Laatst kwam ik deze afbeelding tegen op een of andere site. Onmiddellijk deed hij me denken aan een boek dat ik onlangs gelezen heb, 'De trein der traagheid' van Johan Daisne. In dit verhaal beleeft het hoofdpersonage een raar avontuur dat zich afspeelt op een trein. Het lijkt alsof er een treinongeval gebeurd is maar tegelijkertijd lijkt het ook alsof alles normaal is en er niets gebeurd is. Hoe verder je in het boek vordert, hoe groter de verwarring tussen leven en dood wordt. Ik vind dit een van de meest fascinerende boeken die ik ooit gelezen heb. De precieze reden hiervoor ken ik niet maar ik vermoed dat vooral het mysterieuze mij aantrekt in dit boek.
Het was voor wel hondermaal honderd jaar, in een koninkrijk bij de zee; daar woonde een meisje, ook gij toch kent haar; want haar naam was Annabel-Lee; zij zwoer slechts bij mij en ik zwoer bij haar en geen liefd' ooit was groter, weleer.
Ik was een kind en ook zij was een kind, in dat koninkrijk bij de zee; en de wereld was heen en er bleef nog alleen, ik en mijn Annabel-Lee, - en wij minden zozeer dat het hemelse heir afgunstig keek op ons neer.
En dat was de reden, dat, ach, lang geleden, in dat koninkrijk bij de zee; een spel werd bedreven, dat nam het leven van de liefelijke Annabel-Lee, toen zwoeren tezamen de eedlen van name, en mijn liefste, ze namen haar mee, en borgen haar op in een van de graven, in dat koninkrijk bij de zee.
Nooit was het geluk der goeden in de Lethe zo groot, en zij haatten ons zeer. en dat was de reden (zoals men zal weten) in dat koninkrijk bij de zee, dat in stromachtig jagen hun ijskoude vlagen haar doodden, mijn Annabel-Lee.
Maar ons beider beminnen, met hart en met zinnen kon geen dezer verderven, die heerst over leven en sterven; noch zij, de stralende, hoog boven de wolken, noch zij, die de donkerste diepten bevolken, nooit zullen zij scheiden de harten dier twee; van mij en van Annabel-Lee
En geen macht kan nog komen of hij brengt me dromen van mijn liefelijke Annabel-Lee; en geen ster kan nog dalen of ze zal mij verhalen van mijn liefelijke Annabel-Lee Zo zijn al mijn nachten steeds durend wachten Bij mijn lieve, mijn lieve en tederlijke zachte, in haar graftombe bij de zee, in haar graf bij de deinende zee.