For this blog to translate into language of your choice? Select your language below.
2 prachtige pps-jes hierboven van Godelieve en ook Mama rechts heeft ze gemaakt Klik op de banner en bekijk nog veel meer moois op haar blog
Klik op de banner hier beneden en ga eens langs bij Lenie voor nog meer moois Alle Ave Maria pps-jes hierboven zijn van haar
Gastenboek
Druk oponderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek
Wonder
11-12-2008
HET NIEUWE JERUZALEM
Het nieuwe Jeruzalem Openbaring van Johannes 21, 9 - 27
[9] Toen kwam een van de zeven engelen met de zeven schalen die gevuld waren met de zeven laatste plagen, naar mij toe en zei: Kom! Ik zal u de bruid,* de vrouw van het lam tonen. [10] Hij bracht mij in de geest op een grote, hoge berg en toonde mij de heilige stad, Jeruzalem, terwijl zij vanuit God uit de hemel neerdaalde, [11] stralend van Gods heerlijkheid: zij schitterde als het kostbaarste gesteente, als kristalklare jaspis. [12] De* stad was omringd door een grote, hoge muur met twaalf poorten en aan de poorten stonden twaalf engelen*; op de poorten waren namen gegrift, de namen van de twaalf stammen van Israël. [13] Er waren drie poorten op het oosten, drie op het noorden, drie op het zuiden en drie op het westen. [14] De stadsmuur had twaalf grondstenen met daarop de twaalf namen van de twaalf apostelen van het lam. [15] Hij die met mij sprak, had een gouden meetstok om de stad en haar poorten en haar muur op te meten. [16] De stad was gebouwd als een vierkant*, even lang als breed. Hij mat haar op met zijn meetstok: twaalfduizend stadiën*; lengte, breedte en hoogte waren gelijk. [17] De muur van de stad was honderdvierenveertig el hoog, gemeten naar onze maat, die de engel ook gebruikte. [18] De muur was gebouwd van jaspis, de stad zelf was van zuiver goud, dat blonk als glas. [19] De grondstenen van de stadsmuur waren vervaardigd van alle soorten edelgesteente: de eerste van jaspis, de tweede van saffier, de derde van chalcedon, de vierde van smaragd, [20] de vijfde van onyx, de zesde van carneool, de zevende van chrysoliet, de achtste van beryl, de negende van topaas, de tiende van chrysopraas, de elfde van hyacint, en de twaalfde van amethist. [21] De twaalf poorten waren twaalf parels: elke poort bestond uit één enkele parel. De straten van de stad waren van zuiver goud, doorzichtig als glas. [22] Maar een tempel zag ik er niet, want God, de Heer, de Albeheerser, is haar tempel, evenals* het lam. [23] De stad heeft het licht van zon en maan niet nodig, want de heerlijkheid van God verlicht haar, en haar lamp is het lam. [24] De volken wandelen bij haar licht, en de koningen van de aarde brengen haar hun rijkdom. [25] Haar poorten zullen overdag nooit worden gesloten, er zal geen nacht meer zijn, [26] en zij zullen daar de pracht en de schatten en de kostbaarheden van de volken brengen. [27] Niets onreins zal er binnenkomen, en niemand die zich schuldig maakt aan de gruwelijke* leugen, maar alleen zij van wie de namen geschreven staan in het boek des levens van het lam.
DE TWAALF STENEN
Manasse waren aan de spits van de Israëlieten de rivier overgestoken, zoals Mozes bevolen had. [13] Met ongeveer veertigduizend gewapende mannen waren ze langs de ark van de heer de rivier overgetrokken, om in de vlakte van Jericho de strijd te beginnen. [14] Die dag heeft de heer Jozua bij alle Israëlieten zozeer in aanzien laten stijgen dat ze voor hem evenveel ontzag kregen als voor Mozes tijdens zijn leven. [15] En de heer sprak tot Jozua: [16] Zeg dat de priesters die de ark met de verbondsakte dragen, uit de Jordaan komen. [17] Jozua zei dus tegen de priesters: Kom uit de Jordaan. [18] Toen trokken de priesters die de ark van het verbond van de heer droegen uit het midden van de Jordaan weg. En nauwelijks hadden de voetzolen van de priesters het droge bereikt of het water van de Jordaan hervatte zijn loop en trad weer buiten zijn oevers. [19] Op de tiende dag van de eerste maand is het volk van de Jordaan weggetrokken. Zij sloegen hun kamp op bij Gilgal, aan de oostgrens van Jericho. [20] De twaalf stenen die zij uit de Jordaan hadden meegenomen, stelde Jozua op bij Gilgal* [21] en hij zei tegen de Israëlieten: Als uw kinderen later aan hun vader vragen: Wat betekenen die stenen? [22] dan moet u uw kinderen deze uitleg geven: Hier is Israël over de droge bedding van de Jordaan getrokken. [23] De heer jullie God heeft de Jordaan voor jullie drooggelegd tot jullie de andere oever bereikt hadden, zoals Hij ook de Rietzee voor ons heeft drooggelegd tot wij erdoorheen waren. [24] Daardoor zullen alle volken van de aarde weten hoe machtig de hand van de heer, jullie God is, en zullen jullie altijd ontzag voor Hem hebben.
De kracht van het gebed
De kracht van het gebed Jak 5,13-20 [13] Heeft iemand van u te lijden? Laat hij bidden. Is iemand opgewekt? Laat hij een loflied zingen. [14] Is iemand van u ziek? Laat hij de oudsten* van de gemeente roepen; zij moeten een gebed over hem uitspreken en hem met olie zalven in de naam van de Heer. [15] En het gelovige gebed zal de zieke redden en de Heer zal hem oprichten. En als hij zonden heeft begaan, zal het hem vergeven worden. [16] Belijd daarom elkaar uw zonden en bid voor elkaar, opdat u genezing vindt. Het vurig gebed van een rechtvaardige bereikt veel. [17] Elia was ook maar een mens, net als wij, maar toen hij met aandrang bad dat het niet zou regenen, viel er geen regen op het land, drie jaar en zes maanden lang. [18] Hij bad opnieuw, en de hemel gaf regen en het land bracht zijn vrucht voort. [19] Broeders en zusters, als iemand onder u van de waarheid afdwaalt en een ander hem tot inkeer brengt, [20] weet dan dat hij die een zondaar van zijn dwaalweg laat terugkeren, diens ziel zal redden van de dood en tal van zonden zal bedekken
Respect voor de armen Jak 2,1-13
Respect voor de armen Jak 2,1-13 [1] Broeders en zusters, u kunt niet het geloof hebben in Jezus Christus, de Heer der heerlijkheid, en u toch partijdig gedragen! [2] Ik bedoel dit: veronderstel, er stapt in uw bijeenkomst een man binnen met een gouden ring en in schitterende kleding, en tegelijkertijd komt er een arme binnen in schamele kleren; [3] als u nu opziet tegen de man met de schitterende kleding en zegt: Gaat u hier zitten, dit is een goede plaats, terwijl u tegen de arme zegt: Blijf jij daar maar staan, of: Ga hier op de grond zitten, bij mijn voetbank, [4] doet u dan niet aan discriminatie en wordt u dan geen rechters met verkeerde gedachten? [5] Luister, geliefde broeders en zusters: heeft* God degenen die in de ogen van de wereld arm zijn, niet uitgekozen om rijk te zijn in het geloof en om erfgenamen te zijn van het koninkrijk dat Hij beloofd heeft aan wie Hem liefhebben? [6] Maar u hebt de arme veracht. Zijn het niet de rijken die u onderdrukken en u voor de rechtbank slepen? [7] Zijn* zij het niet die de goede naam lasteren die over u is aangeroepen? [8] Als u evenwel de koninklijke* wet vervult volgens het woord van de Schrift: U zult uw naaste liefhebben als uzelf, handelt u juist. [9] Maar als u partijdig bent, doet u zonde, en wordt u door de wet bestempeld als overtreder. [10] Wie de hele* wet onderhoudt maar op één punt struikelt, staat schuldig ten opzichte van het geheel. [11] Want Hij die gezegd heeft: U zult geen echtbreuk plegen, heeft ook gezegd: U zult niet doden. Wanneer u dus geen echtbreuk pleegt maar wel iemand doodt, bent u toch een overtreder van de wet. [12] Spreek en handel als mensen die door de wet die vrijmaakt, geoordeeld zullen worden. [13] Want onbarmhartig zal het oordeel* zijn voor hem die geen barmhartigheid heeft bewezen, maar de barmhartigheid triomfeert over het oordeel.
GEEN GELOOF ZONDER DADEN
Geen geloof zonder daden Jak 2,14-26 [14] Broeders en zusters,* wat baat het een mens te beweren dat hij geloof heeft, als hij geen daden kan laten zien? Kan zon geloof hem soms redden? [15] Stel dat een broeder of zuster geen kleren heeft en niets om te eten, [16] en iemand van u zou hun zeggen: Ga in vrede, houd u warm en eet maar goed, zonder hun te geven wat ze nodig hebben, wat heeft dat voor zin? [17] Zo is ook het geloof, op zichzelf genomen, als het zich niet uit in daden, dood. [18] Maar iemand zal zeggen: U* hebt het geloof, maar ik heb de daad. Bewijs me eens dat u geloof hebt, als u geen daden kunt tonen; dan zal ik u uit mijn daden mijn geloof bewijzen. [19] U gelooft dat er slechts één God is? Uitstekend! Ook de demonen geloven dat, en sidderen! [20] Dwaas, wilt u het bewijs dat het geloof zonder daden waardeloos is? [21] Is onze vader Abraham niet gerechtvaardigd vanwege zijn daden, omdat hij zijn zoon Isaak op het altaar ten offer bracht? [22] Het is duidelijk dat zijn geloof zich in daden uitte en pas door zijn daden volkomen werd. [23] Zo ging het woord van de Schrift in vervulling, dat luidt: Abraham geloofde God en het werd hem als gerechtigheid aangerekend; en hij werd Gods vriend genoemd. [24] Het is duidelijk dat een mens door daden wordt gerechtvaardigd en niet alleen door geloof. [25] Werd ook de hoer Rachab niet gerechtvaardigd vanwege haar daden, omdat zij de spionnen in haar huis opnam en langs een andere weg liet vertrekken? [26] Zoals het lichaam dood is zonder de ziel, zo is het geloof dood zonder de daad.
Als de wereldjullie gaat
Joh: 18-27
[18] Als de wereld jullie haat, bedenk dan dat zij Mij vóór jullie heeft gehaat. [19] Als jullie van de wereld waren, zou de wereld jullie als het hare erkennen en liefhebben. Maar jullie zijn niet van de wereld: Ik heb jullie uit de wereld uitgekozen, en daarom haat de wereld jullie. [20] Bedenk wat Ik gezegd heb: Een knecht is niet meer dan zijn meester. Als ze Mij hebben vervolgd, zullen ze ook jullie vervolgen; en voorzover ze mijn woord ter harte hebben genomen, zullen ze ook dat van jullie ter harte nemen. [21] Dat alles zullen ze je dus aandoen vanwege mijn naam, omdat ze Hem niet kennen die Mij gezonden heeft. [22] Als Ik hun mijn boodschap niet was komen verkondigen, dan zouden ze zonder zonde zijn. Maar nu hebben ze geen verontschuldiging voor hun zonde: [23] wie Mij haat, haat ook mijn Vader. [24] Als Ik in hun midden geen daden had verricht zoals niemand anders ooit verricht heeft, dan zouden ze zonder zonde zijn. Maar ze hebben Mij die zien verrichten, en toch zijn ze vol haat, tegen Mij en tegen mijn Vader. [25] Maar het woord dat in hun wet* geschreven staat moest in vervulling gaan: Ze hebben Mij gehaat zonder reden. [26] Wanneer echter de Helper komt die Ik jullie zal zenden als Ik bij de Vader ben de Geest der waarheid, die van de Vader komt zal Hij over Mij getuigenis afleggen; [27] en ook jullie moeten getuigenis* afleggen, want jullie zijn vanaf* het begin bij Mij.
10-12-2008
Mij is alle macht gegeven
Matt: 28, 18-20
[18] Jezus kwam op hen toe en zei: Mij is alle macht gegeven in de hemel en op de aarde. [19] Ga, en maak alle volkeren tot leerling; doop hen in de naam van de Vader, de Zoon en de heilige Geest, [20] en leer hun alles onderhouden wat Ik jullie geboden heb. Weet wel, Ik ben met jullie, alle dagen, tot aan de voleinding van de wereld.
Met wie zult u Mij vergelijken...
Jesaja 46, 5-11
[5] Met wie zult u Mij vergelijken, en met wie zult u Mij gelijkstellen, met wie wilt u Mij meten, wie zou op Mij lijken?
[6] Zij die goud uit hun beurzen schudden en zilver in de weegschaal leggen, huren een smid, die er een god van maakt, en daarvoor knielen en buigen zij.
[7] Zij dragen hem op hun schouders, en dragen hem rond. Zij zetten hem neer waar hij thuishoort: daar staat hij en hij loopt nooit meer weg van zijn plaats! Als iemand hem aanroept, antwoordt hij niet, en hij redt hem niet uit zijn nood.
[8] Herinner u dat alles en luister, neem het ter harte, rebellen!
[9] Herinner u wat vroeger gebeurd is in de oude tijd, want Ik ben God, niemand anders is God, niemand is aan Mij gelijk.
[10] Ik* verkondig u het einde vanaf het begin, en vooraf wat nog niet is gebeurd. Ik zeg: Mijn besluit wordt uitgevoerd, en al wat Mij behaagt breng Ik tot stand,
[11] Ik roep een roofvogel* uit het oosten, de man van mijn beschikking, uit een ver land. Wat Ik gezegd heb, dat laat Ik gebeuren, Ik maak een plan en voer het uit.
STANDHOUDEN IN BEPROEVING .......Jak 1,2-18
Standhouden in de beproeving Jak 1,2-18 [2] Broeders en zusters, beschouw u als heel gelukkig wanneer u in allerlei beproevingen geraakt, [3] want u weet dat de beproeving van uw geloof standvastigheid voortbrengt. [4] En de standvastigheid moet zich volledig verwerkelijken, zodat u volmaakt en onberispelijk bent en in niets tekortschiet. [5] Schiet iemand van u tekort in wijsheid, dan moet hij haar vragen aan God, en zij zal hem gegeven worden, want God geeft aan allen zonder voorbehoud en zonder verwijt. [6] Maar hij moet wel bidden met vertrouwen, zonder te weifelen. Wie weifelt, lijkt op de golven van de zee, die door de wind heen en weer geslingerd worden. [7] Zo iemand moet niet denken dat hij iets van de Heer zal verkrijgen, [8] dubbelhartig als hij is en onstandvastig in heel zijn gedrag. [9] De broeder* van geringe stand moet trots zijn op zijn hoge waarde, [10] en de rijke* op zijn geringheid. Want de rijke zal vergaan als een bloem in het gras. [11] De zon komt op met haar verzengende hitte; zij laat het gras verdorren, de bloem valt af, en heel haar pracht is verdwenen. Zo zal ook de rijke vergaan met alles wat hij onderneemt. [12] Gelukkig de mens die standhoudt in de beproeving. Heeft hij de toets doorstaan, dan zal hij de zegekrans van het leven ontvangen, die God* beloofd heeft aan wie Hem liefhebben. [13] Niemand mag zeggen, als hij beproefd* wordt: Ik word door God beproefd. Want God, die niet door het kwaad wordt beproefd, beproeft zelf ook niemand. [14] Wordt iemand beproefd, dan is het altijd zijn eigen begeerte die hem lokt en meetrekt. [15] Daarna, als de begeerte bevrucht is, baart zij de zonde; en de zonde, eenmaal volgroeid, baart de dood. [16] Geliefde broeders en zusters, laat u niet misleiden: [17] elke goede gave, elk volmaakt geschenk daalt neer van boven, van de Vader van de hemellichten, bij wie geen verandering is of verduistering* door omwenteling. [18] Uit vrije wil heeft Hij ons het leven geschonken door het woord* dat waarheid is, zodat wij in zekere zin de eerstelingen onder zijn schepselen zijn.
GEVAREN VAN RIJKDOM.....
De gevaren van de rijkdom Jak 4,13-5,6 [13] En nu u die zegt: Vandaag of morgen gaan wij naar die en die stad, wij zullen er een jaar doorbrengen en handel drijven en winst maken, [14] u weet niet eens wat de dag van morgen zal brengen! Wat is uw leven? Een nevel die een ogenblik verschijnt om weldra te verdwijnen. [15] U zou moeten zeggen: Als* de Heer het wil, zullen wij in leven zijn en dit of dat doen. [16] In plaats daarvan loopt u te bluffen en overmoedig op te scheppen; al die opschepperij is verkeerd. [17] Wie goed zou kunnen doen maar het nalaat, doet zonde.
Hoofdstuk 5 [1] En* nu u die rijk bent: huil en jammer om de rampen die over u komen. [2] Uw rijkdom is verrot, uw mooie kleren zijn door motten verteerd, [3] uw goud en zilver is verroest. Die roest zal tegen u getuigen en als een vuur uw lichaam verteren. Schatten hebt u verzameld, terwijl het de laatste* dagen zijn. [4] Hoor, het loon dat u hebt onthouden aan de arbeiders die uw velden hebben gemaaid, roept luid, en de kreten van uw oogsters zijn doorgedrongen tot de oren van de Heer* der heerscharen. [5] U hebt op aarde gezwelgd en gebrast, u hebt uzelf vetgemest voor de dag* van de slachting. [6] U hebt de rechtvaardige gevonnist en vermoord; hij heeft geen verweer tegen u.
U doorzoekt de Schriften.............John 5, 39- 47
John 5, 39- 47
39] U doorzoekt de Schriften, in de mening daarin het eeuwig leven te bezitten; welnu, juist die getuigen over Mij. [40] Toch weigert u naar Mij toe te komen om dat leven te bezitten. [41] Het is Mij niet te doen om de eer die van mensen komt, [42] maar u heb Ik leren kennen als mensen zonder liefde voor God. [43] Want hoewel Ik gekomen ben op gezag van mijn Vader, aanvaardt u Mij niet; maar komt er iemand op eigen gezag, dan zult u die wel aanvaarden. [44] Hoe zou u tot geloof kunnen komen, wanneer het u te doen is om de eer die u van elkaar ontvangt en u de eer niet zoekt die komt van de enige God? [45] Denk echter niet dat Ik u bij de Vader zal aanklagen; degene die u aanklaagt is Mozes*, op wie u uw hoop gevestigd hebt. [46] Want als u Mozes zou geloven, zou u ook Mij geloven; over Mij immers heeft Mozes geschreven. [47] Maar als u al geen geloof schenkt aan zijn Geschriften, hoe zou u dan geloof schenken aan mijn woorden?
Niet alleen voor hen bid Ik....
John 17, 20-23
[20] Niet alleen voor hen bid Ik, maar ook voor degenen die door hun woord in Mij geloven: [21] dat* ze allen één mogen zijn. Zoals U, Vader, in Mij bent en Ik in U, zo moeten zij in Ons zijn, zodat de wereld kan geloven dat U Mij hebt gezonden. [22] Ik* heb hen laten delen in de heerlijkheid waarin U Mij hebt laten delen, opdat ze één mogen zijn zoals Wij één zijn: [23] Ik in hen zoals U in Mij; dat hun eenheid volkomen mag zijn, zodat de wereld kan erkennen dat U Mij hebt gezonden en dat U hen hebt liefgehad met de liefde die U Mij hebt toegedragen. [24] Vader, diegenen die U Mij hebt toevertrouwd, zou Ik graag bij Mij hebben waar* Ik ben, zodat ze de heerlijkheid zien waarin U Mij hebt laten delen, want vóór de grondvesting van de wereld had U Mij al lief. [25] Rechtvaardige Vader, hoewel de wereld U niet heeft gekend Ik heb U gekend zijn zij het die hebben erkend dat U Mij gezonden hebt. [26] Uw naam heb Ik hun bekend gemaakt en* dat zal Ik blijven doen, opdat de liefde die U Mij hebt toegedragen, in hen mag zijn opdat Ik in hen mag zijn
Met de liefde die de Vader Mij heeft toegedragen.....
John 15, 9-17
[9] Met* de liefde die de Vader Mij heeft toegedragen, heb Ik jullie liefgehad. Blijf in die liefde met Mij verbonden. [10] Als je mijn opdracht* ter harte neemt, zul je in liefde met Mij verbonden blijven, zoals ook Ik de opdracht van mijn Vader ter harte heb genomen en met Hem in liefde verbonden blijf. [11] Dit alles heb Ik jullie gezegd om jullie deelgenoot te maken van mijn eigen vreugde, en zo jullie vreugde volkomen te maken. [12] Dit is mijn opdracht: dat jullie elkaar* liefhebben met de liefde die Ik jullie heb toegedragen. [13] De grootste liefde die iemand zijn vrienden kan betonen, bestaat hierin dat hij zijn leven voor hen geeft. [14] Mijn vrienden zijn jullie, maar dan moeten jullie ook doen wat Ik jullie opdraag. [15] Voor Mij zijn jullie geen* dienstknechten meer: een knecht heeft geen begrip van wat zijn meester doet. Vrienden noem Ik jullie, omdat Ik alles wat Ik van de Vader heb vernomen, aan jullie heb meegedeeld. [16] Niet jullie hebben Mij uitgekozen; nee, Ik heb jullie uitgekozen en Ik heb jullie de taak gegeven eropuit te gaan en vrucht te dragen, vruchten* die blijvend zijn. Wat je de Vader ook vraagt in mijn naam, Hij zal het je geven. [17] Dit draag Ik jullie op: dat je elkaar liefhebt.
Ik laat jullie dus niet verweesd achter
John 14, 18-21
[18] Ik* laat jullie dus niet verweesd achter: Ik kom bij jullie terug. [19] Want nog maar een korte tijd en de wereld ziet Mij niet meer, terwijl jullie Mij wel zullen zien, want evenals Ikzelf zullen ook jullie leven. [20] Op* die dag zul je inzien dat Ik in mijn Vader ben, en dat jullie in Mij zijn zoals Ik* in jullie ben. [21] Wie zich aan mijn opdracht gebonden weet en haar ter harte neemt, die is het die Mij liefheeft, en wie Mij liefheeft zal ondervinden hoe de Vader hém liefheeft, en ook Ik zal hem liefhebben en Mij aan hem openbaren.
Ik geef jullie een nieuw gebod,
John 13, 34 - 38 [34] Ik geef jullie een nieuw* gebod: dat je elkaar liefhebt. Met de liefde die Ik jullie heb toegedragen, moeten jullie ook elkaar liefhebben. [35] Daaraan zal iedereen kunnen zien dat jullie leerlingen van Mij zijn: als jullie onder elkaar de liefde bewaren. [36] Simon* Petrus zei tegen Hem: Waar gaat U dan heen, Heer? Jezus antwoordde: Waar Ik heen ga, kun je Mij nu nog niet volgen. Later zul je Mij volgen. [37] Maar Petrus hield vol: Waarom kan Ik U nu niet volgen, Heer? Ik ben bereid zelfs mijn leven voor U te geven! [38] Jezus antwoordde: Zo? Je bent bereid je leven voor Mij te geven? Waarachtig, Ik verzeker je: wanneer de haan kraait, zul je Me driemaal verloochend hebben.
Een kus hebt u Me niet gegeven, maar
Luc: 7, 42- 50 42] Ze konden het geen van beiden terugbetalen, en daarom schonk hij het hun. Wie van hen zal nu het meest van hem houden? [43] Ik veronderstel, zei Simon, degene aan wie hij het meeste geschonken heeft. Dat is juist, zei Jezus. [44] Daarop keerde Hij zich om naar de vrouw en zei tegen Simon: Ziet u deze vrouw? Ik kwam uw huis binnen. Water voor mijn voeten hebt u Me niet gegeven, maar zij heeft met tranen mijn voeten nat gemaakt en ze met haar haren afgedroogd. [45] Een kus hebt u Me niet gegeven, maar zij heeft sinds Ik hier binnenkwam onophoudelijk mijn voeten gekust. [46] Mijn hoofd hebt u niet met olie gezalfd, maar zij heeft mijn voeten gezalfd met balsem. [47] Daarom zeg Ik u dat haar vele zonden vergeven zijn, getuige haar grote liefde. Maar wie weinig wordt vergeven, heeft weinig liefde. [48] Tegen haar zei Hij: Uw zonden zijn vergeven. [49] De andere gasten zeiden toen onder elkaar: Wie is deze man, die zelfs zonden vergeeft? [50] Tegen de vrouw zei Hij: Uw vertrouwen* is uw redding. Ga in vrede.
U gaat voorbij aan het recht liefde tot God
Luc: 11, 42-53 42] Maar o wee u, farizeeën, u draagt* wel een tiende af van munt, wijnruit en allerlei andere kruiden, maar u gaat voorbij aan het recht en de liefde tot God. Het ene moet u doen, maar het andere niet laten. [43] Wee u, farizeeën, u bent gesteld op de ereplaatsen in de synagoge en u wilt gegroet worden op het marktplein. [44] Maar o wee! U bent net onzichtbare* graven, waar de mensen overheen lopen zonder het te weten. [45] Een van de wetgeleerden haakte daarop in: Rabbi, als U dat zegt beledigt U ons ook. [46] Hij zei: Wee ook u, wetgeleerden! U legt de mensen ondraaglijke lasten op, maar zelf steekt u er geen vinger naar uit. [47] O wee, u bouwt graftekens voor de profeten die uw voorvaders hebben gedood. [48] Daarmee bewijst u dat u het eens bent met wat uw voorvaders deden; zij hebben hen gedood en u bouwt de graftekens. [49] Daarom ook heeft de wijsheid van God gezegd: Ik zal profeten en apostelen naar hen sturen, en zij zullen hen doden en vervolgen. [50] Van deze generatie zal dus rekenschap geëist worden voor het bloed van alle profeten dat vergoten is vanaf de grondvesting van de wereld, [51] vanaf het bloed van Abel tot het bloed van Zacharias*, die gedood werd tussen het altaar en het tempelgebouw. Ja, Ik verzeker u, deze generatie zal daarvan rekenschap moeten geven. [52] Wee u, wetgeleerden, u hebt de sleutel van de kennis gestolen; zelf bent u niet naar binnen gegaan en wie naar binnen wilden, hebt u het belet. [53] Toen Hij daar wegging begonnen de schriftgeleerden en de farizeeën het Hem lastig te maken; ze ontlokten Hem uitspraken over allerlei onderwerpen [54] en stelden Hem strikvragen om Hem te kunnen vangen op een of andere uitspraak.
De weg naar de vrede....
Luc: 19, 41 - 44
[41] Toen Hij, vlakbij gekomen, de stad zag liggen, barstte Hij om haar in tranen uit. Hij zei: [42] Zag u op deze dag maar de weg naar de vrede; maar die is verborgen voor uw ogen. [43] Er* zal een tijd komen dat uw vijanden een wal tegen u opwerpen, u omsingelen en u van alle kanten insluiten. [44] Ze zullen u tegen de grond slaan en ook uw kinderen, en ze zullen van u geen steen op de andere laten, omdat u, toen God naar u omkeek, dat niet hebt onderkend.
Denk niet dat Ik op aarde vrede
Denk niet dat Ik op aarde vrede ......Mat:10, 34 - 42
[34] Denk niet dat Ik op aarde vrede ben komen brengen. Ik ben geen vrede komen brengen, maar een zwaard. [35] Want Ik ben gekomen om een wig te drijven tussen zoon en vader, tussen dochter en moeder, tussen schoondochter en schoonmoeder; [36] ja, huisgenoten worden vijanden. [37] Wie meer houdt van zijn vader of moeder dan van Mij, is Mij niet waard. Wie meer houdt van zijn zoon of dochter dan van Mij, is Mij niet waard. [38] Wie zijn kruis niet opneemt en Mij niet volgt, is Mij niet waard. [39] Wie zijn leven vindt, zal het verliezen, en wie zijn leven verliest omwille van Mij, zal het vinden. [40] Wie jullie ontvangt, ontvangt Mij, en wie Mij ontvangt, ontvangt Hem die Mij gezonden heeft. [41] Wie een profeet ontvangt omdat het een profeet is, krijgt het loon van een profeet, en wie een rechtvaardige opneemt omdat het een rechtvaardige is, krijgt het loon van een rechtvaardige. [42] Wie één van deze kleinen een beker koud water geeft omdat het een leerling is, Ik verzeker jullie, zijn loon zal hem niet ontgaan
Benauwenis en vrede
Benauwenis en vrede Joh 16, 29 - 33
[29] Toen* zeiden zijn leerlingen: Kijk, nu gebruikt U eens geen versluierende taal, nu spreekt U onomwonden. [30] Nu zien we dat U alles weet: niemand hoeft U om uitleg te vragen. Daarom geloven we dat U van God bent uitgegaan. [31] Jezus* antwoordde hun: Zo? Jullie geloven nu? [32] Let op, er komt een uur, ja het is er al, dat jullie uiteengejaagd worden, ieder naar zijn eigen plek, en Mij alleen zullen laten. Hoewel: Ik ben niet alleen, de Vader is met Mij. [33] Dit alles heb Ik jullie gezegd opdat je in Mij vrede zult bezitten. In de wereld zal benauwenis jullie deel zijn, maar houd moed: Ik heb de wereld overwonnen.