Pétanque
Een klassieker: gepensioneerden en pétanque.
Hoewel het op het eerste zicht een kleffe en oubollige activiteit lijkt, besluit ik me er toch aan te wagen.
Zelf heb ik me sporadisch aan het Franse ballenspel overgegeven toen we indertijd met de familie in het Zuiden kampeerden. Sindsdien is het er niet meer van gekomen.
Ik meld me aan bij een club waar ook familieleden van me spelen. Elke dinsdagnamiddag zijn een dertigtal spelers van de partij op acht pistes. Bijna allemaal gepensioneerd dus.
Het valt me meteen op hoe gepassioneerd deze oldtimers met hun hobby bezig zijn. Ze spelen met professionele boules van staal of inox en hebben een verlengbare draad met aan het uiteinde een magneetdop om de ballen op te rapen zonder hun verstijfde rug te moeten buigen. Ze bepalen met een rolmeter tot op de halve centimeter wie het dichtst bij de cochonetligt. Het positioneren of wegschieten van de boules heeft voor hen geen geheimen. De puntentelling en regels zijn volledig volgens het internationale jeu de boules-reglement.
Nog een vaststelling: ook de dames laten zich niet onbetuigd. Sommigen gaan nog fanatieker in hun spel op dan hun mannelijke collegas.
Tijdens de pauze gaan we iets drinken in de kantine van de sporthal. Wat me verrast: de mannen en de vrouwen gaan rigoureus van elkaar gescheiden zitten, alsof het een kerkdienst in de jaren vijftig betrof. Zijn ze hier echt zo traditioneel? Een zeventiger met bolle wangen legt me de reden uit: We zitten al heel de week met het getater van onze vrouw opgescheept. Nu kunnen we tenminste genieten van onversneden mannenpraat. En zij kakelen er vrolijk op los over vrouwendingen.
Al bij al breng ik het er nog niet zo slecht vanaf. In de laatste partij slaag ik er zelfs in voor mijn team de winnende punten te behalen. En ik heb me goed geamuseerd met het geplaag en het gezwans tijdens tussen het gooien.
Pétanque: klassiek, maar voor herhaling vatbaar.
|