Foto
TOESPRAAK VAN PATER PETAR
  • Deel 1
  • Deel 2
  • Deel 3
  • Deel 4
  • Deel 5
  • Deel 6
  • Deel 7
  • Deel 8
  • Deel 9
  • Foto
    Foto
    Het  logo  van  het  Bisdom  Gent  van  MG.  Van  Looy
     
    Origen
    Quantcast
    Met hulp en medewerking van John Pont is dit blog gemaakt
    HOUD UW LAMPEN BRANDEND.
         Image and video hosting by TinyPic
    For this blog to translate into language of your choice? Select your language below.
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
     2 prachtige pps-jes hierboven van Godelieve en ook Mama rechts heeft ze gemaakt
    Klik op de banner en bekijk nog veel meer moois op haar blog
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Klik op de banner hier beneden en ga eens langs bij Lenie voor nog meer moois
    Alle Ave Maria pps-jes hierboven zijn van haar
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Gastenboek

    Druk oponderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek

    Foto
    Wonder

    19-05-2011
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Geduldig zal ik wachten ...
     
    Geduldig zal ik wachten ...

    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Mijn Engel Daniël. ( Vasulla Ryden.)

    26  JUNI  1986.

     

    Vrede  zij  met  je;  wie was  bij  je  vanaf  het  begin  van  je  leven?

     

    Mijn  moeder  ( natuurlijk ),  dokters,  enz..

     

    Ik  was er  ook;  ik  zal  altijd  bij  je  zijn;  ga  vurig  bidden;  Daniël;

     

    27  JUNI  1986.

     

    Vrede  zij  met  je;  wie  is  je  Vader?

     

    ( Ik  was  verrast  over  deze  vraag. )

     

    God  is  mijn Vader.

     

    Prijs  Hem;  bemin  Hem  en  verheerlijk  Hem; 

     

    1  JULI  1986.

     

    ( Ik  ging  naar  Zwitserland  om  mijn  moeder  te  bezoeken. )

     

    Wees  goed  voor  de  weduwe;

     

    ( Hij  noemde  haar  met  opzet  ‘Weduwe’  om  mij  te  leren  dat  onze  Gezegende  Moeder  de  enige  Moeder  is  die  wij  hebben. )

     

    2  JULI  1986.

     

    Bid;  wees  goed;  ere  zij  God;  ontvang  de  zegen  van  de  Hemelse  Vader  en  Zijn  Zoon,  Jezus  Christus;  Daniël; 

    Wordt  vervolgd.


    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Brief van 18 mei 2011,Mariamaand. (Dom Antoine Marie osb.).


    Brief van 18 mei 2011,
    Mariamaand.

    Dierbare Vrienden,

    Binta, een Afrikaans moslimmeisje, woont in Guinea. Op een dag in  1994 slikt ze bijtende soda in. Ze wordt naar Barcelona in Spanje  vervoerd en dankzij een operatie gered. Vervolgens wordt ze ondergebracht in een huis van de «Blauwe zusters». Maar weldra ontdekken de artsen een enorme maagzweer, een buikvliesontsteking en een maagbloeding. Ondanks een nieuwe en lange operatie is de prognose duidelijk: «Er is niets meer aan te doen», verklaart een verpleegster. Het overlijdensattest ligt zelfs al klaar. De Blauwe Zusters beginnen een novene, gericht tot hun stichteres Emilie de Villeneuve en stoppen het meisje het portret van Emilie in de handen evenals een relikwie van haar. Plotseling opent Binta de ogen en is ze, zonder enige medische verklaring, terstond hersteld. Na drieëntwintig dagen bewusteloos te zijn geweest, staat ze alleen op en keert, volledig genezen, terug naar het huis van de zusters. Dit wonder heeft de zaligverklaring mogelijk gemaakt van Emilie de Villeneuve, op 5 juli 2009, in Castres (Tarn).
    Emilie de Villeneuve is op 9 maart 1811 ter wereld gekomen in een van de oudste adellijke families van de Languedoc in Toulouse. In het huisgezin zijn twee meisjes haar voorgegaan, Léontine en Octavie. Iedere zomer verplaatst de familie zich naar kasteel Hauterive, dichtbij Castres. In 1815, na de geboorte van een jongen, Ludovic, vestigt de familie zich op Hauterive. Mevrouw de Villeneuve zorgt voor het onderwijs en de opvoeding van haar kinderen, ondanks een gezondheid die vroegtijdig is ondermijnd door de beproevingen van de Revolutie. Haar echtgenoot wordt volledig in beslag genomen door het beheer van zijn landerijen die hij kriskras in het hele land bezoekt om leiding te geven aan het omploegen van de akkers en aan de oogsten. Op het kasteel heerst strenge discipline: geen haardvuur in de slaapkamers; zwijgen aan tafel; in de salon zijn het de kinderen die achterin moeten zitten, verboden lawaai te maken. In het park kunnen ze daarentegen zich volledig ontspannen. Het moederlijk gezag is vastberaden en plooibaar tegelijk en nadat de christelijke beginselen van een rechtschapen en deugdzaam leven zijn bijgebracht steunt het veelal op vertrouwen.
    Door het leeftijdsverschil ontstaat er tussen Emilie en haar zusjes een zekere afstand waardoor zij enigszins wordt geïsoleerd . Tijdens haar kinderjaren is ze van een onthutsende ongevoeligheid: «Een hart dat niets leek te voelen, een kille geest die zelfs is ontdaan van de aardige naïeve redeneringen die kinderen zo bekoorlijk kunnen maken», zal Coralie, een van haar vriendinnen, over haar zeggen. Daar komt nog een karaktertrek bij die op die leeftijd heel uitzonderlijk is: een hartstochtelijke liefde voor precisie, om dingen precies op de aangegeven tijd te doen. Weldra belast haar moeder haar met de taak haar broertje de grondbeginselen van zijn scholing bij te brengen. Ze weet het onrustig kind zonder bitsheid aan haar onderdanig te maken. Ze houdt er een groeiende interesse voor studeren aan over.

    Gevoelig maar gesloten.

    In 1828 overlijdt mevrouw de Villeneuve na een smar- telijke doodsstrijd . Daar ze gewend is gevoelens, hoe reëel ze ook zijn, niet te uiten, want ze is, naar eigen zeggen, geneigd tot «gevoeligheid en tederheid», wekt Emilie een ongevoelige indruk. Maar deze houding wijst op een innerlijk drama: de moederlijke tederheid, die meer was gericht op de twee oudsten , ontbrak haar heel erg en het meisje heeft zich in zichzelf gekeerd. Tijdens haar eerste communie, in januari 1826, laat ze niets blijken van haar grote vroomheid. Korte tijd later vertrouwt meneer de Villeneuve, die is benoemd tot burgemeester van Castres, zijn kinderen toe aan zijn moeder die in Toulouse woont. Deze dame die reeds hoog bejaard is en blind, geeft de kinderen een zo goed als onbeperkte vrijheid. Haar ontvangsalon is een plek waar de hele stad bijeen komt. Léontine en Octavie zijn verrukt: ze vallen in de smaak bij de mensen en de mensen bij hun. Maar Emilie trekt ondanks haar prachtige blonde haar niemand aan. «Haar grote magere gestalte had niets bevalligs, zegt Coralie«. Haar grote bijziendheid gaf haar iets onhandigs, iets onwellevends soms, en maakte dat ze met de ogen knipperde hetgeen haar uiterlijk iets vreemds gaf.»
    Octavie overlijdt in 1828 op twintigjarige leeftijd. De hele familie is in tranen, behalve Emilie die door de haren wordt bekeken als «een ijsblok». Deze gebeurtenis heeft op haar echter een verbazingwekkende uitwerking: «Hier begint voor Emilie een nieuw leven, schrijft Coralie« Een ondefinieerbare goedheid, een tedere en tegelijk levendige liefde zijn voortaan de kenmerken van alles wat ze doet. Ze schiep behagen in bidden en het veelvuldig deelnemen aan de sacramenten; en wanneer beminnelijke, vrome vrienden haar grootmoeder kwamen opzoeken voegde ze zich bij de kring en luisterde gretig toe, vooral wanneer er over God en de dingen des Hemels werd gesproken.» Haar langdurig gesloten gebleven hart geeft zich geheel en al aan God en, via Hem, aan de zielen.
    Eind november 1829 trouwt Léontine. Emilie wordt dan de vrouw des huizes in kasteel Hauterive dat al een paar jaar erbarmelijk is verwaarloosd . Haar vader wordt in 1830 ontslagen van zijn taak als burgemeester van Castres, maar ontplooit de ene na de andere activiteit op landbouwkundig gebied. Zeer bekwaam in het bestieren van een huishouding heeft Emilie al snel orde op zaken weten te brengen, tot grote voldoening van haar vader. Ludovic ergert zich van zijn kant aan de ernst van zijn zus: «Een dergelijk teruggetrokken leven leiden, op jouw leeftijd en in jouw positie, is absurd! Jouw vriendinnen zijn even belachelijk als jij, jullie hebben geen gezond verstand. Wie jullie de zondagspreek of plechtige mis afneemt, ontneemt jullie alle plezier.» Iedere ochtend gaat Emilie naar de Mis. Met de armen deelt ze het gehele huishoudgeld dat ze van haar vader krijgt, bezoekt jonge meisjes, geeft ze onderricht, staat ze bij wanneer ze ziek zijn. Pater Leblanc, jezuïet die in Toulouse woont, geeft haar leiding in haar geestelijk leven.

    Een onweerstaanbare aantrekkingskracht.

    Emilie wordt drieëntwintig en vertrouwt Coralie toe:  «Ik zal niet trouwen«.maar hetgeen mij kwelt is een roeping die een onweerstaanbare aantrekkingskracht op mij uitoefent, en Pater Leblanc wil zich nog niet uitspreken« Ik voel het verlangen me aan de armen te wijden in die bewonderenswaardige gemeenschap van de Dochters van Liefde van Vincentius a Paulo.» Wanneer pater Leblanc haar plan tenslotte goedkeurt is ze dolblij. Maar meneer de Villeneuve, en zijn familie met hem, vraagt om vier jaar uitstel. Pater Leblanc raadt haar aan dit uitstel te aanvaarden. Ze zet haar activiteiten dus voort en assisteert haar pastoor zo goed dat haar vriendinnen haar «meneer kapelaan» noemen. Op een dag ontvangen ze een brief van meneer de Barre, een vurig christen die langdurig bidt in de kerken en de rest van zijn tijd besteedt aan het verlichten van de ellende van de armen. Tijdens de Mis heeft hij een ingeving gehad: Emilie zou in Castres een door religieuzen geleid huis moeten oprichten voor de opvoeding van kinderen wier ouders hen niet zelf kunnen grootbrengen. Na een paar maanden goed nadenken en bidden komt pater Leblanc tot de conclusie dat het werk door God is gewild. Meneer de Villeneuve, al blij bij de gedachte dat zijn dochter niet al te ver van hem vandaan zal gaan, geeft zijn toestemming en de aartsbisschop verleent ook zijn goedkeuring.
    De vaderlijke financiële hulp maakt het Emilie mogelijk een huis in Castres te kopen. De gemeenschap die zij opricht geeft ze de naam «Congregatie van de Onbevlek-te Ontvangenis»; het kleed van de zusters zal blauw zijn. Met twee metgezellinnen gaat ze naar de Visitatie van Toulouse voor een maand noviciaat. Op 8 december 1836 vindt, in aanwezigheid van de aartsbisschop, in Castres de inkleding, de tijdelijke professie en de vestiging van drie zusters in hun huis plaats. Emilie neemt de naam Zuster Marie aan. De eerste Regels geven een definitie van het doel van de nieuwe congregatie: de opvoeding van verwaarloosde kinderen, dienstbetoon aan armen en gevangenen, onderricht en beroepsopleiding van jonge meisjes. Op 19 maart 1837 wordt een handwerkzaal voor dertig leerlingen geopend, maar weldra worden ze door de naaisters van de stad beschuldigd van oneerlijke concurrentie. De bevolking, die de zusters toen ze zich daar kwamen vestigen zeer welgezind was geweest, keert zich verbitterd tegen zuster Marie, in kwaadaardige bewoordingen en zelfs met lasterpraat. De geestelijkheid laat zich ook beïnvloeden, maar pater Leblanc moedigt de zusters aan voort te gaan.

    «Ik ben zo zwak«»

    Eind 1837 is de golf van kritiek overgewaaid en wor- den er vier postulantes toegelaten. In het begin van het volgende jaar vertrouwt de gemeente Castres de zusters de zorg voor de gevangenissen toe. Op 1 mei 1838 vestigt de communauteit zich in het voormalig klein seminarie. Zuster Marie waakt met liefdevolle zorg over alle leerlingen en deze voelen zich aangetrokken tot de vredigheid die haar persoon uitstraalt. Zij zelf beschrijft in haar intieme geschriften bepaalde aspecten van haar geestelijk leven: «O, mijn God en mijn Schepper, ik maak van mijzelf een offergave, de volledigste en volmaaktste die ik kan maken«.Ik bid U niet om mij kruisen en andere grote beproevingen te bezorgen, omdat ik zo zwak ben dat ik niet weet of ik die, na ze te hebben gevraagd, ze ook zou kunnen verdragen zoals het hoort«.Overgave, vertrouwen, dat is alles voor mij.» Haar devies is: «God alleen!»
    In de loop van het jaar 1840 treden ernstige problemen binnen de communauteit aan het licht: enkele slechte voorbeelden zijn de oorzaak van lossere zeden. Moeder Marie de Villeneuve overhaast niets, maar bidt. Door een nog onvolkomen organisatie kan de religieuze vorming nog niet alle vruchten afwerpen. Ze besluit de novicen van de geprofeste religieuzen te scheiden en begint vervolgens aan het opstellen van een Constitutie die eind 1841 zal worden goedgekeurd door de aartsbisschop van Albi. De Generaal-Overste zou gekozen moeten worden voor drie jaar, maar de zusters krijgen van de aartsbisschop gedaan dat hun stichteres Overste voor het leven zal zijn. Zij is in haar beleid jegens de zusters één en al fijngevoeligheid en discrete waakzaamheid. Hun onzekerheden, hun onrust, hun verdriet heeft ze meteen in de gaten en direct vindt ze de passende woorden om de rust te herstellen. Met de grootste zorg ziet ze er op toe zich in niets te onttrekken aan de gemeenschappelijke regel en wenst van tijd tot tijd zelf haar cel te vegen of de afwas te doen.
    De Moeder verwerft al in april 1841 een terrein waarop het moederhuis van de Congregatie kan worden gebouwd. Maar de goddelijke liefdesvlam die haar hart in lichterlaaie zet drijft haar naar de verre missielanden: «Het verlangen Jezus Christus bemind te maken en Hem te dienen in zijn ledematen zal zich niet beperken tot de grenzen van Frankrijk. De Congregatie heeft ook als doelstelling zich in te zetten voor het wonderschone werk van de buitenlandse missies, vooral de missies onder de zwarten, en over het algemeen de meest verachte en meest verwaarloosde volken. Waar de stem van de arme en de wees hen ook heen roept, ze gaan er zonder aarzelen heen.»

    Zonder hoop omdat ze zonder God waren.

    Op 11 mei 2008 bracht Paus Benedictus XVI ons onze  fundamentele behoefte aan Jezus Christus in herinnering: «Christus is onze toekomst« Verstoken van Christus, is de mensheid «zonder hoop en zonder God in de wereld (Ef 2,12), zonder hoop omdat ze zonder God waren» (Encycliek Spe salvi, 3). Inderdaad, «wie God niet kent, kan weliswaar allerlei soorten hoop hebben, maar is tenslotte zonder hoop, zonder die geweldige, het hele leven dragende hoop» (Ibid., 27)... Het is dus voor allen een gebiedende plicht Christus en zijn heilbrengende boodschap te verkondigen. Wee mij, als ik het Evangelie niet verkondig, zei H.Paulus (1 Kor 9,16) » (Boodschap voor de Wereldmissiedag). Een jaar later voegde de Paus eraan toe: «Het doel van de missie is inderdaad door het licht van het Evangelie alle volken bij te lichten op hun historische weg naar God, opdat ze in Hem hun volledige verwezenlijking en hun volledige voltooiing vinden. Wij moeten het diep verlangen en de hartstocht voelen om alle volken met het licht van Christus dat op het gezicht van de Kerk straalt bij te lichten« De Kerk handelt niet om haar macht uit te breiden of haar heerschappij zeker te stellen, maar om aan iedereen Christus, heil van de wereld, te brengen« Wat op het spel staat is het eeuwig heil van de mensen, het einde en de voltooiing van de menselijke geschiedenis en het heelal» (29 juni 2009).
    In 1842 wordt Moeder Marie de Villeneuve in contact gebracht met Pater Libermann, stichter van de Missio–narissen van het Heilig Hart van Maria. Er komt een samenwerkingsproject tot stand tussen de zusters van Castres en de paters missionarissen. Begin juni 1843 gaat de Moeder naar Parijs en probeert, overigens vergeefs, van de regering burgerlijke goedkeuring te verkrijgen voor het openen van gemeentelijke scholen. Ze ontmoet pater Libermann. «Ik verkies, zo zal ze later schrijven, zijn conversatie boven zijn brieven« Onze standpunten komen altijd op buitengewone wijze met elkaar overeen. Het is een man die wordt bewogen door de waarachtige Geest Gods, door uiterste bedachtzaamheid, en ik heb nog nooit iemand ontmoet die mij zo'n groot vertrouwen inboezemt.» Terug in Castres, constateert de stichteres dat de uitgaven die nodig zijn voor de bouw van het klooster de inkomsten overtreffen. Om het nodige geld te vinden stellen de zusters voor om veertig dagen penitentie te doen. De Moeder stemt hier in toe, waarbij ze haar dochters allereerst de innerlijke bekering voorhoudt. Op 30 april 1844 vestigt de communauteit zich in het eindelijk gereed gekomen klooster.
    In juli 1846 richt Moeder Marie een opvangcentrum op voor vrouwen die door uitzonderlijke ellende tot een zondig leven zijn vervallen. «De zusters die in gehoorzaamheid tot dit belangrijk werk zullen worden geroepen moeten bezield zijn van een heilige ijver en een ware geloofsgeest, schrijft zij in de constitutie. Zij zullen zich van deze arme zielen minder de schandelijke staat, waarin ze door zonden zijn terecht gekomen, voor ogen houden dan het goddelijk Bloed dat hun losprijs is. Onze Heer van wie zij de ledematen zijn en door wie zij zijn geroepen om hen, misschien meer dan zichzelf, volkomen en voor eeuwig lief te hebben en te verheerlijken... Het is van groot belang dat de zusters de rouwmoedigen nooit voorhouden welke tekortkoming zij hen eventueel te verwijten hebben en geen ongeduld, noch weerzin van hun gezelschap, noch verachting voor de persoon van de vrouwen aan de dag leggen. Zij zullen hen integendeel altijd met een allerheiligste zachtmoedigheid en genegenheid behandelen.»
    Maar de Moeder denkt nog altijd aan de verre missielanden. Een eerste vertrek van vier zusters naar Afrika wordt geregeld voor 22 november 1847; andere zusters vertrekken in 1849 en 1850. Pater Libermann geeft volop verstandige raad: «Men probeert zonder erbij na te denken de mensen van het land ertoe te brengen de toon en de manieren van Europa over te nemen« Men moet juist het tegendeel doen, de inboorlingen de zeden en gewoontes die zij van nature hebben laten houden, deze vervolmaken door de beginselen van het geloof en de christelijke deugden bij te brengen en daar waar de eigen zeden en gewoontes tekort schieten corrigerend op te treden.» Maar bovenal roept de Pater de zusters op zich te oefenen in engelengeduld.

    De bron.

    Het Hart van Jezus waarin de Moeder haar gehele ver- trouwen stelt is de bron «waaruit men aandacht, liefde, medelijden, hartelijkheid, beschikbaarheid, belangstelling voor de problemen van de mensen put, en alle andere deugden die de boodschappers van het Evangelie nodig hebben om alles achter te laten en zich geheel en onvoorwaardelijk te wijden aan de verspreiding in de wereld van de geur van Christus' liefde» (Benedictus XVI, 11 mei 2008).
    In november 1847 gaat Moeder de Villeneuve naar Amiens om een oud plan dat Pater Libermann dierbaar is weer op te vatten: een noviciaat opzetten met het oog op de missie, in het gehucht Saint-Pierre, dichtbij de stad. Daar willen een jonge vrouw en een voormalige religieuze een derde orde oprichten. Men vat het idee op het noviciaat van de Onbevlekte Ontvangenis met de toekomstige derde orde te verenigen. In de praktijk zijn de moeilijkheden die zij ontmoeten zo groot dat de Moeder gedwongen is dit project in mei 1851 op te geven. Pater Libermann overlijdt op 2 februari 1852; zijn opvolger wenst dat de Moeder zich opnieuw met dit stichtingsproject belast. Langdurig van haar stuk gebracht en smartelijk aangedaan door de moeilijkheden die ongeveer overal de kop opsteken, zowel in de missielanden als in Castres, maakt de stichteres een bijzonder zware periode door waarin ze slaap en eetlust verliest. Wanneer ze alleen is of denkt te zijn, laat ze de tranen de vrije loop als gevolg van haar grote gevoeligheid, maar ook van de vermoeidheid. Gelukkig duurt deze toestand niet lang en hervindt de Moeder weldra de innerlijke rust, kalmte en moed die we van haar gewoon zijn. Ze besluit het te houden bij de stichting van een pensionaat in Parijs, het project in Saint-Pierre op te geven en eind 1853 keert ze terug naar Castres.
    In haar heel eenvoudig geestelijk leven probeert Moeder de Villeneuve voor alles de wil van God te volbrengen. «Wanneer je spreekt, handelt, schrijft voor het welzijn van een ziel, voor een of andere belangrijke zaak, zo zei ze tegen haar dochters, stel dan niet zozeer het welzijn van die ziel of het welslagen van die zaak voorop, als wel enkel en alleen de wil van God en daarbij alleen doen wat met Zijn bedoelingen, die vaak verschillen van de onze, overeenstemt.» Zij kent groot belang toe aan het gebed: men moet er een gewoonte van maken «met Jezus te converseren midden in de dagelijkse bezigheden, met het hart te bidden, al komend en gaand door het huis». Zijzelf houdt van de momenten dat ze met God alleen is. Maar haar geestelijk leven maakt vaak de dorheid van het zuiver geloof mee en ze spreekt uit ervaring wanneer ze aan een van haar dochters schrijft: «Maak je niet ongerust over je innerlijke staat die, naar wat je me zegt, enigszins duister is. God bevindt zich overal, zelfs in de duisternis en misschien nog wel meer.» Een ander geeft ze deze raad: «Je moet je altijd een beetje hoeden voor de illusie en je liever laten leiden door het blote, van smaak verstoken geloof« Verheven verlangens naar volmaaktheid kun je beter wantrouwen; stel je tevreden met het verlangen de wil van God te volbrengen« Ik vrees voor jou en de anderen de weg der vertroostingen en verkies het geloof alleen, de duisternis, uiteindelijk de kruisen die wij moeten dragen.»

    Een bijzondere nederigheid

    Twee maanden na haar terugkeer naar Castres zorgt  Moeder de Villeneuve voor grote beroering onder haar dochters door haar ontslag als Generaal Overste aan te kondigen. De redenen die zij aanvoert zijn aldus samen te vatten: het vurig verlangen in de kleinste dingen gehoorzaamheid te betrachten, het voordeel voor de Congregatie die het ooit zonder haar leiding zal moeten stellen, de vrees dat haar dochters haar eerder gehoorzamen om redenen van vertrouwen en liefdevolle genegenheid dan uit geloof en zuivere liefde voor God. Daarenboven is de Moeder van mening dat de post van Overste het alleszins zonder haar kan stellen en het zelfs wenselijk is dat zij die verlaat. Niet zonder leedwezen bekrachtigt het generaal Kapittel van september 1853 haar beslissing. De stichteres is echter wel bereid de nieuwe Overste met raad en daad bij te staan en wordt belast met de taken van generaal assistent en Novicen–meesteres die zij discreet en doeltreffend zal uitvoeren. Dit voorbeeld van nederigheid en onthechting is zeer zeker een bron zonder weerga van vruchtbaarheid voor haar Congregatie.
    Halverwege het jaar 1854 verspreidt de cholera zich in het zuiden van Frankrijk en bereikt de stad Castres. Tegelijkertijd breekt er een epidemie van zweetkoorts (besmettelijke koortsziekte) uit. Moeder de Villeneuve onderneemt een ware kruistocht van gebed en schept een sfeer van vertrouwen. De cholera komt het klooster van de zusters niet binnen, maar de stichteres valt ten prooi aan de zweetkoorts en op 7 september moet ze zich ter ruste leggen. Begin oktober verslechtert haar toestand en geeft de aalmoezenier haar het Heilig Oliesel. Kort daarna geeft zij de geest terwijl de zusters de gebeden voor de stervenden bidden.
    De Congregatie van de Blauwe Zusters van Castres telt tegenwoordig meer dan zeshonderd leden die verspreid zijn over 123 communauteiten. Zij zijn in Euro–pa, Afrika, Zuid-Amerika en Azië.
    In een preek voor nieuwe bisschoppen, op 21 september 2009, zei Kardinaal Hummes, Prefect van de Congregatie voor de Clerus: «De Kerk weet dat er in de hele wereld een missionnaire nood bestaat, niet alleen «ad gentes» (voor de heidenen)« maar ook in de landen van de christelijke wereld« Al onze landen zijn missiegebied in de strikte zin van het woord« geworden. Wij moeten hoognodig in beweging komen en op zoek gaan, allereerst naar al die gedoopten die verwijderd zijn van deelname aan het leven van de gemeenschappen en vervolgens naar allen die niets of weinig van Jezus Christus weten.» Op 6 januari 2008 wees Paus Benedictus XVI er in hetzelfde verband op dat «iedere christen geroepen is de schreden van zijn medemens bij te lichten met het woord en met het getuigenis van eigen leven« Met het licht dat hij in zich draagt kan en moet hij degene die zich aan zijn zijde bevindt en die misschien moeite heeft met het vinden van de weg die naar Christus leidt, te hulp komen.»
    Moge de gelukzalige Emilie de Villeneuve voor ons de genade verkijgen ware evangelieverkondigers te worden die met hart en ziel overal het Rijk Gods verspreiden.

    Dom Antoine Marie osb.

     

     


    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Herman Wijns 1931 - 1941. Deel III: Vroom, zo vroom.

    Deel III: Vroom, zo vroom

    Herman Wijns 1931 - 1941

    Herman Wijns, 'de kleine pastoor', overleed op 26 mei 1941, 10 jaar oud. Zijn wonderbaarlijke uitspraken als kleine jongen en de vreemde uitstraling van zijn graf op de oude begraafplaats in de Van Heybeeckstraat hebben er een pelgrimsoord van gemaakt.

    Velen geloven dat Hermanneke geneest en rond zijn graf staan honderden dankbetuigingen van mensen die door hem van hun kwalen zouden zijn verlost.

    Hij is zelfs al meerdere keren 'gezien' door moderne profeten en heeft tegen zeker een dame 'gesproken'.

    Nog dagelijks wordt zijn graf door tientallen mensen bezocht en nog elke eerste vrijdag van de maand vindt er een massaal bezochte plechtigheid plaats.

    Wanneer Herman Wijns op 26 mei 1941 niet was overleden aan de gevolgen van een hersenvliesontsteking na een verwonding aan zijn knie was hij vorige week (15 maart) wellicht 75 jaar geworden.

    Maar er zijn dit jaar meer jubilea als het om Ons Hermanneke gaat.

    Zaterdag 27 mei vindt er in de St. Bartholomeuskerk de 21e Herman Wijns-dag plaats en wordt de 65e sterfdag van Herman gevierd.

    In zes afleveringen brengen we u daarom het leven van Herman Wijns.

    Opvoeding
    Herman, de Kleine Pastoor had een goed karakter, we zagen het al in de vorige afleveringen..

    Liegen of bedriegen was niet des Hermans, iemand kwetsen kwam niet bij hem op.

    Hij had eens gehoord hoe iemand zijn vader, Jozef Wijns in diens afwezigheid beledigde.

    Herman vertelde niemand over hetgeen hij gehoord had, maar terug naar die man wilde hij niet.

    Wanneer men hem vroeg wat hij toch tegen de beste man had, zweeg hij diplomatiek - zeven jaar oud.

    Zeer gelovig was Herman en dat zal veel te maken hebben gehad met de opvoeding die het kereltje kreeg.

    Zijn moeder, Johanna Dens was een fijngevoelige en toegeeflijke vrouw, zijn vader een zeer vroom man.

    Pastoor Wuyts wilde de vader van Herman Wijns tot het priesterambt beroepen, maar daar stak grootmoeder Wijns een stokje voor. Als weduwe had ze al haar zoons nodig om rond te komen

    Vader Jozef Wijns kwam uit een groot en kinderrijk (acht) gezin en aangezien grootvader Wijns overleed voor zijn oudste zoon volwassen was moest ook vader Wijns al jong gaan werken.

    Er waren in die tijd nauwelijks sociale voorzieningen en geen werk betekende eenvoudigweg geen brood op de plank.

    De vader van Herman was door de pastoor van de St. Bartholomeusparochie - E.H. Wuyts - uitverkoren om priester te worden, maar grootmoeder Wijns dacht daar anders over, hoewel zelf een godvruchtige vrouw van de oeroude stempel.

    Afstanden rekende ze in paternosters of weesgegroetjes: ''Van Merksem naar Schoten is drie paternosters'.

    Maar hoe christelijk ook, ze zag er het nut niet van in een van haar kinders in een ver oord tot priester opgeleid te laten worden.

    Ze had d'r kinderen graag in haar buurt, en aarzelde niet om een van haar zoons zijn vaders trouwring mee te geven toen die moest gekeurd worden voor de militaire dienst...

    'Ik bid al'
    Vader Wijns kwam dus uit een oud-christelijk maar stoer gezin, waar God werd geëerd maar ook hard gewerkt moest worden.

    Herman zag zijn vader vaak en lang bidden bij een beeldje van O.L. Vrouw van Lourdes en geïntrigeerd door dat schouwspel imiteerde Herman al als kleuter zijn vader en prevelde met een klein rozenhoedje zijn zelfbedachte gebedjes.

    Nog voor zijn eerste H. Communie ging Herman doordeweeks, 's ochtends in alle vroegte, regelmatig met zijn vader mee naar de H. Mis en na de H. Communie deed hij dat elke dag.

    De St. Bartholomeuskerk zoals Herman haar kende, met achteraan nog het oude altaar dat bij de verwoesting van de kerk in 1944 verloren ging.

    Zoals veel kinderen in die tijd had Herman zijn eigen kerkboekje 'Ik bid al', waarin op elke bladzijde een tafereel uit de H. Mis stond afgebeeld.

    Later volgden uiteraard ook 'De Kleinen bij Jezus', een 'Hosannaboekje' en, toen hij 9 jaar oud was, een missaal.

    Zijn kinderbijbeltjes waren bij zijn overlijden allemaal stukgelezen: de ruggen eraf of los en alle pagina's beduimeld.

    Bidden voor de overledene
    De jongen moet helemaal overdonderd zijn door de indrukwekkende symboliek van het katholicisme zoals dat in de jaren '30 nog alom tegenwoordig was, en zoals een jongen van zijn leeftijd tegenwoordig voetballer Ronaldinho of rapper '50 Cents' vereert, zo bestond voor Herman alleen de H. Mis.

    Heeft een kind van zijn leeftijd anno 2006 misschien een plakboek met voetbalsterren, zo had Herman zijn missaal vol plaatjes van Christus, OL. Vrouw, de H. Jozef of Joannes.

    Opvallend aspect aan zijn missaal was de voorliefde voor mensen die waren gestorven.

    Achterin treffen we een lijstje aan van alle overledenen van zijn tijd als misdienaar, compleet met datum.

    Wanneer hij later als misdienaar mee een lijk moest uitdragen zag men Herman biddend in de begrafenisstoet.

    Gevraagd naar het waarom zei hij: “Iedereen volgt de lijkbaar, er wordt gesproken en gerookt. Er is echter niemand die bidt voor de overledene.”

    Vroom was Herman en misnoegd over diegenen die niet naar de wetten van de kerk leefden.

    Zo vinden we in zijn missaal bijvoorbeeld ook een lijstje van mensen uit zijn straat (dan al de Wuytslei) die op zondag niet naar de H. Mis gingen, ook weer met datums en al.

    Niets of niemand kon Herman weerhouden naar de heilige mis te gaan.

    Hij leefde er voor.

    Herman Wijns, de Eucharistische Kruistochter

    Toen zijn moeder hem eens verbood om naar de H. Mis te gaan omdat het te slecht weer was, antwoordde Herman: “Niet naar de Mis, dan ook niet naar school.”

    Zijn vroomheid en toewijding tot de kerk was natuurlijk ook de broeders van het St-Eduardusinstituut opgevallen en het was daarom dat hij kort na zijn eerste H. Communie door broeder Elianus werd uitgekozen om Eucharistische Kruistochter te worden.

    Omdat hij van kindsbeen af op de Eucharistie gericht was bleek Herman een goed Kruistochter en zijn uitverkiezing maakte van hem een nog vuriger Christen.

    Zorgen
    Vanaf Hermans geboorte tot hij een jaar of zeven was verging het vader en moeder Wijns goed.

    Hun beenhouwerij op de Bredabaan liep aanvankelijk super, maar de crisis van de jaren '30 trof ook de familie Wijns en in 1938 moest men de boeken toe doen.

    Men betrok het gelijkvloers van het pand op de Wuytslei 23 en vader en moeder Wijns moesten uit werken gaan.

    Voor mensen die vier gasten en een dienstmeid hadden gehad was het werken voor een baas moeilijk te accepteren en van de zorgeloze sfeer in huize Wijns was al snel niets meer over.

    Vader nam zijn toevlucht tot het gebed terwijl moeder Wijns juist van haar geloof viel.

    Herman had het daar moeilijk mee.

    Zijn moeder ging niet meer naar de kerk en daar maakte de kleine jongen zich grote zorgen over.

    Een gebeurtenis waar Herman vrijwel zeker getuige van was: de St. Bartholomeusprocessie op de Bredabaan in 1937

    Hij probeerde zijn moeder over te halen, maar gedeprimeerd door de tegenslagen in haar leven kon moeder Wijns het niet opbrengen.

    “Waarom vraag je het zo dikwijls,” klaagde ze tegen haar godvruchtige zoon.

    “Nu, ik dacht zo maar, zie je... Vake en ik daarboven en jij... ” zou hij geantwoord hebben.

    Herman Wijns gaf al op jonge leeftijd blijk van een groot begrip van het wezen van de katholieke kerk en zij die hem gekend hebben spreken ervan hoe hij nooit aarzelde om de mensen om hem heen te wijzen op het belang van de H. Mis, de H. Communie en de Lithurgie.

    Het was dan ook zijn begrip van en zijn toewijding aan de H. Kerk die hem in laatste jaar van zijn leven tot een opmerkelijke misdienaar maakten.


    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen."Het Teken van de Mensenzoon " (Schriften van Madeleine)

    ZES EN DERTIGSTE VERSCHIJNING.

    Kerstmis, 25 december 1975 om 15.15 uur, de eerste dag.

    Madeleine komt om drie uur in de kapel. Aangezien zij weet dat Jezus gaat komen, klopt haar hart van opwinding. Een kwartier later vormt zich de stralenkrans van Licht bij het Heilig Sacrament. Madeleine gaat naar voren en knielt, maar Jezus verschijnt niet. Zij hoort, uitgesproken met krachtige stem :

    "God heeft tot de mensen gesproken. Dat zij die belast zijn met de Boodschap, naar zijn stem luisteren. Vanwege hun gebrek aan geloof zal de gehele wereld catastrofes kennen die de vier hoeken der aarde hevig zullen beroeren. Hetgeen u nu meemaakt is slechts het begin der weeën. De mensheid zal geen vrede vinden zolang zij mijn Boodschap niet kent en in praktijk brengt.

    Waarop Jezus verschijnt en doorgaat met spreken, wat Madeleine herhaalt.

    Wilt u zo goed zijn om hier acht opeenvolgende dagen te komen. U zult een noveen bidden die Ik u iedere dag voorzeg. Mijn Vader, wiens Goedheid oneindig is, wil zijn Boodschap aan de wereld bekend maken, om de catastrofe te vermijden. Meer dan ooit wil Ik een vloedgolf van mijn genade uitstorten over alle zielen in nood. Ziehier, wat Ik aan ieder van die zielen beloof, als zij mijn Boodschap kennen en in praktijk brengen.

    "De eerste dag"

    Op dit ogenblik brengt Jezus zijn linkerhand naar zijn Hart, schuift zijn lange kleed terzijde en rode en witte stralen stromen naar buiten. De andere hand is naar Madeleine uitgestrekt, naar allen, naar de wereld. Madeleine herhaalt iedere zin.

    Ik zal de bitterheid verzachten waarin de ziel der zondaars is gedompeld.

    Hierna zegt Jezus tegen Madeleine :

    Bidt met Mij : "Onze Vader... enz."

    Jezus bidt het in zijn geheel en kalm aan, samen met Madeleine.

    Bidt drie keer : "Wees gegroet Maria."

    Madeleine bidt dit nu alleen. Waarop Jezus zegt :

    Bidt : "Door uw smartvol Lijden, Heer, ontferm U over ons en over de hele wereld. Eer aan God in den hoge. Vrede op aarde en Vreugde aan de mensen, die Hij liefheeft".

    Dit zult u iedere dag bidden."

    Daarna verdwijnt Jezus.


    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Moeder van de Goddelijke Barmhartigheid.

    Sacramentele Groei

    Ook de sacramenten bewerken onze goddelijke groei. Ze zijn een wonderbaar middel ter heiliging en zelfs het gewóne middel waardoor God ons heiligt. Ze zijn de voornaamste levensbronnen, door Isaias aangekondigd: "Gij zult met vreugde de wateren putten uit de bronnen van de Zaligmaker", de bronnen van Calvarië, de wonden van Christus. Alle leven komt van zijn Bloed.

    Christus’ ménsheid is het, die ons door de sacramenten heiligt. "De onnaspeurbare rijkdommen van de Christus", zoals Sint Paulus zegt, worden daardoor ons deel. "Er ging van Hem een kracht uit die genas", meldt ons het Evangelie. Zó is het ook nú nog, als wij met vertrouwen tot Hem naderen. Als de vrouw van het Evangelie worden wij dan hetzelfde uitwerksel van zaligheid gewaar: "Iemand heeft Mij aangeraakt en Ik heb gevoeld, dat er een kracht van Mij is uitgegaan".

    Het christelijke leven is een sacramenteel leven. Uit een sacrament worden wij geboren, door een sacrament gevoed, door een sacrament genezen en ons leven wordt versterkt door een sacrament. Enkele er van merken ons met het Christuszegel. Zijn wij met Hem verenigd, dan is het door hun uitwerkselen, want het enige doel van alle sacramenten is de vereniging met Christus en het nauwer toehalen van de band van deze vereniging. Die sacramentele levensgroei ontdekt men slechts met een zekere verbazing; het is ook de groei van Christus in de zielen.

    "God, die gezegd heeft: Licht zal schijnen uit duisternis, Hij heeft licht ontstoken in uw harten." De ziel neemt toe in wasdom, vormt zich naar Christus’ beeld, en "komt" ten slotte "tot de volmaakte leeftijd van Christus".

    Dit groeien door de sacramenten wordt ons ook verleend door de tussenkomst van Maria. Zeer zeker, in hem die ze behoorlijk ontvangt, brengen de sacramenten dóór zichzelf hun uitwerkselen teweeg. Men moet hier volstrekt niet denken aan een ingrijpen tussen het sacramentele teken en het voortgebrachte uitwerksel. In die zin denken wij aan Maria’s bemiddeling niet.

    Maar vanwaar komen de sacramenten en het leven dat zij in de zielen voortbrengen? Uit de onuitputtelijke bron die Jezus met Maria op Calvarië deed ontspringen. De sacramenten zijn tekenen van Christus’ lijden, zij brengen ons de Calvarieberg-genade, en om het verdienen van die genade heeft Maria geleden.

    Vanwaar ook komen de vereiste gesteltenissen bij het ontvangen? Van Maria’s tussenkomst. De volledige genade-orde sluit ook de sacramentele genade in, en wijl Maria heeft meegewerkt aan het tot stand brengen van die orde, werkt zij ook mede aan de uitdeling van die genaden.

    Maria is Moeder, Moeder van Christus’ ledematen, Moeder van de Kerk en de taak van de moeder is het leven meedelen. Haar moederschap openbaart zich echter niet door uiterlijke tekenen; nooit ziet men Maria verschijnen om de sacramenten toe te dienen, of een van de middelen toe te passen, waarvan de bedienaren van de Kerk gebruik maken. De priesterlijke macht bezit Maria niet, maar het priesterschap, dat Jezus instelde en bezielde, steunt in zijn bediening op haar moederschap.

    Ook de Kerk is moeder, door de sacramenten geeft zij het leven. Hóger dan dat van de Kerk staat echter Maria’s moederschap. De Kerk is met God verenigd, opdat de uitverkorenen kinderen van God worden. Maar méér dan de Kerk is Maria, om Godskinderen voort te brengen, tot die goddelijke vereniging geroepen. Haar moederschap kent geen grenzen; het beantwoordt aan het vaderschap van God. God heeft Zich een Hem gelijkvormige hulpe gemaakt, die zijn wil, aangenomen kinderen, broeders van Jezus te vormen, ijverig te werk stelt. Hij heeft een moederschap geschapen, dat aan de werkingen van zijn vaderschap niet te kort doet.

    Ten slotte, waaróm de sacramenten? Om aan de ledematen van het mystieke Lichaam het leven mee te delen. Het doopsel lijft ons bij Christus in; de Eucharistie geeft ons zijn leven en bewerkt de eenheid van de mystieke Christus. Maar werkt Maria er niet aan mee? De functie van het moederschap is de opbouw van het leven en de vereniging van de ledematen die het lichaam moeten vormen. Maria is de bewerkster van de eenheid van Christus’ ledematen. In háár schoot hebben, in de persoon van Jezus, de Godheid en de mensheid zich verenigd; onder háár invloed komt ook de mystiéke Christus tot eenheid. Gaat het om vorming het leven betreffende, dan is het Maria die werkt; haar komen de innerlijke verrichtingen van het moederschap toe.

    Als de heilige Leo naar aanleiding van de Menswording over het doopsel en de sacramenten spreekt, verzekert hij, dat de tussenkomst van de Heilige Geest, die ze krachtdadig maakt, de uitbreiding is van Diens werking in de schoot van de Maagd. "Dezelfde kracht van de Allerhoogste, dezelfde werking van de Heilige Geest, die Maria de Verlosser deed baren, brengt in het herscheppende waterbad de gelovige voort". Zo waar is het, dat alles begon in de schoot van Maria en met haar medewerking.

    Wat zijn op stuk van zaken de sacramenten anders dan Christus’ mensheid, die zich ten dienste stelt voor onze heiliging? Die mensheid is Gods grote sacrament, "de levensstroom" waarvan de Apocalyps ons spreekt. Die mensheid nu heeft Maria ons gegeven. "Van háár, eerste oorsprong van Jezus’ bloed, van haar uit," zegt Bossuet, "begint zich uit te storten die heerlijke genadestroom, die door de sacramenten in onze aderen vloeit en de levensgeest brengt in heel het lichaam van de Kerk." Aan de bron van de sacramenten zetelt Maria. Zij passen op ons toe de kracht van het Bloed, dat Jezus van háár ontving.

    Deze waarheid geldt meer in het bijzonder de Eucharistie. Het Lichaam dat Zich in het sacrament omsluiert, is het Lichaam dat uit de maagd Maria werd geboren, zoals de liturgie telkens herhaalt. De Eucharistie mogen wij dan ook de grote gave van Maria noemen. "Mijn welbeminde broeders," zei Sint Petrus Damianus, "overweeg hier, ik bezweer het u, hoeveel wij aan de gelukzalige Moeder van God verschuldigd zijn, en hoe wij haar, ná God, voor een dergelijk grote weldaad moeten danken. Het Lichaam van Christus dat zij heeft gebaard en in haar schoot gedragen, dat zij in doeken gewikkeld heeft en, moederlijk liefkozend, met haar melk gevoed, is hetzelfde Lichaam, dat wij ontvangen aan de heilige Tafel; het is háár bloed dat wij in het sacrament onzer verlossing drinken..... Neen, geen menselijk woord is bij machte, háár, uit wie de Middelaar tussen God en mens zijn Vlees nam, naar waarde te prijzen. Welke eerbetuiging wij haar ook mogen brengen, nooit evenaart deze haar verdiensten, want in haar zuivere schoot heeft zij voor ons het onbevlekte Vlees bereid dat ons voedt."

    Dit voedsel wil Maria, als de beste van de moeders, ook géven. Haar wil is in de voltrekking van dit mysterie innig verenigd met die van de Vader en de Zoon, evenzeer als hij er mee verenigd was in het geheim van de Menswording en van de Verlossing. "De Eucharistie," zegt Sint Thomas, "is de voltooiing van de goddelijke gave: divinae donationis complementum."

    Toen deze gave haar aanvang had genomen, toen God de wereld zó had bemind, dat Hij zijn enige Zoon gegeven had, en die Zoon Zich zelf gaf en overleverde, schonk Maria te Bethlehem, in de Tempel, op Calvarië, óók uit liefde, die Zoon, haar hoogste Goed, aan ons. Is het dan niet passend, dat zij, bij de voltooiing van die grote gave, nu de Zoon ons als voedsel wordt geschonken, ook werkdadig er bij tegenwoordig is, en ook zij ons geeft die "voltooiing van de goddelijke gave", de eucharistische Spijze?

    Meer dan één heilige heeft geschreven, dat Jezus op Maria’s gebed de Eucharistie instelde. Zij waren van mening, dat Maria op het ogenblik van de Menswording, toen zij aan de goddelijke plannen haar goedkeuring schonk, al de consequenties van de Menswording aanvaardde. Zeker kende zij de Eucharistie, toen Jezus, tijdens zijn openbaar leven, het haar plechtig beloofde. Door haar innige deelname aan het kruismysterie werd Maria ook verbonden met zijn altijddurende voortzetting, het offer van het altaar, dat haar kinderen zou doen delen in de vrucht van het Bloed. Toen ook wilde Maria ons deelachtig-zijn aan het Levensbrood.

    Bekend is de bekering van pater Hermann. Maria verscheen hem en met hem sprekend zeide zij ook dit: "Kom het brood eten, dat ik met de maagdelijke wijn van mijn maagdelijk bloed heb gekneed, kom de wijn drinken die ik uit mijn zuiverste bloed heb geperst. Wilt gij de moeder kennen die gij bij voorkeur moet volgen, let dan op de vrucht, op het voedsel dat zij u geeft; beschouw de vrucht van mijn schoot". En terwijl zij hem de monstrans toonde: "Dit is mijn vrucht, de Eucharistie".

    Men moet echter tot de sacramenten naderen met de vereiste gesteltenissen. Ontmoet de genade geen tegenstand, dan zal zij rijk aan vruchten zijn en dit te meer, naarmate onze gesteltenissen volmaakter zijn. Ieder ontvangt bij de heilige Communie de gehele Christus; sommigen trekken er weinig voordeel uit, anderen echter, die beter gestemd zijn, worden met goddelijk leven als overstroomd.

    Hier is Maria’s tussenkomst allerkrachtdadigst. Door háár gebed verkrijgen wij de goede gesteltenissen voor het ontvangen van de sacramenten en, zoals overigens alle genaden, deelt zij ons die mee.

    Zij siert ons met de gesteldheid en de deugden die God zo gaarne in ons ziet; moeders zijn immers gewoon haar kinderen op te smukken, om ze beminnelijk te maken. In de Openbaringen van de heilige Gertrudis vinden wij een bekoorlijk verhaal van hetgeen Maria doet, om haar kinderen voor te bereiden tot het ontvangen van de sacramenten.

    "Gedurende de heilige Mis waaronder Gertrudis zou communiceren, zag zij Gods Moeder vervuld van de luister en de majesteit aller deugden, en nederig aan haar voeten knielend, bad zij de heilige Maagd haar te willen bereiden voor het ontvangen van het Lichaam van haar Zoon. Toen gaf de heilige Maagd haar een zeer mooi halssnoer met zeven afdelingen, naar het scheen. Aan elke afdeling was een steen van grote waarde bevestigd. En al die stenen stelden de buitengewone deugden voor die aan Onze Heer Jezus Christus in zijn heilige Moeder hadden behaagd. Toen de heilige Gertrudis met dit halssnoer voor haar God en Heer verscheen, was Deze zo verrukt over die deugden glans, dat Hij, als door liefde vervoerd, Zich tot haar overboog, haar op goddelijke wijze in Zichzelf trok, en haar, als in zijn binnenste opgesloten, met zijn reine en kuise liefkozingen vereerde."

    Als de heilige Gertrudis de deugden opsomt die Maria haar verwierf, noemt zij het eerst de nederigheid.

    Altijd moet men de Menswording indachtig blijven. Als uitgangspunt van het Christusmysterie neemt dit geheim in ons geestelijk leven een allervoornaamste plaats in: "De Menswording," zegt Bérule, "is een geheim, dat God met de mens, en de mens met God verbindt; en men moet zichzélf verenigen met dit mysterie..... het is van doeltreffende kracht, en men moet er de vruchten van plukken en de invloed van zijn werking ondergaan." Welnu: "De genade die aan de Menswording eigen is, is een genade van onthechting en kruisiging, een genade van zelfverzaking en vernietiging".

    Maria was geheel en al doorgeurd van die genade. Haar verheven geloof wierp in haar geest een schitterend licht op de goddelijke grootheid, en, bij terugstraling, op haar eigen "niet". "Weet ge, wie gij zijt en wie Ik ben?" zeide de Heer tot de heilige Catharina van Siëna. "Ik ben die ben en gij zijt die niet zijt."

    Niemand heeft deze waarheid beter begrepen en meer bemind dan Maria. Gód was alles: zij was niets. Dit wist Maria niet alleen, maar met heel haar ziel beminde zij die waarheid. Zij zag duidelijk in, dat zij slechts was, wat God wilde wat zij zijn zou, en die absolute afhankelijkheid had zij lief. In het licht dat haar bestraalde was haar "niet" voor haar een bron van welgevallen, en het kwam niet bij haar op, iets van haar zielerijkdom aan zich zelf toe te schrijven. Evenals haar wonderlijke zuiverheid haar beveiligde tegen elk zindelijk genot, zo behoedde de nederigheid haar voor elke geestelijke zelfvoldoening. Uit zichzelf is zij de arme vrouw, van zichzelf ontdaan, aan zichzelf onttrokken. Geheel aan God toebehorend, volmaakt naar God gericht, verwacht zij haar God. De schaduw van de Allerhoogste bedekt haar dan ook en zij ontvangt het Woord. "Virginitate placuit, humilitate concepit," zegt Sint Bernardus: "Zij behaagde aan God door de maagdelijkheid, zij ontving Hem door de nederigheid."

    Over de heilige Mis sprekend, zeide pater de Condren: "Bij deze handeling moeten wij ons vernietigen en louter ledematen van Jezus Christus zijn". Dit nu is de geest van onthechting, van losmaking van zichzelf, de geest van de Menswording. De sacramenten, de heilige Communie vooral, zullen ons met Christus omkleden, zoals Sint Paulus zegt, maar slechts dán, als wij ontdaan zijn van ons "ik". Verwacht gij God? Wilt gij aan God gelijkvormig worden? Ontdoe u van uzelf. Gaat gij niet tot de van alles beroofde Jezus? In de Hostie is Jezus in zijn goddelijke armoede. Alles is voor het oog verdwenen, niet slechts zijn Godheid, ook zijn mensheid. Het Woord zwijgt er. Het is Christus’ hoogste onthechting.

    Wordt vervolgd.

     

     


    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.VERVOLG OPENBARINGEN VAN DE H. BRIGITTA VAN ZWEDEN.

    HET BED.

    KAP. 3.

    Men weet dat volgens de regel de bedden van stro moeten zijn. Op het stro twee wollen dekens, geen linnen lakens en geen dekbed. Onder het hoofd een peluw met een linnen overtrek en een kussen eveneens met linnen overtrek.


    18-05-2011
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.VERTROUW OP MIJ


    Vertrouw op Mij, Ik zal je leiden.
    Ik ben je rots, je toeverlaat.
    Al komen er nare tijden.
    Wees maar niet bang, want heus het gaat.

    Je weet toch, Ik heb sterke armen.
    Ik draag je en Ik weet de weg.
    Laat Mij begaan en kom je warmen.
    Aan het troostend woord dat Ik je zeg.

    Luister naar Mij, Ik ben toch in je.
    Je bent geen speelbal van het lot.
    Geloof Mij, wordt stil, bezin je.
    Ik plen je leven, Ik je God.

    Denk niet steeds aan tegenslagen.
    Al is het leven ook vaak hard.
    Als mensen je soms overvragen.
    Kom dan tot Mij, want ook Mijn pad.

    Ging niet voortdurend over rozen.
    Elk leven gaat door vreugd en pijn.
    Maar heb je voor Mijn weg gekozen.
    Probeer dan consequent te zijn.

    Ik ben je kracht, geef Mij je handen.
    Kijk met Mijn ogen waar je gaat.
    Dan zal je hart van Liefde branden.
    Voor alle mensen waar je gaat.





    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.DE VRIENDEN VAN HET KRUIS VAN LIEFDE.

    DE VRIENDEN VAN HET KRUIS VAN LIEFDE.

    HET KRUIS VAN DE LIEFDE zoals JEZUS aan JNSR gevraagd , een Kruis waarvoor dagelijks het door Christus te Dozulé gevraagde gebed zal worden gebeden.

    Ontferm U, mijn God, over hen die U lasteren;

    vergeef hun, want ze weten niet wat ze doen.

    Ontferm U, mijn God over de ergernis van de Wereld,

    bevrijd hen van de geest van satan.

    Ontferm U, over mijn God, over hen die U ontvluchten,

    geef hen de smaak van de heilige Eucharistie.

    Ontferm U, mijn God, over hen die berouwvol hun zonden betreuren

    aan de voet van het Glorievolle Kruis,

    dat ze er de Vrede en de Vreugde vinden in God Onze Redder.

    Ontferm U, mijn God, opdat Uw Rijk kome, maar red hen, het is nog tijd, want de Tijd is nabij en

    nu kom Ik. Amen.

    Kom, Heer Jezus.

    HEER, VERSPREID OVER DE GEHELE WERELD

    DE SCHATTEN VAN UW ONEINDIGE BARMHARTIGHEID.

    Op (28 augustus 1996 ) zegt Jezus ons. Ieder Kruis zal geplant worden als een schildwacht die over u waakt, want de stad waar Mijn Kruis zal worden opgericht zal onder Mijn bescherming staan en Ik zal hen van zeer nabij bewaken die nog gaan twijfelen mij te volgen, want er moet snel beslist worden. Bid bij ieder van Mijn kruisen, met Liefde en de zekerheid dat Ik daar ben, alle dagen, bij ieder Kruis, het dagelijks gebed van Dozulé.

    Op 16 juli 1996, op het Feest van Onze Lieve Vrouw van de Berg Karmel, vraagt JEZUS aan JNSR de Wereld te zeggen: Door de mens, wil Ik een veld van sterren op aarde ontsteken; Ik wil dat men deelneemt. Komt tot mij, mijn welbeminden. Al deze blanke kruisen moeten in de nacht oprijzen, een lichtende klaarheid als het blauw van de zee bij een weer waar de zon zonder te rekenen zijn stralen over de vrolijke golven uitstort. Ter ere van Mijn Heilige Moeder wens Ik deze twee kleuren: wit en blauw: want Mijn Allerheiligste Moeder is aan de voet van het Kruis. Op Golgotha stond ze recht voor de Gekruisigde Liefde. De witte roos van zuiverheid draagt in Haar het Geloof, de Hoop en de Liefde. zij heeft haar sluier, blauw als de hemel, gevuld met al Haar Heilige Genaden bij elk Kruis zal Zij het over haar kinderen uitspreiden.

    Op 1 november 1996, op het Feest van AllerHeiligen, zei JEZUS tot JSNR:

    "Wordt, ieder, Kruisen van Liefde.

    door over de hele wereld te verspreiden

    duizenden Kruisen van Liefde.

    Wordt levende getuigen van Mijn Glorievolle Kruis

    door deze Kruisen van Liefde, deze duizenden Kruisen

    aangeboden aan Mijn Allerheiligste Moeder"

    Op 28 maart 1972, vroeg JEZUS door een andere zienster, Madeleine Aumont, aan de Kerk dat op de Hoge Heuvel van Dozulé, het GLORIEVOLLE KRUIS, 738 hoog zou worden opgericht,. Naar JEZUS is niet naar geluisterd.. Men heeft zijn verzoek afgewezen. En dan heeft CHRISTUS aan een andere zienster, met haar pseudomien : JNSR - Je Ne Suis Rein- ( Ik ben niets), gevraagd overal in de Wereld , duizenden Kruisen van Liefde te doen oprichten op en honderste - 7,38 m.- van het GLORIEVOLLE KRUIS in afwachting dat dit laatste door JEZUS Zelf word opgericht:

    (zeer spoedig)...

    Maria: Want de dag van God is nabij. De lampen zijn voor de helft gedoofd, de olie begint op te raken en u hebt u niet voorbereid terwijl de duisternis reeds de laatste uren van de laatste dagen van de eindtijd gaat overdekken. Uw zeer bedachtzame Moeder heeft zo juist met u gesproken. -GETUIGEN VAN HET KRUIS: 5 nov 1996-

    WEEST NIET BEVREESD..

    "GOD LEIDT ALLE DINGEN TEN GOEDE

    VOOR HEN DIE HEM LIEFHEBBEN"

    LEEST HETGEEN VOLGT ZEER AANDACHTIG, HET IS ERG BELANGRIJK: JEZUS SPREEKT TOT ONS EN GEEFT ONS BESCHERMING VOOR DE TIJDEN DIE KOMEN.

    "Het wordt laat, waakt en bidt". Amen

    -Getuigen van het Kruis, Handelingen der Apostelen: 16 mei 1999.

    Jezus: Ieder Kruis is opgericht met het Mijne met de Vader die ge kent. Neemt in uw hart een stukje van Mijn Heilig Kruis geplant in ieder kind dat Mijn Kruis zegent, Teken van het Heil van de Vrede gegeven iin Liefde van de levende God voor ieder van Zijn kinderen.

    1: Ik vraag u slechts een teken: DRAAGT OP U het teken van Mijn Kruis dat redt - Het Kruis van de Helige Benedictus-

    2: Ik vraag u slechts een Gebed met het Mijne: dat van Mijn Heilige Moeder, aan wie het recht toekomt de kop van Satan te verpletteren. De Onbevlekte zal met u zijn voor dit grote gevecht van God tegen het Kwaad, dit Kwaad dat in u is, in ieder van hen die ge zult benaderen, dit Kwaad dat in de wereld is. God zal er als overwinnaar uitkomen door Zijn Naam die ge tegen al de geniepige aanvallen van de boze zult aanroepen.

    3: Overhandigt, zoals JEZUS in de handen van MARIA al Zijn Macht heeft gelegd, uw naam (1) aan Mijn Heilige Moeder met die van JEZUS en die van MARIA. Gij zult deze twee gebeden bij u (2) bewaren en ge zult ze alle dagen bidden " Verheven Koningin der Hemelen.." en het gebed door uw Priester gegeven dat voor mij zeer aangenaam is om te horen.

    GOD ZAL OVERWINNAAR ZIJN, MIJN GLORIEVOLLE KRUIS ZAL OVERWINNEN.

    JEZUS: Dit gebed zal uniek zijn, ge zult het op u dragen, beschermd in een stof van kastanjebruine kleur gestikt aan 4 zijden en aan uw hals hangen met een wit koord. Ge zult er een van kopieren, herhaald door ieder, 's morgens 's avonds, om bescherming van God te vragen vor deze Tijden van Duisternis waar het Kwaad het hele gelaat van de Aarde bedekt.

    1: Uw naam en die van uw naasten geplaatst onder de Bescherming van JEZUS en MARIA.

    2: De twee gebeden die volgen, geschreven op papier geplaatst in het kastanjebruine zakje.

    3: "EN NU KOM IK .AMEN ( zie wat volgt).

    GEBEDEN DIE IS-MORGENS EN 'S-AVONDS MOETEN WORDEN OPGEZEGD EN DIE GEKOPIEERD MOETEN WORDEN EN GEPLAATST IN EEN KASTANJEBRUIN ZAKJE ZOALS DOOR JEZUS AAN JSNR TE KENNIS IS GEGEVEN.

    EN NU KOM IK...AMEN.

    O kom, Heer JEZUS

    Verhaast de Dag van Uw Terugkomst

    opdat de Vrede neerdalen in onze harten

    en zich verspreide over ale mensen

    en alle volkeren.

    Moge ieder erkennen dat Gij de gezondene van de Vader zijt,

    Hij die op Aarde Zijn Rijk moet komen vestigen

    Rijk van Liefde en van Vrede,

    Rijk van de Heilige Geest en van de Eeuwige Vreugde,

    O ja, kom Heer JEZUS, Wij wachten op u.

    GEBED TOT DE MOEDER VAN GOD EN ONZE MOEDER

    Verheven Koningin der Hemelen,

    soevereine Meesteres van de Engelen,

    Gij die vanaf het begin van God hebt ontvangen

    de Macht en de zending om de kop van Satan te verpletteren,

    wij vragen U nederig,

    zend uw Heilige Legioenen opdat, onder Uw bevelen

    en door Uw Macht,

    zij de demonen vervolgen,

    hen overal bestrijden, hun driestheid beteugelen

    en hen terugdringen in de Afgrond.

    WIE IS GOD?

    O goede en tedere Moeder, Gij zult altijd

    onze Liefde en onze Hoop zijn.

    O Goddelijke Moeder zend de Heilige Engelen om ons te verdedigen

    en de wrede vijand ver van ons terug te drijven.

    Heilige Engelen en Aartsengelen, verdedigt ons, behoedt ons.


    17-05-2011
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.OCHTENDGROET TOT MARIA.
    Nelly.

    Bijlagen:
    VN860078.MP3 (2.6 MB)   


    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Gebed tot Maria, Tuinierster van de Zielen.
    Nelly.

    Bijlagen:
    Gebed tot Maria, Tuinierster van de Zielen.ppt (1.7 MB)   


    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Gebed van Myriam van Nazareth. ( Powerpoint. )
    Nelly.

    Bijlagen:
    Gebed van Myriam Van Nazareth.ppt (566.5 KB)   


    16-05-2011
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.AAN ALLE LEZERS VAN DIT BLOG EEN GEZEGENDE MAANDAG.

    N. ( M ).

    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.ave maria je t'en supplie..paul severs-08-13-23-50_wmv.wmv
     
    ave maria je t'en supplie..paul severs-08-13-23-50_wmv.wmv

    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.GEBED OM DE VOORSPRAAK VAN DE ZALIGE PAUS JOHANNES PAULUS II.


    Zalige paus Johannes Paulus II

    (1920 - 2005)
    *************************************

    GEBED OM DE VOORSPRAAK VAN DE

    ZALIGE PAUS JOHANNES PAULUS II.

    Karol Józef Wojtyla werd op 18 mei 1920 in Wadowice (Polen) geboren. Op 1 november 1946 werd

    hij in Krakau tot priester gewijd. In 1953 werd hij professor in de moraaltheologie en sociale ethiek. Op

    4 juni 1958 werd hij hulpbisschop van Krakau en op 13 januari 1964 aartsbisschop van dit bisdom.

    In 1967 volgde zijn creatie tot kardinaal. Op 16 oktober 1978 werd hij gekozen tot paus en nam de

    naam Johannes Paulus II aan. In 1985 bezocht hij Nederland. Hij heeft altijd groot belang gehecht aan

    verzoening en vrede. Johannes Paulus II overleed op 2 april 2005. Toen zijn kist de basiliek in werd

    gedragen riep de menigte op tot een spoedige zaligverklaring. Reeds zes jaar na zijn dood werd hij

    door zijn opvolger, paus Benedictus XVI, op 1 mei 2011 in Rome zalig verklaard.

    God, onze Vader,

    Wij danken U voor de vele jaren dat U ons de zalige paus Johannes

    Paulus geschonken hebt als herder van Uw Kerk.

    Dankbaar denken wij terug aan zijn krachtig geloofsgetuigenis.

    Met de moed van Paulus en het geloof van Petrus

    heeft hij ten einde toe het Evangelie verkondigd

    tot in de verste uithoeken van de wereld.

    Centraal in zijn verkondiging stond de Boodschap

    van Uw barmhartige liefde.

    Die liefde heeft hij ons niet slechts voorgehouden,

    maar ook voorgeleefd.

    Vooral in het geestkracht waarmee hij zijn zware lijden heeft gedragen.

    Ontelbaar velen, ook zo vele jonge mensen, zagen in hem een

    sprekende gelijkenis met Jezus, Uw Zoon, de Goede Herder

    die zijn leven heeft gegeven voor zijn kudde.

    God, onze Vader, op voorspraak van deze zalige paus Johannes

    de Paulus willen wij U nu bidden: laat de Adem van Uw

    Heilige Geest Uw Kerk tot nieuw leven bezielen.

    Zuiver ons, de leden van de Kerk, van al onze tekorten

    en van al onze zonden. Maak ons allen één in standvastig geloof in U.

    Ontsteek in ons hart de vlam van de hoop op Uw eeuwig Koninkrijk.

    En wakker in ons Uw liefde aan die naar allen uitgaat,

    zonder enig onderscheid.

    Heilige Maria, Moeder van de Verlosser, bid voor ons.

    Zoals de zalige paus Johannes Paulus wijden wij ons leven geheel en

    al toe aan Uw bescherming, Moeder van barmhartigheid. Amen.


    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Mijn Engel Daniël. ( Vasulla Ryden.)

    24 JUNI 1986.

    De jaren zullen voorbijgaan maar Jezus zal de Beminde Zoon van God blijven; vrede zij met je; de jaren zullen voorbijgaan en Jezus zal nog steeds genezen; Jezus heeft genezingen verricht die Zijn Heerlijkheid hebben geopenbaard; Jezus bemint jullie allen; onthoud wat Hij heeft gezegd; "Ik bemin jullie allen; Ik heb Mijzelf voor altijd aan jullie gegeven"; Jezus is gestorven om jullie allen te redden; Jezus heeft de Dood overwonnen en is verheerlijkt; Daniël;

    25 JUNI 1986.

    Vrede zij met je; je verder te zuiveren zal je doen vooruitgaan; neem de Weg die naar God leidt; ik zal bidden voor jouw volmaaktheid; bemin Jezus; keer je tot God; Daniël;

    Wordt vervolgd.


    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Herman Wijns 1931 - 1941.
    Een goede leerling

    Herman Wijns
    1931 - 1941

    Herman Wijns, 'de kleine pastoor', overleed op 26 mei 1941, 10 jaar oud. Zijn wonderbaarlijke uitspraken als kleine jongen en de vreemde uitstraling van zijn graf op de oude begraafplaats in de Van Heybeeckstraat hebben er een pelgrimsoord van gemaakt.

    Velen geloven dat Hermanneke geneest en rond zijn graf staan honderden dankbetuigingen van mensen die door hem van hun kwalen zouden zijn verlost.

    Hij is zelfs al meerdere keren 'gezien' door moderne profeten en heeft tegen zeker een dame 'gesproken'.

    Nog dagelijks wordt zijn graf door tientallen mensen bezocht en nog elke eerste vrijdag van de maand vindt er een massaal bezochte plechtigheid plaats.

    Wanneer Herman Wijns op 26 mei 1941 niet was overleden aan de gevolgen van een hersenvliesontsteking na een verwonding aan zijn knie was hij vorige week (15 maart) wellicht 75 jaar geworden.

    Maar er zijn dit jaar meer jubilea als het om Ons Hermanneke gaat.


    Eerste Heilige communie
    Nadat hij een jaar vroeger dan gebruikelijk was toegelaten tot het
    eerste leerjaar van St-Eduardus, liet Hermanneke meteen blijken een goed en vlijtig student te zijn.

    Zijn wekelijkse rapporten vermelden steevast 20 op 20 en omdat ook zijn gedrag onberispelijk was mocht Herman al op zesjarige leeftijd, 4 juli 1937, zijn eerste Heilige Communie doen.

    Als alle kinderen zal hij trots geweest zijn op zijn kostumeke: witte blouse, zwart broekske, witte kousen en zwart gelakte schoenen.

    De Bredabaan ter hoogte van het St-Eduardusinstituut zoals Herman Wijns het wellicht nog gekend heeft (al is deze foto van voor zijn geboorte). Achter de moeder met kinderen de toegangspoort, daarnaast de houten afrastering van het domein Bouckenborgh

    Als alle kinderen zal hij trots voor de spiegel hebben gestaan, want het was feest en daar genoot Herman net zo van als alle andere kinderen.

    Religieus als zijn opvoeding was zullen de lessen en de plechtigheid een diepe indruk op hem gemaakt hebben.

    “Nee, dat kan niet. Dat kan niet zijn.”
    Herman was geen geniale leerling, maar wel een hard werkende.

    Het ging niet allemaal vanzelf zoals bij sommige andere leerlingen, nee: Herman moest er voor werken.

    Wat hij deed, deed hij goed, maar niet zonder moeite.

    Goede punten waren zeer belangrijk voor de kleine Herman en was het eens niet supergoed, dan was hij beschaamd.

    In het tweede studiejaar was hij na het eerste trimester de dertiende van de klas.

    Het St-Eduardusinstituut (klooster en school) gezien vanuit de klokkentoren van de St. Franciscuskerk (toen nog nieuwe kerk), zoals het werd gebouwd in 1897. Tijdens de tweede wereldoorlog werd het zwaar beschadigd door de inslag van een V2, maar pas in 1964 werden de nieuwe gebouwen die we nu nog kennen gerealiseerd. De Broeder Frederikstraat (r.) heette toen nog Sint-Franciscusstraat

    Verlegen stapte hij met zijn rapport naar huis, en durfde over zijn punten niets zeggen tegen zijn ouders.

    Volgens de legende stond hij die dag wat rond zijn vader te draaien zonder iets te zeggen.

    Pa Wijns had wel door dat er iets scheelde en bedacht dat het beter zou zijn wanneer hij even weg zou gaan: aan zijn moeder zou Herman het wellicht wel durven zeggen.

    Maar ook alleen met zijn moeder bleef hij dralen.

    Het gesprek dat hij vervolgens met zijn moeder had is een goede indicatie van het karakter van Herman.

    “Maar moeder, dat kan toch niet. Het kan toch niet waar zijn...,” zei hij verontwaardigd.

    “Maar wat is er dan ventje?” vroeg zijn moeder.

    “Nee, dat kan niet. Dat kan niet zijn.”

    “Allez, zeg het eens manneke. Geen flauwekul hè. Zeg maar eens rap wat er hapert..”

    “Zie dan eens moeke, ik ben maar de dertiende.”

    “Wat? De dertiende maar?” zei moeder.

    “Laat eens zien... Maar je hebt toch 84 op 100 en grote onderscheiding. Wij verwachten van jou toch niet dat je de eerste bent?!”

    Voor Herman echter was het niet goed genoeg.

    Het moest beter en hij was daarom vastbesloten het beter te doen.

    In het tweede trimester was hij de achtste met 87 op 100 en in het derde trimester...

    Het 1e leerjaar van de Moderne Humaniora van 1937. Zittend op de eerste rij, vierde van links zien we de dan 6-jarige Herman Wijns.

    Poe, wat zal het kereltje zich afgemat hebben, en wat legde hij een ongelooflijke wilskracht aan de dag.

    Vanaf 's morgens vroeg, direct na de H. Mis tot 's avond half tien was hij in de weer met zijn lessen.

    Boeken in de hand, rond de tafel lopend herhaalde hij zijn lessen steeds maar weer, alles om maar de beste te zijn.

    Het resultaat was er dan ook naar, want het laatste trimester eindigde hij met 89 op 100 en was hij de beste van de klas.

    Vrolijk kind
    Herman was graag gezien bij zowel zijn medeleerlingen als bij de broeders van het St-Eduardusinstituut.

    Er is een anekdote hoe de beroemde Broeder Melarius nadat Herman enkele weken ziek thuis is geweest, zo blij is Herman weer terug op de koer te zien dat hij zegt: “Herman, als jij er niet bent is mijn klas niet volledig”.

    Broeder Melarius - Antoon Persoone - was leerkracht in de laagste klassen en degene die de nagedachtenis aan Herman na diens dood levendig hield.

    “Is dat echt waar broeder,” vroeg Herman.

    “Echt waar,” antwoordde de broeder en maakte met de kleine knaap een rondedansje.

    Herman was niet alleen graag gezien, maar ook zeer behulpzaam voor anderen.

    Wanneer hij eens ziek en met koorts in bed lag en zag hoeveel moeite zijn vader zich getrooste om de koude compressen op zijn hoofdje keer op keer te verversen, zei hij tegen zijn vader dat hij het zelf wel zou doen.

    Wanneer zijn moeder zonder elastiek zat liep de kleine Herman stad en land af op zoek naar het juiste elastiek voor zijn moeder.

    Op bezoek bij zijn tante vond hij het geen enkel probleem om zelf om dessert te gaan wanneer zijn neefjes en nichtjes geen goesting hadden.

    Al was het zondagmiddag: Herman kwam niet terug voordat hij een winkel had gevonden die nog open was.

    Vlijtige leerling

    Hij was een vrolijk kind die vooral veel van muziek hield.

    De radio moest altijd aan staan zodat hij kon zingen en dansen, en zag hij een kans dan vertelde hij moppen en verhaalde enthousiast over wat er op school allemaal was gebeurd.

    Lachen is beter dan wenen
    Het woord van de broeder was heilig voor Herman.

    Wat een ander ook mocht beweren: wat Herman wist was waar, want de broeder had het toch gezegd!

    En niemand wist het beter dan de broeder, zelfs zijn vader niet, zo sterk was het kinderlijk vertrouwen van de jongen in zijn opvoeders.

    Ook een voorval op de schoolplaats typeert het karakter van de kleine Wijns.

    Het gebeurde eens op de koer dat een jongen was gevallen over een uitstekend stuk steen.

    De koer van het oude instituut

    Hij liep daarbij een hevig bloedende wond op aan zijn been, en de broeder vreesde dat hij zijn been gebroken had.

    Terwijl die de brancard ging halen verdrongen de andere jongens van de school zich rond de gekwetste, maar bij het zien van het bloed zetten ze het allemaal op een lopen.

    Behalve Herman.

    Die drukte zo goed hij kon de wond dicht om het bloeden te stelpen en troostte zijn huilende makker door hem verhaaltjes en moppen te vertellen.

    Toen de broeder terug kwam met de brancard trof hij tot zijn verbazing twee lachende jongens aan.

    “Lachen is beter dan wenen hè,” sprak Herman.

    Toen dezelfde broeder werd gevraagd of Herman een vrolijk kind was, zei hij: “Och, als je een plezante tegenkwaamt, dat was hij niet. Maar als je er nog een plezantere tegenkwaamt, dat was hij.”


    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen."Het Teken van de Mensenzoon " (Schriften van Madeleine)

    Noveen van Genade.

    VIJF EN DERTIGSTE VERSCHIJNING.

    Vrijdag, 5 december 1975 om 18.45 uur.

    Het is bijna tijd voor het Lof, de kleine kapel is vol mensen. Haar vreugde is zo groot als zij het Licht ontwaart, dat Madeleine onwillekeurig uitroept :

    "Daar is het Licht !"

    Zij staat op en begeeft zich naar het uitgestalde Sacrament.

    Jezus verschijnt met zijn handen naar haar uitgestrekt. Zij ziet alleen nog maar Hem.

    "Het is zo mooi, wat een onuitsprekelijke zoetheid. Ik zie niets anders dan de Jezus van Liefde, ik vertoef niet meer in de kapel, verder bestaat niets meer, ik denk nergens meer aan, mijn lichaam voel ik niet meer en lijkt wel verstorven. Als men dood is, denk ik dat men dit zo ondergaat. Slechts mijn geest bestaat nog in vereniging met die van Jezus."

    Dan brengt Jezus zijn hand naar zijn borst en zegt :

    "Zegt hardop wat u nu zien gaat :"

    "Met zijn linkerhand schuift Jezus zijn kleed opzij. Uit zijn borst…"

    Jezus glimlacht, gaat verder en verduidelijkt hetgeen Madeleine nazegt :

    "Uit zijn "Hart" stromen rode en witte stralen en zijn rechterhand is naar ons uitgestrekt : De vlammen uit mijn Hart verteren Mij, zegt Jezus. Meer dan ooit wil Ik ze over ieder van u uitstorten. Ziehier, wat Ik aan de gehele mensheid beloof, als zij mijn Boodschap kennen en in praktijk brengen :

    - Ik zal de bitterheid verzachten waarin de ziel der zondaars is gedompeld.

    - Ik zal genade vermenigvuldigen in de ziel van priesters en nonnen, want zij zijn het die mijn Boodschap bekend moeten maken.

    - Ik zal de vrome en trouwe zielen dichtbij mijn Hart bewaren; zij hebben mij op de weg van Calvarië getroost.

    Zodra zij mijn Boodschap kennen, zal Ik de stralen van mijn genade over de heidenen uitstorten, en over allen die Mij nog niet kennen.

    - Ik zal de ziel van ketters en afvalligen tot de eenheid van de Kerk aantrekken.

    - Ik zal de kinderen en nederige zielen opnemen in de woning van mijn Hart, opdat zij jegens onze hemelse Vader een bijzondere genegenheid koesteren.

    - Ik zal velerlei genade verlenen aan degenen die mijn Boodschap kennen en tot het einde toe volharden.

    - Ik zal de zielen in het vagevuur verlichting schenken; mijn Bloed zal hun brandwonden blussen.

    - Ik zal de meest verstokte harten verwarmen, de ijskoude zielen, die mijn Hart het diepste kwetsen.

    Ik beloof allen die vol berouw aan de voet van het Glorierijke Kruis komen en elke dag het gebed bidden wat Ik hun geleerd heb, dat in dit leven Satan geen macht meer over hen zal hebben en dat zij, na een lange periode van onreinheid, in één ogenblik rein zullen worden en Gods kinderen zullen zijn voor eeuwig.

    Mijn Vader, wiens Goedheid oneindig is, wil de mensheid redden die zich aan de rand van de afgrond bevindt. Door deze allerlaatste Boodschap dient u zich voor te bereiden. Weet, dat juist dan wanneer u er niet meer in gelooft de Boodschap in vervulling zal gaan, want u kent dag noch uur waarop Ik zal terugkomen in heerlijkheid".

    Vervolgens herneemt Jezus zijn normale houding en zegt tegen Madeleine :

    Over twintig dagen zult u een noveen beginnen die op de eerste vrijdag van de maand zal eindigen. Ik zal iedere dag het gebed voorbidden dat Ik u zoëven geleerd heb. Deze noveen zal het Heilig Jaar verlengen."

    "Over twintig dagen, ... ja, óh wat ben ik gelukkig !"

    Terwijl Hij zijn beloften opnoemde, bleven de rode en witte stralen uit Jezus’ Hart stromen.

    Madeleine brengt die twintig dagen in afwachting door, in gebed en stille overpeinzing. Zij telt de dagen "zoals een jong meisje die op haar verloofde wacht". Zij voelde zich nauw verbonden met die liefdevolle Jezus vol van Barmhartigheid. Groot was haar Vreugde gelijk een geestelijk geluk dat tot de hemel reikt, en zij verzoekt Jezus om in dat geluk ook alle arme op zichzelf standen, de ongelovigen te laten meedelen.

    Die zalige nacht vóór Kerstmis 1975 heeft zij de slaap niet kunnen vatten...

    "Wat was Kerst 1975 een mooie dag !"


    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.ONZE MOEDER, ONZE BIJSTAND.

    De heilige Thomas leert ons hóe Jezus Christus tot zijn Vader bidt: "Hij is onze voorspraak, door zijn Vader de voor ons aangenomen mensheid aan te bieden en door de openbaring van het verlangen van zijn allerheiligste Ziel naar onze zaligheid."

    Zó is ook Maria’s gebed; als Moeder van God en deelgenote van de Verlosser herinnert zij aan haar lijden en haar liefde, die zo innig één waren met die van haar Zoon. Naar Maria’s verdienste en heiligheid nu is de alvermogendheid van dit gebed af te meten. In hoge mate overtreft het de gebeden van de andere heiligen. "Wat allen vermogen mét haar, dat kan zij alleen zónder hen". "Bewaart zij het stilzwijgen, niemand zal voor ons bidden, niemand ons helpen. Maar bidt zij, dan zullen ook de andere bidden en ons helpen."

    De heilige Gertrudis ontving de gunst, in een bekoorlijk visioen de macht van Maria’s gebed te aanschouwen. "Gedurende het zingen het vers: Ora pro populo, naderde de Koningin van de maagden tot voor Gods troon, boog eerbiedig de knieën, en bood zich als middelares tussen God en de congregatie aan, terwijl zij voor ieder zeer godvruchtig bad. Maar de Koning van de koningen, haar Zoon, hief haar met grote welwillendheid op, en haar op de glorietroon aan zijn zijde plaatsend, gaf Hij haar een onbeperkte macht, om naar welgevallen te bevelen."

    Door dit gebed verkrijgen wij alles. Alles wat ons voor het goddelijke leven noodzakelijk is: de heiligmakende genade, om deelgenoot te worden van dat leven; de genaden van bijstand, om het te onderhouden en tot hoger bloei te brengen; de ingestorte deugden; de gaven van de Heilige Geest; de bijzondere hulp, om weerstand te bieden aan de bekoringen, alle tot ons heil verordende goddelijke weldaden, alles, alles eindelijk vloeit ons toe door Maria. Geen stap kunnen wij doen, tenzij onder haar invloed. Heel onze bovennatuurlijke voortgang is van haar afhankelijk, want door de genade die zij ons toebedeelt, stijgen wij omhoog. Zij leidt de vorming en de wasdom van de mystieke Christus, de vorming van de Kerk en van de heiligen. Want Jezus is het, die in de Kerk als een mosterdzaadje groeit; en over zijn wasdom waakt Maria, gelijk zij te Bethlehem en te Nazareth over de groei van Jezus’ fysieke lichaam waakte.

    Of wij er aan denken of niet, onophoudelijk zijn wij onder Maria’s invloed. Het middelaarschap van de Verlosser is voorzeker rechtens het enige absoluut noodzakelijke. Maar, wijl het de Voorzienigheid behaagde, Maria’s middelaarschap zo innig te verbinden met dat van haar Zoon en geen genade te schenken dan door háár, werd haar middelaarschap voor ons feitelijk noodzakelijk.

    Sint Albertus de Grote zegt: "Aan allen deelt zij alle goederen uit."

    En Bernardinus van Siëna zegt: "De orde van de genaden die neervloeien over het menselijke geslacht is deze: God is de algemene Bron, Christus de algemene Middelaar, Maria de algemene uitdeelster. De heilige Maagd is de mystieke hals van ons goddelijke Hoofd; daardoor vloeien de hemelse gaven aan de overige delen van ons lichaam toe."

    "De Heilige Geest deelde aan zijn trouwe Bruid Maria zijn onuitsprekelijke gaven mee, en Hij koos haar tot uitdeelster van al wat Hij bezit, zodat zij alle gaven en alle genaden geeft aan wie zij wil, zoveel zij wil, zoals zij wil en zolang zij wil, en geen enkele hemelse gave wordt er geschonken, die niet door háár maagdelijke handen gaat. Want zó is de wil van God; alles bezitten wij door Maria."

    Deze altijddurende afhankelijkheid van Maria en haar moederlijke liefde is een beweegreden tot groot vertrouwen en grote vreugde. "Op het ogenblik dat ik er het minst aan dacht," verhaalt Angelo van Foligno, "werd ik in de geest verrukt, en zag ik de heilige Maagd in de glorie. Een vrouw kon dus zetelen op zulk een troon en met zulk een majesteit! Dit besef overstelpte mij met een onuitsprekelijke vreugde. Zij stond en bad voor het menselijke geslacht; haar goedheid en haar vermogen maakten haar zó invloedrijk, dat haar gebed een onbeschrijfelijke kracht verkreeg. Ik was buiten mijzelf van geluk bij het zien van dit gebed."

    "Ik ben de medehelpster van de eeuwige liefde," sprak Maria tot de heilige Veronica, "ik ben de behoedster en de meesteresse van uw ziel: door mij zult u leren beminnen."

    Wat bedoelen wij met de leer, dat alle genaden ons toevloeien door Maria? Niet, dat de genade, als een kostbare gift van God aan ons, door háár handen zou gaan. Stellen wij ons de genade niet voor op stoffelijke wijze, bijvoorbeeld als een water, dat uit de goddelijke oceaan in onze ziel zou stromen door het kanaal, Maria. De genade is een hoedanigheid, die in de ziel wordt voortgebracht. En Maria ontvangt van God de macht, die genade in ons te bewerken door de kracht van de Heilige Geest.

    Het gaat in werkelijkheid weer om Maria’s voorbede, om die grenzenloze macht, die God haar over ons geeft, en welke de werkdadige uitoefening van haar moederlijk beschermrecht is. Ja, God wilde, dat Maria’s bede een bevel werd. Ten opzichte van de Drieëenheid is dit gebed een smeken dat haar afhankelijkheid bewijst en de vereniging van háár wil met God. Ten opzichte van ons is het een teken van haar moederlijke macht en het krachtdadige teken voor de genade. Treedt Maria bemiddelend voor ons op, dan brengt zij de genade in ons. Haar gebed is inderdaad een levenbrengende kracht, want als zij bidt, vormt zij heiligen. Het is nu wel duidelijk, dat deze invloed van Maria een bijzonder karakter heeft. Het is een gebed, maar een krachtdadig, onfeilbaar gebed; een gebed dat een mácht wordt, die zich, tot uitbreiding van het Godsrijk, naar buiten openbaart; een priesterlijk gebed ten slotte, altijd één met de wil van God. Maria is de hulp van Christus; gelijk Hij en mét Hem werkt zij onophoudelijk in op de heiligen.

    In háár en door haar krachtdadige werking kreeg de mensheid van het Woord gestalte; in háár ook en met haar actieve medewerking schept de Heilige Geest de ledematen van deze mensheid. "God de Heilige Geest, onvruchtbaar in God, want Hij brengt geen andere goddelijke Persoon voort, is door Maria, die Hij tot zijn Bruid verkoor, vruchtbaar geworden. Mét haar en in haar en úit haar brengt Hij de mensgeworden God, zijn meesterstuk, voort en verwekt Hij ook alle dagen tot het einde van de tijden de voorbeschikten en de ledematen van dit aanbiddelijke Hoofd. Hoe meer Hij dan ook in een ziel Maria vindt, zijn geliefde Bruid in onverbreekbare trouw, hoe meer werkende kracht Hij openbaart, om in die ziel Jezus Christus voor te brengen, en ín Jezus Christus die ziel."

    Waarin bestaat de werking van Maria?

    Overdenk eens, wat zij deed voor Jezus gedurende zijn aardse leven: zij ontving Hem, waakte over zijn groei, droeg Hem op aan God, toonde Hem aan de mensen en stond Hem bij in zijn slachtoffering. Ditzelfde doet zij nog voor het mystieke Lichaam. Ten bate van ons worden al haar mysteriën vernieuwd. De Menswording, het Bezoek, de Opdracht, het Mede-lijden gaan steeds voort de ledematen van de Christus te vormen.

    Willen wij weten, of haar werking diep en innig is, denken wij er dan aan, dat zij moeder is: voor het góddelijke leven ontvangt en baart zij ons. Maar wat is een kind in moeders schoot? Komt heel zijn leven niet van haar? Het karakter van Maria’s werking ten opzichte van ons is dan ook vanzelfsprekend moederlijk. Die werking is daarbij verborgen, ze wordt uitgeoefend in het diepste innerlijk van de ziel. Ze doet denken aan de invloed van de Eucharistie in de Kerk. De Hostie, schijnbaar onbeduidend, is toch het leven van de christenheid. Als haar Zoon, verbergt Maria zich in de stilte, maar door een geheel inwendige beïnvloeding werkt zij immer voort. Volgens een wet van het geestelijke leven is een invloed méér innerlijk, naarmate zij groter en dieper is. Maria’s stille invloed is het zuurdeeg dat ons doet rijzen boven onze besmetting, de gist die onze werkkracht in beweging brengt.

    Zonder ophouden is Maria in de Kerk tegenwoordig en werkt zij op het leven van het mystieke Lichaam in. Op haar past de liturgie de woorden toe uit het boek van de Spreuken: "In het heelal speelt gij in Gods tegenwoordigheid en vindt uw vermaak onder de kinderen van de mensen"

    Welk aandeel heeft zij in Gods Voorzienigheid? Zij leidt de mensen, heerst over de christenheid en houdt, vol bezorgdheid, soms een wakend oog over haar verschillende afwisselende verschijnselen; zij voorziet in haar behoeften en antwoordt op haar smeekgeroep; zij voltooit de vorming van het mystieke Lichaam.

    Dat is voor haar "een spel", verzekert ons de Heilige Geest, want deze alomvattende werking in de schepping, waaraan te denken ons doet duizelen, gaat de onvergelijkelijke macht van Gods Moeder niet te boven. Haar wondervolle macht openbaart zich ieder ogenblik in volmaakte daden, eindeloos verscheiden en menigvuldig, sterke en zachte daden, om elke ziel en het gehele, door haar in liefde omvatte Lichaam van Christus weldadig te beïnvloeden. Haar stille, zachte en tere werking verovert onophoudelijk de schepping. Een van de werkelijke waarden die de Kerk spoedig ontdekte, is deze: dat zij steeds geleid wordt door de onzichtbare en vruchtdragende werking van Maria’s moederlijke macht.

    Ook elke ziel is zij nabij, met de zoetste werkelijkheid van haar geestelijke tegenwoordigheid. Maria is bij ons, omdat zij ons ziet, ons bemint, voor ons zorgt. Zij is dicht bij ons, dichter dan onze Engelbewaarder, in zekere zin dichter dan wij zelf. Op volmaakte wijze kent zij ieder van haar kinderen, wier roeping en meest verborgen geheimen zij doorschouwt. Zij dringt door in díe diepte van onze ziel, die wij voor allen verbergen, en die voor onszelf somtijds tot het onbewuste behoort. Alle middelen, om zich in ons dagelijks leven te mengen en het te besturen, zijn in haar bezit. Hoe gemakkelijk is het voor ons, haar te naderen! Tussen haar en ons bestaat een ware wisseling van gedachten en liefdebetuigingen.

    Enige denken misschien aan de afstand die ons van haar verheerlijkt lichaam scheidt. Maar wat geeft hier de ruimte? Gods alomtegenwoordigheid doet elke afstand verdwijnen; zijn macht heft het afwezig-zijn op. Het is mogelijk, dat twee lichamelijke wezens bijeen zijn en toch vreemdelingen voor elkaar. De tegenwoordigheid neemt eerst een aanvang met de kennis; de gemeenzaamheid ontstaat door het verstand en het hart. Zijn wij door de gedachte en de liefde niet voortdurend met Maria verenigd? Wij spreken tot haar, zij hoort ons; wij roepen haar hulp in, zij geeft antwoord door de genade; met haar kinderen is zij in blijvend contact. Alles ziet zij, en zij voorziet ook in alles. Zij is voor ons tegenwoordig, als de moeder voor het kind, dat zij ontving en onder het hart draagt.

    Enige dienaars van Maria hebben ook gesproken van haar bijzóndere tegenwoordigheid in de ziel. In Maria’s genadegeheim spreekt de heilige De Montfort hierover. "Zorg er voor, u niet te verontrusten, als gij niet zo spoedig de zoete tegenwoordigheid van de heilige Maagd in uw binnenste geniet. Deze genade is niet voor allen, en als God uit grote barmhartigheid er een ziel mee begunstigt, kan zij ze gemakkelijk verliezen, als zij er niet op uit is, dikwijls in zichzelf te keren." De heilige noemt op een andere plaats deze tegenwoordigheid met een nog duidelijker woord: "de woning in het mooie innerlijk van Maria". De heilige Philippus Nerius, de heilige Ignatius, Olier en anderen hebben blijvend die tegenwoordigheid genoten.

    Als de ziel de gewoonte aanneemt, met Maria te leven, volgens haar bedoelingen te handelen, met haar liefde tot God te gaan en zelf door het geloof bij Maria te zijn, dan zal ongetwijfeld Maria’s tegenwoordigheid in haar leven een zoete werkelijkheid worden, en het uitgangspunt voor een nieuwe geestelijke opgang. Maria’s tegenwoordigheid toch, die, over het geheel genomen, een tegenwoordigheid is van invloed en van liefde, is wél een kostbare genade, maar, naar het schijnt, geen buitengewoon verschijnsel in het christelijke leven.

    Deze geestelijke tegenwoordigheid van Maria in de zielen en in het mystieke Lichaam is wél een van de grootste en zoetste werkelijkheden van het leven van de Kerk.

     

     


    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.VERVOLG OPENBARINGEN VAN DE H. BRIGITTA VAN ZWEDEN.

    GRONDREGEL.

    KAP. 2.

    De grondregel en het begin van deze orde en der zaligheid is ware ootmoed, vlekkeloze zuiverheid en vrijwillige armoede.

    Daarom is het niemand toegelaten iets, zelfs het allergeringste niet, in eigendom te hebben; zelf geen penning, noch die met de handen aan te raken. Evenmin zilver, noch goud, tenzij het nodig is dit aan te raken voor een handwerk en zelfs dan alleen met de toelating der abdis. Alle benodigheden moeten door de abdis verschaft worden, te weten de orde-kleederen, beddegoed en wat nodig is voor de arbeid. Niemand mag iets hebben wat de regel niets toestaat.




    Foto

    Getuigenissen van de jongeren van Cenacolo
  • Deel 1
  • Deel 2
  • Deel 3
  • Deel 4
  • Deel 5
  • Deel 6
  • Deel 7

  • Foto

    Foto

    Foto

    Godelieve heeft voor mij
    deze prachtige pps gemaakt
    waarvoor mijn dank





    Foto

    Schrijft u wat in mijn gastenboek
    klik dan op het boek boven




    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Klik op het plaatje en krijg een prachtige rondleiding door het Vaticaan
    Ieder nummertje is weer iets moois
    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Image and video hosting by TinyPic
    Image and video hosting by TinyPic
    Image and video hosting by TinyPic
    Foto

    Een interessant adres?


    Blog tegen de wet? Klik hier.
    Gratis blog op https://www.bloggen.be - Bloggen.be, eenvoudig, gratis en snel jouw eigen blog!