For this blog to translate into language of your choice? Select your language below.
2 prachtige pps-jes hierboven van Godelieve en ook Mama rechts heeft ze gemaakt Klik op de banner en bekijk nog veel meer moois op haar blog
Klik op de banner hier beneden en ga eens langs bij Lenie voor nog meer moois Alle Ave Maria pps-jes hierboven zijn van haar
Gastenboek
Druk oponderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek
Wonder
21-04-2011
JEZUS' LIJDEN EN KRUISDOOD.
N. ( M ).
JEZUS' LIJDEN EN KRUISDOOD.
N. ( M ).
JEZUS' LIJDEN EN KRUISDOOD.
N. ( M ).
JEZUS' LIJDEN EN KRUISDOOD.
N. ( M ).
JEZUS' LIJDEN EN KRUISDOOD.
N. ( M ).
JEZUS' LIJDEN EN KRUISDOOD.
N. ( M ).
JEZUS' LIJDEN EN KRUISDOOD.
N. ( M ).
JEZUS' LIJDEN EN KRUISDOOD.
N. ( M ).
JEZUS' LIJDEN EN KRUISDOOD.
N. ( M ).
JEZUS' LIJDEN EN KRUISDOOD.
N ( M ).
JEZUS' LIJDEN EN KRUISDOOD.
N. ( M ).
JEZUS' LIJDEN EN KRUISDOOD.
N.( M ).
Mijn Engel Daniël. ( Vasulla Ryden.)
31 MEI 1986.
Vrede; vrede zij met je; God bemint je en toont je Zijn liefde; God bemint jullie allen, met een liefde die alle begrip te boven gaat; bemin God, want God is goed; bemin Hem met al je krachten; Daniël;
1 JUNI 1986.
Vrede voor jou; wees goed; houd op met lezen van die boeken; de Bijbel predikt de Waarheid; Daniël;
2 JUNI 1986.
Vrede, vrede voor jou; denk aan God; Hij heeft vanaf het begin wonderen gedaan; alle Glorie komt van God; God zal je aan Zich binden; ga met de genade van onze Heer Jezus Christus; iedereen sterft, van einde komt begin; ga in vrede; Daniël;
Wordt vervolgd.
"Het Teken van de Mensenzoon " (Schriften van Madeleine)
ACHT EN TWINTIGSTE VERSCHIJNING.
Goede Vrijdag, 28 maart 1975.
Madeleine gaat tegen 11 uur naar de kerk, daarna om 3 uur voor de Kruisweg, en tegen 5 uur opnieuw, zonder dat de Heer zich openbaart. Zij ziet tegen die avond op vanwege de grote opkomst die er zal zijn. Om half negen zijn een vijftigtal mensen in de kerk.
Madeleine bespeurt aan het eind van de kerk het Licht, voorbij het hoofdaltaar dat aan haar zicht onttrokken is. Zij begeeft zich naar dit Licht en knielt voor de Heer die, met zijn handen naar haar uitgestrekt, verschenen is.
"Zegt dit hardop : "Waarom treurt u over de dood van de gekruisigde Jezus, terwijl Hij heden levend in uw midden is ?
Bidt eerder voor hen die, vandaag meer nog dan gisteren, Hem vervolgen."
Gaat drie stappen achteruit en herhaalt met uw armen gekruist wat Ik u voorzeg :
Jezus heeft zijn handen gekruist en zijn ogen ten hemel gericht alsof Hij wil bidden. Zijn ogen keken ernstig en bedroefd, en ik onderging zijn droefheid.
- Mijn God, ontferm U over hen die U beschimpen : vergeef het hun, want zij weten niet wat zij doen.
- Mijn God, ontferm U over de ergernis in de wereld : bevrijd ze van de geest van Satan.
- Mijn God, ontferm U over hen die, vandaag meer nog dan gisteren, U vervolgen : stort in de mensenharten uw Barmhartigheid uit."
Toen Jezus zijn handen liet zakken, zag Madeleine een bol onder zijn voeten. Vervolgens heeft Hij zijn handen tamelijk hoog in de richting van de kerkgangers uitgestrekt, terwijl witte en rode stralen uit zijn handpalmen stroomden. En Hij zei tegen Madeleine :
"Zegt ze dit : Madeleine herhaalt hardop
"Weet dat Jezus van Nazareth over de dood heeft gezegevierd, dat zijn Rijk eeuwigdurend is en dat Hij komt om de wereld en de tijd te overwinnen.
Madeleine ondervond een diepe Vreugde, en zei later :
"Ik voelde aan dat de Heer de aarde beheerste. Het leek alsof Hij kwam in macht en glorie, want die bol onder zijn voeten was de aarde."
Zij herhaalt hardop de woorden van Jezus :
Het is door het Glorierijke Kruis - door Madeleine, op de dag af, drie jaar geleden gezien - ja, het is door het Glorierijke Kruis, dat het Teken is van de Mensenzoon, dat de wereld gered gaat worden.
Jezus die onder ons aanwezig is, vraagt nu op dit ogenblik* dat u allen in processie naar de plaats gaat waar het Glorierijke Kruis verschenen is. Gaat er vol berouw heen, u zult er de Vrede en Vreugde vinden. Jezus vraagt dat hier ieder jaar een plechtig feest gevierd wordt - op deze dag (dus 28 maart).
"Notum fecit Dominus a Magdalena Salutare Suum."
Vertaling uit het Latijn : "De Heer heeft zijn Heil bekend gemaakt door Madeleine."
Daarna, alleen voor Madeleine :
"Schrijft bij thuiskomst op wat Ik u zeggen ga.
Jezus keek mij aan en glimlachte. Hij strekte zijn rechterhand naar mij uit. De globe en de stralen waren verdwenen. Zijn oogopslag is zo lieflijk !
U bent verkozen, Madeleine, om de weerspiegeling van mijn Liefde te zijn. Het is daarom dat u in vuur en vlam bent gezet. Zoudt u na deze glorierijke dag zo goed willen zijn een grote taak te volbrengen ?"
Madeleine hardop :
"Uw wil geschiede !"
"Laat het gebed, dat Ik u geleerd heb, 320 keer neerschrijven en weest mijn apostel.
Gaat tot aan de grens van deze stad in ieder gezin zeggen dat Jezus van Nazareth over de dood heeft gezegevierd, dat zijn Rijk eeuwigdurend is, en dat Hij komt om de wereld en de tijd te overwinnen."
"Zegt dit hardop : "U maakt de tijd mee waar iedere gebeurtenis het Teken is van het geschreven Woord."
En zonder instructie aan Madeleine om het hardop na te zeggen :
Ik verlang dat zij elke dag het gebed bidden, gevolgd door een tientje van de rozenkrans. Elk gezin dat het met groot vertrouwen bidt, zal tegen iedere wereldramp beschermd worden. Bovendien zal Ik in de harten mijn Barmhartigheid uitstorten.
Indien men u vraagt wie u stuurt, dan zegt u dat het Jezus van Nazareth is, de verrezen Mensenzoon. Onthoudt, vreest niet de tegen u opkomende vernederingen, laster en spot. U zult gehaat worden omwille van mijn Naam, maar volhardt tot het einde. Als u dat wenst, mag u zich door iemand laten vergezellen. U hebt alle tijd om deze taak te volbrengen. Uw gezin mag er niet onder lijden, want dit laatste Heilige Jaar zal pas eindigen na de oprichting van het Glorierijke Kruis. Maar dat zij, die tot taak hebben het op te richten, haast maken, want de tijd is nabij. Komt niet terug bij het gezin waar de deur voor u gesloten wordt.
Zegt dit hardop : "De zonde is door de mens in de wereld gekomen. Daarom vraag ik de mens om het Glorierijk Kruis te doen oprichten."
Zegt ze dat Ik daarna zal wederkeren in Heerlijkheid. En dan zult u Mij zien zoals deze dienares Mij ziet."
Daarna verdwijnt Jezus.
Madeleine is opgestaan en bemerkt dat zij zich in de kerk bevindt. Toen zij zich omdraaide zag zij alle ogen naar haar staren en durfde niet meer naar haar plaats terug. De priester beduidde haar dat zij naar de zijbeuk kon gaan.
Opmerking :
Na de viering van het Mysterie van het Lijden om half negen, heeft de priester de vijftigtal kerkgangers op het hart gedrukt om, over hetgeen zij gezien en gehoord hadden maar niet begrepen, het zwijgen toe te doen. Hij zei verder dat zij die uitleg wensten, hem privé konden spreken.
Al werd dit advies opgevolgd, toch gaf het aanleiding tot verkeerde opvattingen. Want dit advies deed juist teniet waartoe Jezus deze en daaropvolgende personen was komen voorbereiden. Voorbereiding die diende om de grote taak te vergemakkelijken die Hij Madeleine had opgedragen.
"Jezus onder ons aanwezig vraagt op dit ogenblik..."
De kerkgangers, die niet konden weten dat Madeleine een verschijning had en door Jezus werd voorgezegd, worden zich hiermee van dit feit bewust.
De heilige Eucharistie.
Wij moeten onze noden aan Christus openbaren
en zijn genade afsmeken.
De gelovige: Zeer goede en beminnelijke Heer, die ik nu godvruchtig wens te ontvangen, Gij kent mijn zwakheid en de nood die ik lijd; Gij weet in hoeveel kwaad en gebreken ik neerlig; hoe dikwijls ik mij bezwaard voel, bekoord, verward en verontreinigd. U bent voor mij als medicijn, als vertroosting en verkwikking roep ik U aan. Ik spreek tot Degene die alles weet, aan wie mijn hele innerlijk bekend is; Gij alleen kunt de volmaakte vertroosting geven en mij helpen.
Gij weet wat ik vóór alles nodig heb, hoe arm ik ben aan deugd. Zie, ik sta voor U, arm ontdaan van alles; ik bid om uw genade, ik smeek om uw barmhartigheid. Verkwik uw arme, hongerige bedelaar, verwarm mijn koudheid met het vuur van uw liefde; verlicht mijn blindheid met de helderheid van uw tegenwoordigheid.
Laat voor mij al het aardse maar bitter worden; alle zwarigheid en tegenslag mij leiden tot geduld; al het lagere en geschapene geringe achting en vergetelheid bewerken. Richt mijn hart naar U omhoog in de hemel en laat mij niet dwalend over de aarde gaan. Wees Gij van nu af mijn voldoening tot in alle eeuwen, want Gij alleen zijt mijn spijs en drank, mijn liefde en mijn vreugde, mijn zaligheid en heel mijn rijkdom.
Wil mij toch door uw tegenwoordigheid geheel in gloed zetten, mij doen branden en in U omvormen, zodat ik één geest met U word door de genade van de innerlijke eenheid en door het vloeibaar worden als gevolg van een vurige liefde.
Duld niet dat ik hongerig en dor van U wegga, maar handel met mij op een barmhartige wijze, zoals Gij dikwijls wonderbaar met uw heiligen gehandeld hebt.
Is het zo verwonderlijk dat ik door U totaal in vuur raak en mijzelf verlies? Gij zijt toch een altijd brandend vuur en Gij schiet nooit te kort, Gij zijt de liefde die de harten zuivert en het verstand verlicht.
VERVOLG OPENBARINGEN VAN DE H. BRIGITTA VAN ZWEDEN.
BIJ HET GRAF VAN BISSCHOP BRYNJOLF.
Boek 9 - KAP. 108
Toen de heilige Birgitta op Maria-Lichtmis in de Kerk te Skara was, gebeurde het, dat zij de zoetsten en ongewoonsten geur gewaar werd. Toen zij zich hierover verwonderde, werd zij aanstonds in de geest vervoerd en zag zij de heilige maagd Maria en bij haar iemand van wonderbare schoonheid, in priesterlijk ornaat getooid. En toen zeide de maagd Maria tot haar : "Gij moet weten, mijn dochter, dat deze bisschop mij vereerde gedurende zijn leven en zijn verering door de daad bekrachtigde. Hoe Gode zijn leven behagelijk was, bewijst u de geur, die gij gewaar werdt. Maar hoewel nu zijn ziel God aanschouwt, ligt toch zijn lichaam op onwaardige plaats in de aarde begraven. Aldus werd mijn dierbare echte parel voor de zwijnen geworpen.
20-04-2011
AAN ALLEN EEN GEZEGENDE WOENSDAG TOEGEWENST.
N. ( M ).
The Song of Bernadette.
The Song of Bernadette.
Mijn Engel Daniël. ( Vasulla Ryden.)
26 MEI 1986.
Wees alles wat God behaagt; kom tot geloof; wees heilig; reik naar God en verschijn met een zuivere ziel voor Hem;
Jahweh
Bemint je; ga bidden; verheerlijk God en prijs Hem; Daniël;
27 MEI 1986.
Vrede zij met je; ik zal alles doen wat God van mij wil; ik zal je naar God leiden; Daniël;
28 MEI 1986.
Vader! Vader van de Hemelen, leid alles en geef mij sterkte!
Wat zeg je?
Ik bad tot de Vader in de Hemel; ere zij God; Jezus is altijd met je; roep Jezus aan in je gebeden; ik zal je naar je Vader leiden;
( Ik begon te vrezen dat ik misleid werd. )
Vrees niet; mijn boodschappen doen je geen kwaad; bemin God, bemin Hem meer; Daniël;
30 MEI 1986.
Vrede zij met je; leid een zuiver leven; ik zal voor je bidden; bemin Jezus Christus, Hij bemint je;
Vrees niet, want Ik ben dichtbij; kom tot Mij, Ik ben hier;
( Ik vroeg aan mijn engel. )
Waar ben je meestal?
Ik ben waar jij bent;
Kun je mij even duidelijk zien als ik de dingen zie?
Ja;
Waar ben je als ik de trappen afren?
Ik ben met je;
Waar ben je nu?
Ik ben bij je;
Waar zul je zijn als ik sterf?
Je zult mij ontmoeten; ik zal aan je zijde zijn;
Zeg eens wat tegen mij .
Ik bemin God; verheerlijk God; Daniël;
Wordt vervolgd.
Gods gewone handelingen met zondige landen en kerken.( Einde. )
c. Het wordt vereist dat een verootmoediging over de zonden gepaard is met een verlating daarvan. "Die zijn zonden belijdt en dezelve verzaakt, die zal barmhartigheid vinden". Belijdenis is een gemakkelijke en goedkope arbeid geworden. Hetzij men die uit een boek leest, of zich daarvan kwijt door middel van de geestelijke gaven. Men mag de ootmoedigheid voorwenden als men het niet heeft, en die uitdrukken als het voorbijgaan is; het beantwoordt aan de wil en de mening van God niet. Maar de dadelijke verbanning van zondige hebbelijkheden, van zondige wegen en van zondige achteloosheid, kan niet voorgewend zijn, en ook niet beter vertoond worden dan het is. Zo iemand, die denkt dat hij niets heeft te verzaken, geen boze wegen, en geen zondige verzuimen, en ook geen gesteldheid van zijn hart, die zal tot een betere kennis van zichzelf, wanneer het te laat is, ontwaken. Hieraan mogen wij onszelf dan blijkbaar beproeven. Welke wezenlijke verandering is in ons gekomen, in onderwerping aan de roepingen van God? Wat hebben wij verbannen in onze wegen, daden en gesteldheden van het hart? Welke ijdele gedachten, waaraan wij tevoren huisvesting gaven, zijn buitengesloten? Welke driften en hartstochten, die voorheen hun behoorlijke paal en maat overtreden, zijn in orde gebracht? Welke ijdele gesprekken, waaraan wij tevoren gewend waren, zijn voorkomen en belet? Welke veinzerij in het oefenen van de liefde is verbeterd of verworpen? Welke ongeregelde daden in onze personen, huisgezinnen of ontmoetingen van dit leven, zijn uitgebannen en verzaakt? Een onderzoek naar deze dingen zal ons een dadelijke en tastbare blijk geven of de verootmoediging wegens onze zonden geschikt is naar de tegenwoordige roepingen van God.
F. Een andere plicht van deze tijdsomstandigheden is, dat wij treuren om de zonden van anderen. Voornamelijk van zulken waarop wij door de schikking van de voorzienigheid een nadere betrekking hebben. Als bloedverwanten, gemeenten waaronder wij leven, en alle inwoners van ons vaderland, waarmee wij door vele middelen en banden van vereniging zijn vastgehecht. Het is genoeg bekend dat zon oprecht treuren over de zonden van de tijden en plaatsen waar wij leven, van het volk en de gemeenten waartoe wij behoren, bij uitnemendheid door God wordt goedgekeurd, en op zichzelf bij allen die gevoel hebben, een teken is van verlossing in een dag van ellende, Ezech. 9:4-6. Als onze gemoederen zorgeloos en achteloos zijn over de zonden van anderen, het is een groot blijk van gebrek aan oprechtheid in de verfoeiing van de zonden die wij belijden.
Ik weet, er zijn veel voorwendsels tegen. Als dat ze niet naar ons willen horen, en wij daarom geen belang in ze hebben. Dat ze snode vijanden van God zijn. En dat, hoe goddelozer ze zijn, hoe meer hun verwoesting verhaast zal worden. Door zulke voorwendsels verleiden de mensen zichzelf tot een verwaarlozing van deze plicht. Ja, tot het doen van een tergende zonde, zoals het nalaten daarvan is. Voor zulken die God in waarheid vrezen, en enig deel nemen in Zijn glorie, of in de eer van Christus, is het een stof van droefenis, dat de gehele wereld, voorzover wij die kennen, vervuld is met allerlei vervloekte en tergende zonden. Het ligt onder een vloed van ongerechtigheden, zoals de oude wereld onder een vloed van water. Hier en daar ziet men alleen een ark, die daarboven wordt opgehouden. Atheïsme, verwerping van de Heilige Schriften, ongeloof van evangelische verborgenheden, verachting van de godsdienst die men belijdt, onder alle soorten van christenen een verlies van het openbaar geloof en vertrouwen, met daarnaast een dracht van onreine lusten, eerzucht, hoogmoed, gierigheid, in velen die de uitwendige gedaante van een kerk hebben, zijn dingen waarmee de gehele wereld als overdekt is. Als God zo met de wereld handelt, wanneer Hij het overgeeft aan deze openbare ongebonden overdadigheid, die nu daarin zo overvloedig is, dan wordt het voor allen, die Hem waarlijk vrezen en die om een treurige gestalte van het hart roepen, een plaats van duisternis en verdriet. Die reden van droefenis is nog te groter voor zover zulke goddeloosheden ons eigen vaderland raken. Wegens een gemeenschap met dit volk in afkomst, taal, zeden, wetten, burgerlijke belangen en betrekkingen, die ontstaan uit de algemene wetten van de samenleving, in een plaats die door de voorzienigheid tot bijzondere doeleinden geschikt is; wegens dit alles, zeg ik, kan het niet anders zijn of wij hebben groot belang in het goede of kwade dat deze natie mag treffen. Zoals dit belang nog vermeerdert als men er op let, dat dezelfde ware godsdienst, een godsdienst die vergezeld is van talloze voorrechten, door het grootste gedeelte van het land beleden wordt. Ten aanzien van deze en dergelijke overwegingen ligt het gehele land onder dezelfde wet van de voorzienigheid tot verkrijging van goed of kwaad. En hierom zijn wij in de zonden van dit volk op een bijzondere wijze geraakt, zoals wij ook zullen zijn in de straffen ervan. Of dit land momenteel in zonden overvloedig is, hebben wij reeds onderzocht. En niets van wat wij tevoren geschreven hebben, zal weer herhaald worden.
Als wij geen gevoel hebben wegens deze tergingen; als wij niet proberen om onze harten daarover aangedaan te doen zijn, en om daarover te treuren, dan zijn wij nog ver van die gestalte van de ziel, die God van ons eist, en waartoe Hij ons roept.
Dit treuren over de zonden van anderen moest ontstaan uit tweeërlei beginsel:
a. Uit een ijver voor Gods eer.
b. Uit medelijden over de zaken van de mensen. Ja, uit aandoeningen over de beklagenswaardige en ellendige staat, die hen zelfs in deze wereld zal treffen. Waarlijk, alle ware gelovigen kunnen niet nalaten een groot deelnemen te hebben in alle zaken waarmee Gods eer en roem vermengd is. "In al onze benauwdheden is Hij benauwd", en in alles waarin Zijn glorie lijdt, behoorden wij ook te lijden. In het gezegend voorschrift dat wij hebben voor onze gebeden, om te weten wat en waarom wij moeten bidden, wordt dat allereerst bevolen, waarop wij voornamelijk en bij uitnemendheid moeten aandringen. Dat is, de eer van God in de heiliging van Zijn Naam, en de voortgaande komst van Christus koninkrijk, en de volbrenging van Zijn wil door de gehoorzaamheid van de mensen die op de wereld zijn. Als wij nu oprecht zijn in het bidden, en een brandende vurigheid hebben in het uitboezemen van deze smekingen, zou het dan ons niet aangaan, als wij geheel het tegendeel in ons midden zien? Als de Naam van God zelfs gelasterd, en alles wat Hij naar Zijn Naam genoemd heeft, wordt bespot? Als het gehele geestelijke belang en het koninkrijk van Christus wordt tegengestaan, en het buitenste voorhof van Zijn tempel overal wordt gegeven tot vertreding aan de heidenen? Wanneer alle soorten van zonden openlijk gepleegd worden tegen Gods wil en bevelen; als de aarde bijna zo ongelijk is aan de hemel, alsof het de hel zelf was; is hier geen stof met allen om te treuren? Wij zijn grotendeels liefhebbers van onszelf. En als het daarom goed gaat met onszelf, naar dat de uitgebreidheid van onze omstandigheden en maagschap is, het treft ons niet zeer wat anderen overkomt. Dit is snood genoeg op zichzelf. Maar zullen wij ten aanzien van Jezus Christus zo gezind zijn, dat wij, terwijl wij in veiligheid zijn, ons niet bekommeren hoe het met Zijn belangen staat? Nee, als wij Gods Naam, Zijn wegen en Zijn glorie, in Zijn koninkrijk en heerschappij over deze wereld liefhebben, het kan niet anders zijn, of wij moeten ten hoogste getroffen worden over al het nadeel dat ze in deze dagen lijden. De andere bron van deze treurende gesteldheid is, het medelijden met de zielen van zondaren, en eveneens met hun personen, in het naderen van de verwoestende oordelen.
Ik spoed mij naar het einde en kan op deze dingen niet blijven staan. Dit alleen zal ik zeggen:
Hij, die zijn oog kan vestigen op de eeuwigdurende ellendestaat van een oneindige menigte van degenen waaronder wij leven, en op de naderende onheilen, die zonder boetvaardigheid en bekering niet vermeden zullen worden; en niet enige tranen daarover stort, die heeft een hart dat harder is dan een kei of diamant, die geen indrukken kunnen ontvangen.
G. Het is nu een tijd waarin wij geroepen worden tot een naarstige en zorgvuldige waarneming van de plichten die onze beroepen en bedieningen betreffen. De plichten van onze kerkelijke gemeenschap, in onze huisgezinnen, in de posten waarin God ons gesteld heeft, en in ons dagelijks verkeer. Deze is de raad die de apostel geeft, ten aanzien van zon tijd als deze is, 2 Petrus 3:11, 14: "dewijl dan deze dingen alle vergaan, hoedanigen behoort gij te zijn in heiligen wandel en godzaligheid! Daarom, benaarstigt u, dat gij onbevlekt en onbestraffelijk van Hem bevonden moogt worden in vrede". Zonder enige heilige naarstigheid in al deze plichten, kunnen wij door de Heere Christus niet gevonden worden in vrede, wanneer Hij komt om de wereld te oordelen, en Zijn kerk met een vurige beproeving te zuiveren. Onachtzaamheid, koelheid en zorgeloosheid in deze zaken, zijn tekens van een naderend oordeel. Van sommige van de genoemde plichten, schijnt het gros van de belijders in deze dagen bijna vermoeid te zijn, en ze op een onverschillige wijze of als terloops te volbrengen. Maar wij mogen gewis verzekerd zijn dat, als wij onze naarstigheid in deze dingen niet opwekken, als wij onze zielen niet met kracht en waakzaamheid daarin doen bezig zijn, wij ons ook niet voegen naar de tegenwoordige roeping van God.
H. Van ons wordt geëist dat wij met ernst, aanhouding en volstandigheid smeken om zon uitstorting van de Heilige Geest van boven, die in staat is om de inwoners van het land te vormen en te bewerken tot boetvaardigheid en verbetering van het leven. Dat dit de enige weg en het enige middel tot bevrijding, en een geheiligde verlossing uit verwoestende oordelen is, is tevoren gezegd. En dit is ook de enige weg die voor sommigen van ons nog is opengelaten, om dit land in zijn benauwdheid te helpen en bij te staan. Hierom zullen wij uit een volstandige aanhouding om zon uitstorting van de Heilige Geest drieërlei voordeel trekken.
(1) Daardoor zullen wij onze plicht, die wij aan ons vaderland schuldig zijn, op een wijze die niemand verhinderen of beletten kan, volbrengen. Wij zijn het land van onze geboorte in velerlei opzicht, als in het zedekundige, staatkundige en het geestelijke, vele verplichtingen schuldig. De meesten van ons zijn echter buitengesloten om het door raad of daad te helpen. Maar deze hulp die wij voorstellen, kan niemand beletten. Daarin kan de armste of geringste zoveel voordeel doen als de aanzienlijkste en machtigste. En, als men zich op deze plicht naarstig en vlijtig toelegt, zal het vrij wat meer uitwerken, dan door wijsheid, rijkdom of sterkte kan teweeg gebracht worden. Want door dit middel alleen moeten wij behouden worden, of anders verloren gaan.
(2) De volbrenging van deze plicht zal onze eigen harten in de beste gestalte houden, tot volbrenging van de dingen waartoe wij zelf geroepen worden. Iemand die ijverig en oprecht is in zijn smekingen om de mededeling van de Heilige Geest aan anderen, zal geen gebrek aan die gezegende ondersteuning in zijn eigen ziel gevoelen. Die Geest zal van hen niet afwijken, die Zijn werkzaamheid in anderen zo hoog schatten, op prijs stellen en waarderen.
(3) Hierdoor zullen wij aan God en Zijn genade een getuigenis geven, tegen de vervloekte onheiligheid van de wereld, die deze enige middelen van behoud verwerpt en veracht. Want als alle andere hulpmiddelen tekort schieten, als God een volk of een kerk niet geheel verlaten wil, dan wijst Hij ons dit gestadig aan, als de enige weg tot de behoudenis daarvan. Zie Jer. 31:31-33; Ezech. 11:17-19; 36:25-27. Dit middel versmaadt en verwaarloost de wereld. Hierom kunnen wij geen groter getuigenis aan God geven, dan daarin met geloof en geduld te volharden, terwijl we de verwijten van de wereld daarover verachten.
Onze plicht is dat wij in het werk van de hervorming zelf voorbeeldig arbeiden, om het daardoor onder anderen voort te zetten. Laten wij betuigen en vermanen zoveel wij willen, tenzij wij in onze eigen personen blijken geven van de noodzakelijkheid van een reformatie, wij zullen weinig toebrengen tot de bevordering ervan. Velerlei bepalingen van de vrijheid van de omgang zijn er door de besten onder ons te maken. Op vele plichten kan men zich met meer naarstigheid toeleggen. Vele oorzaken van ergernis kunnen vermeden worden. Vele blijken kan men geven van een diep gevoel over de verdiende oordelen en van onze eerbied voor Gods Naam daarin. En velerlei vruchtbaarheid in liefde en goede werken kan men tonen. Mij is gezegd dat, als iemand op het land door zijn naburen wordt aangezien voor een wijs man en een goede huishouder, dan zal een ieder letten op de tijd van zijn ploegen, zaaien en bemesting van zijn akkers; en dat niemand iets zal beginnen tenzij hij eerst is voorgegaan. Zo is het ook in een tijd als deze, waarin God vele roepstemmen en waarschuwingen tot boetvaardigheid en reformatie geeft. De ogen van allen zullen op zulken zijn, die bekend staan voor uitstekende belijders en vervullers van de godsdienst, om te zien wat zij in deze gelegenheid doen. Vindt de wereld dat zulken, naar alle uiterlijke schijn, zorgeloos en onachtzaam zijn, dan zal het zichzelf nergens mee bekommeren en in zijn gerustheid volharden. Hierom, ik zeg het voor zoveel mij bekend is, als zulke personen niet voorbeeldig zijn, niet alleen in reformatie, maar ook in de vertoning van blijken daarvan, dan kunnen ze inderdaad de grootste verhinderaars zijn van de hervorming in de steden, dorpen en plaatsen waarzij wonen. Ja, niemand kan de schuld van een grotere zonde op zich laden, dan hierdoor werd gedaan. En als God een doorgaande gesel over de inwoners van het land zal brengen, omdat ze zich op Zijn roepstemmen niet hebben bekeerd, dan is het rechtvaardig dat zij, die de oorzaak van de verharding in de gerustheid zijn geweest, ook deel krijgen in de oordelen; een zaak waarvoor wij allen met reden mogen beven.