Foto
TOESPRAAK VAN PATER PETAR
  • Deel 1
  • Deel 2
  • Deel 3
  • Deel 4
  • Deel 5
  • Deel 6
  • Deel 7
  • Deel 8
  • Deel 9
  • Foto
    Foto
    Het  logo  van  het  Bisdom  Gent  van  MG.  Van  Looy
     
    Origen
    Quantcast
    Met hulp en medewerking van John Pont is dit blog gemaakt
    HOUD UW LAMPEN BRANDEND.
         Image and video hosting by TinyPic
    For this blog to translate into language of your choice? Select your language below.
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
     2 prachtige pps-jes hierboven van Godelieve en ook Mama rechts heeft ze gemaakt
    Klik op de banner en bekijk nog veel meer moois op haar blog
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Klik op de banner hier beneden en ga eens langs bij Lenie voor nog meer moois
    Alle Ave Maria pps-jes hierboven zijn van haar
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Gastenboek

    Druk oponderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek

    Foto
    Wonder

    31-05-2011
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Luc. 6:41-42.

    Je bent een kind van Mijn koninkrijk waar licht en liefde heerst in overvloed en waar duisternis geen plaats heeft. Sta op in je bestemming want satan heeft niets aan je en je hebt niets met hem. Wees niet kritisch, veroordelend, afwijzend, afkeurend of aanvallend, want deze dingen geven de duivel bezit van je ziel. Ik zeg opnieuw, weersta hem om je te gebruiken als een instrument van zijn duivelse bedoelingen. Laat Mijn koninkrijk meer openbaar worden in en door je, zegt de Heer.


    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.VERHEERLIJKING AAN MARIA.
    Klik op de afbeelding om de link te volgen Nelly.

    Bijlagen:
    Presentatie1.ppt (8 MB)   


    30-05-2011
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.AAN ALLE LEZERS VAN DIT BLOG EEN GEZEGENDE MAANDAG.

    N. ( M ).

    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Akte Van Liede tot het Heilig Bloed.
    Akte van Liefde tot het Heilig Bloed  pps

    N.


    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Ochtendgebed tot Maria om Bescherming.

    Ochtendgebet tot Maria  pps

    N.



    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.'t Was alsof de wind ...
     

    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Boodschap van 25 mei 2011. ( Medjugorje ).

    "Lieve kinderen,

    Vandaag gaat mijn gebed uit naar jullie allen die genade en bekering zoeken. Jullie kloppen aan de deur van mijn hart maar zonder hoop en zonder gebed, in zonde, en zonder het Sacrament van de verzoening met God.

    Neem afstand van de zonde en beslis, kindertjes, voor de heiligheid.

    Alleen zo kan ik jullie helpen, jullie gebeden horen en voor jullie tussenkomen bij de Allerhoogste. Dank dat jullie aan mijn oproep gehoor hebben gegeven."


    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.LITANIE TER ERE VAN HET HEILIG HART VAN JEZUS.

    - Op 12 juni is het Pinksteren en laten we de Heilige Geest over ons komen. 


    LITANIE TER ERE VAN HET HEILIG HART VAN JEZUS (1° versie)

    (Vrijdag na de 2de zondag na Pinksteren)

    - Heer, ontferm U over ons, Christus ontferm U over ons.

    - Heer, ontferm U over ons, Christus aanhoor ons. Christus verhoor ons.

    - God, Hemelse Vader, ontferm U over ons.

    - God Zoon, Verlosser van de wereld, ontferm U over ons.

    - God, Heilige Geest, ontferm U over ons.

    - Heilige Drievuldigheid, één God, ontferm U over ons.

    - Hart van Jezus, de Zoon van de eeuwige Vader, ontferm U over ons.

    - Hart van Jezus, door de Heilige Geest in de schoot van de Moedermaagd gevormd, ontferm U over ons.

    - Hart van Jezus, wezenlijk verenigd met het Woord van God, ontferm U over ons.

    - Hart van Jezus, oneindige majesteit, ontferm U over ons.

    - Hart van Jezus, heilige tempel van God, ontferm U over ons.

    - Hart van Jezus, woontent van de Allerhoogste, ontferm U over ons.

    - Hart van Jezus, huis van God en poort van de Hemel, ontferm U over ons.

    - Hart van Jezus, gloeiende oven van liefde, ontferm U over ons.

    - Hart van Jezus, schatkamer van gerechtigheid en van liefde, ontferm U over ons.

    - Hart van Jezus, vol goedheid en liefde, ontferm U over ons.

    - Hart van Jezus, peilloze diepte van alle deugden, ontferm U over ons.

    - Hart van Jezus, alle lofprijzingen overwaardig, ontferm U over ons.

    - Hart van Jezus, Koning en middelpunt van alle harten, ontferm U over ons.

    - Hart van Jezus, waarin alle schatten van wijsheid en van wetenschap zijn, ontferm U over ons.

    - Hart van Jezus, waarin de Godheid in alle volheid woont, ontferm U over ons.

    - Hart van Jezus, waarin de Vader zijn welbehagen heeft gesteld, ontferm U over ons.

    - Hart van Jezus, dat ons allen deelgenoot hebt gemaakt van uw oneindige rijkdom, ontferm U over ons.

    - Hart van Jezus, verlangen van de eeuwige heuvelen, ontferm U over ons.

    - Hart van Jezus, geduldig en groot in barmhartigheid, ontferm U over ons.

    - Hart van Jezus, mild voor allen, die U aanroepen, ontferm U over ons.

    - Hart van Jezus, bron van leven en van heiligheid, ontferm U over ons.

    - Hart van Jezus, verzoening voor onze zonden, ontferm U over ons.

    - Hart van Jezus, van versmadingen verzadigd, ontferm U over ons.

    - Hart van Jezus, om onze misdaden gebroken, ontferm U over ons.

    - Hart van Jezus, gehoorzaam geworden tot de dood, ontferm U over ons.

    - Hart van Jezus, met een lans doorstoken, ontferm U over ons.

    - Hart van Jezus, bron van alle troost, ontferm U over ons.

    - Hart van Jezus, ons leven en onze verrijzenis, ontferm U over ons.

    - Hart van Jezus, onze vrede en onze verzoening, ontferm U over ons.

    - Hart van Jezus, slachtoffer voor de zondaars, ontferm U over ons.

    - Hart van Jezus, heil van hen, die op U hopen, ontferm U over ons.

    - Hart van Jezus, hoop van ben, die in U sterven, ontferm U over ons.

    - Hart van Jezus, hoogste vreugde van alle heiligen, ontferm U over ons.

    Lam Gods, dat de zonden van de wereld wegneemt, spaar ons Heer.

    Lam Gods, dat de zonden van de wereld wegneemt, verhoor ons Heer.

    Lam Gods, dat de zonden van de wereld wegneemt, ontferm U over ons, Heer.

    Jezus, zachtmoedig en nederig van Hart, maak ons hart aan het Uwe gelijkvormig.

     

    Laat ons bidden

    Almachtige, eeuwige God, zie neder op Hart van uw zeer beminde Zoon en op de lofprijzingen en voldoeningen, die Hij U in naam van de zondaars opdraagt. Laat U verzoenen en verleen vergiffenis aan hen, die uw barmhartigheid afsmeken, in de Naam van dezelfde Jezus Christus, uw Zoon, die met U leeft en heerst in de eeuwen der eeuwen. Amen.

    Toewijding aan het Allerheiligste Hart van Jezus.

    Heer Jezus, Verlosser van het mensdom, zie ons hier in alle nederigheid voor U neergeknield. Wij behoren U toe en willen U ook toebehoren maar om nog inniger met U verbonden te zijn, wijdt ieder van ons zich heden vrijwillig toe aan uw Heilig Hart. Velen hebben U nooit gekend. Velen hebben uw Geboden veracht en zich van U afgekeerd.

    Goede Jezus heb Medelijden met hen en trek allen tot uw Heilige Hart.

    Wees Koning, Heer, niet alleen over de getrouwen die zich nooit van U hebben verwijderd, maar ook over hen die, als de verloren zoon, U hebben verlaten. Laat ze spoedig terugkeren naar het Vaderhuis, opdat, opdat zij niet van ellende en honger omkomen.

    Wees Koning over hen die door dwaling misleid of door scheuring zijn afgescheiden. Breng hen terug in de haven van de Waarheid en tot de eenheid van het Geloof opdat er weldra één kudde zou zijn en één Herder.

    Wees Koning over allen die nog leven in de duisternis van een dwaalleer zonder God. Leid hen tot het Licht van uw Rijk.

    Heer, geef aan uw Kerk ongestoorde vrede en vrijheid. Schenk aan alle volkeren orde en rust. Laat over heel de aarde deze ene kreet weerklinken: Eer aan het Goddelijk Hart dat ons Heil heeft gebracht! Aan dat Hart zijn eer en lof in eeuwigheid. Amen.

     

     

     

    LITANIE TER ERE VAN HET HEILIG HART VAN JEZUS (2° versie)

    (Vrijdag na de 2de zondag na Pinksteren)

    - Heer, ontferm U over ons, Christus ontferm U over ons.

    - Heer, ontferm U over ons, Christus aanhoor ons. Christus verhoor ons.

    - God, Hemelse Vader, ontferm U over ons.

    - God Zoon, Verlosser van de wereld, ontferm U over ons.

    - God, Heilige Geest, ontferm U over ons.

    - Heilige Drievuldigheid, één God, ontferm U over ons.

    - Hart van Jezus, Zoon van de eeuwige Vader, ontferm U over ons.

    - Hart van Jezus, in de schoot van de Moedermaagd door de heilige Geest gevormd, ontferm U over ons.

    - Hart van Jezus, met het Woord van God zelfstandig verenigd, ontferm U over ons.

    - Hart van Jezus, van oneindige Majesteit, ontferm U over ons.

    - Hart van Jezus, heilige tempel van God, ontferm U over ons.

    - Hart van Jezus, tabernakel van de Allerhoogste, ontferm U over ons.

    - Hart van Jezus, huis van God en deur des hemels, ontferm U over ons.

    - Hart van Jezus, brandoven van liefde, ontferm U over ons.

    - Hart van Jezus, blakende gloed van liefde, ontferm U over ons.

    - Hart van Jezus, heiligdom van rechtvaardigheid en liefde, ontferm U over ons.

    - Hart van Jezus, bergplaats van rechtvaardigheid en liefde, ontferm U over ons.

    - Hart van Jezus, vol goedheid en liefde, ontferm U over ons.

    - Hart van Jezus, afgrond van alle deugden, ontferm U over ons.

    - Hart van Jezus, alle lof hoogstwaardig, ontferm U over ons.

    - Hart van Jezus, Koning en middelpunt van alle harten, ontferm U over ons.

    - Hart van Jezus, waarin alle schatten van de wijsheid en van de wetenschap zijn, ontferm U over ons.

    - Hart van Jezus, waarin al de volheid der Godheid woont, ontferm U over ons.

    - Hart van Jezus, in wie de Vader zijn welbehagen vindt, ontferm U over ons.

    - Hart van Jezus, uit wiens volheid wij allen ontvangen hebben, ontferm U over ons.

    - Hart van Jezus, verlangen van de eeuwige heuvelen, ontferm U over ons.

    - Hart van Jezus, geduldig en allerbarmhartigst, ontferm U over ons.

    - Hart van Jezus, mild voor allen die U aanroepen, ontferm U over ons.

    - Hart van Jezus, bron van leven en heiligheid, ontferm U over ons.

    - Hart van Jezus, zoenoffer voor onze zonden, ontferm U over ons.

    - Hart van Jezus, van versmadingen verzadigd, ontferm U over ons.

    - Hart van Jezus, om onze zonden vermorzeld, ontferm U over ons.

    - Hart van Jezus, tot de dood gehoorzaam, ontferm U over ons.

    - Hart van Jezus, met de lans doorstoken, ontferm U over ons.

    - Hart van Jezus, bron van alle troost, ontferm U over ons.

    - Hart van Jezus, ons leven en onze verrijzenis, ontferm U over ons.

    - Hart van Jezus, onze vrede en onze verzoening, ontferm U over ons.

    - Hart van Jezus, slachtoffer der zondaars, ontferm U over ons.

    - Hart van Jezus, zaligheid van die in u hopen, ontferm U over ons.

    - Hart van Jezus, hoop van die in u sterven, ontferm U over ons.

    - Hart van Jezus, wellust aller heiligen, ontferm U over ons.

    Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, spaar ons, Heer.

    Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, verhoor ons, Heer.

    Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, ontferm U over ons, Heer.

    Jezus, zachtmoedig en ootmoedig van Hart, maak ons hart aan het uwe gelijk.

    Laat ons bidden

    Almachtige en eeuwige God, zie nederig op het Hart van uw allerliefste Zoon, en op de lofprijzingen en voldoeningen, welke Hij U in Naam der zondaars opdraagt; en door deze bevredigd, verleen aan hen, die uw barmhartigheid afsmeken, vergiffenis, in de naam van diezelfde Jezus-Christus uw Zoon, die met U leeft en heerst in de eenheid van de Heilige Geest, in de eeuwen der eeuwen. Amen.

    Gebed voor de komst van het Rijk van Jezus’ Heilige Hart.

    Heilig Hart van Jezus, zend uw overvloedige zegeningen over de H. Kerk, over onze Opperherder en over al de priesters; geef aan de rechtvaardigen de volharding; bekeer de zondaars; verlicht de gelovigen; zegen onze ouders, onze vrienden, onze weldoeners, sta de stervende mensen bij; verlos de zielen uit het Vagevuur en bevestig over al de harten het zoete Rijk uwer Liefde. Amen.

     

     

    LITANIE TER ERE VAN HET HEILIG HART VAN JEZUS (3° versie)

    (Vrijdag na de 2de zondag na Pinksteren)

    - Heer, ontferm U over ons, Christus, ontferm U over ons.

    - Heer, ontferm U over ons, Christus, aanhoor ons. Christus, verhoor ons.

    - God, hemelse Vader, ontferm U over ons.

    - God Zoon, Verlosser van de wereld, ontferm U over ons.

    - God, Heilige Geest, ontferm U over ons.

    - Heilige Drievuldigheid, één God, ontferm U over ons.

    - Heilig Hart van Jezus, zelfstandig met het Woord verenigd, ontferm U over ons.

    - Heilig Hart van Jezus, heiligdom der Godheid, ontferm U over ons.

    - Heilig Hart van Jezus, tempel van de Heilige Drievuldigheid, ontferm U over ons.

    - Heilig Hart van Jezus, afgrond van wijsheid, ontferm U over ons.

    - Heilig Hart van Jezus, zee van goedheid, ontferm U over ons.

    - Heilig Hart van Jezus, troon van barmhartigheid, ontferm U over ons.

    - Heilig Hart van Jezus, onuitputtelijke schat, ontferm U over ons.

    - Heilig Hart van Jezus, uit wiens volheid wij alles hebben ontvangen, ontferm U over ons.

    - Heilig Hart van Jezus, onze vrede en onze verzoening, ontferm U over ons.

    - Heilig Hart van Jezus, voorbeeld van alle deugden, ontferm U over ons.

    - Heilig Hart van Jezus, dat ons bemint, en welk door een oneindige liefde verdient bemind te worden, ontferm U over ons.

    - Heilig Hart van Jezus, oneindig gehoorzaam, ontferm U over ons.

    - Heilig Hart van Jezus, oneindig goed, ontferm U over ons.

    - Heilig Hart van Jezus, bron van levend water, dat tot in het eeuwige leven opwekt, ontferm U over ons.

    - Heilig Hart van Jezus, voorwerp van het welbehagen van de hemelse vader, ontferm U over ons.

    - Heilig Hart van Jezus, om onzentwil met bitterheid vervuld, ontferm U over ons.

    - Heilig Hart van Jezus, tot de dood toe bedroefd in de Olijfhof, ontferm U over ons.

    - Heilig Hart van Jezus, met hoon en schande verzadigd, ontferm U over ons.

    - Heilig Hart van Jezus, uit liefde tot ons gewond, ontferm U over ons.

    - Heilig Hart van Jezus, met een lans doorstoken, ontferm U over ons.

    - Heilig Hart van Jezus, van bloed uitgeput op het kruis, ontferm U over ons.

    - Heilig Hart van Jezus, van droefheid voor onze misdaden verbrijzeld, ontferm U over ons.

    - Heilig Hart van Jezus, nog alle dagen door ondankbare mensen in het Sacrament van uw liefde doorstoken, ontferm U over ons.

    - Heilig Hart van Jezus, toevlucht van de zondaars, ontferm U over ons.

    - Hart van Jezus, sterkte van de machtelozen, ontferm U over ons.

    - Hart van Jezus, troost van de bedrukten, ontferm U over ons.

    - Hart van Jezus, volharding van de rechtvaardigen, ontferm U over ons.

    - Hart van Jezus, zaligheid van hen die op U vertrouwen, ontferm U over ons.

    - Hart van Jezus, beschermer van allen die U toegedaan zijn, ontferm U over ons.

    - Hart van Jezus, zoete vreugd van al uw heiligen, ontferm U over ons.

    - Hart van Jezus, onze toevlucht in de gevaren die ons omringen, ontferm U over ons.

    Lam Gods dat wegneemt de zonden der wereld, spaar ons, Heer.

    Lam Gods dat wegneemt de zonden der wereld, verhoor ons, Heer

    Lam Gods dat wegneemt de zonden der wereld, ontferm U over ons, Heer

    O Jezus, zachtmoedig en ootmoedig van hart, maak ons hart aan het uwe gelijk.

    Laat ons bidden

    Heer Jezus, die door een nieuwe weldaad U gewaardigd hebt aan uw Kerk de onuitsprekelijke rijkdommen van uw Goddelijk Hart te openen, geef dat wij aan de liefde van dit Allerheiligste Hart mogen beantwoorden, en dat de smaad die is toegebracht door de ondankbaarheid van de mensen aan datzelfde Allerheiligste Hart, door waardige dienstbewijzen vergoed wordt. Dit vragen wij U, die leeft en heerst met de Vader en de Heilige Geest, God in alle eeuwen der eeuwen. Amen.

    LITANIE TER ERE VAN HET HEILIG HART VAN JEZUS (4° versie)

    HART CHRISTI-LITANIE (Gertrude von Lefort)

    (Vrijdag na de 2de zondag na Pinksteren)

    - Heer, ontferm U over ons, Christus ontferm U over ons.

    - Heer, ontferm U over ons, Christus aanhoor ons. Christus verhoor ons.

    - God, Hemelse Vader, ontferm U over ons.

    - God Zoon, Verlosser van de wereld, ontferm U over ons.

    - God, Heilige Geest, ontferm U over ons.

    - Heilige Drievuldigheid, één God, ontferm U over ons.

    - Nu wil ik uit bidden de gloed van mijn ziel, zoals men een grote litanie bidt.

    - Ik wil een lofzang zingen, die geen lied is, maar liefde!

    - Heilig Hart, goddelijk Hart, almachtige Hart, purperen geheimenis aller dingen: wees geliefd, Liefde, Eeuwige Liefde, wees eeuwig geliefd!

    - Gij vuurhaard in de ijzige wereldnacht, wees geliefd, Liefde, Eeuwige Liefde, wees eeuwig geliefd!

    - Gij vlammenschaduw over de valse schittering der wereld, wees geliefd, Liefde, eeuwige Liefde, wees eeuwig geliefd!

    - Gij eenzaam Hart, wees geliefd, Liefde, Eeuwige Liefde, wees eeuwig geliefd!

    - Gij laaiend Hart, wees geliefd, Liefde, Eeuwige Liefde, wees eeuwig geliefd!

    - Gij ondoofbaar Hart, wees geliefd, Liefde, Eeuwige Liefde, wees eeuwig geliefd!

    - Gij Hart, diep als de nachten die geen aanschijn meer hebben, wees geliefd, Liefde, Eeuwige Liefde, wees eeuwig geliefd!

    - Gij Hart, teer als kinderen die nog geen bitterheid kennen, wees geliefd, Liefde, Eeuwige Liefde, wees eeuwig geliefd!

    - Gij koningshart in het gloeiend gewaad van uw bloed, wees geliefd, Liefde, Eeuwige Liefde, wees eeuwig geliefd!

    - Gij broederhart in de wilde smaad van uw doornenkroon, wees geliefd, Liefde, Eeuwige Liefde, wees eeuwig geliefd!

    - Gij brekend Hart in de starre tooi van uw doodwonden, wees geliefd, Liefde, Eeuwige Liefde, wees eeuwig geliefd!

    - Gij ‘van de troon gestoten Hart’, wees geliefd, Liefde, Eeuwige Liefde, wees eeuwig geliefd!

    - Gij verraden Hart, wees geliefd, Liefde, Eeuwige Liefde, wees eeuwig geliefd!

    - Gij gruwzaam gemarteld Hart, wees geliefd, Liefde, Eeuwige Liefde, wees eeuwig geliefd!

    - Gij Hart, waarin de verscheurdheid wordt tot één volk, wij bidden u om uw liefde.

    - Gij Hart, waarin de gehele wereld wordt tot één volk, wij wijden ons aan uw liefde.

    - Dat uw dag ons aller harten in uw Hart verbrande, wij wijden ons aan uw liefde.

    - Gij geweldig Hart, onontkoombaar Hart, wij wijden ons aan uw liefde.

    - Gij Hart, waaruit de hemelen hun glorie putten, wij wijden ons aan uw liefde.

    - Gij Hart, waaruit de zalige geesten hun zaligheid scheppen, wij wijden ons aan uw liefde.

    - Gij wereld gebiedend Hart, wij wijden ons aan uw liefde.

    - Gij wereld overwinnend Hart, wij wijden ons aan uw liefde.

    - Te voorschijn brandt de dag van uw eeuwige liefde, wij wijden ons aan uw liefde.

    - Enig Hart, Amen -- amen!

    Lam Gods dat wegneemt de zonden der wereld, spaar ons, Heer.

    Lam Gods dat wegneemt de zonden der wereld, verhoor ons, Heer

    Lam Gods dat wegneemt de zonden der wereld, ontferm U over ons, Heer

    O Jezus, zachtmoedig en ootmoedig van hart, maak ons hart aan het uwe gelijk.

    Laat ons bidden

    Heer Jezus, die door een nieuwe weldaad U gewaardigd hebt aan uw Kerk de onuitsprekelijke rijkdommen van uw Goddelijk Hart te openen, geef dat wij aan de liefde van dit Allerheiligste Hart mogen beantwoorden, en dat de smaad die is toegebracht door de ondankbaarheid van de mensen aan datzelfde Allerheiligste Hart, door waardige dienstbewijzen vergoed wordt. Dit vragen wij U, die leeft en heerst met de Vader en de Heilige Geest, God in alle eeuwen der eeuwen. Amen.


    Het dagelijks gebed hierbij is:

    Kom, heilige Geest,
    vervul de harten van uw gelovigen,
    en ontsteek in hen het vuur van uw liefde.
    Zend uw Geest uit
    en alles zal herschapen worden.
    En Gij zult het aanzien van de aarde vernieuwen.

    Laat ons bidden.
    God, Gij hebt de harten van de gelovigen
    door de verlichting van de heilige Geest onderwezen;
    geef, dat wij door die heilige Geest
    de ware wijsheid mogen bezitten
    en ons altijd over zijn vertroosting verblijden.
    Door Christus onze Heer. Amen.


     


    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Een spiritueel roosje uit mijn doosje.

    "Stralend als de dageraad,

    als het zonlicht zondeloos,

    gloeiend als een gouden roos,

    in een Koninklijke staat" (Hymne, getijdenboek, 1384).

    Alles door Maria,

    Maria, Moeder van de schone Liefde, in U vloeien schoonheid en liefde ineen.

    Ongedwongen schenk ik U mijn geest en zweef op het ritme van uw Hart met U mee.

    Immers uw zachte en sterke geest, zo nederig en zuiver, bekoort mijn ziel.

    Maria hemelkoningin, door uw liefde sluimert de sublieme schoonheid van de Gouden Roos.

    Door Jezus Christus, met Jezus Christus, in Jezus Christus en voor Jezus Christus.

    Alles met Maria,

    Maria, Moeder van de schone liefde, Gij zijt voor mij de rode draad door heel mijn leven.

    Deze draad gesponnen met uw goddelijke deugden, weeft Gij door elk spiritueel roosje heen.

    Zo leer ik in alle eenvoud de wil van mijn Liefdelerares met hart en ziel beminnen.

    Maria hemelkoningin, met uw liefde sluimert de sublieme schoonheid van de Gouden Roos.

    Door Jezus Christus, met Jezus Christus, in Jezus Christus en voor Jezus Christus.

    Alles in Maria,

    Maria, Moeder van de schone Liefde, in uw Hart wil ik mij verbergen.

    Mij veilig verschuilen in uw rijkdom van zoetheid, vreugde en tedere geborgenheid.

    In uw prachtlievendheid wordt mijn broos rozenblaadje moederlijk omhuld door diepe vrede.

    Maria hemelkoningin, in uw liefde sluimert de sublieme schoonheid van de Gouden Roos.

    Door Jezus Christus, met Jezus Christus, in Jezus Christus en voor Jezus Christus.

    Alles voor Maria,

    Maria, Moeder van de schone Liefde, voor U ben ik in mijn kleinheid een open boek.

    Voor U verlang ik een kind te zijn waarin Gij uw liefdesdroom wil verwezenlijken.

    Moedermaagd voor U prevel ik dankbaar mijn rozenkrans, om U te loven en te bezingen.

    Maria hemelkoningin, voor uw liefde sluimert de sublieme schoonheid van de Gouden Roos.

    Door Jezus Christus, met Jezus Christus, in Jezus Christus en voor Jezus Christus.

    Verenigd in de Krans van Rozen, de Moederlijke zegen,

    Lea.

    Mei 2011.

     


    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Herman Wijns 1931 - 1941. Deel 6 - Indrukwekkende uitvaart.

    27/04 - Deel 6 - Indrukwekkende uitvaart

    Herman Wijns 1931 - 1941

    Zaterdag nog springlevend op school, maandagavond dood in een ziekenhuisbed, na een ongeluk met een glasplaat dat een dodelijke wond aan de knieholte veroorzaakte; dat was het wrede lot van Herman Wijns.

    Herman Wijns had tijdens zijn korte leven indruk gemaakt op iedereen die hem leerde kennen.

    De kist wordt vanuit de woning in de Wuytslei 23 naar de lijkwagen gebracht

    Eerlijk en open, toegewijd en voor zijn leeftijd soms verrassend volwassen.

    Hoeveel indruk hij tijdens zijn leven had gemaakt bleek tijdens de uitvaart die heel het openbare leven in Merksem een dag stilzette.

    Dinsdag 27 mei 1941
    De dag na het overlijden van Herman was een moeilijke dag voor vader en moeder Wijns.

    Hun enig kind was hen door een banaal ongeval (en wellicht enkele medische blunders erna) ontnomen, en het was voor vader Wijns dan ook onverdraaglijk zijn zoon achter te moeten laten in het onpersoonlijke dodenhuisje op de Bredabaan.

    Daarom arrangeerde Maria Van Mol, een zus van vader en Hermans liefste tante, dat Herman thuis mocht worden opgebaard.

    Onkel Mon was schrijnwerker en maakte voor Herman een kistje.

    Die werd op de eikenhouten tafel in de voorkamer van het huis Wuytslei 23 geplaatst en met geleend materiaal werd een rouwkapel ingericht.

    Tijdens de dagen voor de begrafenis stelde men een aantal eigenaardigheden vast.

    Zo trad de normale lijkstijfheid niet op.

    De handen en armen schoven telkens weg, waardoor men ze moest stutten en vastbinden.

    Een massa volk is op de been voor een 10-jarige jongen

    Ook lieten Hermans ogen zich niet sluiten, want hoe men ook zijn best deed, zijn ogen vielen telkens weer open.

    “Alsof hij nog een oogje op de wereld wilde houden.”

    Het verschijnsel werd ook door de artsen vreemd gevonden, maar hun conclusies zijn helaas verloren gegaan toen het doktersattest met veel andere waardevolle archieven in 1944 tijdens de brand van het oude gemeentehuis werd vernietigd.

    De begrafenis zou vrijdag de 30e plaatsvinden en tijdens de drie dagen die Herman thuis lag opgebaard sloeg het verdriet van de ouders om in verbittering, vooral bij moeder Johanna.

    “Wij hebben altijd ons best gedaan als christelijke mensen; wij hebben voortdurend harde, vernederende beproevingen gekend en nu wordt ons ons enige kind ontnomen...!”

    Vader vond steun in zijn geloof: “Had ik toen het gebed niet gehad, dan had ik de hand aan mezelf geslagen”

    De familieleden - alleen mannen! - volgende lijkwagen en de bloemen op weg naar de St. Bartholomeuskerk

    Vader en moeder Wijns brachten de nachten voor de begrafenis door bij Maria Van Mol, maar overdag vond vader alleen troost aan de kist van zijn zoon, waar hij de tijd vertwijfeld biddend doorbracht.

    Het verlies van een kind, iets ergers kan een mens bijna niet overkomen.

    30 mei 1941
    Het regende lichtjes op die windstille lentedag in 1941, alsof de natuur mee treurde.

    Heel Merksem leek uitgelopen voor de uitvaart en mensen die het meemaakten herinneren zich de begrafenis van Herman Wijns als iets uitzonderlijks.

    Bij het buitenbrengen van de kist ontstond er dan ook een serieus gedrang aan de woning in de Wuytslei toen de vele aanwezigen het kistje wilden aanraken.

    Eens de politie de orde weer een beetje hersteld had en Pastoor Michielsens en zijn drie onderpastoors hun misdienaar aan huis waren komen begroeten en zegenen ging de stoet in een zee van bloemen naar de St. Bartholomeuskerk.

    De rolluiken op de Bredabaan waren neergelaten en heel Merksem viel even stil.

    Vader Wijns - met zakdoek voor het gezicht - heeft het moeilijk tijdens de tocht naar de kerk

    Ook aan de kerk was een erehaag van bloemen gevormd, maar terwijl Merksem een van zijn meest religieuze momenten beleefde onderging vader Wijns het hele schouwspel als leed, roof en onbegrijpelijk.

    Na de dienst in de St. Bartholomeuskerk werd Herman naar het kerkhof in de Van Heybeeckstraat gedragen, waar hij in het familiegraf werd gelegd.

    De plaats was eigenlijk voorzien voor een ander familielid, maar die stond zijn plaats graag af aan zijn neefje.

    Aan de rand van het graf stonden Hermans schoolmakkers, en vooral op hen moet de uitvaart - het zal voor velen de eerste keer zijn geweest - een grote indruk hebben gemaakt.

    Maar ze waren niet de enigen.

    Mensen gingen na afloop niet - zoals gebruikelijk na een begrafenis - op café : “Als ge zoiets hebt meegemaakt, dan gaat ge in stilte naar huis.”

    Kanunnik-onderpastoor Pijpers zei naderhand: “Ik heb het geluk gehad in mijn leven in persoonlijk contact te zijn geweest met twee heiligen: eerst met priester Edward Poppe, later met mijn misdienaar Herman Wijns.”

    “Wat zal onze kerk leeg zijn nu we Herman moeten missen,” bedacht een andere priester.

    De dagen na de begrafenis bleven de bloemen toestromen op Hermans graf en als snel was er sprake van een heuse verering.

    Reeds in 1942 (!) verscheen het eerste boekje over het leven van Herman en in de jaren die volgden verschenen er wereldwijd artikelen en nog een heel aantal boekjes over Herman.

    Het eerste graf van Herman. Vanwege de vele exvoto's was er al gauw ruimtegebrek en werd de kist in 1957 opgegraven en verplaatst naar de huidige ligplaats vlak naast het zwembad

    Veel mensen beweerden op voorspraak van Herman een gunst van God te hebben ontvangen: genezing of een succesvolle operatie.

    Al kort na de begrafenis verschijnen er dankplaatjes (exvoto's) aan zijn graf, om Herman te bedanken.

    Eén ervan drukt mooi uit waarom Herman wereldwijd beroemd is en er in sommige katholieke landen (Mexico!) zelfs foto's in alle schoolklassen hangen met Herman als voorbeeld voor de jeugd: "Hier rust in zalige vrede een grote vriend van Onze Lieve Heer."

    “Spijtig dat wij geen andere kinderen hadden, wij konden niet vergelijken. Wij hebben het op dat moment nooit gezien, dat Herman anders was dan andere kinderen,” zou moeder Johanna Dens na Hermans dood nog vaak opmerken.

    In 1958 was het aantal exvoto's zo gegroeid dat het graf - midden op de begraafplaats - verplaatst moest worden.

    Inmiddels neemt het nieuwe graf meer dan 100 m² in beslag en staan er om en nabij 4.000 dankbetuigingen rond.

    Elke eerste vrijdag van de maand trekt de mis die bij zijn graf wordt opgedragen honderden bezoekers en elke dinsdag komt een steeds groeiende gebedsgroep samen aan het bed van Herman, in het Herman Wijns Huis in de Van Heybeeckstraat 23.

    Een museumpje dat een bezoek meer dan waard is, maar daarover een andere keer meer.

    Hoewel maar weinig Merksemnaren Herman Wijns kennen is hij wereldberoemd.

    Het graf van Herman Wijns anno 2006: een bedevaartsoord, waar dagelijks mensen komen bidden en waar elke eerste vrijdag van de maand een mis wordt opgedragen. De huidige ruimte schiet alweer tekort om de vele exvoto's te kunnen plaatsen

    Stond hij werkelijk in contact met God of was het een vroeg rijpe, toegewijde en vooral diepgelovige jongen die dankzij zijn innemende persoonlijkheid indruk maakte op iedereen die hem leerde kennen?

    Is zijn verering inderdaad spontaan ontstaan of zijn de machinaties van de katholieke kerk in gang gezet en is Hermans verering niets anders dan een geslaagde marketingcampagne van enkele missionarissen?

    De vele mensen die menen door Herman te zijn geholpen zijn er heilig van overtuigd dat Herman nog steeds in contact staat met God en nog steeds mensen helpt.

    63 Jaar na de dood van Herman is de Wuytslei weer het toneel van een massale samenkomst vanwege de dood van een bewoner van de straat.

    De 23-jarige Reda Bouyagroumni werd op 16 september 2005 doodgereden door een bus op de Bredabaan.

    Vanwege het nodeloze karakter van het ongeval werd de herdenking een protest tegen de toestand op de Bredabaan.

    Mysterisch of toeval: Reda Bouyagroumni woonde op nummer 23...

     


    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen."Het Teken van de Mensenzoon " (Schriften van Madeleine)

    NEGEN EN DERTIGSTE VERSCHIJNING

    28 december 1975, om 17.15 uur, de vierde dag

    Eerst verschijnt het Licht en dan Jezus, zijn handen naar Madeleine uitgestrekt. Hij lacht haar toe :

    "De vierde dag"

    Zoals telkens laat Hij met een langzaam gebaar van zijn linkerhand zijn Hart zien. Direkt stromen er rode en witte stralen uit. Hij brengt zijn rechterhand naar voren met de palm zichtbaar. Madeleine herhaalt wat Jezus haar voorzegt :

    Zodra zij mijn Boodschap kennen, zal Ik de stralen van mijn genade over de heidenen uitstorten, en over allen die Mij nog niet kennen.

    "Onze Vader..."

    Madeleine vervolgt : "die in de hemel zijt... "

    "Wees gegroet Maria..."

    Madeleine vervolgt, maar slechts twee keer omdat zij de derde vergeet.

    Hierna :

    Door uw smarten Lijden, Heer, ontferm U over ons en over de hele wereld.

    Jezus brengt zijn handen naar voren, heft zijn ogen ten hemel en zegt luider :

    Eer aan God in den hoge. En Vrede op aarde aan de mensen die Hij liefheeft.

    En terwijl Hij naar Madeleine kijkt :

    Maakt het Kruisteken."

    Madeleine komt weer bij zinnen en haar lichamelijke ogen zien Jezus niet meer.


    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Moeder Maria, Hulp van de Christenen.

    Maar Maria is moeder en de glorie van de moeder is de vruchtbaarheid. Heeft God haar zo groot gemaakt en in staat gesteld, alle levensschatten in zich te besluiten, dan is het, om ze uit te storten. Zij is het ruime meer van de goddelijke genaden, om er het kanaal van te kunnen worden. De zegeningen die zij heeft ontvangen, moeten neerdalen op de geestelijke schepping. God is in haar als levensbron voor Christus’ ledematen. Zij ontving slechts zoveel, om te kunnen geven.

    Bovendien drijft de liefde haar aan. De wet van de liefde, vooral van de moederliefde, is geven. Maria vloeit van leven en zaligheid over en wij hebben er behoefte aan. Kunt gij u een ware moeder verbeelden, die, als zij gelukkig is, niet branden zou van verlangen, ook haar kinderen gelukkig te maken? In waarheid, het door Maria vloeiende goddelijke leven deelt zij ook mee aan ons. Maria is voor ons slechts liefde, zich gevende liefde.

    Ons geluk is slechts te vinden in de verwezenlijking van onze bovennatuurlijke roeping. "Geprezen zij God," zegt Sint Paulus, "de Vader van Onze Heer Jezus Christus, die ons in Hem heeft uitverkoren voor de grondvesting van de wereld, om heilig en vlekkeloos in de liefde te zijn". Van alle eeuwigheid heeft God aan ons gedacht en, in zijn liefde, voor ons vastgesteld, welke volmaaktheid wij moeten bereiken; Hij wil onze gelijkvormigheid aan zijn Zoon. "Hen die Hij vooruit heeft gekend, heeft Hij ook voorbestemd, om gelijkvormig te worden aan het beeld van zijn Zoon." Dát is de christelijke roeping: ons aan Christus gelijkvormig maken, "het beeld van Christus" worden, leven als Christus.

    In welke máte moet ieder van ons Jezus’ gelijkenis in zich weergeven? Dat is het geheim van God. Maria ként echter de geheimvolle verborgenheid van onze eeuwige voorbestemming. Zij kent de persoonlijke roeping van ieder onzer. Zij weet wat ik zijn moet. Haar moederlijke liefde nu maakt haar bezorgd voor mijn geestelijke toekomst. Bij de verwezenlijking van die roeping is zij werkelijk mijn leidster, mijn hulp, mijn kracht. Het geestelijke leven is een leven in wording, elke dag. Het heeft zijn groei, maar ook zijn verrassingen en beproevingen, zijn onbestendigheden en mislukkingen. De Moeder van de goddelijke genade leidt de groei; daarvoor wendt zij haar zachtheid, haar liefderijke behulpzaamheid, haar tedere zorg, heel haar moederlijke medelijden aan.

    Vóór alles tracht zij ons de zucht naar God te geven, ons het verlangen naar het goddelijke leven in te boezemen. Aan alle groei toch ligt het verlangen ten grondslag. Zij herinnert zich, hoe haar Zoon Jezus in de zuilenhallen van de Tempel staande, tot de menigte riep: "Zo iemand dorst heeft, Hij kome tot Mij en drinke". De christen die God wil zoeken, vindt Hem spoedig. Sprak Jezus niet tot de zalige Angela van Foligno: "Wilde iemand Mij in zijn geest gewaar worden, Ik zou mij niet aan hem onttrekken. Wilde iemand Mij zien, Ik zou Mij met de grootste blijdschap aan hem vertonen. Wilde iemand met Mij spreken, Ik zou Mij in de grootste vreugde met hem onderhouden".

    De ondervinding leert, dat zij die met Maria leven, met een levendige hoop zijn bezield op de verwerkelijking van hun christelijke roeping. Sint Paulus wenste, dat "wij, geworteld en gegrondvest in de liefde, geschikt zouden worden, om met alle heiligen te begrijpen, welke de breedte en de lengte, de hoogte en de diepte is, geschikt zelfs om te kennen de liefde van Christus, die alle kennis overtreft, en dat wij vervuld zouden zijn met alle volheid Gods". Eerst dus moeten wij wensen, naar die "volheid van God", naar de innige vereniging met Jezus te verlángen.

    Maar de Moeder van de genade bezit die "volheid" voor ons, en zij kan onze ziel geschikt maken, om ze te ontvangen. Haar moederschap heeft tot taak, u tot ledematen van Christus te maken. Daarom wil zij u "Jezus tonen" alle dagen van uw leven, en u leren Hem te zoeken in de plichten van uw staat, in uw werk, uw lijden en in de andere ledematen van de mystieke Christus.

    "De Zoon van de mensen," zeide Jezus, "is gekomen, niet om gediend te worden, maar om te dienen." Zó dacht ook zijn Moeder. Haar leven kende de arbeid.

    Wat zij deed? Wat de vrouwen van Nazareth nóg doen. Zie ze slechts in haar primitieve woningen, die onderaardse, in het rotsgesteente van de heuvelhelling uitgegraven vertrekken, zoals ook ongeveer het huis van Joseph was. Zorgvuldig laten zij het oog over een armoedig huisgezin gaan; zij maken de maaltijden gereed, malen het koren, kneden het deeg, bakken het brood en halen aan Nazareths enige bron het water, dat zij op galilese wijze, de kruik op het hoofd, weg dragen. "De gezegende onder de vrouwen" deed dit alles dagelijks. Haar moederhanden, die het Jezuskind droegen, gebruikte zij met zorg voor het eentonig, huishoudelijk werk van elke dag. En, omdat het Gods wil was, deed zij het met liefde.

    Haar werk was een akt van aanbidding, de nederige dienst voor de glorie van de hoogste en heiligste Heer. Met een liefdevolle nederigheid kweet zij er zich van. Een vermoeiende arbeid verrichten, was voor haar de gerechtigheid vervullen. Het was zich op voortreffelijke wijze vernederen, niet slechts voor de wil van God, die de mens beval zijn brood te winnen in het zweet van zijn aangezicht, maar voor het ondoorgrondelijke wezen van God, die haar zo heerlijk had begunstigd.

    En dan, was zij niet de Moeder van de Verlosser? Evenals haar Zoon, gaf zij zich aan de boetedoening van het werk, van lastig werk, van de bezigheden van de armen.

    Maria nodigt ook óns tot werken uit: tot de arbeid, die Godsverering is, de nederige erkenning van Gods opperste rechten, en tevens de dienst van de naaste. Het is billijk, dat wij, zondaars, in vereniging met Christus, al onze krachten inspannen in de dienst van Hém, die ons zozeer heeft liefgehad. Billijk is het ook, dat Christus’ ledematen zich ten beste geven voor elkander. Het christelijk werk is een uitwisseling van dienstbetoning.

    De arbeid is voor het menselijk geslacht wel een smartelijk mysterie; door de erfzonde werd hij een straf, een bittere straf. Maar hij is ook een mysterie van vreugde. Zeide Jezus niet: "Mijn Vader werkt, en ook Ik werk"? Denken wij dan ook bij onze zware arbeid aan dit goddelijk werken. Door de arbeid verlenen wij aan Gods heiligend werk in de wereld gedeeltelijk onze medewerking. Toen God de mens op aarde bracht, was zijn schepping voltooid, maar óns blijft de taak, haar te ordenen, haar naar God te richten, haar Gods glorie te doen zingen. Ja, de schepping is voor ons niet zozeer een schouwspel om gade te slaan, dan wel een goddelijk werk, dat op onze voltooiing wacht. "Zij smacht," zegt ons Sint Paulus, "reikhalzend naar de openbaring van de kinderen Gods ..... heel de schepping zucht en kreunt in barensweeën."

    Hóé moeten wij echter werken? Denken wij aan Nazareth. Jezus en Maria werkten niet ten koste van hun innerlijke leven. Hun werk deed nooit aan hun beschouwing te kort. Als Jezus Zich bevond in de werkplaats van Sint Joseph of op de wegen van Galilea, altijd kon Hij zeggen: "Ik ben in mijn Vader". Ook Maria bleef voortdurend in beschouwing en in de liefde van haar God; dit was de vaste bodem van haar innerlijke leven, waarop alle uiterlijke handelingen steun vonden, waaruit al haar mysteriën opbloeiden. En Sint Paulus vraagt het van ons, als hij zegt: "Wat gij ook doet in woord of in werk, doet alles in de naam van de Heer Jezus, door Hem dank zeggend aan God de Vader". Het werk van de met God verenigde zielen is veel dienstiger voor Gods glorie en het zielenheil dan dat van de gewone christenen, door de liefde die hen drijft. Hun werkzaamheid is niet gevaarlijk meer voor hun innerlijke leven; hun werk wordt liefde. De grootste beslommeringen zelfs, zo Gods ze maar wil, schaden hun vereniging met de Heer allerminst. "Als zijn geest zich van de uwe heeft meester gemaakt," zeide de eerbiedwaardige Maria van de Menswording, "en Hij het diepst van uw ziel beheerst, om u, door een blik van liefde, in een innige en blijvende vereniging met zijn goddelijke Majesteit te houden, dan kunnen al uw bezigheden dat goddelijke verkeer niet meer verstoren. Zij voegde er evenwel aan toe: "Ik zeg: in het diepst van uw ziel, want het is niet mogelijk, zich in deze wereld met tijdelijke zaken bezig te houden, zonder op een behoorlijke manier het oordeel en het verstand er bij te gebruiken. Maar in die staat van vereniging en verkeer met God in het hoogste zieledeel verliest men zijn heilige tegenwoordigheid niet".

    Bij dat vermoeiende werk zal het dikwijls gebeuren, dat de liefde niet wordt gevoeld, en ze slechts leiding geeft aan de kracht van de wil. Toch blijft Gods dienaar in de beoefening van de liefde; en "die in de liefde blijft, blijft in God, en God blijft in hem".

    De liefde tot de naaste is een bovennatuurlijke, ja goddelijke deugd, dat wil zeggen, een van die hogere deugden, die onmiddellijk God betreffen. "De liefde waarmee wij de naaste beminnen," zegt Sint Thomas, "is dezelfde als die waarmee wij God beminnen." Wij hebben dan ook niet de vrijheid, onze naaste te beminnen of niet te beminnen. Christus heeft er ons absoluut toe verplicht. "Mijn gebod is, dat gij elkaar liefhebt, zoals Ik u heb liefgehad." De broederlijke liefde is het eigen kenmerk van de christen. "Hieraan zal men erkennen, dat gij mijn leerlingen zijt, als gij elkander liefhebt." De eeuwige Vader sprak tot de heilige Catharina van Siëna: "Zodra de ziel Mij bemint, bemint ze ook de naaste, anders is haar liefde niet waarachtig, want de liefde tot Mij en tot de naaste zijn slechts één. Hoe meer de ziel Mij bemint, des te meer bemint zij de naaste." Deze vereniging van de liefde tot God en de naaste is zo nauw, dat Sint Paulus zelfs durft zeggen: "Hij die zijn naaste bemint, heeft de wet vervuld". En Sint Joannes zegt: "Wij weten, dat wij uit de dood tot het leven zijn overgegaan, omdat wij onze broeders beminnen. Die niet bemint, blijft in de dood".

    De dienst van de naaste is een onmiddellijke vrucht van de goddelijke vereniging. Het is een kenmerk van het goede, zich mede te delen. Het oneindig Goed stort van eeuwigheid Zich uit in de persoon van het Woord en in de persoon van de Heilige Geest en ten laatste vloeit het zelfs in overvloed uit naar buiten, in de schepping. Deelt nu een schepsel in deze goddelijke Goedheid, dan gevoelt het aanstonds het verlangen, zich aan andere mee te delen. Hoe meer de ziel bezit, des te meer wil zij geven. Hoe meer God in haar is, des te meer wordt zij er toe aangedreven, God mede te delen. Die wet verklaart ook de wederzijdse lichtuitstraling van de engelen; de engelen van hógere rang, die God méér bezitten en genieten, haasten zich, aan de engelen van lágere rang van hun kennis en hun geluk mee te delen. Zo ook de heiligen; hoe meer zij God kennen en beminnen, des te meer worden zij er toe gedrongen, hun licht en hun liefde mee te delen aan hun broeders. Het is dan ook volkomen juist, de inwendige staat van een ziel te beoordelen naar haar echte, zuivere naastenliefde. "O onze Verrijzenis," riep de heilige Catharina van Siëna uit, "machtige en eeuwige Drieëenheid, doe dan mijn ziel naar buiten uitbreken! O Verlosser, onze Verrijzenis, eeuwige Drieëenheid, Vuur dat altijd brandt, nooit uitdooft, nooit kan verminderen, zelfs dán niet, als Gij U aan geheel de aarde meedeelt..... ik bezweer U, beweeg krachtig mijn ziel en ontvlam ze voor het heil van de wereld."

    Maria had voor haar naaste een brandende, onmetelijke liefde en die liefde vloeide voort uit haar liefde tot God. "Ik bid voor hen," zeide Jezus, haar Zoon, tot zijn Vader, "omdat zij de uwen zijn." Beschouwde Maria de onuitsprekelijke goddelijke liefde voor de zielen; beschouwde zij de Vader, die, na ze uit louter liefde te hebben geschapen, en zo rijkelijk begiftigd, ze tot de eeuwige zaligheid riep; de Zoon, die voor haar mens werd, ze moeizaam ging zoeken en leed, om ze gelukkig te maken; de Heilige Geest van liefde en waarheid, die zonder ophouden werkt, om ze te zuiveren, te heiligen, in glorie te verheffen; beschouwde Maria "die al te grote liefde", wat elk ogenblik geschiede, dan voelde zij zich aangegrepen door een grenzenloze liefde voor alle zielen, dochters van de Vader, ledematen van de Zoon, tabernakels van de Heilige Geest, en bovendien háár kinderen. Dan sprak zij in haar hart, evenals Jezus: "Ik geef mijn leven voor mijn schapen".

    Voor óns leefde ze. Voor óns bad ze geheel haar leven. Weliswaar was haar gebed allereerst aanbidding van de Godheid en dankzegging; maar onmiddellijk daarna werd het een smeekbede voor ons. Door dit gebed schonk zij God grote vreugde, zij wist het; aan het goddelijk leven gaf zij immers de gelegenheid, zich uit te storten? Want, wil God zijn goederen schenken, dan wacht Hij op het gebed. Zij was dan ook de deelgenote van zijn barmhartigheid.

    Tot de engel zeide Maria, dat zij de dienstmaagd van de Heer was; zij had er aan toe kunnen voegen, dat zij ook de dienstmaagd van de mensen was. In de mysteriën van haar leven neemt de dienst van de mensheid een voorname plaats in. Maria’s antwoord bij de Menswording is een akt van onmetelijke liefde voor de mensen, die zij nu tot haar kinderen aanneemt. De liefde voert haar ook ijlings naar Elisabeth heen. Haar liefde dringt haar Zoon, te Cana zijn openbaring te vervroegen en zijn eerste wonder te doen. Haar liefde doet haar op Calvarië bitter lijden.

    Waar ontvlamde dat grote vuur? Om de ware oorsprong te vinden van de liefde voor de zielen, van het apostolische ijvervuur, moet men teruggaan naar hetgeen in Maria’s schoot geschiedde, op het ogenblik van de Menswording. Sint Paulus zette dit uiteen in zijn brief aan de Hebreeën: "Bij zijn intrede in de wereld sprak Christus: Offers noch gaven hebt Gij gewild, maar een Lichaam hebt Gij Mij bereid. Brand- en zoenoffers behaagden U niet. Toen zeide Ik: "Zie Ik kom, om uw wil te doen, o God!"...... Uit kracht van die wil zijn wij eens en voor al geheiligd door het Offer van Jezus Christus". Later hoorde Maria haar Zoon dit verrassende woord tot de apostelen zeggen, echo van het "Ecce venio", gesproken in haar schoot: "Daarom bemint Mijn Vader Mij, omdat Ik mijn leven voor u geef".

    God wilde de mensen redden door de dood van Zijn Zoon, en omdat Jezus die wil van zijn Vader aanvaardde, beminde de Vader Hem. Het apostolaat, de dienst van de naaste bestaat dus op de eerste plaats in het offer dat het goddelijk leven mededeelt. Voor dit God verheerlijkende offer is het Woord vlees geworden: "Ja, Vader, ik ben voor dit uur gekomen, Vader, verheerlijk uw naam!".

    Overweeg nu eens de veréniging van Jezus en Maria, en gij zult haar geweldig vlammende ijver begrijpen. Zij óók heeft haar "Ecce venio" gesproken, dat tot uiting kwam in het voor ons gebrachte offer van haar Zoon. Heel haar genade-rijkdom als moeder van het mystieke Lichaam neemt haar op in het offer en dus ook in het apostolaat. Goddelijke levenswoorden wil zij uitzenden en God verheerlijken door ledematen van Christus te vormen.

    Dit maakt duidelijk, dat de dienst van de naaste niet in koortsige bedrijvigheid bestaat, maar vóór alles in gebed en offer. Offergeest is waarachtige apostelgeest; apostelen zijn zij die in Christus’ liefde zichzelf geven. Koningin van de apostelen is daarom Maria.

    Het woord dat Jezus bij zijn intrede in de wereld sprak: "Ecce venio: Mijn God, hier ben ik, om uw wil te doen", is een samenvatting van geheel zijn leven. Het woord dat Maria tot de aartsengel zeide: "Zie de dienstmaagd des Heren", vat ook geheel háár leven samen. Beiden leefden naar het woord, bij het begin van hun zending gesproken, machtige kreet van hun ootmoed, die de diepste grond van hun ziel blootlegde. Zij waren gehoorzaam, en de heilige Schrift zegt ons: "tot aan de dood, ja, tot aan de dood van het kruis". Heel hun kinderlijke liefde voor de Vader heeft zich vertolkt en voltooid in een liefdevolle en grenzenloze gehoorzaamheid. "Mijn voedsel is de wil te doen van Hem die Mij gezonden heeft." "Ik doe altijd wat Hem behaagt."

    Tot deze geest van gehoorzaamheid roept Maria ook óns. Hij is het bewijs, het hoogste bewijs van liefde. "Wie mijn geboden heeft en ze onderhoudt, hij is het die Mij liefheeft; maar wie Mij liefheeft, zal door mijn Vader worden bemind en ook Ik zelf zal hem beminnen en Mij aan hem openbaren."

    Wij allen zijn verplicht te beminnen. Maar wie kan verzekeren, dat hij waarlijk liefheeft? De natuurlijke gevoeligheid kan sommigen doen menen, in de geestelijke wegen al gevorderd te zijn, omdat ze gemakkelijk tot tranen worden bewogen en tot beloften gedreven. Jezus’ woorden geven ons zekerheid, waar de gevoelens ons in het onzekere laten: de liefde is in de gehoorzaamheid gelegen.

    De gehoorzaamheid nu leidt binnen in de vereniging met God: "Hij zal door mijn Vader bemind worden". De afhankelijkheid van God bewerkt het gehecht-zijn aan God. De beoefende, betuigde en getrouwe liefde wekt wederzijds vertrouwen, een innige saamhorigheid. De gehoorzame christen die Gods wil boven alles liefheeft en zich aan zijn rechten wijdt, is met Hem nog slechts "één en dezelfde geest", zegt Sint Paulus. Hij voedt zich met God. Sint Vincentius a Paulo zeide dan ook: "God is een aanhoudende communie voor de ziel die zijn wil doet".

    Jezus sprak over de gehoorzaamheid een verwonderingwekkend woord en juist naar aanleiding van Onze Lieve Vrouwe: "Alwie de wil van mijn Vader doet, hij is mijn broeder en mijn zuster en mijn moeder". "Hij is mijn moeder": "Hij ontvangt geestelijkerwijze het Woord door het geloof," verklaart de heilige Beda, "hij doet Het geboren worden, hij voedt Het in zijn eigen hart en in het hart van de naaste, door de beoefening van het goede". Dit is de grote taak van de christen: God doen geboren worden. Men kan enigszins de verdienste schatten van de ziel die leeft in de geest van gehoorzaamheid. Haar minste werken zijn heilig. Dan geen alledaags en onbeduidend leven meer; de gehoorzaamheid geeft voor God aan alles waarde. Daardoor was Maria’s zo nederig leven, zo glorievol voor God. Als de christen de wil van God volgt, is hij nooit meer alleen; hij kan dan met Jezus zeggen: "Mijn Vader, die Mij heeft gezonden, heeft Mij niet alleen gelaten, maar altijd met en in Mij blijvend, verricht Hij waarlijk al mijn werken".

    Het leven van Maria was een volmaakt en standvastig "ja" op de wil van God, een volledig "ja", dat haar geheel overgaf aan God; daarom kon de Vader door haar zijn groot mysterie voltrekken. Door de gehoorzaamheid ook brengt Maria óns er toe, onze roeping werkelijkheid te doen worden. Heeft Sint Paulus niet gezegd: "Dit is de wil van God, dat gij heilig zijt"?

    Zonder ophouden werkt de heilige Drieëenheid aan de verwezenlijking van die wil. Denk eens wat er gebeuren zou, als God door onze gesteltenis in staat was, volkomen het door Hem begeerde doel te bereiken. Wat een overvloed van genaden op de dag, dat onze gehoorzaamheid aan zijn liefde zou beantwoorden! En wat een vreugde voor Gods Moeder; dan immers kwamen de grote plannen van God tot uitvoering: de voltooiing van de volledige Christus, dat is van Christus’ mystiek Lichaam in de heiligen.

     

     


    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.VERVOLG OPENBARINGEN VAN DE H. BRIGITTA VAN ZWEDEN.

    OVER DE STILZWIJGENDHEID.

    KAP. 6.

    Ter handhaving van het gewichtige punt van stilzwijgen, is het van ’s morgens vroeg tot na de gezongen Mis der H. Maagd niemand geoorloofd te spreken, tenzij in geval van noodzakelijkheid en met verlof der Abdis. Als deze Mis geëindigd is, is het op de bevoegde plaatsen, tusschen de kerkelijke uren, tot dat de gebeden voor den maaltijd gezegd worden, geoorloofd te spreken over geestelijke dingen, over aangelegenheden der orde en over werkelijk nodige zaken. Lichtzinnige en ijdele woorden moeten echter overal en altijd vermeden worden. Na de dankzegging in de kerk kunnen de zusters zich weer met elkander onderhouden tot dat zij de Vespers beginnen, en dan zullen zij het stilzwijgen weer nauwkeurig onderhouden, tot zij in de kerk na het avondmaal de dankgebeden gedaan hebben. Ook gedurende den korten tijd die er tusschen de dankzegging en de collatie verloopt, is het toegestaan te spreken. Zodra echter de collatie begonnen is, moet men met alle zorg het stilzwijgen onderhouden, tot dat den volgenden dag de gezongen Mis, ter eere der glorieuze H. Maagd, geëindigd is. Tot al de voorgeschreven bepalingen betrekkelijk het stilzwijgen zijn al de zusters verbonden, met uitneming van diegenen welke aangesteld zijn in zulke bedieningen, waarvan men zich zonder te spreken niet behoorlijk kan kwijten. Trouwens alles moet redelijker wijze geschieden en de gelegenheid tot het kwaad afgesneden worden.


    23-05-2011
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.AAN ALLE LEZERS VAN DIT BLOG EEN GEZEGENDE MAANDAG.

    N. ( M ).

    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Jezus alles geef ik U. opwekking 582 .
     
    Jezus alles geef ik U. opwekking 582 .

    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Mijn Engel Daniël. ( Vasulla Ryden.)

    9  JULI  1986.

     

    Vrede  zij  met je;

    (Ik  twijfelde  weer. )

     

    Heb  je 

    Jahweh

     

    Altijd  bemind?

     

    Nee,  pas  na  het  schrijven;

     

    Heb  je  vrede  gehad  sinds  het  begin  van  je  liefde  voor

     

    Jahweh?

     

    …

     

    Antwoord!

     

    Ik ben  gelukkig.

     

    Koester  nooit  twee  liefdes;

     

    Ik  heb  er  maar  één.

     

    Doe  dan  anderen  bloeien;  Daniël,  dienaar  van  God; 


    Wordt  vervolgd.
     


    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Herman Wijns 1931 - 1941. ( 20/04 - Deel V: Onverwacht hemelwaarts ).

    20/04 - Deel V: Onverwacht hemelwaarts

    Herman Wijns 1931 - 1941

    Herman Wijns, 'de kleine pastoor', overleed op 26 mei 1941, 10 jaar oud. Zijn wonderbaarlijke uitspraken als kleine jongen en de vreemde uitstraling van zijn graf op de oude begraafplaats in de Van Heybeeckstraat hebben er een pelgrimsoord van gemaakt.

    Velen geloven dat Hermanneke geneest en rond zijn graf staan honderden dankbetuigingen van mensen die door hem van hun kwalen zouden zijn verlost.

    Hij is zelfs al meerdere keren 'gezien' door moderne profeten en heeft tegen zeker een dame 'gesproken'.

    Nog dagelijks wordt zijn graf door tientallen mensen bezocht en nog elke eerste vrijdag van de maand vindt er een massaal bezochte plechtigheid plaats.

    Wanneer Herman Wijns op 26 mei 1941 niet was overleden aan de gevolgen van een hersenvliesontsteking na een verwonding aan zijn knie was hij vorige week (15 maart) wellicht 75 jaar geworden.

    Maar er zijn dit jaar meer jubilea als het om Ons Hermanneke gaat.

    Zaterdag 27 mei vindt er in de St. Bartholomeuskerk de 21e Herman Wijns-dag plaats en wordt de 65e sterfdag van Herman gevierd.

    Kruisbeeld
    Zaterdag 24 mei 1941, het feest van O.L. Vrouw, begint voor Herman Wijns wondermooi, maar eindigt met een tragisch ongeval waaraan hij twee dagen later zal overlijden.

    Herman vereert O.L. Vrouw.

    De mis - die dag uiteraard aan O.L. Vrouw gewijd - was zeer mooi, vertelt hij aan zijn moeder terwijl hij zich klaar maakt om naar school te gaan.

    Moeder zegt hem dat hij die avond alleen thuis zal zijn, want vader heeft een vergadering en zij gaat met een vriendin naar de cinema.

    De laatste klassefoto: het 5e leerjaar (1940-1941) van St-Eduardus, bij broeder Eleazar

    Herman vindt het geen probleem om alleen thuis te blijven, maar tijdens de middagpauze raadt hij zijn moeder ineens ten zeerste af naar de cinema te gaan.

    Uiteraard wil moeder zich door haar tien-jarige zoon de les niet laten spellen, maar Herman volhardt en dreigt zelfs niet meer naar de kerk te zullen gaan als moeder toch naar de cinema gaat.

    Na schooltijd kwam hij thuis met een groot, besmeurd en stinkend kruis van Jezus, dat hij ergens in een vuilbak had gevonden.

    “Die smeerlappen,” roept hij, terwijl hij het probeert proper te maken.

    “Ja, vake, ik heb wat meegemaakt,” vertelt hij naderhand aan zijn vader, die zijn verontwaardiging eerst niet begrijpt.

    “Ik kom van school langs de Bredabaan en zie daar in een vuilnisbak een kruisbeeld. Ik dierf dat zomaar niet pakken... Ik ben er voorbij gegaan... Maar dan kon ik toch niet verder en ben ik teruggekeerd. Zo tot driemaal toe. Toen was het alsof ik Jezus hoorde roepen: 'Herman toch, gaat ge me hier in de vuilnis laten? Schaamt ge u over mij?' Toen kon ik het niet meer. Ik heb het kruis gepakt en ben naar huis gelopen.”

    Vader vindt het eerst niet goed dat Herman het kruis op zijn kamer hangt; hij heeft tenslotte al een kruis boven zijn bed hangen.

    “Maar vake, mag ik het op mijn kamer hangen? Uit eerherstel” probeert Herman.

    Vader is verrast door die uitspraak en geeft toe.

    Opgewekt rent Herman naar boven, timmert een nagel in de muur en hang het kruis boven zijn bed.

    Twee uur later verongelukt hij.

    Het ophangen van het kruis was zijn laatste bezoek aan zijn kamer.

    Plaaggeesten
    Nadat hij zich gewassen en verkleed heeft voor het Lof maakt Herman zijn huiswerk.

    Voor hij naar de kerk gaat moet hij nog een brief afgeven bij de slager in de Borrewaterstraat, een groffe kerel die veel vloekt.

    Dr. Maurice Timmermans, naar wie de zijstraat van de Bredabaan werd genoemd, was op de avond van de 24e mei de eerste arts die Herman behandelde

    Herman gaat er niet graag heen en daarom stelt zijn moeder voor met hem mee te gaan.

    Terwijl zijn moeder met de man spreekt gaat Herman met de twee zoontjes van de slager naar de kuikentjes in de tuin kijken.

    De kuikentjes zaten achter een staande glasplaat die tegen een klein hokje stond.

    Naast de slager nu woonde een vriend van Herman, Willy Gommeren.

    Toen die Hermans stem in de tuin hoorde en zijn naam riep is Herman op het hokje geklauterd om met zijn kameraad te kunnen praten.

    Het ging over de mis van de volgende ochtend, maar terwijl ze praatten sloeg het noodlot toe.

    De zoontjes van de slager, twee plaaggeesten gelijk hun vader, hadden een rubberen bal met water gevuld en begonnen Herman ermee nat te spuiten.

    Die wilde zijn goede kostuum droog houden en probeerde de waterstraal te ontwijken.

    Is hij dan van het dakje gesprongen of is hij gevallen?

    Het is onduidelijk.

    Herman viel in ieder geval op de rechtopstaande glasplaat, die brak en een lange scherf drong van achteren zijn knieholte binnen.

    Pees, zenuwen en een ader werden doorgesneden en door de vreselijke wond en het vele bloed was de paniek groot.

    Voor het eerst alleen
    Zijn moeder is op het geschreeuw afgekomen, treft haar zoon in de tuin met een verschrikkelijke wond aan zijn been, maar raakt niet in paniek.

    In de St. Bartholomeusstraat, 100 meer verderop, woont dokter Duerinck en met de jongen in haar armen rent ze ernaartoe.

    De dokter blijkt echter niet thuis te zijn en moeder kijkt radeloos om haar heen - naar Dr. Timmermans, ver weg op de Bredabaan is een veel te lange weg!

    Een passerende Duitse officier ziet gelukkig haar paniek en schiet te hulp.

    Het St. Bartholomeusziekenhuis in de Gasthuisstraat - tegenwoordig de Van Aertselaerstraat - waar Herman op maandag 26 mei 1941 overleed

    Eerst legt hij een drukverband om de wond dicht te binden en dan houdt hij een fietser aan.

    “Die vrouw kan niet meer. Neem de jongen op uw fiets en ga met hem naar de dokter,” beveelt hij.

    Onderweg passeren ze Cinema Astoria op de Bredabaan.

    Er staat al veel volk aan te schuiven, maar niemand bekommert zich om de angstige moeder met haar bloedende kind.

    Waarom zei Herman dat zijn moeder niet naar de cinema moest gaan?

    Dokter Timmermans begrijpt meteen de ernst van de situatie en laat Herman overbrengen naar het St. Bartholomeushospitaal in de (huidige) Van Aertselaarstraat.

    Een chirurg daar onderzoekt de wond en zegt de verpleegster goed voor hem te zorgen: “Hij lijdt veel pijn zuster.”

    Een groot probleem was dat penicilline pas na de tweede wereldoorlog algemeen bekend geraakte en dat er dus groot gevaar voor infectie was.

    De glazen plaat was zeer vuil geweest en zat vol ziektekiemen.

    Er volgde een nacht van angst en reddeloosheid voor vader en moeder Wijns, met hun zoon - voor het eerst van zijn ouders gescheiden - op de afdeling intensieve zorgen.

    De dag erna - zondag 25 mei - is Herman opgewekt als zijn ouders hem (tijdens het bezoekuur!) komen bezoeken.

    Hij maakt zich geen zorgen over een operatie of zelfs een eventuele amputatie van zijn been.

    “Dan krijg ik een kunstbeen en daarmee kan ik ook gaan.”

    Vader en moeder Wijns gaan enigszins opgewekt naar huis, maar dat verandert na de tweede nacht.

    Het einde nadert
    Het moet een zeer angstige nacht zijn geweest voor Herman, daar alleen in het gasthuis, met hevige pijn in zijn been en een snel verslechterende toestand.

    Hij zal naar zijn moeder verlangd hebben en gebeden hebben dat alles weer snel in orde zou komen.

    Waarom moest hem dit overkomen?

    Vader Jozef Wijns naast de kist van zijn enig kind

    Wanneer zijn ouders de volgende dag (maandag 26 mei) op bezoek komen treffen ze een heel andere Herman dan de dag ervoor.

    Herman keek bedrukt en klaagde zelfs: “Ik leef hier niet graag...”

    Hij maakte koorts terwijl zijn lichaam vocht tegen de voortschrijdende infectie.

    Bovendien leek hij de hoop opgegeven te hebben, leek hij te weten dat zijn einde naderde, want wanneer zijn moeder zegt dat ze aan de broeders op school zal zeggen dat hij die dag niet naar school komt antwoordt hij: “Zeg maar dat ik nooit meer naar school zal komen.”

    Zijn opmerking verbaasde zijn ouders en joeg hen schrik aan.

    Dan maakt Herman een opmerking die hem volgens velen identificeert als iemand die in nauw contact staat met God.

    Hij strekte zijn armen uit naar zijn ouders en sprak woorden die klonken als een afscheid.

    “Och vake en moeke, hoeveel ik van u houd, dat heb ik deze nacht pas goed gevoeld, en hoeveel ik van de mensen houd. Zeg hen dat ik ze heel graag, heel graag, heel graag zie!”

    Vader en moeder gaan naar huis en Herman praat nog wat met de zuster.

    - “Ge zoudt wel gaarne met ze mee zijn gegaan, niet waar?”

    - “Vroeger wel, zuster. Maar nu ik Onze Lieve Vrouw heb gezien, niet meer. Zij is zo mooi.”

    Herman was bereid om naar de hemel te gaan.

    In saecula saeculorum
    Het nieuws over Hermans ongeval was inmiddels als een lopend vuurtje door Merksem gegaan, en veel mensen kwamen hem bezoeken.

    Maar met Herman ging het snel bergafwaarts.

    Pastoor Bamps kwam hem 's middags berechten en de zegen geven en toen onderpastoor Heymans later die namiddag aankwam in het gasthuis was Herman al niet meer bij bewustzijn.

    De koorts was zorgwekkend hoog opgelopen en hij ijlde.

    Pastoor Heymans was een van Hermans beste maatjes in de kerk en voorovergebogen over zijn bed hoorde hij zijn kleine vriend teksten uit de latijnse mislithurgie opzeggen.

    “Dominus illuminatio mea, et salus mea: quem timebo” (De Heer is mijn licht en mijn heil: wie zal ik vrezen).

    Onrustig in zijn doodstrijd probeerde pastoor Heymans Herman wat gerust te stellen.

    Hij pakte de hand van de jongen en zei: “Hermanneke, niet bang zijn, gij gaat recht naar Onze Lieve Heer.”

    Verbazend was dat de jongen, buiten bewustzijn, antwoordde: “In saecula saeculorum, Amen.”

    Woorden die hij zo goed kende uit de Mis: “In alle eeuwigheid”

    Het waren zijn laatste woorden, want diezelfde avond overleed Herman Wijns, tien jaar oud, op de 26e mei 1941.

    Alle aanwezigen waren zeer onder de indruk, zozeer zelfs dat de andere zieken op de zaal de zuster verzochten hem niet direct naar het lijkenhuisje te brengen, maar hem nog een tijdje op de zaal te laten liggen.

    De dood was snel gekomen: zaterdag nog vol in het leven een kruisbeeld uit de vuilbak gered, maandagavond levenloos in de kliniek.

    Voor de ouders was het plotse overlijden van hun enig kind een onuitsprekelijk verdriet, maar zoals enkele dagen later zou blijken was bijna heel Merksem aangedaan door het lot van de jonge misdienaar.


    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen."Het Teken van de Mensenzoon " (Schriften van Madeleine)


    ACHT EN DERTIGSTE VERSCHIJNING.

    27 december 1975 om 17.15 uur, de derde dag.

    Eerst verschijnt het Licht en dan Jezus zoals gewoonlijk. Madeleine staat op, gaat naar voren, knielt en begroet Jezus.

    "De derde dag"

    Op dit moment ontspringen fonkelende rode en witte stralen uit zijn Hart.

    Ik zal de vrome en trouwe zielen dichtbij mijn Hart bewaren; zij hebben Mij op de weg van Kalvarië getroost.

    Jezus zegt :

    "Onze Vader..."

    Madeleine herhaalt en gaat alleen verder met het gebed.

    Daarna :

    "Wees gegroet Maria..."

    Wat Madeleine in haar eentje vervolgt; drie maal.

    En zoals de vorige dag :

    Door uw smartvol Lijden, Heer, ontferm U over ons en over de hele wereld.

    Eer aan God in den hoge. Vrede op aarde en Vreugde aan de mensen, die Hij liefheeft."

    Maakt het Kruisteken."

    "De stralen die uit zijn Hart stromen moeten zich over alle berouwvolle zondaars verspreiden en al diegenen die Hem aanroepen", verklaart Madeleine.

     


    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Moeder Maria, Hulp van de Christenen.

    Levensgroei.

    Door de verdienste kan ons leven snel groeien. Beginsel van groei in ons is Gods genade. Zoals de persoonlijke mensheid van Jezus, hier op aarde, steeds in wasdom toenam, zo wil Jezus ook in ons, zijn ledematen, groeien en tot de volmaakte leeftijd komen. "Wij zullen, de waarheid belijdend, in ieder opzicht groeien in de liefde, in Christus die ons Hoofd is". De liefde vormt alles om, de meest gewone handelingen zelfs. De christen behoeft slechts met Christus verenigd te zijn en Diens wil te doen, om aan zijn leven een hoge waarde, en aan zijn daden een onmetelijke prijs te geven. Hoe alledaags, hoe gemakkelijk, hoe gering zijn handelingen ook zijn, worden zij uit liefde gedaan, dan zijn het bovennatuurlijke daden; zij geven glorie aan God en winnen zijn bijzijn.

    Men bedenkt niet genoeg, hoe gemakkelijk de christen de genade in zich kan vermeerderen en de tegenwoordigheid van de Heilige Drieëenheid in zijn ziel versterken. Door verdienstelijke daden groeit de genade steeds aan. Doet de liefde u een akt verwekken, die uw gewone gesteltenis overtreft in kracht, dan is uw verdienste vermeerderd, vermenigvuldigd en gaat alle voorafgaande verdiensten te boven. Opnieuw stort de Heilige Drieëenheid haar goddelijk leven in u uit. En toch was een geringe akt voldoende, soms een eenvoudige verzuchting van het hart, maar geheel van liefde doordrongen.

    Slechts met enige huivering kan men aan de volmaaktheid denken die ieder van ons zou kúnnen bereiken. De genade is zo iets groots en zo machtig. De getrouwheid aan de genade geeft, om zo te zeggen, aan Gods edelmoedigheid de vrijheid; is men aan een genade getrouw, dan voert deze weer een andere mee, machtiger, krachtdadiger. God stort Zich opnieuw in de ziel uit. De liefde voert haar omhoog.

    Zien wij op naar Maria; óns leven heeft zij geleefd en dóór het te leven verdiende zij onmetelijke genaden. En zij bezit die genaden, om ze óns mee te delen.
    Alle wegen die wij moeten volgen, heeft ook zij gevolgd. Alle vreugden en alle smarten heeft zij gekend. Alle toestanden van Jezus heeft ook zij doorlopen. Zij heeft al zijn mysteriën beleefd en er aan meegewerkt; de volle vruchten er van vindt men dan ook in háár. Alle genaden van Jezus’ leven, dat wij moeten nabeelden, zijn dus in háár en vloeien uit haar over, om in óns te komen, en onze zielen binnen te leiden in het leven van Christus.

    Maria is geschapen naar Jezus’ beeld; geen enkel schepsel geeft zijn volmaaktheden zo nauwkeurig weer. Alle genaden en gaven, alle deugden van Maria zijn aan Hem te danken. Méér nog, in haar leven vindt men in haar de schone weergave van Jezus’ zijns- en handelwijze.

    De gelijkenis met Jezus, waarnaar ook wij moeten streven, is bij haar volmaakte werkelijkheid geworden. Wilt gij weten, hoe Jezus de Vader aanbad en tot Hem smeekte, hoe Hij met de naaste en met de zondaars omging; wilt gij zijn goedheid, zijn minzaamheid, zijn barmhartigheid kennen, zijn vertrouwelijke omgang met zijn vrienden, de edelmoedigheid van zijn liefde: beschouw Maria. Dit alles vindt gij in háár; zij spreidt het ten toon en bij die sublieme weergave legt zij er tevens haar moederlijke zachtheid in.

    "Gij zijt vol van genade", zeide de engel van de Menswording. Maria’s heiligheid was toen reeds onmetelijk. Vanaf de eerste ogenblikken van haar bestaan had God haar met zijn gaven overstelpt; alles wat Hij aan goddelijk leven een louter schepsel schenken kon, had zij ontvangen. De volheid bezat zij in heel de vatbaarheid van haar wezen. En die vatbaarheid overschreed elke voorstelling van menselijke verbeelding, want God was van plan in zijn Moeder samen te brengen, al wat Hij in zijn ledematen bewerken zou; zij moest het hart worden van het leven van de Kerk. Toen reeds bezat zij dus een onmetelijke genadenschat. Toch is de genade steeds blijven groeien.

    Helaas, wij weten het maar al te goed, zelfs heiligen blijven stilstaan en vallen; in de goddelijke werking mengen zij hun persoonlijke strevingen. Zelfs in de heiligen doet God niet alles wat hij zou willen.

    Maria echter gaf zich geheel en al aan de genade over. Geen enkele schuld, geen enkele onvolmaaktheid kwam ooit haar opgang stuiten. Haar wil, met die van God verenigd, streefde met onweerstaanbare kracht omhoog. Vanaf haar ontvangenis ging zij met standvastige liefde naar God. Zij was geheel en al gericht naar God. Al haar levensdaden ontsproten uit een overgrote liefde, die elke genade deed groeien. Zij hield niet op te klimmen in heiligheid, omdat zij voortdurend steeg in liefde. De menselijke verbeelding is dan ook te zwak, om haar vooruitgang te kunnen volgen. Elk uur bracht een onschatbare aanwas. Niets van de Goddelijke stuwkracht zou zij verliezen. De genade breidde in haar zich uit als in de hemel. Ieder ogenblik trok de trouw van haar liefde de heilige Drieëenheid tot haar, die Zich dan uitstortte in een nieuwe vloed. Onophoudelijke overstroming van goddelijk leven.

    Die nieuwe verdiensten verwierf zij vooral bij elke ontvouwing van het Christusmysterie.
    Willen wij een voorbeeld, zien wij dan slechts, wat er in Maria plaats greep, toen zij Jezus in haar schoot droeg. Een uitwisseling van onvergelijkelijke liefde! Die vereniging reeds in het gemeenschappelijke vlees! Maria gaf aan Jezus het zuiverste van haar eigen vlees, om zijn lichaam te vormen; zij gaf Hem het bloed, dat de wereld moest vrijkopen; zij vormde het hart en de mensheid, waaruit zoveel genaden zouden voortvloeien. Met een onuitsprekelijke tederheid schonk zij die gave, met een liefde geheel doorstraald van Jezus’ licht, dat haar klaarheid schonk omtrent het einddoel van dit mysterie. En die liefde beantwoordde Jezus, zoals alleen God het doen kan. Wat er in Maria’s schoot plaats greep, herinnert aan de theologische leer over het innerlijke leven van de heilige Drieëenheid, over die eeuwige uitwisseling van licht en liefde tussen de drie goddelijke Personen, over die in-elkaar-woning, die het goddelijke geluk uitmaakt; zo bestond ook tussen Jezus en zijn Moeder een wonderbare, door God alleen te begrijpen uitwisseling van tederheid. Welk een genadenvloed bracht de Bewerker van de genade door zulke onmiddellijke en voortdurende contacten in Maria teweeg! Een zo enige, zo volmaakte band! Alleen de tegenwoordigheid slechts van het Woord was onophoudelijk oorzaak van genade, en Maria’s volmaakte gesteltenissen droegen er toe bij, de genadenstroom rijker en eindeloos te maken.

    De innige verbinding met de mensheid eist een ander, een geestelijk, een nog inniger contact door de genade. "Onze Heer Jezus Christus verenigt Zich altijd slechts lichamelijk met de bedoeling, Zich nauwer geestelijk te verbinden..... Als dit zo is, o verheven Maagd, dan denk ik van u iets zó groots, dat het mij niet alleen aan wóórden ontbreekt, om het uit te drukken, maar mijn geest ook de grootste moeite ondervindt, om het voor zichzelf in een helder licht te plaatsen. Want uw vereniging met Jezus’ lichaam in uw gezegende schoot was van dien aard, dat men zich geen inniger denken kan. Stond de vereniging met de geest daarmee niet in de juiste verhouding, dan zou aan de rechtmatige vordering van Jezus’ liefde te kort zijn gedaan, Hij zou geweld in u lijden. Om Hem te bevredigen, moet gij dus met Hem evenzeer verenigd zijn in de geest, als gij Hem nauw verwant zijt door de banden van natuur en bloed. En wijl deze vereniging door de genade wordt bewerkt, wát kan men denken en wát kan men zeggen? Wáár moeten onze gedachten haar vlucht staken, willen wij geen onrecht doen aan die grootheid. En brengen wij alle gaven in Gods schepselen bijeen, kan dan dit alles uw volheid wel evenaren?" "Jezus," zegt Bérulle, "trekt haar tot Zich, voert haar in Zich mee. En die twee harten van Jezus en Maria, door de natuur zo na verwant en vereend, zijn door de genade nog veel meer en veel inniger verbonden, zij leven in elkander."

    Gedurende geheel haar leven heeft Maria op die wijze deelgenomen aan de mysteriën van haar Zoon. Door deze mysteriën ontvouwde God langzamerhand zijn verborgen wereldplannen. Maria was er de vertrouwelinge van. Méér nog, in deze mysteriën nam zij een plaats als mede-verlosseres in. Zij werkte er in mee en God verlichtte haar voor die medewerking. Dit alles vermeerderde haar verdienste, want zij werkte in het licht en in de liefde. Denk eens aan haar verdienste aan de voet van het kruis. Haar mede-lijden was een werk van liefde: liefde tot God en liefde tot de mensen. Uit liefde gaf zij haar Zoon. Wat een zee van verdiensten! Welke genaden moest zij niet verwerven, toen zij, door haar moederschap van smarten, inderdaad de moeder van alle Godskinderen werd. Voeg hierbij de groei door de stage gang van het dagelijkse leven. Nooit een smet, nooit een val, nooit stilstand in de aanwas van die genadenzee. Aanhoudende vooruitgang. Elke daad van de Moedermaagd bracht groei. God vervulde haar met licht waarin de liefde speelde en de maat er voor was geen andere dan haar gestadig groeiende vatbaarheid.

    "Die uitgaat om te zaaien" werpt elke minuut zijn zaad, en alles verzamelt zij gewillig, liefdevol; alles behoudt zij voor een honderdvoudige oogst. "De jaren snellen voort," zegt Bérulle, "de genaden vermeerderen, en in deze genade-orde, uitsluitend de hare, dompelt zij zich van dag tot dag in een wonderbare vloed en zij dompelt er zich in door een bijzondere genade-uitstorting en een volmaakte medewerking. Het is het gewijde samenspel tussen Gods geest en Maria’s geest. Van ogenblik tot ogenblik stort God een nieuwe genade in deze ziel, en onafgebroken en met al haar kracht beantwoordt die ziel er aan. En die beantwoording met volmaakte overeenstemming voert haar op tot een toppunt van genade, en die genaden, hoewel buitengewoon groot voor die op Gods weg altijd voortsnellende ziel zijn slechts graden die haar tot nieuwe gratie-hoogheid moeten verheffen. Die zo zeldzame, voortreffelijke, alleredelste, zó op aarde levende ziel, verrukt de hemel en zou ook de aarde verrukken, als de duisternissen haar niet het gezicht van zo’n kostbaar voorwerp ontnamen."

    Liefde is de schoonheid van haar leven. In haar daden bracht Maria zoveel licht en zoveel liefde, dat zij de zwaarste werken van de grootste heiligen overtroffen. Haar vurige liefde ontving elke minuut genade, gaf er zich onverdeeld aan over, beantwoordde er op volmaakte wijze aan en bracht een eindeloze vermeerdering teweeg. "De dagen sloten zich aaneen, de jaren volgden op elkander, en als een verwonderlijke machine van overstelpende kracht en onzichtbare snelheid ging steeds maar voort de werking van de beantwoording aan de genade, van haar heiliging en vermenigvuldigde zich dermate, dat alle ménselijke cijfers nooit zulk een product zouden kunnen opleveren." Maar wijl in haar hart de liefde zonder enig beletsel heerste, groeide deze onophoudelijk van dag tot dag door de beoefening, groeide door zichzelf, zodat die al maar zich uitbreidende liefde tot zulk een volmaaktheid steeg, dat de aarde ze niet meer bevatten kon. Er was dan ook geen andere oorzaak van Maria’s dood dan de vuurgloed van haar liefde........"De liefde deed Maria leven; de liefde ook doet haar sterven."



    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.VERVOLG OPENBARINGEN VAN DE H. BRIGITTA VAN ZWEDEN.

    OVER DE GETIJDEN DER ZUSTERS. KAP. 5.

    Alle dagen zullen de zusters ter ere der Maagd Maria hare getijden plechtig zingen met drie lessen, zowel op de feestdagen als op de gewone dagen.

    Alle dagen ook zullen de zusters op het teken der Vespers bijeenkomen; dan zal eerst het rechter koor een Weesgegroet bidden en diep gebogen naar het andere koor, zeggen: vergeeft ons ter liefde Gods en zijner allerheiligste Moeder Maria, indien wij U door eenig woord of werk, teken of wenk beledigd hebben; wij toch, zo gijlieden in iets jegens ons mocht misdaan hebben, vergeven het U van ganser harte. Nadat het ander koor op dezelfde wijze gebogen, gebeden en vergeving gevraagd heeft, maakt men een begin met de Vespers.

    Op het einde van alle kerkelijke uren, zullen zij de antiphoon Ave Maria zingen, met het gebed zo als hier volgt: Almachtige, eeuwige God, die U gewaardigd hebt voor ons van de allerzuiverste Maagd te worden geboren, wij bidden geef, dat wij U met een kuis lichaam dienen en met een ootmoedig hart behagen mogen. En U allerliefste Maagd Maria, Koningin der wereld en der Engelen, bidden wij, verkrijg voor hen, die in het vagevuur gelouterd worden, verkwikking, voor de zondaars vergiffenis, voor de rechtvaardigen volharding in het goede en verdedig ook ons, zwakken tegen de gevaren die ons bedreigen, door Jezus Christus onzen Heer. Amen.

    Ook zal op alle feesten en werkdagen door de zusters de Mis der H. Maagd gezongen worden. En op elke zaterdag zullen de zusters na de Mis der H. Maagd het Salve Regina zingen.




    Foto

    Getuigenissen van de jongeren van Cenacolo
  • Deel 1
  • Deel 2
  • Deel 3
  • Deel 4
  • Deel 5
  • Deel 6
  • Deel 7

  • Foto

    Foto

    Foto

    Godelieve heeft voor mij
    deze prachtige pps gemaakt
    waarvoor mijn dank





    Foto

    Schrijft u wat in mijn gastenboek
    klik dan op het boek boven




    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Klik op het plaatje en krijg een prachtige rondleiding door het Vaticaan
    Ieder nummertje is weer iets moois
    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Image and video hosting by TinyPic
    Image and video hosting by TinyPic
    Image and video hosting by TinyPic
    Foto

    Een interessant adres?


    Blog tegen de wet? Klik hier.
    Gratis blog op https://www.bloggen.be - Bloggen.be, eenvoudig, gratis en snel jouw eigen blog!