For this blog to translate into language of your choice? Select your language below.
2 prachtige pps-jes hierboven van Godelieve en ook Mama rechts heeft ze gemaakt Klik op de banner en bekijk nog veel meer moois op haar blog
Klik op de banner hier beneden en ga eens langs bij Lenie voor nog meer moois Alle Ave Maria pps-jes hierboven zijn van haar
Gastenboek
Druk oponderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek
Wonder
26-12-2010
KERSTBOODSCHAP AAN JACOV COLO 25 DECEMBER . ( MEDJUGORJE ).
Onze- Lieve- Vrouw verscheen om 14u25 en bleef gedurende zeven minuten. Naderhand verklaarde Jacov dat de Gospa met hem gesproken heeft over de geheimen en als boodschap gaf;
"Bidt, bidt, bidt."
BOODSCHAP VAN 25 DECEMBER AAN MARIJA PAVLOVIC- LUNETTI. ( MEDJUGORJE ).
Lieve kinderen, Vandaag willen ik en mijn Zoon Jezus u een overvloed aan vreugde en vrede geven, opdat ieder van u een blijde drager en getuige van de vrede en de vreugde moge zijn, in de plaats waar je woont. Mijn lieve kinderen, wees zegen en wees vrede. Dank U, dat ge aan mijn oproep gevolg hebt gegeven.
Zalig Kerstmis 2010 en een gelukkig jaar 2011. ( Mark Kemseke o.m.i. ).
¶¶¶¶¶¶¶¶¶¶¶¶¶¶¶¶¶¶¶¶¶¶¶¶¶¶¶¶¶¶¶¶¶¶¶¶
Zalig Kerstmis 2010 en een gelukkig jaar 2011
ËËËËËËËËËËËËËËËËËËËËËËËËË
Zij zal een zoon krijgen
en u moet hem de naam Jezus geven,
want Hij is degene die zijn volk zal redden
Matteüs 1, 21
Beste familieleden, medebroeders,
vrienden en kennissen,
telkens opnieuw grijpen we als christenen terug naar dat kind in de grot van Betlehem om te durven spreken van vrede en toekomst. Dat kind is natuurlijk even machteloos als wij. Het heeft geen leger achter zich om zijn gezag op te leggen. Het gaat ook helemaal niet om gewapende vrede, welke naam we aan die wapens ook geven: macht, geld of eer. Niets van dat alles bezit het in de armoede van een kribbe. Maar juist daar schuilt zijn kracht: de Prins van Vrede zoals hij in de kerstnacht wordt genoemd legt zijn vrede niet op, maar nodigt uit tot vrede, een vrede waar niemand anders het slachtoffer van hoeft te zijn.
2010 was geen gemakkelijk jaar. Het seksueel misbruik van kinderen in de Kerk, vooral in de jaren 70 en 80, maar dat nu te volle aan het licht kwam, heeft de geloofscrisis en de daarmee gepaarde ontkerkelijking nog versneld. Dat niet alles wat in de pers verschijnt juist is en dat er andere krachten aan het werk zijn, doet niets af van de realiteit: er zijn kinderen slachtoffer geworden van een opgedrongen macht. Maar ook: waar de parochie sterft, lijdt ook het bisdom en lijdt heel de Kerk. Lourdes heeft er dus ook onder geleden, al moet het ook worden gezegd dat juist in die situatie sommige mensen er voor kozen naar Lourdes te komen om houvast voor hun leven in het geloof terug te vinden.
2010 was ook een mooi jaar. Is het een toeval dat de bedevaarten dit jaar in het teken stonden van het kruis? Met Bernadette het kruisteken maken, zo luidde het thema, en de vele grote en kleine kruisen van bedevaartorganisaties rond het Bretoens kruis aan de ingang van het Heiligdom getuigen van de sterke beleving van het thema. De pasgeborene in de kribbe en de gekruisigde van Golgotha zijn dezelfde Jezus van Nazaret. Zijn boodschap op Kerstmis is geen zoete wijn die de hardheid en de zonde in onze wereld even doet vergeten, maar de oproep om zijn uitnodiging ter harte te nemen en consequent zijn weg te gaan.
2011 belooft een goed jaar te worden. Wij maken het kruisteken in de naam van de Vader, de Zoon en de heilige Geest. Dat teken, in de geest van God, naar het voorbeeld van de Zoon, en omdat God Vader van alle mensen wil zijn, toont ons de enige manier om de kruisen van onze wereld te durven onder ogen zien en ons te (be-)keren tot Gods Rijk. Pas wanneer wij in alle mensen kinderen van de Vader zien en hen ook zo benaderen zal er echte vrede kunnen groeien. Dan zal Kerstmis niet langer een voorbijgaand gebeuren zijn. Met Bernadette het Onze Vader bidden, zo willen wij het volgende jaar beleven. Ik wil u daartoe graag uitnodigen, in Lourdes, of via uw geloofsbeleving thuis.
Jozef was de Echtgenoot van Maria en werd geacht de vader te zijn van Jezus Christus. Daaruit zijn zijn waardigheid, zijn aanzien, zijn heiligheid en zijn glorie voortgevloeid.
Inderdaad, de waardigheid van de Moeder van God is zo hoog verheven dat niets daar boven geschapen kan worden. Maar, nochtans, daar Jozef met de gelukzalige Maagd verenigd was door de huwelijksband, is het ongetwijfeld zo dat hij, meer dan wie ook, dié alles-overtreffende waardigheid, waardoor de Moeder van God alle geschapen naturen ver overtreft, heeft benaderd. Het huwelijk is inderdaad van elke samenleving en vereniging de meest intieme, die van nature de gemeenschap van goederen tussen echtgenoten met zich brengt. Door Jozef tegelijk als Echtgenoot te geven en als een getuige van haar maagdelijkheid en bewaarder van haar eer, heeft God hem krachtens de huwelijksband zelf ook een deelnemer in haar hoogverheven waardigheid gemaakt.
Zo ook schittert Jozef boven allen door de meest voorname waardigheid, omdat hij door de goddelijke Wil de beschermer werd van de Zoon van God, door de mensen beschouwd als zijn vader. Daar vloeide uit voort dat het Woord van God nederig onderworpen was aan Jozef, hem gehoorzaamde en hem alle verschuldigde eer bewees die kinderen verplicht zijn te bewijzen aan hun ouders.
Maria is het bezit van God; zij is de gouden ladder waarlangs God naar de mensen wil afdalen en de mensen tot Hem wil voeren. Maar, verbazingwekkend! Hoewel deze Maagd het bezit is dat God voor zich gereserveerd heeft, het bruidsvertrek dat zijn Zoon heeft uitverkoren om zich met de menselijke natuur te verenigen, behaagt het de Heer dat zij het bezit wordt van een sterfelijke man, en deze man is de heilige Jozef.
Zou het in Gods raadsbesluiten liggen aan een sterfelijke man een recht en nog wel een bezitsrecht op dit gezegende schepsel, op deze Heilige Maagd te geven? Ja, zonder twijfel: en dit besluit van God vervult ons met een diepe verwondering.
Wie is dan wel deze Jozef, deze uitverkorene van de Hemel, deze bevoorrechte onder alle mannen, aan wie het God behaagt degene toe te vertrouwen, die Hij met zoveel liefde geschapen heeft, die Hij tot de zijne gemaakt heeft met een soort goddelijke na-ijver?
Hij is een zoon van David: hij is uit hetzelfde geslacht als deze Maagd. Hoe hemels ze ook is. Maria heeft, omdat ze voorbestemd is op deze aarde te leven, een aardse steun nodig, een menselijke arm die haar beschermt en haar verdedigt. Jozef zal haar beschermen, haar verdedigen als de zijne, want ze zal zijn ware echtgenote zijn. Maar de onthechting des harten van deze zoon van David is dusdanig, dat Maria om hem volledig toe te behoren, daarom niet zal ophouden God geheel en al toe te behoren. Ze verwezenlijken samen de eenheid van een waarachtig huwelijk om alleen maar daardoor ieder voor zich, sterker nog, de een door de ander, meer aan God toe te behoren. De zinnelijke begeerte in hem was uitgedoofd en zijn ziel was geheel vervuld van een stralende zuiverheid toen hij in de tegenwoordigheid van de Heilige Maagd verscheen. Het was niet passend dat zij bemind zou worden met een liefde die niet volmaakt kuis was.
Sint-Jozef toont zich dus aan ons als de geheel zuivere ziel, waarin de zonde al haar kracht verloren heeft. Sint-Augustinus verklaart dat niemand in dit leven vrij van zonden is. Dat zelfs de Heiligen moeten zeggen: Vergeef ons onze zonden. Toch erkent hij dat God, indien het hem behaagt, bij wijze van uitzondering en als een voorrecht, de onvolmaaktheid van de mens volledig kan wegnemen. Dat hij de mens al in dit leven met volmaaktheid kan bekleden, zodat hij God schouwt alomtegenwoordig , zoals de Heiligen hem in de Hemel schouwen, onversluierd.
Is dit prachtige voorrecht niet aan de heilige Jozef verleend omdat hij geroepen was tot de maagdelijke staat in het huwelijk en hij de Zoon van God voortdurend voor zich zag? Was hij niet volledig gegrepen en geabsorbeerd door de ononderbroken aanschouwing van zijn God? Hoe zou hij hebben kunnen zondigen? In het heilig huis van Nazareth was geen plaats voor de zonde.
Oh Jozef, wij ontwaren slechts vagelijk Uw heiligheid in zijn geheimnisvolle glans. Maria kan de Uwe worden, zonder daardoor minder aan God toe te behoren; opmerkelijker nog, door de Uwe te zijn, behoort zij nog meer dan voorheen aan God toe; en juist door de Uwe te zijn geworden komt in haar het grote geheim tot voltooiing waarvoor zij geschapen is.
Wat is deze beschikking van God toch bewonderenswaardig! Hoe zeer laat die beschikking de voortreffelijke zielezuiverheid van de heilige Jozef uitkomen. Jozef, die niets van de menselijke genegenheid voor zichzelf behoudt, en die alles aan God geeft.
Wat voor een les geeft U ons, U grote Heilige. U wilde niets dan in en voor God. In Maria smaakte U alleen maar God, zoals Maria alleen maar God smaakte in U. Ach, mochten wij maar zon zuiverheid des harten kunnen navolgen. Gij, grote Heilige, verkrijg voor ons deze genade!!
Mijn dochter, u schreef terecht dat mijn Echtgenoot Jozef een buitengewoon hoge rang bekleedt onder de Heiligen en Prinsen van het hemelse Jeruzalem; besef echter dat gij zijn grote heiligheid niet kunt omschrijven, evenmin als ze door een andere sterveling kan worden begrepen. Als gij Gods aangezicht zult aanschouwen, dan pas zult gij tot uw grote verbazing en tot lof van de Heer het mysterie van de verhevenheid van Jozef begrijpen en bewonderen. Bij het Oordeel zullen vele verworpenen spijt hebben dat zij, verblind door hun zonden, het zo machtige en doeltreffende middel de voorspraak van Jozef niet kenden en gebruikten. Het zou hen geholpen hebben om de vriendschap van de rechtvaardige Rechter terug te winnen. Slechts weinigen kennen de macht van zijn voorspraak bij de goddelijke Majesteit en bij Mij. Ik verzeker u, mijn zeer geliefde dochter, dat hij in de Hemel één der intiemste vertrouwelingen is van de Heer, en dat hij veel kan doen om de straffen van de goddelijke gerechtigheid af te wenden van de zondaars.......
Al wat mijn Echtgenoot afsmeekt in de Hemel, zullen zij, die hem op aarde zijn toegewijd, verkrijgen uit de handen van de Allerhoogste.
Onze - Lieve - Vrouw aan de eerbiedwaardige Maria dAgreda
De verheven Waardigheid van de heilige Jozef
Een profetische figuur, die op een bewonderenswaardige wijze de grootheid van onze Heilige uitdrukt is Jozef, de zoon van de aartsvader Jacob. Hij is, in de achter ons liggende eeuwen, als een voorafbeelding van de verheven voorrechten van de Echtgenoot van Maria.
Herinneren we ons de prachtige droom, waarin Jozef de zon, de maan en elf sterren voor zijn voeten zag neergeknield. Dit was geen droom zoals die, welke door de dwalende fantasie in de slaap ontstaat. Het was een extatisch visioen, om niet alleen de komende verheffing van deze slapende jonge man uit te drukken, maar ook de toekomstige grootheid van onze Heilige.
Verdiep u zich eens in het wonderlijke geluk van de eerste Jozef, die niet alleen zijn vader, zijn moeder en zijn broers voor zich zag buigen, maar ook heel Egypte. Meet aan de hand van deze voorafbeelding de verheven waardigheid van de tweede Jozef af.
Grote God, wie zal er ooit in slagen dit te begrijpen? Denkt u dat het voor de heilige Jozef niets heeft betekend, Jezus en Maria aan zijn voeten te zien, onderdanig en met tekens van de allertederste eerbied? Daarom durf ik met stelligheid te zeggen, dat de heilige Jozef, na de Heilige Maagd Maria, reeds de meest verheven ziel van deze wereld moet zijn, alvorens de Echtgenoot van Maria te worden. Verhevenheid. Ik bedoel hier niet de grootheid, waarop de trotse, eerzuchtige mens zich hovaardig verheft, al zijn roemruchtige titels etalerend om de ijdele waardering van de mensen te oogsten.
En toch ontbreekt het onze Heilige niet aan deze grootheid en verhevenheid. Als men zijn geslachtslijst bekijkt, dan ziet men, dat hij zich kan beroemen op veertien koningen en even zoveel aartsvaders en aanvoerders van volkeren onder zijn voorouders. Zij waren echter allen niet zo groot als hij, ondanks hun scepters en kronen. Het is langs deze zo luisterrijke adeldom van profeten en aartsvaders, die welhaast tot aan de Hemel reikt, dat Sint-Jozef wereldlijke adeldom aan het Vleesgeworden Woord zelf geeft.
En toch, daarin ligt niet de glorie, waarop hij zich kan beroemen. Hij ontleent zijn grootheid aan zichzelf en niet aan zijn voorouders. Timmerman zijn is hem even lief als de titel van prins, de koningsscepter betekent voor hem niet meer dan de hamer van de werkman. Zijn grootheid ontleent hij bovenal aan de eervolle naam van rechtvaardige: dat is de schat, waarin hij het meeste behagen schept; want het is daarom, dat hij alle eeuwen bewonderd zal worden. Gegrift op zijn voorhoofd staat de lof die al zijn heerlijkheid samenvat: Daar Sint-Jozef rechtschapen was(Mattheüs 1, 19 ).
Als u de grootheid van Sint-Jozefs rechtschapenheid zou willen beseffen, analyseer dan dit woord. Het drukt de kern van alle deugden en het overzicht van alle christelijke volmaaktheid uit. Wat kan men nog meer van een mens zeggen, dan dat hij alle deugden op een volmaakte wijze bezit! Is dit geen verheven lofprijzing? En wie zou zich in grootheid kunnen vergelijken met degene die dit heeft verdiend. Adam? Dat Adam kome onschuldig nog met de dieren aan zijn voeten; Mozes? Dat Mozes verschijne, de schepselen bevelend met zijn staf; Abraham? Dat Abraham zich aan ons vertone met zijn nageslacht, als een zon temidden van de sterren. Herinnert u zich Jozua, die op zijn stem de zon deed stilstaan; Salomo, die koninginnen aan de voet van zijn troon zag neerknielen.
Want al deze grote voorrechten kunnen hen niet de gelijken maken van de heilige Jozef, want die nobele voorrechten en deugden, waarvan zij slechts een deel hebben toebedeeld gekregen, heeft de heilige Jozef allemaal in zijn persoon verenigd en in volmaakte mate bezeten.
Het is voor ons dus een plicht Sint-Jozef te eren; wie kan daar nog aan twijfelen, nadat de Zoon van God Hemzelf met de naam van Vader heeft willen eren? De Evangelisten hebben inderdaad niet geaarzeld Hem deze naam te geven: Zijn vader en moeder, zegt de H. Lucas, waren in bewondering over alles wat over Hem gezegd werd (Lucas 2, 33). Weer gaf de goddelijke Moeder Hem die naam: Uw vader en ik waren u aan het zoeken, vol wanhoop U te hebben verloren (Lucas 2, 48).
Als dus de Koning der koningen Jozef tot zon grote eer heeft willen verheffen, is het passend en juist dat wij zo vaak mogelijk hem proberen te eren. "Welke engel of welke heilige heeft het ooit verdiend vader van de Zoon van God genoemd te worden?" Wij mogen dus op Jozef toepassen wat Sint-Paulus zegt: Hij is dermate hoog verheven boven de Engelen dat hij een voortreffelijker naam heeft gekregen dan zij. Door die naam van vader is Jozef door God meer geëerd dan alle Aartsvaders, Profeten, Apostelen en Pausen; zij hebben allemaal de naam van dienaren, Jozef die van vader.
Zo wordt Jozef dus als vader aangesteld als hoofd van dat gezinnetje, klein in getal, maar groot door de twee grote persoonlijkheden die het bevatte, namelijk: de enige, mens geworden, Zoon van God en zijn Moeder. In dit huishouden beveelt Jozef; de Zoon van God gehoorzaamt. "Deze onderwerping van Jezus Christus bewijst ons de nederigheid van de Verlosser en laat ons de grote waardigheid van Jozef zien." En wat is een groter waardigheid, wat is een groter verheffing dan te bevelen aan Hem die alle koningen beveelt?
Jozef benadert op zodanige wijze de hoogverheven waardigheid van de Moeder Gods, als niemand die ooit benaderd heeft of benaderen zal. Als bewaker en vermeende vader van Gods Zoon (hetgeen de onderwerping van hem aan het mens - geworden - Woord meebracht) is hem een unieke verhevenheid toegekend onder alle Heiligen.
Sint-Jozef overtreft in genade en glorie de Apostelen en Johannes de Doper, omdat zijn taak als vader van Christus, Echtgenoot van Maria en Hoofd van de Heilige Familie belangrijker was dan deze van de verkondigers van boetedoening en geloofspredikers. De zorg van Jozef betrof rechtstreeks Christus, het Hoofd; hun zorg ging naar de gelovigen, de leden van het mystieke Lichaam.......
De meesten, zoals ook de talrijke "wetenschappers en wijzen" volgens de wereldse normen, vergissen zich totaal door Jozef te onderschatten omwille van zijn timmermansberoep en zijn status als werkman. Gedurende eeuwen werd hij niet vereerd zoals hij verdiende, temeer daar hij zoveel glansrijker heerst in de hemel......... En toch overtreffen zijn voorrechten, zijn waardigheid en zijn functie die van alle Heiligen.
Overwegingen Sint-Jozef is verheven boven alle andere Heiligen, uitgezonderd de Heilige Maagd Maria.
-----------------
Hoe groot moet de waardigheid van Sint-Jozef wel niet zijn? "Onder de zuivere Geesten, die de hemelse scharen vormen, is er niet één die Jezus zijn Zoon mag noemen.
----------------
De Heer heeft Sint-Jozef als de Zon vervuld met alle luister en heerlijkheid. Slechts alle Heiligen samen kunnen deze "warmte" uitstralen (H. Gregorius van Nazianze).
----------------
Het geloof van Sint-Jozef overtreft dat van Abraham. Deze laatste immers wordt in de Schrift geroemd, omdat hij voor mogelijk hield dat een onvruchtbare vrouw een kind zou krijgen. Sint-Jozef geloofde dat een Maagd Moeder zou worden
Licht der Aartsvaders
Als u een idee wilt krijgen van de verdienste en de grootheid van Sint-Jozef, denk dan aan de benaming waarmee hij terecht geëerd wordt: Vader van de God-Mens.
Herinner u die beroemde aartsvader Jozef van de oude wet die verkocht werd in Egypte, en besef dat onze Heilige niet alleen met hem zijn naam gemeen had, maar ook zijn heiligheid, zijn kuisheid, zijn onschuld en zijn aanzien. De oude Jozef, verkocht vanwege de afgunst van zijn broers en naar Egypte gebracht, was de voorafbeelding van Jezus Christus die door de zijnen verkocht werd; de nieuwe Jozef, op de vlucht voor de na-ijver van Herodes, bracht Jezus Christus naar Egypte. De eerste bewees zijn kuisheid door trouw te blijven aan zijn meester; de tweede kende de Maagdelijkheid van de Moeder van zijn Meester, was zelf maagd en waakte getrouw over haar die hem toevertrouwd was. De oude Jozef ontving van boven het licht om door te dringen in de geheimen der dromen; de nieuwe Jozef werd toegelaten tot de kennis van en de deelname aan de hemelse geheimen. De eerste bewaarde alle tarwe die niet alleen voor hem, maar voor het hele volk nodig was; de tweede ontving het levend Brood dat uit de Hemel kwam en hij bewaarde het, zowel voor zich als voor de hele wereld. Het lijdt geen twijfel dat hij een goed en trouw mens was, die Jozef aan wie de Moeder van de Verlosser als Echtgenote gegeven was. Ja, hij was een trouwe en voorzichtige dienaar, de man die de Heer had aangesteld als troost voor zijn Moeder, als de voedstervader van zijn Mensheid en de enige toeverlaat en helper bij zijn groot geheim in de wereld.
Tenslotte was het Jozef niet alleen gegeven Hem, te zien en te horen, die zoveel koningen en profeten hebben willen zien en die ze niet gezien hebben, die ze hebben willen horen en niet gehoord hebben, maar ook nog Hem te dragen, te leiden, aan zijn hart te drukken, Hem te voeden en over Hem te waken.
Hij is waarlijk uit het huis van David, hij is werkelijk van koninklijke afkomst, deze man, deze Jozef, edel door zijn afkomst, edeler nog door zijn ziel; hij is in alles zoon van David, in niets afwijkend van zijn vader David. Ja, Jozef is in alles de zoon van David, niet alleen naar het vlees, maar ook door zijn geloof, door zijn heiligheid en door zijn toewijding. God beschouwde hem naar zijn hart als een andere David en Hij heeft hem het uiterst heilige geheim van zijn hart toevertrouwd; als een andere David heeft Hij hem de meest verborgen diepte van zijn wijsheid getoond; tenslotte heeft Hij hem ingewijd in de kennis van het geheim dat geen vorst van deze wereld gekend heeft.
Als dus de hele Kerk dank verschuldigd is aan de Moeder Maagd Maria omdat zij door haar waardig is gemaakt Christus te ontvangen, dan is het zeker dat zij, na de Heilige Maagd Maria, aan Jozef de meeste dankbaarheid en verering verschuldigd is. Want hij is de sleutel voor het Oude Testament; in hem hebben de aartsvaders en de profeten de vrucht van de belofte geplukt. Als enige van hen heeft Jozef met de ogen van zijn lichaam de aan de anderen beloofde Verlosser gezien.
Groet van de H. Johannes Eudes
Ik groet U, Jozef, beeld van God de Vader; Ik groet U, Jozef, vader van God de Zoon; Ik groet U, Jozef, heiligdom van de Heilige Geest; Ik groet U, Jozef, welbeminde van de Heilige Drieëenheid! Ik groet U, Jozef, zeer trouwe "medewerker van het groot besluit". Ik groet U, Jozef, zeer waardige Echtgenoot van de Onbevlekte Maagd en Moeder Maria. Ik groet U, Jozef, vader van alle gelovigen; Ik groet U, Jozef, beschermer van allen die voor de heilige maagdelijkheid hebben gekozen; Ik groet U, Jozef, trouwe nalever van het heilig stilzwijgen; Ik groet U, Jozef, beminnaar van de heilige armoede; Ik groet U, Jozef, zéér zachtmoedig en spiegel van geduld; Ik groet U, Jozef, gehoorzame man en de nederigheid zelve. U zijt gezegend onder alle mensen; En gezegend zijn Uw ogen, die gezien hebben wat U hebt gezien; En gezegend zijn Uw oren, die gehoord hebben wat U hebt gehoord; En gezegend zijn Uw handen, die het vlees geworden Woord hebben aangeraakt; En gezegend zijn Uw armen, die Hem gedragen hebben die alles voor ons draagt; En gezegend is Uw borst waarop Gods Zoon zacht kon rusten; En gezegend is Uw hart, dat vurig brandt voor Jezus. En gezegend is de Eeuwige Vader, die U uitverkoren heeft; En gezegend is de Zoon, die U bemind heeft; En gezegend is de Heilige Geest, die U geheiligd heeft. En gezegend is Maria, Uw Echtgenote, die U als haar Echtgenoot en als haar broeder heeft liefgehad. En gezegend is Uw getrouwe Engelbewaarder. En gezegend zijn voor immer allen die U liefhebben en U zegenen. Amen!
Het heilig Huwelijk
Wat dachten Maria en Jozef toen zij zich samen verbonden ten overstaan van God? Hun verwachtingen waren ontegenzeggelijk gericht op de Christus die komen zou, op de beloofde Messias: de verwachting van de Messias leefde in het hart van elke goede Israëliet. De Patriarchen stelden zich bij het sluiten van huwelijken als voornaamste doel, het geslacht uit te breiden waaruit de Messias zou voortkomen.
Maar Maria heeft de gelofte van maagdelijkheid afgelegd en deze wens is haar boven alles dierbaar. Zij stemt erin toe om met Jozef te trouwen, maar zij wil maagd blijven. En zie, zodra Jozef Maria ontmoet, begrijpt zijn zuivere ziel dadelijk door het licht van de Heilige Geest, dat Maria maagd moet blijven, dat haar maagdelijkheid één is met haar persoon en niet van haar te scheiden is. Maria geeft slechts reine gedachten in; zij kan slechts bemind worden met een maagdelijke liefde. Sint-Jozef, eveneens maagd, stemt slechts in het huwelijk toe op voorwaarde maagd te blijven. Hun huwelijk wordt gesloten op deze voorwaarde: dat zij elkaar hun maagdelijkheid in bewaring geven. De maagdelijkheid van Maria zal het geluk van Jozef zijn, zoals de maagdelijkheid van Jozef het geluk van Maria zal zijn. Wat Jozef vooral in Maria bemint is, dat zij maagd is en zijn liefde voor haar bestaat erin haar maagdelijkheid zeer zorgvuldig te bewaren.
O, wie kan ooit de vreugde beschrijven van een dergelijke echtverbintenis die niet van deze aarde is? De twee zielen van Maria en Jozef ontmoeten en doordringen elkaar in het onuitsprekelijk licht van een goddelijke samensmelting, in de geestelijke geur van de heilige maagdelijkheid.
De maagdelijkheid is de wet van dit huwelijk, en toch wil het als dusdanig ook vrucht dragen. Welnu, God schenkt deze vrucht in de persoon van zijn eigen Zoon, mens geworden in de schoot van Maria. In de geheime plannen van God was de vereniging van dit echtpaar gericht op de Messias; de Messias wordt hun Kind. Ja, Jezus mag terecht de vrucht van het maagdelijk huwelijk van Maria en Jozef genoemd worden; Hij is niet enkel aan Maria gegeven, maar aan haar én aan haar Echtgenoot, hij is hun gegeven om hun gemeenschappelijk heil te zijn.
Dat Jozef niet onmiddellijk verwittigd werd van de menswording van de Zoon van God in zijn reine Echtgenote, dat is omdat zij tegenover hem een voorrang van uitverkiezing en heiligheid behoudt. De verwarring van Jozef is dan ook een echte getuigenis van de maagdelijke ontvangenis van de Verlosser. Hier past het de woorden van de Engel aan Sint-Jozef te overwegen. Hij kent hem geen recht op het kind toe, recht dat hij niet zou gehad hebben, hij verwittigt hem eenvoudig dat Maria heeft ontvangen van de Heilige Geest, en dat zij zijn Echtgenote blijft in haar maagdelijk moederschap. De band van het huwelijk is niet vernietigd door de tussenkomst van de Heilige Geest die het huwelijk zijn vrucht geeft; het is zelfs versterkt door de komst van het Goddelijk-Kind. Jozef was de Echtgenoot van de Maagd Maria, nu is hij de Echtgenoot van de Moeder van God, hij wordt uitgenodigd om over het Kind een vaderlijk gezag uit te oefenen en hem de naam Jezus te geven.
O Jozef, Echtgenoot van de Moeder Gods! Welke verblindende grootheid is in deze onvergelijkelijke titel vervat! En deze verhevenheid spruit voort uit de uitgelezen zuiverheid van uw ziel. Gij zijt de Echtgenoot van de Maagd en Moeder Gods omdat gijzelf maagd zijt, maagd naar ziel en lichaam. Ach, verkrijg voor ons een weinig van de hemelse zuiverheid die U zo groot heeft gemaakt en toch zo nederig heeft bewaard.
Laat ons nu stuk voor stuk de plichten overwegen, die het huwelijk van Sint-Jozef met de Heilige Maagd Maria aan de glorierijke Patriarch oplegde. Deze drie plichten zijn als volgt: - ten eerste: Sint-Jozef moest de tijdelijke zaken voor Maria behartigen; - ten tweede: Hij moest haar trouwe beschermer en getuige van haar maagdelijkheid worden; - ten derde: Hij moest met haar de pijnen en vreugde delen.
Om met de eerste plicht te beginnen, laten wij ons herinneren dat de natuurwet eist, dat de man zijn vrouw het noodzakelijke moet verschaffen voor zover hieraan behoefte is. Welnu, wij weten, dat Maria geen deel uitmaakte van de gefortuneerde klasse. De heilige Patriarch moest dus aan zijn Echtgenote het dagelijks brood verschaffen. Indien men vraagt, welke deugd de grondslag is van deze plicht, dan kunnen wij antwoorden: de vroomheid, een deugd, die ons aanspoort om naar beste vermogen te voorzien in de behoeften van onze familie, het vaderland en de mensen die ons na staan.
De tweede plicht van Sint-Jozef ten opzichte van Maria was de bloem van haar maagdelijkheid te beschermen. Deze plicht kon niet vervuld worden ingeval van innerlijk bederf, want Maria kende geen vleselijke bekoringen. Sint-Jozef moest dus zijn bruid zowel verdedigen tegen de aanvallen van belagers als tegen de lasterpraat van mensen, die totaal onwetend waren van het heilige geheim dat de verheven Drievuldigheid in haar tot stand had gebracht. De reden van het huwelijk van de Maagd Maria met Sint-Jozef was ook te voorkomen, dat Maria door de Joden als overspelige vrouw zou worden gestenigd. Daar anderzijds de maagdelijkheid van Maria voortaan als een voorbeeld aan de gelovigen zou moeten dienen, was het noodzakelijk, dat zij een beschermer, maar ook een betrouwbare getuige had. Deze beschermer en getuige kon niemand anders zijn dan de heilige Patriarch.
De derde plicht van Sint-Jozef tegenover Maria was om deel te nemen in het lijden, dat de Heilige Maagd Maria moest doorstaan in vereniging met Jezus in haar hoedanigheid van medeverlosseres van het mensdom. De grootste smarten worden dragelijk, wanneer deze smarten worden gedeeld met anderen. God heeft dan ook de aanwezigheid van Sint-Jozef gewenst, opdat Maria haar smarten gemakkelijker zou kunnen dragen. Immers, zij wist zich omringd door de genegenheid van Sint-Jozef.
De Reinheid van Sint-Jozef
De geest, die Sint-Jozef bezielde, was aan God onderworpen door een volmaakte rechtvaardigheid, vergezeld van de deugd van naastenliefde en de gave van wijsheid. Deze deden hem kennen hoe steeds Gods Wil te volbrengen en te luisteren naar de ingevingen van de Heilige Geest. Hierdoor was deze uitverkorene van God ook naar het vlees geheel aan de geest onderworpen. Jozef, de rechtvaardige, was de reinste onder de mannen.
Een logisch gevolg hiervan is de inwerking van de geest op het vlees, die zich openbaart met de strengheid van een door God zelf geopenbaarde wet. Naarmate de geest zich onttrekt aan de onderwerping jegens God verschuldigd, zal ook het vlees zich er aan onttrekken. De mens vindt de straf voor zijn hoogmoed, die hem doet opstaan tegen God, in de opstand van zijn hartstochten tegen de rede, waardoor hij zich over zijn gedrag schaamt. Wat een geluk is het dan, wanneer de vernedering die hieruit voortvloeit, door een bijzondere genadewerking, het goede uit het kwade laat voortkomen, zodat de mens hierdoor naar God teruggebracht wordt.
Geen mens is rechtvaardiger en nederiger dan Sint-Jozef, noch heeft ooit iemand hem overtroffen of zelfs maar geëvenaard in kuisheid. Dat hij uit het gehele mensdom uitverkozen werd om Echtgenoot van Maria te zijn, getuigd van een zuiverheid, die schitterender is dan de zon.
Bedenken we wel dat het hart van de heilige Jozef door God werd gevormd om de allerreinste Maagd Maria te beminnen. Ook kunnen wij met zekerheid aannemen, dat de heilige Jozef die weliswaar met de erfzonde was belast door een bijzondere genade nooit enige onreine bekoring heeft gekend. God heeft aan bepaalde heiligen de engelachtige gunst geschonken, die de zinnelijke begeerte in hun vlees als het ware uitdoofde. Dat de aanstaande Echtgenoot van Maria bij uitstek dit voorrecht is verleend, lijkt ons onbetwistbaar. Hij werd onmiddellijk in die staat gebracht, staat van de gezuiverde ziel, die de aardse begeerte niet kent. Kortom, de kuisheid van Sint-Jozef was geen gevolg van worsteling en strijd, maar uit zijn natuur voortkomend. Ze moest wel zo zijn om een huwelijk met de aller-zuiverste Maagd Maria mogelijk te maken. Maria vond het hart van Jozef in zon volmaakte harmonie met het hare, dat ze zich met volledige zekerheid aan hem kon toevertrouwen én haar maagdelijke staat bewaren.
Het heeft God behaagd een voorafbeelding te geven van de kuisheid van Sint-Jozef in de persoon van Jozef, zoon van de aartsvader Jacob en zijn vrouw Rachel. Deze waarlijk grote man had een aangeboren afschuw van de ondeugd der onzuiverheid; hij weerstond de verleidingen van de vrouw van zijn meester, de Egyptenaar Potifar en aanvaardde omwille van de kuisheid gevangenis en eventueel de doodstraf. Deze lichtende ziel is een voorafbeelding van de ziel van onze Sint-Jozef.
De kuisheid van Jozef, zoon van Jacob, maakte hem ontvankelijk voor goddelijke inspiratie. In geheimzinnige dromen werd hem de toekomst geopenbaard. "Zo werden ook aan Sint-Jozef in zijn slaap hemelse geheimen toevertrouwd door de Engelen".
O, waarlijk engelachtige en serafijnse heilige! O, ziel, die in hoger sferen, ver boven aardse begeerten, vertoefde. O, grote Heilige, vervul allen, die op U hun vertrouwen hebben gesteld, met hemelse en kuise gedachten; verkrijg voor christelijke echtelieden, dat zij zich slechts verenigen met geheiligde bedoelingen. Uw vlees, Uw lichaam, werd uitsluitend, geleid door hemelse overwegingen. Terecht wordt U afgebeeld met de lelie der maagden, symbool der kuisheid, in Uw handen. De geur van deze lelie vervult zowel de Kerk in de Hemel als op aarde. Moge deze geur in ons de smaak en de liefde voor de kuisheid doen ontwaken.
Nederigheid en Maagdelijkheid
Zoals de heilige Jozef er zorg voor droeg zijn deugden verborgen te houden onder de hoede van de zeer heilige nederigheid, zo had hij eveneens een zeer bijzondere zorg om de kostbare parel van zijn maagdelijkheid schuil te houden; het is daarom dat hij erin toestemde te huwen, om niemand zijn levenswijze te doen vermoeden en onder de heilige sluier van het huwelijk een meer verborgen leven te kunnen leiden.
Hierdoor worden de maagden en al degenen die kuis willen leven erop gewezen dat het niet voldoende is maagdelijk te zijn, als ze zich niet in alle eenvoud gedragen en hun zuiverheid niet verborgen houden in het waardevolle kistje van de nederigheid; anders zullen zij hetzelfde lot ondergaan als dat van de dwaze maagden die, bij gebrek aan nederigheid en barmhartige liefde, verjaagt werden van het bruiloftsfeest van de Bruidegom en zo noodgedwongen terecht kwamen op het werelds trouwfeest, waar men de raad niet volgt van de hemelse Bruidegom, die zegt dat men nederig moet zijn om ter bruiloft te worden toegelaten, waarmee bedoeld wordt dat men de nederigheid in praktijk moet brengen: "Want, zegt Hij, als men naar een bruiloft gaat, of men wordt uitgenodigd op een bruiloft, neem dan de laatste plaats in".
Daaruit blijkt hoe noodzakelijk het is nederig te zijn om de maagdelijkheid te bewaren, want zonder twijfel zal niemand deelnemen aan het hemels feestmaal en bruiloftsfestijn die God bereid heeft voor de maagden in het hemels verblijf, tenzij vergezeld van deze deugd.
De kostbaarheden en vooral de welriekende zalven worden niet aan alle winden blootgesteld, want niet alleen zou de geur ervan verdampen maar ze zouden bedorven worden door de vliegen, zodat ze hun prijs en hun waarde zouden verliezen. Zo is het ook met de rechtvaardige zielen die, uit vrees de waarden van hun goede werken te verliezen, deze opbergen in een kistje, maar niet zo maar in een alledaags kistje, maar zoals met kostbare zalven, in een albasten kruik (een zoals de H. Magdalena bij zich had om de zalven op het gewijde hoofd van onze Heer uit te gieten of te ledigen). Deze albasten kruik of kistje is dus de nederigheid waarin wij, naar het voorbeeld van Onze-Lieve-Vrouw en de heilige Jozef, onze deugden moeten bewaren en er alles in opbergen waarvoor wij achting en waardering zouden kunnen oogsten in de ogen van de mensen, ons tevreden stellend aan God te behagen en te leven onder de heilige sluier van de zelfvernedering, in afwachting dat God ons komt weghalen naar het veilig oord dat de glorie is, en Hijzelf onze deugden doet uitschijnen tot zijn eer en glorie.
Kunnen wij bevatten in welke mate de heilige Jozef de maagdelijkheid beleefde, die een deugd is die ons op de Engelen doet gelijken, als de Heilige Maagd niet alleen zeer zuivere maagd was en geheel rein, maar bovendien de Maagdelijkheid zelve was? Kunnen wij ons indenken in welke mate degene die door de eeuwige Vader uitgekozen werd als de behoeder van haar maagdelijkheid, of om het beter uit te drukken, als metgezel uitverkoren werd, - aangezien het niet nodig was haar te beschermen, daar ze dit uit zichzelf wel kon in welke mate, zeg ik, hij voortreffelijk in deze deugd moet zijn geweest?
Zij hadden beide de gelofte afgelegd om hun maagdelijkheid levenslang te bewaren, en nu wil God dat zij verenigd zouden zijn door de band van een heilig huwelijk, niet om hen afstand te laten doen of spijt te doen hebben van hun gedane gelofte, maar om deze in hen opnieuw te bevestigen en hen onderling te sterken om te volharden in hun heilige onderneming; daarom leefden ze samen in maagdelijkheid geheel de rest van hun leven.
Wat is die glorierijke heilige Jozef anders dan een machtige beveiliging die boven Onze-Lieve-Vrouw werd aangesteld, want als Echtgenote was zij hem onderdanig en omringde hij haar met veel zorg! Dus verre van het feit dat Jozef boven Onze-Lieve-Vrouw werd aangesteld om haar af te brengen van haar gelofte van maagdelijkheid, werd hij haar als metgezel gegeven, en opdat de zuiverheid van Onze-Lieve-Vrouw des te bewonderenswaardiger zou kunnen volharden in haar ongeschondenheid onder de sluier en de geborgenheid van het heilig huwelijk en van het heilig verbond, dat zij samen waren aangegaan.
Indien zoals de Eeuwige Vader zegt de Heilige Maagd een poort is, moeten wij Haar niet willen openmaken; want Zij is een Oosterse poort, waardoor niemand naar binnen noch naar buiten kan gaan; integendeel, men moet Haar bekleden en versterken met onvergankelijk hout, met andere woorden, Haar een metgezel geven, haar zuiverheid waardig. Dit is de heilige Jozef, die hiertoe alle Heiligen, zelfs de Engelen en de Cherubijnen diende te overtreffen in deze bijzonder aanbevelenswaardige deugd van maagdelijkheid.
Wij kunnen slechts moeilijk doordringen in de ondoorgrondelijkheid van de persoonlijkheid van Sint-Jozef en er al de heerlijkheid van de goddelijke werken bewonderen. Door ons geloof kennen wij nochtans zijn hoge waardigheid als Echtgenoot van de Moeder van God en als wettelijke vader van zijn Zoon. Zo komt het, dat wij weten, dat Sint-Jozef ingevolge zijn voorbestemming overvloedig gezegend werd met gaven en hemelse gunsten.
De werkelijke waarde van een menselijk wezen, zijn werkelijke verhevenheid moet in feite beoordeeld worden volgens wat hij is in de ogen van God. Dit is zó waar dat zelfs de kleinste, de nederigste van onze gelijken hoe onbetekenend hij ook moge zijn volgens de menselijke maatstaven zoveel belangrijker kan zijn in de ogen van de hemelse Vader. We vinden in Sint-Jozef een voorbeeld van deze uitzonderlijke innerlijke heiligheid. Zijn uiterlijk leven nederig en onopmerkelijk; hij volbracht zijn taak zonder dikdoenerij maar met de psalmen kunnen we van hem zeggen: Al zijn glorie was innerlijk.
------------------------------------------
Het prentje van Sint-Jozef
Een christelijke moeder had een dochter die zich afschuwelijk misdroeg. Deze bedroefde moeder kwam nooit in een kerk zonder zich op de knieën te werpen voor een schilderij van de heilige Jozef, hem onder tranen de bekering van haar dochter afsmekend. Tenslotte kreeg ze een goede ingeving: "Als ik haar nu eens een prentje van de heilige Jozef gaf", zei ze bij zichzelf; en gebruik makend van de afwezigheid van haar dochter, ging ze haar kamer binnen. Op de tafel lag een boek. Maar wat voor een boek! "O heilige Jozef, zei de moeder, vergeef me als ik Uw prentje hier in steek, maar het moet!" Toen het jonge meisje terug kwam ging ze verder met haar lectuur. "Wat is dat?, zei ze. Een plaatje!" Ze draaide het om en las werktuiglijk een gebed dat op de keerzijde gedrukt was. Daar wachtte haar de goddelijke genade. Ze begon te huilen van berouw en wierp het slechte boek in het vuur: ze was bekeerd.
VERVOLG OPENBARINGEN VAN DE H. BRIGITTA VAN ZWEDEN.
DE VLINDER. VIERDE BOEK, KAP. 112.
Jezus, Gods zoon, sprak tot zijn bruid: "Verontrust u niet over den hoogmoed van deze menschen, die spoedig een einde neemt." Er is een soort vliegend insect, dat spoedig een einde neemt." Er is een soort vliegend insect, dat vlinder genoemd wordt. Het heeft breede vleugels en een klein lichaam, ten tweede vele kleuren, ten derde vliegt het hoog in de lucht omdat het zoo licht is. Maar daar het weinig kracht heeft, valt het spoedig neer, op wat het dichtst nabij is, op een stok, of een stok, of een steen. Dit soort vliegend insect is als de hoogmoedigen, die breede vleugels hebben en een klein lichaam, want hun gemoed zwelt van hoogmoed, zooals een blaas door lucht opzwelt.
En zij geloven dat alles wat zij bezitten het gevolg is van hun verdiensten en houden zich voor beter en waardiger dan anderen en zouden hun naam over heel de wereld verspreiden, indien zij konden. Maar daar hun leven kort is als een oogenblik, vallen zij, als zij het t minst verwachten. Ten tweede hebben de hoogmoedigen vele kleuren, evenals de kapel, want zij verhoovaardigen zich over de fraaiheid van hun ledematen en over hun goed en hun geslacht, en zij veranderen hun stand volgens al de grillen van den hoogmoed. Maar als zij sterven, zijn zij niet anders dan stof. Ten derde, als de hoovaardigen op de hoogste trap der hoovaardigheid gekomen zijn, vallen zij op een oogenblik op vreeselijke wijze dood.
Wordt vervolgd.
24-12-2010
Een Gezegende Vrijdag.
N. ( M ).
Jan & Monique Smit - Kerst voor iedereen.
Jan & Monique Smit - Kerst voor iedereen
EEN KONINGSAFSTAMMELING.
Een Konings afstammeling
SintJozef! Zeker een grote Heilige..... Maar wat weten we eigenlijk over hem? Bijna niets: in de Evangeliën wordt er heel weinig over hem gesproken en een gesproken woord van Sint-Jozef komen we nergens tegen..... Hij verdient dus onze bewondering, maar mag men niet uit deze soberheid van de Heilige Schrift concluderen dat er talloze andere Gelukzaligen bestaan, die misschien meer onze waardering en onze liefde verdienen? Nee! Dàt zou nu juist een vergissing zijn. Het is bekend dat Leonie, een zus van de heilige Theresia van het Kindje Jezus, toen zij vernam dat het proces voor de zaligverklaring van het jongste kind van de familie overwogen werd, uitriep: "Theresia! Zij was wel lief! Maar daarom nog geen Heilige....." O mens, uw wegen zijn nog niet Gods wegen! Want de Heer heeft door de mond van Christus Bruid, de Heilige Katholieke Kerk, gesproken: "Zij is de grootste Heilige van deze moderne tijd!" Zou SintJozef aldus, ook niet een hoog verheven Heilige in de Hemel zijn? Zeer zeker!
Hij is een "zoon van Koning David", zoals zijn stamboom bewijst en zoals hem ook de Engel noemt, die hem verschenen is. Hij stamt uit een beroemd geslacht en is een afstammeling van de koningen van Israël. En toch is er bij Marias Echtgenoot geen blik van begeerte of heimwee naar de vroegere eerbetuigingen en de goederen die zijn familie voorheen bezat. Op zijn lippen ligt geen gemor jegens de Voorzienigheid die deze beroving heeft toegestaan..... Hij vernedert zich voor God, hij verootmoedigt zich voor de Heer. Hij schenkt God vertrouwen en verlaat zich op Hem als de meest geliefde zoon.
En daarom betuigt het Evangelie, dat zo rijk is aan beknopte en zinvolle uitspraken, hem zijn lof met één enkele zin; maar deze zin is een juwelenkistje dat men moet openen om in verwondering te geraken voor de onvergelijkbare schatten die het bevat. Ziehier deze zin: Jozef was een rechtschapen man.
Voor de Hebreeërs bestaat rechtschapenheid uit het samenbrengen en het toepassen van alle deugden. De drievoudig heilige Messias wordt heel dikwijls door dit enkel woord aangeduid: de Rechtschapene. Wanneer men van Jozef zegt dat hij rechtschapen was, bewijst men hem dus de hoogste eer; aldus getuigt men met SintJohannes Chrysostomus, dat hij in alles volmaakt was.
Deze buitengewone heiligheid bracht hem er toe, met de hulp van de goddelijke genade, samen met Onze-Lieve-Vrouw een heldhaftige gelofte af te leggen: namelijk de maagdelijkheid in hun huwelijk te bewaren. Voor hem betekende dit niet alleen af te zien van de vreugden van een menselijk vaderschap, maar ook van het voorrecht waar alle kinderen van Israël sterk naar verlangden: dat van vader te zijn van de Messias..... Hoogstens streefde hij naar de eer hen te dienen die God voor deze zending zou uitverkiezen.
Hoe kunnen wij ons het leven van Sint-Jozef bij Maria, de Genadevolle, de Onbevlekte Vrouw voorstellen? Wat zijn liefde voor zijn Echtgenote nog vermeerderde, was zich door haar bemind te voelen met de zuiverste, de meest intense, de diepste, de oprechtste liefde, die er ooit was. Zegt Sint-Bernardinus van Siena niet dat "na Christus, haar Zoon, de Heilige Maagd nooit een mens of schepsel zozeer heeft liefgehad als SintJozef".
Maar omdat hij God welgevallig was, moest hij door de bekoring op de proef worden gesteld. Maria ontving van de Heilige Geest, zonder dat hij op de hoogte was gesteld..... Het meisje de vraag stellen? Haar stilzwijgen is een mysterie waarvan hij meent niet het recht te hebben de sluier op te lichten. Bij God te raden gaan? Ja, en ongetwijfeld riep hij Hem aan in tranen en verzuchtingen om Hem te smeken de duisternis die hem overstelpte te verdrijven. De houding die hij placht te hebben was: een biddend zwijgen. Hij bewaarde zijn geheim voor zich zelf, hoe zwaar het ook op zijn hart lag. Hij nam de tijd om steeds opnieuw na te denken, om voortdurend tot de Heer te bidden wat nu wel de weg was, die hij moest bewandelen want Gods wegen zijn soms moeilijker te kennen dan te volgen.
Om zijn geweten trouw te blijven besloot hij van zijn welbeminde te scheiden, wetend dat zij onschuldig was. Hij achtte zichzelf onwaardig om in het gezelschap van Gods Moeder te verkeren en als de ware vader van haar Kind beschouwd te worden; daarom was hij van plan Haar heimelijk terug te sturen!
Wat een offer voor Jozef te moeten scheiden van haar, die hij liefhad! Valt de toekomst niet in duigen, die zo hoopvol was net als een prachtige maar te broze vaas? Hoe zo? Voor altijd van Maria gescheiden leven: niet meer samen met Haar leven en bidden! Wat is dat zwaar! Uit eerbied voor God en zijn geweten volgend nam hij toch dat besluit. Maar zijn hart is verbrijzeld..... Dit offer geschiedt inwendig en is voor de naaste omgeving onzichtbaar. Het menselijk hart is als wierook: slechts als offerkool verspreidt het zijn inwendige geur.
Sint-Jozef heeft geleden, en zelfs diep geleden: waarom niet? Men zou zich het begrip "genade" verkeerd kunnen interpreteren als men uit het oog verliest dat lijden ook een genade kan zijn. Christus heeft het lijden niet afgeschaft; dus is het voor ons een troostende zekerheid te weten dat ook Maria en Jozef de beproevingen en tranen gekend hebben.
Maar ook al lijdt Sint-Jozef, toch is zijn ziel te zuiver om door het lijden, dat het diepste van zijn wezen roert, te morren of een woord van verbittering uit te spreken. Als man van geloof ziet hij in deze samenloop van omstandigheden Gods vaderlijke hand: hij onderwerpt zich aan Zijn Wil.
Zo schenkt de Almachtige hem steeds meer roemrijke titels: "Roemrijke Heilige Jozef"; "maagdelijke vader, schaduw van de Eeuwige Vader"; "ware dienaar van Maria"; "steeds dicht bij de Middelares en bij de enige Middelaar"; "inwendige ziel"; "steeds naar God luisterend"; "zuivere ziel"; "kinderlijk hart"; "eerste aanbidder van Jezus samen met Maria"; "beschermer en hoeder van Jezus"; "de verlosser van zijn Verlosser, in Egypte"; "waarlijk hoofd van het heilige huisgezin"; "heiligmaker van het nederig dagelijks leven"; "de man met christelijk plichtsbesef"; "samen met de Mede-Verlosseres werkend aan de verlossing....."
Sint-Jozef leert ons en helpt ons ook heilig te leven en te sterven.
Wereldse nacht
We kunnen ons afvragen wat ons het meeste aanspreekt: de dag of de nacht? De dag verlicht voor ons de aarde, de nacht openbaart ons het firmament. Deze gedachten komen in ons op als we aan Sint-Jozef denken.
We worden getroffen door het duister waarmede deze onvergelijkelijke Heilige omgeven is..... We weten van zeer veel mensen, die om allerlei redenen beroemd zijn, wat ze gedaan hebben en wat hun geschiedenis is. Over Sint-Jozef wordt bijna niets gezegd. Slechts enkele regels in het Evangelie, zonder dat er echter ook maar één uitspraak van hem wordt vermeld; dat is alles. Deze man bevindt zich in het duister. Voor de wereld is zijn leven een waarlijk donkere nacht, maar zoals de nacht is: diepzinnig, majestueus en religieusontroerend. Zozeer, dat we uiteindelijk dit verborgen bestaan onvergelijkelijk veel mooier, grootser en boeiender gaan vinden dan een bestaan, dat zich in het volle daglicht afspeelt.
De diepzinnigheid, die zon vaag beeld verbergt, neemt toe naarmate we haar meer doorgronden en tenslotte heeft de ziel het gevoel, dat ze voor een onpeilbare diepte staat. Onmerkbaar wordt ze dan als het ware verheven boven haar alledaagse denkwereld. Ze ademt een zuiverder, geuriger lucht in. Het is alsof een vleugje van het hemelse vaderland haar beroert. In vrede met zich zelf voelt ze zich haast in Gods nabijheid. Wie zich met hart en ziel verdiept in Sint-Jozef, voelt hetzelfde als bij het betreden van een heiligdom. Het is een plaats van vrede, stilte, er is een gedempt licht dat de geest in zich zelf doet keren. Het is een plaats die tot ernst stemt, diepe en tedere gevoelens oproept, eerbied vraagt en er toe aanzet; tot nederigheid brengt, de wereld doet vergeten en een voorsmaak geeft van de eeuwigheid. Hoe dan ook, een heiligdom is een plaats waar God vertoeft. Ik betwijfel of we aan Sint-Jozef kunnen denken zonder één van deze gevoelens. Door de staat waartoe Sint-Jozef is uitverkozen verblijft bij hem én omhult hij het grootste van alle mysteries: van God die mens geworden is in de schoot van een maagd; van Jezus en Maria.
De heilige regels van de liturgie schrijven voor dat de Eucharistie in het tabernakel bewaard wordt in een ciborie van goud en zilver en dat deze bedekt wordt met een doek van goud-, zilverbrokaat of zijde. In het mysterie van het Woord dat Vlees is geworden, is de geconsacreerde Hostie Jezus, de ciborie Maria en de doek de heilige Jozef. De ciborie is alleen voor de Hostie, zo ook is de doek alleen voor de Hostie en de ciborie. Evenals Maria alleen maar bestaat voor Jezus, zo bestaat en leeft Jozef alleen maar voor Jezus én Maria.
Tussen deze twee opdrachten - die van Johannes de Doper en die van Petrus - verschijnt de opdracht van de heilige Jozef, een ingetogen en stille, ja welhaast onopgemerkte taak, die pas enkele eeuwen later in het licht zou treden. Een stilte, waarop ongetwijfeld, doch pas lange tijd daarna, een luide lofzang moest volgen. En werkelijk, daar waar het mysterie het diepste is, de nacht die het bedekt het donkerste is, het stilzwijgen het grootst is, daar is het ook waar de opdracht het hoogste is, waar ook de rij van vereiste deugden het luisterrijkste is, evenals de verdiensten die er, door een gelukkige noodzaak, weerklank aan moeten geven. Uitzonderlijke, zeer verheven opdracht: te waken over Gods Zoon, de Koning van de wereld, de maagdelijkheid en heiligheid van Maria te behoeden. De uitzonderlijke taak om te mogen delen in het grote mysterie, dat verborgen bleef voor de ogen der wereld en zó mee te werken aan de Menswording.....
----------------------------
Ik wil een hobbelpaard!!!!!!! Maar.....
Ik had, als kind, de zoon van een rijke buurman als vriend. Al mijn vrije tijd bracht ik bij hem door in een ruim vertrek. Tot onze grote verbazing stond er op zekere dag een groot hobbelpaard midden in de kamer. We gingen er samen schrijlings op zitten en schommelden naar hartelust.
De moeder van mijn vriend zag ons glimlachend bezig. Toen liet ze ons stoppen. Ze nam mij bij de hand en fluisterde: "Nu mag jij eens iets moois uitkiezen." Zonder aarzelen riep ik uit: "Een hobbelpaard zoals dit hier!!" "Je krijgt het, zei de dame, maar vraag eerst nog maar eens of je ouders het goed vinden, misschien hebben die een ander idee."
Ik rende naar huis, opende de deur en riep buiten adem: "Mama, ik wil een hobbelpaard!!!" Moeder keek mij verwonderd aan. Hortend en stotend vertelde ik haar het hele verhaal. Moeder was even stil en zei toen: "Kies liever een mooi beeld van Sint-Jozef. We zullen het een ereplaats geven, daar in die hoek van de woonkamer. Hij zal ons huis bewaren."
"Maar ik wil een hobbelpaard", riep ik huilend uit. Helemaal overstuur rende ik terug naar mijn vriend: "Moeder heeft liever een beeld van Sint-Jozef, zei ik tegen de lieve mevrouw, maar ik wil een hobbelpaard!!" Samen met mijn vriend sprong ik weer op het paard en we schommelden dat het een lieve lust was. Wat later kwam de lieve dame terug met een groot pak in haar armen, en gaf het aan me en zei vriendelijk: "Doe de groeten aan je moeder en geef haar dit beeld van Sint-Jozef." Ontgoocheld en verbitterd keerde ik naar huis terug. Ik gooide het beeld naar mijn moeder en riep: "Hier heb je je heilige Jozef!" Moeder deed het pak open en bewonderde het mooie beeld. Ze zette het op de ereplaats, knielde neer en bad er vurig voor. Toen stond ze op, streelde mijn wangen en keek mij dankbaar en glimlachend aan. Ik sloeg echter de ogen neer en weigerde naar het beeld te kijken. Sint-Jozef zou nooit mijn vriend worden.....
De jaren gingen voorbij, totdat ik mijn dienstplicht moest vervullen. Toen kwam echter de oorlog. Alvorens naar het front te vertrekken brachten moeder en mijn zieke vader mij bij het beeld van Sint-Jozef. "Hier, zeiden ze, zullen we elke avond voor je bidden. Dat Sint-Jozef je moge beschermen en gezond en wel terugbrengen."
Het front was een hel. Mijn makkers sneuvelden de één na de ander. In deze vreselijke uren richtte ik mij tot Sint-Jozef. Ik betuigde hem mijn oprechte spijt over mijn gedrag van vroeger. En ik stelde me onder de hoede van hem die ik van toen af mijn goede Vader Jozef noemde. En de goede Heilige heeft mijn gebed verhoord. Van al de soldaten van heel ons bataljon was ik de enige overlevende!! Dat heeft zon indruk op mij gemaakt dat ik op staande voet het voornemen maakte: "Als ik die oorlog mag overleven, ga ik me volledig werpen op de studie voor het priesterschap!!"
Ik ben bij mijn ouders teruggekeerd. De vreugde van dit weerzien was onbeschrijfelijk. Bij het horen van mijn belofte weenden we samen van vreugde. Voor het beeld van Sint-Jozef werd mijn voornemen omgezet in een plechtige belofte!
Toen ik later, als priester, retraites hield, heb ik altijd minstens één van mijn preken aan Sint-Jozef gewijd. Tot de dag van vandaag is Sint-Jozef altijd mijn trouwe vriend gebleven!!!!
De genade
Voorbestemd tot de zeer hoge waardigheid van Echtgenoot van Maria, ontving Sint-Jozef van de Heilige Geest een voorbereiding van genade, met betrekking tot de verheven en delicate opdracht die hij moest vervullen. "Wij mogen en moeten een groot vertrouwen hebben in de bescherming van Sint-Jozef, want hij is door zijn heiligheid buitengewoon dierbaar aan God geweest."
"Om de heiligheid van Jozef te kunnen schatten, is het voldoende te weten, dat hij door God werd uitverkoren om de vaderlijke plichten tot Jezus Christus te vervullen. Want telkens wanneer God iemand uitverkiest voor een bepaalde taak, Hij hem alle genaden geeft, die hem geschikt maken voor het vervullen van deze taak. Daar God Sint-Jozef dus bestemd heeft om het vaderlijk gezag over het mensgeworden Woord uit te oefenen, kan men als zeker beschouwen, Hij deze persoon ook alle genaden van wijsheid en heiligheid geeft om deze opdracht goed te vervullen. Men mag er dan ook niet aan twijfelen, dat Hij hem gezegend heeft met al de genaden en voorrechten, aan de andere Heiligen verleend. En meer genaden dan aan hen."
Zou de verhevenheid van genade, die wij in Sint-Jozef erkennen het voorrecht mee hebben gebracht, dat hij vanaf de moederschoot geheiligd zou zijn, zoals Sint-Johannes de Doper? Het voorrecht van de Onbevlekte Ontvangenis van Maria was te danken aan het feit, dat Zij geroepen was het Woord Gods te bezitten vanaf het eerste ogenblik van zijn Menswording. Hij moest Haar in bezit nemen vanaf het eerste ogenblik van haar eigen ontvangenis, anders zou Zij haar Verlosser meer hebben bezeten, dan dat Zij door Hem bezeten zou zijn, hetgeen onaanvaardbaar is. De liefde van God voor Zijn schepsel kan niet minder diep zijn, dan de liefde van het schepsel voor zijn God.
Welnu, een dergelijke vergelijking dringt zich op voor wat Sint-Jozef betreft. Hij kwam in bezit van zijn Verlosser, terwijl deze zich nog in de moederschoot bevond, te weten op het ogenblik dat de Engel hem het geheim van het moederschap van zijn kuise Echtgenote toevertrouwde; vanaf dat moment kreeg hij over het Kind het vaderlijk gezag. Ligt het niet in de logische lijn der goddelijke beschikkingen, dat de Verlosser in het bezit heeft willen komen van zijn toekomstige vader door een voorkomende genade, zelfs vóór zijn geboorte, omdat Hij zich, hoewel nog niet geboren, voorbestemde aan Jozef toe te behoren? Het volstaat ons deze harmonische relatie aan te tonen. Laten wij proberen te zeggen wat de genade van Sint-Jozef inhield.
Als roemrijke afstammeling van David, zoals de tot zijn eer gemaakte litanieën vermelden, bevatte hij zonder enige twijfel al de deugden die zijn voorouders kenmerkten. Hij had het uitnemende geloof van Abraham, de oprechtheid van Isaac, het geduld van Jacob met de zuiverheid van Jozef, de geest van godsvrucht van de heilige koning David, de onderworpenheid aan God van Ezechias en de brandende ijver van Jozias. Bestemd om Echtgenoot van de Maagd te worden, ontving hij een volmaakte bestendigheid van ziel tegenover alle hartstochtelijke gemoedsbewegingen; bestemd om de goddelijke mysteries te verbergen, ontving hij de geest van stilzwijgen, ingetogenheid en nederigheid, die geen enkel andere sterveling kan bereiken. "Hij was zonder de minste smet in maagdelijkheid, zeer diep in nederigheid, zeer vurig in zijn liefde tot God en de naaste en zeer verheven in de beschouwing."
Laten we nu eens op deze eigenschap letten: Jozef was vrij van elke gehechtheid tot het tastbare; hij genoot een zeer hoge en ononderbroken graad van beschouwing. Is het gewaagd te denken dat hij de geheimenisvolle benaderingen van God tot zijn Vaderen kende, evenzo als Abraham onder de eik van Mambre, Jacob in zijn slaap op de steen van Bethel en als Mozes bij het brandend braambos op de Horeb?
Wij bewonderen in Abraham een zielsvermogen, in staat om een ontelbaar geslacht te omhelzen; de Heilige Schrift zegt ons, dat God aan Salomon een hart schonk zo groot als de stranden der zeeën, om er de schatten van de goddelijke wijsheid in te verbergen.
De ziel van Sint-Jozef werd door de Heilige Geest onvergelijkelijk breder en dieper geschapen, omdat Hij er Maria het volmaakte Schepsel, en Jezus, het mensgeworden Woord, in al hun luister wilde doen stralen. Wij vergelijken deze ziel dan ook niet met de diepte der zeeën, doch met het onmetelijk gewelf der hemelen. En deze ziel, die iets van de helderheid en voornaamheid der hemelse ruimten bezat, was van een buitengewone zachtmoedigheid; zij bloeide in even vurige als zeer zuivere gevoelens. Zijn liefde ging geheel op in God, doch hij was bereid om in God de personen te beminnen, die God hem in Zijn liefde zou aanbieden.
---------------------------------
Het heiligenbeeld
Hans Doler, houtsnijder van beroep in het begin van de achttiende eeuw was niet zomaar een kunstenaar, hij was een christelijk kunstenaar. Zijn vrouw Gretchen had een zeer bijzondere verering voor Sint-Jozef, patroonheilige van de houtbewerkers van de Pegnitzvallei. Zij had Hans gevraagd voor haar een beeld te maken van haar lievelingsheilige. Sint-Jozef werd afgebeeld met het Kind Jezus aan zijn hand, en in een zegenend gebaar strekt hij de hand uit over allen die voor hem knielen. De kleine Fritz, twaalf jaar oud, hielp zijn vader bij het vervaardigen van het beeld en nooit werd een mooier werkstuk door de beeldhouwer afgeleverd. Iedere avond bad het gezin voor het beeld, dat een ereplaats had boven de haard.
Op een dag, toen Fritz naar München zou vertrekken om er het houtsnijdervak te leren, werd zijn vader ziek. De jongen moest dus vervanging zoeken voor zijn vader. Het gezin was diep bedroefd. Op een nacht echter, toen Hans veel pijn had, werd de kamer plots hel verlicht en een statige man met aan de hand een mooi blond jongetje trad binnen. Zij namen het houtsnijdergereedschap en gingen aan de slag om het werk af te maken waarmee al begonnen was. De werklieden straalden zoveel waardigheid uit, hun blik was zo zacht en hun werk zo geruisloos dat Hans niet angstig was, maar hen in stilte bewonderde. Overigens kwamen de man en het kind hem vaag bekend voor. Hij zag hoe zij de slapende kinderen naderden, hen aanraakten en hun hand uitstrekten naar hemzelf en zijn vrouw. Vervolgens verlichtten zij de kamer als zonnestralen en verdwenen.
Het ochtendgloren brak aan. Hans richtte zich op, zijn hoofd voelde helder en bevrijd aan en toen hij zich uitrekte waren zijn armen ontspannen. "Gretchen, zei hij, ik ben genezen". De kinderen kwamen blij aangelopen en hij liep met hen naar de werkplaats. De werkstukken, die twee weken onaangeroerd waren blijven liggen, waren tot in de perfectie voltooid.
Droomde hij? Maar neen, hij was wel degelijk genezen en het werk was inderdaad klaar. Hans knielde devoot voor het heiligenbeeld neer. Hij herkende duidelijk de gelaatstrekken van de man en het Kind en vertelde zijn visioen. Hij weende van vreugde en werd vervuld van dankbaarheid. Het heiligenbeeld werd verguld en in het gezin bewaard als de kostbaarste schat van het huis.
Innerlijk leven
Ook over het werk van de timmerman in het huis van Nazareth ligt dezelfde sfeer van stilzwijgen waarmee alles gepaard gaat wat op de figuur van Jozef betrekking heeft. Het is echter een stilzwijgen dat op bijzondere wijze de innerlijke werkelijkheid van deze figuur openbaart.
De Evangelies spreken alleen over wat Jozef deed; toch stellen zij in staat in zijn doen, dat met stilzwijgen omgeven is, een sfeer van diepe contemplatie te ontdekken. Jozef stond dagelijks in contact met het mysterie dat van eeuwigheid verborgen was en was komen wonen onder het dak van zijn huis.
De ware aanleiding voor het volledige offer dat Jozef van heel zijn leven gemaakt heeft ter wille van de aanspraken van de komst van de Messias in zijn eigen huis, vindt men "in zijn onpeilbaar innerlijk leven, waaruit voor hem zeer uitzonderlijke opdrachten en vertroostingen voortkomen en de logica voortvloeit en de kracht, die eigen is aan eenvoudige en zuivere zielen, voor grote beslissingen, zoals die om onmiddellijk zijn vrijheid, zijn wettelijke menselijke roeping, zijn echtelijk geluk ter beschikking te stellen van de goddelijke plannen". "En de staat, de verantwoordelijkheid en de last van het gezin te aanvaarden en afstand te doen van de natuurlijke echtelijke liefde ten behoeve van een onvergetelijke maagdelijke liefde, die het innerlijke leven fundeert en voedt".
Deze onderwerping aan God, die gelegen is in de ogenblikkelijke wilbereidheid om zich geheel en al in Zijn dienst te stellen, is niets anders dan de beoefening van de godsvrucht, die één van de uitingen van de deugd van godsdienst vormt. De levensgemeenschap van Jozef en Jezus voert ons nog tot de overweging van het mysterie van de menswording juist ten aanzien van de menselijke natuur van Jezus Christus, welke het doeltreffende werktuig van God is voor de heiliging van de mensen: "De menselijke daden van Christus waren uit kracht van zijn godheid heilzaam voor ons en oorzaak van genade in ons, zowel om reden van de verdienste als door een zekere doeltreffendheid".
Onder deze daden kennen de Evangelisten een bijzondere waarde toe aan die, welke het Paasmysterie betreffen, maar zij laten niet na de betekenis te beklemtonen van het fysieke contact met Jezus met het oog op genezing en de invloed die Hij uitgeoefend heeft op Johannes de Doper toen beiden nog in de moederschoot waren.
Zoals men heeft gezien, heeft het apostolische getuigenis de verhalen over de geboorte van Jezus, de besnijdenis, de opdracht in de tempel, de vlucht naar Egypte en het verborgen leven in Nazareth niet veronachtzaamd, vanwege het mysterie der genade dat vervat is in die handelingen, die alle heilshandelingen zijn, omdat zij delen in dezelfde bron van liefde: de godheid van Christus. Als deze liefde door middel van de mensheid van Christus uitstraalde over alle mensen, profiteerden daarvan zeker op de eerste plaats degenen die de goddelijke Wil geplaatst had in de meest vertrouwelijke relatie met Hem: Maria, Zijn Moeder, en Jozef, Zijn Voedstervader. Hoe zou men kunnen doordringen in de diepte van de geheel uitzonderlijke relatie tussen Jozef en Jezus, daar de vaderlijke liefde van Jozef wel invloed moest uitoefenen op de kinderlijke liefde van Jezus en omgekeerd de kinderlijke liefde van Jezus wel invloed moest uitoefenen op de vaderlijke liefde van Jozef?
De zielen die het meest gevoelig zijn voor de aandrang van de goddelijke liefde, zien terecht in Jozef een lichtend voorbeeld voor het innerlijk leven. In hem wordt bovendien op ideale wijze de schijnbare spanning overwonnen tussen het actieve en contemplatieve leven, wat mogelijk is voor wie de volmaakte liefde bezit.
Het bekende onderscheid volgend tussen de liefde voor de waarheid en de eisen van de liefde, kan men zeggen dat Jozef zowel de liefde voor de waarheid heeft gekend, de zuivere liefde dus voor de beschouwing van de goddelijke Waarheid die afstraalde van de mensheid van Christus, als de eisen van de liefde, de eveneens zuivere liefde dus van de dienst die vereist werd door de bescherming en de ontwikkeling van die mensheid.
Geest van zwijgzaamheid
Sint-Jozef bezat een uitzonderlijke voorzichtigheid. Een hogere graad van voorzichtigheid zou een mens moeilijk kunnen bereiken. Deze deugd bracht hem ertoe, alleen nog de goddelijke kant van de gebeurtenissen te zien. Deze deugd beheerste ook het vluchtige verloop der wereldse aangelegenheden. De heilige Jozef grote Heilige die hij was verschijnt voor ons als een contemplatief, volledig in beslag genomen door God.
Hij verschijnt voor ons als de man van de stilte en van het mysterie, die in deze wereld verblijft zonder tot deze wereld te behoren, en die door niets, al was het maar één ogenblik, afgeleid wordt van de gedachte aan de eeuwigheid.
Laten wij dan ook in hem de zwijgzame mens bewonderen: weten te zwijgen is een uitmuntend facet van de deugd van voorzichtigheid. De Heilige Schrift vergelijkt de grootspreker met een open stad die geen vestingmuren heeft. Jozef zwijgt in alle omstandigheden en altijd. Hij is als een burcht die zijn schatten bewaart achter ondoordringbare muren.
Zijn zwijgen, ontstaan uit een geest van godsdienstigheid en gebed, was bij hem iets heel natuurlijks geworden. Het Evangelie vermeldt geen enkel woord dat over zijn lippen is gekomen. Het deelt ons alleen mede, dat hij de naam "JEZUS" aan het Goddelijk Kind gegeven heeft. Zo is "Jezus" alles wat de heilige Jozef gezegd heeft. Maar met "Jezus" te zeggen, heeft hij alles gezegd, heeft hij het woord uitgesproken dat alle mysteries verlicht, het woord waarvan het mensdom leeft en tot het einde der tijden zal leven. Laten wij met hem herhalen: "Jezus!".
Niet alleen heeft Jozef gezwegen, maar er was ook niets in zijn houding dat het geheim van Jezus Godheid liet vermoeden. Hij gedroeg zich zó, dat allen geloofden dat hij de vader was van de jongen die onder zijn ogen opgroeide. En hij deed dit op een volmaakt makkelijke wijze, zonder enige gedwongenheid, dankzij zijn grote en als het ware instinctieve voorzichtigheid, die zijn geringste handeling bepaalde, en ook dankzij het bewustzijn dat hij trouw moest blijven aan de zending die hij uit de hemel had ontvangen.
Laten wij gaan tot de kern van deze houding van de heilige Jozef, tegenover het Vleesgeworden Woord; wij zullen er lichtende lessen in ontdekken.
Een hoge en verheven deugd bewerkt, dat geloof en aanbidding groeien door de vertrouwelijke omgang met de goddelijke zaken. De gewoonte echter om ermee om te gaan, doet maar al te vaak de eerbied ervoor verminderen. Jozef ging op elk ogenblik met Jezus vertrouwelijk om. Hij moest het ook zo doen! Deze vertrouwelijke omgang echter deed niets af aan zijn gevoelens van aanbidding tegenover de Zoon van God. Integendeel, hierdoor werd hij ertoe gebracht het geheim van de Zoon van God steeds levendiger te doorschouwen, en zijn eigen nietigheid grondiger te beseffen. Door het contact met de vernederingen van het Goddelijk Woord, groeide de nederigheid van Jozef tot onpeilbare diepten. Gods majesteit, verborgen onder de sluier van een menselijke gedaante, vond nooit zon grote en nederige aanbidder als Sint-Jozef.
O! Gij priesters die consacreert, gij gelovigen die communiceert, volgt het geloof, de eerbied, de aanbidding, de serafijnse liefde na van deze grote Heilige in zijn omgang met het Vleesgeworden Woord!
Laten wij ons allen inspireren door zijn hemelse voorzichtigheid, om altijd te handelen overeenkomstig de Wil van God. Gehoorzamen wij zoals Jozef aan de Heilige Geest, de opperste Raadgever van onze ziel. Laten wij, zoals hij, de gaven die God ons schenkt achter een sluier van stilzwijgen verbergen. Laten wij, door de wederwaardigheden van dit leven heen, onze ogen gevestigd houden op de eeuwige zaken en er met al onze krachten naar blijven streven. Zodanig is de voorzichtigheid der Heiligen.
Sint-Jozef was de eerste, die na de Heilige Maagd, Onze Lieve Heer op de meest volmaakte wijze heeft aanbeden. Hij aanbad Hem met een diep geloof, sterker dan dat van alle Heiligen. Hij aanbad Hem met een nederigheid groter dan die van alle uitverkorenen. Hij aanbad Hem met een zuiverheid, zuiverder dan die van de Engelen. Hij aanbad Hem met een liefde zoals geen enkel schepsel, engel of mens, had of kon hebben voor Jezus; Hij aanbad Hem met een toewijding die even groot was als zijn liefde.
Hoe werd het vlees geworden Woord verheerlijkt door de aanbidding van Maria en Jozef, die Het eerherstel wilden brengen voor de onverschilligheid en de ondankbaarheid van zijn schepsels!
Sint-Jozef aanbad het vlees geworden Woord in innige vereniging met Zijn verheven Moeder, in vereniging met al de gedachten, daden van aanbidding, liefde en lofprijzing van Jezus tot Zijn Vader en in barmhartigheid voor de mensen waarvoor Hij mens werd.
De aanbidding door Sint-Jozef was het gevolg van de werkelijke tegenwoordigheid van dit mysterie en van de genade, de geest en de kracht, die dit mysterie omvat. In de Menswording aanbad hij de diepe verootmoediging van Gods Zoon; te Bethlehem, Zijn armoede; te Nazareth, Zijn stilzwijgen, Zijn zwakheid, Zijn gehoorzaamheid, Zijn deugden, die hij zeer goed kende, en waarvan hij de bedoeling begreep, het offer aan de liefde en de glorie van de hemelse Vader.
Sint-Jozef aanbad, tenminste inwendig, al wat Jezus zei en dacht. De Heilige Geest openbaarde hem dit alles, zodat hij zich ermee kon verenigen en de hemelse Vader eren in eenheid met zijn goddelijke Zoon, onze Redder. Zo was het leven van Sint-Jozef een leven van aanbidding van Jezus, maar dan wel van een volmaakte aanbidding.
----------------------------------
De allerlaatste redding
Aan het front lag een soldaat op sterven. In een oogopslag was te zien, dat hij ten dode was opgeschreven. De gewonde scheen het ook aan te voelen.
Kameraad, fluisterde hij, jij bent theoloog, laat mij bij jou biechten. Dat kan ik niet, want ik ben nog geen priester. Haal dan de aalmoezenier. Dat gaat niet meer, hij zou te laat komen. Toen riep de stervende vertwijfeld: "Dan ga ik verloren; ik ben al geen twintig jaar naar de kerk geweest; ik heb me nooit om mijn ziel bekommerd, nu sta ik met lege handen en een beladen geweten."
Ik dacht dan aan Sint-Jozef: hij had me altijd geholpen..... Zou hij niets voor die arme man kunnen doen? Denken was niet mogelijk! En plots kwamen mij de juiste woorden: "Vriend, niet wanhopen! Vertrouw op God! Hij is goed en barmhartig. Hij zal je vergeven, zoals Hij ooit de berouwvolle moordenaar aan het kruis heeft vergeven. Ik zal je helpen in je stervensnood. Wij bidden samen; zeg mijn woorden na, langzaam, oprecht en eerbiedig: Oh mijn God, ik geloof in God, ik heb U lief van ganser harte en méér dan al het andere. Uit liefde tot U, heb ik spijt over al mijn zonden van heel mijn leven. Mijn Jezus barmhartigheid!"
Zo klonk zachtjes, het gebed van twee diepgetroffen mannen in de stille nacht: Jezus, wees mij genadig; Jezus, wees barmhartig voor mij; Jezus, vergeef mij al mijn zonden! Jezus, ik heb U lief; Jezus, voor U wil ik sterven; Jezus, wees mij genadig. Jezus, Maria, Jozef! Vader, in Uw handen beveel ik mijn geest."
Langzaam waren de eenvoudige, heilige woorden een gebed geworden. De stervende had ze nagebeden; zijn stem werd zachter, daarna bewogen slechts nog zijn lippen; dan sprak nog alleen zijn ziel met God. Spoedig stokte zijn adem en hartslag. Een verloren gewaande zoon verzonk in de Vaderhand van de barmhartige God.....
Mogelijk moet ook u een keer een stervende in zijn laatste uur bijstaan. Een spoedige dood op het sterfbed of bij een ongeval. Als er dan geen priester bij de hand is en er geen tijd meer is om er een te roepen, dan zult u de priester moeten vervangen; dit geldt voor elke katholieke vrouw of man; ook een goed onderricht kind kan zelfs de priester vervangen. Handel dan zoals de theoloog bij de stervende soldaat deed: Buig u over de stervende, menslievend en zonder valse schaamte en fluister hem heilige aanmoedigingen van geloof, hoop en liefde in het oor. En bid met hem een oefening van berouw. Wek in hem het vertrouwen op in Gods barmhartigheid, opdat hij zich in Gods Heilige Wil beruste. Misschien geeft hij geen levenstekenen meer, doch hij hoort u en bidt in zijn hart, wat u hem voorbidt. Roep de Heilige Jozef aan; hij geeft u de juiste woorden in. U hebt dan een scheidende ziel bijgestaan en hem de poort van het eeuwige Leven geopend. De Verlosser, die ook voor deze ziel gestorven is, zal het u belonen in uw eigen stervensuur.
GEBED TOT MARIA.
GEBED TOT MARIA
"O heilige Maagd, Moeder van God, Koningin der mensen en der engelen, wonder van hemel en aarde, ik vereer U op alle wijzen, waarop het mij volgens God vergund is, waarop ik het, overeenkomstig Uw grootheid verplicht ben en waarop Uw enige Zoon Jezus Christus, onze Heer, verlangt, dat gij op aarde en in de hemel wordt vereerd.
Ik offer U mijn ziel en mijn leven, en wil U voor altijd toebehoren, en U in tijd en eeuwigheid een bijzondere hulde en afhankelijkheid betonen. Moeder van genade en barmhartigheid, ik kies U tot Moeder van mijn ziel, ter ere van het welgevallen dat God zelf er in vond, U tot zijn Moeder te kiezen. Koningin der mensen en der engelen, ik aanvaard en erken U als mijn Vorstin, ik eer daardoor, dat Vaders Zoon, mijn Verlosser en mijn God, van U, als van zijn Moeder afhankelijk wilde zijn, en ik geef U, in die hoedanigheid van Vorstin, alle macht over mijn ziel en mijn leven, die het mij, volgens God, geoorloofd is, U te geven. O heilige Maagd, beschouw mij als de Uwe, en, door Uw goedheid, handel met mij als met de onderhorige van Uw heerschappij en het voorwerp van Uw barmhartigheid.
O Bron van leven en genade, Toevlucht der zondaren, om bevrijd te worden van de zonde en voorbehoed voor de eeuwige dood, neem ik mijn toevlucht tot U; moge ik staan onder Uw voogdij, delen in Uw voorrechten en door Uw grootheid, Uw voorrechten en het recht, U toe te behoren, genadig verkrijgen, wat ik om mijn schuld niet verdien te bekomen; laat mijn laatste levensuur, dat beslissen zal over mijn eeuwigheid, in Uw handen zijn, ter ere van het zalig ogenblik der Menswording, toen God mens werd en U tot zijn Moeder maakte.
O Maagd en Moeder tevens! O geheiligde Tempel van de Godheid! O wonder van hemel en aarde! O Moeder van mijn God! Ik behoor U toe op de algemene rechtsgrond van Uw grootheid, maar wil dit bovendien op de bijzondere rechtsgrond van mijn keuze en vrije wil. Ik geef mij dus aan U en aan Uw enige Zoon, Jezus Christus, onze Heer, en geen enkele dag wil ik laten voorbijgaan, zonder aan Hem en U enige bijzondere hulde te brengen, en enige betuigingen te geven van mijn afhankelijkheid en dienstbaarheid, waarin ik verlang te sterven en voor eeuwig te leven."