Vorige blog heb ik gesproken over wat ik ging doen voor mijn
taak geschiedenis. Nu gaan we iets verder.
Nu ik gekozen heb wat ik ga doen, heb ik hier en daar wat opzoekingen gedaan.
Ik weet al zeer veel over binnenklasdifferentiatie. Meneer Dieltjens (onze
pedagoog) is dit jaar zeer diep ingegaan op binnenklasdifferentiatie. We weten
al goed het verschil tussen convergente en divergente differentiatie. Voor
degene die dit vergeten zijn: convergente differentiatie is wanneer je een
leerinstructie geeft en de sterke leerlingen kunnen dit zelfstandig verwerken.
De zwakkere leerlingen worden nog verder begeleid door de leerkracht.
Divergente differentiatie heb je wanneer leerlingen binnen verschillende niveaus
gaan leren. We gaan kijken wat de behoefte van de leerling is en hierop spelen
we in. De zwakkere leerling wordt bijvoorbeeld op hetzelfde niveau gebracht
door in te spelen op de individuele leerbehoefte.
We moeten dit in de context plaatsen van Brussel. Ik heb
zelf (jammer genoeg) nog nooit les gegeven in Brussel. Ik heb wel al
leesbegeleiding gegeven, maar dit valt niet te vergelijken. Dus ook hier moet
ik onderzoek rond doen. Ik weet al dat er veel anderstaligen zijn, die
taalzwakker zijn. Maar wat met de rest?
Ik moet eigenlijk te weten zien te komen wat de leerlingen
in het Brusselse nodig hebben. Ik heb me hiervoor eens naar mijn collegas gekeerd.
Sommige van hen doen stage in het Brusselse.
Ik heb eenvolledige lijst gekregen van
wat leerlingen als attittude in deze toch wel unieke - stad vertoonde.
Ze tonen geen interesse (dit gebeurt niet alleen in Brussel)
Weinig tot geen motivatie
Weinig respect waardoor leerlingen niet vooruitgingenin de les.
Een zeer hoog niveau zit samen met een zeer laag niveau. (Afhankelijk
van welk niveau het meeste in je klas zit, zal het andere deel van de klas
benadeeld worden.)
Leerlingen die blijven zitten zijn, gaan ongeïnteresseerd in
de les zitten. Hierdoor gaan ze nog meer achterstand oplopen.
Hoe gaan we dit nu aanpakken?
Actieve werkvormen: Hou de leerling bezig zodat je veel
aandacht kan geven aan de leerlingen die een achterstand hebben. De leerlingen
die verveeld zijn, kan je motiveren. (convergente differentiatie)
Binnen het vak geschiedenis is het zeer makkelijk om je les
te beginnen met een filmpje (een stukje uit een bekende serie/film). Ook
hoekenwerk of groepswerk is makkelijk te geven. Dit zorgt ervoor dat je
verschillende niveaus binnen één groepje kan plaatsen, waardoor ze elkaar gaan
helpen hetzelfde niveau te bereiken. (divergente differentiatie)
Ik ben van mening dat je in 70% van je lessen kan differentiëren.
Elke vorm van differentiatie kan voordelig zijn voor de leerlingen. Wanneer het
niveau in de klas te laag ligt voor sommige leerlingen kan je primusoefeningen
geven. Dit is ook een motivatie voor leerlingen om een bepaald niveau te
bereiken.
Besluit:
Differentiatie is de sleutel tot succes (dit is ook wat de Overheid
ons zegt). Is dit voor iedere vak wel even gemakkelijk? Is iedere leerkracht
klaar om dit de doen voor het grootste deel van hun lessen?
Dit is wat wij te weten willen komen via onze enquête. Maar ook hoe ze zouden
reageren op bepaalde situaties wanneer ze deze differentiatie gaan toepassen.
Deze vragen zijn essentieel om een inzicht te krijgen in de werking van
differentiatie binnen een specifieke omgeving. Dankzij deze vragen worden we
stap voor stap en stuk voor stuk beter voorbereide leerkrachten.