De lammergier (Gypaetus barbatus) of baardgier is een vogel uit de familie van havikachtigen (Accipitridae). In het Afrikaans wordt de vogel ook wel Baardaasvoël genoemd. Deze vogel kan langzaam voor- en achterwaarts[bron?] zweven of minuten lang in de lucht rond cirkelen zonder een enkele vleugelslag of langer met een of twee krachtige vleugelslagen. De witte kop en lange staart zijn een goed kenmerk. De lengte is 105-125 cm en de spanwijdte loopt van 231285 cm.
De naam "Lammergier" stamt uit de tijd, dat men dacht dat de vogel lammeren en zelfs kinderen jaagt. In Europa is dat een van de redenen geweest dat het dier vrijwel is uitgestorven; lange tijd werd er jacht op gemaakt. Uit de moderne biologie is bekend, dat de Lammergier zich voor 80% met botten van kadavers voedt. Door de grote snavelopening kan hij botten tot 18cm groot in een keer doorslikken. Grotere botten neemt hij mee in de lucht en laat ze op rotsen kapotvallen. Botten bevatten naast kalk veel eiwit en het merg is eveneens voedzaam.
De lammergier heeft eigenlijk een witte borst, maar hij heeft de gewoonte deze met rode klei te bestrijken.
Fotogalerij
Verspreiding
De lammergier komt niet voor in Nederland en België. Af en toe worden wel zwervers waargenomen. Wel is hij aan te treffen in Zuid-Europa waar enkele restpopulaties bestaan op Corsica, Kreta en de Pyreneën.
In de Alpen werden de laatste vogels ongeveer honderd jaar geleden uitgeroeid. Sinds de zeventiger jaren van de vorige eeuw is er een grootschalig herintroductie project gestart. De eerste broedgevallen van uitgezette oudervogels zijn ondertussen succesvol geweest. Onder andere in het Zwitserse Engadin broeden de lammergieren opnieuw in de vrije natuur. Aan de noordzijde van de Alpen zijn in juni 2010 de eerste jonge lammergieren uitgezet in het Calfeisental, Vättis in Zwitserland.