Bambi weet niet precies wat er met zijn moeder gebeurd is, alleen dat ze voorgoed verdwenen is. Bambi voelt zich verdoofd en verlaten en is ontroostbaar, maar gelukkig ontfermt zijn vader, de Grote Prins van het Woud, zich over hem. Helaas weet de Grote Prins zich eigenlijk geen goed raad met zijn jonge zoon. Alhoewel de Grote Prins meent dat Bambi een moeder nodig heeft, besluit hij dat deze winter hij de opvoeding nog zelf voor zijn rekening zal nemen en Bambi zal leren hoe het er in het woud aan toe gaat. Natuurlijk wil de Grote Prins dat Bambi zich als een Prins gedraagt en snel zelfstandig zal zijn, maar het verzorgen van een onervaren en speels jong valt niet mee. De Grote Prins blijft zich statig gedragen en lijkt daardoor wel gevoelloos tegenover Bambi. De Grote Prins kan dan ook niet wachten tot een hinde deze zware taak van hem overneemt. Ondertussen heeft Bambi het allemaal niet makkelijk, want hij mist zijn moeder en doet alles fout als hij de Grote Prins wil imponeren. Gelukkig krijgt hij daarbij hulp van zijn vriendjes het konijntje Stampertje en het verlegen stinkdiertje Bloempje. Ook ontmoet hij zijn vriendinnetje Feline weer, maar krijgt ook concurrentie door Ronno. Dus met vallen en opstaan leert Bambi op eigen benen staan en hoe alles in het woud te werk gaat. Dan, als gevaar op de loer ligt, toont Bambi dat hij moediger is dan hijzelf ooit voor mogelijk heeft gehouden. Zijn vader waardeert dat en langzaam groeien ze naar elkaar toe. Uiteindelijk ontdekt de trotse vader in een geweldig avontuur hoe bijzonder Bambi is. Dat hij zelfs nog van hem kan leren en dat hij als vader minder streng moet zijn. Hij is trots op zijn zoon. Bambi zal de nieuwe Grote Prins van het Woud worden.