For this blog to translate into language of your choice? Select your language below.
2 prachtige pps-jes hierboven van Godelieve en ook Mama rechts heeft ze gemaakt Klik op de banner en bekijk nog veel meer moois op haar blog
Klik op de banner hier beneden en ga eens langs bij Lenie voor nog meer moois Alle Ave Maria pps-jes hierboven zijn van haar
Gastenboek
Druk oponderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek
Wonder
07-02-2011
O Jezus.
O Jezus zachtmoedig en nederig van hart, hoor mij aan.
Bevrijd mij, Jezus
Van het verlangen geliefd te worden
Van het verlangen verheerlijkt te worden
Van het verlangen geëerd te worden
Van het verlangen geprezen te worden
Van het verlangen verkoren te worden boven anderen
Van het verlangen geraadpleegd te worden
Van het verlangen goedgekeurd te worden
Van de angst vernederd te worden
Van de angst geminacht te worden
Van de angst een berisping te ondergaan
Van de angst vergeten te worden
Van de angst onrechtvaardig behandeld te worden
Van de angst verdacht te worden
En Jezus, verleen mij de genade om te verlangen
Dat men anderen meer liefheeft dan mij
Dat men anderen meer waardeert dan mij
Dat anderen meer aanzien in de wereld zullen genieten dan ik
Dat anderen gekozen worden, en ik opzij gezet
Dat anderen geprezen worden, en ik onopgemerkt blijf
Dat men te allen tijd aan anderen de voorkeur geeft
Dat anderen heiliger mogen worden dan ik, als ik maar zo heilig word als nodig is.
AMEN.
"Al je haren zijn geteld"
Er loopt een man door de velden. Weet je wat Hij vertelde?
Hij zei: Kijk naar de vogels in de lucht,
zij doen geen zware arbeid,
toch geeft hun Vader altijd voldoende zaad, voldoende vrucht.
Maar Ik zeg: Zoek eerst mijn Koninkrijk
en zijn gerechtigheid en al het andere komt vanzelf
Wees niet bang om je kans te dragen, want Hij kent al je vragen,
zelfs al je haren zijn geteld.
Er loopt een man door de straten, ik hoorde Hem praten
van een leven tot in eeuwigheid.
Hij zei: Geef alles weg, ga op de smalle weg
de weg die tot het Leven leidt, kom door de enge poort
en luister naar mijn Woord, wat iedereen je ook vertelt;
en maak je nooit meer zorgen, je bent bij Mij geborgen,
zelfs al je haren zijn geteld.
HET ABC VAN DE KRUISTOCHT VAN LIEFDE.
1. Respecteer iedereen, Christus woont in hen. Sta open voor de ander - hij is je broer of zuster.
2. Denk van iedereen het beste - en van niemand iets slechts. Probeer zelfs in de slechtste omstandigheden iets goeds te ontdekken.
3. Spreek positief over de ander - gooi niet met modder. Maak goed wat je met woorden hebt verknoeid. Wees niet de oorzaak van ruzie.
4. Spreek tegen iedereen de taal van de liefde. Spreek niet met stemverheffing. Vloek niet. Erger anderen niet. Wees niet de oorzaak van tranen. Stel anderen op hun gemak. Wees vriendelijk.
5. Vergeef iedereen alles. Blijf niet mokken. Wees altijd de eerste om je hand uit te steken als teken van verzoening.
6. Doe altijd wat goed is voor je naaste. Wees goed voor anderen, behandel hen zoals je zelf behandeld wilt worden. Bedenk niet wat anderen jou verschuldigd zijn, maar wat jij hen verschuldigd bent.
7. Wees in moeilijke tijden meelevend in woord en daad. Aarzel niet om anderen te troosten, op te beuren, te helpen, vriendelijkheid te bewijzen.
8. Wees zorgvuldig in je werk, het strekt anderen tot voordeel, juist zoals jij voordeel hebt van het werk van anderen.
9. Wees actief in je omgeving. Sta open voor de armen en zieken. Deel wat je hebt. Probeer oog te hebben voor de nood van degenen die je omringen.
10. Bid voor iedereen, zelfs voor je vijanden.
Wij danken U, God.
Wij danken U, God,
voor de mensen die hongeren
naar gerechtigheid,
die hunkeren naar echte bevrijding
van ieder mens,
die bijdragen tot het levensgeluk
van uitgestotenen.
Wij danken U, God,
voor mensen die mild zijn in hun oordeel,
die eerbied hebben voor het geheim van
alle leven, die hun hart openen voor vergeving
en verzoening.
Wij danken U,
voor mensen die zich vrijwillig arm maken
om anderen te helpen,
om anderen te verrijken,
die hun huis gastvrij openstellen
voor iedere vreemdeling
wij danken U voor mensen die geloven in
wegen tot vrede, die zwaarden omsmeden tot
ploegijzers, die vechten voor een eerlijke
geloofwaardige politiek
Wij danken U, God,
voor alle mensen die, eerlijk en kordaat
kinderen en jongeren begeleiden
in hun zoeken naar een vernieuwende
maatschappij, voor alle blije mensen
die door hun levenshouding
nieuwe hoop geven aan allen.
Wij danken U, God,
voor Jezus van Nazareth,
bevrijding voor onderdrukten,
verlossing voor gevangenen
een weg voor verdwaalden,
hoop voor ontmoedigden,
een man om van te houden,
iemand om het mee te wagen
iemand die vaak zegt dat je
ongelijk hebt,
waar je veel van kan leren.
Wij danken U voor deze mens
en vragen U : zend zijn geest
van geloof in de toekomst,
zijn geest van barmhartigheid
en recht, een geest die niet
verdeelt maar samenbrengt.
Heer onze God.
Heer onze God,
Bij U bestaan geen bazen en geen knechten, geen mannen, geen vrouwen, geen rijken, geen armen, geen generaals, geen soldaten, maar ieder leeft bij U in vrede en vreugde. Wij danken U voor Jezus uw Zoon. Hij heeft ons laten inzien dat wij op deze aarde ook kunnen werk maken van zo'n wereld. Geef ons dan de moed en de kracht om in onze omgeving werk te maken van samenhorigheid en vrede, van een goede verstandhouding en vriendschap. Amen..
Goede God.
Goede God,
Door Jezus leert U ons te zien
waar het in het leven echt op aankomt :
kleine mensen groot maken,
elkaar een warm hart toedragen.
Beziel ons daarom met Uw geest.
Zalf deze jongens en meisjes
die wij, als gemeenschap,
in hun geloof en trouw willen bevestigen.
Ontsteek in hen het vuur van Uw liefde.
Laat ze leven vanuit Uw Geest,
de Geest van Jezus, Uw zoon en onze Heer. Amen.
'Wij zijn de eersten niet'
'Wij zijn de eersten niet'
Gij die licht zijt, liefde, God:
U bidden wij, U danken wij.
Wij zijn de eersten niet
die samenkomen in uw ruimte,
zoekend in de diepte,
hopend op uw aanwezigheid,
wachtend op tekens van leven.
In uw naam
hebben mensen elkaar gevonden,
trouw ervaren, liefde gedeeld.
Wij, die gaan in hun spoor,
komen bij U aan.
Wees hier aanwezig, God die leeft,
die ons roept en vrede geeft.
Wij zijn de eersten niet
die horend uw stem
speuren naar wat U het liefste is.
Met uw woord
hebben mensen elkaar getroost,
uitgedaagd en voortgeholpen,
wegen ten leven elkaar gewezen.
Van geslacht op geslacht
hebben zij gedaan
wat zij ontvingen uit uw mond.
En nog zijt Gij niet uitgesproken
en schrijft Gij in mensen uw verhaal.
Spreek weer uw woord, God die leeft,
die ons roept en vrede geeft.
Wij zijn de eersten niet
die rondom een tafel als deze
brood in handen nemen.
Uw eigen mens, Jezus van Nazaret,
reikte ons uw liefde aan,
gaf uw aanwezigheid gestalte.
En broers en zussen in zijn naam
gaven ons deze tekens door
van leven gedeeld en vereeuwigd.
Wij danken U, wij bidden U:
houd ons gaande op zijn weg.
Wees hier aanwezig, God die leeft,
die ons uw brood van vrede geeft.
Het kost niet zoveel.
Het kost niet zoveel, iemand een glimlach te schenken,
of je hand uit te steken voor een vriendelijke groet.
Zoiets kan opeens de zon laten schijnen,
in het hart van een mens, die je zomaar ontmoet.
Het kost niet zoveel een hand uit te steken,
om een ander een beetje behulpzaam te zijn.
Een dankbare blik is vaak de beloning,
al was de moeite, voor jou slechts klein.
Het kost niet zoveel om je hart wat te openen
voor de mens om je heen in zijn vreugd en verdriet.
Wees blij, dat je zo wat kan doen voor die ander
of is die ander je medemens niet?
Het kost maar weinig, je arm om een schouder
of alleen maar een zachte druk van een hand.
't Is vaak voor de ander
of hij heel even in een klein paradijs is beland.
Het kost zo weinig om een ander te geven,
iets wat je zelf ook heel graag ontvangt.
Vriendschap, alleen door dat weg te schenken,
geef je iets waar ieder mens naar verlangt.
05-02-2011
AAN ALLE LEZERS VAN DIT BLOG EEN GEZEGENDE ZATERDAG.
N. ( M ).
DE MARTELAREN VAN TIBHIRINE. Dr. Luc Kiebooms.
In Midelt (Marokko) is er een vervolg op Tibhirine, waar in de nacht van 26-27 maart 1996 zeven monniken werden meegenomen en op 21 mei 1996 in gevangenschap gedood werden. Niemand weet hoe of waarom ze werden vermoord, ze deelden immers hun leven met de lokale bevolking, waar ze geïntegreerd waren. Ze hebben getuigd van liefde tot het uiterste, maar blijft de vraag: "Waarom koos God zon kleine en kwetsbare gemeenschap uit om zijn universele boodschap over de wereld te doen weerklinken?"
Reeds in 1993 hadden ze gewelddadig bezoek gekregen van Sayah Attiah, een van de leiders van GIA (Groupe Islamique Armée), ze stuurden een laatste rondzendbrief op 14 december 1995 tweede verjaardag van de moord op 12 christelijke Kroaten, gastarbeiders, die aan de wegen werkten.
Na het bezoek van Attiah ontstaat binnen de kleine gemeenschap het proces van blijven of vertrekken? Ieder persoonlijk komt er uiteindelijk toe op post te blijven en te getuigen. U moet deze dingen in samenhang zien met het omkomen van 4 terroristen die een airbus van air France hadden gekaapt en waarbij daarna uit wraak vier missionarissen Witte Paters werden omgebracht. Pater Decker, een Belg, stelde: "Ik besef dat mijn activiteiten levensgevaarlijk zijn. Hier is mijn roeping, ik blijf Notre Dame dAfrique is overgeleverd aan de willekeur van een zinloze daad. In het bisdom zijn wij van mening dat het handhaven van een aanwezigheid van de Kerk belangrijk is, evenzeer voor de Kerk zelf als voor het land"
Kardinaal Leon-Etienne (=Stefaan) Duval sterft 2 juni, tijdens dien begrafenis worden ook de zeven martelaren herdacht, ze worden op 4 juni begraven te Tibhirine. Uiteindelijk wordt hun werk verder gezet te Fèz in Marokko later te Middelt in het spoor van Charles de Foucault. De martelaren van de Atlas laten we zelf aan het woord door hun overste Broeder Christian de Chergé.
Citaat:
Je zult niet doden. Broeder Christian de Chergé:
"Ik blijf gelukkig ( ). Zoals ook gisteren tijdens het ochtendlijk werk met Moussa, die altijd verbazingwekkend eenvoudig en rechtlijnig spreekt: "Sommigen lezen één of twee bladzijden ui de Koran en zeggen: "Ik ben moslim". Nochtans leert de Koran: "Wie de ziel van zijn broer doodt, woont in de hel". Broeder Christophe pag. 103 ev. Misschien zegt u dat er in dit land al genoeg doden zijn gevallen en dat we het voor deze ene keer dat we onder ons zijn, wel even over iets anders kunnen hebben. Ik ben daar niet zo zeker van. Hangen die moorden niet onverbrekelijk samen met datgene wat we zonet met elkaar hebben gedeeld? De menswording is toch uitgelopen op een moord en op de Verlossing, op een doodslag die de prijs was voor onze bevrijding tot mens-zijn?
In onze Gewijde Geschiedenis is vaak sprake van moord en doodslag. En die Gewijde Geschiedenis is niet ten einde, ze gaat nog altijd voort, hier en nu. In de Bijbel komt de stam "doden" driehonderd keer voor. Er wordt wat afgemoord! Wij hebben nog de reflex van de rijke jongeling: net als hij vragen wij wat er nodig is om het eeuwige leven binnen te gaan. Antwoord van Jezus: "Je zult niet doden, enzovoort". Reactie van de rijke jongeling: "Dat alles heb ik onderhouden sinds mijn jeugd" (Mat 19, 16-22). Onze reactie is wellicht niet zo verschillend: "Al die voorschriften heb ik van jongs af onderhouden." Niemand van ons heeft een moord begaan, althans niet in de letterlijke betekenis van het woord. De onlangs overleden filosoof Emmanuel Levinas schreef ooit: "Door dat gebod is de moraal in de wereld gekomen. Het eerste wat het gezicht van de ander mij zegt, is een vraag, de vraag om hem en zijn leven te eerbiedigen."
Onze regel, de Regel van Benedictus, bevat een hoofdstuk met als titel "Welke de werktuigen zijn om goed te handelen". Drieënzeventig zijn het er, drieënzeventig middelen om het goede te doen. "Allereerst: de Heer onze God liefhebben met heel je hart, heel je ziel, heel je kracht (vgl. Mc 12, 30). Daarna: je naaste liefhebben als jezelf (Mc 12,31). En dan: niet doden (Mat 19, 18). Monniken die te horen krijgen dat ze niet mogen doden! Het is voorgekomen dat monniken hun abt om het leven brachten, maar dat is toch eerder uitzonderlijk.
En dan is er de Bergrede van het Evangelie, met daarin de zaligsprekingen. Dat is spiritualiteit van de bovenste plank, de oorkonde waarnaar wij leven. Dat klinkt ons vertrouwd in de oren. Het is echter maar een begin. Daarna volgt: "Jullie zijn het zout van de aarde, [ ... ], het licht van de wereld" (Mat 5, 13-14). En verder [v. 17]: "Ik ben niet gekomen om [ ... ] op te heffen, maar om de vervulling te brengen." En dan [v. 21] brengt Hij ons met beide voeten weer op de grond door te verwijzen naar de Wet: "Jullie hebben gehoord dat tot onze voorouders is gezegd: "Je zult niet doden"." Jezus vindt het blijkbaar nodig om ons weer met de neus op het essentiële te drukken en het eerste wat Hij dan zegt, is: "Je zult niet doden." Hij springt over de eerste vier geboden heen en gaat recht naar het vijfde.
De dood is in de wereld gekomen door een moord. De eerste dode van onze Gewijde Geschiedenis is Abel. Met het verhaal van Kaïn en Abel is broederschap in de wereld gekomen, maar ook de dood, door de broedermoord. Misschien ging het bij die broedermoord in de eerste plaats om het doden van de zoon, de zoon van dezelfde vader, de Zoon van de Vader. Je kunt ook zeggen dat er vóór de moord op Abel al sprake was van de moorddadigheid die wij "zonde" noemen, want God uit je leven willen verdrijven, je in zijn plaats willen stellen, heeft dat niet iets moorddadigs? Aan de broedermoord gaat dus misschien een Vadermoord vooraf. Lees nog maar eens het prachtige hoofdstuk 3 van Genesis, het hoofdstuk over wat wij "de erfzonde" zijn gaan noemen. Het gaat daar wel degelijk om "je in de plaats van God stellen": dat is de raad die wordt gegeven door de moordenaar-van-in-den-beginne [vgl. Joh 8,44].
Door de dood het hoofd te bieden, bevrijdt Jezus ons van de moorddadigheid waar wij allen deel aan hebben. Hij is de Zoon die kiest voor het leven met de Vader en met zijn broeders. En Hij komt ons zeggen: "Vrees niet hen die het lichaam kunnen doden" (en Hij geeft zelf het voorbeeld), "maar vrees hen die de ziel kunnen doden .. ." (vgl. Luc 12, 4). Inderdaad, doden en doden is twee. Je kunt per ongeluk doden, ongewild, uit wettige zelfverdediging, enzovoort. Maar dat is nog niet alles. Je wreken op het lichaam van een dode, zijn lijk mishandelen, dat is twee keer doden!
In het Nieuwe Testament wordt gezegd dat Jezus heeft gedood: "Hij heeft de haat gedood" (Ef 2, 16). En in de Eerste brief van Johannes, hoofdstuk 3, vers 15, lezen we: "Ieder die zijn broeder haat, is een moordenaar, en jullie weten dat geen moordenaar het eeuwige leven heeft." Wij zijn allen potentiële moordenaars en allen verkeren wij in levensgevaar. Wij zouden ons moeten afvragen of wij iedere vorm van haat uit ons hart hebben uitgeroeid. Wij kunnen niet zeggen dat wij in de huidige context naar vrede en leven hunkeren zolang wij daarin niet tot het uiterste gaan. En niemand kan zeggen dat hem dat is gelukt. Wie zijn broeder haat, is een moordenaar.
Een beetje ervaring van het leven in gezinsverband, in een religieuze gemeenschap of in de samenleving als zodanig is voldoende om te weten dat "moord" overal om het hoekje loert. De taal is daarvoor een uitstekende (aanduiding) indicator: wij spreken van kwetsende woorden, hatelijke opmerkingen, vlijmscherpe reacties, dreigende stiltes, dodende blikken, ogen waarmee je iemand zou kunnen doodschieten. Wij vertrappelen anderen, treden op iemands ziel, lopen over iemand heen, doen hem de das om, trancheren, elimineren. Er zijn vele manieren om een ander - soms dodelijk - te kwetsen.
Onmiddellijk na de net aangehaalde passage uit de Bergrede, op het moment dus waarop Jezus concreet aangeeft waar het op staat, zegt Hij: "Als je broeder iets tegen je heeft, ga je dan met hem verzoenen; neem jij het initiatief." (Mat 5, 22). Als je broeder je wil doden, stap jij dan als eerste op hem toe. Bij Kaïn heeft God zelf het voorbeeld gegeven. Op het moment waarop de eerste moord in beeld komt, is meteen sprake van de eerste smeekbede, de eerste vergiffenis, de eerste barmhartigheid: "En de Heer gaf Kaïn een merkteken om te voorkomen dat ieder die hem ontmoette, hem doden zou" (Gn4, 15). En als God in Genesis 9 met Noach een verbond sluit, heet het: "Aan ieder zal ik rekenschap vragen van het leven van zijn broeder. Wie het bloed van een mens vergiet, diens bloed wordt door mensen vergoten, want als Zijn beeld heeft God de mens gemaakt" (v. 5-6). Doden mag niet omdat je dan het beeld van God doodt. In iedere mens is er iets eeuwigs, iets wat ook door doodslag niet kapot te krijgen is. Daarom kan ik het recht niet in eigen handen nemen. In dezelfde zin zei Emmanuel Levinas dat op je naaste toegaan, inhoudt dat je de hoeder van je broeder wordt, wat op zijn beurt impliceert dat je zijn gijzelaar wordt." Eerst oompjes kinderen en dan oompje. Daar kan ik zó enkele feiten uit ons eigen leven naast zetten.
Toen ik een kwartier lang oog in oog stond met Sayah Attiah, de moordenaar van de twaalf Kroaten en de grote baas van de GIA in onze streek, stelde de man zich als zodanig voor. Hij kwam heel precieze dingen vragen. Hij was gewapend met dolk en mitrailleurpistool. Ze waren met zes. Het was nacht. Omdat ik in een gebouw, dat een huis van vrede wil zijn, niet wilde praten met iemand die wapens in de hand had, vroeg ik hem naar buiten te gaan. Daar ging hij op in. Zodra we buitenshuis stonden, was hij in mijn ogen ontwapend. We keken elkaar in het gezicht. Hij had drie eisen. Elke keer heb ik "nee" kunnen zeggen, of "niet zo". "U hebt geen keuze", zei hij. "Toch wel", zei ik, niet alleen omdat ik de hoeder van mijn broeders was, maar ook omdat ik de hoeder was van de broeder die daar voor mij stond en die de kans moest krijgen om bij zichzelf iets anders te ontdekken dan wat hij geworden was. Voor zover hij heeft toegegeven en mij heeft proberen te begrijpen, is dat laatste ook effectief gebeurd. Ze zeggen dat het smerige beesten zijn, dat het geen mensen zijn, dat je niet met hen mag onderhandelen. Ik zeg: "Als wij zo spreken, zal er nooit vrede komen." Ik weet dat hij er honderdvijfenveertig de keel heeft afgesneden. Sinds hij dood is, probeer ik mij toch in te denken hoe hij in het paradijs is aangekomen. Ik meen dat ik bij God drie verzachtende omstandigheden voor hem kan aanbrengen. Eén: hij heeft ons niet gekeeld. Twee: hij is buitengegaan toen ik hem dat vroeg. En toen hij later op enkele kilometer van ons huis dodelijk gekwetst werd en het negen dagen duurde voor hij stierf, heeft hij onze dokter niet laten roepen. Onze dokter komt het huis niet meer uit omdat hij daar te oud voor is, en dat heeft hij gerespecteerd. Derde verzachtende omstandigheid: tijdens ons nachtelijke onderhoud heb ik hem gezegd dat wij ons net aan het voorbereiden waren om Kerstmis te vieren, dat wij dan vieren dat de Vredevorst wordt geboren en dat hij precies op dat ogenblik gewapend bij ons binnendrong. Daarop heeft hij geantwoord: "Sorry, dat wist ik niet." Ik wil niets goedpraten. Het is niet aan mij om een oordeel te vellen. Hij heeft afschuwelijke misdaden gepleegd, maar hij is geen smerig beest. Laat Gods barmhartigheid nu haar werk doen.
Op een andere keer kregen we het bezoek van een andere groep, ook s nachts. Ze wilden telefoneren. We hebben hard moeten onderhandelen, heel wat beperkingen opleggen. Als ze wapens bij hebben, is dat niet gemakkelijk. Uiteindelijk hebben ze buitenshuis gebeld, met ons draagbaar toestel, terwijl we er de hele tijd bij waren. Wij, dat wil zeggen (X) en ikzelf. Omdat het onweerde, kregen ze niet onmiddellijk verbinding, zodat we nogal wat tijd hadden om met elkaar te praten. (X) was gespannen. Omdat hij veel rookt, vroeg hij of hij een sigaret mocht opsteken. Antwoord van de leider: dat is haram, =verboden. En hij gaf er de nodige uitleg bij: dat de profeet het had verboden, enzovoort. Uiteindelijk heb ik hem gezegd: "Luister eens, als u mij in de Hadith of de Koran een tekst kunt aanwijzen waarin staat dat je geen sigaretten mag roken, dan zal ik u geloven, maar neem het van mij aan: het staat nergens geschreven. U legt dat gewoon de goede God in de mond. Dat doen we allemaal veel te gemakkelijk - maar geloof me: het staat nergens." Stilte. Drie minuten later strijkt (X) rustig een lucifer af, steekt een sigaret op en zegt: "De ander doden, dat is haram." We hebben er nog flink over gediscussieerd, maar ik had het gevoel dat daarmee het hele evangelie was samengevat.
Martelaarschap.
Als we dat serieus willen nemen, hangen daar mijns inziens drie gevolgen aan vast. Het eerste betreft het martelaarschap. Daaronder verstaan wij dat je je leven geeft voor het geloof, ook fysiek. Martelaren zijn er overal. Allen die een gewelddadige dood zijn gestorven, worden in dit land als suhadà" [martelaren] beschouwd. Waarom zouden we het speciaal over de onze hebben? Als we dat toch doen, laten we dan niet vergeten dat de twaalf Kroaten in dit conflict de eerste martelaren waren. Zij zijn martelaren in de christelijke betekenis van het woord: zij werden in hun logement omgebracht, vermoord, gekeeld, gewoon omdat ze christenen waren. Daarna komen onze elf religieuze broeders en zusters. Als ik me openstel voor wat hen is overkomen, dan zie ik dat hun laatste ogenblikken helemaal in de lijn liggen van wat hun leven voordien is geweest. In die optiek is het voor mij belangrijk dat ze zijn gedood op de plaats waar ze woonden en leefden, terwijl ze bezig waren met wat ze altijd deden.
Ze hebben ons vaak gezegd dat het martelaarschap iets buitengewoons is, iets bewonderenswaardigs. Vergeet dat maar. Thomas Beckett, die zelf vermoord is, heeft in een sermoen ooit gezegd dat het christelijke martelaarschap geen ongeval of toeval is en dat je het nog veel minder kunt willen. Het martelaarschap kan nooit een streefdoel zijn. De echte martelaar is iemand die het werktuig van God is geworden, iemand wiens eigen wil in die van God is opgegaan. Een martelaar verlangt niets meer voor zichzelf, zelfs niet de glorie van het martelaarschap. Het is overduidelijk dat wij een dergelijke dood niet kunnen wensen, niet alleen omdat we er bang van zijn, maar ook omdat wij geen heerlijkheid kunnen wensen die de vrucht is van een moord, een glorie die een moordenaar maakt van degene aan wie ik haar dank. Dat kan God niet toelaten: "Je zult niet doden." geldt ook voor mijn broeder en ik moet alles in het werk stellen om hem zozeer lief te hebben, dat ik hem kan afbrengen van wat hij zinnens is.
Ik houd voldoende van de Algerijnen - van allemaal - om niet te willen dat een van hen de Kaïn van zijn broeder wordt. En als toch een Algerijn vanuit een verkeerd begrepen vrijheid tot moord zou overgaan, vertrouw ik hem op voorhand toe aan de barmhartigheid van de Vader. En is het tegen mij dat hij zich richt, dan hoop ik dat ik kan zeggen dat hij niet weet wat hij doet en dat ik alle mogelijke verzachtende omstandigheden kan inroepen.
Gebed.
Het tweede gevolg betreft het gebed. Verder in de Bergrede zegt Jezus: "Jullie hebben gehoord dat er gezegd is: "Je zult je naaste beminnen en je vijand haten. Maar Ik zeg jullie: Bemin jullie vijanden en bid voor wie jullie vervolgen." (Mat 5,43-44). Bidden wij genoeg zowel voor de enen als voor de anderen? Laten wij ons gebed alle kanten opgaan, over de grenzen heen? In zijn Brief aan de Romeinen zegt Paulus: "Houd stand in de verdrukking, volhard in het gebed" (12, 12). Wij kunnen hier niet standhouden als wij niet bidden en al biddend belijden dat geweld, vooroordelen en verwerping ook in ons eigen binnenste huizen.
Na het "kerstbezoek" heb ik twee, drie weken nodig gehad om met mijn eigen dood in het reine te komen. Je aanvaardt heel snel dat je moet sterven, maak u daar geen zorgen over, maar nadien weer voet aan de grond krijgen, dat vraagt tijd. Daarna heb ik mij afgevraagd hoe ik kon bidden voor die mensen, voor de kerel met wie ik dat vreselijk gespannen gesprek had gevoerd. Ik kan niet aan God vragen hem te doden, maar ik kan Hem vragen hem te ontwapenen. Uiteindelijk vroeg ik me af of ik wel het recht had dat laatste te vragen zonder Hem eerst te verzoeken mij en onszelf als gemeenschap te ontwapenen. Dat is nu mijn dagelijkse gebed, ik zeg het u in alle eenvoud. Dan zijn de psalmen, die ons soms choqueren omdat ze geen blad voor de mond nemen, echt geen ver-van-mijn-bed teksten meer, geloof me vrij. "Vergeet niet dat ik voor Jou stond om voor hen ten beste te spreken", zegt Jeremia in de lezing van eergisteren (Jer. 18,20, woensdag, in de tweede week van de vasten).
Vergeving.
Derde gevolg: in de vergeving gaan staan. Het is nog altijd in diezelfde Bergrede dat we lezen: "Vergeef ons zoals ook wij vergeven" (Mat 6, 12). Er wordt soms wat meewarig gedaan over de vergevensgezinde goedertierenheid die aan mensen wordt bewezen, maar over barmhartigheid moet je nooit meewarig doen. De laatste brief die ik van broeder Henri kreeg, dateert van februari. Hij wist dat hij in een quartier chaud woonde. "Laten we in onze dagelijkse relaties", zo schrijft hij, "openlijk kiezen voor liefde, vergeving en gemeenschap, tegen haat, wraak en geweld."
U hebt zelf ook de boodschap van kardinaal Francis Arinze voor het feest van "ïd al-fitr" gelezen. Vergeving is daarin een centraal thema: "Vergiffenis krijgen en zijn naaste vergiffenis schenken zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. We hebben nog een lange weg te gaan. We moeten elkaar wederzijds van harte vergeven, ons echt met elkaar verzoenen en samen streven naar een betere wereld voor de komende generaties. Zonder Gods werk in ons hart zijn wij daartoe niet in staat." Dat zijn de wensen die onze Kerk aan de moslims meent te kunnen aanbieden, maar om die wensen in werkelijkheid om te zetten, heeft zij niemand anders dan ons. Wensen voor de moslims, een oproep tot engagement aan ons.
Ik had die wensen naar de imam van Draa Essamar gestuurd. Zijn dorp ligt niet ver van Tibhirine. Ik ken de man nog niet goed, maar sinds twee jaar stuurt hij ons kerstwensen. Ik heb die elke keer beantwoord en dit jaar heb ik hem wensen gestuurd voor het feest van "ïd al-fitr en daar de woorden van kardinaal Arinze aan toegevoegd. Een week geleden, op 2 maart, schreef hij terug: "Ik dank u van ganser harte voor de wensen die u mij en de moslims van Draa Essamar voor "ïd al-fitr hebt gestuurd. Groot is mijn vreugde als ik zie dat de moslim- en de christengemeenschap elkaar ter gelegenheid van hun respectieve feesten gelukwensen sturen. Ik hoop dat onze brieven kleine stappen zullen zijn op de weg naar een verbond tussen moslims en christenen. Op deze feestdag druk ik de hoop uit dat vrede moge heersen in dit land en in alle landen en naties ter wereld, tot welke godsdienst of ras hun inwoners ook behoren. Ik dank u ook voor de boodschap van kardinaal Arinze. Zij getuigt van een sterke wil en een groot geloof om tot broederschap tussen de godsdiensten te komen. Ik stuur u mijn beste wensen. Hartelijke groeten aan de hele gemeenschap."
In ieder van ons zit de neiging om partij te trekken voor onszelf, om groepen tegen elkaar uit te spelen, om te zeggen: "Dit zijn prima mensen maar dat zijn rotzakken". Om die neiging te bezweren, is onze gemeenschap de mensen uit de bergen, de zogeheten terroristen, spontaan, achteraf bleek hoe heilzaam die spontane ingeving was, gaan aanduiden met "onze broeders van de bergen" en de leden van de krijgsmacht met "onze broeders van de vlakte". Aan de telefoon is dat heel handig. Zo blijven we broederlijk met elkaar verbonden.
Samenvattend: niet doden.
1. Jezelf niet doden. Je afvragen, misschien op dit eigenste ogenblik, of je wel genoeg van jezelf houdt, of je jezelf niet kapot maakt.
2. De tijd niet doden. Respecteer ik de tijd van God? Het vertrouwen niet doden. We zeggen gemakkelijk: "Ik heb geen vertrouwen in hem." Welnu, iemand in wie men geen vertrouwen meer heeft, gaat dood.
3. De dood niet doden. Dat wil zeggen: haar niet bagatelliseren. De dood is altijd iemands dood. Dat wil ook zeggen: haar niet terzijde schuiven, ook mijn eigen dood niet. Die maakt deel uit van mijn leven.
4. Het land niet doden, op voorhand al. Van Algerije niet nu reeds een lijk maken. Met mededogen en tederheid naar dit land kijken. Algerije is zwaar ziek, maar in zekere zin liggen wij allemaal in het ziekenhuis.
5. De moslim niet doden, geen enkele moslim. Zeker geen moslim doden omdat hij een aanhanger is van een harde interpretatie van de islam.
6. De Kerk, onze Kerk, niet doden. We kennen ze wel, die venijnige zinnetjes waarmee Haar de nek wordt omgedraaid.
De vijf zuilen van de vrede.
Ik sluit deze toespraak af met een opdracht: zoek vijf woorden die beginnen met de P van "paix", vrede. In het Frans natuurlijk, want ik spreek Frans. Ik gebruik het als een memotechnisch middeltje om dat begrip nader in te vullen, want zonder die vijf zuilen is volgens mij geen vrede mogelijk, waarbij we goed voor ogen moeten houden dat vrede in de eerste plaats een gave Gods is. Zij wordt ons geschonken. Laten we niet te vlug zeggen dat ze niet bestaat: ze is er al. Aan ons om ze te doen oplichten.
Patience Geduld
Pauvreté Armoede
Présence Aanwezigheid
Prière Gebed
Pardon Vergeving
Toeval of niet, "Vergeving", ar-rah man, ar-rahma, is de eerste van de 99 namen van God en "Geduld", as-sabûr is de laatste van die reeks. En God is arm, God is aanwezig, God is gebed.
Dat is de vrede die God geeft. Niet zoals de wereld haar geeft.
En omdat het vandaag de dag van de vrouw is, voeg ik er afsluitend dit aan toe: na het bezoek dat we met Kerstmis kregen, heeft de moeder van een van de broeders van onze gemeenschap twee foto"s in haar gebedenboek gestoken, tussen dezelfde bladzijden: een foto met alle broeders van onze gemeenschap en een foto van Sayah Attiah. Wellicht zijn alleen vrouwen tot zoiets in staat ...
++++++++++++++++++++++++++++++++++
Deze conferentie is gemaakt op basis van het boek "De droom van Tibhirine" van de hand van Ivo Dujardin, monnik van de abdij van Westmalle. Het is een uitgave Lannoo ISBN 978 90 209 8266 4 (2de bijdruk) NUR 707. Derde druk. De lezing van dit boek wordt door mij warm aanbevolen.
In deze donkere tijden geloven wij meer dan ooit.
In de toekomst van de mens.
Wij kunnen niet geloven
dat de mens niet in staat is
een betere wereld te scheppen.
Wij kunnen niet geloven
dat wij als mens niet méér zijn
dan een speelbal in handen van het lot,
dat wij niet kunnen werken aan de toekomst.
Wij geloven dat hoe hard de kanonnen ook bulderen,
hoeveel bommen er ook ontploffen,
er ooit een stralende morgen komt.
Het leven zal altijd sterker zijn dan de dood.
Ondanks alles.
Wij geloven dat ooit alle bewoners van de aarde
drie maal per dag zullen kunnen eten
om hun lichaam te voeden.
Dat ze de opleiding zullen krijgen
om hun geest te ontplooien
en het recht en de vrijheid
om hun hart te tonen.
Wij geloven dat ooit
de vrede en de eerbied voor elkaar
aanvaard zullen worden als universele wet.
Dat elke mens onder een boom zal kunnen zitten,
vrij van angst."
De maatstaf van het oordeel. (Naar Matteüs 25,.35- 40.)
Je zult verbaasd zijn als Hij zegt:
Ik verlangde naar een vriendelijk woord, jij hebt Me bemoedigend toegesproken.
Ik wachtte erop dat iemand Mij zou begrijpen, jij hebt aandachtig naar Mij geluisterd.
Ik had niemand die Mij vertrouwde, jij hebt Mij om raad gevraagd.
Ik had honger en jij hebt Mij te eten gegeven.
Ik had dorst naar jou, jij hebt Me vriendelijk aangekeken.
Ik wachtte op een beetje geluk, jij hebt je vrije tijd met Mij doorgebracht.
Ik was wanhopig, jij hebt Mij in de armen genomen.
Ik had dorst en jij hebt Mij te drinken gegeven.
Ik was kreupel, jij bent met Mij gaan wandelen.
Ik was een sukkel, jij hebt met mij gedanst.
Ik kon niet meer geloven, jij hebt niet aan Mij gewanhoopt.
Ik was ziek en jij hebt Mij bezocht.
Je zult verbaasd zijn - je zult vragen stellen -
je zult perplex staan - je zult lachen.
Je zult dansen van geluk.
God, wij bidden U om kerkmensen.
God, wij bidden U om kerkmensen, nu meer dan ooit: om vrouwen en mannen die verschillen overbruggen en tegenstellingen verzoenen, die warmte uitstralen, hoop wekken en uw kerk maken tot een gastvrij huis, die luisteren en spreken, met aandacht voor de taal en de gevoeligheden van deze tijd, die in uw huis de dienst verrichten aan de tafel van het woord en van het brood, die in uw wereld de dienst verrichten van voetwassing en wonderbare spijziging, die bestand zijn tegen ontgoochelingen en sterkte vinden bij elkaar en bij U, die, wakend bij de bron, bij uw woord het water drinken dat hen doet herleven.
God, geef herders aan uw Kerk, geduldige vissers, met netten die niet scheuren, weefsters van het ene, naadloze kleed, behoedsters van al wat bedreigd is, woordvoerders van uw boodschap, alles samen, uw ene, veelkleurige en meerstemmige gemeente. Amen.
Heer Jezus Christus.
Heer Jezus Christus, zegen met Uw Licht, onze ogen,
opdat zij opengaan en het goede zien in elke mens.
Zegen met Uw Licht onze monden,
opdat zij woorden spreken die goed doen en vrede brengen.
Zegen met Uw Licht onze handen,
opdat zij zich uitstrekken naar de mens die naar ons toekomt.
Zegen met Uw Licht onze voeten,
opdat zij de weg van gerechtigheid en van zorg om mensen gaan.
Zegen met Uw Licht heel ons menselijk bestaan,
opdat er troost is voor de verdrietige, hoop voor de wanhopige,
opdat bitterheid kan wijken voor mildheid, wantrouwen vlucht voor vertrouwen.
Zegen met Uw Licht allen die kwetsbaar zijn en gewond tot in hun ziel,
opdat zij bescherming vinden en geheel worden.
Vervul zo uw belofte; geef vrede in uw Naam en maak ons één,
Gij die leeft in eeuwigheid. Amen.
Maria, toevlucht van de zondaars.
Maria, toevlucht van de zondaars,
troosteres der bedrukten,
met een hart vol verdriet
smeek ik u om hulp
voor mijn gestorven ouders,
die ons gezin
met hun arbeid en zorg
beschermden en omringden.
Maria, vraag voor hen
zo spoedig mogelijk met Uw Zoon
verenigd te zijn,
opdat zij hoog uit de hemel
ons opnieuw leiden
en ons geleiden
uit alle valstrikken
en afgronden,
en alle bekoringen
die het leven brengt. Amen
Gebed: Lied van het Paradijs.
Vandaag nog zult gij met mij zijn in het paradijs ...
Die woorden hebben wij zo dikwijls horen klinken.
Die waren destijds tot een andere persoon gericht.
En dat was in een ver, zeer verleden tijd.
Bedoelt U soms die woorden ook voor hen
die zoveel vroeger dan wij het verwachtten,
die zoveel eerder dan wij konden denken
zo plotseling uit ons midden zijn gegaan?
Gij wordt de God der levenden genoemd.
Help ons geloven dat onze zo dierbare doden
niet enkel stof bij stof zal zijn,
maar, niet meer mens, uw paradijs bereikt.
Amen.
Kort bezinningstekstje.
Ik heb een hart in mij,
dat maakt mij blij.
Het klopt vrolijk
als ik weet dat jij van mij houdt.
Ik heb ogen in mijn hoofd,
dat maakt mij blij.
Zij schitteren van vreugde
als jij jouw liefde toont.
Ik heb benen aan mijn lijf,
dat maakt mij blij.
Zij springen hoog omhoog,
als jij iets voor mij doet.
Ik heb handen met slimme vingers,
dat maakt mij blij.
Zij kriebelen van ongeduld
als jij iets moois hebt voor mij.
Ik heb nog zoveel meer,
dat maakt mij blij.
Ik kan dat alles zo goed gebruiken
als ik het helemaal geef aan jou.
Wil je wel geloven.
Wil je wel geloven dat het groeien gaat,
klein en ongelooflijk als een mosterdzaad,
dat je had verborgen in de zwarte grond,
en waaruit een grote boom ontstond.
Wil je wel geloven
het begin is klein,
maar het zal een wonder
boven wonder zijn,
als je het gaat wagen
met Gods woord alleen:
dan gebeuren wond'ren
om je heen.
Wil je wel geloven
dat je vrede wint,
als je vol vertrouwen
leeft, zoals een kind.
Als je een geloof hebt
als een mosterdzaad,
groeit de liefde uit
boven de haat.
GEBED VAN DANKZEGGING.
O Jezus, eeuwige God, ik dank U voor uw talloze genaden en zegeningen.
Moge elke klop van mijn hart een nieuw lied zijn van dankzegging voor u.
Moge elke druppel van mijn bloed door mijn aderen stromen voor U.
Mijn ziel is een lofzang ter ere van uw barmhartigheid.
Ik heb U lief, o God om Uzelf alleen. Amen.
ZALIGSPREKINGEN.
Zalig zij , die ons , bejaarde mensen , oud durven laten worden in deze tijd , zij zullen de rijkdom van onze jaren mogen ervaren. Zalig zij , die aanvaarden dat wij trager worden en behoren tot een ver verleden tijd , zij zullen niet opgeslokt en afgestompt worden door het jachtend razen van deze meedogenloze tijdstrijd. Zalig zij , die beseffen dat onze oren niet alles meer horen en onze ogen niet alles meer zien , zij zullen de taal van ons hart en de tekening van ons leven mogen ontdekken. Zalig zij , die met ons meeleven als wij de lasten van onze oude dag moeten dragen , zij zullen de kracht van onze liefde voelen groeien in het diepste van hun hart. Zalig zij , die ons dagenlang laten vertellen en nooit wrevelig zeggen ; 'Dat heb je mij al duizend keren gezegd' , zij zullen de waarde van de herinnering in de diepte van ons levensverhaal vinden. Zalig zij , die ons 'oud - zijn' en ons 'mens zijn' respecteren en ons onze waardigheid laten , zij zullen eerbiedig en dankbaar het geschenk van onze levensvoltooiing ontvangen. Zalig zij , die door hun milde goedheid ons helpen ons laatste restje levensweg naar God te gaan , zij zullen Hem als kern van ons bestaan doorheen hun dagen dragen. Het zij zo.