Inhoud blog
  • Beschrijving van de belangrijkste Romeinse monumenten
  • De keizertijd
  • De Republiek
  • Stichting van Rome
    Zoeken in blog

    Beoordeel dit blog
      Zeer goed
      Goed
      Voldoende
      Nog wat bijwerken
      Nog veel werk aan
     
    Romeins Leger
    Romeins leger
    29-11-2009
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De keizertijd
    Klik op de afbeelding om de link te volgen
    De dood van Augustus (in 14 nC., na een regeerperiode van meer dan 40 jaar!) bracht natuurlijk de vraag met zich mee: wat nu? De oude republiek herstellen met alle gevaren van een burgeroorlog van dien of moest men kiezen voor de onvrijheid maar toch ook relatieve veiligheid van het principaat, ook al leek die staatsvorm nu toch wel erg op het koningsschap? Eigenlijk was het geen vraag. Diverse lieden uit Augustus' familie hadden zich in de loop der jaren al warm gelopen voor diens opvolging. Van al dezen bleef er maar één kandidaat over: Tiberius, Livia's zoon uit een eerder huwelijk (de rest werd door Livia, Augustus' vrouw en een erkend loeder, terzijde geschoven c.q. uit de weg geruimd). Met hem was de keizerlijke erfopvolging een feit. Tiberius was weliswaar uiterst knorrig, maar zeer capabel, iets wat we niet van alle keizers uit het huis van Augustus kunnen zeggen (het Julisch-Claudische huis, vandaar dat deze keizers de Julisch-Claudische keizers heten). Tiberius'opvolger heette Gaius, maar werd Caligula ('Soldatenlaarsje') genoemd omdat hij als klein jongetje altijd zo parmantig in zijn mini-uniformpje door het legerkamp van zijn vader struinde. Caligula was megalomaan en gek. Hij werd dan ook spoedig door zijn eigen soldaten vermoord. Caligula's opvolger heette Claudius, min of meer toevallig door de soldaten van de keizerlijke garde tot keizer gemaakt. Claudius was oud, kreupel, hij stotterde en had meer belangstelling voor de wetenschap dan voor regeren. Toch deed hij dat laatste heel goed. Hij werd vermoord door zijn eigen vrouw Agrippina (met een vergiftigde paddestoel) omdat zij graag haar eigen zoontje uit een eerder huwelijk op de troon zag. Nero heette het manneke.

    Nero had behoefte aan 'Lebensraum' toen hij eenmaal op de troon zat en liet daartoe in het jaar 64 nC. hele wijken van Rome platbranden. Dat hadden de Christenen gedaan, zo zei hij desgevraagd. Rare lui met een raar godsdienstje. In ieder geval had hij nu een prachtige ruimte om een heel fijn paleis neer te zetten. Dat paleis werd de Domus Aurea, het Gouden Huis. We moeten hier eerder spreken over een paleizen-complex dan over een enkel paleis. het strekte zich uit van de Palatijn tot aan een andere heuvel, de Esquilijn, en bevatte behalve de meest luxueuze gebouwen ook nog een kunstmatig meer, tuinen en bossages. Het was eerder een reusachtig landgoed midden in de stad dan een paleis. Als toppunt had Nero een kolossaal groot beeld (44 m. hoog) van zichzelf laten maken in de gedaante van de zonnegod. Dat beeld stond bij het kunstmatige meer. (Op de plaats van het meer zou een aantal jaren later het Colosseum verrijzen. Dat theater heette eigenlijk 'Amphithetrum Flavium', maar kreeg in de middeleeuwen de naam waaronder wij het kennen: theater van de kolossus, het beeld dus.) Na Nero's zelfmoord (een daad die alleen maar verstandig was gezien zijn zeer snel dalende populariteit) werd het Gouden Huis voor een gedeelte weer afgebroken. Niemand wilde meer met hem in verband worden gebracht. Hij was overigens de laatste keizer uit het Julisch-Claudische huis.
    De keizers uit het huis van Flavius (de Flavische keizers) waren Vespasianus, Titus -bekend van de verovering van Jeruzalem en de daaruit resulterende triomfboog op het Forum Romanum- en Domitianus. Deze laatste keizer -een gehaat despoot- liet een enorm paleis neerzetten op de Palatijn. Sinds Republikeinse tijden was deze heuvel altijd in trek bij het beter gesitueerde deel van de bevolking en ook Augustus en Tiberius hadden er behoorlijk gebouwd. Wat deze man echter liet zien sloeg alles: De Domus Flavia en Domus Augustana (feitelijk twee onderdelen van hetzelfde complex) zorgden er pas ècht voor dat de woorden 'Palatijn' en 'paleis' met elkaar werden verbonden. Daarnaast was hij ook de opdrachtgever voor het aanleggen van een Stadium, een renbaan, op het Campus Martius. De langgerekte, ovale vorm daarvan is nog duidelijk zichtbaar in de Piazza Navona.
    Ook deze tiran werd vermoord en ook bij hem besloot de Senaat tot een zogenaamde damnatio memoriae, net als eerder bij Caligula en Nero. Dat wil zeggen dat al zijn afbeeldingen en alle inscripties waar zijn naam in voorkwam vernietigd moesten worden. Dit is het tegenovergestelde van een apotheosis, vergoddelijking, wat de Senaat deed als ze achteraf tevreden waren over de overleden keizer. Het gebruik was ontstaan bij Julius Caesar, die meteen na zijn dood tot god werd verklaard. Ook Augustus kreeg postuum deze eer, later werd het bijna standaard. Zo'n vergoddelijkte keizer werd dan divus, vergoddelijkt genoemd. De keizer als een god vereren tijdens zijn leven ging nog te ver (al scheen Domitianus er niet vies van te zijn geweest).
    Over de keizers na hem kunnen we wat korter zijn: Nerva regeerde te kort om indruk te maken, Trajanus komt nog uitgebreid aan de orde bij het beschrijven van de vele bouwwerken die hij heeft nagelaten. Onder zijn heerschappij bereikte het Imperium Romanum zijn grootste omvang: van Britannia tot aan de Euphraat en de Tigris, Egypte: alles was Romeins. Zijn opvolger Hadrianus komt ook nog uitgebreid ter sprake, met name als bouwer van het Pantheon vlak bij de Piazza Navona. Het bewind van Antoninus Pius kenmerkte zich door een bijna adembenemende rust. Marcus Aurelius is vooral bekend als de grote filosoof/keizer en door het feit dat zijn ruiterstandbeeld zich op het Capitool bevindt (tegenwoordig in kopie, het origineel -veel mooier- staat binnen in het museum).
    Hierna (Marcus Aurelius sterft in A.D.180) is het eigenlijk wel afgelopen met de aansprekende keizers. Dat wil zeggen: met uitzondering van keizer Constantijn de Grote in het begin van de 4e eeuw. In zijn tijd was het rijk gesplitst in een Oostelijk en Westelijk deel. er was dus een keizer voor Oost en één voor West. Constantijn kreeg het voor elkaar om eerst af te rekenen met zijn Westelijke rivaal Maxentius en daarna het rijk weer te verenigen in één hand. Bekend is hij natuurlijk vooral geworden omdat hij als eerste keizer het Christendom tot staatsgodsdienst gemaakt zou hebben. Nu is dat niet helemaal waar, maar dat hij de Christenen (om welke reden dan ook) een warm hart toedroeg is duidelijk. Dat was voor hen ook wel weer eens prettig. Verder is hij befaamd als stichter van Constantinopel, 'de stad van Constantijn' op de plaats waar eerst het stadje Byzantion lag. (Later zou de stad weer Byzantium gaan heten en nog later Istanbul. Deze laatste naam is overigens eigenlijk een Grieks: "eis tèn polin", betekent 'naar de stad'). Voor de stad Rome was dit laatste bepaald ongunstig. Het zwaartepunt van de macht lag al niet meer in de stad der steden omdat eerdere keizers onder andere Ravenna al veel geschikter hadden gevonden. Maar met deze nieuwe hoofdstad in het Oosten ging echt veel van de macht en pracht van het keizerlijk hof voor Rome verloren. Het is al enigszins te zien aan de triomfboog die Constantijn voor zichzelf liet oprichten vlak bij het Colosseum: het merendeel van het beeldhouwwerk is afkomstig van monumenten van zijn voorgangers. De reliëfs die wel uit Constantijns eigen tijd stammen zijn duidelijk veel minder van kwaliteit. Nee voor de ware pracht en praal moeten we in het Oosten, en niet meer in Rome zijn.
    Als Rome aan het einde van de 5e eeuw in de klauwen van Germaanse en Gotische stammen is geraakt en ten prooi is gevallen aan plunderingen en brandschattingen van deze barbaren is er van Augustus' 'Rome van marmer' niet veel meer over.

    Laten we de Theoderics en Alarics en al die andere Vandalen die de eeuwige stad uiteindelijk onder de voet hebben gelopen overigens wèl in het juiste licht beschouwen: zij waren vaak nog zó onder de indruk van de grootheid van Rome, hadden kennelijk zoveel beschaving meegekregen van het Rijk dat zij zelf net hadden vernietigd dat ze veel gebouwen hebben gespaard. Dat laatste kan niet worden gezegd van sommige Pausen. Kerkvorsten van hoge beschaving die leefden in een tijd waarin juist de grootheid van Rome weer opnieuw ontdekt werd na de donkere tijd van de Middeleeuwen hadden veel minder scrupules met de Antieken. Zeer veel monumenten die er na al die eeuwen nog vrijwel puntgaaf bij stonden zijn er door hen, bij voorbeeld voor de bouw van de Sint Pieter in record-tempo vernield...
    Gespaard door de barbaren, geplunderd door de Pausen. Sic transit gloria mundi, zoals de Ouden reeds zeiden...

    29-11-2009 om 13:47 geschreven door Tiorvenus  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 2/5 - (5 Stemmen)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De Republiek
    Klik op de afbeelding om de link te volgen
    De laatste Etruskische koning, een zekere Tarquinius Superbus ('de Trotse'), was uitermate impopulair en werd dan ook -samen met zijn hele familie- de stad uitgejaagd, vooral door toedoen van een zekere Brutus. Dit gebeurde in het jaar 509 v.C. Brutus zorgde ervoor dat het staatsbestel grondig werd aangepast. De Romeinen hadden nu wel geleerd dat één man die lange tijd de macht heeft altijd moeilijkheden oplevert. Om dat te voorkomen bepaalden ze dat voortaan steeds twee mensen tegelijkertijd aan de macht moesten zijn, de zogenaamde consuls en dat deze twee niet langer dan één jaar hun ambt mochten uitoefenen. Bovendien werden ze gecontroleerd door een adviserende 'Raad der Ouden', de Senaat (van het woord 'senex', oude man) en een volksvergadering (Comitium geheten, van com-ire, bijeenkomen). Mocht er nu een noodgeval zijn (een hele erge oorlog of iets dergelijks) dan kon het wel eens nodig zijn om één sterke man aan te stellen, een dictator, maar voor niet meer dan zes maanden! Dit hele stelsel van maatregelen heette de Algemene Zaak, de Zaak-Die-Ieder-Aangaat oftewel de Res Publica, de Republiek.

    In de praktijk kwam het er op neer dat de consuls wel veel macht hadden, maar de werkelijke politiek bepaald werd door de Senaat, eerst met 150 leden, daarna met 300. Deze Senaat zetelde in de zogenaamde Curia, een gebouw op het Forum Romanum. Het is voorstelbaar dat het volk niet erg blij was met deze Senaat-gedomineerde constructie en het eiste na verloop van tijd dan ook zijn recht. Na veel strijd tussen de bovenlaag, de zogenaamde patriciërs, en de armeren, de plebejers, werd het ambt van volkstribuun in het leven geroepen. Volkstribunen waren personen die de belangen van het volk moesten verdedigen. Ze hadden vetorecht en waren onschendbaar. Dit instituut zou later in de keizertijd nog goede diensten gaan verrichten voor de
    Ondertussen breidde de stad Rome zijn macht steeds meer uit. Dit gebeurde eerder uit behoefte aan veiligheid dan uit expansiedrift. Hoe het ook zij, het resultaat was dat langzamerhand het hele Italiaanse schiereiland onder invloed van de Romeinen kwam: de Etrusken in het Noorden en de Grieken die al eeuwen Zuid-Italië bewoonden waren uiteindelijk geen partij voor de Romeinse legioenen. Door deze uitbreidingen vormde Rome langzamerhand wel steeds meer een bedreiging voor de andere grootmacht in het Middellandse Zeegebied: Carthago. Deze stad (waar tegenwoordig Tunis ligt) had grote gebieden in Afrika en Spanje onder haar invloed. Geen wonder dat het op een gegeven moment botste. In de eerste Punische oorlog ('Punisch' betekent 'Phoenicisch', de Carthagers kwamen oorspronkelijk uit Phoenicië, het tegenwoordige Libanon) werd Sicilië veroverd, in de tweede ging Rome er zelf bijna aan. De Carthaagse veldheer Hannibal kwam met zijn strijdolifanten over de Alpen in een verrassingsaanval en versloeg de Romeinen een paar keer op indrukwekende wijze. Uiteindelijk durfde hij het niet aan om de stad Rome zelf in te nemen (wat hij volgens de meeste geleerden makkelijk had kunnen doen. hij was al op gezichtsafstand en veel tegenstand was er niet meer) en werd hij zelf in 202 v.C. teruggeroepen naar het vasteland van Afrika om daar slag te leveren met de Romeinse generaal Scipio. Die won.
    Het gevolg van deze wapenfeiten was dat Rome geen tegenstander van formaat meer had (ook Griekenland werd in betrekkelijk korte tijd ingenomen, of 'bevrijd' zoals de Romeinen dat zelf noemden).
    Eindelijk werd Rome volwassen en beschaafd. Tot dan toe waren de Romeinen uitstekende vechters geweest en in hun hart nog steeds uitstekende boeren, maar nu veranderde alles.
    In de eerste plaats kwamen ze in contact met de hoog ontwikkelde cultuur van de Grieken. Alles wat ze in Griekenland zagen vonden de Romeinen prachtig! De beeldhouwkunst maakte enorme indruk (enorme aantallen Griekse beelden werden gekopieerd of geroofd), de filosofie werd bestudeerd, de literatuur en retorica werden bewonderd en nagedaan, talloze goed opgeleide Grieken werden als slaaf in Rome geïmporteerd en leerden de Romeinse kindertjes vloeiend Grieks spreken en schrijven. Kortom: de Romeinse cultuur werd zo Grieks als zij maar zijn kon.
    In de tweede plaats waren de Romeinse boeren zo vaak verplicht geweest om in de legioenen te vechten dat ze geen tijd meer hadden om boer te zijn. Hun boerderijen verpauperden en zij zelf en hun familie ook. De rijkeren kochten veel van die boerderijen op om daarmee uitgestrekte landerijen te vormen. De boeren trokken en masse naar de grote stad -natuurlijk Rome zelf- en zorgden zo dat deze stad uitgroeide tot een stad van meer dan een miljoen inwoners, een volstrekt unicum in de Oudheid. Al deze paupers moesten natuurlijk wel te eten krijgen en tevreden gehouden worden, wat vooral in de Keizertijd resulteerde in het systeem van 'brood en spelen'. Zolang het volk gratis graan kreeg en verwend werd met Circus- en gladiatorenspelen was er verder niets aan de hand. Voordat de keizers deze taak op zich namen waren het de rijkere mensen, de zogenaamde patroni die de rol van weldoener vervulden voor hun clientes. In ruil voor deze steun verrichtten de clientes allerlei karweitjes voor hun patroon (onder andere politieke steun; het ging hierbij echter vooral om status: hoe meer clientes, des te meer status en dus invloed zo'n patronus had).

    In de derde plaats kregen de succesvolle generaals veel meer invloed dan gedurende het begin van de Republiek. Vaak werden ze na een overwinning door hun mannen tot imperator uitgeroepen. Deze eretitel bracht geen echte macht met zich mee, maar was wel een teken voor de Senaat dat ze op moesten passen. Deze imperatores werden namelijk door hun soldaten -die thuis vaak toch geen boerderijen meer hadden- gezien als hun patronus. Hun loyaliteit lag dus bij hén en niet meer bij de staat, en al helemaal niet meer bij de Senaat. Deze generaals werden dus steeds gevaarlijker voor de Senaat en uiteindelijk niet echt meer controleerbaar. In feite begon deze ontwikkeling bij Scipio, de overwinnaar van Hannibal, maar kreeg echt bedreigende proporties in de figuren van Sulla, Marius, Pompeius en uiteindelijk Caesar. De burgeroorlogen die deze vier in de eerste eeuw voor Christus uitvochten tarten elke beschrijving: wreedheid op wreedheid, wetteloosheid, vervolgingen, totale chaos was troef. Bijna niemand was zijn leven of dat van zijn naasten zeker. Dit gold voor heel Italië, maar wel heel speciaal voor de Stad zelf. Wat Rome's vijanden niet hadden kunnen bereiken lukte Rome zelf bijna: de totale ondergang van de Eeuwige Stad. Julius Caesar: dictator voor het leven en Augustus, stichter van het principaat

    Degene die een voorlopig einde aan deze verschrikkelijke toestand wist te maken was Gaius Julius Caesar. Hij had z'n directe tegenstander Pompeius verslagen en had zichzelf tot 'dictator voor het leven' uitgeroepen. Dat laatste was op z'n minst zeer onverstandig van hem. Te veel Romeinen waren nog doordrongen van de belofte die Brutus ongeveer 450 jaar daarvoor had gedaan bij het verjagen van de laatste koning, de tiran Tarquinius Superbus: nooit meer één man langere tijd aan het bewind. In ieder geval niet langer dan 6 maanden, de maximum termijn voor een dictator.

    Het gevolg bleef niet uit. vooraanstaande senatoren -waaronder wéér een Brutus- bereidden een samenzwering voor en onder het mom van het vragen van een gunst tijdens een Senaatszitting gingen ze met z'n allen om hem heen staan en staken toe. Het was de Idus (= de 15e) van
    In naam was Rome nu weer een republiek, maar in feite werden de oude burgeroorlogen met hernieuwde ijver, maar met ander hoofdrolspelers, weer opgenomen. Deze keer waren het vooral Marcus Antonius, de populaire jonge helper van Caesar, en een zekere Octavianus die de dienst uitmaakten. Octavianus was heel jong, 18 jaar nog maar, maar bij testament wèl door Julius Caesar aangewezen als zijn geadopteerde zoon en dus als zijn erfgenaam.

    Wat niemand had verwacht gebeurde toch: Octavianus won de strijd, met hulp van zijn oudere vriend en helper Marcus Agrippa, die vooral het militaire werk opknapte. Hij versloeg Marcus Antonius en diens geliefde, koningin Cleopatra, en maakte aldus in 31 v.C. een definitief einde aan de burgeroorlogen.

    Dat hij slaagde waar zijn adoptie-vader Julius Caesar faalde is vooral te danken aan het voorzichtige optreden van deze Octavianus ten opzichte van de oude instellingen van de republiek. Hij liet zich niet tot dictator uitroepen, zelfs niet voor zes maanden, hij was niet jaar na jaar na jaar consul. Nee hij volstond met een paar maatregelen die hem stukje bij beetje meer zekerheid gaven: Eén van die maatregelen was het aannemen van de permanente tribunicia potestas, oftewel de onschendbaarheid van de volkstribunen: hij kon nu niet meer worden aangeklaagd. Een andere maatregel was het aannemen van de titel princeps, wat zoveel betekent als 'eerste onder de senatoren' (van primus, eerste en caput, hoofd; ons woord 'prins' komt hiervandaan). Hij wilde hiermee duidelijk maken dat hij heus niet meer was dan de anderen, nee, hij was gewoon één met de senatoren (al was hij dan wel de belangrijkste).

    Deze maatregelen deden hun werk: Augustus -de erenaam die Octavianus later van de Senaat kreeg; het betekent 'Verhevene'- zorgde voor stabiliteit en vrede, hij was de insteller van de Pax Augusta, de Verheven Vrede, en de mensen waren hem daar zielsdankbaar voor Maart in het jaar 44 voor Christus.

    Wat gebeurde er ondertussen met de stad zelf?

    In de eerste plaats was het Forum Romanum niet meer geschikt voor de functie die het oorspronkelijk had: een marktplaats te zijn, waar spullen werden verhandeld. In de loop der tijd was het hele plein volgebouwd met tempels en gebouwen die meer met het bestuur van de stad te maken hadden dan met de pure handel. Caesar had dit al ingezien en besloot pal achter het oude Forum een nieuw marktplein aan te leggen: het Forum van Caesar. Deze trend werd voortgezet door zijn opvolgers: achtereenvolgens verrees er een Forum van Augustus, van Vespasianus, van Nerva en ten slotte een van keizer Trajanus, het prachtige Novum Forum, allemaal vlak naast elkaar gelegen aan de Noordkant van het Forum Romanum. Overigens moet men zich wel realiseren dat de pracht van deze Keizerlijke Fora waarschijnlijk in schril contrast stond met de wijken daarachter. Keizer Augustus had zijn Forum aan één kant helemaal af laten zetten met een solide brandwerende muur. Achter het marktplein begon namelijk de Subura, een afzichtelijke achterbuurt, met hoge flatgebouwen (de onderste verdieping van steen, daarboven alles van hout) en hele smalle straatjes, waar iedereen zijn afval in kon gooien en vooral 's nachts niemand zijn leven zeker was. De nieuwbakken keizer had voor zijn nieuwe mooie marktplein weinig behoefte aan een overslaande brand uit deze jammerlijke hellekrochten.

    Verder was er nòg een belangrijke verandering gaande in de stadsplanning van die tijd. Tot ongeveer het einde van de Republiek was het niet gebruikelijk om wat dan ook te gaan bouwen in het stadsgedeelte àchter het Capitool. Daar lag een veld, wat in oude tijden gebruikt was als oefenplaats voor het leger. Misschien dat het daarom ook het Campus Martius werd genoemd, het veld van Mars, de oorlogsgod. In de eerste eeuw voor Christus veranderde dat. Pompeius had er zijn theater neergezet en Augustus had helemaal grootse plannen: een altaar voor de vrede (de eerder genoemde Pax Augusta), zijn eigen Mausoleum, een levensgrote zonnewijzer (met een echte Egyptische obelisk als 'wijzer'), een plaats waar verkiezingen gehouden konden worden. Zijn vriend en helper Agrippa bouwde er een tempel voor alle goden, het Pantheon, een thermencomplex, een aquaduct (de huidige Trevi-fontein is een directe afstammeling van zijn aquaduct) en een kunstmatig meer (op de plaats waar nu de kerk San Andrea della Valle staat). Ook latere keizers lieten zich niet onbetuigd en langzamerhand raakte de hele Campus Martius vol met de prachtigste gebouwen. Het is niet voor niets dat keizer Augustus trots verklaarde 'een stad van baksteen te hebben aangetroffen aan het begin van zijn regering en haar achter te hebben gelaten als een stad van marmer.' Het is logisch dat hij het dan niet heeft over de Subura, die wijk pal achter zijn eigen Forum.

    29-11-2009 om 13:42 geschreven door Tiorvenus  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 2/5 - (6 Stemmen)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Stichting van Rome
    Klik op de afbeelding om de link te volgen Rome is gesticht door Romulus1 op 21 april in het jaar 753 v.C., zo luidt de officiële versie van het stichtingsverhaal . Nu zal die exacte datum en misschien ook de naam van de stichter en eerste koning wel niet helemaal met de historische werkelijkheid overeenkomen, maar een feit is wel dat zo rond het midden van de achtste eeuw voor Christus de dorpjes op de heuvels Palatijn, Capitool en Esquilijn voor het eerst één geheel gingen vormen. Ziedaar het eerste Rome, een aantal dorpjes van herders in hutten op een tufstenen plateau, doorsneden door wat moerassige riviertjes die uitkwamen in de Tiber.

    De stad die Romulus bouwt wordt wel Roma Quadrata genoemd, het vierkante Rome, naar de vorm van zijn stadsmuur. Het is overigens waarschijnlijker dat hij geen muur heeft gebouwd, maar eerder met een ploeg een voor heeft gemaakt die de omtrek van zijn stad moest weergeven. Alles wat binnen die ploegvoor lag werd -ook later, in meer historische tijden- Pomerium genoemd, een heilig gebied, waarbinnen bijvoorbeeld geen wapens gedragen mochten worden, ook niet door soldaten, ook niet bij triomftochten. Verder mochten er binnen het pomerium geen begrafenissen plaatsvinden (met een enkele uitzondering. Romulus zelf ligt bijvoorbeeld op het Forum Romanum, zeker binnen het latere, uitgebreidere, pomerium).

    Nu was dat dorp Rome wel heel strategisch gelegen. Juist op dit punt was de Tiber redelijk doorwaadbaar (zie ook de ligging van het Tibereiland). Er kruiste dan ook een belangrijke Noord-Zuid-gerichte weg de rivier. De voornaamste handelswaar die over die weg werd vervoerd was overigens het kostbare zout ('sal' in het Latijn), vandaar de naam Via Salaria. Deze weg bestaat nog steeds bestaat en is een drukke invalsweg van Rome.

    Naast deze gunstige ligging bleek ook het feit dat het tufsteen, waaruit de Palatijn en alle omringende heuvels bestaat bijzonder makkelijk te bewerken is een factor van belang bij de groei van dit dorp.

    De geschiedenis van Rome bestaat uit 3 hoofdperiodes: Koningstijd (753-509 v.C.), Republiek (509-31 v.C.) en Keizertijd (31 v.C.- 500 nC.)

    29-11-2009 om 13:05 geschreven door Tiorvenus  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 2/5 - (18 Stemmen)


    Archief per week
  • 23/11-29/11 2009

    E-mail mij

    Druk op onderstaande knop om mij te e-mailen.


    Gastenboek

    Druk op onderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek


    Blog als favoriet !


    Blog tegen de wet? Klik hier.
    Gratis blog op https://www.bloggen.be - Bloggen.be, eenvoudig, gratis en snel jouw eigen blog!