Naar goede gewoonte bracht het Rekenhof ook nu weer een omstandig rapport uit, dit keer over de centra voor geestelijke gezondheidszorg (CGG's), aangaande het doelgroepenbeleid, de financiering, en het toezicht. Het rapport kan hier worden geraadpleegd: http://docs.vlaamsparlement.be/docs/stukken/2011-2012/g37-d-1_origineel.pdf. Het Rekenhof concludeert dat het doelgroepen- en aandachtsbeleid van de CGG's onvoldoende onderbouwd is. De beleidsplannen zijn op dat vlak geen volwaardig beheersinstrument. De rapporteringen van de CGG's maken het volgens het Rekenhof niet mogelijk om de inhoudelijke kwaliteit of de efficiëntie van de talrijke samenwerkingsverbanden te beoordelen. De Vlaamse regering heeft daartoe niet kaderprotocollen voorzien. Hoewel dit decretaal is vastgelegd heeft de Vlaamse regering nog steeds niet de cliëntbijdrage bepaald. Het Rekenhof stelt dat de financiering van de CGG's onvoldoende transparant is. De enveloppefinanciering en de toekenning van bijkomende middelen steunen niet op objectieve zorgbehoefteparameters. Bovendien probeert de Vlaamse regering met die bijkomende middelen de basisfinanciering van de verschillende CGG's geljik te schakelen, hoewel die middelen vaak bestemd zijn om specifieke problematieken te behandelen. Er bestaan ook geen duidelijke regels voor het toewijzen van middelen uit de enveloppe aan projecten die gesubsidieerd worden door derden. Er zijn weinig betrouwbare gegevens over een voldoende lange periode om de efficiëntie van de subidiëring te beoordelen. Het Rekenhof stelt wel vast dat voor de periode 2008-2009 de subsidiëring sterker stijgt dan het aantal zorgperiodes, hulpactiviteiten of gepresteerde arbeidsuren. Het Rekenhof concludeert dat niet aan alle voorwaarden is voldaan voor een kwaliteitsvol toezicht op het bestuurlijk beheer en inhoudelijke werking van de CGG's. Hierbij krijgen Zorg en Gezondheid en de Zorginspectie een veeg uit de pan. Voor de aanbevelingen van het Rekenhof verwijzen we naar het rapport zelf.
PAPER 2 - Antidiscriminatiewetgeving: het weigeren van redelijke aanpassingen voor kinderen en jongeren met een handicap
Beste lezer,
In PAPER 2 behandel ik een luik uit de Vlaamse antidiscriminatiewetgeving. Het weigeren van redelijke aanpassingen voor personen met een handicap wordt in het Antidiscriminatiedecreet van 10 juli 2008 aangewezen als een discriminatievorm.
Drie leerlingen met een auditieve handicap lieten hun vordering om meer doventolkondersteuning te krijgen in het gewoon secundair onderwijs steunen op dit decreet. Zij dienden hiertoe bij de rechtbank van eerste aanleg te Gent een stakingsvordering in t.a.v. de Vlaamse overheid en de betrokken onderwijsinstellingen. De aard van de redelijke aanpassingen stond niet ter discussie, wel de omvang ervan en de aanvraag- en toekenningprocedure die door de Vlaamse overheid worden bepaald. De onderwijsinstellingen gaan in deze vrijuit. Dit is niet het geval voor de Vlaamse overheid wiens optreden zowel in eerste aanleg als in beroep als discriminatoir wordt bestempeld.
Het in deze paper besproken arrest van het hof van beroep te Gent van 7 september 2011 verplicht de Vlaamse Gemeenschap om voor deze leerlingen te voorzien in minstens 70% tolkondersteuning op schooljaarbasis. De discretionaire bevoegdheid van de overheid kan volgens het hof niet worden ingeroepen om een discriminatie (een tekort aan redelijke aanpassingen) te rechtvaardigen. Ook de geldende procedure wordt gekwalificeerd als een discriminatoire gedraging van de overheid (o.m. onmogelijkheid voor de leerling om zelf een herzieningsaanvraag in te dienen n.a.v. een meningsverschil met de school) zonder dat hieraan rechtsherstel in natura wordt gekoppeld.
Het arrest van 7 september 2011 mag, abstractie makende van een eventuele uitspraak door het Hof van Cassatie, belangwekkend worden genoemd. Dit arrest maakt duidelijk dat een louter blind budgettair argument in hoofde van de Vlaamse overheid niet langer kan volstaan voor het weigeren van redelijke aanpassingen voor personen met een handicap. Dit zal de alerte Independent Living-beweging niet ontgaan zijn. Niet enkel de volledige onderwijssfeer komt immers in het vizier, maar ook onder meer het Vlaamse beleidsdomein welzijn, volksgezondheid en gezin, waaronder de ondersteuning door het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap ressorteert. Dit kan gaan om de toekenning van hulpmiddelen (individuele materiële bijstand), waaronder tolkuren, maar bijvoorbeeld ook om de toekenning van persoonlijke assistentiebudgetten. Nieuwe rechtspraak dient zich wellicht aan.
Het arrest én de paper zijn een boodschap aan de decreetgever: bezint eer ge begint.
Op 24 oktober 2011 mocht ik de slottoespraak houden op de opstartconferentie van het Interreg-project IVA 2 Seas - 7-029-BE_Dignity in Care (Dignity in care: enhancing ethical practice and critical reflection by the sTimul experience in a care-ethics lab). Op deze 'launch in the lounge conference' in Moorsele ging ik in op het verband tussen zorgethiek en beleid. Eerst behandelde ik enkele motieven in het politiek discours over zorg, vervolgens bekeek ik zorgethiek als onderwerp van beleid en regelgeving en tenslotte sprak ik me uit voor het introduceren van zorgethiek in lopende beleidsstrategieën. Mijn toespraak (in het Engels) vindt u in bijlage. Wenst u meer informatie over het project 'Dignity in Care', neem dan een kijkje op www.dignity-in-care.eu/ Zie ook www.stimul.be/ en www.dropbox.com/gallery/2049585/1//Launch?h=864715&p=5#/
PAPER 1 - âDeïnstitutionaliseringâ van de ouderenzorg in België ?
Beste lezer,
Welkom op mijn blog. In PAPER 1 'Deïnstitutionalisering' van de ouderenzorg in België' toets ik enkele gezondheidseconomische parameters voor de toekomst van de residentiële ouderenzorg, gebruik makende van internationale vergelijkingen. Deze gebeuren veelal onder de noemer long-term care, de zorg die tegemoet komt aan (het sociaal risico van) een aanhoudend verminderd zelfzorgvermogen.