Vraag 1: Hoe evolueert het afscheid nemen bij jonge kinderen (2-6jaar) en is dit verschillend tegenover volwassenen?
Hoe
evalueert het afscheid nemen?
Elk kind komt wel eens in aanraking met de dood en elk kind
stelt zich er vragen over. De denkbeelden die een kind ontwikkeld wordt
meegenomen wanneer hij volwassen wordt, dit zeker tot op een zekere hoogte. Al
kunnen de opvattingen van een volwassene
wel evolueren doorheen de tijd. Deze opvattingen zullen ook een rol spelen in
hoe men kijkt naar de dood en hoe men er op reageert.
De vragen van de kinderen zijn meestal essentieel. Wist je
dat ze opduiken in alle volkeren op alle leeftijden en in alle tijden? Alleen
de diepgang is van mens tot mens verschillend en is ook leeftijdsgebonden.
Er zijn enkele ontwikkelingsstadia die een mens
doorloopt.
Stadium 1: Ontkenning (2 tot 5 jaar)
Deze kinderen ervaren de dood nog niet zoals wij hem
ervaren. Binnen deze fasen zijn er nog 3 fasen. Die zal ik nu een beetje dieper
doorgronden.
Fase 1: (2 tot 3 jaar) de overleden persoon is er nog en
komt nog terug
Ze hopen en denken dat de dode terug zal opstaan en terug
zal leven. Dit is te linken aan het ik-bewustzijn de kleuters willen macht
hebben over alles en willen zelf alles kunnen bepalen. Ze zullen dus ook
geregeld een overleden persoon willen wekken. Volgens het kind is hij
almachtig.
De meeste kinderen van deze leeftijd hebben ook net objectpermanentie
verworven, dat wil zeggen dat ze juist geleerd hebben dat als mama even weg gaat,
die ook weer terug komt. Dit gaan ze dan
ook doortrekken naar een overleden persoon en dan denken ze dat deze nog leeft
en nog wel in hun leven zal voorkomen. In hun belevingswereld is er ook nog
geen onderscheid tussen levende en niet-levende dingen. Ze zijn wel erg
gevoelig voor emoties, ze voelen aan dat een ander pijn heeft en lijden daar
ook onder. De kinderen van deze leeftijd hebben meestal ook nog geen woorden
voor hun verlies uit te drukken en doen meer via geluiden en gebaren.
Fase 2: (3 tot 4 jaar) de overleden persoon slaapt of is
op reis vertrokken, maar keert terug
Kind geloofd dat een scheiding van de overleden persoon van
voorbijgaande aard is. Op deze leeftijd weet hij immers al dat hij niet
almachtig is. Ze stellen veel vragen met
het woord dood maar begrijpen dit woord nog niet. De kinderen van deze leeftijd
hebben belangstelling voor deze leeftijd. Ze zien de dood als voortleven in
iets anders. Het kind legt de link tussen de dood, leed en verdriet. Ze merken
dat deze met elkaar verbonden zijn.
Fase 3: (4 tot 5 jaar) Het overlijden als een overgang
naar een andere plaats
De kinderen erkennen de dood van het lichaam, maar het wordt
als een tijdelijke of geleidelijke gebeurtenis beschouwd. De kleuters zien de dood als een persoon in slaap, duisternis,
niet kunnen bewegen. De kleuters reageren op vragen over de dood zonder al te
veel angst, dit omdat ze het definitieve einde van de dood nog niet goed
begrijpen. Het besef van verschil tussen leven en dood is er, maar het
definitief karakter van de dood begrijpen ze nog niet.
5jarigen
Het beeld bij de 5jarigen is al wat meer opgevuld. Het kind
ontdekt een samenhang tussen de dood en ouderdom.
Stadium 2: De
dood is definitief, maar niet als iets onvermijdelijk. (5 tot 9 jaar)
De kinderen zijn eerder terughoudend, ze zijn bang voor de
dood. De dood wordt gezien als iets definitiefs maar niet als onvermijdelijk,
je kan er aan ontsnappen. De dood is eng en griezelig, maar daarvoor is het nog
niet zo dat iedereen ooit zal sterven.
Rond 6jarige leeftijd
Het kind kan zich indenken dat de moeder kan sterven en het
dan alleen achterblijft. Er duiken dan vragen op zoals waar zijn de doden, wat
als men sterft?
Op 7jarige leeftijd
Het kind denkt realistischer en gedetailleerder na. Het kind
krijgt belangstelling rond de dingen die met de dood te maken hebben, zoals de
kist, kerkhof, begrafenis,... Het kind wil ook steeds graag de oorzaak van het
overlijden weten. Het kind vermoed dat hij/zij zelf ook ooit zal sterven, maar
ontkent het.
Op 8jarige leeftijd
De belangstelling wordt nu gelegd op vragen rond wat gebeurd
er na de dood. Verbonden met mensen ipv met dieren. Het kind geloofd in het
vaststaand feit dat de dood onvermijdelijk is en hij/zij ooit ook zal sterven.
Het kind ervaart dit ook gevoelsmatig, wordt meteen triest wanneer het kind de
dood van een familielid of klasgenoot verneemt.
Op deze leeftijd stellen de kinderen de dood als een
persoon. Het kind weet dat de dood het einde is, maar beseft nog niet dat dit
voor alle levende wezens zo is. Voor de kinderen is dit een gebeurtenis die
zich nu en dan voordoet.
Stadium 3: De dood is onvermijdelijk. (9 jaar en ouder)
De dood is geen buitengaande aanval, maar een inwendig
proces. De dood wordt gezien als een deel van het leven. Het kind heeft door
dat elk mens ooit zal sterven en dat de dood het einde is van het leven, maar
ook dat iedereen moet doodgaan. De meeste vragen gaan rond deze leeftijd rond
de dood en daarna.
Geen algemeen geldende theorie voor elk kind
Niet elk kind is hetzelfde, het beeld dat het kind heeft
rond de dood hangt af van verschillende factoren.
Bv: - Het ene kind komt meer aan bod met de dood.
- Gezinssituatie speelt mee. (Basisveiligheid)
- Persoonlijke relatie met de gestorvene.
- Godsdienstige opvattingen.
Volwassenen
Volwassenen hebben al deze stappen al doorlopen en weten wat
de dood inhoud. Volwassenen lijden ook wanneer een persoon die ze goed kennen
sterft, dit is en blijft moeilijk.
De opvattingen over de dood kunnen ook bij volwassenen
veranderen, afhankelijk van verschillende omstandigheden. Zoals een persoon
geloofd niet in het leven na de dood totdat zijn/haar moeder sterft en gaat
daarna geloven dat deze ergens toch verder leeft.
Elke volwassene heeft ook een andere visie ten opzichte van
de anderen. Dit heeft te maken met hun verleden en de verschillende
gebeurtenissen in het leven.
Ook door het geloof in een godsdienst kunnen deze
opvattingen van persoon tot persoon anders zijn. Niet in alle godsdiensten
denken en geloven ze hetzelfde over de dood.
Onafhankelijk van deze ontwikkelingsfasen zijn er ook nog
taken die een persoon moet doorlopen wanneer hij te maken heeft met het
overlijden van een persoon. Zoals in STAP 1: Thema en motivering wordt
uitgelegd voor kinderen. Maar ook volwassenen moeten deze taken doorlopen. Dit
heeft meestal wel tijd nodig.
Opsomming van de 4 verschillende taken die volwassenen
ook moeten doorlopen:
Taak 1: Verlies onder ogen zien.
Taak 2: De pijn van het verlies ervaren.
Taak 3: Leven zonder de overledene.
Taak 4: Emotioneel losmaken en opnieuw investeren in andere
relaties.
Om het thema dieper te verkennen nam ik een interview af bij een 5jarige kleuter en zijn mama. De kleuter verloor zijn overgrootvader onlangs en de mama dus haar grootvader.
Ik heb dit interview doorgestuurd naar mijn lector zodat deze hem zeker nog eens kan doornemen.
Om persoonlijke redenen zal deze niet worden opgenomen in mijn blog.
Hieronder staan de verschillende onderzoeksvragen waarop ik komende weken en maanden een antwoord op zal proberen te formuleren.
Ik hoop dat deze u interesseren en indien u andere vragen wil beantwoord zien mag u dit steeds melden en wil ik met plezier daarop een antwoord formuleren.
Alvast bedankt.
Onderzoeksvragen:
1. Hoe evolueert het afscheid nemen bij jonge kinderen (2-6jaar) en is dit verschillend tegenover volwassenen?
2. Wat is de taak van de school en de kleuteronderwijzeres in het ondersteunen van het rouwproces?
3. Wat is het belang van een uitleg van de ouders tegenover het kind rond de dood van de overleden persoon?
Ik heb net een tekst gelezen over kinderen en hun verdriet en hoe je hier kan op inspelen.
Dit is nooit gemakkelijk maar een op de vier leerkrachten in het basisonderwijs wordt er mee geconfronteerd.
Verdriet en afscheid nemen komt niet steeds doordat er iemand is overleden. Verdriet kan ook om veel meer denk maar aan ouders die gescheiden zijn, of een vriendje dat verhuist. Dit kan allemaal aanbod komen. Hier als leerkracht op inspelen is dan ook heel belangrijk.
De kinderen mogen zeker en vast hun gevoelens niet opkroppen, maar de vrij loop laten gaan. Als je je gevoelens gaat opkroppen duurt het rouwproces veel langer.
Godsdienst is hier ook belangrijk bij, in stilte een kaarsje kunnen branden en denken aan diegene die weg is. Hoe nemen we het aan, je kan via godsdienst ook kinderen leren omgaan met afscheid nemen. Bv: Die persoon is nu naar de hemel, het is een sterretje geworden -> dus je kan ze s'nachts nog altijd zien. De gedachten aan die persoon zijn er nog, die zijn niet verdwenen.
Zoals ik hierboven probeerde uit te leggen kan godsdienst een grote factor spelen binnen het afscheid nemen en het rouwproces.
Het rouwproces verloopt in vier taken die je moet doorlopen:
Taak 1
Verlies onder ogen zien.
Als leerkracht of ouder hen aandacht, liefde en veiligheid geven. Een klimaat cre�ren waar ze hun verlies onder ogen durven zien. Om leerlingen te steunen is het dan ook belangrijk dat je vragen uitlokt en beantwoord.
Taak 2
De pijn van het verlies ervaren.
Ouders en leerkrachten willen het kind behoeden voor pijn. Maar als je hen de pijn niet laat voelen dan komt ze later terug in de vorm van psychosomatische klacht (hoofdpijn, slapeloosheid) of in afwijkend gedrag (agressie, slechte schoolresultaten)
Wie met de dood geconfronteerd wordt moet door de pijn heen.
Alles wat dit proces onderdrukt verlengt het. Iemand die rouwt is niet heel de tijd depressief, maar heeft momenten van hevige angsten en verdriet. Maar heeft ook betere momenten.
Taak 3
Leven zonder de overledene.
Dode gaan idealiseren komt vaak voor, maar hoe meer het rouwproces normaal verloopt hoe meer dit beeld terug realistischer zal worden en ze de goede en slechte kanten terug gaan zien.
Taak 4
Emotioneel losmaken en opnieuw investeren in andere relaties.
Bang dat je de dode hiermee oneer aan gaat doen, door in andere relaties te investeren. Of bang dat die relaties aflopen in afscheid en verdriet.
Sommigen vinden het verlies zo pijnlijk dat ze zich nooit meer emotioneel willen binden.
Deze taak is voor velen de moeilijkste.
Ik hoop dat ik jullie iets heb bijgebracht en jullie het interessant vonden.
Hieronder vind u de link die ik gebruikt heb om men tekst neer te schrijven.
Voor het vak RZL moesten we een onderwerp kiezen waarrond we wilden werken. Ik heb gekozen om te werken rond afscheid nemen bij jonge kinderen. Dit koos ik omdat vele kinderen hiermee geconfronteerd worden. Er overlijdt regelmatig wel iemand: oma, opa of zelfs mama of papa, broertje of zusje. Ik wil hier graag rond werken zodat ik later weet hoe ik dit moet aanpakken moest dit voorvallen.
Als jullie hier al ervaring mee hebben en willen delen mogen jullie steeds reageren. Ook als jullie bedenkingen of andere meningen hebben.