DE EERHERSTELLENDE DEVOTIE VAN
DE VIJF EERSTE ZATERDAGEN VAN DE MAAND
De christelijke ziel die de eerherstellende devotie van de vijf eerste zaterdagen van de maand volledig wil doen, moet tijdens vijf opeenvolgende eerste zaterdagen vier verschillende godvruchtige handelingen doen, en wel met de algemene intentie om eerherstel te geven aan het Onbevlekt Hart van Maria, voor zijn eigen zonden en die van heel de mensheid:
1. De biecht, die zelfs meer dan acht dagen tevoren gedaan kan worden, als het onmogelijk of moeilijk is om op de eerste zaterdag te biechten. Het belangrijkste is, dat men bij het biechten zeker de intentie heeft om eerherstel te brengen aan het Onbevlekt Hart van Maria. Natuurlijk moet men op de eerste zaterdag in staat van genade zijn om goed en vruchtbaar te communiceren. Moet de eerherstellende intentie expliciet aan de biechtvader bekend gemaakt worden? Zuster Lucia heeft nooit vermeld, dat men iets aan de priester moet zeggen. Een inwendige, zuiver mentale, formulering volstaat dus. Onze Heer heeft zelfs aangegeven dat zij die vergeten zouden zijn de eerherstellende intentie te formuleren "haar bij de volgende biecht kunnen formuleren, gebruik makend van de volgende gelegenheid dat zij kunnen biechten."
2. Het bidden van het rozenhoedje: Onze Lieve Vrouw heeft in Fatima veel aangedrongen op het dagelijks bidden van het rozenhoedje. Het is zelfs de enige wens die zij herhaalt tegen de kinderen bij elk van de zes verschijningen, van 13 mei tot 13 oktober 1917. Op die dag maakt zij trouwens aan de herdertjes haar identiteit bekend: "Ik ben Onze Lieve Vrouw van de Rozenkrans". Het is dus geenszins verwonderlijk het rozenhoedje in de eerherstellende devotie van de eerste zaterdagen begrepen te zien. Bovendien, omdat er geen vocaal gebed bestaat dat meer mariaal is dan het rozenhoedje, past het dat dit deel uitmaakt van deze
devotie omdat het gaat om eerherstel te brengen voor de beledigingen die begaan zijn tegen Onze Lieve Vrouw en tegen haar Onbevlekt Hart.
3. De vijftien minuten meditatie over de vijftien geheimen van de rozenkrans. Het gaat erom, Onze Lieve Vrouw gedurende een kwartier gezelschap te houden door in de geest van eerherstel de vijftien geheimen van de rozenkrans te overdenken. Dat wil niet zeggen dat men iedere eerste zaterdag over alle vijftien geheimen moet mediteren, waarbij men een minuut stilstaat bij ieder geheim. Integendeel, iedere ziel is vrij haar kwartier meditatie in te richten zoals zij het wil, mits de geheimen van de rozenkrans het voorwerp van de meditatie vormen. Sommige zielen geven er de voorkeur aan tijdens meerdere eerste zaterdagen over hetzelfde geheim te mediteren, andere iedere eerste zaterdag over een verschillend geheim en weer andere iedere eerste zaterdag over drie geheimen (vijf minuten per geheim), enz. Omdat de zielen onderling verschillend zijn is het normaal, dat zij een verschillende geestelijke smaak en behoefte hebben. Daarom heeft de Kerk altijd de grote zorg gehad om de gelovigen een grote vrijheid te laten bij het inrichten van hun geestelijk leven.
4. De communie, die de essentiële daad vormt van de eerherstellende devotie. Om er de draagwijdte van te begrijpen moet men het gelijkstellen met de communie van de negen eerste vrijdagen van de maand, gevraagd door het Heilig Hart in Paray-le-Monial, en met de wonderbare communie van de drie herdertjes van Fatima, in de herfst van 1916. De Engelbewaarder van Portugal gaf toen aan die communie een eminente eerherstellende geest, door zes keer voor de kinderen de woorden te herhalen (drie keer vóór de communie en drie keer erna) van wat men het tweede gebed van de Engel noemt:
"Allerheiligste Drie-eenheid, Vader, Zoon en Heilige Geest, ik aanbid U uit het diepst van mijn ziel en ik offer U het meest kostbare Lichaam en Bloed, de Ziel en de Godheid van Jezus Christus, tegenwoordig in alle tabernakels van de wereld, tot eerherstel van alle beledigingen, heiligschennissen en onverschilligheden, waardoor Hijzelf wordt beledigd. Door de oneindige verdiensten van zijn Allerheiligst Hart en van het Onbevlekt Hart van Maria, vraag ik U om de bekering van de arme zondaars."
In de context van de hedendaagse crisis in de Kerk is het zeker dat deze eerherstellende intentie een nieuwe dimensie krijgt: van hoeveel oneerbiedigheden en heiligschennissen is de liturgische hervorming van Paulus VI de oorzaak. Niet alleen door het geven van de communie op de hand, maar ook door het uitdelen van de communie aan alle aanwezigen zonder ooit te herinneren aan de noodzaak van de staat van genade. Door het onderdrukken van tekens van aanbidding tot het Heilig Sacrament, enz. Vandaag moet de communie van de eerste zaterdagen ook gedaan worden om eerherstel te brengen voor al deze profanaties.
Een laatste, zeer belangrijke opmerking: de praktijk van de eerherstellende devotie in zijn geheel "zal gelden op de zondag die volgt op de eerste zaterdag, wanneer mijn priesters, om gerechtvaardigde motieven, het aan de zielen zullen toestaan." Jezus vertrouwt dus aan zijn priesters en niet aan het persoonlijk geweten van ieder de zorg toe, deze supplementaire en zo barmhartige mogelijkheid toe te staan. Door deze concessie maakte Onze Heer misschien al een toespeling vooraf op de tijden waarin wij nu verkeren, waarin de gelovigen niet altijd gemakkelijk de echte mis bij kunnen wonen op een andere dag dan de zondag. Vroeger was het gemakkelijk op zaterdag een mis te vinden. In ieder geval maakt deze bepaling de praktijk van de eerherstellende communie vandaag gemakkelijker voor de katholieke gelovigen.
Vereiste gesteldheden van de ziel
De eerherstellende devotie van de eerste zaterdagen van de maand is zeer eenvoudig in praktijk te brengen. Zij ligt onder het bereik van iedere ziel die een minimum aan edelmoedigheid aan de basis van zijn christelijk leven legt, des te meer omdat de Kerk een tamelijk grote vrijheid heeft gegeven voor de biecht en de communie. Helaas bundelen onwetendheid, geestelijke lauwheid en onachtzaamheid zich heel dikwijls om de zielen, zelfs de trouwste, af te brengen van deze praktijk die toch zo heilzaam is, omdat Onze Lieve Vrouw er de genade van de eindvolharding en van de eeuwige zaligheid aan heeft verbonden: "Ik beloof hen bij te staan in het uur van de dood met alle genaden die nodig zijn voor hun heil."
De wanverhouding tussen de kleine eis voor de devotie (de zaterdagen van vijf opeenvolgende maanden, één keer in zijn leven!) en de beloofde genade (het eeuwig heil van zijn ziel) illustreert op schitterende wijze de zeer grote macht van voorspraak die verleend is aan de Maagd Maria voor het heil van onze zielen. Onze Lieve Vrouw is werkelijk, krachtens haar goddelijk moederschap, onze advocaat en onze middelares bij het Hart van God. Pater Alonso, Spaans Clarentijn die tot aan zijn dood in 1982 de grote specialist van Fatima was, schrijft
trouwens over dit onderwerp:
"De grote belofte (van eeuwig heil) is niets anders dan een nieuwe manifestatie van de welwillendheid van de Heilige Drie-eenheid tegenover de Maagd Maria. Voor wie zoiets begrijpt is het gemakkelijk te erkennen dat er aan nederige praktijken zulke prachtige beloften verbonden zijn. Hij levert zich dus kinderlijk eraan over met een eenvoudig hart vol vertrouwen op de Maagd Maria."
In enkele regels onthult pater Alonso ons dus enige van de goede gesteltenissen die nodig zijn voor het goed vervullen van deze devotie:
Een grote eenvoud en nederigheid van hart.
Een kinderlijke devotie, vol vertrouwen, tot Maria.
Het Kind Jezus geeft bij zijn verschijning aan Lucia op 15 februari 1946 de derde noodzakelijke gesteltenis aan:
Een brandende ijver.
Lucia zei immers op die dag tot het Kind Jezus: "Maar mijn biechtvader zei in zijn brief, dat deze devotie niet ontbrak in de wereld, omdat er al vele zielen zijn die U iedere eerste zaterdag ontvingen, ter ere van Onze Lieve Vrouw en van de vijftien geheimen van de rozenkrans."
Het Kind Jezus antwoordde haar: "Het is waar, dochter, dat vele zielen beginnen, maar weinige gaan door tot het eind. En zij die volhouden, doen het om de genaden te ontvangen die er voor zijn beloofd. De zielen die de vijf eerste vrijdagen vurig doen en met de bedoeling, eerherstel te geven aan het Hart van je hemelse Moeder behagen Mij meer dan zij die er lauw en onverschillig vijftien doen."
Om nu over het vierde vereiste voor deze praktijk te spreken, moet men eraan herinneren dat de Hemel ons vijf eerste zaterdagen van vijf opeenvolgende maanden vraagt, en niet negen, twaalf of vijftien. Waarom dit aantal? Lucia stelde de vraag aan Onze Heer tijdens een heilig uur op 29 mei 1930, in Tuy, en ziehier wat Hij haar antwoordde:
"Mijn dochter, de reden is eenvoudig. Er zijn vijf soorten beledigingen en godslasteringen die geuit worden tegen het Onbevlekt Hart van Maria:
1. De godslasteringen tegen de Onbevlekte Ontvangenis.
2. De godslasteringen tegen haar Maagdelijkheid.
3. De godslasteringen tegen haar goddelijk Moederschap, waarbij men tegelijkertijd weigert haar te erkennen als Moeder van de mensen.
4. De godslasteringen van hen die openlijk proberen in de harten van de kinderen de onverschilligheid, of de minachting, of zelfs de haat te leggen tegen de Onbevlekte Moeder.
5. De beledigingen van hen die haar direct kwetsen in haar heilige afbeeldingen.
Ziedaar, mijn dochter, de reden waarom het Onbevlekt Hart van Maria mij ertoe heeft aangezet dit kleine eerherstel te vragen."
Hoe zouden we de schendingen van de waardigheid, de privileges en de eerbewijzen, verschuldigd aan de Maagd Maria, die zelfs door de mannen van de Kerk gepleegd worden, kunnen vergeten? Laat men zich maar herinneren wat er gebeurd is bij het Tweede Vaticaans Concilie. In plaats van het algemeen middelaarschap en de medeverlossing van Onze Lieve Vrouw te definiëren, zijn de progressieve priesters erin geslaagd het schema over de Maagd Maria te doen verwerpen om het als een eenvoudig aanhangsel bij het schema over de Kerk te voegen, en dit om een plezier te doen aan de protestanten. Bedroevend concilie waarin zelfs geen enkele tekst het rozenhoedje noemt als devotie om zo de gelovigen aan te moedigen. Een aanzienlijke vermindering van de Mariaverering in heel de Kerk is er het gevolg van geweest. Dit gebrek aan godsvrucht voor Onze Lieve Vrouw moet zeker ingesloten worden bij de eerherstellende intentie van degenen die de devotie van de eerste zaterdagen in praktijk brengen.
We moeten nog opmerken dat de eerste drie soorten van godslasteringen waarvoor eerherstel gegeven moet worden, gericht zijn tegen drie gedefinieerde dogma's. Men kan dus een vierde gesteltenis toevoegen aan de drie die reeds vermeld zijn: men behoort deze eerherstellende devotie te doen met geloofsgeest. En vragen wij aan Onze Lieve Vrouw de buitengewone genade te vragen het ware geloof in onze zielen te bewaren, tot aan het uur van onze dood, te midden van de algemene afvalligheid van de wereld die ons omgeeft, en die geheel en al beïnvloed is door ongezonde utopie, opstandigheid en goddeloosheid.
Laten wij ter harte nemen eerherstel te willen brengen aan Onze Lieve Vrouw, die zo beledigd wordt door de ondankbaarheid van de mensen, en laat ons, om dit te doen, de devotie gebruiken die zijzelf ons is komen aanwijzen. En laten wij haar dringend en volhardend de goede zielsgesteltenissen vragen om haar goed in praktijk te brengen.