Diameter: 12756 km Afstand tot de zon: 150 miljoen km oppervlaktetemperatuur: ongeveer van -80° tot 50°C Omlooptijd: 365 dagen Rotatietijd: 24 uur Dichtheid: 5520 kg/m3 (water: 1000) Zwaartekracht: 9,81 m/s2
De aarde is de derde planeet vanaf de zon. Het is tevens de eerste met een eigen maan, Mercurius en Venus hebben er geen. De diameter van de aarde is 12756 km, die van de maan 3500 km. Dit maakt dat de aarde in verhouding de tweede grootste satelliet in heel het zonnestelsel heeft (op Pluto en Charon na). Jupiter heeft wel grotere manen, maar die vallen in het niet bij de omvang van deze planeet. De temperatuur op aarde is ook vrij gematigd. Er komen geen al te grote temperatuursverschillen voor. Het verschil tussen dag en nacht bedraagt in de woestijn hooguit een vijftigtal °C. De laagste temperatuur ooit gemeten is -89°C op Antarctica, bij de Russische basis Vostok. De hoogste temperatuur ooit gemeten is 58°C in Libië en Irak.
Oppervlaktekenmerken
Het oppervlak van de aarde wordt voortdurend gevormd door een ingewikkeld platensysteem. Deze tectonische platen verschuiven en vormen bergketens, troggen en ander geologische kenmerken als ze op elkaar botsen. Zonder dit systeem zouden alle onregelmatigheden snel weggesleten worden door onder meer wind- en watererosie. Het hoogste punt op aarde is de Mount Everest met 8848 m, het diepste punt is de Marianentrog, met een diepte van bijna 11000 m. Ongeveer 70% van het aardoppervlak wordt bedekt door water.
Inwendige structuur
Het inwendige van de aarde bestaat uit een aantal concentrische schillen (dieptes in km):
0-40: korst
10-400: bovenmantel
400-650: overgangszone
650-2890: onder mantel
2890-5150: buitenkern
5150-6378: binnenkern
De korst is onder de oceanen veel dunner dan onder de continenten. De binnenkern en de korst zijn vast, de rest is taai vloeibaar. De temperatuur in de kern kan oplopen tot 7500°C. De andere aardse planeten hebben waarschijnlijk een vergelijkbare structuur.