
De zeehond
De zeehond is een zoogdier , net
als de mens.
Dat betekent dat hij longen heeft en dat de jongen,
melk drinken bij de moeder.
De zeehond heeft zich goed aangepast aan leven in het water
Hij is goed gebouwd om te zwemmen , vissen en duiken.
Uiterlijk;
Als een zeehond geboren wordt is hij ongeveer 85cm lang en weegt +11 kg.
Een volwassen zeehond is 1,5 m lang en weegt+ 90kg.
Een zeehond heeft mooie grote ogen
Hij ziet beter onder water dan op het land ( dubbeldik hoornvlies )
(behalve in troebel water zoals de waddenzee)
Daarom gebruikt hij zijn snorharen om vis te vangen.
De snor vangt trillingen op wanneer de vis in de buurt zwemt
Hij heeft een goede neus waarmee hij goed kan ruiken.
Hij komt er boven water mee ademen en onder water sluit hij zijn neus af.
Hij heeft een dikke vetlaag om het niet vlug koud te krijgen .
Zelfs in de winter blijft de temperatuur 37 graden.
De oren van de zeehond zijn twee gaatjes.
Onder water kan hij ze afsluiten met klepjes , waardoor er geen water in komt tijdens het zwemmen.
Leeftijd
De zeehond kan zeker 40 jaar worden.
Leefomgeving
Zeehonden blijven meestal in groepen bij elkaar.
Ze zwemmen samen hele stukken door de zee.
Als ze moe zijn dan rusten ze aan land om te slapen of te zonnebaden.
Op de stranden komen ze liever niet , want ze hebben bang van mensen.
Ze liggen graag op het droge zo kunnen ze lekker knuffelen met de anderen en kunnen ze elkaar beter leren kennen.
In Nederland leven de zeehonden meestal aan de waddenzee.
Er is daar ook een zeehondencrèche : pieterburen
Hier worden zieke en verdwaalde zeehonden opgevangen.
Voedsel :
Wanneer zeehonden honger krijgen duiken ze in het water.
Zeehonden houden veel van vis maar ze lusten ook krabben en kreeften.
Een volwassen zeehond vangt 3tot5 kg vis.
Als een zeehond een vis heeft gevangen slikt hij het in één keer door.
Hij gebruikt zijn scherpe kiezen om de vissen te vangen ,maar kan er niet mee kauwen.
( de scherpe punten vallen precies in mekaar ).
De zeehond is een roofdier , want dieren die andere dieren vangen en opeten zijn roofdieren.
De zeehond wordt ook wel zeeroofdier genoemd ( want hij eet dieren uit de zee op.)
Voortplanting
Zeehonden paren in augustus en september.
Bijna 8 maanden lang groeit een klein zeehondje in de buik van zijn moeder.
Na de geboorte moet het zeehondje al dadelijk kunnen zwemmen.
Na een paar dagen mag het kleine zeehondje aan land.
Met kleine hupjes komt het vooruit.
Soms draagt de moeder het op haar rug.
Het pasgeboren zeehondje heeft nog geen tanden daarom drinkt het bij zijn moeder.
Zo kan het goed groeien en krijgt het een vetlaag onder zijn vachtje en krijgt het tanden.
De moeder leert het voor zichzelf te zorgen
Als het 3-4 weken oud is moet het volledig zelfstandig leven
Een kleine zeehond kan geen grote vissen eten , het eet liever kleine garnalen.
Als hij bijna een jaar is gaat hij vis eten
Speciaal
Een zeehond blijft normaal 5 min. onder water, zijn record is 40 min.
Een zeehond kan overal slapen op een zandbank,rechtop dobberen, drijven of op de bodem.
Als een zeehond onder water slaapt komt hij om de 5 min boven om adem te halen.
De zeehond kan heel snel zwemmen tot 35km per uur
BEDREIGDE DIERSOORT
Nog niet zolang geleden stierven er in europa in totaal ruim 17000 zeehonden aan een gevaarlijke ziekte.
Pas na heel veel onderzoeken werd er een virus als boosdoener ontdekt en werd er een vaccin ontwikkeld.Hiermee kon men de dieren inspuiten en konden ze zo het virus overwinnen.
In Nederland stierven 800 van de 1200 gewone zeehonden.
De waddenzee wordt steeds voller,drukker en viezer. De zeehonden leven al lang niet meer in rustig schoon water met voldoende vis en genoeg rust op de zandbanken om hun jongen groot te brengen.
Daardoor kunnen ze ziek worden. Veel zeehonden die ziek zijn worden opgevangen in de crèche in pieterburen.
Maar als we niet willen dat de zeehond helemaal verdwijnt moet er meer gebeuren dan de zieke zeehonden op te vangen maar ook na te denken over de gevaren die hun bedreigen .
De vervuiling door de mens , er verdwijnt veel te veel afval in de zee .
Het is niet altijd aan de zee te zien dat het water vuil is.
Sommige giffen zie je niet maar ze blijven wel achter in het voedsel van de zeehond: de vissen .