Vasten 2010 Deel 2.
Gebedsgroep
"HET CENAKEL"
Waregem
VEERTIGDAGENTIJD voor KRASSELAARS 2010*
In de Leer bij de Heiligen
Eén tekst per dag om op te gaan naar Pasen
Auteur : Abbé Max Huot de Longchamp, Centre St. Jean de la Croix, F-36230 Mers-sur-Indre
Oorspronkelijke Titel : Carême pour les Cancres, 2010. A lécole des Saints.
Vertaling : Hilaire Mestdag, Waregem
Hoe gebruiken ?
We zullen elke dag tien minuten besteden aan het lezen en het overwegen van "Vasten voor krasselaars
in de school van de heiligen". De rubriek "Overwegen" zal ons helpen goed door te dringen in de tekst van de dag, die steeds genomen is uit de grote traditie van heiligheid van de Kerk.
De rubriek "Beslissen" zal een concrete verbintenis voorstellen om deze tekst werkelijk toe te passen.
Vasten voor krasselaars heeft elk jaar een welbepaald thema. Deze Vasten 2011 heeft de bedoeling om de fundamenten van een christelijk leven terug te vinden door zes punten onder de aandacht te brengen, die steeds van maandag tot zaterdag van elke week zullen terugkeren.
Op maandag : Tot de Vader bidden met Jezus.
Op dinsdag : Zich bekeren tot Jezus.
Op woensdag : Onze broeders dienen met Jezus.
Op donderdag : Jezus ontvangen in de sacramenten.
Op vrijdag : Met Jezus sterven om met Hem te leven.
Op zaterdag : Jezus volgen met Maria.
Van Aswoensdag tot de eerste zondag van de Vasten, zullen specifieke teksten ons helpen om op weg te gaan, onder het thema :
Binnen treden in de Vasten.
Tijdens de Goede Week zal het thema zijn :
Jezus in zijn passie.
Tenslotte zullen we elke zondag het thema volgen van het Evangelie van de dag.
3
MAANDAG, 28 maart 2011. Van de feria
Als het inwendig gebed dor wordt.
Het geestelijk leven tracht enkel de zinnen te doen sterven door de ziel naar binnen te keren door ingekeerdheid en de heilige oefening van Gods aanwezigheid. Het tracht enkel de geest te verootmoedigen, door hem te binden, door zijn mogelijkheden te binden door een inwendig gebed dat naakt is, duister, ogenschijnlijk leeg van elk object, waarbij men denkt ledig te zijn, omdat de verbeelding niets toont, het geheugen niets oproept, het begrip niets merkt en over niets nadenkt, dat de wil zelf geen enkele duidelijke daad stelt, waarover ze zou kunnen getuigen.
Als dit inwendig gebed zoet is als God er zijn aanwezigheid laat voelen, hoe pijnlijk is het dan, hoe bedroevend en kruisigend als Hij zich lijkt terug te trekken en zijn afwezigheid lange tijd duurt ! Maar ook, hoe nuttig is het voor ons door de vrees zelf, die het bij ons opwekt, omdat wat er in ons lijdt, dat is onze eigen geest, dat is de eigen wil, die de genade wil vernietigen om ons aan Jezus-Christus gelijkvormig te maken.
Is het te verwonderen dat vele Christenen, die er maar op uit zijn zichzelf te voldoen in de praktijk van de vroomheid, een zo grote afkeer hebben voor het inwendig leven, dat een voortdurend sterven is aan zichzelf ? De eigenliefde wil van alles en overal leven, ze zal graag de genoegens van de zinnen opgeven om de geestelijke zoetheden te smaken, die wel heel anders smakelijk zijn en delicaat. De hoogmoedige geest zal zonder moeite een andere bezigheid opgeven voor een subliem inwendig gebed, vol van licht en diepe gevoelens, die hem evenveel achting voor zichzelf zal influisteren als misprijzen voor de anderen. Maar als men hem spreekt over een dor en zuiver gelovig gebed, waarbij men niets ziet en niets voelt, daar wil hij niet van horen en laat alles in de steek in plaats van er binnen te treden.
Jean-Nicolas Grou. Het inwendige van Jezus en van Maria. I, Hfdst.6.
OVERWEGEN.
Hoe verder we in het gebed vorderen, des te meer ontdekken we dat we niet bij machte zijn om te bidden : "We weten niet hoe we moeten bidden, de H. Geest zelf bidt in ons", zegt ons de H. Paulus.
De beelden helpen niet meer, de gevoelens helpen niet meer, de woorden helpen niet meer : Geleidelijk aan houden we ons eenvoudig in Gods aanwezigheid, zoals de naald van een kompas op mysterieuze manier naar het noorden aangetrokken wordt.
"Men denkt lui te zijn". Nee, de naald is niet lui, maar gans haar kracht ligt bij Hem, die ze aantrekt. Laten we geen schrik hebben voor inwendige of uitwendige stilte, laten we geen schrik hebben voor de nacht : Laten we God niet wakker maken, die in ons hart slaapt !
BESLISSEN.
Als ik er (schijnbaar) niet in slaag om te bidden, als God afwezig lijkt, als ik enkel verstrooidheden ken en verveling in het gebed, dan, in plaats van daarom bedroefd te zijn, let ik er bijzonder op dat ik de tijd, die ik voor het gebed had voorzien, niet inkort !
4.
DINSDAG, 29 maart 2011. Van de feria.
Durven geloven dat Jezus van me houdt.
Ik heb een zware zonde bedreven : Zelfs al is mijn geweten in de war geraakt, toch zal het niet radeloos worden. Ik herinner me immers de wonden van de Heer, die voor onze ongerechtigheden doorboord werd. Wat zou er totaal ten dode gedoemd zijn, dat Christus door zijn dood niet zou kunnen bevrijden ? Van zodra ik aan deze, zo machtige en doeltreffende remedie denk, maakt de ergste ziekte me niet meer bang. Ja, diegene vergiste zich, die zei : Mijn ongerechtigheid is te groot om te kunnen vergeven worden.
Voor mij, wat ik tekort heb door mijn fout, dat leen ik aan het hart van de Heer, dat overvloeit van barmhartigheid, zo sterk werd het doorboord en verspreidt het deze barmhartigheid : Ze hebben zijn handen en zijn voeten doorboord, ze hebben zijn zijde doorboord. Langs deze openingen kan ik de honing van de rots en de olie uit de harde steen opvangen, anders gezegd : proeven en zien hoe zacht de Heer is. De nagel, die Hem doorboort is voor mij een sleutel geworden die me opent voor het begrijpen van zijn wil opent. De nagel en de wonde verkondigen dat God de wereld met zich verzoend heeft in Jezus-Christus. De lans heeft zijn ziel doorboord en zijn hart geraakt opdat hij voortaan niet meer niet zou kunnen medelijden met mijn gebreken.
Het geheim van zijn hart verschijnt ontbloot in de wonden van zijn lichaam. Men ziet dit mysterie van de godsvrucht onthuld, dat hart van barmhartigheid van onze God, waardoor Hij ons van in den hoge is komen bezoeken. Is zijn hart niet zichtbaar door zijn wonden ? Hoe zou duidelijker kunnen worden, tenzij door uw wonden, Heer, dat gij zacht zijt en nederig, rijk aan ontferming.
H. Bernardus. Sermoen nr. 61 over het Hooglied.
BEZINNEN.
Doorheen een van die Bijbelse puzzels (wij hebben alle referenties niet willen vermelden) die het gebinte zijn van zijn werk, toont de heilige Bernardus ons de Gewijde Geschiedenis, volledig georiënteerd op het doorstoken hart van Jezus, volheid van de openbaring van zijn liefde, dat we binnen twee weken zullen vieren.
Sinds Jezus uit liefde voor mij gestorven is, is het enige gevaar niet te durven geloven in deze liefde, geen geloof te hebben in Hem. Het geloof redt, omdat ze me aan de Redder geeft.
"Wat vraagt ge aan de Kerk van God ?" Vooraleer ons te dopen, heeft de priester ons deze vraag gesteld. En wij hebben geantwoord : "Het Geloof". Elke dag van de Vasten is er om dit antwoord te versterken, om binnen te treden in "het geheim van zijn Hart".
BESLISSEN.
Ik spoor mijn angsten op om voor God te verschijnen, de beelden, die ik van mezelf onderhoudt, de verontschuldigingen, die ik zoek voor mijn zonden
En zo begin ik aan mijn gewetensonderzoek als voorbereiding tot mijn Paasbiecht.
5
WOENSDAG, 30 maart 2011. Van de feria.
Diegenen beminnen, die niets beminnelijks hebben.
De heidenen beminnen wie hen zelf beminnen en hen, die kwaliteiten hebben of die waard zijn om bemind te worden. Wat betekent het dan als Christen te beminnen ? Het is beminnen, zonder te luisteren naar de natuur, die wil dat men zijn gelijke bemint. Het is beminnen, zelfs zonder zijn verstand te raadplegen, dat wil dat men bemint wat waard is om bemind te worden. Noch de natuur, noch de rede begrijpen dat geheim. Het Evangelie moet spreken en het is aan Jezus-Christus om te onderrichten : Als Christen beminnen is beminnen wat niets beminnelijks heeft, het is zachtheid en tederheid hebben tegenover hen, die voor ons niets anders hebben dan bitterheid en hardheid, het is, tenslotte, het goede willen voor hen, die ons enkel het kwade toewensen.
Noch de moraal van Socrates, noch deze van Mozes, noch de filosofie, noch de Oude Wet, hebben deze deugd gekend. Het voorschrift om zijn vijanden te beminnen komt uit het Nieuwe Testament en deze, zo heilige regel kan maar voortkomen uit de school van een God, zozeer is hij verheven boven de mens. De andere kenmerken van een Christen, zoals de godsvrucht, de boete, de hoop op God, de nederigheid, zelfs het martelaarschap, kunnen dubbelzinnige kenmerken zijn. Enkel de liefde voor de vijand is dit nooit. Enkel hierdoor kan een Christen zich perfect onderscheiden en het geloof aannemen is de verplichting aanvaarden de vervolger lief te hebben terwijl men de vervolging bemint.
Van zodra men oprecht Christen is, bemint men zijn vijand als zijn vriend en dezelfde beweegreden, waarom een Christen God bemint, doet hem zijn naaste beminnen als een kind van God.
René Rapin. De geest van het Christendom. Hfdst. II.
OVERWEGEN.
Echt beminnen is nooit redelijk, het is van in het begin een slechte berekening. Jezus wist dat Hij alles zou verliezen, toen Hij naar de wereld kwam.
Vergeven is het laatste woord van de liefde. Deugd kan opbrengen, een gift kan een goede investering blijven. De vergeving echter annuleert onze rechten om gelijk wat te recupereren. Ze is noodzakelijkerwijs bovennatuurlijk en kan enkel van God komen.
Omdat ze bovennatuurlijk is, veronderstelt vergeving geloof, veronderstelt ze te weten dat, ongeacht zijn daden, de vijand een broeder is omdat "God het ons geopenbaard heeft en dat Hij zich niet kan vergissen, noch ons kan misleiden", zoals we in onze acte van geloof belijden. Het is niet iets blindelings, maar, integendeel, opperste scherpzinnigheid.
BESLISSEN.
Vandaag ontmoet ik zeker iemand aan wie ik, of aan wie ik denk, iets te moeten vergeven. Ik zal trachten een gebaar te vinden, een glimlach, een woord, dat een eerste stap zal zijn tot verzoening.
6
DONDERDAG, 31 maart 2011. Van de feria.
In overeenstemming communiceren.
Hier moet de vrees worden verdreven door de liefde. Ge denkt dat ge deze mysteries niet waardig zijt ? Zeker, het is niet door uw verdiensten dat ge dit sacrament waardig wordt, zelfs niet na duizenden jaren van inspanningen. Het is Hijzelf, die u uitnodigt, die u waardig moet maken. En Hij zal er u waardig voor maken als ge u inspant om uit uw hart te verbannen wat Hem mishaagt.
Als ge u niet bewust zijt van een echt beletsel om de Eucharistie te ontvangen, waarom dan, luierik en ondankbare, ontzegt ge u een dergelijk goed ? Als de wroeging van uw geweten u aanklaagt, waarom zoekt ge dan niet om door berouw de weg naar de Eucharistie voor u te openen ? Ik hoor al wat ge me gaat antwoorden : "Ik ben koud, ik ben verstrooid, ik ben vleselijk, ik ben door zorgen gekweld, mijn geloof is zwak, mijn hoop wankelt, mijn liefde is verkoeld
" Maar waar kan men genezing zoeken, tenzij bij zulke dokter ? Ge hebt het voorbeeld van Petrus, van Zacheus, de zondaar. Vlucht voor uzelf en werp u in de armen van uw Redder. Hij is niet wreed, niet jaloers. Waarom zou Hij, als Hij u uitnodigt, u niet ontvangen, u niet genezen ?
Jean Gerson. Commentaar op het Magnificat.
OVERWEGEN.
In de tijd van Gerson, de Honderdjarige Oorlog, trad men de Eucharistie tegemoet met een bijna bijgelovige vrees. Onze tijd loopt het gevaar haar te genaderen met onverschilligheid, ofwel door er niet aan deel te nemen, ofwel door op lichtzinnige wijze te communiceren. Het gevolg is hetzelfde : Wij zullen van Jezus afgesneden zijn.
Jezus zal het ons herhalen tijdens de Goede Week : Hij verlangt "met een groot verlangen" het Paasmaal met ons te eten, dit is zich aan ons geven op een zo reële manier dat Hij ons voedsel wordt. Het is dit verlangen, en niet onze indrukken of gevoelens, die de maatstaf moeten zijn voor onze Eucharistisch handelen.
Misschien zijn we van de Eucharistie afgesloten door een leven dat er niet mee in overeenstemming is, "een echt beletsel" ? Wel, laten we dan deze Vasten te baat nemen om onze situatie ernstig te onderzoeken. Als we van goede wil zijn is er zeker een oplossing.
BESLISSEN.
Waar sta ik met mijn Eucharistische praktijk ? Communiceer ik automatisch ? Communiceer ik niet omdat ik bang ben dat ik me zou moeten bekeren ? Verkeer ik in een familiale situatie, die me verwijdert van de communie ? In elk geval neem ik het besluit het hierbij niet te laten.
7
VRIJDAG, 1 april 2011. Van de Feria Vleesderven.
De echte vasten en onthouding.
Laten we vasten en onze zielen nederig maken, bij het naderen van de dag waarop de meester van de nederigheid zichzelf vernederd heeft door gehoorzaam te worden tot de dood aan een Kruis. Laten we dit kruis reproduceren door onze onderworpen passies te doorboren met de nagels van de onthouding. En, opdat ons niet onderworpen vlees ons niet zou meesleuren in verboden genietingen, laten we het een beetje de toegelaten genietingen ontzeggen. De gemene dronkenschap is ten allen tijde verboden, laten we in deze tijd zelfs aan de eerbare festijnen verzaken. Overspel en ontucht zijn verfoeilijke misdaden, die men steeds moet vermijden. Dat de echtgenoten zich in deze dagen matig gedragen.
Wat men absoluut moet vermijden is van genot te veranderen in plaats van het te verminderen met als gevolg dat het naleven van de Vasten niet meer bestaat in het onderdrukken van oude zinnelijke begeerten, maar een manier wordt om zich nieuwe genietingen te verwerven.
Het is door te steunen op vrome aalmoezen en sobere vasten, dat ons gebed in deze dagen ten Hemel zal stijgen. Men mag aan God durven vragen om ons barmhartigheid te verlenen als we haar niet weigeren aan onze naasten en het is in een serene atmosfeer dat de vragen van ons hart hun doel bereiken als de spoken van onze vleselijke wellusten er geen wolken tussen drijven.
H. Augustinus. Sermoen 207, 2-3.
OVERWEGEN.
De waarde van Christelijke Vasten is vooreerst te vinden in het deelnemen aan de vasten van Christus, aan zijn sober leven en in de onbaatzuchtige offerande van zijn leven.
Maar door zo te leven heeft Jezus ons ook een voorbeeld gegeven van een echt menselijk leven. Geluk is niet genot. Elk genot is niet schuldig, maar sinds de erfzonde, die geluk en genot met mekaar verward heeft, zullen we steeds opnieuw de neiging hebben het genot te volgen, hoewel het zij is die moet volgen. De vastentijd is ons geboden om het genot op de juiste plaats te zetten, door het welbewust een mindere plaats te geven.
Een echte vasten veronderstelt dat men zich welbewust onthecht aan genoegens, die zelfs gewettigd zijn.
BESLISSEN.
Ik zoek in mijn leven naar een genot, dat dikwijls een gelegenheid wordt tot zonde : het genot van het eten, van te spelen, seksueel genot
En ik beslis tot een precieze onthechting om me op dat vlak te beheersen. ("Ik zal op vrijdag me een bepaald gerecht ontzeggen. Ik zal niet kijken naar een bepaald , zelfs mooi, TV programma").
8
ZATERDAG, 2 april 2011. Van de feria of de H. Franciscus a Paulo.
Maria in het hart van ons hart.
Maria heeft me enkel gedurende een periode van negen maanden in haar schoot gedragen. Ze heeft me echter altijd gedragen en zal me eeuwig dragen in haar hart, zodat ik als het ware meer de vrucht ben van haar hart dan van haar schoot. Oh, wat een prachtig iets ! Dit onvergelijkelijk hart is onder de zuivere schepselen, het mooiste werk van mijn almachtige goedheid, en door een onbegrijpelijk wonder, ben ik zelf het meesterwerk van haar nederigheid, door dewelke hij me uit de aanbiddelijk e schoot van mijn Vader getrokken heeft, waar ik van alle eeuwigheid geboren ben, om me in de volheid van de tijd te laten geboren worden in de maagdelijke schoot van mijn Moeder.
Ik heb u dit aanbiddelijke hart van mijn hoogwaardige Moeder gegeven, dat één is met het mijne, om uw echt hart te zijn, opdat de kinderen maar één hart zouden hebben met hun Moeder en dat de leden geen ander hart zouden hebben dan dat van hun leider en dat ge God zoudt dienen, aanbidden en beminnen met een hart dat zijn oneindige waardigheid waardig is. Dat ge met een heel zuiver en heel heilig hart zijn goddelijke lof zoudt zingen en al uw daden zoudt stellen in de geest, in de liefde, in de nederigheid en alle heilige gesteltenissen van ditzelfde hart.
Door dit middel zult ge voor altijd in ons hart zijn, ge zult leven van het leven van ons hart, ge zult over alle schatten beschikken, die in onze harten geborgen zijn, ge zult ondergedompeld zijn in de vreugden van ons hart, ons hart zal het paradijs zijn van uw hart, het leven van uw leven, het hart van uw hart.
H. Johannes Eudes. Het wonderbare hart van de Moeder van God. IV,1.
OVERWEGEN.
Het is in ons "hart" dat we werkelijk onszelf zijn. Als ons hart stopt met kloppen gaan we dood. En zo komt het dat de Christelijke traditie de diepste persoonlijkheid, de oorsprong van onze daden legt in het hart. Zozeer dat Christen zijn betekent : Het hart van Christus in ons hart leggen.
Christus zelf heeft echter de liefde beleefd uit het hart van Maria. Het is van deze volkomen beminnende moeder dat Hij geleerd heeft menselijk te beminnen en zo is God de "God van het menselijk hart" geworden (H. Franciscus van Sales).
Maar Maria leefde van het hart van Jezus omdat ze "het mooiste werk was van zijn almachtige goedheid". En zo is de cirkel rond : Het hart van Jezus en het hart van Maria zullen "het paradijs zijn van ons hart, het leven van ons leven en het hart van ons hart".
BESLISSEN.
Zou ik in staat zijn bondig uit te leggen wat de Kerk ons leert over de Onbevlekte Ontvangenis van Maria, Over haar Hemelvaart ? Nee ? Dan lees ik wat er over haar geschreven staat in de Catechismus van de Katholieke Kerk. (Zie op 17 maart)
9
ZONDAG, 3 april 2011. 4de Zondag van de Vasten.
Jezus, licht boven alle licht.
God is niets van wat onze lichamelijke zintuigen ons tonen. Hij is niets van wat onze verbeelding ons voorhoudt. Hij is niets van wat de rede zich voorstelt, omdat alles wat we kennen door de mogelijkheden van de ziel eindig, en God on-eindig is. Alles wat we kennen kan begrepen worden, alléén God is niet te begrijpen. Zo kan het gebeuren dat, door een inspanning van de natuurlijke rede, we God willen kennen in zijn natuur, door de gelijkenis met de zaken, die we kennen, ofwel veranderen we dan het schepsel in God, zoals de afgodendienaars, die door God te zoeken door het verstand van alles goden hebben gemaakt, ofwel verlagen we God tot een schepsel, zoals zovele heiligschenners, die Hem verlagen door goddeloosheid of zovele onwetenden, die Hem verlagen door onwetendheid.
We moeten bijgevolg onze geest ontdoen van beelden van geschapen voorwerpen en onze wil om aan deze beelden gehecht te zijn om God zuiver in hemzelf te kennen en Hem zuiver om hemzelf te beminnen. Het geloof komt dus de natuur ter hulp en stelt haar een oneindige en oneindig beminnelijke God voor. En vermits het licht van de glorie de gelukzaligen in het bezit stelt van wat God is, is het geloof een licht dat ons in het bezit stelt van wat zij zien. Het is dezelfde God, maar zij zien hem duidelijk en wij zien Hem onduidelijk. Zij weten wie Hij is en wij bekrachtigen wat zij weten.
François Malaval. Gemakkelijke beoefening van de beschouwing.
Tweede dialoog, Onderhoud XII.
OVERWEGEN.
Men ziet het licht niet, men kan het niet voorstellen. Het licht laat ons echter toe al het andere te zien en het ons voor te stellen. God is onzichtbaar, onbegrijpelijk, onvoorstelbaar, maar door ons te scheppen naar zijn beeld, geeft Hij ons alles te zien en te begrijpen met zijn blik en zijn verstand.
De beschouwing, dat is deze blik van God op de werkelijkheid. Dan "kent men God in hemzelf". Men ziet Hem niet maar men ervaart wat het is God te zijn. De Christen "ziet" God evenmin dan de heiden, maar hij is de zoon van God, hij "beleeft" God.
Het geloof is reeds deze ervaring van God. Als we zeggen dat de gelukzaligen Hem zien, dan zeggen we eenvoudig dat zij tot het einde gaan van deze ervaring. Voor ons blijft deze ervaring duister, voor hen is ze in het licht.
BESLISSEN.
Ik neem deze eerste vier weken van de Vasten onder de loep. Ben ik trouw aan mijn beslissingen van de 9e, 12e, 16e en 20e maart ? Zo nodig breng ik de nodige verbeteringen aan.
10
MAANDAG, 4 april 2011. Van de feria of de H. Isidoor.
God "Vader" noemen.
Onze Vader. Ge ziet hoe kort het is, dit gebed, en vol van alle kwaliteiten. Hoezeer is dit eerste woord zacht ! Mens, ge waagde het zelfs niet om uw hoofd op te heffen naar de hemel, ge keerde uw blik naar de aarde en plots hebt ge de genade van Christus gekregen, al uw zonden werden u vergeven. Van een slechte knecht zijt ge een goede zoon geworden. Vertrouw dus niet op uw daden, maar op de genade van Christus. Het is door de genade dat ge gered werd", zegt de apostel. Dat is geen inbeelding, maar geloof. Verkondigen wat ge gekregen hebt is geen hoogmoed, maar godsvrucht.
Hef uw ogen dus naar de Vader, die u verwekt heeft door het bad van de doop, naar die Vader, die u vrijgekocht heeft door zijn Zoon, en zeg: "Onze Vader !". Dat is een juiste aanmatiging, ze is echter gerechtvaardigd. Als een zoon, noemt ge hem Vader. Maar beweer niet dat dit alleen aan u voorbehouden is. Als God op een bijzondere manier de Vader is van Christus, dan is Hij het ook voor ons allen gezamenlijk, omdat Hij ons geschapen heeft. Zeg ook gij dan, door de genade : "Onze Vader", om te verdienen zijn zoon te zijn, gun uzelf de gunst en de achting van de Kerk.
H. Ambrosius. Over de sacramenten. Boek V.
OVERWEGEN.
God openbaart zich als onze Vader. Alleen de Christen weet dat en kan er van profiteren. Niet dat God een beetje vader is, zoals aardse vaders dat zijn. Nee, zijn vaderschap is het fundament van alle andere. Hij is essentieel Vader, hij is enkel God voor zijn kinderen, Hij is enkel God om ons te doen leven.
Een vader geeft aan zijn kinderen, hij verkoopt hen niets. Wij zijn geschapen uit zuivere liefde en van de zonde vrijgekocht uit zuivere liefde, zuivere genade. Christen zijn, is deze genade aanvaarden zonder enige verdienste van onzentwege.
Zeker, Jezus is de enige zoon wat de natuur van God betreft (in die zin is Hij het "op bijzondere wijze") maar door de genade zijn wij niet minder zonen van God dan Hij en het is in volle waarheid dat we samen met Hem kunnen zeggen : "Onze Vader".
BESLISSEN.
Ik bid traag een Onzevader en tracht in de diepte door te dringen in wat deze woorden willen zeggen.
11
DINSDAG, 5 april 2011. Van de feria of de H. Vincent Ferrier.
De kracht van de liefde.
Ge houdt van de Heilige Augustinus, de Heilige Magdalena, die zielen "aan wie veel vergeven wordt omdat ze veel liefde getoond hebben". Ik bemin ze ook, ik hou van hun berouw en vooral
van hun verliefde stoutmoedigheid ! Als ik Magdalena zie naar voor komen tegenover de talrijke genodigden, met haar tranen de voeten bevochtigen van haar aanbiddelijke Meester, die ze voor de eerste keer aanraakt, dan voel ik dat haar hart de afgrond van liefde en barmhartigheid heeft begrepen van het hart van Jezus en dat dit Hart van liefde, hoe zondig ze ook is, niet enkel bereid is haar te vergeven, maar haar ook de gunsten wil geven van zijn goddelijke intimiteit en haar te verheffen tot de hoogste toppen van de contemplatie.
Ah, mijn dierbaar broertje, sinds het ook mij gegeven is de liefde van het Hart van Jezus te begrijpen, beken ik u dat Hij alle vrees uit mijn hart heeft verdreven. De herinnering aan mijn fouten vernedert me en leert me nooit te steunen op eigen kracht, die enkel zwakheid is, maar meer nog spreekt me deze herinnering over barmhartigheid en liefde.
Hoe zouden onze fouten niet onherroepelijk verteerd worden als men zijn fouten met een kinderlijk vertrouwen werpt in de alles verterende vuuroven van de Liefde ?
Heilige Thérèse van het Kind Jezus.
Brief aan Abbé Bellière. 21 juni 1897.
OVERWEGEN.
Jezus bemint ons niet uit verplichting, maar uit liefde, met genegenheid, met tederheid. Als Hij ons de zondares Magdalena als voorbeeld geeft, dan is het wel om ons te zeggen dat Christen zijn geen zaak is van deugd.
De deugd zal er niets aan verliezen. Maria Magdalena en de andere zondaars uit het Evangelie bekeren zich nadat ze Jezus hebben ontmoet, echter, omdat ze Hem ontmoet hebben en niet om Hem te kunnen ontmoeten.
Dus, ja, laten we alle vrees uit ons hart verdrijven, geen enkele zonde zal weerstaan aan de liefde van God. Het zijn wijzelf die het gevaar lopen Hem te weerstand te bieden door te steunen op een andere rechtvaardigheid dan de Zijne.
BESLISSEN.
Ik ga verder met mijn gewetensonderzoek dat ik vorige dinsdag begonnen ben. Vandaag tracht ik de zonden op te sporen, die het meest voorkomen in mijn leven en de zwakheid in mij, die de oorzaak is van deze zonden. Zo kan ik Jezus vragen deze zwakheid te genezen.
12
WOENSDAG, 6 april 2011. Van de feria.
De christelijke vriendschap.
Vooraleer God de vriendschappen gezuiverd heeft, zijn de meest vrome personen teergevoelig, jaloers, stekelig voor hun beste vrienden omdat de eigenliefde steeds vreest te verliezen en steeds winnend wil zijn in de ogenschijnlijk edelmoedigste en onbaatzuchtige omgang. Als ze noch goed, noch eer zoekt in de vriend, zoekt hij ten minste het genoegen van de omgang, de troost van het vertrouwen, de rust van het hart, die de grootste zaligheid is in het leven, en tenslotte de vreugde om edelmoedig en belangeloos te beminnen. Neem deze troost weg, verstoor deze vriendschap, die zo zuiver lijkt, de eigenliefde is ontgoocheld, ze beklaagt zich, ze vraagt om beklaagd te worden, ze wordt nijdig, ze is buiten zichzelf. Het is voor zichzelf dat men kwaad is, wat een teken is dat men in de vriend zichzelf beminde.
Iemand die op zichzelf ingesloten is, kan alleen een beperkte vriendschap kennen volgens zijn maat. Het blijft een bekrompen hart in al zijn genegenheden en de grootste wereldse edelmoedigheid heeft ergens beperkte grenzen. Voor de zielen, die uit zichzelf treden en die zichzelf echt vergeten in God, is hun vriendschap onmetelijk groot, zoals Hij, in wie ze beminnen, onmetelijk is. Het is enkel het op zichzelf weerkaatsen, dat ons hart begrenst omdat God het ik weet niet wat oneindigs gegeven heeft met betrekking tot Hem. Daarom vindt de ziel, die zich niet met zichzelf bezig houdt en die zich voor niets telt, in dit niets de onmetelijkheid van God zelf. Ze bemint mateloos, eindeloos, zonder menselijk motief. Ze bemint omdat God, onmetelijke Liefde, bemint in haar.
François de la Mothe Fénélon. Opuscule XXIII.
OVERWEGEN.
De vriendschapsrelaties, zoals de familiale relaties, maken deel uit van wat God voor de mens wil en het is volledig normaal om vrienden te hebben, zoals men ouders heeft of kinderen. De vriendschap is echter, zoals ook de familie, slachtoffer geworden van de erfzonde en Christus herstelt ons in de echte vriendschap. De Vasten is er ook om onze vriendschappen te zuiveren en te heiligen.
De zelfzuchtige neiging van de natuur spoort ons aan van onze vrienden te profiteren, meer dan ze te dienen. Het is zo dat de vriendschap zal sterven op de dag dat men er niet meer "het genoegen van de omgang, de troost van het vertrouwen, de rust van het hart" vindt of zelfs "de vreugde om edelmoedig en belangeloos te beminnen", die de meest subtiele vorm is van de eigenliefde.
Als de liefdadigheid de eerste plaats heeft in onze vriendschapsrelaties, dan groeit de vriendschap naar de maat van het hart van Christus, want "Ze bemint omdat God, onmetelijke Liefde, bemint in haar".
BESLISSEN.
Ik onderzoek mezelf over mijn vriendschapsrelaties. Wie zijn mijn echte vrienden ? Welke zijn, daarentegen, mijn valse vrienden, enkel mijn kennissen, of erger : Mijn medeplichtigen ? En ik besluit tot een gebaar van vriendschap tegenover een echte vriend.
13
DONDERDAG, 7 april 2011. H. Jean-Baptiste de la Salle
Geen vergeving zonder vergeving.
Moge niemand behagen scheppen in zijn zogezegde onschuld. Door zich daarop te beroemen doet degenen die het gelooft niets anders dan zijn geval te verzwaren. Uitgenodigd om elke dag voor zijn zonden te bidden is hij uitgenodigd te leren dat hij elke dag zondig is. Dat is het wat de heilige Johannes ons leert : Als we zeggen dat we onschuldig zijn, bedriegen we onszelf en is de waarheid niet in ons. Als we onze zonden belijden, dan is God trouw en rechtvaardig. Hij zal ons vergiffenis schenken. God voegt aan zijn belofte een strikte voorwaarde toe : Dat wij vergeven aan hen, die ons iets schuldig zijn, zoals we vragen dat wij vergiffenis zouden krijgen voor de zonden, die we bedrijven. Laten we daaruit leren dat we enkel de genade krijgen, die we vragen voor onze zonden, als ook wij deze genade geven aan onze schuldenaren.
Zo zegt hij ook in het Evangelie : Men zal voor u dezelfde maat gebruiken, die ge zelf voor uw broeders hebt gebruikt. De dienaar, die nadat hij van zijn meester de kwijtschelding van zijn schuld gekregen had, wilde niet hetzelfde doen voor zijn mededienaar en werd in de gevangenis geworpen. Door geen medelijden te hebben met zijn mededienaar verloor hij ook deze van zijn meester voor hem. Christus legt de nadruk op dit punt : "Als ge zoudt willen bidden, zegt Hij, en ge hebt iets tegenover iemand, vergeef het hem, opdat uw hemelse Vader uw zonden ook zou vergeven. Als ge zelf geen vergiffenis schenkt, zal uw Vader, die in de Hemel is, uw zonden ook niet vergeven". Er zal u geen verontschuldiging overblijven op de dag van het oordeel, want ge zult geoordeeld worden naar uw eigen vonnis. Ge zult moeten ondergaan wat ge zelf hebt opgelegd.
Heilige Cyprianus van Carthago.
Over het zondagsgebed, 23.
OVERWEGEN.
Er is maar één deur aan ons hart. Als ze gesloten is voor uw broeders is ze ook gesloten voor God. We kunnen zijn vergiffenis niet krijgen, als wij de onze weigeren. Eigenlijk is vergiffenis schenken hetzelfde als vergiffenis vragen. Bidden is hetzelfde als gebeden verhoren. Het gaat steeds om het herstellen van eenheid tussen personen, wat alles is in het Christelijk leven.
God oordeelt ons niet. Hij stelt ons "eigen vonnis" vast. Het is aan ons om te zeggen, zowel voor onszelf als voor de anderen, wat aanvaardbaar is en wat niet. God is bereid om alles te vergeven, en wij ?
Het sacrament van de verzoening nodigt ons uit om te vergeven, evenzeer dat het ons uitnodigt om vergeving te schenken. Het ene is onmogelijk zonder het andere.
BESLISSEN.
Zoals op woensdag, 30 maart.
14
VRIJDAG, 8 april 2011. Van de feria Vleesderven.
Kleine zonden.
Iedereen wil zijn gewoonten houden, niets achterwege laten waar men aan gehecht is en zo voelt men God niet en zijn troost. Maar daar maken ze zich geen zorgen over en ze keren zich naar de voorwerpen waar ze van houden en naar schepselen. Daar blijven ze veertig, vijftig jaar aan vast hangen in een toestand die alleen een schijn heeft van geestelijk leven. Weet het goed, hun heil is echt in vraag te stellen. Hun diepste wezen is gehinderd en belemmerd door hun gehechtheid aan het schepsel. Weet het, zij weten niet waar ze aan toe zijn. Ze vinden heel zeker een aantal verontschuldigingen : "Ik kan dat niet missen, er is geen kwaad aan dit, er is geen kwaad aan dat". Ze brengen de verontschuldigingen over in zichzelf en uiteindelijk dringen die zozeer door in hun natuur, dat ze er zich niet meer van bewust zijn en er geen aandacht meer aan besteden. Dat zijn forten, grote hindernissen, werkelijk bolwerken, die zich verzetten tegen het werk van God, dat ze nooit zullen ervaren, wat ze ook doen. Want, in de mate dat het schepsel de mens vult, in diezelfde mate moet God zich terugtrekken met zijn genaden.
Jan Tauler. Sermoen XXXIII.
OVERWEGEN.
Men doet zijn beklag over het tekort aan vurigheid, over een tekort aan "vertroosting", in de zin, die dit woord zal hebben bij de heilige Ignatius, twee eeuwen na Tauler, met andere woorden het verlangen om Christus te volgen. Men vergeet echter de remmen te lossen !
De remmen dat zijn onze "kleine zonden", ogenschijnlijk (bijna) onschuldig : Ik wil wel naar de Mis gaan, maar alleen als het uur me past. Ik wil wel vergeven aan mijn buur, maar niet aan mijn schoonmoeder.
"Bah, er is geen kwaad aan dit, er is geen kwaad aan dat". Een vogel wordt echter evenveel verhinderd om te vliegen door een koord of door een draadje en zo blijft men ter plaatse trappelen in zijn Christelijk leven.
BESLISSEN.
Ik zoek een "kleine zonde" in mijn leven en draai ze de nek om.
15
ZATERDAG, 9 april 2011. Van de feria.
Is bidden tot Maria een verplichting ?
Men kan niet in perfecte eenheid met God zijn, als men niet wil wat Hij wil, zonder te beminnen wat Hij bemint. Welnu, men kan er niet aan twijfelen dat de goede engelen, de heiligen en in het bijzonder de Koningin van de engelen en de heiligen, door God niet zouden bemind geweest zijn met een buitengewone liefde. Het zou een ketterij zijn te zeggen dat Hij niet zou willen dat men hen vereert.
Maar moet men daarom zeggen dat men in het inwendig gebed altijd dezelfde gebeden moet herhalen, dezelfde handelingen moet stellen of aan de heiligen denken ? Als de aantrekking ons rechtstreeks met God verenigt, dan moet men zich geen zorgen maken dat men niet aan de Heilige Maagd denkt, het zou dan zelfs een onvolmaaktheid zijn er aan te willen denken. De reden daarvoor is dat God het doel is en de Heilige Maagd en de heiligen, middelen. Het zou trouwens niet een echte devotie zijn voor de Heilige Maagd en de heiligen, maar het zou tegen hen in gaan en hen erg mishagen. Ze verlangen immers niets anders van ons dan dat we met God zouden verenigd zijn, samen met hen. De zeer goddelijke Maagd en de heiligen ontvangen enkel de zielen om ze aan God te geven. Ze zijn en kunnen niet in een staat zijn van persoonlijke glorie, ze blijven daar niet bij stilstaan noch zoeken ze op geen enkele manier, Ze willen immers enkel God. Wat ze van ons vragen is dat ook wij enkel God zouden willen, samen met hen en ze zouden niet kunnen verdragen dat men in de eerbetuigingen, die we hen geven, iets anders zou zoeken.
Henri-Marie Boudon.
Het Rijk Gods in het geestelijk inwendig gebed. IV, hfdst 2.
OVERWEGEN.
God ja, maar de Heilige Maagd en de heiligen, waartoe ? De bekoring om hen terzijde te laten is zou oud als de Kerk en de ketterijen. Het zou zo eenvoudig lijken zich op alle gebieden rechtstreeks met de goede God te redden.
Maar het is zo dat de goede God noch de Heilige Maagd, noch de heiligen heeft willen missen. Dus
Noch de Heilige Maagd, noch de heiligen zijn concurrenten van de goede God. "Ze willen enkel God". In tegenstelling tot de zondaars, die we zijn, willen ze Hem met deskundigheid. Hen vertrouwen schenken is in hun wil treden en daardoor tijd winnen op de Christelijke weg.
BESLISSEN.
Waar sta ik met mijn voornemen van 10 maart ?
16
ZONDAG, 10 april 2011. 5e zondag van de Vasten.
Jezus, onze verrijzenis.
Ik ben de verrijzenis en het leven
Onze Heer zegt dat Hij de verrijzenis is. Wat waren wij vóór Hem ? Nooit zouden we ons hebben kunnen verheffen uit onze dood. Hij is onze verrijzenis door het Geloof dat Hij in ons hart ingeprent heeft en door hetwelk Hij ons begint naar Hem toe te trekken en ons te rechtvaardigen. Hij is ons leven door de volmaakte liefde die Hij aan ons meedeelt.
Men moet echter opmerken dat Hij niet zegt dat hij doet verrijzen en het leven geeft, maar dat Hij de Verrijzenis zelf is en het leven, dat in ons is, zeer sterke uitdrukkingen en die ons tonen dat, van het moment dat we verrijzen, Jezus in ons is en als wij het leven volmaakt hebben, dan is het dat Jezus volmaakt in ons leeft. Jezus is dus het begin en het einde in ons, de alfa en de omega. Hij is alles in ons en van het moment dat Hij niet in ons is, hebben wij het leven niet, dan zijn we doden.
Een dode heeft niets in zich dat hem toegang geeft tot het leven, anders zou hij niet dood zijn. Daaruit volgt dat gans onze verrijzenis er in bestaat dat onze goddelijke Redder ons naar Hem toetrekt en ons het leven geeft door instorting, door de adem van zijn goddelijke mond, zoals wij het leven van het lichaam gekregen hebben door de instorting van onze ziel in onze schepping en dat zonder onze medewerking. Zo kan Hij zeggen dat Hij onze Verrijzenis zelf is. We verrijzen enkel door wat we in ons bezitten door het geloof. En deze eenheid, even zeer als deze aantrekking door het geloof, het is Hij die er het beginsel van is en die het in ons bewerkt.
François Liberman.
Commentaar op de H. Johannes. 12, 25-26.
OVERWEGEN.
Op enkele dagen voor Pasen, kondigt de verrijzenis van Lazarus duidelijk deze aan, die Jezus ons komt brengen en die het hart is van het Christelijk leven. Sinds de erfzonde zijn we dood voor goddelijk leven, maar amper was de zonde gebeurd of God heeft zich op de weg begeven om ons het leven terug te geven en de geschiedenis van de mens is deze geworden van zijn heil.
Jezus geeft ons het leven niet, Jezus doet ons niet verrijzen, Hij is het leven, Hij is de Verrijzenis. Het is door omvorming in Hem, het is door vergoddelijking dat we ontsnappen aan de gevolgen van de zonde en onze bestemming terug vinden.
Het Geloof is de weg van onze Verrijzenis. Het bestaat er in Jezus de hand te geven, die ons dan kan uit het graf van het sterfelijk leven doen opstaan, ons doen leven van zijn leven van Liefde en ons beetje bij beetje leiden naar de volheid van deze verrijzenis, waarvan het laatste bedrijf de verrijzenis zal zijn van ons vlees.
BESLISSEN.
Met de 5de zondag van de Vasten begint de Passietijd. Hij verloopt in de schaduw van het Kruis. Laten we het Kruis eren, onderhouden en bloemen schenken in onze huizen, in ons dorp, langs onze wegen. Deze kruisbeelden, die ons het essentiële in herinnering brengen van onze Christelijke identiteit.
17
Wie zijn zij ?
AMBROSIUS (H.) (340-397) Bisschop van Milaan, leraar van de H. Augustinus, voorvechter van de vrijheid van de Kerk tegenover de politieke macht, is Ambrosius eerst en voor al een commentator van de Bijbel en een catechist, van wie de werken in de Latijnse Middeleeuwen veel gelezen werden. We danken aan hem ook een belangrijke verrijking van de westerse liturgie en in feite het echt begin van de kerkelijke zang.
AUGUSTINUS VAN HIPPO (H.) (354-430) De H. Augustinus, zoon van een heidense vader en de vrome Heilige Monica, is de meest gekende, de meest gelezen en de meest becommentarieerde van de Latijnse kerkvaders. Hij was een Berber uit het huidige Algerije. Bekeerd door de prediking van de H. Ambrosius (in 386) na een stormachtige jeugd en een uitmuntende opvoeding als redenaar in het zieltogende Romeinse Rijk, wordt hij bisschop van Hippo in 395. Zijn immens "vre" luidt de Middeleeuwen in. Geschreven op het moment dat de invallen van de Barbaren het einde betekenen van de Oudheid, domineren ze de Westerse theologie en spiritualiteit.
BERNARDUS (H.) (1090-1153) Van nobele Bourgondische afkomst. Treedt in te Cîteaux in 1112. Wordt abt in Clervaux en ligt aan de oorsprong van de wonderbare kloosterhervorming in het Westen (van de Cisterciënzers), die gekenmerkt wordt door gehechtheid aan de primitieve soberheid van de regel van de H. Benedictus. Bemiddelaar in de politieke, intellectuele en godsdienstige conflicten van zijn tijd, was de H. Bernardus vooral een immens mystieker, waarvan de invloed, samen met deze van Augustinus, voortaan de christelijke litteratuur zal beheersen.
BOUDON (Henri-Marie) (1624-1702) Werd gevormd in Normandië en in Parijs. Verwant met de Carmel. Archidiaken van het bisdom Evreux. Hervormt, in contact met de grote Normandische mystici, een zeer lauwe clerus en haalt zich zo veel vijandschap op de hals. Verdacht van quiëtisme, belasterd over zijn zeden, afgezet en terug in ere hersteld, eindigt hij zijn loopbaan als prediker in Lotharingen, in saksen en in België.
CYPRIANUS VAN CARTHAGO (H.) (+ 258) Geboren in Noord-Afrika. Bekeerde Cyprianus zich na een loopbaan van redenaar en werd bisschop van Carthago rond 248. De Het geestelijke en pastorale draagwijdte van zijn werken ter verdediging van het Christendom maken er een eer van voor de Kerk van Afrika en een voorloper van de H. Augustinus. Hij sterft, onthoofd, tijdens de vervolging van Valerius.
EUDES (Jean) (H.) (1601-1680) Geboren in een zeer Christelijk landbouwersgezin in het dorpje Ri in de Orne. Studeerde bij de Jezuïeten en treedt in bij het Oratoire van Bérulle. Hij was een onvermoeibaar prediker in het westen van Frankrijk, toevlucht voor de armen en vertegenwoordigt goed het mystieke Normandië van de XVIIe eeuw. Hij stichtte twee congregaties, een daarvan, de Eudisten, in dienst van de vorming van de priesters, heeft eeuwen lang haar invloed gehad op de Franse clerus.
De Heilige Jean Eudes heeft enorm veel geschreven. Naast La Vie et le Royaume de Jésus dans les âmes chrétiennes (Het Leven en het Rijk van Jezus in de Christelijke zielen) dat samengevat werd in zijn missiepredikingen, willen we zijn werken vermelden over de Saints coeurs de Jésus et de Marie (Heilige Harten van Jezus en Maria), die een voorbode zijn van de verschijningen van Paray-le-Monial, veertig jaar later. Hij was een van de grote actoren van de Franse religieuze vernieuwing in het begin van de eeuw van Lodewijk XIV.
FENELON (François de la Mothe -) (1651-1715). Uit een oude adellijke familie van de Périgord. Fenelon studeert bij de Jezuïeten, daarna bij de Sulpiciens. Priester in 1675, vertrouwd met de omgeving van Lodewijk XIV en Madame de Maintenon, wordt hij de leermeester van de troonopvolger Lodewijk XIV, hertog van Boergondië. Het is deze omgeving dat hij Madame Guyon ontmoet, van wie hij een vurig leerling wordt en later een onvoorwaardelijk verdediger tegenover Bossuet. Aartsbisschop van Kamerrijk in 1695, in halve ongenade na de meer politieke dan leerstellige veroordelingen van zijn "Maximes des saints" in 1699, ontpopt hij zich als een man van God en voorbeeldig herder, laatste vertegenwoordiger van de Gouden Eeuw van de Franse spiritualiteit tegenover het opkomende Jansenisme en het Gallicanisme. Fénélon was een groot geestelijk leider in de lijn van de H. Franciscus van Sales.
18
GERSON (Jean) (1363-1429)
Jean Charlier, geboren in Gerson in de Champagne, werd te midden van de Honderdjarige Oorlog, kanselier van de universiteit van Parijs tijdens het grote Westerse schisma. Om de crisis in de Kerk op te lossen, was hij voorstander van het Concilie van Konstanz. Vervolgd door de Hertog van Bourgondië, leefde hij een eind in ballingschap in Oostenrijk, vooraleer zijn dagen te eindigen in Lyon in gebed, onderricht aan kinderen en zorg voor de armen.
GROU (Jean-Nicolas -) (1731-1803). Geboren in Calais, treedt de jonge Grou binnen bij de Jezuïeten aan 15 jaar. Briljant professor in de letteren in "La Flèche", gaat hij in ballingschap naar Lotharingen bij de opheffing van de orde in 1763. Terug in Parijs wijdt hij zich aan geestelijke leiding voor hij terug in ballingschap gaat naar Engeland wegens de Franse Revolutie.
Humanist van de XVIIIe eeuw is Grou te gelijkertijd filosoof, twistschrijver, geloofsverdediger, moralist en mysticus. Zijn geestelijk onderricht kent zijn hoogtepunt in het "Manuel des âmes intérieures" (Handboek van de inwendige zielen), een verzameling van een zestigtal onderrichtingen, die door zijn leerlingen uitgegeven werden. Opgesteld in een prachtige taal, kan men er de Salesiaanse spiritualiteit van de overgave in ontwaren en te gelijkertijd een uiterst fijne psychologische analyse.
LIBERMAN (François -) (1802-1852) Zoon van een Rabijn uit de Elzas, gedoopt aan 25 jaar na een bliksembekering, richt hij zich naar het priesterschap, dat hij, wegens zijn zwakke gezondheid, eerst zal ontvangen op de leeftijd van 40 jaar. Merkwaardig geestelijk leider, is hij bovendien een van de grote actoren in de evangelisatie van Afrika langs de Congregatie van de H. Geest, die hij in 1848 terug tot leven brengt.
MALAVAL (François) (1627-1719). Uit een welgestelde familie van handelaars uit Marseille, werd François Malaval blind kort na zijn geboorte. Hij was een waardige vertegenwoordiger van de grote culturele en geestelijke vitaliteit in de Provence van de XVIIe eeuw. Ondanks zijn blindheid kreeg hij dank zij zijn fortuin, toch een degelijke opvoeding. Op alle gebieden erg begaafd, te midden van de wetenschappelijke en godsdienstige debatten van die tijd, was Malaval vooral een buitengewoon contemplatief en een even diep als eenvoudig pedagoog voor het inwendig leven. Zeer aangenaam om te lezen, is dit wel een mysticus waarmee men zich nooit verveelt !
RAPIN (René) (1620-1687). Zoon van een apotheker uit Tours. Studeert aan het juist gestichte college van de Jezuïeten en treedt bij hen in aan 19 jaar. Bekend professor in de letteren, doceert hij de dertig laatste jaren van zijn leven in Parijs. Daar smeedt hij stevige vriendschapsbanden met de elite van de politiek, van de godsdienst en van de Franse cultuur op zijn hoogtepunt.
TAULER (Johannes, 1300 ?-1361) Geboren en overleden te Straatsburg, dominicaner predikant, met Eckhart en Suso een der groten van de Rijnland¬se mystiek. Door de vertalingen van de Kartuize van Keulen zal heel de Noordse mystiek van de XIIe en XIVe eeuw onder zijn naam naar het Spanje van de Heilige Teresa en de Heilige Johannes van het Kruis overgaan.
THERESE VAN HET KIND JEZUS (H.) (1873-1897) Geboren te Alençon. Stralende ster in de rationalistische nacht van haar eeuw. Thérèse Martin is nog maar een overgevoelig meisje, gebroken door de dood van haar moeder, als ze ter gelegenheid van een kinderverdriet tijdens de kerstnacht 1886 gans de ellende ervaart van de mens zonder God. Steunend echter op deze zwakheid zelf, stort ze zich in het hart van de Barmhartige Liefde en verwekt zo de Copernicaanse revolutie, die het kenmerk is van haar "kleine weg" en waarin de hedendaagse spiritualiteit zich zal storten. "In deze nacht, waarin Hij zich zwak en lijdend maakte voor mijn liefde, maakte Hij me sterk en moedig. Hij bekleedde me met zijn wapens". Enkele maanden later treedt Thérèse op jeugdige leeftijd binnen in de Carmel van Lisieux. Ze zal van deze onmacht de veerkracht maken voor haar eenheid met God, gaande van vreugde naar vreugde in de zwaarste lichamelijke en geestelijke beproevingen. Tot aan haar dood aan 26 jaar, ten volle beleefd als uitbarsting van leven : "Het is in de armen van de Goede God dat ik val !"