dat je daar was begraven! Mijn vriend vervolgde: Ik lag in de loopgraaf maar voordat ik in slaap viel ben ik je gaan zoeken. Maar ik kon je niet vinden. De korporaal zag dat ik zoekend rondliep en vroeg me wat ik zocht. Toen ik hem vertelde wat ik daar deed zei hij:
Zijt verstandig! Ga naar die herberg in plaats van te zoeken, en haal een fles water voor me
En terwijl ik binnen was vond de explosie plaats. Nou ik ontsnapte ook maar één haarbreed, zei ik. Maar waarom was je mij dan zo laat aan het zoeken? Om je dit te geven, herhaalde hij en overhandigde me mijn scapulier, dat hij bij de oude pomp had gevonden.
Offergebed.
Liefde schenkende Heer, met overvloed geeft Gij ons elke dag wat wij nodig hebben: eten en drinken, rijkdom en weelde, werk, ontspanning en mogelijkheden om nieuwe dingen te ontdekken en om ons te vervolmaken. Maar Gij geeft ons vooral ook alles wat mensen het meest van al nodig hebben, een diepere kracht, brood en wijn om te leven: liefde, genegenheid, vertrouwen, de mogelijkheid om elkaar te vergeven en te ondersteunen. Als wij ons herinneren wat Jezus bedoelde met Zijn gave van brood en wijn, laat dan ook ons leven groeien vanuit een innerlijke bron van steeds weer gevende liefde. Amen
EEN BLOEM.
Lange tijd kwam deze bloem tot zijn pracht. Elk jaar opnieuw, kwam ze tot bloei, en sloot haar ogen telkens in de nacht. Jaar na jaar ging dat door. Na al die jaren werd de stengel zwakker en zwakker, en knapte al bijna middendoor.
Haar pracht begon langzaam grauw te verkleuren. Ook werd ze erg zwak, en bij de minste beweging deed zij nog niet treuren. Ze bleef zo lang mogelijk overeind, maar toen na bijna 4 jaar bij het laatste vlaagje wind. Knakte ze om, het laatste wat de aarde haar toen nog bond.
Nu zal deze bloem weer terug gaan. Naar het begin van haar leven, terug naar het stof, want dat was haar eerste bestaan. En zal naar het hemelse paradijs, haar treden opgaan. Naar het wonderbaarlijke leven dat God voor ons daar heeft laten onstaan.
Deze bloem heeft nu haar aardse leven helemaal voldaan. Nu zal ze aankomen in het Licht waar nog veel meer andere bloemen staan. Rondom een groene weide, met een mooie dierenwereld om je heen. Tussen de andere bloemen, want nu sta je nooit meer alleen.
Deze bloem, was een al liefde, men zal het blijven voelen in ieders innerlijk plekje. Liefde dat zij doorgaf aan de grote en die kleine stekjes. Nu zal ze voor haar geestelijke liefde, worden gekleed in een heel mooi gewaad. Een gewaad dat deze bloem, door haar gegeven liefde heel goed staat.
Deze bloem straalde altijd uit volop licht. Geestelijk licht, door de liefde van God, dit was voor haar een eer maar geen plicht. Zij droeg haar kruis en leefde haar leven volgens God zijn gebod. Dat je nu mooie bloem voor altijd de liefde mag ondervinden in het licht van God.
Heilige Jozef.
Heilige Jozef, beschermer van de Heilige Familie, help ons jonge gezinnen, dat in hen nooit de fakkel der liefde dooft, dat zij lichtende vuren worden, door geen storm uit te blazen. En voer ons terug naar onze haarden in het vaderland om groots opbouwend werk te doen. Helige Jozef, U hebt zelf het lot van bannelingen gekend, smeek voor ons, vermoeiden, om volharding, om wijsheid en vastberadenheid in dagen van nood, opdat alle moeilijkheden ons harden zoals vuur het staal. Heilige Jozef, gij zijt de beheerder van alle genadeschatten, geef ons de geest van reinheid en liefde, van kracht en eenheid. Amen.
09-09-2011
Medjugorje: Documents show how communist government repressed visionaries
Nieuwe documenten laten zien hoe de Communisten een halt probeeden toe te roepen aan de Verschijningen te Medjugorje.
( Rom. 5:2 ).
De middelen die nodig zijn om elke aanval van de duisternis te verslaan en om de werken van het vlees te overwinnen zijn je ter beschikking gesteld. Vergeet niet dat je gebruik kunt maken door geloof en genade om in de overwinning te wandelen. Weiger om langer een slachtoffer van je omstandigheden te zijn of te bezwijken voor de angst die je wil verlammen en je vertrouwen in Mij wil ondermijnen, zegt de Heer. Wees sterk en bewaar je geestelijke integriteit en moed. Overwinning is verzekerd.
GOD DANKEN EN AANBIDDEN VOOR WIE HIJ IS.
De Here God heeft bijzondere eigenschappen.
We kunnen Hem hiervoor danken en aanbidden.
God is de Allerhoogste
De hoogste in rang, macht en autoriteit; superieur, buitengewoon en de allergrootste.
Genesis 14:19 Handelingen 17:24-28
God is Soeverein
Heerser, koninklijk, regerend; van niemand afhankelijk; superieur, verheven boven alle
anderen; beheerst alles en kan alles.
1 Samuël 2:6-8 Matteüs 10:29-30
God is Almachtig
Kan alles; heeft ongelimiteerde macht en autoriteit; alvermogend.
vleugels, engelen zonder vleugels, zoals de vorigen.
Ze waren allemaal in tunieken gehuld, zoals de witte
alben van de priesters of van de kinderen van het
koor. Allen knielden zij neer in gebed, de handen
gevouwen, en, bogen zij hun hoofd om hun eerbied
te betuigen. Men kon wondermooie muziek horen,
alsof er een indrukwekkend aantal koren met
verschillende stemmen waren en allen eenstemmig
zongen, gelijktijdig met de aanwezigen: Heilig,
heilig, heilig ....
CONSECRATIE
Toen was het ogenblik van de consecratie aangebroken, het meest wonderbaarlijke moment van
alle wonderen. Rechts van de Aartsbisschop gingen in diagonaal en naar achteren toe een groot
aantal personen gekleed in identieke tunieken, maar in pastelkleuren: roze, groen,
hemelsblauw, lila, geel, in het kort verschillende heel zachte kleuren. Hun gezichten straalden
ook, vol van vreugde. Zij leken allen dezelfde leeftijd te hebben. Men kon opmerken (en ik
weet niet waarom) dat er individuen waren van verschillende leeftijden, maar die er volgens
hun gezichten allemaal hetzelfde uitzagen, zonder rimpels, gelukkig. Zij knielden ook neer
tijdens het: Heilig, heilig, heilig is de Heer ....
Onze-Lieve-Vrouw zegt:
Het zijn de heiligen en de gelukzaligen van de hemel en tussen hen
bevinden er zich ook enkelen van jullie naasten die reeds genieten van de aanwezigheid van
God
. Het is dan dus dat ik Haar zag. Daar, rechts van Monseigneur de Aartsbisschop, op
enkele stappen achter hem. Zij raakte net niet de grond, geknield op zeer fijn linnen,
doorzichtig, maar tezelfdertijd helder als kristalhelder water. De Heilige Maagd hield de handen
gevouwen, met haar blik op de celebrant, aandachtig en met eerbied.
Zij heeft mij verteld van waar Zij was, maar in stilte, en direct naar het hart gericht, zonder me
aan te kijken, zei ze:
Het treft je van mij een beetje op de achtergrond van Monseigneur te
zien, is het niet? Zo is het ... Met alle liefde die Mijn Zoon Mij toedraagt, heeft Hij Mij niet de
waardigheid toegekend die Hij aan een priester toekent, om Hem in mijn handen te mogen
houden, dagelijks, zoals de priesterlijke handen dat doen. Het is om Mijn diepe eerbied die ik
heb voor de priester en voor de grootheid van het wonder dat God bewerkstelligt dank zij
Hem, dat Ik Mij verplicht voel hier neer te knielen
.
Mijn God, wat een waardigheid, wat een genade stort U uit over de priesterzielen. En noch wij,
noch velen onder hen zijn er zich van bewust.
Achter het altaar begonnen er grijze gedaanten van mensen te voorschijn te komen die hun
handen in de lucht staken. De Allerheiligste Maagd zie: Het zijn de gezegende zielen van het
Vagevuur die in de verwachting van jullie gebed zijn om zich te verfrissen. Houd niet op voor
hen te bidden. Zij bidden voor jullie, maar zij kunnen niet bidden voor zichzelf. Jullie moeten
voor hen bidden om hen te helpen eruit te komen en zo God te ontmoeten en daardoor eeuwig
gelukkig te zijn.
Zoals je ziet, ben Ik hier altijd. De mensen doen bedevaarten en zoeken Mijn
verschijningsoorden op. Dat is goed voor alle genaden die men daar ontvangt, maar in geen
enkele van die plaatsen ben Ik zo tegenwoordig als in de Heilige Mis. Aan de voet van het
Altaar waar de Heilige Eucharistie gevierd wordt, kunnen zij Mij altijd vinden. Ik verblijf aan
de voet van het tabernakel met de engelen, want Ik ben altijd bij Hem.
Zo een aangezicht aanschouwen als dat van de
Hemelmoeder, op zo een ogenblik als tijdens
het Sanctus! In eenheid met alle anderen, met
stralend gezicht, de handen gevouwen in de
hoop dat dergelijk wonder niet ophoudt zich te
hernieuwen, is in de Hemel zelf zijn. Wie zou
kunnen geloven dat er mensen zijn en er zijn
er - die op zo een ogenblik verstrooid kunnen
zijn of aan het praten. Het is met pijn dat ik het
zeg: talrijker zijn de jonge mannen dan de
jonge vrouwen die rechtstaand de armen
kruisen. Hoe kan men eer brengen aan de
Heer, rechtstaand, van gelijke tot gelijke?
De Heilige Maagd zegt:
Laat weten aan de
mens dat hij nooit méér mens is dan wanneer
hij zijn knieën buigt voor God
.
De celebrant sprak de woorden uit van de
Consecratie. Hij was iemand met een
gemiddelde lichaamsbouw, die plotseling in
gestalte begon te vergroten, gans verlicht werd
door een bovennatuurlijk licht, tussen wit en goud, dat hem gans omhulde en meer intens werd
ter hoogte van het gezicht, op zo een manier dat men zijn gelaatstrekken niet kon zien.
Wanneer hij de Heilige Gedaanten (van brood en wijn) aanbracht, zag ik zijn handen die op de
bovenzijde tekenen vertoonden van waaruit veel licht stroomde. Het was Jezus!... Het was Hij
die met Zijn lichaam het lichaam van de celebrant omhulde en met een liefdevol gebaar één
werd met de handen van Monseigneur de Aartsbisschop.
Op dat ogenblik begon de Hostie te vergroten tot ze enorm groot werd en het is dan dat het
wonderbaarlijk aanschijn van Jezus zichtbaar werd, die Zijn volk aankeek. Bij wijze van reflex
heb ik mijn hoofd gebogen, en Onze Lieve Vrouw zei:
Sla je ogen niet neer. Hef je hoofd omhoog, aanschouw Hem, laat je blik de Zijne kruisen en
herhaal het gebed dat de Engel in Fatima aanleerde: Heer, ik geloof, ik aanbid, ik hoop en ik
hou van U; ik vraag U om vergeving voor diegenen die niet geloven, die niet aanbidden, die
geen hoop hebben en die niet van U houden, vergiffenis en barmhartigheid. Zeg Hem nu
hoeveel, hoeveel je van Hem houdt; breng eer aan de Koning der koningen.
Ik had de indruk dat Hij alleen naar mij keek vanuit die
enorme Hostie, maar ik wist dat Hij iedereen met zo een liefde
onderzoekend aankeek... Vervolgens heb ik mijn hoofd tot op
de grond gebogen, net zoals al de Engelen en de Gelukzaligen
van de Hemel dat deden. Op dat ogenblik kwam de gedachte
in mij op dat het om diezelfde Jezus ging, die één geworden
met het lichaam van de celebrant, zich aanbood in de Hostie
en die, toen de celebrant de Hostie naar beneden bracht, terug
zijn normale vorm aannam. Ik had tranen in de ogen en ik kon
niet uit mijn extase komen.
Monseigneur sprak toen de heilige woorden uit over de wijn
en op hetzelfde ogenblik dat hij de woorden uitsprak, kwamen
bliksemschichten aan de hemel en achteraan in de kerk. Het
dak van de kerk bestond niet meer, zelfs de muren waren er
niet meer. Alles was donker, behalve de lichten die het Altaar
verlichten.
Plots zag ik Jezus hangen, in de lucht, gekruisigd, van het hoofd tot aan het borstbeen. De
dwarsliggende balk van het kruis werd door
indrukwekkende handen ondersteund. Van het midden
van die luister kwam er een straal, gelijkend op een duif,
heel klein, heel stralend, die snel rond de hele kerk vloog
en ging rusten op de linker schouder van Mgr de
Aartsbisschop, nog steeds door Jezus omkleed, want ik
kon Zijn hoofdhaar en Zijn stralende wonden
onderscheiden, alsook Zijn hoge gestalte, maar ik kon
Zijn aanschijn niet zien.
In de hoogte, had de gekruisigde Jezus Zijn hoofd opzij
gebogen, op de linker schouder, waarbij ik blauwe
kneuzingen en van de armen losgerukt vlees kon
opmerken. Aan de rechter zijde was ter hoogte van de
romp een wonde waaruit aan de rechter kant ten
overvloede bloed vloeide en aan de linker zijde wat ik
water zou noemen, maar zeer schitterend. Daarenboven
waren er lichtstralen die zich richtten naar de getrouwen,
naar rechts en links. De hoeveelheid bloed die in de Kelk
uitgestort werd onthutste me en ik dacht dat het over de
rand zou vloeien en het gehele Altaar zou bevlekken.
Maar er is geen druppel gevallen!
Het is op dit ogenblik dat de Heilige Maagd heeft gezegd:
Dit is het Wonder der wonderen. Ik
herhaal het je, voor de Heer bestaat tijd noch ruimte en op het ogenblik van de Consecratie
wordt de gehele gelovige gemeenschap naar de voet van de kalvarie- berg gebracht, op het
ogenblik van de kruisiging van Jezus.
Kunnen wij ons dat voorstellen? Onze ogen kunnen het niet zien,
maar we zijn daar allemaal
ter plaatse op het ogenblik dat men Hem gekruisigd heeft
, en waar hij vergiffenis vroeg aan de
Vader, niet enkel voor diegenen die Hem ter dood brachten, maar ook voor elk van onze
zonden: Vader, vergeef het hen, want ze weten niet wat ze doen!.
Vanaf die dag, en het kan me niet schelen of ze mij voor een gek aanzien, vraag ik aan allen dat
ze neerknielen, dat ze proberen met gans hun hart en al de gevoeligheden waartoe ze in staat
zijn, dit privilege dat de Heer hen toekent, te beleven.
ONZE VADER
Toen we het Onze Vader gingen bidden, nam de Heer voor de eerste keer het woord tijdens
deze viering en sprak:
Wees aandachtig, Ik verlang dat je zo intens bidt als je kan en dat je je
ondertussen de persoon of de personen voor de geest haalt die U het meest heeft gekwetst in
uw leven, zodat je die tegen je hart kan drukken en zo dat je hem of haar, van uit het diepste
van je hart, zegt: in de naam van Jezus, vergeef ik je en schenk ik je vrede. In de naam van
Jezus vraag ik U mij te vergeven en mij de vrede te schenken.
Als deze persoon de vrede
verdient, zal die ze ontvangen en dat zal die persoon heel goed doen. Als deze persoon niet in
de mogelijkheid is zich voor de vrede open te stellen, zal die vrede in jouw hart verblijven.
Ik
wil echter niet dat je de vrede krijgt of geeft als je niet in staat bent te vergeven en die vrede
eerst in jouw hart te voelen
Let wel op de woorden die je uitspreekt vervolgde
de Heer, Jullie herhalen in het Onze Vader:
vergeef ons onze schulden zoals ook wij vergeven
aan onze schuldenaren. Als je in staat bent te
vergeven, maar niet te vergeten, zoals sommigen
zeggen, dan stellen jullie beperkingen aan de
vergeving van God. Eigenlijk zeg je dan: vergeef mij
in de mate dat ik aan anderen vergeef, zonder
meer.
VREDE UITWISSELING
Ik zou de pijn die ik voelde niet kunnen uitdrukken, te weten hoe zeer we de Heer kunnen
kwetsen en hoe veel we ons zelf te kort doen door zo veel rancune, slechte gedachten, en
gemene gedragingen die teruggaan op onze complexen en onze lichtgeraaktheid.
Ik heb vergeven. Ik heb vergeven en ik heb van uit de grond van mijn hart vergeving gevraagd
voor al diegenen die mij ooit onrecht aandeden, om de vrede van de Heer te voelen.
De celebrant zegt: ...geef vrede en maak ons één... (vervolgens) De Vrede van de Heer zij
altijd met U...
Vrij snel bemerkte ik tussen de mensen die elkaar de vrede wensten (niet allen) een zeer intens
licht dat zich tussen hen kwam plaatsten en ik begreep dat het Jezus was. Ik heb mij dan gehaast
de persoon naast mij de vrede te wensen. Ik kon echt de kus van Onze-Lieve-Heer in dat licht
aanvoelen. Hij was het die mij omhelsde om mij Zijn Vrede te geven, want, op dit ogenblik was
ik in staat om te vergeven en al mijn slechte gevoelens tegenover de anderen uit mijn hart te
bannen. Dat is het wat Jezus verlangt: dat wij deze momenten van vreugde delen door elkaar te
omarmen om ons Zijn Vrede te geven.
COMMUNIE
Toen kwam het moment dat de celebranten communiceerden en ik bemerkte op het ogenblik
zelf, de aanwezigheid van alle priesters die zich bij Monseigneur voegden. Wanneer hij
communiceerde, sprak de Heilige Maagd: Dit is het ogenblik om te bidden voor de
hoofdcelebrant en de priesters die hem vergezellen. Herhaal na Mij: Heer, zegen hen, heilig
hen, help hen, zuiver hen, bemin hen, zorg voor hen, ondersteun hen met Uw Liefde...
Herinner U alle priesters van de wereld, bid voor alle godgewijde zielen...
Beste broeders, het is tijd om te bidden voor hen die Kerk zijn, zoals wij leken ook deel
uitmaken van de Kerk.
Nogal dikwijls verlangen wij leken veel van de priesters, maar wij zijn
niet in staat voor hen te bidden, hen te begrijpen, te begrijpen hoe menselijk zij zijn, ons een
idee te vormen hoe eenzaam een priester kan zijn. Laat het duidelijk zijn: de priesters zijn
mensen zoals wij. Zij hebben het nodig om begrepen te worden, verzorgd te worden, zij
hebben nood aan affectie en aandacht van onzentwege, want zij offeren hun leven op voor elk
van ons, zoals Jezus, als zij zich aan Hem toewijden.
De Heer verlangt dat de leden van de kudde die God aan de priester heeft toevertrouwd, bidden
en deelnemen aan de heiliging van hun herder. Eens, wanneer wij aan de andere kant zullen
zijn, zullen wij begrijpen welk een wonderbaarlijke genade de Heer ons heeft geschonken door
ons priesters te geven, zodat onze ziel kan gered worden.
De mensen begonnen in rijen naar voren te gaan
om de communie te ontvangen. Het ogenblik van
het wonderlijke rendez-vous dat de Communie is,
was aangebroken. Toen zei de Heer me: Wacht
een ogenblik. Ik zou willen dat je je aandacht
vestigt op iets. Ik kreeg de neiging mijn ogen naar
de persoon te richten die de communie op de tong
ging ontvangen uit de handen van de priester. Ik
moet verduidelijken dat het om één van de dames
ging die er niet in gelukt was de vorige avond te
biechten, en die het s morgens gedaan had, voor
de Heilige Mis.
Toen de priester de Heilige Hostie
op haar tong legde, was het als een bliksemschicht
van een witgouden licht dat, op de eerste plaats,
door haar borst ging om daarna de romp, de
schouders en het hoofd met een stralenkrans te
omringen. De Heer zei: Zie hoe verheugd ik ben
om een ziel te omarmen die Mij met een zuiver
hart komt ontvangen.
Het timbre van de stem van Jezus was er een van iemand die tevreden is. Ik bleef verbaasd, toen
ik die vriendin naar haar plaats zag teruggaan, gans omgeven door licht, in vuur gezet door de
Heer en ik dacht aan het wonderlijke dat wij missen telkens wij ons aanbieden met onze
banale, ja zelfs met onze zeer grote fouten, om Jezus te ontvangen, daar waar onze zielen
zouden moeten getooid zijn als voor een feestelijke dag.
Nogal dikwijls wenden we voor dat er geen priester is om op een behoorlijke manier biechten,
maar het probleem schuilt niet in de manier, gemakkelijk of niet, van te biechten, maar eerder
in de gemakkelijkheid waarmee wij in de zonde hervallen.
Net zoals we voor feestdagen een schoonheidssalon weten te vinden, of voor de heren een
kapper, zouden we de inspanning moeten leveren om een priester te zoeken, zo hard is het
nodig ons van al onze onwaardigheden te bevrijden, om nooit Jezus te beledigen door Hem te
ontvangen met een hart vol van onzuiverheden.
Toen ik naar de Communie ging herhaalde Jezus:
Het laatste Avondmaal was het moment van
de grootste intimiteit met de Mijnen. Op die ogenblikken van liefde heb Ik ingesteld wat in de
ogen van de mensen als pure waanzin zou beschouwd worden: Mijzelf de gevangene van de
Liefde te maken. Ik heb dus de Eucharistie ingesteld. Ik verlangde bij U te blijven tot het einde
der tijden, want Mijn Liefde kon het niet verdragen om hen, die Ik meer beminde dan Mijn
leven, als wezen achter te laten...
Ik heb deze Hostie, die een bijzondere smaak had, ontvangen. Het was een mengeling van
bloed en wierook die mij helemaal doordrong. Ik voelde toen zo een liefde dat ik tranen in de
ogen kreeg zonder ze te kunnen weerhouden. Toen ik mijn plaats terug innam en neerknielde
zei de Heer tot mij: Luister ....
Vanaf dat ogenblik begon ik in mijzelf de gebeden te horen van de vrouw die voor me zat en
die net te communie was geweest. Wat zij zei zonder haar mond te moeten bewegen was
ongeveer het volgende: Heer, herinner U dat we op het einde van de maand zijn en ik geen
geld heb om de huur, de autolening, de school van de kinderen te betalen U moet iets doen om
me te helpen... Alstublieft, zorg dat mijn man stopt met zoveel te drinken, want ik kan zijn
dronkenschap niet meer aan en mijn jongste kind zal nogmaals een jaar moeten overdoen op
school, als U ons niet helpt... hij heeft examens deze week.... en vergeet niet de buurvrouw die
moet verhuizen, dat zij het eens en voorgoed goed doet, want ik kan haar niet meer verdragen,
enz., enz.
Het is dan dat Monseigneur de Aartsbisschop zei: Laat ons bidden en gans de
geloofsgemeenschap ging recht staan voor het slotgebed. Jezus sprak op een droevige toon:
Ben je je er van bewust? Niet één keer heeft ze gezegd dat ze van me houdt. Niet één keer
heeft ze mij bedankt voor de gave die zij van Mij ontvangt: Mijn Godheid te vernederen tot
haar armzalig mens-zijn om haar op te tillen tot bij Mij. Niet één keer heeft zij gezegd: Dank
U Heer. Het was niets anders dan een litanie van vragen... en zo zijn bijna allen die Mij
komen ontvangen.
Ik ben uit Liefde gestorven en uit Liefde verrezen. Ik verwacht elk van u en Ik blijf bij u uit
Liefde. Maar jullie geven er zich geen rekenschap van dat Ik uw liefde nodig heb. Herinner je
dat Ik in deze sublieme ogenblikken voor de ziel, de Bedelaar van de Liefde ben.
Zijn jullie er zich van bewust dat de Liefde onze liefde vraagt zonder dat wij ze aan Hem geven?
Erger nog, wij vermijden naar de afspraak te gaan met de Liefde, die alle Liefde overstijgt, de
Liefde die zich geeft in een permanente offergave.
08-09-2011
De Medaille van Sint Benedictus. PP
MARIA.
Maria, als Moeder van Jezus weet U wat het wil zeggen nieuw leven te ervaren en zich te verheugen over de geboorte van een kind. U kent de zorg en de verantwoordelijkheid die dit met zich meebrengt. Het is zeker geen gemakkelijke taak om in deze tijd kinderen groot te brengen. Soms lijkt het een opgave die steeds moeilijker wordt. Maar we geloven dat het kan en we willen proberen met al onze kracht en onze liefde goede ouders te zijn voor onze kinderen. Maria, wij vragen U, help ons daarbij. Wees ook een Moeder voor , zoals U dat bent voor allen die in Jezus geloven en die Zijn weg willen gaan.
Moge onze kinderen openstaan voor alles wat Jezus leerde en geef dat wij samen bouwen aan een wereld van liefde, een wereld naar Gods hart. Amen.
HET ABC VAN DE KRUISTOCHT VAN LIEFDE.
HET ABC VAN DE KRUISTOCHT VAN LIEFDE.
1. Respecteer iedereen, Christus woont in hen. Sta open voor de ander - hij is je broer of zuster.
2. Denk van iedereen het beste - en van niemand iets slechts. Probeer zelfs in de slechtste omstandigheden iets goeds te ontdekken.
3. Spreek positief over de ander - gooi niet met modder. Maak goed wat je met woorden hebt verknoeid. Wees niet de oorzaak van ruzie.
4. Spreek tegen iedereen de taal van de liefde. Spreek niet met stemverheffing. Vloek niet. Erger anderen niet. Wees niet de oorzaak van tranen. Stel anderen op hun gemak. Wees vriendelijk.
5. Vergeef iedereen alles. Blijf niet mokken. Wees altijd de eerste om je hand uit te steken als teken van verzoening.
6. Doe altijd wat goed is voor je naaste. Wees goed voor anderen, behandel hen zoals je zelf behandeld wilt worden. Bedenk niet wat anderen jou verschuldigd zijn, maar wat jij hen verschuldigd bent.
7. Wees in moeilijke tijden meelevend in woord en daad. Aarzel niet om anderen te troosten, op te beuren, te helpen, vriendelijkheid te bewijzen.
8. Wees zorgvuldig in je werk, het strekt anderen tot voordeel, juist zoals jij voordeel hebt van het werk van anderen.
9. Wees actief in je omgeving. Sta open voor de armen en zieken. Deel wat je hebt. Probeer oog te hebben voor de nood van degenen die je omringen.