For this blog to translate into language of your choice? Select your language below.
2 prachtige pps-jes hierboven van Godelieve en ook Mama rechts heeft ze gemaakt Klik op de banner en bekijk nog veel meer moois op haar blog
Klik op de banner hier beneden en ga eens langs bij Lenie voor nog meer moois Alle Ave Maria pps-jes hierboven zijn van haar
Gastenboek
Druk oponderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek
Wonder
31-05-2011
AAN ALLEN EEN GEZEGENDE DINSDAG TOEGEWENST.
N. ( M ).
Uitnodiging van Jezus.
NOVEEN GEBED.
O Heilige Drievuldigheid, wij danken U omdat U paus Joannes Paulus II aan de Kerk hebt gegeven en omdat U in hem de tederheid van Uw vaderschap hebt getoond, de glorie van Christus kruis en de schittering van de Geest van liefde.
Door zijn totale overgave aan Uw oneindige barmhartigheid en de moederlijke tussenkomst van Maria, heeft hij ons een levend beeld gegeven van Jezus, de Goede Herder, en heeft hij ons de heiligheid aangeduid als hoogste maatstaf van het gewone christelijk leven, de weg om de eeuwige eenheid met U te bereiken.
Verleen ons, op zijn voorspraak, volgens Uw wil, de genade die wij afsmeken, in de hoop dat hij snel tot de eer van de altaren mag verheven worden.
Amen.
COMMUNIE, Door JAN DE VOLDER, redacteur Tertio.
COMMUNIE,
Door JAN DE VOLDER, redacteur Tertio.
Mei is communiemaand. Het zouden hoogfeesten moeten zijn van de katholieke initiatie. Voor de betrokkenen en de christelijke gemeenschap. Helaas is wat zich in veel kerken afspeelt ergerlijk. Communievieringen zijn vaak het trieste toppunt van de infantilisering en banalisering die de liturgie in onze gewesten nu al decennialang teisteren. Lezingen uit de Schrift worden vervangen door vlakke gedichtjes, als waren de jaren 1970 nog niet voorbij. De liederen getuigen vaak meer van emocultuur dan van het christelijke geloof. Veel kinderen beseffen ondanks de catechese amper waar het om gaat in de eucharistie. Die is vaak van alle sacraliteit ontdaan. Nochtans staan kinderen daar wel voor open. Voor hun vermaak hoeven ze niet naar de kerk te gaan, daar zorgt Studio 100 wel voor.
Is het dan zo erg? Hier en daar zijn er gelukkig plaatsen waar het er aan toegaat zoals het hoort. Maar minder dan in onze buurlanden, is bij ons de tegenbeweging ingezet. Veelal gaat de trend van de uitverkoop van onze identiteit en eeuwenoude schatten genadeloos door. Het is horizontaliteit troef. Terwijl toch al ten overvloede bewezen is dat die weg voor het katholicisme dood loopt: hij leidt eerst tot protestantisering, daarna tot teloorgang van het geloof. De weg terug is moeilijk. Vormheren, priesters en leken die aan een waardige liturgie houden, in inhoud en in vorm, moeten vaak een storm van protest weerstaan. Veel ouders, catechisten en leerkrachten zijn het gewoon dat niet de Heer, maar hun kind centraal staat in de viering. U vraagt, wij draaien. Maar daarvoor is er Rent-a-Priest, een blijkbaar goedboerende privébusiness. Een beetje katholiek priester moet zich niet tot eender wat lenen.
Paus Benedictus XVI zet sterk in op het herstel van de waardigheid van de katholieke liturgie. Hij deed dat onder meer door de oude Latijnse liturgie, in haar vorm van 1962, weer een volwaardige plaats te geven. De vrees van sommigen dat dit een weg is om het Tweede Vaticaans Concilie te ondergraven, is ongegrond. De instructie Universae Ecclesiae van vorige week benadrukt dat het niet om twee ritussen gaat, maar om twee evenwaardige
vormen van dezelfde ritus. De paus vraagt dat aanhangers van beide elkaar met respect zouden bejegenen. Het is zijn streven dat de mis, in welke vorm ook, altijd met waardigheid en zin voor het goddelijke mysterie zou worden gevierd. En conform de voorschriften, want op veel plaatsen gebeurde dat niet en werd de"liturgiehervorming gezien als een toelating of zelfs als een verplichting tot creativiteit, die vaak leidde tot vervorming van de liturgie tot de rand van het verdraagbare", zoals de paus aan de bisschoppen schreef in 2007.
We kunnen alleen maar hopen dat zijn streven ook in onze streken vrucht zal afwerpen. De heropbouw van de kerk in Vlaanderen vraagt tijd, maar vooral veel moed. Beginnen met het herstel van de liturgische waardigheid is een juist vertrekpunt, want goede liturgie is van het mooiste wat de kerk te bieden heeft.
Als katholieken niet meer ernstig nemen wat voor hen heilig is, waarom zouden anderen het dan doen?
Uw reacties zijn welkom op jan.devolder@tertio.be
VATICAANSE RONDZENDBRIEF OVER DE AANPAK VAN MISBRUIKZAKEN.
VATICAANSE RONDZENDBRIEF OVER DE AANPAK VAN MISBRUIKZAKEN.
Hilversum (Van onze redactie) 16 mei 2011 - De Vaticaanse Congregatie voor de Geloofsleer heeft vandaag een rondzendbrief gepubliceerd over de behandeling van zaken van seksueel misbruik van minderjaren door katholieke geestelijken. Alle bisschoppenconferenties moeten over een jaar, in mei 2012, richtlijnen klaar hebben over de behandeling misbruikzaken. De rondzendbrief biedt bisschoppen en religieuze oversten principes en aanwijzingen voor het opstellen van deze regels.
Effectief optreden De richtlijnen van de landelijke bisschoppenconferenties moeten heldere procedures bevatten over het behandelen van gevallen van seksueel misbruik. Zo kunnen bisschoppen en oversten "onverwijld en effectief" reageren. De procedures moeten zijn afgestemd op de plaatselijke situatie en op de burgerlijke rechtsregels die in de verschillende landen gelden.
Krachtig statement De Vaticaanse woordvoerder Federico Lombardi noemde de korte periode waarbinnen de bisschoppenconferenties de richtlijnen moeten ontwikkelen een "krachtig en eloquent statement". Het schrijven
is volgens de zegsman niet bedoeld als een directief van bovenaf, maar om bisschoppen en algemeen oversten
"bij te staan". De competentie van diocesane bisschoppen en algemeen oversten wordt gerespecteerd.
Slachtoffer voorop In de rondzendbrief staat onder meer dat in de te ontwikkelen richtlijnen de aandacht voor de slachtoffers van misbruik voorop dient te staan. Er moet worden geluisterd naar hun verhalen en naar die van hun familie. Ook moet er een grote bereidheid zijn slachtoffers te voorzien van de nodige spirituele en psychologische bijstand. Verder wordt in de brief aandacht besteed aan preventieprogrammas en de opleiding en vorming van toekomstige priesters en religieuzen.
Samenwerking met overheid De brief gaat ook in op priesters die reeds in de kerk werkzaam zijn, hun doorgaande vorming en hun verantwoordelijkheden in dezen. Er wordt ook aanwijzingen gegeven voor wat er gedaan moet worden als zij van seksueel misbruik worden beschuldigd en hoe hun reputatie kan worden hersteld als er sprake is van een valse beschuldiging. Samenwerking met de burgerlijke autoriteiten wordt aangemoedigd. Nationaal geldende wetten dienen in acht te worden genomen, inclusief de meldingsplicht bij burgerlijke overheden.
Kerkrecht Verder wordt in de brief onder meer aandacht besteed aan geldende canonieke regelgeving over dit onderwerp, op de bevoegdheden van bisschoppen en oversten in het vooronderzoek en, als het over een geloofwaardige beschuldiging gaat, over hun verplichting de zaak door te verwijzen naar de Congregatie voor de Geloofsleer, die de behandeling van de kwestie zal begeleiden. Ook wordt ingegaan op de verhouding tussen de algemeen geldende kerkrecht en specifieke normen door locale bisschoppenconferenties. De brief wijst ook op canonieke maatregelen en kerkelijke straffen, inclusief verwijdering uit de priesterstand.
Belangrijke stap Woordvoerder Lombardi noemde de rondzendbrief van de Congregatie een "zeer belangrijke nieuwe stap" in de kerkelijke bewustwording van de noodzaak om effectief op te treden tegen de "geseling" van seksueel misbruik door leden van de geestelijkheid.
HET SACRAMENT VAN DE VERZOENING .
HET SACRAMENT VAN DE VERZOENING.
Alle sacramenten hebben hun oorsprong en hun toonbeeld in Christus. Het eerste doopsel is dat van Jezus zelf toen Hij werd ondergedompeld in de dood en herrees in een nieuw leven. Het eerste vormsel is de zalving die de Zoon heeft gekregen van de Heilige Geest bij zijn ontvangenis in de schoot van Maria, vervolgens bij zijn doopsel in de Jordaan, en ten slotte op de dag van zijn opstanding en zijn verheerlijking door de H Geest van Pinksteren. En zo verder voor alle sacramenten, met inbegrip van het sacrament van de verzoening, hoe verrassend dit ook kan lijken.
DE BELIJDENIS VAN DE ZOON.
Het eerste boetesacrament heeft Jezus zelf ingesteld op het kruis door de zonden van de wereld op zich te nemen en dit te bekennen voor het aanschijn van de Vader en het gehele universum. De belijdenis van Christus is dus net zoals de onze begonnen met de erkenning van de zonden. Opdat de Vader ons zou kunnen herkennen in zijn Zoon, ons onze fouten zou kunnen vergeven en ons aldus weer zou kunnen binnenleiden in de gemeenschap met Hem, is Christus begonnen met op het kruis uiting te geven aan de volle ernst van onze zonde. Hij is het Lam Gods geworden dat de zonden van de wereld draagt (cf. Joh. 1, 29), de ware bronzen gifslang die opgericht alle gif van de zonde in zich draagt om de wereld van haar beet te verlossen (cf. Joh. 3, 14-15; Num. 21, 4-9), de Rechtvaardige die de verdiende vloek van de zondaars op zich neemt (cf. Gal. 3, 13; Deut. 21, 23), de Onschuldige voor de mensen tot zonde gemaakt (cf. 2 Kor. 5,21) en innig met de Vader verbonden - deelgenoot werd van hun verwijdering van God: Mijn God, mijn God, waarom hebt gij mij verlaten? (Mar. 15, 34). Het is de eerste belijdenis van de mensheid. Het is het eerste Confiteor in naam van het hele mensdom door de Zoon uitgesproken. Voortaan zullen de zondaars, wanneer ze hun schuldbelijdenis willen plaatsen binnen deze van de Kerk, enkel hun persoonlijke bekentenis hoeven in te passen in de grote belijdenis van Jezus namens allen.
Na de belijdenis komt het wachten. Nadat Hij de geest (of de Geest) had gegeven, belandt Jezus in de toestand van de doden vóór Pasen, in de onmacht van wie geen vat meer heeft op deze wereld en, nog verstoken van de vreugde van de nieuwe wereld, de gevangene is van het dodenrijk: Hij is neergedaald ter helle, zoals het Symbolum van de Apostelen het uitdrukt (cf. 1 Petr. 3, 19). Misschien bereikt zijn zelfontlediging, zijn kenosis (cf. Fil. 2, 7) hier wel zijn hoogtepunt. Deze passieve ervaring van solidariteit met de verloren mensheid vormt de tussentijd tussen de actieve belijdenis van de zon de van de wereld op het kruis en de absolutie van Pasen. Tijdens deze pauze van Stille Zaterdag vermag Christus niets meer. Hij kan enkel afwachten dat de Vader Hem
opwekt ... We bevinden ons in het diepste diep van het paasmysterie: in de hel, in de passiviteit van de dood wacht Christus op de welwillendheid van de Vader.
Na de belijdenis en het wachten volgt de absolutie. Allereerst voor Jezus. Want in de verlatenheid van het kruis en de eenzaamheid van het graf was de voelbare gemeenschap van Jezus met de Vader opgeheven. En kijk, met de glorierijke verrijzenis wordt de gemeenschapsband hersteld en de eenzaamheid van Goede Vrijdag en Stille Zaterdag herschapen. Op paaszondag zien we de Zoon, bevrijd van de angst waarin het gewicht van de zonde Hem had gestort, verlost van de ketens des doods, in de strikte zin van het woord vrijgesproken, bevrijd van de macht van zonde en dood die de hele wereld gevangen hield. In deze zin spreek ik over de verrijzenis als de absolutie van Pasen: Jezus krijgt er voor heel de mensheid vergeving van de zonde die Hij in onze plaats heeft gedragen. Sinds de dag dat de Vader tot Jezus sprak: Gij zijt mijn Zoon, heden heb ik u verwekt, sinds deze nieuwe en definitieve geboorte van de Zoon, is voor Jezus en voor ons alles nieuw. In de grote vreugde van Pasen is de hemel voor eeuwig toegankelijk. Want Diegene die verrezen weer is opgevaren ten hemel, is ook
diegene die alle menselijke ellende heeft gedragen en doorstaan. Etiam peccata! riep Augustinus uit. Nu zelfs de zonden door het smetteloze Lam gedragen en weggenomen zijn, vormen zij niet langer een onoverkomelijke hinderpaal en worden zij, door de genade van de vergiffenis, de gelegenheid voor de meest volkomen gave van allemaal, namelijk deze van de barmhartigheid.
ONZE BELIJDENIS IN HET VOETSPOOR VAN CHRISTUS.
Na de schuldbelijdenis van alle zonden ter wereld die Christus uitspreekt in de plaats van de gehele mensheid te hebben beschouwd, moeten we ons voorbereiden op onze eigen belijdenis in zijn voetspoor en "in Hem".
1. De eerste voorwaarde om de absolutie te ontvangen is het berouw over onze zonden. De beste manier om dit uit te diepen is niet zozeer zelf in zijn geweten te kijken, maar wel zich te laten bekijken door Jezus. Net zoals Petrus die zich niet door een gewetensonderzoek bewust wordt van zijn verloochening, maar door getroffen te worden door de blik van Jezus tijdens zijn passie (cf. Luc. 22, 61-62). Een gewetensonderzoek kan nuttig zijn, maar het zal des te meer vruchten dragen wanneer Jezus zelf ons onze diepe duistere roerselen zal hebben geopenbaard.
2. Na het berouw moet de bekentenis volgen. Hier volstaat het onze belijdenis in te passen in deze van Jezus, door dewelke elke zonde eens en voor altijd is beleden. De bekentenis kan ons zwaar vallen, maar hoezeer wordt deze niet verlicht door het feit dat Jezus ze met ons doet! Zoals Simon van Cyrene dragen wij soms zijn kruis, maar Hij heeft zichzelf voor altijd tot onze Simon van Cyrene gemaakt. En telkens wij onze zonden biechten, is Hij ons nabij, niet enkel van de kant van de priester die Hem vertegenwoordigt, maar ook aan onze zijde, door zelf onze zonden te dragen en onze bekentenis te begrijpen in de grote belijdenis die Hij namens allen op Goede Vrijdag heeft uitgesproken.
3. Vervolgens komt er, tussen de bekentenis en de absolutie, het wachten. Men heeft zijn zonden opgebiecht, maar men is niet bij machte zichzelf vergiffenis te schenken en zichzelf de absolutie te geven. Men moet zich in gehoorzaamheid laten doen en geduldig wachten op het licht van het heil, de zuivere genadegave. Het is een kostbaar stiltemoment dat volgt op de belijdenis, alsook een poos van luisterbereidheid waarbij we de priester enkele woorden tot ons laten richten. Tijdens deze tussentijd worden we uitgenodigd om ons te verenigen met de gestorven Christus die in de hel het opflakkerend paaslicht afwacht. Laten we, verenigd met Hem, hier enkel de blik richten op onze ellendige individuele zonden, maar laten we ons solidair voelen met het mysterie van zondige ongerechtigheid, dat in de wereld aan het werk is. Onze belijdenis mondt aldus uit in een zwijgende gehoorzaamheid en een stille solidariteit, waardoor we ons sacramenteel aansluiten bij de onmacht van Christus in het mysterie van Stille Zaterdag.
4. Dan volgt het moment van de absolutie. Hierbij worden we deelgenoot aan de grote absolutie van paasdag. Want doorheen Jezus opstanding zegt de Vader allen toe: Ongeacht de ernst van uw zonde, mijn barmhartige liefde is
de sterkere, want mijn Zoon is vereenzelvigd met uw zonde. Voor uw heil is Hij ver van mij verwijderd en verlaten geweest, en kijk: nu is Hij vrij en opnieuw in volle vreugde-eenheid met Mij; verzoen u in Hem met Mij (cf 2 Kor. 5, 18-21). We dienen de absolutie dus in vreugde te ontvangen, als een nederig deelhebben aan Jezus paasvreugde op het moment, dat de Vader Hem opwekt als zijn glorierijke Zoon: Gij zijr mijn Zoon, heden heb ik u verwekt.
5. Ten slotte blijft er wat men de genoegdoening noemt. In de vroege Kerk ging de boetedoening vooraf aan de verzoening. Tegenwoordig voorziet de Kerk na de absolutie in een te leveren inspanning, gericht op het voldoen
aan de permanente vereiste van boetedoening. Daarbij is het doel niet de ontvangen vergiffenis te verdienen, maar concreet uitdrukking te geven aan de vruchten ervan.
EEN KOSTBARE SCHAT.
De vergiffenis van zonden is een onschatbare genade die tegelijk de diepte van het mensenhart en de onpeilbaarheid van de goddelijke barmhartigheid openbaart. Jezus brengt daarbij het goddelijk oordeel in beeld (cf. Joh. 3, 19), dat ons tegelijkertijd én onze zonde, én onze vergiffenis onthult. Kijk naar Jezus op het kruis en in dezelfde oogopslag zul je begrijpen dat je een zondaar bent en dat je kunt vergeven worden. We verliezen er veel bij wanneer we dit sacrament verwaarlozen. Veel van onze actuele narigheden spruiten voort uit het feit dat we niet langer onze toevlucht nemen tot Gods vergiffenis, die nochtans onafgebroken wordt aangeboden. Deze te mogen ontvangen is het hele paastridium van Goede Vrijdag tot paaszondag in het klein maar tot onze grootste vreugde herbeleven. Het sacrament van de vergeving is volkomen geijkt op het hart van God en het hart van de mens. Het is concreet, belichaamd. God heeft ons zijn barmhartigheid niet betoond door een eenvoudige verklaring vanuit de hemel. Het kostte Hem de gave van de Welbeminde, uitgeleverd in deze wereld. Zo belijden ook wij onze schulden niet op een louter geestelijke manier, in een eenvoudige verticale communicatie met God. Onze bekentenis gebeurt door een concrete stap die van ons een inspanning vraagt, zeker, maar deze inspanning is onooglijk in vergelijking met de inspanning van de Vader om zich bij ons, mensen, te voegen. Het is dus een sacrament dat in het hart van de Kerk beleefd wordt. Alle genade van Christus bereikt ons immers altijd door de Kerk. Daarenboven bekent de Kerk trouwe Echtgenote van de Heer, maar samengesteld uit ontrouwe leden altijd schuld vóór ons. Tijdens elke mis, bij het uitspreken van het Confiteor, kijkt ze naar Christus aan het kruis en smeekt ze om de voorspraak van Maria voor al haar kinderen. Per slot van rekening betoont God steeds barmhartigheid doorheen zijn Kerk. Het is dus door zich met haar te verzoenen, dat we verzoend worden met God. Het is niet door de vermenigvuldiging van de gemeenschappelijke absolutie dat men zal bijdragen tot de herontdekking van de schoonheid van dit sacrament. Integendeel. De algemene belijdenis en absolutie zijn voorbehouden voor gevallen van ernstige noodzaak, bepaald door de bisschop. Verkeerdelijk aangewend benadrukken ze enkel de oppervlakkigheid van het geweten en moedigen ze de anonimiteit van onze cultuur aan. Ter bevordering van dit sacrament moeten we starten vanuit de ervaring van de plaatsen
waar het goed loopt. Voorzie in een stad in een permanentie waar zeer regelmatig op geschikte tijdstippen een priester in albe met stola klaar staat om de gelovigen te verwelkomen; na enige tijd zal hij niet werkloos blijven.
Vrij vaak zijn ook de gemeenschapsvieringen maar dan met persoonlijke belijdenis en absolutie met Kerstmis en Pasen druk bezocht. Ten slotte, houd bij een grote samenkomst, een voettocht van jongeren of in een bedevaartskerk enkele priesters ter beschikking van het godsvolk; zij zullen uren biecht horen. Misschien gaan de mensen minder regelmatig te biechten dan in het verleden, maar ook vandaag de dag heeft het sacrament van de barmhartigheid een toekomst; als men er maar in gelooft en blijk geeft van enige verbeelding. Want noch Gods hart, noch het mensenhart is veranderd. En deze twee zijn erop gericht om elkaar in de barmhartigheid te ontmoeten.
André-Jozef Léonard,
Luc. 6:41-42.
Je bent een kind van Mijn koninkrijk waar licht en liefde heerst in overvloed en waar duisternis geen plaats heeft. Sta op in je bestemming want satan heeft niets aan je en je hebt niets met hem. Wees niet kritisch, veroordelend, afwijzend, afkeurend of aanvallend, want deze dingen geven de duivel bezit van je ziel. Ik zeg opnieuw, weersta hem om je te gebruiken als een instrument van zijn duivelse bedoelingen. Laat Mijn koninkrijk meer openbaar worden in en door je, zegt de Heer.
Vandaag gaat mijn gebed uit naar jullie allen die genade en bekering zoeken. Jullie kloppen aan de deur van mijn hart maar zonder hoop en zonder gebed, in zonde, en zonder het Sacrament van de verzoening met God.
Neem afstand van de zonde en beslis, kindertjes, voor de heiligheid.
Alleen zo kan ik jullie helpen, jullie gebeden horen en voor jullie tussenkomen bij de Allerhoogste. Dank dat jullie aan mijn oproep gehoor hebben gegeven."
LITANIE TER ERE VAN HET HEILIG HART VAN JEZUS.
- Op 12 juni is het Pinksteren en laten we de Heilige Geest over ons komen.
LITANIE TER ERE VAN HET HEILIG HART VAN JEZUS (1° versie)
(Vrijdag na de 2de zondag na Pinksteren)
- Heer, ontferm U over ons, Christus ontferm U over ons.
- Heer, ontferm U over ons, Christus aanhoor ons. Christus verhoor ons.
- God, Hemelse Vader, ontferm U over ons.
- God Zoon, Verlosser van de wereld, ontferm U over ons.
- God, Heilige Geest, ontferm U over ons.
- Heilige Drievuldigheid, één God, ontferm U over ons.
- Hart van Jezus, de Zoon van de eeuwige Vader, ontferm U over ons.
- Hart van Jezus, door de Heilige Geest in de schoot van de Moedermaagd gevormd, ontferm U over ons.
- Hart van Jezus, wezenlijk verenigd met het Woord van God, ontferm U over ons.
- Hart van Jezus, oneindige majesteit, ontferm U over ons.
- Hart van Jezus, heilige tempel van God, ontferm U over ons.
- Hart van Jezus, woontent van de Allerhoogste, ontferm U over ons.
- Hart van Jezus, huis van God en poort van de Hemel, ontferm U over ons.
- Hart van Jezus, gloeiende oven van liefde, ontferm U over ons.
- Hart van Jezus, schatkamer van gerechtigheid en van liefde, ontferm U over ons.
- Hart van Jezus, vol goedheid en liefde, ontferm U over ons.
- Hart van Jezus, peilloze diepte van alle deugden, ontferm U over ons.
- Hart van Jezus, alle lofprijzingen overwaardig, ontferm U over ons.
- Hart van Jezus, Koning en middelpunt van alle harten, ontferm U over ons.
- Hart van Jezus, waarin alle schatten van wijsheid en van wetenschap zijn, ontferm U over ons.
- Hart van Jezus, waarin de Godheid in alle volheid woont, ontferm U over ons.
- Hart van Jezus, waarin de Vader zijn welbehagen heeft gesteld, ontferm U over ons.
- Hart van Jezus, dat ons allen deelgenoot hebt gemaakt van uw oneindige rijkdom, ontferm U over ons.
- Hart van Jezus, verlangen van de eeuwige heuvelen, ontferm U over ons.
- Hart van Jezus, geduldig en groot in barmhartigheid, ontferm U over ons.
- Hart van Jezus, mild voor allen, die U aanroepen, ontferm U over ons.
- Hart van Jezus, bron van leven en van heiligheid, ontferm U over ons.
- Hart van Jezus, verzoening voor onze zonden, ontferm U over ons.
- Hart van Jezus, van versmadingen verzadigd, ontferm U over ons.
- Hart van Jezus, om onze misdaden gebroken, ontferm U over ons.
- Hart van Jezus, gehoorzaam geworden tot de dood, ontferm U over ons.
- Hart van Jezus, met een lans doorstoken, ontferm U over ons.
- Hart van Jezus, bron van alle troost, ontferm U over ons.
- Hart van Jezus, ons leven en onze verrijzenis, ontferm U over ons.
- Hart van Jezus, onze vrede en onze verzoening, ontferm U over ons.
- Hart van Jezus, slachtoffer voor de zondaars, ontferm U over ons.
- Hart van Jezus, heil van hen, die op U hopen, ontferm U over ons.
- Hart van Jezus, hoop van ben, die in U sterven, ontferm U over ons.
- Hart van Jezus, hoogste vreugde van alle heiligen, ontferm U over ons.
Lam Gods, dat de zonden van de wereld wegneemt, spaar ons Heer.
Lam Gods, dat de zonden van de wereld wegneemt, verhoor ons Heer.
Lam Gods, dat de zonden van de wereld wegneemt, ontferm U over ons, Heer.
Jezus, zachtmoedig en nederig van Hart, maak ons hart aan het Uwe gelijkvormig.
Laat ons bidden
Almachtige, eeuwige God, zie neder op Hart van uw zeer beminde Zoon en op de lofprijzingen en voldoeningen, die Hij U in naam van de zondaars opdraagt. Laat U verzoenen en verleen vergiffenis aan hen, die uw barmhartigheid afsmeken, in de Naam van dezelfde Jezus Christus, uw Zoon, die met U leeft en heerst in de eeuwen der eeuwen. Amen.
Toewijding aan het Allerheiligste Hart van Jezus.
Heer Jezus, Verlosser van het mensdom, zie ons hier in alle nederigheid voor U neergeknield. Wij behoren U toe en willen U ook toebehoren maar om nog inniger met U verbonden te zijn, wijdt ieder van ons zich heden vrijwillig toe aan uw Heilig Hart. Velen hebben U nooit gekend. Velen hebben uw Geboden veracht en zich van U afgekeerd.
Goede Jezus heb Medelijden met hen en trek allen tot uw Heilige Hart.
Wees Koning, Heer, niet alleen over de getrouwen die zich nooit van U hebben verwijderd, maar ook over hen die, als de verloren zoon, U hebben verlaten. Laat ze spoedig terugkeren naar het Vaderhuis, opdat, opdat zij niet van ellende en honger omkomen.
Wees Koning over hen die door dwaling misleid of door scheuring zijn afgescheiden. Breng hen terug in de haven van de Waarheid en tot de eenheid van het Geloof opdat er weldra één kudde zou zijn en één Herder.
Wees Koning over allen die nog leven in de duisternis van een dwaalleer zonder God. Leid hen tot het Licht van uw Rijk.
Heer, geef aan uw Kerk ongestoorde vrede en vrijheid. Schenk aan alle volkeren orde en rust. Laat over heel de aarde deze ene kreet weerklinken: Eer aan het Goddelijk Hart dat ons Heil heeft gebracht! Aan dat Hart zijn eer en lof in eeuwigheid. Amen.
LITANIE TER ERE VAN HET HEILIG HART VAN JEZUS (2° versie)
(Vrijdag na de 2de zondag na Pinksteren)
- Heer, ontferm U over ons, Christus ontferm U over ons.
- Heer, ontferm U over ons, Christus aanhoor ons. Christus verhoor ons.
- God, Hemelse Vader, ontferm U over ons.
- God Zoon, Verlosser van de wereld, ontferm U over ons.
- God, Heilige Geest, ontferm U over ons.
- Heilige Drievuldigheid, één God, ontferm U over ons.
- Hart van Jezus, Zoon van de eeuwige Vader, ontferm U over ons.
- Hart van Jezus, in de schoot van de Moedermaagd door de heilige Geest gevormd, ontferm U over ons.
- Hart van Jezus, met het Woord van God zelfstandig verenigd, ontferm U over ons.
- Hart van Jezus, van oneindige Majesteit, ontferm U over ons.
- Hart van Jezus, heilige tempel van God, ontferm U over ons.
- Hart van Jezus, tabernakel van de Allerhoogste, ontferm U over ons.
- Hart van Jezus, huis van God en deur des hemels, ontferm U over ons.
- Hart van Jezus, brandoven van liefde, ontferm U over ons.
- Hart van Jezus, blakende gloed van liefde, ontferm U over ons.
- Hart van Jezus, heiligdom van rechtvaardigheid en liefde, ontferm U over ons.
- Hart van Jezus, bergplaats van rechtvaardigheid en liefde, ontferm U over ons.
- Hart van Jezus, vol goedheid en liefde, ontferm U over ons.
- Hart van Jezus, afgrond van alle deugden, ontferm U over ons.
- Hart van Jezus, alle lof hoogstwaardig, ontferm U over ons.
- Hart van Jezus, Koning en middelpunt van alle harten, ontferm U over ons.
- Hart van Jezus, waarin alle schatten van de wijsheid en van de wetenschap zijn, ontferm U over ons.
- Hart van Jezus, waarin al de volheid der Godheid woont, ontferm U over ons.
- Hart van Jezus, in wie de Vader zijn welbehagen vindt, ontferm U over ons.
- Hart van Jezus, uit wiens volheid wij allen ontvangen hebben, ontferm U over ons.
- Hart van Jezus, verlangen van de eeuwige heuvelen, ontferm U over ons.
- Hart van Jezus, geduldig en allerbarmhartigst, ontferm U over ons.
- Hart van Jezus, mild voor allen die U aanroepen, ontferm U over ons.
- Hart van Jezus, bron van leven en heiligheid, ontferm U over ons.
- Hart van Jezus, zoenoffer voor onze zonden, ontferm U over ons.
- Hart van Jezus, van versmadingen verzadigd, ontferm U over ons.
- Hart van Jezus, om onze zonden vermorzeld, ontferm U over ons.
- Hart van Jezus, tot de dood gehoorzaam, ontferm U over ons.
- Hart van Jezus, met de lans doorstoken, ontferm U over ons.
- Hart van Jezus, bron van alle troost, ontferm U over ons.
- Hart van Jezus, ons leven en onze verrijzenis, ontferm U over ons.
- Hart van Jezus, onze vrede en onze verzoening, ontferm U over ons.
- Hart van Jezus, slachtoffer der zondaars, ontferm U over ons.
- Hart van Jezus, zaligheid van die in u hopen, ontferm U over ons.
- Hart van Jezus, hoop van die in u sterven, ontferm U over ons.
- Hart van Jezus, wellust aller heiligen, ontferm U over ons.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, spaar ons, Heer.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, verhoor ons, Heer.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, ontferm U over ons, Heer.
Jezus, zachtmoedig en ootmoedig van Hart, maak ons hart aan het uwe gelijk.
Laat ons bidden
Almachtige en eeuwige God, zie nederig op het Hart van uw allerliefste Zoon, en op de lofprijzingen en voldoeningen, welke Hij U in Naam der zondaars opdraagt; en door deze bevredigd, verleen aan hen, die uw barmhartigheid afsmeken, vergiffenis, in de naam van diezelfde Jezus-Christus uw Zoon, die met U leeft en heerst in de eenheid van de Heilige Geest, in de eeuwen der eeuwen. Amen.
Gebed voor de komst van het Rijk van Jezus Heilige Hart.
Heilig Hart van Jezus, zend uw overvloedige zegeningen over de H. Kerk, over onze Opperherder en over al de priesters; geef aan de rechtvaardigen de volharding; bekeer de zondaars; verlicht de gelovigen; zegen onze ouders, onze vrienden, onze weldoeners, sta de stervende mensen bij; verlos de zielen uit het Vagevuur en bevestig over al de harten het zoete Rijk uwer Liefde. Amen.
LITANIE TER ERE VAN HET HEILIG HART VAN JEZUS (3° versie)
(Vrijdag na de 2de zondag na Pinksteren)
- Heer, ontferm U over ons, Christus, ontferm U over ons.
- Heer, ontferm U over ons, Christus, aanhoor ons. Christus, verhoor ons.
- God, hemelse Vader, ontferm U over ons.
- God Zoon, Verlosser van de wereld, ontferm U over ons.
- God, Heilige Geest, ontferm U over ons.
- Heilige Drievuldigheid, één God, ontferm U over ons.
- Heilig Hart van Jezus, zelfstandig met het Woord verenigd, ontferm U over ons.
- Heilig Hart van Jezus, heiligdom der Godheid, ontferm U over ons.
- Heilig Hart van Jezus, tempel van de Heilige Drievuldigheid, ontferm U over ons.
- Heilig Hart van Jezus, afgrond van wijsheid, ontferm U over ons.
- Heilig Hart van Jezus, zee van goedheid, ontferm U over ons.
- Heilig Hart van Jezus, troon van barmhartigheid, ontferm U over ons.
- Heilig Hart van Jezus, onuitputtelijke schat, ontferm U over ons.
- Heilig Hart van Jezus, uit wiens volheid wij alles hebben ontvangen, ontferm U over ons.
- Heilig Hart van Jezus, onze vrede en onze verzoening, ontferm U over ons.
- Heilig Hart van Jezus, voorbeeld van alle deugden, ontferm U over ons.
- Heilig Hart van Jezus, dat ons bemint, en welk door een oneindige liefde verdient bemind te worden, ontferm U over ons.
- Heilig Hart van Jezus, oneindig gehoorzaam, ontferm U over ons.
- Heilig Hart van Jezus, oneindig goed, ontferm U over ons.
- Heilig Hart van Jezus, bron van levend water, dat tot in het eeuwige leven opwekt, ontferm U over ons.
- Heilig Hart van Jezus, voorwerp van het welbehagen van de hemelse vader, ontferm U over ons.
- Heilig Hart van Jezus, om onzentwil met bitterheid vervuld, ontferm U over ons.
- Heilig Hart van Jezus, tot de dood toe bedroefd in de Olijfhof, ontferm U over ons.
- Heilig Hart van Jezus, met hoon en schande verzadigd, ontferm U over ons.
- Heilig Hart van Jezus, uit liefde tot ons gewond, ontferm U over ons.
- Heilig Hart van Jezus, met een lans doorstoken, ontferm U over ons.
- Heilig Hart van Jezus, van bloed uitgeput op het kruis, ontferm U over ons.
- Heilig Hart van Jezus, van droefheid voor onze misdaden verbrijzeld, ontferm U over ons.
- Heilig Hart van Jezus, nog alle dagen door ondankbare mensen in het Sacrament van uw liefde doorstoken, ontferm U over ons.
- Heilig Hart van Jezus, toevlucht van de zondaars, ontferm U over ons.
- Hart van Jezus, sterkte van de machtelozen, ontferm U over ons.
- Hart van Jezus, troost van de bedrukten, ontferm U over ons.
- Hart van Jezus, volharding van de rechtvaardigen, ontferm U over ons.
- Hart van Jezus, zaligheid van hen die op U vertrouwen, ontferm U over ons.
- Hart van Jezus, beschermer van allen die U toegedaan zijn, ontferm U over ons.
- Hart van Jezus, zoete vreugd van al uw heiligen, ontferm U over ons.
- Hart van Jezus, onze toevlucht in de gevaren die ons omringen, ontferm U over ons.
Lam Gods dat wegneemt de zonden der wereld, spaar ons, Heer.
Lam Gods dat wegneemt de zonden der wereld, verhoor ons, Heer
Lam Gods dat wegneemt de zonden der wereld, ontferm U over ons, Heer
O Jezus, zachtmoedig en ootmoedig van hart, maak ons hart aan het uwe gelijk.
Laat ons bidden
Heer Jezus, die door een nieuwe weldaad U gewaardigd hebt aan uw Kerk de onuitsprekelijke rijkdommen van uw Goddelijk Hart te openen, geef dat wij aan de liefde van dit Allerheiligste Hart mogen beantwoorden, en dat de smaad die is toegebracht door de ondankbaarheid van de mensen aan datzelfde Allerheiligste Hart, door waardige dienstbewijzen vergoed wordt. Dit vragen wij U, die leeft en heerst met de Vader en de Heilige Geest, God in alle eeuwen der eeuwen. Amen.
LITANIE TER ERE VAN HET HEILIG HART VAN JEZUS (4° versie)
HART CHRISTI-LITANIE (Gertrude von Lefort)
(Vrijdag na de 2de zondag na Pinksteren)
- Heer, ontferm U over ons, Christus ontferm U over ons.
- Heer, ontferm U over ons, Christus aanhoor ons. Christus verhoor ons.
- God, Hemelse Vader, ontferm U over ons.
- God Zoon, Verlosser van de wereld, ontferm U over ons.
- God, Heilige Geest, ontferm U over ons.
- Heilige Drievuldigheid, één God, ontferm U over ons.
- Nu wil ik uit bidden de gloed van mijn ziel, zoals men een grote litanie bidt.
- Ik wil een lofzang zingen, die geen lied is, maar liefde!
- Gij Hart, waarin de verscheurdheid wordt tot één volk, wij bidden u om uw liefde.
- Gij Hart, waarin de gehele wereld wordt tot één volk, wij wijden ons aan uw liefde.
- Dat uw dag ons aller harten in uw Hart verbrande, wij wijden ons aan uw liefde.
- Gij geweldig Hart, onontkoombaar Hart, wij wijden ons aan uw liefde.
- Gij Hart, waaruit de hemelen hun glorie putten, wij wijden ons aan uw liefde.
- Gij Hart, waaruit de zalige geesten hun zaligheid scheppen, wij wijden ons aan uw liefde.
- Gij wereld gebiedend Hart, wij wijden ons aan uw liefde.
- Gij wereld overwinnend Hart, wij wijden ons aan uw liefde.
- Te voorschijn brandt de dag van uw eeuwige liefde, wij wijden ons aan uw liefde.
- Enig Hart, Amen -- amen!
Lam Gods dat wegneemt de zonden der wereld, spaar ons, Heer.
Lam Gods dat wegneemt de zonden der wereld, verhoor ons, Heer
Lam Gods dat wegneemt de zonden der wereld, ontferm U over ons, Heer
O Jezus, zachtmoedig en ootmoedig van hart, maak ons hart aan het uwe gelijk.
Laat ons bidden
Heer Jezus, die door een nieuwe weldaad U gewaardigd hebt aan uw Kerk de onuitsprekelijke rijkdommen van uw Goddelijk Hart te openen, geef dat wij aan de liefde van dit Allerheiligste Hart mogen beantwoorden, en dat de smaad die is toegebracht door de ondankbaarheid van de mensen aan datzelfde Allerheiligste Hart, door waardige dienstbewijzen vergoed wordt. Dit vragen wij U, die leeft en heerst met de Vader en de Heilige Geest, God in alle eeuwen der eeuwen. Amen.
Het dagelijks gebed hierbij is:
Kom, heilige Geest, vervul de harten van uw gelovigen, en ontsteek in hen het vuur van uw liefde. Zend uw Geest uit en alles zal herschapen worden. En Gij zult het aanzien van de aarde vernieuwen.
Laat ons bidden. God, Gij hebt de harten van de gelovigen door de verlichting van de heilige Geest onderwezen; geef, dat wij door die heilige Geest de ware wijsheid mogen bezitten en ons altijd over zijn vertroosting verblijden. Door Christus onze Heer. Amen.
Een spiritueel roosje uit mijn doosje.
"Stralend als de dageraad,
als het zonlicht zondeloos,
gloeiend als een gouden roos,
in een Koninklijke staat" (Hymne, getijdenboek, 1384).
Alles door Maria,
Maria, Moeder van de schone Liefde, in U vloeien schoonheid en liefde ineen.
Ongedwongen schenk ik U mijn geest en zweef op het ritme van uw Hart met U mee.
Immers uw zachte en sterke geest, zo nederig en zuiver, bekoort mijn ziel.
Maria hemelkoningin, door uw liefde sluimert de sublieme schoonheid van de Gouden Roos.
Door Jezus Christus, met Jezus Christus, in Jezus Christus en voor Jezus Christus.
Alles met Maria,
Maria, Moeder van de schone liefde, Gij zijt voor mij de rode draad door heel mijn leven.
Deze draad gesponnen met uw goddelijke deugden, weeft Gij door elk spiritueel roosje heen.
Zo leer ik in alle eenvoud de wil van mijn Liefdelerares met hart en ziel beminnen.
Maria hemelkoningin, met uw liefde sluimert de sublieme schoonheid van de Gouden Roos.
Door Jezus Christus, met Jezus Christus, in Jezus Christus en voor Jezus Christus.
Alles in Maria,
Maria, Moeder van de schone Liefde, in uw Hart wil ik mij verbergen.
Mij veilig verschuilen in uw rijkdom van zoetheid, vreugde en tedere geborgenheid.
In uw prachtlievendheid wordt mijn broos rozenblaadje moederlijk omhuld door diepe vrede.
Maria hemelkoningin, in uw liefde sluimert de sublieme schoonheid van de Gouden Roos.
Door Jezus Christus, met Jezus Christus, in Jezus Christus en voor Jezus Christus.
Alles voor Maria,
Maria, Moeder van de schone Liefde, voor U ben ik in mijn kleinheid een open boek.
Voor U verlang ik een kind te zijn waarin Gij uw liefdesdroom wil verwezenlijken.
Moedermaagd voor U prevel ik dankbaar mijn rozenkrans, om U te loven en te bezingen.
Maria hemelkoningin, voor uw liefde sluimert de sublieme schoonheid van de Gouden Roos.
Door Jezus Christus, met Jezus Christus, in Jezus Christus en voor Jezus Christus.
Verenigd in de Krans van Rozen, de Moederlijke zegen,
Lea.
Mei 2011.
Herman Wijns 1931 - 1941. Deel 6 - Indrukwekkende uitvaart.
27/04 - Deel 6 - Indrukwekkende uitvaart Herman Wijns 1931 - 1941
Zaterdag nog springlevend op school, maandagavond dood in een ziekenhuisbed, na een ongeluk met een glasplaat dat een dodelijke wond aan de knieholte veroorzaakte; dat was het wrede lot van Herman Wijns.
Herman Wijns had tijdens zijn korte leven indruk gemaakt op iedereen die hem leerde kennen.
De kist wordt vanuit de woning in de Wuytslei 23 naar de lijkwagen gebracht
Eerlijk en open, toegewijd en voor zijn leeftijd soms verrassend volwassen.
Hoeveel indruk hij tijdens zijn leven had gemaakt bleek tijdens de uitvaart die heel het openbare leven in Merksem een dag stilzette.
Dinsdag 27 mei 1941 De dag na het overlijden van Herman was een moeilijke dag voor vader en moeder Wijns.
Hun enig kind was hen door een banaal ongeval (en wellicht enkele medische blunders erna) ontnomen, en het was voor vader Wijns dan ook onverdraaglijk zijn zoon achter te moeten laten in het onpersoonlijke dodenhuisje op de Bredabaan.
Daarom arrangeerde Maria Van Mol, een zus van vader en Hermans liefste tante, dat Herman thuis mocht worden opgebaard.
Onkel Mon was schrijnwerker en maakte voor Herman een kistje.
Die werd op de eikenhouten tafel in de voorkamer van het huis Wuytslei 23 geplaatst en met geleend materiaal werd een rouwkapel ingericht.
Tijdens de dagen voor de begrafenis stelde men een aantal eigenaardigheden vast.
Zo trad de normale lijkstijfheid niet op.
De handen en armen schoven telkens weg, waardoor men ze moest stutten en vastbinden.
Een massa volk is op de been voor een 10-jarige jongen
Ook lieten Hermans ogen zich niet sluiten, want hoe men ook zijn best deed, zijn ogen vielen telkens weer open.
Alsof hij nog een oogje op de wereld wilde houden.
Het verschijnsel werd ook door de artsen vreemd gevonden, maar hun conclusies zijn helaas verloren gegaan toen het doktersattest met veel andere waardevolle archieven in 1944 tijdens de brand van het oude gemeentehuis werd vernietigd.
De begrafenis zou vrijdag de 30e plaatsvinden en tijdens de drie dagen die Herman thuis lag opgebaard sloeg het verdriet van de ouders om in verbittering, vooral bij moeder Johanna.
Wij hebben altijd ons best gedaan als christelijke mensen; wij hebben voortdurend harde, vernederende beproevingen gekend en nu wordt ons ons enige kind ontnomen...!
Vader vond steun in zijn geloof: Had ik toen het gebed niet gehad, dan had ik de hand aan mezelf geslagen
De familieleden - alleen mannen! - volgende lijkwagen en de bloemen op weg naar de St. Bartholomeuskerk
Vader en moeder Wijns brachten de nachten voor de begrafenis door bij Maria Van Mol, maar overdag vond vader alleen troost aan de kist van zijn zoon, waar hij de tijd vertwijfeld biddend doorbracht.
Het verlies van een kind, iets ergers kan een mens bijna niet overkomen.
30 mei 1941 Het regende lichtjes op die windstille lentedag in 1941, alsof de natuur mee treurde.
Heel Merksem leek uitgelopen voor de uitvaart en mensen die het meemaakten herinneren zich de begrafenis van Herman Wijns als iets uitzonderlijks.
Bij het buitenbrengen van de kist ontstond er dan ook een serieus gedrang aan de woning in de Wuytslei toen de vele aanwezigen het kistje wilden aanraken.
Eens de politie de orde weer een beetje hersteld had en Pastoor Michielsens en zijn drie onderpastoors hun misdienaar aan huis waren komen begroeten en zegenen ging de stoet in een zee van bloemen naar de St. Bartholomeuskerk.
De rolluiken op de Bredabaan waren neergelaten en heel Merksem viel even stil.
Vader Wijns - met zakdoek voor het gezicht - heeft het moeilijk tijdens de tocht naar de kerk
Ook aan de kerk was een erehaag van bloemen gevormd, maar terwijl Merksem een van zijn meest religieuze momenten beleefde onderging vader Wijns het hele schouwspel als leed, roof en onbegrijpelijk.
Na de dienst in de St. Bartholomeuskerk werd Herman naar het kerkhof in de Van Heybeeckstraat gedragen, waar hij in het familiegraf werd gelegd.
De plaats was eigenlijk voorzien voor een ander familielid, maar die stond zijn plaats graag af aan zijn neefje.
Aan de rand van het graf stonden Hermans schoolmakkers, en vooral op hen moet de uitvaart - het zal voor velen de eerste keer zijn geweest - een grote indruk hebben gemaakt.
Maar ze waren niet de enigen.
Mensen gingen na afloop niet - zoals gebruikelijk na een begrafenis - op café : Als ge zoiets hebt meegemaakt, dan gaat ge in stilte naar huis.
Kanunnik-onderpastoor Pijpers zei naderhand: Ik heb het geluk gehad in mijn leven in persoonlijk contact te zijn geweest met twee heiligen: eerst met priester Edward Poppe, later met mijn misdienaar Herman Wijns.
Wat zal onze kerk leeg zijn nu we Herman moeten missen, bedacht een andere priester.
De dagen na de begrafenis bleven de bloemen toestromen op Hermans graf en als snel was er sprake van een heuse verering.
Reeds in 1942 (!) verscheen het eerste boekje over het leven van Herman en in de jaren die volgden verschenen er wereldwijd artikelen en nog een heel aantal boekjes over Herman.
Het eerste graf van Herman. Vanwege de vele exvoto's was er al gauw ruimtegebrek en werd de kist in 1957 opgegraven en verplaatst naar de huidige ligplaats vlak naast het zwembad
Veel mensen beweerden op voorspraak van Herman een gunst van God te hebben ontvangen: genezing of een succesvolle operatie.
Al kort na de begrafenis verschijnen er dankplaatjes (exvoto's) aan zijn graf, om Herman te bedanken.
Eén ervan drukt mooi uit waarom Herman wereldwijd beroemd is en er in sommige katholieke landen (Mexico!) zelfs foto's in alle schoolklassen hangen met Herman als voorbeeld voor de jeugd: "Hier rust in zalige vrede een grote vriend van Onze Lieve Heer."
Spijtig dat wij geen andere kinderen hadden, wij konden niet vergelijken. Wij hebben het op dat moment nooit gezien, dat Herman anders was dan andere kinderen, zou moeder Johanna Dens na Hermans dood nog vaak opmerken.
In 1958 was het aantal exvoto's zo gegroeid dat het graf - midden op de begraafplaats - verplaatst moest worden.
Inmiddels neemt het nieuwe graf meer dan 100 m² in beslag en staan er om en nabij 4.000 dankbetuigingen rond.
Elke eerste vrijdag van de maand trekt de mis die bij zijn graf wordt opgedragen honderden bezoekers en elke dinsdag komt een steeds groeiende gebedsgroep samen aan het bed van Herman, in het Herman Wijns Huis in de Van Heybeeckstraat 23.
Een museumpje dat een bezoek meer dan waard is, maar daarover een andere keer meer.
Hoewel maar weinig Merksemnaren Herman Wijns kennen is hij wereldberoemd.
Het graf van Herman Wijns anno 2006: een bedevaartsoord, waar dagelijks mensen komen bidden en waar elke eerste vrijdag van de maand een mis wordt opgedragen. De huidige ruimte schiet alweer tekort om de vele exvoto's te kunnen plaatsen
Stond hij werkelijk in contact met God of was het een vroeg rijpe, toegewijde en vooral diepgelovige jongen die dankzij zijn innemende persoonlijkheid indruk maakte op iedereen die hem leerde kennen?
Is zijn verering inderdaad spontaan ontstaan of zijn de machinaties van de katholieke kerk in gang gezet en is Hermans verering niets anders dan een geslaagde marketingcampagne van enkele missionarissen?
De vele mensen die menen door Herman te zijn geholpen zijn er heilig van overtuigd dat Herman nog steeds in contact staat met God en nog steeds mensen helpt.
63 Jaar na de dood van Herman is de Wuytslei weer het toneel van een massale samenkomst vanwege de dood van een bewoner van de straat.
De 23-jarige Reda Bouyagroumni werd op 16 september 2005 doodgereden door een bus op de Bredabaan.
Vanwege het nodeloze karakter van het ongeval werd de herdenking een protest tegen de toestand op de Bredabaan.
Mysterisch of toeval: Reda Bouyagroumni woonde op nummer 23...
"Het Teken van de Mensenzoon " (Schriften van Madeleine)
NEGEN EN DERTIGSTE VERSCHIJNING
28 december 1975, om 17.15 uur, de vierde dag
Eerst verschijnt het Licht en dan Jezus, zijn handen naar Madeleine uitgestrekt. Hij lacht haar toe :
"De vierde dag"
Zoals telkens laat Hij met een langzaam gebaar van zijn linkerhand zijn Hart zien. Direkt stromen er rode en witte stralen uit. Hij brengt zijn rechterhand naar voren met de palm zichtbaar. Madeleine herhaalt wat Jezus haar voorzegt :
Zodra zij mijn Boodschap kennen, zal Ik de stralen van mijn genade over de heidenen uitstorten, en over allen die Mij nog niet kennen.
"Onze Vader..."
Madeleine vervolgt : "die in de hemel zijt... "
"Wees gegroet Maria..."
Madeleine vervolgt, maar slechts twee keer omdat zij de derde vergeet.
Hierna :
Door uw smarten Lijden, Heer, ontferm U over ons en over de hele wereld.
Jezus brengt zijn handen naar voren, heft zijn ogen ten hemel en zegt luider :
Eer aan God in den hoge. En Vrede op aarde aan de mensen die Hij liefheeft.
En terwijl Hij naar Madeleine kijkt :
Maakt het Kruisteken."
Madeleine komt weer bij zinnen en haar lichamelijke ogen zien Jezus niet meer.
Moeder Maria, Hulp van de Christenen.
Maar Maria is moeder en de glorie van de moeder is de vruchtbaarheid. Heeft God haar zo groot gemaakt en in staat gesteld, alle levensschatten in zich te besluiten, dan is het, om ze uit te storten. Zij is het ruime meer van de goddelijke genaden, om er het kanaal van te kunnen worden. De zegeningen die zij heeft ontvangen, moeten neerdalen op de geestelijke schepping. God is in haar als levensbron voor Christus ledematen. Zij ontving slechts zoveel, om te kunnen geven.
Bovendien drijft de liefde haar aan. De wet van de liefde, vooral van de moederliefde, is geven. Maria vloeit van leven en zaligheid over en wij hebben er behoefte aan. Kunt gij u een ware moeder verbeelden, die, als zij gelukkig is, niet branden zou van verlangen, ook haar kinderen gelukkig te maken? In waarheid, het door Maria vloeiende goddelijke leven deelt zij ook mee aan ons. Maria is voor ons slechts liefde, zich gevende liefde.
Ons geluk is slechts te vinden in de verwezenlijking van onze bovennatuurlijke roeping. "Geprezen zij God," zegt Sint Paulus, "de Vader van Onze Heer Jezus Christus, die ons in Hem heeft uitverkoren voor de grondvesting van de wereld, om heilig en vlekkeloos in de liefde te zijn". Van alle eeuwigheid heeft God aan ons gedacht en, in zijn liefde, voor ons vastgesteld, welke volmaaktheid wij moeten bereiken; Hij wil onze gelijkvormigheid aan zijn Zoon. "Hen die Hij vooruit heeft gekend, heeft Hij ook voorbestemd, om gelijkvormig te worden aan het beeld van zijn Zoon." Dát is de christelijke roeping: ons aan Christus gelijkvormig maken, "het beeld van Christus" worden, leven als Christus.
In welke máte moet ieder van ons Jezus gelijkenis in zich weergeven? Dat is het geheim van God. Maria ként echter de geheimvolle verborgenheid van onze eeuwige voorbestemming. Zij kent de persoonlijke roeping van ieder onzer. Zij weet wat ik zijn moet. Haar moederlijke liefde nu maakt haar bezorgd voor mijn geestelijke toekomst. Bij de verwezenlijking van die roeping is zij werkelijk mijn leidster, mijn hulp, mijn kracht. Het geestelijke leven is een leven in wording, elke dag. Het heeft zijn groei, maar ook zijn verrassingen en beproevingen, zijn onbestendigheden en mislukkingen. De Moeder van de goddelijke genade leidt de groei; daarvoor wendt zij haar zachtheid, haar liefderijke behulpzaamheid, haar tedere zorg, heel haar moederlijke medelijden aan.
Vóór alles tracht zij ons de zucht naar God te geven, ons het verlangen naar het goddelijke leven in te boezemen. Aan alle groei toch ligt het verlangen ten grondslag. Zij herinnert zich, hoe haar Zoon Jezus in de zuilenhallen van de Tempel staande, tot de menigte riep: "Zo iemand dorst heeft, Hij kome tot Mij en drinke". De christen die God wil zoeken, vindt Hem spoedig. Sprak Jezus niet tot de zalige Angela van Foligno: "Wilde iemand Mij in zijn geest gewaar worden, Ik zou mij niet aan hem onttrekken. Wilde iemand Mij zien, Ik zou Mij met de grootste blijdschap aan hem vertonen. Wilde iemand met Mij spreken, Ik zou Mij in de grootste vreugde met hem onderhouden".
De ondervinding leert, dat zij die met Maria leven, met een levendige hoop zijn bezield op de verwerkelijking van hun christelijke roeping. Sint Paulus wenste, dat "wij, geworteld en gegrondvest in de liefde, geschikt zouden worden, om met alle heiligen te begrijpen, welke de breedte en de lengte, de hoogte en de diepte is, geschikt zelfs om te kennen de liefde van Christus, die alle kennis overtreft, en dat wij vervuld zouden zijn met alle volheid Gods". Eerst dus moeten wij wensen, naar die "volheid van God", naar de innige vereniging met Jezus te verlángen.
Maar de Moeder van de genade bezit die "volheid" voor ons, en zij kan onze ziel geschikt maken, om ze te ontvangen. Haar moederschap heeft tot taak, u tot ledematen van Christus te maken. Daarom wil zij u "Jezus tonen" alle dagen van uw leven, en u leren Hem te zoeken in de plichten van uw staat, in uw werk, uw lijden en in de andere ledematen van de mystieke Christus.
"De Zoon van de mensen," zeide Jezus, "is gekomen, niet om gediend te worden, maar om te dienen." Zó dacht ook zijn Moeder. Haar leven kende de arbeid.
Wat zij deed? Wat de vrouwen van Nazareth nóg doen. Zie ze slechts in haar primitieve woningen, die onderaardse, in het rotsgesteente van de heuvelhelling uitgegraven vertrekken, zoals ook ongeveer het huis van Joseph was. Zorgvuldig laten zij het oog over een armoedig huisgezin gaan; zij maken de maaltijden gereed, malen het koren, kneden het deeg, bakken het brood en halen aan Nazareths enige bron het water, dat zij op galilese wijze, de kruik op het hoofd, weg dragen. "De gezegende onder de vrouwen" deed dit alles dagelijks. Haar moederhanden, die het Jezuskind droegen, gebruikte zij met zorg voor het eentonig, huishoudelijk werk van elke dag. En, omdat het Gods wil was, deed zij het met liefde.
Haar werk was een akt van aanbidding, de nederige dienst voor de glorie van de hoogste en heiligste Heer. Met een liefdevolle nederigheid kweet zij er zich van. Een vermoeiende arbeid verrichten, was voor haar de gerechtigheid vervullen. Het was zich op voortreffelijke wijze vernederen, niet slechts voor de wil van God, die de mens beval zijn brood te winnen in het zweet van zijn aangezicht, maar voor het ondoorgrondelijke wezen van God, die haar zo heerlijk had begunstigd.
En dan, was zij niet de Moeder van de Verlosser? Evenals haar Zoon, gaf zij zich aan de boetedoening van het werk, van lastig werk, van de bezigheden van de armen.
Maria nodigt ook óns tot werken uit: tot de arbeid, die Godsverering is, de nederige erkenning van Gods opperste rechten, en tevens de dienst van de naaste. Het is billijk, dat wij, zondaars, in vereniging met Christus, al onze krachten inspannen in de dienst van Hém, die ons zozeer heeft liefgehad. Billijk is het ook, dat Christus ledematen zich ten beste geven voor elkander. Het christelijk werk is een uitwisseling van dienstbetoning.
De arbeid is voor het menselijk geslacht wel een smartelijk mysterie; door de erfzonde werd hij een straf, een bittere straf. Maar hij is ook een mysterie van vreugde. Zeide Jezus niet: "Mijn Vader werkt, en ook Ik werk"? Denken wij dan ook bij onze zware arbeid aan dit goddelijk werken. Door de arbeid verlenen wij aan Gods heiligend werk in de wereld gedeeltelijk onze medewerking. Toen God de mens op aarde bracht, was zijn schepping voltooid, maar óns blijft de taak, haar te ordenen, haar naar God te richten, haar Gods glorie te doen zingen. Ja, de schepping is voor ons niet zozeer een schouwspel om gade te slaan, dan wel een goddelijk werk, dat op onze voltooiing wacht. "Zij smacht," zegt ons Sint Paulus, "reikhalzend naar de openbaring van de kinderen Gods ..... heel de schepping zucht en kreunt in barensweeën."
Hóé moeten wij echter werken? Denken wij aan Nazareth. Jezus en Maria werkten niet ten koste van hun innerlijke leven. Hun werk deed nooit aan hun beschouwing te kort. Als Jezus Zich bevond in de werkplaats van Sint Joseph of op de wegen van Galilea, altijd kon Hij zeggen: "Ik ben in mijn Vader". Ook Maria bleef voortdurend in beschouwing en in de liefde van haar God; dit was de vaste bodem van haar innerlijke leven, waarop alle uiterlijke handelingen steun vonden, waaruit al haar mysteriën opbloeiden. En Sint Paulus vraagt het van ons, als hij zegt: "Wat gij ook doet in woord of in werk, doet alles in de naam van de Heer Jezus, door Hem dank zeggend aan God de Vader". Het werk van de met God verenigde zielen is veel dienstiger voor Gods glorie en het zielenheil dan dat van de gewone christenen, door de liefde die hen drijft. Hun werkzaamheid is niet gevaarlijk meer voor hun innerlijke leven; hun werk wordt liefde. De grootste beslommeringen zelfs, zo Gods ze maar wil, schaden hun vereniging met de Heer allerminst. "Als zijn geest zich van de uwe heeft meester gemaakt," zeide de eerbiedwaardige Maria van de Menswording, "en Hij het diepst van uw ziel beheerst, om u, door een blik van liefde, in een innige en blijvende vereniging met zijn goddelijke Majesteit te houden, dan kunnen al uw bezigheden dat goddelijke verkeer niet meer verstoren. Zij voegde er evenwel aan toe: "Ik zeg: in het diepst van uw ziel, want het is niet mogelijk, zich in deze wereld met tijdelijke zaken bezig te houden, zonder op een behoorlijke manier het oordeel en het verstand er bij te gebruiken. Maar in die staat van vereniging en verkeer met God in het hoogste zieledeel verliest men zijn heilige tegenwoordigheid niet".
Bij dat vermoeiende werk zal het dikwijls gebeuren, dat de liefde niet wordt gevoeld, en ze slechts leiding geeft aan de kracht van de wil. Toch blijft Gods dienaar in de beoefening van de liefde; en "die in de liefde blijft, blijft in God, en God blijft in hem".
De liefde tot de naaste is een bovennatuurlijke, ja goddelijke deugd, dat wil zeggen, een van die hogere deugden, die onmiddellijk God betreffen. "De liefde waarmee wij de naaste beminnen," zegt Sint Thomas, "is dezelfde als die waarmee wij God beminnen." Wij hebben dan ook niet de vrijheid, onze naaste te beminnen of niet te beminnen. Christus heeft er ons absoluut toe verplicht. "Mijn gebod is, dat gij elkaar liefhebt, zoals Ik u heb liefgehad." De broederlijke liefde is het eigen kenmerk van de christen. "Hieraan zal men erkennen, dat gij mijn leerlingen zijt, als gij elkander liefhebt." De eeuwige Vader sprak tot de heilige Catharina van Siëna: "Zodra de ziel Mij bemint, bemint ze ook de naaste, anders is haar liefde niet waarachtig, want de liefde tot Mij en tot de naaste zijn slechts één. Hoe meer de ziel Mij bemint, des te meer bemint zij de naaste." Deze vereniging van de liefde tot God en de naaste is zo nauw, dat Sint Paulus zelfs durft zeggen: "Hij die zijn naaste bemint, heeft de wet vervuld". En Sint Joannes zegt: "Wij weten, dat wij uit de dood tot het leven zijn overgegaan, omdat wij onze broeders beminnen. Die niet bemint, blijft in de dood".
De dienst van de naaste is een onmiddellijke vrucht van de goddelijke vereniging. Het is een kenmerk van het goede, zich mede te delen. Het oneindig Goed stort van eeuwigheid Zich uit in de persoon van het Woord en in de persoon van de Heilige Geest en ten laatste vloeit het zelfs in overvloed uit naar buiten, in de schepping. Deelt nu een schepsel in deze goddelijke Goedheid, dan gevoelt het aanstonds het verlangen, zich aan andere mee te delen. Hoe meer de ziel bezit, des te meer wil zij geven. Hoe meer God in haar is, des te meer wordt zij er toe aangedreven, God mede te delen. Die wet verklaart ook de wederzijdse lichtuitstraling van de engelen; de engelen van hógere rang, die God méér bezitten en genieten, haasten zich, aan de engelen van lágere rang van hun kennis en hun geluk mee te delen. Zo ook de heiligen; hoe meer zij God kennen en beminnen, des te meer worden zij er toe gedrongen, hun licht en hun liefde mee te delen aan hun broeders. Het is dan ook volkomen juist, de inwendige staat van een ziel te beoordelen naar haar echte, zuivere naastenliefde. "O onze Verrijzenis," riep de heilige Catharina van Siëna uit, "machtige en eeuwige Drieëenheid, doe dan mijn ziel naar buiten uitbreken! O Verlosser, onze Verrijzenis, eeuwige Drieëenheid, Vuur dat altijd brandt, nooit uitdooft, nooit kan verminderen, zelfs dán niet, als Gij U aan geheel de aarde meedeelt..... ik bezweer U, beweeg krachtig mijn ziel en ontvlam ze voor het heil van de wereld."
Maria had voor haar naaste een brandende, onmetelijke liefde en die liefde vloeide voort uit haar liefde tot God. "Ik bid voor hen," zeide Jezus, haar Zoon, tot zijn Vader, "omdat zij de uwen zijn." Beschouwde Maria de onuitsprekelijke goddelijke liefde voor de zielen; beschouwde zij de Vader, die, na ze uit louter liefde te hebben geschapen, en zo rijkelijk begiftigd, ze tot de eeuwige zaligheid riep; de Zoon, die voor haar mens werd, ze moeizaam ging zoeken en leed, om ze gelukkig te maken; de Heilige Geest van liefde en waarheid, die zonder ophouden werkt, om ze te zuiveren, te heiligen, in glorie te verheffen; beschouwde Maria "die al te grote liefde", wat elk ogenblik geschiede, dan voelde zij zich aangegrepen door een grenzenloze liefde voor alle zielen, dochters van de Vader, ledematen van de Zoon, tabernakels van de Heilige Geest, en bovendien háár kinderen. Dan sprak zij in haar hart, evenals Jezus: "Ik geef mijn leven voor mijn schapen".
Voor óns leefde ze. Voor óns bad ze geheel haar leven. Weliswaar was haar gebed allereerst aanbidding van de Godheid en dankzegging; maar onmiddellijk daarna werd het een smeekbede voor ons. Door dit gebed schonk zij God grote vreugde, zij wist het; aan het goddelijk leven gaf zij immers de gelegenheid, zich uit te storten? Want, wil God zijn goederen schenken, dan wacht Hij op het gebed. Zij was dan ook de deelgenote van zijn barmhartigheid.
Tot de engel zeide Maria, dat zij de dienstmaagd van de Heer was; zij had er aan toe kunnen voegen, dat zij ook de dienstmaagd van de mensen was. In de mysteriën van haar leven neemt de dienst van de mensheid een voorname plaats in. Marias antwoord bij de Menswording is een akt van onmetelijke liefde voor de mensen, die zij nu tot haar kinderen aanneemt. De liefde voert haar ook ijlings naar Elisabeth heen. Haar liefde dringt haar Zoon, te Cana zijn openbaring te vervroegen en zijn eerste wonder te doen. Haar liefde doet haar op Calvarië bitter lijden.
Waar ontvlamde dat grote vuur? Om de ware oorsprong te vinden van de liefde voor de zielen, van het apostolische ijvervuur, moet men teruggaan naar hetgeen in Marias schoot geschiedde, op het ogenblik van de Menswording. Sint Paulus zette dit uiteen in zijn brief aan de Hebreeën: "Bij zijn intrede in de wereld sprak Christus: Offers noch gaven hebt Gij gewild, maar een Lichaam hebt Gij Mij bereid. Brand- en zoenoffers behaagden U niet. Toen zeide Ik: "Zie Ik kom, om uw wil te doen, o God!"...... Uit kracht van die wil zijn wij eens en voor al geheiligd door het Offer van Jezus Christus". Later hoorde Maria haar Zoon dit verrassende woord tot de apostelen zeggen, echo van het "Ecce venio", gesproken in haar schoot: "Daarom bemint Mijn Vader Mij, omdat Ik mijn leven voor u geef".
God wilde de mensen redden door de dood van Zijn Zoon, en omdat Jezus die wil van zijn Vader aanvaardde, beminde de Vader Hem. Het apostolaat, de dienst van de naaste bestaat dus op de eerste plaats in het offer dat het goddelijk leven mededeelt. Voor dit God verheerlijkende offer is het Woord vlees geworden: "Ja, Vader, ik ben voor dit uur gekomen, Vader, verheerlijk uw naam!".
Overweeg nu eens de veréniging van Jezus en Maria, en gij zult haar geweldig vlammende ijver begrijpen. Zij óók heeft haar "Ecce venio" gesproken, dat tot uiting kwam in het voor ons gebrachte offer van haar Zoon. Heel haar genade-rijkdom als moeder van het mystieke Lichaam neemt haar op in het offer en dus ook in het apostolaat. Goddelijke levenswoorden wil zij uitzenden en God verheerlijken door ledematen van Christus te vormen.
Dit maakt duidelijk, dat de dienst van de naaste niet in koortsige bedrijvigheid bestaat, maar vóór alles in gebed en offer. Offergeest is waarachtige apostelgeest; apostelen zijn zij die in Christus liefde zichzelf geven. Koningin van de apostelen is daarom Maria.
Het woord dat Jezus bij zijn intrede in de wereld sprak: "Ecce venio: Mijn God, hier ben ik, om uw wil te doen", is een samenvatting van geheel zijn leven. Het woord dat Maria tot de aartsengel zeide: "Zie de dienstmaagd des Heren", vat ook geheel háár leven samen. Beiden leefden naar het woord, bij het begin van hun zending gesproken, machtige kreet van hun ootmoed, die de diepste grond van hun ziel blootlegde. Zij waren gehoorzaam, en de heilige Schrift zegt ons: "tot aan de dood, ja, tot aan de dood van het kruis". Heel hun kinderlijke liefde voor de Vader heeft zich vertolkt en voltooid in een liefdevolle en grenzenloze gehoorzaamheid. "Mijn voedsel is de wil te doen van Hem die Mij gezonden heeft." "Ik doe altijd wat Hem behaagt."
Tot deze geest van gehoorzaamheid roept Maria ook óns. Hij is het bewijs, het hoogste bewijs van liefde. "Wie mijn geboden heeft en ze onderhoudt, hij is het die Mij liefheeft; maar wie Mij liefheeft, zal door mijn Vader worden bemind en ook Ik zelf zal hem beminnen en Mij aan hem openbaren."
Wij allen zijn verplicht te beminnen. Maar wie kan verzekeren, dat hij waarlijk liefheeft? De natuurlijke gevoeligheid kan sommigen doen menen, in de geestelijke wegen al gevorderd te zijn, omdat ze gemakkelijk tot tranen worden bewogen en tot beloften gedreven. Jezus woorden geven ons zekerheid, waar de gevoelens ons in het onzekere laten: de liefde is in de gehoorzaamheid gelegen.
De gehoorzaamheid nu leidt binnen in de vereniging met God: "Hij zal door mijn Vader bemind worden". De afhankelijkheid van God bewerkt het gehecht-zijn aan God. De beoefende, betuigde en getrouwe liefde wekt wederzijds vertrouwen, een innige saamhorigheid. De gehoorzame christen die Gods wil boven alles liefheeft en zich aan zijn rechten wijdt, is met Hem nog slechts "één en dezelfde geest", zegt Sint Paulus. Hij voedt zich met God. Sint Vincentius a Paulo zeide dan ook: "God is een aanhoudende communie voor de ziel die zijn wil doet".
Jezus sprak over de gehoorzaamheid een verwonderingwekkend woord en juist naar aanleiding van Onze Lieve Vrouwe: "Alwie de wil van mijn Vader doet, hij is mijn broeder en mijn zuster en mijn moeder". "Hij is mijn moeder": "Hij ontvangt geestelijkerwijze het Woord door het geloof," verklaart de heilige Beda, "hij doet Het geboren worden, hij voedt Het in zijn eigen hart en in het hart van de naaste, door de beoefening van het goede". Dit is de grote taak van de christen: God doen geboren worden. Men kan enigszins de verdienste schatten van de ziel die leeft in de geest van gehoorzaamheid. Haar minste werken zijn heilig. Dan geen alledaags en onbeduidend leven meer; de gehoorzaamheid geeft voor God aan alles waarde. Daardoor was Marias zo nederig leven, zo glorievol voor God. Als de christen de wil van God volgt, is hij nooit meer alleen; hij kan dan met Jezus zeggen: "Mijn Vader, die Mij heeft gezonden, heeft Mij niet alleen gelaten, maar altijd met en in Mij blijvend, verricht Hij waarlijk al mijn werken".
Het leven van Maria was een volmaakt en standvastig "ja" op de wil van God, een volledig "ja", dat haar geheel overgaf aan God; daarom kon de Vader door haar zijn groot mysterie voltrekken. Door de gehoorzaamheid ook brengt Maria óns er toe, onze roeping werkelijkheid te doen worden. Heeft Sint Paulus niet gezegd: "Dit is de wil van God, dat gij heilig zijt"?
Zonder ophouden werkt de heilige Drieëenheid aan de verwezenlijking van die wil. Denk eens wat er gebeuren zou, als God door onze gesteltenis in staat was, volkomen het door Hem begeerde doel te bereiken. Wat een overvloed van genaden op de dag, dat onze gehoorzaamheid aan zijn liefde zou beantwoorden! En wat een vreugde voor Gods Moeder; dan immers kwamen de grote plannen van God tot uitvoering: de voltooiing van de volledige Christus, dat is van Christus mystiek Lichaam in de heiligen.
VERVOLG OPENBARINGEN VAN DE H. BRIGITTA VAN ZWEDEN.
OVER DE STILZWIJGENDHEID.
KAP. 6.
Ter handhaving van het gewichtige punt van stilzwijgen, is het van s morgens vroeg tot na de gezongen Mis der H. Maagd niemand geoorloofd te spreken, tenzij in geval van noodzakelijkheid en met verlof der Abdis. Als deze Mis geëindigd is, is het op de bevoegde plaatsen, tusschen de kerkelijke uren, tot dat de gebeden voor den maaltijd gezegd worden, geoorloofd te spreken over geestelijke dingen, over aangelegenheden der orde en over werkelijk nodige zaken. Lichtzinnige en ijdele woorden moeten echter overal en altijd vermeden worden. Na de dankzegging in de kerk kunnen de zusters zich weer met elkander onderhouden tot dat zij de Vespers beginnen, en dan zullen zij het stilzwijgen weer nauwkeurig onderhouden, tot zij in de kerk na het avondmaal de dankgebeden gedaan hebben. Ook gedurende den korten tijd die er tusschen de dankzegging en de collatie verloopt, is het toegestaan te spreken. Zodra echter de collatie begonnen is, moet men met alle zorg het stilzwijgen onderhouden, tot dat den volgenden dag de gezongen Mis, ter eere der glorieuze H. Maagd, geëindigd is. Tot al de voorgeschreven bepalingen betrekkelijk het stilzwijgen zijn al de zusters verbonden, met uitneming van diegenen welke aangesteld zijn in zulke bedieningen, waarvan men zich zonder te spreken niet behoorlijk kan kwijten. Trouwens alles moet redelijker wijze geschieden en de gelegenheid tot het kwaad afgesneden worden.
23-05-2011
AAN ALLE LEZERS VAN DIT BLOG EEN GEZEGENDE MAANDAG.