Foto
TOESPRAAK VAN PATER PETAR
  • Deel 1
  • Deel 2
  • Deel 3
  • Deel 4
  • Deel 5
  • Deel 6
  • Deel 7
  • Deel 8
  • Deel 9
  • Foto
    Foto
    Het  logo  van  het  Bisdom  Gent  van  MG.  Van  Looy
     
    Origen
    Quantcast
    Met hulp en medewerking van John Pont is dit blog gemaakt
    HOUD UW LAMPEN BRANDEND.
         Image and video hosting by TinyPic
    For this blog to translate into language of your choice? Select your language below.
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
     2 prachtige pps-jes hierboven van Godelieve en ook Mama rechts heeft ze gemaakt
    Klik op de banner en bekijk nog veel meer moois op haar blog
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Klik op de banner hier beneden en ga eens langs bij Lenie voor nog meer moois
    Alle Ave Maria pps-jes hierboven zijn van haar
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Gastenboek

    Druk oponderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek

    Foto
    Wonder

    12-04-2011
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De heilige Eucharistie.

    Wij behoren onszelf en alles wat van ons is

    aan God op te dragen en voor allen te bidden.

    De gelovige: Heer, alles is het uwe, zowel in de hemel als op aarde. Ik verlang mijzelf als een vrijwillige offerande op te dragen en in eeuwigheid de uwe te blijven. Heer, in de eenvoud van mijn hart offer ik mijzelf vandaag aan U op als uw eeuwige dienaar: een offer van hulde en lof voor altijd.

    Ontvang mij te samen met deze heilige offerande van uw kostbaar Lichaam, die ik U vandaag in het bijzijn van alle onzichtbare aanwezige engelen aanbied, opdat zij voor mij en voor heel het volk tot heil mogen zijn. Heer, ik breng U op uw zoenaltaar al mijn zonden en misdaden ten offer die ik heb begaan voor uw aangezicht en dat van uw heilige engelen, vanaf de dag dat ik voor het eerst kon zondigen tot aan dit uur.

    Opdat Gij alles wilt ontvlammen en verbranden in het vuur van uw liefde, al de smetten van mijn zonden uitwist en mijn geweten van alle misdaad zuivert. En mij uw genade teruggeeft, die ik door te zondigen had verloren: dan is alles vergeven en ben ik in een omhelzing van vrede weer barmhartig aangenomen. Wat kan ik doen voor mijn zonden, tenzij die nederig bekennen, erover treuren en onophoudelijk uw vergeving daarover afsmeken? Mijn God, nu ik voor U sta smeek ik U: wil mij in uw medelijden verhoren.

    Al mijn zonden staan mij in de hoogste mate tegen, ik wil die nooit meer bedrijven, maar ik betreur ze en zal ze blijven betreuren zolang ik leef, bereid om boete te doen en naar vermogen voldoening te geven. Vergeef mij, God, vergeef mij mijn zonden omwille van uw heilige naam; red mijn ziel die Gij door uw kostbaar Bloed hebt vrijgekocht. Ik vertrouw mij toe aan uw barmhartigheid, ik geef mij over in uw handen. Doe met mij volgens uw goedheid, niet volgens mijn boosaardigheid en ongerechtigheid.

    Ik offer U ook al het goede op dat het mijne is, hoe gering en onvolmaakt dat alles ook zijn mag: wil Gij het verbeteren en heiligen. Wil dat alles tot een U aangename en aanvaardbare gave maken, het tot iets beters verheffen, en mijzelf, traag en onnut mensenkind, tot een zalig en prijzenswaardig einde voeren.

    Ik offer U ook alle heilige verlangens van de vromen; de noden van mijn ouders, vrienden, broers en zusters, van al degenen die mij dierbaar zijn en van allen die mij en anderen ter liefde van U hebben welgedaan. En hen die niet verlangd of gevraagd hebben, maar het nodig hebben dat ik gebeden en missen zou offeren voor henzelf en voor allen die met hen verbonden zijn, of zij nu leven of reeds uit dit leven zijn heengegaan.

    Zodat zij allen de hulp van uw genade, de rijkdom van uw vertroosting, de bescherming in gevaren, de bevrijding van straf naar zich voelen toekomen en zij uit alle rampen bevrijd in blijdschap U rijkelijk dank betuigen.

    Ik offer U ook gebeden en zoenoffers op bijzonder voor hen die mij op een of andere wijze leed hebben aangedaan, hebben bedroefd, kritiek hebben geuit of enige schade of last hebben veroorzaakt. Ook voor al degenen die ik zelf ooit droefheid, verwarring, last of ergernis heb veroorzaakt door woorden of daden, bewust of onwetend.

    Dat Gij ons allen zonder onderscheid onze zonden en wederzijdse beledigingen wilt vergeven. Heer, neem alle achterdocht, verontwaardiging, gevoelens van bitterheid en woordenstrijd uit ons hart weg en evenzeer alles wat de liefde kan kwetsen en de broederlijke liefde kan verminderen. Ontferm U, Heer, ontferm U over ons die om uw barmhartigheid smeken, geef genade aan wie U zo nodig hebben. En laat ons zo leven dat wij waardig zijn uw genade te bezitten en tot het eeuwig leven mogen komen. Amen.

     

     


    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.VERVOLG OPENBARINGEN VAN DE H. BRIGITTA VAN ZWEDEN.

    CHRISTUS BEVEELT HET VOLK BELASTING TE BETALEN OM DEN BOUW VAN HET KLOOSTER TE VADSTENA TE KUNNEN BEGINNEN.

    Boek 9 - KAP. 32 LAT. TEKST ; KAP. 38 ZWEEDSE TEKST.

    Christus spreekt : "Ik ben degene, die Abram gebood zijn zoon te offeren, niet omdat ik te voren zijn onovertreffelijke gehoorzaamheid niet kende, maar omdat ik wenste, dat zijn goede wil getoond kon worden aan hen die na hem kwamen en hen tot hetzelfde zou aansporen. Zo wil ik ook nu, dat de heren van het land een klooster zullen bouwen ter ere van mijn moeder, opdat de zonden in het rijk verminderen. Tot het oprichten van dit klooster vraag ik het volk om hulp, niet omdat het nodig is voor Hem, die Heer is over alles, maar opdat hun bereidwilligheid een goed voorbeeld voor anderen zij.

    Daarom moet een ieder, die de wettigen leeftijd bereikt heeft en ongetrouwd wil blijven, hetzij man of vrouw, een penning gangbare munt geven. Eveneens moeten zij, die getrouwd zijn, voor zich zelf en zijn vrouw twee penningen geven voor het bouwen van dit mijn moeders klooster. En zij, die zonen en dochters hebben, die de wettigen leeftijd bereikt hebben van zestien jaar, moeten voor ieder kind een penning geven, opdat hun liefde en gehoorzaamheid groter zullen worden. Maar religieusen, die mij zich zelf geven en al wat het hunne is, en de priesters, die deel aan mij hebben, zijn vrij. Eveneens zijn knechten en dienstvolk uitgezonderd, omdat zij hun brood eten in het zweet huns aanschijns en geen meester over zich zelf zijn."


    09-04-2011
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.AAN ALLE LEZERS VAN DIT BLOG EEN GEZEGENDE ZATERDAG.

    N. ( M ).

    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.El Rosario de los No Nacidos.
     
    El Rosario de los No Nacidos.

    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Mijn Engel Daniël. ( Vasulla Ryden.)

    Wil je Mij dienen?

    *****************

    Het volgende wat mij opviel was dat Jezus steeds meer de plaats van mijn engel innam. Hij kwam als het Heilig Hart. Op een dag verraste Hij mij met Zijn vraag. Hij vroeg mij of ik Hem wilde dienen ( voor deze zending ). Vrees overviel mij en ik aarzelde. Ik liet niet toe dat dit werd opgeschreven, zoals de andere dingen. Ik was bang dat Hij tegen mij zou zeggen dat ik mijn biezen moest pakken om mijn huis te verlaten en in een klooster in te treden en non worden. Ik was hierop niet voorbereid en wenste het ook niet te doen. Mijn wantrouwen stelde Hem teleur, en Zijn droefheid ontging mij niet omdat die duidelijk doorklonk in Zijn stem toen Hij deze woorden zei; "Ik kan in jou wonen ondanks je ontzagwekkende zwakheid." Ik was erg ongelukkig, omdat ik Hem had teleurgesteld; aan de andere kant was ik bang voor het onbekende. Dit zijn de precieze woorden: "als je Mij zou dienen, zou Ik niets dan passie in je openbaren;" Ik herhaalde, "passie" , zonder te begrijpen, en Hij zei, "Ja, passie; wil…" Ik tilde mijn hand op om het niet op te schrijven, maar ik hoorde alles. De hele nacht dacht ik hierover na; toen besloot ik mij in het onbekende te storten en mij aan Zijn Wil over te geven. Dus kwam ik met Zijn vraag bij Hem terug. Ik vroeg Hem, "Wilt U dat ik U dien?" ik voelde onmiddellijk Zijn vreugde en Hij zei: "Ja, dat wil Ik; dat wil Ik heel graag, Vasulla; kom, Ik zal je laten zien hoe en waar je Mij kunt dienen…werk en dien Mij zoals nu, wees zoals je bent; Ik heb dienaren nodig die in staat zijn Mij te dienen waar liefde het meest nodig is; werk niettemin hard, want waar jij bent, ben je tussen het kwaad, ongelovigen; je bent in de afschuwelijke afgrond van de zonde; je gaat je God dienen waar duisternis heerst; je zult geen rust hebben; je zult Mij dienen waar al het goede misvormd is tot kwaad; ja, dien Mij te midden van ellende, te midden van slechtheid en de ongerechtigheden van de wereld; dien Mij te midden van Goddeloze mensen, te midden van hen die Mij bespotten, te midden van hen die Mijn Hart doorboren; die Mij te midden van hen die Mij geselen, te midden van hen die Mij veroordelen; dien Mij te midden van hen die Mij opnieuw kruisigen en op Mij spuwen; O Vassula, hoezeer lijd Ik ! kom en troost Mij!....strijd en lijd met Mij, deel Mijn Kruis…" ( 24 mei 1987 ). De onderrichtingen van God gingen door, en ik kreeg ze dagelijks en tot op deze dag dat ik schrijf, gaan ze door, want Hij heeft gezegd dat Zijn charisma bij mij zal blijven tot mijn laatste dag op aarde.

    Wordt  Vervolgd.

    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen."Het Teken van de Mensenzoon " (Schriften van Madeleine)

    TWINTIGSTE VERSCHIJNING.

    Vrijdag, 6 september 1974 in de kapel

    Zuster Marie M. was bij Madeleine die vol blijdschap roept :

    "Daar is het Licht !"

    Hierna vertoont zich links van het Heilig Sacrament de aartsengel Michaël, die haar zegt :

    "Ik begroet u."

    Madeleine knielt voor hem neer, een beetje links van het Heilig Sacrament. Hij zegt haar :

    "Knielt niet voor mij neer in verering maar doet dat voor Hem die u komt aanbidden."

    Madeleine is opgestaan en knielt nu neer voor het Heilig Sacrament. Op dat moment ziet zij lichtstralen uit de H. Hostie ontspringen die lijken te leven, continu zich vernieuwend vanuit de Hostie als bij een stromende bron van licht (het is moeilijk uit te drukken).

    Sint Michaël een weinig teruggetrokken :

     

    "Klaagt niet over de ogen van kleine David. Als God het zo gewild heeft, is dat niet omdat bij hèm de ogen dicht zijn maar bij zijn ouders, die hun ogen afsluiten voor het geloofsplicht. Plaatst een kaars op de plek waar de Heer u voor het laatst verlaten heeft."

    Tijdens die woorden bleef de Heilige Hostie onafgebroken zijn lichtende stralen werpen. Daarna verdween alles.

    Opmerking :

    De kleine David die slecht ziet, is de kleinzoon van Madeleine.

    Een tijd terug bad een mevrouw uit Parijs in de Kerk van Lisieux voor haar zoon die het geloof verloren had en hoorde toen : "Dozulé, Dozulé… " Na geïnformeerd te hebben, vernam zij dat het een dorpje betrof, vlakbij, en besloot er toen heen te gaan. Dit voorval, wat zij de priester vertelde, bracht hem danig van streek.

     


    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De heilige Eucharistie.

    De opoffering van Christus aan het kruis

    en onze eigen overgave.

    Zoals Ik mijzelf met uitgestrekte armen aan het kruis en met een ontkleed lichaam voor uw zonden aan God de Vader vrijwillig heb opgedragen, zodat er niets in mij overbleef dat niet geheel in het offer van de goddelijke verzoening overging, zo moet ook gij uzelf aan Mij met vrije wil als een zuiver en heilig offer dagelijks in de mis met al uw krachten en genegenheden zo innig gij kunt aan Mij aanbieden.

    Wat vraag Ik meer van u dan dat gij probeert uzelf aan Mij zonder voorbehoud weg te geven? Wat gij ook geeft buiten uzelf, het heeft voor Mij geen waarde, want ik zoek niet uw gaven maar u. Zoals het voor u onvoldoende zou zijn alles te hebben behalve Mij, zo kan Mij niets behagen, wat gij mij ook zoudt geven, zonder het offer van uzelf. Offer uzelf aan Mij op en geef alles voor God, dan zal uw offerande aanvaard worden. Zie, Ik heb mijzelf geheel aan de Vader aangeboden voor u; Ik gaf ook heel mijn Lichaam en mijn Bloed tot voedsel, opdat Ik geheel de uwe zou zijn en gij de mijne zoudt blijven.

    Maar blijft gij aan uzelf vasthouden en geeft gij u niet spontaan over aan mijn wil, dan is die offerande niet volmaakt en de vereniging tussen ons beide niet volledig. Daarom behoort aan al uw daden de vrijwillige overgave van uzelf in Gods handen vooraf te gaan, als gij vrijheid en genade wilt verkrijgen. Om deze reden immers worden zo weinigen werkelijk verlicht en inwendig vrij, omdat zij zichzelf niet geheel weten te verloochenen. Dit is mijn besliste uitspraak: ‘Als iemand niet verzaakt aan alles, kan hij mijn leerling niet zijn’. Als gij dan mijn leerling wenst te zijn, offer uzelf dan aan Mij op met alles wat gij liefhebt.

     


    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.VERVOLG OPENBARINGEN VAN DE H. BRIGITTA VAN ZWEDEN.

    DE BOUW VAN HET KLOOSTER WORDT UITGESTELD.

    Boek 9 - KAP. 27 LATIJNSE TEKST, 33 ZWEEDSE TEKST.

    Gods Zoon spreekt: "Daar deze koning mijn warmte niet zoekt maar in de koude blijft en zijn handen blijft onteren, zal hij niet voor mij bouwen als Salomon en zijn leven niet eindigen als David. En men zal hem niet gedenken zoals men mijn beminden Olof gedenkt, en hij zal niet gekroond worden zoals Erik, mijn vriend. Hij zal de rechtvaardigheid leren kennen, nu hij geen barmhartigheid wenst. En ik zal de aarde beploegen met vonnis en droefheid, opdat haar bewoners zullen leren bidden om erbarming. Maar wie mijn klooster bouwen zal, en wanneer hij komen zal, dat zal u bekend worden ; maar in hoever dit in dit leven is of niet, dat is u niet toegestaan te weten."


    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Aanbidt God.

    Alle mensen zijn verplicht hun Schepper te aanbidden: "En ik zag een andere engel vliegen in het midden des hemels en hij had een eeuwig evangelie, om dat te verkondigen aan hen, die op de aarde gezeten zijn en aan alle volk en stam en taal en natie; en hij zeide met luider stem: Vreest God en geeft Hem eer, want de ure van zijn oordeel is gekomen, en aanbidt Hem, die de hemel en de aarde en de zee en de waterbronnen gemaakt heeft" (Openbaring 14:6,7). "De Here, uw God, zult gij aanbidden en Hem alleen dienen" (Matteüs 4:10).

    Wat is aanbidding?

    Het verschil moeten wij kennen tussen de woorden 'aanbidden' en 'dienen' in Matteüs 4:10.

    Het woord voor 'dienen' [LATREUO] heeft specifiek te maken met het dienen van God. Voor dienen in het algemeen vindt men een ander woord [DOULEUO].

    Het woord voor 'aanbidden' [PROSKUNEO] betekent: uitdrukking geven aan een uitermate hoge graad van onderdanigheid en bewondering door woorden, door neerbuiging en door teraardewerping.

    De twee begrippen zijn verschillend, maar 'aanbidden' [PROSKUNEO] is leeg en onecht tenzij ondersteund door een leven van toegewijde dienst aan God [LATREIA]. Paulus schrijft: "Ik vermaan u dan, broeders, met beroep op de barmhartigheden Gods, dat gij uw lichamen stelt tot een levend, heilig en Gode welgevallig offer: dit is uw redelijke eredienst [LATREIA]" (Romeinen 12:1).

    Het dagelijkse, bestendige dienen van God werd ook onder het Oude Verbond vereist. "Nu dan, Israël, wat vraagt de HERE, uw God, van u dan de HERE, uw God, te vrezen door in al zijn wegen te wandelen; Hem lief te hebben; de HERE, uw God, te dienen met uw ganse hart en met uw ganse ziel" (Deuteronomium 10:12). Het woord hier voor 'dienen' in de Septuaginta Griekse vertaling van het Oude Testament is LATREUO. [Zie ook Deuteronomium 11:13.]

    Dit dienen van God [LATREUO] omvat alles wat wij doen ter ere van God, onze wandel in al Zijn wegen, zowel de voorgeschreven godsdienstoefeningen als een godvruchtig leven.

    Het aanbidden [PROSKUNEO] is een specifieke uiting van nederige verering. Om dit te verduidelijken zullen wij alle teksten in het Nieuwe Testament bespreken waar 'aanbidden' [PROSKUNEO] voorkomt.

    In meerdere plaatsen wordt PROSKUNEO gebruikt als beschrijving van aanbidding in het Oude Testament (Johannes 12:20; Handelingen 8:27; 24:11; Hebreeën 11:21) en met valse vormen van aanbidding (Handelingen 7:43; Openbaring 9:20; 13:4, 8, 12, 15; 14:9 t/m 11; 16:2; 19:20; 20:4).

    Aangezien PROSKUNEO ook gebruikt kan worden voor eerbetoon aan hooggeplaatsten (Matteüs 18:26; Marcus 15:19; Openbaring 3:9) is de diepte van betekenis niet geheel duidelijk in bepaalde teksten, zoals toen de wijzen uit het Oosten neervielen en het Koningskind hulde bewezen (Matteüs 2:2,8,11).

    De draagwijdte van de betekenis toen bepaalde mensen in de evangeliën aan de voeten van Jezus neervielen (Matteüs 8:2; 9:18; 14:33; 15:25; 20:20; 28:9,17; Marcus 5:6; Lucas 24:52; Johannes 9:38) zou bepaald worden door de omstandigheden en het inzicht van de bewuste persoon. De bewering van sommigen echter dat al deze gevallen niets anders waren dat het betonen van dezelfde eerbied die men aan iedere hooggeplaatste zou tonen is uiterst onwaarschijnlijk, vooral nadat Hij de zee tot kalmte had gebracht en na Zijn opstanding.

    Wij mogen alleen God aanbidden.

    Toen de duivel Jezus verzocht om voor hem te knielen en hem te aanbidden (Matteüs 4:9; Lucas 4:7) heeft Jezus geantwoord: "Ga weg, satan! Er staat immers geschreven: De Here, uw God, zult gij aanbidden en Hem alleen dienen" (Matteüs 4:10 // Lucas 4:8).

    Dat wij alleen God mogen aanbidden, houdt ook in dat wij noch mensen (Handelingen 10:25,26) noch engelen (Openbaring 19:10; 22:8,9) noch voorwerpen (Romeinen 1:25) mogen aanbidden. Engelen worden echter wel bevolen Christus te aanbidden (Hebreeën 1:5,6) wat Zijn godheid bewijst.

    In geest en in waarheid moeten wij aanbidden.

    In Zijn gesprek met de Samaritaanse vrouw heeft Jezus de waarachtige aanbidding omschreven: "Geloof Mij, vrouw, de ure komt, dat gij noch op deze berg, noch te Jeruzalem de Vader zult aanbidden. Gij aanbidt, wat gij niet weet; wij aanbidden, wat wij weten, want het heil is uit de Joden; maar de ure komt en is nu, dat de waarachtige aanbidders de Vader aanbidden zullen in geest en in waarheid; want de Vader zoekt zulke aanbidders; God is geest en wie Hem aanbidden, moeten aanbidden in geest en in waarheid" (Johannes 4:21 t/m 24).

    Gods tempel in de hemel is het centrum van de aanbidding onder het Nieuwe Verbond (Openbaring 11:1,19).

    Een veel voorkomende fout is de veronderstelling dat uitwendige rituelen enige waarde hebben, onafhankelijk van de gesteldheid van het hart. Jezus leert dat men in geest en in waarheid moet aanbidden om God te behagen. Dit wil echter niet zeggen -- zoals sommigen beweren -- dat aanbidding uitsluitend innerlijk is, zonder enige uiterlijke uitdrukking. Zowel de innerlijke als de uiterlijke aspecten moeten in orde zijn.

    Het aanbidden [PROSKUNEO] is een bewuste verheerlijking van God dat voortvloeit uit een innerlijke houding van ontzag voor Zijn majesteit en van nederige onderwerping aan Zijn gezag. Deze verheerlijking kan uitgedrukt worden door neerbuiging en door woorden. Aangezien God de gedachten van het hart kent, mogen de woorden ook in de vorm van gedachten zijn.

    Een ongelovige kon aangezet worden God te aanbidden door de gave van profetie in de apostolische gemeente: "Maar als allen profeteren en er komt een ongelovige of toehoorder binnen, dan wordt hij door allen weerlegd, wordt hij door allen doorgrond, het verborgene van zijn hart komt aan het licht en hij zal zich ter aarde werpen, God aanbidden en belijden, dat God inderdaad in uw midden is" (1 Korintiërs 14:24,25).

    Van wie kunnen wij beter leren aanbidden dan van de hemelse schare?

    In Openbaring vinden wij verheven voorbeelden van aanbidding, die de definitie verduidelijken.

    "En de vier dieren hadden elk voor zich zes vleugels en waren rondom en van binnen vol ogen en zij hadden dag noch nacht rust, zeggende: Heilig, heilig, heilig is de Here God, de Almachtige, die was en die is en die komt. En wanneer de dieren heerlijkheid, eer en dankzegging zullen brengen aan Hem, die op de troon gezeten is en tot in alle eeuwigheden leeft, zullen de vierentwintig oudsten zich nederwerpen voor Hem, die op de troon gezeten is en Hem aanbidden, die tot in alle eeuwigheden leeft, en zij zullen hun kronen voor de troon werpen, zeggende: Gij, onze Here en God, zijt waardig te ontvangen de heerlijkheid, de eer en de macht; want Gij hebt alles geschapen, en om uw wil was het en werd het geschapen" (Openbaring 4:8 t/m 11).

    Door zich neer te werpen en hun kronen voor de troon te werpen, tonen de oudsten hun onderworpenheid. Zij 'aanbidden' ... 'zeggende' en dan volgt een machtige en verheven uiting van verheerlijking. Aanbidding wordt per definite aan God gericht. Toch is de verheerlijking vergroot wanneer de lof door anderen wordt gehoord.

    Nu volgt een voorbeeld van een aanbiddingslied aan Christus: "En zij zongen een nieuw gezang, zeggende: Gij zijt waardig de boekrol te nemen en haar zegels te openen; want Gij zijt geslacht en Gij hebt (hen) voor God gekocht met uw bloed, uit elke stam en taal en volk en natie; en Gij hebt hen voor onze God gemaakt tot een koninkrijk en tot priesters, en zij zullen als koningen heersen op de aarde" (Openbaring 5:9,10).

    Daarna volgen uitingen van verering in de derde persoon, die dus voor toehoorders bedoeld zijn. "En ik zag, en ik hoorde een stem van vele engelen rondom de troon, en van de dieren en de oudsten; en hun getal was tienduizenden tienduizendtallen en duizenden duizendtallen, zeggende met luider stem: Het Lam, dat geslacht is, is waardig te ontvangen de macht en de rijkdom, en de wijsheid en de sterkte, en de eer en de heerlijkheid en de lof. En alle schepsel in de hemel en op de aarde en onder de aarde en op de zee en alles wat daarin is, hoorde ik zeggen: Hem, die op de troon gezeten is, en het Lam zij de lof en de eer en de heerlijkheid en de kracht tot in alle eeuwigheden. En de vier dieren zeiden: Amen. En de oudsten wierpen zich neder en aanbaden" (Openbaring 5:11 t/m 14).

    De lof van de heiligen wordt door het amen van de hemelse schare bevestigd: "Daarna zag ik, en zie, een grote schare, die niemand tellen kon, uit alle volk en stammen en natiën en talen stonden voor de troon en voor het Lam, bekleed met witte gewaden en met palmtakken in hun handen. En zij riepen met luider stem en zeiden: De zaligheid is van onze God, die op de troon gezeten is, en van het Lam! En al de engelen stonden rondom de troon en de oudsten en de vier dieren, en zij wierpen zich op hun aangezicht voor de troon en aanbaden God, zeggende: Amen, de lof en de heerlijkheid, en de wijsheid en de dankzegging, en de eer en de macht en de sterkte zij onze God tot in alle eeuwigheden! Amen" (Openbaring 7:9 t/m 12).

    Aanbidding kan ook dankzegging zijn: "En de zevende engel blies de bazuin en luide stemmen klonken in de hemel, zeggende: Het koningschap over de wereld is gekomen aan onze Here en aan zijn Gezalfde, en Hij zal als koning heersen tot in alle eeuwigheden. En de vierentwintig oudsten, die voor God op hun tronen gezeten waren, wierpen zich op hun aangezicht en aanbaden God, zeggende: Wij danken U, Here God, Almachtige, die is en die was, dat Gij uw grote macht hebt opgenomen en het koningschap hebt aanvaard; en de volkeren waren toornig geworden, maar uw toorn is gekomen en de tijd voor de doden om geoordeeld te worden en om het loon te geven aan uw knechten, profeten, en aan de heiligen en aan hen, die uw naam vrezen, aan de kleinen en de groten en om te verderven wie de aarde verderven" (Openbaring 11:15 t/m 18).

    Zij die het beest overwinnen, zingen het lied van Moses en het Lam: "Groot en wonderbaar zijn uw werken, Here God, Almachtige; rechtvaardig en waarachtig zijn uw wegen, Gij, Koning der volkeren! Wie zou niet vrezen, Here, en uw naam niet verheerlijken? Immers, Gij alleen zijt heilig. Want alle volken zullen komen en zullen voor U nedervallen in aanbidding, omdat uw gerichten openbaar zijn geworden" (Openbaring 15:3b,4).

    Voor Zijn rechtvaardig oordeel wordt God verheerlijkt: "Hierna hoorde ik als een luide stem ener grote schare in de hemel zeggen: Halleluja! Het heil en de heerlijkheid en de macht zijn van onze God, want waarachtig en rechtvaardig zijn zijn oordelen, want Hij heeft de grote hoer geoordeeld, die de aarde met haar hoererij verdierf, en Hij heeft het bloed zijner knechten van haar hand geëist. En zij zeiden ten tweeden male: Halleluja! En haar rook stijgt op tot in alle eeuwigheden. En de vierentwintig oudsten en de vier dieren wierpen zich neder en aanbaden God, die op de troon gezeten is, en zij zeiden: Amen, halleluja! En een stem ging uit van de troon, zeggende: Looft onze God, al zijn knechten, die Hem vreest, gij kleinen en gij groten! En ik hoorde als een stem van een grote schare en als een stem van vele wateren en als een stem van zware donderslagen, zeggende: Halleluja! Want de Here, onze God, de Almachtige, heeft het koningschap aanvaard. Laten wij blijde zijn en vreugde bedrijven en Hem de eer geven, want de bruiloft des Lams is gekomen en zijn vrouw heeft zich gereedgemaakt" (Openbaring 19:1 t/m 7).

    Deze aangrijpende voorbeelden van aanbidding in Openbaring helpen ons de definite te verstaan. Bij het 'aanbidden' [PROSKUNEO] wordt God in woord en lied verheerlijkt, dikwijls vergezeld door neerwerping. Aanbidding is een bewuste verheerlijking van God, voortvloeiend uit een innerlijke houding van ontzag voor Zijn majesteit en nederige onderwerping aan Zijn gezag.

    Welke aanbidding neemt God aan?

    Zowel Kaïn als Abel hebben een offer aan God gebracht, maar het offer van Kaïn werd niet door God aanvaard omdat hij onrechtvaardig was (Genesis 4:4 t/m 7; Hebreeën 11:4; 1 Johannes 3:12). Nadab en Abihu hebben reukwerk geofferd, maar God heeft hen gedood omdat zij "vreemd vuur voor het aangezicht des Heren" hebben gebracht, "hetgeen Hij hun niet geboden had" (Leviticus 10:1).

    Het feit dat wij op één of andere wijze aanbidden, wil nog niet zeggen dat God onze aanbidding aanvaart. Onze aanbidding moet met Zijn wil in overeenstemming zijn.

    Bij het aanbidden moeten wij God gehoorzamen.

    Aan de oppervlakkige godsdienstige mensen van Zijn tijd zei Jezus: "Terecht heeft Jesaja van u, huichelaars, geprofeteerd, zoals er geschreven staat: Dit volk eert Mij met de lippen, maar hun hart is verre van Mij. Tevergeefs eren zij Mij, omdat zij leringen leren, die geboden van mensen zijn. Gij verwaarloost het gebod Gods en houdt u aan de overlevering der mensen" (Marcus 7:6 t/m 8).

    De aanbidding van het Nieuwe Verbond is eenvoudig en geestelijk. De eerste gelovigen hebben gebeden en lofliederen gezongen. Op de eerste dag van de week kwamen zij samen om aan de tafel des Heren deel te nemen (Handelingen 2:42; 20:7; 1 Korintiërs 14:15; 16:1,2; Kolossenzen 3:16).

    In de loop der eeuwen hebben wereldse mensen wereldse praktijken aan de oorspronkelijke aanbidding toegevoegd, zoals het dragen van indrukwekkende kledij, het vereren van beelden en iconen, het branden van wierook en gebedskaarsen, en het bespelen van muziekinstrumenten, dingen die vreemd zijn aan het woord en de geest van Christus.

    Laten wij God aanbidden in geest en in waarheid. Waarachtige aanbidding komt uit het hart en moet in overeenstemming zijn met de geopenbaarde wil van God.

    Aanbidt God.

    Aanbidding is een bewuste verheerlijking van God die voortvloeit uit een innerlijke houding van ontzag voor Zijn majesteit en van nederige onderwerping aan Zijn gezag. Waarachtige aanbidders aanbidden in geest en in waarheid. Om God te behagen moeten wij in overeenstemming met Zijn woord aanbidden.

    "Aanbidt Hem, die de hemel en de aarde en de zee en de waterbronnen gemaakt heeft" (Openbaring 14:7).

    Laten wij "God vereren op een Hem welbehagelijke wijze met eerbied en ontzag, want onze God is een verterend vuur" (Hebreeën 12:28,29).

     


    08-04-2011
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.AAN ALLEN EEN GEZEGENDE VRIJDAG TOEGEWENST.

    N. ( M ).

    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Therese Neumann von Konnersreuth.
     
    Therese Neumann von Konnersreuth.

    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Mijn Engel Daniël. ( Vasulla Ryden.)

    Vervolging door de Priesters.

    *************************

    De priester evenwel gaf het niet op. Hij schreef mij brieven om mij te zeggen dat alles wat ik had waardeloze rommel was en dat ik maar naar mijzelf hoefde te kijken om te weten dat een dergelijke genade nooit aan mij zou worden gegeven. Eerder zei hij dat zulke genaden voor mensen waren die voor God werkten, zoals bijvoorbeeld Moeder Theresa, en met een gebaar van zijn hand wees hij naar zijn boekenplanken. Daarna probeerde hij mij bang te maken door te zeggen dat het van de duivel was, zodat ik zou ophouden met schrijven. Hij slaagde gedeeltelijk, want telkens wanneer God mij daarna naderde joeg ik Hem weg. Ik kon nauwelijks mijn engel verdragen. Als ik van God de woorden hoorde, "Ik Jahweh, bemin je", deed ik alsof ik niets hoorde en stond niet toe dat het werd geschreven. Als Jezus mij naderde en mij zei, "Vrede, Mijn kind", keerde ik mij van He af en verjoeg Hem, Hem voor de boze aanziend. De priester slaagde erin mij in het hoofd te zetten dat God geen contact kan hebben met iemand zoals ik omdat God alleen naar heilige mensen gaat. Ik kon soms tamelijk agressief worden als Jezus bij mij kwam om tot mij te speken, denkend dat het de duivel was. Ik joeg Hem keer op keer heftig weg. Tenslotte vond de Wijsheid een weg. Mijn engel kwam mij zeggen dat hij een boodschap van Jezus had die hij mij zou vertellen. Hij werd de tussenpersoon. Dit was een manier die ik kon aanvaarden, maar niet altijd, want ik stond nog steeds onder invloed van de woorden van de priester. Hoe en waarom zouden de Ogen van de Heilige zich wenden naar een zo verachtelijke ziel als de mijne, laat staan tot mij speken! Hoe had ik kunnen geloven dat God de Almachtige, zou spreken en contact hebben met mij op een zo simpele manier! Nooit in mijn leven had ik zoiets gehoord. Ja, alleen in de Heilige Schrift, met mensen als Mozes, Abraham en de profeten, maar dit was een ander verhaal en een andere tijd. Een sprookje was het, een illusie, mijn geest duizelde, omdat ik wist dat het gebeurde en dat ik niet gek was! Langzaam en na verloop van tijd begonnen deze wonden te genezen die ik van de priester had ontvangen. Mijn engel gaf mij zoveel vrede door elke dag urenlang tot mij te preken. Nu en dan maakte hij ruimte voor Jezus om Zijn Goddelijke woorden te citeren. De eerste keer dat dit gebeurde stond ik op het punt de woorden uit te gummen, omdat ik mijzelf had toegestaan ze op te schrijven. De engel kwam tussenbeide om mij te vragen te begrijpen en deze woorden te laten staan omdat ze echt van Jezus waren. De woorden waren, "Ik, Jezus, bemin je". Dit waren de eerste geschreven woorden van Jezus na de crisis. Ze werden geschreven op 20 juni 1986. Langzaam, langzaam, stap voor stap, en heel teder, naderde Jezus mij weer. Op 9 juli 1986 zei God, "Ik, God, bemin je, "Mijn engel, die onmiddellijk mijn aarzeling opmerkte, vroeg mij deze woorden te bewaren; zeggend dat elk woord door God gegeven was, en dat God mij dichtbij was. De volgende directe boodschap van God kwam in juli 1986. De boodschap was; "Ik heb je gevoed ( geestelijk ), Ik ben gekomen om je het voedsel te geven; help alsjeblieft de anderen ook aan hen dit voedsel te geven; doe hen gedijen door hen tot Mij te leiden; Ik heb je gevoed, je doen gedijen, en doen geuren; voed ook de anderen; help ze en leid ze tot Mij; Ik heb je Liefde gegeven, volg Mij dus na; Ik heb je begunstigd door je dit voedsel te geven; geef het ook aan de anderen zodat zij er ook van genieten;" Dan weer op 31 juli 1986, deze keer kwam Jezus als het Heilig Hart en zei tegen mij; "heb een plaats in het midden van Mijn Hart; Mijn beminde; daar zul je leven;" op 7 augustus 1986 sprak de Vader nogmaals tot mij en gaf mij deze boodschap; "Ik, God, bind jou aan Mij." Bang, omdat ik wantrouwig was, vroeg ik Hem zeer vinnig Zijn Naam te noemen. Hij antwoordde, "Jahweh", Ik was vervuld van blijdschap en liefde en ik voelde al een branden in mijn ziel door het verlangen dat ik naar Hem had. Ik zei: "Ik bemin U, Eeuwige Vader." Hij antwoordde: "bemin Mij, prijs Mij, je God, Ik ben de Eeuwige Vader." Toen vroeg ik Hem: "Voelt U mijn geluk, mijn lijden, mijn vrees, mijn liefde, mijn verwarring?" hij antwoordde, "Ja." Toen ik zei: "In dat geval weet U hoe ik mij voel. U begrijpt mij volledig," en Hij zei met grote tederheid; "Ja, dat doe Ik, Mijn beminde." Dit was mijn eerste contact sinds lang na mijn afwijzing ( uit angst ). God ging door, daar Hij wist dat ik mij afvroeg waarom Hij tot mij spreekt. Hij zei; "God bemint jullie allen, deze boodschappen zijn slechts een herinnering daaraan om jullie eraan te herinneren hoe jullie basis gelegd was; geef Mijn boodschappen door;" De allereerste boodschappen die ik ontving waren erg kort, zoals ik in het begin al zei. Het leken meer telegrammen dan boodschappen. Intussen had ik, ondanks alles, het contact met de priesters niet verloren. Maar ik was opgehouden over de boodschappen te spreken met hem die ze had veroordeeld en mij zoveel had doen lijden. Maar, na enige tijd, besloot ik hem te vertellen dat ik nog steeds boodschappen ontving en opschreef. Ik liet hem daarom de notitieboekjes zien in plaats van de losse briefjes zoals tevoren. Ik gebruikte elk stuk papier waarop ik kon schrijven, maar toen de tijd kwam waarop mijn zending begon, inspireerde de Heilige Geest mij om notitieboekjes te gebruiken en ze te nummeren. Ik herinner mij dat ik de priester bij mij thuis heb uitgenodigd om hem te vertellen dat ik nog steeds gesprekken met God had. Ik meende dat ik hem op de hoogte moest houden. Ik vertelde het hem en het beviel hem niet erg, maar hij vroeg mij de notitieboekjes te laten zien. Ik gaf ze hem voor enkele dagen mee. De volgende dag ontving ik een zeer scherpe brief van hem, waarin hij mij zei dat ik al mijn notitieboekjes moest verbranden en mijn vrienden die ze lazen moest zegen dat ze alles moesten vergeten. Op de een of andere manier herkende ik de scherpte van Satan. Ik vertelde aan al mijn vrienden wat hij zei, en zij waren erg boos op hem. Ik bezocht de priester en vertelde hem over hun reactie. Ik nam hem mijn notitieboekjes weer af. Hij zei dat God ongetwijfeld nu zeer boos op mij was en dat Hij mij aan mijn lot zou overlaten. Hij zei dat God een - of tweemaal geduld had, maar nu ik niet luisterde laat Hij mij over aan de duivel. De lessen in onderscheiding van mijn engel begonnen al vruchten af te werpen en ze werden van groot nut voor mij op dit speciale moment. Deze keer kon ik niet worden misleid. Ik beantwoordde de brief van de priester en vertelde hem dat zijn God niet mijn God is. Want zijn God is een wrede God, snel boos, ongeduldig, intolerant en zonder liefde. Zijn God vergeeft een - of tweemaal en wendt Zich dan af om de zielen in de hel te werpen als ze niet luisteren, terwijl de God die ik ken, Degene die dagelijks met mij omgaat, mijn God, een en al liefde is, oneindig geduldig, tolerant en teder. Mijn God die tot mij spreekt, en Zich helemaal vanuit de Hemel neerbuigt, is zachtmoedig, niet snel boos, een en al barmhartigheid, en Hij omhult mijn ziel alleen maar met liefde. Mijn God die mij elke dag in mijn kamer bezoekt, Degene die door hem behandeld is als de duivel, omhult mijn ziel met vrede en hop. Mijn God voedt mij geestelijk, en vermeerdert mijn geloof in Hem. Hij leert mij geestelijke dingen en onthult mij de Rijkdommen van Zijn Hart. Hierna vroeg hij mij om nogmaals te proberen om slechts enkele dagen op te houden met schrijven om te zien wat er gebeurt. Ik stond toe enkele dagen voorbij te laten gaan zonder te schrijven zoals de priester mij had gevraagd. Ik bad en vroeg nogmaals in mijn gebed, wie mij werkelijk leidde en op deze speciale manier Ik had gevraagd dat, als de boodschappen werkelijk van Hem waren, of Hij mij dit dan zou willen zeggen. Hij liet mij deze woorden horen: "Ik, Jahweh, leid je." Niets meer. En dit gebeurde en God antwoordde mij zoals ik gevraagd had. Mijn contacten gingen door, en op een dag, op 15 december 1986, gaf God mij deze boodschap: "Dochter, alle Wijsheid komt van Mij; wil je Wijsheid?" zonder te beseffen wat God mij aanbood zei ik eenvoudig, "Ja" tegen Hem. Hij zij toen dat Hij mij Wijsheid zou geven, maar dat ik Wijsheid moest verwerven als ik Haar wilde. Toen Hij zag dat ik mij afvroeg hoe ik dat moest doen, zei Hij dat Hij de Almachtige is en dat Hij mij zou onderrichten. Ik dacht na over wat God mij had aangeboden, en hoe meer ik mediteerde, des te meer besefte ik welke geweldige Gave Hij mij aanbood. Ik besefte ook, dat ik Hem niet eens bedankt had. Dus bedankte ik Hem de volgende dag en Hij zei weer tegen mij dat ik de Wijsheid moest verdienen, maar Hij zou mij helpen en ik moest niet ontmoedigd raken.

    Wordt  vervolgd.


    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Mijn Engel Daniël. ( Vasulla Ryden.)


    Wil je Mij dienen?

    *****************

    Het volgende wat mij opviel was dat Jezus steeds meer de plaats van mijn engel innam. Hij kwam als het Heilig Hart. Op een dag verraste Hij mij met Zijn vraag. Hij vroeg mij of ik Hem wilde dienen ( voor deze zending ). Vrees overviel mij en ik aarzelde. Ik liet niet toe dat dit werd opgeschreven, zoals de andere dingen. Ik was bang dat Hij tegen mij zou zeggen dat ik mijn biezen moest pakken om mijn huis te verlaten en in een klooster in te treden en non worden. Ik was hierop niet voorbereid en wenste het ook niet te doen. Mijn wantrouwen stelde Hem teleur, en Zijn droefheid ontging mij niet omdat die duidelijk doorklonk in Zijn stem toen Hij deze woorden zei; "Ik kan in jou wonen ondanks je ontzagwekkende zwakheid." Ik was erg ongelukkig, omdat ik Hem had teleurgesteld; aan de andere kant was ik bang voor het onbekende. Dit zijn de precieze woorden: "als je Mij zou dienen, zou Ik niets dan passie in je openbaren;" Ik herhaalde, "passie" , zonder te begrijpen, en Hij zei, "Ja, passie; wil…" Ik tilde mijn hand op om het niet op te schrijven, maar ik hoorde alles. De hele nacht dacht ik hierover na; toen besloot ik mij in het onbekende te storten en mij aan Zijn Wil over te geven. Dus kwam ik met Zijn vraag bij Hem terug. Ik vroeg Hem, "Wilt U dat ik U dien?" ik voelde onmiddellijk Zijn vreugde en Hij zei: "Ja, dat wil Ik; dat wil Ik heel graag, Vasulla; kom, Ik zal je laten zien hoe en waar je Mij kunt dienen…werk en dien Mij zoals nu, wees zoals je bent; Ik heb dienaren nodig die in staat zijn Mij te dienen waar liefde het meest nodig is; werk niettemin hard, want waar jij bent, ben je tussen het kwaad, ongelovigen; je bent in de afschuwelijke afgrond van de zonde; je gaat je God dienen waar duisternis heerst; je zult geen rust hebben; je zult Mij dienen waar al het goede misvormd is tot kwaad; ja, dien Mij te midden van ellende, te midden van slechtheid en de ongerechtigheden van de wereld; dien Mij te midden van Goddeloze mensen, te midden van hen die Mij bespotten, te midden van hen die Mijn Hart doorboren; die Mij te midden van hen die Mij geselen, te midden van hen die Mij veroordelen; dien Mij te midden van hen die Mij opnieuw kruisigen en op Mij spuwen; O Vassula, hoezeer lijd Ik ! kom en troost Mij!....strijd en lijd met Mij, deel Mijn Kruis…" ( 24 mei 1987 ). De onderrichtingen van God gingen door, en ik kreeg ze dagelijks en tot op deze dag dat ik schrijf, gaan ze door, want Hij heeft gezegd dat Zijn charisma bij mij zal blijven tot mijn laatste dag op aarde.


    Wordt  vervolgd.

    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen."Het Teken van de Mensenzoon " (Schriften van Madeleine)

    NEGENTIENDE VERSCHIJNING.

    Zaterdag, 3 augustus 1974.

    Madeleine is in haar tuin gaan kijken of haar wasgoed droog is. Als zij naar huis terugloopt, hoort zij tamelijk ver weg een stem die komt van de plaats van het Kruis :

    "Dit is Michaël, de aartsengel, luistert naar mij.

    Madeleine knielt neer in de richting van de stem, die zegt :

    Zegt de priester dat hij drie vlakken van het waterbekken laat bepleisteren, maar niet de bodem. En dat hij bij het vierde vlak, vanaf het einde van de ruimte, een afstand laat bepleisteren van 25 cm overdwars, en vervolgens drie treden maken. Gaat er allen heen in processie en vreest niet u in dit stoffige water te wassen, want weet dat gij stof zijt en tot stof zult wederkeren. Maar uw geest zal gereinigd worden. Dit is geen bronwater. Het is water dat de grond verlaat."

    "Zalig hij die zich hier komt reinigen zonder vrees om zich te bevuilen."


    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De heilige Eucharistie.

    Het onderzoek van het eigen geweten

    en het voornemen tot verbetering.

    De Heer: Vóór alles behoort Gods Sacrament te vieren, te behandelen en te nuttigen, met de grootste innerlijke nederigheid, met diepe eerbied, met een onvoorwaardelijk geloof en een liefdevolle gerichtheid op de eer van God naderbij te komen.

    Onderzoek zorgvuldig uw geweten, zuiver en verhelder het naar vermogen door een waar berouw en een nederige biecht, zodat er bij uw weten niets bezwarends overblijft dat wroeging veroorzaakt en uw vrije toenadering verhindert. Hebt dan afkeer van al uw zonden in het algemeen en betuig uw spijt en berouw, meer in het bijzonder over uw dagelijkse overtredingen.

    Als de tijd het toelaat belijd dan God in het binnenste van uw hart al de ellenden van uw leven. Treur en wees bedroefd dat gij nog zo op het stoffelijke gericht en zo werelds gezind zijt.

    Zo onverstorven in uw hartstochten, zo vol onrust in uw begeerten.

    Zo weinig waakzaam in uw uiterlijke zintuigen, zo dikwijls verwikkeld in veel zinledige verbeeldingen.

    Zo sterk geneigd naar het uiterlijke, zo onverschillig tegenover het innerlijke.

    Zo gemakkelijk bereid tot lachen en uitgelatenheid, zo moeilijk te bewegen tot tranen van berouw.

    Zo snel gereed tot een losser leven en de stoffelijke genoegens, zo traag tot stiptheid en vurigheid.

    Zo begerig om iets nieuws te horen en mooie dingen te zien, zo aarzelend om een bescheiden of

    minder aanzienlijke taak op u te nemen.

    Zo begerig om veel te hebben, zo gierig in het geven, zo taai in het vasthouden.

    Zo onbedachtzaam in woorden, zo onbeheerst als er gezwegen moet worden.

    Zo weinig fijngevoelig in uw wellevendheid, zo onbesuisd in uw handelen.

    Zo onbeheerst bij eten en drinken, zo doof om Gods woord te aanhoren.

    Zo snel gereed om te gaan rusten, zo schoorvoetend als er gewerkt moet worden.

    Zo nieuwsgierig als er praatjes zijn, zo slaperig tijdens uw heilige waaktijd.

    Zo verlangend naar het einde, zo verstrooid in uw aandacht.

    Zo slordig in het voltooien van uw gebed, zo dor bij het communiceren.

    Zo spoedig in gedachten afwezig, zo zelden geheel in uzelf gekeerd.

    Zo snel geprikkeld tot verontwaardiging, zo lichtvaardig in het mishagen aan een ander.

    Zo geneigd om te oordelen, zo hard in uw argumentatie.

    Zo blij als het goed gaat, zo zwak als iets tegenloopt.

    Zo druk in de weer met veel goede voornemens en maar weinig daarvan ten uitvoer brengend.

    En als gij deze en uw andere fouten met leed en met ontevredenheid over uw eigen gebrekkigheid hebt betreurd en gebiecht, maak dan het vaste voornemen uw leven voortdurend te verbeteren en in het goede voortgang te maken. Breng dan uzelf met algeheel vertrouwen en volledig vrije wil ter ere van mijn naam ten offer op het altaar van uw hart als een blijvend brandoffer, door uw lichaam en uw ziel aan Mij met getrouwheid over te laten.

    Dit moet uw bedoeling zijn: dat gij verdient waardig te naderen om God het offer op te dragen en het Sacrament van mijn Lichaam tot uw heil te ontvangen. Er is namelijk geen offerande zo waardig en geen voldoening zo groot om zonden uit te wissen dan zichzelf zuiver en geheel, te samen met het offer van Christus’ Lichaam, in de mis en de communie God aan te bieden. Als de mens gedaan heeft wat in hem is en oprecht spijt betuigt zo dikwijls hij om genade en vergeving tot Mij komt, dan zegt de Heer: ‘Ik leef en wil de dood van de zondaar niet maar wel dat hij zich bekeert en leeft; want Ik zal zijn zonden niet langer indachtig zijn, maar alles zal hem zijn kwijtgescholden’.

     


    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.VERVOLG OPENBARINGEN VAN DE H. BRIGITTA VAN ZWEDEN.

    DE ONDERGANG VAN HET EERSTE KLOOSTER.

    Boek 9 - KAP. 26 LATIJNSE TEKST ; 31 ZWEEDSE TEKST

    Gods Zoon spreekt : "Zie de koning versmaadt ook mijn tweden raad, evenals mijn eersten. Daarom verwoestten mijn vijanden mijn moeders plaats, zoals gij gehoord hebt. En daarom roepen stenen en stokken wraak over de koning. Gods glorie wordt echter nog vergroot door de slechtheid der mensen. En de duivel zal met schande verdreven worden van de plaats waar hij meende zijn voordeel mede te kunnen doen. Indien de hoge gebouwen waren blijven staan, waren zij voor de nakomelingen een reden geweest tot hoogmoed en een voorbeeld van overdaad. Zelfs indien zij met opzet vernield waren, zou men het geweten hebben aan wankelmoedigheid en vernielzucht.

    Nu wil ik u tonen, hoe door een ongeluk en door de slechtheid der mensen uit den groten hoogmoed een ootmoed geboren kan worden, die Gode behagelijk is, en hoe de muren die onnodig kostbaar en hoog waren lager gemaakt moeten worden. Eerst moeten de vleugels van het huis lager gemaakt worden en de hoge muren omvergeworpen. Dit strekt tot Gods eer en is geschikt voor de bewoners en verheugt dengenen die het gebouw zien en is een groot bewijs van ootmoed. Maar hoe dit gebeuren moet, weet hij die de kunst verstaat van huizen bouwen."

    Verder zeide Gods Zoon : "Ik sprak vroeger over de stad Jericho, welke ik vergeleek bij de stad, waar dit klooster staat en hoe gebouwen die gereed zijn moeten blijven staan en veranderd moeten worden zoo, dat alleen overblijft wat eenvoudig en noodwendig is.

    Dit had ik mijn vrienden beloofd, indien de Koning hen, volgens mijn raad verzameld had. Daarom mochten zij, die nu bijeen zijn, het hunne er toe bijdragen opdat al wat overvloedig is omvergeworpen wordt, en zich daarmede tevreden stellen.


    07-04-2011
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.AAN ALLE LEZERS VAN DIT BLOG EEN GEZEGENDE DONDERDAG.

    N. ( M ).

    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen. A Man Called Francis.
     
     A Man Called Francis.

    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Mijn Engel Daniël. ( Vasulla Ryden.)

    De Priester veroordeelt de Boodschappen.

    **********************************

    Ik was regelmatig naar het seminarie gegaan om de priester te bezoeken. Op een dag vroeg hij mij of hij aanwezig mocht zijn tijdens het verschijnsel wanneer ik met de hemel in gesprek was, en toen het gesprek begon kwam hij naar mij toe en raakte mijn hand aan om te zien of hij mij kon tegenhouden. Hij voelde onmiddellijk een soort tintelende stroom door zijn arm gaan. Hij zei niets tegen mij, maar later, daar dat elektrische gevoel de hele middag bij hem bleef, ging hij naar een andere priester in het seminarie om te vertellen wat hij had beleefd. De andere priester wist van mij. Toen hij hem over het incident vertelde, beoordeelde die het eerder als afkomstig van de duivel dan van God en vroeg hem mij naar hem toe te brengen. Hij besprenkelde zijn kamer met wijwater, de stoel waarop ik moest gaan zitten, de werktafel, en het potlood dat hij mij wilde laten gebruiken. Ik ging erheen en hij vroeg mij "wat dan ook" op te roepen waarmee ik contact had en "het" te vragen te schrijven: "Ere zij de Vader, de Zoon en de Heilige Geest." k bad en vroeg God dit voor mij te schrijven. En Hij deed het, maar met zoveel kracht dat het potlood brak en ik het moest afmaken met een pen. De priester was woedend en tevens erg geschrokken. Hij begon mij alles te vertellen over Satanisme, het kwaad, de magie en stomme geesten, en dat de geest waarmee ik contact had niet Goddelijk was maar een stomme geest. Hij vervulde mij met schrik. Toen ik opstond om weg te gaan, zei hij tegen mij dat ik niet meer naar het seminarie moest komen en naar de kerk tenzij ik stopte met schrijven, tenminste gedurende enige tijd en dat ik ook de andere priester met rust moest laten. Hij gaf mij drie gebeden om dagelijks te bidden ( het gebed tot Sint Michael ) het Memorare van Sint Bernardus en de noveen tot het Heilig Hart van Jezus ). Hij gaf mij ook een rozenkrans in de hand. Geschokt, ging ik terug naar de eerste priester die tenminste vriendelijker was en ik vertelde hem wat er was gebeurd. ik zei hem, dat de andere priester iet wilde dat ik hem bleef bezoeken en dat ik moest ophouden met deze bezoeken. Hij sloeg zijn blik neer, boog het hoofd naar een kant en antwoordde niet. Daardoor besefte ik dat hij ermee instemde. Ik zag duidelijk en begreep dat ik, door hem niet meer te bezoeken, hem onmiddellijk bevrijdde van een enorm kruis. Ik wist nu dat ik een persona non grata was, dus stond ik op en riep hard: "U zult mij nooit meer zien in uw huis, niet voordat ik welkom ben!" En zo vertrok ik, in de veronderstelling dat ik de katholieke huizen voorgoed verlaten had. Ik ging terug naar huis en huilde mij de ogen uit. Mijn engel kwam om mij te troosten door mijn voorhoofd te strelen. Ik klaagde tot God, "Ik ben verward en mijn ziel is treuriger dan iemand zich kan voorstellen. Ik weet het niet meer. U zegt dat U het bent, en mijn hart voelt en weet dat U het bent, maar hij zegt dat het de duivel is. Als U het bent, dan wil ik dat deze priester eens zal toegeven dat mijn contacten Goddelijk zijn, en dan zal ik geloven!" God zei eenvoudig, "Ik zal hem buigen..." De engel was erg teder voor mij. Hij verbond mijn geestelijke wonden zeer voorzichtig. Ik bad elke dag de gebeden die de priester mij had gegeven en deed precies wat hij mij gevraagd had te doen. Ik hield op het charisma dat God mij gegeven had te gebruiken en vermeed het te schrijven. daar ik in een Moslim - land leefde, kocht ik een Koran om te bestuderen en met onze Bijbel te vergelijken. Op een dag, toen ik aantekeningen maakte, verscheen tot mijn verbazing de Hemelse Vader aan mij. Alleen aan Zijn aanwezigheid vervulde mij met een onbegrijpelijke vreugde en Hij zei tegen mij: "Ik God, bemin je, dochter, onthoud dit altijd. Jahweh is Mijn Naam;" En terwijl ik het potlood vasthield, gebruikte Hij mijn hand om op mijn notitiepapier te schrijven. Even later daalde Hij naast mij neer en weer kwam Hij zeggen, terwijl Hij mijn hand gebruikte: "Ik, God, bemin je; Vasulla, onthoud dit altijd; Ik ben Degene die je leidt; Jahweh is Mijn Naam." Dit was zo ontroerend dat ik in tranen uitbrak. Ik was als een gevangene, verboden om tot mijn Vader te spreken, verboden enigerlei contact met de hemel te hebben, verboden het charisma te gebruiken dat God Zelf mij had gegeven, en verboden om deze manier te gebruiken om de Vader in de hemel te naderen. Bij al deze verboden, wie komt er om mij in de "gevangenis" te bezoeken? Degene die mij het meest bemint! De Tederste Vader, Degene die het hele universum in de palm van Zijn Hand houdt, om mij Zijn genegenheid en liefde te tonen.

    Wordt vervolgd.


    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Hierbij zenden we u het derde en laatste deel van de Vastenbezinningen van Abbé Max Huot de Longchamp.

    Dierbare vrienden,

    Hierbij zenden we u het derde en laatste deel van de Vastenbezinningen van Abbé Max Huot de Longchamp.

    We hopen de vorige delen u reeds mogen inspireren hebben bij deze voorbereiding op Pasen.

    Aan het eind van dit boekje is er ook een kruisweg , geïnspireerd door geschriften van heiligen en mystici.

    Ze zullen u aan de hand van zeer mooie teksten kunnen helpen in de Goede week.

    Met onze hartelijke groeten,

    G.C. ((CLAES Guy))

    Vasten 2010 Deel 3

    Gebedsgroep

    "HET CENAKEL"

    Waregem

    VEERTIGDAGENTIJD voor KRASSELAARS 2010*

    In de Leer bij de Heiligen

    Eén tekst per dag om op te gaan naar Pasen

     

    Auteur : Abbé Max Huot de Longchamp, Centre St. Jean de la Croix, F-36230 Mers-sur-Indre

    Oorspronkelijke Titel : Carême pour les Cancres, 2010. A l’école des Saints.

    Vertaling : Hilaire Mestdag, Waregem

     

    Hoe gebruiken ?

    We zullen elke dag tien minuten besteden aan het lezen en het overwegen van "Vasten voor krasselaars … in de school van de heiligen". De rubriek "Overwegen" zal ons helpen goed door te dringen in de tekst van de dag, die steeds genomen is uit de grote traditie van heiligheid van de Kerk.

    De rubriek "Beslissen" zal een concrete verbintenis voorstellen om deze tekst werkelijk toe te passen.

    Vasten voor krasselaars heeft elk jaar een welbepaald thema. Deze Vasten 2011 heeft de bedoeling om de fundamenten van een christelijk leven terug te vinden door zes punten onder de aandacht te brengen, die steeds van maandag tot zaterdag van elke week zullen terugkeren.

    Op maandag : Tot de Vader bidden met Jezus.

    Op dinsdag : Zich bekeren tot Jezus.

    Op woensdag : Onze broeders dienen met Jezus.

    Op donderdag : Jezus ontvangen in de sacramenten.

    Op vrijdag : Met Jezus sterven om met Hem te leven.

    Op zaterdag : Jezus volgen met Maria.

    Van Aswoensdag tot de eerste zondag van de Vasten, zullen specifieke teksten ons helpen om op weg te gaan, onder het thema :

    Binnen treden in de Vasten.

    Tijdens de Goede Week zal het thema zijn :

    Jezus in zijn passie.

    Tenslotte zullen we elke zondag het thema volgen van het Evangelie van de dag.

    MAANDAG, 11 april 2011. H. Stanislas.

    Alles zeggen aan de goede God.

    Zeg aan God wat ge weet over uzelf en over uw familie en wat ge niet zoudt nalaten te zeggen aan een andere vriend, die bij u zou zijn. Hoezeer Hij ook Godis, toch is het voor Hem belangrijk het te weten, omdat Hij u liefheeft en dat er bij de zaken, die u aanbelangen, niets is, dat niet het voorwerp is van zijn liefde. Neem Hem niet voor een koning, die enkel opvattingen van een koning zou hebben en zich alleen maar zou bezig houden met belangrijke dingen of die zou vrezen om zich te verlagen door zijn geest open te stellen om te luisteren naar wat er in een klein gezin gebeurd of wat er gebeurt in het bewustzijn van een klein schepsel …

    Vrees ook niet om Hem uw misnoegen tegenover Hem toe te vertrouwen en als het idee bij u soms opkomt te mopperen en u te beklagen over zijn gedrag, mopper dan, en doe zoals tegenover andere vrienden en zoals de heiligen bij bepaalde gelegenheden ook gedaan hebben. Beklaag u bij zijn liefde dat Hij u lijkt aan uw lot over te laten en uw roepen en tranen lijkt te misprijzen : "Wat betekent dit, mijn God, Ge miskent uzelf als ik ween en Ge U van mij verwijdert, als ik uw troost het meest nodig heb en uw hand om me te ondersteunen ?" Heb, als uw inspiratie u daartoe aanzet, wat ook diezelfde heiligen gehad hebben, neigingen tot verontwaardiging en een heilige kwaadheid tegenover Hem : Beschuldig Hem door verwijten, die voor zijn goedheid aangenamer zijn dan de aanbiddingen en de onderwerpingen van schuchtere zielen : "Waar zijt Ge, Goddelijke Redder, waar is uw barmhartigheid en uw liefde ?"

    Michel Boutault. Methode om met God te praten.

     

    OVERWEGEN.

    Men moet zich met de goede God nooit generen. In elk geval, Hij weet alles, Hij ziet alles, Hij hoort alles. Waarom de indruk geven zich te verbergen ?

    Kan met het met God niet eens zijn ? Jezus zal er ons zelf een voorbeeld van geven volgende week : "Vader, laat die kelk aan mij voorbij gaan", maar "als Ge wilt". Niet uit schrik, maar uit liefde. Beminnen betekent niet dat men akkoord is, maar dat men de wil van Hem, die men bemint, verkiest boven zijn eigen wil.

    Mag men zich tegenover God verontwaardigen ? Er bestaan heilige verontwaardigingen. Bij voorbeeld, deze van Martha en Maria bij het graf van hun gestorven broer : "verontwaardigingen, die voor zijn goedheid aangenamer zijn dan de aanbiddingen en de onderwerpingen van schuchtere zielen".

    De enige regel voor het gebed : Zeg alles wat ge wilt aan de goede God, maar zeg Hem iets !"

    BESLISSEN.

    Ik onderzoek mijn gebed. Is het vreesachtig ? Respectvol ? Verliefd ? Veeleisend ? Vertrouwend ? Afstandelijk ?

    DINSDAG, 12 april 2011. Van de feria.

    God volledig willen.

    Ik heb steeds gezien en van langsom zie ik beter zie ik dat alle goeds zich op één plaats bevindt, te weten in God. En al het andere goede, dat onder hem staat is gedeeld goed. De zuivere en heldere liefde kan van God niets anders verlangen, hoe goed het ook mag zijn, dat gedeeld is. Het is omdat ze deze God volledig wil, gans zuiver, zonder vermenging, immens, zoals Hij is. Moest er aan Hem ook maar het kleinste deeltje ontbreken, dan zou deze liefde daar niet tevreden mee kunnen zijn, maar zou zich in de hel wanen. Ziedaar waarom ik zeg dat ik geen geschapen liefde wil, te weten, een liefde, die langs de weg komt van het verstand, van het bewustzijn of van de wil. De zuivere liefde verheft zich inderdaad boven dit alles. Ze overstijgt alles en roept : ik, ik zal geen rust kennen tot ik zal omarmd en opgesloten zijn in die goddelijke borst waarin zich alle geschapen dingen verliezen en door zichzelf te verliezen, goddelijk worden .

    Mijn ik is in God, ik ken er geen ander, buiten mijn God zelf. Elk ding dat het bestaan kent, kent dit door gemeenschap met de soevereine natuur van God. De zuivere en heldere liefde kan zich niet beperken met deze gemeenschap te zien op dezelfde manier als de andere schepselen, die min of meer aan God deelnemen. De echte liefde kan niet verdragen zo op de andere schepselen te gelijken maar in een grote opwelling van liefde zegt ze : mijn wezen is in God, niet door een eenvoudige deelname, maar door een echte omvorming en vernietiging van het eigen wezen.

    Katharina van Genua. Wonderbaar leven en doctrine … Vertaling Debongnie. Pp. 48-49.

    OVERWEGEN.

    De echte liefde is totaal : "de zuivere en heldere liefde wil God volledig". De heiligen hebben deze keuze gemaakt, wij hebben ze op de dag van ons doopsel gemaakt en worden uitgenodigd om dit elke dag opnieuw te doen.

    Omdat Hij ons liefheeft heeft God de middelen aangewend om tot ons te komen en deze oproep tot heiligheid vindt in ons hart een echo van zijn grote liefdesverklaringen, de echo van zijn genade, zonder dewelke we geen christen zouden geworden zijn.

    Aan het einde van deze vasten voelen we misschien het verlangen naar "God volledig", misschien hebben we een geestelijk enthousiasme ontdekt, waar we ons niet hadden aan verwacht, misschien is het moment gekomen om "over te schakelen naar een hogere snelheid" in ons christelijk leven.

    BESLISSEN.

    Bij het naderen van Pasen en de vernieuwing van mijn doopbeloften, stel ik me voor God de vraag over een "overschakeling naar een hogere snelheid" in mijn christelijk leven.

    WOENSDAG, 13 april 2011. Van de feria of de H. Martinus.

    Dit alles valt terug op Jezus …

    Er zijn geesten die er steeds op uit zijn om grappen te maken en verhaaltjes te vertellen van de een en de andere. Ze houden van de deugd en praten er steeds over, het is waar, maar desondanks kunnen ze het niet laten hun woordje te zeggen over sommige gebreken, waar ze over gehoord hebben of die ze gemerkt hebben. Ze doen dit dan op een manier die tot lachen aanzet en die bevalt. En vermits ze zien dat deze manier van doen erg welkom is, schijnen ze niet te geloven dat er daar enig kwaad in zit. Maar kunt ge geloven dat men het gezelschap vrij kan vermaken zonder iemand belachelijk te maken ? Alsof de zachte en aangename manier waarmee men dat doet, zou kunnen beletten dat er vergift in verborgen zit ?

    Is de naaste niet dat zeer dierbaar deel van Jezus ? Is hij er niet het oog van ? Is hij er niet het hart van ? Is hij niet iemand waarvoor Hij de liefde beveelt in zijn Evangelie, zoals voor de naaste ? Hij verklaart alles wat men hem aandoet als aan hemzelf gedaan. Welnu, het is hier niet enkel het gevoel, want als men soms met deze delicate verhalen de gevoeligheid van zijn reputatie kwetst of zijn fouten, die vergeten waren, terug bekend maakt, of de kleine fouten vergroot of zich vermaakt met zijn natuurlijke niet te verbeteren gebreken, dan valt dat alles terug op Jezus. De losheid van hun tong toont bovendien goed dat hun harten niets begrijpen van wat het betekent te beminnen.

    François Guilloré. Geestelijke conferenties. I, VII, 3.

    OVERWEGEN.

    Laten we erkennen dat het heel aangenaam is te doen lachen met een naaste. Is het daarom onschuldig ? Is het noodzakelijk de gebreken van iedereen bekend te maken ? Waarderen we zelf grappen als ze ons belachelijk maken ?

    Ironie onthult een diep onbehagen met onszelf, een nood om ons te verbergen achter het scherm van de anderen, een vrees, die we zien geboren worden met de erfzonde en die ons belet onszelf recht in de ogen te kijken.

    Een gelovige blik op onze broeders verdraagt niet dat men "dat zeer dierbaar deel van Jezus" kwetst : "Ge zult uw naaste beminnen als uzelf". De zorg, die we besteden om het tweede deel van dit gebod te beleven, toont steeds waar we staan in het beleven van het eerste.

    BESLISSEN.

    Vandaag verbied ik mezelf gelijk welk nutteloos woord te spreken over mijn naaste.

    DONDERDAG, 14 april 2011. Van de feria.

    Voedsel voor het eeuwig leven.

    Als we dus in onze lichamelijke mond het vlees van Christus ontvangen, moeten we dit op geen enkele manier zien volgens de wetten van het gewone voedsel. Dit voedsel is er niet voor ons lichaam, maar voor onze ziel. Dit is helemaal verschillend met het voedsel, waarvan gezegd is : "Alles wat de mond ingaat, in de buik komt en op een zekere plaats wordt verwijderd" (Mt. 15,17). Dit is een voedsel dat in het lichaam niet opgenomen wordt, vermits, in tegenstelling met ander voedsel, dat veranderd wordt in de natuur van ons lichaam, het ons lichaam is, dat veranderd wordt in zijn natuur. En terwijl het ons voorbereidt en klaar maakt voor de toekomstige verrijzenis en de eeuwige onvergankelijkheid, is het én in ons én daar, waar het was, te weten, aan de rechterhand van de Vader. Zo wordt, door het sacrament, een natuurlijke eigenschap het sacrament van de volmaakte eenheid, wanneer wat we eten en drinken, bewerkt dat we in Christus zijn en dat Christus in ons is. Hij is dus zelf in ons door zijn vlees en wij zijn in Hem in de mate dat wat we zijn, in God is. Dat is dus de reden van ons leven : wij bezitten Christus, die in ons vlees verblijft door zijn vlees terwijl we voorbestemd zijn om de toestand te beleven, waarin Hij leeft door de Vader.

    Willem van St. Thierry. Over het sacrament des altaars. Hfdst. VI en IX

    OVERWEGEN.

    "Ik ben het brood, dat uit de Hemel is neergedaald. Als iemand van dit brood eet, zal hij leven in eeuwigheid". De Vader geeft ons Jezus als voedsel en dat is de "geestelijke communie".

    "En het brood, dat Ik zal geven, dat is mijn vlees voor het leven van de wereld". Jezus geeft ons zijn vlees in de Eucharistie en dat is de "lichamelijke communie" of nog de "sacramentele communie". Communiceren, dat is de persoon van Jezus ontvangen door zijn lichaam te ontvangen. Het is iemand onzichtbaar ontmoeten langs het zichtbaar teken van een lichamelijke uitwisseling.

    Christus in de Eucharistie ontvangen is delen in zijn goddelijke staat op het moment dat Hij onze menselijke staat komt delen. Het is de voltooiing van zijn menswording te gelijkertijd met onze vergoddelijking.

    BESLISSEN.

    In de Catechismus van de Katholieke Kerk lees ik de inleiding op het hoofdstuk over de sacramenten.

     

    VRIJDAG, 15 april 2011. Van de feria – Vleesderven.

    Echte en valse versterving.

    Als men verstervingen doet door inspanning of door redeneren, zullen ze enkel kwaad voortbrengen. Ik noem ze door inspanning als men ze, zonder een inwendige drang te voelen of een geestelijke smaak, enkel doet omdat men ze vroeger ook deed en dat men niet in vurigheid wil verminderen. Als me ze doet ten gevolge een vreesachtige schrik om niet te voldoen aan de wil van God. Als het verlangen, als de wil die ons bezielt stroef is, hard, moeizaam, verwarring verwekt, onrust, in de ziel een zeker onbehagen veroorzaakt, dan hebben we te doen met een inspanning. Deze verstervingen brengen geen enkele verdienste mee en kunnen enkel schade berokkenen aan de ziel. Opdat ze goed zouden zijn en voordeel zouden brengen voor onze heiliging, moeten ze zoet zijn, moeten ze zachtheid en moed brengen in de ziel en ons met meer beslistheid optillen naar God en ons aan Hem hechten.

    Heb dus een vrije geest in dit alles. Wees ruimdenkend, geef uw ziel aan God en leef helemaal voor Hem. Denk er aan dat er een groot verschil is in de heiligheid van Onze Heer en deze van Johannes de Doper. Deze grote heilige heeft nochtans een veel meer verstorven leven geleid dan zijn Meester. Dat was zijn roeping, de genade vroeg dat van hem en hij heeft gehoorzaamd, dat bepaalt echter de heiligheid niet, dat is duidelijk. Dat is zeer goed en zeer nuttig voor de heiligheid, maar enkel als God u daartoe roept en het u influistert.

    François Libermann. Brief van 13 februari 1846 aan Abbé Dat.

    OVERWEGEN.

    Houdt God van iets waar wij niet van houden ? Is de heiligheid noodzakelijk onaangenaam ? Als men de vraag zo stelt is ze niet op te lossen. Adam en Eva waren volmaakt heilig in het paradijs en dat was zeer aangenaam. De hel is het tegenovergestelde van de heiligheid en ze is zeer onaangenaam !

    Men begrijpt niets van het christelijk leven als men er over spreekt in termen van moeilijkheid en van verdienste : "Als we God zouden kunnen dienen zonder verdienste, dan zouden moeten verlangen het te doen" zegt de H. Franciscus van Sales. De enige maatstaf van een echt christelijke praktijk is de groei in eenheid met God. De goede verstervingen zijn deze, "die ons met meer beslistheid optillen naar God en ons aan Hem hechten".

    Welke verstervingen moeten we doen ? God zelf zal het ons zeggen als we daar buiten er naar streven Hem te beminnen met gans ons hart, gans onze ziel en al onze krachten.

    BESLISSEN.

    Boete doen maakt deel uit van het Christelijk leven en de versterving maakt deel uit van de boete (zie vrijdag, 1 april). De Kerk vraagt me om elke vrijdag een boetedaad te stellen. Ik maak gebruik van deze vasten om deze gewoonte aan te nemen.

    ZATERDAG, 16 april 2011. Van de feria.

    Maria verenigt ons met Jezus.

    Ik zeg dat, om de genade van God te vinden, men Maria moet vinden. Omdat 1) alléén Maria genade gevonden heeft voor God, én voor zichzelf, én voor ieder mens in het bijzonder ; 2) Het is zij die het bestaan en het leven gegeven heeft aan de Maker van alle genade en, om deze reden, wordt ze de Moeder van de genade genoemd ; 3) God de Vader, van wie alle volmaakte gave en alle genade voortkomt, als uit haar noodzakelijke bron, heeft haar, door haar zijn Zoon te geven, ook al zijn genaden gegeven, zodat, zoals de H. Bernardus zegt, haar de wil van God gegeven is in Hem en met Hem ; 4) God heeft haar verkozen als schatbewaarster, beheerster en verdeelster van al zijn genaden, zodat al zijn genaden en al zijn gaven door haar handen passeren.

    Men mag zich bijgevolg niet voorstellen zoals sommige valse verlichte geesten doen, dat Maria, omdat ze een schepsel is, een belemmering zou zijn voor de vereniging met de Schepper. Het is niet meer Maria, die leeft, het is enkel Jezus-Christus, het is God alléén, die leeft in haar. Haar omvorming in God gaat meer boven deze van de Heilige Paulus en de andere heiligen, dan de hemel boven de aarde verheven is. Maria is enkel gemaakt voor God en zo houdt ze nooit een ziel voor zichzelf, integendeel, ze werpt ze in God en verenigt ze des te meer volmaaktheid met God, naargelang deze ziel zich met haar verenigt. Maria is de wonderbare echo van God, die enkel "God" antwoordt als men "Maria" roept, die alleen maar God verheerlijkt als men, met de heilige Elisabeth, haar gelukzalig noemt.

    H. Louis-Marie Grignon de Montfort. Het geheim van Maria, 6s.

    OVERWEGEN.

    Maria en Jezus zijn één. Er is geen enkel gevaar voor concurrentie tussen hen ! Maria zal ons altijd naar Jezus leiden, ze zal zelfs de meest rechtstreekse weg naar Hem zijn. Ze is immers maar Maria als ze in eenheid is met Jezus.

    Waarom zijn Christenen zo gehecht aan Maria ? Zonder twijfel omdat ze, door aan God zijn mensheid te geven ("het is zij die het bestaan en het leven gegeven heeft aan de Maker van alle genade") ons het volmaakte voorbeeld gegeven heeft van het Christelijk leven en de volmaakte toegang tot het goddelijk leven.

    "Alléén God leeft in Maria". In haar is onze God "moederlijk vader" zou de heilige Franciscus van Sales zeggen. Door haar komt de almachtige God ons tegemoet met de eenvoud en de tederheid van een moeder.

    BESLISSEN.

    Morgen begint de "Goede Week". Ik organiseer deze week en voorzie daarbij mijn deelname aan de liturgie van deze dagen.

     

    ZONDAG, 17 april 2011. PALMZONDAG EN PASSIEZONDAG.

    Jezus, die "gehoorzaam is tot in de dood".

    Jezus heeft de mens met God verbonden en verenigd. Als het immers niet een mens geweest was, die de vijand van de mensen overwonnen had, dan zou de vijand niet terecht overwonnen geweest zijn. En als het niet God geweest was, die ons het heil had gebracht, dan zouden we het niet stevig hebben. En als de mens niet met God verenigd was, dan zou hij geen deel gehad hebben aan de onvergankelijkheid. Het was immers nodig dat de bemiddelaar tussen God en de mensen, door te behoren tot de ene en de andere, ze met mekaar verenigt in vriendschap en eensgezindheid. Hij maakt dat God de mens aanvaardt en de mens zich aan God geeft. Hoe zouden we kunnen deelnemen aan de aanvaarding als kinderen, zonder van God door de Zoon de gemeenschap met God te verkrijgen, zonder dat zijn Woord zich aan ons meedeelt door vlees te worden ? En het is daarom dat hij ook in alle tijdperken van het leven is binnengetreden en zo aan alle mensen de gemeenschap met God geeft.

    Het was dus nodig dat Diegene, die de zonde moest doden en de mens, die de dood verdiende, moest vrijkopen, zich tot deze mens maakte, deze mens, die tot slavernij gebracht was door de zonde en onder de macht van de dood weerhouden was, opdat de zonde zou gedood worden door de mens en de mens bevrijd werd van de dood. Want, zoals door de ongehoorzaamheid van één enkele mens, die de eerste was om gevormd te worden uit de maagdelijke aarde, allen zondaars geworden zijn en het leven verloren hebben, zo was het nodig dat door de gehoorzaamheid van één mens, die de eerste is, geboren uit de Maagd, dat allen gerechtvaardigd zouden worden (1 Rom. 5,19) en het heil zouden ontvangen.

    Heilige Ireneus. Tegen de ketterijen, III, 1.

    OVERWEGEN.

    De Goede Week laat ons toe stap voor stap het mysterie van ons heil te volgen, of nog : het mysterie van onze verlossing, het mysterie van de verzoening van God met de mens door het verzaken aan de zonde. Volmaakt God en volmaakt mens in zijn persoon, is Jezus deze verzoening en Hem deze week stap voor stap volgen betekent met Hem de overgang beleven van onze dood naar Zijn leven.

    Jezus volgen ? Meer nog : zich in Hem laten omvormen. "Gij zijt het lichaam van Christus", zegt Paulus aan de Christenen. Meer dan het navolgen van Christus, is het Christelijk leven, deze lichamelijke vereniging met Christus, ten titel van zijn absolute liefde voor ieder van ons "opdat ge in Mij zoudt zijn, en Ik in u, zoals Ik in de Vader ben en de Vader in Mij is", zegt Hij ons.

    Laten we ten volle bewust worden van de kracht van deze vereniging, die Christus gewild heeft tussen Hem en ons, om, in de loop van deze week, te begrijpen hoe zijn Passie de sleutel is van onze verrijzenis.

    BESLISSEN.

    Ik geef de palmtak, die vandaag voor de processie gewijd werd, een ereplaats in mijn huis en ik overweeg de passage van de brief aan de Christenen van Fillippi, die in de loop van de H. Mis van vandaag gelezen wordt.

     

    MAANDAG, 18 april 2011. Maandag in de Goede Week.

    Met de goede moordenaar aan het kruis.

    Let op het korte zinnetje van de goede moordenaar : "Denk aan mij !", alsof hij wilde zeggen : "Jezus, neem me aan als deelgenoot van uw lijden, dat ik samen met u onderga. Zonder U zou dit harde kruis voor mij een marteling zijn, maar met U, zal het voor mij bron en voorwerp zijn van zaligheid".

    Het kruis heeft op ons nooit zijn harde uitwerking, tenzij we het alléén willen dragen, zonder Jezus. Laten we dus dikwijls aan Jezus zeggen : "Denk aan mij ! Dat ik altijd bij u zou mogen zijn en dat ik alles wat er me zou kunnen overkomen, zou krijgen vanuit uw liefhebbend Hart als een dikke koord om me naar U toe te trekken en me met U te verenigen, zelfs als moest het mij mijn leven kosten".

    Wat is het een groot ongeluk om zo weinig bereid te zijn voor het lijden, dat we niet kunnen vermijden en dat voor ons zulk een geluk zou verdienen om Jezus te horen spreken in ons hart ! Helaas ! Hoeveel kwaad begaan we niet elke dag door niet te weten hoe voordeel te halen uit onze pijnen ! En hoeveel genaden en verdiensten verliezen we niet door niet te weten hoe onze tegenslagen te gebruiken, die ons met Jezus-Christus laten regeren in het Koninkrijk van de Hemel, zoals Hij het belooft aan de goede moordenaar en aan allen die bereidwillig lijden, die niet vragen af te komen van het kruis, maar die wensen in alles en overal eenvormig te zijn met Jezus, in het besef dat men niet met Jezus-Christus kan verenigd zijn zonder het kruis.

    Daarom moeten we verlangen naar het kruis en sterven aan het kruis, omdat het lijden van Jezus voor ons de glorie verdiend heeft. Ons lijden, verenigd met het zijne zal ons op aarde de kronen van het leven in eenheid doen dragen en in de Hemel, deze van de glorie.

    Martial d’Etampes. De drie nagels, IV,2.

    OVERWEGEN.

    We zullen deze Goede Week beleven met de goede moordenaar. Gans zijn verdienste, van hem, die enkel een misdadiger was, was zich volledig aan Jezus toe te vertrouwen. En ogenblikkelijk werd hij een grote heilige, de eerste om het verloren paradijs terug te vinden !

    Jezus vraagt ons niets moeilijks, enkel dat we Hem vertrouwen schenken. Al onze beproevingen zouden momenten van geluk kunnen worden als, in plaats van alles te doen om ze te vermijden, we zouden beginnen om ze met Jezus te beleven.

    Alles wat kruis is in ons leven, vraagt om een kapitaal te worden van liefde en geluk : "Het kruis heeft op ons nooit zijn harde uitwerking, tenzij we het alléén willen dragen, zonder Jezus".

    BESLISSEN.

    Vandaag zal ik me over niets beklagen.

     

    DINSDAG, 19 april 2011. Dinsdag in de Goede Week.

    Van het kruis naar de vreugde.

    In het begin zijn kruisen hard en pijnlijk, ze snijden diep in het vlees en leiden tot de verdeeldheid van de ziel. Later, als de natuur wat onderworpen is en de ziel de gewoonte heeft aangenomen om gehecht te zijn en volledig onderworpen aan Gods willekeur, worden de zorgen niet zo moeilijk meer om te dragen, omdat de zinnen onderworpen zijn. De ziel gaat meer rechtstreeks en onafhankelijker naar God.

    Het vlees blijft daarom niet minder ellendig. Wij blijven verder alle soorten slechte genegenheden hebben, die in ons de kop opsteken. Ze komen echter nooit tot aan de ziel of beproeven ze veel zeldzamer dan gewoonlijk. We ondervinden zelfs nog slechte bekoringen, de ziel kent echter een zekere gerustheid in zich die haar in vrede houdt te midden dat alles.

    Wat er daarin het beste is, is, dat de zorgen, de vernederingen en alle andere geestelijke kwalen, die voorheen met gans hun gewicht de neiging hadden om van God te verwijderen, van zich op zichzelf terug te plooien en het onmogelijk maakten zich toe te leggen op God en op de zaken van God, nu het tegenovergestelde effect hebben. Hoe heviger deze smarten en beproevingen zijn, des te meer is de ziel met God verenigd en des te meer legt ze zich vurig toe op de Goddelijke werken, die ze in handen krijgt. Zo dat het rechtstreeks gevolg van deze smarten is, dat de ziel nog meer met God verbonden wordt. En ook, eens we het geluk hebben zo ver te zijn, vinden we ons genot in de kruisen.

    François Libermann. Brief van 1839.

    OVERWEGEN.

    Het kruis is verscheurdheid, anders zou het geen kruis zijn. Jezus heeft het kruis niet overwonnen, Hij heeft het aanvaard. Hij vraagt niet dat we sterker zouden zijn, dan we zijn, maar dat we vertrouwen zouden hebben in Hem, die dit kruis toelaat. Dit kruis, dat, inderdaad, onbegrijpelijk geworden is sinds de erfzonde.

    Het kruis is geen vervloeking. Aanvaard als komend uit de hand van de Vader, wordt het opnieuw wat het zonder de zonde altijd zou geweest zijn, de pijn van een baring, de overwinning van het leven over de dood, het "kreunen en het lijden in barensweeën van de ganse schepping, die verlangt naar de openbaring van Gods kinderen" (Rom.8,22)

    Deze bekering komt niet in één dag. We moeten niet verwonderd zijn over onze opstandigheid, onze traagheid, ons verlangen om ons van het kruis te ontdoen. Dat ook maakt deel uit van het kruis, maar, aan Jezus toevertrouwd, wordt het kruis opnieuw een bron van leven.

    BESLISSEN.

    Ik zal me vandaag niet enkel niet beklagen maar ik zal God reeds op voorhand vragen me de kruisen geven, die Hij wil, en hoe sterk mijn tegenzin ook moge zijn, zeg ik Hem dat ik ze aanvaard in geloof.

    WOENSDAG, 20 april 2011. Woensdag in de Goede Week.

    Een werkelijke liefde.

    Onze Heer heeft de dood aan het Kruis gekozen om ons zijn liefde te tonen, temeer omdat de liefde, die Hij voor ons koesterde zich niet kon tevreden stellen met de keuze van een zachtere dood. Hoe meer men bemint, hoe meer men wil lijden voor hetgeen men bemint. Gods Zoon is aan een kruis klein gemaakt en wie heeft Hem aan het kruis gebracht ? Zeker, het was de liefde. Wel, vermits het zeker is dat Hij gestorven is uit liefde voor ons, is het minste, dat wij voor Hem kunnen doen, te leven van liefde.

    Wat kan ik daar meer aan toevoegen, tenzij u uit te nodigen om te luisteren naar wat Paulus ons vandaag aanraadt : dat we zouden trachten in onszelf te voelen wat onze Meester die dag voor ons gevoeld heeft ? Wat wil die grote Heilige ons zeggen ? Wil hij dat we een zuivere gevoelsliefde zouden hebben voor Onze Heer aan het Kruis ? Wil hij dat we zouden tranen storten uit medelijden ? O, nee, de Redder vraagt van ons niet een gevoelsliefde, die ons tranen doet storten of bij ons zoveel nutteloze verlangens veroorzaakt, de hel is vol van dergelijke verlangens ! Hol zijn deze gevoeligheden, die we nochtans nastreven alsof ons heil er van zou afhangen. Men moet ze noch verlangen noch nastreven. Het behoort de zwakke geesten af te hangen van deze gevoeligheden, die gewoonlijk enkel dienen voor het vermaak. Het is de werkelijke liefde, die de Heer verlangt en het is die liefde, samen men de gevoelsliefde, die Hij ons getoond heeft aan het Kruis terwijl Hij ze beiden heel goed met mekaar verbonden heeft.

    H. Franciscus van Sales. Sermoen van 28 maart 1614.

    OVERWEGEN.

    Het Kruis van Jezus was geen noodlot maar een keuze, de keuze om tot het einde toe aan ons trouw te blijven, zonder vals te spelen met de logica van de leugen en de zelfzucht, die sinds de erfzonde in de wereld heerst. Jezus bemint. Daar, waar wij niet beminnen : dat is de beweegreden van zijn passie.

    We kunnen Jezus beklagen of hem bewonderen, eventueel enkele vrome gevoelens opwekken over de hardheid van de mensen en de goddeloosheid van onze tijd, kortom, ons tevreden stellen met enkele "gevoeligheden" zoals bij het lezen van een spijtig "fait divers".

    De Goede Week beleven, dat is "werkelijke liefde" toevoegen aan deze "gevoelsliefde". Dat is, bewust kiezen wat Jezus gekozen heeft : de waarheid, de liefde, de vergeving en dat in een wereld, die dat niet meer wilde dan de onze.

    BESLISSEN.

    Ik zal een werkelijke liefde van de gekruisigde Jezus beleven door een gekruisigde broeder te gaan helpen : een zieke, een sukkelaar, een ontmoedigde, en onbekende …

     

    DONDERDAG, 21 april 2011. WITTE DONDERDAG.

    Waarom verbergt Jezus zich in de Eucharistie ?

    Waarom verbergt Onze Heer zich in het Allerheiligste Sacrament onder de heilige gedaanten ? Wel, onze verborgen Heer is beminnelijker dan wanneer Hij zich zou tonen, stilzwijgend. Hij is welsprekender dan wanneer Hij zou spreken, en wat wij denken een straf te zijn, is een gevolg van zijn liefde en zijn goedheid. Ja, moest Hij zich tonen zouden we ongelukkig zijn : het contrast van zijn deugden, zijn glorie zou ons vernederen. Wat ! Zouden we zeggen, een zo goede Vader en zulke miserabele kinderen ! We zouden niet durven naderen, ons niet durven tonen. Nu, nu we enkel zijn goedheid kennen, nu komen we zonder vrees.

    Maar moest ik tenminste het hart van Onze Heer kunnen voelen, enkele van zijn vurige vlammen, dan zou ik meer beminnen, het zou mijn hart veranderen en het doen ontvlammen van liefde ! Wij verwarren liefde en het gevoel en als we aan Onze Heer vragen om Hem te beminnen, dan willen we dat Hij ons zou laten voelen dat we Hem beminnen. Het zou wel heel ongelukkig zijn moest dit zo zijn, nee, liefde dat is offer, de gave van onze wil, onze onderwerping aan deze van God. Welnu, wat te voorschijn komt uit de beschouwing van de Eucharistie en van de communie, die de volmaakte vereniging is met Jezus, dat is de kracht. De zachtheid is enkel voorbijgaand, alleen de kracht blijft en wat hebben we anders nodig, tenzij kracht, tegen onszelf of tegen de wereld ?

    De kracht, dat is de vrede, welnu, voelt ge u niet in vrede voor Onze Heer ? Dat is het bewijs dat ge Hem bemint. Wat wilt ge meer ?

    H. Pierre-Julien Eymard. De Goddelijke Eucharistie, I.

    OVERWEGEN.

    Wij denken gemakkelijk dat het voor de tijdgenoten van Jezus gemakkelijker was om zich te bekeren dan voor ons omdat ze Hem konden zien. Maar nee ! Ze zagen enkel wat ook wij zien : een arme ("Telkens ge iets voor een van deze kleinen hebt gedaan, hebt ge het voor Mij gedaan !"), een kind ("Wie zulk een kind opneemt in mijn Naam, neemt Mij op !"), een beetje brood ("Dit is mijn Lichaam !").

    Jezus is onvoelbaar omdat het gevoel enkel voorbij gaat, terwijl de liefde eeuwig is : "Ik ben met u alle dagen tot aan het einde van de wereld".

    In het Heilig Sacrament is Jezus evenzeer aanwezig als 2000 jaar geleden in Jeruzalem. En op deze Witte Donderdag zou het voor ons onvergeeflijk zijn daar niet van te profiteren !

    BESLISSEN.

    Deze avond neem ik de tijd voor een echte eucharistische aanbidding, zo mogelijk in een kerk waar er een rustaltaar van Witte Donderdag ingericht is. Als ik verre van een kerk ben of thuis opgehouden ben, dan keer ik me naar de kerk en aanbid Jezus in stilte in het Heilig Sacrament, vermits afstand niet telt als Hij werkelijk aanwezig komt.

     

    VRIJDAG, 22 april 2011. GOEDE VRIJDAG. Vasten en vleesderven.

    Een door liefde doorboord Hart.

    O Jezus, als uw zijde doorboord werd, dan is het opdat wij er zouden kunnen binnen gaan. Als uw hart werd gekwetst, dan is het opdat wij er in en in U zouden kunnen verblijven, bevrijd van uitwendige onrust. Het werd ook gewond opdat wij door deze zichtbare wonde de onzichtbare wonde van de liefde zouden kunnen zien. Hoe zou de vurigheid van deze liefde zich beter kunnen tonen hebben dan door toe te laten dat niet enkel dit lichaam maar ook dit Hart door de lans werd doorboord ? De lichamelijke wonde heeft de geestelijke wonde getoond.

    Wie zou er dit gekwetste Hart niet liefhebben ? Wie zou de liefde van zulk een liefhebbend Hart niet vergelden met liefde ? Wie zou zulk een zuiver Hart niet omhelzen ? Ja, zij bemint haar gekwetste vriend, zij, die gekwetst door haar te grote liefde, uitroept : "De liefde heeft me gekwetst !" Beantwoordt ze niet de liefde van haar beminde, als ze zegt : "Zeg aan mijn Lief dat ik ziek ben van liefde ?" (Hoogl. 5,8)

    Wij, die nog hier beneden zijn in dit lichaam, laten we met al onze krachten beminnen, laten we liefde vergelden met liefde, omhelzen we onze dierbare gekwetste, van wie de beulen de handen hebben doorboord, de voeten, de zijde en het Hart. Laten we Hem vagen dat zijn liefde ons hart, dat nog hard is en verstokt, zou binden met zijn band en zou doorboren met zijn lans.

    H. Bernardus. Traktaat over de Passie van de Heer, III.

    OVERWEGEN.

    Het doorboorde Hart van Jezus openbaart me de grenzenloze liefde van God voor mij. Moest ik alléén op de wereld zijn, zou Hij het niet anders gedaan hebben. Neen, geen druppel van zijn bloed voor mij, maar God helemaal, enkel voor mij en voor de anderen, omwille van mij.

    Een liefde, beleefd in de volledige diepte van mijn mens-zijn, zijn kruisweg, die nauwkeurig alle etappen van mijn weg van de dood doorloopt om er een weg van leven van te maken : "Onze God is de God van het menselijk hart". (H. Franciscus van Sales).

    Deze "Goede Vrijdag", draagt in het geheim gans de vreugde en al het geluk, dat ik voor altijd zal kennen.

    BESLISSEN.

    Vandaag zal ik een bezoek brengen aan een broeder in nood, een zieke, een wanhopige en in hem zal ik de Gekruisigde Jezus eren.

    ZATERDAG, 23 april 2011. STILLE ZATERDAG.

    Met Christus begraven.

    Om volmaakt te zijn is het nog niet genoeg om dood te zijn, men moet bovendien begraven zijn, en om zo te zeggen, tot as herleid, verteerd en vernietigd. Een dood lichaam ziet men immers nog, men brengt het nog eer men draagt het ter aarde met luister en ceremonie. Als hij begraven is, denkt men niet meer aan een dode, men brengt hem geen eer meer, het is alsof hij niet meer bestaat. Zo moet de volmaakte Christen met Onze Heer begraven zijn, in andere woorden, hij moet onbekend zijn voor de wereld, misprezen, vergeten en verlaten. Hij moet nog verteerd zijn en vernietigd, te weten, zonder eer, zonder goederen, zonder vreugde, zonder leven, zonder natuurlijk noch moreel bestaan, iemand, die zich voor God en de mensen neemt voor zuiver niets, tot God hem doet verrijzen.

    O, heilig niets, waarin de ziel, zijn eigen wezen verliest en om zo te zeggen overgaat in het wezen van God en terugkeert naar zijn eerste oorsprong ! O levend graf, waarin de wijzen van de aarde zich eenzaamheid bouwen ! O, evangelische akker, waarin de schat van de genade verborgen is, waar de graankorrel sterft en vergaat om honderdvoudig vruchten te dragen ! O, mijn God, moge ik behoren tot die levende doden, die gekwetst zijn door liefde en die slapen in de graven ! O, moge ik sterven opdat Gij in mij zoudt leven ! O, moge ik niets meer zijn, opdat Gij alles zoudt zijn in mij, helemaal van mij en, als ik zeggen mag, helemaal mezelf.

    Jean Crasset. De Christen in de eenzaamheid, 9e dag.

    OVERWEGEN.

    Het mysterie van Stille Zaterdag is dat van Jezus, die de laatste gevolgen van de zonde op zich genomen heeft : niet enkel de dood, maar ook het graf. Adam was voorbestemd om zonder breuk van deze geschapen wereld over te gaan naar de glorie van het hiernamaals. Door hem af te sluiten van het goddelijk leven, heeft zijn val hem onderworpen aan de wet van elk schepsel, aan de wet van het bederf.

    Van deze wet van de dood maakt Jezus een wet van het leven. Sinds ons doopsel zijn wij bezig met te verrijzen, tot ons vlees zelf zal verrijzen, zoals dat van Jezus op Paasmorgen verrezen is.

    De handelingen van de doopliturgie, die deze avond tijdens de Paaswake hernomen worden, zijn deze van dit met Christus begraven worden, omdat gans deze Vasten, deze was van ons afsterven aan alles , dat niet van Hem is : "O Jezus, moge ik sterven opdat Gij in mij zoudt leven ! O, moge ik niets meer zijn, opdat Gij alles in mij zoudt zijn, helemaal van mij en, als ik zeggen mag, helemaal mezelf".

    BESLISSEN.

    Deze Stille Zaterdag is voorbehouden aan de stilte. Normaal zijn de kerken leeg, men viert er niets. Nemen we de tijd om goed de liturgie van de Paaswake voor te bereiden.

     

    ZONDAG, 24 april 2011. PASEN.

    Sta op uit de doden !

    God is voor een tijdje ingeslapen en heeft hen, die in de hel waren, uit de slaap gaan wekken. Hij gaat Adam halen, onze eerste vader, het verloren schaap. Hij wil allen gaan bezoeken, die gezeten zijn in de duisternis en de schaduw van de dood. Daar is Abel, de eerste dode en eerste rechtvaardige herder, beeld van de onrechtvaardige moord op Christus, de herder. Daar is Noah, beeld van Christus, de bouwer van de grote ark van God, de Kerk. Daar zijn Abraham, Mozes, Daniël, Jeremia, Jonas …

    Adam, als eerste vader en als eerst geschapene van alle mensen en zo ook de eerste sterveling, hij, die dieper en met meer zorg gevangen gehouden werd dan alle anderen, hoorde als eerste te stappen van de Heer, die de gevangenen kwam bezoeken. En hij herkende de stem van Hem, die in de gevangenis rondliep en zich richtte naar hen, die met hem geketend waren sinds het begin van de wereld en hij sprak zo : "Ik hoor de stappen van iemand, die naar ons toekomt". En terwijl hij nog sprak, kwam de Heer binnen met in zijn armen de zegevierend wapen van het Kruis. En, terwijl Hij de hand van Adam vast nam, zei hij : "Ontwaak, o gij die slaapt, sta op van tussen de doden en Christus zal u verlichten. Ik ben uw God en wegens u ben Ik uw Zoon geworden. Sta op, gij die sliept, Ik heb u immers niet geschapen om hier geketend in de hel te verblijven. Wegens u ben Ik, uw God, uw Zoon geworden, wegens u heb Ik, uw Heer, de vorm van een slaaf aangenomen, wegens u ben Ik, die in de hoogste der hemelen verblijf, op aarde en onder de aarde neergedaald. Zie op mijn rug de sporen van de geselslagen, die Ik gekregen heb om u te bevrijden van de last van uw zonden, die op uw rug gelegd was. Sta op en laten we hier weg gaan, van de dood naar het leven, van het bederf naar de onsterfelijkheid, van de duisternis naar het eeuwige licht. Sta op en laten we hier weg gaan, van de pijn naar de vreugde, van de gevangenis naar het hemelse Jeruzalem, van de boeien naar de vrijheid, van de gevangenschap naar de vreugden van het paradijs"

    Preek, toegeschreven aan Epiphanes van Salamis.

    Wie zijn zij ?

    BERNARDUS (H.) (1090-1153) Van nobele Bourgondische afkomst. Treedt in te Cîteaux in 1112. Wordt abt in Clervaux en ligt aan de oorsprong van de wonderbare kloosterhervorming in het Westen (van de Cisterciënzers), die gekenmerkt wordt door gehechtheid aan de primitieve soberheid van de regel van de H. Benedictus. Bemiddelaar in de politieke, intellectuele en godsdienstige conflicten van zijn tijd, was de H. Bernardus vooral een immens mystieker, waarvan de invloed, samen met deze van Augustinus, voortaan de christelijke litteratuur zal beheersen.

    BOUTAULT (Michel) (1604-1689) Geboren in Parijs en overleden in Pontoise. Het weinige dat men van Boutault weet is dat hij Jezuïet was, professor en predikant. Zijn Methode om met God te spreken vat in enkele zeer boeiende bladzijden de houding samen van vertrouwen en eenvoud tegenover God, die de Franse spiritualiteit domineert sinds de Heilige Franciscus van Sales.

    CATHARINA VAN GENUA (Heilige, 1447-1510), Uit de adellijke familie van de Fieschi, krijgt Catharina een zeer goede intellectuele opvoeding. Na een gedwongen huwelijk en een losbandig leven, kent ze aan 26 jaar een bliksembekering en wijdt zich aan de zorg voor de zieken. Haar geestelijke leider en haar leerlingen noteren haar onderricht, dat getuigt van de vurigheid en het geweld van haar gehechtheid aan Christus.

    CRASSET (Jean) (1618 – 1692) Geboren in Normandië, wordt Jean Jezuïet op 20 jaar in Parijs, waar het belangrijkste deel van zijn apostolaat zich zal ontplooien, vooral bij de zieken en in de devote kringen van de hoofdstad. Predikant, geestelijk leider en opvoeder, aangevallen door het Jansenisme, dat volop in ontwikkeling was. Was zeer intiem met Madame Helyot (1645 – 1682) van wie hij de biografie schreef. Onrustig van natuur, zal zijn diep inwendig leven hem uiteindelijk kalmeren en de overgave vol vertrouwen aan de Goddelijke Wil zal het overheersend kenmerk zijn van zijn onderricht.

    17

    EPIPHANIUS van SALAMIS (Rond 315-403). Geboren rond 315, waarschijnlijk in een Joodse familie uit Palestina. Werd monnik in Egypte, later in zijn geboorteland. Bisschop van Salamis op het eiland Cyprus in 365, spande hij zich in om het geloof van het Concilie van Nicea te verdedigen tegen de ketters. Hij stierf in een schipbreuk in 403. Ondanks zijn zeer moeilijk karakter wordt hij zowel in de Oosterse, als in de Westerse Kerk, als een heilige vereerd.

    EYMARD (H. Pierre-Julien) (1811 – 1868) Geboren te La Mure d’Isère uit een eenvoudige, zeer godsdienstige werkmansfamilie. Kan eerst na de dood van zijn vader en na gezorgd te hebben voor zijn ziekelijke moeder intreden in het groot seminarie van Grenoble op de leeftijd van 20 jaar. Priester gewijd op 20 juli 1834, wordt Eymard Marist op 18 augustus 1839, assistent van de generale overste en later algemeen visitator van de orde. In 1857 stichtte hij in Parijs de Gemeenschap van het Heilig Sacrament, met als doel de aanbidding van het Heilig Sacrament in volkse milieus. De congregatie staat ook bekend als de Sacramentijnen. In 1858 stichtte Eymard ook de vrouwelijke congregatie van de Dienaressen van het Heilig Sacrament. Eymard werd zalig verklaard in 1908 en heilig in 1962. Zijn feestdag is 2 augustus.

    FRANCISCUS v. SALES. (H.) (1567-1622). Van adellijke afkomst uit de Savoye. Na een opleiding als edelman en jurist in Parijs en Padua treedt hij in en brengt het noorden van Savoye terug tot het Katholicisme. Bisschop van Geneve in 1602, verblijft hij in feite in Annecy en hervormt zijn bisdom naar de geest van het Concilie van Trente. In 1610 sticht hij een nieuwe vorm van gewijd leven door de Visitatie te stichten samen met Jeanne de Chantal. De uitputtende pastorale activiteit van Franciscus van Sales was gebaseerd op een zeer rijk innerlijk leven. Getuigen hiervan

    zijn zowel zijn onderrichtingen voor het grote publiek (Introduction à la Vie dévote, en correspon¬den¬tie) als in zijn Traktaat over de Liefde Gods, een meester¬lijke analyse van het geheel van het innerlijk leven. Geestelijk leider, predikant, diplomaat, schrijver …, een van de absolute meesters van de Katholieke contra-reformatie.

    GUILLORĖ (François) (1615-1684) Geboren in de omgeving van Nantes uit een onbekende familie. Studeert aan het befaamde Jezuïetencollege van La Flèche en treedt in bij de orde aan de leeftijd van 20 jaar. Zijn ministerie als collegeprofessor en parochiaal missionaris zal zich afspelen in het Westen en hij eindigt in Parijs als een zeer gewaardeerd geestelijk leider. Als succesauteur laat hij een tiental werken na, die de weerspiegeling zijn van dit geestelijk leiderschap. Naast Lallemant, Surin of Rigoleux, maakt hij deel uit van de beste school van Jezuïeten in Frankrijk. Hij is echter duidelijk minder aangenaam om lezen, omwille van zijn moeizame en ongemakkelijke stijl.

    GRIGNON DE MONTFORT (Louis) (H.) (1673-1716) Bretoen, gevormd door de Jezuïeten van Rennes, later in Parijs. Priester in 1700, was Pater de Montfort de man van de missiepreken in het westen van Frankrijk. Stichter van meerdere congregaties. Twee van zijn werken onthullen ons een groot origineel mysticus : "De liefde van de eeuwige Wijsheid" en "De ware devotie tot de H. Maagd".

    IRENEUS (H.) (rond 130-202). Geboren in Klein-Azië rond 130, leerling van de H. Polycarpus, die zelf een leerling was van de Apostel Johannes. Komt aan in Lyon rond 157. Twintig jaar later volgt hij de bisschop-martelaar, de H. Pothin, op en sterft, waarschijnlijk ook als martelaar, in 202. Zijn traktaat Tegen de Ketterijen is een van de eerste belangrijke werken van het Christelijk denken op het moment dat het Evangelie zich verspreid in het Romeinse Rijk. Zeer bedreven Theoloog was Ireneus tevens een man van vrede, zoals zijn Griekse naam betekent en hij spande zich in voor de eenheid tussen Oosterse en de Westerse Kerken.

    LIBERMAN (François -) (1802-1852) Zoon van een Rabijn uit de Elzas, gedoopt aan 25 jaar na een bliksembekering, richt hij zich naar het priesterschap, dat hij, wegens zijn zwakke gezondheid, eerst zal ontvangen op de leeftijd van 40 jaar. Merkwaardig geestelijk leider, is hij bovendien een van de grote actoren in de evangelisatie van Afrika langs de Congregatie van de H. Geest, die hij in 1848 terug tot leven brengt.

    MARTIAL D’ETAMPES (1575-1635). Geboren te Etampes, tussen parijs en Orleans, treedt Jean Raclardy in bij de Kapucijnen in 1597, onder de leiding van de ontzaglijke Benedictus van Canfield, meester van het mystieke Parijs van de XVIe eeuw. Gans zijn leven vormer van kloosterlingen, in Parijs en Amiens, maakt hij del uit van deze onbekende Kapucijnen (omdat ze weinig bestudeerd zijn) die zo diep bijgedragen hebben aan de Franse mystieke vitaliteit in de XVIIe eeuw.

    WILLEM VAN ST. THIERRY (1085-1148) Geboren in Luik. Was Benedictijner-abt voor hij als gewoon monnik over ging naar de hervorming van de Cisterciënzers. Hij was de vriend en de biograaf van de H. Bernardus, onder wiens naam het belangrijkste van zijn werk tot ons gekomen is. De invloed van dit werk op de spiritualiteit van de monniken was ontzaglijk tot aan de Renaissance.

    DE KRUISWEG*

    In de leer bij de Heiligen

    * Oorspronkelijke uitgave : Chemin de Croix à l’école des Saints

    Centre St. Jean de la Croix

    F-36230 Mers-sur-Indre (Frankrijk)

    Auteur : Abbé Max Huot de Longchamp

    Vertaald door Hilaire Mestdag, Waregem

     

    Hoe kan men de praktijk van de Kruisweg in de parochies ver¬nieuwen ? In iedere parochie komt die vraag elk jaar terug. Wij stellen voor om langs dit godvruchtig gebruik de beste chris¬telijke traditie te leren kennen.

    In de geest van "de Vasten in de leer bij de Heiligen" stelt deze kruisweg korte teksten voor, die bij de diepe betekenis van elke statie aansluiten, en zo opgezet dat zij een korte stille meditatie toelaten, zowel privé als publiek, thuis of in kerk of kapel. Elke tekst voorziet zowat 3 minuten per statie.

     

     

    EERSTE STATIE : JEZUS WORDT TER DOOD VEROORDEELD.

    O Liefde ! Deze heel schuldeloze, teerbeminde Jezus, ver¬oor¬deeld omwille van de liefde tot mij van mijn Geliefde, voor mij ten dode overgeleverd. Dat ik uw liefde moge ontvangen als borg voor mijn oordeel, o Gij, mijn zo geliefde Liefste.

    Allerzoetste Jezus, beminnelijke borg voor mijn verlossing, kom met mij mee naar mijn oordeel. Wij zullen ons samen voor¬stellen. Wees Gij mijn rechter èn mijn voorspreker. Vertel wat Gij voor mij geworden zijt, al het goede dat Gij voor mij hebt gewild, de prijs waarvoor Gij mij hebt gekocht, opdat ik zo door U zou gerechtvaardigd worden.

    Gijzelf, Gij hebt voor mij geleefd, opdat ik niet ten onder zou gaan, niet voor eeuwig zou sterven. Gij hebt mijn zonden gedragen, Gij zijt voor mij gestorven, opdat ik niet voor eeuwig zou sterven. Gij, ja Gijzelf hebt mij alles gebracht wat het uwe was, opdat ik rijk zou zijn aan verdiensten.

    Oordeel mij dan, in het uur van de dood, naar die onschuld en die zuiverheid die Gij mij met Uzelf hebt gebracht, toen Gij heel mijn schuld hebt betaald, terwijl Gij toch om mij¬nentwil werd berecht en veroordeeld, zodat, waar ik arm en miserabel ben uit mijzelf, ik dank zij U rijk ben aan alles.

    H. Gertudis van Helfta (1256-1302), Oefening VII

     

    TWEEDE STATIE : JEZUS WORDT MET HET KRUIS BELADEN.

    Er zijn er, die om kruisen vragen, en het schijnt hun nooit toe dat Jezus er hun genoeg zal geven voor hun vurig¬heid. Ik voor mij, vraag er geen, ik verlang alleen om mij klaar te houden om die te dragen die zijn goedheid mij wil geven, zo geduldig en zo nederig mogelijk.

    ... Wel, ik zou liever een klein strooien kruis dragen dat men mij oplegde zonder mijn keuze, dan dat ikzelf er met veel arbeid in een bos een groot zou gaan uitkappen, en dat daarna met veel moeite zou dragen. En ik zou geloven, zoals het in waarheid zou zijn, dat ik God veel aangenamer zou zijn met het strooien kruis, dan met dat welk ik mijzelf zou hebben ge¬maakt met meer moeite en zweet, omdat ik dat zware met meer voldoe¬ning zou dragen uit eigenliefde, die graag zulke dingen uit¬vindt, maar zich weinig laat leiden en besturen, in alle eenvoud, wat ik u het meeste toewens.

    H. Franciscus. v. Sales (1567-1622), Waarachtig geestelijk Onder¬houd

    DERDE STATIE : JEZUS VALT VOOR DE EERSTE MAAL.

    Wij moeten in deze wereld alle lijden en verdriet met evenveel devotie onthalen als wij zouden doen voor een stuk van het echte Kruis, dat ons zou toegezonden zijn uit Rome door onze heilige Vader de Paus. Daardoor kunnen wij zien hoe alle lijden, hoe klein ook, een deelname is aan het kruis van Jezus Christus. En als zodanig moeten wij ernaar verlangen om ons met God te verenigen, meer dan alle vertroostingen, die ons dikwijls van Hem scheiden.

    Daarom moeten wij het kleine leed niet schuwen noch laten vallen, want het zijn kruimels van het brood, door het lijden gewijd, en die ons komen van die tafel van Jezus Christus, zijn kruis, tot voedsel voor de armen, uitgehongerd door hun Godsver¬lan¬gen, het zijn druppels bloed van het gastmaal van het Lam, vergoten om de verliefde, kwijnende vurigheid van de serafijn¬se zielen te laven, die tot devies hebben "Of lijden, of sterven." Zij zullen ze als kostbare stenen ontvan¬gen, die hen zullen dienen om kronen te maken, die God aange¬namer zijn dan ieder andere godvruchtige oefening.

    Martial d'Etampes (1575-1635), Oefening der 3 Nagels, IV,5

     

    VIERDE STATIE : JEZUS ONTMOET ZIJN MOEDER.

    "Ik ben niet gekomen om de vrede te brengen, maar het zwaard", zegt de Verlosser. De liefde van Christus is een uitgelezen pijl, die zich niet alleen in de ziel van Maria heeft geplant, maar die het heeft doorboord, opdat geen deel¬tje van haar maagdelijk hart zou ledig blijven van liefde, maar opdat zij zou beminnen met heel haar hart, met heel haar ziel, en met al haar krachten, en zij vol van genade zij. Ja, haar hart werd doorboord, opdat die liefde ons zou toekomen, en wij allen zouden delen in haar volheid.

    Maria heeft in heel haar wezen een diepe en zoete wonde van liefde gekregen, en wat zou ik mij gelukkig achten indien ik slechts van tijd tot tijd een prikje van de punt van dit zwaard zou voelen, en indien mijn ziel, al was het maar enigs¬zins, door die wonde van liefde geraakt was, dan ook kon roepen: "Gekwetst ben ik door de pijlen van de liefde." Dat zal mij verlenen, dat ik niet enkel alzo gekwetst ben, maar getroffen te zijn tot de vernietiging toe van de kleur en de warmte van de vijand die mijn ziel bevecht.

    St. Bernardus (1090-1153), Sermoen 29 o.h. Hooglied, 8

     

    VIJFDE STATIE :

    SIMON VAN CYRENE HELPT JEZUS HET KRUIS TE DRAGEN.

    Jezus vindt veel liefhebbers van zijn hemels rijk, maar weinig dragers voor zijn kruis.

    Hij vindt veel genoten voor zijn tafel, maar weinig voor zijn vasten.

    Allen willen de vreugde met Christus, maar weinigen willen voor Hem iets lijden.

    Velen volgen Christus tot aan het breken van het brood, maar weinigen tot aan het ledigen van de kelk van het Lijden.

    Velen vereren zijn mirakelen, maar weinigen volgen Hem tot in de schande van het kruis.

    Velen beminnen Jezus, zolang hen geen moeilijkheid overkomt.

    Velen loven en zegenen Hem, zolang zij van Hem enige ver¬troosting ontvangen, maar van zodra Hij zich verbergt en ze een weinig aan hen zelf overlaat, daar vervallen zij in eisen en overdreven neerslachtigheid.

    Maar zij, die Jezus om Hemzelf beminnen, en niet om enige persoonlijke vertroosting, loven en zegenen Hem in de verwarring en de angst van hun ziel, evengoed als in de grootste vertroosting.

    Thomas à Kempis (1379-1471), Navolging van Christus, II,11

    ZESDE STATIE : VERONICA DROOGT HET GELAAT VAN JEZUS AF.

    Ik zoek uw aanschijn, uw aanschijn zoek ik Heer. En nu, Heer mijn God, leer mijn hart waar en hoe U te zoeken, waar en hoe U te vinden.

    Ik ben geschapen om U te zien, en ik heb nog niet gedaan waartoe ik geschapen ben, Heer, en nooit heb ik U gezien. Tot wanneer, Heer, zult Gij ons vergeten, hoe lang nog uw gelaat afwenden ? Wanneer zult Gij ons aanzien en verhoren ? Wanneer zult Gij onze ogen verlichten en ons uw gelaat tonen ?

    Leer mij U te zoeken, toon U aan mij, die U zoekt, want ik kan U niet zoeken tenzij Gij het mij leert, noch U vinden indien Gij U niet vertoont. Moge ik u zoeken in verlangen, moge ik naar U verlangen in mijn zoeken, moge ik U in liefde vinden en U vindend, beminnen !

    H. Anselm v. Canterbury (1033-1109), Proslogion I

    ZEVENDE STATIE : JEZUS VALT VOOR DE TWEEDE MAAL.

    In onze geestelijke geboorte waakt Jezus over ons met oneindige tederheid. Als wij vallen, richt Hij ons terstond weer op, Hij roept ons zachtjes en raakt ons sierlijk aan. Gesterkt door zijn zachte werkwijze kiezen wij dan vrij¬willig voor Hem, door zijn tedere genade, om voor altijd zijn die¬naars en zijn minnaars te zijn.

    Daarna laat Hij soms toe dat wij harder vallen en erger dan voorheen, zo lijkt het ons. Dan verbeeldt men zich, zeer ten onrechte, dat alles verloren is van wat wij begonnen zijn. Helemaal niet ! Het is dat wij moèten vallen en het zien, anders wisten wij niet hoe zwak wij zijn en ellendig uit onszelf, en wij zouden ook niet ten volle de wonderbare liefde kennen van Hem die ons geschapen heeft.

    H. Julienne van Norwich (rond 1343-1413), Openbaring van de goddelijke Liefde, 61

    ACHTSTE STATIE :

    JEZUS ONTMOET DE WENENDE VROUWEN VAN JERUZALEM.

    Dat zij die ver van U zijn zich toch omkeren en U zoeken ! Want als zij hun Schepper hebben verlaten, Gij hebt uw schepsel niet in de steek gelaten ! Moge zijn schepsel zich omkeren, want zie, Hij is in zijn hart, in het hart van wie U belijden en zich in uw armen werpen, en die wenen aan uw borst, wanneer zij weerkeren van hun pijnlijke dwaalwegen. En zonder te redetwisten droogt Gij hun tranen, en zij wenen des te meer, en vinden hun vreugde in die tranen; want het is geen mens van vlees en bloed, maar Gijzelf, Heer, die ze troost, Gij die ze

    hebt geschapen, en opnieuw herschept.

    En waar was ik dan, toen ik U zocht ? Terwijl Gij vòòr mij stond, was ik ver van mijzelf, en ik vond mijzelf niet... en U nog minder!

    St. Augustinus (354-430), Belijdenissen, V,2

    NEGENDE STATIE : JEZUS VALT VOOR DE DERDE MAAL.

    Het is zeker, gij moet u totaal aan God overgeven, zonder weerhouden, zonder einde, zonder grenzen. Maar wat gedaan, zult gij zeggen, wanneer gij zelfs de daad van overgave niet kunt stellen ? Die overgave zelf opgeven, door het eenvoudige fiat. Dat wordt dan volmaakste overgave ... God laat bijna altijd toe dat dit soort pijn aan de ziel de indruk geven nooit te zullen eindigen. Waarom ? Om de ziel daardoor de kans te geven om zich vollediger, zonder einde, zonder grenzen, zonder maat over te geven. Want dààrin bestaat de zuivere liefde.

    Jean-Pierre de Caussade (1675-1751), brief 56

    TIENDE STATIE : JEZUS WORDT VAN ZIJN KLEDEREN BEROOFD.

    Wat was de eerste mens in zijn eerste leven ? Hij was naakt, ontbeerde elk kledingstuk uit dode vellen, hij bezag met vrije vrankheid het aangezicht van God, en hij oordeelde nog niet over het goede naar de smaak en het uitzicht, maar hij vond zijn enige genoegen in de Heer.

    H. Gregorius van Nazianze (rond 330-394), Over de Maagdelijk¬heid, 12,4

    Vandaar,

    Dat uw inspanningen, uw gebeden, uw verlangens geen ander voorwerp hebben dan ontkleed te zijn van elk eigenbelang, Christus naakt te volgen, aan uzelf te sterven, om voor Mij alleen te leven.

    Thomas à Kempis (1379-1471), Navolging van Christus, III,37

    Daartoe :

    Onze ziel moet geheel ontdaan zijn en heel naakt staan voor God, niets meer hebbend, niets meer verlangend, niets zoekend dan alleen Hem, die heel ons leven moet zijn, en de beweegre¬den van al de bewogenheden van onze ziel.

    Hoe meer uw ziel zal ontdaan zijn van genietingen, zo natuurlijke als bovennatuurlijke, hoe beter zij zal bekwaam zijn tot een volmaakte vereniging met God. Zolang zij nog verlangens en wil heeft, zal uw vereniging met God niet waar¬achtig en volmaakt kunnen zijn.

    Frans Libermann (1802-1852), Brieven 11.09. en 23¬.09.1834

    ELFDE STATIE : JEZUS WORDT AAN HET KRUIS GENAGELD.

    De bewogenheid en de neiging van het hart moeten ons altijd leiden naar de kant van het Kruis. Indien gij dan met uzelf inzit, indien gij uzelf wilt sterken, de echte vertroosting verkrijgen en vooruitgaan, waak er dan

    over af te dalen, dat is te gaan naar wat bij het kruis behoort.

    Zoeken wij eerst de kracht van de gekruisigde Christus, en daarna die van de zegevierende Christus, en niet omgekeerd. Die kracht bestond erin dat Hij zich uit eigen beweging aan het kruis en het lijden overgaf, naar de wil van zijn vijan¬den. Door die kracht vernietigt Hij de dood die zich in ons vestigde en nog vestigt, dank zij de vrees voor het lijden en de dood.

    Wanneer gij zult gestorven zijn door de dood op het kruis, en in het openbaar, wanneer gij ook zult begraven zijn, uit het geheugen, uit het zicht, uit de bewondering, de vermoedens, het misprijzen of de verwachtingen van alle mensen, dan zal het u gegeven zijn om tenminste het verlangen te hebben naar, en de funderingen te leggen voor een nieuwe vorm van vertroosting voor uw geest, en zo zult gij de ondervinding opdoen van een ander leven, door de verrijzenis van het lichaam, de ziel en de geest.

    Zal. P. Favre (1506-1546), Memoriaal 2-3.1 en 26.03.1¬543

    TWAALFDE STATIE : JEZUS STERFT AAN HET KRUIS.

    Men zoekt tevergeefs rust buiten God. De rust kan alleen te vinden zijn, en is enkel in God, in God alleen te vinden... Zolang de ziel denkt te weten waar zij staat, verliest zij zichzelf niet; Heeft zij steunpunten. Wanneer begint zij zich in God te verlie¬zen ? Dat is wanneer zij niets tastbaars meer heeft, wanneer zij in haar binnenste niets meer ziet, zich niet meer veroor¬looft ernaar om te zien, en zij geen enkele bedenking meer maakt over zichzelf, en overgegeven blijft aan Gods leiding.

    God geleidt haar bij trappen op die weg van verlies, en voert haar door dit gevoelloze inwendig gebed tot zij geen enkele hulpbron meer heeft, noch in zichzelf noch in iemand anders, en haar vertrouwen alleen in God stelt, en zegt zoals Jezus Christus aan het kruis, verlaten door de mensen, en schijnbaar door zijn Vader : "Vader, in uw handen beveel Ik mijn geest. Ik leg die er voor al wat het U gehaagt met Mij te doen, in tijd en eeuwigheid".

    J.-Niklaas Grou (1731-1803), Handboek der Ingekeerde Zielen

    DERTIENDE STATIE : JEZUS WORDT VAN HET KRUIS AFGEHAALD.

    O Liefde, die alles doet smelten, in welke staat hebt gij onze Vriend, tot ons losgeld, gelaten ? Opdat de zondvloed van liefde alles zou onderzetten, hebben de grote afgronden hun dijken doorbroken, ik wil zeggen de afgronden van Jezus' hart; De wrede lans is dwarsdoor doorgedrongen, zonder iets te sparen. De zijwonde laat ons de liefde kennen van Jezus' hart tot aan zijn dood toe, en nodigt ons uit om op te gaan naar die onuitsprekelijke liefde die Hem naar ons heeft gevoerd.

    Laten wij dan tot zijn Hart gaan, dit diepe Hart, dit geheimvolle Hart, dit Hart dat overal aan denkt, dit Hart dat alles weet, dit Hart dat bemint, of beter dat brandt van liefde. De deur staat open. Laten wij van daar uit de hevigheid van zijn liefde begrijpen. En laten we, met een hart, gelijkvormig aan het zijne, dan binnen gaan in dit geheim, tot dan toe verbor¬gen, maar om zo te zeggen bij zijn dood ontsluierd, door de opening van zijn zijde.

    H. Bernard van Siena (1380-1444), Sermoen 51

    VEERTIENDE STATIE : JEZUS WORDT IN HET GRAF GELEGD.

    Daar Jezus door alle staten van het menselij¬ke, sterfelijke leven heeft willen gaan, om er zijn eeuwige Vader in te eren, en ze te zegenen en voor ons te heiligen, is het nu passend dat wij Hem aanbidden in de staat van dood, waarin Hij drie dagen is geweest, en Hem de staat toewijden waarin wij moeten zijn vanaf het laatste ogenblik van ons leven tot aan de dag der verrijzenis...

    Ter ere van, en in eenheid met dezelfde liefde, waardoor Gij, o goede Jezus, hebt gewild dat uw allerheiligste lichaam in de aarde heeft gelegen, geef ik zeer graag mijn lichaam aan de aarde en de aardwormen, en stem ermee in dat het tot stof en as wordt herleid. Maar onder voorwaarde, als het U belieft, o mijn Redder, dat alle stofdeeltjes waartoe mijn vlees en mijn beenderen zullen vergaan, zijn zoals zovele tongen en talen die voortdurend het aanbiddelijk mysterie van uw graf¬legging loven en verheerlijken, en ik zo mag zingen: "Al mijn beenderen zullen zeggen : Heer, wie is aan U gelijk?"

    H. Jan Eudes (1601-1680), Jezus' Leven en Rijk, VII,28

    GEBRUIKSAANWIJZING.

    "Wie Mij wil volgen, verloochene zichzelf, hij neme zijn kruis op en volge Mij", zegt Jezus ons. De kruisweg is er om ons te helpen om die uitnodiging te verinnerlijken en te beantwoorden, met name op de Vrijdagen en tijdens de vas¬ten.

    De praktijk van de kruisweg vindt zijn oorsprong in de bedevaarten van het einde der Middeleeuwen naar Jeruzalem. De gelovige zette zijn stappen in die van Jezus, en overdeed traag het traject van de Passie, terwijl hij de stappen - de "Stati¬es" - één voor één overwoog. Onder meer onder invloed van de franciscaner familie werd de Kruisweg ingevoerd in het Westen als een soort gereduceerde bedevaart. De gelovigen stelden binnen de kerk de processie van Jeruzalem voor, met haar zangen, historische herinneringen en momenten van overweging.

    Door de eeuwen en de landen heen heeft de kruisweg velerlei varianten gekend, maar de meest gewone vorm is sedert eeuwen die van de veertien staties, voorgesteld aan de wanden van onze kerken.

    De gelovigen hebben de ruimste vrijheid om hun eigen kruisweg te organiseren, in de kerk, thuis of eender waar. "In de Leer bij de Heiligen" biedt ons per statie één tekst, ontleend aan de grote auteurs van de geestelijke christelijke traditie. Voor een openbare praktijk van deze kruisweg, raden wij aan de voordracht van deze teksten bijzonder te verzorgen, en die te laten volgen door twee minuten stille overweging.

    Centre St-Jean-de-la-Croix, Courtioux, Mers-sur-Indre, FR.

    Zalig Paasfeest !




    Foto

    Getuigenissen van de jongeren van Cenacolo
  • Deel 1
  • Deel 2
  • Deel 3
  • Deel 4
  • Deel 5
  • Deel 6
  • Deel 7

  • Foto

    Foto

    Foto

    Godelieve heeft voor mij
    deze prachtige pps gemaakt
    waarvoor mijn dank





    Foto

    Schrijft u wat in mijn gastenboek
    klik dan op het boek boven




    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Klik op het plaatje en krijg een prachtige rondleiding door het Vaticaan
    Ieder nummertje is weer iets moois
    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Image and video hosting by TinyPic
    Image and video hosting by TinyPic
    Image and video hosting by TinyPic
    Foto

    Een interessant adres?


    Blog tegen de wet? Klik hier.
    Gratis blog op https://www.bloggen.be - Bloggen.be, eenvoudig, gratis en snel jouw eigen blog!