For this blog to translate into language of your choice? Select your language below.
2 prachtige pps-jes hierboven van Godelieve en ook Mama rechts heeft ze gemaakt Klik op de banner en bekijk nog veel meer moois op haar blog
Klik op de banner hier beneden en ga eens langs bij Lenie voor nog meer moois Alle Ave Maria pps-jes hierboven zijn van haar
Gastenboek
Druk oponderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek
Wonder
09-03-2011
DE GEBODEN VAN DE KERK .
Christus heeft aan de Kerk het recht gegeven om ons geboden op te leggen. In ons land zijn er nu nog twee verplichte zondagen. Deze extra zondagen zijn Eerste Kerstdag en Hemelvaartsdag. Op deze dagen moet je dus de Eucharistie mee vieren. Iedere katholiek is vanaf z'n zevende jaar verplicht elke zondag de Eucharistie mee te vieren. De Eucharistie volgen op de radio of teevee is niet voldoende. In de kerk hoort hij meteen 'n preek. Ook daardoor wordt hij in z'n geloof versterkt. Als je niet - of haast niet meer - naar de kerk gaat, zie je het geloof bij zulke mensen langzaam maar zeker verzwakken of zelfs verdwijnen.
Christus heeft z'n heilswerk ook op onthechting en versterving gebouwd. Versterving wil zeggen otters brengen. De Kerk vraagt daarom ook dat we ons regelmatig versterven. Met versterving plus gebed kun je makkelijker het kwaad vermijden. Aswoensdag en Goede Vrijdag zijn vasten- en onthoudingsdagen. Vasten betekent dat je maar één maal per dag 'n volle maaltijd mag gebruiken; 's morgens en 's avonds dus minder.
Op onthoudingsdagen mag je geen vlees eten. Op andere dagen, vooral in de Veertigdagentijd vóór Pasen kunnen we zelf onze versterving bepalen. Vooral door meer te doen voor mensen in nood.
Het geld dat we uitsparen door soberder te leven, kunnen we goed gebruiken voor deze mensen die er vaak zo moeilijk voor zitten.
Wie doodzonde gedaan heeft, moet dat minstens eenmaal per jaar bij 'n priester biechten.
'n Katholiek moet minstens met Pasen te communie gaan.
Het Derde Testament
Gaat over de roeping van Samuel. Ook in die dagen was de rol
van God in het dagelijks leven nauwelijks merkbaar, zoals in de aanhef van de
tekst wordt vermeld.
De jonge Samuel diende in het heiligdom van JHWH
onder toezicht van (de priester) Eli.
In die dagen was het woord van JHWH schaars.
Visioenen waren zeldzaam.
Het geschiedde:
op zekere dag had Eli zich te slapen gelegd
op zijn gewone plaats.
Zijn ogen waren zwak geworden en hij kon niet meer zien.
De lamp van God was nog niet gedoofd
En Samuel lag te slapen in het heiligdom van JHWH,
waar de ark van God stond.
Toen riep JHWH: "Samuel."
Hij antwoordde: "Hier ben ik."
Hij liep haastig naar Eli en zei:
"Hier ben ik, want u hebt mij geroepen."
Maar Eli antwoordde: "Ik heb niet geroepen;
ga maar weer slapen."
Lezing uit de profeet Joël.
Hoor, de stem van God klinkt:
"Keer tot Mij terug met heel je hart,
in vasten, in wenen, in rouwklacht."
Scheur niet je kleren, scheur je hart,
en bekeer je tot de Heer jullie God.
Want Hij is genadig en barmhartig,
lankmoedig en vol liefde,
berouw hebbend over het kwaad.
Wie weet keert Hij zich dan weer tot ons,
en schenkt Hij ons opnieuw zijn zegen,
zodat wij weer naar de tempel kunnen gaan,
met spijsoffers voor de Heer onze God.
Blaas de bazuin op de Sion,
nee, niet om ten strijde te trekken,
maar om boete te doen.
Roep een vasten uit,
laat heel het volk samenkomen,
de ouderen zowel als de kinderen en de zuigelingen.
Laten ook de bruid en de bruidegom uit hun bruidsvertrek treden,
laten de priesters zich in processie naar het altaar begeven,
en wenend voorgaan in gebed:
"Spaar, Heer, uw volk, geef uw erfdeel niet prijs aan de smaad,
zodat geen heiden kan spotten: 'Waar is jullie God?'
Uw naam staat op het spel!"
Toen kreeg de Heer medelijden met zijn land,
de Eeuwige ontfermde zich over zijn volk.
Mt 6,1-7.
Jezus zei: Let erop dat je er niet bij iedereen mee te koop loopt,
als je iets goeds doet.
Anders heeft het in de ogen van uw hemelse Vader geen waarde.
Wanneer je iemand helpt, doe het dan zonder ophef.
Dat doen alleen diegenen die indruk willen maken
en die op straat door de anderen
met de nodige hoogachting willen aangekeken worden.
Maar je moet zo helpen,
dat je niet met je linkerhand natelt
wat je rechterhand uitgeeft.
Zo moet het ook zijn als je bidt.
Doe het niet als de schijnheiligen,
die bidden om bij de mensen op te vallen
en indruk te maken.
Maar als je bidt, ga dan je kamer binnen,
sluit de deur en spreek in stilte tot je Vader.
Hij ziet wat in het verborgene gebeurt.
Bid niet gedachteloos, als leeghoofden,
die menen dat zij verhoord worden
omdat ze zoveel schone woorden gebruiken.
ALMACHTIGE,EEUWIGE GOD.
ALMACHTIGE,EEUWIGE GOD,SPAAR DE BOETVAARDIGEN,WEES GENADIG VOOR HEN,DIE TOT U SMEKEN.
EN GEWAARDIG U,UW HEILIGE ENGEL,VAN DE HEMEL TE ZENDEN.
OM DEZE AS TE ZEGENEN EN TE HEILIGEN,OP DAT ZIJ EEN HEILZAAM GENEES MIDDEL VOOR ALLEN WORDE DIE UW NAAM NEDERIG AANROEPEN,
ZICH OPRECHT AAN HUN ZONDEN SCHULDIG BEKENNEN,
VOOR UW GODELIJKE GOEDERTIEREND HEID,HUN MISSLAGEN BEWENEN,
OF UW MILDDADIGE GOEDHEID,NEDERIG EN DRINGEND AFSMEKEN;
EN BEWERK DOOR DE AANROEPING VAN UW HEILIGE NAAM;
DAT DEGENEN,DIE MET DEZE AS BESTROOIT WORDEN TOT UITBOETING VAN HUN ZONDEN,
GEZONDHEID VOOR HET LICHAAM,EN BESCHERMING VOOR DE ZIEL MOGE VERWERFEN.
DOOR CHRISTUS ONZE HEER,AMEN
GOD,GIJ LAAT U BEWEGEN DOOR VERNEDERING.
GOD,GIJ LAAT U BEWEGEN DOOR VERNEDERING,EN VERZOENEN
DOOR BOETVAARDIG HEID.
NEIG VOL LIEFDE UW OOR NAAR ONZE GEBEDEN,EN STORT OVER DE HOOFDEN VAN UW DIENAREN,
DIE MET DEZE AS BESTROOIT ZIJN,GOEDGUNSTIG DE GENADE VAN UW ZEGEN UIT,OPDAT GIJ HEN VERVULD MET DE GEEST VAN ROUW
MOEDIGHEID EN INDERDAAD GEEFT WAT ZIJ RECHT MATIG VRAGEN,
EN MOGE DAT GENE DAT GIJ HEB GEGEVEN.
VOOR ALTIJD BEVESTIGD,EN ONGESCHONDEN BLIJFEN
DOOR CHRISTUS ONZE HEER,AMEN
BOETEVAARDIGHEID.
GOD,GIJ WILT NIET DE DOOD VAN DE ZONDAARS,MAAR HUN
BOETEVAARDIGHEID.
GEEF GOEDGUNSTIG ACHT OP DE BROOSHEID VAN ONZE MENSELIJKE NATUUR.
EN GEWAARDIG U OVEREENKOMSTIG,UW GOEDHEID,DEZE AS TE
ZEGENEN,
DIE WIJ OVER ONZE HOOFDEN WILLEN STROOIEN,ALS TEKEN VAN VERNEDERING,OM VERGIFFENIS TE VERKRIJGEN.
OPDAT WIJ,DIE ERKENEN DAT WIJ STOF ZIJN,EN ALS STRAF VOOR ONZE BOOSHEID TOT STOF ZULLEN WEDER KEREN,
VERGIFFENIS VAN ALLE ZONDEN,EN HET LOON DAT DE BOETE VAARDIGE BELOOFT IS,
DOOR UW BARMHARTIG HEID MOGEN VERWERFEN.
DOOR CHRISTUS ONZE HEER ,AMEN
God.
God, daarom bidden wij Jou, rond deze as
die ons herinnert aan onze broosheid en onze vergankelijkheid.
Alles is voorbijgaand,
ook ons leven en al wat we daarin bereiken,
want ons leven is aan tijd gemeten.
Jij alleen bent de Eeuwige.
Leer ons daarom om onze verlangens
te herschikken in het zicht van die eeuwigheid;
om grenzen van onszelf en van elkaar te aanvaarden;
om bijzaak van hoofdzaak te onderscheiden.
Blijf bij, corrigeer ons en sterk ons in de komende 40 dagen,
zodat wij nieuwe mensen worden,
verrassend dicht bij Jouw droom van deze wereld. Amen
Gebed voor Aswoensdag.
Van stof en as zijn we.
We zullen wegwaaien,
verstuiven naar de vier windstreken,
van stof en as zijn we.
Klein en nietig, niemendalle.
Vergaan zullen we
terugkeren tot de aarde
waaruit we zien gemaakt.
Maar van uw adem zijn we, God,
Gij hebt uw levensadem in de klei geblazen
die ge als een pottenbakker
tot ons, tot uw beeld hebt gekneed.
Tot uw adem, tot uw hart
en scheppende God keren wil terug:
dat is onze hoop.
"Het Teken van de Mensenzoon " (Schriften van Madeleine)
ZEVENDE VERSCHIJNING.
Woensdagavond, 27 december 1972 om 19.00 uur
Madeleine verlaat samen met de pastoor de sacristie van de parochiekerk en ziet nu het Lichtende Kruis verschijnen, veel kleiner, en het lijkt wel hoger aan de hemel te staan.
Enige seconden later vormt zich aan de voet ervan een ovale wolk, daarna verdwijnt plotseling het Kruis en op de wolk zet zich een menselijke gedaante neer :
"Nog nooit heb ik zoiets moois gezien. Zijn hoofd was voorover gebogen en zijn handen naar mij uitgestrekt als om mij te begroeten".
Zij hoort :
"Vreest niet, Ik ben Jezus van Nazareth, de verrezen Mensenzoon..."
"Weest zo goed dit te herhalen : "O sorte nupta prospera Magdalena ! Annuntiate virtutes Ejus qui vos de tenebris vocavit in admirabile Lumen suum."
Vertaling uit het Latijn : "Oh Madeleine, welk een gunstig lot heeft u tot bruid gemaakt ! Verkondigt de deugden van Hem die u geroepen heeft vanuit de duisternis tot zijn wonderbaar Licht."
En Madeleine schrijft :
"Ik heb deze schone pracht nog even mogen bewonderen en toen was alles ineens verdwenen."
Verder : "Vurig heb ik begeerd dat de tijd stil zou staan... dan zou ik niet de enige zijn geweest om Jezus te zien, die avond van de 27e december, dan zou de hele mensheid die Schoonheid hebben kunnen bewonderen... allen zouden hetzelfde verlangen als ik hebben gekend : Hem voor altijd te aanschouwen in alle eeuwigheid...
Zijn ogen zijn vol liefde, allervriendelijkst en vol droefheid tegelijk, en zijn stem is van een weergaloze mildheid... En op zekere dag, lang niet ver weg, zal iedereen Hem zien, komende op een wolk, en op die Dag zal het aanschijn van de aarde in een schitterend licht zijn gedompeld. Nu is de tijd om het hoofd omhoog te heffen, u kunt nog gered worden... Wij zijn allen een enige geest in God. Jezus die zich verwaardigd heeft mij te bezoeken... Hij is evengoed aanwezig bij u, maar ons lichaam werkt belemmerend ten aanzien van Hem en belet het geestelijke te zien..."
Opmerking :
Madeleine had zojuist de kerk voor een huwelijk met bloemen versierd, een taak die haar door de afwezigheid van de zusters was toevertrouwd, en wat al die avond tevoren gereed had moeten zijn. Maar toen had de eerwaarde lHorset geen tijd weten te vinden om haar aan te geven waar zich de bloempotten en nodige versiersels bevonden.
DE INNERLIJKE VERTROOSTING.
De mens behoort zich geen troost
maar eerder straf waardig te achten
Heer, ik ben uw troost niet waard en ook niet een of ander geestelijk bezoek; daarom handelt Gij rechtvaardig met mij, wanneer Gij mij hulpeloos en eenzaam achterlaat. Want al kon ik een zee van tranen storten, dan nog zou ik uw vertroosting niet verdienen. Ik verdien immers niets dan gegeseld en gestraft te worden, want zwaar en dikwijls heb ik U beledigd en in vele dingen zeer misdaan. Want uw kruisiging is ook mijn schuld; niet alleen de Joden van toen, die U niet erkennen wilden als de Messias.
Daarom, volgens een zuivere balans afgewogen, ben ik zelfs de minste gunst niet waardig. Maar Gij, genadige en barmhartige God, die niet wilt dat uw werken vergaan, opdat Gij de rijkdom van uw barmhartigheid zoudt laten zien in hen die volstrekt openstaan voor die barmhartigheid, Gij zijt wel zo goed dat Gij uw dienaar boven al zijn verdiensten uit wilt troosten op een meer dan menselijke wijze.
Want uw vertroostingen zijn niet als het meepraten van de mensen.
Wat heb ik gedaan, Heer, dat Gij vanuit de hemel mij enige troost zoudt brengen? Ik herinner mij niet iets goeds te hebben gedaan; integendeel: altijd tot het verkeerde geneigd, was ik traag om mij te verbeteren. Het is waar en ik kan het niet ontkennen. Als ik anders zou zeggen, zoudt Gij tegenover mij staan en niemand zou er zijn die mij kon verdedigen.
Wat heb ik verdiend voor mijn zonden, tenzij de hel en het eeuwig vuur? Ik belijd in waarheid dat ik alle verguizing en verachting waard ben, en ik mag niet onder uw vrome dienaars worden gerekend. En al hoor ik het niet graag, toch zal ik tegen mijzelf mij volgens waarheid van mijn zonden beschuldigen, opdat ik gemakkelijker uw barmhartigheid mag vinden.
Wat zal ik zeggen, ik schuldige die vol schaamte ben? Ik zie geen kans iets anders te zeggen dan dit ene: ik heb gezondigd, Heer, ik heb gezondigd, ontferm U over mij, wil het mij vergeven. Gun mij nog een ogenblik dat ik mijn ellende beween, vóór ik naar het duistere land vertrek dat met de schaduw van de dood bedekt is.
Wat vraagt Gij het meest van een schuldige, ongelukkige zondaar dan dat hij diep berouw heeft en zich om zijn wandaden vernedert?
Uit waarachtig berouw en innerlijke vernedering wordt de hoop op vergeving geboren, wordt het verontruste geweten gekalmeerd, wordt de verloren genade terug gegeven, de mens tegen de komende toorn beschermd en ontmoeten elkaar in heilige omhelzing God en de rouwmoedige ziel.
Het nederig berouw over de zonden, Heer, is voor U een aangenaam offer: het is geuriger voor uw aangezicht dan brandende wierook. Het is ook de kostbare nardus die Gij gewild hebt dat over uw voeten werd uitgestort, want nooit, Heer, hebt Gij een berouwvol en vernederd mens afgewezen. Daar is het toevluchtsoord voor de woede van de vijand, daar wordt hersteld en weer gereinigd wat elders aan onreinheid was opgelopen.
VERVOLG OPENBARINGEN VAN DE H. BRIGITTA VAN ZWEDEN.
AAN HET ROOMSE EN GRIEKSE VOLK VAN CYPRUS.
ZEVENDE BOEK, KAP. 19.
Iemand, die in gebeden verzonken was, werd verrukt in den geest en zag een paleis van onmetelijke grootte en onuitsprekelijke schoonheid. En daar zag zij Christus als den hoogsten Keizer onder zijn Heiligen zitten, op den hoogsten, keizerlijken troon. En Hij opende Zijn gezegenden mond en uitte de volgende woorden, die hier aldus zijn neergeschreven: "Ik ben, voorwaar, de hoogste liefde, want alles wat ik gedaan heb sinds het begin, deed ik uit liefde, en eveneens komt alles wat ik doe en steeds doen zal, voort uit mijn liefde.
Want de liefde is nu even onbegripelijk in mij als gedurend den tijd van mijn lijden, toen ik door mijn dood al mijn uitverkorenen van de hel redde, die deze verlossing en redding waardig werden. Want indien het mogelijk was, dat ik evenveel malen sterven kon, als er zielen in de hel zijn, zodat ik opnieuw den dood zou lijden voor een ieder van hen afzonderlijk, zooals ik dien leed voor allen, zou mijn lichaam bereid zijn dit alles uit te staan met blijden moed en de volmaaktste liefde. Maar het is onmogelijk, dat mijn lichaam wederom zou kunnen sterven of lijden.
En even onmogelijk is het, dat een ziel, die na de dood naar de hel veroordeeld wordt, ooit daar uit gered zal worden of de vreugde des hemelrijks genieten, die mijn Heiligen en uitverkorenen genieten doordat zij in eeuwige zaligheid Gods aanzijn beschouwen, maar de verdoemde zielen zullen in eeuwigen dood de pijnen der hel lijden, omdat zij mijn lijden en mijn dood niet wilden annemen en mijn wil niet opvolgen, terwijl zij op aarde leefden. En daar ik alleen de rechter ben over de beleedigingen en de ondankbaarheid die mij aangedaan wordt en mijn liefde, die ik den menschen altijd bewijs, de zondaars voor mijn rechterstoel aanklaagt, heeft de rechtvaardigheid het recht de zondaars volgens mijn wil te vonnissen.
Nu dien ik een klacht in tegen de inwoners van het rijk Cyprus, een klacht tegen één enkel mens. Ik klaag niet mijn vrienden aan, die mij liefhebben met geheel hun hart en in alles mijn wil doen. Maar ik klaag allen aan als één mens, die mij versmaadt en altijd weerstand biedt aan mijn wil en hardnekkig tegen mij opstaat. En daarom zal ik nu tot hen spreken als tot één mens: "O, volk van Cyprus, dat weerspannig tegen mij is, luister en geef nauwkeurig acht op wat ik zeg. Ik had u lief, zooals een vader zijn eenigen zoon liefheeft, dien hij wil verheffen tot alle eer. Ik gunde u een land waar in overdaad alles te vinden is wat noodig is tot onderhoud van uw lichaam.
Ik zond u de warmte en het licht van mijn Heiligen geest, opdat gij het waar christelijk geloof begrijpen zoudt, waartoe gij u even getrouw verplichtte als gij u ootmoedig onderwierpt aan de gehoorzaamheid en bevelen der Heilige Kerk. Ik zette en stelde u ook op een plaats, die zeer geschikt was voor een trouw dienaar, namelijk onder mijn vijanden, opdat uw kroon in het hemelrijk des te kostbaarder wezen zou als loon voor uw werk op aarde en den strijd van uw lichaam. Ik droeg u ook lang in mijn hart, waarmee ik bedoel dat ik u lief had, en ik beschermde u als mijn oogappel in alle droefheid en tegenspoed.
En zo lang gij mijn geboden navolgde en getrouw de gehoorzaamheid en de geboden der Heilige Kerk in acht naamt, kwamen voorzeker ontelbare zielen van het rijk Cyprus naar mijn hemelrijk om met mij de eeuwige glorie te genieten. Maar daar gij nu uw eigen wil volgt en doet al wat uw hart verheugt en mij, uw rechter, niet vreest, en mij, uw schepper, niet liefhebt, die u verloste door den bittersten dood, maar mij uitspuwde als iets wat slecht riekt en slecht smaakt en de duivel te zamen met uw ziel opsluit in uw hart, en mij daar uitwerpt als een dief, of een rover en u niet schaamt in mijn aanschijn te zondigen, daarom is het rechtvaardig en uw welverdiend loon dat gij niet in den hemel zult komen. Van al mijn vrienden verwijderd komt gij voor eeuwig in de hel, onder mijn vijanden.
En een ding zeg ik u, waaraan niet te twijfelen valt, dat mijn Vader, die in mij is en ik in Hem en de Heilige geest in ons beiden, mijn getuige is dat nooit anders dan waarheid uit mijn mond kwam. Weet ook dat de ziel van een ieder, die is als gij nu zijt en die zich niet beteren wil, dezelfden weg gaat, dien Lucifer is opgegaan door zijn hoogmoed en Judas, die mij uit geldzucht verkocht, en Zambri, dien Phineës vermoordde, van wege zijn losbandigheid. Hij zondigde tegen mijn gebod, en daarom werd zijn ziel tot de hel verdoemd.
En daarom verkondig ik het volk van Cyprus, dat indien gij u niet bekeert, uw geslacht en uwe nakomelingen in het rijk Cyprus zullen uitsterven en dat ik rijken noch armen sparen zal. Uw geslacht zal in korten tijd door de mensen vergeten zijn, alsof gij nooit geboren waart. Daarom behaagt het mij in dit rijk van Cyprus nieuwe loten te planten, die mijn geboden zullen opvolgen en mij beminnen met geheel het hart. Maar weet dat een ieder die zich wil beteren en met ootmoed naar mij terug wil keeren, dien zal ik met vreugde te gemoet ijlen als een tedere schaapherder en hem op mijn schouders zelf naar mijn schapen terugbrengen.
Maar door mijn schouders versta ik, dat een ieder die zich geheel betert, door de verdiensten van het lijden dat mijn lichaam en mijne schouders doorstond, en door mijn dood de eeuwige vreugde in het hemelrijk zal deelachtig worden. Weet ook dat mijn vijanden, die in genoemd rijk wonen, het niet waard zijn dat zulk een goddelijke openbaring en waarschuwing hun door mij wordt toegezonden. Maar enkelen mijner vrienden, in hetzelfde rijk, die mij trouw dienen en liefhebben met geheel hun hart, bewogen mij er toe, door hun werk en door hun gebeden onder tranen, u door de woorden van deze openbaring het zwaar en droef gevaar van uw ziel te doen verstaan. Want enkelen mijner vrienden was het geopenbaard, dat ontelbare zielen in Cyprus buiten de eer van het hemelrijk gesloten zouden worden en eeuwig verdoemd waren tot de dood in de hel.
Maar bovenstaande woorden spreek ik tot de christenen, die de latijnsche taal spreken, en onderworpen zijn aan de gehoorzaamheid van de roomsche Kerk en in den doop mij waar christelijk geloof beloofden, doch mij geheel verlieten en dingen deden die mij onaangenaam zijn. Maar de Grieken, die weten, dat het allen christenen betaamt een christelijk geloof te belijden en alleen éen Kerk te gehoorzamen, de roomse en in de wereld één enkel persoon boven allen te erkennen, den paus, als geestelijk vader en herder, maar die zich niet ootmoedig willen onderwerpen aan die roomse Kerk en mijn dienaar den paus, uit hoogmoed, geldzucht of andere redenen zijn mijn genade en barmhartigheid bij hun dood onwaardig.
Maar andere Grieken, die innig verlangen om het geloof van de Roomsche Kerk grondig te leeren kennen, maar er geen gelegenheid toe hadden en het toch volgaarne aannamen, en zich ootmoedig onderworpen aan haar gebod en ondertusschen volgens hun beste weten leven in het ambt dat zij bekleeden en het geloof, dat zij hebben, en niet zondigen, zullen na hun dood, als zij voor mijn oordeel geroepen worden, barmhartigheid ondervinden. De Grieken moeten ook weten, dat hun rijk en hun domein nooit zeker of veilig zal zijn. Dat zij nooit in waren vrede zullen leven maar altjid onderdrukt zullen worden door hun vijanden, die hun de grootste en droefste ellende zullen aandoen, totdat zij zich aan de Roomse Kerk onderwerpen en met waren ootmoed die Kerk en haar heilige geboden en gebruiken volkomen gehoorzamen."
En nadat de H. Birgitta in den geest deze dingen gezien en gehoord had, verdween dit visioen en verkeerde zij in grote vrees en was zeer verbaasd.
- 14.30 u conferentie door E.H. P. van de Kerckhove.
"De 1ste Brief van Petrus."
- 16.00 u koffiepauze
- 16.30 u mogelijkheid tot vragen stellen
- 16.45 u slotgebed.
AANDACHT. ***************
De vergadering van volgende maand is op
30 april 2011.
Verantwoordelijke uitgever: A. Spaas
Luikersteenweg 281, 3500 HASSELT (011/271445)
Penningmeester: L. Vos S.G.A.G.
Visésteenweg 159, 3770 RIEMST (012/453764)
Rekening: 103-2243867-34
(Voor wie ons wil steunen).
Afgiftekantoor,
3770 RIEMST
P2A8750
S.G.A.G.
Studiegroep Actueel Geloofsleven
Schaapsdries 28 B 3600 GENK
Afdeling Thomas Moregenootschap Limburg
Maandblad: Verschijnt niet in JULI en AUGUSTUS.
Nummer 262 maart 2011.
"Ik ben geheel de Uwe." *********************
"Het Teken van de Mensenzoon " (Schriften van Madeleine)
ZESDE VERSCHIJNING.
Donderdag, 21 december 1972 om 4.35 uur
Zesde visioen van het Kruis, nog altijd op dezelfde plaats, dezelfde tijd en op dezelfde wijze.
De stem die van opzij scheen te komen :
"Zoudt u zo goed willen zijn om het bisdom te zeggen dat de priester zijn parochie niet verlaten moet voordat de hem opgedragen taak is volbracht ?"
Gedurende ongeveer vijftien tot achttien minuten bekijkt Madeleine het Kruis en zij zegt :
"Dat wonderbaar licht doet geen pijn aan de ogen, het verblindt slechts de geest."
Daarna hoort zij :
"Vindt drie personen en bidt samen met hen de rozenkrans voor de oprichting van het Glorierijke Kruis, hier, aan de grens van het gebied van Dozulé."
Opmerking :
vanaf deze dag bidden de kloosterzusters B. en M. met de priester de rozenkrans, en worden zij van de Verschijningen op de hoogte gehouden.
DE INNERLIJKE VERTROOSTING.
Als men het hoogste niet kan beoefenen
behoort men bescheidener dingen te doen
Mijn zoon, gij kunt niet altijd branden van ijver voor het goede en u niet altijd op de hoogste trap van de beschouwing staande houden. Maar omdat gij vanaf het allereerste begin gekwetst zijt, moet gij soms wel naar het lagere afdalen en de last van dit bederfelijk leven dragen ook tegen uw verlangen in en met verdriet. Zolang gij een sterfelijk lichaam meedraagt, zult gij innerlijk verdrietig en bezwaard van hart zijn.
Daarom kan het niet anders of gij zult in het lichaam zuchten om lichamelijke lasten, omdat gij niet in staat zijt u onophoudelijk in geestelijke studie en de beschouwing van het goddelijke te verdiepen.
Dan is het voor u goed tot de bescheidener uitwendige werken uw toevlucht te nemen en u te ontspannen in goede werken, mijn komst en het hemels bezoek met groot vertrouwen af te wachten, uw ballingschap en dorheid van geest geduldig te verdragen totdat gij weer door mij wordt bezocht en van alle angsten bevrijd.
Want Ik zal maken dat gij uw zwarigheden vergeet, en u de innerlijke rust doen genieten. Ik zal de weiden van de Schrift voor u ontsluiten, zodat gij met een verruimd hart de weg van mijn geboden kunt gaan. En gij zult zeggen: Het lijden van deze tijd is niet te vergelijken met de toekomstige heerlijkheid die in ons openbaar zal worden.
VERVOLG OPENBARINGEN VAN DE H. BRIGITTA VAN ZWEDEN.
ZEVENDE BOEK, KAP. 18.
Toen vrouwe Birgitta in Jerusalem was, aarzelde zij, of zij zich zou huisvesten in het Franciscaner klooster op de berg Sion, of in de herberg voor vreemdelingen. Toen verscheen haar de Maagd Maria en zeide: "Op de berg Sion in deze stad zijn twee soorten van mensen: Sommigen beminnen God met heel hun hart; anderen willen God bezitten, maar toch is de wereld hun zoeter. Daarom, opdat de goeden niet beledigd worden en de tragen er geen aanleiding tot navolging in vinden en om hun, die na u komen, een voorbeeld te geven, is het beter uw intrek te nemen in de plaats voor pelgrims bereid. Want mijn Zoon zal ulieden van alles voorzien, zoals het Hem gelieft."
ZALIGSPREKINGEN.
Zalig zij , die ons , bejaarde mensen , oud durven laten worden in deze tijd , zij zullen de rijkdom van onze jaren mogen ervaren. Zalig zij , die aanvaarden dat wij trager worden en behoren tot een ver verleden tijd , zij zullen niet opgeslokt en afgestompt worden door het jachtend razen van deze meedogenloze tijdstrijd. Zalig zij , die beseffen dat onze oren niet alles meer horen en onze ogen niet alles meer zien , zij zullen de taal van ons hart en de tekening van ons leven mogen ontdekken. Zalig zij , die met ons meeleven als wij de lasten van onze oude dag moeten dragen , zij zullen de kracht van onze liefde voelen groeien in het diepste van hun hart. Zalig zij , die ons dagenlang laten vertellen en nooit wrevelig zeggen ; 'Dat heb je mij al duizend keren gezegd' , zij zullen de waarde van de herinnering in de diepte van ons levensverhaal vinden. Zalig zij , die ons 'oud - zijn' en ons 'mens zijn' respecteren en ons onze waardigheid laten , zij zullen eerbiedig en dankbaar het geschenk van onze levensvoltooiing ontvangen. Zalig zij , die door hun milde goedheid ons helpen ons laatste restje levensweg naar God te gaan , zij zullen Hem als kern van ons bestaan doorheen hun dagen dragen. Het zij zo.