For this blog to translate into language of your choice? Select your language below.
2 prachtige pps-jes hierboven van Godelieve en ook Mama rechts heeft ze gemaakt Klik op de banner en bekijk nog veel meer moois op haar blog
Klik op de banner hier beneden en ga eens langs bij Lenie voor nog meer moois Alle Ave Maria pps-jes hierboven zijn van haar
Gastenboek
Druk oponderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek
Wonder
29-03-2011
Tijd.
De Heer houdt van de mens en wil niet dat ook maar iemand verloren gaat ( Joh. 3:16 ). De duivel wil juist het tegenovergestelde, hij haat de mens en wil de mens, die door God boven hem gesteld is, aanzetten tot de dingen van het vlees ( Gal. 5:19-21 ) om iedereen van God weg te houden en mee te nemen naar de hel, waar hijzelf naar opweg is. God heeft een uniek plan voor elk van Zijn kinderen ( Rom. 8:16 ) waarin ieder gelukkig, gezond, succesvol mag bewegen in de Geest ( Gal. 5:22-23 ) want dan zijn alle negatieve dingen aan het kruis geslagen ( Gal. 5:24 ) onder het Bloed van Jezus. Velen weten evenwel niet de slechte dingen die er op de wereld gebeuren niet de wil van de Vader zijn maar het gevolg van de ongehoorzaamheid van de mens die de boze de gelegenheid geeft om zijn plannen van verwoesting en dood uit te voeren. Velen zien niet het plan van de Vader in de geschiedenis, waarin er een tijd was van de Gemeente en dat we nu gekomen zijn aan de drempel van de laatste bedeling, het nieuwe tijdloze keerpunt naar de eeuwigheid. De boze vind het goed dat velen blijven hangen in gemeenten waar kerkje ( heriagie en religie ) gespeeld word ipv onder leiding van de Geest samen te komen ( Heb. 10:25 ) in Lofprijs, Aanbidding, Gebed, Avondmaal, bemoediging, woorden van wijsheid en kennis. ( 1 Kor. 14:26. )
Mattheus 7,21-27.
Niet iedereen, die tot Mij zegt: "Heer, Heer! zal binnengaan in het rijk der hemelen; maar wel wie de wil van mijn Vader volbrengt, die in de hemelen is."
"Het Teken van de Mensenzoon " (Schriften van Madeleine)
DERTIENDE VERSCHIJNING.
Vrijdag, 4 januari 1974 om 16.15 uur.
Madeleine is tegen twee uur vertrokken om bij de zusters te gaan strijken, maar gaat eerst naar de kapel om Jezus te aanbidden. Na daar weggegaan te zijn, keert zij om drie uur terug -alsof jets haar dreef- zij voelt zich als vastgenageld, gedrongen om er voor altijd te blijven; zij hoort de klok van kwartover vier...
Zij wou net aan het laatste tientje van de rozenkrans beginnen, plots wordt het haar zwart voor ogen, haar hart slaat op hol en zij roept tot de priester die toen met zuster M. aanwezig was :
"Wat gebeurt er, ik zie niets meer... Ik ben bang... Hoe laat is het ?... Ik wil naar huis !"
Zij hoort de priester naderbij komen. Later zegt hij :
"Ik ben dichtbij haar gaan staan, inderdaad had zij alle tekenen van blindheid en gaf de indruk geheel in diepe duisternis te zijn gedompeld, de ogen uitgedoofd, het gezicht ontdaan, gedesoriënteerd en in paniek. Ik heb getracht haar te kalmeren, eerder menend dat het de eerste fase van een mystiek fenomeen was, dan een onverwachte beproeving."
"Wacht nog even, het is straks voorbij", ik vroeg zuster M. om zuster B. te halen, die direkt kwam.
Madeleine is in het geheel niet gerustgesteld en schrijft later :
"Ik zei tegen mijzelf" Hij staat niet in mijn schoenen, dat is duidelijk... "Ik vroeg mij af wat er van mij moest worden, ik dacht aan mijn familie, mijn kinderen, wat was ik somber ! Op zekere dag, na een bezoek, had Jezus mij duidelijk gemaakt dat ik zou lijden voor de zondaars. Hij had mij niet gezegd dat ik blind zou worden. Hij had mij gezegd wat met mijn lichaam zou gebeuren en meer in het bijzonder dat ik veel in de geest zou lijden... als ik dit gezegd heb was het uit angst...
Ik dacht evenmin dat dit van Jezus kwam, het was niet het tijdstip, want andere keren was het zeven uur 's avonds als ik Hem zag...
Toen, in die ontzettende angst, in die diepe donkerte van ogen maar ook van geest, werd ik door vreugde overweldigd."
"Haar ogen, die eerst troebel waren, hervinden hun glans, haar somberheid gaat over in een enorme vreugde, een onbeschrijflijke vrede", zegt de priester.
Zij schrijft :
"Ik stel mij voor dat het ook zo toegaat met iemand die wegkwijnt op zijn sterfbed : Wanneer tenslotte zijn ziel zijn lichaam verlaat, houdt het lijden op, waarna, plotseling, hij zich in die zoete sfeer bevindt, in dat geestelijke licht, om met Jezus verheerlijkt te worden."
Daarna verschijnt op de plaats van het Heilig Sacrament het licht zoals zij dat gewend is te zien, maar nu "nog mooier, helderder en doorschijnender als gewoon"...
Madeleine, die beneden in de kapel is, denkt :
"Ik ben helemaal van Hem afhankelijk, wij allen zijn van Hem afhankelijk, Hij is Meester en doet met ons wat Hij wil, wij moeten Hem bedanken voor alle genade die Hij ons schenkt. Als wij mogen zien, als wij in staat zijn te horen, als wij kunnen lopen en gezond mogen zijn, als wij gelukkig zijn, dan is dat dankzij Hem, Hem alleen. En Hij kan in één enkel moment ons dat alles ontnemen..."
Jezus verschijnt met de rechterhand op zijn Hart, en de linkerarm langs zijn lichaam hangend. Hij lacht haar toe en zegt haar :
"Waarom bent u bang ? Waarom twijfelt u ? Hier ben Ik."
Zij antwoordt Hem :
"Heer, Ik was bang, ik dacht dat ik blind werd..."
Jezus zegt :
"Zegt ze dat ieder mens op deze aarde zo in duisternis verkeert."
En zonder opdracht om het hardop te zeggen :
"Kust de grond drie keer uit boete voor het gebrek aan geloof."
Wat zij doet :
Vervolgens haalt Jezus met een traag gebaar zijn hand van het Hart, en brengt deze naar haar toe om aan te geven dat zij naderbij moet komen en tegelijkertijd zegt Hij :
"Komt tot hier en begroet Mij."
Daarop werpt Madeleine zich op haar knieën, vlakbij Hem, en begroet Hem zoals Hij het haar geleerd heeft.
Hij zegt haar met zijn hand op het Hart :
"Weest zo goed dit te herhalen :
"Ecce Dominus noster cum virtute veniet et illuminabit oculos servorum suorum. Lætamini, lætamini in Domino, lætamini cum Magdalena. Paratum cor ejus : "Speravi in Domino, ut se simpiicitas prodit amabilis."
Vertaling uit het Latijn : "Zie Onze Heer die komen zal met macht, en de ogen van Zijn dienaars zal verlichten. Weest verheugd, verheugt u in de Heer, ja verheugt u met Madeleine. Haar hart is bereid : "Ik heb mijn hoop gevestigd op de Heer, opdat de minnelijke eenvoud het zal weerspiegelen."
Daarna, zonder opdracht om het hardop te zeggen :
"Telkens als u na iedere Eucharistie naar uw plaats teruggaat, legt dan de linkerhand op uw hart en de rechter er kruiselings overheen."
Tijdens zijn uitleg heeft Jezus dit gebaar gemaakt... Nog even heeft Hij haar toegedacht en is verdwenen.
De heilige Eucharistie.
Met hoeveel eerbied Christus moet worden ontvangen
Komt allen tot Mij die uitgeput onder lasten gebukt gaat, en Ik zal u rust en verkwikking geven,
zegt de Heer.
Het brood dat Ik zal geven is mijn vlees, ten bate van het leven der wereld.
Neemt en eet: dit is mijn Lichaam, dat voor u wordt overgeleverd, doet dit tot gedachtenis aan Mij.
Wie mijn vlees eet en mijn bloed drinkt, blijft in Mij en Ik in hem.
De woorden die Ik tot u gesproken heb, zijn geest en leven.
Dit zijn Jezus, eeuwige Waarheid, uw woorden, ofschoon niet op één tijd gesproken of op één plaats geschreven. Omdat zij de uwe zijn en waar, moet ik ze alle dankbaar en gelovig aanvaarden. Het zijn de uwe, omdat Gij ze hebt gezegd; en het zijn ook de mijne, omdat Gij ze hebt uitgesproken tot mijn welzijn. Graag neem ik ze aan uit uw mond, opdat ze dieper in mijn hart gevestigd worden.
Woorden zo vol genegenheid, tederheid en liefde wekken mij op; maar mijn eigen wandaden schrikken mij af en mijn onrein geweten houdt mij terug om tot zulke grote geheimen te naderen.
De beminnelijkheid van uw woorden nodigt mij uit, maar de menigte van mijn gebreken bezwaart mij. Gij beveelt mij met vertrouwen tot U te naderen, als ik deel wil hebben met U, en de heilige Hostie, het voedsel van de onsterfelijkheid te nemen, als ik het eeuwig leven en de heerlijkheid wil verkrijgen.
Komt allen tot Mij zo zegt Gij, die uitgeput onder lasten gebukt gaat, en Ik zal u rust en verkwikking geven.
Wat een vriendelijk en beminnelijk woord in het oor van een zondaar: dat Gij, Heer mijn God, een arme en behoeftige uitnodigt tot deelneming aan uw allerheiligst Lichaam. Maar wie ben ik, Heer, dat ik mij aanmatig tot U te naderen? Zie, de hemelen der hemelen kunnen U niet bevatten en Gij zegt: Komt allen tot Mij?
Wat betekent toch die allervriendelijkste toenadering en deze zo vriendschappelijke uitnodiging? Hoe zal ik het durven wagen te komen, ik die mij niets goeds bewust ben waarom ik dit zou mogen ondernemen? Hoe zal ik U binnenvoeren in mijn huis, ik die U dikwijls zulke beledigingen naar het hoofd heb geslingerd? Engelen en aartsengelen eren U, heiligen en rechtvaardigen vrezen U en Gij zegt: Komt allen tot Mij?
Heer, als gij het niet waart die dit zegt, wie zou geloven dat het waar is? En als het niet uw uitdrukkelijke wil was, wie zou wagen te naderen?
Noach, een rechtvaardig man, werkte honderd jaar aan de bouw van een ark om met weinigen gered te worden. En hoe kan ik mij dan in één uur voorbereiden om de Maker van de wereld met eerbied in mij te ontvangen?
Mozes, uw grote dienaar en bijzondere vriend, maakte een koffer van onverslijtbaar hout, overtrok die met zeer zuiver goud om daarin de tafelen der wet neer te leggen. En ik, verdorven wezen, zal het aandurven U, de Ontwerper van de wet en de Schenker van het leven, zo maar bij mij te ontvangen?
Salomo, in wijsheid de uitmuntendste van Israëls koningen, bouwde zeven jaar aan een prachtige tempel ter ere van uw naam en vierde acht dagen lang het feest van zijn inwijding. Duizend vredeoffers droeg hij op en hij plaatste de ark van het verbond onder het schallen van de bazuinen en onder plechtig gejubel op de plaats die hij voor haar had gereed gemaakt. En ik, ongelukkige, de armste van de mensen, hoe zal ik U binnenvoeren in mijn huis, ik die nauwelijks een half uur in godsvrucht weet door te brengen? En kon ik maar eens één keer een half uur innig daaraan besteden.
O mijn God, hoeveel hebben zij proberen te doen om U maar te behagen. Ocharm! hoe onnozel is het wat ik doe, hoe weinig tijd maak ik vol, als ik mij tot de heilige Communie voorbereid. Zelden ben ik innerlijk gericht, hoogst zeldzame ogenblikken vrij van alle verstrooiing. En natuurlijk behoorde in uw heilvolle goddelijke aanwezigheid geen enkele minder passende gedachte bij mij op te komen, geen enkel geschapen wezen mij bezig te houden; want ik sta op het punt niet een engel, maar de Heer der engelen bij mij als gast te ontvangen.
Toch is er een zeer groot verschil tussen de ark van het Verbond met haar heilige gedenkstukken en uw allerheiligst Lichaam met zijn onzegbare volmaaktheden.
Tussen die offers van de wet, voorafbeeldingen van wat eens zou komen, en het ware offer van uw Lichaam, de vervulling van alle vroegere offers. Waarom ontgloei ik dan niet meer bij uw vererenswaardige Aanwezigheid? Waarom bereid ik mij niet met meer zorg voor om uw heilige geheimen tot mij te nemen, als die vroegere heilige aartsvaders en profeten, koningen zelfs en aanvoerders met heel het volk zoveel gevoel van godsvrucht jegens de goddelijke eredienst aan de dag legden?
De zeer vrome koning David danste met volle overgave voor de ark van God ter viering van de gedachtenis aan al de weldaden de vaderen weleer bewezen. Hij deed allerlei muziekinstrumenten vervaardigen, dichtte liederen en liet die tot uiting van de blijdschap zingen; hijzelf zong die dikwijls bij zijn spel op de harp, gedreven door de bezieling van de Heilige Geest. Hij leerde het volk van Israël met heel zijn hart God te loven en dagelijks met eenstemmigheid God te zegenen en te prijzen.
Als er toen zon grote godsvrucht leefde en de lof van God vóór de ark van het Verbond werd gemeld.
Hoeveel eerbied en godsvrucht behoort dan mij en het hele christelijk volk te bezielen in tegenwoordigheid van het Sacrament en bij de nuttiging van het allerverhevenste Lichaam van Christus.
Velen reizen naar verschillende plaatsen om de relieken van heiligen te gaan bezoeken en zijn opgetogen bij het horen van hun daden; zij bewonderen de geweldige basilieken en kussen hun in zijde en goud gewikkeld gebeente.
Zie, Gij zijt hier voor mij op het altaar, Gij, mijn God, de Heilige der heiligen, de Schepper van het mensdom en de Heer der engelen.
Bij het zien van dat alles speelt de menselijke nieuwsgierigheid dikwijls een rol en ook het nieuwe van wat men nog nooit heeft gezien; de vrucht van levensverbetering die men meeneemt is gering, vooral als die reizen zo licht en zonder diepere bezinning worden ondernomen.
Hier echter is in het Sacrament van het altaar mijn God en Mens, Christus Jezus, geheel tegenwoordig; hier wordt ook overvloedig de vrucht van het eeuwig heil binnengehaald, zo dikwijls men U waardig en godvruchtig tot zich neemt. Hierheen voert echter niet een of andere lichtzinnigheid, nieuwsgierigheid of zinnelijke neiging, maar wel het vast geloof, een hoop vol overgave en oprecht gemeende liefde.
O onzichtbare Schepper der wereld, God, hoe wonderbaar handelt Gij met ons; hoe voorzichtig en welwillend gaat Gij om met uw bevoorrechten, aan wie Gij Uzelf in het Sacrament ter nuttiging aanbiedt.
Dit gaat immers alle begrip te boven: dit trekt op bijzondere wijze de harten der vromen aan en zet hun liefde in vlam. Want uw ware gelovigen die heel hun leven op verbetering richten, ontvangen door dit allerwaardigst Sacrament dikwijls overvloedig de gave van godsvrucht en liefde voor de deugd.
O bewonderenswaardige en verborgen genade van dit Sacrament, alleen gekend door Christus gelovigen; de ongelovigen echter en zij die de zonde dienen kunnen dit niet ervaren. In dit Sacrament wordt geestelijke genade meegedeeld, de verloren deugd innerlijk hersteld en keert de schoonheid terug die door de zonde was ontluisterd. Zó groot is soms deze genade, dat door de overvloedige gave van godsvrucht niet alleen de geest maar ook het zwakke lichaam voelt, dat het ruimere krachten krijgt.
Wel is het bedroevend en zeer te betreuren dat wij zo lauw en zo nalatig zijn; dat wij niet met groter liefde tot het ontvangen van Jezus Christus worden aangetrokken; op Hem toch steunen de hoop en de verdienste van hen die zalig zullen worden. Hij is immers onze heiligmaking en verlossing, Hijzelf de troost van hen die onderweg zijn, en het eeuwig geluk der heiligen. Het is daarom zeer te betreuren dat velen zo weinig aandacht schenken aan dit heilzaam geheim, dat de hemel verblijdt en de hele wereld in stand houdt. Wat is het menselijk hart helaas verblind en onverschillig, dat het niet meer aandacht heeft voor deze onuitsprekelijke gave en zelfs door de dagelijkse omgang tot onachtzaamheid vervalt.
Stel dat dit Sacrament op niet meer dan één plaats werd gevierd en door niet meer dan één priester ter wereld werd geconsacreerd. Bedenk hoe de mensen dan vol verlangen zouden zijn naar die plaats en naar die priester, om de goddelijke geheimen te zien vieren.
Nu zijn er vele priesters gewijd en op vele plaatsen wordt Christus opgedragen, opdat Gods goedgunstigheid en liefde voor de mens des te groter zouden blijken naarmate de heilige Communie over de aarde meer verspreid zou zijn.
Dank aan U, goede Jezus, eeuwige Herder, omdat Gij U gewaardigt ons arme ballingen met uw kostbaar Lichaam en Bloed te verkwikken en met uw persoonlijke woorden ons uitnodigt tot het ontvangen van deze mysteriën als Gij zegt: Komt tot Mij gij allen die uitgeput zijt en onder lasten gebukt gaat, en Ik zal u rust en verkwikking geven.
VERVOLG OPENBARINGEN VAN DE H. BRIGITTA VAN ZWEDEN.
VREDESVOORSTEL TUSSEN FRANKRIJK EN ENGELAND.
ACHTSTE BOEK, KAP. 28.
Gods Zoon spreekt: "Ik ben de Koning, die allen moesten vrezen en eren. Toch zal ik ter wille van de gebeden mijner moeder de koningen van Frankrijk en Engeland mijn woorden zenden. Ik ben de ware vrede, en waar vrede is, daar ben ik. En als deze twee koningen, die van Frankrijk en die van Engeland, vrede willen hebben, zal ik hun vrede op aarde geven. Maar ware vrede kan niet verkregen worden als de waarheid en de rechtvaardigheid niet bemind worden; daar echter de ene koning gelijk heeft, dunkt mij dat vrede gesticht moet worden door een huwelijk, opdat het rijk een rechtmatigen erfgenaam verkrijge. Ten tweede wil ik, dat zij één hart en één ziel zijn en het Heilig christelijk geloof verbreiden, waar zij het meer succes doen kunnen tot mijn glorie.
Ten derde moeten zij de ondragelijk schatten afschaffen en de zielen hunner onderdanen liefhebben. Maar, indien de koning, die nu het rijk bezit, niet wil gehoorzamen, zal hij weten, dat hij geluk noch voorspoed hebben zal in zijn onderneming, maar dat hij zijn leven in droefheid zal eindigen en het rijk in verwarring achter zal laten, en zijn zoon en diens nakomelingen zullen ongeluk, vernedering en schande ondervinden, zodat allen er zich over verwonderen zullen. Maar, wil de koning, die gelijk heeft, gehoorzamen, dan zal ik hem helpen en voor hem strijden; maar indien hij niet gehoorzamen wil, zal hij zijn doel niet bereiken, maar verliezen wat hij gekregen heeft, en een droevig einde zal zijn gelukkig begin verduisteren. Maar, indien het franse volk waren ootmoed toont, zal het rijk een wettigen erfgenaam verkrijgen en zal de vrede geluk aanbrengen."
28-03-2011
AAN ALLE LEZERS VAN DIT BLOG EEN GEZEGENDE MAANDAG.
N. ( M ).
LIBERA - DEEP PEACE (New Music video)
LIBERA - DEEP PEACE (New Music video)
Mijn Engel Daniël. ( Vasulla Ryden.)
Het Onze Vader, onderricht door Onze Schepper.
*******************************************
Na deze ervaring, waardoor ik verplettend achterbleef, openbaarde God onze Eeuwige Vader Zichzelf aan mij. Ik zag Hem met de ogen van mijn ziel, zoals ik gewoonlijk mijn engel zag, maar ik wist dat Hij het was en ik hoorde Hem. Ik herinner mij dat mijn reactie er een was van "Ach, het is God en Hij kan ons helpen!" Daarom vroeg Hij mij, "Geloof je werkelijk dat Ik jullie kan helpen?" en ik antwoordde Hem, "Ja!" Toen herinnerde ik mij dat ik daarna naar het raam ging en tot Hem zei, "Kijk! Kijk wat er van de wereld is geworden!" Ik wilde Hem laten zien wat de wereld was geworden. God gaf geen commentaar maar vroeg mij het Onze Vader tot Hem te bidden. Ik bad het Onze Vader tot Hem terwijl Hij bij mij was, luisterend, en toen ik klaar was zei Hij dat de manier waarop ik het zei Hem niet beviel, omdat ik het te snel bad. Dus herhaalde ik het helemaal opnieuw, maar langzamer. Weer zei Hij tegen mij dat het Hem niet beviel, omdat ik bewoog. Hij vroeg mij het opnieuw te bidden. Ik bad het opnieuw en op het einde zei God dat het Hem nog steeds niet voldeed. Ik bad het verschillende keren, maar telkens zei Hij dat het Hem niet beviel. Ik begon mij af te vragen of Hij mij op één enkele dag alle Onze Vaders wilde laten bidden die ik al deze jaren niet gebeden had! Ik was in de ochtend begonnen en nu was het avond. Plotseling was Hij tevreden, want bij elke zin die ik sprak zei Hij met vreugde, "Goed!" Ik zal proberen een voorbeeld te geven om uit te leggen wat er werkelijk gebeurde: Als je op een dag bezocht werd door een familielid dat je nooit eerder had ontmoet omdat het in een ander land woonde, zou je in het begin de neiging hebben je afstandelijk te gedragen tegenover hem en je mogelijk formeel te gedragen. Maar naarmate er die dag meer tijd verstrijkt zou je dichter bij hem of haar komen dan in het eerste begin, en op het einde van die dag zou je merken dat er zich een sympathie in je heeft ontwikkeld die er eerst niet was. En dit was het geval met mijn eerste ontmoeting met God. Toen ik het Onze Vader bad, tot God, was ik in het begin afstandelijk, maar Zijn bezoek dat de hele dag duurden veranderde mij want wanneer ik dit gebed tot Hem zei, genoot ik van Zijn aanwezigheid en de woorden die ik tegen Hem zei kregen een betekenis. Hij was zo vaderlijk, zeer teder en erg warm. De intonatie van Zijn Stem maakte dat ik mij zeer op mijn gemak voelde, zodat ik die dag op de een of andere manier, in plaats van te antwoorden met, "Ja, Heer," merkte dat ik zei, "Ja Papa." Ik heb mij later tegenover God verontschuldigd omdat ik "Papa" had gezegd, maar Hij zei dat Hij dit woord had ontvangen als een juweel. Hij leek zo tevreden. En zo besefte ik tenslotte, dat God gevoelens had en dat Hij wilde dat ik dit gebed bad met MIJN HART.
Wordt Vervolgd.
JEZUS TRAD EEN AFSCHUWELIJKE DOOD TEGEMOET.
JEZUS TRAD EEN AFSCHUWELIJKE DOOD TEGEMOET.
Een kruisiging begon normaal gesproken met het zwepen of striemen van de rug van het slachtoffer. De Romeinen gebruikten een zweep die 'flagrum' werd genoemd. Deze bestond uit kleine stukjes bot en metaal die aan een aantal leren striemen waren bevestigd. Het aantal slagen dat Jezus te verduren kreeg is nergens vastgelegd; maar het aantal slagen in de Joodse wet was 39 (één minder dan de 40 die in de Thora worden vereist, om een telfout te voorkomen).
Gedurende de geseling werd de huid van de rug afgerukt en hierdoor werd een bloedige massa weefsel en bot blootgelegd. Extreem bloedverlies trad op, wat vaak de dood tot gevolg had, of op zijn minst bewusteloosheid. Naast de zweepslagen werd Jezus ook in elkaar geslagen en door de Romeinse soldaten gefolterd. Zo werd Zijn baard uitgetrokken en Zijn scalp doorboord met een kroon die gemaakt was van doorns.
Na de geseling werd het slachtoffer vaak gedwongen om de dwarsbalk, of 'patibulum', van zijn eigen kruis naar de plaats van executie te dragen. Het patibulum woog meer dan 45 kilogram.
In het geval van Jezus laten de verslagen zien dat Hij het patibulum misschien wel over een afstand van meer dan twee voetbalvelden heeft gedragen. Het is niet verwonderlijk dat de verslagen vermelden dat Jezus, in een zwakke en gefolterde toestand, hierbij nogal wat hulp nodig had. Wanneer het slachtoffer de plaats van executie bereikte, werd het patibulum op de grond gelegd en werd het slachtoffer gedwongen er op te gaan liggen. Spijkers, die ongeveer 18 cm lang waren en een diameter hadden van bijna een centimeter, werden door de polsen geslagen.
De spijkers zouden het gebied van de middelste armzenuw raken, en hiermee pijngolven door de armen veroorzaken tot in de schouders en de nek. De ongeveer 2.30 meter hoge paal, 'stipes' genoemd, zou dan al op de plaats van de kruisiging zijn opgericht. In het midden van de stipes bevond zich een ruwe zetel om het slachtoffer te "ondersteunen".
Het patibulum werd vervolgens op de stipes gehesen en het lichaam van het slachtoffer werd dan op een lompe manier op de zetel gedraaid zodat de voeten aan de stipes konden worden genageld. Op dit moment stond er een enorme spanning op de polsen, armen en schouders, wat resulteerde in een dislocatie van de schouder en de gewrichten in de elleboog. De positie van het vastgespijkerde lichaam hielden de ribbenkast van het slachtoffer in een starre positie, wat het extreem moeilijk maakte om uit te ademen, en onmogelijk om volledig in te ademen.
Na de geseling, de afranselingen en de tocht met het patibulum te hebben moeten ondergaan, werd Jezus als extreem zwak en uitgedroogd beschreven. Hij verloor mogelijk een significante hoeveelheid bloed. Met het verstrijken van de tijd zouden het bloedverlies en het gebrek aan zuurstof zware krampen, spastische samentrekkingen en waarschijnlijk bewusteloosheid veroorzaken.
Uiteindelijk was verstikking de doodsoorzaak in een kruisiging. Om te kunnen ademen zag het slachtoffer zich gedwongen om zich met zijn voeten omhoog te drukken zodat de longen zich konden vullen.
Maar wanneer het lichaam zwakker werd en de pijn in de voeten en benen ondraaglijk werd, werd het slachtoffer gedwongen om het ademen in te ruilen voor pijn en uitputting. Uiteindelijk zou het slachtoffer op deze manier bezwijken, compleet uitgeput of af en toe het bewustzijn verliezend, zodat hij zijn lichaam niet langer van de stipes op kon tillen om zijn longen met lucht te vullen. Door de oppervlakkige ademhaling zouden de longen van het slachtoffer het op enkele plaatsen beginnen te begeven, wat waarschijnlijk hypoxie veroorzaakte. Door het bloedverlies dat het gevolg was van de geseling ontwikkelde het slachtoffer waarschijnlijk een respiratoire acidose, wat resulteerde in een verhoogde spanning op het hart, dat dan sneller ging slaan om hiervoor te compenseren. Ook zou zich vocht in de longen opeenhopen. Onder de spanning van hypoxie en acidose zou het hart eventueel falen. Er zijn verschillende theorieën over de feitelijke doodsoorzaak van Jezus. Eén theorie zegt dat het pericardium zich met vocht vulde, wat een fatale spanning veroorzaakte waardoor Zijn hart geen bloed meer kon rondpompen.
Een andere theorie stelt dat Jezus stierf aan een scheuring van het hart.
Nog een andere theorie zegt dat de dood van Jezus werd veroorzaakt door "meerdere factoren en vooral gerelateerd was aan een hypovolemische shock, verstikking door uitputting en misschien een acuut hartfalen."
Ongeacht de feitelijke medische oorzaak van Zijn uiteindelijke dood, is het historische verslag bijzonder duidelijk:
-- Jezus leed vele uren onder afschuwelijke en onophoudelijke folteringen aan het kruis op de berg Golgotha. -
KRUISIGING: JEZUS LEED VOOR ONS.
De verslagen over de kruisiging van Jezus Christus zijn volledig in overeenstemming met de gebruiken en gewoonten van de Romeinen in die periode. Het bewijs voor de afschuwelijke en pijnlijke dood van Christus wordt door de legitieme schriftgeleerden van tegenwoordig niet in twijfel getrokken.
Het enige dispuut heeft betrekking op de aard en het karakter van de "crimineel" Jezus Christus. Onderzoek het verslag voor jezelf. Zelfs onder al die pijn, dacht Jezus aan anderen in plaats van aan Zichzelf. Zijn eerste woorden aan het kruis waren, "Vader, vergeef het hen, want zij weten niet wat ze doen." (Lucas 23:34).
Hij dacht aan Zijn moeder, die huilend bij het kruis stond, en vroeg zijn geliefde discipel
Johannes om voor haar te zorgen. Aan de twee zijden van Jezus waren twee dieven die tegelijk met Hem werden geëxecuteerd. Toen één van hen Jezus als zijn Heer accepteerde, zei Jezus het volgende tot hem, "Ik verzeker je: nog vandaag zal je met mij in het paradijs zijn." (Lucas 23:43). Tenslotte drukte Jezus zijn volledige overgave aan de wil van God de Vader uit, toen Hij zei, "Het is volbracht." (Johannes 19:30). "Vader, in uw handen leg ik mijn geest." (Lucas 23:46).
Onderzoek het historische verslag, en onderzoek dan je hart. Jezus gaf Zijn leven vrijwillig voor ons. Jezus leed een afschuwelijke dood voor ons. Jezus hield zo veel van ons dat Hij bereid was om in volledige schaamte en pijn voor onze zonden te sterven. ((Denk daar aan als je naar de biechtstoel gaat.))
Door Zijn liefde droeg Hij aan het kruis de zonden van de hele wereld. De enige manier om Zijn liefdesverhaal af te maken is om Hem ook lief te hebben.
"Het Teken van de Mensenzoon " (Schriften van Madeleine)
Vrijdag, 7 december 1973.
Jezus is niet gekomen. Madeleine wacht lang.
Om 19.45 uur verlaat zij de kapel. Toch weet zij dat Hij daar altijd is, aanwezig in het leven van alle dag.
"Mijn Jezus, indien U eens wist hoezeer ik U bemin, en Hij weet het", schrijft zij.
DE INNERLIJKE VERTROOSTING.
Alle hoop en vertrouwen moet men
op God alleen stellen.
De mens: Heer wat is het vertrouwen dat ik in dit leven heb? Of wat is mijn grootste troost te midden van alles wat onder de zon bestaat?
Zijt Gij dat niet, Heer mijn God, van wie de barmhartigheid geen grenzen kent? Waar heb ik mij ooit wel gevoeld zonder U? Of wanneer ging het mij slecht als Gij bij mij waart? Ik ben liever arm ter wille van U dan rijk zonder U. Ik verkies eerder met U op aarde mijn pelgrimsreis af te leggen dan zonder U de hemel te bezitten. Waar Gij zijt, daar is de hemel, de dood en de hel zijn daar waar Gij niet zijt. Mijn verlangen zijt Gij, daarom moet ik wel naar U zuchten, roepen en smeken.
Op niemand kan ik uiteindelijk ten volle vertrouwen die in mijn noden op de juiste tijd hulp zou bieden, dan op U alleen, mijn God. Gij zijt mijn hoop, mijn vertrouwen, Gij mijn vertrooster en in alles uiterst trouw. Allen jagen hun eigen belangen na; Gij hebt uitsluitend mijn heil en voortgang op het oog en keert alles tot mijn welzijn. Zelfs als Gij mij aan allerlei bekoringen en beproevingen blootstelt, regelt Gij dat alles tot mijn voordeel, Gij die de gewoonte hebt uw beminden op duizend manieren te beproeven. En in die beproeving moet Gij niet minder worden bemind en geprezen dan wanneer Gij mij met hemelse vertroostingen zoudt vervullen.
Op U dus, Heer mijn God, stel ik al mijn hoop, bij U zoek ik toevlucht; in U leg ik al mijn zorgen en angsten neer; want alles wat ik buiten U aanschouw vind ik zwak en onzeker.
Vele vrienden zullen mij van geen nut zijn en geen machtige helpers zullen mij kunnen steunen, geen wijze raadslieden mij een doeltreffend antwoord geven en geen boeken van geleerden mij kunnen troosten. Geen kostbaarheden kunnen mij redden, geen verborgen en aangename plaats zal mij kunnen beveiligen, als Gijzelf mij niet nabij blijft, mij helpt, versterkt, vertroost, onderricht en bewaart.
Want alles wat schijnbaar de vrede en het geluk kan bevorderen is niets zonder U en draagt in werkelijkheid niet tot het geluk bij. Gij zijt daarom het doel van alles wat goed is. Het hoogtepunt van het leven en de diepte van de uitspraken zijt Gij en boven alles op U hopen is de krachtigste troost van al degenen die U dienen.
******************************************
Gebed tot God
Op U richt ik mijn ogen, op U vertrouw ik, mijn God, de Vader van de barmhartigheid.
Zegen en heilig mijn ziel met uw hemelse zegen, opdat zij uw heilige woonplaats mag worden en de verblijfplaats van uw eeuwige glorie; en in die tempel van uw waardigheid niets wordt gevonden dat de ogen van uw majesteit zou mishagen.
Zie op mij neer volgens uw grote goedheid en de veelvuldigheid van uw erbarmingen; verhoor het gebed van uw arme dienaar die zo ver weg in het land van de schaduw van de dood rondzwerft.
Bescherm en bewaar de ziel van uw geringe dienaar te midden van zoveel gevaren van een vergankelijk leven en richt hem onder begeleiding van uw genade langs de weg van de vrede naar het vaderland van het eeuwig licht. Amen.
VERVOLG OPENBARINGEN VAN DE H. BRIGITTA VAN ZWEDEN.
HET GEBED VAN SINT-DIONYSIUS VOOR FRANKRIJK.
ACHTSTE BOEK, KAP. 26.
Toen ik alleen was en bad tot God, zag ik, hoe de Heilige Dionysius tot de Heilige Maria sprak, de moeder Onzes Heeren, en zeide: "Gij zijt de Koningin der barmhartigheid, aan wie alle medelijden gegeven is. Gij zijt de moeder Gods geworden, opdat de ongelukkigen gered zouden worden. Erbarm u daarom over Frankrijk, het uwe en het mijne, het uwe omdat enkelen harer inwoners u eren volgens hun vermogen, het mijne, omdat ik hun Beschermheilige ben en zij vertrouwen in mij hebben.
Gij ziet, hoe de zielen in voortdurend gevaar zijn en hoe de mensen als dieren worden gedood. En wat zwaarder en harder is: ontelbare zielen dalen als sneeuw naar de hel. Help hen daarom en bid uw Zoon voor hen, want gij zijt de heerseres en hulp aller mensen." De moeder der barmhartigheid antwoordde: "Ga naar mijn Zoon en laat Zijn bruid, die hier bij staat, hooren wat Hij zal antwoorden."
26-03-2011
AAN ALLE LEZERS VAN DIT BLOG EEN GEZEGENDE ZATERDAG.
N. ( M ).
Boodschap van 25 maart 2011. ( Medjugorje. )
Boodschap van 25 maart 2011. **************************
"Lieve kinderen, vandaag wil ik u op een bijzondere manier oproepen tot bekering. Moge er vanaf vandaag nieuw leven beginnen in uw hart. Kinderen, ik verlang ernaar uw "ja" te zien. En dat uw leven een vreugdevol beleven van Gods wil mag zijn, op elk moment van uw leven. Heel bijzonder wil ik u vandaag zegenen met mijn Moederlijke zegen van vrede, liefde en eenheid in mijn hart en in het hart van mijn Zoon Jezus. Dank dat u aan mijn oproep gehoor hebt gegeven."
Mijn engel kwam bij mij terug, nog zeer ernstig, en berispte mij over bepaalde dingen die ik in mijn leven had gedaan en die God zeer mishaagden. Toen verweet hij mij de wijze waarop ik de gaven van God in het Gelaat van God had verworpen, gaven die Hij mij had gegeven maar die ik in het geheel niet had gewaardeerd. Hiermee begon hij mij aan mijn zonden te herinneren die ik nooit gebiecht had, en hij liet ze mij zien. Hij liet ze mij zien als op een filmscherm. Hij herinnerde mij aan die gebeurtenissen en hoezeer ik God beledigd had. Maar de ernstigste verwijten die hij mij deed golden de afwijzing van Gods gaven. Mijn engel vertelde mij dat het een grote belediging van God was om Zijn gaven te ontkennen en te verwerpen. Hij deed mij mijn zonden zien door de ogen van God, op de manier waarop God ze ziet en niet op de wijze waarop wij ze zien. Ze waren zo monsterlijk dat ik mijzelf verachtte terwijl ik bitter huilde. Deze toestand, waarin ik werd geplaatst, dat begreep ik later, was een genade van God opdat ik oprecht berouw zou hebben. Mijn zonden werden mij zo glashelder getoond, de innerlijke toestand van mijn ziel werd mij zo openlijk voor ogen gesteld, dat het was alsof ik binnenstebuiten werd gekeerd. Ik besefte plotseling hoe Adam en Eva zich gevoeld moeten hebben nadat ze gezondigd hadden, toen God hen naderde in Zijn Licht en ze Hem onder ogen moesten komen. Mijn ziel was ontbloot en stond te kijk; ik voelde mij naakt, weerzinwekkend en lelijk. Ik kon tussen mijn snikken door alleen maar tegen mijn engel te zeggen dat ik geen fatsoenlijke dood verdiende en dat ik, omdat ik was zoals ik was, zo volkomen slecht, zou moeten sterven en in kleine stukjes worden gehakt om voor de hyenas te worden geworpen. Deze zuivering moet bijna een week hebben geduurd. Ze voelde als vuur, een reinigend vuur, dat het inwendige van mijn ziel zuiverde, en het was werkelijk een zeer pijnlijke ervaring.
Wordt vervolgd.
HET GEBEDSPROGRAMMA MET PATER PETAR IS GEWIJZIGD.
HET GEBEDSPROGRAMMA MET PATER PETAR IS GEWIJZIGD.
De organisatoren melden een aantal wijzigingen aan het gebedsprogramma met Pater Petar. De pater arriveert op donderdag 31 maart in België en werd op vrijdag 1 april om 19.00 uur uitgenodigd op een diner bij Mgr. Léonard. Dit heeft enkele verschuivingen tot gevolg.
Voor de goede orde vindt u hierbij een opsomming van alle gebedsmomenten, inclusief wijzigingen.
Donderdag 31 maart om 19.30 uur (nieuw!)
Gebedsavond in de kerk van Oud-Winterslag
Hengelhoefstraat, 3600 Oud-Winterslag (Genk)
Vrijdag 1 april om 16.30 uur (gewijzigd!)
Gebedsavond in de St.-Eventiuskerk in Genk
Noordlaan 80, 3600 Winterslag (Genk)
16.30 uur: Toespraak Pater Petar
18.00 uur: Heilige Eucharistie, gevolgd door handoplegging
Nadien Rozenkransgebed (zonder Pater Petar)
Zaterdag 2 april om 10.00 uur (ongewijzigd)
Grote internationale gebedsdag voor de Benelux en Duitsland
Broeders van St.-Jan, Rue de la Sapinière 50, 4141 BANNEUX - N.D.
10.00 uur Welkom en rozenhoedje
10.45 uur Toespraak van E. Pater Petar
12.00 uur Middagpauze met gelegenheid tot stille Aanbidding
13.30 uur Rozenhoedje
14.15 uur Toespraak van E. Pater Petar
15.00 uur Rozenhoedje van de Barmhartige Jezus
15.10 uur Eucharistieviering waarna Aanbidding en Zegen
17.00 uur Einde
Wie is Pater Petar?
Hij is de priester waaraan Mirjana (een van de zes zieners van Medjugorje) tien dagen voordat het grote teken zich in Medjugorje zal voltrekken de datum ervan zal doorgeven. Die datum zal vervolgens aan de hele wereld bekend gemaakt worden. Begin september 1981 kondigde Onze Lieve Vrouw aan dat ze op de verschijningsberg "Podbrdo" een teken zou laten op de plaats van de eerste verschijningen opdat iedereen in de echtheid van de verschijningen zou kunnen geloven. Zij preciseerde dat het teken voor iedereen zichtbaar, te filmen, permanent en onverwoestbaar zal zijn en dat er vele wonderen zullen gebeuren. Het zou de bevestiging zijn van de authenticiteit van de verschijningen van de Heilige Maagd, het teken dat God bestaat, niemand kan dit dan nog ontkennen. Dit teken vormt de kern van het derde geheim dat Ze aan alle zieners toevertrouwde.
De Heilige Maagd voegde er aan toe: "Dit teken zal speciaal gegeven worden voor de ongelovigen, om hen te helpen geloven. Jullie christenen hebben al zoveel hulp gehad om te geloven, jullie moeten zelf teken zijn voor hen die niet geloven." De zieners zagen dit teken in een visioen. Zij zeggen dat het bijzonder mooi is, zo mooi dat ze zich afvragen of zoiets moois wel echt kan bestaan. Het zal de laatste en de meest dringende oproep tot bekering zijn voor de mensheid. Pater Petar geeft regelmatig overal ter wereld voordrachten om het geloof te verkondigen. Hij is een boeiende spreker en was al enkele malen in België. Een kans om niet te missen voor ieder die in geloof verder wil groeien!
UITNODIGING. ( ONKERZELE. )
HEILIGE PATER MAXIMILIAAN KOLBE.
HEILIGE CAMILLIUS VAN LELLIS.
"Het Teken van de Mensenzoon " (Schriften van Madeleine)
TWAALFDE VERSCHIJNING.
Vrijdag, 2 november 1973 om 19.00 uur
In de kapel heeft Jezus zich met open handen getoond en heeft de armen kruisvormig opgeheven, het hoofd enigszins naar rechts gebogen alsof men Hem ging kruisigen; er waren geen wondetekenen, overigens heb ik zijn wondetekenen nog nooit waargenomen. Hij zei :
"Dozulé is voortaan een gezegende en geheiligde stad... U maakt de tijd mee van de allergrootste inspanning van de Boze tegen Christus. Satan is uit zijn gevangenis losgelaten. Hij bezet het gehele gezicht van de aarde."
Jezus spreekt steeds heel langzaam tegen mij. Op die dag klonk zijn stem buitengewoon ernstig. Ik werd zeer bedroefd toen ik Hem zo zag. Vervolgens zei Hij mij :
"Gog en Magog, hun getal is onberekenbaar. Wat er ook gebeurt, weest niet bezorgd. Allen zullen in het vuur geworpen worden, voor in de eeuwen der eeuwen... Gelukkig hij die slechts bekoord wordt door de allerhoogste God."
Hierop heeft Jezus zijn armen en handen laten zakken. Hij heeft zijn normale houding weer aangenomen, wat wil zeggen, zoals gewoonlijk, met de handen naar mij uitgestrekt en heeft gezegd :
"Deze Boodschap is voor u :
"Gelukkig hij die slechts bekoord wordt door de allerhoogste God, want mijn Vader is enkel Goedheid. Hij vergeeft de grootste zondaar op het laatste moment van zijn leven... Zegt aan de rouwmoedig stervenden, dat hoe groter de zonde, des te groter is mijn Barmhartigheid. Op hetzelfde ogenblik dat zijn ziel zijn lichaam verlaat, bevindt zij zich in dit schitterende Licht. Zegt hen - Woorden van Jezus."
Een hele poos heeft Jezus haar toegedacht en heeft haar een ernstige boodschap toevertrouwd voor de bisschop en heeft ook een mededeling gedaan die haar zelf betreft...