Door het Verdrag van Nijmegen tussen Spanje en Frankrijk in 1678 kwam Ieper onder Franse heerschappij te staan, en dit tot 1713. Lodewijk XIV gelastte zijn vermaarde deskundige Sebastien te Prestre, Markgraaf van Vauban met de vernieuwing van de vestingen. Ze werden zo uitgestrekt dat ze meer oppervlakte in beslag namen van de stad die ze moesten beschermen.
De lakennijverheid was de belangrijkste factor van de plotselinge en snelle groei van de stad in de 12de eeuw. Rond de 10de eeuw situeerde deze nijverheid zich in het gebied van de Somme. Er was een grote afname van laken, waardoor het aantal productiecentra snel aangroeide. Deze verplaatsing gebeurde noorwaarts, zodat ook Ieper in deze nijverheidskring werd betrokken.