Foto
TOESPRAAK VAN PATER PETAR
  • Deel 1
  • Deel 2
  • Deel 3
  • Deel 4
  • Deel 5
  • Deel 6
  • Deel 7
  • Deel 8
  • Deel 9
  • Foto
    Foto
    Het  logo  van  het  Bisdom  Gent  van  MG.  Van  Looy
     
    Origen
    Quantcast
    Met hulp en medewerking van John Pont is dit blog gemaakt
    HOUD UW LAMPEN BRANDEND.
         Image and video hosting by TinyPic
    For this blog to translate into language of your choice? Select your language below.
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
     2 prachtige pps-jes hierboven van Godelieve en ook Mama rechts heeft ze gemaakt
    Klik op de banner en bekijk nog veel meer moois op haar blog
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Klik op de banner hier beneden en ga eens langs bij Lenie voor nog meer moois
    Alle Ave Maria pps-jes hierboven zijn van haar
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Gastenboek

    Druk oponderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek

    Foto
    Wonder

    04-03-2011
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.KARDINAAL RUINI LEIDT ONDERZOEKSCOMMISSIE NAAR VERSCHIJNINGEN IN MEDJUGORJE.

    KARDINAAL RUINI LEIDT ONDERZOEKSCOMMISSIE NAAR VERSCHIJNINGEN IN MEDJUGORJE.

    BRUSSEL (KerkNet/Rome Reports) – De Italiaanse kardinaal Camillo Ruini leidt een onderzoekscommissie naar de authenticiteit van de Mariaverschijningen in het Bosnische bedevaartsoord Medjugorje. De commissie werd opgericht op initiatief van paus Benedictus XVI en zij maakt deel uit van de Congregatie voor de Geloofsleer.

    Ruini vertelde deze week aan ‘Rome Reports’ dat zijn commissie meer duidelijkheid moet verschaffen over wat er zich in Medjugorje afspeelt. Sinds 1981 waren minstens zes mensen getuige van de verschijningen van Maria en het bedevaartsoord in Bosnië-Herzegovina wordt jaarlijks door honderdduizenden pelgrims bezocht. Medjugorje is inmiddels ook uitgegroeid tot het derde populairste bedevaartsoord in Europa. Toch hebben de plaatselijke bisschoppen het bovennatuurlijke karakter van de verschijningen nooit erkend. Zij erkennen wel de pastorale betekenis van Medjugorje en de geestelijke vruchten bij gelovigen.

    (Kerknet)


    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.‘AFSCHAFFING BEROEPSGEHEIM IS ONVERSTANDIG’

    ‘AFSCHAFFING BEROEPSGEHEIM IS ONVERSTANDIG’

    BRUSSEL (KerkNet/Tertio) – Zowel kerkjuristen, medici als advocaten schieten met scherp op het voorstel van volksvertegenwoordiger Renaat Landuyt (SP.A) om het beroepsgeheim ondergeschikt te maken aan de meldingsplicht van seksueel misbruik. "Dit is een waanzinnig voorstel. Vertrouwelijkheid is de essentie van ons beroep. Op het schenden van het beroepsgeheim staan overigens strenge straffen", zegt de Gentse advocaat Joris Van Cauter. De advocaat erkent dat er uitzonderlijke situaties kunnen voorkomen. "Maar dat zijn bijzonder uitzonderlijke gevallen die amper voorkomen." Ook de Orde van de Vlaamse balies verwijst naar de wettelijke bescherming van het beroepsgeheim. "Uitzonderingen zijn er alleen als een advocaat kennis krijgt van eminent gevaar voor de fysieke integriteit van een derde."

    Vertrouwelijkheid.

    Ook medici maken zich ongerust naar de manier waarop een eventuele meldingsplicht het beroepsgeheim zou uithollen. Ook daar wordt verwezen naar de vertrouwelijkheid en de wettelijke bescherming. De rechtsspecialist Herman Nys van de K.U. Leuven vult wel aan dat artsen die kennis krijgen van een misdrijf op minderjarigen ‘ultimum remedium’ de bevoegde instanties op de hoogte kunnen stellen. "Gewoonlijk doet hij dat bij vertrouwensartsencentra." Kerkjurist Kurt Martens voegt er nog het argument van de godsdienstvrijheid aan toe voor het biechtgeheim van priesters. Biechtvaders kunnen misdadigers wel aansporen zich bij de politie aan te geven. "Maar de ondermijning van het biechtgeheim is ernstig, want het raakt een van de fundamenten van de Kerk. In die zin durf ik te zeggen dat de godsdienstvrijheid hier in het gedrang kan komen, want een essentieel onderdeel van godsdienst dreigt aan banden gelegd of ondermijnd te worden door de overheid."


    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.DENK EVEN NA.

    DENK EVEN NA.

    Wanneer God een traan in jouw oog geeft, wil Hij een regenboog in je hart geven.

    Als God ons over rotsachtige wegen laat gaan, zorgt Hij voor stevige schoenen.

    Hoe meer vrucht de korenaar draagt, des te nederiger buigt de halm.

    Geloven is simpel, maar mensen maken het vaak moeilijk.

    In Gods winkel liggen de beste dingen op het laagste rek. Je moet knielen om ze te grijpen.

    God kan de wind van richting doen veranderen, maar de mens moet de zeilen bijstellen.


    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.ZALIGVERKLARING STICHTERES VAN ZUSTERS PASSIONISTEN van TIENEN.

    ZALIGVERKLARING STICHTERES VAN ZUSTERS

    PASSIONISTEN van TIENEN.

    Moeder Martha Vandenputte Bron: Zusters passionisten.

    BRUSSEL (KerkNet) – Nog in het voorjaar start de diocesane fase voor het zaligverklaringsproces van Moeder Martha Vandenputte, de stichteres van de zusters passionisten van Tienen. De religieuze, die op 29 september 1891 in Sint-Joost ten Node geboren werd, stichtte met de passionist Valentinus Elshocht een congregatie met het oog op de missionering van Congo. Moeder Martha was reeds als kind aangetrokken door Christus en zij wist zich geroepen tot het kloosterleven. Op 8 december 1927 stichtte zij met toestemming van kardinaal Van Roey te Wezembeek-Oppem de ’Missionarissen van het Allerheiligste Kruis en Passie van de Heer Jezus Christus’, later de congregatie van de zusters Passionisten te Tienen. In januari 1930 vond de goedkeuring van de constituties plaats en een jaar later trad de congregatie toe tot de internationale passionistenfamilie. Zij zou de congregatie blijven leiden tot aan haar dood op 17 september 1967. De Vlaamse religieuze stond vooral bekend om haar bijzondere uitstraling, intelligentie, gastvrijheid en een eindeloze behulpzaamheid. Totaal uitgeput en volledig immobiel stierf ze op 17 september 1967. Op haar voorspraak werden en worden volgens de zusters passionisten van Tienen nog steeds vele gebeden verhoord.


    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Film "DES HOMMES ET DES DIEUX" WINT DE SIGNISPRIJS.

    Film "DES HOMMES ET DES DIEUX" WINT DE SIGNISPRIJS.

    BRUSSEL (KerkNet/SIGNIS) – De film ‘Des hommes et des Dieux’ van de jonge Franse regisseur Xavier Beauvois is onderscheiden met de prijs van ‘Beste Europese Film van 2010’. De onderscheiding wordt jaarlijks toegekend door de Europese afdeling van Signis, de internationale katholieke organisatie voor radio, film en televisie. De film verhaalt het lot van Franse trappisten in het Algerijnse dorp Tibhirine in het Atlasgebergte, van kort voor hun ontvoering tot hun dood. Beauvois baseerde zijn film op waar gebeurde gebeurtenissen.

    De film is verkozen door Signisafgevaardigden uit 26 Europese landen.

    (Kerknet)

    De film komt ook uit op DVD eind februari en langs AVIMO kun je hem verkrijgen met 10% korting als je bestelt voor 15 februari. De prijs ligt ergens tussen 22 en 25 euro normaal. Ik heb nog niet de juiste prijs omdat

    we hem dus nog niet ontvangen hebben! Misschien kan je dat ook doorgeven. Te bestellen per E-mail langs avimo@kerknet.be of met een briefje naar:

    Castrum/Avimo

    Liturgisch Centrum Abdij Keizersberg

    Mechelsestraat 202

    3000 Leuven Tel 016 31 00 65


    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.DE GODDELOOSHEID.

    DE GODDELOOSHEID.

    De Franse schrijver-piloot, Saint-Exupéry, schrijver van de boeken ‘Le Petit Prince, ‘La Citadelle’, ‘Terre des Hommes’, stortte tijdens een verkenningsvlucht boven bezet Frankrijk neer in 1944. Hij was een edel man met hoge opvattingen over de mens en zijn verantwoordelijkheid in de maatschappij, die over de mensen moet regeren. Hij schreef:

    Als de mensen goddeloos worden, dan zijn:

    - de regeringen radeloos;

    - de leugens grenzeloos;

    - de schulden talloos;

    - de besprekingen uitzichtloos;

    - de politiekers karakterloos;

    - de christenen gebedsloos;

    - de kerken krachteloos;

    - de volkeren vredeloos;

    - de zeden teugelloos;

    - de mode schaamteloos;

    - de conferenties eindeloos;

    - de vooruitzichten troosteloos.

    Tot onze spijt moeten we het uitroepen: wat die man schreef is huiveringwekkend actueel! Schrijnende aanklacht tegen de goddeloze en zedeloze samenleving. De Stem van een roepende in de woestijn. Een noodkreet, overspoeld door de arrogantie van de bandeloosheid. De Titanic vergaat, maar het orkest speelt verder? De mensheid wordt voortdurend gewaarschuwd, maar de profetische woorden die de hemel schenkt, worden met hoon en verwerping onthaald, tot het te laat zal zijn...

    Laten wij even aandachtig twee uittreksels lezen uit de Liefde Boodschappen van de Barmhartige Jezus aan Zijn Kleine Zielen:

    "Laat ieder ogenblik van uw leven een onophoudelijke hernieuwde offergave aan de goddelijke Liefde zijn. Geloof, Aanbid, Hoop" (19 november 1965).

    "Draag uw kruis, zoals Ik het mijne heb gedragen". (20 dec. 1965)

     


    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen."Het Teken van de Mensenzoon " (Schriften van Madeleine)

    DERDE VERSCHIJNING

    Donderdag, 7 december 1972 om 4.35 uur

    Op dezelfde plaats vormt zich, nu voorafgegaan door een schitterend schijnsel als bij een bliksemstraal, voor de derde maal het wonderbare Kruis, en Madeleine hoort een stem van omhoog :

    "Audivi ("O divi" schrijft zij !) vocem de Cælo dicentem mihi...

    Vertaling uit het Latijn : "Ik heb een stem uit de hemel gehoord, die mij zei…"

    Zegt de priester om op deze plaats het Glorierijke Kruis te doen oprichten en aan zijn voet een Heiligdom.

    Vol berouw zullen allen daar komen en er de Vrede en Vreugde vinden."


    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.DE INNERLIJKE VERTROOSTING.

    Het verlangen naar het eeuwig leven,

    en hoe groot de overwinning is die de strijdende wordt beloofd.

    Mijn zoon, als gij ervaart dat het verlangen naar het eeuwig geluk u van bovenaf wordt meegedeeld en gij verlangt te vertrekken uit de tent van het lichaam om mijn heerlijkheid zonder schaduw van onzekerheid te kunnen aanschouwen, verwijd dan uw hart en neem met alle begeerte die heilige ingeving in u op.

    Betuig de allergrootste dank aan de hoogste goedheid die zo genadig met u handelt, u zo welwillend bezoekt, zo vurig opwekt, zó krachtig ondersteunt, dat gij niet door eigen zwaarte naar het aardse afglijdt. Want dit hebt u niet aan eigen gedachte of beleid te danken, maar alleen aan de gunst van de hemelse genade en van de goddelijke blik, opdat gij in deugden en groter nederigheid voortgang zoudt maken en u op de komende strijd zoudt voorbereiden, met heel de genegenheid van uw hart er u op toeleggen Mij aan te hangen en met brandende ijver te dienen.

    Mijn zoon, dikwijls brandt het vuur, maar de vlam stijgt niet op zonder rook.

    Zo ook branden sommigen van verlangen naar het hemelse en toch zijn zij niet vrij van de bekoring der lichamelijke begeerte. Daarom handelen zij niet geheel zuiver tot Gods eer in hetgeen zij zo vurig van hem vragen. Zo is het ook vaak met uw verlangen dat volgens uw zeggen zo dwingend was. Want alles wat door eigenbelang is aangetast, is niet zuiver en volkomen gaaf.

    Vraag niet wat voor u prettig en gemakkelijk, maar wat voor Mij aangenaam en vererend is; want als gij juist oordeelt, moet gij boven uw verlangen en alles wat gij begeert mijn verordening stellen en die volgen. Ik ken uw verlangen en Ik heb uw menigvuldige verzuchtingen gehoord.

    Gij zoudt al in de glorievolle vrijheid van de kinderen Gods willen zijn, gij vindt al behagen in het eeuwige tehuis en het hemels vaderland dat vervuld is van vreugde, maar dát uur is nog niet gekomen. Het is nu nog een andere tijd, namelijk die van de strijd, de tijd van zwoegen en getoetst worden. Gij wenst vervuld te worden van het hoogste Goed, maar daaraan zijt gij nog niet toe.

    Ik ben dat hoogste Goed. Wacht op Mij, zegt de Heer, totdat het rijk Gods vóór u staat. Gij moet op aarde nog beproevingen ondergaan en u oefenen in vele dingen. Van tijd tot tijd zult gij getroost worden, maar een overvloedige verzadiging zal u niet gegeven worden. Wees daarom sterk en moedig, zowel in het doen als in het ondergaan van wat de natuur tegenstaat.

    Gij moet ‘de nieuwe mens aandoen’ en een ander mens worden. Dikwijls moet gij doen wat gij niet wilt en laten wat gij wél wilt. Wat anderen behaagt zal succes hebben; wat u behaagt komt niet van de grond. Naar wat anderen zeggen wordt geluisterd; wat gij zegt vindt men niet de moeite waard. Anderen vragen en zullen het krijgen; ook gij vraagt en zult het niet krijgen. Anderen zullen groot zijn in de mond van de mensen, maar over u zal men met geen woord reppen. Aan anderen zal dit of dat worden toevertrouwd, maar gij zult tot niets nuttig worden geacht. Om die reden zal de natuur zich soms bedroeven en het is iets groots als gij het in stilte draagt.

    In deze en veel dergelijke gelegenheden wordt een trouwe dienaar van de Heer gewoonlijk op de proef gesteld, hoe dapper hij zich verloochenen kan en in alles sterker is dan zijn eigen ik. Er is nauwelijks iets waarin gij zozeer moet sterven als in het zien en ondergaan wat tegen uw eigen wil ingaat, vooral wanneer er dingen bevolen worden die naar uw oordeel helemaal niet te pas komen en waarvan gij het nut betwijfelt.

    En nu gij niet durft te weerstaan aan een hogere macht, omdat gij onder gezag zijt gesteld, lijkt het u hard te leven volgens de wenk van een ander en heel uw eigen mening maar te vergeten. Denk intussen wel, mijn zoon, aan de vrucht van dat alles, aan het reeds naderende einde en de meer dan grote beloning, en gij zult daarvan het leed niet meer voelen, maar wel de zeer krachtige troost van uw geduld. Want in ruil voor deze geringe eigen wil die gij nu spontaan prijsgeeft, zult gij altijd uw eigen wil mogen doen in de hemel.

    Daar zult gij namelijk vinden al wat gij maar wenst, alles wat gij maar wensen kunt.

    Daar zult gij vrij kunnen beschikken over alles wat maar goed is, zonder vrees dit te zullen verliezen.

    Daar zal uw wil altijd samengaan met de mijne en niet iets daarbuiten of iets aparts verlangen.

    Daar zal niemand tegen u zijn, niemand over u klagen, niemand u in de weg staan, niets u belemmeren;

    maar al het verlangde zal aanstonds aanwezig zijn, het zal heel uw genegenheid voldoen en

    die vullen tot het hoogste toe.

    Daar zal Ik glorie geven voor gedragen oneer, voor droefheid het teken van onderscheiding, voor

    de laagste plaats een zetel in mijn eeuwig rijk.

    Daar zal dan de vrucht van de gehoorzaamheid voor de dag komen.

    Daar zal men zich over de last van de boete verheugen en zal de nederige onderwerping roemvol

    worden bekroond.

    Maar buig u nu nederig onder de handen van allen; laat het u een zorg zijn wie dit gezegd of bevolen heeft. Maar heb in hoge mate hiervoor aandacht, dat hetzij een meerdere, een jongere of een gelijke u iets heeft opgelegd of aangewezen, gij dat alles welwillend opneemt en het met een oprechte wil probeert te doen.

    De een zal dit, de ander iets anders zoeken, nummer één zoekt zijn roem daar, nummer twee elders, laat ze duizendmaal duizend keren geprezen worden, maar gij: zoek het niet hier en niet daar, maar verblijd u over de verachting die gij ondergaat en over het welbehagen en de eer van Mij alleen.

    Dit is begerenswaardig voor u: dat door uw leven of uw dood God altijd in u wordt verheerlijkt.

     

     


    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.VERVOLG OPENBARINGEN VAN DE H. BRIGITTA VAN ZWEDEN.

    BIJ HET HEILIGE GRAF.

    ZEVENDE BOEK, KAP. 16.

    De H. Birgitta zegt: "Toen ik zeer treurig en wenend aan het graf van onze Heer stond, zag ik mijn Heer naakt en gegeseld door de joden geleid om gekruist te worden, en toen bewaakten de joden Hem zorgvuldig. En ik zag dat een gat in de berg gehouwen was en dat de joden gereed waren om hun boosheid te volvoeren. En Onze Heer wendde zich tot mij en zeide: "Gij, die dit ziet, weet dat in deze bergkloof het kruis was opgesteld in mijn lijdensuur!"

    En daarop zag ik, hoe de joden het kruis in de kloof van de berg opstelden en met hamers in het zand sloegen en het bevestigden met kleine houten nagels, opdat het kruis goed stevig staan zou en niet zou vallen. Toen het kruis aldus stevig was vastgezet, legden zij er haastig planken rondom die een houten trap vormden tot aan de plaats waar Zijn voeten aan het kruis genageld zouden worden, zodat Hij, zowel als die hem aan het kruis zouden nagelen, de trap op konden gaan en er op staan, terwijl zij Hem kruisten. Daarna bestegen zij de trappen en begeleidden Hem onder spot en schimp, en Hij besteeg de trap met blijden moed en als een onschuldig lam, dat de dood te gemoet gaat.

    En toen Hij op de trap stond, strekte Hij vrijwillig en niet gedwongen den arm uit, opende de rechterhand en legde die op het kruis. En dadelijk doorstaken en kruisten de wreede joden en beulen die boosaardig en doorstaken haar met ijzeren spijkers, daar waar het been het hardst en het vastst was. En daarna trokken zij ruw Zijn linker hand op met touwen en kruisten die op dezelfde wijze. Daarop rekten zij Zijn hele lichaam vreselijk uit aan het kruis en legden het ene scheenbeen over het andere en maakten de aldus samengevoegde voeten met twee spijkers vast en rekten de glorierijke ledematen zo uit, dat alle aderen en spieren scheurden.

    Toen dat gedaan was, zetten zij de doornenkroon weer op Zijn heilig hoofd, die zij van zijn hoofd genomen hadden, terwijl zij Hem kruisten, welke kroon Zijn geëerd hoofd zoo hevig stak, dat Zijn ogen met bloed doorloopen en de oren verstopt werden door het bloed en het geheele gelaat en de baard besproeid werden met het rooskleurige bloed. Toen namen de ridders en degenen die Hem kruisten snel de trap weg, die zij voor het kruis gezet hadden. En toen bleef het grote kruis alleen over met mijn Heer aan het kruis gehecht.

    En geheel van verdriet vervuld bij het aanschouwen van hun boosheid, zag ik Zijn door smart verpletterde moeder bevend en als half dood ter aarde liggen, en Johannes en haar zusters, die niet ver van den rechter kant van het kruis stonden, troostten haar. En het nieuwe verdriet, dat ik kreeg door mijn medelijden met Gods heilige moeder, roerde mij zo diep, dat het was alsof een scherp zwaard met veel bittere pijn mijn borst doorstoken had. Langzamerhand stond zij op, Zijn eervolle moeder, alsof heel haar lichaam verstijfd was en keek naar haar Zoon. Haar zusters hielden haar vast, en zij stond daar als gestorven, levend doorstoken met het zwaard der smart. En toen haar Zoon haar en Zijn andere vrienden zag weenen, beval Hij haar met droeve stem aan Johannes aan. En toen was het wel te zien aan Zijn gebaren en Zijn uiterlijk en was het wel te hooren aan Zijn stem, dat Zijn hart uit medelijden met de moeder door de scherpste pijlen van het verdriet doorstoken was.

    Zijn geliefde en fraaie ogen schenen half dood, Zijn mond was open en bloedig, het gelaat bleek en ingevallen, het heele lichaam bleek en bloedend, blauw en vermagerd door het voortdurend bloedverlies. En de huid van Zijn rein lichaam was zoo teer en fijn, dat bij den minsten slag een blauwe plek te voorschijn kwam. Af en toe trachtte Hij zich aan het kruis op te richten door het overgrote lijden en de foltering der langdurige, hevige pijnen. Af en toe ging de pijn van zijn ledematen en de doorstoken aderen en spieren die Hem vreeselijk lijden deden, naar het hart en zoo werd Zijn dood verlengd onder het bitterste en hardste lijden.

    En toen Hij de dood nabij was, riep Hij uit angst en nood onder de overweldigende pijnen met luide en klagende stem: "O, Vader, waarom hebt gij mij verlaten?" Toen waren Zijn lippen bleek, de tong bloedig en was het lichaam ingevallen alsof Hij geen ingewanden had. En voor de tweede maal riep Hij onder de hevigste pijn: "O, Vader in uwe handen beveel ik mijnen geest." En toen verhief het hoofd zich eenigszins, maar viel dadelijk weer neer en daarop gaf Hij den geest.

    En toen Zijn moeder het zag, beefde heel haar lichaam van de grootste smart en droefheid en zij zou op den grond gevallen zijn, indien zij door andere vrouwen niet tegengehouden was. Op hetzelfde oogenblik trokken de handen zich was van de plaats waar de ijzeren spijkers zaten terug, tengevolge van de zwaarte van het lichaam. En toen werd Zijn lichaam opgehouden door de ijzeren spijkers waarmede de voeten gekruist waren. De vingers en armen en handen waren meer uitgerekt dan te voren. Zijn schouders en rug waren hard tegen het kruis gedrukt.

    Toen riepen de joden, die in het rond stonden, en bespotten en beschimpten den Christus. Enkelen zeiden: "Maria, uw zoon is dood." En anderen zeiden andere hoonende woorden. En terwijl de menigte rondom stond, kwam er iemand razend aangeloopen en stak een lans in de rechter zijde, zoo heftig en ruw, dat de lans er aan de andere zijde uitkwam. En toen de lans uit het lichaam getrokken werd, vloeide het bloed dadelijk als een stroom uit de wonde, en de punt van de lans en een deel van het blad kwamen rood uit het lichaam, besproeid en geverfd met bloed. En toen Zijn moeder Maria het zag, beefde zij van angst en droefheid en weende smartelijk, en het was duidelijk te zien aan haar gelaat en gebaren, hoe haar ziel doorboord was door het scherpe zwaard der smart.

    Nadat dat gedaan was en de menigte vertrokken was, namen Zijn vrienden Hem van het kruis, en Zijn moeder nam Hem teeder in haar heilige armen, en neergezeten zijnde legde zij Hem op haar knieën, gewond en met bloed bedekt. En daarop droogde Zijn diep bedroefde moeder geheel Zijn lichaam en al Zijn wonden met linnen af en sloot Zijn ogen en kuste die en wikkelde Hem in fijn lijnwaad en toen droegen zij Hem onder geween en de grootste droefheid weg en legden Hem in het graf.


    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Bouw op de Rots.

    Wordt u "op en neder, heen en weder geslingerd onder invloed van allerlei wind van leer" (Efeziërs 4:14)? Of hebt u "diep gegraven en het fundament op de rots gelegd" (Lucas 6:48)? Het begrip van een stevige fundering vinden wij zowel in het Oude als in het Nieuwe Testament.

    God is de Rots van ons heil.

    Onze God is "de Rots, wiens werk volkomen is, omdat al zijn wegen recht zijn; een God van trouw, zonder onrecht, rechtvaardig en waarachtig is Hij" (Deuteronomium 32:4).

    De moeder van Samuël heeft gebeden: "Er is niemand heilig gelijk de HERE, want niemand is er buiten U, en er is geen rots gelijk onze God" (1 Samuël 2:2).

    David schreef: "O, HERE, mijn steenrots, mijn vesting en mijn bevrijder, mijn God, de Rots, bij wie ik schuil" (2 Samuël 22:2,3). "Gods weg is volmaakt; des HEREN woord is zuiver. Hij is een schild voor allen die bij Hem schuilen. Want wie is God behalve de HERE, wie is een rots buiten onze God?" (2 Samuël 22:31,32). "De HERE leeft. Geprezen zij mijn Rots, en verhoogd zij de God mijns heils" (2 Samuël 22:47 // Psalm 18).

    "Waarlijk, mijn ziel keert zich stil tot God, van Hem is mijn heil; waarlijk, Hij is mijn rots en mijn heil, mijn burcht, ik zal niet te zeer wankelen" (Psalm 62:2,3). "Waarlijk, mijn ziel, keer u stil tot God, want van Hem is mijn verwachting; waarlijk, Hij is mijn rots en mijn heil, mijn burcht, ik zal niet wankelen. Op God rust mijn heil en mijn eer, mijn sterke rots, mijn schuilplaats is in God" (Psalm 62: 6 t/m 8).

    Christus was de geestelijke Rots waarvan Israël dronk in de woestijn; dit zegt Paulus in 1 Korintiërs 10:4.

    God is de Rots van ons heil. Toch waren er velen die niet op de Rots bouwden, zelfs onder Gods volk: "Toen werd *Jesurun vet, en sloeg achteruit -- vet werd gij, dik en vet gemest -- en hij verwierp God, die hem gemaakt had, hij minachtte de Rots van zijn heil" (Deuteronomium 32:15 *'De gelukkige' - een poëtische naam voor Israël). "De Rots, die u verwekt heeft, hebt gij veronachtzaamd en vergeten de God, die u heeft voortgebracht" (Deuteronomium 32:18).

    Bouwen wij voor ons eigen of voor God?

    Te Babel bouwden zij voor zichzelf: "Welaan, laten wij ons een stad bouwen met een toren, waarvan de top tot de hemel reikt, en laten wij ons een naam maken" (Genesis 11:4). Zij waren egocentrisch: "Laten wij ons een stad bouwen" ... "laten wij ons een naam maken". Zij bouwden voor zichzelf en hielden geen rekening met de wil van God. Een grote vergissing want, "Als de HERE het huis niet bouwt, tevergeefs zwoegen de bouwlieden daaraan" (Psalm 127:1).

    Abraham erkende God als bouwheer. Hij "verwachtte de stad met fundamenten, waarvan God de ontwerper en bouwmeester is" (Hebreeën 11:10).

    De stad die Abraham zocht, is niet op aarde te vinden: "Zij hebben beleden, dat zij vreemdelingen en bijwoners waren op aarde. Want wie zulke dingen zeggen, geven te kennen, dat zij een vaderland zoeken. En als zij gedachtig geweest waren aan het vaderland, dat zij verlaten hadden, zouden zij gelegenheid gehad hebben terug te keren; maar nu verlangen zij naar een beter, dat is een hemels, vaderland. Daarom schaamt God Zich voor hen niet hun God te heten, want Hij had hun een stad bereid" (Hebreeën 11:13 t/m 16).

    Voor God bouwen is voor de eeuwigheid bouwen.

    Jezus bouwt Zijn gemeente op de Rots.

    Eens vroeg Jezus aan Zijn discipelen, "Maar gij, wie zegt gij, dat Ik ben? Simon Petrus antwoordde en zeide: Gij zijt de Christus, de Zoon van de levende God! Jezus antwoordde en zeide: Zalig zijt gij, Simon Barjona, want vlees en bloed heeft u dat niet geopenbaard, maar mijn Vader, die in de hemelen is. En Ik zeg u, dat gij Petrus zijt, en op deze rots zal Ik mijn gemeente bouwen en de poorten van het dodenrijk zullen haar niet overweldigen'' (Matteüs 16:15 t/m 18).

    Jezus heeft "de sleutels van de dood en het dodenrijk" (Openbaring 1:18). Hij bouwt een gemeente met een stevig fundament, een gemeente die zelfs de dood trotseert.

    Jezus is het fundament.

    Jerusalem op de berg Sion was een aardse voorstelling van die hemelse stad die Abraham zocht. In de dagen van Jesaja hadden de leiders van Jerusalem Gods woord verworpen in ruil voor een verbond met de dood. De stad was ten dode opgeschreven. Maar God beloofde iets beters voor het trouwe overblijfsel van Zijn volk: ''Zie, Ik leg in Sion een steen ten grondslag, een beproefde steen, een kostbare hoeksteen van een vaste grondslag'' (Jesaja 28:16).

    Jezus is deze 'steen ten grondslag' in Sion, alsook de 'hoeksteen van een vaste grondslag'.

    Paulus zegt dat er geen ander fundament kan zijn: "Naar de genade Gods, die mij gegeven is, heb ik als een kundig bouwmeester het fundament gelegd, waarop een ander voortbouwt. Maar ieder zie wel toe, hoe hij daarop bouwt. Want een ander fundament, dan dat er ligt, namelijk Jezus Christus, kan niemand leggen" (1 Korintiërs 3:10,11).

    Christus is het fundament van Zijn gemeente.

    Tegenwoordig zijn er allerlei traditionele kerken en godsdienstige groeperingen die zich christelijk noemen, maar die een fundament hebben anders dan Christus.

    Wat zei Jezus van een gelijkaardige toestand onder de Joden in Zijn tijd? Ook zij waren in allerlei partijen verdeeld. Jesus negeerde hun tradities en veroordeelde de partijaanhangers. "Toen kwamen zijn discipelen en zeiden tot Hem: Weet Gij, dat de Farizeeën, toen zij dit woord hoorden, er aanstoot aan namen? Hij antwoordde hun en zeide: Elke plant, die mijn hemelse Vader niet geplant heeft, zal uitgeroeid worden. Laat hen gaan, blinden zijn zij, die blinden leiden. Indien een blinde een blinde leidt, zullen zij beiden in een put vallen'' (Matteüs 15:12 t/m 14).

    Indien de kerk of godsdienstige groepering waarvan u lid bent op iets of iemand behalve Christus gebouwd is, wordt u blindelings door blinden naar de afgrond geleid.

    Christus is het enige fundament. Wij moeten ons vertrouwen in Hem stellen: "gelijk geschreven staat: Zie, Ik leg in Sion een steen des aanstoots en een rots der ergernis, en wie op hem zijn geloof bouwt, zal niet beschaamd uitkomen" (Romeinen 9:33).

    Christus is het fundament. Hij wordt ook de hoeksteen genoemd: ''Daarom staat er in een schriftwoord: Zie, Ik leg in Sion een uitverkoren en kostbare hoeksteen, en wie op hem zijn geloof bouwt, zal niet beschaamd uitkomen. U dan, die gelooft, geldt dit kostbare, maar voor de ongelovigen geldt: De steen, die de bouwlieden afgekeurd hadden, die is geworden tot een hoeksteen en een steen des aanstoots en een rots der ergernis, voor hen, die zich daaraan, in hun ongehoorzaamheid aan het woord, stoten, waartoe zij ook bestemd zijn'' (1 Petrus 2:6 t/m 8).

    Let op wat bepaalt of Christus voor u de hoeksteen of een struikelblok is: u gelooft of u bent ongehoorzaam aan het woord.

    Met Jezus als hoeksteen zijn de geïnspireerde apostelen ook in het fundament. "Zo zijt gij dan geen vreemdelingen en bijwoners meer, maar medeburgers der heiligen en huisgenoten Gods, gebouwd op het fundament van de apostelen en profeten, terwijl Christus Jezus zelf de hoeksteen is. In Hem wast elk bouwwerk, goed ineensluitend, op tot een tempel, heilig in de Here, in wie ook gij mede gebouwd wordt tot een woonstede Gods in de Geest" (Efeziërs 2:19 t/m 22).

    De apostelen en profeten zijn in het fundment omdat zij met de hoeksteen verbonden zijn. Na Zijn hemelvaart stuurde Jezus de Heilige Geest om hen alles te leren (Johannes 14:26) en om hen de weg te wijzen 'tot de volle waarheid' (Johannes 16:12,13). Het onderricht van de apostelen is het onderricht van Christus via goddelijke inspiratie.

    Daarom lezen wij over Sion in Openbaring 21:14, "En de muur der stad had twaalf fundamenten en daarop de twaalf namen van de twaalf apostelen des Lams."

    Wat wil dat zeggen: op de Rots bouwen?

    Een aanwijzing hebben wij al in de tekst waar staat dat Christus een struikelblok is voor wie het woord niet gehoorzaamt.

    Jezus zegt hoe wij op de Rots kunnen bouwen.

    "Wat noemt gij Mij Here, Here, en doet niet wat Ik zeg? Een ieder, die tot Mij komt en mijn woorden hoort en ze doet, Ik zal u tonen aan wie hij gelijk is. Hij is gelijk aan iemand, die bij het bouwen van een huis diep gegraven en het fundament op de rots gelegd heeft. Toen een watervloed kwam en de stroom tegen dat huis aansloeg, kon hij het niet aan het wankelen brengen, omdat het goed gebouwd was. Doch wie hoort en het niet doet, is gelijk aan iemand, die een huis op de grond bouwt zonder fundament. Toen de stroom daar tegenaan sloeg, stortte het terstond in en het huis werd een grote bouwval" (Lucas 6:46 t/m 49).

    Op de Rots bouwen betekent doen wat Jezus zegt.

    "Niet een ieder, die tot Mij zegt: Here, Here, zal het Koninkrijk der hemelen binnengaan, maar wie doet de wil mijns Vaders, die in de hemelen is. Velen zullen te dien dage tot Mij zeggen: Here, Here, hebben wij niet in uw naam geprofeteerd en in uw naam boze geesten uitgedreven en in uw naam vele krachten gedaan? En dan zal Ik hun openlijk zeggen: Ik heb u nooit gekend; gaat weg van Mij, gij werkers der wetteloosheid. Een ieder nu, die deze mijn woorden hoort en ze doet, zal gelijken op een verstandig man, die zijn huis bouwde op de rots. En de regen viel neer en de stromen kwamen en de winden waaiden en stortten zich op dat huis, en het viel niet in, want het was op de rots gegrondvest. En een ieder, die deze mijn woorden hoort en ze niet doet, zal gelijken op een dwaas man, die zijn huis bouwde op het zand. En de regen viel neer en de stromen kwamen en de winden waaiden en sloegen tegen dat huis, en het viel in, en zijn val was groot" (Matteüs 7:21 t/m 27).

    Bouwen wij op de Rots of op het zand? In hoeverre zijn wij echt gehoorzaam aan Christus en Zijn apostelen? "Want wie hoorder is van het woord en niet dader, die gelijkt op een man, die het gelaat, waarmede hij geboren is, in een spiegel beschouwt; want hij heeft zich beschouwd, is heengegaan en heeft terstond vergeten, hoe hij er uitzag. Maar wie zich verdiept in de volmaakte wet, die der vrijheid, en daarbij blijft, niet als een vergeetachtige hoorder, doch als een werkelijk dader, die zal zalig zijn in zijn doen" (Jakobus 1:23 t/m 25).

    Christen-zijn betekent zich voortdurend verbeteren naar het voorbeeld van Christus, naar het woord van God. "En wij allen, die met een aangezicht, waarop geen bedekking meer is, de heerlijkheid des Heren weerspiegelen, veranderen naar hetzelfde beeld van heerlijkheid tot heerlijkheid, immers door de Here, die Geest is" (2 Korintiërs 3:18). "Bewaart uzelf in de liefde Gods, door uzelf op te bouwen in uw allerheiligst geloof" (Judas 20).

    Paulus waarschuwt: "Maar vermijd de onheilige, holle klanken; want zij zullen de goddeloosheid nog verder drijven, en hun woord zal voortwoekeren als de kanker. Tot hen behoren Hymeneus en Filetus, die uit het spoor der waarheid geraakt zijn met hun bewering, dat de opstanding reeds heeft plaatsgehad, waardoor zij het geloof van sommigen afbreken. En toch staat ongeschokt het hechte fundament Gods met dit merk: De Here kent de zijnen, en: Een ieder, die de naam des Heren noemt, breke met de ongerechtigheid" (2 Timoteüs 2:16 t/m 19).

    Jezus bouwt Zijn gemeente op de Rots. Gods fundament staat vast.

    Ondanks al de kankerachtige afvallige leerstellingen en praktijken die het geloof van sommigen afbreken, en de vernietigende onzedelijkheid die de gemeente soms binnensluipt, Gods vaste fundament blijft altoos staan.

    De Here kent de zijnen. Hij weet wie op de Rots bouwt en wie op het zand. Hij weet wie gelooft en wie ongehoorzaam is.

    Bouw op de Rots.

    God is de Rots van ons heil. Voor God bouwen is voor de eeuwigheid bouwen. Jezus bouwt Zijn gemeente op de Rots. Hij is het fundament. Op de Rots bouwen betekent doen wat Jezus zegt.

    "Laten wij derhalve, omdat wij een onwankelbaar koninkrijk ontvangen, dankbaar zijn en hierdoor God vereren op een Hem welbehagelijke wijze met eerbied en ontzag, want onze God is een verterend vuur" (Hebreeën 12:28,29).

    "Want wij hebben hier geen blijvende stad, maar wij zoeken de toekomstige" (Hebreeën 13:14).

    "Wij hebben een sterke stad; Hij stelt heil tot muren en voorwal. Opent de poorten, opdat een rechtvaardig volk binnenga, dat zijn trouw bewaart" (Jesaja 26:1,2). "Zijn stichting ligt op heilige bergen; De HERE heeft Sions poorten lief boven alle woningen van Jakob. Heerlijke dingen zijn van u te zeggen, o gij stad Gods!" (Psalm 87:1 t/m 3).

     


    02-03-2011
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Medjugorje, boodschap aan Mirjana van 2 maart 2011.

    Dierbare vrienden,

    Mirjana zei deze morgen, aan het Blauwe Kruis, dat O.L.Vrouw zeer bedroefd was. Het is ernstig. Mogen wij haar troosten door, naar ons beste vermogen, te doen wat zij ons vraagt.

    *******************************************************

     

    Medjugorje, boodschap aan Mirjana

    van 2 maart 2011.

     

    Lieve kinderen.

    Mijn moederlijk hart lijdt vreselijk als ik naar mijn kinderen kijk die koppig de voorkeur geven aan wat menselijk is boven wat van God is, naar mijn kinderen, die, ondanks alles wat hen omringt en ondanks alle tekenen, die hen gezonden worden, menen dat ze zonder mijn Zoon kunnen op weg gaan.

    Ze kunnen dit niet !

    Ze gaan naar het eeuwig verderf.

    Het is daarom dat ik u verzamel, gij, die bereid zijt uw hart voor mij te openen, die bereid zijt apostelen te zijn van mijn liefde, die bereid zijt om me te helpen, zo dat ge door de liefde van God te beleven, een voorbeeld kunt zijn voor hen, die deze liefde niet kennen.

    Moge vasten en gebed u daarin kracht geven en ik zegen u met de moederlijke zegen in de naam van de Vader en van de Zoon en van de Heilige Geest.

    Dank u..


    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.AAN ALLEN EEN GEZEGENDE WOENSDAG TOEGEWENST.

    N. ( M ).

    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.DE EUCHARISTIE IN EEN COMMUNISTISCHE GEVANGENIS.

    DE EUCHARISTIE IN EEN COMMUNISTISCHE GEVANGENIS.

    Getuigenis van Monseigneur François Xavier Nguyén Van Thuân, kardinaal in Zuid-Vietnam, gevangene in communistische kampen van 1975 tot 1988. Enkele gedachten vertaald uit "L’Eucharistie en prison communiste" – Stella Maris – oktober 2010 - 473 - Uitgever Parvis

    "Hebt u de mis kunnen opdragen tijdens uw gevangenschap?", wordt me heel vaak gevraagd. En de vraag is terecht: de Eucharistie is het mooiste gebed, het hoogtepunt van het leven van Jezus. Zodra ik de vraag bevestigend beantwoord heb, volgt steevast: "hoe bent u aan brood en wijn geraakt?".

    Na mijn aanhouding moest ik onmiddellijk mee, met lege handen. ’s Anderendaags stond men mij toe een lijstje te maken van dingen die ik absoluut nodig had: kleding, tandpasta… Ik voegde aan het lijstje volgende vraag toe: "Alstublieft, kan u mij een klein beetje wijn bezorgen als medicatie voor mijn maagproblemen?" Mijn gelovige vrienden aan wie het lijstje bezorgd werden begrepen onmiddellijk de bedoeling. Zijn stuurden een klein flesje met miswijn waarop het etiket "maagmedicatie" op geplakt was evenals een aantal hosties in een flacon. De politie vroeg me of ik problemen met de maag had. "Ja". "Hierbij uw medicatie".

    Nooit zal ik mijn grote vreugde onder woorden kunnen brengen van iedere dag de mis te hebben kunnen opdragen met drie druppels wijn in de palm van mijn hand.

    De omstandigheden varieerden en daar moest ik me aan aanpassen. Tijdens de bootreis naar het noorden, droeg ik ’s nachts de mis op en deelde ik de communie uit aan mijn medegevangenen. Soms moet ik het doen als allen naar het toilet zijn na de gymnastiek. In het heropvoedingskamp waren we in groepen van vijftig mensen ingedeeld. We sliepen in een gemeenschappelijk bed waar we ieder recht hadden op vijftig centimeter. We regelden het zo dat er vijf katholieken vlakbij mij lagen. Om half elf moest het licht uit en moest er geslapen worden. Ineengedoken op het bed draag ik de eucharistie op en reik ik de communie uit onder de muskietennetten door. We maakten van sigarettenzakje kleine pakjes om het Heilig Sacrament te bewaren. Jezus-Hostie is altijd bij me in mijn hemdszakje.

    Wekelijks is er een indoctrinatiesessie waaraan het hele kamp moet deelnemen.

    Tijdens de pauze geven de katholieke vrienden een pakje door aan de vier andere groepen gevangenen. Zij weten dat Jezus midden onder hen is. Hij die ieder fysiek en mentaal lijden geneest. ’s Nachts is er een beurtrol voor de aanbidding; Jezus-hostie helpt ons op een buitengewone wijze door zijn stille aanwezigheid. Veel christenen herontdekken het vuur van hun geloof; zelfs boeddhisten en andere niet-christenen bekeren zich.

    De kracht van de liefde van Jezus is onweerstaanbaar. De duisternis van de gevangenis wordt licht, de graankorrel kiemt onder de grond tijdens de storm. Ik bied het misoffer aan samen met de Heer: als ik de communie uitdeel, geef ik mezelf samen met de Heer, ik maak mezelf tot voedsel voor allen. Dat betekent dat ik altijd volkomen ten dienst sta van de anderen.

    Bij ieder misoffer krijg ik de gelegenheid mijn handen uit te strekken in verbondenheid met de gekruisigde Jezus, van samen met hem uit de bittere kelk te drinken. Iedere dag, als ik de woorden van de consecratie uitspreek en hoor, bevestig ik met heel mijn hart en met heel mijn ziel een nieuw verbond, een eeuwig verbond tussen Jezus en mij, door zijn Bloed vermengd met het mijne (1Kor.11, 23-25). Jezus is op het kruis een revolutie begonnen. Uw revolutie moet vertrekken vanaf de eucharistische tafel en zich van daaruit verbreiden. Op die manier kunt ge de wereld vernieuwen.

    Het proces van zaligverklaring is ingezet. Verscheidene mirakels die door zijn bemiddeling verwezenlijkt werden, zijn in het stadium

    van onderzoek en zullen met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid erkend worden.

    Negen jaar lang zat ik in geïsoleerde gevangenschap. Iedere dag vier ik mis omstreeks drie uur in de namiddag, het uur van Jezus’ doodsangst. Ik ben alleen, ik kan mijn mis zingen zoals ik wil, in het Latijn, in het Frans, in het Vietnamees… Het zakje met het heilig sacrament draag ik altijd bij me:

    "Gij in mij en ik in U". Het zijn de meest intense missen van mijn leven.

    ’s Avonds van negen uur tot middernacht, hou ik aanbidding. Ik zing "Lauda Sion", "Pange lingua", "Adoro Te", "Te Deum" en Vietnamese liederen, ondanks het onophoudelijk lawaai dat de luidsprekers verspreiden vanaf vijf uur ’s morgens tot half twaalf ’s avonds. Ik voel een zeldzame vrede in geest en hart, ik voel de

    vreugde en het vredevolle geluk van samen te zijn met Jezus, Maria en Jozef. Ik zing het Salve regina, het Salve Mater, het Alma Redemptoris Mater en het Regina Caeli in verbondenheid met de wereldkerk. Niettegenstaande de beschuldigingen tegen de Kerk zing ik "Tu es Petrus", "Oremus pro Pontefice nostro", "Christus Vincit".

    Gebed van Monseigneur François-Xavier N’Guyén Van Thuân

    in zijn isoleercel te Phu Khanh (centraal Vietnam)

    op 7 oktober, feest van O.L.V. van de Rozenkrans:

    Teergeliefde Jezus, vanavond van in een hoekje van mijn cel, zonder licht, zonder venster, oververhit, word ik overvallen door een sterk heimwee naar mijn pastoraal leven. Acht jaar episcopaat in een residentie op slechts twee kilometer van mijn gevangeniscel, op dezelfde weg, bij hetzelfde strand… Ik hoor de golven van de oceaan, de klokken van de kathedraal.

    Indertijd droeg ik de mis op met patenen en vergulde kelken, nu wordt uw bloed geschonken in de holte van mijn hand.

    Indertijd doorkruiste ik de wereld om conferenties en samenkomsten bij te wonen; thans ben ik opgesloten in een smalle cel zonder venster.

    Indertijd zocht ik U op bij het tabernakel, nu draag ik u dag en nacht in mijn zak.

    Indertijd droeg ik de mis op voor duizenden gelovigen, nu draag ik ze op in de duisternis van de nacht en reik ik de communie uit onder muskietennetten.

    Indertijd preekte ik retraites voor priesters, voor religieuzen, voor leken,… nu preekt een medegevangen priester mij de oefeningen van Sint Ignatius doorheen tussen de spleten van balken.

    Indertijd zegende ik met het Heilig Sacrament in de kathedraal plechtig al de aanwezigen; nu hou ik iedere avond tussen negen uur en middernacht stille eucharistische aanbidding. Ik laat ze volgen door een stil gezongen "Tantum ergo" en door het "Salve Regina", om te eindigen met dit korte gebed: "Heer, nu ben ik tevreden om alles vanuit uw handen te aanvaarden, alle verdriet, alle lijden, alle angsten en zelfs de dood. Amen".

    Ik ben gelukkig, hier in deze cel, waar op de gevlochten verrotte strooien mat de schimmel groeit, omdat Gij met mij zijt, omdat Gij wilt dat ik met U leef.

    Ik heb veel gesproken tijdens mijn leven, nu spreek ik niet meer. Het is nu aan U, Jezus, om tot mij te spreken. Ik luister naar U: wat hebt Ge mij toegefluisterd? Is het een droom? Gij spreekt noch van het verleden, noch van het heden, Gij spreekt niet van mijn lijden, noch van mijn angsten… Gij spreekt over uw plannen, over mijn missie. Daarom zing ik in de duisternis over uw barmhartigheid, in al mijn kwetsbaarheid, in al mijn nietigheid. Ik aanvaard mijn kruis en plant het met twee handen in mijn hart. Als Gij mij zou toestaan te kiezen, zou ik niets anders kiezen, want Gij zijt met mij! Ik heb geen angst meer, want ik heb begrepen: ik volg U in uw Lijden, in uw Verrijzenis."

    (Uit het boek: "J’ai suivi Jésus", Ed. Médiaspaul, 1997.)


     

    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.DE INNERLIJKE VERTROOSTING.

    De dag van de eeuwigheid en de benauwdheid van dit leven.

    O aller-zaligst verblijf van die verheven Stad. O aller-helderste dag van de eeuwigheid, door geen nacht verduisterd, maar die de hoogste Waarheid altijd doorstraalt. Altijd blije, altijd zorgeloze dag waarvan de sfeer nooit omslaat in het tegendeel. Was die dag toch maar begonnen en had al dit tijdelijke zijn eind gevonden. Hij is voor de heiligen wel een licht van eeuwige, schitterende helderheid, maar voor de pelgrims op aarde is hij niet anders te zien dan uit de verte en als in een spiegel. De hemelbewoners weten hoe gelukkig die dag is en de ballingen, kinderen van Eva, zuchten, omdat deze zo bitter is en zij er meer dan genoeg van hebben.

    De dagen van deze tijd zijn gering in aantal en slecht bovendien, vol droefheid en vol angst. Waar de mens door veel zonden wordt verontreinigd, door veel hartstochten verstrikt, hij krimpt ineen van schrik, hij ligt op een pijnbank van zorg; allerlei nieuwsgierigheid verstrooit hem, allerlei zinloosheid brengt hem in verwarring. Hij wordt omspoeld door dwaling, door zware arbeid uitgeput; door bekoring belast, door genietingen ontzenuwd, en zijn armoede is hem tot last.

    Wanneer komt toch het einde van die rampen, wanneer zal ikzelf bevrijd worden van de

    droeve slavernij van mijn gebreken?

    Wanneer zal ik alleen aan U denken, Heer, wanneer in de volle maat verheugen in U?

    Wanneer zal ik zonder enige belemmering leven in de ware vrijheid, zonder enige druk

    van geest of lichaam?

    Wanneer komt de gevestigde vrede, de onverstoorbare vrede zonder zorg? De vrede van

    van binnen en van buiten, de vrede aan alle kanten sterk?

    Wanneer zal ik opstaan om U te zien, goede Jezus?

    Wanneer zal ik de glorie aanschouwen van uw rijk?

    Wanneer zult Gij mij alles zijn in alles?

    Wanneer zal ik deel mogen hebben aan uw heerschappij, van eeuwigheid bestemd voor uw beminden?

    Ik voel mij arm, achtergelaten, balling in een vijandig land, met iedere dag weer oorlog en de allergrootste ellende.

    Geef mij toch troost in deze eenzaamheid, verzacht mijn lijden, want naar U hunker ik met heel mijn verlangen. Want alles wat deze tijd mij aan zaligheid te bieden heeft staat mij tegen. Ik wil in het diepste van mijn wezen U genieten en ik kan U niet benaderen. Ik wil opgaan in het hemelse, maar de dingen van deze wereld en mijn onverstorven hartstochtelijkheid drukken mij neer. Met mijn geest wil ik boven alles staan, maar tegen mijn zin dwingt mij het lichaam tot afhankelijkheid. Zo strijd ik, ongelukkig mens, met mijzelf en ben ik mij tot last geworden, omdat de geest naar boven wil stijgen en het lichaam beneden wil blijven.

    Hoe groot is mijn innerlijk lijden, als ik in de geest het hemelse overdenk en al spoedig tijdens mijn gebed een menigte verleidelijke gedachten mij overvalt: ‘Mijn God, verwijder U niet van mij en ga om uw toorn niet van uw dienaar heen’. ‘Laat uw bliksem flitsen en verjaag ze; schiet uw pijlen op hen af’, en alle verbeeldingen van de vijand storten ineen. Breng mijn zinnen tot innerlijkheid bij U; laat mij al het vergankelijke vergeten, geef mij dat ik snel alle zinloze beelden van mij afwerp en veracht.

    Eeuwige Waarheid, kom mij te hulp, zodat geen enkele schijnwaarheid mij meevoert. Kom tot mij, hemelse zaligheid, en laat alle onreinheid op de vlucht slaan voor uw aangezicht. Vergeef mij ook en wees mij genadig in uw barmhartigheid, zo dikwijls ik tijdens mijn gebed iets anders in mijn hoofd haal.

    Want ik beken U naar waarheid: ik ben gewoonlijk enorm verstrooid. Dikwijls ben ik echt niet daar waar mijn lichaam staat of zit, maar meer daar waar ik door mijn gedachten heen wordt gedragen. Ik ben dus daar waar mijn gedachte is, en heel dikwijls is mijn gedachte daar waar mijn liefde is.

    Dit immers schiet mij dikwijls te binnen wat ik natuurlijker wijze heerlijk vind, of waaraan ik mij op de duur ben gaan hechten. Daarom hebt Gij, de Waarheid, mij duidelijk gezegd: ‘Waar uw schat is, daar is ook uw hart’.

    Als ik de hemel liefheb, denk ik graag over hemelse dingen. Bemin ik de wereld, dan leef ik mee met het geluk van de wereld en ben ik bedroefd over haar tegenslagen. Als ik het lichaam liefheb, heb ik vaak verbeeldingen die het lichaam betreffen. Bemin ik de geest, dan vind ik er vreugde in te denken aan alles wat de geest betreft. Want ik spreek graag over en luister graag naar alles wat ik liefheb, en daarvan neem ik dan ook de indrukken mee naar huis.

    Gelukkig is hij die om uwentwil Heer, al het tijdelijke verlof geeft om maar te verdwijnen.

    Gelukkig is hij die de natuur geweld aan doet en de begeerten van het lichaam door de vurigheid

    van de geest aan het kruis slaat, zodat hij met een zeer rein hart U zijn gebed

    opdraagt en waardig wordt bevonden zich bij de koren der engelen aan te sluiten,

    heel exclusief, zonder aardse bemoeienis van binnen of van buiten.

     


    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.VERVOLG OPENBARINGEN VAN DE H. BRIGITTA VAN ZWEDEN.

    KARL ULFSSON VOOR HET OORDEEL.

    ZEVENDE BOEK, KAP. 14.

    De maagd Maria sprak tot een persoon die waakte en niet sliep, en zeide aldus: "U is door God beloofd dat gij zien en hooren zult hoe een ziel geoordeeld werd, die juist het lichaam verlaten had. Dat, wat toen gebeurde in een ogenblik voor de onbegrijpelijke macht der godheid, zal u in lichamelijken vorm getoond worden, opdat gij het met uw verstand begrijpen kunt."

    Op hetzelfde ogenblik scheen het, alsof die persoon in een groot en mooi paleis was, waar Jezus Christus zelf rechtzitting hield, als keizer gekroond, met een groote hierschare, en het dichtst nabij Hem stond Zijn gezegende moeder, die nauwkeurig naar het oordeel luisterde.

    Daarop verscheen een ziel voor het oordeel, bevend en trillend, en naakt als een pasgeboren kind. Die scheen blind, zodat zij in het paleis niets zag, maar zich toch bewust was wat er gesproken en gedaan werd. Aan de rechter hand van de rechter naast de ziel stond een engel en aan de linker hand een duivel en geen van beiden kwam naar de ziel toe om er zich meester van te maken.

    Toen begon eerst de duivel te spreken en zeide: "Hoor! Almachige rechter, ik richt het woord tegen een vrouw, die mijn heerseres is en uw moeder en die gij zo lief hebt, dat gij haar macht gegeven hebt over hemel en aarde en over alle geesten des afgronds in de hel. Zij deed mij onrecht met deze ziel.

    Ik heb recht op deze ziel en moet haar voor het oordeel van mijn kameraden brengen. Maar genoemde maagd nam dadelijk met haar handen deze ziel in bescherming, zelfs voor die uit de mond kwam, en leidde haar naar het oordeel." De maagd, Gods moeder, antwoordde: "Hoor, duivel, wat ik u antwoord. Toen gij geschapen werd, behaagde het God u verstand te geven opdat gij de rechtvaardigheid zoudt kennen, die in de goddelijkheid was zonder oorsprong, benevens een vrijen wil om te doen volgens die rechtvaardigheid zooals gij zelf wilt.

    En hoewel gij God liever wilt haten dan liefhebben, weet gij toch wel welke rechtvaardigheid deze ziel geschieden zal. Toen deze ziel nog in het lichaam huisde, kreeg zij grote liefde voor mij en bedacht hoe God zelf mij tot Zijn moeder had uitverkoren om mij boven al het geschapene te verheffen en mij tot heerseres daarover te maken. Daardoor kreeg hij God zo lief, dat hij zeide: "Er is niets, wat op aarde geschappen is, en geen enkel genoegen, wat ik voortrek boven de vreugde, dat God de maagd Maria, Gods moeder, boven allen lief heeft: en indien het mogelijk was, dat zij zich van God zou verwijderen, al was het ook in de allergeringste mate en van de waardigheid die zij bezit zou ik liever in de hel zijn zonder einde. Daarom dank zij God en lof en eer, dat Hij haar tot Zijn moeder uitverkoor. Zie, duivel, zo was zijn wil toen hij stierf. Wat dunkt u nu duivel, moet de ziel aan mijn hoede overgelaten worden of aan uw handen overgeleverd?"

    De duivel antwoordde: "Het is mijn recht niet, dat de ziel, die u meer liefheeft dan zich zelf, in mijn handen komt voor het oordeel geveld is. En hoewel de rechtvaardigheid u veroorloofde haar die genade te bewijzen, veroordelen haar daden haar na het oordeel toch in mijn handen, zodat de ziel dan aan mij is. Maar ik vraag u, Konigin, waarom dreeft gij ins allen, duivels, van zijn lichaam weg, zodat geen van ons invloed op hem hebben kon?"

    De maagd antwoordde: "Voor de gloeiende liefde, die hij in zijn leven voor mij had en de vreugde die ’t hem verschafte dat ik Gods moeder werd, kreeg ik van mijn Zoon de genade, dat geen onreine of boze geest zijn lichaam naderen zou, waar hij ook was, ook waar hij nu is."

    Daarop sprak de duivel tot den rechter en zeide aldus: "Ik weet dat gij de rechtvaardigheid en de macht zelf zijt. Gij oordeelt rechtvaardig tegenover duivels zowel als engelen. Ken mij nu het recht toe over deze ziel. Ik heb met de kennis, die ik kreeg, toen gij mij geschapen hebt, al zijn zonden opgeschreven en ik bewaarde ze met de boosheid, die in mij was toen ik uit de hemel viel. Zodra hij den leeftijd bereikte, waarop hij begreep dat het zonde was, wat hij deed, ontstond dadelijk de wil om in wereldsen hoogmoed te leven en liever de lusten zijns lichaams te volgens dan die tegen te gaan."

    De engel antwoordde: "Zodra zijn moeder begreep, dat zijn wil naar zonde overhelde, kwam zij te hulp en verkreeg door gebeden en goede werken dat God zich over hem erbarmde, zodat hij God niet verliet, maar Gods vriendschap behield. Daardoor ontstond bij hem ook de vrees voor God zodat hij gaarne biechtte, als hij viel."

    De duivel antwoordde: "Aan mij is het zijn zonden op te tellen," en hij zou juist beginnen te spreken, maar begon op hetselfde ogenblik te roepen en te wenen en te zoeken, in hoofd en borst, in buik en in alle ledematen, die hij scheen te bezitten; en het was of hij trilde van droefheid en riep: "Wee mij! Voor mijn langen arbeid; nu is niet alleen het schrift uitgewist, waarmee ik al zijn zonden opgeschreven heb, maar nu is het boek zelf ook verbrand en de bladen, waarop ik de verschillende keren aantekende, waarop hij zondigde, zijn ook verdwenen en de zonden zelf herinner ik mij niet meer!"

    De engel antwoordde: "Dat hebben de tranen en het wenen van zijn moeder gedaan en haar lange arbeid en haar vele gebeden voor zijn zonden; zodat God zich over haar erbarmde en hem den wil gaf om met oprecht berouw en ware liefde tot God iedere zonde die hij beging te biechten, en daarom zijn die zonden uit uw geheugen verdwenen."

    De duivel antwoordde: "Toch heb ik nog een zak vol penetenties, waarmee hij zonden geboet zou hebben en daarmee zal ik hem mogen pijnigen tot zij uitgeboet zijn."

    De engel antwoorde: "Haal voor de dag den zak en eis gerechtigheid voor de zaken, waarvoor gij hem te pijnigen zult hebben."

    De duivel gilde weer als een waanzinnige en zeide: "Mijn macht is mij ontstolen, zowel zak als wat er in was is weg! De zak, waarin ik alle zaken bewaarde die ik nodig had om hem te pijnigen was zijn luiheid, want uit luiheid verzuimde hij vele goede dingen."

    De engel antwoordde: "De tranen van zijn moeder plunderden u, die scheurden geheel den zak en vernielden de straf, want zo behaagde het God."

    De duivel antwoordde: "Ik heb nog meer te vertonen waarvoor ik hem moet pijnigen, namelijk zijn dagelijksche zonden."

    Der engel antwoordde: "Hij kreeg den wil om zijn vaderland te verlaten en een bedevaart te maken en nam afscheid van al zijn goederen en vrienden, en vermoeide zijn lichaam door het bezoeken van plaatsen, waar overblijfselen van Heiligen rusten ter wille van zijn zonden, en bereidde zich op zulk een wijze voor dat hij de aflaten der Kerk verdiende, en zich gaarne beteren wilde tegenover zijn Schepper, en daarom wordt hem alles vergeven, wat gij als zonde hadt opgeschreven."

    De duivel antwoordde: "Toch moet ik hem pijnigen voor al de zonden die hij deed en niet telde, want die zijn niet door aflaten uitgewist; dat zijn er vele en ontelbare duizenden, die alle op mijn tong geschreven staan."

    De engel antwoordde: "Steek uw tong uit en vertoon het schrift." De duivel scheen krankzinnig te worden en zeide: "Wee mij, ik heb nooit een woord meer te zeggen, want mijn tong is tot aan de wortel afgesneden, evenals al haar krachten."

    De engel antwoordde: "Dat deed zijn moeder met haar voortdurende gebeden en met haar arbeid, omdat zij zijn ziel met heel haar hart lief had. Daarom behaagde het God dat ter wille van haar hem al zijn dagelijkse zonden vergeven werden, die welke hij deed van zijn jeugd af tot aan zijn dood, en daarom heeft uw tong daarin haar kracht verloren."

    De duivel begon weer: "Nog heb ik iets in mijn hart bewaard, wat niemand weg kan schrappen, en waardoor ik hem pijnigen mag, namelijk dat hij onrechtvaardig anderen bestal zonder het terug te geven."

    De engel antwoordde: "Daarvoor gaf zijn moeder aalmoezen en bad zij met veel opoffering en onder veel tranen. En daardoor werd de rechtvaardigheid tot zachtheid geneigd, en gaf hem genade, zodat hij bezield werd door den oprechten wil om niets te sparen en allen terug te betalen wat hij schuldig was en wat hij zich van anderen onrechtvaardig had toegeëigend zou worden teruggeven. Dezen wil nam God aan in plaats van de daad, daar hij niet langer leven kon. En daarom is het de plicht van zijn erfgenamen te doen wat rechtvaardig is en redelijk."

    De duivel antwoordde: "Daar ik nu niet de macht heb hem voor de zonde te kwellen, moet ik hem pijningen, omdat hij niet zoveel goede werken deed, als zijn bezittingen en stand hem toelieten, toen hij vol bewustzijn was en zijn lichaam gezond. Want goede werken zijn de bezittingen die hij bij zich hebben moet in een rijk als het hemelrijk. Laat mij hem daarom pijnigen voor de goede werken die hij niet gedaan heeft."

    De engel antwoordde: "Er staat geschreven, dat wie bidt verhoord zal worden, en wie aan de poort klopt opengedaan zal worden. Hoor nu, duivel, zijn moeder heeft voortdurend geklopt en gebeden aan de poorten der barmhartigheid, meer dan dertig jaar met duizenden en duizenden harer tranen, opdat Gods geest in zijn hart nederdaalde en hij de genade verkreeg goed noch lichaam, noch ziel in zijn dienst te sparen. En God bemerkte dat zijn liefde zo warm en innig werd, dat hij voor niets anders wenste te leven dan om Gods wil te doen en Hem te loven. Toen God zo lang werd aangeroepen, zond Hij Zijn gezegenden geest in zijn hart. De Maagd, Gods moeder, gaf hem in kracht al wat hij te kort kwam in geestelijke wapens en in de klederen, die een ridder hebben moet, die in zulk een rijk moet binnen gaan.

    Gods Heiligen in het hemelrijk, die hij liefhad, toen hij op aarde was, gaven tot zijn troost ieder wat van hun verdiensten. Hij zelf verzamelde ook kostbare bezittingen op dezelfde wijze als de pelgrims, die dagelijks wereldse schatten wegschenken tot het verkrijgen van eeuwigen rijkdom, en dat wordt hem tot eeuwige eer en vreugde. Vooral om zijn wens om naar Jerusalem te trekken, wat hij niet kon. Hij zou gaarne zijn leven geven om het heilige graf te bezoeken en het christelijk geloof de eer te verschaffen, die men het verschuldigd is. En daarom hebt gij geen recht op wat hij zelf niet deed."

    De duivel antwoordde: "Nog ontbreekt hem de kroon; kan ik er iets voor smeden, dan deed ik het graag."

    De engel antwoordde: "Het is waar dat het God behaagt allen die zich zelven den dood in de hel besparen een kroon te geven van de zegekroon van Zijn gezegend lichaam, als zij volgens de eisen der rechtvaardigheid gereinigd zijn. En daarom hebt gij niets te doen met de kroon, die hij hebben moet."

    De duivel werd woedend en rood en brulde: "Wee mij! Want heel mijn geheugen is mij ontnomen. Ik herinner mij in het geheel niet, wat hij deed volgens mijn wil, en ik ben zelfs zijn naam vergeten, zodat ik niet weet en mij niet herinner wat zijn naam is, of hoe hij heet."

    De engel antwoordde: "Hij heet "de zoon der tranen", in het hemelrijk."

    De duivel riep: "O, wat was het voor een wezen dat ruimte in haar ingewanden had voor zoveel tranen! Vervloekt zijn zij door alle heirscharen der hel."

    Der engel antwoordde: "Uw vloek is glorie voor God en zegen voor al Zijn vrienden."

    Daarop sprak de rechter en zeide: "Ga weg, vijand, en komt, mijn uitverkorenen!" Op hetzelfde ogenblik vluchtte de duivel en was het oordeel geëindigd.

    De persoon, die het hoorde, zeide aldus: "O! Eeuwige en ondoorgrondelijke kracht, God, Jezus Christus, Gij zijt het die het hart alle goede gedachten en gebeden en tranen ingeeft, Gij beloont Uw eigen gaven en geeft er glorierijk loon voor in eeuwigheid. U zij dank en eer en lof voor alles wat geschapen is. O, milde God, Gij zijt mij het liefst, meer dan ziel en lichaam samen."

    De angel sprak tot Sancta Birgitta die het visioen zag, en zeide: "Gij zult weten, dat dit visioen u door God getoond wordt, niet voor uw eigen troost, maar opdat Gods vrienden verstaan zullen en weten, wat Hij doet voor Zijn vrienden en dienaars die bidden voor anderen met geheel hun hart en steeds geduldig leven volgens Gods wil. Gij zult ook weten, dat hij de genade niet verkregen zou hebben, die hem geschonken werd, indien hij van kind af niet den wil gehad had God en Zijn vrienden lief te hebben en zich niettegenstaande al zijn zonden gaarne wilde beteren."


    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen."Het Teken van de Mensenzoon " (Schriften van Madeleine)


    TWEEDE VERSCHIJNING.

    Woensdag, 8 november 1972 om 4.35 uur

    Madeleine bidt bij haar venster met haar armen kruisvormig uitgestrekt.

    Het "Lichtend Kruis" wonderschoon, van een helderheid en klaarheid waarmee geen enkel licht hier beneden te vergelijken valt, vormt zich opnieuw, maar het wordt niet zoals bij de eerste keer, voorafgegaan door een schitterend licht.

    En zij hoort heel dichtbig een stem, zachtjes en zeer bedroefd zeggen :

    "Boete, boete, nu is de tijd om al die zondaars te redden, die niet van Jezus

    houden..."

    En zij ontvangt een geheim over een nabije bedreiging voor de mensheid.

    Zij schrijft :

    "Door de toenemende vooruitgang is de wereld zo uit balans geraakt dat men geen oog meer heeft voor de Schepper... Toch zal Jezus door het Kruis de wereld gaan redden en het leed verdrijven. Het vele lijden en ellende zullen een eind nemen. Dan zal het einde komen, de vrede... Ja, hoe heerlijk zal het zijn het hemels licht te ontdekken dat geen avond kent. Maar om al die wonderen te verkrijgen, ons door God aangekondigd, is een rein hart nodig, het is tijd om zich te bekeren, om boete te doen..."

    Madeleine is terneergeslagen en kan er niets aan doen dat zij huilt. Bij het einde van de mis, is de priester naar haar toegegaan, iets wat hij normaal nooit doet, en vraagt haar :

    "Waarom bent u zo verdrietig ?"

    Waarop Madeleine hem in goed vertrouwen de reden prijsgeeft.


    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Een Teken uit de Hemel (BOODSCHAP VAN SOUFANIEH.)

    Een Teken uit de Hemel.

    BOODSCHAP VAN SOUFANIEH.

    A. Th. Khoury.

    HOVINE

    INHOUD

    Hoofdstuk I

    Wat ik in Soufanieh heb gezien en gehoord

    Hoofdstuk II

    Verkondig over heel de wereld: zij moeten voor de Eenheid werken De Boodschap van Soufanieh

    Tekst van de Boodschappen aan Myrna

    Bijvoegsel

    Kort overzicht over de gebeurtenissen in Soufanieh door P. Jozef Malouli, Lazarist

    Myrna, De Olie, DeVerschijningen, De Boodschappen, De Extasen, De Stigmata

    - Overzicht van de visionenen in verband met de extasen

    Gebed tot O. L. Vrouw van Soufanieh

    Mgr Georges Habib Hafoury – Syrisch Katholic arrtsbisschop van Hassaké

    Onenigheid en vijandschap uit het verleden

    GEDRUKT IN BELGIE

    De foto's van dit boekje komen van de fotograaf Guy Best, Kapellen (België).

    D/1992/0965/3

    Copyright 1992

    by Presse Editions HOVINE s.p.r.l.

    rue Longue 33

    B-7522 MARQUAIN

    Wettelijk deposito eerste trimester 1992

    Alle rechten van reproductie, fotomechanische weergave,

    adaptatie of de nadruk van uittreksels, zijn voorbehouden voor alle landen.

    HOOFDSTUK I

     

    EEN TEKEN UIT DE HEMEL IN DAMASCUS

     

    Wat ik in Soufanieh heb gezien en gehoord

     

    Ongeveer vijf jaar geleden had ik er van vernomen. Later stuurde men mij schriftelijke documenten op. Er stond te lezen dat er in Soufanieh, een woonwijk van Damascus in Syrië, olie zou zijn voortgekomen uit de reproductie van een byzantijnse icoon in een schamel plastic kader. Ook uit de handen en het gelaat van een jonge, getrouwde vrouw met name Myrna.

     

    Myrna is katholiek en lid van de mellkitische Kerk (Grieks-katholiek).

     

    Geneesheren hebben schriftelijk betuigd dat er door de kracht van de olie genezingen plaats vonden. Ook visioenen en verrukkingen zouden er gebeurd zijn.

     

    Verschillende boodschappen zouden door onze Heer Jezus Christus en de Heilige Maagd Maria aan Myrna zijn medegedeeld.

     

    Vanaf het begin van de gebeurtenissen in de maand november 1982, wordt er een dagelijks lof gehouden in het huis van Myrna's gezin. Er komen nu en dan zelfs mohammedanen.

     

    De documenten lieten verder weten: de verschijningen zouden talrijk zijn geweest, de herhalingen op onregelmatige tijdstippen. Vooral de afscheiding van de olie uit de kleine icoon van de Maagd Maria of uit de handen, het gelaat en de hals van Myrna zou zich op vele plaatsen herhaald hebben: in Syrië, in de Libanon, in Jordanië, in de USA ...

     

    Uit ontelbare prentjes en reproducties van de icoon van Soufanieh zou de olie zijn voortgekomen, en wel in verschillende landen ter wereld. Getuigenissen liggen voor de hand.

     

    De olie uit de icoon en uit het lichaam van Myrna werd geanalyseerd, onder meer in de Duitse bondsrepubliek. Voor mijn ogen heb ik de fotokopie van de analyse uit het laboratorium in Moers; het resultaat luidt: zuivere olijfolie. Dezelfde uitzonderlijke zuiverheid zou vrijwel niet voorkomen.

     

    Verrukkingen zouden er gebeurd zijn, en stigmata aan het hoofd, de handen, de voeten en de zij van Myrna, nu al drie keer.

     

    Dit is het nieuws dat ik heb kunnen ontvangen, en de informaties die ik uit de documenten mocht ontnemen. Allereerst heb ik mij zeer terughoudend geuit: een normale houding van iemand die al verschillende decennia met zijn ratio werkt, met mirakelen en buitengewone verschijningen geen rekening houdt, en tegenover bovennatuurlijke fenomenen uiterst voorzichtig reageert en eerder sceptisch van oordeel is.

     

    Maar ondertussen heb ik bij vele personen kunnen informeren, op wier oordeel ik meen te mogen vertrouwen. Allen hebben bevestigd dat zij gezien hebben: vooral het afscheiden van de olie uit de handen van Myrna.

     

    Met bijzondere aandacht heb ik de getuigenissen van artsen over genezingen gelezen, ook van geneesheren die de fenomenen (de olie, de verrukkingen, de stigmata) zelf gezien en nauwkeurig onderzocht hebben. Alles is enorm nuchter, realistisch en geloofwaardig.

     

    Onder de getuigen bevinden zich bisschoppen, priesters, religieu zen, Franse getuigen (priesters en journalisten), theologanten, art sen, psychoanalytici, zelfs militairen.

     

    Toen men mij naar mijn mening vroeg, hield ik mij terug, er informeerde naar het bestaan van boodschappen, dus naar de bedoeling van die talrijke tekens. Ik vroeg ook naar de praktisch( uitwerkingen van het fenomeen op de mensen.

     

    Mijn vrienden in Damascus nodigden mij met nadruk uit. Hun uitnodiging deed denken aan het woord van Filippus aan Natanaë in het Evangelie naar Johannes: «Kom en zie» (Jn 1, 46).

     

    In november van dit jaar kon ik eindelijk naar Damascus vertrek ken, en wel twee dagen voor de jaardag van de gebeurtenis, op 24.11.1989.

     

    Verschillende gesprekken met vertegenwoordigers van de talrijke oosterse christelijke Kerken maakten mij duidelijk dat de hiërarchie onenig is in de beoordeling en waardering van het gebeuren. Een bijzonder delikaat probleem komt voort uit het feit dat de echtgenoten Nikolas en Myrna Nazzour in een gemengd huwelijk leven: Nikolas is Grieks-orthodox, Myrna Grieks-katholiek (melkitisch) Het kerkelijk gezag voor heel het gezin ligt volgens de oosterse rechtstraditie bij de Grieks-orthodoxe patriarch. En die keurt het fenomeen af, nadat hij aanvankelijk zijn toestemming had laten blijken.

     

    De Grieks-katholieke patriarch houdt zich neutraal om zijn orthodoxe collega te ontzien. Zeer positief was echter de houding van de Syrisch-orthodoxe patriarch.

     

    Ook de clerus is oneens in het oordeel over Soufanieh. Twee katholieke priesters, de Lazarist Joseph Malouli en de studentenpastoor Elie Zahlaoui, hebben hun terughouding opgegeven, en spreken nu met overtuiging voor de echtheid van de tekens van Soufanieh.

     

    Voor het begin van de liturgie op zondag 26 november, die naar aanleiding van de jaarherdenking van Soufanieh gevierd werd, had ik gelegenheid met Myrna te spreken. Myrna is een jonge vrouw: toen dit alles begon in november 1982 was zij 18 jaar oud. Zij is getrouwd, heeft nu twee kinderen, een dochter (Myriam) en een zoon (Jean Emmanuel).

     

    Zij leeft sober en bescheiden, beschikt niet over opvallende intellektuele gaven, en heeft ook niet aan theologische studies gedaan. Maar zij straalt een diepe inwendige vrede uit. Haar wezen is gevormd door lichte ernst en rustige gelatenheid. Zij toont geen enkel spoor van pretentie. In ons gesprek wist zij vaak niet de verbindingslijnen in haar boodschap uit te leggen, zelfs belangrijke begrippen op te helderen. Zij zoekt hulp en bijstand bij de theologisch gevormde priesters die haar begeleiden. Maar zij is er vast van overtuigd dat dit alles tekens uit de hemel zijn die haar zelf en de christenen op essentiële vraagstukken ten opzichte van onze Heer Jezus Christus en Zijn Moeder Maria attent willen maken.

     

    De leden van het gezin staan helemaal in de dienst van Gods wil; zij ook hebben zich bekeerd tot God, tot het gebed en tot onbaatzuchtig hulpbetoon. Hun huis staat de hele dag open voor elke gast die op de binnenkoer van het bescheiden gebouw wil bidden. Al meer dan zeven jaar verdragen zij de toestand dat zij niet langer alleen over hun woning kunnen beschikken en dat er feitelijk geen gezinsleven mogelijk is. Zij verdragen het in grote gelatenheid, zelfs in dankbaarheid.

     

    Hier dient gezegd dat zij geen schenkingen - hoe dan ook - aanvaarden. Dat hebben zij alle gasten op een duidelijk leesbaar plakkaat doen weten; in feite geven zij strikt gevolg aan dit besluit.

     

    Hetgeen ik in Soufanieh en tijdens mijn verblijf in Damascus heb gezien en beleefd, heeft mij zeer getroffen. Daarbij had ik er geen rekening mee gehouden zelf bijzondere tekens te zien. Het is immers niet nodig zelf te zien, om te geloven. Wij geloven immers om reden van de getuigenis van vroegere generaties, de getuigenis van degenen die zelf Gods tekens hebben ervaren. Dus ik was nie op zoek naar een mirakel. Ik wou alleen maar waarnemen. En d meest belangrijke details schreef ik op.

     

    Op die zondagnamiddag, de zevende jaardag van het gebeuren begon het gebed vroeger dan anders; al om 16 uur. Het huis liep vo met biddende mensen: de binnenhof, de huiskamer, en zelfs d slaapkamer van het jonge koppel. Velen stonden op het terras, anderen buiten op straat. Een groep van mohammedanen was aanwezig, en nam deel aan het gebed.

     

    Vlak na 18 uur werd Myrna die tot dan toe zoals al de anderen aan het gebed deelnam, op het bed gelegd. Omwille van de grote drukte zat ik tegen de achterwand van de slaapkamer op de bedrand ter hoogte van het hoofdkussen. Ik heb de gebeurtenis dus van dicht nabij gezien. Ik heb olie gezien, aan Myrna's handen, op haar gelaat. De olie heb ik twee keer onderzocht. Myrna was in extase. Zij heeft mijn vinger niet gevoeld. Zij kon ook helemaal niet zien of horen. Dit heb ik kunnen vaststellen ten overstaan van aanwezige priesters.

     

    Toen zij wakker werd, heeft zij de vraag beaamd, of zij de Maagd Maria gezien, en door haar een boodschap had ontvangen. Zij heeft deze boodschap gedicteerd:

     

    «Mijn kinderen,

    Jezus heeft tot Petrus gezegd: Gij zijt de steenrots, en daarop zal ik mijn Kerk bouwen. En ik zeg nu: Gij zijt het hart waarin Jezus zijn eenheid zal opbouwen.

    Ik wil dat gij uw gebeden opoffert voor de vrede, van nu af aan tot de herdenking van de Opstanding. »

     

    Enkele minuten na het dictaat van de boodschap was het gelaat van Myrna terug gedroogd; de olie verdween ook langzaam van haar handen.

     

    Maandag 27 november, heb ik op de voormiddag een nieuw teken gezien. In de op zondag nog lege schaal onder het opgesloten portret was verse olie: ze vulde ongeveer een derde van de schaal.

     

    De pater Lazarist Malouli die alleen de sleutel van het kastje bewaart, opende voor mij de glazen deur. Ik mocht een pluisje watten in de olie dompelen, de olie proeven, haar ruiken: smaak en geur zijn die van olijfolie; er was ook nog een aroma te herkennen dat mij aan chrisma deed denken. De sporen van de olie waren nog zichtbaar op het portret, op het plastic kadertje, en onderaan de rand van het kader.

     

    Dezelfde maandag, 27 november, hebben wij samen met Myrna, haar echtgenoot Nicolas en enkele vrienden een tochtje naar Khabab gemaakt, ca. 50 km ten zuiden van Damascus. Na het eten gaf' de plaatselijke Grieks-katholieke aartsbisschop Boulos Bourkhoche een interview aan een TV-reporter uit Canada over de verschijning van de olie in zijn aanwezigheid en in zijn residentie. Tegen het einde van de opname verscheen de olie aan de handen van Myrna.

     

    Ik zat er zelf bij. Ik heb de olie onderzocht: het was dezelfde olie die op zondag ook aan de handen en op het gelaat van Myrna was verschenen.

     

    Dinsdag, 28 november, werd het oude kastje tot steun van het portret van de Moeder Gods vervangen door een mooie kolom van marmer, waarop een marmeren beker geplaatst werd. Op een kant van de beker werd het portret gezet in vrij zwevende positie, onder een stolp van plexiglas. Op de avond van diezelfde dag vloeide er nieuwe olie onder de stolp in de nieuwe lege beker, op een breedte van ca. 1 cm. 11 heb de olie pas op de morgen van 29 november gezien; ik mocht haar onderzoeken: dezelfde aromatische olie die ik al vroeger in de schaal onder het portret had gezien en aangeraakt.

     

    De verschijning van de olie - nu meer, dan minder - uit het portret van de Maagd Maria, en uit Myrna's handen, gelaat, enz., de genezingen, de boodschappen, - dit alles zijn voor mij tekens die ons op een bepaald verzoek attent willen maken. Dit verzoek wordt duide lijk in de boodschappen die Myrna in de loop van de zeven voorbij jaren door Jezus Christus (15 boodschappen) en door de Maag Maria (13 boodschappen) heeft ontvangen.

     

    Zoveel kan ik nu al zeggen: het voorwerp van al die boodschap pen strookt met de oproep van het Evangelie: ommekeer, boetedoe ning, bidden, elkaar beminnen, aan anderen hun schuld vergeven hulpvaardig zijn, delen in de zorg om de wereld. Twee speciale wen sen: de eenheid van al de christelijke Kerken, de vrede in de wereld.

     

    Bij de analyse van de teksten kon ik niets ontdekken dat tegen strijdig met het geloof zou zijn. Juist het tegenovergestelde: d overeenkomst met de christelijke leer is zeer duidelijk gebleken.

     

    De boodschap van Soufanieh heeft al verbazingwekkende vruch ten voortgebracht: het aanhoudende dagelijkse gebed vanaf novern ber 1982, tal van bekeringen, de herleving van het besef voor d godsdienst, de broederlijke sfeer, gevormd door openheid e onbaatzuchtigheid, de smeekbede voor de eenheid van de Kerke en voor de vrede, het verwezenlijken van die eenheid en die vred door het regelmatig verschijnen van vele christenen uit verschi lende confessionele groepen bij het dagelijks gebed, en ook de aar wezigheid van mohammedanen bij dit gebed, samen met de christ( nen van verschillende geloofsrichtingen.

     

    Ik heb geen reden om aan de echtheid van de gebeurtenissen i Soufanieh te twijfelen. Integendeel: ik heb tal van redenen om h gebeuren van Soufanieh als echt te aanvaarden, en in zijn bovenn tuurlijk karakter te geloven. Die tekens zijn zo massief, zij zij door vele getuigen geloofwaardig bevestigd, en enkele heb ik m mijn eigen ogen gezien. De mogelijkheid van oplichterij is nerger zichtbaar. De wensen die zij de mensen aan het verstand brenge stroken volkomen met de christelijke Blijde Boodschap. De vruc ten die zij voortbrengen, zijn goed.

     

    Ik heb het zelf gezien. Ik ben onder de indruk. Ook ikzelf vo mij nadien aangespoord om beter te bidden.

     

    Toen ik dit alles aan een collega en vriend vertelde, vroeg hij mij: Wat doe je nu er mee?

     

    Men kan er nog veel discussies over houden, nauwkeurige vragen stellen, betere argumenten voorbrengen, twijfels uiten, en wat nog meer...

     

    Wat ik er mee ga doen?

     

    Ik doe hetzelfde dat andere getuigen, ook en vooral de getuigen van het geloof, hebben gedaan: Ik vertel het voort...

     

    HOOFDSTUK II

    VERKONDIG OVER HEEL DE WERELD:

    ZIJ ZULLEN VOOR DE EENHEID WERKEN

    De boodschap van Soufanieh

    De tekens die ons in Soufanieh/Damascus vanaf november 198 worden gegeven, willen attent maken op de heilzame en verbli dende tegenwoordigheid van onze Heer Jezus Christus, en op d hoopgevende toewijding van Maria, de Moeder van God. Aan d andere kant vestigen zij onze aandacht op belangrijke wensen d stroken met de heilswens van het Evangelie, die echter de klemtoo leggen op een bijzondere dimensie binnen de taak van de christen.

    Die wensen werden pas in de loop van de tijd in hun konkre bedoeling duidelijk. De vraag, of er door de informaties van de t nu toe gegeven boodschappen de hele draagwijdte van de opdrac wordt omschreven, kan men nu nog niet beantwoorden. Er kunne nieuwe aspekten komen opdagen, misschien ook een oproep t konkrete vormen van het christelijke engagement, of ook nieum klemtonen.

     

    De betrokkenen in Damascus en in andere landen over de wereld vertonen een grote openheid tegenover Gods wil. Myrna die werd uitgekozen als instrument van Gods werken, wordt voortdurend aangemoedigd op God te vertrouwen, op zijn wegen te wandelen, en geen angst te hebben: « Wat vreest gij, terwijl Ik met u ben?... Kies niet zelf uw weg. Want Ik heb hem voor u uitgestippeld» (Christus).

    De talrijke geestelijke bekeringen en het herleven van het godsdienstig bewustzijn, het opkomen van een sfeer van wederzijdse liefde, van ruime openhartigheid en van toegewijde solidariteit, al dit wijst er op dat een belangrijk verzoek van de boodschap van Soufanieh bestaat in de bekering van de mens tot God, tot het geloof, tot het gebed en tot onbeperkte liefde.

    «Bekeer u en geloof», zegt de Maagd Maria reeds in de allereerste boodschap.

    En verder: « Uw gebed is mijn feest. Uw geloof is mijn Jéest».

    «Bid, bid, bid.. Wat zijn mijn kinderen mooi, als zij knielen en bidden. »

    «Zeg aan allen dat zij veel moeten bidden, want zij hebben het gebed nodig om de Vader welgevallig te zijn. »

    En Christus zegt met nadruk: «Bid voor de zondaars. Met ieder woord stort ik een druppel van mijn bloed op een van de zondaars.»

    Het bidden in geloof en godsvrucht zal een uiting van solidariteit met de mensen zijn, een uiting van liefde.

    «Bemin elkaar, en bid met geloof. »

    «Bemin elkaar... Ik eis uw liefde op - »

    «Bemin allen, zoals gij mij bemint, vooral degenen die u gehaat en kwaad tegen u gesproken hebben.»

    Die liefde zal in het dagelijks leven tot uitwerking komen.

    «Doe goed aan hen die u kwaad doen. »

    «Geef. Stoot niemand terug die u om hulp vraagt. »

    Op verschillende plaatsen wordt er van de getroffenen vereist vergeven, van hen die menigvuldige moeilijkheden, verdachtmaki gen en valse beschuldigingen hebben ondergaan: « Vergeven is het beste... Verdraag het en vergeef. »

    Het lijkt wel dat moeilijkheden en vijandelijkheden een van verschijningsvormen van het algemene onheil ter wereld zijn. A bijzonder rampzalig wordt de onoprechtheid en ontrouw van chri tenen in menig opzicht beschouwd. Er is sprake van degenen d geld geven voor de Kerk en voor de armen, maar geen liefde vert nen: «Zij zijn niets». Zo heeft de apostel Paulus zich al geuit (1 Co 13, 3).

    Niet altijd, zo wordt verweten, gaan de christenen naar de Ke om te bidden. Oneerlijk zijn de betuigingen van degenen die alle naar buiten beweren geloof en liefde te hebben. Eens wordt er e pijnlijke vaststelling gemaakt: «Zeg aan mijn zonen» - deelt Myrna mee - «dat ik van hen eenheid opeis. Ik vraag ze niet van degenen die maar komedie spleen door te beweren dat zij zich inzetten voor de eenheid. »

    Dat de overwinning van het kwaad en de oplossing van moeilij heden inspanning kost, maakt de boodschap telkens opnieuw dl delijk door op de noodzakelijkheid te wijzen, het kruis te drage Christus zegt in een boodschap: «Ik werd gekruisigd uit liefde tot En ik wil dat gij uw kruis draagt en verdraagt om mijnentwil, vr willig, met liefde en geduld, en dat gij mijn aankomst verwacl Wie met mij in het lijden deelt, zal ik laten delen in mijn heerlij heid. Er is geen verlossing voor de ziel dan alleen door het kruis.»

    Op een andere plaats zegt Hij: «Gij zult weten dat het dragen van het kruis onontkoombaar is».

    Het feit dat de noodzakelijkheid van het kruis beklemtond wordt, schijnt de bereidschap van de betrokkenen te willen vestigen, opdat zij de op hen toekomende bekoringen en vijandelijkheden zouden kunnen doorstaan en - met het oog op de verwezenlijking van de hoofdwens van Soufanieh - geduldig verdragen. Want het gaat om de eenheid van de christenen, om het herstel van de kerkelijke eenheid, over de verdeeldheid van de vele groepen heen. Misschien gaat het er ook wel om de eenheid van allen ter wereld, die in God geloven, te bevorderen, en in het alledaagse leven te realiseren.

    De eenheid van de Kerk als hoofdwens van het gebed en van de practiche levenswijze breekt in de boodschappen van Soufanieh al zeer vroeg door. Reeds op 24-3-1983 zegt de Maagd Maria ophelderende woorden, die later herhaald en gedeeltelijk aangevuld werden:

    «Sticht een Kerk. Ik heb niet gezegd. Bouwt een kerk. De Kerk die Jezus gesticht heeft, is één enkele Kerk ' want Jezus is één. De Kerk is het Rijk der hemelen op aarde. Wie haar verdeeld, doet zonde. En wie zich verheugt over haar verdeeldheid, doet zonde. Jezus heeft de Kerk gebouwd. Zij was klein. En toen zij groot werd, kwam de verdeeldheid. Wie haar verdeeld, heeft geen liefde in zich. Verzamel u. »

    Wij gaan hier de meest belangrijke woorden aanhalen, die de eenheid van de christenen bedoelen, en wel zonder kommentaar:

    « Verzamel u» (Maria).

    Dit is mijn feest, dat ik u bij elkaar zie... De vereniging van uw harten is mijn jéest» (Maria).

    Mijn hart is gekwetst. Laat mijn hart zich niet verdelen omwille van uw verdeeldheid» (Maria).

    Gij zijt het hart, waarin Jezus zijn uniek wezen zal opbouwen» (Maria).

    Gij zijt mijn Kerk» (Christus).

    «Zeg aan mijn zonen dat ik de eenheid van hen opeis. Ik vraag ze niet van degenen die komedie spelen door te beweren dat zij zich voor de eenheid Inzetten» (Christus).

    «Ga en verkondig over heel de wereld. En zeg zonder vrees dat zij moeten werken voor de eenheid» (Christus).

     

    Nog een woord van Maria dat optimistisch klinkt maar een gro verantwoording aan de betrokkenen oplegt: «Gij zult de generat het woord van de Eenheid, de Liefde en het Geloof leren».

    Dit verzoek, om voor de eenheid te bidden, voor de eenheid werken, de eenheid te verwezenlijken, wordt volkomen au série genomen door de kleine gebedsgemeenschap die zich in Soufanieh al zeven jaren iedere dag spontaan vormt en het gemeenschapp lijke gebed verricht. Christenen van alle Kerken en geloofsbelijdenissen nemen er aan deel.

    Over de grenzen van een zuiver binnenkerkelijk oecumenisn heen doet het meedoen van enkele mohammedanen en zelfs m hammedaanse groepen telkens opnieuw aan een meer uitgebrei oecumene denken: aan de oecumene van de godsdiensten, aan de de toekomst na te streven eenheid van alle mensen over de were die in God geloven.

    Een ander verzoek dat in de boodschappen van Soufanieh na voren wordt gebracht, is de vrede in de wereld. Christus spreekt drie keer over vrede:

    «Ik ben de waarheid, de vrijheid en de vrede». «Mijn vrede geef ik u. »

    «Hoe mooi is deze plaats. Hier zal ik mijn Rijk en mijn vrec doen ontstaan.»

    Het laatst op 26 november 1989 zei de Maagd Maria:

    «Ik wil dat gij uw gebeden wijdt aan de vrede, van nu af aan to aan de gedachtenis van de Opstanding».

    De dimensies van die vrede die afgesmeekt zal worden, zijn no niet helemaal duidelijk. Maar ten opzichte van de explosieve situati in het nabije Oosten, van de conflicten in de wereld, en ook van d onzekere toekomst die ingeleid werd door de adembenemend omwentelingen in Oost Europa, is het vernoemen van de vrede a bijzondere wens een opbeurend teken in deze boodschappen.

    Algemeen dient gezegd dat die boodschap een optimistische en blijde boodschap is, ondanks alle aanwijzingen naar de noodzakelijkheid van het kruis, en de onontkoombaarheid van lijden en pijn.

    De jonge getrouwde vrouw Myrna die een zware last heeft te dragen, wordt niet gedreven tot een verdergaande ascese of een totaal afstand doen. Op haar eigen overwegingen in deze wordt geantwoord: «Ik ben niet gekomen om te scheiden. Uw huwelijksleven zal blijven zoals het is» (Maria). Haar leven als «echtgenote, moeder en zuster» zal niet benadeeld worden. «Leef uw leven, wel en onafhankelijk. » «Leef uw leven. Maar het leven verhindert u niet door te gaan met bidden. »

    Troost is overigens ook telkens opnieuw uit de mond van Maria en van Jezus te vernemen.

    «Denk aan mij in uw vreugdé», zegt Maria. En verder: «Ik ben blij». « Vrees niets, mijn dochter, dit alles gebeurt, opdat Gods Naam verheerlijkt wordt. Verheug u veeleer, want God heeft u toegestaan tot mij te komen, opdat ik u zeg: Bekommer u niet om wat over u gezegd wordt maar blijf altijd in vrede... De zegen van God kome neer op u en al diegenen die samen met u hun bijdrage tot zijn liefde hebben gegeven. »

    Op de vooravond van het feest van de Geboorte van Maria, op 7.9.1985, zegt Christus zelf:

    « Verheug u omwille van de vreugde in de hemel. Want de Dochter van de Vader, de Moeder van God, en de Bruid van de Heilige Geest is geboren. Verheug u omwille van de vreugde op aarde. Want uw verlossing is werkelijkheid geworden». En verder:

    « Wees in de vrede van God».

    «Ga heen in vrede, en zeg aan mijn zonen dat zij ieder uur naar Mij toe moeten komen, en niet alleen wanneer Ik het feest van Mijn Moeder opnieuw ga vieren. Want Ik ben altijd met hen.»

    «Mjn vrede in uw hart zal een zegen zijn over u en over allen die samen met u hun bijdrage hebben gegeven.»

    Nieuwe hoop geeft ook de steeds herhaalde belofte dat Maria en Jezus zelf met Myrna zijn, en ook met allen die hun bijdrage geve en met degenen die zich getroffen voelen door de boodschap, en d zich bemoeien om de inhoud. « Vrees niet. Ik ben bij u», ze Maria. En Christus:

    «Ga en verkondig. En waar gij ook zijt, ben Ik met u.» «Ik verzeker u: Ik ben met u en met u allen.»

    Een grote hoop schuilt in de toezegging dat Maria en Jezus een nieuwe generatie van christenen zullen doen ontstaan, die hl opdracht zullen vervullen: «Ik zal mijn generatie in u opvoeden zegt de moeder van God tweemaal tot Myrna. En Jezus herhaalt he «Vrees niets, mijn dochter. Ik zal mijn generatie in u opvoeden». Dit is een generatie die de «generaties het Woord van de Eenheid, de Liefde en het Gelo zal leren» (Maria).

    Eenheid, liefde, geloof zijn niet het werk van mensen, maar voo al door God gegeven. Zij moeten al biddend afgesmeekt worden, ook in het alledaagse bedrijf verwezenlijkt worden.

    Deze korte samenvatting zal ik sluiten met drie gebeden die boodschappen van Soufanieh bevatten. Zij worden door de bi dende mensen aldaar en overal ter wereld gesproken:

    «God, verlos mij; Jezus verlicht mij; de Heilige Geest is mij leven. Zo hoef ik niets te vrezen» (Maria).

    «Vader, verlos ons door de wonden van uw beminde Zoon.»

    «Zeer geliefde Jezus, sta toe dat ik rust in U,

    zo boven a verheven,

    boven ieder schepsel,

    boven alle engelen,

    boven alle log,

    boven alle vreugde en opgetogenheid,

    boven alle eer en ho waardigheid,

    boven alle hemelse machten.

    Want Gij alleen zijt de Allerhoogste,

    Gij alleen de Almachtige Algoede,

    verheven boven alles.

    Kom daarom tot mij, troost mij.

    Maak mijn boeien los en verleen mij de vrijheid.

    Want zonder U is mijn vreugde onvolkomen.

    Zonder U is mijn tafel leeg» (Christus).

    TEKST VAN DE BOODSCHAPPEN AAN MYRNA

    1. Boodschap van de Maagd en Moeder Gods Maria

    (Soufanieh, zaterdag 18.12.1982)

    «Mijn zonen en dochters!

    Denk aan God, want God is met ons.

    Gij kent alles, en kent toch niets. Uw kennis is een onvolmaakte kennis. De dag zal komen dat gij alle dingen zult kennen, zoals God mij kent.

    Doe goed aan hen die kwaad doen. Doe aan niemand onrecht.

    Ik heb u olie gegeven, meer dan gij gevraagd hebt. En ik zal u nog iets geven dat veel sterker is dan olie.

    Bekeer u en geloof. En denk aan mij in uw vreugde.

    Verkondig mijn zoon, de Emmanuel. Wie mijn Zoon verkondigt, zal verlost worden.

    En diegene die dat niet doet, diens geloof is waardeloos.

    Bemin elkander.

    Ik verwacht geen geld dat aan de kerken wordt gegeven, ook geen geld dat onder de armen verdeeld wordt.

    Ik vraag liefde.

    Diegenen die hun geld uitdelen aan de armen en de kerken, terwijl in hen de liefde niet is, die zijn niets.

    Ik zal bij voorkeur de huizen bezoeken, want zij die naar de kerk gaan, gaan er niet altijd naartoe om te bidden.

    Ik vraag niet dat gij voor mij een kerk bouwt., maar een plaats van gebed.

    Geef.

    Sluit niemand uit die uw hulp vraagt. »

    2. Boodschap van de Maagd en Moeder Gods Maria

    (Soufanieh, maandag, 21.2.1983).

    Aantekening: Op zondag 9.1.1983 werd de ikoon in een plechtige processie vanuit het huis van de familie Nazzour naar de Grieksorthodoxe kerk van het Heilig-Kruis gedragen. Op de vooravond, zaterdag 8.1.1983, verscheen de Moeder Gods aan Myrna: zij had tranen in haar ogen. Zij zei tot haar: «Het doet er niets toe».

    In de kerk vloeide er geen olie meer uit de ikoon. Op de maandagnamiddag werd de ikoon in 't geheim terug naar huis gebracht. Op diezelfde dag verscheen de Heilige Maagd Maria 's avonds aan Myrna, en gaf haar deze boodschap:

    «Mijn zonen en dochters!

    Onder ons gezegd: Ik ben weer teruggekomen.

    Beschimp de hoogmoedigen die van alle nederigheid verstoken zijn, niet.

    De nederige verlangt vurig om zijn fouten en tekortkomingen te later verbeteren naar opmerkingen van een ander.

    De bedorven hoogmoedige is nalatig, hij komt in opstand en stelt zich vijandig op.

    Vergeving is het allerbeste.

    Wie van zichzelf beweert onschuldig en lieliefdevol voor de mede mens te zijn, is onzuiver voor God.

    Ik heb een verzoek aan u: dit zijn woorden die gij in uw denken moet inprenten en altijd herhalen: «God, verlos mij; Jezus verlicht mij; de Heilige Geest is mijn leven, daarom hoef ik niets te vrezen. »

    Is het niet zo, mijn zoon Jozef? Verdraag en vergeef. Verdraag het: het is veel minder dan hetgeen de Vader verdragen heeft. »

    3. Boodschap van de Maagd en Moeder Gods Maria

    Soufanieh, donderdag 24-3-1983, vooravond van het feest v Maria Boodschap of Aankondiging des Heren.

    «Mijn zonen en dochters! Mijn zending is beeindigd. In deze nacht heeft de Engel (Gabriël) tot mij gezegd: Gij z de Gezegende onder de vrouwen. En ik kon hem alleen a woorden: «Zie, de Dienstmaagd des Heren. »

    Ik ben verheugd. Ik ben niet waardig om u te zeggen: « Uw zonden zijn verg ven». Maar mijn God heeft dat gezegd.

    Sticht een Kerk. Ik heb niet gezegd: bouw een kerk. De Kerk die Christus gesticht heeft, is één Kerk omdat Jéz één is.

    De Kerk is het Rijk der hemelen op aarde. Wie haar verdeelt., zondigt. En wie zich verheugt over haar verdeeldheid, zondigt. Jezus heeft haar gesticht. Zij was klein. En toen zij groot werd, is zij verdeeld geraakt. Wie haar verdeelt, draagt geen liefde in zich.

    Verzamel u!

    Ik zeg u: bid, bid, bid.. Wat zijn mijn kinderen mooi, als zij knielen en bidden.

    Wees niet bang. Ik ben met u. Raak niet onderling verdeeld, zoals de groten en machtigen Gij zult aan de geslachten het woord van de Eenheid, de Liej en het Geloof leren.

    Bid voor de bewoners van de aarde en de hemel. »

    4. Boodschap van de Maagd en Moeder Gods Maria

    (Soufanieh, vrijdag 28.10.1983)

    « Wees niet bang. Dit alles geschiedt opdat de Naam van God verheerlijkt wordt. Wees niet bang.

    In u zal Ik mijn geslacht opvoeden. »

    5. Boodschap van de Maagd en Moeder Gods Maria

    (Soufanieh, vrijdag 4.11.1983)

    (De moeder van Myrna maakte zich ernstig zorgen over haar dochter. Daarom zei Maria:)

    «Ga naar beneden en zeg haar dat gij eerder mijn dochter dan haar dochter zijt...

    Mijn hart brandde (van pijn) over mijn enige Zoon. Zou het dan ook niet vanwege al mijn kinderen branden?»

    6. Boodschap van de Maagd en Moeder Gods Maria

    (Soufanieh, vrijdag 25.11.1983)

    «Dit is alles wat ik wil.

    Ik ben niet gekomen om te scheiden.

    Uw huwelijksleven zal blijven zoals het (nu) is.

    Zoudt gij graag naar mij komen?... Kom dan!...

    Het is reeds voldoende dat gij graag komt. »

    7. Boodschap van Onze Heer Jezus Christus

    (Soufanieh, donderdag - Hemelvaart, 31.5.1984)

    «Mijn dochter!

    Ik ben het Begin en het Einde.

    Ik ben de Waarheid, de Vrijheid en de Vrede.

    Mijn vrede geef Ik u.

    Uw vrede moet niet afnhangen van het gepraat van de mensen,

    noch ten goede, noch ten kwade. Gij moet echter een gering dunk van uzelf hebben.

    Wie de goedkeuring van de mensen niet zoekt, en de afkeurin niet vreest, die krijgt de ware vrede. En die komt tot stand in Mijzelf.

    Leef uw leven, wel en onajhankelijk. Laat u niet klein krijge omwille van de lasten die gij om mijnentwil op u genome hebt. Verheug u veeleer.

    Ik zal u weten te belonen. Uw lasten zullen niet lang aanhoude, en uw pijnen niet lang duren.

    Bid met aandacht. Want het eeuwige leven is dit lijden waarc Bid dat in u Gods wil in vervulling mag gaan.

    En zeg:

    Zeer geliefde Jezus, sta toe dat ik rust in U,

    zo boven alles verheven,

    boven ieder schepsel,

    boven alle engelen,

    boven alle lof,

    boven alle vreugde en opgetogenheid,

    boven alle eer en hoge waardigheid, boven alle hemelse machten.

    Want Gij alleen zijt de Allerhoogste,

    Gij alleen de Almachtige en Algoede,

    verheven boven alles.

    Kom daarom tot mij, troost mij.

    Maak mijn boeien los en verleen mij de vrijheid.

    Want zonder U is mijn vreugde onvolkomen. Zonder U is mijn tafel leeg.

    Dan zal ik komen om te zeggen: Gij hebt Mij uitgenodigd, wel, hier ben Ik dan.»

    8. Boodschap van de Maagd en Moeder Gods Maria

    (Soufanieh, vrijdag 7.09.1984, vooravond van het feest van de Geboorte van Maria)

    «Leef uw leven.

    Maar het leven verhindert u niet door te gaan met bidden. »

    9. Boodschap van de Maagd en Moeder Gods Maria

    (Soufanieh, woensdag, 1.05.1985)

    «Mijn kinderen!

    Verzamel u.

    Mijn hart is gewond.

    Laat mijn hart niet verdeeld zijn omwille van uw verdeeldheid.

    Mijn dochter, Ik zal u het loon van uw moeite geven. »

    10. Boodschap van de Maagd en Moeder Gods Maria

    (Hassaké/Noord-Syrië, zondag 4.08.1985)

    De Kerk is het Rijk der hemelen op aarde. Wie haar verdeelt, zondigt.

    En wie zich over haar verdeeldheid verheugt, zondigt.

    Ik ben verheugd.

    Vrees niets, Ik ben met u.

    In u zal Ik mijn geslacht opvoeden. »

    11. Boodschap van de Maagd en Moeder Gods Maria

    (Soufanieh, woensdag 14.08.1985, vooravond van het feest Maria ten hemel opneming)

    «Zalig feest! Dat is mijn feest, wanneer ik u allemaal verzameld zie.

    Uw gebed is mijn feest. Uw geloof is mijn feest.

    De eenheid van uw harten is mijn -feest. »

    12. Boodschap van Onze Heer Jezus Christus

    (Soufanieh, zaterdag 7.09.1985, vooravond van het feest va de Geboorte van Maria)

    «Ik ben de Schepper. Ik heb u geschapen, opdat u Mij voor brengt.

    Verheug u wegens de vreugde in de hemel.

    Want de Docht van de Vader en de Moeder van God en de Bruid van de Gee. is geboren.

    Verheug u wegens de vreugde op aarde. Want de verlossin heeft zich voltrokken. »

    13. Boodschap van Onze Heer Jezus Christus

    (Soufanieh, 3de verjaardag, dinsdag 16.11.1985)

    «Mijn dochter! Wilt gij gekruisigd worden of verheerlijkt?» - « Verheerlijkt. »

    (Jezus glimlacht en zegt:)

    « Voor de Schepper of voor het schepsel?» - « Voor de Schepper!»

    (Jezus vervolgt:)

    Dat komt tot stand langs de weg van de kruisiging.

    Want elke keer als ge naar de schepselen kijkt, verwijdert u blik zich van de Schepper.

    Ik wil dat gij, mijn dochter, u in gebed inspant en dat gij uze gering acht.

    Want wie zichzelf geringschat, verkrijgt van Go meer kracht, en een hogere rang.

    Ik werd gekruisigd uit liefde tot u allen.

    En Ik wil dat gij uw kruis draagt en verdraagt om mijnentw vrijwillig,

    met liefde en geduld en dat gij mijn Komst verwach Wie met Mij deelnemen aan het lijden,

    die laat Ik deelnem aan de heerlijkheid.

    Er bestaat geen verlossing voor de zielen behalve door het kruis.

    Wees niet bang, mijn dochter.

    Ik zal u van mijn wonden geven, waardoor gij de schuld van de zondaars vereffenen kunt.

    Dat is de bron waaruit elke ziel haar dorst lest.

    En als mijn afwezigheid lang duurt, en het licht voor u verhuld blijft, wees dan niet bang.

    Dit geschiedt tot Mijn verheerlijking.

    Wend u tot de aarde waar het onheil overal aan te treffen is. En blijf in de vrede van God. »

    14. Boodschap van Onze Heer Jezus Christus

    (Soufanieh, 4de verjaardag, woensdag 26.11.1986)

    «Mijn dochter! Hoe mooi is deze plaats. Hier zal Ik mijn rijk en mijn vrede laten ontstaan. Zo geef Ik u Mijn hart, om uw hart te bezitten.

    Uw zonden zijn vergeven omdat gij naar Mij opziet. En wie naar Mij opziet, in hem zal Ik mijn beeld prenten. Wee degene die mijn beeld weergeeft, terwijl hij mijn bloed verkocht heeft.

    Bid voor de zondaars. Bij ieder woord van gebed stort Ik een druppel van mijn bloed op een van de zondaars.

    Mijn dochter! Laat u niet door aardse aangelegenheden onrustig maken. Door mijn wonden zult gij de eeuwigheid verwerven. Ik wil mijn lijden vernieuwen. En Ik wil dat gij uw opdracht vervult. Gij kunt alleen dan de hemel binnen gaan, als gij uw opdracht op aarde vervult. Ga in vrede. En zeg mijn zonen en dochters, elk uur naar Mij toe te komen en niet alleen wanneer Ik het feest van Mijn Moeder vernieuw. Want Ik ben te allen tijde met u.»

    15. Boodschap van Onze Heer Jezus Christus

    (Soufanieh, Zaterdag van de Goede week, 18.04.1987)

    «Ik heb u een teken tot mijn verheerlijking gegeven.

    Vervolg uw weg. Ik ben met u. Anders ... »

    16. Boodschap van Onze Heer Jezus Christus

    (Soufanieh, donderdag 28.05.1987, Hemelvaartsdag)

    «Heb elkander lief en bid met geloof. »

    17. Boodschap van Onze Heer Jezus Christus

    (Ma'ad/Libanon, woensdag 22.07.1987)

    « Vrees niet, mijn dochter. In u zal Ik mijn geslacht opvoeden.

    Bid, bid, bid. En als gij bidt, zeg dan:

    « Vader, door de wonden van uw beminde zoon, verlos ons. »

    18. Boodschap van Onze Heer Jezus Christus

    (Soufanieh, vrijdag 14.08.1987, vooravond van het feest Maria's ten hemel Opneming)

    «Mijn dochter! Zij is Mijn Moeder uit wie Ik geboren werd. Wie haar eert, eert Mij.

    Wie haar verloochent, verloochent Mij. En wie van haar iets afsmeekt, zal het verkrijgen,

    want Zij is immers mijn Moeder. »

    19. Boodschap van Onze Heer Jezus Christus

    (Soufanieh, maandag 7.09.1987, vooravond van het feest van de Geboorte van Maria)

    «Mary (Myrna)!

    Zijt gij niet degene die Ik uitverkoren heb, die rustige jonge

    vrouw wier hart vol liefde en toewijding is?

    Mij is het duidelijk geworden dat gij niet in staat zijt ook maar iets omwille van Mij te verdragen.

    Ik zal u enig uitstel toestaan, opdat gij kiest.

    Wees hier zeker van: als gij Mij verliest, verliest gij het gebed van allen die rondom u zijn.

    En gij moet weten dat het dragen van het kruis onvermijdelijk is. »

    20. Boodschap van Onze Heer Jezus Christus

    (Soufanieh, 5de verjaardag, donderdag 26.11.1987)

    «Mijn dochter! Ik stel het zeer op prijs dat gij voor Mij hebt gekozen. Maar het mag niet alleen bij woorden blijven. Ik wil dat gij uw fijngevoelig hart met mijn Hart tesamen brengt, zodat onze harten zich verenigen.

    Haat niemand, zodat uw hart niet blind wordt voor mijn liefde. Heb allen lief zoals gij Mij liefhebt, vooral diegenen die u gehaat en tegen u getuigd hebben. Langs die omweg zult gij de heerlijkheid verwerven.

    Ga verder in uw leven als echtgenote, moeder en zuster. De moeilijkheden en het leed die gij zult ondervinden, moeten u niet bedrukken. Neen. Ik wil dat gij ze overwint. En Ik ben met u. Anders verliest gij mijn Hart.

    Ga en verkondig in de hele wereld. En zeg zonder vrees dat men voor de eenheid moet werken. Schuldig wordt de mens niet door de vruchten van zijn handen maar door de vruchten van zijn hart. Mijn vrede in uw hart zal een zegen zijn voor u en voor allen die samen met u een bijdrage geleverd hebben. »

    Boodschap van Onze Heer Jezus Christus (Los Angeles/USA, zondag 14.08.1988, vooravond van het feest van Maria's ten hemel Opneming)

    «Mijn zonen! Mijn vrede geef Ik u. Maar gij, wat hebt gij Mij gegeven? Gij zijt mijn Kerk. En uw hart is mijn bezit, ten ware het een andere god bezit dan Ik. Ik heb gezegd.- de Kerk is de hemel op aarde. Wie haar verdeelt, zondigt. En wie zich verheugt over de verdeeldheid, zondigt. Dat een ongelovige mijn naam aanhangt, bevalt Mij beter dan dat zij, die beweren geloof en liefde te hebben, in mijn Naam zweren. Gij moet alleen in de Heer roemen. Bid voor de zondaars die in mijn Naam vergeven, en die mijn moeder verloochenen.

    Mijn zonen en dochters,

    Ik heb u al mijn tijd gegeven.

    Geef Mij nu een deel van uw tijd. »

    22. Boodschap van Onze Heer Jezus Christus

    (Soufanieh, woensdag 7.09.1988, vooravond van het feest van de Geboorte van Maria)

    «Mijn dochter! Ik heb u gezegd, dat gij alle moeilijkheden zult overwinnen.

    Gij moet weten dat slechts een klein gedeelte over u is gekomen.

    Zeg aan mijn zonen en dochters dat Ik van hen de eenheid verlang.

    Ik verlang ze niet van diegenen die maar komedie spelen alsof zij aan de eenheid werken. Ga en verkondig.

    En waar gij ook zijt, daar ben Ik met u. »

    23. Boodschap van Onze Heer Jezus Christus

    (Ma'ad/Libanon, maandag 10.11.1988)

     

    Mijn dochter Mary f Waarom zijt gij bang waar Ik toch met u ben 2 Gij moet met luide stem het woord van de waarheid spreken over Degene die u geschapen heeft, zodat in u mijn kracht verschijnt. Ik zal u iets van mijn wonden geven, waardoor gij de smarten vergeet die de mensen u aandoen. Kies niet zelf de weg. Want Ik heb hem voor u uitgestippeld.»

    24. Boodschap van Onze Heer Jezus Christus

    (Soufanieh, 6de verjaardag, zaterdag 26.11.1988)

    «Mijn zonen! Gebeurt alles wat gij doet, uit liefde tot Mij? Vraag niet wat Ik doe. Want dit is mijn werk. Beoefen het vasten en het gebed. Want door het gebed wordt gij gekonfronteerd met mijn waarheid en kunt gij alle tegenspo 1 het hoofd bieden. Bid voor degenen die hun belofte, aan Mij gedaan, vergeten zijn. Want zij zullen zeggen: Heer, waarom heb ik niets van u gemerkt, toen U met mij waart? Het enige wat Ik wil, is dat gij u in Mij verzamelt, zoals Ik in elk van u ben. Wat u, mijn dochter, betreft, Ik zal u verlaten. Wees niet bang als gij mijn stem lange tijd niet meer verneemt. Wees daarentegen sterk, terwijl uw tong een zwaard is dat mijn Naam uitspreekt. Wees er zeker van: Ik ben met u en met u allen. »

    25. Boodschap van de Maagd en Moeder Gods Maria

    (Los Angeles/USA, vrijdag 18.08.1989)

    « Wees niet bang, mijn dochter. Dit alles geschiedt opdat de Naam van God verheerlijkt wordt. Verheug u veeleer, want God heeft mij toegestaan naar u te komen, zodat Ik u zeg: maak u geen zorgen over wat over u gezegd wordt, maar wees altijd in vrede. Want het schepsel kijkt naar Mij door u. Zeg tegen allen dat zij veel moeten bidden, want zij hebben het gebed nodig om aan de Vader welgevallig te zijn. De zegen van God kome op u neer, en op al diegenen die samen met u hun bijdrage tot zijn liefde gegeven hebben.»

    26. Boodschap van de Maagd en Moeder Gods Maria

    (Soufanieh, 7de verjaardag, zondag 26.11.1989)

    «Mijn kinderen!

    Jezus heeft tot Petrus gezegd: Gij zijt de steenrots, en daarop zal Ik mijn Kerk bouwen-En Ik zeg nu:

    Gij zijt het hart waarin Jezus zijn eenheid zal opbouwel Ik wil dat gij uw gebeden aan de vrede wijdt,

    van nu af tot aan de herdenking van de Opstanding. »

    27. Boodschap van de Maagd en Moeder Gods Maria

    (Soufanieh, Witte donderdag, 12.04.1990)

    «Mijn zonen en dochters! Gij zult immer de geslachten het woord van de Eenheid, de Liefde en het Geloof leren.

    Ik ben met u.

    Maar, mijn dochter, gij zult mijn stem niet meer horen,

    tot het Feest (Paasfeest) gezamenlijk (gevierd) wordt. »

    28. Boodschap van de Maagd en Moeder Gods Maria

    (België, vrijdag 15.08.1990, feest van Maria's ten hemel Opneming)

    (Enkele dagen voor de inval van Irak in Koeweit lijkt hier Maria's oproep een echo van de

    boodschap aan Ivan te Medjugorje, enkele dagen eerder.)

    «Mijn zonen en dochters! Bid voor de vrede, in het bijzonder voor de vrede in het Oosten,

    want gij zijt allen broeders in Christus. »

    29. Boodschap van de Maagd en Moeder Gods Maria

    (Soufanieh, achtste verjaardag, maandag 26.11.1990)

    «Heb geen angst, mijn dochter, als ik u zeg dat dit het laatste visioen is, tot het Feest (Pasen) gezamenlijk (gevierd) wordt.

    Vraag daarom aan mijn zonen en dochters, of zij de wonden van mijn Zoon in u zien en of zij daaraan terug willen denken of niet.

    En ook al valt het hen licht, dat gij dubbel lijdt, ik ben een moeder en mij valt het niet licht, mijn Zoon meermalen te zien lijden. Blijf in vrede, mijn dochter. Kom, moge Hij u de vrede geven, zodat gij haar onder de mensen kunt verbreiden. Wat de olie betreft, deze zal zo verder aan uw handen verschijnen, ter verheerlijking van mijn Zoon, wanneer Hij (het) wil.

    En waarheen u ook gaat, Wij zijn met u en met degene die ernaar verlangt dat het Feest (Pasen) gezamenlijk (gevierd) wordt. »

    BIJVOEGSEL

    Kort overzicht over de gebeurtenissen in Soufanieh

    Pater Jozef Malouli, Lazarist

    MYRNA

    Maria Kourbet al-Akhras, in haar familie Myrna genoemd, is in 1964 geboren. De vader is van geloof melkitisch (Grieks-katholiek), de moeder Grieks-orthodox. Geboorte normaal, geen zware ziekte, geen accident.

    Myrna was leerlinge in christelijke particuliere scholen, maar ook in officiële scholen. Beschikkend over een middelmatige intelligentie, breekt haar schoolopleiding een jaar voor het eindexamen af. Haar godsdienstige kennis is minimaal.

    Zij heeft een vrolijke natuur. Begin mei 1982 is zij getrouwd met Nicolas Nazzour die lid is van de Grieks-orthodoxe Kerk.

    Zaterdag 27 november 1982, op de vooravond van de eerste zondag in de advent, breekt de gebeurtenis aan die tot nu toe vijf fenomenen en elementen vertoont: olie, verschijningen, boodschappen, extasen, stigmata.

    DE OLIE

    1. Oorsprong van de olie:

    1.1 De olie vloeit uit Myrna's handen, gelaat, hals, ogen, maag (aldus op de derde dag van een driedaagse totale vasten, van 27 tot 29 november 1984), en voeten (een keer).

    1.2 De olie vloeit uit de handen van mensen die vreemd zijn aan de familie en het land Syrië (vgl. document).

    1.3 Nadat de blauwe icoon op zondag 9 januari 1983 triomfantelijk naar de kerk van het Heilig Kruis werd gedragen (vgl. videofilm), heeft zij opgehouden olie af te scheiden. In plaats daarvan deed het de violette icoon vanaf 17 januari 1983. Bovendien vloeit de olie uit meer dan duizend reproducties van de icoon. Zij borrelt uit de bodem van het terras, de plaats waar de Maagd Maria verschenen is. Zij vloeit uit een reliëfbeeld van de Heilige Maagd, uit een gebedenboek, uit de muur aan de binnenkant van de nis waar de blauwe icoon opgesloten werd, uit de vensterwanden van de twee nissen aan de ingang en op de binnenplaats, uit watten in een doosje die bestemd was om aan zieken te worden uitgedeeld, uit een medaille die Myrna om haar hals droeg, enzovoorts.

    2. Plaatsen waar dit fenomeen tot einde november 1989 optrad.

    2.1 Uit Myrna zelf vloeide de olie in Syrië, in de Libanon, in Jordanië, in de USA.

    - Syrië:

    Damascus: in Soufanieh, in particuliere huizen, in ziekenhui

    zen, in een kapel, in de Apostolische nuntiatuur,

    in het Syrisch-orthodoxe patriarchaat.

    Homs: in de Grieks-orthodoxe kerk «Maria

    Boodschap», tijdens de H. Mis die gecelebreerd

    werd door de archimandriet Elias Abdouka (vgl.video),

    in de Syrisch-orthodoxe kerk «Umm alZunnar»

    (vgl. collectieve getuigenis).

    Hassaké: in de Syrisch-orthodoxe kathedraal tijdens de

    liturgie (vgl. video), - in een particulier huis.

    Khabab: in de residentie van de melkitische (Grieks

    katholieke) aartsbisschop Boulos Bourkhoche,

    zowel in zijn aanwezigheid als in zijn afwezigheid

    (vgl. getuigenis van vicaris generaal Mouffaq Id),

    in een particulier huis.

    Basir: in (minstens) een particulier huis.

    - Libanon:

    Beirut: in de Grieks katholieke kerk «Notre-Dame du

    Salut» (vgl. video).

    Zahlé.- ten overstaan van de Maronitische Monseigneur

    Georges Iskandar (vgl. getuigenis van de bisschop).

    Jouret al-Ballout.

    Ma'ad (vgl. video).

    Harissa: bij de Paulisten tijdens de liturgie (vgl. video).

    Faytroun: in het Grieks-katholieke klooster der Paulisten.

    - Jordanië: In Amman, - in Madaba (vgl. video).

    - USA:

    Los Angeles.- in kerken: de Syrisch-orthodoxe (St.-Efreem), de

    Grieks-orthodoxe (St.-Niklaas), de Grieks

    katholieke (St.-Anna), de Rooms-katholieke.

    San José - in kerken: de Grieks-orthodoxe (pastoor Raflé),

    de Syrisch-orthodoxe, de Chaldeeuwse (pastoor

    Manuel Rayes), de Maronitische (Onze-Lieve

    Vrouw van de Libanon).

    Modesto:

    San Diego:

    San Francisco:

    Detroit: in de Mar-Zaya-kerk van de Assyriërs, in het huis van de heer Jouil Hinaro.

    in een particulier huis.

    in het Berg-Tabor-klooster, Redwood Valley.

    in kerken: de Maronitische (St.-Maron, Mgr. Joseph Feghali),

    de Rooms-katholieke (Mgr. Joseph Feghali),

    de Maronitische (St.-Charbel),

    de Grieks-katholieke (Onze-Lieve-Vrouw van de Redding),

    de Syrisch-orthodoxe (pastoor Georg Chalhoub),

    in de residentie van de aartsbisschop Gamo (Chaldeeuw);

    in het kantoor van de heer Ibrahim Ibrahim (Chaldeeuw).

    2.2 Uit reproducties van de icoon vloeide olie:

    In Syrië, in de Libanon, in Jordanië, in Beit-Sahour (in de buurt van Bethlehem), in Venezuela, in Irak,

    in Zwitserland, in de USA, in Canada, in Saudi-Arabië.

    3. De olie vloeide bij verschillende gelegenheden

    - Uit Myrna en uit andere personen: in verband met gebeden (voor of na het gebed), maar niet iedere keer, als Myrna of andere personen gebeden spraken; in extase (uit Myrna); bij gesprekken over de Heilige Maagd, maar niet iedere keer.

    - Uit de icoon en de reproducties daarvan: buiten het gebed; in de huizen van christenen, soms ook van mohammedanen.

    4. Uitwerkingen

    Enkele genezingen, b.v. ziekten van beenderen e.a.; in een geval van zwangerschap met sterke fibromen (vgl. attest van Dr. Pierre Salam en Dr. Jamil Marji).

    5. Analyse van de olie

    - De olie die uit de icoon vloeide, werd in de Duitse bondsrepubliek, in Damascus, in Rome, in Parijs geanalyseerd: het bleek zuivere olijfolie te zijn.

    - De olie die Myrna afscheidt, werd in de Duitse bondsrepubliek onderzocht: het was zuivere olijfolie.

     

    DE VERSCHIJNINGEN

    1. Aantal van de verschijningen

    De Heilige Maagd Maria is vijf keer verschenen:

    - Woensdag 15 december 1982. Geen boodschap; Myrna heeft schrik en vlucht.

    - Zaterdag 18 december 1982. Eerste boodschap, in Hoogarabisch.

    - Zaterdag 8 januari 1983. Een enkel woord in Arabisch dialect.

    - Maandag 21 februari 1983. Tweede boodschap, in Arabisch dialect.

    - Donderdag 24 maart 1983. Derde boodschap, in Hoogarabisch.

    Alle verschijningen vonden plaats 's nachts op het terras. Myrna alleen zag de H. Maagd.

    Tijdens de verschijningen heerste er een sfeer van vrede en van intensief bidden.

    2. De natuur van de verschijningen

    De verschijning begint op een horizontale tak van een eucalyptus (boom), bij een beek, ongeveer 15 meter ten zuiden van het huis. Allereerst verschijnt er een lichtbol die vervolgens opengaat, en aan de bovenkant een blauwe halve maan laat opdagen. Deze verdwijnt zodra de H. Maagd aanwezig is. Zij zit allereerst op de tak, vervolgens staat zij op en schrijdt op het terras van het huis toe, waarbij zij een lichtspoor achter zich laat. Zij glipt door de spijlen van het balkon en blijft op het terras staan. Zij is in 't wit gekleed met een blauwe gordel en een soort sluier in vorm van een capuchon, die deel uitmaakt van haar kleding; op de rechter schouder draagt zij een witte sjaal (zoals op het schilderij van Murillo). In haar rechterhand houdt zij tussen midden- en ringvinger een paternoster van kristallen kleur. Haar rechterarm rust op de borst, de linkerarm hangt langs het lichaam. De voeten zijn onzichtbaar.

    De H. Maagd geeft haar boodschap op de volgende manier: zij spreekt een zin uit die de aanwezige personen niet kunnen horen; Myrna herhaalt de zin met luide stem.

    Op het einde van de verschijning keert de H. Maagd achteruit naar de eucalyptus terug. Daar verdwijnt. zij op de tak, vervolgens verdwijnt ook de lichtbol.

    DE BOODSCHAPPEN

    De boodschappen van de verschijningen worden aangevuld door die van de extasen. De omvang van de verschillende boodschappen doet zich voor van een enkel zinnetje tot een hele periode. Van de boodschappen in extase ontbreekt er maar een. Geschokt door het gebed van een blinde mohammedaanse vrouw, is Myrna deze boodschap vergeten, en kon zich er nooit meer aan herinneren.

    De boodschappen worden in Hoogarabisch alsook in dialect medegedeeld. De taal is zeer eenvoudig. De H. Maagd heeft aan Myrna een geheim toevertrouwd dat zij pas op haar sterfbed mag openbaren.

    Dikwijls doet Myrna, voordat zij een boodschap doorgeeft, een verklaring als volgt: Christus heeft mij een boodschap gegeven, maar ik heb er niets van begrepen.

    DE EXTASEN

     

    Het aantal extasen bedraagt tot 30 november 1989: tien, waarvan zeven buiten Damascus gebeurden: een in de residentie van de Grieks-katholieke aartsbisschop in Khabab, 50 km ten zuiden van Damascus, ten overstaan van de aartsbisschop Boulos Bourkhoche (geen boodschap).

    Een in de Syrisch-orthodoxe kathedraal van Hassaké, meer dan 900 km noord-oostelijk van Damascus (een boodschap).

    Over het algemeen ziet Myrna tijdens deze extasen de H. Maagd of Christus.

    Normaal gebeurt er voor de extase een afscheiding van olie uit Myrna's handen, gelaat of hals. Wanneer zij Christus zal zien, vloeit de olie bovendien uit haar ogen en veroorzaakt er prikkelingen voordat de extase begint.

    Op deze fase volgt de eigenlijke extase, d.w.z. de geestesvervoering die haar ontrukt aan de buitenwereld. Tijdens deze fase hoort of voelt Myrna niets. Haar lichaam verstijft. Zij ziet Christus als lichtende gedaante, zonder zijn gelaatstrekken te kunnen waarnemen, hetgeen echter bij de H. Maagd niet het geval is.

    Wanneer zij, nadat zij Christus heeft gezien, tot haar normale toestand terugkeert, heeft zij heel wat tijd nodig om haar gezichtsvermogen terug te krijgen: het inwendige licht hindert haar de normale dingen te zien. In die toestand bleef zij eens gedurende 72 uren, van 27 tot 29 november 1984.

    Vaak waren een tot vier geneesheren tijdens de extasen aanwezig. Er werden talrijke tests gedaan met betrekking op haar gezichtsvermogen, haar gevoeligheid en haar reflexen: alle brachten een negatief resultaat. Met uitzondering van de twee eerste extasen van maandag 24 october 1983, waarvan de duur niet gemeten werd, duurden de andere extasen tussen 8 en 75 minuten.

    Tal van deze extasen werden op video opgenomen.

     

    DE STIGMATA

    Tot 30 november 1989 zijn de stigmata drie keer opengegaan. De eerste keer heeft dit fenomeen zich door verschillende voortekens aangekondigd: ontstaan van een soort eelt in allebeide handpalmen, opengaan van de zijdewonde, voordat alle vijf wonden tegelijk opengingen.

    1. De stigmata die op de namiddag van 25 november 1983 opengingen, hebben zich tegen 23 uur volkomen gesloten, zonder een bloedige korst achter te laten. De zijdewonde was klein, hoogstens 1,5 cm breed. Acht artsen hebben haar gezien, sommigen zelfs betast.

    2. De tweede keer hebben de stigmata zich plotseling geopend, op Witte donderdag 1984, tegen 15.30 uur. De zijdewonde was diep. P. Malouli heeft ze gemeten: 10 cm. Iemand gaf aan Nicolas de raad zijn vrouw naar het ziekenhuis te brengen om de wonde dicht te naaien. Zijn antwoord was duidelijk en beslist: «Degene die de wonden heeft geopend, zal ze terug sluiten».

    3. De derde keer gingen de stigmata op Witte donderdag 1987 open. Aanwezig waren de paters Elias Zahlouli en Jozef Malouli die de eerste bloeddruppels uit Myrna's voorhoofd zagen springen: voor de eerste keer verscheen er een wonde op het voorhoofd. De zijdewonde was 12 cm lang. Een Franse vrouwelijke bioloog, Mevrouw Geneviève Antakli, heeft ze gemeten; zij heeft gesproken van een kraswonde. Deze wonde ging ongeveer 10 minuten na de andere open, en was de volgende dag volkomen gesloten: de twee aanwezige chirurgen hebben ze niet aangeraakt. De andere wonden die herhaalde malen onderzocht werden, genazen pas na afloop van enkele dagen. De wonden op het voorhoofd, op de handen en voeten heelden zich zonder verband; nooit hebben wij ontsmettende middelen gebruikt om de stigmata zuiver te houden (vgl video).

    De Grieks-orthodoxe aartsbisschop Stephanos Haddad heeft de eerste stigmata gezien. Hij bleef ongeveer een uur naast Myrna (vgl. fotos). De Syrische katholieke aartsbisschop Joseph Mounayer heeft de tweede stigmata vastgesteld. P. Nicolas Baalbaki, chirurg en Grieks-orthodox priester, heeft de derde stigmata gezien en aangeraakt. Helaas ging hij na zes minuten weg.

    Na de opening van de derde stigmata waren aanwezig het Franse koppel van biologen, Geneviève en Jean-Claude Antakly, de chirurgen Louis Kawa en Georges Mesmar.

    Met uitzondering van de stigmata van vrijdag 25 november 1983 (eerste verjaardag), stellen wij vast dat de stigmata alleen opengaan in de jaren waarin katholieken en orthodoxen het Paasfeest samen vieren. In de andere jaren geschiedt er absoluut niets, er komt geen druppeltje olie, noch op het katholieke noch op het orthodoxe Paasfeest.

    SLOTBESCHOUWING

    Sedert 27 november 1982 leven wij in een sfeer van vrede, van blijdschap, van hilariteit en van totale onbaatzuchtigheid, en dit ondanks alle lasten die de bezoekers aan de huisbewoners opleggen.

    Onze gehele activiteit is bezield door het gebed. Principieel houden wij twee keer per dag een gebedsdienst: rozenhoedje en gemeenschappelijk lof. Soms gebeurt dit echter drie of vier keer per dag. Het gebed heeft sinds 27 november op geen enkele dag opge houden, bij ieder weer, en onder alle omstandigheden. De mensen die er voor de eerste keer komen, zijn onder de indruk van het vurig smeekgebed van de gelovigen.

    Het leven van vele mensen is totaal gaan veranderen. De geestelijke genezingen zijn zeer talrijk, en veel belangijker dan de lichamelijke die zich eveneens voordeden.

    Wat Myrna betreft, zij heeft haar openhartigheid en nederigheid bewaard, en dit ofschoon de gelegenheden niet ontbreken die haar tot hovaardij zouden kunnen verleiden. Zij is nu moeder van twee kinderen: Myriam (geb. 15 october 1986) en Jean Emmanuel (geb. 26 juli 1988). Voor haar is het zeker allesbehalve gemakkelijk haar plichten tegenover het apostolaat met deze van «echtgenote, moeder en zuster» overeen te brengen. Dus houden zij en haar echtgenoot rekening met ons gebed om trouw te blijven aan de genade.

    Damascus, 7 october 1989

    Jozef Malouli C.M.

    Als priester van de heilige rooms-katholieke Kerk geef ik te kennen dat ik aan

    de begrippen «verschijningen - ekstasen - stigmata e.z. v. » geen theologische bete

    kenis toeken. Ik gebruik ze alleen omwille van de verstaanbaarheid, want op dit

    vlak ligt het laatste oordeel in de bevoegdheid van onze moeder de Heilige Kerk.

    Jozef Malouli

    OVERZICHT VAN DE VISIOENEN IN VERBAND MET DE EXTASEN

    (Tijdens de twee korte extasen op maandag 24.10.1983 heeft Myrna niets gezien.)

    Nr. Christus plaats:

    6 Goede vrijdag 20.04.1984

    (klaar verlichte berg) Soufanieh

    7 donderdag (Hemelvaart) 31.05.1984 Soufanieh

    (Christus in een rood gewaad op een

    klaar verlichte berg.

    Eerste boodschap van Christus)

    9 maandag 26.11.1984 (intens licht van

    27.11 tot 29.11.1984: geen boodschap) Soufanieh

    14 zaterdag 07.09.1985 (boodschap) Soufanieh

    15 dinsdag 26.11.1985 (boodschap) Soufanieh

    16 woensdag 27.11.1986 (boodschap) Soufanieh

    17 donderdag 16.04.1987 (geen boodschap) Soufanieh

    18 Paaszaterdag 18.04.1987 (boodschap) Soufanieh

    19 donderdag (Hemelvaart) 29.05.1987

    (boodschap) Soufanieh

    20 woensdag 22.07.1987 (boodschap) Ma'ad/Lib.

    21 dinsdag 28.11.1987 (geen boodschap) Ma'ad/Lib.

    22 vrijdag 14.08.1987 (boodschap) Soufanieh

    23 maandag 07.09.1087 (boodschap) Soufanieh

    24 donderdag 26.11.1987 (boodschap) Soufanieh

    25 zondag 14.08.1988 (boodschap) Los Angeles/USA

    26 woensdag 07.09.1988 (boodschap) Soufanieh

    27 maandag 10.10.1988 (boodschap) Ma'ad/Lib.

    28 zaterdag 26.11.1988 (boodschap) Soufanieh

    18 visioenen / 15 boodschappen

    no. de H. Maagd Maria

    3 vrijdag 28.10.1983 (boodschap) - Soufanieh

    4 vrijdag 04.11.1983 - Soufanieh

    5 vrijdag 25.11.1983 (boodschap) - Soufanieh

    8 vrijdag 07.09.1984 (boodschap) - Soufanieh

    10 zondag 03.03.1985 (geenboodschap) - Khabab/Syrie

    11 woensdag 01.05.1985 (boodschap) - Soufanieh

    12 zondag 04.08.1985 (boodschap) - Hassaké/Syrie

    13 woensdag 14.08.1985 (boodschap) - Soufanieh

    29 vrijdag 18.08.1989 (boodschap) - Los Angeles/USA

    30 zondag 26.11.1989 (boodschap) - Soufanieh

    10 visioenen / 9 boodschappen

    GEBED TOT O.L.VROUW VAN SOUFANIEH

    Gij, Bron van heilige Olie

    Doorheen de donkere wolken, die zich opstapelen boven onze aarde, richten wij met kinderlijk vertrouwen onze blikken op U, Moeder van Jezus en onze Moeder. Hoe meer uw kinderen zich verwijderen van uw goddelijke Zoon, des te veelvuldiger zoekt Gij contact met uw medemensen in verwarring. Gij daalt uit de hemel af om U aan hen te openbaren; Gij richt boodschappen tot hen; meer nog, er vloeien tranen uit uw ogen om zo hun hart te raken.

    Goede Moeder, maak dat we aan uw oproepen gehoor geven.

    Goede Moeder, maak dat we uw tedere liefde hoogachten.

    Goede Moeder, maak dat we uw heilige tranen waarderen.

    Geef dat we uw moederlijke liefde beantwoorden met een echte kinderlijke liefde.

    De hemel wordt dreigend duister.

    De storm zal weldra losbarsten.

    O Maria, onze Moeder en onze hoop, Gij, Bron van Heilige Olie, geef ons van uw Olie, dat onze lampen nu niet uitgaan. Amen.

    Mgr Georges Habib Hafouri

    Syrisch katholiek aartsbisschop van Hassaké

    ONENIGHEID EN VIJANDSCHAP UIT HET VERLEDEN

    Het hemels initiatief te Soufanieh wil o.m. de christenen wijzen op de dringend noodzakelijke eenheid. Syrië telt amper 10% christenen en dezen zijn dan nog in vele gemeenschappen verdeeld. Hoe willen zij blijven weerstand bieden tegen de geweldige druk van de islamitische meerderheid? Zullen zij niet spoedig hun identiteit verliezen, opgeslorpt of onder de voet gelopen worden?

    Men mag zich afvragen, of het aandringen op eenheid niet ook gericht is aan de christenen in het Westen. Hier heerst eveneens een grondige verdeeldheid en bovendien beleven deze christenen een diepe crisis van geloof en zeden. Moet men de mogelijkheid uitsluiten, dat de druk van de Islam zich tot de landen van de Europese Gemeenschap zou uitbreiden? Is het niet wenselijk een samenlevingspatroon te ontwerpen, dat de kans op religieuze vijandigheid beperkt?

    Het Concilie sprak al in die zin: «Waar in de loop der eeuwen tussen christenen en moslims niet weinig onenigheid en vijandschap is ontstaan, spoort de H. Kerkvergadering allen aan om, het verleden vergetend, zich ernstig toe te leggen op wederzijds begrip».

    In dezelfde verklaring werd met waardering gesproken over de moslims die de ene God aanbidden. Zij vereren Jezus als profeet en eren zijn maagdelijke


    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De Vader Zelf heeft jullie lief.

    „De Vader Zelf heeft jullie lief,

    omdat jullie mij liefhebben en geloven dat ik van God ben gekomen."

    (Johannes 16:27)

    1. Een feit of belofte.

    2. Een voorwaarde Een zegenrijk feit de Vader zelf heeft jullie lief.

    Een zegenrijk feit, de Vader Zelf heeft jullie lief.

    1. De Vader Zelf.

    God wordt de Vader genoemd. Hij is de Vader. Hij is niet de Vader van de schepping in die zin, dat Hij ook de Vader van de ongelovigen zou zijn. De ongelovigen hebben de duivel als vader, zei de Here Jezus (Johannes 8).

    a.) van de engelen. „Daarom buig ik mijn knieën voor de Vader, die de Vader is van elke gemeenschap in de hemelsferen en op aarde." (Ephese 3:14,15)

    b.) van het volk Israël. „Want de naam van de HEER roep ik uit: de HEER is onze God, laat iedereen hem prijzen! Hij is een rots, Hij staat voor recht; alles wat Hij doet is volmaakt. Trouw is God, rechtvaardig en zuiver, in Hem is geen spoor van kwaad. Maar Zijn kinderen werden Hem ontrouw: tot hun schande gaven zij hun kindschap op. Vals en trouweloos is dit volk. Is dit uw antwoord aan de HEER? Hoe komt u zo dwaas? Waar is uw verstand? Is Hij niet uw Vader, uw Schepper? Hij heeft u gemaakt, Hij riep u tot leven." (Deuteronomium 32:3-6)

    Zelfs als Israël ontrouw is aan God, is en blijft Hij hun Vader.

    Denk ook aan het gebed: „Onze Vader..." „

    ... jullie hebben maar één vader, de Vader in de hemel." (Mattheus 23:9)

    c.) van de gelovigen, die door Christus tot een bijzondere relatie met God gebracht zijn en Hem nu kennen als hun liefhebbende hemelse Vader.

    „Aan allen in Rome, geliefden van God, geroepen om zijn heiligen te zijn. Genade zij u en vrede van God, onze Vader, en van de Heer Jezus Christus." (Romeinen 1:7)

    d.) van de Heer Jezus Christus.

    „Vanaf dat moment probeerden de Joden Hem te doden, omdat Hij niet alleen de sabbat ondermijnde, maar bovendien God Zijn eigen Vader noemde, en Zichzelf zo aan God gelijkstelde." (Johannes 5:18)

    NB: God is niet de Vader van de mensen in het algemeen, noch van de dieren, de planten en de bomen.

    2. Jullie

    Wie heeft God lief?

    Het wordt hier niet tegen de wereld, tegen de ongelovigen gezegd. Ook niet tegen alle gelovigen. Het gaat hier om liefde voor de discipelen.

    Er zijn twee „soorten" liefde in de Bijbel:

    - de Goddelijke liefde die uitgaat naar de gehele wereld tot redding van verloren zondaars (Johannes 3:16),

    - de gewone liefde zoals mensen elkaar liefhebben. Gods liefde wordt in de Bijbel getoond voor de volgende groepen:

    (1.) God heeft Israël van harte lief.

    „Maar omdat Hij u liefhad en zich wilde houden aan wat Hij uw voorouders onder ede had beloofd, heeft de HEER u met sterke hand bevrijd uit de slavernij, uit de macht van de farao, de koning van Egypte. Besef dus goed: alleen de HEER, uw God, is God en Hij houdt woord; Hij komt zijn beloften na en is trouw aan ieder die Hem liefheeft en die doet wat Hij gebiedt, tot in het duizendste geslacht." (Deuteronomium 7:8,9)

    „Dit zegt de HEER: In de woestijn kreeg Ik Israël lief, het volk dat aan vernietiging ontkomen was. Ik ging hun voor en gaf hun vrede. Van ver ben Ik naar je toe gekomen, vrouwe Israël. Ik heb je altijd liefgehad, Mijn liefde zal je altijd vergezellen. Ik breng je weer tot bloei. Je zult weer dansen in de rei en de tamboerijnen laten klinken. In Samaria’s bergen zul je wijngaarden planten, en mogen eten van de eerste vruchten. De dag breekt aan dat in Efraïm de wachters op de bergen roepen: "Kom, laten we op weg gaan naar de Sion, naar de HEER, onze God!"

    Dit zegt de HEER: Juich van vreugde over Jakob, jubel aan het hoofd van alle volken, roep het uit, zing een lofzang: "De HEER heeft Zijn volk gered, en wat er van Israël nog overbleef bevrijd."

    Ik laat hen uit het Noorden terugkeren en breng hen samen van de einden der aarde. Ook blinden en lammen komen mee, ook zwangere vrouwen, en vrouwen in barensnood. In dichte drommen keren ze terug. Zij komen terug in tranen, ze heffen smeekbeden aan, en Ik zal hen leiden. Ik breng hen naar stromende beken en voer hen over geëffende wegen; daar kunnen zij niet struikelen. Want Ik ben voor Israël een vader, en Efraïm is mijn eerstgeboren zoon.

    Volken, luister naar de woorden van de HEER, vertel het verder op de verste eilanden: Hij die Israël verstrooid heeft, zal het samenbrengen en het hoeden, zoals een herder zijn kudde. Want de HEER verlost het volk van Jakob, Hij bevrijdt hen uit de hand die sterker was dan zij. Zij komen juichend naar de Sion, stralend van vreugde om de gaven van de HEER: koren, wijn, olijfolie, en geiten, schapen, koeien. Zij gedijen als een waterrijke hof, nooit meer zal het hun aan iets ontbreken. Meisjes dansen vrolijk in de rei, jongens en grijsaards dansen mee. Hun rouw verander Ik in vreugde, Ik troost hen, hun verdriet vergeten zij." (Jeremia 31:2-13)

    En de Palestijnen...?

    Wat hier staat zouden de Palestijnen en de Arabieren zich eens moeten realiseren. Vandaag maken mensen in het Westen zich druk over de vraag hoe Israël en de Palestijnen zich moeten verzoenen.

    De islamieten - dus ook de Palestijnen en ook de Hamas - leven volgens de Koran en die zegt, dat de Joden vernietigd en uitgeroeid moeten worden. In de Koran en de leer van de islam is verzoening met Israël onmogelijk. Veel christenen roepen ook op tot een verzoening tussen Palestijnen en Joden. Dit is volgens de leer van de islam nooit en nog eens nooit mogelijk. Elk bestand en elke vrede heeft slechts ten doel om te hergroeperen en daarna opnieuw aan te vallen.

    Is er ook maar één tekst in de Bijbel te vinden die duidelijk maakt, dat Joden en Palestijnen zich dienen te verzoenen? Nee, de Bijbel leert juist het tegendeel!

    De Palestijnen maken duidelijk, dat de strijd tegen Israël een godsdienststrijd is die nooit in een verzoening en vrede met Israël kan uitlopen. Elk bestand is slechts een tijdelijk bestand waarin de Palestijnen zich willen hergroeperen om daarna opnieuw aan te vallen. Dat is in hun godsdienst zo geregeld.

    Mogen de Joden dan ook volgens hun heilig boek leven? Welk voorbeeld geeft het heilig boek van de Joden? Leert de Bijbel dat de Joden en de Palestijnen in vrede met elkaar moeten leven? Beslist niet. De Bijbel leert, dat God de eindtijd Filistijnen hard zal treffen - God Zelf zal dit doen door middel van het Joodse volk.

    Gods oordeel over de eindtijd Filistijnen.

    „Wanneer Askelon dat ziet, zal het schrikken, en Gaza zal beven van angst. Zo ook Ekron, dat zijn hoop in rook ziet opgaan. Uit Gaza verdwijnt de koning, Askelon raakt ontvolkt, en in Asdod woont nog slechts een onzuiver volk. Zo zal Ik de hoogmoed van de Filistijnen breken. Vlees waar nog bloed in zit zal Ik hun uit de mond rukken, en ook het andere voedsel dat Ik verafschuw. Maar een deel van hen zal gespaard worden, en ook zij zullen toebehoren aan onze God. Ze zullen in Juda worden opgenomen, en Ekron zal met ons verbonden zijn zoals de Jebusieten. Ik zal de wacht betrekken en mijn land beschermen tegen doortrekkende legers. Geen tiran zal het nog binnenvallen, want nu waak Ik er met eigen ogen over. Juich, Sion, Jeruzalem, schreeuw het uit van vreugde! Je koning is in aantocht, bekleed met gerechtigheid en zege. Nederig komt Hij aanrijden op een ezel, op een hengstveulen, het jong van een ezelin." (Zacharia 9:5-9)

    De woorden uit Zacharia 9:6 „en in Asdod woont nog slechts een onzuiver volk. Zo zal ik de hoogmoed van de Filistijnen breken." staan in de NBG als volgt: „Dan zal een bastaardvolk in Asdod wonen, en Ik zal de trots der Filistijnen uitroeien."

    Hier gaat het over het Filistijnse volk van de eindtijd, dat zijn de huidige Palestijnen, die zichzelf Filistijnen noemen, maar het niet zijn. Het is een onzuiver volk, een bastaard volk. Het is namelijk een samenraapsel van mensen uit allerlei volken uit Oost Europa. Het zijn geen nakomelingen van de oude Filistijnen.

    Toch is er ook een lichtpuntje: een overblijfsel van hen zal zich eens bij het volk Israël aansluiten en door de Joden behandeld worden, zoals de Joden de mensen van Jebus behandeld hebben.

    Boodschap van het Sanhedrin in Jeruzalem.

    Er is weer een Sanhedrin in Israël. Dat is het hoogste godsdienstige gezag.

    Het Sanhedrin in Jeruzalem heeft enkele dagen geleden een boodschap aan de regering van Israël en aan de militairen gegeven die de volgende punten bevat:

    A. Wij moeten handelen in navolging van de les die Koning David ons een les geleerd heeft in Psalm 18:38. Voor de duidelijkheid vermelden wij het gehele gedeelte van deze Psalm:

    „De God die mij met kracht omgordt, leidt mij op een volmaakte weg, Hij geeft mij voeten snel als hinden, doet mij op toppen van bergen staan, oefent mijn handen voor de strijd–mijn armen spannen de bronzen boog.

    U was het schild dat mij redde, Uw rechterhand ondersteunde mij, Uw woord maakte mij sterk, U baande de weg voor mijn voeten, ik wankelde niet.

    Ik achtervolgde mijn vijanden, haalde hen in en keerde niet terug voor ik hen had vernietigd, ik verpletterde hen, ze stonden niet meer op, dood lagen ze onder mijn voeten.

    U hebt mij omgord met kracht voor de strijd, mijn tegenstanders voor mij doen buigen, U liet mij de rug van mijn vijanden zien, mijn haters, ik roeide ze uit. Ze riepen om hulp, maar er was geen redder, ze riepen de HEER, maar Hij antwoordde niet.

    Ik verpulverde hen tot stof in de wind, veegde hen weg als vuil van de straat.

    U bevrijdde mij van een opstandig volk, stelde mij aan tot hoofd van de naties." (Psalm 18:32-43)

    B. Er mogen geen internationale troepen geplaatst worden in Gaza om veiligheid te garanderen.

    C. Er mogen geen Egyptische troepen toestemming krijgen om in de Palestijnse gebieden te komen.

    D. Er dient een tijdelijke militaire machthebber aangesteld te worden om de orde te handhaven.

    E. De plaatselijke bevolking uit de Gazastrip (de Palestijnen dus) moeten aangemoedigd worden om te vertrekken uit Gaza en te gaan naar het land van hun eigen keuze dat hen ook wil binnenlaten. De reiskosten (verhuiskosten) moeten door de militaire macht bekostigd worden. Dit is een humane oplossing voor hen om uit de huidige economische situatie te komen.

    F. Er moet (in Gaza) een nieuwe regering aangesteld worden die gefundeerd zal zijn op de zeven geboden van Noach, die zal zorg dragen voor opleiding van de jongeren en zorg dragen dat moord en zelfmoord en andere misdaden niet meer getolereerd worden.

    G. Het gebied in de Gazastrip dat Israël voorheen in zijn bezit had, waar Israëli’s huizen en dorpen hadden, dient herbouwd te worden, in gehoorzaamheid aan de opdracht zoals die vermeld is in Deuteronomium 11:31,32. „Straks steekt u de Jordaan over om het land binnen te gaan dat de HEER u zal geven. Wanneer u het in bezit hebt genomen en er woont, leef dan alle wetten en regels die Ik u vandaag voorhoud strikt na."

    NB: De Bijbel roept ons niet op om te bidden voor de vrede van Gaza, maar wel voor de vrede van Jeruzalem!

    NB: Is het u weleens opgevallen, dat de Here Jezus in Zijn hogepriesterlijk gebed wel bad voor de bewaring van de gelovigen en er nadrukkelijk bij zei: „Ik bid U niet voor de wereld."?

    (2.) God heeft de discipelen van de Here Jezus van harte lief.

    „Jullie" dat zijn de discipelen van de Here Jezus.

    Dit zijn de discipelen, de leerlingen, de volgelingen van de Heer Jezus. Het zijn de mensen die Hem dagelijks volgen en dienen, die iedere dag aan Zijn voeten zitten en naar Hem luisteren. Het zijn de leerlingen die ernst maken met de studie van het Woord van God. Het zijn mensen die tijd nemen om contact met God te hebben. Het zijn dus niet „alle christenen".

    De Heer spreekt hier niet over kerkelijke meelopers, maar over mensen die wat doen met hun geloof. Het zijn de mensen die buigen voor de wil van God. Het zijn de mensen die leven met hun geloof en leven uit hun geloof.

    Daar mogen wij wel even bij stilstaan en over nadenken. Dan gaat het om de vraag: hoor ik hier bij? Wat doe ik met mijn geloof? Ben ik echt in beweging gekomen voor de Heer? Kom ik ook vooruit?

    Is er beweging in ons geloofsleven?

    Ik las een leuke uitspraak: Sommige christenen zijn net hobbelpaarden: beweging genoeg, maar geen vooruitgang. Wat doet u voor de Heer? Komt u hier elke zondag om te luisteren of doet u ook iets met wat u gehoord hebt? Doet u uw best om wat u hier leert te onthouden? Maakt u aantekeningen? Hoe ziet uw Bijbel eruit? Mooi of als een studieboek? Als u eenmaal de hemel binnengaat, zal de Heer dan tegen u zeggen: „Wat fijn, dat je zoveel van Mij weet." Of zal Hij zeggen: „Waarom heb je niet beter je best gedaan om wat met je geloof te doen?"

    Geldt Hebreeën 5:12 ook u? „Werkelijk, u had toch inmiddels allemaal leraar moeten zijn! In plaats daarvan hebt u er zelf een nodig om u opnieuw de grondslagen van het woord van God bij te brengen; het is met u zo ver gekomen dat u weer aangewezen bent op melk in plaats van op vast voedsel."

    Draagt u uw geloof uit? Geeft u les op een zondagsschool? Leidt u een Bijbelklas? Wat doet u met alles wat u leert?

    3. Hij (de Vader) heeft lief.

    Hier wordt niet het mooie woord agape maar het eenvoudige phileoo gebruikt. Met het gebruik van dit woord daalt God af naar ons niveau. Op het eerste gezicht lijkt dat heel teleurstellend. Het is echter heel mooi. Het laats ons zien, dat God afdaalt naar ons niveau om ons daar te vertellen hoe lief Hij ons heeft!

    Het spreekt van liefde zoals vrienden elkaar liefhebben. Het zegt dus eigenlijk, dat de Vader Zelf de Vriend is van de ware discipelen. Er zijn mensen die graag een belangrijk iemand als vriend zouden willen hebben. Hier zegt God, dat Hij de Vriend is van ware discipelen.

    We komen hier op het terrein van Mozes. „De HEER sprak persoonlijk met Mozes, zoals een mens met een ander mens spreekt. Daarna keerde Mozes terug naar het kamp, maar zijn jonge dienaar Jozua, de zoon van Nun, verliet de tent niet."

    NBG: „En de HERE sprak tot Mozes van aangezicht tot aangezicht, zoals iemand spreekt met zijn vriend; dan keerde hij terug naar de legerplaats. Maar zijn dienaar Jozua, de zoon van Nun, een jonge man, week niet uit de tent." (Exodus 33:11)

    1. omdat jullie Mij liefhebben

    2. omdat jullie geloven dat Ik van God ben gekomen.

    Ik draai de volgorde even om.

    1. Eerste voorwaarde: Een bijzonder geloof: geloof in het feit, dat Hij van God gekomen is.

    Dat is: geloven dat Hij de door God gezonden Messias is. Net als in Johannes 20:30,31. Dat is geloven, dat Jesaja 53 in Hem vervuld is. Dat is geloven, dat Hij het Lam van God is, dat de zonde van de wereld wegneemt (Johannes 1:29).

    Wat is geloof? Het is geen onzekerheid. Het is een vaste overtuiging, Het is iets dat zeker is voor je. Je bent er vast van overtuigd en gaat er voor. Je weet dat de Heer te vertrouwen is.

    N.B. Christenen zijn geen mensen die op vage geruchten afgaan. Wij dienen een Heer, van Wie bewezen is Wie en Wat Hij is, wat Hij gepredikt heeft en wat Hij gezegd heeft. Zijn leven is bewezen. Zijn sterven aan Golgotha’s kruis is bewezen. Zijn opstanding uit de dood is bewezen. Zijn hemelvaart is bewezen. Zijn geschenk: de komst van de Heilige Geest is bewezen. Dokter Lucas vertelt in het begin van zijn evangelie dat hij alle zaken rond Jezus nauwkeurig onderzocht heeft en dat hij nu een feitelijk verslag van deze zaken geeft. Paulus schrijft in Romeinen 1:4 dat zelfs de opstanding van Jezus bewezen is. Later zal hij vertellen, dat zelfs meer dan 500 mensen de opgestane Heer gezien hebben.

    Wie twijfelt of de verhalen rond Jezus wel op waarheid berusten is in feite een bewuste of onbewuste domkop, die van geen waarheid wil weten.

    Er is een prachtig voorbeeld in de Bijbel van een man die geloofde en daarom een vriend van God genoemd werd: Abraham.

    „Zo ging in vervulling wat de Schrift zegt: ‘Abraham vertrouwde op God, en dat werd hem toegerekend als een rechtvaardige daad.’ Hij wordt zelfs Gods vriend genoemd." (Jacobus 2:23)

    NBG: „Het schriftwoord werd vervuld, dat zegt: Abraham geloofde God en het werd hem tot gerechtigheid gerekend, en hij werd een vriend van God genoemd."

    2. Tweede voorwaarde: Liefde voor de Here Jezus

    Terwijl je zou verwachten dat nu het Griekse woord voor Goddelijke liefde gebruikt zou worden, staat hier het zelfde woord voor liefde als van God gebruikt werd. Het wil dus zeggen, dat je als een vriend voor de Here Jezus moet zijn.

    Wat is het kenmerk van vrienden?

    Er is een sterke onderlinge band.

    Ze staan achter elkaar.

    Ze steunen elkaar.

    Ze nemen het voor elkaar op.

    Ze kennen elkaars sterke en zwakke punten.

    Ze zijn blij met elkaar.

    Het gaat hier over mensen die zich gedragen als vrienden van de Here Jezus.

    Enkele voorbeelden van vriendschap

    Job geeft een prachtige beschrijving van de wijze waarop hij in liefde als een vriend van God leefde.

    „Job zette zijn betoog voort: ‘Was alles maar als in de dagen van weleer, als in de dagen dat God over mij waakte, in de tijd dat zijn lamp boven mij scheen en mijn weg door het donker verlichtte, in de tijd dat ik de kracht van de jeugd bezat, met het vertrouwde gezelschap van God in mijn huis, toen de Ontzagwekkende met mij verkeerde en mijn kinderen bij mij waren."

    (Job 29:1-5)

    NBG: „...toen Gods vertrouwelijke omgang in mijn tent toefde..."

    David:

    „De HEER is een vriend van wie Hem vrezen, Hij maakt hen vertrouwd met Zijn verbond.

    Ik houd mijn oog gericht op de HEER."

    (Psalm 25:14,15)

    Deze liefde is niet een onbeweeglijk gegeven. Het is een leven in beweging. Het is het tonen van een aantal bijzondere daden. Het is een leven in verbondenheid met de Heer en in gehoorzaamheid aan de Heer.

    De Here Jezus:

    „Jullie zijn mijn vrienden wanneer je doet wat Ik zeg. Ik noem jullie geen slaven meer, want een slaaf weet niet wat zijn meester doet; vrienden noem Ik jullie, omdat Ik alles wat Ik van de Vader heb gehoord, aan jullie bekendgemaakt heb. Jullie hebben niet Mij uitgekozen, maar Ik jullie, en Ik heb jullie opgedragen om op weg te gaan en vrucht te dragen, blijvende vrucht. Wat je de Vader in Mijn Naam vraagt, zal Hij je geven. Dit draag Ik jullie op: heb elkaar lief." (Johannes 15:14-17)

    a. Je moet DOEN wat de Heer in de Bijbel gezegd heeft.

    - Je moet dus WETEN wat de Heer gezegd heeft.

    - Je moet weten hoe de Heer met je wil omgaan.

    - Je moet weten wie de Vader is en wat Hij tegen je te zeggen heeft.

    - Om dit te weten te komen moet je studie maken van de Bijbel; niet slechts de Bijbel lezen. Je moet aantekeningen maken van de preken. Je moet op de Bijbelstudie-avonden komen. Je moet laten zien, dat je Gods Woord echt wilt bestuderen. Het komt je niet aanwaaien.

    „Als je Mij liefhebt, houd je dan aan Mijn geboden."

    (Johannes 14:15)

    „Wanneer iemand Mij liefheeft zal hij zich houden aan wat Ik zeg, Mijn Vader zal hem liefhebben en Mijn Vader en Ik zullen bij hem komen en bij hem wonen." (Johannes 14:23)

    Jezus’ voorbeeld.

    De Here Jezus heeft ons Zijn voorbeeld gegeven:

    „Ik ben het licht dat naar de wereld is gekomen, opdat iedereen die in Mij gelooft niet meer in de duisternis is. Als iemand Mijn woorden hoort maar ze niet bewaart, zal Ik niet over hem oordelen. Ik ben immers niet gekomen om over de wereld te oordelen, maar om de wereld te redden. Wie Mij afwijst en Mijn woorden niet aanneemt heeft al een rechter: alles wat Ik gezegd heb zal op de laatste dag over hem oordelen. Ik heb niet namens Mezelf gesproken, maar de Vader die Mij gezonden heeft, heeft Me opgedragen wat Ik moest zeggen en hoe Ik moest spreken. Ik weet dat zijn opdracht eeuwig leven betekent. Alles wat Ik zeg, zeg Ik zoals de Vader het Mij verteld heeft.’"

    (Johannes 12:46-50)

    (1.) Hoe kon Jezus een licht voor de wereld zijn?

    Door Zich precies te houden aan wat de Vader Hem opgedragen had: wát Hij moest zeggen en hóe Hij het moest zeggen.

    (2.) Hoe kunnen wij een licht voor de wereld zijn?

    Door hetzelfde te doen. Wij moeten Jezus’ woorden bewaren. Waar? In je hart en in je gedachten. Dat betekent: je moet er studie van maken en zorgen dat je ze onthoudt. Dus: teksten uit je hoofd leren.

    b. Je moet BLIJVENDE VRUCHT DRAGEN.

    - Je moet een geestelijk veranderd karakter hebben, waarin de vrucht van de Geest voor iedereen zichtbaar wordt. „De vrucht van de Geest is liefde, vreugde en vrede, geduld, vriendelijkheid en goedheid, geloof, zachtmoedigheid en zelfbeheersing." (Galaten 5:22, 23a)

    Kunt u zeggen, dat deze tekst in zijn geheel waar is in uw leven?

    - Je moet een geestelijk vruchtbaar leven hebben, waarin daden gesteld worden die tonen, dat je aan de Heer verbonden bent. Weet u eigenlijk wel wat de Heer allemaal van u vraagt, of maakt u zich niet druk om welke geboden de Here Jezus aan u gegeven heeft?

    c. Je moet je medebroeders en zusters MET GODDELIJKE LIEFDE LIEFHEBBEN.

    - Let op, dat er nu niet staat, dat wij als vrienden met elkaar moeten omgaan. Het Griekse woord phileoo wordt nu niet gebruikt maar het Griekse woord agapaoo, dat is een liefde die boven je eigen kunnen en eigen wil uitgaat. Dat is een liefde die je alleen kunt opbrengen als je zó in verbondenheid met God leeft, dat je niet slechts zelf een goed gevoel hebt over je relatie met de Heer - gevoelens bedriegen immers zo vaak - maar dat je mag weten, dat God tevreden is met je relatie met Hem.

    Realiseer u, dat God alleen als een Vriend met u kan omgaan, als u aan deze eerste voorwaarde voldoet.

    Bijzondere belofte.

    „U hebt Hem lief zonder Hem ooit gezien te hebben; en zonder Hem nu te zien gelooft u in Hem en ervaart u een onuitsprekelijke, hemelse vreugde." (1 Petrus 1:8)

     

     

     

     



    01-03-2011
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.AAN ALLEN EEN GEZEGENDE DINSDAG TOEGEWENST.
     
    N. ( M ).

    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen."JEZUS MARIA, IK BEMIN U, RED DE ZIELEN."

    "JEZUS MARIA, IK BEMIN U, RED DE ZIELEN."

    Jezus zei op 15 maart 1934 tot zuster Consalata:

    "Bemin Mij Consalata, uw akte van liefde maakt mij gelukkig"

    En op 20 juni 1940 zei Jezus:

    "Jezus Maria, ik bemin U, red de zielen, omvat alle zielen, de zielen van het vagevuur, evengoed als deze van de strijdende kerk, de onschuldige zielen en deze met schulden beladen, de stervenden, de goddelozen, enzovoort."




    Foto

    Getuigenissen van de jongeren van Cenacolo
  • Deel 1
  • Deel 2
  • Deel 3
  • Deel 4
  • Deel 5
  • Deel 6
  • Deel 7

  • Foto

    Foto

    Foto

    Godelieve heeft voor mij
    deze prachtige pps gemaakt
    waarvoor mijn dank





    Foto

    Schrijft u wat in mijn gastenboek
    klik dan op het boek boven




    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Klik op het plaatje en krijg een prachtige rondleiding door het Vaticaan
    Ieder nummertje is weer iets moois
    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Image and video hosting by TinyPic
    Image and video hosting by TinyPic
    Image and video hosting by TinyPic
    Foto

    Een interessant adres?


    Blog tegen de wet? Klik hier.
    Gratis blog op https://www.bloggen.be - Bloggen.be, eenvoudig, gratis en snel jouw eigen blog!