Het is ongelooflijk om te zien dat sommige centrale verdedigers met redelijk zwakke eigenschappen zich toch kunnen redden op het hoogste niveau omdat zij groot, sterk en krachtig zijn. De snelheid van uw centrale verdedigers is belangrijk bij het tactische gedeelte. Waar zet men druk (hoog, laag, middel) en hoeveel ruimte ligt er achter de verdediging. Door goed positie te kiezen en door te ageren i.p.v. te reageren kan men het tekort aan snelheid compenseren. Zo kan een verdediger die trager is toch sneller op de bal zijn dan een snelle spits.
Eisen en specifieke kwaliteiten.
Goede traptechniek (kort, lang).
Goed in de luchtduels (corner, vrije trap).
Spelsituaties lezen en herkennen.
Coachen van medespelers zowel in balbezit als in balverlies.
Op het juiste moment inschuiven op het middenveld.
Steunen van de flankverdedigers en keeper.
Verplaatsen van het spel.
Terugpass mogelijk maken.
Uittrap keeper, aansluiten. Niet blijven hangen.
Leiding geven aan medespelers.
Geen risico's nemen in de opbouw.
Snel en juist de bal aannemen.
Eerst proberen de bal vooruit te spelen, dan lateraal en dan achteruit.
Uitzakken (speelveld langer maken).
- Balverlies
Directe tegenstander dekken.
Hoe dichter bij eigen doel, hoe strikter de dekking op directe tegenspeler zonder bal.
Rugdekking verzorgen op flankverdediger en andere centrale verdediger.
Schoten op doel afblokken.
Overname van diepe spits.
Niet kruisen met andere centrale verdediger of flankverdediger.
Op dezelfde hoogte van de andere centrale verdediger als de bal op de andere flank zit.
Categorie:Specifieke eigenschappen
Flankverdediger
De flankverdediger of vleugelverdediger
Enkele toppers zoals Maldini, Gary Neville en Roberto Carlos spelen op de flank. De vleugelverdediger is een belangrijke pion in zowel de verdediging als de aanval. Zij beschikken zowel over aanvallende als verdedigende kwaliteiten en vormen een belangrijk element in de opbouw van een aanval.
Eisen en specifieke kwaliteiten.
Goede traptechniek (kort, lang).
Goed in de luchtduels (corner, vrije trap).
Inzicht: spel zien (diepte, vrije medespeler).
Coachen van medespelers zowel in balbezit als in balverlies.
Goede sliding.
Sterk in duel 1<>1.
Winnaarsmentaliteit.
Loopvermogen, flair, creativiteit, verre inworp, versnelling met en zonder bal.
- Balbezit
Speelveld zo breed mogelijk maken door zich tegen de zijlijn vrij te lopen.
Op het juiste moment inschuiven langs de flank.
Steunen van de flankaanvallers (overlappen).
Sluiten indien andere flankaanvaller diep gaat.
Zorgen voor een man extra op het middenveld.
Uittrap keeper, aansluiten. Niet blijven hangen.
Leiding geven aan medespelers.
Geen risico's nemen in de opbouw.
- Balverlies
Zone op de flank verdedigen. Niet kruisen met centrale verdedigers.
Agressief verdedigen maar niet laten uitschakelen. Slechts tackle wanneer 100% zekerheid.
Hoe dichter bij eigen doel, hoe strikter de dekking op directe tegenspeler zonder bal.
Rugdekking verzorgen op centrale verdediger.
Schoten op doel afblokken.
Categorie:Specifieke eigenschappen
Keeper
De doelverdediger
De keeper is een belangrijk sluitstuk in het elftal. Hij kan in zijn eentje wedstrijden winnen of verliezen. De belangrijkste taak is ballen pakken en tegendoelpunten vermijden. De manier waarop speelt eigenlijk geen rol, hij moet efficiƫnt zijn.
Eisen en specifieke kwaliteiten.
Techniek, dropkick/volley, werp - en traptechniek.
Inzicht in spelsituaties zowel in balbezit als in balverlies.
Coaching medespelers zowel in balbezit als in balverlies.
Uitgangshouding.
Opstelling.
Vangen en verwerken van de bal.
Reflex, lef, concentratie, behendigheid, mee voetballen, anticiperen.
- Balbezit
Terugspeelbal vragen om het spel te verleggen, meedoen in het positiespel.
Diep kijken, denken en spelen indien mogelijk.
Goede voortzetting zonder risico d.m.v. pass, inworp, doeltrap of uittrap.
Goede samenwerking met eigen spelers, coachen achterste linie m.b.t de opbouw.
- Balverlies
Doelkansen voorkomen door goede coaching en positiespel ver voor doel (organiseren).
Opstelling bij schoten, voorzet en duel 1 tegen 1. Slechts in de voeten gaan als je bij de bal kan, anders remmend wijken.
Verwerken van de bal.
Bij spelhervattingen, voetenwerk, luchtduel, vangen, vallen.