
De Slag der Zilveren Helmen, geleverd op 12 augustus 1914, vond te Halen plaats.
De Duitsers hadden bij het begin van de Eerste Wereldoorlog de forten rond Luik veroverd en de Gete werd door de Belgische legerleiding gekozen als natuurlijke verdedigingslijn om de opmars van de Duitsers in noordelijke richting te verhinderen.

Op 11 augustus was de Belgische legerleiding ervan overtuigd dat de Duitsers, die in noordelijke richting optrokken vanuit Sint-Truiden, Borgloon en Hasselt, Diest zouden bedreigen.
Generaal De Witte moest met een beperkte legermacht een linie die liep van Drieslinter tot Halen verdedigen (14 km).

's Avonds, tijdens een vergadering in het café Oud Cortenaeken (dat nog altijd bestaat) in Kortenaken overtuigden jongere officieren
De Witte ervan zich te voet te verdedigen omdat de Duitsers per Jagersbataljon over 6 machinegeweren (Maxims) beschikten.

In de morgen van 12 augustus ontving het hoofdkwartier van het Belgisch leger in Leuven via telefoon en telegraaf berichten over het groot aantal Duitsers dat in de richting van Halen optrok om daar via de brug de Gete over te steken.
Men stuurde de 4e Brigade als versterking naar De Witte.
De Belgische en Duitse troepen die bij de slag betrokken waren bestonden uit de volgende eenheden:
- Belgische troepen onder bevel van generaal de Witte:
- 3e Cyclistencompagnie
- 4e regiment Jagers te paard
- 1e en 2e regiment Gidsen
- 4e en 5e regiment Lansiers


- Duitse cavalerieregimenten onder generaal-majoor Georg von der Marwitz:
- 2e regiment Kurassiers
- 18e regiment Dragonders uit Mecklenburg
- 9e regiment Ulanen uit Pommeren
- 1e en 2e regiment Leibhuzaren
- 7e en 9e regiment Jagers
- 3e regiment veldartillerie


De Belgische generaal Proost had van De Witte de opdracht gekregen zijn lansiers tussen het bos van Loksbergen en de oostzijde van het dorp op te stellen.

Hij was voorzichtig genoeg om eerst het terrein te verkennen en merkte dat het terrein voor hem, richting Halen, zeer onoverzichtelijk was en de Duitsers ongemerkt konden naderen.
Hij verkoos zijn lansiers op te stellen bij een boerderij, de IJzerwinning, die het centraal punt van de verdediging werd en waarlangs een weg liep van noord naar zuid.

De 2e Gidsen posteerden zich ten noorden van de Rohtemmolen; de 1e Gidsen meer naar het westen, aan de zoom van de nu verdwenen Loksbergse bossen.
Vier kanonnen van de bereden artillerie, vlak achter de top van de Mettenberg, bestreken het terrein tot Halen.

Ook op de Bokkenberg was er Belgische artillerie aanwezig. Cyclisten betrokken posities in Zelk.

De Duitse cavalerie, overtuigd van hun superioriteit en met een verlangen om nog eens storm te lopen, koos voor een regelrechte cavalerieaanval in de oude stijl, in galop en met getrokken sabel.
Toen het 17e en 18e regiment Dragonders Halen binnenreed ontstond er een concentratie van Duitse troepen die plots door de Belgische artillerie onder vuur werd genomen.
De eerste Duitse stormlopen wilden met hen afrekenen.
Ondertussen waren de Cyclisten, die de brug over de Gete in Halen prijsgegeven hadden, ontplooid op een plateau ten noorden van de IJzerbeek,
tussen het vuur van de Duitsers in Halen en de Belgische Lansierskarabijnen rond de IJzerwinning.
Ze kregen de tijd niet om zich in te graven en werden aangepakt door infiltrerende Duitse Jagers.
Van de Cyclisten sneuvelden er 30 en meer dan 100 raakten gewond.
Tussen 13:00 en 14:00 zette een eskadron van het 17e Dragonders zich vanuit Halen in beweging richting Zelk.
Daar werden ze afgeslacht door de Belgen; tien paarden zonder ruiter bereikten de barricade; Rittmeister von Bodecker, de eskadroncommandant, werd gevangengenomen.
De slag, alhoewel beperkt in omvang, wordt door historici beschouwd als de laatste grote cavaleriecharge met de blanke sabel in West-Europa.
Het was een tijdelijk succes voor het Belgisch leger; het moest zich nadien snel terugtrekken op de vesting Antwerpen.
Heinz Guderian, een Duits generaal, wijdde er in zijn boek Achtung: Panzer! uit 1937 een heel hoofdstuk aan om aan te tonen
dat zelfs de meest dappere cavalerieaanval tot mislukken gedoemd is als de vijand zich maar hardnekkig verzet met moderne vuurwapens.
Tijdens de slag sneuvelden 160 Belgen; de Duitse en Belgische cavalerietroepen verloren meer dan 400 paarden.
Aan de andere kant sneuvelden 140 Duitsers, 600 raakten gewond en meer dan 200 werden gevangengenomen.
De Belgische gesneuvelde soldaten liggen begraven op de Belgische militaire begraafplaats van Halen.
De slag was ook de eerste actie waar de Rode Kruis Afdeling van Diest, opgericht in 1914 en een van de oudste afdelingen van België, actief was.
Meer dan 500 gewonden werden vanop het slagveld afgevoerd naar Diest waar zowel Belgen als Duitsers in aparte zalen de nodige zorgen kregen volgens de Rode Kruis principes
In de Engelstalige literatuur is deze slag bekend als de Slag bij Halen.
De benaming "Slag der Zilveren Helmen" gaat terug op het gelijknamige gedicht van August Cuppens, in 1914 pastoor van Loksbergen.
Deze naam, die ontleend is aan de hoofdbescherming van de Duitse kurassiers die na de slag her en der opgeraapt kon worden, verwijst natuurlijk naar een vroeger conflict
waarbij men zich dapper teweerstelde tegen een buitenlandse invaller, de Guldensporenslag.
In het Halense gehucht Rotem is er een museum, ter herinnering aan de slag (privé-initiatief).
Het wordt in stand gehouden door kinderen van Jozef Stroobants, de bewoner van de IJzerwinning, die het museum (ongeveer 350 m²) stichtte.

12-08-2014, 00:00 geschreven door guy 
|