For this blog to translate into language of your choice? Select your language below.
2 prachtige pps-jes hierboven van Godelieve en ook Mama rechts heeft ze gemaakt Klik op de banner en bekijk nog veel meer moois op haar blog
Klik op de banner hier beneden en ga eens langs bij Lenie voor nog meer moois Alle Ave Maria pps-jes hierboven zijn van haar
Gastenboek
Druk oponderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek
Wonder
12-04-2011
Rosary-Sorrowful mysteries.
Rosary-Sorrowful mysteries.
Mijn Engel Daniël. ( Vasulla Ryden.)
Notieboek 1.
8 MEI 1986.
( Dialoog met mijn engel Daniël ).
Wees in vrede; ere zij God omdat Hij zo goed is geweest je Zijn Vrede te geven; Ik zal je behoeden voor het kwaad; wees goed en zeg nu een gebed; Jezus zal je dichter bij Hem brengen; Daniël;
9 MEI 1986.
Vrede; ik ben bij je; wees niet bang; ik zal altijd voor je bidden en je leiden; ik zal altijd over je waken; wees goed; ere zij God; bid; Daniël;
(Later: )
Vrede ruste op je; Ik zal je dichter naar God leiden en een beter mens van je maken; wees goed; ere zij God; moge je gaan met de zegen van God, je Hemelse Vader; amen, amen; Daniël;
Wordt vervolgd.
UIT DE BRIEF VAN DE HEILIGE JACOBUS 10, 14-25.
N. ( M ).
"Het Teken van de Mensenzoon " (Schriften van Madeleine)
De eerste vrijdag van oktober 1974.
Jezus is niet verschenen.
***********************************
EEN EN TWINTIGSTE VERSCHIJNING.
Allerheiligen, vrijdag, 1 november 1974.
Madeleine gaat naar de Heilige Mis van acht uur s ochtends en om half vier naar de aanbidding van het Heilig Sacrament. Om acht uur woont zij het Lof bij samen met kleine G.
Op het ogenblik dat de priester de monstrans opheft voor de zegening met de Hostie, vormt zich de stralenkrans op de plaats van het Heilig Sacrament en de Hostie wordt een fonkeling van stralen.
Madeleine hoort :
"Zegt dit hardop
hetgeen zij doet :
" DICITE IN NATIONIBUS "*- Zegt aan de volken dat God gesproken heeft door de mond van zijn dienares. Hij heeft haar geopenbaard dat de grote verdrukking nabij was, want zij heeft het Teken van de Mensenzoon gezien dat van het Oosten uitgaat en terstond in het Westen is. Dit Teken van de Mensenzoon is het Kruis van de Heer. Voorwaar, Ik zeg u, de tijd is voor de wereld gekomen om berouw te hebben, want een universele omwenteling is nabij zoals nog niet geweest is sinds het begin der wereld tot nu toe, en ook nooit meer zal zijn. Wanneer de rampspoedige droogte, die voorspeld is, geheel de wereld teistert, zal alleen het bekken dat God heeft doen graven water bevatten, niet bestemd voor consumptie maar om u daarmee te wassen als teken van reiniging. En u allen zult vol berouw komen aan de voet van het Glorierijke Kruis, wat God de Kerk vraagt om op te richten.
Vertaling uit het Latijn : "Zegt aan de volken."
Alsdan zullen alle volkeren der aarde jammeren en het zal bij dit Kruis zijn dat zij de Vrede en Vreugde vinden.
Na die dagen van grote nood, dan zal de Mensenzoon zelf aan de hemel verschijnen met grote majesteit en macht, om de uitverkorenen te verzamelen vanuit de vier hoeken der aarde.
Zalig de rouwmoedigen, want zij zullen het eeuwig leven bezitten.
Voorwaar, Ik zeg u, hemel en aarde zullen voorbijgaan maar mijn Woorden zullen niet voorbijgaan"
Daarna alléén tegen Madeleine, op het moment dat de priester in stil gebed namens het bisdom om een teken vroeg :
Zegt ze, dat er geen andere tekenen zullen zijn buiten het Teken van God zelf. Het enige zichtbare teken is de houding van zijn dienares en haar woorden, die de Woorden van God zijn, en deze Woorden zijn onwrikbaar.
Als de mens het Kruis niet opricht, zal Ik het doen verschijnen, maar er zal geen tijd meer zijn."
Daarna verdwijnt het Licht.
De heilige Eucharistie.
Wij behoren onszelf en alles wat van ons is
aan God op te dragen en voor allen te bidden.
De gelovige: Heer, alles is het uwe, zowel in de hemel als op aarde. Ik verlang mijzelf als een vrijwillige offerande op te dragen en in eeuwigheid de uwe te blijven. Heer, in de eenvoud van mijn hart offer ik mijzelf vandaag aan U op als uw eeuwige dienaar: een offer van hulde en lof voor altijd.
Ontvang mij te samen met deze heilige offerande van uw kostbaar Lichaam, die ik U vandaag in het bijzijn van alle onzichtbare aanwezige engelen aanbied, opdat zij voor mij en voor heel het volk tot heil mogen zijn. Heer, ik breng U op uw zoenaltaar al mijn zonden en misdaden ten offer die ik heb begaan voor uw aangezicht en dat van uw heilige engelen, vanaf de dag dat ik voor het eerst kon zondigen tot aan dit uur.
Opdat Gij alles wilt ontvlammen en verbranden in het vuur van uw liefde, al de smetten van mijn zonden uitwist en mijn geweten van alle misdaad zuivert. En mij uw genade teruggeeft, die ik door te zondigen had verloren: dan is alles vergeven en ben ik in een omhelzing van vrede weer barmhartig aangenomen. Wat kan ik doen voor mijn zonden, tenzij die nederig bekennen, erover treuren en onophoudelijk uw vergeving daarover afsmeken? Mijn God, nu ik voor U sta smeek ik U: wil mij in uw medelijden verhoren.
Al mijn zonden staan mij in de hoogste mate tegen, ik wil die nooit meer bedrijven, maar ik betreur ze en zal ze blijven betreuren zolang ik leef, bereid om boete te doen en naar vermogen voldoening te geven. Vergeef mij, God, vergeef mij mijn zonden omwille van uw heilige naam; red mijn ziel die Gij door uw kostbaar Bloed hebt vrijgekocht. Ik vertrouw mij toe aan uw barmhartigheid, ik geef mij over in uw handen. Doe met mij volgens uw goedheid, niet volgens mijn boosaardigheid en ongerechtigheid.
Ik offer U ook al het goede op dat het mijne is, hoe gering en onvolmaakt dat alles ook zijn mag: wil Gij het verbeteren en heiligen. Wil dat alles tot een U aangename en aanvaardbare gave maken, het tot iets beters verheffen, en mijzelf, traag en onnut mensenkind, tot een zalig en prijzenswaardig einde voeren.
Ik offer U ook alle heilige verlangens van de vromen; de noden van mijn ouders, vrienden, broers en zusters, van al degenen die mij dierbaar zijn en van allen die mij en anderen ter liefde van U hebben welgedaan. En hen die niet verlangd of gevraagd hebben, maar het nodig hebben dat ik gebeden en missen zou offeren voor henzelf en voor allen die met hen verbonden zijn, of zij nu leven of reeds uit dit leven zijn heengegaan.
Zodat zij allen de hulp van uw genade, de rijkdom van uw vertroosting, de bescherming in gevaren, de bevrijding van straf naar zich voelen toekomen en zij uit alle rampen bevrijd in blijdschap U rijkelijk dank betuigen.
Ik offer U ook gebeden en zoenoffers op bijzonder voor hen die mij op een of andere wijze leed hebben aangedaan, hebben bedroefd, kritiek hebben geuit of enige schade of last hebben veroorzaakt. Ook voor al degenen die ik zelf ooit droefheid, verwarring, last of ergernis heb veroorzaakt door woorden of daden, bewust of onwetend.
Dat Gij ons allen zonder onderscheid onze zonden en wederzijdse beledigingen wilt vergeven. Heer, neem alle achterdocht, verontwaardiging, gevoelens van bitterheid en woordenstrijd uit ons hart weg en evenzeer alles wat de liefde kan kwetsen en de broederlijke liefde kan verminderen. Ontferm U, Heer, ontferm U over ons die om uw barmhartigheid smeken, geef genade aan wie U zo nodig hebben. En laat ons zo leven dat wij waardig zijn uw genade te bezitten en tot het eeuwig leven mogen komen. Amen.
VERVOLG OPENBARINGEN VAN DE H. BRIGITTA VAN ZWEDEN.
CHRISTUS BEVEELT HET VOLK BELASTING TE BETALEN OM DEN BOUW VAN HET KLOOSTER TE VADSTENA TE KUNNEN BEGINNEN.
Boek 9 - KAP. 32 LAT. TEKST ; KAP. 38 ZWEEDSE TEKST.
Christus spreekt : "Ik ben degene, die Abram gebood zijn zoon te offeren, niet omdat ik te voren zijn onovertreffelijke gehoorzaamheid niet kende, maar omdat ik wenste, dat zijn goede wil getoond kon worden aan hen die na hem kwamen en hen tot hetzelfde zou aansporen. Zo wil ik ook nu, dat de heren van het land een klooster zullen bouwen ter ere van mijn moeder, opdat de zonden in het rijk verminderen. Tot het oprichten van dit klooster vraag ik het volk om hulp, niet omdat het nodig is voor Hem, die Heer is over alles, maar opdat hun bereidwilligheid een goed voorbeeld voor anderen zij.
Daarom moet een ieder, die de wettigen leeftijd bereikt heeft en ongetrouwd wil blijven, hetzij man of vrouw, een penning gangbare munt geven. Eveneens moeten zij, die getrouwd zijn, voor zich zelf en zijn vrouw twee penningen geven voor het bouwen van dit mijn moeders klooster. En zij, die zonen en dochters hebben, die de wettigen leeftijd bereikt hebben van zestien jaar, moeten voor ieder kind een penning geven, opdat hun liefde en gehoorzaamheid groter zullen worden. Maar religieusen, die mij zich zelf geven en al wat het hunne is, en de priesters, die deel aan mij hebben, zijn vrij. Eveneens zijn knechten en dienstvolk uitgezonderd, omdat zij hun brood eten in het zweet huns aanschijns en geen meester over zich zelf zijn."
09-04-2011
AAN ALLE LEZERS VAN DIT BLOG EEN GEZEGENDE ZATERDAG.
N. ( M ).
El Rosario de los No Nacidos.
El Rosario de los No Nacidos.
Mijn Engel Daniël. ( Vasulla Ryden.)
Wil je Mij dienen?
*****************
Het volgende wat mij opviel was dat Jezus steeds meer de plaats van mijn engel innam. Hij kwam als het Heilig Hart. Op een dag verraste Hij mij met Zijn vraag. Hij vroeg mij of ik Hem wilde dienen ( voor deze zending ). Vrees overviel mij en ik aarzelde. Ik liet niet toe dat dit werd opgeschreven, zoals de andere dingen. Ik was bang dat Hij tegen mij zou zeggen dat ik mijn biezen moest pakken om mijn huis te verlaten en in een klooster in te treden en non worden. Ik was hierop niet voorbereid en wenste het ook niet te doen. Mijn wantrouwen stelde Hem teleur, en Zijn droefheid ontging mij niet omdat die duidelijk doorklonk in Zijn stem toen Hij deze woorden zei; "Ik kan in jou wonen ondanks je ontzagwekkende zwakheid." Ik was erg ongelukkig, omdat ik Hem had teleurgesteld; aan de andere kant was ik bang voor het onbekende. Dit zijn de precieze woorden: "als je Mij zou dienen, zou Ik niets dan passie in je openbaren;" Ik herhaalde, "passie" , zonder te begrijpen, en Hij zei, "Ja, passie; wil " Ik tilde mijn hand op om het niet op te schrijven, maar ik hoorde alles. De hele nacht dacht ik hierover na; toen besloot ik mij in het onbekende te storten en mij aan Zijn Wil over te geven. Dus kwam ik met Zijn vraag bij Hem terug. Ik vroeg Hem, "Wilt U dat ik U dien?" ik voelde onmiddellijk Zijn vreugde en Hij zei: "Ja, dat wil Ik; dat wil Ik heel graag, Vasulla; kom, Ik zal je laten zien hoe en waar je Mij kunt dienen werk en dien Mij zoals nu, wees zoals je bent; Ik heb dienaren nodig die in staat zijn Mij te dienen waar liefde het meest nodig is; werk niettemin hard, want waar jij bent, ben je tussen het kwaad, ongelovigen; je bent in de afschuwelijke afgrond van de zonde; je gaat je God dienen waar duisternis heerst; je zult geen rust hebben; je zult Mij dienen waar al het goede misvormd is tot kwaad; ja, dien Mij te midden van ellende, te midden van slechtheid en de ongerechtigheden van de wereld; dien Mij te midden van Goddeloze mensen, te midden van hen die Mij bespotten, te midden van hen die Mijn Hart doorboren; die Mij te midden van hen die Mij geselen, te midden van hen die Mij veroordelen; dien Mij te midden van hen die Mij opnieuw kruisigen en op Mij spuwen; O Vassula, hoezeer lijd Ik ! kom en troost Mij!....strijd en lijd met Mij, deel Mijn Kruis " ( 24 mei 1987 ). De onderrichtingen van God gingen door, en ik kreeg ze dagelijks en tot op deze dag dat ik schrijf, gaan ze door, want Hij heeft gezegd dat Zijn charisma bij mij zal blijven tot mijn laatste dag op aarde.
Wordt Vervolgd.
"Het Teken van de Mensenzoon " (Schriften van Madeleine)
TWINTIGSTE VERSCHIJNING.
Vrijdag, 6 september 1974 in de kapel
Zuster Marie M. was bij Madeleine die vol blijdschap roept :
"Daar is het Licht !"
Hierna vertoont zich links van het Heilig Sacrament de aartsengel Michaël, die haar zegt :
"Ik begroet u."
Madeleine knielt voor hem neer, een beetje links van het Heilig Sacrament. Hij zegt haar :
"Knielt niet voor mij neer in verering maar doet dat voor Hem die u komt aanbidden."
Madeleine is opgestaan en knielt nu neer voor het Heilig Sacrament. Op dat moment ziet zij lichtstralen uit de H. Hostie ontspringen die lijken te leven, continu zich vernieuwend vanuit de Hostie als bij een stromende bron van licht (het is moeilijk uit te drukken).
Sint Michaël een weinig teruggetrokken :
"Klaagt niet over de ogen van kleine David. Als God het zo gewild heeft, is dat niet omdat bij hèm de ogen dicht zijn maar bij zijn ouders, die hun ogen afsluiten voor het geloofsplicht. Plaatst een kaars op de plek waar de Heer u voor het laatst verlaten heeft."
Tijdens die woorden bleef de Heilige Hostie onafgebroken zijn lichtende stralen werpen. Daarna verdween alles.
Opmerking :
De kleine David die slecht ziet, is de kleinzoon van Madeleine.
Een tijd terug bad een mevrouw uit Parijs in de Kerk van Lisieux voor haar zoon die het geloof verloren had en hoorde toen : "Dozulé, Dozulé " Na geïnformeerd te hebben, vernam zij dat het een dorpje betrof, vlakbij, en besloot er toen heen te gaan. Dit voorval, wat zij de priester vertelde, bracht hem danig van streek.
De heilige Eucharistie.
De opoffering van Christus aan het kruis
en onze eigen overgave.
Zoals Ik mijzelf met uitgestrekte armen aan het kruis en met een ontkleed lichaam voor uw zonden aan God de Vader vrijwillig heb opgedragen, zodat er niets in mij overbleef dat niet geheel in het offer van de goddelijke verzoening overging, zo moet ook gij uzelf aan Mij met vrije wil als een zuiver en heilig offer dagelijks in de mis met al uw krachten en genegenheden zo innig gij kunt aan Mij aanbieden.
Wat vraag Ik meer van u dan dat gij probeert uzelf aan Mij zonder voorbehoud weg te geven? Wat gij ook geeft buiten uzelf, het heeft voor Mij geen waarde, want ik zoek niet uw gaven maar u. Zoals het voor u onvoldoende zou zijn alles te hebben behalve Mij, zo kan Mij niets behagen, wat gij mij ook zoudt geven, zonder het offer van uzelf. Offer uzelf aan Mij op en geef alles voor God, dan zal uw offerande aanvaard worden. Zie, Ik heb mijzelf geheel aan de Vader aangeboden voor u; Ik gaf ook heel mijn Lichaam en mijn Bloed tot voedsel, opdat Ik geheel de uwe zou zijn en gij de mijne zoudt blijven.
Maar blijft gij aan uzelf vasthouden en geeft gij u niet spontaan over aan mijn wil, dan is die offerande niet volmaakt en de vereniging tussen ons beide niet volledig. Daarom behoort aan al uw daden de vrijwillige overgave van uzelf in Gods handen vooraf te gaan, als gij vrijheid en genade wilt verkrijgen. Om deze reden immers worden zo weinigen werkelijk verlicht en inwendig vrij, omdat zij zichzelf niet geheel weten te verloochenen. Dit is mijn besliste uitspraak: Als iemand niet verzaakt aan alles, kan hij mijn leerling niet zijn. Als gij dan mijn leerling wenst te zijn, offer uzelf dan aan Mij op met alles wat gij liefhebt.
VERVOLG OPENBARINGEN VAN DE H. BRIGITTA VAN ZWEDEN.
Gods Zoon spreekt: "Daar deze koning mijn warmte niet zoekt maar in de koude blijft en zijn handen blijft onteren, zal hij niet voor mij bouwen als Salomon en zijn leven niet eindigen als David. En men zal hem niet gedenken zoals men mijn beminden Olof gedenkt, en hij zal niet gekroond worden zoals Erik, mijn vriend. Hij zal de rechtvaardigheid leren kennen, nu hij geen barmhartigheid wenst. En ik zal de aarde beploegen met vonnis en droefheid, opdat haar bewoners zullen leren bidden om erbarming. Maar wie mijn klooster bouwen zal, en wanneer hij komen zal, dat zal u bekend worden ; maar in hoever dit in dit leven is of niet, dat is u niet toegestaan te weten."
Aanbidt God.
Alle mensen zijn verplicht hun Schepper te aanbidden: "En ik zag een andere engel vliegen in het midden des hemels en hij had een eeuwig evangelie, om dat te verkondigen aan hen, die op de aarde gezeten zijn en aan alle volk en stam en taal en natie; en hij zeide met luider stem: Vreest God en geeft Hem eer, want de ure van zijn oordeel is gekomen, en aanbidt Hem, die de hemel en de aarde en de zee en de waterbronnen gemaakt heeft" (Openbaring 14:6,7). "De Here, uw God, zult gij aanbidden en Hem alleen dienen" (Matteüs 4:10).
Wat is aanbidding?
Het verschil moeten wij kennen tussen de woorden 'aanbidden' en 'dienen' in Matteüs 4:10.
Het woord voor 'dienen' [LATREUO] heeft specifiek te maken met het dienen van God. Voor dienen in het algemeen vindt men een ander woord [DOULEUO].
Het woord voor 'aanbidden' [PROSKUNEO] betekent: uitdrukking geven aan een uitermate hoge graad van onderdanigheid en bewondering door woorden, door neerbuiging en door teraardewerping.
De twee begrippen zijn verschillend, maar 'aanbidden' [PROSKUNEO] is leeg en onecht tenzij ondersteund door een leven van toegewijde dienst aan God [LATREIA]. Paulus schrijft: "Ik vermaan u dan, broeders, met beroep op de barmhartigheden Gods, dat gij uw lichamen stelt tot een levend, heilig en Gode welgevallig offer: dit is uw redelijke eredienst [LATREIA]" (Romeinen 12:1).
Het dagelijkse, bestendige dienen van God werd ook onder het Oude Verbond vereist. "Nu dan, Israël, wat vraagt de HERE, uw God, van u dan de HERE, uw God, te vrezen door in al zijn wegen te wandelen; Hem lief te hebben; de HERE, uw God, te dienen met uw ganse hart en met uw ganse ziel" (Deuteronomium 10:12). Het woord hier voor 'dienen' in de Septuaginta Griekse vertaling van het Oude Testament is LATREUO. [Zie ook Deuteronomium 11:13.]
Dit dienen van God [LATREUO] omvat alles wat wij doen ter ere van God, onze wandel in al Zijn wegen, zowel de voorgeschreven godsdienstoefeningen als een godvruchtig leven.
Het aanbidden [PROSKUNEO] is een specifieke uiting van nederige verering. Om dit te verduidelijken zullen wij alle teksten in het Nieuwe Testament bespreken waar 'aanbidden' [PROSKUNEO] voorkomt.
In meerdere plaatsen wordt PROSKUNEO gebruikt als beschrijving van aanbidding in het Oude Testament (Johannes 12:20; Handelingen 8:27; 24:11; Hebreeën 11:21) en met valse vormen van aanbidding (Handelingen 7:43; Openbaring 9:20; 13:4, 8, 12, 15; 14:9 t/m 11; 16:2; 19:20; 20:4).
Aangezien PROSKUNEO ook gebruikt kan worden voor eerbetoon aan hooggeplaatsten (Matteüs 18:26; Marcus 15:19; Openbaring 3:9) is de diepte van betekenis niet geheel duidelijk in bepaalde teksten, zoals toen de wijzen uit het Oosten neervielen en het Koningskind hulde bewezen (Matteüs 2:2,8,11).
De draagwijdte van de betekenis toen bepaalde mensen in de evangeliën aan de voeten van Jezus neervielen (Matteüs 8:2; 9:18; 14:33; 15:25; 20:20; 28:9,17; Marcus 5:6; Lucas 24:52; Johannes 9:38) zou bepaald worden door de omstandigheden en het inzicht van de bewuste persoon. De bewering van sommigen echter dat al deze gevallen niets anders waren dat het betonen van dezelfde eerbied die men aan iedere hooggeplaatste zou tonen is uiterst onwaarschijnlijk, vooral nadat Hij de zee tot kalmte had gebracht en na Zijn opstanding.
Wij mogen alleen God aanbidden.
Toen de duivel Jezus verzocht om voor hem te knielen en hem te aanbidden (Matteüs 4:9; Lucas 4:7) heeft Jezus geantwoord: "Ga weg, satan! Er staat immers geschreven: De Here, uw God, zult gij aanbidden en Hem alleen dienen" (Matteüs 4:10 // Lucas 4:8).
Dat wij alleen God mogen aanbidden, houdt ook in dat wij noch mensen (Handelingen 10:25,26) noch engelen (Openbaring 19:10; 22:8,9) noch voorwerpen (Romeinen 1:25) mogen aanbidden. Engelen worden echter wel bevolen Christus te aanbidden (Hebreeën 1:5,6) wat Zijn godheid bewijst.
In geest en in waarheid moeten wij aanbidden.
In Zijn gesprek met de Samaritaanse vrouw heeft Jezus de waarachtige aanbidding omschreven: "Geloof Mij, vrouw, de ure komt, dat gij noch op deze berg, noch te Jeruzalem de Vader zult aanbidden. Gij aanbidt, wat gij niet weet; wij aanbidden, wat wij weten, want het heil is uit de Joden; maar de ure komt en is nu, dat de waarachtige aanbidders de Vader aanbidden zullen in geest en in waarheid; want de Vader zoekt zulke aanbidders; God is geest en wie Hem aanbidden, moeten aanbidden in geest en in waarheid" (Johannes 4:21 t/m 24).
Gods tempel in de hemel is het centrum van de aanbidding onder het Nieuwe Verbond (Openbaring 11:1,19).
Een veel voorkomende fout is de veronderstelling dat uitwendige rituelen enige waarde hebben, onafhankelijk van de gesteldheid van het hart. Jezus leert dat men in geest en in waarheid moet aanbidden om God te behagen. Dit wil echter niet zeggen -- zoals sommigen beweren -- dat aanbidding uitsluitend innerlijk is, zonder enige uiterlijke uitdrukking. Zowel de innerlijke als de uiterlijke aspecten moeten in orde zijn.
Het aanbidden [PROSKUNEO] is een bewuste verheerlijking van God dat voortvloeit uit een innerlijke houding van ontzag voor Zijn majesteit en van nederige onderwerping aan Zijn gezag. Deze verheerlijking kan uitgedrukt worden door neerbuiging en door woorden. Aangezien God de gedachten van het hart kent, mogen de woorden ook in de vorm van gedachten zijn.
Een ongelovige kon aangezet worden God te aanbidden door de gave van profetie in de apostolische gemeente: "Maar als allen profeteren en er komt een ongelovige of toehoorder binnen, dan wordt hij door allen weerlegd, wordt hij door allen doorgrond, het verborgene van zijn hart komt aan het licht en hij zal zich ter aarde werpen, God aanbidden en belijden, dat God inderdaad in uw midden is" (1 Korintiërs 14:24,25).
Van wie kunnen wij beter leren aanbidden dan van de hemelse schare?
In Openbaring vinden wij verheven voorbeelden van aanbidding, die de definitie verduidelijken.
"En de vier dieren hadden elk voor zich zes vleugels en waren rondom en van binnen vol ogen en zij hadden dag noch nacht rust, zeggende: Heilig, heilig, heilig is de Here God, de Almachtige, die was en die is en die komt. En wanneer de dieren heerlijkheid, eer en dankzegging zullen brengen aan Hem, die op de troon gezeten is en tot in alle eeuwigheden leeft, zullen de vierentwintig oudsten zich nederwerpen voor Hem, die op de troon gezeten is en Hem aanbidden, die tot in alle eeuwigheden leeft, en zij zullen hun kronen voor de troon werpen, zeggende: Gij, onze Here en God, zijt waardig te ontvangen de heerlijkheid, de eer en de macht; want Gij hebt alles geschapen, en om uw wil was het en werd het geschapen" (Openbaring 4:8 t/m 11).
Door zich neer te werpen en hun kronen voor de troon te werpen, tonen de oudsten hun onderworpenheid. Zij 'aanbidden' ... 'zeggende' en dan volgt een machtige en verheven uiting van verheerlijking. Aanbidding wordt per definite aan God gericht. Toch is de verheerlijking vergroot wanneer de lof door anderen wordt gehoord.
Nu volgt een voorbeeld van een aanbiddingslied aan Christus: "En zij zongen een nieuw gezang, zeggende: Gij zijt waardig de boekrol te nemen en haar zegels te openen; want Gij zijt geslacht en Gij hebt (hen) voor God gekocht met uw bloed, uit elke stam en taal en volk en natie; en Gij hebt hen voor onze God gemaakt tot een koninkrijk en tot priesters, en zij zullen als koningen heersen op de aarde" (Openbaring 5:9,10).
Daarna volgen uitingen van verering in de derde persoon, die dus voor toehoorders bedoeld zijn. "En ik zag, en ik hoorde een stem van vele engelen rondom de troon, en van de dieren en de oudsten; en hun getal was tienduizenden tienduizendtallen en duizenden duizendtallen, zeggende met luider stem: Het Lam, dat geslacht is, is waardig te ontvangen de macht en de rijkdom, en de wijsheid en de sterkte, en de eer en de heerlijkheid en de lof. En alle schepsel in de hemel en op de aarde en onder de aarde en op de zee en alles wat daarin is, hoorde ik zeggen: Hem, die op de troon gezeten is, en het Lam zij de lof en de eer en de heerlijkheid en de kracht tot in alle eeuwigheden. En de vier dieren zeiden: Amen. En de oudsten wierpen zich neder en aanbaden" (Openbaring 5:11 t/m 14).
De lof van de heiligen wordt door het amen van de hemelse schare bevestigd: "Daarna zag ik, en zie, een grote schare, die niemand tellen kon, uit alle volk en stammen en natiën en talen stonden voor de troon en voor het Lam, bekleed met witte gewaden en met palmtakken in hun handen. En zij riepen met luider stem en zeiden: De zaligheid is van onze God, die op de troon gezeten is, en van het Lam! En al de engelen stonden rondom de troon en de oudsten en de vier dieren, en zij wierpen zich op hun aangezicht voor de troon en aanbaden God, zeggende: Amen, de lof en de heerlijkheid, en de wijsheid en de dankzegging, en de eer en de macht en de sterkte zij onze God tot in alle eeuwigheden! Amen" (Openbaring 7:9 t/m 12).
Aanbidding kan ook dankzegging zijn: "En de zevende engel blies de bazuin en luide stemmen klonken in de hemel, zeggende: Het koningschap over de wereld is gekomen aan onze Here en aan zijn Gezalfde, en Hij zal als koning heersen tot in alle eeuwigheden. En de vierentwintig oudsten, die voor God op hun tronen gezeten waren, wierpen zich op hun aangezicht en aanbaden God, zeggende: Wij danken U, Here God, Almachtige, die is en die was, dat Gij uw grote macht hebt opgenomen en het koningschap hebt aanvaard; en de volkeren waren toornig geworden, maar uw toorn is gekomen en de tijd voor de doden om geoordeeld te worden en om het loon te geven aan uw knechten, profeten, en aan de heiligen en aan hen, die uw naam vrezen, aan de kleinen en de groten en om te verderven wie de aarde verderven" (Openbaring 11:15 t/m 18).
Zij die het beest overwinnen, zingen het lied van Moses en het Lam: "Groot en wonderbaar zijn uw werken, Here God, Almachtige; rechtvaardig en waarachtig zijn uw wegen, Gij, Koning der volkeren! Wie zou niet vrezen, Here, en uw naam niet verheerlijken? Immers, Gij alleen zijt heilig. Want alle volken zullen komen en zullen voor U nedervallen in aanbidding, omdat uw gerichten openbaar zijn geworden" (Openbaring 15:3b,4).
Voor Zijn rechtvaardig oordeel wordt God verheerlijkt: "Hierna hoorde ik als een luide stem ener grote schare in de hemel zeggen: Halleluja! Het heil en de heerlijkheid en de macht zijn van onze God, want waarachtig en rechtvaardig zijn zijn oordelen, want Hij heeft de grote hoer geoordeeld, die de aarde met haar hoererij verdierf, en Hij heeft het bloed zijner knechten van haar hand geëist. En zij zeiden ten tweeden male: Halleluja! En haar rook stijgt op tot in alle eeuwigheden. En de vierentwintig oudsten en de vier dieren wierpen zich neder en aanbaden God, die op de troon gezeten is, en zij zeiden: Amen, halleluja! En een stem ging uit van de troon, zeggende: Looft onze God, al zijn knechten, die Hem vreest, gij kleinen en gij groten! En ik hoorde als een stem van een grote schare en als een stem van vele wateren en als een stem van zware donderslagen, zeggende: Halleluja! Want de Here, onze God, de Almachtige, heeft het koningschap aanvaard. Laten wij blijde zijn en vreugde bedrijven en Hem de eer geven, want de bruiloft des Lams is gekomen en zijn vrouw heeft zich gereedgemaakt" (Openbaring 19:1 t/m 7).
Deze aangrijpende voorbeelden van aanbidding in Openbaring helpen ons de definite te verstaan. Bij het 'aanbidden' [PROSKUNEO] wordt God in woord en lied verheerlijkt, dikwijls vergezeld door neerwerping. Aanbidding is een bewuste verheerlijking van God, voortvloeiend uit een innerlijke houding van ontzag voor Zijn majesteit en nederige onderwerping aan Zijn gezag.
Welke aanbidding neemt God aan?
Zowel Kaïn als Abel hebben een offer aan God gebracht, maar het offer van Kaïn werd niet door God aanvaard omdat hij onrechtvaardig was (Genesis 4:4 t/m 7; Hebreeën 11:4; 1 Johannes 3:12). Nadab en Abihu hebben reukwerk geofferd, maar God heeft hen gedood omdat zij "vreemd vuur voor het aangezicht des Heren" hebben gebracht, "hetgeen Hij hun niet geboden had" (Leviticus 10:1).
Het feit dat wij op één of andere wijze aanbidden, wil nog niet zeggen dat God onze aanbidding aanvaart. Onze aanbidding moet met Zijn wil in overeenstemming zijn.
Bij het aanbidden moeten wij God gehoorzamen.
Aan de oppervlakkige godsdienstige mensen van Zijn tijd zei Jezus: "Terecht heeft Jesaja van u, huichelaars, geprofeteerd, zoals er geschreven staat: Dit volk eert Mij met de lippen, maar hun hart is verre van Mij. Tevergeefs eren zij Mij, omdat zij leringen leren, die geboden van mensen zijn. Gij verwaarloost het gebod Gods en houdt u aan de overlevering der mensen" (Marcus 7:6 t/m 8).
De aanbidding van het Nieuwe Verbond is eenvoudig en geestelijk. De eerste gelovigen hebben gebeden en lofliederen gezongen. Op de eerste dag van de week kwamen zij samen om aan de tafel des Heren deel te nemen (Handelingen 2:42; 20:7; 1 Korintiërs 14:15; 16:1,2; Kolossenzen 3:16).
In de loop der eeuwen hebben wereldse mensen wereldse praktijken aan de oorspronkelijke aanbidding toegevoegd, zoals het dragen van indrukwekkende kledij, het vereren van beelden en iconen, het branden van wierook en gebedskaarsen, en het bespelen van muziekinstrumenten, dingen die vreemd zijn aan het woord en de geest van Christus.
Laten wij God aanbidden in geest en in waarheid. Waarachtige aanbidding komt uit het hart en moet in overeenstemming zijn met de geopenbaarde wil van God.
Aanbidt God.
Aanbidding is een bewuste verheerlijking van God die voortvloeit uit een innerlijke houding van ontzag voor Zijn majesteit en van nederige onderwerping aan Zijn gezag. Waarachtige aanbidders aanbidden in geest en in waarheid. Om God te behagen moeten wij in overeenstemming met Zijn woord aanbidden.
"Aanbidt Hem, die de hemel en de aarde en de zee en de waterbronnen gemaakt heeft" (Openbaring 14:7).
Laten wij "God vereren op een Hem welbehagelijke wijze met eerbied en ontzag, want onze God is een verterend vuur" (Hebreeën 12:28,29).
08-04-2011
AAN ALLEN EEN GEZEGENDE VRIJDAG TOEGEWENST.
N. ( M ).
Therese Neumann von Konnersreuth.
Therese Neumann von Konnersreuth.
Mijn Engel Daniël. ( Vasulla Ryden.)
Vervolging door de Priesters.
*************************
De priester evenwel gaf het niet op. Hij schreef mij brieven om mij te zeggen dat alles wat ik had waardeloze rommel was en dat ik maar naar mijzelf hoefde te kijken om te weten dat een dergelijke genade nooit aan mij zou worden gegeven. Eerder zei hij dat zulke genaden voor mensen waren die voor God werkten, zoals bijvoorbeeld Moeder Theresa, en met een gebaar van zijn hand wees hij naar zijn boekenplanken. Daarna probeerde hij mij bang te maken door te zeggen dat het van de duivel was, zodat ik zou ophouden met schrijven. Hij slaagde gedeeltelijk, want telkens wanneer God mij daarna naderde joeg ik Hem weg. Ik kon nauwelijks mijn engel verdragen. Als ik van God de woorden hoorde, "Ik Jahweh, bemin je", deed ik alsof ik niets hoorde en stond niet toe dat het werd geschreven. Als Jezus mij naderde en mij zei, "Vrede, Mijn kind", keerde ik mij van He af en verjoeg Hem, Hem voor de boze aanziend. De priester slaagde erin mij in het hoofd te zetten dat God geen contact kan hebben met iemand zoals ik omdat God alleen naar heilige mensen gaat. Ik kon soms tamelijk agressief worden als Jezus bij mij kwam om tot mij te speken, denkend dat het de duivel was. Ik joeg Hem keer op keer heftig weg. Tenslotte vond de Wijsheid een weg. Mijn engel kwam mij zeggen dat hij een boodschap van Jezus had die hij mij zou vertellen. Hij werd de tussenpersoon. Dit was een manier die ik kon aanvaarden, maar niet altijd, want ik stond nog steeds onder invloed van de woorden van de priester. Hoe en waarom zouden de Ogen van de Heilige zich wenden naar een zo verachtelijke ziel als de mijne, laat staan tot mij speken! Hoe had ik kunnen geloven dat God de Almachtige, zou spreken en contact hebben met mij op een zo simpele manier! Nooit in mijn leven had ik zoiets gehoord. Ja, alleen in de Heilige Schrift, met mensen als Mozes, Abraham en de profeten, maar dit was een ander verhaal en een andere tijd. Een sprookje was het, een illusie, mijn geest duizelde, omdat ik wist dat het gebeurde en dat ik niet gek was! Langzaam en na verloop van tijd begonnen deze wonden te genezen die ik van de priester had ontvangen. Mijn engel gaf mij zoveel vrede door elke dag urenlang tot mij te preken. Nu en dan maakte hij ruimte voor Jezus om Zijn Goddelijke woorden te citeren. De eerste keer dat dit gebeurde stond ik op het punt de woorden uit te gummen, omdat ik mijzelf had toegestaan ze op te schrijven. De engel kwam tussenbeide om mij te vragen te begrijpen en deze woorden te laten staan omdat ze echt van Jezus waren. De woorden waren, "Ik, Jezus, bemin je". Dit waren de eerste geschreven woorden van Jezus na de crisis. Ze werden geschreven op 20 juni 1986. Langzaam, langzaam, stap voor stap, en heel teder, naderde Jezus mij weer. Op 9 juli 1986 zei God, "Ik, God, bemin je, "Mijn engel, die onmiddellijk mijn aarzeling opmerkte, vroeg mij deze woorden te bewaren; zeggend dat elk woord door God gegeven was, en dat God mij dichtbij was. De volgende directe boodschap van God kwam in juli 1986. De boodschap was; "Ik heb je gevoed ( geestelijk ), Ik ben gekomen om je het voedsel te geven; help alsjeblieft de anderen ook aan hen dit voedsel te geven; doe hen gedijen door hen tot Mij te leiden; Ik heb je gevoed, je doen gedijen, en doen geuren; voed ook de anderen; help ze en leid ze tot Mij; Ik heb je Liefde gegeven, volg Mij dus na; Ik heb je begunstigd door je dit voedsel te geven; geef het ook aan de anderen zodat zij er ook van genieten;" Dan weer op 31 juli 1986, deze keer kwam Jezus als het Heilig Hart en zei tegen mij; "heb een plaats in het midden van Mijn Hart; Mijn beminde; daar zul je leven;" op 7 augustus 1986 sprak de Vader nogmaals tot mij en gaf mij deze boodschap; "Ik, God, bind jou aan Mij." Bang, omdat ik wantrouwig was, vroeg ik Hem zeer vinnig Zijn Naam te noemen. Hij antwoordde, "Jahweh", Ik was vervuld van blijdschap en liefde en ik voelde al een branden in mijn ziel door het verlangen dat ik naar Hem had. Ik zei: "Ik bemin U, Eeuwige Vader." Hij antwoordde: "bemin Mij, prijs Mij, je God, Ik ben de Eeuwige Vader." Toen vroeg ik Hem: "Voelt U mijn geluk, mijn lijden, mijn vrees, mijn liefde, mijn verwarring?" hij antwoordde, "Ja." Toen ik zei: "In dat geval weet U hoe ik mij voel. U begrijpt mij volledig," en Hij zei met grote tederheid; "Ja, dat doe Ik, Mijn beminde." Dit was mijn eerste contact sinds lang na mijn afwijzing ( uit angst ). God ging door, daar Hij wist dat ik mij afvroeg waarom Hij tot mij spreekt. Hij zei; "God bemint jullie allen, deze boodschappen zijn slechts een herinnering daaraan om jullie eraan te herinneren hoe jullie basis gelegd was; geef Mijn boodschappen door;" De allereerste boodschappen die ik ontving waren erg kort, zoals ik in het begin al zei. Het leken meer telegrammen dan boodschappen. Intussen had ik, ondanks alles, het contact met de priesters niet verloren. Maar ik was opgehouden over de boodschappen te spreken met hem die ze had veroordeeld en mij zoveel had doen lijden. Maar, na enige tijd, besloot ik hem te vertellen dat ik nog steeds boodschappen ontving en opschreef. Ik liet hem daarom de notitieboekjes zien in plaats van de losse briefjes zoals tevoren. Ik gebruikte elk stuk papier waarop ik kon schrijven, maar toen de tijd kwam waarop mijn zending begon, inspireerde de Heilige Geest mij om notitieboekjes te gebruiken en ze te nummeren. Ik herinner mij dat ik de priester bij mij thuis heb uitgenodigd om hem te vertellen dat ik nog steeds gesprekken met God had. Ik meende dat ik hem op de hoogte moest houden. Ik vertelde het hem en het beviel hem niet erg, maar hij vroeg mij de notitieboekjes te laten zien. Ik gaf ze hem voor enkele dagen mee. De volgende dag ontving ik een zeer scherpe brief van hem, waarin hij mij zei dat ik al mijn notitieboekjes moest verbranden en mijn vrienden die ze lazen moest zegen dat ze alles moesten vergeten. Op de een of andere manier herkende ik de scherpte van Satan. Ik vertelde aan al mijn vrienden wat hij zei, en zij waren erg boos op hem. Ik bezocht de priester en vertelde hem over hun reactie. Ik nam hem mijn notitieboekjes weer af. Hij zei dat God ongetwijfeld nu zeer boos op mij was en dat Hij mij aan mijn lot zou overlaten. Hij zei dat God een - of tweemaal geduld had, maar nu ik niet luisterde laat Hij mij over aan de duivel. De lessen in onderscheiding van mijn engel begonnen al vruchten af te werpen en ze werden van groot nut voor mij op dit speciale moment. Deze keer kon ik niet worden misleid. Ik beantwoordde de brief van de priester en vertelde hem dat zijn God niet mijn God is. Want zijn God is een wrede God, snel boos, ongeduldig, intolerant en zonder liefde. Zijn God vergeeft een - of tweemaal en wendt Zich dan af om de zielen in de hel te werpen als ze niet luisteren, terwijl de God die ik ken, Degene die dagelijks met mij omgaat, mijn God, een en al liefde is, oneindig geduldig, tolerant en teder. Mijn God die tot mij spreekt, en Zich helemaal vanuit de Hemel neerbuigt, is zachtmoedig, niet snel boos, een en al barmhartigheid, en Hij omhult mijn ziel alleen maar met liefde. Mijn God die mij elke dag in mijn kamer bezoekt, Degene die door hem behandeld is als de duivel, omhult mijn ziel met vrede en hop. Mijn God voedt mij geestelijk, en vermeerdert mijn geloof in Hem. Hij leert mij geestelijke dingen en onthult mij de Rijkdommen van Zijn Hart. Hierna vroeg hij mij om nogmaals te proberen om slechts enkele dagen op te houden met schrijven om te zien wat er gebeurt. Ik stond toe enkele dagen voorbij te laten gaan zonder te schrijven zoals de priester mij had gevraagd. Ik bad en vroeg nogmaals in mijn gebed, wie mij werkelijk leidde en op deze speciale manier Ik had gevraagd dat, als de boodschappen werkelijk van Hem waren, of Hij mij dit dan zou willen zeggen. Hij liet mij deze woorden horen: "Ik, Jahweh, leid je." Niets meer. En dit gebeurde en God antwoordde mij zoals ik gevraagd had. Mijn contacten gingen door, en op een dag, op 15 december 1986, gaf God mij deze boodschap: "Dochter, alle Wijsheid komt van Mij; wil je Wijsheid?" zonder te beseffen wat God mij aanbood zei ik eenvoudig, "Ja" tegen Hem. Hij zij toen dat Hij mij Wijsheid zou geven, maar dat ik Wijsheid moest verwerven als ik Haar wilde. Toen Hij zag dat ik mij afvroeg hoe ik dat moest doen, zei Hij dat Hij de Almachtige is en dat Hij mij zou onderrichten. Ik dacht na over wat God mij had aangeboden, en hoe meer ik mediteerde, des te meer besefte ik welke geweldige Gave Hij mij aanbood. Ik besefte ook, dat ik Hem niet eens bedankt had. Dus bedankte ik Hem de volgende dag en Hij zei weer tegen mij dat ik de Wijsheid moest verdienen, maar Hij zou mij helpen en ik moest niet ontmoedigd raken.
Wordt vervolgd.
Mijn Engel Daniël. ( Vasulla Ryden.)
Wil je Mij dienen?
*****************
Het volgende wat mij opviel was dat Jezus steeds meer de plaats van mijn engel innam. Hij kwam als het Heilig Hart. Op een dag verraste Hij mij met Zijn vraag. Hij vroeg mij of ik Hem wilde dienen ( voor deze zending ). Vrees overviel mij en ik aarzelde. Ik liet niet toe dat dit werd opgeschreven, zoals de andere dingen. Ik was bang dat Hij tegen mij zou zeggen dat ik mijn biezen moest pakken om mijn huis te verlaten en in een klooster in te treden en non worden. Ik was hierop niet voorbereid en wenste het ook niet te doen. Mijn wantrouwen stelde Hem teleur, en Zijn droefheid ontging mij niet omdat die duidelijkdoorklonk in Zijnstem toen Hij deze woorden zei; "Ik kan in jou wonen ondanks je ontzagwekkende zwakheid." Ik was erg ongelukkig, omdat ik Hem had teleurgesteld; aan de andere kant was ik bang voor het onbekende. Dit zijn de precieze woorden: "als je Mij zou dienen, zou Ik niets dan passie in je openbaren;" Ik herhaalde, "passie" , zonder te begrijpen, en Hij zei, "Ja, passie; wil " Ik tilde mijn hand op om het niet op te schrijven, maar ik hoorde alles. De hele nacht dacht ik hierover na; toen besloot ik mij in het onbekende te storten en mij aan Zijn Wil over te geven. Dus kwam ik met Zijn vraag bij Hem terug. Ik vroeg Hem, "Wilt U dat ik U dien?" ik voelde onmiddellijk Zijn vreugde en Hij zei: "Ja, dat wil Ik; dat wil Ik heel graag, Vasulla; kom, Ik zal je laten zien hoe en waar je Mij kunt dienen werk en dien Mij zoals nu, wees zoals je bent; Ik heb dienaren nodig die in staat zijn Mij te dienen waar liefde het meest nodig is; werk niettemin hard, want waar jij bent, ben je tussen het kwaad, ongelovigen; je bent in de afschuwelijke afgrond van de zonde; je gaat je God dienen waar duisternis heerst; je zult geen rust hebben; je zult Mij dienen waar al het goede misvormd is tot kwaad; ja, dien Mij te midden van ellende, te midden van slechtheid en de ongerechtigheden van de wereld; dien Mij te midden van Goddeloze mensen, te midden van hen die Mij bespotten, te midden van hen die Mijn Hart doorboren; die Mij te midden van hen die Mij geselen, te midden van hen die Mij veroordelen; dien Mij te midden van hen die Mij opnieuw kruisigen enop Mij spuwen; O Vassula, hoezeer lijd Ik ! kom en troost Mij!....strijd en lijd met Mij, deel Mijn Kruis " ( 24 mei 1987 ). De onderrichtingen van God gingen door, en ik kreeg ze dagelijks en tot op deze dag dat ik schrijf, gaan ze door, want Hij heeft gezegd dat Zijn charisma bij mij zal blijven tot mijn laatste dag op aarde.
Wordt vervolgd.
"Het Teken van de Mensenzoon " (Schriften van Madeleine)
NEGENTIENDE VERSCHIJNING.
Zaterdag, 3 augustus 1974.
Madeleine is in haar tuin gaan kijken of haar wasgoed droog is. Als zij naar huis terugloopt, hoort zij tamelijk ver weg een stem die komt van de plaats van het Kruis :
"Dit is Michaël, de aartsengel, luistert naar mij.
Madeleine knielt neer in de richting van de stem, die zegt :
Zegt de priester dat hij drie vlakken van het waterbekken laat bepleisteren, maar niet de bodem. En dat hij bij het vierde vlak, vanaf het einde van de ruimte, een afstand laat bepleisteren van 25 cm overdwars, en vervolgens drie treden maken. Gaat er allen heen in processie en vreest niet u in dit stoffige water te wassen, want weet dat gij stof zijt en tot stof zult wederkeren. Maar uw geest zal gereinigd worden. Dit is geen bronwater. Het is water dat de grond verlaat."
"Zalig hij die zich hier komt reinigen zonder vrees om zich te bevuilen."
De heilige Eucharistie.
Het onderzoek van het eigen geweten
en het voornemen tot verbetering.
De Heer: Vóór alles behoort Gods Sacrament te vieren, te behandelen en te nuttigen, met de grootste innerlijke nederigheid, met diepe eerbied, met een onvoorwaardelijk geloof en een liefdevolle gerichtheid op de eer van God naderbij te komen.
Onderzoek zorgvuldig uw geweten, zuiver en verhelder het naar vermogen door een waar berouw en een nederige biecht, zodat er bij uw weten niets bezwarends overblijft dat wroeging veroorzaakt en uw vrije toenadering verhindert. Hebt dan afkeer van al uw zonden in het algemeen en betuig uw spijt en berouw, meer in het bijzonder over uw dagelijkse overtredingen.
Als de tijd het toelaat belijd dan God in het binnenste van uw hart al de ellenden van uw leven. Treur en wees bedroefd dat gij nog zo op het stoffelijke gericht en zo werelds gezind zijt.
Zo onverstorven in uw hartstochten, zo vol onrust in uw begeerten.
Zo weinig waakzaam in uw uiterlijke zintuigen, zo dikwijls verwikkeld in veel zinledige verbeeldingen.
Zo sterk geneigd naar het uiterlijke, zo onverschillig tegenover het innerlijke.
Zo gemakkelijk bereid tot lachen en uitgelatenheid, zo moeilijk te bewegen tot tranen van berouw.
Zo snel gereed tot een losser leven en de stoffelijke genoegens, zo traag tot stiptheid en vurigheid.
Zo begerig om iets nieuws te horen en mooie dingen te zien, zo aarzelend om een bescheiden of
minder aanzienlijke taak op u te nemen.
Zo begerig om veel te hebben, zo gierig in het geven, zo taai in het vasthouden.
Zo onbedachtzaam in woorden, zo onbeheerst als er gezwegen moet worden.
Zo weinig fijngevoelig in uw wellevendheid, zo onbesuisd in uw handelen.
Zo onbeheerst bij eten en drinken, zo doof om Gods woord te aanhoren.
Zo snel gereed om te gaan rusten, zo schoorvoetend als er gewerkt moet worden.
Zo nieuwsgierig als er praatjes zijn, zo slaperig tijdens uw heilige waaktijd.
Zo verlangend naar het einde, zo verstrooid in uw aandacht.
Zo slordig in het voltooien van uw gebed, zo dor bij het communiceren.
Zo spoedig in gedachten afwezig, zo zelden geheel in uzelf gekeerd.
Zo snel geprikkeld tot verontwaardiging, zo lichtvaardig in het mishagen aan een ander.
Zo geneigd om te oordelen, zo hard in uw argumentatie.
Zo blij als het goed gaat, zo zwak als iets tegenloopt.
Zo druk in de weer met veel goede voornemens en maar weinig daarvan ten uitvoer brengend.
En als gij deze en uw andere fouten met leed en met ontevredenheid over uw eigen gebrekkigheid hebt betreurd en gebiecht, maak dan het vaste voornemen uw leven voortdurend te verbeteren en in het goede voortgang te maken. Breng dan uzelf met algeheel vertrouwen en volledig vrije wil ter ere van mijn naam ten offer op het altaar van uw hart als een blijvend brandoffer, door uw lichaam en uw ziel aan Mij met getrouwheid over te laten.
Dit moet uw bedoeling zijn: dat gij verdient waardig te naderen om God het offer op te dragen en het Sacrament van mijn Lichaam tot uw heil te ontvangen. Er is namelijk geen offerande zo waardig en geen voldoening zo groot om zonden uit te wissen dan zichzelf zuiver en geheel, te samen met het offer van Christus Lichaam, in de mis en de communie God aan te bieden. Als de mens gedaan heeft wat in hem is en oprecht spijt betuigt zo dikwijls hij om genade en vergeving tot Mij komt, dan zegt de Heer: Ik leef en wil de dood van de zondaar niet maar wel dat hij zich bekeert en leeft; want Ik zal zijn zonden niet langer indachtig zijn, maar alles zal hem zijn kwijtgescholden.
VERVOLG OPENBARINGEN VAN DE H. BRIGITTA VAN ZWEDEN.
DE ONDERGANG VAN HET EERSTE KLOOSTER.
Boek 9 - KAP. 26 LATIJNSE TEKST ; 31 ZWEEDSE TEKST
Gods Zoon spreekt : "Zie de koning versmaadt ook mijn tweden raad, evenals mijn eersten. Daarom verwoestten mijn vijanden mijn moeders plaats, zoals gij gehoord hebt. En daarom roepen stenen en stokken wraak over de koning. Gods glorie wordt echter nog vergroot door de slechtheid der mensen. En de duivel zal met schande verdreven worden van de plaats waar hij meende zijn voordeel mede te kunnen doen. Indien de hoge gebouwen waren blijven staan, waren zij voor de nakomelingen een reden geweest tot hoogmoed en een voorbeeld van overdaad. Zelfs indien zij met opzet vernield waren, zou men het geweten hebben aan wankelmoedigheid en vernielzucht.
Nu wil ik u tonen, hoe door een ongeluk en door de slechtheid der mensen uit den groten hoogmoed een ootmoed geboren kan worden, die Gode behagelijk is, en hoe de muren die onnodig kostbaar en hoog waren lager gemaakt moeten worden. Eerst moeten de vleugels van het huis lager gemaakt worden en de hoge muren omvergeworpen. Dit strekt tot Gods eer en is geschikt voor de bewoners en verheugt dengenen die het gebouw zien en is een groot bewijs van ootmoed. Maar hoe dit gebeuren moet, weet hij die de kunst verstaat van huizen bouwen."
Verder zeide Gods Zoon : "Ik sprak vroeger over de stad Jericho, welke ik vergeleek bij de stad, waar dit klooster staat en hoe gebouwen die gereed zijn moeten blijven staan en veranderd moeten worden zoo, dat alleen overblijft wat eenvoudig en noodwendig is.
Dit had ik mijn vrienden beloofd, indien de Koning hen, volgens mijn raad verzameld had. Daarom mochten zij, die nu bijeen zijn, het hunne er toe bijdragen opdat al wat overvloedig is omvergeworpen wordt, en zich daarmede tevreden stellen.